CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

3.5. TL_Wapenveld - Dorp, MFA Hof van Cramer en appartementen_13-01-2023.pdf

Raad 20 februari 2023, gemeente HeerdeBij agendapunt: B Bestemmingsplan Wapenveld-Dorp MFA en appartementen16.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wat betreft de maximale geluidniveaus (piekgeluiden) kan gesteld worden dat grenswaarde voor het appartementencomplex uitsluitend in de avondperiode wordt overschreden. De maximale geluidbelasting in de avondperiode bedraagt 69 dB(A). Op de multifunctionele accommodatie is eveneens sprake van een overschrijding van de grenswaarden, enkel in de avondperiode. De maximale geluidbelasting bedraagt 70 dB(A) en treedt uitsluitend op aan de oostzijde van het gebouw. Gelet op het voorgaande zijn eventuele maatregelen beschouwd. Om de overschrijding van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau weg te nemen is een afscherming van tenminste 5,5 meter benodigd, over een totale lengte van 75 meter. Een dergelijke afscherming is landschappelijk en stedenbouwkundig niet acceptabel c.q. wenselijk. Een andere mogelijkheid is het treffen van gebouwgebonden maatregelen aan het appartementencomplex, zoals het aanbrengen van een vliesgevel. Het treffen van maatregelen aan de multifunctionele accommodatie is niet benodigd, omdat hier geen geluidgevoelige functies zijn voorzien c.q. mogelijk zijn. Licht Naast geluidhinder vormt ook de mogelijke hinder als gevolg van lichtinstallaties een aandachtspunt. De tennisvereniging beschikt momenteel over een lichtinstallatie met conventionele verlichting voor de oostelijk gelegen tennisvelden (baan 1 tot en met 4).

9

SAB (2022). Akoestisch onderzoek omgevingsgeluid MFA Wapenveld, tennis en brandweer. Kenmerk: 210233. 14 april 2022. 30

De geldende beheersverordening ‘Wapenveld - Dorp’ staat (in de bestemming ‘Sport’) de bouw van lichtmasten tot 18 meter toe, ook ter plaatse van de westelijk gelegen velden. Dat betekent dat de lichtmasten juridisch-planologisch al mogelijk zijn. De tennisvereniging valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Het Activiteitenbesluit stelt geen grenswaarden inzake verlichtingssterkte. Wel stelt het Activiteitenbesluit dat ten behoeve van sportbeoefening de verlichting in de nachtperiode (tussen 23.00 en 07.00 uur) niet ingeschakeld mag zijn. Hoewel het Activiteitenbesluit geen uitspraken doet over de verlichtingssterkte, dient dit in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel beschouwd te worden. Normaal gebeurd dit met een lichthinderonderzoek, waarbij er ter plaatse lichtmetingen worden verricht. Een dergelijk onderzoek is in dit geval niet mogelijk c.q. zinvol, omdat de armaturen feitelijk (nog) niet aanwezig zijn. Voor de planologische afweging wordt doorgaans aansluiting gezocht bij de normstelling voor de verticale verlichtingssterkte Ev en de lichtsterkte I per armatuur, zoals die wordt aangegeven in de Richtlijn lichthinder d.d. maart 2020 (3e herziening) van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). De betreffende richtlijn kan als algemeen geaccepteerd worden aangemerkt bij toetsing van de lichtimmissie en emissie.

In de voorliggende situatie kan de omgeving gekarakteriseerd worden als “Gebieden met een gemiddelde omgevingshelderheid. In het algemeen stedelijke (woon)gebieden” (omgevingszone E3). Voor dergelijke gebieden wordt een grenswaarde voor de verticale verlichtingssterkte Ev op de gevel van woningen aangegeven van 10 lx in de dag en avond (tussen 07:00 en 23:00 uur) en van 2 lx in de nacht (tussen 23:00 en 07:00 uur). Daarnaast wordt in de richtlijn voor de lichtsterkte I per armatuur in de richting van omwonenden een richtwaarde aangegeven van 10.000 cd in de dag en avond en van 1.000 cd in de nacht. De huidige verlichtingsinstallatie van de tennisvereniging bevindt zich op ruim 60 meter afstand van de geprojecteerde woningen en vormt daarmee op voorhand geen belemmering voor de beoogde woningen. Mocht de tennisvereniging besluiten de huidige verlichtingsinstallatie te vernieuwen en tevens uit te breiden naar de westelijk gelegen tennisvelden, dan worden de lichtmasten voorzien van LED-armaturen. Een groot voordeel van LED-armaturen is de beperkte verstrooiing van licht naar de omgeving, in tegenstelling tot de huidige conventionele armaturen. De tennisvereniging heeft reeds bevestigd dat bij een eventuele vernieuwing of uitbreiding van de lichtinstallatie gekozen wordt voor LED-armaturen.

