CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

3.5. TL_Wapenveld - Dorp, MFA Hof van Cramer en appartementen_13-01-2023.pdf

Raad 20 februari 2023, gemeente HeerdeBij agendapunt: B Bestemmingsplan Wapenveld-Dorp MFA en appartementen16.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan | Toelichting

Wapenveld - Dorp, MFA Hof van Cramer en appartementen Gemeente Heerde

Datum: 13 januari 2023 Projectnummer: 210233 ID: NL.IMRO.0246.219MFAHvCramer-ON01

INHOUD TOELICHTING

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging plangebied Geldende juridisch-planologische situatie Leeswijzer

3 3 4 7

2

Planbeschrijving

8

2.1 2.1

Huidige situatie Toekomstige situatie

8 10

3

Wettelijk- en beleidskader

13

3.1 3.2 3.3 3.4

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

13 13 16 17

4

Onderzoek

22

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

Milieueffectrapportage Cultuurhistorie en archeologie Bodem Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Water Natuur Verkeer en parkeren Kabels en leidingen

22 23 24 24 26 28 35 36 40 42 43

5

Wijze van bestemmen

45

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Algemeen Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels

45 46 46 48 49

6

Uitvoerbaarheid

50

6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

50 50

Bijlagen Bijlage 1: archeologisch onderzoek Bijlage 2: verkennend bodemonderzoek Bijlage 3: akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 4: memo gecumuleerde geluidbelasting Bijlage 5: onderzoek milieuzonering Bijlage 6: akoestisch onderzoek industrielawaai tennisvereniging en brandweerkazerne Bijlage 7: memo inrichtingslawaai Akzo Nobel Bijlage 8: memo industriële geur Bijlage 9: quick scan externe veiligheid Bijlage 10: watertoets Bijlage 11: quick scan natuur Bijlage 12: stikstofonderzoek Bijlage 13: nader soortenonderzoek

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De huidige huisvesting van buurthuis Hof van Cramer voldoet niet meer aan de eisen van deze tijd. Om de leefbaarheid van Wapenveld optimaal te ondersteunen is een goede fysieke basis in het hart van Wapenveld cruciaal. Om deze wens en visie te kunnen faciliteren bestaat het voornemen in het centrum van Wapenveld - aan de W.H. van de Pollstraat - te voorzien in een multifunctionele accommodatie, waarin naast het buurthuis ruimte is voor een sporthal, jeugdzorg, brandweerkazerne en een huisartsenpraktijk. Ten slotte behelst het plan de realisatie van een appartementencomplex op de hoek W.H. van de Pollstraat - Klapperdijk, bestaande uit maximaal 20 sociale huurappartementen. Het voorlopige bouwplan voorziet feitelijk in 17 appartementen. Om de nodige flexibiliteit gedurende het ontwikkeltraject te creëren is een kleine marge gehanteerd. Ter plaatse van het plangebied bevindt zich in de huidige situatie een oude tennishal, het verenigingsgebouw van de duivenvereniging en een sporthal met kantine. De beoogde ontwikkeling is niet mogelijk binnen de kaders van de geldende beheersverordening ‘Wapenveld - Dorp’. Om de beoogde ontwikkeling alsnog mogelijk te maken moet er een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. Voorliggend document voorziet hierin.

1.2

Ligging plangebied Het plangebied is gelegen aan de noordzijde van de kern Wapenveld. Het bouwperceel wordt globaal begrensd door het terrein van AkzoNobel aan de noordzijde, Tennisvereniging Wapenveld en de W.H. van de Pollstraat aan de oostzijde en detailhandel, woningbouw en de Klapperdijk aan de zuidwestzijde. Op de navolgende afbeelding is de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging in Wapenveld en de globale begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding, behorende bij dit bestemmingsplan.

3

Topografische kaart met globale aanduiding (rode ster) van het plangebied (bron: pdok.nl)

Globale begrenzing, het plangebied is rood omkaderd (bron: pdok.nl).

1.3

Geldende juridisch-planologische situatie Ter plaatse van het plangebied geldt grotendeels de beheersverordening ‘Wapenveld - Dorp’, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Heerde op 11 september 2017. De gronden zijn voorzien van de enkelbestemmingen ‘Groen’, ‘Maatschappelijk’, ‘Tuin’, ‘Verkeer’ en ‘Wonen’, alsmede de dubbelbestemming ‘Waarde - Hoge archeologische verwachting’.

4

Globale begrenzing plangebied (rood omkaderd) in huidige beheersverordening (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Ter plaatse van de huidige brandweerkazerne (W.H. van de Pollstraat 48) geldt het bestemmingsplan ‘Bedrijven- en sportterreinen Wapenveld Zuid’, zoals vastgesteld op 30 september 2013. Op grond van dit bestemmingsplan zijn de gronden voorzien van de enkelbestemmingen ‘Bedrijventerrein’ en ‘Maatschappelijke’, alsmede de dubbelbestemming ‘Waarde - Hoge archeologische verwachting’.

Globale begrenzing noordwest deel plangebied (wit kader) in ter plaatse geldende bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

Bedrijventerrein De voor ‘Bedrijventerrein’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven tot en met milieucategorie 4.2, kantoren ten dienste van de bestemming en bijbehorende voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Gebouwen mogen enkel binnen het bouwvlak worden opgericht, waarbij een maximale bouwhoogte geldt van 14 meter. Verder geldt een maximum bebouwingspercentage van 75%. De bouwhoogte

5

van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter. tot strijdig gebruik wordt gerekend: geluidzoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen, inrichtingen, zoals genoemd in bijlage C en D van het Besluit m.e.r., wonen en detailhandel. Groen De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, voet- en fietspaden, speelvoorzieningen, parkeerstroken en waterhuishoudkundige voorzieningen. Er mogen enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 meter (met uitzondering van lantaarnpalen (10 meter) en speelvoorzieningen (5 meter)). Maatschappelijk De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, met de bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, erven, terreinen, parkeervoorzieningen, water en groenvoorzieningen. Gebouwen mogen enkel binnen het bouwvlak worden opgericht met de op de verbeelding aangegeven maximale bouwhoogte. De maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2,5 m. Ter plaatse van de huidige brandweerkazerne geldt dat de gronden zijn bestemd voor een bedrijf en/of het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten in de vorm van een brandweerkazerne, ondergeschikte kantoorfunctie en bijbehorende voorzieningen.

