CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

4.4. Jaarstukken 2022 definitief.pdf

Raad 26 juni 2023, gemeente HeerdeBij agendapunt: B Jaarstukken 202228.275 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

-361.292

-618.923

257.631

Kunst cultuur en media

-44.100

-53.200

-14.100

-67.300

-15.168

-52.132

Sport

-176.255

-95.042

0

-95.042

-83.402

-11.640

STIP

-79.139

-4.060

-70.000

-74.060

-75.157

1.097

Jeugd

-90.299

0

0

0

-154

154

0

-88.364

-65.329

-153.693

-117.592

-36.101

Inkomen

-3.154.803

-2.748.734

1.212

-2.747.522

-2.870.427

122.905

WMO

-1.177.974

-596.760

-293.000

-889.760

-946.409

56.649

Totaal Baten

-5.749.039

-3.919.764

-468.905

-4.388.669

-4.727.231

338.562

Resultaat

18.784.325

18.390.369

1.429.124

19.819.493

19.128.740

690.753

Baten

Participatie & werk

Toelichting op lasten en baten sociaal maatschappelijk Lasten De werkelijke uitgaven bij het programma Sociaal maatschappelijk zijn €352.000,lager dan de raming. Hieronder zijn de belangrijkste verschillen toegelicht. Ventilatiesysteem OBS De Horsthoek

-/- €150.000

37

Wegwerken onderwijsachterstanden

-/- €124.000

Lagere onderhoudskosten gebouwen

€75.000

Subsidies sportverenigingen (dekking reserve Corona)

-/- €28.000

Lagere uitvoeringskosten STIP

€93.000

Lagere kosten Jeugd

€81.000

Lagere kosten Lucrato / minder inburgeringsvoorzieningen

€187.000

Lagere kosten basismobiliteit

€193.000

Overige kleine afwijkingen (niet toegelicht)

€25.000

Totaal

€352.000

Onderwijs Een overschrijding van ruim €150.000,- wordt veroorzaakt door grote aanpassingen aan het ventilatiesysteem van OBS De Horsthoek. Hiervoor is subsidie ontvangen (zie ook de baten). Er is €75.000,- minder uitgegeven aan periodiek onderhoud van de locaties die ondergebracht gaan worden in de MFA Wapenveld. De meerkosten van €124.000,- op lokaal onderwijsbeleid voor het wegwerken van onderwijsachterstanden door Corona zijn alleen administratief en wordt aan de batenzijde aangevuld met SPUK-gelden. Sport De extra lasten van €28.000,- komen door subsidies aan sportverenigingen als gevolg van de Coronamaatregelen. Deze kosten zijn gedekt door een onttrekking uit de reserve Corona. STIP Bij dit subproduct is in totaliteit €93.000,- minder uitgegeven De loonkosten zijn ruim €100.000,- hoger uitgevallen vooral door een onvoorziene Btw-correctie met terugwerkende kracht over 2021 en 2022 over detacheringsfacturen van Verian. De €50.000,- resterende inrichtingskosten van STIP worden overgeheveld naar de reservering inrichtingskosten MFA Wapenveld. Het transformatiebudget van €70.000,- is grotendeels niet aangesproken. Er is wel aan transformatiedoelen gewerkt, maar de kosten daarvan zijn op andere kostenplaatsen betaald. Ook het innovatiebudget van €26.000,- hebben we slechts beperkt hoeven inzetten in het kader van de doorbraakmethode.

De kosten voor accountmanagement, uitgevoerd door het

regioteam MIJ/OV, zijn €26.000,- lager uitgevallen en de verwachte kosten voor locatie Wapenveld vielen €19.000,- lager uit, 38

vergelijkbaar met voorgaand jaar Het restant van €44.000,- is toe te wijzen aan het feit dat enkele vacatures later dan gepland konden worden ingevuld, door de overspannen arbeidsmarkt. Daardoor zijn er ook minder kosten voor activiteiten geweest dan de bedoeling was. Jeugd De lasten bij het onderdeel jeugdhulp PGB zijn €34.000,- lager uitgevallen door minder rechthebbenden. Aan kinderopvang is €25.000,- minder uitgegeven dan begroot, vergelijkbaar met 2021. Dit komt doordat inspecties niet konden worden uitgevoerd i.v.m. de Coronapandemie. Project Move-it heeft €14.000,- minder gekost. De bezochte sportverenigingen vragen nauwelijks een vergoeding, omdat zij graag een bijdrage leveren aan dit project. Participatie & Werk In de begroting was er rekening gehouden met een bijdrage in het exploitatietekort bij Lucrato van €78.000,-. Aangezien Lucrato een beter jaarresultaat heeft behaald dan was voorzien, is deze bijdrage maar voor een heel klein deel ingezet. Aan de inburgeringsvoorziening is €71.000,- minder uitgegeven, vanwege minder inburgeringskandidaten. De overige verschillen van €15.000,- (0,5%) zijn kleine afwijkingen in de personele lasten en worden niet toegelicht. WMO Wij volgen met onze begroting de begroting van Plus-OV. De bijdrage aan Plus OV is €193.000,- lager uitgevallen.

Dit komt door meer efficiënte bedrijfsvoering bij Plus-OV en lagere cliëntaantallen, vooral bij vraagafhankelijk vervoer. De terugkeer van cliënten na de Coronapandemie gaat minder snel dan gedacht. Daarnaast is er €6.000,- minder uitgegeven vervoer gymnastiekonderwijs door minder ritten in verband met Corona en een gunstige aanbesteding tot juli 2023. Er was voor twee onderzoeken GGZ begroot en er is er maar één uitgevoerd. Daardoor is er €14.000,- op de rekening blijven staan. De kosten voor immaterieel maatwerk zijn €79.000,- hoger uitgevallen, met name door een sterke groei van het aantal cliënten met Individuele begeleiding Basis. Met de invoer van STIP zijn mensen eerst door onze eigen medewerkers geholpen, maar bij langdurige ondersteuning en door de hoge werkdruk bij STIP zijn er in de tweede helft van het jaar meer mensen doorgestroomd naar de tweede lijn. Daarnaast is het aantal Dagbesteding Complex, een duur product, toegenomen. Door de inzet van de ergotherapeut en het invoeren van een rijvaardigheidstoets bij de aanvraag zijn er minder scootmobielen toegekend en is er een andere oplossing gevonden. Daarnaast is er een wachtlijst ontstaan en wordt een deel van de kosten doorgeschoven naar 2023. Hierdoor is in 2022 overall een besparing van €21.000,- op maatwerk Vervoer gerealiseerd.

Voor maatwerk Wonen zitten er nog 3 projecten in de pijplijn ter waarde van €77.000,-. Deze zijn wel toegekend, maar nog niet betaald. Dit bedrag moet nog overgeheveld worden naar 2023. Het restant van €23.000,- is door het lage aantal aanpassingen per jaar en de hoge prijs per aanpassing statistisch niet nauwkeuriger te begroten. Baten De werkelijke inkomsten bij het programma Sociaal maatschappelijk zijn €339.000,hoger dan de raming. Hieronder zijn de belangrijkste verschillen toegelicht. Subsidie ventilatiesysteem OBS De Horsthoek

€150.000

39

Ontvangen SPUK-gelden

€124.000

Niet ontvangen inkomsten Peuterspeelzaalwerk en Kwalificatieplicht

-/- €21.000

Lagere onttrekking reserve Corona t.b.v. Kunst, cultuur en media

-/- €51.000

Lagere SPUK-bijdragen sport

-/- €10.000

Lagere inkomsten inburgeringsvoorzieningen

-/- €36.000

Hogere ontvangsten Inkomen

€123.000

Hogere ontvangst MOBW gemeente Apeldoorn

€51.000

Overige kleine afwijkingen (niet toegelicht)

€9.000

Totaal

€339.000

Onderwijs Voor het ventilatiesysteem van OBS De Horsthoek is €150.000,- subsidie ontvangen. Tevens is er €124.000,- aan SPUK gelden ontvangen voor het wegwerken van onderwijsachterstanden (zie voor beide posten ook de toelichting bij de lasten). Daartegenover zijn de geraamde inkomsten voor peuterspeelzaalwerk en kwalificatieplicht, totaal €21.000,-, niet ontvangen. Kunst, cultuur en media Voor Kunst, cultuur en media is €51.000,- minder aan Coronagelden onttrokken aan de hiervoor opgebouwde reserve. Sport Door gewijzigde verantwoording van ontvangen SPUK-bedragen was er voor 2023 €10.000,- minder te besteden dan begroot. Participatie & Werk Doordat er in 2022 minder aan inburgeringsvoorzieningen is uitgegeven is hiervoor ook in totaliteit €36.000,- minder aan rijksinkomsten ontvangen. Inkomen Op het gebied van levensonderhoud is er €84.000,- meer ontvangen, voor Bijstandsverlening Zelfstandigen €31.000,- en voor minimabeleid €8.000,-. Een deel daarvan zijn terugbetalingen van eerder ontvangen bijstand en een deel zijn extra rijksbijdragen.

