CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

5.12. Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 7 PvE archeologie.pdf

Raad 26 juni 2023, gemeente HeerdeBij agendapunt: B Vaststelling bestemmingsplan Dorpsstraat 29 Heerde, kerkelijk centrum9.873 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

IVO-P AB Heerde, Dorpsstraat 29-31 / 20220707 /MH2.0

25

8. (De)selectie en conservering Selectie materiaal voor uitwerking Het verzamelde materiaal ondergaat een primaire vondstverwerking (wassen, uitsplitsen, tellen en wegen per vondstcategorie per vondstnummer). Voor de (de)selectie en conservering van het materiaal gevonden tijdens het proefsleuvenonderzoek gelden de onderstaande bepalingen waarbij de data wordt vastgelegd in een (de-)selectieadvies dat is opgenomen in het (evaluatierapport en/of) eindrapport. Indien het noodzakelijk is om vondsten te conserveren dan wel te deselecteren wordt altijd een selectierapport opgesteld. Selectie materiaal voor deponering, verwijdering en conservering Deselectie van het uit het veld meegenomen materiaal en/of een voorstel tot conserveren wordt in het selectierapport verantwoord met een deselectie-advies en/of conserveringsadvies. Dit advies wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de eigenaar van de vondsten (de depothouder; zie paragraaf 9.1), zodat deze een gefundeerde beslissing kan nemen. Voor deselectie wordt per vondst - waarvan geadviseerd wordt het te mogen deselecteren - minimaal inzicht gegeven in: vondstnummer; soort context waar het object gevonden is (spoor); datering; conserveringstoestand; aard van het object (determinatie); bijzonderheden (inscripties, bewerkingssporen, etc.) en reden/motivering voor deselectie.

Binnen de Noordwest Europese archeologie komen metaalvondsten van ijzer zeer vaak als ‘ondetermineerbaar' aan het daglicht. Bij sterk verroestte vondsten, waarbij de oorspronkelijke vorm niet te herleiden is, is het noodzakelijk dat deze eerst worden geröntgend en door een materiaalspecialist worden bekeken, voorafgaand aan het op te stellen deselectie-advies (zie ook KNA 4.1, protocol 4001 PvE PS06, Tabel 2). De vondsten en monsters worden overgedragen aan het desbetreffende depot (zie hoofdstuk 9). Uiteindelijk zal de depothouder op basis van het voorstel van de archeologisch uitvoerder bepalen welk materiaal uiteindelijk kan worden gedeselecteerd – binnen redelijke grenzen en indien nodig in overleg met de opdrachtgever en de bevoegde overheid.

IVO-P AB Heerde, Dorpsstraat 29-31 / 20220707 /MH2.0

26

9. Deponering Eisen betreffende depot Het vondstmateriaal en de opgravingsdocumentatie worden binnen twee jaar na afronding van het veldwerk, conform protocol depotbeheer (KNA 4.1, protocol 4010) en eventuele aanvullende eisen (zie bijlage 7), aan het hieronder genoemde depot aangeleverd. Voor de overdracht van de vondsten wordt tijdig een afspraak gemaakt met de depotbeheerder. Adres Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Gelderland Postbus 1474 6501 BL Nijmegen Contactpersoon Dhr. S. Weiß-König Tel: 024-2402263 / 06-46042193 E-mail: pdb@museumhetvalkhof.nl / s.weiss-koenig@museumhetvalkhof.nl Te leveren product Het rapport wordt uitgegeven door de opdrachtnemer. Evaluatierapport: Indien er een evaluatierapport wordt opgesteld (zie hoofdstuk 7), dan wordt deze na het einde van het veldwerk aangeleverd aan de opdrachtgever, ter goedkeuring voorgelegd aan het depot, en getoetst door de bevoegde overheid. Op basis van dit evaluatierapport (conform Protocol 4004 – Opgraven, OS12 Evaluatierapport) worden keuzes gemaakt t.a.v. de rapportage en de uit te werken sporen, vondsten en monsters. Een aanvullende kostenraming kan onderdeel uitmaken van het evaluatierapport. Na goedkeuring van het evaluatierapport wordt aangevangen met het opstellen van het conceptrapport.

