CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

4.1.1. TNO rapport

Raad 31 maart 2025, gemeente HeerdeBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen ter kennisname39.545 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Docnr39

TNO

n

innovation forlife m

»]

Oude Waalsdorperweg 63 2597 AK Den Haag Postbus 96864 2509 JG Den Haag

TNO-rapport

www.tno.nl

TNO 2023 R06059714-01C02

T +31 88 866 10 00 F +31 70 328 09 61

Schietgeluidbelasting Artillerie Schietkamp ASK, situatie 2024

Datum

juli 2024

Aantal pagina's Aantal bijlagen Opdrachtgever

97 (incl. bijlagen)

6 Rijksvastgoed bedrijf Directie Vastgoedbeheer Postbus 90004 3509 AA UTRECHT

Projectnaam Projectnummer

ASK Bs 2024 060.59714

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, foto-kopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van TNO. indien dit rapport in opdracht werd uitgebracht, wordt voor de rechten en verplichtingen van opdrachtgever en opdrachtnemer verwezen naar de Algemene Voorwaarden voor opdrachten aan TNO, dan wel de betreffende terzake tussen de partijen gesloten overeenkomst. Het ter inzage geven van het TNO-rapport aan direct belang-hebbenden is toegestaan.

© 2024 TNO

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

2/33

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2 2.1 2.2 2.3

Situatie en bedrijfsvoering............................... Ligging van het schietterrein ASK....................... Gebruik van wapens en explosieven op het ASK Beoordelingslocaties............................................

4 4 4 5

3 3.1 3.2

Schiet-en explosiegeluidbronnen Inleiding........................................... Schietgeluid.....................................

9 9 9

4 4.1 4.2

Reken- en beoordelingsmethode voor schietgeluid Beoordelingsmaat voor de geluidbelasting.................. Rekenmethode voor Bs................................................

14 14 14

5 5.1 5.2 5.3

Rekenmodel geluidbelasting schietgeluid Modellering................................................... Berekeningen................................................ Invoergegevens voor het rekenmodel..........

16 16 19 20

6 6.1 6.2 6.3

Resultaten.......................................................................................... . Geluidbelasting Bs,dan ter plaatse van de beoordelingslocaties......... Geluidgevoelige bestemmingen binnen de Bs, dan-contour van 50 dB Bijdragen van de verschillende wapens...............................................

21 21 21 24

7

Vergelijking met vergunde situatie

25

8

Referenties

33

Bijlagen A Verantwoording B Banen en oefenfaciliteiten C Invoergegevens van het rekenmodel D Variatie van de hoogte van het maaiveld E Bijdragen van bronnen tot de geluidbelasting F Geluidbelasting per adres

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

1

3/33

Inleiding In opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf heeft TNO onderzoek uitgevoerd om de geluidbelasting Bs door het schietgeluid van het Artillerie Schietkamp (ASK) bij ’t Harde op de omgeving te bepalen. De geluidbelasting is berekend volgens de Handleiding ter bepaling van de geluidbelasting ten gevolge van schietactiviteiten [1], die uitgaat van de geluidbelastingsmaat Bs,dan (‘belasting schietgeluid’, waarin ‘dan’ staat voor ‘dag, avond, nacht’). Deze rekenmethode is opgenomen in bijlage 9 van de Activiteitenregeling milieubeheer [2], Hiermee wordt de totale geluid­ belasting per beoordelingspunt bepaald op basis van het aantal knallen en de hoogte van het geluidniveau van één knal (gemiddeld over verschillende meteo­ rologische situaties), waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen combinaties van wapen, munitie en bronpositie. De geluidbelasting is gebaseerd op de opgave van Defensie van hekt aantal schoten en explosies perschietlocatie en wapentype dat naar verwachting maximaal per jaar op het ASK gelost zal worden. Die opgave omvat ook het gebruik van explosieven. Op het ASK zijn een groot aantal schietlocaties aanwezig waar met diverse lichte en zware wapens geoefend kan worden. Die locaties zijn verschillend van karakter, variërend tussen een open heideterrein en een baan met afschermende wallen en een kogelvanger.

Met zware wapens, zoals mortieren of Houwitsers, wordt veelal vanaf vaste schietstellingen (aangegeven met ‘palen’) in de richting van een doelengebied geschoten. Met de lichtere wapens, zoals geweren of pistolen, schiet men ook in de richting van een doelengebied of naar een kogelvanger. Op het terrein zijn ook enkele locaties aanwezig waar met explosieven wordt gewerkt.

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01002

4/33

2

Situatie en bedrijfsvoering

2.1

Ligging van het schietterrein ASK

Het Artillerie Schietkamp (ASK) ligt ten oosten en ten zuidoosten van ‘t Harde in de provincie Gelderland. Rond het terrein liggen ook de plaatsen Nunspeet, Elburg, Oidebroek, Wezep, Wapenveld, Heerde en Epe. De ligging van het terrein is in figuur 2.1 aangegeven. De met rode lijnen aangegeven terreingrenzen zijn indicatief.

7/98 4

59 V

F 5 N306

4 3 709

16

N309

N306%4

‘Elburg)

P"

2 -c

%

vg

Oidebroek K

N309

2

t Harde'

K

3

’ Ë

58,N310

N:

JseEEi53

—4 2 -^a

<1

E

3 80 N

Doornspek

3 9 ' m ‘ 0 *48 x-V/1c2B

K2MEEN22. -6

N303

' g

459

63 133 _3é 10 83

woxMx

Hattem

N308 9

[Oostendorp)

"e

ra

9

0523785

N795 N795

720 Figuur 2.1

2.2

Ligging van het ASK.

Gebruik van wapens en explosieven op het ASK De hoofdactiviteiten die op het terrein plaatsvinden zijn schietoefeningen met diverse soorten wapens en munitie. De schietoefeningen vinden zowel in de akoestische dagperiode (7:00-19:00 uur) als in de avondperiode (19:00-23:00 uur) plaats. In de nachtperiode (23:00-7:00 uur) wordt niet geschoten.

Bij de oefeningen worden vooral de wapentypen gebruikt zoals vermeld in tabel 2.1. Het gebruik van de wapens op de diverse locaties op het ASK is in meer detail weergegeven in Hoofdstuk 3. Figuur 2.2 geeft een overzicht van het schietterrein en de locaties waar geschoten wordt.

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

Tabel 2.1:

5/33

Belangrijkste wapens die op het ASK in gebruik zijn.

Naam

soort

Panzerhouwitser Mortieren Panzerfaust TNT Granaatwerper Kanon CV90 HEW Colt/Diemaco C7 Minimi HK416 Mag HK417 Accuracy .308 Accuracy Al .338 Glock Punt 50 Shotgun

houwitser

Thunderflash

mortier anti-tank wapen explosief AGW, Underslung kanon explosief geweer mitrailleur geweer mitrailleur geweer geweer geweer pistool mitrailleur geweer knalnabootser

kaliber [mm]

155 60, 81,120 60 mm n.v.t. 40 35 n.v.t. 5,56 5,56 5,56 7,62 7,62 7,82 8,59

9,0 12,7 18,2 n.v.t.

supersoon ja nee

nee

n.v.t. nee ja nee ja ja ja ja ja ja ja nee ja nee

n.v.t.

In figuur 2.2 zijn lijnen te zien die de kogelbanen aangeven. Veel lijnen komen samen in ‘doelengebied groot’ en ‘doelengebied klein’. Hier vinden detonaties plaats van granaten van de Panzerhouwitser en mortieren, die vanaf andere locaties naar deze doelengebieden worden geschoten. Vanaf een aantal bronlocaties zijn geen lijnen te zien. Hier worden geen projectielen weggeschoten, maar vinden explosies plaats van bijvoorbeeld springstof.

2.3

Beoordelingslocaties

In dit geluidonderzoek is de geluidbelasting ten gevolge van het schiet- en explosiegeluid op het ASK berekend op de locaties gegeven in tabel 2.2 en figuur 2.3. Deze locaties zijn afkomstig uit eerder door TNO uitgevoerde geluidonderzoeken voor het ASK en aangevuld op basis van actuele informatie van het Kadaster over gebouwen met bestemming wonen, onderwijs en gezondheidszorg. Gebouwen met bestemming onderwijs op het terrein van Defensie zijn buiten beschouwing gelaten. De punten 1 t/m 8 liggen in het centrum van dorpen rondom het ASK. De overige punten liggen vooral bij geluidgevoelige bestemmingen verspreid rond het ASK, maar niet alle in tabel 2.2 opgenomen adressen hebben een geluidgevoelige bestemming. De selectie van beoordelingspunten in figuur 2.3 is bedoeld om een representatief beeld te geven van de hoogste geluidbelastingen bij woningen in de omgeving van het ASK. Daarnaast zijn voorde beoordeling van het schietgeluid alle geluid­ gevoelige bestemmingen volgens BAG (Basisregistratie adressen en gebouwen) in kaart gebracht met een geluidbelasting Bs,dan hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB. Met behulp van geluidcontouren zijn de aantallen daarvan bepaald met onderscheid naarde geluidbelasting in klassen van 1 dB. De adressen van deze geluidgevoelige bestemmingen zijn opgenomen in bijlage F.

