4.1.1. TNO rapport
Tekst van het document
1,6 2,1 1,8
Uit tabel 8.1 blijkt dat met maatregelen aan het breachhuis en breachmuur en met maatregelen aan de in het uiterste noordoosten van het ASK gelegen schietbanen (Wezeperberg, Kamperbaan en AGW-baan) een maximale geluidreductie van 1 dB kan worden bereikt op enkele locaties.
TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02
32/33
Maatregelen aan de springputten kunnen de totale geluidbelasting aan de zuidoostkant van het ASK verminderen met maximaal 2 dB. Het gaat dan om drie woningen die in de situatie zonder maatregelen een geluidbelasting hebben boven de voorkeursgrenswaarde. Als voor het afwegen van kosten en baten van deze maatregelen de methode wordt gevolgd die in paragraaf 4 van bijlage A is toegelicht, telt voor de baten alleen de geluidreductie mee bij drie woningen die zonder maatregelen een geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde hebben. De methode in bijlage A geeft aan dat het effect van maatregelen kosten rechtvaardigen van 0,6 X. Hierin is X het bedrag dat men verantwoord acht om maximaal uit te geven om de geluidbelasting van één woning met 6 dB of meer te verminderen. Uitgaande van een bedrag X van 50.000 euro, zou voor de vermindering van de geluidbelasting bij de drie woningen een bedrag van ongeveer 30.000 euro te rechtvaardigen zijn. Het lijkt onwaarschijnlijk dat het voor dit bedrag mogelijk is om effectieve maatregelen te treffen. Het verhogen van de wallen rond de springputten ligt voor de hand, maar om laagfrequent geluid van de zware explosies effectief tegen te houden is een verhoging met tenminste 5 meter nodig.
TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02
33/33
9
Referenties
[i]
Staatscourant Jaargang 2014, Nr. 20654, gepubliceerd op 6 augustus 2014. Voorhang ontwerpregeling Activiteitenregeling milieubeheer en enkele andere regelingen (nieuwe activiteiten).
[2]
Activiteitenregeling milieubeheer, bijlage 9: Rekenvoorschrift buitenschietbanen Regeling van de Minister van VROM, handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat, van 9 november 2007, nr. DJZ2007104180.
[3]
I
I
5.1.2.e
Geluidbelasting ten gevolge van schietactiviteiten op het Artillerie Schietkamp en het schietterrein Wezep. TNO-rapport IZF 1989-A18, 1989 [4]
5.1.2.e
I
Geluidbelasting ten gevolge van schietactiviteiten op het Artillerie Schietkamp en het schietterrein Wezep na invoering van de 155 en 203 mm oefenspringbrisantgranaat. TNO-rapport IZF 1990-A4, 1990 [5]
Beschikking op aanvraag om een nieuwe, de gehele inrichting omvattende, vergunning ingevolge de Hinderwet voor het Artillerieschietkamp (ASK) en oefenterrein CS-7 gelegen in de gemeenten Oldebroek, Epe, Heerde en Elburg. Gedeputeerde Staten provincie Gelderland, MW89.35261-6093007, 27 oktober 1994.
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
A
Bijlage A 11/10
Verantwoording 1
Onderzoeksmethode en uitgangspunten Het Rekenvoorschrift buitenschietbanen, vastgelegd in bijlage 9 van de Activiteiten regeling milieubeheer [A1] beschrijft de rekenmethode die voor het onderzoek naar schietgeluid moet worden gevolgd en de gegevens die in de rapportage moeten worden vermeld. De Activiteitenregeling laat echter ruimte voor interpretatie. De interpretatie die TNO aanhoudt voor het vereiste onderzoek en de bijbehorende rapportage wordt in deze bijlage nader gespecificeerd en gemotiveerd.
2
Eisen aan de uitvoering van het onderzoek naar schietgeluid en rapportage volgens de Activiteitenregeling
2.1 Rekenmethode Onderzoek naar schietgeluid van schietinrichtingen van Defensie wordt uitgevoerd op basis van berekeningen. De resultaten van het onderzoek zijn de geluid belastingen in punten bij geluidgevoelige bestemmingen, uitgedrukt in Bs,dan(Metingen kunnen, in aanvulling op de berekeningen, deel uitmaken van het onder zoek. Voor het onderzoek voor het ASK is dit niet het geval.)
Voorde berekeningen wordt gebruik gemaakt van gegevensbestanden. Volgens de Activiteitenregeling worden deze bestanden ter beschikking gesteld, maar dat is tot nu toe niet het geval. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zegt hierover op de website Infomil2: “In het rekenvoorschrift staat dat gegevensbestanden nodig zijn. TNO ontwikkelt en beheert deze gegevensbestanden. Zonder deze middelen is akoestisch onderzoek volgens het rekenvoorschrift niet mogelijk. (....) De door TNO samengestelde gegevensbestanden en ontwikkelde hulpmiddelen zijn op dit moment niet beschikbaar. Hierdoor is akoestisch onderzoek volgens het rekenvoorschrift door derden niet mogelijk. 17
Dit betekent dat uitkomsten van berekeningen die TNO uitvoert volgens bijlage 9 van [A1] (waarbij gebruik wordt gemaakt van deze gegevensbestanden) niet door andere partijen exact te reproduceren zijn. Dit is een gevolg van keuzes die de overheid heeft gemaakt en valt buiten de verantwoordelijkheid van de vergunningaanvrager (Defensie of het Rijksvastgoedbedrijf) en de uitvoerder van het onder zoek (TNO). Om het toch mogelijk te maken dat berekeningen door anderen dan TNO uitgevoerd kunnen worden heeft RIVM in opdracht van het ministerie een alternatieve methode voor schietgeluid ontwikkeld, waarin de geluidoverdracht wordt berekend volgens de algemeen toegepaste methode voor industriegeluid.
2
Kenniscentrum Infomil is onderdeel van Rijkswaterstaat, de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Bijlage A | 2/10
Hoewel deze methode geen alternatief biedt voor onderzoek naar militair schietgeluid in wettelijke procedures, is hiermee wel na te gaan of de uitkomsten van een volgens bijlage 9 uitgevoerd onderzoek in overeenstemming zijn met de verwachting. Voorwaarde is dat de rapportage van het onderzoek volgens bijlage 9 voldoende gegevens bevat om de alternatieve methode te kunnen toepassen. In het geval dat er sprake is van grote verschillen, zal onderzoek kunnen plaatsvinden naarde oorzaken van die verschillen. 2.2 Software TNO gebruikt in eigen beheer ontwikkelde software (Cogel) om de berekeningen voor schietgeluid volgens de wettelijk voorgeschreven methode uit te voeren. Deze software is niet voor andere partijen beschikbaar3.
De Activiteitenregeling stelt geen eisen aan de software voor schietgeluid, net zo min als er wettelijke eisen zijn voorde software voorgeluidberekeningen voor verkeer of industrie. Het is de verantwoordelijkheid van de uitvoerder van het onderzoek om rekensoftware zo te gebruiken dat de juiste resultaten worden verkregen.
Naast het testen van alle onderdelen (subroutines) van de software, controleert TNO bij iedere verandering of de software (Cogel) nog dezelfde re ken uitkomsten geeft als eerdere versies van de software aan de hand van referentiesituaties (benchmarks). De uitkomsten van deze benchmarks zijn eerder uitgerekend met handmatige berekeningen en met software op basis van Matlab (een technische software-omgeving). Dit garandeert niet dat Cogel vrij is van fouten, maar maakt de kans zo klein mogelijk dat fouten leiden tot een significante afwijking van de juiste re ken uitkomsten. 2.3 Modellering Met betrekking tot het ‘vertalen’ van de werkelijke situatie naar een schematisering (model) voor het toepassen van de rekenmethode geeft de Activiteitenregeling milieubeheer [A1 ] alleen regels voorde modellering van bodemgebieden, obstakels (die door reflectie of afscherming invloed hebben op de geluidoverdracht) en de hoogte van immissiepunten (rekenpunten of beoordelingspunten).
Een model is altijd een benadering van de werkelijkheid. De onderzoeker moet beschikken over de expertise, ervaring en kennis van de rekenmethode om een betrouwbaar model op te stellen en afwegingen te maken over de benodigde mate van detaillering. Hierover zijn bij de beschrijving van de rekenmethode (bijlage 9 van de Activiteitenregeling [A1 ]) geen voorschriften opgenomen.
Elementen van de modellering en de te kiezen variabelen bij de definitie van die elementen, conform bijlage 9 van de Activiteitenregeling milieubeheer [A1], zijn hieronder beschreven.
3
Dit vergt een investering in bijvoorbeeld een geavanceerdere interface voor de gebruiker en ondersteuning in de vorm van een helpdesk, die voor intern gebruik binnen TNO door specialistisch opgeleide medewerkers niet nodig zijn. Vanwege de verwachte geringe belangstelling voor gebruik van de software buiten TNO is die investering tot nu toe niet gedaan.
