3.1. Nota van Uitgangspunten_conceptCIE.pdf
Tekst van het document
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
1
Inhoud 1.
Inleiding.................................................................................................................... 4
1.1 Nota van Uitgangspunten ............................................................................................... 4 1.2 Aanleiding voor de ontwikkeling ...................................................................................... 4 1.3 Beoogd effect ............................................................................................................... 4 1.4 Plangebied ................................................................................................................... 4 2.
Relevant beleidskader ............................................................................................... 6
2.1 Algemeen ..................................................................................................................... 6 2.2 Landelijk beleid ............................................................................................................. 6 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ...................................................................................... 6 2.3 Provinciaal en regionaal beleid ........................................................................................ 7 Omgevingsvisie Gelderland ............................................................................................... 7 Omgevingsverordening Gelderland ..................................................................................... 7 Woonagenda Cleantech Regio ............................................................................................ 8 Verstedelijkingsstrategie Zwolle ......................................................................................... 8 2.4 Gemeentelijk beleid ....................................................................................................... 8 Structuurvisie 2025 .......................................................................................................... 8 Woonvisie Heerde ............................................................................................................
9 Woonagenda ................................................................................................................... 9 Omgevingsvisie ............................................................................................................. 10 Welstand en beeldkwaliteit .............................................................................................. 14 Overig beleidskader ....................................................................................................... 14 3.
Uitgangspunten voor de ontwerpopgave ................................................................. 15
3.1 Algemeen ................................................................................................................... 15 3.2 Algemene uitgangspunten en ambities ........................................................................... 15 3.3 Relatie met de omgeving.............................................................................................. 16 3.4 Locatie specifieke uitgangspunten ................................................................................. 16 4.
Thematische uitgangspunten .................................................................................. 18
4.1 Algemeen ................................................................................................................... 18 4.2 Doelgroep en programma ............................................................................................. 18 4.3 Verkeer en parkeren .................................................................................................... 19 4.4 Duurzaamheid ............................................................................................................ 20 4.5 Water en natuurinclusiviteit .......................................................................................... 22 4.6 Ruimtelijke en milieukundige aspecten ........................................................................... 23 4.7 Groen en spelen .......................................................................................................... 23 4.8 Afvalinzameling........................................................................................................... 24 4.9 Civiel, openbare ruimte en beheer ................................................................................. 24
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
2
5.
Uitvoerbaarheid ...................................................................................................... 26
5.1 Communicatie en participatie ........................................................................................ 26 5.2 Economische uitvoerbaarheid ....................................................................................... 26 5.3 Vervolg ...................................................................................................................... 26 Bijlagen ............................................................................................................................ 27 Bijlage 1. Ruimtelijke uitgangspunten Wapenveld Noord ........................................................ 27
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
3
1.
Inleiding
1.1 Nota van Uitgangspunten Er worden plannen voorbereid om een deel van de gronden, gelegen tussen de Kanaaldijk en de Werverweg in Wapenveld, ten noorden van de wijk de Ossenkamp, tot ontwikkeling te brengen. Het plangebied is in de Structuurvisie aangewezen als ‘Zoekzone wonen’. Op basis van een specifieke aanvraag, ten aanzien van woningbouwontwikkeling in het plangebied, heeft het college in september 2022 een positieve grondhouding aangenomen. Het college heeft in september 2022, op basis van een specifieke aanvraag, een positieve grondhouding aangenomen ten aanzien van woningbouwontwikkeling in het plangebied. De gemeente is geen eigenaar van de gronden in het plangebied. Desondanks wil de gemeente sturing houden op de verdere uitwerking van het woningbouwplan. Mede gezien de ligging en de omvang van het plangebied worden door de gemeente randvoorwaarden gesteld met betrekking tot de ontwikkeling. Deze randvoorwaarden zijn vastgelegd in voorliggende Nota van Uitgangspunten. De Nota bevat onder meer gemeentelijke beleidskaders, uitgangspunten voor de woningbouwprogrammering, stedenbouwkundige uitgangspunten, uitgangspunten ten aanzien van de aansluiting op omliggende gronden en uitgangspunten ten aanzien van actuele thema’s zoals bereikbaarheid en duurzaamheid.
De Nota van uitgangspunten zal ter vaststelling worden aangeboden aan het college van Burgemeester en wethouders. Na vaststelling is de Nota van Uitgangspunten de basis voor de uitwerking van het stedenbouwkundig plan, het opstellen van het bestemmingsplan, het beeldkwaliteitsplan, het inrichtingsplan en de bouwplannen.
1.2 Aanleiding voor de ontwikkeling De gronden waar de ontwikkeling plaats gaat vinden zijn agrarisch bestemd. Deze agrarisch bestemde gronden zijn in de Structuurvisie aangeduid als ‘zoekzone wonen’. Agrarisch gebruik van de gronden is vanuit economisch perspectief van de (voormalige) eigenaar niet langer wenselijk. Gezien de ligging ten opzichte van aangrenzende woonwijken, de ligging ten opzichte van het dorp en de woningbehoefte in Heerde en specifiek Wapenveld, is woningbouwontwikkeling een passende invulling van het gebied.
1.3 Beoogd effect Het beoogde effect van de ontwikkeling is de realisatie van een woonwijk met een gedifferentieerd woningaanbod voor diverse doelgroepen. Daarbij moet aansluiting worden gevonden bij de huidige en toekomstige woningbehoefte. De stedenbouwkundige opzet van het plan moet aansluiten bij de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het plangebied. Bij de uitwerking van het plan moet aantoonbaar rekening worden gehouden met actuele thema’s zoals bereikbaarheid, klimaat, natuurinclusiviteit, water en duurzaamheid. Het plan moet een duidelijke meerwaarde hebben voor het gebied en aansluiten op haar omgeving. De nieuwe wijk moet ‘Wapenvelds’ zijn.
