3.5.1. Archeologisch onderzoek.pdf
Tekst van het document
Archeologische indicatoren
Bij de controle van het opgeboorde bodemmateriaal zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Het booronderzoek had overigens een verkennend karakter. De afwezigheid van archeologische indicatoren zegt dan ook niets over de kans dat een vindplaats binnen het plangebied aanwezig is. 3.5
Toetsing van de archeologische verwachting
De natuurlijke podzolgrond is in het hele plangebied verstoord door ploegwerkzaamheden en opgenomen in het plaggendek dat is aangetroffen. Er is geen sprake van een diepe verstoring van de C-horizont door afgraving ten behoeve van zandwinning. Vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, in de bovengrond van de oorspronkelijke podzolgrond. Aangezien de bodem is verstoord, zijn eventueel aanwezige vuursteenvindplaatsen verloren gegaan. De middelhoge verwachting uit het bureauonderzoek voor vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met Neolithicum wordt daarom naar laag bijgesteld. Nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de C-horizont reiken. Aangezien het potentiële archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont intact is aangetroffen, blijft de hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek om archeologische resten uit de perioden Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) aan te treffen voor het plangebied gehandhaafd.
De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage verwachting voor het grootste deel van het plangebied evenals de hoge verwachting voor het zuidoostelijke deel voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen.
KSP Archeologie
28
4
Conclusie en advies
4.1
Conclusie
Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op basis van de landschappelijke ligging op een daluitspoelingswaaier en de archeologische onderzoeksmeldingen uit de omgeving is aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het MiddenPaleolithicum tot en met het Neolithicum en een hoge verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Aan het grootste deel van het plangebied is een lage verwachting toegekend voor bebouwingsresten en bijbehorende sporen vanaf de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe Tijd, met uitzondering van het zuidoostelijke deel van het plangebied waaraan een hoge verwachting is toegekend. Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Uit het booronderzoek is gebleken dat de oorspronkelijke podzolbodem is verdwenen maar dat het potentiële archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont nog intact aanwezig is.
Op basis hiervan is de middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het LaatPaleolithicum tot en met het Neolithicum naar laag bijgesteld en blijft de hoge verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) gehandhaafd. De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage verwachting voor het grootste deel van het plangebied evenals de hoge verwachting voor het zuidoostelijke deel voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen. Tijdens een booronderzoek kan geen archeologische vindplaats worden aangetroffen, ten hoogste archeologische indicatoren die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Een waardestelling conform protocol 4003, VS06 is dan ook niet van toepassing. 4.2
Beantwoording van de onderzoeksvragen
Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? De onverstoorde natuurlijke ondergrond bestaat hoofdzakelijk uit zeer fijn tot matig fijn zand dat matig tot slecht is gesorteerd en soms zwak tot sterk grindhoudend is. In de boringen 1 en 3 is ook grover zand aangetroffen. In boring 1 is daarnaast zeer grof zand aangetroffen dat onderin de boring overging in grind. In boring 3 bestond de onderzijde uit matig grof zand dat zwak grindhoudend was. Vaak werden er humusvlekken in de natuurlijke ondergrond aangetroffen. De variatie in samenstelling van het zand in combinatie met humusvlekken duidt erop dat het om verspoeld materiaal gaat, wat kenmerkend is voor een daluitspoelingswaaier. De onverstoorde natuurlijke ondergrond is aangetroffen vanaf 80-120 cm -mv (3,2-3,8 m +NAP). Deze is afgedekt door een restant van een plaggendek met daarboven een 35 tot 60 cm dik pakket verstoorde dan wel opgebrachte grond. In boring 5 bestond het opgebrachte pakket grond slechts uit 15 cm schoon zand en in de boringen 8 en 9 betrof het puinverharding met klinkerbestrating. Onder het opgebrachte/verstoorde pakket grond (15-60 cm dik), is een plaggendek dan wel een restant van het plaggendek aangetroffen, dat op grond van het bureauonderzoek (enkeerdgrond en/of laarpodzol) werd verwacht.