Er mag enkel binnen het bouwvlak worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 8 meter en een maximum bebouwingspercentage van 100%. Sport De voor ‘Sport’ aangewezen gronden zijn bestemd voor sportvoorzieningen (met uitzondering van voorzieningen ten behoeve van gemotoriseerde en gemechaniseerde sporten en sporten met dieren), daarbij behorende voorzieningen, zoals een sportkantine, alsmede bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen, paden, parkeervoorzieningen, water en groenvoorzieningen. Gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden opgericht, conform de aangegeven maximale bouwhoogte (10 meter). De maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 18 meter in geval van lichtmasten en 5 meter in overige gevallen. Tuin De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, met daarbij behorende bouwwerken en parkeervoorzieningen. Er mogen enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht met een maximale bouwhoogte van 3,25 meter voor overkapping en 1 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Verkeer De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, straten en paden, voet- en rijwielpaden, met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waterhuishoudkundige voorzieningen en groenvoorzieningen.

De maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 10 meter.

6

Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen in het bestaande aantal woonhuizen (al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-gebonden beroep) met daarbij behorende bouwwerken tuinen en erven. Hoofdgebouwen mogen enkel binnen het bouwvlak worden gebouwd en dienen te voldoen aan het gestelde inzake breedte, zijdelingse perceelgrens, dakhelling en maximale goot- en bouwhoogte (6 en 11 meter). Daarnaast gelden separate bouwregels voor bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarvan onder voorwaarden kan worden afgeweken. Onder strijdig gebruik wordt verstaan het in gebruik nemen van een vrijstaand bijgebouw voor zelfstandige bewoning. Waarde - Hoge archeologische verwachting De voor 'Waarde - Hoge archeologische verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. Met deze dubbelbestemming is onder andere geregeld dat archeologisch onderzoek benodigd is bij ontwikkelingen met een grotere oppervlakte dan 100 m 2, die dieper reiken dan 0,4 meter onder het maaiveld. Strijdigheid met geldend bestemmingsplan Op grond van de hiervoor beschreven enkelbestemmingen is de realisatie van de beoogde multifunctionele accommodatie, alsmede het geplande appartementencomplex niet toegestaan.

Zowel in functionele als ruimtelijke zin worden de grenzen van het geldende juridisch-planologische regime overschreden. Daarmee is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend document voorziet hierin.

1.4

Leeswijzer Dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zes hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de bestaande situatie en de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader geschetst. Hoofdstuk 4 omvat de toetsing aan de planologische haalbaarheidsaspecten en milieuaspecten. De toelichting besluit met hoofdstukken over de opbouw van de planregels (Hoofdstuk 5) en de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid (Hoofdstuk 6).

7

2 2.1

Planbeschrijving Huidige situatie Het plangebied bevindt zich aan de noordzijde van de kern Wapenveld, in de oksel van de W.H. van de Pollstraat. De ontwikkelingslocatie omvat de kadastrale percelen ‘Gemeente Heerde, sectie C, nummers 6846, 6352, 6353, 6438, 6437, 5720’. Navolgend wordt de huidige situatie ter plaatse van het plangebied beschreven, van noord naar zuidelijke richting. In de uiterste noordwesthoek van het plangebied, aan de W.H. van de Pollstraat 48, bevindt zich de brandweerkazerne van Wapenveld. Het gebouw bestaat uit één tot twee bouwlagen, kampt met achterstallig onderhoud en voldoet niet meer aan de huidige eisen. Het gebouw wordt in de toekomstige situatie gesloopt en geïntegreerd in de multifunctionele accommodatie. De W.H. van de Pollstraat, alsmede de parkeerstroken aan weerszijden, maakt eveneens onderdeel uit van het plangebied. Centraal binnen het plangebied bevindt zich de huidige situatie een oude tennishal (W.H. van de Pollstraat 3), een gebouw voor de postduivenvereniging (W.H. van de Pollstraat 5) en een sporthal met kantine (Klapperdijk 21A). De bebouwing verkeert in een matige tot zeer slechte staat en zal worden gesloopt ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling. Ten slotte behelst het plangebied de woonkavel aan de Klapperdijk 32.

Ter plaatse bevindt zich een vrijstaande woning, bestaande uit twee lagen met kap, inclusief bijgebouwen en erf. Navolgende afbeeldingen tonen de huidige situatie van het plangebied in vogelvlucht en tevens is aangegeven vanuit waar de daarna volgende impressies zijn bezien (nummers).

2 1

3 Luchtfoto met daarop het plangebied globaal wit omlijnd (bron: kadastralekaart.nl).

8

1

2

3

Impressies huidige situatie plangebied met referentie naar luchtfoto (bron: SAB).

9

2.1

Toekomstige situatie Het plangebied is gelegen in het dorpshart van Wapenveld en verdiend om die reden een representatieve invulling, passend bij de ruimtelijke functionele karakteristieken in de omgeving. Zodoende bestaat het voornemen de huidige bebouwing binnen het plangebied te slopen en hiervoor in de plaats een multifunctionele accommodatie te realiseren (bestaande uit een buurthuis, sporthal, jeugdzorg, brandweerkazerne en huisartsenpraktijk), alsmede een appartementengebouw (bestaande uit 20 sociale huurappartementen) op de hoek W.H. Van de Pollstraat - Klapperdijk. Multifunctionele accommodatie Om tot een invulling van de multifunctionele accommodatie te komen is een programma van eisen opgesteld, waarin de verschillende functies die gewenst zijn onderzocht zijn en waarin onderlinge relaties zijn beschreven. Hieruit volgt een programma bestaande uit het buurthuis (Hof van Cramer), jeugdwerk, sporthal, brandweerkazerne en huisartsenpraktijk. Navolgend is het programma weergegeven.