1.4 Plangebied Het plangebied bestaat uit vijf percelen. De betreffende vijf percelen zijn gelegen ten noorden van de wijk de Ossenkamp en achter perceel Kanaaldijk 77, in Wapenveld. De gezamenlijke oppervlakte van de percelen is zo’n 5 hectare. Op de volgende afbeelding zijn de percelen weergegeven.
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
4
De vijf percelen die gezamenlijk het plangebied vormen.
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
5
2.
Relevant beleidskader
2.1 Algemeen Ruimtelijke ontwikkelingen dienen aan te sluiten bij relevant ruimtelijk beleid. Voor de ontwikkeling van Wapenveld Noord moet rekening worden gehouden met beleidskaders op landelijk, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. In dit hoofdstuk wordt hier op ingegaan. Niet uitputtend, maar op hoofdlijnen. Bij de verdere uitwerking van het plan moet worden aangetoond op welke wijze met de beleidskaders op verschillende schaalniveaus wordt omgegaan.
2.2 Landelijk beleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Nederland staat aan de vooravond van een grote verbouwing. Er moet veel op een klein oppervlak. Dat vraagt om keuzes, slimme combinaties en innovaties. En om nationale regie op de ruimtelijke ordening. Op een goede verdeling van de ruimte, maar ook op de kwaliteit van de leefomgeving. De stappen die genomen worden, staan beschreven in het programma NOVEX en het programma Mooi Nederland. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in Nederland. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: -
Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. Er zijn zestien NOVEX-gebieden aangewezen waar grote ruimtelijke transities vragen om een apart ontwikkelperspectief. Dit ontwikkelperspectief stellen Rijk en regio samen op. De gemeente Heerde ligt in de Regio Zwolle.
De Regio Zwolle is één van de NOVEX-gebieden waar vanuit woningbouw een verstedelijkingsopgave ligt.
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
6
Uitgangspunten Met voorliggend plan moet worden aangetoond dat het afwegingskader uit de NOVI is gehanteerd. Ook moet worden aangetoond op welke wijze invulling wordt gegeven aan de opgave die is geformuleerd voor het NOVEX-gebied Regio Zwolle.
2.3 Provinciaal en regionaal be leid Omgevingsvisie Gelderland De omgevingsvisie wordt twee keer per jaar geactualiseerd op basis van gewijzigde wet- en regelgeving. De provincie kiest ervoor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan de gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze twee hoofddoelen zijn: 1. Een duurzame economische structuurversterking; 2. Het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Een versterking van de economische structuur vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat betekent enerzijds een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden, anderzijds gaat het om een aantrekkelijke woon- en leefomgeving. Een aantrekkelijke leefomgeving vergt een goede kwaliteit en beleving van natuur en landschap in Gelderland, een gezonde en veilige leefomgeving en een robuust bodem- en watersysteem. Daarom wordt ingezet op het waarborgen en ontwikkelen van deze kwaliteiten van Gelderland. De twee hoofddoelen van de Omgevingsvisie Gelderland zijn onderverdeeld in drie ambities, namelijk: 1. Divers Gelderland: het herkennen van de regionale verschillen in maatschappelijke vraagstukken en opgaven en het koesteren van de regionale identiteiten; 2. Dynamisch Gelderland: de (ruimtelijk-economische) ontwikkelingen en de geleiding daarvan op provinciaal niveau; 3.
Mooi Gelderland: de Gelderse kwaliteiten die bescherming dan wel ontwikkeling nodig hebben en die tegelijk richting geven aan ontwikkelingen. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder, die voortvloeit uit de ladder voor duurzame verstedelijking zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening, wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. Uitgangspunt Bij de verdere planvorming moet worden aangetoond op welke wijze invulling wordt gegeven aan voorgaande ambities en de Gelderse Ladder. Omgevingsverordening Gelderland Het ruimtelijke beleid uit de Omgevingsvisie Gelderland is deels verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland (vastgesteld 14 januari 2018). Deze is meerdere malen geactualiseerd. In de Omgevingsverordening is opgenomen dat nieuwe woonlocaties en daar te bouwen woningen alleen toegestaan worden wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma of de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve woonopgaven voor de betreffende regio. Daarbij gaat het om alle nieuwe woningen die in een bestemmingsplan worden opgenomen.
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
7
De kwalitatieve vraagstukken worden tegenwoordig in het kader van de Regionale Woonagenda's gevat. Hierop heeft regio Noord Veluwe in 2019 de Woonvisie Regio Noord-Veluwe opgesteld. Deze woonvisie vormt het vertrekpunt voor gemeentelijke woonvisies. Uitgangspunt Bij de verdere uitwerking van het plan moet aangetoond worden op welke wijze rekening wordt gehouden met de provinciale omgevingsverordening, met daarnaast specifiek de wijze waarop de programmering past binnen regionale woningbouwkaders. Woonagenda Cleantech Regio De acht gemeenten (Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen) uit de Cleantech Regio hebben samen met de provincie Gelderland een woonagenda voor de regio opgesteld. De 'Woonagenda Cleantech Regio 2018' van de Regio Stedendriehoek (vastgesteld door GS op 11 december 2018) is een uitwerking van de provinciale koers ‘Ruimte voor goed wonen’, waarbij voor de komende 10 jaar afspraken worden vastgelegd hoe om te gaan met sturing op de woningbouwprogrammering en welke thema's regionaal verdere aandacht vragen. Dit betreffen de thema's "sterke steden, dynamische kernen en vitaal platteland". Ook wordt ingegaan op het verduurzamen en klimaatbestendig maken van de woningvoorraad alsmede op wonen en zorg.
