CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

6.3. Nota van zienswijzen.pdf

Raadscommissie 28 november 2022, gemeente HeerdeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Zwolseweg 5015.068 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van Zienswijzen Met betrekking tot het ontwerpbestemmingsplan ‘Zwolseweg 50, Heerde’

1. Inleiding Het bestemmingsplan voorziet in een juridisch-planologische regeling om de bestemming ter plaatse van het perceel aan de Zwolseweg 50 in Heerde te wijzigen van de bestemming ‘Maatschappelijk’ naar de bestemming ‘Wonen’, waarbij de mogelijkheid ontstaat om op het perceel een appartementengebouw met 10 appartementen en bergingen te realiseren. Dit op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. 2. Overzicht procedure ontwerpbestemmingsplan In juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerde een positieve grondhouding aangenomen ten aanzien van het initiatief omdat het initiatief naar oordeel van het college in voldoende maatschappelijke meerwaarde voorziet. In mei 2020 heeft het college het besluit planologische medewerking genomen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vervolgens zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn zienswijzen ingediend die dusdanig van aard waren dat is besloten het ontwerpbestemmingsplan opnieuw gewijzigd in procedure te brengen. Het college heeft op 28 juni 2022 het besluit planologische medewerking genomen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 6 juli t/m 17 augustus 2022 voor de duur van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn zienswijzen tegen het bestemmingsplan ingediend.

Na de termijn van ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan beslist de gemeenteraad over de vaststellen van het bestemmingsplan. Zij weegt hierbij de ontvangen zienswijzen mee. De vaststelling wordt onder andere bekend gemaakt in de Schaapskooi. Indieners van de zienswijze krijgen een brief met informatie over de vaststelling en de mogelijkheid tot indienen van beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

1/3

3. Zienswijzen Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn 8 zienswijzen ingediend, waarbij geldt dat een van de zienswijzen is ondertekend door de bewoners van in totaal 9 adressen. In het kader van de privacywetgeving worden de indieners niet bij naam genoemd, maar wordt verwezen naar een volgnummer. In de bijlage zijn de zienswijzen, met gekoppeld volgnummer, geanonimiseerd opgenomen. 1. Ingekomen zienswijze 1 Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn van de ter inzagelegging binnengekomen en van ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Samenvatting De indiener van de zienswijze brengt de navolgende zienswijzen ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan naar voren. De zienswijzen worden behandeld in de volgorde waarin ze door reclamant zijn aangehaald. 1. Bouwlagen Reclamant geeft aan dat het bestemmingsplan dient te voorzien in een appartementengebouw van drie bouwlagen. Uit schetsen in bijlage 1 blijkt dat sprake is van vier bouwlagen en niet om drie bouwlagen. Gemeentelijke reactie In de regels van het bestemmingsplan en op de verbeelding van het bestemmingsplan (het juridisch bindende deel van het plan) is geen sprake van aanduidingen of regels met betrekking tot bouwlagen. Er is sprake van bouwhoogten waarbinnen het bouwplan gerealiseerd kan worden. Daarbij is op geen enkele wijze sprake van een maximum aan bouwlagen.

Overigens is zowel bij de regels als bij de toelichting in bijlage 1 geen schetsontwerp opgenomen. Wel als bijlage 2 van de toelichting. Hierop is sprake van drie bouwlagen. Het schetsplan heeft echter geen juridische status. De zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan. 2. Proces Reclamant doet beklag over het proces rondom de totstandkoming van het Ontwerp. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in het proces rondom het eerste ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage is gelegd en het tweede plan. Er wordt ten behoeve van het eerste plan dat ter inzage is gelegd volgens reclamant een beeld geschetst dat belanghebbenden nauw betrokken zijn bij het Ontwerp, wat volgens reclamant niet waar is. Vervolgens wordt een beeld geschetst van het proces, waarbij slechts één informatieavond is geweest, een selectieve groep belanghebbenden is uitgenodigd en de notulen van de vergadering onvolledig zijn. Ook wordt aangegeven door reclamant dat geen persoonlijke gesprekken hebben plaatsgevonden. Naar aanleiding van de afstemming met belanghebbenden is in 2020 een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd dat nagenoeg niet is aangepast. Reclamant geeft aan dat ook in het nieuwe ontwerp geen rekening is gehouden met voorgestelde alternatieven. Daarbij wordt aangegeven dat door de gemeenteraad diverse opmerkingen zijn gemaakt.

Volgens reclamant is niet duidelijk of hier in het ontwerp rekening mee is gehouden. In 2021 heeft overleg plaatsgevonden met belanghebbenden. Van deze bijeenkomst is volgens reclamant geen verslag gemaakt. Verder wordt aangegeven dat belanghebbenden ondanks een toezegging van de gemeente, niet op de hoogte zijn

2/3

gebracht van het nieuwe ontwerp en dat het plan zonder verdere berichtgeving op 6 juli 2022 ter inzage is gelegd, midden in de vakantie. Volgens reclamant getuigt dit niet van een evenwichtige en transparante procedure. Vervolgens wordt aangehaald dat in het nieuwe plan enkele aanpassingen zijn verricht, in de vorm van het terugleggen van de rooilijn van het gebouw en het aanpassen van de bouwhoogte van een deel van het gebouw en zijn de parkeerplaatsen op het terrein verplaatst naar de Christinalaan. Reclamant merkt op dat het aantal wooneenheden is gewijzigd van 9 naar 10. Gemeentelijke reactie Zoals uit de reactie van reclamant naar voren komt is er sprake van twee ontwerpbestemmingsplannen. Het eerste plan heeft in 2021 ter inzage gelegen. Tegen dit plan zijn 22 zienswijzen ingediend. Gedurende het proces om te komen tot dat bestemmingsplan is door diverse omwonenden onvrede geuit over de procesgang en de mogelijkheid om inhoudelijk op het plan te reageren. Dat heeft er toe geleid dat er in september 2021 een informatieavond is belegd omdat zowel de gemeente als de ontwikkelaar duidelijkheid wilden verschaffen over het plan. Tijdens deze informatieavond zijn de plannen gepresenteerd door de ontwikkelaar en is eenieder in de gelegenheid gesteld om een reactie op de plannen te geven. Dat is door diverse omwonenden gedaan aan de hand van een reactieformulier.

Hiermee is verslaglegging beschikbaar die is gebruikt om de plannen aan te passen. De aanpassingen van de plannen zijn als volgt: - Het terugleggen van de rooilijn - Het wijzigen van de bouwhoogte van het gebouw - Het verplaatsen van de parkeerplaatsen naar openbaar gebied - Het realiseren van 10 in plaats van 9 appartementen Met de eerste drie aanpassingen is invulling gegeven aan wensen van omwonenden/belanghebbenden. Het vergroten van het aantal wooneenheden is gedaan in het kader van de financiële haalbaarheid van het plan. Alle doorgevoerde aanpassingen hebben geen nadelig ruimtelijk of milieukundig effect tot gevolg, waardoor de wijzigingen in voorliggend bestemmingsplan zijn door vertaald. Waar niet direct rekening mee is gehouden, is de wijze waarop het gebouw vormgegeven wordt, het architectonisch ontwerp. Gedurende het proces is door omwonenden gereageerd op het architectonische ontwerp van het gebouw. Dit ontwerp is door de gemeente voor advies voorgelegd aan welstand en akkoord bevonden. Dat individuen dit ontwerp niet mooi vinden is voor de gemeente geen rede om het ontwerp aan te passen. Daarnaast wordt opgemerkt dat het bestemmingsplan voorziet in de planologische mogelijkheden om een gebouw te realiseren, niet in regelgeving met betrekking tot de verschijningsvorm.