Indien er geen sprake is van het opstellen van een evaluatierapport, dan kan direct opgestart worden met het opstellen van het conceptrapport. Concept- en definitief rapport: De conceptrapportage wordt, na goedkeuring van het evaluatierapport (indien van toepassing), ter beoordeling voorgelegd aan de bevoegde overheid. De bevoegde overheid toetst het rapport, waarna een hernieuwde versie wordt vervaardigd. Deze versie wordt door de bevoegde overheid gecontroleerd op verwerking van het commentaar uit de beoordeling. Wanneer het commentaar naar behoren is verwerkt wordt het rapport definitief gemaakt. Indien commentaar niet verwerkt is zonder onderbouwing, wordt het rapport opnieuw aangepast. Het rapport wordt uiterlijk binnen de wettelijke termijnen opgeleverd. Eindproduct: • Bij een proefsleuvenonderzoek is het eindproduct een rapport (cf. KNA 4.1 Protocol 4003 – Inventariserend veldonderzoek, VS05 – Opstellen standaardrapport IVO-P), mogelijk tevens een evaluatierapport (cf. KNA 4.1 Protocol 4004 – Opgraven, specificatie OS12). • Digitale rapporten worden geleverd aan de RCE (via Archis), het depot (zie paragraaf 9.1), het edepot (DANS-EASY), en (de archeologisch adviseur van) de bevoegde overheid. • De digitale documentatie wordt binnen 2 jaar na afronding van het veldwerk overgedragen aan Archis en het e-depot (DANS-EASY).

IVO-P AB Heerde, Dorpsstraat 29-31 / 20220707 /MH2.0

27

•

Bij het eindproduct hoort een bewijs (af te geven door de ontvangende instantie) van overdracht van vondsten en documentatie. Deze wordt tijdig verkregen van het desbetreffende depot (voor het contactadres, zie paragraaf 9.1).

IVO-P AB Heerde, Dorpsstraat 29-31 / 20220707 /MH2.0

28

10. Randvoorwaarden en aanvullende eisen Personele randvoorwaarden Het onderzoek vindt plaats onder leiding van een Senior KNA Archeoloog met ervaring in de archeoregio en de betreffende archeologische periodes. Het veldteam bestaat uit minimaal een KNA Archeoloog MA met ervaring in de archeoregio. Het veldteam wordt gecompleteerd door ten minste een veldmedewerker of veldtechnicus. Overlegmomenten •

• •

De archeologisch aannemer neemt - in geval er sprake is van significante afwijkingen van de bevindingen in het veld ten opzichte van de uitgangspunten in dit PvE - contact op met (de archeologisch adviseur van) de bevoegde overheid en het archeologisch depot (alleen indien die wijzigingen ook invloed hebben op de aard/hoeveelheid etc. van het vondstmateriaal). De bevoegde overheid en de depothouder (/eigenaar van de vondsten) nemen een gemotiveerd besluit over de te nemen vervolgstappen over de te nemen maatregelen. De opdrachtgever houdt de uitvoerder schriftelijk op de hoogte van de beslissing van de bevoegde overheid. Communicatie naar buiten over de archeologische resten vindt alleen plaats na overleg met de opdrachtgever en de bevoegde overheid. Kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie

De kwaliteitsbewaking is in handen van Senior KNA Archeoloog die door de archeologisch aannemer aan het project wordt toegewezen. Deze houdt toezicht op de werkzaamheden zodat deze voldoen aan het PvE. Ook signaleert de Senior KNA archeoloog overlegmomenten en is deze verantwoordelijk voor de evaluatie van het onderzoek. Indien de archeologische situatie in het onderzoeksgebied significant afwijkt van de verwachting in onderhavig PvE wordt dit schriftelijk gemeld aan de bevoegde overheid. Voor de beslismomenten m.b.t. meer- en/of minderwerk kan de archeologisch aannemer verwijzen naar de offerte van desbetreffend project. Voor overleg en evaluatie zie hoofdstukken 8 en 11. Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen Het onderzoek dient verricht te worden door een uitvoerder die in het bezit is van een geldig certificaat ‘BRL SIKB 4000 Archeologie protocol 4003 IVO, proefsleuven’. Dit PvE betreft de eisen die vanwege het archeologisch belang aan het onderzoek worden gesteld. Onverlet wat er in het PvE staat gaat wettelijke regelgeving met betrekking tot bijvoorbeeld arbeid, veiligheid, gezondheid en milieu boven de bepalingen in dit PvE. Deze zaken moeten ruim voorafgaand aan het onderzoek, onderling tussen de archeologische uitvoerder en de opdrachtgever worden geregeld (bijv. in een Plan van Aanpak).