Uitgangspunten Bij de verdere uitwerking moet worden aangetoond op welke wijze de programmering aansluit bij de (geactualiseerde) Woonagenda Cleantech Regio. Verstedelijkingsstrategie Zwolle Heerde maakt onderdeel uit van de Regio Zwolle. De Regio Zwolle maakt onderdeel uit van het Stedelijk Netwerk Nederland dat het kloppend hart vormt van ons land en economie en een aanzienlijk deel van de woningbouwopgave moet realiseren. De Regio Zwolle staat daardoor voor een forse groeiopgave om wonen en werken in de toekomst te kunnen accommoderen. In de periode tot 2040 moeten er in deze regio minimaal 50.000 woningen worden gerealiseerd. Het klimaat-adaptief accommoderen van deze stedelijke en economische groei van de regio, mét behoud en ontwikkeling van de kwaliteit van de leefomgeving en bereikbaarheid, is een belangrijke integrale opgave voor de regio en vraagt om keuzes in een lange termijn strategie. Deze strategie is opgesteld in de vorm van de ‘Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle’. In de Verstedelijkingsstrategie zijn zeven ‘ontwikkelprincipes’ opgenomen: 1. Warme Harten in een Klimaat adaptieve Delta is zuinig omgaan met de ruimte 2. In een Klimaat adaptieve Delta pakken we opgaven aan bij de bron; 3. In Warme Harten helpt nieuw bestaand met transitieopgaven 4. Warme Harten bieden een passend woningaanbod voor iedereen 5.
In Warme Harten geven we voorrang aan voetgangers, fietser en OV 6. Elk Warm Hart speelt een rol in het vergroten van regionaal economisch elan 7. In een klimaat adaptieve Delta bouwen we gebied specifiek Uitgangspunten Bij de verdere planuitwerking moet worden aangetoond op welke wijze invulling wordt gegeven aan de zeven uitgangspunten die zijn benoemd in de Verstedelijkingsstrategie Zwolle.
2.4 Gemeentelijk beleid Structuurvisie 2025 De Structuurvisie Heerde 2025 is op 5 februari 2013 vastgesteld. Het biedt een kader voor de ontwikkeling van de gemeente Heerde tot 2025 en geeft richting aan de ruimtelijke, economische en maatschappelijke ontwikkeling van de gemeente naar de toekomst. Binnen de structuurvisie zijn diverse thema’s opgenomen, waaronder ‘wonen’. Het plangebied is in de Structuurvisie aangewezen Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
8
als ‘Zoekzone wonen’. De Structuurvisie wordt voor een belangrijk deel vertaald in de Omgevingsvisie, hierover later meer. Uitgangspunten Bij de verdere planvorming moet, zolang de Omgevingsvisie nog niet is vastgesteld, worden aangetoond op welke wijze het plan invulling geeft aan de thema’s uit de Structuurvisie en specifiek aan de ‘Zoekzone wonen’. Toekomstvisie Maatschappelijke en economische ontwikkelingen gaan in snel tempo. Om hierop in te spelen heeft de gemeente op 13 juli 2009 de Toekomstvisie gemeente Heerde 2025 vastgesteld. Deze visie is een agenda voor de toekomst, een heldere profilering van de gemeente in de regio en naar de eigen burgers, instellingen en ondernemers. De Toekomstvisie gemeente Heerde 2025 maakt duidelijk waar de gemeente voor staat, welke ontwikkeling zij ambieert en waarvoor de gemeente zich de komende jaren hard wil maken richting de eigen bevolking, instellingen, ondernemers en andere voor de ontwikkeling van Heerde belangrijke partijen. Belangrijk thema in de Toekomstvisie en relevant voor voorliggend plan is ‘wonen’. Belangrijk uitgangspunt bij de planontwikkeling is de wijze waarop het stedenbouwkundige plan en uiteindelijk de woningen vorm krijgen. Architectonisch en ruimtelijk hebben de verschillende kernen van de gemeente Heerde een eigen karakter.
De inrichting en de architectuur in relatie tot het landschap bepalen de ‘leesbaarheid’ van Heerde. Uitgangspunten Bij de verdere uitwerking van zowel het stedenbouwkundig plan als de woningen, moet duidelijk naar voren komen op welke wijze de identiteit van Wapenveld uit het plan is af te lezen. Daarbij is de landschappelijke inpassing een belangrijk uitgangspunt. Woonvisie Heerde Het uitgangspunt van de woonvisie is het maken en behouden van kwaliteit. Dit kan alleen door niet vooraf strikte en knellende regels op te stellen, maar door te werken met bestaande kwaliteiten, partijen en passende oplossingen. Dit leidt tot maatwerk per situatie met inachtneming van de algemene vastgestelde principes. Het creëren van maatschappelijke meerwaarde is bij ieder initiatief het uitgangspunt en het afwegingskader van het gemeentebestuur. Uitgangspunten Bij de verdere planvorming moet worden aangetoond op welke wijze het plan invulling geeft aan de uitgangspunten en doelstellingen uit de Woonvisie. Met name een goede onderbouwing en afweging ten aanzien van programmering en doelgroepen, waaronder de sociale doelgroep. Woonagenda De Woonagenda is een concretisering van de Woonvisie en vormt tevens een bouwsteen voor de omgevingsvisie. In de woonagenda is aandacht voor kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwontwikkeling.
Er wordt beschreven dat naast het reguliere marktsegment wordt ingezet op aanbod voor starters, jonge gezinnen en op levensloopbestendige woningen voor diverse doelgroepen 9ouderen en mensen met een zorgvraag). Concreet betekent dit dat het beleid is dat er gedifferentieerd gebouwd wordt. De Woonagenda is geen statisch document, het speelt in op actuele ontwikkelingen. Daar moet bij de (eventueel gefaseerde) planvorming rekening mee worden gehouden. Ten aanzien van de programmering moet rekening worden gehouden met voldoende woningen in het sociale segment.
