3.1. Nota van Uitgangspunten_conceptCIE.pdf
Tekst van het document
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
22
biodiversiteit in de omgeving. Door natuurinclusief te bouwen is het mogelijk om een gezonde en aantrekkelijke wijk te creëren die voor alle gebruikers een prettige leefomgeving is. Hierbij is het van belang om te zorgen voor een goede bodemkwaliteit, het verhogen van de (bio)diversiteit en ruimte te creëren voor natuurlijke processen met permanente en langdurige voorzieningen voor flora en fauna zoals bijvoorbeeld voedselaanbod, nest- en verblijfmogelijkheden. Deze principes dienen ook meegenomen te worden in materiaalkeuze en productieprocessen. Het (her)gebruik en de winning van duurzame of biobased materialen is een belangrijk onderdeel van natuurinclusief bouwen. Het toepassen van gevel of dakbeplanting kan hier ook een bijdrage aan leveren. In het kader van de planuitwerking moet aantoonbaar worden gemaakt welke maatregelen worden genomen in het kader van natuurinclusiviteit. Het gaat daarbij zowel om bouwkundige aspecten als maatregelen die te maken hebben met de inrichting van de openbare ruimte.
4.6 Ruimtelijke en milieukundige aspecten In het kader van de verdere planuitwerking moeten diverse ruimtelijke en milieukundige effecten van het plan op de omgeving en vanuit de omgeving op het plan in beeld worden gebracht. In het kader van voorliggend plan moeten ten minste de volgende aspecten worden onderzocht: -
Het akoestisch effect van wegverkeerslawaai; De milieukundige invloed van omliggende bedrijven (waaronder Akzo) op het plan; Het effect van de ligging ten opzichte van de sportvelden (akoestisch en licht) De bodemgesteldheid en bodemkwaliteit; Het effect van het plan op stikstofdepositie op natuurgebieden; Het effect van het plan op beschermde soorten en gebieden, door middel van het uitvoeren van ecologisch onderzoek; Het verkeerskundige effect van het plan op de omgeving; Een archeologische analyse van het plangebied;
Bij diverse onderzoeken is de inzet van de gemeente of de omgevingsdienst van belang.
4.7 Groen en spelen Uitgangspunt van het plan is dat sprake is van een woonwijk met een groen karakter. De volgende zaken dragen hier concreet aan bij en moeten aantoonbaar worden afgewogen bij de planuitwerking: -
-
Clusteren van (bezoekers) parkeren, met als doel straten autoluw te houden; Het realiseren van gemeenschappelijke groene ontmoetingsruimte(n) in het plangebied, met voldoende bankjes, speeltoestellen en/of ruimte voor buitenfitness; Het realiseren van een padenstructuur die in verbinding staat met het buitengebied; Het realiseren van voldoende speelplekken, waaronder een speelplek voor kinderen van 0 t/m 12 jaar. De locatie moet zich bevinden op een centraal en veilig punt in de wijk (niet te dicht bij water). Voor een speelplek is het document ‘Inrichtingseisen infrastructuur en openbare ruimte’ van toepassing. Om draagvlak te creëren voor de toekomst, dit te doen door burgerparticipatie (bijv. 3 ontwerpen voor leggen en de toekomstige bewoners laten kiezen). Bij het realiseren van een ‘natuurlijke speelplek’ alleen gecertificeerde toestellen te plaatsen; Het realiseren van voldoende oplaadpunten voor elektrische auto’s, fietsen en steps; Het vastleggen van groenstructuren in zowel het bestemmingsplan als in het beeldkwaliteitplan.
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
23
4.8 Afvalinzameling Ten aanzien van de inzameling van restafval en gft geldt dat wordt ingezameld in de vorm van minicontainers. Het PMD en oud papier wordt nog los ingezameld, in plastic zakken en dozen. Er hoeft in principe nog geen rekening te worden gehouden met de plaatsing van ondergrondse containers voor de inzameling van afval. Het is echter niet uitgesloten dat afvalinzameling in de toekomst in ondergrondse containers plaatsvindt. Daarom dient bij de inrichting van het openbaar gebied rekening gehouden te worden met plekken waar dergelijke ondergrondse containers in de toekomst gerealiseerd kunnen worden.