In de boringen 1-7 bestond het plaggendek uit een Aap-horizont met daaronder een dunne Aa-horizont. Met uitzondering van boring 1 was het plaggendek aan de onderzijde verploegd met de C-horizont. In de boringen 8 en 9 is een dun verploegd plaggendek aangetroffen, waarbij de Aap- horizont was verploegd met de Aahorizont en de Aa-horizont weer was verploegd met de C-horizont. Er zijn geen resten van een podzolbodem aangetroffen onder het plaggedek.
KSP Archeologie
29
4.3
Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied op basis van het bureauonderzoek en wordt deze door het veldonderzoek bevestigd? Op basis van het bureauonderzoek was een middelhoge verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Midden-Paleolithicum tot en met het Neolithicum en een hoge verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Aan het grootste deel van het plangebied was een lage verwachting toegekend voor bebouwingsresten en bijbehorende sporen vanaf de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe Tijd toegekend, met uitzondering van het zuidoostelijke deel van het plangebied waaraan een hoge verwachting was toegekend. Het booronderzoek heeft uitgewezen dat de oorspronkelijke podzolbodem is verdwenen maar dat het potentiële archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont nog intact aanwezig is. Op basis hiervan is de middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum naar laag bijgesteld en blijft de hoge verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) gehandhaafd.
De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage verwachting voor het grootste deel van het plangebied evenals de hoge verwachting voor het zuidoostelijke deel voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen.
In hoeverre wordt het (potentiële) archeologische niveau bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? Het potentiële archeologische niveau is intact en bevindt zich op een diepte vanaf 0,8 m beneden maaiveld. Wanneer binnen het plangebied graafwerkzaamheden plaatsvinden die dieper reiken dan 0,8 m beneden maaiveld kunnen archeologische resten verloren gaan. Selectieadvies
Op basis van de intactheid van de bodem in het plangebied kan een archeologische vindplaats aanwezig zijn. Wanneer de geplande graafwerkzaamheden dieper reiken dan 80 cm beneden maaiveld kunnen eventueel aanwezig archeologische resten verloren gaan en is vervolgonderzoek noodzakelijk. KSP Archeologie adviseert een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek om vast te stellen of in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn en zo ja, welke waardering hieraan gegeven kan worden. Voor dit proefsleuvenonderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid. In dit PvE wordt de werkwijze en de randvoorwaarden van het proefsleuvenonderzoek vastgelegd. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. KSP Archeologie wijst erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Heerde), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.
Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet met zekerheid gegarandeerd worden. Indien bij graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de minister gemeld te worden. In de praktijk kan de vinder terecht bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (T 033 – 4217 456 of info@cultureelerfgoed.nl) zodat de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologische informatiesysteem. Daarnaast wordt het advies gegeven om de vondst ook bij de gemeente te melden.
KSP Archeologie
30
Literatuur Boeken, rapporten en artikelen Bakker, H. de & Schelling, J. (1989). Systeem van de bodemclassificatie voor Nederland: de hogere niveaus. (Tweede druk bewerkt door Brus, D.J. & Wallenburg C. van) Centrum voor Landbouwpublikaties en Landbouwdocumentatie, Wageningen. Berendsen, H.J.A. (2005). Landschappelijk Nederland. Perspectief Uitgevers, Utrecht. Boekema, Y., Soetens, L. (2009). Archeologisch onderzoek De Kolk te Wapenveld. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek. Grontmij, rapport 780, Arnhem. Boshoven, E.H., E. Goossens, S.W. Jager, L.J. Keunen, 2010: Archeologische monumentenzorg in de gemeente Heerde. RAAP-rapport 2146, Weesp. Brouwer, E. (2020). Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase H.G.D. Cramerstraat, Wapenveld gemeente Heerde (GD). Laagland Archeologie, rapport 393, Almelo. Centraal College van Deskundigen Archeologie (2018). Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. Stichting voor Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Gruil, J. de, Spitzers, T.A. (2021). Inventariserend veldonderzoek – proefsleuven met doorstart naar een opgraving Cramerstraat, Wapenveld gemeente Heerde (GD). Laagland Archeologie, rapport 573, Almelo. Haartsen, A. (2009). Ontgonnen Verleden. Regiobeschrijvingen provincie Gelderland. Bureau Lantschap. Hesseling, H..J. (2015). Plangebied Kerkstraat-Werverweg in Wapenveld.