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
9
Uitgangspunten Bij de programmering van het plan moet worden aangesloten bij kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen en opgaven die zijn omschreven in de Woonagenda. Er moeten verschillende doelgroepen worden bediend, het prijssegment moet variëren en er moet rekening worden gehouden met duurzame woningbouw. Ten aanzien van programmering moet afstemming plaatsvinden met de beleidsambtenaar ‘wonen’. Omgevingsvisie De gemeente Heerde werkt aan de nieuwe Omgevingsvisie. Op het moment van het opstellen van voorliggende Nota van Uitgangspunten is de Omgevingsvisie nog niet vastgesteld, maar de kaders zijn wel bepaald. Deze kaders vormen dan ook een beleidsmatig uitgangspunt bij de verdere uitwerking van het plan. De visie schetst op hoofdlijnen de gewenste ontwikkeling van Heerde op weg naar 2040. Het gaat om een integrale ontwikkelingsrichting voor de gehele fysieke leefomgeving, waarin de verschillende belangen vanuit landschap en natuur, de dorpen en buurtschappen, woon- en werkgebieden, de agrarische sector en recreatie en toerisme samenkomen. Daarbij gaan we uit van ons huidige karakter: we nemen de identiteit en kracht van onze gemeente als startpunt. In de Omgevingsvisie wordt gewerkt aan de hand van vijf principes. Onze principes laten zien wat we belangrijke vertrekpunten vinden voor onze leefomgeving. Ze staan niet van los van elkaar, maar vormen juist een geheel.
Samen geven ze richting aan de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van de leefomgeving van Heerde tot 2040. Oftewel, ze helpen ons om ruimtelijke keuzes te maken, die ons niet alleen voor nu helpen maar ook houdbaar zijn voor de toekomst. In harmonie met het Cittaslow gedachtegoed. Cittaslow is het internationale keurmerk voor gemeenten met minder dan 50.000 inwoners die op het gebied van leefomgeving, landschap, streekproducten, gastvrijheid, milieu, infrastructuur, cultuurhistorie en behoud van identiteit tot de top behoren. De principes zijn niet alleen voor ons belangrijke vertrekpunten. We verwachten namelijk ook van een ieder, die in onze gemeente woont, werkt, recreëert, onderneemt of ontwikkelt dat deze principes worden gerespecteerd. Hierna zijn de principes beschreven. 1. Samen werken aan het Heerde van de toekomst. Samen met onze inwoners, ondernemers, bezoekers en partners werken we aan het Heerde van de toekomst, zoals beschreven in deze omgevingsvisie. Want een gezamenlijk inzet draagt bij aan een betere leefomgeving. Iedereen kan dit doen vanuit zijn of haar eigen mogelijkheden en inzet. Alleen dan kunnen we de uitvoering van deze omgevingsvisie tot een succes maken. Dit betekent dat we: goede ideeën, die de kwaliteiten van onze gemeente versterken, stimuleren vanuit een ‘Ja mits-houding’.
plannen samen maken en dit ook van anderen verwachten. Want deze plannen zijn vaak beter: completer, beter passend in de omgeving en hebben meer draagvlak.
2. Onze kwaliteiten en ons verleden zijn ons vertrekpunt. Navraag bij onze inwoners, ondernemers, bezoekers en partners heeft laten zien dat onze gemeente zich kenmerkt door hoge kwaliteiten. Deze kwaliteiten zijn bepalend (geweest) voor de ontwikkeling van onze gemeente en verklaren waarom onze gemeente eruitziet ‘zoals ze vandaag de dag eruitziet’. Onze kwaliteiten zijn bepalend voor onze identiteit, ons DNA en zijn daarom het
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
10
fundament voor de toekomst. Oftewel: we werken aan het Heerde van de toekomst met respect voor onze kwaliteiten en ons verleden. Dit betekent dat we: het Cittaslow gedachtegoed respecteren en dit ook van anderen verwachten;
met respect voor onze kwaliteiten en ons verleden werken aan de ontwikkeling van onze leefomgeving
3. We stellen onze opgaven centraal. Vanuit onze omgevingsvisie werken we aan de opgaven die op ons afkomen. Opgaven die belangrijk zijn voor de toekomst van onze gemeente. Dit doen we met overtuiging en met focus. Overtuiging omdat we geloven dat werken aan opgaven nieuwe kansen biedt aan onze inwoners, ondernemers, bezoekers en partners. Focus omdat we ons, als kleine gemeente, niet overal op kunnen richten. Dit betekent dat we: zoveel mogelijk uitgaan van onze eigen kracht en ons richten op opgaven waar we invloed op hebben en opgaven waar ‘energie’ op zit.
opgaven niet los van elkaar zien. We zoeken daarom naar combinaties en proberen opgaven daar waar mogelijk te koppelen. Oftewel: we werken integraal vanuit de overtuiging dat dit een win-win situatie oplevert.
4. We werken gebiedsgericht. De waardering van onze gebieden en invloed van veranderingen op onze gebieden kunnen van plek tot plek anders worden ervaren. Onze opgaven manifesteren zich ook verschillend per gebied. Bij het beheren en ontwikkelen van onze gebieden houden we hier rekening mee. We werken daarom gebiedsgericht en pakken kansen en problemen aan op de schaal waar ze zich voordoen. Dit doen we samen met onze inwoners, ondernemers, bezoekers en partners. Dit betekent dat we: • altijd afwegen of wordt bijgedragen aan het behouden, beschermen en/of versterken van de kwaliteiten en de ontwikkelrichting van het desbetreffende gebied; •
gebiedspartners betrekken bij het maken van belangrijke keuzes in een gebied en dit ook van anderen verwachten.
5. Het heden met de toekomst op duurzame wijze verbinden. Bij alles wat we doen stellen we ons de vraag of dit bijdraagt aan een duurzame toekomst. Dit betekent dat we: water en bodem (het natuurlijk systeem) zien als sturend principe voor alles wat met ruimtelijke inrichting te maken heeft.