Het bouwvlak voor de beoogde appartementen van Triada ligt op 24 meter afstand van de bestemming ‘Sport’. In de meest recente verkaveling is het beoogde appartementencomplex echter op 30 meter afstand van de tennisvelden gepositioneerd. De ervaring met andere veldsportcomplexen leert dat de lichtsterkte I van lichtmasten met LED-armaturen (hoogte 15 meter) - op circa 30 meter afstand tot de gevel van woningen - per armatuur circa 2.000 cd bedraagt. Dit is ruimschoots minder dan de grenswaarde van 10.000 cd in de dag- en avondperiode voor de omgevingszone E3. Voor een dergelijke lichtmast bedraagt de verticale verlichtingssterkte Ev circa 2,5 lx. Ook

31

dit is ruimschoots minder dan de na te streven grenswaarde van 10 lx in een stedelijk gebied (omgevingszone E3). Geconcludeerd wordt dat bij een eventuele uitbreiding van de installatie naar de westelijk gelegen tennisvelden ruimschoots voldaan kan worden aan de grenswaarden voor de omgevingszone E3 zoals gesteld in de Richtlijn lichthinder d.d. maart 2020, mits gebruik wordt gemaakt van LED-armaturen. Het aspect lichthinder vormt daarmee geen belemmering voor dit bestemmingsplan. AkzoNobel Uit de bovenstaande tabel blijkt dat niet kan worden voldaan aan de gereduceerde richtafstand voor de aspecten geluid, geur en gevaar voor AkzoNobel aan de Zevenakkersweg 4. Voor wat betreft het aspect gevaar kan gesteld worden dat het bedrijf een inrichting betreft zoals genoemd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Een nadere beschouwing naar het aspect gevaar is zodoende opgenomen in de paragraaf externe veiligheid (zie paragraaf 4.7). Geur Een nadere beschouwing van het aspect geur is daarentegen wel benodigd, omdat niet kan worden voldaan aan de gereduceerde richtafstand van 200 meter. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een quick scan geurhinder 10 verricht, waarin onder meer de geurcontour op basis van de huidige milieuvergunning is beoordeeld. In het onderzoek zijn de gevolgen van het plan vergeleken met de feitelijk bestaande planologische situatie.

Het meest recente geuronderzoek voor AkzoNobel dateert uit 2003. Het bedrijf heeft nadien haar werkzaamheden en bedrijfsvoering gewijzigd ten opzichte van het geuronderzoek (dat als input diende voor de quick scan geurhinder), zo blijkt onder meer uit de revisievergunning d.d. 23 september 2013. Het bedrijf beschikt echter niet over milieuvergunning (revisievergunning) waarin de vergunde geuremissie afwijkt van de geuremissie zoals gehanteerd in het onderzoek van 2003. Dit betekent dat - ten opzichte van de situatie in 2003 - de geuremissie en -belasting op de omgeving enkel gelijk gebleven of afgenomen kan zijn. Het aspect industrieel geur vormt daarmee geen belemmering voor de planontwikkeling. Ook wordt het bedrijf AkzoNobel niet onevenredig in haar rechten geschaad. Volledigheidshalve wordt vermeld dat zich de afgelopen jaren geen klachten hebben voorgedaan over geuroverlast ten gevolge van de bedrijfsvoering van AkzoNobel. Bovendien is de dominante windrichting niet in de richting van het plangebied gelegen. Dit alles duidt erop dat de geurbelasting op de beoogde geurgevoelige objecten in het plangebied niet tot knelpunten zal leiden. Geluid Tot slot is ook voor het aspect geluid een nadere beschouwing nodig, omdat niet wordt voldaan aan de gereduceerde richtafstand van 100 meter. Zodoende heeft een

10

SAB (2021). Memo industriële geur MFA Hof van Cramer. 28 juni 2021. 32

akoestisch onderzoek naar inrichtingslawaai11 plaatsgevonden. De resultaten worden navolgend besproken, de volledige notitie is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Uit het akoestisch onderzoek volgt dat de grenswaarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (etmaalwaarde) van 50 dB(A) uitsluitend ter plaatse van de beoogde brandweerkazerne en sporthal wordt overschreden. Dit betreffen echter geen geluidsgevoelige functies. Voor wat betreft de maximale geluidniveaus wordt de grenswaarde (van 70 dB(A) in de dagperiode) nergens overschreden. Zodoende kan geconcludeerd worden dat AkzoNobel voor wat betreft het aspect geluid niet belemmerd wordt in haar bedrijfsvoering en een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woningen is gewaarborgd. Klapperdijk 23-23a Aan de Klapperdijk – direct ten zuidwesten van het plangebied – bevindt zich een fietsenwinkel, die is aan te merken als een categorie 1 inrichting met een richtafstand van 10 meter voor de aspecten geluid en gevaar. In een gemengd gebied kan deze richtafstand in de regel worden teruggebracht tot 0 meter. Dat geldt echter niet voor het aspect ‘gevaar’. De fietsenwinkel betreft geen inrichting zoals genoemd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Dit betekent dat belangrijke milieuvoorschriften, waaronder gevaar, zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit.

Op grond van deze wet- en regelgeving geldt dat de veiligheidsrisico’s opgelost dienen te worden binnen de eigen inrichting. Een nadere beschouwing naar het aspect gevaar is zodoende niet benodigd. De fietsenwinkel vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Hinder als gevolg van onderhavige ontwikkeling Naast een appartementengebouw voorziet onderhavige ontwikkeling eveneens in een MFA. Deze accommodatie behelst diverse hinderveroorzakende functies. In de navolgende tabel volgt een opsomming van de beoogde functies binnen de ontwikkellocatie, met de bijbehorende omschrijving uit de VNG-brochure en de bijbehorende milieucategorie. Functie

Sporthal Brandweerkazerne Buurthuis Bibliotheek Jeugdzorg

Huisartsenpraktijk

Omschrijving VNG

Sporthallen Brandweerkazernes Buurt- en clubhuizen Bibliotheken, musea, ateliers, e.d. Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven

Milieucategorie

Richtafstanden in meters (gemengd gebied) Geur

Stof

Geluid

Gevaar

3.1

0

0

50 (30)

0

3.1

0

0

50 (30)

0

2

0

0

30 (10

0

1

0

0

10 (0)

0

1

0

0

10 (0)

0

1

0

0

10 (0)

0

* de gereduceerde richtafstanden voor een gemengd gebied zijn tussen haakjes weergegeven.