Ruimtelijk PVE (bron: ABCNova)

Uit de voorgaande tabel volgt dat de accommodatie in totaal circa 3.500 m2 omvat. Het gebouw is als volgt vormgegeven; bezoekers en medewerkers van het MFA komen binnen via een duidelijk herkenbare gezamenlijke entree (aan de W.H. van de Pollstraat) en komen vervolgens in het hart van het gebouw: de ontmoetingsruimte (Hof van Cramer). De ontmoetingsruimte en bibliotheek lopen naadloos en open in elkaar over. De bibliotheek heeft daarbij een vaste opstelling met haar eigen onderdelen en ligt aan de zichtkant van het gebouw. De publieke functies van STIP (welzijnswerk) zijn herkenbaar aanwezig in de ontmoetingsruimte. De werkzaamheden van de medewerkers van STIP vinden plaats in een open kantoorsetting, in de nabijheid van de ontmoetingsruimte. Het jeugdwerk, als onderdeel van STIP, vindt plaats in een eigen ruimte binnen het gebouw. Deze ruimte zal een eigen entree krijgen. De brandweerkazerne vormt vanwege haar bedrijfsvoering en specifieke eisen aan de huisvesting een eigen cluster aan de noordzijde van het gebouw. Huisartsenpraktijk Wapenveld wil graag gebruik maken van de gezamenlijke entree, maar ziet de wachtkamer van de praktijk als een duidelijk losstaande ruimte ten opzichte van de ontmoetingsruimte.

Naast de gezamenlijke entree heeft de praktijk een achteringang nodig als dienstingang voor leveranciers en voor eventuele vervoersbewegingen van patiënten middels ambulance. De huisartsenpraktijk is voorzien aan de zuidzijde van de MFA. De nieuwe sporthal is ten slotte aan de noordwestzijde van de accommodatie voorzien. Dit levert globaal de volgende plattegrond op:

10

Plattegrond MFA (bron: BDG Architecten)

De buitenruimte rondom de MFA bestaat voornamelijk uit parkeergelegenheid, alsmede een fietsenstalling, afvalberging, buitenberging en de verschillende entrees voor de afzonderlijke clusters. Woningbouw Het voornemen bestaat om de vrijstaande woning op de Klapperdijk 25 te slopen en hiervoor in de plaats een appartementengebouw te realiseren, bestaande uit maximaal 20 sociale huurappartementen. Het voorlopige bouwplan voorziet feitelijk in 17 appartementen. Om de nodige flexibiliteit gedurende het ontwikkeltraject te creëren is een kleine marge gehanteerd. Het betreffen levensloopbestendige twee- en driekamer-appartementen die allen bereikbaar zijn via een lift. Zo kan gesteld worden dat de woningen geschikt zijn voor de ouderendoelgroep. Gelet op de grootte van de woningen en het segment zullen ook de jongerendoelgroep en andere kleine huishoudensgroepen zich waarschijnlijk aangetrokken voelen tot de woningen, waarmee de ontwikkeling een brede doelgroep aanspreekt. Het voorliggende bestemmingsplan maakt maximaal 20 sociale huurwoningen mogelijk, waarmee de mogelijkheid bestaat om – mocht de markt daar om vragen – binnen de huidige bebouwingsmogelijkheden kleinere studio’s te realiseren. Het gebouw wordt voorzien van drie bouwlagen waarin inpandige bergingen voor ieder appartement zijn voorzien.

Het parkeren is voorzien aan de oost- en westzijde van het beoogde gebouw, zoals weergegeven op de navolgende situatietekening en impressie van het beoogde appartementengebouw.

11

Situatietekening woningbouw Klapperdijk 25 (bron: TVA).

Impressies woningbouw Klapperdijk 25, gezien vanuit het zuiden (bron: TVA).

12

3 3.1

Wettelijk- en beleidskader Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit project geldende uitgangspunten weergegeven.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: − ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; − duurzaam economisch groeipotentieel; − sterke en gezonde steden en regio's; − toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven; 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3.

Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties Toetsing Het Rijk zet in de NOVI onder andere in op meer dichtheid, minder leegstand en verval, en meer groen en water. Het plangebied betreft een inbreidingslocatie binnen de kern Wapenveld, waarbij wordt ingezet op functiemenging en een sterk centrum van de kern, waarmee wordt bijgedragen aan de leefbaarheid. Het plan is daarmee in lijn met het gestelde in de NOVI.

13

3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Natuurnetwerk Nederland (NNN), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij het NNN en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van het NNN is bepaald dat niet het Rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in juridisch-planologische procedures te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing Het voorgenomen plan raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het bepaalde in het Barro.

3.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 tweede lid) Vanuit het Rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een multifunctionele accommodatie en 20 sociale huurappartementen in het centrum van Wapenveld. Relevant is of deze ontwikkeling is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro.

Uit jurisprudentie1 blijkt dat een ontwikkeling die voorziet in de realisatie van 10 woningen niet hoeft te worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Daarmee is het woningbouwdeel van de ontwikkeling aan te merken als stedelijke ontwikkeling. Uit jurispru-

1

Zie hiervoor de uitspraak van de ABRvS d.d. 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921) 14

dentie2 blijkt dat ook de bouw van maatschappelijke voorzieningen moet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve aan de orde voor de ontwikkeling als geheel. Behoefte aan multifunctionele accommodatie De beoogde multifunctionele accommodatie bestaat uit een buurthuis, sporthal, jeugdzorg, brandweerkazerne en een huisartsenpraktijk. De voorzieningen die zich in de multifunctionele accommodatie gaan vestigen bevinden zich in de huidige situatie elders in Wapenveld. Het betreffen zodoende geen nieuwe voorzieningen, maar het betreft uitsluitend een verplaatsingsopgave. Voor de sporthal en de brandweerkazerne geldt dat deze zich in de huidige situatie reeds binnen de plangrenzen bevinden. De huidige bebouwing wordt gesloopt en er komt nieuwbouw voor in de plaats. De vrijkomende locaties van de andere (maatschappelijk) voorzieningen, waaronder in ieder geval het buurthuis, jeugdzorg en de huisartsenpraktijk, kunnen een nieuwe functie krijgen. Woningbouw ligt daarbij voor de hand. Met deze uitgangspunten wordt geacht dat een nadere motivering niet nodig is. Behoefte aan sociale huurwoningen Onderdeel van voorliggend plan is de realisatie van een appartementengebouw met maximaal 20 sociale huurwoningen.