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Bijlage A | 3/10
Bodemgebieden Er wordt onderscheid gemaakt tussen vier typen bodemgebieden4. Vlakken van water of beton vallen ondertype 1 en bossen, heide met gewassen en bebouwd gebied (steden, bouwland) ondertype 4. Voor overige gebieden is er de keuze tussen type 2 (ruw en absorberend) en type 3 (ruw en zeer absorberend). Bij de keuze tussen ruw (type 2 of 3) en zeer ruw (type 4) worden verspreid gelegen obstakels (bomen en huizen) buiten beschouwing gelaten. Naast een bodemtype hebben bodemgebieden ook een hoogte. Die is bedoeld om rekening te houden met hoogteverschillen in het terrein. Als bijvoorbeeld het maaiveld aan de ene kant van een scherm hoger of lager ligt dan aan de andere kant, is dit van belang voor de hoogtes van het waarneepunt en het bronpunt aan de ene en de andere kant, die ten opzichte van de bodem zijn gedefinieerd. In de praktijk ligt meestal de afscherming dichtbij de bron en het waarneempunt op grote afstand, waardoor een eventueel hoogteverschil tussen de bodem bij het scherm en de bodem bij het waarneempunt geleidelijk verloopt. Het is dan niet zinvol om dit geleidelijke verloop te modelleren door verschillende bodemgebieden met een (noodzakelijkerwijs) trapsgewijs verspringende hoogte, omdat dit geen significante invloed heeft op de rekenresultaten (voor situaties op het ASK wordt nader beschreven in bijlage D van dit rapport).
Afschermende objecten Om als afschermend object in de modellering te kunnen worden meegenomen moet volgens bijlage 9 van [A1] de massa van het object tenminste 10 kg/m2 bedragen en mag het geen grote kieren of openingen bevatten. “Heuvels en duinen waarbij het terrein een hellingspercentage kent van minder dan 20% worden niet als afschermende objecten ingevoerd. Deze kunnen in rekening gebracht worden dooreen variatie in de maaiveldhoogte van de bodemvlakken." Voor het type object zijn er drie mogelijkheden: scherm, wal of gebouw.
Reflecterende objecten Met een (spiegelend) reflecterend object wordt rekening gehouden als er sprake is van “een min of meer vlakke geluidreflecterend wand" met een massa van meer dan 10 kg/m2 en als de hoek van de wand met het verticale vlak kleiner is dan 10 graden. Er wordt rekening gehouden met de reflectiecoëfficiënt van de wand, die afhankelijk van het type materiaal in bijlage 9 (tabel 4.4) is gespecificeerd.
Rekenpunten De Activiteitenregeling milieubeheer [A1 ] geeft geen voorschriften voor de keuze van de punten waarde geluidbelasting moet worden bepaald. Vooronderzoek naar schietgeluid in het kader van aanvragen voor een milieuvergunning worden beoordelingspunten gekozen bij een selectie van geluidgevoelige bestemmingen. Die selectie bevat: i) de beoordelingspunten uit vorige onderzoeken (om vergelijking met uitkomsten van vorige onderzoeken mogelijk te maken) en ii) de dichtst bij de terreingrens van de schietinrichting gelegen woningen in alle richtingen rond de inrichting, in de actuele situatie.
4
Elk type is gekoppeld aan fysische eigenschappen (stromingsweerstand en ruwheidslengte), die in bijlage 9 van [A1] zijn opgenomen.
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Bijlage A | 4/10
Daarnaast wordt ten behoeve van de belangenafweging inzicht gegeven in de adressen van geluidgevoelige bestemmingen met een geluidbelasting hoger dan 50 dB, door middel van aantallen adressen per interval van 1 dB van de geluidbelasting (intervallen 50,5-51,5 dB, 51,5-5,5 dB, etc). Die aantallen worden bepaald op basis van de ligging van de geïnventariseerde geluidgevoelige bestemmingen ten opzichte van de geluidcontouren.
Volgens bijlage 9 (paragraaf 4.5.5) van [A1 ] is het uitgangspunt dat de hoogte van het rekenpunt de hoogte is waarop mogelijke hinder te verwachten is. Voor beoordelingspunten bij vergunningsituaties wordt “over het algemeen voorde dagperiode een hoogte van 1,5 m en voor de avond- en nachtperiode een hoogte van 5 m aangehouden". Het idee daarachter is dat overdag personen zich buiten bevinden of op de begane grond van hun woning en dat ’s avonds en ’s nachts personen zich in hun slaapkamer bevinden, die vaak op de eerste verdieping is gelegen. Bij grondgebonden woningen met meer dan één bouwlaag wordt hier standaard vanuit gegaan. Voor gestapelde woningen is de beoordelingshoogte (ongeveer) de hoogte van de vloer van de woning plus 1,5 meter. 2.4 Rapportage De Activiteitenregeling milieubeheer [A1] stelt in artikel 3.118, lid 1 en 2, eisen aan de rapportage van een onderzoek naarschietgeluid en geeft in bijlage 9 een beschrijving van de invoergegevens die moeten worden vermeld. Hieronder is aangegeven hoe in de rapportage aan de eisen tegemoet wordt gekomen.
1.
Naam opdrachtgever, naam uitvoerder, datum, aanleiding en doel van het onderzoek (art. 3.118, a t/m d) Deze gegevens spreken voor zich, behalve de datum van het onderzoek. Een onderzoek is niet op een datum uitgevoerd, maar in een periode. De datum van de start van het onderzoek wordt niet vermeld. Het rapport is gedateerd met dag, maand en jaar, die aangeven wanneer het onderzoek is afgerond.
2.
De gegevens waarmee wordt aangetoond dat de betreffende situatie valt binnen het toepassingsbereik van de gebruikte methode, de noodzaak voor het toepassen van een andere methode dan opgenomen in bijlage 9 en de windfrequentiegegevens (art. 3.118, lid 1 e t/m g)
Er worden gegevens opgesomd, maar hierbij lijken fouten te zijn gemaakt tijdens het verwerken van deze tekst. Sommige gegevens hebben geen relatie met de beoordeling of de situatie valt binnen het toepassingsbereik van de in bijlage 9 van de Activiteiten regeling [A1] beschreven methode en andere hebben ook geen betrekking op de rekenmethodiek voor schietgeluid. Paragraaf 4.2 van bijlage 9 in [A1] beschrijft het toepassingsbereik van de rekenmethode. Hierin staat dat de rekenmethode niet toepasbaar is • binnen 50 m en buiten 15 km afstand van een geluidbron, • in exceptionele gevallen waar het laagfrequent geluid beneden 16 Hz relevant is (zoals bij zware vliegtuigbommen), • in situaties met complexe meteorologie (Waddenzeegebied en kustgebieden).
Deze uitzonderingen zijn voor het ASK niet van toepassing.
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
3.
Bijlage A | 5/10
Kaarten en tekeningen die een duidelijk beeld geven van schietbanen en geluidgevoelige gebouwen, terreinen en waarneempunten (art. 3.118, lid 1 h en i)
Het rapport geeft in paragraaf 2.2 een beschrijving en een tekening van de ligging van de schietbanen. Nadere informatie over de schietbanen is opgenomen in bijlage B. Van de gekozen waarneempunten (beoordelings punten) staan de locaties op een kaart en zijn de coördinaten in een tabel aangegeven.
4.
Situering, aard en dimensies van afschermende maatregelen en objecten en de ligging van bodemvlakken en, in akoestisch gecompliceerde situaties, een grafische weergave van gehanteerde geometrische invoergegevens (art. 118, lid 1 j t/m m)
Uitgangspunt is dat het rapport de informatie over objecten en bodemgebieden bevat die nodig is om een berekening met een alternatieve methode te kunnen uitvoeren. Hiervoor volstaat een beschrijving van de objecten en bodem gebieden en een kaart waarop deze zijn aangegeven.
5.
De geluidbelasting van een buitenschietbaan op de gevel van een gevoelig object of van de grens van een gevoelig terrein (art. 118, lid 1 n)
Hiermee worden de resultaten van het onderzoek bedoeld (de berekende geluidbelastingen van de totale inrichting). Een inrichting bestaat vaak uit verschillende banen of heeft verschillende bronlocaties. Voor het ASK zijn naast de geluidbelasting van het gehele oefenterrein ook de deelbijdragen gegeven van verschillende groepen wapens.
6.
Voor militair gebruik kan worden volstaan met een beschrijving van het aantal wapens per representatieve categorie (art. 3.118, lid 2)
Het is onduidelijk wat wordt bedoeld met “het aantal wapens” en “per representatieve categorie”. Aantallen schoten per combinatie van wapentype, munitietype en bronlocatie worden opgenomen in het rapport. Daarbij kunnen combinaties van wapens en munitie met hetzelfde kaliber die grote gelijkenis vertonen gegroepeerd worden.
7.
Het aantal dag-, avond- en nachtperioden per jaar dat de schietbanen in gebruik zijn en mogelijke beperkingen die aan het gebruik zijn gesteld (bijlage 9, 5.1.1, 1e en 28 punt)
Het exacte aantal dagen is meestal niet bekend en voor de rekenmethode niet van belang voor de meeste militaire schietinrichtingen die (zoals het ASK) meer dan 30 dagen per jaar in gebruik zijn. (Bij minder dan 30 dagen per jaar wordt een extra correctie aangebracht die bij hetzelfde aantal schoten per jaar leidt tot een hogere geluidbelasting. In dat geval is het precieze aantal dagen wel relevant.) Daarnaast is het voorde berekening van de geluidbelasting van belang of activiteiten met schietgeluid op zondagen plaatsvinden. (Dit is op het ASK niet het geval.) 8.
Schietbaantype, akoestische voorzieningen, lengte van de schietbanen en locatie van doelposities (bijlage 9, 5.1.1, 3e t/m 6e punt)
Een inrichting heeft meestal verschillende schietbanen. Per baan is een beschrijving opgenomen in bijlage B.