6/33

TNO-rappor | TNO 2024 R06059714-01C02

eM

v59 E,

« sk 3 %g

393

kM

SXXSC

3

SSXSS

e

•R

C.* X o8K

d (x

AN 08

1

L

A/B galerij ‘lengebied charlie ' klein

sh

pio«.-

K2ëb. I

12

•• . '

>47Z

///

K

pil

T 7 »

V A

-s

--

È, 1 -t ni

25#*2

-

ilse

Figuur2.2

)

46%

<>2

(« p8

X

ML

F

}

1.4 F

7.

L

V -30

9

P18c2

N Wh . ' 1

y

CP-7A

I

19re ,

•S • 4• p’ pl4 .4 e

■ k/UtL

—

CP-XI

a

" 9

e

P5

9

g3h

1

p22%2 25mee

0

pis*

.p43 / \ A

p

—

%

gvb23

Site

De

se

5

groot

p42

-,8» È,seg.-é

oe

e‘

soiers" \

p

3<2

-

berg

doelengebied.

3 ...

X

A

K

59

X\4—

schietbaan Wezeper

■

2

D

AGWbaan

P» H K 25m B Sl/2 16re 17re 19re 20re gvb23 sh

9 = paal.. = Hojelbaan = Kingsroad = schietbaan 25 meter = breachmuur/breachhuis = Springput 1 Arena / Springput 2 = baan 16 rechts = baan 17 rechts = baan 29 rechts = baan 20 rechts / gevechtsbaan 20 = gevechtsbaan 23 = shoothouse

ë

Locaties op het ASK waargeschoten wordt of waar met explosieven gewerkt wordt. Ook de twee doelengebieden ('groot' en 'klein') waar onder andere met zware wapens naartoe geschoten wordt en waar granaten detoneren zijn aangegeven.

N709

Oosterwolde

30

Wezep/

K

ƒ

O38, - 17 18

o03 Oldebrek

Elburg

Ir

o,05

N308

o

16018

r:

04 o37x

N309

14 o

Hoge Enk

19 o Oefenterrein I Wezeperberg/

15 o

Doornspijk

N310

leren

12 O

27 o

Artillerie Schietkamp

30

29,0o $

- 3,

7

o 01

°20

32 o

H

Hoerde

O 21

250

07

44 o

10 o

0 39

4

4834 2893313

O.26 11 A28 o

Nunspeet

06°

o 35

‘t Harde

02

Wapenveld

ll

36 o

430 o 23

Ve

28 22 o o o 41 42

40 MoObo

28

N794

N795

I

o24 o.09

Vierhouten

Figuur2.3

29

Boswachterij A Nunspeet\

08 o

Epe

Oene

g’

Ligging van bebouwde gebieden en de beoordelingslocaties rond het ASK.

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01002

Tabel 2.2: Beoordelingslocaties rond het ASK uit figuur 2.3. De RD-coördinaten van de punten staan in bijlage C.

nr.

Locatie

Centra van dorpen rond het ASK

01 02 03 04 05 06 07 08

Nunspeet, Dorpsstraat 't Harde, Hertog Willemweg Oldebroek, Asch van Wijcklaan ‘t Loo, Middenweg Wezep, Stationsweg Wapenveld, Valkstraat Heerde, Brinkhoven Epe, Beekstraat

Overige punten

09 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44

Plaggeweg 90C Vierhouten (Saxenheim) Eperweg 133 Nunspeet Klaterweg 9R D63 Doornspijk (Camping De Scheepsbel) Badweg 14 Doornspijk (De Nolle) Graaf Reinoldweg 26 t Harde Ottenweg 28 Oldebroek Bongersweg 22 't Loo Oldebroek (Mulligennest) Vierschotenweg 5 't Loo Oldebroek (Landgoed 't Loo) Prinses Margrietlaan 41 Wezep Prinses Irenelaan 26 Wezep Kamperweg 80 Wapenveld (Landgoed Steenbergen) Kamperweg 27 Heerde Dellenweg 90 Epe (De Hooge Heide) Elburgerweg 10 Epe (De Weesberg) Nieuw Tongerenseweg 7 Epe (El Rancho) Korrenbergweg 5 Epe (Josina's Hoeve) Wiltsangh 29 Nunspeet Schootbruggeweg 28 Doornspijk Verlengde Haerderweg 29 Doornspijk Prins Johan Frisolaan 23 't Harde Eperweg 95 't Harde Heidelaan 40 't Harde Graaf Reinoldweg 2 't Harde Eikenlaan 5 Heerde Graaf Reinoldweg 29 't Harde Eperweg 137 't Harde Bovendwarsweg 69 Oldebroek Bovendwarsweg 83a Oldebroek Harm Aartsweg 1 t Loo Oldebroek Engelandsweg 36 Wezep Dreefseweg 5 Wapenveld Officiersweg (nabij nr. 90) Epe Jagtlustweg 16 Epe Elburgerweg 27 Epe Stenenkomweg 7 Epe Woldbergweg 4 Epe

7/33

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

8/33

In tabel 2.2 zijn vier adressen in groen weergegeven die geen geluidgevoelige bestemming hebben volgens ruimtelijkeplannen.nl . (Drie van deze adressen hebben volgens BAG een woonfunctie.) Punt 40 ligt op een plaats die volgens openbare informatie een woonbestemming heeft, maar geen adres heeft en waar volgens de Basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) geen bebouwing is. De punten 43 en 44 liggen bij gebouwen met woonbestemming op militair oefenterrein De Woldberg (Woldbergweg 4 en Stenenkomweg 7), die Defensie in gebruik heeft gegeven om kraakte voorkomen. Net als bij eerdere onderzoeken is een beoordelingshoogte van 1,5 meter aan­ gehouden voor de dagperiode en 5,0 meter voor de avond- en nachtperiode. Dit geldt zowel voor de beoordelingspunten als de geluidcontouren. Meer informatie over de achtergrond bij de keuze voorde beoordelingspunten en de beoordelingshoogten is opgenomen in bijlage A, paragraaf 2.3 onder ‘rekenpunten’.

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

3

Schiet- en explosiegeluidbronnen

3.1

Inleiding

9/33

Schietgeluid kan onderverdeeld worden in mondingsgeluid, kogelgeluid en detonatiegeluid of explosiegeluid. Mondingsgeluid ontstaat door het explosief ontbranden van de aandrijflading in het wapen en breidt zich in alle richtingen vanuit de vuurmond uit. Kogelgeluid treedt op bij supersone kogels (die sneller gaan dan het geluid) en breidt zich in een beperkt gebied vóór het wapen uit. Dit gebied wordt aangeduid als het Mach-gebied. Detonatiegeluid ontstaat door de detonatie van het projectiel op het doel, mits het projectiel een explosieve lading bevat. Explosiegeluid ontstaat wanneer een explosief tot ontploffing wordt gebracht. De hinderrelevante geluidbelasting per beoordelingslocatie wordt bepaald door het totaal van de op die plaats over een jaar waargenomen knallen van het mondings­ geluid, kogelgeluid en detonatie- of explosiegeluid.

3.2

Schietgeluid

In tabel 3.1 is perschietlocatie en etmaalperiode het aantal schoten of explosies per jaar per wapentype of type explosief weergegeven, zoals opgegeven door Defensie voor de voorgenomen toekomstige situatie. Met de zware wapens wordt veelal geschoten naar een van de doelengebieden. Met de lichtere wapens wordt geschoten op doelen die op diverse afstanden van het wapen staan. Voor drie banen (25-meterbaan, baan 16re, Hojelbaan) is het doel een kogelvanger, die is ingevoerd in het rekenmodel. Op andere banen worden doelvoorstellingen gebruikt en geldt dat de kogel meestal voorbij het doel vliegt, in de richting van een doelengebied. Het is mogelijk dat een deel (tot 10%) van de schoten met handvuurwapens die bij de schietbanen in tabel 3.1 zijn vermeld vanaf de betreffende schietbaan wordt gelost in de richting van drones in de lucht. Met de schietrichting naar boven in plaats van horizontaal is in het onderzoek geen rekening gehouden. Dit levert een afwijking op tussen de uitkomst van het rekenmodel en de werkelijkheid, vanwege twee oorzaken: • Omdat kogelgeluid alleen vóór het wapen optreedt, zal het kogelgeluid dat wordt berekend voor de horizontale schietrichting niet op de grond waargenomen worden wanneer het wapen naar boven is gericht. • De richtingsafhankelijke uitstraling van het mondingsgeluid verandert als het wapen naar boven is gericht.

De eerst genoemde oorzaak zorgt voor een overschatting van de geluidbelasting. Door de tweede oorzaak zal de berekende geluidbelasting in de aangenomen horizontale schietrichting te hoog zijn en achter het wapen te laag. Omdat het bij schieten naar drones slechts om 10% van het aantal schoten gaat, is de afwijking op de totale geluidbelasting te verwaarlozen.

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

Tabel 3.1:

10/33

Aantal schoten perjaar per locatie, wapentype en etmaalperiode (d.g. = doelengebied, sp. = springput).