40

WMO Van de gemeente Apeldoorn is opnieuw een bijdrage ontvangen voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen (MOBW). Deze bijdrage was €51.000,- dan voorzien.

BBV-indicatoren programma sociaal maatschappelijk Programma Indicator

eenheid

periode Heerde Nederland

3

Niet-sporters

%

2020

51,3

49,3

3

Absoluut verzuim

per 1.000 leerlingen

2021

3,9

2,7

3

Relatief verzuim

per 1.000 leerlingen

2021

12

20

3

Voortijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsv-ers)

%

2021

2,1

1,9

3

Jongeren met een delict voor de rechter

%

2020

0

1

3

Achterstand onder jeugd - Kinderen in uitkeringsgezin

%

2021

4

6

3

Achterstand onder jeugd - Werkloze jongeren

%

2021

1

2

3

Netto arbeidsparticipatie

%

2022

73,8

72,2

3

Personen met een bijstandsuitkering

per 10.000 inwoners

2021

162,4

431,2

3

Lopende re-integratievoorzieningen

per 10.000 inwoners van 15-64 jaar

2020

169,1

202

3

Jongeren met jeugdhulp

% van alle jongeren tot 18 jaar

2022

12,8

10,7

3

Jongeren met jeugdbescherming

%

2022

1,2

1,1

3

Jongeren met jeugdreclassering

%

2022

0,4

0,3

3

Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo per 10.000 inwoners

2022

280

640

41

4. Bedrijfsvoering Toelichting op programma Bedrijfsvoering De gemeente is een betrouwbare rentmeester van de publieke middelen. Uitgangspunt is dat de exploitatie op orde is om jaarlijks te kunnen voldoen aan de voorwaarde van een sluitende begroting. Naast financiën is onder dit programma het streekarchivariaat, het uitvoeringsprogramma van het college en de stelposten voor de crisissen opgenomen.

Collegeprogramma Bedrijfsvoering Doelstellingen We hebben ons huishoudboekje op orde. Maatregelen Consolideren huidige financiële situatie. Wanneer zijn wij tevreden De uitkomst van de beoordeling door de provincie op de 'Risicobeoordeling van de financiële positie van onze gemeente' is gehandhaafd of zo mogelijk verbeterd. Jaarlijks rapporteert de provincie hierover in aansluiting op de beoordeling van de begroting en meerjarenraming. Stand van zaken Voor het jaar 2022 en de jaren erna (2023-2025) is de verwachting dat er met een positief jaarrekeningresultaat kan worden afgesloten. Voor 2026 en verder is hiervoor nog geen zekerheid; dit is afhankelijk hoe de (hoogte van) de algemene uitkering zich gaat ontwikkelen. Tijd (indicator)

Verzetten tegen onmogelijke opgaven vanuit het Rijk (jeugdzorg, energietransitie, huishoudelijke hulp). Wanneer zijn wij tevreden Als de middelen vanuit het Rijk in overeenstemming zijn met de opgaven waar we voor staan. Stand van zaken Op dit moment heeft het Rijk geen onmogelijke opgaven bij de gemeenten in het algemeen en bij de gemeente Heerde in het bijzonder neergelegd. Zoals al eerder vermeld moet er nog wel overeenstemming worden bereikt over de hoogte van de algemene uitkering vanaf het jaar 2026. Tijd (indicator)

42

Doelstellingen We gaan verantwoordelijk om met gemeenschapsgeld. Maatregelen Maken van duidelijke begrotingen die goed laten zien waar we geld aan uitgeven. Wanneer zijn wij tevreden De P&C-producten die worden opgemaakt sluiten aan bij de sturende en controlerende rol van de raad. De omvang van de begroting hierbij is ingeperkt tot maximaal 100 pagina's. Stand van zaken Met de herziening van het P&C-proces is besloten om de begroting en jaarstukken te presenteren op programmaniveau in plaats van op productniveau;. Daarnaast worden alleen de doelstellingen vanuit het collegeprogramma die op het betreffende jaar betrekking hebben opgenomen. Deze aanpassingen zorgen voor compactere, beter leesbare documenten waarbij wordt gestreefd naar max. 100 pagina's per document Tijd (indicator)

Maken van overzichtelijke jaarstukken. Wanneer zijn wij tevreden De P&C-producten die worden opgemaakt sluiten aan bij de sturende en controlerende rol van de raad. De omvang van de jaarstukken hierbij is ingeperkt tot maximaal 100 pagina's. Stand van zaken Met de herziening van het P&C-proces is besloten om de begroting en jaarstukken te presenteren op programmaniveau in plaats van op productniveau;. Daarnaast worden alleen de doelstellingen vanuit het collegeprogramma die op het betreffende jaar betrekking hebben opgenomen. Deze aanpassingen zorgen voor compactere, beter leesbare documenten waarbij wordt gestreefd naar max. 100 pagina's per document Tijd (indicator)

We plannen uitgaven voor meerdere jaren alleen als we zeker weten dat we ook meerdere jaren lang geld krijgen. Wanneer zijn wij tevreden Projecten zijn alleen in uitvoering genomen als de structurele dekking geborgd is. Stand van zaken Het is bijzonder lastig om een inschatting te maken van het verloop van de algemene uitkering; de hoogte hiervan is erg grillig gebleken en ook voor de toekomst is het 43

allerminst zeker dat hierin meer stabiliteit gaat ontstaan. Hierop kan echter niet worden gewacht; scholen moeten vernieuwd of gerenoveerd en de realisatie van een MFA in de kern van Wapenveld is in volle gang. Dit zijn echter allemaal projecten die de gemeentebegroting voor vele jaren belasten terwijl er geen duidelijkheid is of hiertegenover voldoende inkomsten kunnen worden gezet. Zowel het bestuur als de ambtenaren binnen de gemeente zijn zich terdege bewust van dit dilemma. In 2021 is de lijn ingezet om positieve rekeningresultaten om te zetten in investeringsreserves van waaruit bovengenoemde investeringen kunnen worden gedekt; hierdoor wordt de exploitatie ontlast en kunnen eventuele financiële tegenvallers in de toekomst beter worden opgevangen. Tijd (indicator)

Doelstellingen De gemeenteraad kan de wensen, noden en belangen zorgvuldig afwegen. Maatregelen Ingeval van kiezen hebben zorg en veiligheid prioriteit. Wanneer zijn wij tevreden Zodra aan de orde, is in samenspraak met raad bepaald hoe bezuinigingen worden ingevuld. Stand van zaken Voor de komende jaren, t/m 2025, is de verwachting dat er geen bezuinigingen hoeven te worden doorgevoerd. Vanaf 2026 is nog veel onduidelijk over de hoogte van het gemeentefonds. De ontwikkelingen hieromtrent worden nauwlettend gevolgd. Tijd (indicator)

Niet bezuinigen op bestaande voorzieningen. Wanneer zijn wij tevreden Zodra aan de orde, is in samenspraak met raad bepaald hoe bezuinigingen worden ingevuld. Stand van zaken Vooralsnog is het niet nodig geweest om bezuinigingen op bestaande voorzieningen door te voeren. Het jaar 2022 is met een positief resultaat afgesloten en ook de komende jaren is er sprake van een sluitende begroting. Met ingang van 2026 is er nog onzekerheid over de hoogte van het gemeentefonds. Tijd (indicator)