Op basis van de woonagenda wordt duidelijk dat de gemeente een grote opgave heeft met betrekking tot dit segment. De kwantitatieve aanvullende opgave in de sociale huur wordt ingeschat op 145 tot 185 woningen in de periode tot 2027. Dit betekent een aanzienlijke bouwopgave, die zo’n 40% van de opgave als geheel bestrijkt. Gemiddeld moeten er 16 sociale huurwoningen per jaar (gerekend vanaf 2018) gerealiseerd worden om aan de verwachte vraag te kunnen voldoen, zoals volgend uit woningmarktonderzoek.

Overzicht woningbouwaantallen (bron: gemeente Heerde; peildatum: januari 2019)

Op basis van de bovenstaande gegevens wordt duidelijk dat nieuwe woningbouwinitiatieven nodig zijn om te kunnen beantwoorden aan de behoefte. Met name op de sociale huursector bestaat een grote opgave. In 2021 is een nieuw woningmarktonderzoek uitgevoerd, waaruit volgt dat er tot aan 2030 tussen de 215 en 245 sociale huurwoningen gerealiseerd moeten worden. Er zijn plannen voor 86 nieuwe sociale huurwoningen, waarmee dus nog extra woningen moeten worden toegevoegd. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan de woningbouwopgave.

2

Zie hiervoor https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/gebiedsontwikkeling/ladderduurzame/handreiking-ladder/buttons/kopie-jurisprudentie/#hc4689667-5490-45bb-a4667e949f6f94a2. 15

In kwalitatieve zin is het van belang dat nieuw toe te voegen woningen in het sociale huursegment voldoende flexibel zijn voor meerdere doelgroepen. In het sociale huursegment betreft de vraag op basis van marktonderzoek overwegend woningen voor ouderen, die ook perspectieven bieden voor jonge huishoudens (starters en 1-2 persoons huishoudens). Er moet echter ook rekening worden gehouden met het feit dat de vergrijzing in de sociale huurmarkt sneller verloopt dan in de koopmarkt. Ook in het sociale huursegment speelt levensloopgeschiktheid (de woonvisie spreekt over multifunctioneel) daarom een belangrijke rol in de bouwopgave de komende periode. Aangezien de appartementen via een lift te bereiken zijn is er sprake van levensloopbestendigheid en wordt beantwoord aan deze gemeentelijke ambitie. Gelet op het bovenstaande wordt gesteld dat zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht voldoende is gemotiveerd dat behoefte bestaat aan de woningbouwontwikkeling. Conclusie Voorliggend project is in lijn met het Rijksbeleid.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie en -verordening Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. − Gezond en veilig. Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. − Schoon en welvarend. Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema’s: − Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. − Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer. − Circulaire economie: sluiten van kringlopen. − Biodiversiteit: werken met de natuur. − Bereikbaarheid: duurzaam verbonden.

− Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio. − Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.

16

De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. De Omgevingsverordening wordt daarentegen ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Toetsing Raadpleging van de digitale versie van de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie Gelderland wijst uit dat de gronden van het plangebied geen gebiedsgerichte belangen raken.

In meer algemene zin geldt daarentegen wel dat voorliggend plan een bijdrage levert aan het realiseren van de provinciale ambities ten aanzien van de woon- en leefomgeving. De voorgenomen functiemenging zorgt voor een sterk centrum van de kern Wapenveld, hetgeen de leefbaarheid van de kern verder versterkt. Met de voorgenomen ontwikkeling, bestaande uit een multifunctionele accommodatie en sociale woningbouw, wordt bovendien voorzien in een behoefte, zoals blijkt uit de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (zie paragraaf 3.2.3). Daarnaast worden de nieuwe gebouwen niet op het gas aangesloten, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de duurzaamheidsambities van de provincie. Gezien het voorgaande vormen de Omgevingsvisie en -verordening geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan. Conclusie Het voorgenomen plan is niet in strijd met het provinciale beleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Toekomstvisie gemeente Heerde 2025 Maatschappelijke en economische ontwikkelingen gaan in snel tempo. Om hierop in te spelen heeft de gemeente op 13 juli 2009 de Toekomstvisie gemeente Heerde 2025 vastgesteld. Deze visie is een agenda voor de toekomst, een heldere profilering van de gemeente in de regio en naar de eigen burgers, instellingen en ondernemers. De Toekomstvisie gemeente Heerde 2025 maakt duidelijk waar de gemeente voor staat, welke ontwikkeling zij ambieert en waarvoor de gemeente zich de komende jaren hard wil maken richting de eigen bevolking, instellingen, ondernemers en andere voor de ontwikkeling van Heerde belangrijke partijen.

17

Architectonisch en ruimtelijk hebben de verschillende kernen van de gemeente Heerde een eigen karakter. De inrichting en de architectuur in relatie tot het landschap bepalen de ‘leesbaarheid’ van de gemeente. Bebouwing hoeft niet altijd en overal te worden uitgesloten. Het gaat vooral om hoe en waar gebouwd wordt en of dat zó kan plaatsvinden dat de kwaliteit intact blijft of wordt versterkt. Behoud van identiteit, eenheid en schoonheid door de (aan-)bouw van doordachte nieuwbouw, renovatie en inbreiding is van belang om de kwaliteiten van de gemeente te waarborgen. Door een grotere variëteit aan leefstijlen en woonwensen zal de differentiatie in bewonersgroepen in de gemeente toenemen. Te verwachten valt dat zekerheid en geborgenheid belangrijkere waarden worden. Gedacht wordt aan de groeiende vraag naar wonen in een veilige, geborgen omgeving met gelijkgestemden. Het kunnen terugvallen op private waarborgen en garanties wordt belangrijker. De eisen aan de woning en woonomgeving zijn en komen hoger te liggen.