Omdat het plan op diverse punten is aangepast is besloten dat het ontwerpbestemmingsplan opnieuw ter inzage gelegd zou worden, zodat eenieder opnieuw in de gelegenheid gesteld is om een zienswijze in te dienen. Het feitelijk onjuist dat het nieuwe bestemmingsplan op 6 juli 2022 zonder enige aankondiging ter inzage is gelegd. Alle reclamanten die een zienswijze hebben ingediend op het ontwerpbestemmingsplan dat in 2021 ter inzage is gelegd hebben een brief ontvangen van de gemeente waarin is aangegeven dat een nieuw ontwerpbestemmingsplan ter inzage zou worden gelegd. Ook enkele omwonenden die in 2021 geen zienswijze hebben ontvangen zijn schriftelijk op de hoogte gesteld dat er een nieuw ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd zou worden. De opmerking van reclamant dat er geen individuele gesprekken hebben plaatsgevonden in het kader van het nieuwe bestemmingsplan is niet juist. Zowel door de gemeente als door de projectontwikkelaar heeft, ook met reclamant, in het kader van het nieuwe bestemmingsplan individuele afstemming plaatsgevonden.

3/3

3. Strijdigheid bestemmingsplan Reclamant constateert dat vrijwel het gehele plan in strijd is met het bestemmingsplan. Gemeentelijke reactie De constatering van reclamant is juist. Daarom wordt het bestemmingsplan gewijzigd om het voorgenomen plan mogelijk te maken. 4. Bouwhoogte Reclamant constateert dat de bouwhoogte van het beoogde bouwplan in de toelichting expliciet is benoemd, maar in de bijgevoegde schets van het gebouw niet is opgenomen. Daarbij wordt opgemerkt dat het plan volgens reclamant een bouwhoogte van maximaal 12,54 meter kan krijgen en daarmee afwijkt van de bebouwing in de omgeving. Reclamant geeft daarnaast aan dat de bouwhoogte op basis van het bestemmingsplan tot 13 meter verhoogd mag worden als geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. Reclamant is van mening dat het ontwerp (en de mogelijke bouwhoogte van 11 meter) er ten onrechte en zonder nadere motivering vanuit gaat dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt. Reactie gemeente Bij de ontwikkeling van de locatie is rekening gehouden met omgevingsfactoren.

Op basis van een ruimtelijke analyse van de architect die heeft dit geleid tot een voorlopig ontwerp en afstemming met de rayonarchitect is bepaald dat een dergelijk gebouw passend is op de locatie. Daaruit volgt dat een bouwvlak is bepaald op de verbeelding van het bestemmingsplan waarbinnen een woongebouw gerealiseerd kan worden met gedeeltelijk een bouwhoogte van maximaal 11 meter en gedeeltelijk een bouwhoogte van maximaal 7 meter. Deze maatvoering is opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan. Een definitieve bouwplan moet passen binnen deze kaders. Naast de op de verbeelding opgenomen maatvoering, bevat het bestemmingsplan een afwijkingsmogelijkheid om 10% af te wijken van de maatvoering (artikel 8.1). Dat betekent dat de hiervoor genoemde bouwhoogten met 10% verhoogd kunnen worden. Er is geen sprake van een verhoging tot 13 meter zoals onterecht in de toelichting is opgenomen. De toelichting wordt op dit punt aangepast. Zoals reclamant stelt zijn ‘criteria’ verbonden aan de mogelijkheid om 10% af te wijken. Die criteria zijn opgenomen in artikel 8.2. Het gaat in tegenstelling tot wat reclamant aangeeft echter enkel om de volgende criteria: Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; - het bebouwingsbeeld; - de verkeersveiligheid.

Op basis van de kaders die het bestemmingsplan biedt, dient een omgevingsvergunning voor de bouw van het woongebouw aangevraagd te worden. Indien gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid om de bouwhoogte met 10% te verhogen, dient aangetoond en beoordeeld te worden of aan de hiervoor genoemde criteria wordt voldaan. Deze afweging hoeft in het kader van voorliggend bestemmingsplan nog niet plaats te vinden.

4/3

5. Onjuistheden toelichting Reclamant meent dat er sprake is van een onjuiste beschrijving van de situatie en dat niet duidelijk is om welk plangebied het gaat. Daarbij wordt opgemerkt dat in figuur 2.1 een onjuiste begrenzing van het plangebied is opgenomen. Reactie gemeente De juridische afbakening van het plangebied wordt gevormd door de verbeelding. Deze is in de beleving van de gemeente duidelijk afleesbaar. Ook op basis van de beschrijving in de toelichting is duidelijk om welk gebied het gaat. In figuur 2.1 is de begrenzing niet goed weergegeven. Dit wordt aangepast. In de toelichting is opgenomen dat de bebouwing bestaat uit bebouwing uit begin vorige eeuw. Dit is volgens reclamant niet juist. Daarnaast is aangegeven dat de monumentale bomen buiten het plangebied staan. Dit is niet juist. Reactie gemeente In de toelichting wordt opgenomen dat de bebouwing rondom het plangebied dateert uit de periode 1995 – 1995. Daarnaast wordt de situering van de bomen aangepast in de toelichting. Een boom staat binnen het plangebied, een boom er buiten. 6. Beeldkwaliteit Reclamant geeft aan dat niet wordt gemotiveerd dat het plan aansluit bij de stedenbouwkundige structuur. Tevens is de beeldkwaliteit van het plan niet geborgd. Daarbij wordt opgemerkt dat sprake is van veel verharding in tegenstelling tot de omliggende woningen met voortuinen.

Reclamant verwijst naar het afgegeven welstandsadvies dag als bijlage 2 opgenomen zou zijn en betwijfelt of er wel een positief welstandsadvies is afgegeven. Daarbij wordt opgemerkt dat wel een schetsontwerp bij het plan is gevoegd met een advies, maar dat dit advies niet door een onafhankelijke partij is opgesteld, maar in opdracht van de initiatiefnemer. Daarbij wordt opgemerkt dat de schets een vertekend beeld geeft. Reactie gemeente Zoals eerder aangegeven biedt voorliggend bestemmingsplan de kaders waarbinnen een bouwplan gerealiseerd kan worden. De wijze waarop dat gebeurt is in het voortraject afgestemd met de rayonarchitect op basis van een schetsplan (vooroverleg). In beginsel is deze afstemming binnen de bebouwde kom niet nodig, maar omdat het voorziene bouwplan in de directe nabijheid van een monument ligt, is dat wel noodzakelijk. Met voorliggend plan mogen omliggende monumenten namelijk niet worden geschaad. Hier is door de rayonarchitect op toegezien. De rayonarchitect heeft in het kader van het vooroverleg, op verzoek van de gemeente, een (positief) advies afgegeven. Dit advies is in tegenstelling tot wat reclamant aangeeft, niet bij het bestemmingsplan gevoegd. In een eerder stadium was dit wel het geval. Daarbij is sprake van een onafhankelijke beoordeling van de rayonarchitect.

Bij de definitieve aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van het gebouw wordt welstand (de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit) geconsulteerd en komt dan met een definitief (onafhankelijk) advies. In de toelichting van het bestemmingsplan is onderbouwd en gemotiveerd dat het plan ruimtelijke en stedenbouwkundig inpasbaar is. Deze motivatie is in het kader van het vast te stellen bestemmingsplan verder uitgewerkt. Verder voorziet het plan in buitenruimte aan de voorzijde (binnen het invloedgebied van de waardevolle bomen) in een tuin waardoor groen gerealiseerd kan worden.