De deelname van amateurarcheologen en vrijwilligers is afhankelijk van toestemming van de grondeigenaar, de civieltechnische en/of bouwkundige en/of milieukundig aannemer en de archeologisch uitvoerder. Het kan dat vanuit veiligheidsoverwegingen de deelname niet mogelijk is of dat van daaruit extra eisen kunnen worden gesteld met betrekking tot deelname.

IVO-P AB Heerde, Dorpsstraat 29-31 / 20220707 /MH2.0

29

11. Wijzigingen ten opzichte van het vastgestelde PvE Wijzigingen tijdens het veldwerk Mocht er sprake zijn van belangrijke wijzigingen ten opzichte van dit PvE, of omstandigheden zijn waardoor er een andere strategie of werkwijze noodzakelijk of wenselijk is, dan dient de archeologisch aannemer dit terstond te melden bij de opdrachtgever en de bevoegde overheid. De bevoegde overheid zal dan een besluit nemen over de te volgen vervolgstappen. De archeologisch aannemer is verantwoordelijk om de opdrachtgever schriftelijk op de hoogte te stellen van de genomen beslissing van de bevoegde overheid. Belangrijke wijzigingen Onderstaande belangrijke wijzigingen worden te allen tijde aantoonbaar voorgelegd aan alle betrokken partijen: • (Kwalitatieve) Afwijkingen van de archeologische verwachting (of het complextype); • Wijzigingen van de gehanteerde onderzoeksmethode; • Wijzigingen fysieke en/of technische omstandigheden; • Vastleggen overleg- en evaluatiemomenten; • Onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld m.b.t. omvang vindplaats, complextype, aantallen vlakken et cetera). • Significante (kwantitatieve) afwijkingen van verwachte vondsten en monsters (hoeveelheid, soorten materialen, soorten voorwerpen, type conservering). • Wijzigingen die (de)selectie en/of conservering van vondsten en monsters beïnvloeden. Mogelijke overige wijzigingen: • N.v.t.

Procedure van wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk Zie hoofdstuk 8.1 en hoofdstuk 11.4 van dit PvE. Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering Beslissingen over belangrijke selecties, wijzigingen van en aanvullingen op dit PvE zullen worden genomen door de bevoegde overheid en de depothouder (/eigenaar van de vondsten). Dit zal gebeuren op aanbeveling van de projectleider en na kennisname van het standpunt van de opdrachtgever.

IVO-P AB Heerde, Dorpsstraat 29-31 / 20220707 /MH2.0

30

Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden • • • • •

Archeologisch Informatie Systeem (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015. Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. www.pdok.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl

Literatuur • • • • • • •

• • •

SIKB, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1). Bakker, H., de en J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Wageningen: Universiteit Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2005. De vorming van het land. Assen: Van Gorcum (Fysische Geografie van Nederland). Borsboom, A.J./J.W.H.P., Verhagen 2009: KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P), versie 1.02, Gouda (CCvD). Boshoven, E.H., E. Goossens, S.W. Jager en L.J. Keunen, 2010. Archeologische monumentenzorg in de gemeente Heerde. Weesp: RAAP-rapport 2146. Carmiggelt, A./P.J.W.M. Schulten, 2002: Veldhandleiding Archeologie, Archeologie Leidraad 1, Zoetermeer (College voor de Archeologische Kwaliteit). Jansen of Lorkeers, L.M.C., & J.G.E. Melman, 2021. Een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Heerde, Dorpsstraat 29-31, gemeente Heerde (GD), Nieuwegein (Transect-rapport 3586). Kooistra, L.I./O., Brinkkemper, 2016: KNA Leidraad Archeobotanie, versie definitief 1.01, Gouda (CCvD). Lauwerier, R.C.G.M., 2011: KNA Leidraad Archeozoölogie, versie definitief 1.01, Gouda (CCvD). Pape-Luijten, H.G., 2021. Selectiebesluit Dorpsstraat 29, Heerde. Bureau- en verkennende boorodnerzoek – Transect. Apeldoorn.