zoveel mogelijk natuurinclusief en klimaatadaptief werken;
zoveel mogelijk rekening houden met de vier milieubeginselen: het voorzorgsbeginsel, waarbij we activiteiten voorkomen met een mogelijk negatief milieueffect; het beginsel van preventief handelen, waarbij we vooraf maatregelen treffen om een negatief effect van een activiteit te voorkomen; het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron moeten worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt voor het opruimen van de vervuiling;
keuzes voor onze leefomgeving zoveel mogelijk maken vanuit de overtuiging dat een sociale, gezonde en veilige leefomgeving bijdraagt aan het welbevinden van onze inwoners, ondernemers, bezoekers en partners;
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
11
binnen onze mogelijkheden uitputting van onze natuurlijke grondstoffen, energiebronnen en voedsel- en watervoorziening willen voorkomen;
afwentelen naar tijd en plaats zoveel mogelijk willen voorkomen. Met andere woorden: bij het maken van keuzes willen we tegemoetkomen aan de behoeften van de huidige generatie, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
In de Omgevingsvisie wordt vanuit de hiervoor benoemde principes gewerkt aan de hand van acht opgaven. Het gaat om de volgende opgaven: 1. Gezonde woon- en leefomgeving De opgave ‘gezonde woon- en leefomgeving’ gaat over de manier waarop de leefomgeving invloed heeft op de gezondheid van inwoners. Hieronder vallen zaken als gezondheid en veiligheid, openbare ruimte, wonen, ruimtelijke kwaliteit en milieukwaliteit. 2. Vitale samenleving De opgave ‘vitale samenleving’ gaat over de relatie tussen onze leefomgeving en het welbevinden (fysiek en sociaal) van onze inwoners. Onder deze opgave vallen zaken als inclusiviteit (‘iedereen telt mee’), (basis)voorzieningen, het verenigingsleven en onze identiteit. Hierbij zijn we ons bewust van de veranderingen in de samenleving en het feit dat onze gemeente bovengemiddeld aan het vergrijzen is. 3. Duurzaam landgebruik De opgave ‘duurzaam landgebruik’ gaat over het werken aan een duurzame en evenwichtige ontwikkeling van het natuurlijk systeem. Dit natuurlijke systeem bestaat uit water, natuur, bodem en lucht en vormt de basis van het landschap waarin wij wonen, werken, recreëren en voedsel produceren. Ons doel is dat het natuurlijk systeem beter wordt beschermend, wordt versterkt en tegelijkertijd kan worden gebruikt voor de behoeften van onze inwoners. 4.
Heerlijk en kleinschalig recreëren De opgave ‘heerlijk en kleinschalig recreëren’ heeft betrekking op het behouden en vergroten van de kwaliteiten van Heerde die bijdragen aan hoogwaardig lokaal recreëren. 5. Sterk door natuur en landschap De opgave ‘Sterk door natuur en landschap’ heeft betrekking op de manier waarop we omgaan met de bijzondere natuur en landschappen in onze gemeente. Bescherming en ontwikkeling is het doel en in balans met recreatie, landbouw, wonen, werken en energie. We hebben de volgende ambities: Robuuste en veelzijdige natuur Landschappelijke diversiteit 6. Herkenbaar verleden De opgave ‘herkenbaar verleden’ gaat hier nader op in. Zo blijft het verleden herkenbaar en kunnen toekomstige generaties van ons erfgoed blijven genieten. 7. Slimme en schone mobiliteit De opgave ‘slimme en schone mobiliteit’ gaat over de manier waarop we ons verplaatsen. Hieronder vallen zaken als bereikbaarheid, doorstroming, verkeersveiligheid, duurzame mobiliteit en openbaar vervoer. 8. Duurzaam ondernemen Onze gemeente ligt op een bijzondere positie tussen de twee economische concentratiegebieden Cleantech Regio en de Regio Zwolle en maakt daarnaast deel uit van de Veluwe. Een vitale economie is echter niet vanzelfsprekend. Het is belangrijk te blijven ontwikkelen en richting te Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
12
geven, bijvoorbeeld ten aanzien van de bedrijvigheid (en de bedrijventerreinen) in onze gemeente, maar ook ten aanzien van onze centra. Dit zorgt namelijk voor voldoende werkgelegenheid, voor binding van onze jongeren en het trekt bezoekers. Binnen de Omgevingsvisie is een indeling in verschillende zones gemaakt, waarbinnen één van de zones de zone ‘De dynamiek van Heerde en Wapenveld’ is. Binnen deze zone worden deelgebieden onderscheiden, waaronder ‘Woongebieden Heerde, Wapenveld en Hoorn’. Ten aanzien van dit deelgebied is de volgende koers bepaald, waarin het plangebied specifiek is benoemd: We blijven werken aan kwaliteitsverbetering van onze woongebieden. In bestaande woongebieden richten we ons op een aantrekkelijke leefomgeving die bijdraagt aan de leefbaarheid, de gezondheid en die klimaatadaptief en natuurinclusief is ingericht. We bouwen betaalbare nieuwe woningen om in de behoefte te kunnen voorzien. Zoveel mogelijk van deze nieuwe woningen worden binnen de grenzen van bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Aanvullend daarop hebben we ook een drietal uitbreidingslocaties aangewezen in Heerde en Wapenveld, waar woningbouw mogelijk is binnen een sterk landschappelijk raamwerk.
Dit zijn: - Bovenkamp III (zoekzone voor een groen woonlandschap); - Horsthoekerenk (zoekzone voor een combinatie van wonen, zorg, educatie en recreatie); - Wapenveld-Noordoost (zoekzone voor een groen woonlandschap). Alle nieuwbouw moet passen bij het dorpse karakter, de identiteit van de plek en goed integreren in de bestaande omgeving. Bovendien moet er veel aandacht zijn voor bereikbaarheid en duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie, de energietransitie, circulariteit, gezondheid, veiligheid en natuur en landschap. Uitgangspunten Bij de verdere planuitwerking (zowel bij het opstellen van het stedenbouwkundige plan als bij het opstellen van het bestemmingsplan) moet aangetoond worden op welke wijze invulling wordt gegeven aan de principes, opgaven en bijbehorende doelstellingen zoals die zijn geformuleerd in de Omgevingsvisie. Als er geen invulling aan wordt gegeven moet worden aangetoond waarom dat niet is gedaan. Het kan zijn dat bepaalde principes, opgaven of doelstellingen in meer of mindere mate van toepassing zijn op de ontwikkeling. Daarnaast moet aan worden getoond hoe de uitwerking van het plan aansluit bij de koers die is geformuleerd voor het deelgebied ‘Woongebieden Heerde, Wapenveld en Hoorn’ én hoe zich dit verhoudt met de vijf principes en de acht opgaven.