5/3

Als bijlage 2 van het bestemmingsplan is een schetsontwerp van het gebouw opgenomen. Het is niet duidelijk waarom reclamant meent dat dit plan een vertekend beeld geeft. Het schetsplan voorziet in maatvoering. 7. Beleidskader Reclamant meent dat sprake is van een motiveringsvereiste als er planologische ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Daarbij wordt aangegeven dat het aangehaalde regionale beleid en de Woonvisie gedateerd zijn en niet gebruikt kunnen worden. Ook blijkt uit het ontwerp volgens reclamant niet dat wordt ingespeeld op de marktvraag. Daarnaast merkt reclamant op dat 10 woningen worden gerealiseerd waarvan 3 in het sociale segment. Reclamant geeft aan dat onterecht wordt gesteld dat hiermee wordt voldaan aan het contingent, maar dat er geen sprake is van contingent. Het plan en waarom geen keuze wordt gemaakt om tot een beter kwalitatief plan te komen. Reclamant vraagt zich af waarom niet wordt afgezien van de sociale component binnen het plan. Reactie gemeente In de toelichting van het bestemmingsplan wordt verwezen naar de (in 2020 geactualiseerde) Woonagenda uit 2018 waar de Cleantech Regio wordt aangehaald. Dit is actueel beleid en dateert niet uit 2013 of 2014. Op basis van de speerpunten is de kwantitatieve woningbouwopgave voor de verschillende gemeenten in de regio bepaald.

Momenteel is er in provinciaal verband in de regionale woonagenda (status van 13 november 2018) afgesproken, dat in de gemeente Heerde in de periode van 2018 tot 2027 nog 350 tot 400 woningen toegevoegd mogen worden. Dit sluit behoorlijk aan bij de verwachte huishoudensgroei en komt neer op het realiseren van gemiddeld 35-40 woningen per jaar. Met voorliggend plan wordt hier invulling aan gegeven. Strikt formeel is geen sprake van contingent, maar wel van woningbouwdoelstellingen en opgaven waar het plan invulling aan geeft. Deze opgave wordt in de toelichting verwerkt. De Woonvisie heeft een looptijd tot 2025 en is daardoor actueel. Daarnaast beschikt de gemeente over een Woonagenda (die loopt tot 2023). In de Woonagenda wordt beschreven dat naast het reguliere marktsegment wordt ingezet op aanbod voor starters, jonge gezinnen en op levensloopbestendige woningen. Concreet betekent dit dat het beleid is dat er gedifferentieerd gebouwd wordt. Voorliggend bestemmingsplan, in de vorm van tien appartementen, draagt hier aan bij. Op basis van voorgaande wordt voldaan aan het motiveringsvereiste. Daarbij wordt opgemerkt dat het in zijn algemeenheid bekend is dat de vraag naar woningen in het hele land groot is. Het gemeentelijk beleid is om bij alle woningbouwplannen ten minste dertig procent van de woningen in het sociale segment te realiseren.

In voorliggend geval zijn geen ruimtelijke, milieukundige of beleidsmatige redenen om van dit beleid af te wijken, waardoor conform beleid voor diverse doelgroepen wordt ontwikkeld. 8. Warmtepompen In de toelichting is opgenomen dat op het dak van het gebouw tien warmtepompen worden geïnstalleerd. In het bij het plan gevoegde onderzoek wordt er van uit gegaan dat op het dak van het woongebouw twee installaties worden geplaatst. De warmtepompen mogen niet meer dan 40 dB geluidbelasting teweegbrengen op de erfgrens. Uit het rapport blijkt dat wordt verwacht dat maximaal 40 dB op de erfgrens wordt geproduceerd en dat zodoende de maximale geluidbelasting geproduceerd zal worden. Reclamant geeft aan dat het algemeen bekend is dat geschatte waarden over het algemeen in werkelijkheid worden overschreden en dat

6/3

daardoor de waarden hoger zullen zijn dan toegestaan. Temeer omdat niet twee installaties maar tien installaties worden geplaatst. Reactie gemeente In het kader van voorliggend bestemmingsplan heeft akoestisch onderzoek plaatsgevonden naar de mogelijke effecten van het gebruik van warmtepompen. Daarbij kan, zoals in het rapport is opgenomen, in beginsel worden aangesloten bij de norm van artikel 3.8 lid 2 van het Bouwbesluit 2012. Er is een rekenmodel opgesteld conform de Hanleiding Rekenen en Meten Industrielawaai 1999. Op het dak van het plan zijn twee installaties verondersteld met elk een bronvermogen Lw van 75 dB(A). Eventueel kan ook worden gekozen voor een enkele installatie van 78 dB(A) of tien stuks van 65 dB(A). Het totaal bronvermogen is voor deze aannames gelijk en voldoende ruim voor de technische installaties op het dak van het plan. Er is geen rede om aan te nemen dat deze uitgangspunten leiden tot een hogere geluidbelasting dan is toegestaan. De berekeningsresultaten die als bijlage van de rapportage zijn opgenomen wijzen dat uit. Daarnaast geeft reclamant aan dat onderzoek gedaan moet worden naar gecumuleerde geluidbelasting. Dat onderzoek heeft volgens reclamant niet plaatsgevonden. Reactie gemeente In het onderzoeksrapport is wel degelijk onderzoek gedaan naar de cumulatie van meerdere warmtepompen.

Hieruit komt, zoals in het rapport verwoord, naar voren dan het totaal A-gewogen bronvermogen (LwA) van alle installaties samen, op de gekozen posities, maximaal 78 dB(A) mag bedragen om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 9. Omgevingsaspecten Groen Reclamant is van mening dat door het plan geen goede woon- en leefomgeving wordt gecreëerd. Er is volgens reclamant geen ruimte voor groen. Reactie gemeente Aan voorzijde van het plangebied is, ter plaatse van de monumentale boom, voldoende ruimte om groen te realiseren. De hoeveelheid groen neemt aan de zijde van de Zwolseweg niet af. Akoestiek Reclamant haalt aan dat op basis van het geluidsonderzoek blijkt dat de geluidbelasting wordt overschreden. In plaats van het aanpassen van het plan wordt voorgesteld de grenswaarde bij te stellen, waardoor het zeer aannemelijk is dat dit ontwerp voor geluidsoverlast en hinder zal zorgen in de nabije omgeving. Reactie gemeente Met voorgaande suggereert reclamant dat het besluit hogere grenswaarde tot doel heeft dat binnen het plangebied meer geluid geproduceerd mag worden of dat vanaf de weg (Zwolseweg) meer geluid mag worden geproduceerd. Dat is niet het geval. Het besluit hogere grenswaarde is bedoeld om binnen het plangebied een hogere geluidbelasting toe te staan. Het besluit is dus plan-gebonden en reclamant ondervindt hier geen nadeel van (is geen direct belanghebbende).

Parkeren Reclamant geeft aan dat parkeren op eigen terrein niet mogelijk is en dat er zondermeer vanuit wordt gegaan dat de parkeerplaatsen in openbaar gebied altijd en uitsluitend beschikbaar zijn voor toekomstige bewoners. In het ontwerp is geen rekening gehouden met bestaande parkeerbehoefte. Dit zal volgens reclamant leiden

7/3

tot een structureel tekort aan parkeerplaatsen voor de omwonenden en bewoners van de te realiseren appartementen. Reactie gemeente Zoals ook in de toelichting van het bestemmingsplan is aangegeven is op basis van ingediende zienswijzen bij het eerste ontwerpbestemmingsplan gekozen voor het afwentelen van de parkeeropgave in openbaar gebied. Aanvankelijk was de parkeeropgave grotendeels op eigen terrein opgelost. Dit leidde tot bezwaren bij direct omwonenden, waaronder reclamant. Met instemming van het college en na bespreking in de commissie is daarom ingestemd om parkeren niet op eigen terrein op te lossen maar in openbaar gebied. Reclamant maakt niet inzichtelijk dat met voorliggend plan een parkeerprobleem aanwezig is of ontstaat ten gevolge van het plan. In de toelichting van het bestemmingsplan is onderbouwd dat op basis van het plan gedeeltelijk gesaldeerd wordt met de parkeerplaatsen aan de Christinalaan die ten behoeve van de vorige functie (het politiebureau) aanwezig zijn. Daarnaast wordt door de ontwikkelaar 1 extra parkeerplaats gerealiseerd. Mede naar aanleiding van de ingebrachte zienswijze is door de initiatiefnemer van het plan een parkeerdrukmeting uitgevoerd.