Meer welvaart leidt tot: − hogere eisen aan de oppervlakte, inrichting en uitstraling van de woning; − een hang naar privacy en geborgenheid; − een gedifferentieerd aanbod van woningen en woonmilieus, vanwege keuzemogelijkheden en verscheidenheid; − een woningvoorraad die flexibel gebruikt kan worden, vanwege onzekerheden en dynamiek en verscheidenheid in de vraag; − een stijgende kwaliteitsvraag, vanwege welvaartsontwikkeling en duurzaamheid; − uitbreiding van (elektronische) voorzieningen; − compenserende maatregelen met betrekking tot het klimaat zullen hun intrede doen; − bouwen binnen lokale architectuur en authenticiteit. Toetsing De locatie ligt binnen de kern Wapenveld. Met de voorgenomen ontwikkeling is sprake van inbreiding en wordt ingespeeld op de toenemende vraag op het gebied van wonen, zoals nader onderbouwd aan de hand van de Ladder voor duurzame verstelijking en het woonbeleid. Door de functiemenging wordt voorzien in een dynamisch en betekenisvol centrum van de kern Wapenveld, waarmee het in hoge mate identiteit geeft aan de locatie. Het voornemen is in lijn met het gestelde in de gemeentelijke toekomstvisie. 3.4.2

Structuurvisie gemeente Heerde 2025 De Structuurvisie Heerde 2025 is op 17 september 2012 vastgesteld door de gemeenteraad. De structuurvisie is het kader voor de ontwikkeling van de gemeente Heerde tot 2025. Deze visie geeft richting aan de ruimtelijke, economische en maatschappelijke ontwikkeling van de gemeente Heerde naar de toekomst. De Structuurvisie Heerde 2025 is een nadere uitwerking van de toekomstvisie.

18

Structuurbeeld (bron: gemeente Heerde)

Toetsing In de structuurvisie is de gemeente opgedeeld in verschillende zones. Het plangebied behoort tot zone 2 'Nieuwe zakelijkheid en gezondheid'. Dit is de economische zone tussen Heerde en Wapenveld, inclusief de gebieden ten noorden en zuiden daarvan. Het is een zone waarin zowel wonen, werken, recreatie en zorg alsook natuur en groen een plek hebben. Kortom, een dynamisch gebied dat zich verder kan ontwikkelen, maar met respect voor omliggende functies. Voorliggende ontwikkeling sluit nadrukkelijk aan op de uitgangspunten van deze gemeentelijke zone. Er wordt voorzien in een dynamisch hart van Wapenveld, waarin (zorg)voorzieningen en sociale woningbouw een plek krijgen. Er is sprake van inbreiding, waarbij een bijdragen wordt geleverd aan het versterken van de identiteit van het centrum van de kern. 3.4.3

Omgevingsvisie Op grond van de nieuwe Omgevingswet – die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking zal treden - moet elke gemeente een omgevingsvisie vaststellen. In de omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. De gemeente stelt één omgevingsvisie voor het hele grondgebied vast. Het betreft een visie op hoofdlijnen, die alle strategische beleidsplannen van de gemeente zal vervangen, zoals het milieubeleidsplan, het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan en de structuurvisie. De gemeente Heerde beschikt nog niet over een omgevingsvisie, maar de basis hiervoor is reeds gelegd. De gemeenteraad heeft in het voorjaar van 2018 een plan van aanpak voor het opstellen van de omgevingsvisie vastgesteld. De volgende stap is de omgevingsvisie concreet te maken. Dit proces is reeds in gang gezet.

19

3.4.4

Woonvisie Heerde 2015-2025 Het uitgangspunt van de woonvisie is het maken en behouden van kwaliteit. Dit kan alleen door niet vooraf strikte en knellende regels op te stellen, maar door te werken met bestaande kwaliteiten, partijen en passende oplossingen. Dit leidt tot maatwerk per situatie met inachtneming van de algemene vastgestelde principes. Het creëren van maatschappelijke meerwaarde is bij ieder initiatief het uitgangspunt en het afwegingskader van het gemeentebestuur. De bestaande gebouwen in de gemeente worden optimaal gebruikt. Waar mogelijk worden gebouwen omgevormd tot woonruimten. Het grootste deel van de benodigde woningen voor de toekomst staat er al. Uitgerekend is dat er in Heerde in verband met de groei van het aantal huishoudens (dus niet het aantal inwoners) in de periode 2013 tot 2020 circa 420 - 460 extra woningen nodig zijn. Gemiddeld is dat een toevoeging van 60 - 65 woningen per jaar. Ten opzichte van de bestaande woningvoorraad is dat een toename van ongeveer 6%. Gelet op de geschetste trends en het streven dat een ieder op termijn kan beschikken over een bij zijn situatie passende woning, is duidelijk dat het grootste deel van de opgave bereikt moet worden door aanpassing en vervanging van de bestaande woningvoorraad.

In 2020 is een addendum op de huidige regionale woonagenda vastgesteld, waarbij een nieuwe bandbreedte is vastgesteld, namelijk 475 woningen tot 2030. In de regionale visie is aangegeven dat afgestapt wordt van de oude manier van woningbouwprogrammering. Er wordt overgestapt van aanbodgestuurd bouwen naar vraaggestuurd bouwen. De markt bepaalt wat gebouwd gaat worden. Daarvoor is een nieuw afwegingskader voor nieuwbouw noodzakelijk. Niet langer is bepalend of een ontwikkeling past in een woningbouwprogramma. De vraag is nu of een bouwplan inspeelt op de marktvraag en voldoende maatschappelijke en ruimtelijke kwaliteit toevoegt. Toetsing Met de voorgenomen ontwikkeling wordt onder meer voorzien in een appartementengebouw bestaande uit maximaal 20 sociale huurwoningen. Hiermee wordt woningbouw toegevoegd in het betaalbare segment. Uit de woonvisie volgt dat wordt overgestapt van aanbodgestuurd naar vraaggestuurd bouwen. De precieze kwalitatieve en kwantitatieve opgaven zijn vastgelegd in de gemeentelijke Woonagenda (zie navolgende paragraaf). Hieruit volgt dat er een nadrukkelijke behoefte bestaat aan sociale huurwoningen. Het plan is zodoende in lijn met het gestelde in de woonvisie.

