CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

4.2.3. BP_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 3 Quickscan flora en fauna

Raad 25 maart 2024, gemeente HeerdeBij agendapunt: A Vaststelling bestemmingsplan Oenerweg 14a-169.623 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde Projectnummer: 2023-0430

Datum: 26-7-2023

Versie 1.0

Opdrachtgever: Craeft Advies Bram van den Bor

Adviseur Ecologie

b.vandenbor@lycens.nl

M 06 261 510 08

Merijn van Hoek

Teamleider Ruimtelijke Ordening & Ecologie m.vanhoek@lycens.nl

M 06 839 230 05

Inhoudsopgave Samenvatting .................................................................................................................. 4 1. Inleiding ..................................................................................................................... 6 2. De ontwikkeling .......................................................................................................... 7 2.1. Plangebied ............................................................................................................................................................. 7

2.2. Voorgenomen activiteiten .................................................................................................................................. 8 2.3. Onderzoeksgebied ............................................................................................................................................... 9

3. Natuurwetgeving en -beleid ..................................................................................... 11

3.1. Inleiding ................................................................................................................................................................ 11 3.2. Gebiedsbescherming ......................................................................................................................................... 11

3.3. Soortenbescherming ......................................................................................................................................... 11 3.4. Houtopstanden ................................................................................................................................................... 13

4. Gebiedsbescherming ................................................................................................ 14

4.1. GNN, GO, Nationaal landschap, natte landnatuur, Weidevogel- en Ganzenrustgebied ..................... 14 4.2. Natura 2000.......................................................................................................................................................... 15

4.3. Slotconclusie ....................................................................................................................................................... 17

5. Soortenbescherming ................................................................................................ 18

5.1. Hypothese en bureauonderzoek ..................................................................................................................... 18

5.2. Methode ................................................................................................................................................................ 18 5.3. Resultaten en wettelijke consequenties ....................................................................................................... 20 5.4. Slotconclusie ....................................................................................................................................................... 24

6. Houtopstanden ........................................................................................................ 27 7. Conclusie .................................................................................................................. 28 8. Advies en vervolgstappen ......................................................................................... 30 9. Bronnen .................................................................................................................... 31 Bijlagen .......................................................................................................................... 32

Bijlage 1: Foto’s ............................................................................................................................................................. 33

Bijlage 2: Toelichting Wet natuurbescherming ...................................................................................................... 35

3

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

Samenvatting

Er zijn concrete plannen voor meerdere planologische wijzigingen en de bouw van een schuur aan de Oenerweg

14a en 16 in Heerde (Gelderland). Voor de bouw van een schuur dient er een boom gekapt te worden. Als gevolg

van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten

worden. Lycens B.V. is gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen.

Het onderzoeksgebied is op 23 juni 2023 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten,

dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties en andere beschermde functies, zoals foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief

effect hebben op houtopstanden en beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000, het Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone, Nationaal landschap, Weidevogelgebied, Ganzenrustgebied en natte landnatuur. Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming

Het onderzoeksgebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk, de Groene ontwikkelingszone, natte

landnatuur, Ganzenrustgebied, Weidevogelgebied of Natura 2000-gebied. De bescherming van het Gelders

Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone kent geen externe werking. Daarnaast hebben voorgenomen activiteiten een lokale invloedsfeer en is de afstand met het onderzoeksgebied dusdanig groot dat de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de natte landnatuur,

Weidevogelgebied en Ganzenrustgebied hebben. De geplande werkzaamheden hebben geen negatief effect op de waarden en kenmerken van Nationaal landschap Veluwe. Voorgenomen activiteiten leiden niet tot consequenties ten aanzien van provinciaal beleid. Aan de hand van de uitgevoerde stikstofberekening blijkt dat als gevolg van onderhavig project gedurende de realisatie- en gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities

op de omliggende Natura 2000-gebieden hoger dan 0,00 mol/ha/j. Daarom vormt het aspect stikstof in relatie tot Natura 2000-gebied geen belemmering voor de realisatie en de vergunningverlening. Wettelijke consequenties m.b.t. soortenbescherming

De inrichting en het gevoerde beheer maken het onderzoeksgebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten.

Beschermde diersoorten benutten het onderzoeksgebied als foerageergebied en mogelijk bezet een beschermd

grondgebonden zoogdier er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een

(winter)rustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen en ongewervelden bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het onderzoeksgebied en amfibieën bezetten er geen voortplantingsplaats.

Van de rond de te bouwen schuur nestelende vogelsoorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van bezette vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte

periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is september-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens het broedseizoen van vogels mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield

4

worden.

Indien

de

voorgenomen

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

activiteiten

26-7-2023

uitgevoerd

worden

tijdens

de

voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.

Mogelijk komen algemeen beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën voor binnen het

onderzoeksgebied. Deze soorten staan op de provinciale vrijstellingslijst voor ruimtelijke ingrepen. Er hoeft dan

ook geen ontheffing voor de uitvoering van voorgenomen activiteiten te worden aangevraagd. Aanbevolen wordt om buiten de kwetsbare periode (augustus-oktober) van de soorten aan het werk te gaan en één richting op te werken zodat de dieren de mogelijkheid hebben om te vluchten.

In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het onderzoeksgebied aanwezige

planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten

en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt de functie van het onderzoeksgebied als foerageergebied tijdelijk aangetast. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Wettelijke consequenties m.b.t. houtopstanden

Voor de bouw van de schuur dient één beuk gekapt te worden. In overleg met de gemeente is een vergunning voor de kap van deze boom verleent en worden ter compensatie twee elzen op het erf terug geplant.

5

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

1. Inleiding

Er zijn concrete plannen voor meerdere planologische wijzigingen en de bouw van een schuur aan de Oenerweg

14a en 16 te Heerde (Gelderland). Voor de bouw van een schuur dient er een boom gekapt te worden. Als gevolg

van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten

worden. Lycens B.V. is gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader

van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen.