44

Doelstellingen We houden de gemeentelijke belastingendruk stabiel. Maatregelen Toepassen jaarlijkse inflatiecorrectie. Wanneer zijn wij tevreden Waar mogelijk is de jaarlijkse inflatiecorrectie toegepast. In geval van tekorten is onderzocht of de gemeentelijke belastingen verhoogd kunnen worden. Stand van zaken Zoals gebruikelijk worden zowel de lasten als de baten jaarlijks geïndexeerd conform de percentages die zijn opgenomen in de meicirculaire van het voorgaand jaar (t-1). Voor de salarissen wordt de indexering 'loonvoet sector overheid' aangehouden; voor de overige uitgaven / inkomsten geldt de indexeringsmaatstaf 'overheidsconsumptie / netto materiële consumptie. Tijd (indicator)

Zorgen voor kostendekkende leges. Wanneer zijn wij tevreden Alle diensten zijn kostendekkend gemaakt (tenzij de raad zelf daarop uitzondering wil maken) Stand van zaken De diensten die genoemd zijn in de legesverordening worden verondersteld kostendekkend te zijn. Dat geldt ook voor de tarieven begraven, afvalstoffenheffing en rioolheffing (maar wel met behulp van de bijbehorende reserve en voorziening). De diensten op het gebied van sport (tarieven gymzalen en buitensport) en de diensten van de markt zijn niet kostendekkend. Maar dat zou ook ongewenste effecten geven. Tijd (indicator)

Wat gaat het kosten? Exploitatie

Realisatie 2021

Primaire begroting 2022

Begr.wijzing

Begroting 2022 (P+W)

Realisatie 2022

Verschil (B-W)

Lasten Financien Streekarchivariaat Totaal Lasten

3.345.528

348.191

459.844

808.035

0

56.295

89.254

-2.000

87.254

71.740

808.035 15.514

3.401.823

437.445

457.844

895.289

71.740

823.549

Baten

45

Exploitatie

Realisatie 2021

Primaire begroting 2022

Begr.wijzing

Begroting 2022 (P+W)

Realisatie 2022

Verschil (B-W)

Financien

-398.000

-65.948

-400.000

-465.948

-515.948

Totaal Baten

-398.000

-65.948

-400.000

-465.948

-515.948

50.000

Resultaat

3.003.823

371.497

57.844

429.341

-444.208

873.549

50.000

Toelichting op de lasten en baten bedrijfsvoering Lasten De werkelijke uitgaven bij het programma Bedrijfsvoering zijn €824.000,- lager dan de raming. Hieronder zijn de belangrijkste afwijkingen toegelicht. Voorlopig rekeningsaldo 2022

€808.000

Streekarchivariaat

€16.000

Totaal

€824.000

Financiën Bij de Najaarsnota 2022 bedroeg het verwachte rekeningsaldo (saldo voor bestemming) €808.000,- positief. Dit bedrag is op deze post verantwoord. Streekarchivariaat De werkelijke uitgaven zijn €16.000,- lager dan begroot door vertraging in de besluitvorming rond de voorgenomen samenwerking van ons streekarchief met het Streekarchief Noord West Veluwe. Deze voorziene uitgaven zullen ten laste komen van boekjaar 2023. Baten Bij dit programma is er €50.000,- meer onttrokken uit de voorziening wachtgeld; verder geen bijzonderheden.

46

Overzicht overhead Toelichting op product Overhead Bij het onderdeel Overhead zijn alle kosten opgenomen van de medewerkers die het primaire proces aansturen en ondersteunen zoals management, financiën, P&O, ICT, facilitair etc. Ook de kosten van het raadhuis, gemeentekantoor en de gemeentewerf horen hierbij. Voorheen werden deze kosten toegerekend aan de bovenliggende programma's en werd de overhead niet separaat inzichtelijk gemaakt.

Wat mag het kosten? Exploitatie

Realisatie 2021

Primaire begroting 2022

Begr.wijzing

Begroting 2022 (P+W)

Realisatie 2022

Verschil (B-W)

Lasten Huisvesting

472.286

524.463

75.000

599.463

497.061

102.402

Facilitair

223.455

309.195

-17.500

291.695

215.650

76.045

16.985.252

16.479.450

156.944

16.636.394

5.421.693

11.214.701

Personeel en Organisatie ICT

4.105.260

1.782.200

3.820.776

5.602.976

6.002.700

-399.724

Financiën

36.213

12.650

88.200

100.850

18.063

82.787

Elektronische dienstverlening

85.656

102.156

-5.000

97.156

83.608

13.548

Overheadtoerekening Totaal Lasten

273.167

337.963

0

337.963

337.963

0

22.181.290

19.548.077

4.118.420

23.666.497

12.576.739

11.089.758

Baten Huisvesting

-31.061

-20.000

0

-20.000

-20.528

528

Personeel en Organisatie

-12.042.809

-11.515.588

0

-11.515.588

-556.341

-10.959.247

-2.457.649

-64.000

-2.720.776

-2.784.776

-3.001.949

217.173 139.907

ICT Financiën Overheadtoerekening Totaal Baten Resultaat

-214

0

0

0

-139.907

-311.344

-337.964

0

-337.964

-337.963

-1

-14.843.077

-11.937.552

-2.720.776

-14.658.328

-4.056.687

-10.601.641

7.338.213

7.610.525

1.397.644

9.008.169

8.520.052

488.117

Toelichting op de lasten en baten Overhead

47

Uit bovenstaande tabel blijkt dat er €488.000,- minder aan overheadkosten is uitgegeven dan geraamd. De belangrijkste afwijkingen zijn hieronder toegelicht. Raadhuis Als gevolg van de kortgeleden afgeronde renovatie is er minder geld uitgegeven aan energie- en onderhoudskosten; een totale besparing van €31.000,-. Daarbij zijn de doorbelaste rentekosten €15.000,- lager. Gemeentewerf Bij de gemeentewerf is een vergoeding van de verzekeringsmaatschappij van €24.000,ontvangen voor de geleden schade als gevolg van de inbraak. Daarnaast is er €29.000,minder uitgegeven aan rentelasten, belastingen, onderhoud- en energiekosten. Facilitaire zaken Bij facilitaire zaken is bij de Najaarsnota 2022 al behoorlijk afgeraamd. Desondanks is er, door de steeds verdergaande digitalisering, €43.000,- overgehouden op abonnementen, porto-, kopieer-, en papierkosten. Dit geldt ook voor de telefoonkosten; op dit budget is €9.000,- bespaard doordat er vaste (overbodige) contracten zijn opgezegd. Tenslotte zijn de kosten voor verzekeringen €24.000,- lager. ICT De hogere uitgaven van €183.000,- voor de automatisering (BVO) en informatisering (O&I) zijn het gevolg van hogere kapitaallasten (€50.000,-), meer personeelskosten (€ 55.000,-) en hogere kosten voor softwarelicenties (€74.000,-).

De kapitaallasten zijn gestegen als gevolg van het toegenomen personeelsbestand en het thuiswerken; hierdoor is er meer apparatuur aangekocht. De personeelskosten zijn hoger doordat er (duurdere) inhuur is geweest ter vervanging van ziekte en vertrek van de manager bij de Bedrijfsvoeringsorganisatie H2O. De gestegen licentiekosten voor software zijn eveneens het gevolg van een hoger aantal personeelsleden, gestegen prijzen en kosten voor de overgang naar Teams en Office365. Overige algemene kosten Dit voordeel kan voor €82.000,- worden verklaard doordat er nagenoeg nog geen kosten van de accountant zijn verantwoord. De commissie BBV heeft in 2022 bepaalt dat de kosten van de accountant moeten worden verantwoord op het moment van de prestatielevering (voornamelijk 2023). Voorheen was dit het jaar waarop de controle betrekking had (2022). Dit betekent dat de accountantskosten over het jaar 2022 nu pas tot uiting komen in 2023; een eenmalig voordeel in deze jaarrekening. Het resterende voordeel van €15.000,- is het gevolg van lagere kosten voor E-herkenning en de gemeentelijke website. Salariskosten overheadpersoneel / overige personeelskosten / Overheadtoerekening / salariskosten direct personeel excl. bestuur De overschrijding op de post salarissen is in totaliteit €95.000,-. In dit bedrag is de taakstelling op Bedrijfsvoering al verwerkt.