Hieruit blijkt dat op de maatgevende momenten (de momenten wanneer de parkeervraag ten gevolge van het plan het grootst is) voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn in openbaar gebied om aan de vraag ten gevolge van het voorziene bouwplan te voldoen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande gebruik van openbare parkeerplaatsen. De parkeerdrukmeting is aan het bestemmingsplan toegevoegd. Het plan is op basis van het aspect ‘parkeren’ uitvoerbaar. Archeologie Reclamant merkt op dat volgens het archeologisch onderzoek niet dieper dan 40 centimeter wordt gegraven, maar dat dit te weinig is voor de fundering van het pand. Reactie gemeente In het kader van voorliggend plan heeft archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Daaruit blijkt dat er kans is op archeologische vondsten. Daarom is in het sectiebesluit (opgenomen bij het bestemmingsplan) geadviseerd om als vervolgstap een archeologische begeleiding uit te voeren van de sloopwerkzaamheden van de huidige bebouwing en de aanleg van de bouwkuip van de nieuwbouw in geval de bodemingrepen dieper zullen raken dan 50 centimeter. Hiermee wordt toegezien dat archeologische waarden niet worden geschaad. Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt hier, conform artikel 4 uit het bestemmingsplan, op toegezien. Per abuis is het archeologische booronderzoek niet aan de toelichting van het bestemmingsplan toegevoegd.

Dat is ten behoeve van de vaststelling wel gedaan. 10. Geluid Reclamant stelt zich op het standpunt dat uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet passend is binnen het plangebied en afbreuk doet aan het directe woon -en leefklimaat. Naar oordeel van reclamant zou een belangenafweging gemaakt moeten worden en daaruit geconcludeerd moeten worden dat het behoud van het huidige woon- en leefklimaat zwaarder weegt dan de ontwikkeling. Reclamant verzet zich niet tegen een ontwikkeling, maar deze moet passend zijn binnen het huidige woon- en leefklimaat. Reclamant vraagt zich af waarom wordt aangegeven dat het akoestisch rapport hypothetisch is ten aanzien van het aantal warmtepompen en waarom het

8/3

cumulatieve effect niet is berekend. Reactie gemeente De gemeente is van mening dat, zoals eerder aangegeven, voorliggend plan zowel ruimtelijk als milieukundig passend is en geen afbreuk doet aan een goed woon- en leefklimaat. Het aspect ‘geluid’ (en het nemen van een besluit Hogere grenswaarde) doet daar geen afbreuk aan. Dit aspect is zoals eerder aangegeven niet relevant/van invloed op de woning van reclamant. Ten aanzien van het akoestisch effect van de warmtepompen en cumulatie het volgende. In het kader van voorliggend plan heeft onderzoek plaatsgevonden. Het onderzoeksrapport is opgenomen als bijlage van de toelichting van het bestemmingsplan. In figuur 4-2 in het onderzoeksrapport is de cumulatieve geluidbelasting bepaald van alle wegen samen op het plan en de omliggende wegen. De geluidbelasting is op alle punten hoger dan 50 dB door het wegverkeerslawaai. De geluidbelasting van warmtepompen wordt besproken in hoofdstuk 5.3. Er is een voorwaarde gesteld dat de geluidbelasting niet hoger mag zijn dan 40 dB op de erfgrens. De opgetelde geluidbelasting van wegverkeer 50 dB plus warmtepomp 40 dB bedraagt 50.4 dB. De warmtepompen hebben dus op de eigen erfgrens al geen invloed op de totale geluidbelasting. Daarnaast gelden er geen grenswaarden voor cumulatieve geluidbelasting.

Wij moeten als gemeente wel een afweging maken indien cumulatieve geluidbelasting aan de orde is, zoals in voorliggend geval. Als gemeente vinden wij dat een cumulatieve geluidbelasting van 60 dB acceptabel is gezien de reeds aanwezige geluidbelasting van de Zwolseweg. Daarnaast zijn wij van mening dat in de omgeving van het plangebied reeds sprake is van geluiden die te maken hebben met een woonomgeving, zoals stemgeluiden, een hond die blaft en dichtslaande autoportieren. Al deze woon- en leefgeluiden zien wij als acceptabel en behorend bij een woonomgeving. Ondanks voorgaande is aan de akoestisch adviseur gevraagd inzichtelijk te maken wat het effect is van wegverkeerslawaai en lawaai van de warmtepompen. Daaruit blijkt dat de geluidbelasting op de woning van reclamant 57 dB(A) bedraagt vanwege het wegverkeerslawaai. Het geluid van de warmtepomp draagt met 45 dB(A) etmaalwaarde niet bij aan de totale geluidbelasting op deze woning. 11. Water Reclamant merkt op dat het gemeentelijk beleid voorziet in de opvang van regenwater op eigen terrein. In voorliggend geval is volgens reclamant niet goed aangetoond dat dit niet mogelijk is. Door af te wateren buiten het plangebied zal de watertoevoer naar de monumentale beukenboom beperkt worden. Reactie gemeente Het gemeentelijk beleid voorziet inderdaad in het infiltreren van hemelwater op eigen terrein.

Daarvoor geldt een minimale bergingscapaciteit van 10 mm per m 2 verhard oppervlakte. Hiermee wordt grofweg 90% van alle buien geïnfiltreerd op de plek waar de druppel valt. In overleg tussen de ontwikkelaar en de gemeente wordt een infiltratieplan opgesteld waarin voorgaande eis is verwerkt. Dit wordt opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. 12. Bodem Beperkt onderzoek Reclamant is van mening dat zeer beperkt onderzoek heeft plaatsgevonden naar de bodemkwaliteit. Reclamant stelt dat het onderzoek niet is uitgevoerd om aan te

9/3

tonen dat de beoogde ontwikkeling mogelijk is, maar om de voorgenomen eigendomsoverdracht in 2019 te realiseren. Het bodemonderzoek kan om die rede volgens reclamant niet dienen voor het voorgenomen ontwerp. Reactie gemeente Het bodemonderzoek is uitgevoerd op basis van NEN 5725 (Nederlandse Norm: 'Bodem - Leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek'). Dit onderzoek maakt duidelijk of er vervuilingen in de bodem zitten die de bodem milieukundig ongeschikt maken voor milieugevoelige functies. Uit het onderzoek blijkt de bodem niet vervuild is. Dat het oorspronkelijke doel van het onderzoek was om een overdracht van de grond mogelijk te maken in de vorm van een politiebureau doet niet ter zake. Historisch onderzoek Daarnaast meent cliënt dat het bodemonderzoek te summier is uitgevoerd. Reclamant vindt het ongeloofwaardig dat niet bekend is of van het terrein historische milieubelastende (gebruiks)factoren bekend zijn. Reclamant meent dat hier dan onderzoek naar gedaan moet worden en haalt aan dat er in 1850 een boerderij aanwezig is geweest. Reclamant geeft aan dat dit bodembedreigende activiteiten heeft opgeleverd. Reactie gemeente Een bodemonderzoek bestaat uit twee delen: 1: vooronderzoek (een archiefonderzoek) 2) veldonderzoek.

Op pagina 6 van 17 is in het onderzoek aangegeven dat op basis van het vooronderzoek naar voren komt dat geen informatie bekend is over bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten of calamiteiten op de locatie. Kortom: er heeft onderzoek naar plaatsgevonden, daar komt uit dat er geen informatie is dus dat er geen milieubelastende activiteiten hebben plaatsgevonden. Het gegeven dat er omstreeks 1850 een boerderij heeft gestaan ter plaatse van het plangebied duidt niet direct op bodembedreigende activiteiten. Reclamant toont dit ook niet aan. Na het vooronderzoek is veldonderzoek uitgevoerd waarbij boringen zijn gedaan. Hieruit blijkt dat de bodem niet vervuild is en is indirect aangetoond dat ook de boerderij die er heeft gestaan geen bodembedreigende activiteiten voort heeft gebracht. Locatie bodemonderzoek Reclamant geeft aan dat de peilbuizen van het bodemonderzoek niet hebben gestaan op de locatie waar in het verleden agrarische activiteiten hebben plaatsgevonden. Daarom is er uit het onderzoek volgens reclamant geen vervuiling geconstateerd. Reactie gemeente De peilbuizen zijn ten behoeve van voorliggend plan op basis van de NEN 5725 geplaatst. Hiermee is voldoende dekkend onderzoek uitgevoerd op basis waarvan redelijkerwijs gesteld kan worden dat eventuele vervuilingen aan het licht waren gekomen.