In het onderzoeksgebied is gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied en houtopstanden.

Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening Gelderland.

Doel van deze rapportage

De Quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd als één van de verschillende

(milieu)onderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het

wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is

uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de vraag: is er sprake van een goede ruimtelijke ordening (is de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkelijk geen ecologisch werkprotocol dat

opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De Wet natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke

zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Om een goed ecologisch werkprotocol op te

kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning in uitvoering, in te zetten materieel en informatie over type bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.

In hoofdstuk 2 wordt de ontwikkeling beschreven. Hier wordt ingegaan op de ligging en beschrijving van het plangebied, de voorgenomen activiteiten en het vaststellen van het onderzoeksgebied. Hoofdstuk 3 bevat uitleg

van natuurwetgeving en -beleid van voorliggend rapport. Hoofdstuk 4 bevat de uitwerking van gebiedsbescherming. De uitwerking van soortenbescherming wordt in hoofdstuk 5 beschreven. In hoofdstuk 6

komt de uitwerking van de houtopstanden aan bod. In hoofdstuk 7 komt de conclusie aan de orde. In hoofdstuk

8 wordt het advies en de vervolgstappen beschreven. Voor de geraadpleegde bronnen wordt verwezen naar

hoofdstuk 9. In de bijlage zijn foto’s van het onderzoeksgebied en aanvullende informatie te vinden.

6

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

2. De ontwikkeling 2.1.

Plangebied

Situering

Het plangebied is gesitueerd aan de Oenerweg 14a en 16 te Heerde. De locatie ligt ten zuiden van de woonkern Heerde en wordt omgeven door landelijk gebied. In figuur 2.1 wordt de globale ligging van het plangebied

weergegeven op een topografische kaart.

Figuur 2.1: Globale ligging van het plangebied

Beschrijving

Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding en beplanting. Binnen het plangebied zijn vier woningen, een

schuur en een pand van ABC Hekwerk aanwezig. Alle woningen beschikken over bakstenen gevels. Huis nr. 14a

en 14 zijn gedekt met riet en de overige woningen hebben een dakpannen dak. Het pand van ABC hekwerk

beschikt over bakstenen gevels en een golfplaten dak. De schuur is net als het pand van ABC hekwerk gedekt met

golfplaten. De tuin van woning 14a bestaat voornamelijk uit gras met een heg als erfbeplanting. Verder zijn er enkele bomen (zoals een notenboom en een beuk) en verharding op het erf aanwezig. Voor een verbeelding van

het plangebied wordt verwezen naar bijlage 1. In figuur 2.2 wordt de begrenzing van het plangebied weergegeven.

7

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

Figuur 2.2: Begrenzing van het plangebied

2.2.

Voorgenomen activiteiten

Initiatiefnemer is voornemens meerdere planologische wijzigingen door te voeren. Samengevat bestaat de ontwikkeling uit: •

• • •

Het aanpassen van de bestemmingsgrens en daarmee het overhevelen van 740 m2 bedrijfsbebouwing

van Oenerweg 14a naar Oenerweg 16;

Het aanpassen van de bouwvlakken voor de bedrijfsbebouwing en een nieuwe loods van 200 m2 te

realiseren;

Bij Oenerweg 14a de aanduiding ‘stratenmakersbedrijf’ te vervangen voor een milieucategorie 1 en 2; Bij Oenerweg 14a de mogelijkheid voor buitenopslag te verwijderen.

De enige fysieke aanpassing binnen het plangebied is gelegen in de tuin van Oenerweg 14a in het westen van het

plangebied. Op deze locatie wordt een schuur gebouwd van maximaal 200 m2 in het zuiden van de tuin van huis

nr. 14a. Voor de realisatie van deze schuur dient een boom en heg gerooid te worden. Voor de te kappen boom worden twee elzen terug geplant. Figuur 2.3 geeft het wenselijke eindbeeld weer.

8

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

Figuur 2.3: Verbeelding van het wenselijke eindbeeld (bron: Ontwerpbureau Luijendijk, 2023)

De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: rooien beuk;

bouwrijp maken bouwplaats; bouwen van een schuur; planten van twee elzen.

2.3.

Onderzoeksgebied

Mogelijk effect op beschermde soorten en/of gebieden

De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden:

verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden.

Mogelijke permanente invloeden:

mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaarrond beschermde nesten;

vernielen/verdwijnen van beschermde soorten;

aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten.

9

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

Vaststellen van de invloedsfeer

Naast een tijdelijk effect op het plangebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief

effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het plangebied. Dit wordt invloedsfeer

genoemd. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of

permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep.

In deze studie wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals de kap van de beuk en bouwwerkzaamheden.

Vaststellen van het onderzoeksgebied

Om de effecten van de voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het van belang ook buiten

het plangebied te kijken. In voorliggend geval grenst het plangebied aan agrarische percelen en bedrijfsbebouwing. Vanwege de lokale invloedsfeer wordt het onderzoeksgebied gelijkgesteld aan het plangebied. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden buiten het onderzoeksgebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties.

10

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

3. Natuurwetgeving en -beleid 3.1.

Inleiding

Bij een ruimtelijke ontwikkeling worden voorgenomen activiteiten op verschillende aspecten beoordeeld,

namelijk Natura 2000-gebieden, soortbescherming en houtopstanden. Hierbij is de provincie het bevoegd gezag.

Op een aantal terreinen vormt het Rijk echter het bevoegd gezag.

3.2.

Gebiedsbescherming

Natura 2000

Het onderdeel gebiedsbescherming van de Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen

voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan

significante gevolgen kan hebben op Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook

gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en

stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets

niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. Beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau

vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Structuurvisie infrastructuur en ruimte

(SVIR). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels

ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de

natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen

dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven.