De overschrijding is het gevolg van krapte op de arbeidsmarkt; hierdoor konden vacatures moeilijker worden ingevuld en is er daarom noodzakelijkerwijs vaker gebruik gemaakt van (duurdere) externe inhuur.

48

49

Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen zijn vrij besteedbare inkomsten zonder vooraf bepaald bestedingsdoel. Conform de nieuwe richtlijnen worden deze budgetten nu onder een separaat hoofdstuk opgenomen (voorheen programma 2 Financiën, Economie en grote projecten). De inkomsten die tot dit onderdeel behoren zijn de Algemene Uitkering en overige uitkeringen uit het gemeentefonds, OZB, Precariobelasting, Toeristenbelasting, bespaarde rente over het Eigen Vermogen en ontvangen rentes en dividenden. De uitgaven die bij dit onderdeel zijn opgenomen hebben betrekking op de inning en verwerking van bovengenoemde inkomsten.

Wat mag het kosten? Exploitatie

Realisatie 2021

Primaire begroting 2022

Begr.wijzing

Begroting 2022 Realisatie 2022 Verschil (B-W) (P+W)

Algemene dekkingsmiddelen

863.872

702.496

-22.500

679.996

752.038

-72.042

Totaal Lasten

863.872

702.496

-22.500

679.996

752.038

-72.042

Algemene dekkingsmiddelen

-36.735.269

-34.867.179

-5.496.641

-40.363.820

-41.739.806

1.375.986

Totaal Baten

-36.735.269

-34.867.179

-5.496.641

-40.363.820

-41.739.806

1.375.986

Resultaat

-35.871.397

-34.164.683

-5.519.141

-39.683.824

-40.987.768

1.303.944

Lasten

Baten

Toelichting op de lasten en baten Algemene dekkingsmiddelen Lasten De werkelijke uitgaven bij het onderdeel Algemene dekkingsmiddelen zijn €72.000,hoger dan de raming. Hieronder zijn de belangrijkste afwijkingen toegelicht. Afhandeling WOZbezwaren

-/- €43.000

Voorziening dubieuze debiteuren

-/- €32.000

Overige kleine afwijkingen (niet toegelicht) Totaal

€3.000

-/-€72.000

Algemene dekkingsmiddelen Vanwege o.a. externe inhuur voor het geven van advies voor afhandeling WOZ-bezwaren is er een overschrijding geweest van €43.000,-. Daarnaast is er €32.000,- toegevoegd aan de voorziening dubieuze debiteuren. Voor deze laatste post wordt geen raming opgenomen.

50

Baten De werkelijke inkomsten bij het onderdeel Algemene dekkingsmiddelen zijn €1.376.000,- hoger dan de raming. De afwijkingen zijn hieronder toegelicht. Algemene uitkering Doorbelaste rentekosten

€1.789.000 -/- €442.000

OZBinkomsten/toeristenbelasting

€34.000

Overige kleine afwijkingen (niet toegelicht)

-/- €5.000

Totaal

€1.376.000

Algemene dekkingsmiddelen Er is bijna €1,8 miljoen meer aan algemene uitkering ontvangen dan geraamd. Voor het grootste deel wordt dit veroorzaakt door de Septembercirculaire 2022. Er zijn extra middelen binnengekomen voor energietoeslag, invoeringskosten Omgevingswet en nog diverse taakmutaties. Zoals verwoord in de Ari over de septembercirculaire zijn deze middelen te laat binnengekomen om nog te verwerken in de begroting. Daarnaast zijn er nog positieve afrekeningen geweest van voorgaande jaren. Rentekosten De kapitaallasten worden voor de totale afschrijvingsduur van de activa geraamd met vaste rentepercentages. Deze ramingen zijn op dit moment, door de lage rentestand, fors hoger dan de werkelijke rentekosten. Het totale verschil tussen de geraamde rente en de werkelijke rente bedraagt €442.000,- (renteresultaat), en wordt op dit programma verantwoord. Aangezien alleen de werkelijke rentekosten naar de producten mogen worden doorberekend; wordt hier ook het voordeel ingeboekt (zie ook programma Ruimte; toelichting gemeentelijke accommodaties) en valt het renteresultaat bij dit programma weg. OZB-inkomsten/toeristenbelasting De OZB-inkomsten waren in werkelijkheid €41.000,- hoger dan de raming; een totale afwijking van 0,8%. Aan toeristenbelasting is €7.000,- minder ontvangen.

51

Onvoorzien Wat mag het kosten? De post Onvoorzien wordt door het college ingezet voor onuitstelbare, onvermijdbare en onvoorzienbare kosten tot maximaal €10.000,- per gebeurtenis. De raad wordt bij de voorjaarsnota, najaarsnota en jaarstukken geïnformeerd over de uitputting van dit budget. Exploitatie

Realisatie 2021

Primaire begroting 2022

Onvoorzien

0

50.000

Totaal Lasten

0

50.000

Resultaat

0

50.000

Begr.wijzing

Begroting 2022 (P+W)

Realisatie 2022

Verschil (B-W)

-40.000

10.000

0

10.000

-40.000

10.000

0

10.000

-40.000

10.000

0

10.000

Lasten

Toelichting op de baten en lasten Lasten Onvoorzien In 2022 is er één onttrekking geweest ten laste van de post Onvoorzien. Bij de Najaarsnota 2022 is besloten om €6.500,- in te zetten voor de woningaanpassing van statushouders. In ditzelfde document is eveneens besloten om €33.500,- van deze post af te ramen. Beginstand

€50.000

Woningaanpassing statushouders (Najaarsnota 2022)

-/- €6.500

Aframing budget (Najaarsnota 2022)

-/- €33.500

Eindstand

€10.000

52

Paragrafen

53

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Inleiding Het weerstandsvermogen is nodig om risico’s in de exploitatie op te vangen; zonder weerstandsvermogen levert iedere tegenvaller een probleem op bij een sluitende begroting. Hoe hoger de risico’s, hoe hoger de weerstandscapaciteit (bijvoorbeeld reserves of ruimte in tarieven) moet zijn. Het gaat hier dus om de robuustheid van de begroting. Deze paragraaf beschrijft de risico’s waarmee de gemeente geconfronteerd kan worden, welke financiële buffers daar tegenover staan en hoe de risico’s beheerst kunnen worden. De paragraaf bestaat uit de volgende delen: 1. Beleidskader; 2. Structurele weerstandscapaciteit; 3. Incidentele weerstandscapaciteit; 4. Conclusie weerstandscapaciteit; 5. Risicobeheersing; 6. Relatie tussen risico’s en weerstandscapaciteit; 7. Weerstandsratio en kengetallen. Artikel 11 van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) beschrijft het volgende over het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat tenminste: 

Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;

Een inventarisatie van de risico’s;

Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s;

Een kengetal voor de netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit;

Een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.

De weerstandscapaciteit van een gemeente is de buffer die aanwezig moet zijn om mogelijke risico’s af te kunnen dekken. Het gaat hierbij om het vermogen dat aanwezig is om risico’s financieel af te kunnen dekken, zonder dat de bedrijfsvoering in gevaar komt. Dit in de wetenschap dat de risico’s zich nooit allemaal tegelijk zullen voordoen. De vragen die we ons stellen zijn: 

Heeft de gemeente de mogelijkheid om bij een sterke daling van het eigen vermogen de tarieven te verhogen?

Zijn er mogelijkheden om de kosten die nu binnen de bestemmingsreserves worden afgedekt binnen de reguliere begroting te dekken?