Onderzoek naar asbest Reclamant meent dat geen onderzoek is gedaan naar asbest in de bodem en dat dit wel moet gebeuren. Reactie gemeente Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden is aandacht besteed aan het voorkomen van asbest en asbestgelijkende materialen in de bodem (pagina 9 van

10 / 3

17). Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden zijn geen asbest en/of asbestgelijkende materialen in de bodem of op het maaiveld waargenomen. Omdat ook uit de bodeminformatie van de gemeente Heerde geen verontreiniging met asbest naar voren is gekomen is de locatie als niet asbestverdacht worden aangemerkt. Daarom is geen specifiek onderzoek naar asbest uitgevoerd. 13. Monumentale beuken Reclamant geeft aan dat een van de monumentale beuken binnen het plangebied staat terwijl is aangegeven dat beide monumentale beuken buiten het plangebied staan. Reclamant verwijst naar onderzoek waaruit is gebleken dat werkzaamheden plaatsvinden binnen de kwetsbare zone van de boom. Er wordt verwezen naar beschermingsvrije zones die worden benoemd in het onderzoeksrapport en de onhaalbaarheid van deze zones en geeft aan dat de bebouwing dichter op de boom wordt geplaatst dan nu het geval is. Reclamant vreest voor het behoud van de bomen ten gevolge van de bouw en is van mening dat het gehele gebouw naar achteren geplaatst moet worden om de bomen te beschermen, niet alleen de bovenste verdieping. Daarnaast vreest reclamant dat toekomstige bewoners van het gebouw takken van de bomen gaan zagen die zich (te) dicht op de nieuwe bebouwing bevinden. Reactie gemeente De situering van de monumentale bomen wordt tekstueel aangepast, zie de reactie onder punt 5.

In het kader van voorliggend plan is een bomenanalyse uitgevoerd die als bijlage van de toelichting van het bestemmingsplan is opgenomen. Hieruit komt het volgende advies naar voren: ‘Uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden op een wijze waarbij de beide beuken behouden blijven en de schade geminimaliseerd wordt, is mogelijk als er een goed uitgewerkt werkplan wordt toegepast.’ Dit geeft aanleiding om de ontwikkelaar te verplichten een werkprotocol op te stellen die er zorg voor draagt dat zowel tijdens de bouw geen schade aan de bomen wordt toegebracht die onherstelbare schade aan de bomen teweeg brengt. Dat is ook anterieur afgesproken met de ontwikkelaar. Op basis van voorgaande zijn wij van mening dat voldoende inzet wordt gepleegd ten behoeve van het behoud van de bomen. Uit onderzoek blijkt niet dat het voorziene bouwplan te allen tijde leidt tot onherstelbare schade aan de bomen. Wij zien dan ook geen aanleiding om het gehele gebouw naar achteren te plaatsen. Er is in het ontwerp wel degelijk rekening gehouden met de bomen. Zo is in het schetsplan dat is gemaakt de bovenste verdieping in de vorm van een setback naar achteren geplaatst ter bescherming van de bomen. Bij de aanvraag omgevingsvergunning vindt een toets moment plaats waaruit moet blijken dat de bomen ten gevolge van het plan niet worden geschaad.

Dat toekomstige bewoners takken van bomen gaan afzagen is een aanname. Daarnaast is in de regels van het bestemmingsplan de volgende vergunningplicht opgenomen: Binnen het invloedsgebied van de beschermde of waardevolle bomen zijn voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: - aanwezige boombeplanting te verwijderen en/of aan te tasten; - het aanleggen of het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; - het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en/of

11 / 3

-

communicatieleidingen. de gronden op te hogen en/of af te graven;

Het afzagen van takken is zodoende niet zondermeer toegestaan. 14. Verkeer en parkeren Reclamant haalt, net als bij de beantwoording onder punt 9, wederom aan dat het plan in strijd is met het gemeentelijk parkeerbeleid door in openbaar gebeid te parkeren. Dat kan volgens reclamant slechts in bijzondere gevallen en daar is geen sprake van. Ook geeft reclamant aan dat rekening wordt gehouden met 1 parkeerplaats per appartement en dat is niet voldoende. Reclamant is van mening dat omwonenden en bezoekers ook gebruik maken van de openbare parkeerplaatsen en is van mening dat een motivering voor het gebruik van de openbare parkeerplaatsen ontbreekt. Reclamant geeft aan dat de als voetpad in gebruik zijnde gronden als parkeerplaats gebruikt gaan worden. Reactie gemeente De reactie op dit onderwerp moet in relatie worden gezien met de beantwoording onder punt 9. Hierin is aangegeven dat op verzoek van omwonenden is afgeweken van het parkeerbeleid waarin inderdaad is opgenomen dat parkeren in beginsel op eigen terrein moet plaatsvinden.

Omdat omwonenden in reactie op het ontwerpbestemmingsplan dat in 2021 in procedure is gebracht hebben aangegeven dat ze geen parkeerplaatsen op het terrein wilden hebben (dat zou tot geluidoverlast leiden in de achtertuinen rondom het plangebied) is er in samenspraak met omwonenden en het college (besluit 13 juli 2021) voor gekozen de parkeeropgave af te wentelen op openbaar gebied. Daarbij wordt onder andere gebruik gemaakt van parkeerplaatsen aan de Christinalaan die dienst deden voor het voormalige politiebureau. Op basis van een parkeerdrukmeting die aan de toelichting van het bestemmingsplan is toegevoegd, wordt aangetoond dat er geen onevenredige parkeerdruk ontstaat op openbaar gebied ten gevolge van het plan. Reclamant haalt ten onrechte aan dat als uitgangspunt een norm van 1 parkeerplaats per appartement is gehanteerd. In paragraaf 4.11 van de toelichting van het bestemmingsplan is de parkeeropgave en de bijbehorende parkeeroplossing beschreven en onderbouwd. Daarin is voor 7 appartementen een norm van 1,8 parkeerplaatsen gehanteerd en voor 3 appartementen een parkeernorm van 1,3 parkeerplaatsen. Dit is in lijn met het gemeentelijk parkeerbeleid. Het is onjuist dat een bestaand voetpad gebruikt wordt als parkeerplaats. Aan de Christinalaan worden bestaande parkeerplaatsen opnieuw ingericht en er komt een parkeerplaats bij.