Kaderdocument Sociaal Domein 2022 - 2027 Met het Kaderdocument Sociaal Domein geven we richting aan het beleid in het sociale domein voor de komende jaren. Voor de ontwikkeling van Wapenveld Noord is met name het aspect ‘wonen’ van belang. Bij de uitwerking van de plannen moet (onder andere programmatisch) rekening gehouden worden met de navolgende gemeentelijke opgaven en ambities. De Rijksoverheid stimuleert ouderen om langer thuis te blijven wonen. Thuiswonende ouderen kosten de overheid namelijk minder geld dan ouderen die in een verpleeghuis wonen. Dat concludeert de Nederlandse Zorgautoriteit in de ‘Monitor Zorg voor Ouderen 2018’. Het programma langer thuis wonen stimuleert onder andere betere ondersteuning en zorg thuis en het realiseren van meer geschikte woningen voor ouderen. Er is een toenemend tekort aan woningen voor ouderen in de gemeente Heerde. Dit komt doordat er op meerdere vlakken woonvragen zijn. Naast de reguliere vraag naar woningen is er grote vraag naar woningen voor vluchtelingenhuisvesting en uitstroom vanuit beschermd wonen. Ook is er vraag naar aangepaste woningen voor inwoners met lichamelijke beperkingen. Hierbij speelt dat de uitstroom uit bestaande woningen afneemt doordat men langer thuis blijft wonen. In onze gemeente
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
13
zijn woonzorgvormen aanwezig voor deze doelgroepen. Bij sommige van deze doelgroepen gaat het om relatief kleine aantallen, waardoor woonvoorzieningen qua exploitatie ingewikkeld te realiseren zijn. De komende jaren werken we samen met het fysieke domein van de gemeente aan de volgende ambities: - We hebben inzicht in woonzorgaanbod en -vraag voor de doelgroepen ouderen, beschermd wonen en mensen met een verstandelijke beperking voor de korte en langetermijn. We weten welke eisen we stellen aan woonvormen en wat de noodzakelijke voorzieningenniveau is in de omgeving van deze woonvorm. - We werken vanuit een gedragen visie op wonen en zorg. Binnen de programma’s onder de omgevingswet gaan we in de gemeente Heerde samen met onze zorgpartners werken aan een kwalitatieve en kwantitatieve borging van wonen en zorg voor de korte en langere termijn. Uitgangspunten Onderzocht moet worden op welke wijze de ontwikkeling van Wapenveld Noord invulling kan geven aan voorgaande ambities en daarmee het bedienen van de doelgroep ‘zorgbehoevenden’. Welstand en beeldkwaliteit De gemeenteraad van Heerde heeft de Welstandsnota gemeente Heerde op 24 mei 2004 vastgesteld. In de nota is het welstandsbeleid van de gemeente Heerde beschreven en zijn zowel gebiedsgerichte als algemene welstandscriteria geformuleerd.
Voor het plangebied geldt geen specifiek welstandsbeleid, afgestemd op woningbouwontwikkeling. Uitgangspunten Uitgangspunt voor het plan is dat een apart beeldkwaliteitplan wordt opgesteld. Dit beeldkwaliteitplan wordt toegevoegd aan de welstandsnota en als voorwaardelijke verplichting gekoppeld aan het bestemmingsplan. Hiermee ontstaat een juridisch toetsingskader en wordt de kwaliteit van de architectuur en de openbare omgeving geborgd. In het beeldkwaliteitplan is zowel aandacht voor architectuur en voor de inrichting van de aansluiting van woonpercelen op het openbaar gebied. Overig beleidskader Naast de bovenstaande beleidskaders zijn meer op de locatie toegespitste aspecten aan de orde zoals bodem, archeologie, geluid, luchtkwaliteit en water.
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
14
3. Uitgangspunten voor de ontwerpopgave 3.1 Algemeen In het voorgaande hoofdstuk zijn beleidsmatige uitgangspunten voor de verdere planuitwerking benoemd. Bij deze beleidsmatige uitgangspunten komen de stedenbouwkundige inpassing, landschappelijke inpassing en het behoud van cultuurhistorische waarden meerdere keren terug. In dit hoofdstuk worden deze waarden verder gespecificeerd. Hierbij is gebruik gemaakt van de kennis en kunde van het Gelders Genootschap. Het Gelders Genootschap heeft in een afzonderlijk document, opgenomen als bijlage 1 van deze Nota van Uitgangspunten, ruimtelijke uitgangspunten voor de verdere stedenbouwkundige en landschappelijke uitwerking van het plan opgesteld. De uitgangspunten zijn opgesteld op basis van de landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische context van de locatie Daarnaast wordt rekening gehouden met mogelijke ontwikkelingen op het naastgelegen perceel. De uitgangspunten vormen input en een toetsingskader voor het opstellen van het stedenbouwkundige plan. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste ruimtelijke uitgangspunten aangehaald die als uitgangspunt gehanteerd moeten worden bij het opstellen van het stedenbouwkundige plan en het bestemmingsplan. Voor een onderbouwing van de uitgangspunten wordt verwezen naar de bijlage.
3.2 Algemene uitgangspunten en ambities Om een nieuwe wijk te vormen die naadloos aansluit op de ‘genius loci’ van Wapenveld worden de volgende landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische aanleidingen geëxtraheerd uit de voorgaande analyse. Deze ruimtelijke uitgangspunten zijn opgedeeld in drie typen: • • •
uitgangspunten op schaal van de omgeving uitgangspunten op schaal van de locatie; uitgangspunten op schaal van het nieuwe stedelijk weefsel.