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
9.
Bijlage A | 6/10
Specificatie van wapentypes en de munitie (met bijbehorende aandrijvende lading) waarmee geschoten wordt, hoogte van het bronpunt van elk wapentype boven het plaatselijke maaiveld, aantal schoten per jaar (uitgesplist naar beoordelingsperiode, schietbaan, schietpositie, doelpositie en wapen-/munitiecombinatie) en verdeling van de schoten naar de stand (liggend of staand) waaruit geschoten wordt (bijlage 9, 5.1.1, 8e t/m 103 punt) In het geluidrapport is een tabel opgenomen met voor iedere schietbaan de aantallen schoten per combinatie van wapen en munitie. Als er meer dan één schietpositie per baan is, wordt ook het onderscheid naar schietpositie gemaakt of wordt de verdeling over de schietposities vermeld.
De stand waaruit wordt geschoten bij lichte wapens (liggend of staand) is moeilijk bij te houden en te controleren. Er wordt daarom standaard uitgegaan van de staande schiethouding, waarbij de geluidbelasting iets hoger is dan bij de liggende schiethouding. De aandrijvende lading van de betreffende munitie wordt alleen in het rapport vermeld als dit een losse lading betreft die apart wordt aangebracht en geen ‘vast’ onderdeel is van de munitie. 10. In het akoestisch rapport moet worden aangetoond dat de betreffende situatie valt binnen het toepassingsbereik van bijlage 9 van de Activiteitenregeling (bijlage 9, 5.2.1). Zie punt 2. 11. Van de gebruikte software moeten datum of versie worden vermeld, inclusief de datum of versie van de gebruikte gegevensbestanden (bijlage 9, 5.2.2)
Na iedere wijziging van het software-programma Cogel wordt hier een nieuw versienummer aan toegekend. Van de gegevensbestanden ondergaat alleen het bestand met brongegevens wijzigingen, omdat er gegevens van nieuwe wapens aan worden toegevoegd. De gebruikte brongegevens maken deel uit van de rapportage. Het software-programma heeft een versienummer en datum waarop de laatste wijziging heeft plaatsgevonden. Voor de berekeningen in het onderzoek voor het ASK is gebruik gemaakt van versie 5.003.
12. Modellering (bijlage 9, 5.2.3) Hier is aangegeven dat in het geluidrapport moet worden vermeld “welke keuzes er zijn gemaakt met betrekking tot de modellering en waarom deze keuzes zijn gemaakt”. Hoofdstuk 5 en bijlage B van het rapport gaan hier nader op in.
De bepalingen over metingen aan wapens die niet in het bestand met brongegevens zijn opgenomen zijn voor militaire terreinen niet van toepassing. Als TNO van Defensie de beschikking krijgt overgeluidemissiegegevens van wapens, worden die in het bestand opgenomen. Als er sprake is van wapens waarvoor geen specifieke gegevens beschikbaar zijn, geeft de rapportage van het geluidonderzoek aan van welk representatief wapen is uitgegaan.
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Bijlage A | 7/10
13. Invoergegevens (bijlage 9, 5.2.4)
Volgens bijlage 9 moet in de hoofdtekst van het akoestisch rapport “een globale beschrijving van de invoergegevens voor het rekenmodel gegeven worden" en moeten “gedetailleerde beschrijving van de invoergegevens en een grafische weergave van de geometrische invoergegevens" in een bijlage worden opgenomen. Ten behoeve van het overzicht is zowel de globale beschrijving als de grafische weergave in het hoofdgedeelte van het rapport opgenomen. Bijlagen B en C bevatten gedetailleerdere informatie. Er is in bijlage 9 niet vastgelegd wat precies onder de “gedetailleerde beschrijving van de invoergegevens” wordt verstaan. Uitgangspunt voorde gegevens die in voorliggend rapport zijn opgenomen is dat deze een berekening met een alternatieve methode mogelijk maken.
3
Flexibiliteit in de bedrijfssituatie
In milieuvergunningen worden meestal zowel de grenzen aan de geluidbelasting in de omgeving van het schietterrein als de aantallen schoten vastgelegd (per combinatie van wapen, munitie, bronlocatie en etmaalperiode) waarmee die grens wordt bereikt. Dit levert voor Defensie een moeilijk werkbare situatie op. Als in een bepaald jaar op een bepaalde baan meer schoten worden gelost dan in de vergunning voor die baan bij een bepaalde combinatie van wapen en munitie is opgenomen, is er sprake van een overtreding. Maar de grens aan de geluid belasting hoeft daarmee niet te zijn overschreden, als het hogere aantal op de ene baan gecompenseerd wordt door een lager aantal (dan opgenomen in de vergunning) op een andere baan. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk om meer schoten in de dagperiode ‘uit te ruilen’ tegen een in aantal gelijke vermindering in de avondof nachtperiode op dezelfde baan, terwijl dat (vanwege de toeslag in de avond en nacht) altijd een lagere geluidbelasting oplevert. De reden dat naast de geluid belastingen in beoordelingspunten ook maximale aantallen schoten in de vergunning worden opgenomen is dat de geluidbelasting voor de handhaving niet rechtstreeks te controleren is.
De huidige praktijk is dat bij een verandering in aantallen TNO een nieuwe berekening uitvoert en als blijkt dat in geen van de beoordelingspunten de geluidbelasting toeneemt, een aanvraag vooreen 'milieuneutrale’ wijziging van de vergunning wordt ingediend.
Voor Defensie bestaat de wens om jaarlijkse aantallen schoten per combinatie van wapen en munitie niet perschietlocatie vast te hoeven leggen. Er valt niet voorde komende jaren aan te geven wat de behoefte is aan schoten met een bepaald type wapen op een bepaalde locatie of schietbaan van een (complexe) inrichting zoals het ISK of het ASK. Die behoefte hangt samen met keuzes die gemaakt worden in het opleidingsprogramma, die weer samenhangen met bijvoorbeeld ontwikkelingen in de veiligheidssituatie in de wereld.
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Bijlage A | 8/10
Het is mogelijk om bij een flexibele bedrijfssituatie toch de grenzen aan de geluid belasting te kunnen handhaven, met een rekenprogramma dat als een vereen voudigde versie kan worden beschouwd van de software Cogel die bij TNO in gebruik is. Met Cogel zijn alle geluidoverdrachten van punt naar punt al berekend. Het rekenprogramma gebruikt de al berekende overdrachten en de brongegevens om afhankelijk van de aantallen schoten per combinatie van wapen, munitie, bronlocatie de bijdragen van alle combinaties voor alle beoordelingspunten te berekenen. Als hierin andere aantallen schoten worden ingevoerd dan in de rapportage van het geluidonderzoek als basis zijn opgenomen, is direct de verandering in de geluidbelasting per beoordelingspunt zichtbaar.
Daarmee zorgt het rekenprogramma ook voor ‘transparantie’ en ‘controleer baarheid’ van de geluidberekeningen: met de invoergegevens in de rapportage van het geluidonderzoek is het mogelijk om de berekende geluidbelastingen exact te reproduceren en kunnen belangrijke onderdelen van het onderzoek van TNO worden getest, namelijk • of de invoergegevens zonder fouten in de berekeningen zijn verwerkt, • hoe de aantallen schoten de bijdragen tot de geluidbelasting beïnvloeden en • hoe de bijdragen van verschillende combinaties van wapen en munitie resulteren in de totale geluidbelasting op een beoordelingspunt.
4
Maatregelenonderzoek De Activiteitenregeling milieubeheer [A1] geeft geen richtlijnen voor onderzoek dat moet worden uitgevoerd naar maatregelen om het geluid van schietinrichtingen te beperken. Ook is er niet omschreven welke maatregelen, gezien de inspanning of kosten die ermee zijn gemoeid, redelijkerwijs voor realisatie in aanmerking zouden kunnen komen.
iLenT zegt hierover in een brief aan het ministerie van Defensie van 9 oktober 2017 [A2] onder meer het volgende: “(...) Het toestaan van een hogere waarde ligt daarom vaak gevoelig bij omwonenden en andere belanghebbenden. Dit vraagt van de ILT een zorgvuldige afweging van belangen. Bij de afweging of een hogere waarde kan worden toegestaan is het van belang dat de aanvrager aantoont dat ‘aan de voorkant’ alle redelijke technische en organisatorische maatregelen zijn (of worden) toegepast om deze ‘extra’ hinder te voorkomen. (...)"
“Bij toepassing van een hogere waarde volgt de ILT de juridische verplichtingen die vanuit de Wabo aan het bevoegd gezag worden opgelegd. Met name het gestelde onder artikel 2.14, eerste lid onder c sub 1 en 2 Wabo waarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de beslissing op de aanvraag in acht neemt dat de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken toepast én dat binnen de geldende grenswaarden wordt gebleven. (...)"