Aan de Zwolseweg worden bestaande rabat stroken die al als parkeerplaats gebruikt kunnen worden, benut. Er blijft zodoende op beide plekken ruimte over voor een voetpad. 15. Inpassing Reclamant haalt aan de hand van foto’s van de bestaande situatie en de schetsen van de voorziene situatie wederom aan dat hij van mening is dat geen sprake is van een goed inpassing. Reactie gemeente Bij het in beeld gebrachte verschil tussen de nieuwe en de bestaande situatie is niet beargumenteerd dat sprake is van een slechte ruimtelijke ordening. Eerder in de zienswijze is dit wel gebeurd door reclamant. Daarom wordt verwezen naar de reactie op de eerder aangehaalde bezwaren tegen de inpassing van het bouwplan. Wij zijn van mening dat wel sprake is van een goede ruimtelijke inpassing en daarbij

12 / 3

wordt verwezen naar de eerder aangehaalde beoordeling van de rayonarchitect (welstand). 16. Flora en fauna Reclamant geeft aan dat recent geen onderzoek is verricht naar de gevolgen van het project voor beschermde diersoorten. Volgens reclamant is het feit dat in de omgeving de gewone dwergvleermuis leeft. Ook wordt de aanwezigheid van eekhoorns aangehaald. Reactie gemeente In het kader van voorliggend plan heeft in juni 2020 ecologisch onderzoek plaatsgevonden. Algemeen wordt als uitgangspunt gehanteerd dat ecologische onderzoeken een ‘houdbaarheidstermijn’ van drie tot vijf jaar hebben. De feitelijke omstandigheden ter plaatse van het plangebied zijn niet gewijzigd tussen het moment van onderzoek en de huidige situatie. Daarom is er geen aanleiding om binnen drie jaar na het laatste onderzoek opnieuw onderzoek uit te voeren. Reclamant toont niet aan dat er sprake is van de aanwezigheid van een dwergvleermuis en van eekhoorns en dat deze verstoord worden. Daarom is er voor ons geen rede hier onderzoek naar te doen. In zijn algemeenheid geldt dat de algemene zorgplicht geldt bij het uitvoeren van werkzaamheden. Indien tijdens de werkzaamheden beschermde soorten worden aangetroffen dient hier op geanticipeerd te worden. 17. Archeologie Reclamant haalt wederom het uitgevoerde archeologische onderzoek aan. Voor een deel van de opmerkingen wordt verwezen naar punt 9.

Reclamant merkt op dat het bestemmingsplan geen regels bevat ter wering van driegende aantasting van archeologische waarden in het plangebied en de directe omgeving. Reactie gemeente Zoals ook onder punt 9 is aangegeven wordt geadviseerd dat de werkzaamheden onder archeologische begeleiding plaats moeten vinden. Dat het bestemmingsplan geen regels bevat ter wering van dreigende aantasting van archeologische waarden in het plangebied en de directe omgeving, is niet juist. Het bestemmingsplan kent een archeologische dubbelbestemming waarin dit geborgd is. 18. Uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Reclamant meent dat het plan maatschappelijk niet uitvoerbaar is omdat er veel verzet tegen het plan is. De aanpassingen hebben volgens reclamant niet geleid tot zodanige aanpassingen dat belanghebbenden en omwonenden in het plan kunnen berusten. Reactie gemeente Zoals onder punt 1 aangehaald is het bij de gemeente bekend dat omwonenden en belanghebbenden zich niet allemaal in de plannen konden vinden. Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn in 2021, 22 zienswijzen ingediend. Daarom hebben diverse planwijzigingen plaatsgevonden en is het plan opnieuw als ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Dat heeft er toe geleid dat 8 zienswijzen zijn ingediend. Wij maken hier uit op dat de planwijzigingen tot meer draagvlak hebben geleid.

Dat een ruimtelijk plan niet altijd tot tevredenheid van iedereen kan worden uitgevoerd is algemeen bekend. Stedenbouw en architectuur Reclamant haalt dezelfde argumenten aan als benoemd onder de punten 1, 3 en 6.

13 / 3

Reactie gemeente Voor een reactie op de stedenbouwkundige en architectonische inpassing van het bouwplan wordt verwezen naar de punten 1, 3 en 6. Hierin is aangegeven dat bij het tot stand komen van het plan voldoende rekening is gehouden met de bestaande architectuur, opbouw van de omgeving en beeldkwaliteit. Parkeren Reclamant haalt wederom het onderwerp parkeren aan en geeft nu aan dat het zal leiden tot precedentwerking. Reactie gemeente Voor de verantwoording van de parkeeropgave wordt verwezen naar de beantwoording onder punt 9 en 14. Van precedentwerking is geen sprake. Er is voor dit plan een expliciet besluit genomen door het college om af te wijken van het parkeerbeleid en de raad wordt gevraagd dat ook te doen. In voorkomende gevallen (andere projecten) moet wederom een specifieke afweging worden gemaakt zodat geen sprake is van precedentwerking maar van maatwerk. Daarnaast is op basis van onderzoek aangetoond dat in openbaar gebied voldoende ruimte aanwezig is om de parkeeropgave in openbaar gebied op te lossen. 19. Privacy omwonenden Reclamant merkt op dat de privacy ten gevolge van het plan in het gedrang komt. Daarbij wordt opgemerkt dat het onjuist is dat het lagere deel van de bebouwing even hoog is als woningen in de omgeving en daardoor van aantasting van privacy geen sprake is, zoals de gemeente aanhaalt.

Het wordt een subjectieve en niet gemotiveerde stelling genoemd dat het bouwplan ver af staat van de huizen in de omgeving en er minimale inkijk ontstaat. Reclamant betwist dat wordt voldaan aan de minimale afstandseisen. Daarbij wordt aangegeven dat vanaf balkons in tuinen gekeken kan worden. dit wordt met enkele luchtfoto’s onderbouwd die zijn volgens reclamant zijn genomen op een hoogte van 13 meter. Reactie gemeente Reclamant benoemt niet waar de gemeente als argument aanhaalt dat de lagere bebouwing van een deel van de bebouwing er voor zorgt dat er geen sprake is van de aantasting van privacy. Gezien de omvang van het bouwplan en de situering van het gebouw ten opzichte van haar omgeving kan niet worden uitgesloten dat bij enkele omwonenden enige aantasting van het gevoel van privacy of het woongenot zal worden ervaren, maar dit naar oordeel van de gemeente niet onevenredig. Het terugleggen van een bouwlaag draagt bij aan het beperken van dit gevoel. In woonwijken, zo ook in voorliggend geval, is het algemeen geaccepteerd dat enige mate van inkijk kan bestaan. Er bestaat geen recht op vrij uitzicht. De Raad van State heeft diverse uitspraken gedaan waarin als zodanig is geoordeeld.

In het geval van reclamant wordt opgemerkt dat gezien de ligging van de woning en de tuin van reclamant ten opzichte van het plangebied een dusdanige afstand bestaat, dat van overlast minimaal last zal worden ervaren. De toegevoegde foto’s die zijn gemaakt op een hoogte van 13 meter zijn niet representatief. Weliswaar kan er binnen delen van het plangebied tot een hoogte van bijna 13 meter worden gebouwd, maar dat betekent niet dat iemand op die hoogte zijn of haar gezichtsveld heeft. 20. Besluit Hogere Grenswaarde Reclamant heeft een zienswijze ingediend tegen het Besluit Hogere Grenswaarde. Deze zienswijze is opgenomen in hetzelfde schrijven als de zienswijze tegen het bestemmingsplan. De zienswijze tegen het Besluit Hogere Grenswaarde wordt separaat behandeld in de procedure met betrekking tot dit besluit.

14 / 3

Conclusie De zienswijze leidt tot de volgende aanpassingen van het bestemmingsplan: - paragraaf 2.2 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt tekstueel gewijzigd. In deze paragraaf is onterecht opgenomen dat sprake is van de mogelijkheid om de bouwhoogte te vergroten naar 13 meter. - De begrenzing van het plangebied wordt in figuur 2.1 van de toelichting aangepast. - In de toelichting wordt opgenomen dat de bebouwing rondom het plangebied dateert uit de periode 1995 – 1995. - De kwantitatieve woningbouwopgave voor Heerde wordt in de toelichting nader onderbouwd. - In de waterparagraaf wordt opgenomen dat sprake is van een infiltratieopgave op eigen terrein en dat een infiltratieplan wordt opgesteld in overleg tussen de ontwikkelaar en de gemeente. - Het archeologische booronderzoek wordt bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd; - Er is in het bestemmingsplan een vergunningplicht opgenomen voor werkzaamheden die invloed kunnen hebben op de monumentale bomen.