Gemeente Heerde. Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (proefsleuven). RAAP, notitie 5241, Weesp. Holl, J. (2020). Bureau- en verkennend booronderzoek Fazantenstraat 7 te Wapenveld. Econsultancy, rapport 12341.001, Zwolle. Kastelein, D., Straten, K.C.J. van (2007). Dierenkliniek Hattem-Wapenveld te Wapenveld. Gemeente Heerde. Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. RAAP, notitie 2209, Weesp. Nederlands Normalisatie Instituut (1990). NEN-5104:1989 grondmonsters. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft.
NL, Classificatie van onverharde
Röring, J.M.A., Wemerman, P.J.L. (2020). Rapportage proefsleuvenonderzoek (IVO-P) Fazantenstraat 7 te Wapenveld. Econsultancy, rapport 12341.003, Doetinchem. Spek, T. (2004). Het Drentse esdorpen landschap: een historisch geografische studie. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Stouthamer, E., Cohen, K.M. & Hoek, W.Z. (2015). De vorming van het land: geologie en geomorfologie. Perspectief Uitgevers, Utrecht.
KSP Archeologie
31
Witmer, E.M., Zielman, G. (2021). Plangebied Lagestraat 7 te Wapenveld Gemeente Heerde Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek). RAAP, rapport 4861, Weesp.
Kaartmateriaal Actueel Hoogtebestand van Nederland (2008 – heden). AHN3, grid 0,5 x 0,5m: www.ahn.nl en de ruwe data via https://geodata.nationaalgeoregister.nl/ahn3/extract/ Archeologische Monumenten Kaart (2014). Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl. Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG): https://bagviewer.kadaster.nl Basisregistratie Grootschalige Topografie via WMTS-server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/tiles/service/wmts?request=GetCapabilities&service=WMTS Basisregistratie Topografie Achtergrondkaarten (BRT-A) via WMTS-server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/tiles/service/wmts?request=GetCapabilities&service=WMTS Bestemmingsplan: www.ruimtelijkeplannen.nl Bodemkwaliteit: www.bodemloket.nl Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2018 (gepubliceerd in de Basis Registratie Ondergrond december 2019). Wageningen Environmental Research. Geraadpleegd via https://geodata.nationaalgeoregister.nl/bzk/bro-bodemkaart/atom/v1_0/bro-bodemkaart.xml. Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland schaal 1:25.000: www.topotijdreis.nl (Kadaster). Brouwer, F. & M.M. van der Werff, (2012). Vergraven gronden: Inventarisatie van ‘diepe’ grondbewerkingen, ophogingen en afgravingen. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 2336.
Digitale Kadastrale kaart van Nederland v4 via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/kadastralekaart/wms/v4_0?service=WMS&version=1.3.0&request=GetCapabilities Dirks, G.H.P. & Nieuwenhuizen, W. (2013). HISTLAND: historisch-landschappelijk informatiesysteem. Wageningen, Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, WOt-werkdocument 331.
Geologische overzichtskaart van Nederland, schaal 1:600.000. Geraadpleegd via https://www.grondwatertools.nl/geologische-overzichtskaart. Referentie: Mulder, E.F.J. de, Geluk, M.C., Ritsma, I.L., Westerhof, W.E. & Wong, T.E. (2003). De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten. Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2019 (gepubliceerd in de BasisRegistratie Ondergrond maart 2020). Alterra, Wageningen UR. Geraadpleegd via https://geodata.nationaalgeoregister.nl/bzk/brogmm/atom/v1_0/index.xmlLegenda: Maas, G. J., S. P. J. v. Delft & A. H. Heidema. (2017). "Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000 (2017)." http://legendageomorfologie.wur.nl/. Wageningen, Wageningen Environmental Research.