11

SAB (2022). Memo BP MFA Hof van Cramer, geluid t.g.v. AkzoNobel. Kenmerk: 210233. 14 april 2022. 33

Uit de voorgaande tabel blijkt dat de indicatieve hindercontour van de beoogde functies in het plangebied maximaal 30 meter bedraagt. Deze contour van 30 meter geldt niet voor alle functies, maar uitsluitend voor de brandweerkazerne en sporthal. Voor het buurthuis geldt een hindercontour van 10 meter. De overige functies vormen geen belemmering voor de omliggende woningen. De beoogde brandweerkazerne is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘brandweerkazerne’ (aan de noordwestzijde van het plangebied). De afstand tot de meest nabije bestaande woning (aan de Klapperdijk) bedraagt 38 meter. Daarmee wordt voldaan aan de gereduceerde richtafstand. De afstand tot de beoogde woningen in het plangebied bedraagt meer dan 50 meter. Een goed woon- en leefklimaat kan daarmee in voldoende mate gewaarborgd worden. De sporthal is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘sporthal’ (aan de noordoostzijde van het plangebied). De afstand tot de meest nabije bestaande woning (aan de Klapperdijk) bedraagt meer dan 50 meter. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de gereduceerde richtafstand. De afstand tot de beoogde woningen in het plangebied bedraagt 36 meter. Een goed woon- en leefklimaat kan daarmee in voldoende mate gewaarborgd worden.

Het buurthuis – waarvoor een indicatieve richtafstand van 10 meter geldt – kan in principe overal binnen het bouwvlak worden gesitueerd, waardoor de hindercontour (in een worst case-scenario) de bedrijfswoning aan de Klapperdijk 23-23a en de beoogde nieuwe woningen in het plangebied zal overlappen. In het meest recente ontwerp is het buurthuis echter op voldoende afstand gesitueerd en wordt ruimschoots aan de richtafstand van 10 meter voldaan. Onderzoek inrichtingslawaai In het kader van een goede ruimtelijke ordening is voor de beoogde brandweerkazerne een onderzoek naar inrichtingslawaai12 uitgevoerd. De belangrijkste conclusies zijn navolgend weergegeven, de volledige rapportage is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Uit het akoestisch onderzoek volgt dat de grenswaarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (etmaalwaarde) van 50 dB(A) uitsluitend wordt overschreden op de woning aan Klapperdijk 21b (51 dB(A)). Wat betreft de maximale geluidniveaus treden er geen overschrijdingen plaats op het beoogde appartementencomplex. Wel is er sprake van een overschrijding in de avond- en nachtperiode op de woningen Klapperdijk 11, 13 en 15. Deze overschrijding wordt veroorzaakt door het optrekken van brandweerwagens bij vertrek.

De berekende overschrijdingen zijn echter significant lager dan de geluidbelasting in de huidige situatie, waarbij de brandweerkazerne op kortere afstand is gesitueerd. Per saldo treedt dus een verbetering op van het woon- en leefklimaat.

12

SAB (2022). Akoestisch onderzoek omgevingsgeluid MFA Wapenveld, tennis en brandweer. Kenmerk: 210233. 14 april 2022. 34

Conclusie Met inachtneming van het voorgaande vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.7

Externe veiligheid Algemeen Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire bronnen (chemische fabriek, lpg-vulpunt) en de mobiele bronnen (route gevaarlijke stoffen). Er wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Er wordt bij externe veiligheid onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan het plaatsgebonden risico van 10-6 als grenswaarde. Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers.

Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp. Toetsing In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is voorzien in een quick scan externe veiligheid13. Op basis van de quick scan wordt gesteld dat in de nabijheid van het plangebied de volgende risicobronnen gesitueerd zijn:

13

SAB (2021). Quick scan externe veiligheid. Hof van Cramer te Wapenveld. Projectnummer: 210233. 26 mei 2021. 35

Uitsnede digitale risicokaart met aanduiding onderzoeksgebied (blauwe cirkel) bron: www.risicokaart.nl [1] Risicovolle inrichting, Akzo Nobel Coatings Wapenveld BV [2] Risicovolle inrichting, Gasunie NV [3] Buisleiding, N-556-60 [4] Risicovolle inrichting, BP tankstation [5] Risicovolle inrichting, Wagenvoort Vuurwerk BV [6] Wegtraject, A50: Knp. Hattemerbroek – Knp. Beekbergen [7] Spoortraject, 150D, Deventer West – Zwolle Oost

Uit de inventarisatie blijkt dat de ontwikkeling niet binnen een plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6) en/of plasbrandaandachtsgebied van een risicobron ligt. Tevens ligt de locatie niet binnen het invloedsgebied voor groepsrisico. Een verantwoording van het groepsrisico conform Bevi, Bevb en Bevt is derhalve niet vereist. Het aspect externe veiligheid hoeft niet nader beschouwd te worden. In het kader van het wettelijk vooroverleg is advies uitgebracht door de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland, gericht op bereikbaarheid, begaanbaarheid en zelfredzaamheid. Er geldt een positieve instemming van uit de Veiligheidsregio. De adviezen zijn ter harte genomen en zullen worden meegenomen in de verdere (bouwtechnische) uitwerking van het plan. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.8

Water Rijksbeleid - Het Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is op 10 december 2015 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen.