Daarnaast worden een aantal ambities gesteld. Deze zijn niet per definitie ruimtelijk, maar hebben wel gevolg op het stedenbouwkundig ontwerp. Deze ambities zijn deels gebaseerd op gemeentelijk beleid, deels als een plus daar bovenop: • Een wijk met Wapenvelds karakter Door de kenmerken van het landschap, het dorp en de historie van Wapenveld centraal te zetten, kan de nieuwe woonomgeving een passend sluitstuk zijn aan de noordzijde van het dorp. • Groen netwerk tot in de haarvaten Van kleine stapsteen tot speelplek tot aansluiting op het groen in de omgeving: elke bewoner zal vanaf de voordeur aangehaakt zijn op het groene netwerk. • Fietser en voetganger op de voorgrond Wapenveld is een dorp en de auto behoefte blijft door de ligging groot. Echter, wordt langzaam verkeer zoveel mogelijk gestimuleerd. • Klimaatadaptief en duurzaam Er wordt gebouwd voor de toekomst en daarmee is het realiseren van een duurzame en klimaat adaptieve wijk een logische ambitie.
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
15
• Fijn wonen voor iedereen De wens uit de Woonvisie om ruimte te bieden voor sociale huur, jonge gezinnen en levensloopbestendige woningen kan hierbinnen tot uiting komen.
3.3 Relatie met de omgeving De volgende globale uitgangspunten, die voortkomen uit het karakter van de omgeving van Wapenveld, moeten een invulling krijgen in het stedenbouwkundig ontwerp: • Wees bewust van de ligging op de overgang van het hoog naar laag, van Veluwemassief naar IJsselvallei. •
De onregelmatige verkaveling van het kampenlandschap als inspiratie voor de structuur van het groen, de wegen en de bebouwing in Wapenveld-Noord.
•
De bruggen over het Apeldoorns Kanaal en de bebouwingslinten die vanuit daar het landschap in slingerden zijn kenmerkend en kunnen als inspiratie gebruikt worden.
•
Voortborduren op de voortdurend veranderende rol van het water. De ontwikkeling van Wapenveld hangt voor een groot deel aan water: de ontwatering en ontginning van de broekgebieden, industrialisatie door de kanalisering van de Grift en papierfabrieken aangedreven door watermolens. Geef water een belangrijke, nieuwe rol binnen Wapenveld-Noord. Zorg dat het toegankelijk, zichtbaar en leefbaar is in de openbare ruimte (bijvoorbeeld in de vorm van wadi’s, zichtbare oppervlakkige afvoer of een vlonder aan het Aflaat Kanaal).
•
De oude functie van hakhoutbos, horende bij Klooster Hulsbergen, een nieuwe betekenis geven: het kan bijdragen aan het groene netwerk tot in de haarvaten. Geef nieuwe betekenis aan bos en bomen, bijvoorbeeld in het kader van biodiversiteit en verduurzaming.
3.4 Locatie specifieke uitgangspunten Op schaal van de locatie zijn de volgende ruimtelijke principes het uitgangspunt: • Geef invulling aan de twee gezichten van de locatie. De locatie ligt lager dan de dijken aan de oost- en westzijde van het perceel. Vanaf de dijken is zicht op de lager gelegen locatie. De westzijde is gericht op het Apeldoorns Kanaal, waarbij het waardevolle aanzicht op de boerderij bewaard moet blijven. Dit kan door de boerderij en nieuwe bebouwing op voldoende afstand van de Kanaaldijk te positioneren. De oostzijde van het perceel gaat over in het open ontginningslandschap. Deze rand wordt afgesloten met de Wetering en heeft een passende invulling nodig, met een zachter karakter aan het kanaal voor een vloeiende overgang naar het buitengebied. •
De afhechting van het dorp als laatste woonomgeving aan de noordkant van Wapenveld. De zuidzijde van de locatie moet een overgang maken naar de Ossenkamp en de Kolk. Hierbij kan aansluiting gezocht worden bij de ruimtes en structuren die in deze wijken aanwezig zijn. Aan de noordkant moet de groenstructuur beleefbaar zijn. Deze wordt ook de wijk in getrokken en zal aansluiten op de bestaande structuren van de Ossenkamp en de Kolk. De wijk is open naar haar omgeving en is niet naar binnen gekeerd.
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
16
•
Landschappelijk aangehaakt op kleine schaal binnen de locatie zelf, door speelplekken, groene overhoekjes, het groen langs het Aflaat Kanaal en bijvoorbeeld een parkje, maar ook op de omgeving: via het Apeldoorns Kanaal op het Kloosterbos, de hoogwatergeul, de IJssel en bossen van de Veluwe. Deze structuren hebben een groene invulling en bieden tevens de basis voor het langzaamverkeersnetwerk binnen de planlocatie. Het geheel kan aangesloten worden op het bestaande fietsnetwerk. Ook kunnen er wandelroutes gemaakt worden voor kleine ommetjes of als verbinding naar het klompenpad en ‘Paddenpad’.
•
Ontsluiting vanaf de Kanaaldijk en Werverweg om een goed bereikbare en doorkruisbare wijk te maken. Door twee entrees te maken wordt verkeersbelasting verspreid over het bestaande wegennetwerk. In de eerste fase is een lus als ontsluiting een passende optie. Bezoekersparkeren kan zoveel mogelijk bij de entrees van de locatie afgevangen worden om het geheel meer autoluw te maken.
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
17
4. Thematische uitgangspunten 4.1 Algemeen De planontwikkeling is erop gericht om het plangebied te ontwikkelen naar een woongebied met een gevarieerd woningaanbod. Daarbij moet, zoals in voorgaand hoofdstuk is beschreven, worden aangesloten op de natuurlijke omgeving. Bij de verdere uitwerking staat het landelijke en herkenbare karakter van de nieuwe wijk voorop. Bij de planvorming vindt een integrale afweging van verschillende ruimtelijke, milieukundige en beleidsmatige thema’s plaats. Verschillende ‘onderwerpen’ krijgen in meer of mindere mate een plek in de wijk. In dit hoofdstuk worden verschillende thema’s benoemd en worden, waar mogelijk, uitgangspunten meegegeven voor de verdere planvorming. Het ene thema is daarbij minder toetsbaar dan het andere thema, omdat er bijvoorbeeld geen wettelijke of beleidsmatige grond is om zaken af te dwingen.