54

De beleidsuitgangspunten met betrekking tot het weerstandsvermogen worden hieronder opgesomd: - structurele risico’s worden afgedekt met structurele weerstandscapaciteit en incidentele risico’s worden afgedekt met incidentele weerstandscapaciteit; - de basis van de grootte van ons structureel weerstandsvermogen is de ruimte die er nog is in de OZB-tarieven tot aan de artikel 12 norm. Hierbij baseren wij ons op provinciale gegevens; - de Algemene Reserve ingezet als weerstandscapaciteit; - de post Onvoorzien in de exploitatie wordt niet meegenomen als weerstandscapaciteit omdat deze post bedoeld is om de begroting op een soepele manier uit te voeren en in eerste instantie niet om risico’s op te vangen; - stille reserves worden alleen meegenomen als weerstandsvermogen als deze binnen 2 jaar liquide (dus in geld zijn om te zetten) zijn te maken; - de risico top 8 in deze paragraaf zullen worden toegelicht met: 

Een omschrijving van het risico;

De hoogte van het risicobedrag (alleen boven de €50.000,-);

Wijze van berekening van het risicobedrag;

De maatregelen ter beheersing van het risico.

- de weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s wordt zichtbaar gemaakt in een tabel en tevens uitgedrukt in een weerstandsratio. Weerstandscapaciteit Structurele weerstandscapaciteit Structurele weerstandscapaciteit is het vermogen om onverwachte structurele tegenvallers in de begroting (bijvoorbeeld een hogere uitgave voor de WWB of een lagere Algemene Uitkering) op te vangen, zonder dat dit gevolgen heeft voor de voortzetting van de taken. De gemeente Heerde heeft op de OZB-heffing na, nagenoeg geen resterende structurele belastingcapaciteit meer. De afvalstoffenheffing, rioolheffing en begrafenisrechten zijn maximaal kostendekkend en kunnen niet meer worden verhoogd. Om de weerstandscapaciteit te beïnvloeden kan overwogen worden om de kosten te verlagen. Ruimte in OZB-tarieven volgens artikel 12 norm De structurele ruimte in de OZB-tarieven die er volgens de artikel 12 norm nog aanwezig is, is €1.083.000,-. Deze gegevens zijn verstrekt door de provincie Gelderland en zijn gebaseerd op de Begroting 2023. De structurele risico’s in deze paragraaf (zonder de grondexploitatie) zijn €1.660.000,-. Afgezet tegen de €1.083.000,- ruimte die we nog hebben, kan de conclusie getrokken worden dat wij onvoldoende structurele middelen hebben om de structurele risico’s te dekken. Maar, het ramen van deze risico’s moet wel in het juiste perspectief worden gezien.

Het is nog geen uitgaaf en niet alle risico’s zullen zich naar verwachting op hetzelfde moment voordoen. Onvoorzien Soms wordt ook de post onvoorzien als structurele weerstandscapaciteit gezien. In Heerde is de post onvoorzien voor het jaar 2023 geraamd op €50.000,-. In feite is deze post bedoeld om de begroting op een soepele manier uit te voeren en in eerste instantie niet om risico’s op te vangen. Voor bepaling van de weerstandscapaciteit is onvoorzien daarom niet meegenomen. Incidentele weerstandscapaciteit Incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen om onverwachte eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken. De incidentele weerstandscapaciteit valt samen met de Algemene Reserve, reserve Grondexploitatie en egalisatiereserve Afvalstoffenheffing.

55

De raad heeft op 22 februari 2022 een nieuwe nota reserves en voorzieningen vastgesteld. Deze heeft de ingangsdatum van de begroting 2022. Een belangrijk punt was de afsplitsing van de reserve Grondexploitatie van de Algemene Reserve naar een bestemmingsreserve. De Algemene Reserve is bedoeld om risico’s in de gewone exploitatie op te vangen en de Reserve Grondexploitatie die van de grondexploitatie. De geraamde reservepositie ten behoeve van de risico's is €11,7 miljoen per 1 januari 2023. Stille reserves De stille reserves vanuit de vrijkomende locaties worden vanaf nu niet meer meegenomen. De vrijkomende locaties zijn namelijk bijna allemaal "vergeven" voor ontwikkeling. Conclusie weerstandscapaciteit Structureel: De totale structurele weerstandscapaciteit wordt bepaald op de ruimte die Heerde heeft in zijn OZB-tarieven tot artikel 12 norm, zijnde €1.083.000,-. Incidenteel: De incidentele weerstandscapaciteit heeft een omvang van €11,7 miljoen en is aanwezig in de Algemene Reserve, reserve Grondexploitatie en reserve afvalstoffenheffing. Risicobeheersing Deze paragraaf bevat de top 8 risico’s (volgorde van groot risico naar klein). In de top 8 is aangegeven: 

Omschrijving (van het risico);

Hoogte van het risicobedrag (alleen boven de €50.000,-);

Wijze van berekening;

Beheersing van het risico. Voor sommige risico’s is het moeilijk een risicopercentage te berekenen. Dat is dan aangegeven. Toch wordt er dan een risicobedrag berekend zodat voorzichtigheidshalve in de reservepositie wel rekening wordt gehouden met tegenvallers.

1. Algemene Uitkering Omschrijving Een belangrijk risico vormt de stabiliteit van onze belangrijkste bron van inkomsten: de Algemene Uitkering. Deze Algemene Uitkering is een onderdeel van het gemeentefonds. Het gemeentefonds betreft 65% inkomsten inclusief de drie decentralisaties, ten opzichte van het totaal baten van de exploitatie. Gemeenten zijn afgelopen jaren geconfronteerd met diverse opkomende taakstellende kortingen zoals de forse korting in verband met het niet doorgaan van de afschaffing van het BTW-compensatiefonds en de korting Onderwijshuisvesting. En nog steeds zijn er diverse onzekerheden met betrekking tot het correct ramen van de algemene uitkering. We benoemen: 

Het ingebouwde plafond BTW-compensatiefonds van €3,21 miljard;

Uitname uit het gemeentefonds oplopend tot €975 miljoen voor lagere apparaatskosten in verband met opschaling tot 100-150 gemeenten in het jaar 2025;

Steeds wisselende uitkeringsfactoren;

Ontwikkelingen in accressen, afhankelijk van de uitgaven van het rijk;

Aanpassingen van maatstaven en bijbehorende tarieven; Hier vinden soms behoorlijke schommelingen plaats;

56

Nieuwe definitie van het begrip woonplaatsbeginsel voor het budget Voogdij en 18+, ingaande 2022;

Aanzuigende werking in het sociaal domein door verlaging van het abonnementstarief;

Ravijnjaar 2026. In het jaar 2024 komt er een evaluatie van het herijkte gemeentefonds. In samenhang wordt dan ook gekeken naar een nieuw financieringsstelsel met een nieuw belastinggebied met ingang van het jaar 2026. Voor nu zijn de accressen bevroren tot 2026 en komt mogelijk de opschalingskorting grote gemeenten in volle omvang weer terug.

Realisatie van het risico 2022: In de begroting 2022 werd dit risico ingeschat op €736.000,-. Dit risico heeft zich niet voorgedaan. Er is €1,6 miljoen meer ontvangen dan geraamd vanwege late uitbetalingen via de Septembercirculaire voor energietoeslag, invoeringskosten Omgevingswet en een aantal taakmutaties. Hoogte van het risicobedrag Wij berekenen het risico voor het maken van een juiste raming op €924.000,-. Wijze van berekening Van veel van de bovengenoemde risico’s is het niet mogelijk een reële schatting te maken. Het risicobedrag is daarom berekend door het risico te schatten op 3% van de Algemene Uitkering van afgerond €30,8 miljoen. Dit percentage is een langjarig gemiddelde van het accres. Accres is de jaarlijkse toevoeging aan het fonds dat in de pas loopt met de ontwikkelingen van de rijksbegroting. Beheersing van het risico Een individuele gemeente kan nauwelijks invloed uitoefenen op de hoogte van de uitkering. Vrijwel maandelijks ontvangt de gemeente specificaties waarin wijzigingen in maatstaven en tarieven staan. Deze ontwikkelingen worden goed in de gaten gehouden. Waar nodig zal een verklaring voor verschillen gezocht moeten worden en anders actie ondernomen moeten worden. Er worden jaarlijks minimaal drie circulaires uitgegeven waarin de nieuwste gegevens en ontwikkelingen staan.