36

In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: − Nederland blijft de veiligste delta in de wereld. − Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater. − Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. − Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement. − Nederlanders leven waterbewust. Het kabinet zet de veranderingen in het waterveiligheidsbeleid voort en zal hiertoe een wetsvoorstel met nieuwe normen voor de primaire keringen voorbereiden. Nieuwe normen zijn nodig, omdat de huidige eisen aan primaire keringen grotendeels uit de jaren zestig van de vorige eeuw dateren. Sindsdien zijn het aantal mensen en de economische waarde achter de dijken toegenomen. Ook is nieuwe kennis beschikbaar gekomen over de werking van de keringen en de gevolgen van overstromingen. De doelen op het gebied van waterveiligheid zijn omgerekend naar normspecificaties voor de keringen. Deze zijn niet meer gebaseerd op dijkringen, maar op dijktrajecten. Elk dijktraject krijgt een norm-specificatie die past bij de gevolgen in dat specifieke gebied. De normspecificaties zijn ingedeeld in zes klassen, waarbij de overstromingskans varieert van 1/300 per jaar tot 1/100.000 per jaar. Het Rijk onderkent het belang van verbinden van ruimte en water.

Bij het aanpakken van wateropgaven en de uitvoering van watermaatregelen vindt daarom afstemming plaats met andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied, zodat scope, programmering en financiering zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of, beter nog, elkaar versterken. Het kabinet streeft daarbij ook naar integrale combinaties, waarbij ruimtelijke inrichting een belangrijke rol speelt bij het oplossen van wateropgaven. Omgekeerd is het van belang om bij ruimtelijke opgaven vroegtijdig rekening te houden met wateropgaven en de veerkracht van watersystemen. De gewenste betere verbinding tussen water en ruimte geldt voor alle opgaven op het gebied van waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Provinciaal beleid - Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

De provincie onderschrijft de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water dat uiterlijk in 2027 het grond- en oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik en voert deze uit. De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programma’s of in kaders in de verordening. Er worden condities gesteld voor effectief en zuinig gebruik van drinkwater, speciale waterecologie (Hoogst Ecologisch Niveau wateren en Specifiek Ecologische Doelstelling wateren), (grond)waterafhankelijke landnatuur plus de beschermingszones natte landnatuur en grondwateronttrekkingen voor drinkwater en industrie, groter dan 150.000 m3/jaar.

37

De provincie stelt via uitvoerend beleid de doelen voor de regionale wateren voor de Kaderrichtlijn Water vast en geeft daarbij ook invulling aan de voorzieningenniveaus. Met de Gelderse waterschappen en de landbouw geeft de provincie invulling aan het vasthouden van water in de bodem, het grondwater en de haarvaten van het watersysteem. Bescherming tegen overstromingen vindt primair plaats op basis van preventie, waar nodig aangevuld met maatregelen in de ruimtelijke ordening en evacuatie. Deze bescherming gebeurt bij voorkeur in combinatie met het ontwikkelen en versterken van karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden. Waterschap Vallei & Veluwe - Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 Vanaf 1 januari 2016 is het Waterbeheerprogramma van het Waterschap Vallei en Veluwe van kracht. Het is bewust neergezet als een programma en niet meer als een waterbeheerplan. De maatregelen zijn op hoofdlijnen uitgewerkt, het “hoe” volgt bij het jaarlijks vaststellen van de begroting. De zorg voor de kerntaken “beschermen tegen overstroming”, “schoon en voldoende oppervlaktewater” en “zuiveren van afvalwater” blijft voorop staan. Daarbij wil het waterschap wel meer toe naar een integrale benadering van de gezamenlijke opgave. Het waterschap wil haar ambities en doelen steeds sterker bereiken samen met de waterpartners. De ambities zijn: − We beschermen ons gebied tegen overstromingen.

− We zorgen voor de juiste hoeveelheid water. − We zorgen voor de goede oppervlaktewaterkwaliteit. − Schoon en vuil water worden zo veel mogelijk gescheiden. − We halen de hoogst mogelijke waarde uit water. − We beheren afvalwaterketen en watersysteem als één geheel samen met onze partners. Samen met gemeenten wil het waterschap schoon hemelwater en afvalwater zoveel mogelijk aan de bron scheiden. Dit om de negatieve effecten van extreme buien (lagere waterkwaliteit door overstorten) en droogte (lagere waterkwaliteit door geen watertoevoer, hittestress), als gevolg van klimaatverandering, te voorkomen. Hiertoe stelt het waterschap een beleidsplan op en voert dit uit. Binnen de verantwoordelijkheden van de waterpartners voor grondwaterbeheer wil het waterschap de samenwerking initiëren en als grondwaterloket fungeren. De start betreft het vormen van een gezamenlijk grondwaterkennisteam. Binnen de jaarcyclus wordt door het waterschap verantwoording afgelegd over de inhoudelijke doelen en resultaten. In de cyclus wordt een moment ingebouwd om op collegiale basis met de waterpartners de programmering voor het komende jaar af te stemmen. Toetsing In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is voorzien in een watertoets 14. Op basis van deze toets komen de volgende punten naar voren:

14

SAB (2021). Watertoets. Wapenveld, Hof van Cramer. Projectnummer: 210233. 24 november 2021. 38