Locatie

Wapen/munitie/explosief

Paal 1-9

Pzh155OSBG Fx-Munitie Colt en Ptl

Paal 10-15

Pzh 155 HE Pzh 155 lllum/WP/SMK

Avond

100 5.000

120 mm Mortier HE

1.000 40.000 280 500 1.250 120

Fx-Munitie Colt en Ptl

40.000

5.000

120 mm Mortier HE 120 mm Mortier lllum/WP

4.500 800 100 5.000

500 300

Pzh155OSBG

Paal 16-24

Aantal schoten Dag

Pzh155OSBG

81 mm Mortier HE 81 mm Mortier HE 81 mm Mortier ILL/SMK-RP

d.g. groot d.g. groot

300 300

d.g. groot d.g. klein d.g. groot d.g. groot d.g. groot

500

625 625 1.000

60 mm Mortier HE

6.000

2.300

d.g. klein

60 mm Mortier ILL/SMK-RP

1.500

750

7.000

d.g. klein

100.000 8.000

Paal 18/ Baan 18

5,56 mm Colt, minimi, H&K 416 Underslung 40 mm TPT

Paal 41-43

60 mm Mortier HE 60 mm Mortier HE 60 mm Mortier ILL/SMK-RP

3.000

AGW-baan

AGW 40 mm TPT/TPM

3.500

Baan 16 rechts

5,56 mm Colt, minimi, H&K 416 Glock 9 mm 7,62 mm Mag, HK417 Accuracy .308 Accuracy Al .338 Shotgun 12 gauge

1.500 1.800

230.000 35.000 75.000 4.000 1.000 4.000 60.000 100.000

1.000 500 900 15.000

5.000 1.000 1.000

Baan 17 rechts

5,56 mm Colt, minimi, H&K 416 Glock 9 mm 40 mm granaten3’ met de hand af te werpen

Baan 19 rechts

Mitr .50 korte baan Minimi 5,56 7,62 mm Mag, H&K 417 Accuracy Al .338 Accuracy .308 CheyTac .408 Shotgun 12 gauge

200.000 80.000 120.000 20.000 9.000 5.000 4.000

12.000 20.000 6.000 1.500

Baan 20 rechts / gevechtsbaan 20

5,56 mm Colt, minimi, H&K 416 7,62 mm Mag, HK417 Shotgun 12 gauge Glock 9 mm 40 mm granaten3’ met de hand af te werpen Accuracy Al .338

360.000 20.000 4.000

20.000 5.000

5,56 mm Colt, minimi, H&K 416 Panzerfaust 40 mm TPM 40 mm granaten3’ met de hand af te werpen Accuracy Al .338

480.000

Gevechtsbaan 23

plaats detonatie2'

8.000 20.000

400

80.000 400 3000

3.000

400 200

35.000 200

d.g. klein d.g. groot

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

Locatie

Wapen/munitie/explosief

Hojelbaan

Pzh 155 mm (geen detonatie) AT4 heat Leopard 2 120 mm Oto Melara 76 mm 127 mm kanon 7,62 mm CV 90 Accuracy .308 Shotgun 12 gauge AGW 40 mm TPT/TPM Underslung 40 mm TPT Panzerfaust 40 mm TPM .50 inch Mitr, .50 inch Mitr, KB 35 mm CV 90 5,56 mm Colt, minimi, HK 416 Glock 9 mm

Schietbaan 25 meter

Glock 9 mm 5,56 mm Colt, minimi, HK 416

Shoot house

Colt 5,56 mm Minimi 5,56 mm HK 417 7,62 mm Glock 9 mm Flash bang Slagsnoer 20 grams/max 60 g Shotgun gauge 5-9

Springput 1 arena

AGW 40 mm HE DM111 Underslung 40 mm TPT/TPM Handgranaat aanval (FB 357) Handgranaat scherf (Hgr 330) Panzerfaust 40 mm TPM Expl. t/m 1 kg NEG Expl. > 1 kg t/m 5 kg NEG Expl. > 5 kg t/m 9 kg NEG Expl. >9 kg t/m 18 kg NEG

Springput 2

Expl. t/m 1 kg NEG Expl. > 1 kg t/m 5 kg NEG Expl. > 5 kg t/m 9 kg NEG Expl. >9 kg t/m 18 kg NEG

Bunker1’ CP7A

Bg 155 mm Bg 120 mm Bg 81 mm HEW Dramidol Expl. t/m 5 kg NEG, 1 m ingegraven Expl. > 5 kg t/m 9 kg NEG, 2 m ingegraven Expl. > 9 kg t/m 18 kg NEG, 2 m ingegraven

Kingsroad

Mag 7,62 mm vanuit helikopter

Bunker1’ galerij Charly

HEW Dramidol Expl. max. 9 kg NEG

11 /33

Aantal schoten Avond

Dag

1.000 100 70 200 50 8.000 12.000 2.000 4.000 4.000 500 10.000 6.000 8.500 20.000 1.000 200.000 120.000 75.000 55.000 1.000 4.500 10.500 350 2.200 100 100 600 600 100 300 150 100 50 300 200 150 100

40 40 40 10 10 50 50 50 5.000 10 10 10

plaats detonatie2’

doel Hojelb.

20.000 10.000 8.000 6.000 500 1.000 50 400

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

Locatie

Wapen/munitie/explosief

Oefen- en schietterrein ASK-West

Thunderflash Blanks 5,56 en 7,62 mm Nabootser mitrailleurvuur Nabootser artillerievuur

Site (ASK-West)

Blanks 5,56 en 7,62 mm Explosie max 100 g NEG Slagsnoer max. 4 meter

Bunker1’ CP-XI

Expl. t/m 5 kg NEG, 1 m ingegraven Expl. > 5 kg t/m 9 kg NEG, 2 m ingegraven Expl. > 9 kg t/m 18 kg NEG, 2 m ingegraven

Schietbaan Wezeperberg

Accuracy .308 Accuracy Al .338 Mag 7,62 mm, HK417 Barret .50

Bunker1’ Galerij A/B

HEW Dramidol Expl. max. 18 kg NEG

Schietbaan Kamperbaan

5,56 mm Colt, minimi, HK 416 Panzerfaust 40 mm TPM Accuracy .308 Accuracy Al .338 40 mm granaten3’ met de hand af te werpen Shotgun 12 Gauge

Breachmuur (trainingswand)

TNT 2 kg kruidlading Blade 50 gr Blade 120 g Fixor 150 g incl booster en ontsteking Slagsnoer wall breach 200 g Slagsnoer 11,4 g/m (50 g) speedbox Slagsnoer 11,4 g/m (50 g) flexlat

Schietbaan Sniperbaan

Accuracy .308 Accuracy Al .338 5,56 mm Colt, HK416 HK 417 7,62 mm______________________

Breachhuis (Oefenhuis)

Slagsnoer 11,4 g/m (25 g) flexlat Slagsnoer 11,4 g/m (25 g) genius II Slagsnoer 11,4 g/m (50 g) flexlat Slagsnoer 11,4 g/m 50 g speedbox Slagsnoer 11,4 g/m (25 g) PU-pijp Wall breach 200 g slagsnoer Blade 50 g Blade 120 g Fixor Shotgun 1305-17-A201 practice entry Shotgun 1305-17-A201 long range

12/33

Aantal schoten

Dag

500 35.000 30 30 300.000 50 30

1.000 150 100 2.500 10.000 2.000 3.000 10 10 20 500.000 3.000 1.000 100 400 300 12 50 40 20 20 40 40 500 500 1.000 500 300 150 250 75 100 20 50 30 20 350 200

plaats detonatie2’

Avond

2.500

30.000

200

35.000 200

4 5 5 10 10 10

50 40 60 10 30

5 5 100 80

D

Ter plaatse is een bunker aanwezig als veilig onderkomen tijdens oefeningen. Gebruik van wapens vindt plaats buiten de bunker.

2)

Plaats is aangegeven bij detonerende munitie, als die plaats afwijkt van de locatie in de eerste kolom (waarvandaan de munitie wordt weggeschoten).

3)

Het gaat om 40 mm granaten van het type ILL, SMK, Sound & Flash en Teargas. Deze worden met de hand geworpen. Er is geen mondingsgeluid en het detonatiegeluid is verwaarloosd.

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

13/33

De locaties in de eerste kolom van tabel 3.1 zijn aangegeven in figuur 2.2. In de laatste kolom is vermeld waar projectielen detoneren, als het gaat om detonerende projectielen die vanaf een andere locatie worden weggeschoten. Bijlage B geeft een beschrijving van de schietlocaties, banen met afschermende objecten en oefenfaciliteiten.

In de opgave in tabel 3.1 is er wat betreft de schoten met de Panzerhouwitser en mortieren vanuit gegaan dat er niet alleen met detonerende HE- en OSBG-granaten geschoten wordt, maar ook met niet-detonerende licht-, rook- of fosforgranaten. Het aantal detonaties van granaten in het grote doelengebied is daardoor minder dan het aantal afgeschoten granaten. In bijlage C staan invoergegevens van het rekenmodel. Het gaat om gegevens voor de berekening van het mondingsgeluid (bronhoogte, plaats, bronspectra), kogelgeluid (snelheid, vertraging en dimensies van de kogel) en detonatiegeluid (bronspectra, plaats en detonatiehoogte).

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

14/33

4

Reken- en beoordelingsmethode voor schietgeluid

4.1

Beoordelingsmaat voor de geluidbelasting De beoordelingsmaat voor de belasting door schiet- en explosiegeluid is Bs,dan, waarin ‘dan’ staat voor ‘dag, avond, nacht’. In deze geluidmaat is het geluid van alle knallen die gedurende een jaar op een bepaalde plaats optreden energetisch gesommeerd. Daarvoor moet de geluidenergie van elke afzonderlijke knal (het geluidexpositieniveau Lae) worden bepaald. De geluidbelasting Bs,dan is een hinderrelevante grootheid, wat wil zeggen dat de waarde van Bs,dan een maat is voor de gemiddeld te verwachten hinder door schietgeluid (net zoals Lden een maat is voor de gemiddeld te verwachten hinder door bijvoorbeeld wegverkeersgeluid). Bij de belasting doorschiet- en explosiegeluid wordt rekening gehouden met het specifieke karakter van schietgeluid en explosiegeluid, dooreen toeslag van 12 dB voor impulsgeluid en een variabele toeslag voor laagfrequent geluid. Daarnaast bevat Bs,dan een toeslag van 5 dB voor de avondperiode (tussen 19 en 23 uur) en een toeslag van 10 dB voor de nachtperiode (tussen 23 en 7 uur), net zoals bij Lden voor wegverkeersgeluid.