4.9 Civiel, openbare ruimte en beheer Programma van eisen De omschrijving van de technische eisen en randvoorwaarden voor de realisatie van het project zijn vastgelegd in 'inrichtingseisen infrastructuur en openbare ruimte'. Deze inrichtingseisen dienen te worden verwerkt in het technische inrichtingsplan voor de uitwerking van het plan. Bestek De omschrijving van het uit te voeren werk, inclusief de van toepassing zijnde administratieve, juridische en technische bepalingen, materialen en uitvoeringsvoorwaarden, zijn beschreven in het bestek. Aan het bestek zijn tekeningen gekoppeld, de zogenaamde bestektekeningen die samen met de technische omschrijving de basis vormen van het contract tussen opdrachtgever en aannemer (opdrachtnemer). Het bestek wordt in samenspraak tussen de gemeente en de initiatiefnemer opgesteld en is afgestemd op het gemeentelijk handboek 'inrichtingseisen infrastructuur en openbare ruimte'.
Bouw- en woonrijp maken Het bouw- en woonrijp maken betreft het op basis van een door de Gemeente goedgekeurd bestek aanleggen of doen aanleggen van de openbare wegen binnen het Plangebied, inclusief aansluitingen op bestaande wegen, het aanleggen of doen aanleggen van de benodigde riolerings-, water-, elektriciteits-, CAI-, communicatie- en drainageleidingen en/of kabels inclusief de aansluitingen op bestaande voorzieningen, het voorzien van straatmeubilair en speelvoorzieningen; het aan- en/of afvoeren van grond voor het op hoogte brengen. Daarnaast gaat het om het slopen van eventueel te verwijderen bebouwing en het afvoeren van materialen, het kappen en geheel verwijderen van bomen na verleende kapvergunning, het verwijderen van eventuele zich in de grond bevindende omstandigheden die toekomstige bebouwing zouden kunnen belemmeren; het zorgdragen voor voldoende ontwatering; en het vervolgens in definitieve vorm afwerken van de openbare ruimte, voor zover nodig opnieuw nadat de bebouwing is voltooid (eventueel gefaseerd), waaronder de aanleg van openbare straatverlichting; de aanleg van openbaar groen en het plaatsen van straatnaamborden, de aanleg van plekken voor afvalinzameling; en de aanleg van infiltratievoorzieningen voor regenwater. Voorafgaand aan het bouw- en woonrijp maken wordt een inspectierapport van de nul-situatie opgesteld.
Planuitvoering De planuitvoering geschiedt overeenkomstig de door de Gemeente goedgekeurde plannen door of namens en volledig voor rekening en risico van de Initiatiefnemer. De keuze voor een gecertificeerde aannemer ter zake van het bouw- en woonrijp maken en de aanleg van de openbare voorzieningen is aan de Initiatiefnemer. De aannemer dient de werkzaamheden onder de gebruikelijke eisen en voorwaarden (aan Initiatiefnemer genoegzaam bekend) van de Gemeente Heerde uit te voeren. De gebruikelijke eisen en voorwaarden zijn beschreven in 'Inrichtingseisen infrastructuur en openbare ruimte’.