− Uit de digitale watertoets en uit de legger van het waterschap blijkt dat in het plangebied geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde A- of B-watergangen) liggen, waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. − Door de beoogde ontwikkeling neemt de hoeveelheid vuilwater dat geloosd wordt op de huidige riolering toe. Op dit moment is de exacte hoeveelheid nog niet te berekenen. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal wel in overleg met de gemeente besproken moeten worden. Tevens zal voor de aansluiting een vergunning aangevraagd moeten worden. − De ontwikkeling dient in basis te voldoen aan het principe van 'hydrologisch neutraal ontwikkelen' (HNO). Dit wil zeggen: waar het verharde oppervlak toeneemt of verhard oppervlak wordt afgekoppeld van de riolering, dienen maatregelen te worden genomen om afstromend hemelwater te verwerken. Binnen het voorliggende plangebied is sprake van een grotendeels gelijkblijvende situatie voor wat betreft verharding ten opzichte van de huidige situatie. In dit kader wordt voldaan aan het HNO principe. Indien het plan echter voorziet in het afkoppelen van de gebouwen – wat goed is voor de waterhuishouding in het gebied en omgeving – dan dient voor het oppervlakte van het dak wél compensatie plaats te vinden.

Gezien de verwachtte typologie van de bodem – fijn of grof zand – met een hoge waterdoorlatendheid is het realiseren van infiltratiemaatregelen hier mogelijk. Gezien het oppervlakte van het gebied dient de waterberging in het vervolgproces zorgvuldig met het waterschap afgestemd te worden. − Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om 80 centimeter boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Uit de analyse op basis van openbare data komt naar voren dat de GHG zich op ± 0,8 – 1,3 m -mv bevindt. In dat kader zou voldaan worden aan het advies van het waterschap. De gemeente Heerde heeft in haar nota inrichtingseisen infrastructuur en openbare ruimte Heerde 2021 onder andere eisen gesteld in het kader van de waterhuishouding. Wanneer wordt voorzien in afkoppeling van gebouwen en zodoende compenserende maatregelen noodzakelijk zijn dient het type infiltratievoorziening te worden afgestemd met de adviseur riolering en waterhuishouding van de gemeente Heerde. Aangezien waterberging noodzakelijk is, is dit uitgewerkt in navolgende berekening:

39

Zoals volgend uit voorgaande berekening is er, na aftrek van het waterbergend vermogen van de beoogde groene daken, nog 225,4 m3 waterberging benodigd. Daarvoor wordt een IT-riool aangelegd. De precieze dimensionering wordt in het kader van de omgevingsvergunning nader uitgewerkt; al dan niet in overleg met de gemeente c.q. het waterschap. Conclusie Met inachtneming van het voorgaande vormt het aspect water geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De waterparagraaf wordt in het kader van het wettelijk vooroverleg voor advies voorgelegd aan Waterschap Vallei en Veluwe.

4.9

Natuur Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden in en om het plangebied. Vanaf 1 januari 2017 geldt hiervoor de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt bepaalde plant- en diersoorten, natuurgebieden en bossen. Voordat ontwikkelingen mogen plaatsvinden, moet worden aangetoond dat in het kader van de huidige natuurwet- en regelgeving van een negatief effect geen sprake is, dan wel dat daarvoor respectievelijk een vergunning of ontheffing kan worden verkregen. Toetsing SAB heeft met een quick scan natuur 15 onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het plangebied. Naast beschermde natuurwaarden in het plangebied is ook nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het plangebied. Navolgend worden kort de conclusies van de quick scan uiteengezet. Gebiedsbescherming Uit de quick scan blijkt dat Natura 2000-gebieden ‘Veluwe’ en ‘Rijntakken’ in de buurt van het plangebied liggen. Het is mogelijk dat er een toename van stikstofemissie plaats vindt door de voorgenomen plannen. Het effect hiervan is getoetst met behulp van Aerius-stikstofberekeningen en uitgewerkt in het onderzoek stikstofdepositie 16.

Het onderzoek is uitgegaan van een deel van de aanlegfase in 2023 waarbij de sloop en het bouwrijp maken zijn berekend, in 2024 is de bouw berekend en in 2025 is de gebruiksfase berekend. Aanlegfase Uit de uitgevoerde berekeningen van de aanlegfase blijkt dat er voor beide jaren geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitatty-

15

SAB (2022). Quick scan natuur. Wapenveld, W.H. Van der Pollstraat. Projectnummer: 210233. 4 april 2022.

16

SAB (2022). Onderzoek stikstofdepositie. Wapenveld, Hof van Cramer. projectnummer: 210233. 12 januari 2023. 40

pen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Er zijn daardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden. Gebruiksfase Uit de uitgevoerde berekeningen van de gebruiksfase blijkt een grootste afname van 0,02 mol stikstof/ha/j op 33,91 ha gekarteerd Natura 2000-gebied voor de relevante hexagonen in de toekomstige situatie ten opzichte van de referentiesituatie. Dit zijn hexagonen in Natura 2000-gebieden die in het kader van de Wet Natuurbescherming relevant zijn bevonden voor beoordeling van het onderdeel stikstofdepositie. Daarmee is sprake van een afname van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Verder blijkt uit de quick scan natuur dat in de omgeving van het plangebied geen Natuur-netwerk Nederland of andere provinciaal beschermde natuur aanwezig is. De provinciale bescherming van deze gebieden staat de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg en nader onderzoek hiernaar is niet noodzakelijk. Soortenbescherming In en rondom het plangebied kunnen in het wild levende planten en dieren aanwezig zijn. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving.