Het vaststellen van het niveau van het schietgeluid in de omgeving gebeurt met een combinatie van metingen en berekeningen. Van een bepaald type bron wordt de geluidproductie (emissie of bronsterkte) van een knal afgeleid uit metingen op korte afstand van de bron. Vervolgens wordt berekend hoe het geluid van een knal wordt verzwakt als het de weg van de bronpositie naar een waarneempunt aflegt, onder invloed van afstandsdemping (door geometrische uitbreiding), invloed van de bodem en meteorologie, luchtdemping en reflectie en afscherming door obstakels. Dit wordt de overdracht genoemd. De overdracht wordt berekend volgens de in [1] en [2] beschreven methode (zie ook paragraaf 3.2). Overdracht en bronsterkte samen bepalen het geluidniveau van de knal in het waarneempunt. Alle geluid­ niveaus van de afzonderlijke knallen die gedurende een jaar optreden resulteren in de geluidbelasting. De methode om de belasting te bepalen is beschreven in de Handleiding ter bepaling van de geluidbelasting ten gevolge van schietactiviteiten [1], die in augustus 2014 gepubliceerd is in de Staatscourant en vanaf 2016 geldig is.

4.2

Rekenmethode voor Bs De geluidbelasting Bs,dan gaat uit van het A-gewogen geluidexpositieniveau van een afzonderlijke knal (representatief voor een bepaalde activiteit), Lae, dat een maat is voor de geluidenergie. Bij het niveau Lae wordt een toeslag opgeteld van 12 dB voor het impulsachtige karakter van het geluid en een toeslag voor laagfrequent geluid (afhankelijk van de hoogte van Lae in het beoordelingspunt en het verschil tussen de A- en C-gewogen geluidexpositieniveaus Lce en Lae).

Lae wordt bepaald uit de bronsterkte en de weersafhankelijke overdracht. Er wordt uitgegaan van 27 meteorologische klassen, die een representatieve deel­ verzameling zijn van de complexe verzameling van meteorologische situaties, die gedurende een (gemiddeld) jaar in Nederland kunnen voorkomen.

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

15/33

Voorde beoordeling van schietgeluid worden drie beoordelingsperioden onder­ scheiden: dag (van 7 tot 19 uur), avond (van 19 tot 23 uur) en nacht (van 23 tot 7 uur). De bijdrage tot de dagwaarde van Bs bij N knallen per jaar in de dagperiode (als er op zondag geen activiteiten plaatsvinden), voor één wapentype (b) en één meteorologische klasse (m), volgt uit Bs,dagperiode^, m) = LEs(b,m) + 1 0-g(N/365) —46

waarin Les gelijk is aan de som van Lae, de impulstoeslag en de laagfrequenttoeslag. Van alle verschillende activiteiten (of combinaties van wapen en munitie) en meteorologische klassen worden de bijdragen energetisch gesommeerd. In de sommatie worden de bijdragen van de meteorologische klassen ‘gewogen’ naarde mate waarin deze gemiddeld over een jaar voorkomen. Wanneer de inrichting ook in de avond- en nachtperiode in bedrijf is, worden ook de avond- en nachtwaarden van Bs bepaald (met toeslag van respectievelijk +5 en +10 dB, zoals ook bij het geluid van verkeer en industrie gebeurt). De grenzen van de drie beoordelingsperioden vallen niet samen met de (gedurende het jaar variërende) grenzen van de meteorologische dag en de meteorologische nacht. Hiermee wordt rekening gehouden bij de berekening van de geluidbelasting voorde drie beoordelingsperioden, door gebruik te maken van de fracties die aangeven welk gedeelte van de beoordelingsperiode (gemiddeld) samenvalt met respec­ tievelijk de meteorologische dag en de meteorologische nacht. De juridische nacht valt (gemiddeld) vrijwel volledig binnen de meteorologische nacht. Bovengenoemde fracties zijn in tabel 4.1 gegeven. Tabel 4.1

Fracties van de tijd dat het er de verschillende beoordelingsperioden sprake is van meteorologische dag, respectievelijk nacht.

Periode

Meteorologische dag

Meteorologische nacht

Dag

0,80

0,20

Avond

0,15

0,85

De geluidbelasting Bs,dan wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van de geluidbelastingswaarden van de drie beoordelingsperioden, waarbij de weging wordt bepaald door de lengte van de periode. (Dit gebeurt op dezelfde manier als bij het bepalen van de geluidbelasting Lden voor verkeersgeluid. De dagperiode van 12 uur telt zwaarder mee dan de avond- en nachtperiode van respectievelijk 4 en 8 uur.)

Door uit te gaan van een verzameling van meteorologische klassen kan met het schietgeluidmodel onder andere onderscheid gemaakt worden tussen de verschillen in geluidoverdracht gedurende de meteorologische dag en nacht. Bij het bepalen van de geluidbelasting wordt bovendien het effect van de asymmetrische windroos in rekening gebracht. Anders dan bij de rekenmodellen voor het geluid van weg- en railverkeer en de industrie zal de geluidbelasting bij schietgeluid daardoor aan de oostkant van een (in alle richtingen even sterk uitstralende) bron hoger zijn dan op dezelfde afstand aan de westkant.

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01002

16/33

5

Rekenmodel geluidbelasting schietgeluid

5.1

Modellering

5.1.1

Bodemgebieden Het ASK en de omgeving bestaan grotendeels uit bos- en heidegebied. De bodem daarvan is modelmatig weergegeven als een bosgebied. De zandgebieden zijn als zandbodem gemodelleerd. Waar weilanden aanwezig zijn, zijn deze als grasgebied gemodelleerd. De bebouwde kom van dorpen zoals ’t Harde, Nunspeet of Epe zijn als een bebouwingsgebied ingevoerd. Elk van bovengenoemde gebieden heeft een eigen geluidabsorptie en bodemruwheid, die volgens [1] vast ligt door de keuze van het type bodemgebied. Daarbij zijn er vier mogelijkheden: • type 1: glad en reflecterend (water, beton) • type 2: ruw en absorberend (gras) • type 3: ruw en zeer absorberend (zand) • type 4: zeer ruw en zeer absorberend (heide, bos, bebouwd gebied).

In figuur 5.1 zijn de bodemgebieden aangeduid met “weiland”, “bos”, “bebouwing”, “water” en “zand” (respectievelijk type 2, type 4, type 4, type 1 en type 3).

\

Ë \

L

ë

M. OA

tl

o

X

\

35

a"ig

Ma

e

) ‘e 26

J

X

■

/ 39

5

W® •

"Msh

H4 A

weiland

A

bos bebouwing water zand

,32

bron,

!

richtingsafhankelijk ■ 7

Figuur 5.1

I

*9 /(

Model met de bodemgebieden op en rond het ASK.

© a

bron, niet richtingsafhankelijk beoordelingspunt

a

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

17/33

Er is uitgegaan van een situatie met een vlak maaiveld, waarbij de hoogten van bronnen, objecten en beoordelingspunten ten opzichte van het plaatselijke maaiveld is aangehouden. Verder is er rekening mee gehouden dat in het model, in het geval van afscherming bij de bron, bij variaties in maaiveldhoogte de hoogte van bron en afscherming ten opzichte van elkaar overeen komen met de werkelijke situatie. In het rekenmodel is geen rekening gehouden met een geleidelijk verloop in de hoogte van het maaiveld van het hoger gelegen terrein van het ASK naar het lagergelegen omliggende gebied. Daardoor is in werkelijkheid de hoogte van de beoordelingspunten ten opzichte van de hoogte van de afscherming lager dan in het model, wat in theorie leidt tot een onderschatting van de afscherming (en te hoge rekenuitkomsten). Vanwege de grote afstand tussen het beoordelingspunt en de afscherming is de invloed van het verloop in maaiveldhoogte verwaarloosbaar klein, zoals nader wordt toegelicht in bijlage D.

5.1.2

Afschereming van geluidbronnen op hetASK

Er is op slechts enkele bronlocaties op het ASK sprake van afscherming van de geluidbronnen: langs de Hojelbaan, bij baan 16 rechts en rondom de springputten. Springput 1 arena en Springput 2, waar explosieven tot ontploffing gebracht, zijn in het terrein uitgegraven en omgeven door wallen. Meer informatie is opgenomen bij de beschrijving van de bronlocaties in bijlage B.