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Bijlage A | 9/10
Een probleem voor de vergunningaanvrager is de onduidelijkheid over de inspanning die nodig is om aan te tonen dat alle redelijke technische en organisa torische maatregelen zijn (of worden) toegepast en wat moet worden verstaan onder de voor de inrichting in aanmerking komende best beschikbare technieken om de voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting bij geluidgevoelige bestemmingen niet te overschrijden. Vooreen complex schietterrein zoals het ASK kan het een jaren durende inspanning betekenen om verschillende opties voor combinaties van maatregelen voor veel verschillende bronlocaties op het terrein te definiëren en allemaal te onderzoeken op geluidreductie, kosten en gevolgen voor de bedrijfsvoering. De brief van iLenT geeft niet aan volgens welke methode “zorgvuldige inhoudelijke afweging van belangen” wordt uitgevoerd, waardoor niet kan worden bepaald wanneer alle redelijke technische en organisatorische maatregelen en best beschikbare technieken zijn toegepast. Bij maatregelen gaat het, naast praktische consequenties voorde bedrijfsvoering en inpassing in het landschap, vaak om een afweging tussen kosten en effect. Als er geen beperking is aan de kosten, is er ook geen beperking aan de maatregelen waarvan het effect kan worden onderzocht.
Net zoals bij maatregelen tegen verkeersgeluid, zou ook voorschietgeluid de maximale kosten van een pakket van maatregelen kunnen worden bepaald door het aantal woningen dat er voordeel van heeft. Tabel 3.1 geeft een voorbeeld van een manier waarop de maximale kosten kunnen worden bepaald, uitgaande van een maximaal bedrag X dat per woning beschikbaar is5.
Daarmee kan zonder uitgebreid onderzoek al worden beoordeeld welke maatregelen wel en welke niet voor realisatie in aanmerking kunnen komen. In tabel 3.2 is een voorbeeld opgenomen van een berekening volgens tabel 3.1.
5
Dit bedrag X zou gekozen kunnen worden op basis van een maximum bedrag dat te verant woorden is om per woning uit te geven aan geluidisolerende maatregelen. Uitgangspunt is dan dat maatregelen bij de bron de voorkeur hebben en dat de kosten daarvan ongeveer hetzelfde mogen zijn als bij het treffen van maatregelen aan de woningen (of hoger, vanwege de voorkeur voor bronmaatregelen en het feit dat bronmaatregelen zowel het geluid binnenshuis als buitens huis reduceren). Naarmate meer woningen van maatregelen bij de bron profiteren, wordt het totale, aan bronmaatregelen uitte geven bedrag groter. Gaat het om slechts enkele woningen, dan zal het in veel gevallen effectiever zijn om het geld uit te geven aan geluidisolatie van die woningen.
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Tabel A.1:
Bijlage A 110/10
Voorbeeld voor een bedrag per woning, dat voor een maatregel of een pakket aan maatregelen besteed kan worden, afhankelijk van de geluidbelasting per woning en de geluidreductie die met de maatregel(en) wordt gerealiseerd. Het totale maximale bedrag is de som van de bedragen van alle woningen. Het bedrag X is het maximum per woning, waarvan de andere bedragen worden afgeleid. In de eerste kolom van de tabel staat de geluidreductie, die gelijk is aan de geluidbelasting zonder maatregelen minus de geluidbelasting met maat regelen, maar als maatregelen de geluidbelasting terugbrengen tot een waarde lager dan 50 dB, is de waarde in de eerste kolom van de tabel gelijk aan de geluidbelasting zonder maatregelen minus 50 dB.
Geluidreductie*
geluidbelasting Bs,dan zonder maatregelen 56 t/m 60 dB
51 t/m 55 dB
X
>6 dB
5 dB
0,5 X
0,9 X
4 dB
0,4 X
0,7 X
3 dB
0,3 X
0,5 X
2 dB
0,2 X
0,3 X
1 dB
0,1 X
0,1 X
* nooit groter dan de geluidbelasting zonder maatregelen minus 50 dB. Tabel A.2:
Rekenvoorbeeld bij tabel A. 1.
Woningen met Bs,dan (zonder maatregelen) > 50 dB woning 1 woning 2 woning 3 woning 4 woning 5 woning 6 woning 7 woning 8
TOTAAL
geluidbelasting Bs,dan [dB] zonder met maatregelen maatregelen
57 51 55 52 56 60 59 56
52 45 51 51 55 50 53 52
Reductie [dB] (tot 50 dB)
bedrag (tabel 3.1)
4,7 0,8 4,5 0,4 1,3 10,2 5,6 3,4
0,8 X 0,1 X 0,5 X 0 0,1 X 1,0X 1,0X 0,5 X
4,0 X
Referenties
[A1] Activiteitenregeling milieubeheer Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 november 2007, nr. DJZ2007104180, houdende algemene regels voor inrichtingen.
Bijlage B 11/7
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Banen en oefenfaciliteiten
B
Deze bijlage geeft een beschrijving van de schietbanen (en oefenfaciliteiten waar schietgeluid wordt geproduceerd), de ligging van de banen en de manier waarop de banen zijn gemodelleerd. Op het ASK moet de term ‘schietbanen’ niet letterlijk worden genomen. De meeste plaatsen waar schietgeluid optreedt zijn locaties in het open veld waarvandaan schoten worden gelost of waar detonaties plaats vinden.
ASK ten zuidwesten van N309
B.1
In figuur B1 zijn de locaties van geluidbronnen weergegeven in het gedeelte ten zuidwesten van de weg N309, de Doornspijkse Heide. ö
2 K
K/
No
De Haere .
2) . A
C
d/
M
.4
24
ASK-west-2
4
c
237 e_e
C
Xdebroekt
‘4 "P
\
AP xe‛
e° 4 A.
ASK-west-1
f
N
paal 15
€pa. paal 2
4
E
/
%
6% ' -; n59
o/
X
N795
/
eegiaa
e
o
\
epfoats\.
*
0
S A28
4
Site
\
P1
10
Pi
springput2
breaChimiuur/.
? 1
breachhouse
•
paal 11 ° sprin
J \3
7 paal 8
X
<M
V
,z
v X
V/AMZ, V /
/W-
49 j A H,(4X — Defent efenterien——n , MDewóidb OÈeo De'we
7X7
"LA
i e
g—s
9
4//
ac9 ~A ds
(
K
Y
elsewegt Figuur B1
V -A kp
Bronlocaties op het zuidwestelijke deel van het ASK.
—Lm
ci 0 "e soerelneye9= 75 ( ƒu
JT
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Bijlage B | 2/7
Locaties met mondingsgeluid van Panzerhouwitser en mortieren (figuur B1) Er zijn 15 locaties (‘palen’ genoemd) waar wordt geschoten met de zwaarste wapens die op het ASK in gebruik zijn, de Panzerhouwitser (155 mm) en de mortier 120 mm. Bij palen 1 t/m 9, nabij de zuidwestelijke grens van het terrein, wordt geschoten met oefenbrisantgranaten (OSBG) 155 mm met voortstuwende ladingen 4 en 5. Naast OSBG is bij palen 10 t/m 15 ook HE-munitie (high explosive) en nietdetonerende munitie in gebruik. Voor het geluid op de bronlocaties waar de projectielen worden afgevuurd is alleen de voortstuwende lading bepalend. Detonaties vinden plaats aan de andere kant van het ASK, ten noordoosten van de weg N309.
Alle schoten met de Panzerhouwitser 155 mm zijn voor de geluidberekeningen evenredig verdeeld over ladingen 4 en 5. De mortier 120 mm is alleen in gebruik bij palen 10 t/m 15. Hier is uitgegaan van de zwaarste voortstuwende lading, lading 6.
Bij palen 1 t/m 15 wordt ook geoefend met handvuurwapens met oefenmunitie (FX). Het geluid hiervan levert geen significante bijdrage aan de geluidbelasting bij geluidgevoelige bestemmingen, maar is wel in de berekeningen meegenomen.
In het rekenmodel zijn de palen 1 t/m 9 en de palen 10 t/m 15 gerepresenteerd door respectievelijk drie en vier bronlocaties, bij de palen 2, 5, 8, 10, 11, 14 en 15, die in figuur B1 zijn aangegeven. Springputten (figuren B1 en B3) Er zijn twee springputten op het zuidwestelijke deel van het ASK, spingput 1 arena en springput 2. Hier vindt zogenoemde kavelvernietiging plaats, waarbij explosieve ladingen van 1 tot 18 kg detoneren. In springput 1 vinden ook detonaties plaats van projectielen van de granaatwerper (AGW40 mm HE), underslung 40 mm (TPT/TPM), Panzerfaust 40 mm (TPM) en handgranaten. Beide springputten zijn afgeschermd door aarden wallen met een hoogte van ongeveer 8 meter ten opzichte van de bronlocatie. De bronlocaties zijn in het midden van de springputten gemodelleerd (zie figuur B3), waarbij de afstand tot de toppen van de rondom de bronlocaties gelegen wallen 20 meter bedraagt bij springput 1 en 10 meter bij springput 2. Dit zorgt voor een geluidreductie van ongeveer 7 dB in alle richtingen (ten opzichte van de situatie zonder afscherming).
springput 1
springput 2
"i 2
7 - '<*
* eel.rec
.— 1
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Bijlage B | 3/7
Breachmuur en breachhouse (figuur B1)
Voor het binnendringen van gebouwen wordt geoefend met het vernietigen van ramen en deuren door middel van verschillende wapens, zoals slagsnoeren en shotgun. Hiervoor zijn op het zuidwestelijk deel van het ASK een breachmuur en een breachhouse. Het breachhouse bestaat uit verschillende muren die acht rechthoekige kamers vormen, zonder dak. Een bepaald wapen heeft in het rekenmodel voor beide faciliteiten dezelfde geluidemissie. Oefenterrein ASK-west (figuur B1) Het oefenterrein ASK-west is ligt ten zuidwesten van de weg N309 langs rijksweg A28. Hier zijn drie bronlocaties: West-1, West-2 en Site. Op West-1 en West-2 wordt geoefend met Thunderflash en nabootsers van mitrailleur- en artillerievuur. Het aantal schoten is op beide locaties gelijk verondersteld. Op Site vinden explosies plaats van NEG met ladingen tot 100 g en slagsnoeren.