In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Daarnaast zijn mogelijk nog enkele essentiële elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Zo blijkt uit de quick scan dat in en rondom het plangebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Mogelijk zijn ook nestplaatsen aanwezig van ransuil, huismus en gierzwaluw, alsmede verblijfplaatsen van vleermuizen. Nestplaatsen c.q. verblijfsplaatsen van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Om hierover duidelijkheid te krijgen is nader soortenonderzoek17 uitgevoerd. Op basis van het onderzoek is geconstateerd dat met de voorgenomen plannen geen essentiële elementen voor deze soorten verloren gaan. Om de werkzaamheden door te laten gaan is dus geen ontheffing Wet natuurbescherming nodig. Wel dient te allen tijde rekening gehouden te worden met broedende vogels en de zorgplicht.

Beschermde houtopstanden Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Conclusie

17

SAB (2021). Nader onderzoek Wet natuurbescherming. Wapenveld, W.H. Van der Pollstraat. Projectnummer 210233. 21 oktober 2021. 41

Met inachtneming van het voorgaande vormt het aspect natuur geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.10

Verkeer en parkeren Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer die wordt gegenereerd bij een bepaalde ontwikkeling, hanteert het CROW 18 kencijfers voor wat betreft verkeersgeneratie. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende voorziening toe rijdt en hiervan wegrijdt. Onderhavige ontwikkeling voorziet in de bouw van een multifunctionele accommodatie en maximaal 20 sociale huurappartementen. Op basis van CBS-gegevens kan worden gesteld dat het plangebied kan worden aangemerkt als ‘weinig stedelijk’ en ‘rest bebouwde kom’. In de navolgende tabel is de verwachte maximale verkeersgeneratie weergegeven: Toekomstige situatie Aantal Type Huur, appartement, midden/goedkoop Bibliotheek (bij afwezigheid van kencijfers voor een buurthuis; incl. jeugdwerk) Sporthal Huisartsenpraktijk Brandweerkazerne

20

Kencijfer* 4,5

verkeersgeneratie per woning

90 136,5

1.050 m2 13,0 100 m2 bvo 2 1.200 m 10,9 100 m2 bvo 6 behandelkamers 30,5 Per kamer n.v.t. (toepassing ervaringscijfers)

Totaal afgerond

130.8 183 15 555

* het kencijfer betreft het gemiddelde aantal verkeersbewegingen binnen de bandbreedte die het CROW hanteert. Zoals blijkt uit de voorgaande tabel leidt de voorgenomen ontwikkeling tot een verkeersgeneratie van 555 verkeersbewegingen op een gemiddelde weekdag, waarbij moet worden opgemerkt dat vermoedelijk een aanzienlijk deel van de bezoekers van de MFA per fiets zal komen.

Ontsluiting Het plangebied is gelegen aan de W.H. Van de Pollstraat en wordt aan de zuidzijde tevens ontsloten op de Klapperdijk. Beide wegen kunnen de te verwachten extra verkeersbewegingen relatief eenvoudig verwerken. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een onacceptabele verkeerstoename. Parkeren Bij de te realiseren ontwikkeling dienen voldoende parkeerplaatsen te worden ingepast. De gemeente Heerde heeft voor het aspect parkeren gemeentelijke beleid vastgesteld in de vorm van de Parkeernormennota, zoals vastgesteld op 5 oktober 2012.

18

CROW, publicatie 381, van parkeerkencijfers naar parkeernomen. 42

Op basis hiervan is geregeld dat een omgevingsvergunning voor het bouwen slechts kan worden verleend wanneer wordt aangetoond dat in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's. Bij omgevingsvergunningsaanvraag voor de voorgenomen ontwikkeling zal worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het gemeentelijk beleid. In het bouwplan is hiervoor ruimte gereserveerd. In de regels van dit bestemmingsplan wordt het gemeentelijk parkeerbeleid juridischplanologisch vastgelegd. Dit betekent dat bij de omgevingsvergunning voor het bouwen getoetst zal worden of het plan voorziet in voldoende parkeergelegenheid. Daarmee wordt gesteld dat het aspect ‘parkeren’ voldoende in dit plan is gewaarborgd. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.11

Kabels en leidingen Algemeen In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch relevante leidingen (hoofdtransportleidingen). Indien daartoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Toetsing Aardgastransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen aardgastransportleidingen. Hoogspanningsleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen hoogspanningsleidingen. Rioolleidingen De rioolleidingen in de omgeving van het plangebied leiden niet tot enige belemmering. Watertransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen watertransportleidingen. Straalverbindingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen straalverbindingen. Kabels en niet-planologisch relevante leidingen Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt de wettelijk verplichte KLICmelding uitgevoerd. Een dergelijke melding zorgt ervoor dat netbeheerders van kabels en leidingen een melding krijgen van geplande werkzaamheden in de ondergrond.

43

Aan de hand van de melding sturen netbeheerders tekeningen naar de aanvrager. De tekeningen kunnen vervolgens gebruikt worden om na te gaan of er kabels en leidingen aanwezig zijn op de plaats waar gegraven gaat worden. Tijdens het bouwrijp maken van het plangebied worden deze bestaande kabels en leidingen verwijderd dan wel omgelegd. Conclusie In en nabij het plangebied van dit bestemmingsplan zijn geen planologisch relevante leidingen en/of verbindingen aanwezig. Er zijn derhalve geen belemmeringen te verwachten. Bij graafwerkzaamheden op het terrein dient wel rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige kabels en niet-planologische leidingen.