Concrete beleidsregels ten aanzien van het NNN in Gelderland zijn opgenomen in de vigerende provinciale

ruimtelijke verordening van de provincie Gelderland. In Gelderland wordt gesproken van het Gelders

Natuurnetwerk (GNN), de Groene ontwikkelingszone (GO), Nationaal landschap (NA), natte landnatuur (NL), Weidevogelgebied (WV) en Ganzenrustgebied (GR).

3.3.

Soortenbescherming

In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen

met beschermde soorten. In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld:

11

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

Artikel 3.1: Soorten Vogelrichtlijn 1.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in

2.

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen

3.

Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben;

5.

Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is

4.

artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen;

of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen;

Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Artikel 3.5: Soorten Habitatrichtlijn 1.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen;

2.

Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren;

4.

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te

3.

5.

Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; beschadigen of te vernielen;

Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Artikel 3.10: Andere Soorten 1.

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a.

onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers

b.

onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a

c.

onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun

van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen;

opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of;

natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Zorgplicht

Artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor eenieder om voldoende zorg te dragen voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

De zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1.11. In het tweede lid wordt de

zorgplicht iets geconcretiseerd door te bepalen dat de zorgplicht in elk geval inhoudt dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten:

12

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

a.

dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel,

b.

indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of

c.

voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV)

de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit

ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wet natuurbescherming. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld

dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb een ontheffing te worden aangevraagd. Voor vogels

geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding

niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categoriesoorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig.

3.4.

Houtopstanden

Om het bosareaal in stand te blijven houden zijn regels opgenomen in de Wet Natuurbescherming ten aanzien

van houtopstanden (hoofdstuk 4). Meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod vormen

hierbij de kern. Deze regels zijn in het belang van zowel nationale als internationale natuur-, landschaps- en milieudoelstellingen. In de Wet wordt een houtopstand gedefinieerd als zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die: a.

een oppervlakte grond beslaat van 10 are of meer, of

b.

bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen.

Indien een houtopstand geheel of gedeeltelijk gerooid wordt, dient de rechthebbende binnen drie jaar dezelfde

grond her te beplanten. Herbeplanting die niet is aangeslagen dient binnen drie jaar vervangen te worden.

Wanneer natuurlijke verjonging geen optie is, moeten boomsoorten die bij de groeiplaats aansluiten worden geplant.

Zoals beschreven in Artikel 4.1 heeft de Wet natuurbescherming geen betrekking op houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom, houtopstanden op erven en tuinen,

fruitbomen en windschermen om boomgaarden, naaldbomen die bedoelt zijn als kerstbomen (niet ouder dan twintig jaar), kweekgoed, éénrijige beplanting van populier of wilg langs landbouwgronden, wegbeplanting en

langs waterwegen, dunnen van een houtopstand en populieren, wilgen, essen of elzen die bedoelt zijn voor de productie van houtige biomassa.

Wanneer bomen binnen de bebouwde kom van de Wet Natuurbescherming gekapt zullen worden is de bomenverordening van de desbetreffende gemeente van kracht. Er zal nagegaan moeten worden wat de gevolgen zijn en of er een gemeentelijke (omgevings-)vergunning nodig is voor het rooien van de houtopstanden.

13

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

4. Gebiedsbescherming 4.1.

GNN, GO, Nationaal landschap, Natte landnatuur, Weidevogel- en Ganzenrustgebied

Ligging onderzoeksgebied t.o.v. GNN, GO, NA, NL, WG & GR

Het onderzoeksgebied ligt buiten gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone, Natte

landnatuur, Weidevogel- en Ganzenrustgebied behoren. Het ligt echter wel gelegen binnen gronden die behoren

tot Nationaal landschap Veluwe. Gronden die tot de Groene ontwikkelingszone behoren liggen op minimaal vijf meter afstand van het onderzoeksgebied. In figuur 4.1 wordt de ligging van de Groene ontwikkelingszone, het

Gelders Natuurnetwerk, Natte landnatuur en Nationaal landschap in de omgeving van het onderzoeksgebied weergegeven. Gronden die tot de Groene ontwikkelingszone, Natte landnatuur, Weidevogelgebied en Ganzenrustgebied behoren liggen op minimaal 200 meter afstand van het onderzoeksgebied.

Figuur 4.1: Ligging onderzoeksgebied t.o.v. GNN, GO, NA en NL

Effectbeoordeling

De bescherming van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone kent geen externe werking. Vanwege de ligging buiten deze gronden hoeft er niet getoetst te worden aan het GNN en GO ten aanzien van het provinciaal beleid. Daarnaast is de invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten lokaal en is de afstand met het

onderzoeksgebied dusdanig groot dat de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op de wezenlijke

14

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

kenmerken en waarden van de Natte landnatuur, Weidevogelgebied en Ganzenrustgebied hebben. Het onderzoeksgebied ligt wel binnen gronden die behoren tot Nationaal landschap Veluwe. De volgende kernkwaliteiten die zijn aangewezen voor dit Nationaal landschap zijn: •

• • • •

Dorpen op de Veluweflank, op loopafstand van elkaar (o.a. Epe, Heerde); Landgoederen langs de westrand, grondgebonden landbouw; Sterk microreliëf door oost-west gerichte ruggen;

Cultuurhistorisch erfgoed zoals de sprengen, watermolens, Apeldoorns kanaal;

Open essen en broekgebieden.