Overal op ASK-West vinden ook oefeningen plaats met handvuurwapens met blanks. Deze schoten leveren geen significante bijdrage tot de geluidbelasting bij geluidgevoelige bestemmingen rond het ASK, maar zijn wel in de geluidberekeningen meegenomen.
B.2
ASK ten noordoosten van N309 Het grootste deel van het ASK is de Oldebroekse Heide, ten noordoosten van de weg N309. Hier liggen de in figuur B2 aangegeven bronlocaties.
Locaties langs Kings road (figuur B2) Op het zuidwestelijke deel van het ASK liggen veel schietlocaties langs ‘Kings road’, een weg parallel met de weg N309, ten noordoosten van de Legerplaats bij Oldebroek. Er wordt geschoten richting het noordoosten, naar het ‘doelengebied klein’ en het verderop (op ongeveer 4 km afstand van Kings road) gelegen ‘doelengebied groot’. Met de Panzerhouwitser en mortieren (60, 81 en 120 mm) wordt geschoten vanaf de palen 20, aan de zuidoostzijde van Kings road, en paal 22 aan de noordwestzijde. De aantallen schoten zijn evenredig verdeeld over de twee locaties. Er zijn verschillende voortstuwende ladingen in gebruik. Bij de Panzerhouwitser is uitgegaan van ladingen 4 (wit) en 5 (wit) en bij de mortieren 81 mm van ladingen 3 en 5, in beide gevallen met een verhouding 1:1. Alleen op de Hojelbaan wordt met de Panzerhouwitser met lading 8 (type 13) geschoten. Voor de mortieren 60 en 120 mm is voor alle schoten uitgegaan van respectievelijk ladingen 3 en 6.
Voorde lichtere wapens (kalibert/m 40 mm) worden de schietlocaties banen genoemd: baan 20re en gevechtsbaan 20re (net ten zuidoosten van paal 20) en richting het noordoosten respectievelijk baan 19re, baan 17re, baan 16re, de Hojelbaan, de 25 meterbaan en gevechtsbaan 23. De laatst genoemde baan ligt ten noordwesten van paal 22. Locatie K langs Kings road in figuur B2 is in het geluidmodel de plaats waar op 25 en 50 meter hoogte vanuit een helikopter wordt geschoten met 7,62 mm.
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Bijlage B | 4/7
wv.
•IG
60•
2:
KGs
69553432
ƒ
&
a
AGWbaan
schietba:
d
6’—
48 N ) I Mecepe r beyé
/
9
0Ala
sperberg
// /
S
/ Y/ paal 43
*3" 633® \
CP-XI
6
8
QfaebróéKs^ doslengebied
nft
o. j
i
L
9
1
3
4
rtilleri
baan
2AVA
2gvh23
8
CP-TA
pey
losgebiéd
g: 41
(• Charlie
leii
X")
X leh
0,6
, 2= o
V/
zc ' 1 icierlouse
elkp
J)
B
4
\
m 1. 33 ■
K3
1V
Figuur B2
w
galerij
elergebjed
6 «s X
rij
•y
N
T
Bronlocaties op het noordoostelijke deel van het ASK. (K is de plaats op Kings road waar vanuit een helikopter wordt geschoten; gvb 23 = gevechtsbaan 23)
Alleen de 25 meterbaan, de Hojelbaan en baan 16re hebben een kogelvanger. In de modellering is uitgegaan van een kogelbaan van schietpositie tot kogelvanger, over een afstand van respectievelijk 25, 600 en 350 meter. Bij alle andere banen worden doelvoorstellingen gebruikt, waarbij de kogel niet wordt gestopt. Daar is uitgegaan van een doel op (veel) grotere afstand dan de afstand waarover de kogel zich met supersone snelheid verplaatst. De software berekent het kogelgeluid als gevolg van het supersone deel van de kogelbaan aan de hand van de beginsnelheid en de vertraging van de kogel.
Baan 16re heeft 6 meter hoge wallen aan weerszijden van de kogelbaan, waarvan de toppen op 20 meter afstand van elkaar liggen. Langs de Hojelbaan liggen drie wallen aan de noordwestzijde van 5 meter hoog. Dit is aangegeven in figuur B3.
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Bijlage B | 5/7
go"
<° Hojelbaan
4®
$
springput 2
6
®N6®. 6®
&
6
%
4
springput 1 Arena
baan 16 re Figuur B3
Links:
wallen bij de Hojelbaan en baan 16 rechts.
Rechts: wallen bij springput 1 en springput 2 Arena. (De zandbodem binnen de wallen ligt 4 meter beneden het omliggende maaiveld.)
Sniperbaan (figuur B2) Het schietpunt van de sniperbaan ligt aan de noordwestkant van het ASK. Hier wordt met handvuurwapens geschoten in de richting van ‘doelengebied groot’. De baan heeft geen afscherming en geen kogelvanger. In de modellering is de kogelbaan tot ‘doelengebied’ groot aangehouden.
Palen 41 t/m 43 (figuur B2) De locties van de palen 41,42 en 43 zijn aangegeven in figuur B2. Deze worden alleen gebruikt voor mortieren van 60 mm met lading 3 in de richting van ‘doelen gebied klein’ vanaf palen 41 en 42 en in de richting van ‘doelengebied groot’ vanaf paal 43. De aantallen schoten zijn evenredig over de drie locaties verdeeld.
Doeiengebieden (figuur B2) Detonaties van granaten van de Panzerhouwitser en mortieren vinden plaats in de ‘doelengebied groot’ en ‘doelengebied klein’. Per doelengebied is één bronlocatie gemodelleerd. In werkelijkheid is een doelengebied ongeveer een cirkel met een straal van 500 meter, maar voorde geluidoverdracht naar grotere afstanden van minstens 1 kilometer is de modellering met de bron in het centrum van het doelen gebied voldoende nauwkeurig. De bronhoogte wordt bepaald door de hoogte boven de grond waarde granaten detoneren. Conform opgave van het Ministerie van defensie is uitgegaan van • 75% op de grond en 25% op 10 m hoogte voorde Panzerhouwitser (155 mm), • 75% op de grond, 12,5% op 4 m hoogte en 12,5% op 10 m hoogte voor mortieren 120 mm, • 50% op de grond en 50% op 11 m hoogte voor mortieren 81 mm,
• 100% op de grond voor mortieren 60 mm. Voor detonaties op de grond is in het rekenmodel een hoogte van 0,5 m aangehouden.
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Bijlage B | 6/7
Locaties voor explosiever) (figuur B2) Er zijn op het noordoostelijke deel van het ASK vier locaties waar explosieven detoneren (die niet vanuit een ander punt worden weggeschoten): Galerij A/B, Galerij Charly, CP7A en CP-XI. De belangrijkste geluidbronnen zijn ladingen TNT van 1 tot 18 kg. Op CP7A en CP-XI worden deze ladingen altijd tenminste 1 meter diep ingegraven (2 meter diep boven 5 kg). Dit is in de geluidemissie van de betreffende geluidbron verdisconteerd. (In de database van geluidbronnen heeft een ingegraven explosief een lagere bronsterkte dan hetzelfde explosief dat op de grond detoneert.) Voor explosies op de grond is in het rekenmodel uitgegaan van een bronhoogte van 0,1 meter.
Locaties langs de noordoostgrens (figuur B2) Op de AGW-baan, de schietbaan Wezeperberg en de Kamperbaan wordt vanuit posities langs de noordoostgrens van het ASK met handvuurwapens geschoten richting het zuidwesten naar het ‘doelengebied groot’. Deze banen hebben geen afscherming en geen kogelvangers.
Shoothouse (figuur B2)
Voor het oefenen van het binnentreden van gebouwen en kamers binnen gebouwen beschikt Defensie op het ASK over een shoothouse, gelegen direct achter baan Echo. Het is een model van de begane grond van een gebouw van 22 bij 14 meter, met kamers op een betonnen vloer die door 2,75 meter hoge verticale wanden met deuren van elkaar zijn gescheiden. Boven de wanden zijn loopbruggen gemaakt, van waaruit instructeurs goed zicht hebben op wat er in de ruimten van het shoothouse gebeurt.
Shoothouse
kae-üsmem
25 < iA
3e#
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Bijlage B | 7/7
De geluiduitstraling van het shoothouse is gemeten bij gebruik van diverse typen wapens en daarmee is de combinatie van het bouwwerk en een type wapen een onderdeel van het bestand met emissiegegevens van de schietgeluidbronnen, dat deel uitmaakt van de wettelijk voorgeschreven rekenmethode. De geluiduitstraling is richtingsafhankelijk, waarbij 0 graden de richting loodrecht op de lange zijden is. De oriëntatie van het schoothouse is zodanig dat de noordoost- en zuidwestgevels de lange zijden zijn.