KSP Archeologie
32
Grondwatertrappenkaart van de bodemkaart 1:50.000 versie tot 2006: http://geoplaza.vu.nl/ data/dataset/bodemkaart-van-nederland/resource/2398cef7-957e-4ba5-b218-08ac275d72fb. Indicatieve Kaart Militair Erfgoed: www.ikme.nl KLIC-meldingen via www.kadaster.nl Luchtfoto Beeldmateriaal / PDOK 25 cm RGB via WMTS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/luchtfoto/rgb/wmts?request=GetCapabilities&service=wmt s Kadastrale kaarten 1811-1832. http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl Rijksmonumenten (2019): Geraadpleegd via openbaar/wfs
WFS server: https://data.geo.cultureelerfgoed.nl/
Topografische kaart van Nederland schaal 1:25.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top25raster/wms?request=GetCapabilities&service=wms. Kadaster. Topografische kaart van Nederland schaal 1:10.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top10nlv2/wms?request=GetCapabilities&service=wms V.1 & V.2 inslagen in Nederland: vergeltungswaffen.nl
Websites Geologische eenheden (formaties): https://www.dinoloket.nl/stratigrafische-nomenclator
KSP Archeologie
33
Bijlage 1
KSP Archeologie
Geomorfologische kaart
Bijlage 2
KSP Archeologie
Bodemkaart
Bijlage 3
KSP Archeologie
Archeologische gegevens
Bijlage 4
KSP Archeologie
Boorpuntenkaart
KSP Archeologie
Bijlage 5 Boorbeschrijvingen Projectnummer
: 21064
Project
: W.H. van de Pollstraat 1 te Wapenveld
Datum
: 18 mei 2021
Beschrijver
: Erik Schorn
Type grond
: Zand
Boordiameter
: Edelman 7 cm
Bijzonderheden
: Geen
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
1
35
Z3s1
h2
zwgr
grovere zandkorrels
X
gevlekt, opgebracht
grasstrook
80
Z3s1
h2
zwgr
grovere zandkorrels, bs1, pu1
Aa
95
Z3s1
h3
dzwgr
grovere zandkorrels
Aa
opgebracht? scherpe grens met onderliggend zand
100
Z3s1
orge
grovere zandkorrels
C
150
Z2s1
lge
C
matig tot goed gesorteerd, dekzand?/daluitspoelingsw aaier
180
Z5s1
lgegr
humusvlekken
C
daluitspoelingswaaier
190
Gs2
gr
humusvlekken, GW
C
daluitspoelingswaaier
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
2
35
Z3s1
h2
dbrgr
X
gevlekt, opgebracht?
groenstrook
90
Z3s1
h3
zwgr
grovere zandkorrels grovere zandkorrels, loodzandkorrels
95
Z3s1
h1
zwgr/orge
grovere zandkorrels
Aa/C
verploegd, mg
110
Z2s1
lge
C
mg, daluitspoelingswaaier
160
Z2s1
lgegr
grovere zandkorrels grovere zandkorrels, humusvlekken
C
mg, daluitspoelingswaaier
180
Z2s1g3
lgegr
humusvlekken
C
daluitspoelingswaaier
Boring
Diepte in cm
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
3
55
Textuur Humus Kunstgras en lavagravel
X
opgebracht/verstoord
tennishal
85
Z3s1
h3
zwgr
grovere zandkorrels
Aa
95
Z3s1
h1
zwgr/gegr
Aa/C
verploegd, mg
170
Z2s1
lgegr
grovere zandkorrels grovere zandkorrels, humusvlekken
C
mg, daluitspoelingswaaier
180
Z4s1g1
lgegr
humusvlekken
C
daluitspoelingswaaier
Boring
Diepte in cm
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
4
50
Textuur Humus Kunstgras en lavagravel
X
opgebracht/verstoord
tennishal
90
Z3s1
h3
zwgr
grovere zandkorrels