De geplande werkzaamheden tast geen van de bovengenoemde kenmerken en kernkwaliteiten aan. Consequenties t.a.v. provinciaal beleid

Het onderzoeksgebied ligt buiten het Gelders Natuurnetwerk, de Groene ontwikkelingszone, Natte landnatuur, Weidevogelgebied en Ganzenrustgebied. De bescherming van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene

ontwikkelingszone kent geen externe werking. Daarnaast is de invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten lokaal en is de afstand met het onderzoeksgebied dusdanig groot dat de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de natte landnatuur, Weidevogelgebied en Ganzenrustgebied

hebben. De bouw van een schuur en planologische wijzigingen hebben geen negatief effect op de wezenlijke

kenmerken en waarden van het Nationaal landschap Veluwe. Voorgenomen activiteiten leiden niet tot consequenties ten aanzien van provinciaal beleid.

4.2.

Natura 2000

Ligging onderzoeksgebied t.o.v. Natura 2000

Het onderzoeksgebied ligt buiten Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied Veluwe is het meest nabijgelegen

Natura 2000-gebied en ligt op 2,00 kilometer afstand van het onderzoeksgebied. In figuur 4.2 wordt de ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het onderzoeksgebied weergegeven.

15

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

Figuur 4.2: Ligging onderzoeksgebied t.o.v. Natura 2000-gebied

Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten

De uitvoering van fysieke activiteiten in een onderzoeksgebied zou kunnen leiden tot een negatief effect op

instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied in de omgeving van een onderzoeksgebied. Als gevolg van

fysieke werkzaamheden kunnen negatieve effecten optreden, zoals een toename van geluid, trillingen, kunstlicht, visuele verstoring, areaalverlies en aantasten hydrologie.

Gelet op de aard, omvang en duur van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het onderzoeksgebied en Natura 2000-gebied, wordt in voorliggend geval een negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura

2000-gebied uitgesloten. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is lokaal en gelet op de afstand tussen het onderzoeksgebied en Natura 2000-gebied is een negatief effect uitgesloten. Stikstofgevoelige habitattypen

Niet alle habitattypen in Natura 2000-gebied zijn even gevoelig voor verzuring, als gevolg van stikstofdepositie, maar het Natura 2000-gebied Veluwe bestaat voor een aanzienlijk deel uit stikstofgevoelige habitattypen. Beoordeling stikstof: Realisatie- en gebruiksfase

Ten behoeve van de totale ontwikkeling wordt materiaal met een verbrandingsmotor ingezet en vindt er een tijdelijke toename plaats van verkeersbewegingen als gevolg van de aan- en afvoer van materialen en personeel.

16

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

Als gevolg van het realiseren van een schuur zal er geen toename van verkeersbewegingen plaatsvinden in de

gebruiksfase. Aan de hand van de uitgevoerde stikstofberekening blijkt dat als gevolg van onderhavig project

gedurende de realisatie- en gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities op de omliggende Natura 2000-

gebieden hoger dan 0,00 mol/ha/j. Daarom vormt het aspect stikstof in relatie tot Natura 2000-gebied geen belemmering voor de realisatie en de vergunningverlening. Consequenties t.a.v. WNB

Voorgenomen activiteiten hebben geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebied en leiden daarom niet tot wettelijke consequenties.

4.3.

Slotconclusie

Het onderzoeksgebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk, de Groene ontwikkelingszone, Natte

landnatuur, Ganzenrustgebied, Weidevogelgebied of Natura 2000-gebied. De bescherming van het Gelders

Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone kent geen externe werking. Daarnaast hebben voorgenomen activiteiten een lokale invloedsfeer en is de afstand met het onderzoeksgebied dusdanig groot dat de

voorgenomen activiteiten geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de Natte landnatuur,

Weidevogelgebied en Ganzenrustgebied hebben. De bouw van een schuur en planologische wijzigingen hebben tevens geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Nationaal landschap Veluwe.

Voorgenomen activiteiten leiden niet tot consequenties ten aanzien van provinciaal beleid. Aan de hand van de uitgevoerde stikstofberekening blijkt dat als gevolg van onderhavig project gedurende de realisatie- en

gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities op de omliggende Natura 2000-gebieden hoger dan 0,00

mol/ha/j. Daarom vormt het aspect stikstof in relatie tot Natura 2000-gebied geen belemmering voor de realisatie en de vergunningverlening.

17

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

5. Soortenbescherming 5.1.

Hypothese en bureauonderzoek

Het onderzoeksgebied is voorafgaand het veldbezoek bestudeerd aan de hand van literatuur. De mogelijke

aanwezigheid van beschermde soorten is bepaald aan de hand van de van regionale en landelijke verspreidingsatlassen, zoals RAVON, SOVON, Zoogdiervereniging en de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF).

De inrichting en het gevoerde beheer maken het onderzoeksgebied mogelijk tot een geschikte groeiplaats voor (beschermde) plantensoorten en tot een potentieel geschikt functioneel leefgebied voor verschillende

beschermde diersoorten. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, behoort het onderzoeksgebied mogelijk

tot functioneel leefgebied van beschermde en/of algemene flora- en faunasoorten uit onderstaande soortgroepen:

amfibieën; flora;

grondgebonden zoogdieren; ongewervelden; vleermuizen; vogels. Reptielen

Het onderzoeksgebied is ongeschikt als leefgebied voor reptielen door het ontbreken van heide, broeihopen, een goede ontwikkelde strooisellaag, ingerotte boomstobben of vegetatie van zeggen of russen. Tevens geven de

NDFF-verspreidingsgegevens van reptielen (NDFF, 2023) aan dat er in de omgeving van het onderzoeksgebied

geen beschermde soorten voorkomen. Vissen en kreeftachtigen

Omdat er geen open water (sloten, vijvers, watergangen) in het onderzoeksgebied aanwezig zijn of niet negatief

worden beïnvloed, zijn beschermde vissoorten en kreeftachtigen niet meegenomen in voorliggend onderzoek. Tevens geven de NDFF-verspreidingsgegevens van vissen en kreeftachtigen (NDFF, 2023) aan dat er in de omgeving van het onderzoeksgebied geen beschermde soorten voorkomen.