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
c
Bijlage C 11/22
Invoergegevens van het rekenmodel Beoordelingspunten
ID 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27
28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44
Naam immissiepunt Nunspeet, Dorpsstraat ‘t Harde, Hertog Willemweg Oldebroek, Asch van Wijcklaan ‘t Loo, Middenweg Wezep, Stationsweg Wapenveld, Valkstraat Heerde, Brinkhoven Epe, Beekstraat Plaggeweg 90C Vierhouten (Saxenheim) Eperweg 133 Nunspeet Klaterweg 9R D63 Doornspijk (Camping De Scheepsbel) Badweg 14 Doornspijk (De Nolle) Graaf Reinoldweg 26 't Harde Ottenweg 28 Oldebroek Bongersweg 22 't Loo Oldebroek (Mulligennest) Vierschotenweg 5 't Loo Oldebroek (Landgoed 't Loo) Prinses Margrietlaan 41 Wezep Prinses Irenelaan 26 Wezep Kamperweg 80 Wapenveld (Landgoed Steenbergen) Kamperweg 27 Heerde (Heide Wonne) Dellenweg 90 (De Hooge Heide) Elburgerweg 10 Epe (De Weesberg) Nieuw Tongerenseweg 7 Epe (El Rancho) Korrenbergweg 5 Epe (Josina's Hoeve) Wiltsangh 29 Nunspeet Schootbruggeweg 28 Doornspijk Verlengde Haerderweg 29 Doornspijk Prins Johan Frisolaan 23 't Harde Eperweg 95 't Harde Heidelaan 40 't Harde Graaf Reinoldweg 2 't Harde Eikenlaan 5 Heerde Graaf Reinoldweg 29 't Harde Eperweg 137 't Harde Bovendwarsweg 69 Oldebroek Bovendwarsweg 83a Oldebroek Harm Aartsweg 1 't Loo Oldebroek Engelandsweg 36 Wezep Dreefseweg 5 Wapenveld Officiersweg nabij nr. 90 Epe Jagtlustweg 16 Epe Elburgerweg 27 Epe Stenenkomweg 7 Epe Woldbergweg 4 Epe
RD coörd X Y 182.150 487.675 188.500 492.000 189.985 495.535 193.500 495.375 196.450 497.050 201.600 493.775 199.175 489.120 195.605 484.650 184.910 484.530 185.045 487.440 185.355 488.840 186.065 490.440 189.350 491.050 191.680 493.670 192.595 494.050 193.207 494.918 196.350 495.865 196.830 495.530 197.673 494.491 197.890 491.375 194.565 488.870 191.360 486.935 190.375 486.550 188.800 485.145 184.360 488.080 185.685 489.425 186.870 490.425 188.650 491.105 189.175 491.650 189.310 491.935 189.320 491.190 196.926 489.853 189.299 491.092 189.445 491.125 190.365 492.720 190.815 493.120 193.895 494.975 195.000 495.530 199.525 492.390 192.888 486.923 191.920 487.035 190.915 487.005 190.460 487.050 190.451 487.895
beoordelingshoogte Dag Avond Nacht 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5 5 5 1,5
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Bijlage C | 2/22
Locaties geluidbronnen RD-coördinaten Naam Panzerhouwitser, paal 2 Colt C7 FX paal 2 Panzerhouwitser, paal 5 Colt C7 FX paal 5 Panzerhouwitser, paal 8 Colt C7 FX paal 8 Panzerhouwitser, paal 10 Panzerhouwitser, paal 11 Mortier 120 mm, paal 11 ColtC7 FX, paal 11 Panzerhouwitser, paal 14 Mortier 120 mm, paal 14 Colt C7 FX, paal 14 Panzerhouwitser, paal 15 Underslung 40 mm, paal 18 Colt/Dimaco/HK416, paal 18 Minimi, paal 18 Panzerhouwitser, paal 20 Mortier 120 mm, paal 20 Mortier 081 mm, paal 20 Mortier 060 mm, paal 20 Panzerhouwitser, paal 22 Mortier 120 mm, paal 22 Mortier 081 mm, paal 22 Mortier 060 mm, paal 22 Mortier 060 mm, paal 41 Mortier 060 mm, paal 42 Mortier 060 mm, paal 43 Colt/Diemaco/HK416/Glock, Baan 16re Minimi/MAG/HK417, Baan 16re Accuracy .308, Baan 16re Shotgun 12 gauge, Baan 16re Colt/Diemaco/HK416/Glock, baan 17re Minimi//MAG/HK417, Baan 19re Accuracy/CheyTac, Baan 19re Shotgun 12 gauge, Baan 19re Mitrailleur .50, Baan 19re Colt/Diemaco/HK416/Glock, Baan 20re Minimi/MAG/HK417, baan 20re Accuracy, Gevechtsbaan 20 Shotgun 12 gauge, Baan 20re Accuracy, Gevechtsbaan 23 Colt/Diemaco/HK416, Gevechtsbaan 23 Minimi, Gevechtsbaan 23 Panzerfaust3 DM12, gevechtsbaan 23
X 186.578 186.572 186.866 186.853 187.526 187.514 188.021 188.248 188.248 188.248 188.120 188.120 188.120 188.341 191.389 191.388 191.388 191.611 191.611 191.611 191.611 190.934 190.934 190.934 190.934 191.509 191.858 193.926 191.238 191.238 191.238 191.238 191.296 191.556 191.555 191.556 191.556 191.636 191.637 191.617 191.636 190.810 190.810 190.809 190.810
Y 487.100 487.102 487.638 487.648 486.822 486.829 488.130 488.006 488.006 488.006 488.793 488.793 488.793 488.547 489.979 489.980 489.980 489.578 489.578 489.578 489.578 490.884 490.884 490.884 490.884 490.930 491.455 493.050 490.314 490.314 490.314 490.314 490.177 489.783 489.784 489.783 489.783 489.500 489.501 489.515 489.500 491.093 491.094 491.094 491.094
hoogte (m) 6,0 1,6 6,0 1,6 6,0 1,6 6,0 6,0 1,5 1,6 6,0 1,5 1,6 6,0 1,0 1,6 0,3 6,0 1,5 1,1 0,6 6,0 1,5 1,1 0,6 0,6 0,6 0,6 1,6 0,3 0,3 1,6 1,6 0,3 0,3 1,6 0,5 1,6 0,3 0,3 1,6 0,3 1,6 0,3 0,1
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Naam Panzerhouwitser, Hojelbaan Colt/Diemaco/HK416, Hojelbaan Minimi, Hojelbaan Mitrailleur .50, Hojelbaan Leopard-2 kanon, Hojelbaan Oto Melara, Hojelbaan Kanon 127 mm, Hojelbaan Mitrailleur .50, Hojelbaan CV9035NL mitrailleur 7,62 mm, Hojelbaan CV9035NL 35 mm, Hojelbaan Underslung 40 mm TPT/TPM, Hojelbaan AGW 40 mm TPT/TPM, Hojelbaan AT4 heat, Hojelbaan Panzerfaust3 DM12, Hojelbaan Shotgun 12 gauge, Hojelbaan Accuracy, Hojelbaan Glock, Hojelbaan Colt/Diemaco/HK416/Glock, schietbaan 25 m Minimi, schietbaan 25 m
Colt/Diemaco 5.56 mmKamperbaan Minimi, Kamperbaan Accuracy, Kamperbaan Shotgun 12 Gauge Kamperbaan Panzerfaust3 DM12, Kamperbaan AGW 40 mm TPT/TPM, AGW-baan Accuracy/Barret, Wezeperberg HK417/MAG, Wezeperberg Mag vanuit helikopter, Kingsroad h = 25 m Mag vanuit helikopter, Kingsroad h = 50 m Accuracy/HK417 Sniperbaan Colt/Diemaco/HK416 Sniperbaan Detonaties, Galerij Charly HEW, Galerij Charly Detonaties, Galerij A/B HEW, Galerij A/B Detonaties, CP7A HEW, CP7A Detonaties, CP-XI Detonaties, Springput 1 arena Underslung 40 mm, Springput 1 arena Detonaties, Springput 2 Detonaties, Site Blanks 5,56 en 7,62 mm, Site Detonaties, ASK-west-1 Blanks 5,56 en 7,62 mm, ASK-west-1 Detonaties, ASK-west-2 Blanks 5,56 en 7,62 mm, ASK-west-2
Bijlage C | 3/22