5.1.3

Objecten buiten het ASK

Verspreid liggende gebouwen, zoals woningen, zijn niet in het rekenmodel opgenomen. Dit betekent dat, bij het berekenen van de geluidbelasting in punten bij geluidgevoelige bestemmingen, het geluidgevoelige gebouw zelf niet als object door afscherming of reflectie invloed heeft op het rekenresultaat. Het rekenresultaat is dan representatief voorde hoogste van de geluidbelastingen van het invallende geluid (zonder gevelreflectie) die op verschillende gevels van het gebouw optreden. Van gebouwen die tussen een bron en een andere geluidgevoelige bestemming in liggen is de invloed door afscherming gering, omdat (in een landelijke omgeving met verspreid liggende woningen) de afmetingen klein zijn in verhouding tot de afstand van het gebouw tot de bron aan de ene kant en tot de afstand tot het beoordelingspunt aan de andere kant. Het is mogelijk dat door het verwaarlozen van de afschermende werking van gebouwen in sommige gevallen de berekening leidt tot een overschatting van de geluidbelasting, bijvoorbeeld als een woning wordt afgeschermd door een schuur. Doordat de beoordelingshoogte van 5 meter voor de avondperiode in veel gevallen hoger is dan de hoogte van het bijgebouw, is het (verwaarloosde) effect van de afscherming naar verwachting kleiner dan 1 dB.

5.1.4

Mondings- en detonatiegeluid

Voor de belangrijkste op het ASK gebruikte combinaties van wapen en munitie zijn de bronsterkten van het mondingsgeluid en het detonatie- of explosiegeluid bij eerder voor Defensie uitgevoerde geluidonderzoeken bepaald. Deze combinaties maken deel uit van het gegevensbestand van bronnen zoals bedoeld in paragrafen 1.3 en 4.4.1 van [2], In bijlage C is per combinatie van wapen en munitie de geluidemissie in dB(A) weergegeven als functie van de uitstraalrichting t.o.v. de vuurlijn. (Het rekenmodel maakt gebruik van de gegevens per octaafband en berekent ook de overdracht in octaafbanden, met middenfrequenties van 16 t/m 4000 Hz).

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

18/33

Voor ontbrekende geluidbronnen zijn de bronsterkten van vervangende wapentypen gehanteerd, zoals aangegeven in tabel 5.1. Dit leidt niet tot een significante onnauwkeurigheid, omdat het gaat om wapens die (vanwege weinig gebruik of lage geluidemissie) een relatief kleine bijdrage leveren aan de totale geluidbelasting. In tabel 3.1 is voor de explosieven een gewichtsbereik of een maximaal gewicht aangegeven. In het model is uitgegaan van het grootste gewicht binnen het bereik. Hierdoor ontstaat een geringe overschatting van de bijdrage van het detonatiegeluid van de explosieven aan de totale geluidbelasting.

Tabel 5.1:

Representatieve combinaties van wapen en munitie. Representatieve combinatie van wapen en

Opgave Defensie

munitie Munitie

Wapen

Panzerfaust

subcal

Accuracy .308 Al .338

Munitie

Wapen

Panzerfaust 3

DM12

Accuracy .338

CTG CAL .338 Ball

Accuracy .338

CTG CAL .338 Ball

H&K416

5,56 mm

Diemaco C7

5,56 mm ref. munitie

H&K417

7,62 mm

MAG

CTG 7,62 mm Nato Ball

CV 90 boordwapen

7,62 mm

MAG

CTG 7,62 mm Nato Ball

CheyTac

.408 (10,4 mm)

Mittrailleur .50

CTG 12,7 mm

Barret .50

.50

Mittrailleur .50

CTG 12,7 mm

Kanon 127 mm

127 mm

Twin dubbelloops

120 mm

Explosief

max. 1 kg NEG

Explosief

1 kg TNT

Explosief

2 - 5 kg NEG

Explosief

5 kg TNT

Explosief

6 - 9 kg NEG

Explosief

9 kg TNT

Explosief

10-18 kg NEG

Explosief

18 kg TNT

Explosief, 1 m ingegraven

max. 5 kg NEG

Explosief

5 kg TNT, 1 m ingegraven

Explosief, 2 m ingegraven

6 - 9 kg NEG

Explosief

10 kg TNT, 2 m ingegraven

Explosief, 2 m ingegraven

10-18 kg NEG

Explosief

18 kg TNT, 2 m ingegraven

Nabootser artillerievuur

Slagsnoer PU-pijp

25 g

Thunderflash

DM54 TLV nabootser

Slagsnoer flexlat

25 g

De granaten van de Panzerhouwitser en mortieren worden met verschillende voortdrijvende ladingen geschoten. In het rekenmodel is uitgegaan van • lading 4, 5 en 8 voor 155 mm, • lading 6 voor 120 mm, • lading 3 en 5 voor 81 mm, • lading 3 voor 60 mm.

Voor een aantal ladingen was er in het verleden de keuze uit zogenaamde groene (M3) of witte munitie (M4). De witte munitie heeft een hoger mondingsgeluid dan de groene munitie. In het rekenmodel is uitgegaan van witte munitie, omdat de verwachting is dat groene munitie in de toekomst niet meer beschikbaar is.

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

19/33

In tabel 3.1 staan de aantallen schoten perjaardie op de verschillende locaties met bovengenoemde wapens worden gelost. Volgens tabel 3.1 worden HE-granaten van 155 mm van de Panzerhouwitser alleen geschoten vanaf palen 10 t/m 15 op de Doornspijkse heide (het deel van het ASKten zuiden van de weg N309 van ’t Harde naar Epe) naar het ‘doelengebied groot’ (over de weg heen, naar het noordelijk deel van het ASK). In de praktijk kan het voorkomen dat HE-granaten van 155 mm ook vanuit andere locaties naar ‘doelengebied groot’ worden geschoten. Dit maakt voor de geluidbelasting niet uit, zolang het aantal schoten per locatie met de verschillende voortdrijvende ladingen ongewijzigd blijft (zie paragraaf 5.2.3) en het aantal detonaties van HE-granaten van 155 mm op jaarbasis in ‘doelengebied groot’ niet verandert (280 per jaar, alleen in de dagperiode). Van de meeste wapens wordt de bronhoogte van het mondingsgeluid bepaald door de hoogte van de loop. Bij lichte wapens kan dat variëren door de schiethouding. De wapens met kaliber 5,56 mm worden zowel staand, liggend als knielend gebruikt. In het model is uitgegaan van een staande schiethouding (met 1,6 m bronhoogte), omdat die op enige afstand van het wapen tot de hoogste geluid­ niveaus leidt. Accuracy, Barret, HK 417, Chey Tac en MAG worden vooral liggend gebruikt of op een laag statief (driepoot).

Hiervoor is een bronhoogte van 0,3 meter aangehouden. De mitrailleur .50 wordt op een hoger statief gebruikt en heeft een bronhoogte van 0,5 m.

Bij de HE- en OSBG-granaten die met de Panzerhouwitser worden geschoten en de HE-granaten die met de mortieren worden geschoten kan de detonatiehoogte boven het maaiveld worden ingesteld. Voor een deel van de schoten gaat het om een detonatiehoogte van minder dan 1 meter boven het maaiveld; in het reken­ model is hierbij uitgegaan van een detonatiehoogte van 0,5 meter boven het maaiveld. Voor het resterende deel van de schoten is de detonatiehoogte groter, 4 tot 11 m. De in het rekenmodel aangenomen verdeling van detonatiehoogten is beschreven in bijlage B.

5.1.5

Kogelgeluid Met de rekenmethode Cogel-Bs wordt voor het bepalen van de geluidbelasting door kogelgeluid per wapentype en positie van een beoordelingspunt eerst een bronpositie op de kogelbaan berekend. Ook de lengte van de kogelbaan en de beginsnelheid van de kogel bij het verlaten van de loop en de vertraging van de kogel op de kogelbaan spelen hierbij een rol. In het rekenmodel wordt ervan uitgegaan dat de kogelbaan loopt van het wapen tot het doel. (Als een baan geen vaste kogel­ vanger heeft, is het doel op zodanige afstand gekozen dat het supersone deel van de kogelbaan in de berekening wordt meegenomen.) De kogelsnelheid op het bronpunt en de afmetingen van de kogel worden gebruikt om de bronsterkte van het betreffende kogelgeluid te bepalen. Uit deze gegevens wordt het geluidexpositieniveau LAEter plaatse van het beoordelingspunt berekend.

5.2

Berekeningen De geluidbelasting ten gevolge van het schietgeluid (mondingsgeluid, kogelgeluid, detonatiegeluid, explosiegeluid) is bepaald met het door TNO in opdracht van Defensie ontwikkelde rekenprogramma Cogel-Bs versie 5.003. Dit programma rekent volgens de procedure die beschreven is in [2],

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

20/33

Verschillende gegevensbestanden, waaronder het bestand met emissiegegevens van de wapens, maken deel uit van de rekenmethode. Hoofdstuk 3 en de paragrafen 2.1 en 2.2 van bijlage A geven meer informatie over de rekenmethode en de software.

5.3

Invoergegevens voor het rekenmodel De invoergegevens voor het rekenmodel zijn opgenomen in bijlage C. Het betreft de gegevens van de schietgeluidbronnen, de bodemgebieden en de coördinaten van de beoordelingspunten. In bijlage B is aangegeven hoe afschermende objecten op het terrein van het ASK zijn gemodelleerd.