5.2.

Methode

Veldbezoek

In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het onderzoeksgebied op 23 juni 2023 tijdens de daglichtperiode

met geschikte weersomstandigheden bezocht. Het onderzoeksgebied is te voet onderzocht op de aanwezigheid

en potentiële aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Het gebied is visueel en auditief

onderzocht. Tijdens het veldbezoek is gebruik gemaakt van een verrekijker, zaklamp en zijn de in dit rapport opgenomen afbeeldingen gemaakt.

18

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

Amfibieën

De onderzoeksperiode is geschikt voor verspreidingsonderzoek naar amfibieën. Amfibieën hebben de

winterverblijfplaats verlaten en, afhankelijk van de soort, bezetten amfibieën de land- of voortplantingsbiotoop. Amfibieën in landbiotoop zitten overdag ook meestal weggekropen in holen en gaten in de grond of onder strooisel, bladeren, takken, rommel of opgeslagen goederen en zijn dan lastig waar te nemen.

Op basis van een beoordeling van landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van

de functie van het onderzoeksgebied voor amfibieën en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar deze soorten. Daarbij is tevens rekening gehouden met de ligging van het onderzoeksgebied ten opzichte van het (normale) verspreidingsgebied van verschillende amfibieënsoorten. Flora

De onderzoeksperiode is geschikt voor onderzoek naar de groeiplaats van beschermde planten. In deze tijd van

het jaar bloeien de meeste soorten en is determinatie goed mogelijk. Het onderzoeksgebied is beoordeeld op

potentieel geschikte standplaatsen van planten. Beschermde planten komen hoofdzakelijk voor in de volgende

biotopen: zomen en ruigte, natte of droge storingsmilieu ’s, extensieve graslanden, akkers, moeras of pioniermilieus met open en zonnige standplaatsen. Grondgebonden zoogdieren

Het onderzoeksgebied is visueel onderzocht op het voorkomen van beschermde grondgebonden zoogdieren. De

onderzoeksperiode is geschikt voor verspreidingsonderzoek. Verschillende beschermde grondgebonden diersoorten hebben zogende zogen in deze tijd van het jaar en veel grondgebonden zoogdieren benutten de voortplantingsplaats als vaste rustplaats buiten de voortplantingsperiode.

Er is in het onderzoeksgebied gezocht naar grondgebonden zoogdieren, verblijfplaatsen en sporen die op de

aanwezigheid van grondgebonden zoogdieren in het onderzoeksgebied duiden zoals holen, nesten, graaf-, kraben bijtsporen, haren, prooiresten, pootafdrukken en uitwerpselen.

Ongewervelden De

onderzoeksperiode

geschikt

voor

onderzoek

beschermde

dagvlinders,

libellen

en

overige

ongewervelden. Ongewervelden komen voor in waterelementen, natuurlijke oevers of plekken met essentiële waardplanten voor beschermde ongewervelden zoals hooilanden, heidevelden en hoogveenmoerassen.

Op basis van een beoordeling van landschappelijke kenmerken en het voorkomen van essentiële waardplanten kan een goede inschatting gemaakt worden van de functie van het onderzoeksgebied voor ongewervelden. Vleermuizen

De onderzoeksperiode is geschikt voor onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen. Er is in het

onderzoeksgebied gezocht naar vleermuizen en naar potentiële rust- verblijfplaatsen van vleermuizen in bomen

en gebouwen. De gebouwen en bomen zijn beoordeeld op de geschiktheid als verblijfplaats. Daarbij is gekeken naar potentiële verblijfplaatsen in en aan de gebouwen en bomen.

19

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

Het onderzoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag dat vleermuizen foerageren of lijnvormige

landschapselementen benutten als vliegroute, maar de mogelijke betekenis van het onderzoeksgebied als

foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen is bepaald op basis van een visuele beoordeling van de landschappelijke karakteristieken van het onderzoeksgebied. Vogels

Het gebied is visueel en auditief onderzocht op het voorkomen van (broed)vogels. De onderzoeksperiode is

geschikt voor onderzoek naar (broed)vogels omdat de meeste vogels in deze tijd van het jaar territorium-

indicerend gedrag (zingen/balts) vertonen en veel soorten een bezet nest hebben. Sommige standvogels (dit zijn

vogels die niet wegtrekken in de winter), zoals de huismus, steen- en kerkuil zijn doorgaans het hele jaar door aanwezig in de buurt van de nest-/rustplaats.

In het onderzoeksgebied is gekeken naar vogels, (oude) nesten en sporen die op de aanwezigheid van nesten in

het onderzoeksgebied duiden, zoals prooiresten (roofvogels), schijtsporen, braakballen, ruiveren (roofvogels), eierdoppen en zichtbaar nestmateriaal. De bebouwing is o.a. onderzocht op de aanwezigheid van huismussennesten. Op basis van een beoordeling van de landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting

gemaakt worden van de functie van het onderzoeksgebied voor vogels en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar vogels.

5.3.

Resultaten en wettelijke consequenties

Amfibieën

Verspreiding en functie

Op basis van het veldbezoek, verspreidingsatlassen en NDFF wordt het onderzoeksgebied als functioneel

leefgebied voor verschillende beschermde amfibieënsoorten beschouwd, zoals gewone pad en bruine kikker. Er

zijn geen waarnemingen bekend van streng beschermde amfibieën soorten (NDFF, 2023).

Algemeen beschermde amfibieën soorten benutten de buitenruimte mogelijk als foerageergebied en mogelijk bezetten ze er een (winter)rustplaats. Geschikt voortplantingsbiotoop ontbreekt in het onderzoeksgebied.