3.4.5

Woonagenda 2020-2023 De Woonagenda van de gemeente Heerde is op 3 maart 2020 door het college vastgesteld. De woonagenda is inhoudelijk vormgegeven op basis van de uitkomsten van de in 2017 uitgevoerde woningmarktanalyse. De woonagenda geeft aan wat de kwalitatieve en kwantitatieve opgaven zijn voor wonen. Hierbij wordt de kanttekening geplaatst dat de gemeente Heerde weinig gronden in bezit heeft en dat er daardoor een grotere afhankelijkheid is van de particuliere markt voor het uitvoeren van deze woonagenda.

20

De gemeente Heerde wil de woonagenda uitvoeren aan de hand van een actielijst. De gemeente monitort en actualiseert deze actielijst iedere twee jaar. Daarbij gaat de gemeente na in welke mate de doelen zijn bereikt en of actuele ontwikkelingen vragen om bijstelling van acties, gericht op het bereiken van de doelen. Toetsing Met de voorgenomen ontwikkeling wordt onder andere voorzien in maximaal 20 sociale huurappartementen. Op basis van de woonagenda wordt duidelijk dat de gemeente een grote opgave heeft met betrekking tot dit segment. De kwantitatieve aanvullende opgave in de sociale huur wordt ingeschat op 145 tot 185 woningen in de periode tot 2027. Dit betekent een aanzienlijke bouwopgave, die zo’n 40% van de opgave als geheel bestrijkt. Gemiddeld moeten er 16 sociale huurwoningen per jaar (gerekend vanaf 2018) gerealiseerd worden om aan de verwachte vraag te kunnen voldoen.

Overzicht woningbouwaantallen (bron: gemeente Heerde; peildatum: januari 2019).

Op basis van de bovenstaande gegevens wordt duidelijk dat nieuwe woningbouwinitiatieven nodig zijn om te kunnen beantwoorden aan de behoefte. Met name op de sociale huursector bestaat een grote opgave. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan de woningbouwopgave. Conclusie Onderhavig plan is in lijn met het gestelde in het gemeentelijk beleid.

21

4

Onderzoek Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven) gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s cultuurhistorie, archeologie, bodem, ecologie, externe veiligheid, geluid, luchtkwaliteit, milieuzonering, geur, water, het Besluit milieueffectrapportage en verkeer en parkeren.

4.1

Milieueffectrapportage Algemeen Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan (of wijzigingsplan) dat kaderstellend is voor projecten met grote milieugevolgen, een planm.e.r. op te stellen. Onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Hierbij geldt sinds de aanpassing van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 de omvang als richtwaarde en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is altijd een toets noodzakelijk om na te gaan of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van de projecten, plaats van de projecten en kenmerken van het potentiele effect. Het mag duidelijk zijn dat wanneer een project ruim beneden de omvang uit de bijlage van het Besluit m.e.r. blijft, deze beoordeling beknopt kan zijn. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling is aan te merken als een activiteit genoemd onder D.11.2 (stedelijke ontwikkelingen) van de bijlage behorend bij het Besluit milieueffectrapportage.

De bouw van een MFA en appartementengebouw bestaande uit maximaal 20 eenheden kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject, maar blijft ruim onder de drempelwaarde van 2.000 woningen en/of 25 hectare. Dit betekent dat er geen sprake is van een zogenaamd kaderstellend plan waarvoor een milieueffectrapport moet worden opgesteld op basis van artikel 7.2, tweede lid van de Wet milieubeheer. Wel dient op basis van artikel 2, vijfde lid onder b van het Besluit milieueffectrapportage, een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten beoordeeld. Hieruit blijkt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor alle milieuaspecten geldt dat er geen significant negatief effect optreedt. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.

22

Conclusie Gelet op de kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zullen er geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Er zijn geen ernstige milieugevolgen te verwachten die het nodig maken een m.e.r.-(beoordelings) procedure te volgen.

4.2

Cultuurhistorie en archeologie Algemeen Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen.

4.2.1

Archeologie Op basis van het geldende bestemmingsplan geldt een hoge archeologische verwachting, waarmee onder andere geregeld is dat onderzoek noodzakelijk is bij ontwikkelingen met een grotere omvang dan 100 m2. Deze grens wordt ruimschoots overschreden. In dat kader is voorzien in archeologisch bureau- en booronderzoek3. Op basis van het bureauonderzoek was een middelhoge verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Midden-Paleolithicum tot en met het Neolithicum en een hoge verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Het booronderzoek heeft uitgewezen dat de oorspronkelijke podzolbodem is verdwenen maar dat het potentiële archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont nog intact aanwezig is. Het potentiële archeologische niveau is intact en bevindt zich op een diepte vanaf 0,8 m beneden maaiveld. Wanneer binnen het plangebied graafwerkzaamheden plaatsvinden die dieper reiken dan 0,8 m beneden maaiveld kunnen archeologische resten verloren gaan. Hiertoe wordt een vervolgonderzoek aanbevolen in de vorm van een proefsleuvenonderzoek om vast te stellen of in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn en zo ja, welke waardering hieraan gegeven kan worden. Dit onderzoek zal worden uitgevoerd in het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen.

Dit is juridisch geborgd middels een archeologische dubbelbestemming.