IVO-P AB Heerde, Dorpsstraat 29-31 / 20220707 /MH2.0

31

Bijlage 1.

Luchtfoto

32

Bijlage 2.

Toekomstige situatie

33

Bijlage 3.

Gemeentelijke beleidskaart

34

35

Bijlage 4.

Puttenplan

36

37

Bijlage 5.

Lijst met te verwachten aantallen2

Onderzoek

Verwachting

IVO-P Heerde, Dorpsstraat 29-31

Laat-Paleolithicum – Nieuwe Tijd

Omvang

Verwachte aantal m²

Plangebied: ca. 470 m2

Ca. 48 m2 aan proefsleuven

Vondstcategorie

Verwachte aantallen (N)

Aardewerk

-

Bouwmateriaal

-

Metaal (ferro)

-

Metaal (non-ferro)

-

Slakmateriaal

-

Vuursteen

-

Overig natuursteen

-

Glas

-

Menselijk botmateriaal onverbrand

-

Menselijk botmateriaal verbrand

-

Dierlijk botmateriaal onverbrand

-

Dierlijk botmateriaal verbrand

-

Visresten (handverzameld)

-

Schelpen

-

Hout

-

Houtskool(monsters)

-

Textiel

-

Leer

-

Submoderne materialen

-

Monstername Algemeen biologisch monster (ABM)

-

Algemeen zeefmonster (AZM)

-

Pollen, diatomeeën en andere microfossielen

-

Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek

-

Monsters voor micromorfologisch onderzoek

-

Monsters voor luminescentiedatering (OSL)

-

Monsters voor koolstofdatering (C14)

-

DNA

-

Dendrochronologisch monster

-

2

Aantallen zijn niet ingevuld aangezien het onderzoek in eerste instantie een proefsleuvenonderzoek betreft. Bij een proefsleuvenonderzoek hoeven nog geen aantallen op te worden gegeven, aangezien nog onduidelijk is hoeveel vondsten/monsters verwacht kunnen worden.

38

Bijlage 6.

Te raadplegen specialisten/specialismen

Vondstcategorie

In PvE voorschrijven “Raadplegen bij PvA”

PvE voorschrijven “Raadplegen bij veldwerk”3

PvE voorschrijven “Raadplegen bij uitwerking”4

Nee

Nee

Bouwmateriaal

Nee Nee

Nee

Nee

Metaal (ferro)

Nee

Nee

Nee

Metaal (non-ferro)

Nee

Nee

Nee

Slakmateriaal

Nee

Nee

Nee

Vuursteen

Nee

Nee

Nee

Overig natuursteen

Nee

Nee

Nee

Glas

Nee

Nee

Nee

Menselijk botmateriaal onverbrand

Nee

Ja

Ja

Menselijk botmateriaal verbrand

Nee

Ja

Ja

Dierlijk botmateriaal onverbrand

Nee

Nee

Nee

Dierlijk botmateriaal verbrand

Nee

Nee

Nee

Visresten

Nee

Nee

Nee

Schelpen

Nee

Nee

Nee

Hout

Nee

Nee

Nee

Houtskool(monsters)

Nee

Nee

Nee

Textiel

Nee

Nee (en bloc lichten)

Nee

Leer

Nee

Nee

Nee

Submoderne materialen Monstername

Nee

Nee

Nee

Algemeen biologisch monster (ABM)

Nee

Nee

Nee

Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C)

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

DNA

Nee

Nee

Ja

Dendrochronologisch monster

Nee

Nee

Nee

Aardewerk

3

Afhankelijk van het veldresultaat kan de inzet van specialisten noodzakelijk zijn.

4

Afhankelijk van het veldresultaat kan de inzet van specialisten noodzakelijk zijn.

39

Bijlage 7.

Deponeren, richtlijnen

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=9fe0c7e9-6ba7-4ca4-b98c-da6efba50b9a