Amfibieën kunnen een (winter)rustplaats bezetten in holen en gaten in de grond. Het onderzoeksgebied wordt

niet als functioneel leefgebied van zeldzame amfibieënsoorten als kamsalamander, rugstreeppad of poelkikker beschouwd. In het onderzoeksgebied zijn geen vennen, poelen of kleine plasjes aanwezig.

Wettelijke consequenties

Door het uitvoeren van grondverzet wordt mogelijk een amfibie gedood en wordt mogelijk een (winter)rustplaats

beschadigd of vernield. De in het onderzoeksgebied voorkomende amfibieën mogen niet gedood worden. Voor het beschadigen/ vernielen van de rust- en voortplantingsplaats geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen.

Om te voorkomen dat deze dieren (opzettelijk) gedood worden, dienen ze weggejaagd of weggevangen te worden

en elders weer losgelaten te worden (zie figuur 5.1 voor toepasbare vangmiddelen). Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden. De functie van het onderzoeksgebied als foerageergebied neemt mogelijk tijdelijk af,

maar dit leidt niet tot wettelijke consequenties.

20

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

Figuur 5.1: Overzicht van toepasbare vangmiddelen per diersoort

Conclusie

Voor de aanwezige amfibieën geldt dat deze niet mogen worden gedood. Ze moeten worden weggevangen of er dient ontheffing aangevraagd te worden.

Flora

Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Daarnaast wordt het

onderzoeksgebied op basis van verspreidingsatlassen en NDFF niet als geschikt beschouwd op het voorkomen van beschermde plantensoorten (NDFF, 2023).

Wettelijke consequenties

Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten worden geen beschermde plantensoorten aangetast. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.

Conclusie

Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties voor flora.

Grondgebonden zoogdieren

Verspreiding en functie

Op basis van het veldbezoek, verspreidingsatlassen en NDFF wordt het onderzoeksgebied als functioneel leefgebied voor verschillende beschermde grondgebonden zoogdieren beschouwd en er is een waarneming

21

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

bekend van de eekhoorn en ree (NDFF, 2023). Grondgebonden zoogdieren die in het onderzoeksgebied voor kunnen komen zijn bosmuis, huisspitsmuis, steenmarter, haas en konijn.

De voorgenoemde muizensoorten bezetten mogelijk een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in holen en gaten

in de grond. De steenmarter bezet geen vaste rust- en/of voortplantingsplaats op de locatie van de te bouwen

schuur aangezien de bomen op deze locatie niet beschikken over geschikte holen. Daarnaast zijn er geen nesten van de eekhoorn, legers van hazen of holen van konijnen waargenomen tijdens het veldbezoek. De overige beplanting en bebouwing binnen het onderzoeksgebied blijven ongewijzigd.

Wettelijke consequenties

Door het uitvoeren van grondverzet wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt mogelijk een vaste rust- en voortplantingsplaats beschadigd en vernield. De in het onderzoeksgebied

voorkomende grondgebonden zoogdiersoorten mogen niet gedood worden. Voor de soorten die rond de te

bouwen schuur voorkomen geldt voor het beschadigen/vernielen van de rust- en voortplantingsplaats een vrijstelling van de verbodsbepalingen. Om te voorkomen dat deze dieren (opzettelijk) gedood worden, dienen ze

weggejaagd of weggevangen te worden en elders weer losgelaten te worden (zie figuur 5.1 voor toepasbare vangmiddelen). Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden. De functie van het onderzoeksgebied als

foerageergebied neemt mogelijk tijdelijk af, maar dit leidt niet tot wettelijke consequenties.

Conclusie

Voor de aanwezige grondgebonden zoogdieren geldt dat deze niet mogen worden gedood. Ze moeten worden weggevangen of er dient ontheffing aangevraagd te worden.

Ongewervelden

Verspreiding en functie

In het onderzoeksgebied zijn geen beschermde ongewervelden waargenomen en er zijn geen aanwijzingen

gevonden dat het onderzoeksgebied een geschikt habitat vormt voor beschermde ongewervelden. Er zijn eveneens geen verspreidingsgegevens bekend van beschermde ongewervelden in en nabij het onderzoeksgebied

(NDFF, 2023). Beschermde dagvlinders en libellen zijn voornamelijk gebonden aan specifieke terreintypen zoals droge- en vochtige heiden, vennen en hoogveen welke voornamelijk in natuurgebieden te vinden zijn. In het

onderzoeksgebied ontbreekt dergelijk habitat en er zijn geen geschikte waardplanten aanwezig van beschermde ongewervelden.

Wettelijke consequenties

Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten worden geen beschermde ongewervelden gedood en wordt

geen vaste rust- en voortplantingsplaats beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen

ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.

22

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

Conclusie

Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties voor ongewervelden.

Vleermuizen

Verspreiding en functie: verblijfplaats

Op basis van het veldbezoek, verspreidingsatlassen en NDFF wordt het onderzoeksgebied als functioneel

leefgebied voor verschillende beschermde vleermuissoorten beschouwd en er zijn waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis in de nabijheid van het onderzoeksgebied (NDFF, 2023).

Er zijn tijdens het veldbezoek geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat

vleermuizen een vaste rust- en/of voortplantingsplaats bezetten in de directe omgeving van de te kappen

boom/bouwenschuur. De opgaande beplanting vormt geen potentiële verblijfplaats voor vleermuizen, deze

bomen beschikken niet over holen in de stam of losse schors. Mogelijk bezetten vleermuizen wel vaste rust- en/of voortplantingsplaats in de bebouwing binnen het onderzoeksgebied. Deze bebouwing en haar directe omgeving blijft echter ongewijzigd.

Verspreiding en functie: foerageergebied

Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het onderzoeksgebied als een geschikt

foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Vermoedelijk foerageren verschillende soorten rond de bebouwing en beplanting. Gelet op de inrichting, het gevoerde beheer en de kleine oppervlakte, wordt het onderzoeksgebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd.