15 / 3

2. Ingekomen zienswijze 2 Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn van de ter inzagelegging binnengekomen en van ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Samenvatting De argumenten/bezwaren van reclamant luiden samengevat als volgt: 1. Er is geen passende invulling van de omgeving; Zo’n hoog gebouw hoort en past niet in deze omgeving. 2. Zeer zeker niet in relatie tot het huidige gebouw. 3. De bouwhoogte van het gebouw is wel wat verlaagd, maar nog steeds niet in verhouding tot de bebouwing in de omgeving. 4. Door de galerij aan de achterzijde van het gebouw blijft er nog steeds sprake van: - Aantasting van de privacy; - Waardedaling van het pand 5. In het verleden was er heel af en toe sprake van bewegingen, vermoedelijk omdat daar de kantine zit. Gemeentelijke reactie Bij de ontwikkeling van de locatie is rekening gehouden met omgevingsfactoren. Op basis van een ruimtelijke analyse van de architect heeft dit geleid tot een voorlopig ontwerp. Het voorontwerp is voorgelegd aan de rayonarchitect die het plan als passend heeft beoordeeld. Daaruit volgt dat een bouwvlak is bepaald waarbinnen een woongebouw gerealiseerd kan worden met gedeeltelijk een bouwhoogte van maximaal 11 meter en gedeeltelijk een bouwhoogte van maximaal 7 meter. Deze maatvoering is opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan.

Door reclamant wordt niet beargumenteerd waarom het voorziene bouwplan te hoog is en daarmee niet passend is in de omgeving. Dat het huidige gebouw lager is dan het nieuwe gebouw (de bebouwingsmogelijkheden voor een nieuw gebouw dat het bestemmingsplan toestaat) maakt niet dat hierdoor geen sprake is van een goede ruimtelijke inpassing en dat het gebouw zich niet verhoudt tot de omgeving. Gezien de omvang van het bouwplan en de situering van het gebouw ten opzichte van haar omgeving kan niet worden uitgesloten dat bij enkele omwonenden, waaronder reclamant, enige aantasting van het gevoel van privacy of het woongenot zal worden ervaren, maar dit naar oordeel van de gemeente niet onevenredig. In een woonomgeving is dit algemeen geaccepteerd. Getuige de bewegingen in het verleden (ten tijde van het politiebureau) die reclamant aanhaalt in de zienswijze was daar in het verleden ook al sprake van. Gezien de aard en omvang van het voorziene plan zal dat niet onevenredig toenemen. Reclamant heeft niet aangetoond dat sprake is van waardedaling van de woning ten gevolge van het plan. Op basis van geldende wet- en regelgeving kan reclamant een beroep doen op planschade. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.

16 / 3

3. Ingekomen zienswijze 3 Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn van de ter inzagelegging binnengekomen en van ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Samenvatting De zienswijze van reclamant kan als volgt worden samengevat. 1. In algemene zin verhoudt het plan zich nog steeds niet tot de omgeving omdat er te veel appartementen worden beoogd. Volume en hoogte van de bebouwing staan in geen verhouding tot de omringende gebouwen. 2. Ten opzichte van het vorige bouwplan is het de bedoeling om het plan dichter op de woning van reclamant te situeren. Dit om de bomen aan de voorzijde van het plan te sparen. Dit toont volgens reclamant al aan dat het plan te groot en te ambitieus is voor de kavel. 3. Reclamant geeft aan dat als er al ingestemd wordt met een dergelijk groot volume op zo’n korte afstand van de woning van reclamant, dan de minimale eis dat er geen ramen worden geplaatst. Dat draagt bij aan een goede ruimtelijke inpassing. Dat zou volgens reclamant in het bestemmingsplan moeten worden geborgd. Dat kan door een blinde muur te bestemmen. Reclamant merkt op dat de ontwikkelaar heeft toegezegd dat er een ontwerp komt met minder ramen. Daarover zijn nog geen afspraken vastgelegd tussen de ontwikkelaar en reclamant. Reclamant haalt aan dat het college al heeft ingestemd met een ontwerp zonder ramen met zicht op het huis van reclamant.

Reactie gemeente 1. Bij de ontwikkeling van de locatie is rekening gehouden met omgevingsfactoren. Op basis van een ruimtelijke analyse van de architect die heeft dit geleid tot een voorlopig ontwerp en afstemming met de rayonarchitect is bepaald dat een dergelijk gebouw passend is op de locatie. Daaruit volgt dat een bouwvlak is bepaald waarbinnen een woongebouw gerealiseerd kan worden met gedeeltelijk een bouwhoogte van maximaal 11 meter en gedeeltelijk een bouwhoogte van maximaal 7 meter. Deze maatvoering is opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan. Door reclamant wordt niet beargumenteerd waarom het voorziene bouwplan te hoog is en daarmee niet passend is in de omgeving. 2. Het is correct dat het voorziene gebouw ten behoeve van het behoud van twee monumentale bomen verplaatst is richting de woning van reclamant. De afstand tussen de perceelsgrens van reclamant en het bouwvlak van voorliggend bestemmingsplan is ruim 4 meter en daardoor aanvaardbaar in een woonomgeving. Er is in onze beleving zodoende geenszins sprake van een te ambitieus plan. 3. In het kader van de ontwikkeling van voorliggend plangebied is door de ontwikkelaar een voorlopig ontwerp opgesteld. Dat ontwerp, waar de rayonarchitect in het kader van een vooroverleg een positief oordeel over heeft gegeven, voorziet in enkele ramen aan de zijde van de woning van reclamant.

Deze ramen mogen er wettelijk gezien zitten en dragen esthetisch bij aan de inpassing van het plan. Reclamant heeft aangegeven moeite te hebben met één van de ramen omdat reclamant bang is voor inkijk. Om die rede is door de ontwikkelaar toegezegd dat één van de ramen niet wordt gerealiseerd. Ook de gemeente heeft aangegeven dat het akkoord is vanuit esthetisch oogpunt dat één van de ramen niet wordt gerealiseerd. Er is geen sprake van dat het college planologische medewerking heeft gegeven voor het realiseren van een bouwplan zonder ramen aan de zijde van de woning van reclamant. Een aanvraag omgevingsvergunning moet nog worden beoordeeld. Het niet realiseren van het betreffende raam is niet in het bestemmingsplan geborgd. Op basis van wet- en regelgeving is het namelijk mogelijk om binnen

17 / 3

twee meter van de erfgrens op eigen terrein een raam te realiseren. Dat gaan wij als gemeente niet verbieden. Dat de ontwikkelaar u tegemoet wil komen door in aanvang geen raam te realiseren ondersteunen wij. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. 4. Ingekomen zienswijze 4 Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn van de ter inzagelegging binnengekomen en van ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Samenvatting De zienswijze van reclamant kan als volgt worden samengevat. 1. reclamant beschrijft de onderbouwing van de inpassing van het bouwplan. Reclamant geeft aan dat zonder nadere invulling de gemeenplaatsen geen enkele betekenis hebben. 2. Reclamant becommentarieerd de architectonische invulling en vraagt de raad wat zij vindt van het ontwerp in termen van het toevoegen van ruimtelijke kwaliteit aan deze aanzichtsweg (Zwolseweg). Daarnaast vraagt reclamant aan de aannemer om te komen met een nieuw ontwerp dat kwaliteit toevoegt. 3. Reclamant refereert aan de waarde van twee monumentale beuken aan de zijde van de Zwolseweg en de impact die het bouwplan op deze bomen kan hebben. Reclamant benoemt de Bomeneffect analyse die aan het bestemmingsplan is gekoppeld en merkt op dat reeds twee keer zwaar vrachtverkeer vanaf de stoep over de wortels van de beuk zijn gereden en is bij de wortels van de beuk gegraven.