RD-coördinaten X Y 191.270 490.520 191.270 490.520 191.270 490.520 191.270 490.520 191.270 490.520 191.270 490.520 191.270 490.520 191.270 490.520 191.270 490.520 191.270 490.520 191.270 490.520 191.270 490.520 191.270 490.520 191.270 490.520 191.270 490.520 191.270 490.520 191.270 490.520 191.094 490.513 191.094 490.513 196.930 493.524 196.935 493.520 196.934 493.525 196.934 493.525 196.935 493.520 196.219 494.833 196.573 494.533 196.573 494.533 191.433 489.894 191.431 489.892 192.069 491.836 192.061 491.841 193.535 491.220 193.535 491.220 193.028 491.358 193.028 491.358 194.746 492.040 194.746 492.040 195.452 492.915 188.611 488.019 188.611 488.019 188.638 488.069 188.770 490.001 188.770 490.001 186.183 488.150 186.183 488.150 187.518 489.348 187.518 489.348
hoogte (m)
3,0 1,6 0,3 0,5 2,3 1,5 2,0 0,5 2,0
2,1 1,0 1,8 2,0 0,1 1,6 0,3 1,6 1,6 0,3 1,6 0,3 0,3
1,6 0,1 1,8 0,3 0,3 25,0 50,0 0,3 1,6 0,1 0,3 0,1 0,3 0,1 0,3 0,1 0,1 1,0 0,1 0,1 1,6 0,1 1,6 0,1 1,6
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Naam
Breachhuis noord, shotgun/slagsnoer Breachhuis noord, overig Breachhuis oost, shotgun/slagsnoer Breachhuis oost, overig Breachhuis zuid, shotgun/slagsnoer Breachhuis zuid, overig Breachhuis west, shotgun/slagsnoer Breachhuis west, overig Breachmuur (trainingswand), slagsnoer Breachmuur (trainingswand), overig Shoothouse
Bijlage C | 4/22
RD-coördinaten X Y
189.700 189.700
488.341 488.341
189.700 189.703 189.700 189.694 189.700 189.692 189.704 189.704 191.454
488.341 488.332 488.341 488.330 488.341 488.338 488.347 488.347 489.237
hoogte (m)
1,0 0,1 1,0 0,1 1,0 0,1 1,0 0,1 1,0 0,1 2,8
Locaties geluidbronnen situatie 1990 Naam 25 ponder, paal 16 25 ponder, paal 17 25 ponder, paal 19 25 ponder, paal 20 25 ponder, paal 21 25 ponder, paal 22 25 ponder, paal 23 PzH, paal 1 PzH, paal 2 PzH, paal 3 PzH, paal 4 PzH, paal 5 PzH, paal 6 PzH, paal 7 PzH, paal 8 PzH, paal 9 PzH, paal 10 PzH, paal 11 PzH, paal 13 PzH, paal 14 PzH, paal 15 PzH, paal 16 PzH, paal 17 PzH, paal 19 PzH, paal 18 PzH, paal 20 PzH, paal 21 PzH, paal 22 PzH, paal 23 PzH, paal 24
RD-coördinaten X Y 191.180 490.400 191.300 490.180 191.490 489.780 191.610 489.570 191.720 489.340 190.930 490.880 190.880 491.030 186.340 487.480 186.580 487.100 187.000 486.590 186.670 487.900 186.860 487.640 187.050 487.360 187.290 487.080 187.520 486.820 187.750 486.570 188.000 488.180 188.250 488.000 187.940 489.000 188.120 488.780 188.330 488.580 191.180 490.400 191.300 490.180 191.490 489.780 191.390 489.980 191.610 489.570 191.720 489.340 190.930 490.880 190.880 491.030 190.600 491.260
hoogte (m) 1,1 1,1 1,1 1,1 1,1 1,1 1,1 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Bijlage C | 5/22
RD-coördinaten Naam Mortier, paal 16 Mortier, paal 17 Mortier, paal 18 Mortier, paal 19 Mortier, paal 20 Mortier, paal 21 Mortier, paal 22 Mortier, paal 23 7.62 mm, paal 16 7.62 mm, paal 17 7.62 mm, paal 18 7.62 mm, paal 19 LAW, paal 18 LAW, paal 16 TPT 25 mm, paal 16 mitrailleur .50, paal 16 mitrailleur .50, paal 18 mitrailleur .50, paal 20 mitrailleur .50, paal 22 mitrailleur .50, Heesberg PzH, Heesberg, noord PzH, Heesberg, midden PzH, Heesberg, zuid 25 mm boordkanon, Heesberg, noord 25 mm boordkanon, Heesberg, midden 25 mm boordkanon, Heesberg, zuid
X 191.180 191.300 191.390 191.490 191.610 191.720 190.930 190.880 191.245 191.300 191.390 191.490 191.390 191.180 191.180 191.245 191.390 191.610 190.929 191.150 191.650 191.500 191.350 191.650 191.500 191.350
Y 490.400 490.180 489.980 489.780 489.570 489.340 490.880 491.030 490.312 490.180 489.980 489.780 489.980 490.400 490.400 490.312 489.980 489.570 490.873 490.730 490.800 490.662 490.525 490.800 490.662 490.525
hoogte (m) 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,8 1,8 1,8 1,8 1,8 1,8 2,4 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 6,0 6,0 6,0 2,4 2,4 2,4
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Bijlage C | 6/22
Bodemeigenschappen Het standaard bodemtype is bos (type 4). Afwijkingen ten opzichte van het standaard bodemtype zijn gedefinieerd met onderstaande bodemvlakken. De ligging van de bodemvlakken is aangegeven in onderstaande figuur. Voor alle waarneempunten geldt dat de geluidoverdracht van de bronnen vrijwel volledig over bodemtype 4 plaatsvindt.
21 /29
/. X, 42 2 ■
Agƒ
V9
X
$ -
é
■ 2o
o
*0
a
VWMN’
1)
VK-
3
-
© X
a
9X o d o
94%
#993
q
■
8
d
E, Naam
Kazerne
Munitieopslag Werkgebied
Margrietkazerne 't Harde Oldebroek Heerderstrand Epe Oostendorp Elburg Wezep Heerde Hattem Wapenveld
1
a
408 Nr
-
FFT 9
h
ey ƒ
A -
r
-
8 p,È5a
o
33
—
f
G ggX
.4 8
Type___________ Bebouwing, type 4 Bebouwing, type 4 Bebouwing, type 4 Bebouwing, type 4 Bebouwing, type 4 Bebouwing, type 4 Water, beton, type 1
Bebouwing, type 4 Bebouwing, type 4 Bebouwing, type 4 Bebouwing, type 4 Bebouwing, type 4 Bebouwing, type 4 Bebouwing, type 4
5/2 48
J
weiland bos bebouwing water zand
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Naam Zwolle Nunspeet Doornspijk Weidegebied noordwest Weidegebied noordoost Weidegebied zuidoost Weidegebied Zuidoost-2 Bodem (Water) Grasgebied Flevopolder Zandgebied Margrietkazerne Bodem (Gras) 031 Bodem Breach facility Bodem trainingswand Bodem Buitenopslag Bodem Oefenhuis
Bijlage C | 7/22
Type___________ Bebouwing, type 4 Bebouwing, type 4 Bebouwing, type 4 Grasland, type 2 Grasland, type 2 Grasland, type 2 Grasland, type 2 Water, beton, type 1 Grasland, type 2 Zand, type 3 Grasland, type 2 Water, beton, type 1 Water, beton, type 1 Water, beton, type 1 Water, beton, type 1
Objecten De ligging en hoogte van objecten op het terrein van het ASK (schermen en wallen) is aangegeven in de figuren in bijlage B.
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Bijlage C | 8/22
Geluidemissie van bronnen
Panzerhouwitzer PzH 2000, Lading 4 Wit Hoek 16 Hz 31,5 Hz 63 Hz 125 Hz 250 Hz
500 Hz
1 kHz
2kHz
4 kHz
161,4 163,4 157,9 158,8 158,3 158,7 158,8
159,0 158,3 159,1 157,0 157,6 157,2 156,5
156,1 157,3 155,9 153,8 154,0 153,9 155,9
154,9 155,1 153,9 152,8 153,0 153,9 154,9
154,5 154,0 152,5 151,4 150,9 152,5 153,0
Panzerhouwitzer PzH 2000, Lading 5 Wit Hoek 16 Hz 31,5 Hz 63 Hz 125 Hz 250 Hz
15 30 59 89 119 149 179
159,2 158,1 157,5 156,5 154,6 153,8 154,1
165,6 164,5 163,1 160,6 160,0 158,0 157,7
169,3 168,0 168,4 164,9 164,1 161,9 158,0
163,1 165,6 161,1 159,4 161,4 160,2 161,9
500 Hz
1 kHz
2kHz
4 kHz
164,9 159,6 161,6 160,2 159,4 158,1 160,9
159,6 162,7 161,2 157,2 158,5 159,1 158,1
159,0 159,3 156,4 155,3 154,7 156,4 155,7
156,3 157,9 156,4 153,9 153,3 154,5 154,4