44

5 5.1

Wijze van bestemmen Algemeen Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld conform de systematiek van de ter plaatse geldende beheersverordening ‘Wapenveld - Dorp’. Een en ander met inachtneming van de bepalingen die zijn opgenomen in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro), zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) en het coderingssysteem Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.

Opzet bestemmingsplan Het voorliggende bestemmingsplan ‘Wapenveld – Dorp, Hof van Cramer’ voorziet in de ontwikkeling van een nieuwe multifunctionele accommodatie en een appartementengebouw met sociale huurwoningen. Aan de gronden zijn globale eindbestemmingen toegekend (respectievelijk Maatschappelijk en Wonen - Woongebouw). Op grond van deze bestemmingen geldt een rechtstreekse bouwtitel. Tegelijkertijd bieden deze bestemmingen ook de nodige flexibiliteit. Door deze opzet wordt de gewenste flexibiliteit gedurende het ontwikkelingstraject gecreëerd. Overige regelingen In dit bestemmingsplan worden de gronden in het plangebied voor verschillende doeleinden bestemd. Daarbij worden regels gegeven voor het gebruik van de gronden en van de daarop voorkomende bouwwerken en gebouwen, voor zover dat in het belang van een goede ruimtelijke ordening nodig is. Het college kan binnen de grenzen die in het plan zijn aangegeven, bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels en/of van de specifieke gebruiksregels. Een bestemmingsplan bevat niet alle regels die het bouwen op en het gebruik van de grond regelen. Zo zijn er bijvoorbeeld nog andere gemeentelijke verordeningen, de milieuwetten en de waterschapskeur, waarin eisen en beperkingen kunnen voorkomen, waarover het bestemmingsplan zich niet uitspreekt.

Bij een procedure waarbij vergunningen (bijvoorbeeld een omgevingsvergunning voor het bouwen) worden verleend, kunnen die andere regels beperkingen opleggen op andere gronden dan planologische.

45

Handhaving Uit de jurisprudentie zoals die door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is gevormd, blijkt dat de gemeente haar handhavingstaak serieus moet nemen. Handhaving is een verplichting, waarvan alleen mag worden afgezien als er concreet zicht is op legalisatie van de overtreding, dan wel als handhaving zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. Blijkens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is het verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met een bestemmingsplan. Een overtreding hiervan is een strafbaar feit. Strafrechtelijk optreden is complementair op bestuursrechtelijke handhaving en kan met name ingezet worden bij overtredingen waarvan de gevolgen niet ongedaan gemaakt kunnen worden. Een voorbeeld hiervan is het kappen van houtwallen. Ook bij overtredingen die zich telkens weer herhalen en bij kortdurende overtredingen is deze aanpak wenselijk.

5.2

Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

5.3

Bestemmingsregels

5.3.1

Opbouw bestemmingen Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals groen, wonen, verkeer etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding.

46

Nadere eisen In deze bepaling is een regeling opgenomen die het college van burgemeester en wethouders in de gelegenheid stelt nadere eisen te stellen aan de plaats en afmetingen van bebouwing, mocht daar aanleiding toe zijn. Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Het is niet de bedoeling alle mogelijke strijdig gebruiksvormen te noemen, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de doeleindenomschrijving. Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels. 5.3.2

Bestemmingen In deze paragraaf zijn de feitelijk in het plan voorkomende bestemmingen beschreven. Per bestemming is kort toegelicht welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Maatschappelijk Het multifunctionele centrum (maximaal brutovloeroppervlak van 3.500 m2) is voorzien van de bestemming ‘Maatschappelijk’. De gronden zijn daarmee bestemd voor een sporthal, bibliotheek, huisartsenpraktijk met apotheek, praktijkruimte, verenigingsleven en een brandweerkazerne. De sporthal en brandweerkazerne zijn voorzien van een functieaanduiding, met als doel de beoogde locatie van deze voorzieningen (aan de noordzijde van het plangebied) vast te leggen. Op grond van dit bestemmingsplan kunnen de sporthal en brandweerkazerne dus uitsluitend aan de noordzijde van het plangebied worden gebouwd. Geluidgevoelige maatschappelijke voorzieningen (bijvoorbeeld kinderdagverblijven, verpleeghuizen of onderwijsgebouwen) zijn niet toegestaan. Binnen de bestemming zijn gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Gebouwen zijn enkel toegestaan binnen het bouwvlak, waarbij moet worden voldaan aan het maximale bebouwingspercentage van 80% en de maximale bouwhoogte. Ten slotte gelden maximale bouwhoogtes voor erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel (1 m), vlaggenmasten (8 m), overkappingen (3,25 m) en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde (2,5 m).