Aa
110
Z3s1
h1
zwgr/gegr
Aa/C
verploegd, mg
190
Z2s1
lgegr
grovere zandkorrels grovere zandkorrels, humusvlekken
C
mg, daluitspoelingswaaier
Boring
Diepte in cm
Textuur
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
5
15
Z3s1
X
ophoogzand
braakliggende tuin
55
Z3s1
h3
zwgr
grovere zandkorrels
Aap
65
Z2s1
h2
dbr
grovere zandkorrels
Aa
95
Z3s1
h1
dbr/ge
grovere zandkorrels
Aa/C
verploegd, sg
130
Z2s1/z3s1
ge
grovere zandkorrels
C
mg, daluitspoelingswaaier
150
Z2s1
lgr
grovere zandkorrels
C
mg, daluitspoelingswaaier
Boring
Diepte in cm
Textuur
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
6
55
Z3s1
X
mengsel, verstoord
grasveld
95
Z3s1
h3
zwgr
grovere zandkorrels
Aap
110
Z3s1
h1
dbr/ge
grovere zandkorrels
Aa/C
verploegd, sg
130
Z2s1
lge
grovere zandkorrels
C
mg, daluitspoelingswaaier
170
Z2s1
lgr
grovere zandkorrels
C
mg, daluitspoelingswaaier
Humus
lgr
Humus
dbr/lgr/ge
Pagina 1 van 2
Vondsten
Vondsten
Aa
Vondsten
Vondsten
Vondsten
Vondsten
Humus
Diepte in cm
Textuur
7
50
Z3s1
grasveld
100
Z3s1
h3
120
Z3s1
h1
zwgr/dbr/orge grovere zandkorrels
Aa/C
verploegd, sg
140
Z2s1
ge
grovere zandkorrels
C
sg, daluitspoelingswaaier
180
Z2s1
lgegr
grovere zandkorrels
C
sg, daluitspoelingswaaier
200
Z2s1
lgr
grovere zandkorrels
C
sg, daluitspoelingswaaier
Boring
Diepte in cm
Textuur
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
8
10
X
X
klinker
parkeervak
55
X
70
Z3s1
80
Humus
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Horizont
zwgr/lgr
plastic
X
zwgr
grovere zandkorrels, bs1
Aap
Opmerkingen mengsel, verstoord/opgebracht
Boring
X
puinverharding
zwgr/dbr
grovere zandkorrels
Aap/Aa
verploegd, sg
Z3s1
br/ge
grovere zandkorrels
Aa/C
verploegd, sg
180
Z3s1g1
lgegr
grovere zandkorrels
C
sg, daluitspoelingswaaier
Boring
Diepte in cm
Textuur
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
9
10
X
X
klinker
inrit schuur
60
X
75
Z3s1
85 140
h2
Humus
X
puinverharding
zwgr/dbr
grovere zandkorrels
Aap/Aa
verploegd, sg
Z3s1
br/ge
grovere zandkorrels
Aa/C
verploegd, sg
Z3s1g1
lgegr
grovere zandkorrels
C
sg, daluitspoelingswaaier
h2
Boring
X (m RD)
Y (m RD)
Z (m+NAP) via AHN3
1
201.628
494.136
4,22
2
201.707
494.131
4,16
3
201.660
494.094
inpandig
4
201.680
494.147
inpandig
5
201.682
494.085
4,21
6
201.689
494.055
4,43
7
201.678
494.025
4,62
8
201.600
494.149
4,29
9
201.565
494.141
4,61
Pagina 2 van 2
Vondsten
Vondsten
Vondsten
KSP Archeologie
Bijlage 6
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Samengesteld door E.A. Schorn (BAAC) naar aanleiding van de publicatie: De steentijd van Nederland (2005). Onder redactie van: Jos Deeben, Erik Drenth, Marie-France van Oorsouw en Leo Verhart.
KSP Archeologie
KSP Archeologie
Archeologische periodes volgens het Archeologisch Basis Register Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
KSP Archeologie
Bijlage 7
KSP Archeologie
Doorsneden sporthal Wapenveld
Bijlage 8
KSP Archeologie
Plattegrond en gevels tennishal
Bijlage 9
KSP Archeologie
Tekening Brandweerkazerne