3

KSP Archeologie (2021). Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek. W.H. van de Pollstraat 1 te Wapenveld. Rapportnummer: 21064. 25 mei 2021. 23

4.2.2

Cultuurhistorie In of rondom het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle gebouwen c.q. monumenten aanwezig. De in Wapenveld aanwezige monumenten zijn allen op enige afstand van het voorliggende plangebied gesitueerd. De ontwikkeling van onderhavig plan leidt dan ook niet tot (in)directe schade aan cultuurhistorische waarden in of rondom het plangebied. Conclusie Met inachtneming van het voorgaande vormt het aspect cultuurhistorie en archeologie geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.3

Bodem In het kader van een planprocedure moet zijn aangetoond dat de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Hiertoe is het uitvoeren van een verkennend milieukundig bodem- en grondwateronderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek moet uitwijzen of de locatie mag worden aangewend voor de gewenste ontwikkeling. Toetsing Ter plaatse van het plangebied is voorzien in een verkennend bodemonderzoek4. Op basis van dit onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: − De bodem op de locatie is in de bovengrond plaatselijk zwak betonhoudend/baksteenhoudend. Ter plaatse van boring 19 (in de voormalige tennishal) bestaat de bodemlaag 0,00 - 0,13 m-mv uit lavalith; − Zowel de boven- als de ondergrond is licht verontreinigd met kwik, PCB en PAK; − Het grondwater is licht verontreinigd met barium en molybdeen; Het terrein is op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt voor het beoogde gebruik. Een nadere beschouwing is zodoende niet benodigd. Conclusie het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.4

Geluid De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het plan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterrein.

4

De Klinker (2021). Verkennend bodemonderzoek. W.H. van de Pollstraat Wapenveld. Rapportnummer: K21004051. 23 juni 2021. 24

Toetsing In het kader van de voorgenomen ontwikkeling heeft een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai5 plaatsgevonden. De belangrijkste resultaten zijn navolgend weergegeven, de volledige rapportage is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Uit het akoestisch onderzoek - waarbij is gerekend op de randen van de bouwvlakken - volgen de volgende conclusies: − De geluidbelasting vanwege de niet-gezoneerde wegen Stationsweg, Zevenakkersweg, W.H. van de Pollstraat en Wildekampseweg is lager dan de gehanteerde voorkeursgrenswaarde. Vanwege deze wegen wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. − De geluidbelasting vanwege de niet-gezoneerde weg Klapperdijk bedraagt maximaal 53 dB inclusief aftrek art. 110g Wgh. Dit is hoger dan de gehanteerde voorkeursgrenswaarde maar lager dan de maximaal te ontheffen geluidsbelasting. Maatregelen zijn derhalve in het kader van een goede ruimtelijke ordening onderzocht. − Onderzoek naar bron- en overdrachtsmaatregelen wijst uit dat deze niet voldoende soelaas bieden, financieel niet doelmatig, stedenbouwkundig onwenselijk en verkeerskundig niet acceptabel zijn. Er dienen derhalve maatregelen aan de ontvanger zijde te worden getroffen. − Door het treffen van maatregelen zal de binnenwaarde van 33 dB worden gewaarborgd. Dit dient in een bouwakoestisch onderzoek aangetoond te worden.

Gecumuleerde geluidbelasting In het kader van de voorgenomen ontwikkeling heeft niet alleen akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai plaatsgevonden, maar is ook de geluidbelasting als gevolg van Akzo Nobel (ten noorden van het plangebied), Tennisvereniging Wapenveld en de beoogde brandweerkazerne in het plangebied inzichtelijk gemaakt (zie paragraaf 4.6). In het kader van een goede ruimtelijke ordening is daarom de gecumuleerde geluidbelasting op bouwplanniveau berekend6. Om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen dient rekening te worden gehouden met de gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle relevante geluidbronnen. Als gevolg hiervan kunnen bouwkundige maatregelen (gevelisolatie) worden getroffen om een acceptabel geluidniveau in de woningen te realiseren. Ten gevolge van wegverkeerslawaai mag de binnenwaarde niet meer dan 33 dB bedragen. Uit de berekening van de gecumuleerde geluidsbelasting blijkt dat de geluidbelasting op de beoogde appartementen in veel gevallen te hoog is. De maximale geluidbelasting bedraagt 60 dB. Op basis van het Bouwbesluit moet de minimale karakteristieke geluidwering van een gevel tenminste 20 dB bedragen. Om een binnenwaarde van 33 dB te garanderen dienen daarom extra maatregelen aan de gevel te worden getroffen. Uitgaande van

5

SAB (2022). Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai MFA Wapenveld. Kenmerk: 210233. 14 april 2022.

6

SAB (2021). Memo gecumuleerde geluidbelasting. MFA Wapenveld. Kenmerk: 210233. 14 december 2021. 25

een gecumuleerde geluidbelasting van 60 dB dient de karakteristieke geluidwering van de gevel ten minste 27 dB te bedragen. Een dergelijk geluidwering is te bereiken, bijvoorbeeld door het toepassen van dikker glas en extra isolatie. Conclusie Bij de uitwerking van het bouwplan voor het appartementencomplex dient aangetoond te worden dat voldaan wordt aan de binnenwaarde van 33 dB. Daarmee is een goed woon- en leefklimaat voldoende gewaarborgd. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

4.5

Luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5 (zeer fijn stof). Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio’s om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen.

Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moeten worden gemaakt dat het plan tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het plan ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft.

Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. 26

Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico’s optreden. Toetsing Onderzocht wordt wat de bijdrage is van het plan aan de luchtkwaliteit. De ministeriële regeling NIBM bevat geen kwantitatieve uitwerking voor het plan als geheel. Dit betekent dat op een andere manier aannemelijk moet worden gemaakt dat het plan niet in betekenende mate leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit wordt gedaan door de toename van de luchtverontreiniging ten gevolge van extra verkeersbewegingen van het plan inzichtelijk te maken. Hiervoor is gebruik gemaakt van de kencijfers van het CROW. Onderhavige ontwikkeling richt zich op het bouwen van een multifunctionele accommodatie alsmede maximaal 20 sociale huur appartementen. Vastgesteld is dat de voorgenomen ontwikkeling maximaal 555 verkeersbewegingen veroorzaakt per etmaal (zie paragraaf 4.10). Met behulp van de NIBM-rekentool (versie april 2021) is de verslechtering van de luchtkwaliteit ten gevolge van het plan berekend.