154,8 161,5 155,9 152,6 152,0 152,9 153,1
Panzerhouwitzer PzH 2000, Lading 8, Type 13 Hoek 16 Hz 31,5 Hz 63 Hz 125 Hz 250 Hz
16 29 61 91 119 150 179
159,9 160,3 158,5 156,8 156,3 156,1 157,8
165,9 165,4 163,3 161,9 161,3 161,6 159,7
168,8 168,9 167,4 166,4 165,1 164,1 160,4
165,7 166,6 165,1 162,3 161,6 163,6 163,8
500 Hz
1 kHz
2kHz
4 kHz
174,6 171,8 169,4 171,8 169,3 165,3
170,2 169,9 167,1 161,4 159,4 160,9
168,6 168,0 164,4 157,5 160,6 159,8
168,3 165,5 161,0 158,4 158,3 158,9
166,0 164,8 160,7 157,4 158,0 158,7
Detonatie Granaat 155 mm HE BG M107 Cl Hoek 16 Hz 31,5 Hz 63 Hz 125 Hz 250 Hz
14 29 59 89 120 149
173,0 172,4 171,0 169,6 166,8 165,5
178,7 176,8 174,3 173,8 170,7 169,7
174,9 173,3 171,7 172,7 170,1 169,2
173,7 172,3 170,7 170,9 171,5 168,6
500 Hz
1 kHz
2kHz
4 kHz
173,4
176,6
182,1
181,6
175,0
171,3
Detonatie Granaat 155 mm, OSBG 129 16 Hz 31,5 Hz 63 Hz 125 Hz 250 Hz
500 Hz
1 kHz
2kHz
4 kHz
0
171,0
163,0
166,1
166,7
162,7
159,4
Mortier 120 mm, lading 6 Hoek 16 Hz 31,5 Hz 63 Hz
125 Hz
250 Hz
500 Hz
1 kHz
2kHz
4 kHz
160,5
160,5
155,5
150,5
150,5
148,5
0
155,0
166,6
169,6
163,9
154,5
162,0
174,3
161,5
162,5
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Bijlage C | 9/22
Detonatie CTG 120 mm HE F/Mor Hoek 16 Hz 31,5 Hz 63 Hz 125 Hz
250 Hz
500 Hz
1 kHz
2kHz
4 kHz
168,6
169,5
163,8
162,2
164,2
Leopard 2 120 mm, KE-üb-munitie (ASK) Hoek 16 Hz 31,5 Hz 63 Hz 125 Hz 250 Hz
0
170,4
174,1
166,5
169,4
500 Hz
1 kHz
2kHz
4 kHz
175,6 176,5 175,1 172,9 172,8 173,7
176,6 176,8 172,9 170,8 172,6 173,0
167,4 170,5 163,8 163,2 163,1 163,1
162,9 164,0 160,8 159,4 158,8 158,3
161,8 163,5 159,6 158,3 157,5 156,7
157,9 160,9 156,3 154,4 152,9 153,0
Twin 120 mm kanon dubbelloops Hoek 16 Hz 31,5 Hz 63 Hz 125 Hz
176,4 174,6 166,3 160,1
30 60 90 120 150 180
178,5 172,1 167,4 165,9 170,0 165,9
173,1 174,7 172,7 172,9 172,9 172,3
180,2 176,8 174,9 174,2 175,4 174,2
250 Hz
500 Hz
1 kHz
2kHz
4 kHz
168,2 167,9 158,3 162,8
174,6 171,3 166,8 160,4
178,0 175,8 168,0 156,0
171,2 168,8 165,5 157,5
164,5 161,5 157,6 154,8
161,8 156,9 154,9 151,2
160,5 153,2 152,6 147,8
Mortier 81 mm, Lading 3 Hoek 16 Hz 31,5 Hz 63 Hz
45 90 135 180
125 Hz
250 Hz
500 Hz
1 kHz
2kHz
4 kHz
146,5 144,5
149,5 148,5
148,5 149,5
150,5 146,5
144,5 139,5
142,5 138,5
140,5 136,5
Mortier 81 mm, Lading 5 Hoek 16 Hz 31,5 Hz 63 Hz
125 Hz
250 Hz
500 Hz
1 kHz
2kHz
4 kHz
157,0 156,0 152,0
157,0 155,0 144,0
152,0 150,0 144,0
147,0 144,0 140,0
146,0 143,0 136,0
143,0 140,0 132,0
Detonatie CTG 81 mm HE type L41 Hoek 16 Hz 31,5 Hz 63 Hz 125 Hz
76 96
61 86 111
130,5 128,5
142,0 140,0 136,0
139,5 137,5
150,0 148,0 144,0
156,0 154,0 150,0
250 Hz
500 Hz
1 kHz
2kHz
4 kHz
161,1
166,8
163,3
159,2
156,8
157,3
154,6
152,7
Oto Melara 76 mm Hoek 16 Hz 31,5 Hz
63 Hz
125 Hz
250 Hz
500 Hz
1 kHz
2kHz
4 kHz
168,5 160,9 159,6
164,2 158,6 158,3
163,4 155,7 161,3
167,7 159,2 159,9
165,8 158,3 156,5
158,1 154,0 152,1
156,2 150,9 150,6
153,3 146,5 146,0
0
45 90 180
154,3
165,1 155,8 155,6
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
Mortier 60 mm, lading 3 Hoek 16 Hz 31,5 Hz 63 Hz
Bijlage C 110/22
125 Hz
250 Hz
500 Hz
1 kHz
2kHz
4 kHz
134,5 128,5 124,5
143,5 137,5 131,5
146,5 140,5 130,5
147,5 134,5 131,5
145,5 133,5 124,5
139,5 132,5 122,5
136,5 129,5 121,5
Detonatie CTG 60 mm HE 16 Hz 31,5 Hz 63 Hz 125 Hz
250 Hz
500 Hz
1 kHz
2kHz
4 kHz
157,5
156,7
157,6
151,9
150,3
152,3
Panzerfaust 3 DM12 (Pzf-3) Hoek 16 Hz 31,5 Hz 63 Hz
125 Hz
250 Hz
500 Hz
1 kHz
2kHz
4 kHz
157,2 153,9 151,8 152,5 154,3 152,2 154,6
158,1 159,2 157,7 153,7 149,2 157,7 153,8
149,2 148,0 147,4 148,3 147,9 145,6 149,1
149,1 148,6 146,8 144,0 147,2 148,4 146,2
152,3 148,7 147,2 146,4 146,9 146,3 144,1
154,7 150,6 147,8 147,2 145,4 144,8 141,8
50 90 130
158,5
15 31 61 85 115 143 180
121,5 115,5 112,5
162,2
136,2 136,6 134,7 134,9 135,8 138,9 141,5
129,5 122,5 118,5
154,6
144,1 147,5 144,2 144,1 143,6 144,4 146,5
150,9 151,4 149,3 148,8 150,5 149,6 148,8
Wapen: Granaatwerper Underslung40 mm, Projectiel: Granaat Underslung
40mm TPT/TPM, geen detonatie Hoek 16 Hz 31,5 Hz 63 Hz 125 Hz
250 Hz
500 Hz
1 kHz
2kHz
4 kHz
121,8 122,0 119,7 119,5 116,5 113,7 114,9
120,5 119,9 118,7 116,3 113,3 110,0 111,9
121,4 120,9 116,6 112,6 109,7 108,6 106,7
118,2 117,2 116,0 114,1 112,7 110,4 107,6
114,8 116,2 115,5 111,7 110,0 106,4 103,1
Wapen: Granaatwerper Automatisch (AGW) 40 mm Hoek 16 Hz 31,5 Hz 63 Hz 125 Hz 250 Hz 500 Hz
1 kHz
2kHz
4 kHz
134,0 135,2 131,2 128,7 130,4 124,7 122,6
136,1 136,2 135,5 131,1 129,0 125,3 124,5
129,8 130,5 129,9 126,5 129,6 122,4 122,1
Detonatie Granaat 40 mm voor AGW, DM111, HE-Frag-T.AZ-Z-DM431 Hoek 16 Hz 31,5 Hz 63 Hz 125 Hz 250 Hz 500 Hz 1 kHz 2kHz
4 kHz
18 32 61 90 120 149 170
18 30 61 90 119 150 170
0
85,9 85,0 89,1 90,0 88,7 84,9 80,1
107,4 106,5 105,3 103,7 103,8 99,1 95,4
141,4
93,0 91,4 94,4 94,6 92,3 90,5 86,6
117,0 116,7 114,8 111,6 112,6 104,9 103,0
146,1
100,1 99,3 101,5 101,7 100,7 97,7 92,8
126,0 126,2 123,5 120,1 119,7 112,8 108,4
149,5
105,5 104,9 104,8 103,2 100,5 98,8 98,7
134,6 135,6 131,4 129,4 130,0 130,1 126,9
153,4
137,4 136,5 134,0 130,0 128,9 124,8 121,8
153,1
140,7 141,3 135,4 134,1 133,5 131,3 122,5
153,9
146,4
148,2
143,8
TNO-rapport | TNO 2023 R06059714-01C02
AT4 heat Hoek 16 Hz
Bijlage C 111/22
31,5 Hz
63 Hz
125 Hz
250 Hz
500 Hz
1 kHz
2kHz
4 kHz
156,4 157,1 156,4 156,9 163,3 166,2 166,8
161,9 162,6 162,7 158,3 168,7 172,8 173,5
163,7 165,1 164,3 155,6 172,8 174,6 174,0
152,8 153,9 156,1 154,9 163,3 164,8 165,0
154,9 156,7 154,1 153,2 162,4 161,9 164,8
150,5 151,7 150,3 161,5 157,3 156,2 159,5
146,7 145,9 146,2 149,8 153,3 150,6 154,4
143,5 141,1 143,1 146,8 148,8 145,6 149,5
Detonatie AT4 heat Hoek 16 Hz 31,5 Hz
63 Hz
125 Hz
250 Hz
500 Hz
1 kHz
2kHz
4 kHz
168,8
168,0
164,3
154,8
148,6
145,5
147,2
CV9035NL boordwapen 35 mm TPFDS-T nr 469 Hoek 16 Hz 31,5 Hz 63 Hz 125 Hz 250 Hz 500 Hz
16 30 60 90 120 150 175
0
146,5 147,4 148,2 150,5 154,8 157,9 158,2
159,1
166,7
1 kHz
2kHz
4 kHz
157,4 158,7 159,3 159,1 158,5 158,5 160,1
160,0 160,8 158,5 158,6 158,4 159,3 161,1
157,0 152,2 151,2 151,2 152,4 151,6 154,6
152,1 152,4 152,0 152,2 152,8 153,1 150,4
150,4 148,5 148,3 147,3 147,9 148,1 148,9
146,9 145,3 145,4 144,8 145,5 145,2 146,5