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01002

21 /33

6

Resultaten

6.1

Geluidbelasting Bs,dan ter plaatse van de beoordelingslocaties Tabel 6.1 toont de berekende geluidbelasting Bs voor de dag- en de avondperiode en de daaruit afgeleide waarde van Bs,dan op de beoordelingslocaties, ten gevolge van het schiet- en explosiegeluid op het ASK. Voorde avondperiode is de toeslag van 5 dB in tabel 6.1 verwerkt. De immissieniveaus zijn berekend voor een waarneemhoogte van 1,5 meter (beoordelingshoogte voor de begane grond) voor de dagperiode en 5 meter (eerste verdieping) voorde avondperiode. De hoogste geluidbelasting Bs,dan bedraagt 59 dB en is berekend voor de woningen met adressen Harm Aartsweg 1 en Bongertsweg 22 in ’t Loo Oldebroek, aan de noordwestkant van het ASK.

Geluidgevoelige bestemmingen binnen de Bs,dan-contour van 50 dB Er zijn 1.702 adressen van geluidgevoelige bestemmingen (volgens BAG) met geluidbelasting Bs,dan hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB. Figuur 6.1 toont de verdeling van het aantal adressen in klassen van 1 dB. In figuur 6.2 zijn de adressen weergegeven met de Bs, dan-contouren van 50, 55 en 60 dB. 628 600

aantal geluidgevoelige bestemmingen

6.2

500

419 400

300

183

200

143 100

0 51

52

137

llll

53

54

55

56

43

57

2

1

0

58

59

60

geluidbelasting Bs don [dB]

Figuur 6.1

Verdeling van de aantallen adressen met geluidgevoelige bestemming (volgens BAG) rond het ASK met een geluidbelasting Bs.dan hoger dan 50 dB, in stappen van 1 dB.

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01002

Tabel 6.1

22/33

Niveaus Bs en Bs,dan ter plaatse van de beoordelingspunten. (Volgens ruimtelijkeplannen.nl hebben de in groen weergegeven adressen geen geluidgevoelige bestemming. De bestemming van de in bruin weergegeven adressen is op basis van openbare informatie niet duidelijk.)

Bs [dB] nr.

Locatie

Bs, dan

Dag

Avond

[dB]

34,7 51,1 46,3 56,8 48,6 41,4 46,0 39,7

37,4 52,5 48,5 58,0 49,6 42,5 46,9 41,0

34 50 45 55 47 40 45 38

38,7 46,8 46,6 45,9 56,7 57,3 60,2 58,5 53,6 53,9 54,9 55,2 56,0 50,6 51,7 47,1 42,6 47,0 49,2 54,4 54,4 53,5 56,3 54,8 56,3 57,2 55,8 55,8 59,9 57,2 48,7 49,0 50,2 51,9 53,8 57,6

41,3 50,2 50,6 50,2 58,0 58,6 61,5 59,7 54,4 54,5 55,5 55,6 56,6 52,3 52,9 48,7 46,1 51,2 53,7 56,2 55,7 55,4 57,6 55,2 57,8 58,2 57,1 57,2 61,0 58,1 49,3 50,5 51,9 53,5 55,0 59,2

38 46 46 46 55 56 59 57 52 52 53 54 54 49 50 46 42 47 49 53 53 52 55 53 55 56 54 54 58 56 47 48 49 51 52 56

Centra van dorpen rond het ASK

01 02 03 04 05 06 07 08

Nunspeet, Dorpsstraat ‘t Harde, Hertog Willemweg Oldebroek, Asch van Wijcklaan ‘t Loo, Middenweg Wezep, Stationsweg Wapenveld, Valkstraat Heerde, Brinkhoven Epe, Beekstraat

Overige punten

09 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44

Plaggeweg 90C Vierhouten (Saxenheim) Eperweg 133 Nunspeet Klaterweg 9R D63 Doornspijk (Camping De Scheepsbel) Badweg 14 Doornspijk (De Nolle) Graaf Reinoldweg 26 't Harde Ottenweg 28 Oldebroek Bongersweg 22 't Loo Oldebroek (Mulligennest) Vierschotenweg 5 't Loo Oldebroek (Landgoed t Loo) Prinses Margrietlaan 41 Wezep Prinses Irenelaan 26 Wezep Kamperweg 80 Wapenveld (Landgoed Steenbergen) Kamperweg 27 Heerde Dellenweg 90 Epe (De Hooge Heide) Elburgerweg 10 Epe (De Weesberg) Nieuw Tongerenseweg 7 Epe (El Rancho) Korrenbergweg 5 Epe (Josina's Hoeve) Wiltsangh 29 Nunspeet Schootbruggeweg 28 Doornspijk Verlengde Haerderweg 29 Doornspijk Prins Johan Frisolaan 23 't Harde Eperweg 95 't Harde Heidelaan 40 't Harde Graaf Reinoldweg 2 't Harde Eikenlaan 5 Heerde Graaf Reinoldweg 291 Harde Eperweg 137 't Harde Bovendwarsweg 69 Oldebroek Bovendwarsweg 83a Oldebroek Harm Aartsweg 1 't Loo Olaartdebroek Engelandsweg 36 Wezep Dreefseweg 5 Wapenveld Officiersweg (nabij nr. 90) Epe Jagtlustweg 16 Epe Elburgerweg 27 Epe Stenenkomweg 7 Epe Woldbergweg 4 Epe

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01002

7

«

23/33

g Ie

1

•X

adF

g

a

282 -

o

00

961 P50dB 0-55/%

0,e° Io8 W8N 3-SNs eg° 9 V

- g8ë lA 8

+4

4*

8

O

60

-

'

55dB

7

1

rtill

93 XGG

0e oo

235 h 155dB

1~ ( 0755dB — 5ÓdB XX )

Z

.. 0,

s

Int

KS 50dB

02 EfB

52b

5

4A

yx 46 mtp Figuur 6.2

Geluidcontouren Bs,dan van 50 dB (groen) en 55 dB (geel) en de ligging van alle adressen met een geluidgevoelige bestemming en een geluidbelasting hoger dan de voorkeursgrens­ waarde van 50 dB.

De coördinaten van de adressen in de figuren 6.1 en 6.2 zijn bepaald met informatie uit de Basisregistratie adressen en gebouwen (BAG). In bijlage F zijn de adressen met geluidbelasting opgenomen. Hierbij wordt opgemerkt dat de informatie uit BAG over de bestemming van adressen niet altijd in overeenstemming is met de bestemmingsplannen. (Zie ook paragraaf 2.3.) De informatie in figuur 6.1 en bijlage F is gebaseerd op de ligging van de coördinaten van de adressen ten opzichte van de geluidcontouren, die in stappen van 1 dB zijn berekend. Bij de berekening van de geluidcontouren is uitgegaan van de standaard beoordelingshoogten van 1,5 m ten opzichte van het maaiveld voor de dagperiode en 5 m voorde avondperiode. Er zijn enkele appartenmenten in het centrum van ’t Harde (Centrumplein en Vinckenberghweg) boven winkels, die geen woonlaag op de begane grond hebben. Voor die woningen is berekend dat de geluidbelasting na afronding 1 dB hoger kan zijn dan aangegeven in bijlage F, wanneer voor de dag- en avondperiode dezelfde hoogte van 5 m of 7,5 m ten opzichte van het maaiveld wordt aangehouden.

Er is geen aparte berekening met afwijkende beoordelingshoogte per woning uitgevoerd, vanwege de beperkte hoogte van de bebouwing tot maximaal drie bouwlagen en omdat uit openbare informatie niet is af te leiden op welke bouwlaag of bouwlagen een woning in een appartementengebouw zich bevindt.

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01002

24/33

Bijdragen van de verschillende wapens

6.3

Om inzichtte krijgen in de belangrijkste geluidbronnen voorde geluidbelasting is onderscheid gemaakt tussen de bijdragen van verschillende typen wapens: de handvuurwapens t/m 20 mm, Panzerhouwitser, mortieren, overige vuurwapens vanaf 20 mm, explosieven en de oefenfaciliteiten (shoothouse, breachhouse en breachmuur). In het staafdiagram van figuur 6.3 zijn in kleur de relatieve energetische bijdragen7 van deze groepen wapens aangegeven.

60

I

50 I co 40

I

I

■ ■

I

I

lil

II I I

I

I

§30

q

20 10 0 1 2 3 4

5

6

7

8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42

nummer beoordelingspunt

■ Pzh 155 mm

■ explosiever)

Figuur 6.3

■ mortieren ■ vuurwapens t/m 20 mm

overige vuurwapens vanaf 20 mm ■ breachmuur, breachhouse, shoothouse

Bijdragen van verschillende groepen wapens tot de geluidbelasting Bs,dan ter plaatse van de beoordelingspunten. In het staafdiagram geeft de hoogte van elk staafje de geluidbelasting (op de verticale schaal) en zijn binnen elk staafje in kleur de relatieve bijdragen van de geluidenergie aangegeven voor: de Panzerhouwitser 155 mm, zowel mondingsgeluid als detonatiegeluid, a) b) mortieren (60 mm, 81 mm en 120 mm), zowel mondingsgeluid als detonatiegeluid, overige zwaardere wapens met projectielen met kaliber vanaf 20 mm, c) explosieven, met uitzondering van de locaties onder f), d) lichtere vuurwapens met kaliber tot 20 mm, met uitzondering an de locaties onder f), e) alle wapens in oefenhuis, in shoot house en bij de trainingswand. f)

Uit figuur 6.3 blijkt dat in alle beoordelingspunten de Panzerhouwitser en de mortieren de grootste bijdrage geven aan de geluidbelasting. In de meeste punten zijn deze wapens samen verantwoordelijk voor tenminste 75% van de geluidenergie. Alleen in de punten 1,2,9, 22, 23, 24, 28 en 42 is de bijdrage van andere bronnen meer dan 25%, waarbij het vooral gaat om de bijdrage van de explosieven.