Verspreiding en functie: vliegroute

Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen

die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij lantaarnpalen en gevels van woningen. Het onderzoeksgebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen.

Wettelijke consequenties

Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood, wordt geen vaste

rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield en wordt geen essentieel foerageergebied of vliegroute

aangetast. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.

Conclusie

Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties voor vleermuizen.

23

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

Vogels

Verspreiding en functie

Op basis van het veldbezoek, verspreidingsatlassen en NDFF wordt het onderzoeksgebied als functioneel leefgebied voor verschillende vogelsoorten beschouwd en zijn er waarnemingen bekend van boerenzwaluwen,

boomvalk, buizerd, gierzwaluw, steenuil en huismus (NDFF, 2023). Vogelsoorten gebruiken het onderzoeksgebied als foerageergebied en mogelijk nestelen verschillende vogelsoorten aan de bebouwing en in de beplanting.

Vogelsoorten die mogelijk in het onderzoeksgebied nestelen zijn heggenmus, roodborst, vink, houtduif en merel. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten waargenomen rond de locatie van de te bouwen schuur. Er zijn wel

potentiële nestlocaties aanwezig in de bomen of heg. In het onderzoeksgebied zijn geen aanwijzingen gevonden

dat roofvogels en/of uilen er een vaste rust- of voortplantingsplaats bezetten. Vaste rust- en

voortplantingsplaatsen van roofvogels en uilen zijn doorgaans eenvoudig vast te stellen aan de hand van

schijtsporen, braakballen en ruiveren op de grond onder de zitplaats. Het agrarische perceel naast de locatie van

de te bouwen schuur wordt niet als geschikt beschouwd voor vogels om te broeden wegens het intensieve beheer.

Mogelijk zijn er nesten van de huismus, gierzwaluw of boerenzwaluw aanwezig in of aan de bebouwing binnen het onderzoeksgebied. Deze bebouwing en haar directe omgeving blijven echter behouden.

Wettelijke consequenties

Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een bezet vogelnest beschadigd, vernield en/of verstoord. Van de rond de te bouwen schuur nestelende vogelsoorten is uitsluitend het bezette nest beschermd,

niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen/vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen ontheffing van de verbodsbepalingen verkregen worden omdat de voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het

verstoren/vernielen van vogelnesten dienen daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is september-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens het broedseizoen van

vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Om dit te voorkomen dient dan een broedvogelscan te worden uitgevoerd. De functie van het onderzoeksgebied als foerageergebied neemt mogelijk tijdelijk af, maar dit leidt niet tot wettelijke consequenties.

Conclusie

Voorgenomen activiteiten buiten de voortplantingsperiode uitvoeren (of een broedvogelscan laten uitvoeren).

Overige soorten

Het onderzoeksgebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten.

Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.

5.4.

Slotconclusie

In tabel 5.1 en tabel 5.2 worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven.

24

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

Tabel 5.1: Samenvatting van de wettelijke consequenties Soortgroep

Functie

Beschermde

Verbodsbepalingen

Aandachtspunt

Amfibieën

Foerageergebied

Diverse soorten

Niet van toepassing; vrijstelling

Geen

Amfibieën

(Winter)rustplaats

Diverse soorten

Niet van toepassing; vrijstelling

Geen

Amfibieën

Voortplantingsplaats

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

Doden van dieren

Diverse soorten

Art. 3.10 lid 1a

Geen dieren doden:

soorten

onderzoeksgebied

Amfibieën

(Wet natuurbescherming)

i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling

i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling

wegvangen of ontheffing aanvragen

Flora

Grondgebonden zoogdieren

Standplaats

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

Foerageergebied

Diverse soorten

Niet van toepassing; vrijstelling

Geen

Diverse soorten

Niet van toepassing; vrijstelling

Geen

Diverse soorten

Art. 3.10 lid 1a

Geen dieren doden:

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

Essentieel

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

Vliegroute

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

Doden van dieren

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Geen

Foerageergebied

Diverse soorten

Niet

Geen

Grondgebonden

Vaste

Grondgebonden

Doden van dieren

zoogdieren

rust-

voortplantingsplaats

zoogdieren

en

i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling

wegvangen of ontheffing aanvragen

Ongewervelden

Vaste

Ongewervelden

Doden van dieren

rust-

voortplantingsplaats

Vleermuizen

en

Rust-

voortplantingsplaats

Vleermuizen

of

foerageergebied

Vleermuizen Vleermuizen Vogels

van

toepassing; vrijstelling

i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling

Vogels

Bezette

(niet

Diverse soorten

Art. 3.1 lid 2

Vogels

Jaarrond beschermde

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen

Vogels

Doden van dieren

Diverse soorten

Art. 3.1 lid 1

Werken buiten

Dieren

Niet aanwezig

Niet van toepassing

nest- en rustplaats

Overige

flora-

faunasoorten

25

nesten

jaarrond beschermd)

en

Werken buiten

voortplantingsperiode of

broedvogelscan uitvoeren

voortplantingsperiode of

broedvogelscan uitvoeren functies

en

overige

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

Geen

Tabel 5.2: Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per soortgroep Soortgroep

Amfibieën

Vaste

rust

Voort-

Vliegroute

Essentieel

standplaats

plaats

muizen)

gebied

plaats/

plantings-

(vleer-

foerageer-

Wettelijke

consequenties

Nader

onderzoek

Ontheffing vereist

vereist

Ja

Nee

n.v.t.

Nee

Ja

Nee

Nee, tenzij dieren

Nee

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Nee

Nee

Nee

Ja

Ja

n.v.t.

Nee

Ja

Nee

Nee, tenzij dieren

Ongewervelden

Nee

Nee

n.v.t.

Nee

Nee

Nee

Nee

Vogels

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Ja

n.v.t.