Reclamant stelt enkele concrete vragen: - Wat behelst het werkplan. Dat wil reclamant graag toegestuurd krijgen; - Wie houdt toezicht en hoe frequent zal dat zijn; - Welke sancties voor de aannemer is van toepassing en is vastgelegd bij door hem aangerichte schade? Reactie gemeente 1. In de toelichting van het bestemmingsplan is een nadere toelichting gegeven op de inpassing van het bouwplan. Hiermee wordt minder in algemeenheden gesproken dan in het ontwerpbestemmingsplan het geval was. 2. In het kader van de ontwikkeling van voorliggend plangebied is door de ontwikkelaar een voorlopig ontwerp opgesteld. Dat ontwerp is beoordeeld door de rayonarchitect, het orgaan waar wij als gemeente advies inwinnen over ruimtelijke en architectonische invulling. De rayonarchitect heeft positief geoordeeld over het voorlopige ontwerp. Als gemeente conformeren wij ons hier aan en zien dan ook geen rede om hier van af te wijken. De ontwikkelaar heeft aangegeven ook geen rede te zien om het plan grootschalig te wijzigen. Hierbij wordt overigens opgemerkt dat voorliggen bestemmingsplan alleen voorziet in maatvoering waarbinnen een woongebouw ontworpen kan worden. Omdat het plan binnen de invloedssfeer van een monument ligt wordt de rayonarchitect en bij de aanvraag omgevingsvergunning aan welstand (Commissie Ruimtelijke Kwaliteit) gevraagd om advies.

Op basis van overleg met omwonenden is het ontwerp overigens al aangepast: de bouwhoogte aan de achterzijde is gewijzigd, aan de voorzijde is een architectonische ingreep in het dak gedaan en het bouwvlak is teruggelegd ten opzichte van de monumentale bomen aan de Zwolseweg. 3. In navolging van de Bomeneffectanalyse die als onderdeel van de toelichting van het bestemmingsplan is gekoppeld, is door de ontwikkelaar een Boombeschermingsplan opgesteld. Het boombeschermingsplan moet antwoord

18 / 3

geven op de vraag hoe de werkzaamheden moeten plaatsvinden, zodanig dat de boom verantwoord wordt ingepast, waarbij voorgenomen werkzaamheden nimmer mogen leiden tot beschadigingen of bedreiging van duurzame instandhouding van de te handhaven bomen. Onder duurzame handhaving wordt verstaan: de (oorspronkelijk) beoogde omlooptijd van de boom als ook de kwaliteit, functie of bijzondere boomwaarde, die niet door de voorgenomen werkzaamheden mogen worden bedreigd. De gemeente houdt toezicht op de naleving van het bomenbeschermingsplan. Naast het bomenbeschermingsplan zijn tussen de gemeente en de ontwikkelaar in een anterieure overeenkomst afspraken gemaakt over de instandhouding van de bomen. Daarin is opgenomen dat het genoemde bomenbeschermingsplan zou worden opgesteld en dat eventuele schade aan de bomen wordt verrekend conform de Methode NVTB (Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen. In het geval de ontwikkelaar handelt in strijd met de gemaakte afspraken en daardoor schade ontstaat aan de bomen, is sprake van een direct opeisbare boete. In verband met privacywetgeving wordt de hoogte van de boete niet genoemd. Op deze wijze is voldoende aannemelijk dat de bomen worden beschermd. Conclusie De zienswijze leidt tot een aanpassing van de toelichting van het bestemmingsplan. De architectonische en stedenbouwkundige inpassing is uitgebreider beschreven.

5. Ingekomen zienswijze 5 Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn van de ter inzagelegging binnengekomen en van ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Samenvatting 1. Reclamant is van mening dat ze door de positionering van het voorziene gebouw wordt geconfronteerd met een aanmerkelijke inperking en aantasting van de woonen leefomgeving. Er wordt veel bezonning, privacy en uitzicht ontnomen. Reclamant merkt op dat het voorziene gebouw aanmerkelijk hoger is dan de woning van reclamant. Daarbij wordt opgemerkt dat de woning van reclamant bestaat uit een begane grond, met woonkamer en keuken en een eerste verdieping met slaapkamers. Het appartementengebouw is opgebouwd met hoofdzakelijk gelijkvloerse appartementen. Hierdoor is de leefsituatie van de toekomstige bewoners totaal anders. Daarnaast is er sprake van een terras. Dat zal volgens reclamant leiden tot ernstige geluidoverlast. Ook is vanaf het terras van twee appartementen rechtstreeks zicht in de tuin waardoor de privacy in de tuin wordt verstoord. Op basis hiervan leidt het plan tot een afbreuk van de woon- en leefomstandigheden. 2. Reclamant merkt op dat de monumentale beuk op de hoek Zwolseweg – Christinalaan niet is ingetekend, waardoor geen objectief beeld is gegeven van de afstand van het gebouw tot de beuk. 3. Reclamant maakt zich zorgen om de aanwezige monumentale beuken.

Reclamant vreest dat een van de takken van de beuk verwijderd moet worden om het bouwplan mogelijk te maken. Reclamant weet dat de ontwikkelaar een werkplan heeft gemaakt om te werken bij de monumentale bomen en vraagt om inzicht in dit plan. Ook wordt gevraagd welke sancties er zijn voor de initiatiefnemer als de bomen worden beschadigd. Reclamant merkt op dat op 16 mei 2022 graafwerkzaamheden plaats hebben gevonden in het wortelstelsel van de beuk. De ontwikkelaar heeft daar laconiek over gedaan. Het ontbreekt aan toezeggingen over toezicht en handhaving van werkzaamheden rond deze bomen.

19 / 3

Reactie gemeente 1. Het voorziene bestemmingsplan staat inderdaad een woongebouw toe dat gedeeltelijk hoger kan zijn dan de huidige bebouwing en de woning van reclamant. Er is door reclamant niet aangetoond dat dit leidt tot inperking van bezonning. De inpassing van het voorziene bouwplan is afgestemd op de omgeving. De architect heeft hier een ruimtelijke architectonische afweging gemaakt die is opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. Deze onderbouwing is uitgebreider dan in het ontwerpbestemmingsplan. Aan de achterzijde van het perceel is de maximale bouwhoogte minder dan aan de voorzijde. Hierdoor wordt afstemming gevonden met de omgeving. Ondanks een zorgvuldige inpassing kan niet worden uitgesloten dat reclamant enige aantasting van het gevoel van privacy of het woongenot zal ervaren, maar dit is naar oordeel van de gemeente niet onevenredig. In een bebouwde (woon)omgeving geldt in zijn algemeenheid geen recht op uitzicht en ook stemgeluid is algemeen geaccepteerd. 2. De opgenomen beelden zijn indicatief. Op basis van het bestemmingsplan wordt een aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van het woongebouw aangevraagd. Op dat moment wordt expliciet inzichtelijk wat de afstand van het gebouw tot de beuk is. Daarbij geldt dat de beuk niet in haar voortbestaan mag worden bedreigd.

In de regels van het bestemmingsplan zijn daar regelingen over opgenomen (artikel 3.3.2 en 3.6). 3. Reclamant merkt terecht op dat sprake is van waardevolle beuken. Daarom is een Bomenbeschermingsplan opgesteld door de ontwikkelaar die getoetst is door de gemeente. Het bomenbeschermingsplan maakt echter geen juridisch bindend onderdeel uit van het bestemmingsplan. Desondanks mag reclamant het bomenbeschermingsplan inzien. Ten tijde van het door reclamant aangehaalde graafwerkzaamheden in het wortelstelsel was dat beschermingsplan er nog niet. Het boombeschermingsplan moet antwoord geven op de vraag hoe de werkzaamheden moeten plaatsvinden, zodanig dat de boom verantwoord wordt ingepast, waarbij voorgenomen werkzaamheden nimmer mogen leiden tot beschadigingen of bedreiging van duurzame instandhouding van de te handhaven bomen. Onder duurzame handhaving wordt verstaan: de (oorspronkelijk) beoogde omlooptijd van de boom als ook de kwaliteit, functie of bijzondere boomwaarde, die niet door de voorgenomen werkzaamheden mogen worden bedreigd. De gemeente houdt toezicht op de naleving van het bomenbeschermingsplan. Naast het bomenbeschermingsplan zijn tussen de gemeente en de ontwikkelaar in een vereenkomst afspraken gemaakt over de instandhouding van de bomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=3cd93804-57e7-4c80-80ad-3e7d550b6606