1

De hoogte van relatieve bijdragen in dB zijn niet langs de verticale as af te lezen. Dit is aan de hand van het volgende voorbeeld in te zien. Stel een geluidbelasting van 50 dB wordt veroorzaakt door twee gelijke bijdragen van twee groepen wapens. De twee bijdragen zijn dan elk 47 dB, maar in het staafdiagram zou langs de verticale as 25 dB worden afgelezen.

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

7

25/33

Vergelijking met vergunde situatie Het eerste onderzoek naar de geluidbelasting van het ASK dateert uit 1989. In het rapport IZF 1989-18 [3] wordt onderscheid gemaakt tussen het zuidelijk deel van het ASK (de Doornspijksche Heide, ten zuidwesten van de weg N309 tussen ’t Harde en Epe), het noordelijk deel (de Oldebroeksche Heide, ten noordoosten van de weg N309) en de ‘open schietbanen’ op het schietterrein Wezep (gelegen aan de noordoostkant van de Oldebroeksche Heide ten zuiden van Wezep), met gebruik van de volgende wapens:

•

Doornspijksche Heide

- Houwitzer 155 mm en 203 mm

•

Oldebroeksche Heide:

•

Schietterrein Wezep:

- Houwitzer 105 mm, 155 mm en 203 mm - 25-ponder, anti-tankwapen, boordwapen 25 mm - Mitrailleur .50 - Lichte vuurwapens FAL, MAG, UZI - FN 9 mm en Walther - Handgranaten

Alle granaten met detonerende lading die werden geschoten met de Houwitzer detoneerden in het doelengebied op de Oldebroeksche Heide. Op de Olde­ broeksche Heide werd in zowel de dag- als avondperiode geschoten; vanaf de Doornspijksche Heide was het aantal schoten in de avond verwaarloosbaar. Schietterrein Wezep was alleen in de dagperiode in gebruik. Het rapport van 1989 maakt onderscheid tussen twee situaties: de situatie van 1989 en de toekomstige situatie (van dat moment), waarvoor een aantal maatregelen zijn aangenomen die de geluidbelasting beperken: 1. het invoeren van de oefenspringbrisantgranaat (OSBG) voorde Houwitzervan 203 mm, ter vervanging van de HE-granaten die meer detonatiegeluid veroorzaken; 2. het vervangen van de open schietbanen op schietterrein Wezep doorschermenschietbanen (twee van 100 meter en één van 25 meter lengte) voor lichte vuurwapens en pistolen, waar (in tegenstelling tot de situatie 1989) ook in de avondperiode geschoten zal worden en met toename van het aantal schoten in de dagperiode; 3. het realiseren van een nieuwe testbaan op de Oldebroeksche Heide voor zware en middelzware vuurwapens; 4. het beëindigen van oefeningen met de mitrailleur .50 op één van de locaties (Heesberg) op de Oldebroeksche Heide.

In 1990 heeft TNO een tweede rapport [4] met de geluidbelasting van het ASK uitgebracht, waarbij is uitgegaan van een extra maatregel om het geluid te beperken, namelijk het invoeren van de oefenspringbrisantgranaat voor de Houwitser 155 mm (ter vervanging van HE-granaten). De situatie zoals opgenomen in het rapport van 1990 is de basis geweest voor de beschikking in 1994 op de aanvraag voor een vergunning ingevolge de Hinderwet voor het ASK [5] en wordt beschouwd als de situatie waarvan de geluidbelasting gelijkwaardig is met de vigerende vergunning van het ASK.

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

26/33

De berekeningen uit 1990, volgens de methodiek van destijds, zijn niet meer exact te reproduceren. De bedrijfssituatie (de toekomstige situatie zoals voorzien in 1990) is zo nauwkeurig mogelijk gemodelleerd voor nieuwe berekeningen conform de later wettelijk vastgelegde rekenmethoden, voor het bepalen van de geluidbelasting Bs,dan- Daarbij is als volgt te werk gegaan.

a) Uitgangspunt is de situatie 1989, met de bronpunten en per bronpunt gespecificeerde wapens, munitie, aantallen schoten en detonaties, zoals beschreven in [3], b) Wijzigingen in de schietfaciliteiten en wapengebruik (waaronder het invoeren van de oefenspringbrisantgranaat van 203 mm), zoals beschreven in hoofd­ stuk 8 van [3], zijn in de modellering verwerkt. c) De schoten op schietterrein Wezep zijn niet in het model opgenomen. d) Op basis van [4] (1990) is ook voorde Houwitser van 155 mm uitgegaan van de oefenspringbrisantgranaat. Dit was destijds een maatregel om het geluid te beperken, omdat deze granaat bij detonatie minder geluid produceert. Hiermee zijn voorde reconstructie van de geluidbelasting in de situatie 1990 de uitgangspunten voorde geluidbronnen aangehouden zoals weergegeven in tabel 7.1.

Tabel 7.2 vergelijkt de resultaten van hoofdstuk 6 (tabel 6.1) met de opnieuw berekende geluidbelasting Bs,dan voorde situatie van het rapport uit 1990. Met de voorgenomen bedrijfssituatie neemt de hoogste geluidbelasting af van 60 naar 59 dB. Van alle punten met een geluidbelasting hoger dan 50 dB in de voor­ genomen toekomstige situatie zijn er acht met een toename van 1 tot 2 dB. Van de punten met een geluidbelasting hoger dan 50 dB in de situatie van het rapport uit 1990 zijn er zeven met een afname van 1 tot 3 dB. In figuur 7.1 wordt de contour met geluidbelasting Bs,dan van 50 dB uit figuur 6.2 (groen) vergeleken met de opnieuw berekende contour van 50 dB voor de situatie van het rapport uit 1990. Figuur 7.2 toont de vergelijking tussen de twee situaties in de aantallen adressen met geluidbelastingen in stappen van 1 dB.

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

Tabel 7.1

27/33

Aantal schoten per jaar per locatie, wapentype en etmaalperiode, zoals aangehouden voor de ‘reconstructie’ van de berekening van Bs,dan voor de situatie 1990. d.g.

= doelengebied

HE

= high explosive (bij detonatie bij het doel van de granaat)

OSBG = oefenspringbrisantgranaat (detoneert wel, maar bevat minder explosieve lading dan HE en veroorzaakt minder detonatiegeluid).

Locatie

Wapen/munitie/explosief

Paal 1-9

120 mm Mortier, lading 6, HE 104 Houwitser 155 mm, lading 3 wit, OSBG

Houwitser 155 mm, lading 5 wit, OSBG Houwitser 155 mm, lading 6 wit, OSBG Houwitser 203 mm, lading 4 wit, OSBG Houwitser 203 mm, ladng 5 wit, OSBG

Paal 10-15

Houwitser 105 mm, lading 5 wit, OSBG Houwitser 105 mm, lading 6 wit, OSBG Houwitser 203 mm, lading 3 wit, OSBG Houwitser 203 mm, lading 4 wit, OSBG

Pzh 155 mm, lading 3 wit, OSBG Pzh 155 mm, lading 4 wit, OSBG Pzh 155 mm, lading 5 wit, OSBG Paal 16-24

25-ponder, lading 2, detonerend HE 25-ponder, lading 3, detonerend HE FAL 7,62 mm LAW21 mm

mitrailleur .50

Mortier 120 mm, lading 6, HE 104 Mortier 4.6 inch, HE Houwitser 105 mm, lading 3 wit, OSBG Houwitser 105 mm, lading 4 wit, OSBG

Pzh 155 mm, lading 3 wit, OSBG Pzh 155 mm, lading 4 wit, OSBG Houwitser 203 mm, lading 3 wit, OSBG

Heesberg (Hojelbaan)

Pzh 155 mm, lading 5 wit, OSBG Houwitser 105 mm, lading 5 wit, OSBG Houwitser 203 mm, lading 5 wit, OSBG 25 mm boordkanon TPT

Aantal schoten Dag

26 2 415 538 22 361 26 121 15 139 69 326 3.713 5.666 143 158.300 2.331 64.875 3.000 815 1.123 18 5.396 32 484 400 200 100 1.100

plaats detonatie2'

Avond

d.g. groot d.g. groot d.g. groot d.g. groot d.g. groot

23

d.g. groot d.g. groot d.g. groot d.g. groot d.g. groot d.g. groot d.g. groot

3

d.g. groot d.g. groot d.g. groot d.g. klein d.g. klein

d.g. groot

287 111 12 24 2.851

d.g. groot d.g. groot d.g. groot d.g. groot d.g. groot d.g. groot

296

d.g. groot d.g. groot d.g. groot d.g. groot d.g. groot

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

28/33

Wezep/ X

) ; ILOp

Oidebro

Elburg

-Waper

Hoge Enk

i

Ii Doornspijk

X Harde

b

i i

_ Artillerie Schietkamp

II

N310

) Heerde

•8

i i

0e/

Epe Dene

Figuur 7.1

Geluidcontour Bs.dan van 50 dB (groen), vergeleken met de opnieuw berekende contour van 50 dB voor de vigerende vergunde situatie (zwarte onderbroken lijn), die het uitgangspunt was van het akoestisch onderzoek uit 1990.

aantal geluidgevoelige bestemmingen

600

■ toekomst ■ 1990 500

400

300

200

100

0

51

52

53

54

55

56

57

58

59

60

geluidbelasting Bsdan [dB]

Figuur 7.2

Verdeling van de aantallen woningen rond het ASK met een geluidbelasting Bs.dan hoger dan 50 dB, in stappen van 1 dB, vergeleken met de situatie die het uitgangspunt was van het akoestisch onderzoek uit 1990.