Nee

Ja

Nee

Nee, tenzij vogels

Flora

Grondgebonden zoogdieren

Vleermuizen

gedood worden

gedood worden

gedood, bezette

nesten verstoord,

beschadigd of vernield worden

26

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

6. Houtopstanden

Voor de bouw van de schuur dient één beuk gekapt te worden. In overleg met de gemeente is een vergunning voor de kap van deze boom verleent en worden twee elzen ter compensatie op het erf geplant.

27

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

7. Conclusie

Conclusie m.b.t. gebiedsbescherming

Het onderzoeksgebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk, de Groene ontwikkelingszone, Natte

landnatuur, Ganzenrustgebied, Weidevogelgebied of Natura 2000-gebied. De bescherming van het Gelders

Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone kent geen externe werking. Daarnaast hebben voorgenomen activiteiten een lokale invloedsfeer en is de afstand met het onderzoeksgebied dusdanig groot dat de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de natte landnatuur,

Weidevogelgebied en Ganzenrustgebied hebben. De geplande werkzaamheden hebben geen negatief effect op

de waarden en kenmerken van Nationaal landschap Veluwe. Voorgenomen activiteiten leiden niet tot consequenties ten aanzien van provinciaal beleid. Aan de hand van de uitgevoerde stikstofberekening blijkt dat als gevolg van onderhavig project gedurende de realisatie- en gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities

op de omliggende Natura 2000-gebieden hoger dan 0,00 mol/ha/j. Daarom vormt het aspect stikstof in relatie tot Natura 2000-gebied geen belemmering voor de realisatie en de vergunningverlening. Conclusie m.b.t. soortenbescherming

De inrichting en het gevoerde beheer maken het onderzoeksgebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten.

Beschermde diersoorten benutten het onderzoeksgebied als foerageergebied en mogelijk bezet een beschermd

grondgebonden zoogdier er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een

(winter)rustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen en ongewervelden bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het onderzoeksgebied en amfibieën bezetten er geen voortplantingsplaats.

Van de rond de te bouwen schuur nestelende vogelsoorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van bezette vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte

periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is september-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens het broedseizoen van vogels mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield

worden.

Indien

de

voorgenomen

activiteiten

uitgevoerd

worden

tijdens

de

voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.

Mogelijk komen algemeen beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën voor rond de te bouwen schuur. Deze soorten staan op de provinciale vrijstellingslijst voor ruimtelijke ingrepen. Er hoeft dan ook geen ontheffing voor de uitvoering van voorgenomen activiteiten te worden aangevraagd. Aanbevolen wordt om buiten de kwetsbare periode (augustus-oktober) van de soorten aan het werk te gaan en één richting op te werken zodat de dieren de mogelijkheid hebben om te vluchten.

In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het onderzoeksgebied aanwezige

planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten

en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Door het uitvoeren

28

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

van de voorgenomen activiteiten wordt de functie van het onderzoeksgebied als foerageergebied tijdelijk aangetast. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties.

Conclusie m.b.t. houtopstanden

Voor de bouw van de schuur dient één beuk gekapt te worden. In overleg met de gemeente is een vergunning voor de kap van deze boom verleent en worden ter compensatie twee elzen op het erf terug geplant.

29

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

8. Advies en vervolgstappen Gebiedsbescherming

Aan de hand van de uitgevoerde stikstofberekening blijkt dat als gevolg van onderhavig project gedurende

de realisatie- en gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities op de omliggende Natura 2000-gebieden

hoger dan 0,00 mol/ha/j. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Soortenbescherming

De rond de te bouwen schuur voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën staan op de

provinciale vrijstellingslijst voor ruimtelijke ingrepen. Er hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd;

Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties voor vleermuizen, beschermde plantensoorten en beschermde ongewervelden;

Voor de aanwezige vogelsoorten geldt dat het uitvoeren van voorgenomen activiteiten buiten de

broedperiode moet plaatsvinden of er dient een broedvogelscan te worden uitgevoerd; Er dient te allen tijde gewerkt te worden conform de Zorgplicht.

Houtopstanden

Voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties in het kader van houtopstanden.

30

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

9. Bronnen

AERIUS. (2020). AERIUS-Calculator. Opgehaald van aerius.nl: www.aerius.nl

Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen J.B.M. (2016), Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. -Natuur van

Nederland 12. Naturalis Biodiversity Centre & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. BIJ12 (2017). Kennisdocument. BIJ12, versie 1.0.

Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (2009). De amfibieën en reptielen van Nederland, - Nederlandse fauna 9.

Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey -Nederland, Leiden. Floron (2011). Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora, Knnv Uitgeverij, Utrecht.

Limpens, H., K. Mostert en W. Bongers (1997). Atlas van de Nederlandse Vleermuizen. Utrecht: KNNV Uitgeverij.

Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie 1.3.

SOVON Vogelonderzoek Nederland (2002). Atlas van de Nederlandse broedvogels, - Nederlandse fauna 5.

Leiden, Nederland: KNNV Uitgeverij & European invertebrate Survey – Nederland. Soort- en gebiedsinformatie: www.eurobats.org

www.natura2000.nl

www.nederlandsesoorten.nl www.pdok.nl

www.ravon.nl

www.ruimtelijkeplannen.nl www.sovon.nl

www.verspreidingsatlas.nl

www.vogelbescherming.nl

www.zoogdiervereniging.nl Omgevingsverordening Waarnemingen: ndff-ecogrid.nl

31

Quickscan Flora & Fauna Oenerweg 14a-16, Heerde

26-7-2023

Bijlagen

Bijlage 1: Foto’s

Bijlage 2: Toelichting Wet natuurbescherming Drie beschermingsregimes

De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=3628d7eb-b435-4235-b6f1-1427c2b1c6ec