Een plan is in betekenende mate wanneer de toename van de luchtverontreiniging (NO 2 of PM10) meer is dan 1,2 µg/m³. Wanneer een plan “niet in betekenende mate” (NIBM) bijdraagt aan de luchtkwaliteit, is toetsing van het plan aan de grenswaarden op grond van de Wet milieubeheer (Wm) niet noodzakelijk. Bij het opstellen van de NIBM-rekentool is uitgegaan van een worstcase situatie: bij de berekening van de concentratietoename zijn de kenmerken van het verkeer, de straat en de omgeving zo gekozen dat een situatie ontstaat met een maximale luchtverontreiniging. Als uitgangspunt is genomen dat 2% van de verkeersbewegingen bestaat uit vrachtverkeer. In de navolgende tabel is het resultaat van de NIBM-tool weergegeven.

Bron: ministerie van I en M/Infomil

27

Uit de berekening met de NIBM-tool blijkt dat de planbijdrage van het plan kleiner is dan de NIBM-grens van 1,2 µg/m3. Daardoor zal het plan ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit en is er verder geen nader onderzoek nodig. Een toetsing aan de grenswaarden is op basis van de Wm niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is tevens vastgesteld dat er geen sprake is van een dreigende grenswaardeoverschrijding (bron: NSL-monitoringstool). De jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bedragen respectievelijk 20,0 µg/m3, 16,3 µg/m3 en 9,4 µg/m3. Deze blijven ruimschoots beneden de grenswaarden van 40 µg/m3 voor NO2 en PM10 en 25 µg/m3 voor PM2,5. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van de voornoemde stoffen zullen dalen of stabiliseren, waardoor ook op termijn geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. Ten overvloede kan worden gemeld dat er geen geluidgevoelige bestemmingen worden mogelijk gemaakt ter plaatse van de bestemming ‘Maatschappelijk’. Dit is in het kader van luchtkwaliteit eveneens relevant, aangezien (bijvoorbeeld) kinderdagverblijven ook vallen onder het besluit gevoelige bestemmingen ten aanzien van de luchtkwaliteit.

Bij eventuele veranderende maatschappelijke functies zal er dus ook geen voor luchtkwaliteit gevoelige bestemming mogelijk zijn. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.6

Bedrijven en milieuzonering Algemeen Indien door middel van een ruimtelijke ontwikkeling nieuwe, gevoelige functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu mogelijk kan worden gemaakt. Hierbij moet rekening worden gehouden met omliggende functies met een milieuzone. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van een nieuwe gevoelige functie. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) 7 als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningenhoreca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het

7

VNG publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’, 2009. 28

buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden worden verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf het op de verbeelding aangeduide deel voor de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies gelegen buiten betreffend perceel. Toetsing Hinder van bedrijvigheid op de ontwikkeling Op basis van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ is het plangebied aan te merken als een 'gemengd gebied'. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging of een gebied dat is gelegen nabij hoofdinfrastructuur. Kenmerkend voor het omgevingstype 'gemengd gebied' is dat sprake is van een zekere verstoring en dus van een relevant andere omgevingskwaliteit dan in een rustig woongebied. Het plangebied bevindt zich aan de noordzijde van Wapenveld, in de directe omgeving van sportvoorzieningen, detailhandel en grootschalige industrie. Voor de toekomstige ontwikkeling is zodoende sprake van het omgevingstype ‘gemengd gebied’, waardoor de richtafstand kan worden teruggebracht met één afstandsstap. Dit betekent concreet dat de gereduceerde richtafstanden uit de VNG-publicatie van toepassing zijn (met uitzondering voor het aspect ‘gevaar’).

Onderzocht moet worden of de beoogde ontwikkeling hinder kan ondervinden van hinderveroorzakende functies uit de omgeving. Binnen het plangebied betreffen de appartementen hindergevoelige objecten. Zodoende is in het kader van de voorgenomen ontwikkeling een quick scan milieuzoneringsonderzoek8 uitgevoerd. De meest relevante hindergevende functies komen navolgend aan bod en zijn weergegeven in onderstaande tabel. Adres

Omschrijving VNG

Milieucategorie

Veldsportcomplex (met verlichting) Supermarkten, warenhuizen Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) / detailhandel voor zover n.e.g. Verf, lak en vernisfabrieken (Akzo Nobel)

3.1

0

0

50 (30)

0

26

1

0

0

10 (0)

10 (10)

±45

1

0

0

10 (0)

10 (10)

0

4.2

300 (200)

30 (10)

200 (100)

300 (200)

97

Geur W.H. van de Pollstraat 46 W.H. van de Pollstraat 2 Klapperdijk 23-23a

Zevenakkersweg 4

Richtafstanden in m (gemengd gebied)* Stof Geluid Gevaar

Feitelijke afstand (in m)

* de gereduceerde richtafstanden voor een gemengd gebied zijn tussen haakjes weergegeven.

8

Antea Group (2020). Quick Scan Milieuzoneringsonderzoek, Antea Group. projectnummer 436848. 10 januari 2020. 29

Tennisvereniging Wapenveld Geluid Uit de bovenstaande tabel blijkt dat niet kan worden voldaan aan de gereduceerde richtafstand voor het aspect geluid voor Tennisvereniging Wapenveld aan de W.H. van de Pollstraat 46. Zodoende heeft een akoestisch onderzoek naar inrichtingslawaai9 plaatsgevonden. Uit het akoestisch onderzoek volgt dat de grenswaarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (etmaalwaarde) van 50 dB(A) op normale speeldagen niet wordt overschreden. Op toernooidagen bedraagt de geluidbelasting ten gevolge van de tennisvereniging maximaal 53 dB(A) aan de oostzijde van het appartementencomplex. De geluidbelasting op de multifunctionele accommodatie bedraagt maximaal 55 dB(A). In beide gevallen betreft het een overschrijding van de grenswaarde van 50 dB(A). Deze overschrijding wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door stemgeluid van sportende mensen en bezoekers. Op basis van het Activiteitenbesluit hoeft stemgeluid niet beoordeeld te worden. Formeel is er dan ook geen sprake van een overschrijding van de normen uit het Activiteitenbesluit. Dit neemt niet weg dat stemgeluid in het kader van een goede ruimtelijke ordening (en vaste jurisprudentie daarover) wel degelijk in de afweging betrokken moet worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=0e561abb-6e57-48c0-988e-bbfc3df9f447