Op basis van deze circulaires kunnen gemeenten een nieuwe berekening maken van de Algemene Uitkering. Voor deze berekening wordt gebruik gemaakt van het programma Frontin Pauw. Via nieuwsbrieven geeft deze organisatie ook tips en belangrijke aandachtspunten mee voor de berekeningen. Naar aanleiding van deze nieuwe berekeningen wordt de begroting overeenkomstig aangepast. 2. Inkomensdeel van de Participatiewet Omschrijving Het inkomensdeel van de Participatiewet is een post die we moeilijk kunnen beïnvloeden. Wettelijk is bepaald dat alle rechtmatige bijstandsaanvragen moeten worden gehonoreerd. Er kan geen invloed worden uitgeoefend op de hoogte van deze kosten. Het is een openeindfinanciering. Inwoners die een beroep doen op bijstandsverlening voor levensonderhoud worden vanaf het eerste moment gestimuleerd om actief te (blijven) zoeken naar betaald werk. De inkomsten die de gemeente ontvangt ter dekking van de uitgaven heet het BUIG-budget. Dit wordt vastgesteld op basis van een macrobudget en voor de uitkeringen voor het grootste deel gebaseerd op de werkelijke uitgaven via een T-2 systematiek en voor een klein deel ook door een objectief verdeelmodel. Op basis van objectieve factoren en een statistische analyse wordt een schatting gemaakt wat gemeenten uit gaan geven aan uitkeringen.

Ook de werkelijke kosten van de loonkostensubsidie van vorig jaar (T-1) tenslotte worden toegevoegd aan het BUIG-budget. Als een gemeente minder uitgeeft dan dit model dan mag een gemeente dit verschil houden, maar als er meer wordt uitgegeven is het tekort voor de eerste 7,5% voor eigen rekening en als blijkt dat er sprake is van een nog grotere overschrijding dan is nogmaals

57

2,5% van het BUIG budget voor eigen rekening. Als er sprake is van een grotere overschrijding wordt het meerdere vergoed door het rijk wanneer de gemeente haar beleid om inwoners aan werk te helpen op orde heeft en de aanvraagprocedure zorgvuldig is doorlopen. Dit is de zogenaamde Vangnetuitkering. Jaarlijks wordt, indien van toepassing, de notitie Vangnetuitkering Participatiewet waarin dit beleid is vastgelegd door de gemeenteraad vastgesteld. De bijstandsuitkering is gekoppeld aan het minimumloon dat per 1 januari 2023 met 10% is verhoogd. Dit risico valt binnen onderstaand risicobedrag. Realisatie van het risico 2022 In de begroting 2022 werd dit risico ingeschat op €268.000,-. Zoals in de toelichting op de cijfers is aangegeven is het inkomensdeel afgesloten met een nadeel van €3.000,-, zodat het risico zich (bijna) niet heeft voorgedaan. Hoogte van het risicobedrag Het risicobedrag wordt vastgesteld op €282.000,-. De gevolgen van het COVID-19 virus voor het inkomensdeel zijn nu nog niet in te schatten. Wijze van berekening Het risico wordt gebaseerd op 10% van het voorlopig BUIG-budget van het jaar 2022 van €2.820.000,-. Beheersing van het risico Het beheersen van het aantal uitkeringsgerechtigden is alleen mogelijk door een intensief beleid gericht op uitstroom. Dit vindt plaats bij het onderdeel Participatiewet Werk.

Dit wordt uitgevoerd door Steun- en informatiepunt Stip en valt onder het beleidsveld Participatiewet Werk. 3. Loon en prijspeil Omschrijving De begroting 2023 is gebaseerd op het loon- en prijspeil van het jaar 2022. De salarissen worden geraamd op basis van de nieuwe CAO. Voor prijsstijgingen wordt het indexcijfer uit de meicirculaire gehanteerd (2,4%). Daarnaast is er een stelpost in de begroting opgenomen van €240.000,-; dit bedrag komt overeen met een indexeringspercentage van 5% in plaats van 2,4%. In de Voorjaarsnota 2023 zal worden voorgesteld om de stelpost van €240.000,- vrij te laten vallen, waartegen de realistische prijzen worden meegenomen. Voor wat betreft de lonen zal in de komende najaarsnota en in de meerjarenbegroting de nieuwe CAO-gemeenten worden meegenomen. Realisatie van het risico 2022: In de begroting 2022 werd dit risico ingeschat op €233.000,-. Omdat de gemeentelijke uitgaven zich anders voor kunnen doen dan waar het Centraal Planbureau Index percentage rekening mee houdt, is het niet mogelijk om achteraf een zuivere berekening te maken van het daadwerkelijke gelopen risico. Hoogte van het risicobedrag Het risicobedrag voor de loonkosten is €120.000,- en voor prijsstijgingen is dit €140.000,-. Wijze van berekening De berekening van het risicobedrag voor de loonkosten is gemaakt door 1% van de loonsom van €11.983.000,- te nemen.

Dit bedrag is inclusief inhuur derden en inclusief een indexeringspercentage van 5% voor de salarissen van het vaste personeel. De berekening voor de prijsstijgingen is gemaakt door 1% te nemen van de uitgaven aan derden, exclusief subsidies. Voor 2023 is dit een bedrag van €14.013.000,-. Beheersing van het risico. Op de hoogte van loonkosten en prijsstijgingen heeft de gemeente geen invloed. De begroting wordt gebaseerd op de indexcijfers die het rijk afgeeft in de Meicirculaire van de Algemene Uitkering. Bij het opstellen van de voorjaars- en najaarsnota wordt de

58

vinger aan de pols gehouden met betrekking tot deze ontwikkelingen en zo nodig de begroting aangepast 4. Bedrijvenpark Hattemerbroek BV Omschrijving De gemeenten Hattem, Heerde en Oldebroek hebben een samenwerkingsovereenkomst voor het realiseren en exploiteren van een bedrijvenpark. Het bedrijvenpark richt zich vooral op het aantrekken van bedrijven in de logistieke sector. Om dat te realiseren is het bedrijvenpark aangewezen als ‘bovenregionaal’ bedrijventerrein. Grondexploitatie Jaarlijks wordt de grondexploitatieberekening geactualiseerd. De uitkomst (contante waarde) van de in februari 2023 opgestelde berekening is positief. Deze is ook vastgesteld door de AVA in april 2023. Bestemmingsreserve In de overeenkomst met de Provincie Gelderland, Rijkswaterstaat en de Ontwikkelingsmaatschappij Hattemerbroek BV, die op 14 maart 2019 is ondertekend, is afgesproken dat wij bijdragen aan de financiering van het nieuwe op- en afrittenstelsel. De bijdrage is €1 miljoen. Dit bedrag hebben wij beschikbaar in de reserve. Garantstellingen Bedrijvenpark H2O heeft een door de aandeelhouders gegarandeerde kredietfaciliteit van 39 miljoen bij de Bank Nederlandse Gemeenten. Elk van de drie gemeenten staat garant voor een derde deel van dat bedrag.

De huidige grondverkopen en grex laten een dermate positief beeld zien, waarbij de looptijd is aangepast van 2032 naar eind 2024, dat de langlopende lening in oktober 2022 volledig is afgelost. In 2023 wordt gebruik gemaakt van een kortlopende kredietfaciliteit waarbij de verwachting is dat er geen aanvullend gebruik gemaakt gaat worden van de kredietfaciliteit van 39 miljoen bij de Bank Nederlandse Gemeenten. Deze ontwikkelingen maken het mogelijk om het risico te verlagen van 10% van het bedrag waarvoor we garant staan naar 10% van de huidige kortlopende kredietfaciliteit ultimo 2022 (totaal €4.809.000,-). Van de huidige kredietfaciliteit staat elke gemeente voor een derde deel van dat bedrag garant (€1.603.000,-). Realisatie van het risico 2022: In de begroting 2022 werd dit risico ingeschat op €1.300.000,- zijnde 10% van de garantstelling. De laatste ontwikkelingen zijn positief waardoor het risicobedrag 2022 is aangepast naar 10% van het gedeelte van de huidige krediet faciliteit waarvoor wij garant staan zijnde €160.000,-. Hoogte van het risicobedrag Het risicobedrag is vastgesteld op €160.000,-. Wijze van berekening Door elk van de drie gemeenten is voor een bedrag van €13 miljoen aan garantstelling ten opzichte van de kredietfaciliteit bij financiers verleend.