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
24
De Initiatiefnemer heeft de verplichting om personen belast met het toezicht namens de Gemeente te allen tijde toe te laten binnen het Plangebied. De Initiatiefnemer voert voor eigen rekening en risico de herstelwerkzaamheden uit buiten het Plangebied aan voorzieningen van openbaar nut, zoals bestaande wegen en paden, die door de planuitvoering worden beschadigd, en neemt de aansluitkosten op bestaande openbare voorzieningen voor zijn rekening. In dit kader wordt een Inspectierapport door de Gemeente opgesteld die de nul situatie vastlegt. Dit rapport wordt bij de start van de werkzaamheden opgesteld. Eventuele schade aan en vervuiling van gemeente-eigendommen en/of eigendommen van derden binnen of buiten het Plangebied, die een rechtstreeks gevolg is van (herstel)werkzaamheden binnen het Plangebied en/of veroorzaakt is door en voor rekening en risico van de Initiatiefnemer werkzame personen of bedrijven, worden door Initiatiefnemer ongedaan gemaakt dan wel door hem aan de Gemeente en/of betrokken derden vergoed. De Gemeente bepaalt de aan- en afvoerwegen van het bouwverkeer. Initiatiefnemer zorgt ervoor dat deze aan- en afvoerwegen eens per week worden geveegd. Eigendomsoverdracht De eigendomsoverdracht van het openbaar gebied zal plaatsvinden uiterlijk drie maanden na de oplevering van de werken/ werkzaamheden en slechts na goedkeuring van de zijde van de Gemeente.
Beheer en onderhoud De Initiatiefnemer is verplicht om gelijktijdig met overdragen van het over te dragen openbaar gebied aan de Gemeente de in de specificatie onderhoudsbijdrage te voldoen in het kader van de onderhoudskosten voor het over te dragen openbaar gebied voor de komende 13 jaar. Deze periode is exclusief de twee jaar, zoals benoemd in de 'Inrichtingseisen infrastructuur openbare ruimte.
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
25
5. Uitvoerbaarheid 5.1 Communicatie en participatie Een goede communicatie rondom ruimtelijke plannen blijkt steeds belangrijker. Met name de rol die derden in een proces krijgen is van belang om een juist verwachtingspatroon te kunnen scheppen. Daarom heeft de gemeente Heerde het ‘Participatiebeleid fysieke leefomgeving’ opgesteld en vastgesteld. In dit document worden richtlijnen gegeven voor het betrekken van derden bij een plan. Dit document moet als uitgangspunt genomen worden bij de communicatie en participatie omtrent het plan. Omdat er sprake is van een grote ontwikkeling en de gemeente daarin een actieve rol heeft, wil de gemeente door de initiatiefnemer betrokken worden bij de wijze van communiceren en participeren.
5.2 Economische uitvoerbaarheid In het kader van voorliggend plan wordt een kostenscan uitgevoerd. Op basis van deze kostenscan worden de kosten van de gemeentelijke inzet bepaald en doorberekend aan de initiatiefnemer. Naast de kosten voor de gemeentelijke inzet worden in het kader van de verdere planvorming ook eventuele bovenwijkse kosten in rekening gebracht. De manier waarop hier mee om wordt gegaan tussen de ontwikkelaar en de gemeente wordt vastgelegd in een anterieure overeenkomst.
5.3 Vervolg Voorliggende Nota van uitgangspunten wordt vastgesteld door het college. De ontwikkelende partij hanteert de vastgestelde Nota van Uitgangspunten als uitgangspunt bij het uitwerken van het stedenbouwkundig plan. De gemeente wordt betrokken bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan in een toetsende en sturende rol. Naast het stedenbouwkundig plan wordt in de vervolgfase ook een beeldkwaliteitplan opgesteld. Het stedenbouwkundig plan vormt de basis voor het bestemmingsplan. Door de initiatiefnemer zal een bestemmingsplanwijziging worden doorgevoerd. In samenspraak met de gemeente wordt het stedenbouwkundige plan vertaald in een inrichtingsplan buitenruimte. Onderdeel van het vervolgtraject is het opstellen van een anterieure overeenkomst waarin de definitieve afspraken worden vastgelegd tussen de gemeente en de ontwikkelaar, alsmede de definitieve regeling van het wettelijke kostenverhaal.
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
26
Bijlagen Bijlage 1. Ruimtelijke uitgangspunten Wapenveld Noord
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
27