Tot slot is in de specifieke gebruiksregels bepaald dat geluidgevoelige maatschappelijke voorzieningen (zoals een kinderdagverblijf) niet zijn toegestaan. Verkeer De omliggende infrastructuur en openbare ruimte is bestemd als ‘Verkeer’. Daarmee zijn de gronden bestemd voor wegen, straten, paden, parkeer-, groen- en nutsvoorzieningen, straatmeubilair, voorzieningen voor afvalinzameling en water(huishoudkundige voorzieningen). Op deze gronden mogen geen gebouwen wor-

47

den gebouwd. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 meter, waarbij een uitzondering geldt voor voorzieningen ten behoeve van masten, de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer (10 m). Wonen - Woongebouw Het appartementengebouw is voorzien van de bestemming ‘Wonen - Woongebouw’. Daarmee zijn de gronden bestemd voor het wonen in woongebouwen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-gebonden beroep met de daarbij behorende bebouwing en voorzieningen. Gebouwen mogen enkel binnen het bouwvlak worden gebouwd, waarbij maximaal 20 eenheden zijn toegestaan (uitsluitend sociale huur). Er geldt een maximum bouwhoogte van 11 meter. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt niet meer dan 1 meter indien deze zich voor de voorgevel bevinden. In overige gevallen geldt een maximum bouwhoogte van 2,5 meter. Waarde - Hoge archeologische verwachting De voor 'Waarde - Hoge archeologische verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Op basis van deze dubbelbestemming wordt onder andere geregeld dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij activiteiten die dieper reiken dan 0,8 meter onder maaiveld.

5.4

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is een regeling voor parkeren opgenomen. Indien op grond van één van de in het voorliggende plan opgenomen bestemmingen wordt gebouwd, dient voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de ‘Parkeernormennota Gemeente Heerde’, zoals deze op 5 oktober 2012 door de gemeenteraad is vastgesteld. In de betreffende beleidsregels zijn de parkeernormen voor de gemeente vastgelegd. Indien deze beleidsregel in de toekomst herzien wordt, dient rekening te worden gehouden met die wijzigingen. Indien de parkeerbehoefte niet geheel op eigen terrein kan worden voorzien, kan het college middels een omgevingsvergunning afwijken en toestaan dat de parkeerbehoefte in de openbare ruimte wordt ondergebracht. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene afwijkingen is opgenomen.

Het betreft hier onder meer een standaardregeling die beperkte afwijkingen in de maatvoering bij de uitvoering van bouwplannen mogelijk maakt.

48

5.5

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is dit strijdig met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

49

6 6.1

Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Op basis van artikel 3.1.6, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkelingen die concreet mogelijk worden gemaakt door het bestemmingsplan moeten (economisch) uitvoerbaar zijn, omdat er anders sprake is van een oneigenlijke bestemming. Het voorliggende plangebied is volledig in eigendom van de gemeente Heerde. Uitgangspunt voor de sociale huurwoningen is dat Triada de gronden aankoopt nadat het voorliggende bestemmingsplan onherroepelijk is. Het kostenverhaal is verzekerd middels de grondoverdracht. Het overige deel van het plangebied en de daarop beoogde bebouwing blijft geheel in eigendom van de gemeente Heerde. Voor de huisartsenpraktijk is het uitgangspunt dat de gemeente eigenaar blijft van de opstal en deze casco verhuurt. Gelet op het voorgaande is het opstellen van een exploitatieplan overeenkomstig artikel 6.12, lid 2 onder a. van de Wet ruimtelijke ordening niet nodig. Gesteld kan worden dat er geen verplichting is om tegelijkertijd met de ruimtelijke procedure een exploitatieplan op te stellen. De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is hiermee aangetoond.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Vooroverleg Op grond van ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voert het college van burgemeester en wethouders, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, overleg met andere bestuursorganen van bijvoorbeeld buurgemeenten, het waterschap en de provincie. Het overleg tussen de bestuurlijke instanties dient in een redelijke verhouding te staan tot de aard en omvang van het bestemmingsplan. Het overleg dient dan ook beperkt te blijven tot die overheidsinstanties waarmee overleg werkelijk noodzakelijk is om te voorkomen dat de taak of verantwoordelijkheid van het andere overheidsorgaan ontoelaatbaar wordt beperkt, of dat het door dat orgaan te behartigen belang aantoonbaar wordt benadeeld. In het kader van het vooroverleg wordt het voorliggende bestemmingplan toegezonden aan verschillende overlegpartners. De Veiligheidsregio heeft advies uitgebracht op onderhavig plan, welke is verwerkt paragraaf 4.7 Externe veiligheid.

50

6.2.2

Informatieavonden In juli 2021 en april 2022 zijn er informatieavonden voor bewoners geweest, waarbij omwonenden en andere belanghebbenden in de gelegenheid zijn gesteld kennis te nemen van de beoogde ontwikkelingen en een reactie te geven. Tijdens de informatieavonden in april 2022 hebben verschillende omwonenden en belanghebbenden bezwaren geuit, voorstellen en ideeën aangereikt, maar ook positieve reacties uitgesproken. Het merendeel van de op- en aanmerkingen was gericht op het appartementengebouw en op de parkeersituatie in en rondom het plangebied. Aan de hand van de opgehaalde reacties uit de inloopavond, heeft de initiatiefnemer de situering en de uiterlijke verschijningsvorm van het appartementen aangepast. Ook zijn er enkele parkeerplaatsen toegevoegd. Het aangepaste ontwerp is vervolgens in juni voorgelegd aan een kleine maar representatieve afvaardiging van de omwonenden, de Ondernemersvereniging en de Dorpsraad. Allen gaven te kennen het aangepaste ontwerp een grote verbetering te vinden ten opzichte van het eerdere ontwerp.

6.2.3

Zienswijzen Met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan start de formele bestemmingsplanprocedure. Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn wordt eenieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. In deze paragraaf of in een bijlage bij dit bestemmingsplan zullen de binnengekomen zienswijzen te zijner tijd worden samengevat en van een antwoord worden voorzien.

51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=0e561abb-6e57-48c0-988e-bbfc3df9f447