De langlopende lening is in 2022 volledig afgelost waarbij bedrijvenpark H2O gebruik maakt van een kortlopende kredietfaciliteit. De kortlopende kredietfaciliteit bedraagt ultimo boekjaar €4.809.000,-. Elke gemeente staat garant voor 1/3 deel van €4.809.000,- zijnde €1,6 miljoen. Het risicobedrag is 10% van deze €1,6 miljoen. Beheersing van het risico Om de risico’s te beheersen stellen we jaarlijks een risicomanagementrapportage op voor de betrokken gemeenten. Het Bedrijvenpark maakt jaarlijks een grondexploitatieberekening en een liquiditeitsprognose. 5. Grondexploitatie Omschrijving De grondexploitatie is een onderdeel van de totale gemeentelijke exploitatie. Het is een

59

activiteit waar veel geld in omgaat en veel risico’s gelopen worden. In de begroting 2023 zijn bij aanvang vier gemeentelijke complexen opgenomen die in uitvoering zijn (zie ook de paragraaf Grondbeleid). Realisatie van het risico 2022: In de begroting 2022 werd dit risico ingeschat op €200.000,-. Zoals in de paragraaf Grondexploitatie is opgenomen is in het jaar 2022 een positief resultaat gerealiseerd van €135.600,-, Het begrootte resultaat is niet gehaald, maar het verschil zal de komende jaren alsnog gehaald worden vanwege een verbeterd resultaat. Hoogte van het risicobedrag A. Risico’s in complexen: Reeds lopende complexen (vakterm is “IEGG in exploitatie genomen gronden”) Over het totaal van de zes complexen met een boekwaarde van €1.382.720,- wordt een risicobedrag berekend van gemiddeld 2%. Het risicobedrag is €27.000,-. B. Overige risico’s zoals: Niet nakomen van verplichtingen door derden op grond van exploitatieovereenkomsten, Gewijzigde omstandigheden na vaststelling exploitatiebijdragen; Calculatierisico’s; De overige risico’s worden bepaald op €100.000,-. Benodigd weerstandsvermogen Grondexploitatie A + B is €127.000,-. Wijze van berekening Bij grondexploitaties die in exploitatie zijn genomen (IEGG) wordt de geactualiseerde grondexploitatieberekening als basis genomen voor de risicoberekening.

In deze exploitatieberekening wordt een reële schatting gemaakt van de kosten, verkoopprijzen en fasering van de verkoop van de gronden. Deze schatting wordt onder andere gemaakt door het uitgiftetempo van de te verkopen gronden te beoordelen, de ontwikkelingen van marktomstandigheden te bekijken zoals de doorstroming op de huizenmarkt, hoogte van hypotheekrente, en maatregelen van hypotheekverstrekkers enz. Het risico wordt bepaald met behulp van de Monte-Carlo methode. De optelsom van alle risico’s van alle complexen wordt hierboven onder “hoogte van het risicobedrag” vermeld. De berekeningen zijn om strategische redenen niet openbaar. Beheersing van het risico Om de risico’s te beheersen is het beleid dat de grondexploitatieberekeningen minimaal eenmaal per jaar wordt herzien. De resultaten van de berekeningen worden opgenomen in het MPG. 6. Wonen in een geschikte woning (onderdeel van de WMO) Omschrijving Gemeenten hebben de wettelijke opdracht om de zelfredzaamheid en participatie van haar inwoners te bevorderen en ondersteunen, opdat de inwoner zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven wonen. De woning waarin de inwoner woont, moet geschikt zijn om in te wonen ondanks diens beperkingen.

Realisatie van het risico 2022: In de begroting 2022 werd dit risico ingeschat op €150.000,- In de Voorjaarsnota 2022 is €180.000,- bijgeraamd omdat men langer thuis blijft wonen en door krapte op de woningmarkt. Uiteindelijk zijn de verwachte uitgaven voor de woningaanpassingen iets lager uitgevallen met €94.000,-. Hoogte van het risicobedrag Het risicobedrag wordt vastgesteld op €110.000,-. Wijze van berekening Het risico wordt geschat op twee dure woningaanpassingen van €75.000,-. Aangezien er in de voorgaande jaren bijramingen hebben plaats gevonden is in 2023 het budget

60

opgehoogd met €40.000,-. Het restant van €150.000,- min €40.000,- = €110.000,wordt meegenomen als risico. Beheersing van het risico Dit risico is niet te beheersen. Langer thuis is een landelijk uitvoeringsprogramma waarin inwoners gestimuleerd worden om langer thuis te wonen als dan niet met verpleegzorg in huis. De WMO 2015 verplicht gemeenten, in een situatie waarin een cliënt niet zelf zorg kan dragen voor een geschikte woning, ondersteuning te bieden bij het realiseren van een bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woonruimte. De ondersteuning is erop gericht een cliënt in staat te stellen de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren. Er wordt uitgegaan van een ‘wooncarrière’, waarbij de woning wordt aangepast aan de levensfase. Daarbij mag er vanuit worden gegaan dat in redelijkheid rekening wordt gehouden met bekende beperkingen, ook wat betreft de voorzienbare ontwikkeling van die beperkingen. Als uit de beoordeling van het college blijkt dat het wonen in een geschikt huis ook is te bereiken via een verhuizing, dan heeft dit de voorkeur. Dit is uiteraard alleen aan de orde als verhuizen de goedkoopst adequate oplossing is. 7. Afvalstoffenbegroting 2023 Omschrijving ROVA werkt aan een nieuwe systematiek (actualisatie boxenmodel) om tarieven uniformer en transparanter te maken.

De huidige tarieven zijn veelal nog gebaseerd op historische data. Doel is dat gemeenten op basis van de actualisatie van het boxenmodel meer zicht krijgen op wat de dienstverlening kost, wat je krijgt en wat je daarvoor betaalt. Bevoorschotting en afrekening moeten transparanter en eenvoudiger worden. De eerste inzichten in de doorwerking van dit nieuwe boxenmodel laten een aanzienlijke verhoging van de kosten van de ROVA voor onze gemeente zien. Wij zijn hierover met ROVA in gesprek. Realisatie van het risico 2022 In de begroting 2022 werd dit risico nog niet geraamd. Hoogte van het risicobedrag Wij stellen het risicobedrag vast op €90.000,-. Wijze van berekening De eindafrekening over het jaar 2021 is opgesteld volgens de oude en de nieuwe systematiek. Hieruit kwam een negatief verschil van € 90.000,- naar voren. Beheersing van het risico Wij zijn in gesprek met de ROVA. Inzet is de impact van de invoering van de nieuwe systematiek voor onze gemeente zo veel mogelijk te beperken. De komende tijd zal gebruikt moeten worden om het risico te beheersen. De stand van de egalisatiereserve afvalstoffenheffing per 1-1-2023 is €179.000,-. Dat is in principe voldoende op dit risico te dekken.

Het is echter op dit moment onzeker hoe een en ander, denk bijvoorbeeld aan de oorlog in Oekraïne en de huidige krapte op de grondstoffenmarkt, zich zal ontwikkelen en wat de impact daarvan zal zijn op de afvalstoffenbegroting en de egalisatiereserve. Bij de voorjaars- en najaarsnota kunnen positieve of negatieve ontwikkelingen in beeld worden gebracht. 8. Omgevingsvergunningen (onderdeel van de WABO) Omschrijving Het ramen van de legesinkomsten 2023 was dit keer fundamenteel lastiger dan in andere jaren dat het geval was. Op het moment van schrijven was het nog steeds niet geheel zeker of de Omgevingswet en daarbij de Wet kwaliteitsborging bouwen in werking zou treden per 1-1-2023. We zijn ervan uit gegaan dat dit wel het geval zou zijn, maar worden dan wel geconfronteerd met wet- en regelgeving die leidt tot een compleet ander inkomstenbeeld van leges waarvan we overigens sterk verwachten dat deze fors lager zal zijn. E.e.a. is behoorlijk complex. Inmiddels is de Omgevingswet wederom uitgesteld, in ieder geval tot 1-1-2024. 61

Realisatie van het risico 2022: Bij de begroting 2022 werd dit risico ingeschat op €150.000,-. In werkelijkheid heeft zich het risico niet voorgedaan. De afwijking tussen begroting en rekening is minimaal. Hoogte van het risicobedrag Wij stellen het risicobedrag vast op €84.000,-. Wijze van berekening Voor het jaar 2023 is dit bedrag naar beneden bijgesteld naar €335.000,-. Het risicobedrag is berekend door 25% van deze €335.000,- als risico te zien. Dit percentage is moeilijk te onderbouwen, maar op deze manier wordt er in de reservepositie van de gemeente wel rekening gehouden met tegenvallers voor deze post. Beheersing van het risico Bij de voorjaars- en najaarsnota worden de resultaten en de ontwikkelingen in beeld gebracht en wordt er op basis van de beschikbare informatie een extrapolatie gemaakt van de verwachte inkomsten, waarop het budget wordt aangepast. Voor een overzicht wordt hier een tabel met alle risico’s gepresenteerd:

Resumé risico's In totaal becijferen we het structurele risico op €1.660.000,- en het incidentele risico op €377.000,-. Relatie tussen risico's en weerstandscapaciteit Hieronder wordt in een tabel aangegeven hoe de risico's zijn in verhouding tot de weerstandscapaciteit. De conclusie is dat de weerstandscapaciteit structureel niet en incidenteel wel afdoende is.