29/33

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

Tabel 7.2

Geluidbelasting Bs,dan ter plaatse van de beoordelingslocaties, voor de voorgenomen toekomstige situatie (2024, paragraaf 6.1) in vergelijking met de situatie die het uitgangspunt was van akoestisch onderzoek uit 1990.

nr. Locatie

Bs,dan [dB] 2024 1990

I

Centra van dorpen rond het ASK

01 02 03 04 05 06 07 08

Nunspeet, Dorpsstraat ‘t Harde, Hertog Willemweg Oldebroek, Asch van Wijcklaan

‘t Loo, Middenweg

Wezep, Stationsweg Wapenveld, Valkstraat

Heerde, Brinkhoven Epe, Beekstraat

verschil

[dB]

34 50 45 55 47 40 45 38

33 48 45 56 48 40 45 38

+1 +2 0 -1 -1 0 0 0

38 46 46 46 55 56 59 57 52 52 53 54 54 49 50 46 42 47 49 53 53 52 55 53 55 56 54 54 59 56 47 48 49 51

37 48 47 45 54 56 60 60 53 53 53 54 54 49 48 43 42 47 48 52 52 52 54 54 54 55 53 54 60 57 48 48 49 49

+1 -2 -1 +1 +1 0 -1 -3 -1 -1 0 0 0 0 +2 +3 0 0 +1 +1 +1 0 +1 -1 +1 +1 +1 0 -1 -1 -1

Overige punten

09 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42

Plaggeweg 90C Vierhouten (Saxenheim)

Eperweg 133 Nunspeet Klaterweg 9R D63 Doornspijk (Camping De Scheepsbel)

Badweg 14 Doornspijk (De Nolle) Graaf Reinoldweg 26 't Harde Ottenweg 28 Oldebroek

Bongersweg 22 't Loo Oldebroek (Mulligennest)

Vierschotenweg 5 't Loo Oldebroek (Landgoed 't Loo)

Prinses Margrietlaan 41 Wezep Prinses Irenelaan 26 Wezep Kamperweg 80 Wapenveld (Landgoed Steenbergen) Kamperweg 27 Heerde (Heide Wonne)

Dellenweg 90 Epe (De Hooge Heide)

Elburgerweg 10 Epe (De Weesberg) Nieuw Tongerenseweg 7 Epe (El Rancho) Korrenbergweg 5 Epe (Josina's Hoeve)

Wiltsangh 29 Nunspeet Schootbruggeweg 28 Doornspijk

Verlengde Haerderweg 29 Doornspijk

Prins Johan Frisolaan 23 't Harde Eperweg 95 't Harde Heidelaan 40 't Harde Graaf Reinoldweg 2 't Harde

Eikenlaan 5 Heerde Graaf Reinoldweg 29 't Harde

Eperweg 137 't Harde

Bovendwarsweg 69 Oldebroek Bovendwarsweg 83a Oldebroek Harm Aartsweg 1 't Loo Oldebroek Engelandsweg 36 Wezep

Dreefseweg 5 Wapenveld

Officiersweg (nabij nr. 90) Epe Jagtlustweg 16 Epe Elburgerweg 27 Epe

o o +2

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

8

Maatregelen om geluid te beperken

8.1

Opzet van het maatregelenonderzoek

30/33

Om inzicht te krijgen in de mogelijkheden om geluid te beperken is van belang welke geluidbronnen het belangrijkste aandeel hebben in de totale geluidbelasting. In paragraaf 6.3 is onderscheid gemaakt tussen de bijdragen van verschillende typen wapens: de handvuurwapens t/m 20 mm, Panzerhouwitser, mortieren, overige vuurwapens vanaf 20 mm, explosieven en de oefenfaciliteiten (shoothouse, breachhouse en breachmuur). Hieruit blijkt dat de Panzerhouwitser en de mortieren zorgen voorde grootste bijdrage aan de geluidbelasting. In de meeste punten zijn deze wapens samen verantwoordelijk voor tenminste 75% van de geluidenergie.

Defensie heeft aangegeven dat de geluidbijdrage van deze wapens niet kan worden verminderd door operationele maatregelen. Volgens Defensie bestaan er ook geen geluiddempers om voor deze wapens het mondingsgeluid te beperken. Detonatiegeluid van de Panzerhouwitser wordt beperkt door de inzet van oefenspringbrisantgranaten (OSBG) die dooreen kleinere explosieve lading aanzienlijk minder detonatiegeluid geven in het doelengebied dan de HE-granaten (high explosive). Voorde mortieren is geen OSBG-munitie beschikbaar. Deze zou in de toekomst mogelijk in samenwerking met een fabrikant ontwikkeld kunnen worden, maar van dat proces is niet al binnen enkele jaren resultaat te verwachten.

Ervan uitgaande dat de bijdrage van mortieren en Panzerhouwitser aan de geluid­ belasting niet kan worden verminderd, is als eerste stap onderzocht welke vermindering van de totale geluidbelasting in theorie kan worden bereikt met maatregelen aan andere geluidbronnen op bepaalde bronlocaties, simpelweg door te veronderstellen dat de geluidbijdrage van een bepaalde bronlocatie tot een verwaarloosbaar niveau wordt teruggebracht. Hoe dat vervolgens zou gerealiseerd kan worden, is een tweede stap. Daarin selecteert Defensie eerst de reële mogelijk­ heden uit de vele denkbare opties, waarbij vele aspecten meewegen (zoals veiligheid, operationele belemmeringen, een eerste schatting van de kosten, schade voor flora en fauna, beperkingen in het Natura-2000-gebied en operationele beperkingen). Daarna kan een plan gemaakt worden voor eventuele bouw­ werkzaamheden of terreinaanpassingen met een kostenbegroting. Het proces van de tweede stap vergt maanden of jaren en is nog niet doorlopen.

8.2

Maximale effect van maatregelen per bronlocatie Tabel 8.1 geeft een overzicht van de reductie van de totale geluidbelasting per beoordelingspunt, wanneer het geluid van een bepaalde bronlocatie tot een verwaarloosbaar niveau wordt teruggebracht. (Voorde berekening van de reductie zijn alle geluidbronnen op de betreffende bronlocatie uit het rekenmodel weg­ gelaten.) Dit is de maximale geluidreductie die die in theorie kan worden bereikt met maatregelen voorde betreffende bronlocatie.

TNO-rapport | TNO 2024 R06059714-01C02

31 /33

Nader onderzoek moet uitwijzen welke maatregelen hiervoor het meest effectief zijn. Bij afscherming van een bronlocatie of verplaatsing naar een plaats verder weg van een beoordelingspunt zal meestal slechts een deel van de theoretische geluidreductie worden behaald en door verplaatsing kan de geluidbelasting op een ander beoordelingspunt toenemen. Tabel 8.1

Maximale reductie van de geluidbelasting Bs,dan die (theoretisch) haalbaar is in de beoordelingspunten rond het ASK, wanneer maatregelen worden genomen om het geluidbijdrage van bepaalde bronlocaties tot een verwaarloosbaar niveau te reduceren. Deze bronlocaties zijn:

B: SP: CP: AW: W:

Breachhuis, breachwand (trainingswand) Springput 1 en 2 explosielocaties CP7A, CP-XI, galerij A/B en galerij Charley oefenterrein ASK-west en Site schietbaan Wezeperberg, Kamperbaan en AGW-baan

Alleen de beoordelingspunten met een geluidbelasting Bs,dan hoger dan de voorkeurs­ grenswaarde van 50 dB zijn in de tabel opgenomen. Omwille van de overzichtelijkheid zijn alle reducties kleiner dan 0,5 dB aangegeven met

nr. Locatie

04 13 14 15 16 17 18 19 20 21 28 29

‘t Loo, Middenweg

Graaf Reinoldweg 26 't Harde

Ottenweg 28 Oldebroek Bongersweg 22 't Loo Oldebroek (Mulligennest)

Vierschotenweg 5 't Loo Oldebroek (Landgoed 't Loo)

Prinses Margrietlaan 41 Wezep Prinses Irenelaan 26 Wezep

Kamperweg 80 Wapenveld (Landgoed Steenbergen) Kamperweg 27 Heerde (Heide Wonne) Dellenweg 90 Epe (De Hooge Heide) Prins Johan Frisolaan 23 't Harde

Eperweg 95 't Harde

30

Heidelaan 40 't Harde

31

Graaf Reinoldweg 2 't Harde

32

Eikenlaan 5 Heerde

33

Graaf Reinoldweg 29 't Harde

34

Eperweg 137 't Harde

35

Bovendwarsweg 69 Oldebroek

36

Bovendwarsweg 83a Oldebroek

37

Harm Aartsweg 1 't Loo Oldebroek

38 42

Engelandsweg 36 Wezep Elburgerweg 27 Epe

43

Stenenkomweg 7 Epe

44 Woldbergweg 4 Epe

Bs,dan [dB]

2024 55 55 56 59 57 52 52 53 54 54 53 53 52 55 53 55 56 54 54 59 56 51 52 56

B

Maximale reductie [dB] CP AW SP

w

0,6

0,9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=e91738dd-b34d-4ac7-8cf8-762df0208bf3