62

Structurele weerstandscapaciteit De in deze paragraaf berekende structurele risico’s zijn €1.660.000,-. Afgezet tegen de €1.083.000,- ruimte die we nog hebben in onze OZB-tarieven tegen artikel 12 norm kan de conclusie getrokken worden dat die ruimte niet aanwezig is. Maar, het ramen van deze risico’s moet wel in het juiste perspectief worden gezien. Het is nog geen uitgaaf en niet alle risico’s zullen zich naar verwachting op hetzelfde moment voordoen. Incidentele weerstandscapaciteit De in deze paragraaf berekende incidentele risico’s zijn €377.000,-. Deze risico’s worden afgedekt door de reserves van tezamen €11,7 miljoen. Zoals het overzicht laat zien is dit ruim voldoende. Kengetallen en weerstandsratio Kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeente (BBV), geeft aan dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing kengetallen opgenomen worden. De op te nemen kengetallen zijn: netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. Doel is om het voor raadsleden eenvoudiger te maken om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente Heerde. De kengetallen laten een verbetering zien waarbij vooral opvalt dat de schuldquote afneemt en de solvabiliteitsratio toeneemt. Er past wel een kanttekening op

zijn plaats voor de vergelijking van kengetallen tussen de begroting en de jaarrekening. Het kengetal van de jaarrekening kan positief gekleurd zijn omdat kengetallen worden uitgedrukt in een cijfer van totaal baten. Deze kan bij de jaarrekening fors hoger zijn vanwege grondverkopen uit grondexploitaties en andere incidentele opbrengsten.

63

Toelichting: 1a. Netto schuldquote De netto schuld geeft de verhouding weer van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de baten. De netto schuldquote geeft een indicatie van de zwaarte van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De schuldquote daalt en dat is gunstig. De schulden zijn met 3 miljoen afgenomen en de overlopende passiva zijn met 2 miljoen toegenomen ten opzicht van vorig jaar. Onze gemeente scoort hier in de categorie 'goed'. 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Om inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De manier waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dit verschil dat ook alle verstrekte leningen worden opgenomen. De verstrekte leningen betreffen doorgeleend geld aan Vitens en aan de ROVA. Onze gemeente scoort hier in de categorie goed. Zie ook opmerkingen hierboven bij 1a over de dalende ontwikkeling. 2. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.

Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. In het algemeen wordt een getal onder de 20% als risicovol gezien en boven de 50% als veilig. Dit kengetal is behoorlijk verbeterd omdat het eigen vermogen gestegen is van 26 miljoen naar 31,5 miljoen. Onze gemeente scoort hier 'gemiddeld'. 3. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Om de structurele lasten en baten te bepalen worden de incidentele lasten en baten van de totale lasten en baten afgetrokken. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Voor deze jaarrekening 64

2022 is de score ruim 9%,. Dat komt vooral door het hoge jaarrekeningresultaat van meer dan €5 miljoen. Het grote aandeel hiervan uit het gemeentefonds mag niet als incidenteel gezien worden omdat in theorie deze middelen vrij besteedbaar zijn. 4. Grondexploitatie De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Voor de berekening van dit kengetal wordt de boekwaarde van de bouwgrond in exploitatie gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken en uitgedrukt in een percentage. Het risicopercentage in onze gemeente is laag. De deelname van Heerde aan het gezamenlijk bedrijventerrein is hier niet meegerekend. Dit is namelijk niet een grondexploitatie van de gemeente zelf. 5. Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het COELO publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde, de rioolheffing en afvalstoffenheffing. Dit wordt afgezet tegen de gemiddelde woonlasten in Nederland in het voorafgaande jaar. Onze gemeente scoort een hoog kengetal voor de gemiddelde woonlasten.

Weerstandsratio De weerstandsratio is een kengetal dat aangeeft in welke mate de gemeente in staat is om risico’s op te vangen. Dit kengetal wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Eenvoudig gezegd betekent dit: welk bedrag is berekend aan risico’s en welk bedrag is er om deze risico’s af te dekken. Het kengetal voor 2022 is aanzienlijk verbeterd door de fors lagere risico-inschatting voor het bedrijventerrein H2O.

65

Paragraaf Grondbeleid

Deze paragraaf gaat over de exploitatie van de (bouw)gronden die de gemeente in eigendom heeft –als ware de gemeente een bedrijf. De paragraaf hangt sterk samen met het programma Openbare Ruimte. In dat programma staan de beoogde maatschappelijke effecten en de lasten en baten. In deze paragraaf wordt het achterliggende beleid vanuit een meer financieel technisch perspectief beschreven, volgens de eisen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Daarnaast is er een relatie met de paragraaf Weerstandsvermogen. In die paragraaf staan onder andere de risico’s van bouwgrondexploitatie in relatie tot het weerstandsvermogen. Grondexploitatie is het proces waarbij grond wordt aangekocht, het bestemmingsplan wordt gewijzigd, bouwrijp wordt gemaakt en rioleringen en wegen worden aangelegd, om vervolgens de grond te verkopen voor de bouw van woningen of bedrijven. Het volgende is van groot belang: 

Beoordelen van financiële haalbaarheid;

Scenarioanalyse;

Analyseren knelpunten en Opmerking: groen gearceerd moet nog beoordeeld worden. risico’s;

Uitgangspunten voor beheersing en bewaking.

Omdat er grote sommen geld in grondexploitaties omgaan heeft het grondbeleid een grote financiële impact. De eventuele baten, maar vooral de bepaling van de financiële risico’s, zijn erg belangrijk voor de financiële positie van de gemeente. Beleidskader Het gaat in het grondbeleid om de ontwikkeling van gronden die in eigendom zijn van de gemeente. De mogelijkheden voor ontwikkeling worden beperkt door het planologisch kader, waarover meer in programma 3, (Openbare) ruimte, ondernemen en wonen. Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor dat de gemeente in de paragraaf Grondbeleid: 

De visie neerlegt voor het grondbeleid;

Aangeeft op welke wijze de gemeente het grondbeleid uitvoert;

Een prognose geeft van de resultaten van de grondexploitatie;

Een onderbouwing geeft van de geraamde winstneming;

Beleidsuitgangspunten formuleer omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico’s.

Grondbeleid Wat is “grondbeleid”? Onder grondbeleid wordt verstaan: “het op een zodanige wijze handhaven van het bestaand grondgebruik, dan wel het realiseren van gewenste veranderingen in dit grondgebruik, dat dit past in de door de gemeente geformuleerde doelstellingen in het kader van ruimtelijke ordening”. Beleidsintenties college In mei 2022 hebben de fractievoorzitters van de raad en de collegeleden het Coalitieakkoord 2022-2026 “samen leven samen doen” ondertekend. In dit akkoord is in het onderdeel "2. Ruimte, ondernemen en wonen maximaal en sociaal" de beleidsintenties opgenomen met betrekking tot de uitvoering de paragraaf Grondbeleid. De volgende intenties zijn uitgesproken:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=0567500d-c434-4e85-8e75-6a1ffdb1bf99