4.2 Doelgroep en programma Doelgroep Met het woningbouwprogramma op de locatie wordt beoogd een woonmilieu te realiseren dat aanvullend is op het aanwezige aanbod in Heerde en specifiek in Wapenveld. We willen vooral de doelgroepen bedienen. Uitgangspunten daarbij zijn een gedifferentieerde wijk met: - woningen voor gezinnen - woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens - een aanzienlijk deel sociale huur - ruimte voor wonen met zorg, waarbij gedacht kan worden aan o een geclusterde woonvorm met een centrale ontmoetingsruimte o nultreden-woningen in de koopsector - hoogbouw, mits afgestemd op de schaal van Wapenveld Programma Bij het bepalen van het programma moet rekening worden gehouden met: - Regionale woondeal-afspraken - Bestuursafspraken met Triada - Geldend woonbeleid De Woonagenda zet in op het op het realiseren van een gedifferentieerd aanbod voor verschillende huishoudenstypen (naar leeftijd, gezinssamenstelling en inkomen). Uitgangspunt is een goede mix van verschillende typen woningen in verschillende prijsklassen. Zoals in de Woonagenda aangegeven is er behoefte aan 40% sociale huur in de plannen. De insteek is dat de ontwikkelaar binnen deze kaders zelf met een woningtype voorstel kan komen en dat de gemeente een toetsende rol aanneemt. Zodoende wordt in overleg met de gemeente bepaald welke programmatische aantallen gerealiseerd mogen en kúnnen worden.
Uitgangspunt is dat, in navolging van de doelstellingen en kaders uit onder andere de Omgevingsvisie en het advies van het Gelders Genootschap, een ruim opgezette wijk wordt gerealiseerd met een groen en duurzaam/toekomstbestendig karakter. Dat betekent dat het aantal woningen en de typen woningen in verhouding tot de omvang van het plangebied (percentage uitgeefbaarheid) niet en ten koste mogen gaan van het groene karakter van de wijk. Hier wordt op getoetst. Daarnaast bekijken we vanuit wonen naar de inzet van zelfbewoningsplicht en anti-speculatiebeding. Daarmee borgen we dat de woningen beschikbaar blijven voor de doelgroep.
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
18
4.3 Verkeer en parkeren Duurzame mobiliteit We stimuleren in samenwerking met onze partners de transitie naar een schone en duurzame mobiliteit als onderdeel van de energietransitie (klimaatneutraal worden, minder fossiele brandstoffen). Daarnaast heeft schone mobiliteit ook een positief effect op de gezondheid van onze inwoners. Voor de gezondheid ligt de winst vooral in het vervangen van verbrandingsmotoren (benzine, diesel, gas) door elektromotoren. Hierdoor komen minder stikstofoxiden en fijnstof in de lucht. De meest duurzame en gezonde manier van verplaatsing is met de fiets of te voet en daarom staan fietsers en voetgangers op één in onze gemeente. We stimuleren fietsen en lopen op basis van aantrekkelijke routes. Bij nieuwe ontwikkelingen of herontwikkelingen van onze infrastructuur gaan we daarom uit van het STOP-principe: Stappen, Trappen, OV, Particulier vervoer. Anders gezegd: eerst een infrastructuur voor lopen, vervolgens voor fietsen, dan voor OV en ten slotte voor de (elektrische) auto. Het is dan ook belangrijk dat we de routing en de bereikbaarheid van diverse voorzieningen (centrum, scholen, kinderdagverblijven) voor fietsers en voetgangers optimaliseren.
Daarbij kijken we goed naar de effectiviteit van routes: wat is de snelste manier om van A naar B te komen? Maar de beleving van routes is ook van belang (aantrekkelijke routes), want hoe fraaier de routes hoe aantrekkelijker het is er gebruik van te maken. Essentieel is natuurlijk ook dat de paden goed onderhouden en veilig zijn in relatie tot andere weggebruikers. Bovendien, dienen de juiste voorzieningen aanwezig te zijn voor fietsers, zoals voldoende stallingsmogelijkheden en oplaadpunten voor elektrische fietsen. We bevorderen ook verplaatsing te voet voor kleine en overbrugbare afstanden in de kernen. We zorgen ervoor dat de openbare ruimte daarvoor geschikt is, ook voor minder mobiele inwoners. Bij de ontwikkeling van Wapenveld Noord moet het STOP-principe als uitgangspunt worden gehanteerd. Ontsluiting Het plangebied ligt vrij geïsoleerd. In de huidige situatie is de ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer alleen mogelijk via de Kanaaldijk. Eén ontsluitingsweg voor gemotoriseerd verkeer is vanuit het oogpunt van veiligheid en vanuit het oogpunt van de druk die op het bestaande wegennet wordt gelegd niet wenselijk. Ook voor langzaam verkeer moeten voldoende ontsluitingswegen worden gerealiseerd.
In het kader van het plan dient er door de initiatiefnemer een verkeerskundig onderzoek te worden uitgevoerd, teneinde de verkeersdruk op het omliggende gebied te bepalen die door het Project wordt veroorzaakt. De Initiatiefnemer dient, indien blijkt uit de adviezen in het verkeerskundig onderzoek, maatregelen te nemen om ongewenste verkeersdruk van het doorgaande verkeer bij de omliggende wegen rond het Plangebied tegen te gaan. De ontsluiting van het Plangebied zal worden gebaseerd op het door initiatiefnemer uit te voeren verkeerskundig onderzoek. Hierbij zal de initiatiefnemer tevens rekening houden met de uitkomsten van het uit te voeren verkeerskundig onderzoek. Eventuele maatregelen die voortvloeien uit het onderzoek buiten het plangebied komen voor rekening van de initiatiefnemer. Daarnaast gelden de volgende uitgangspunten: - Het plangebied moet in het kader van veiligheid door ten minste twee wegen ontsloten (kunnen) worden voor gemotoriseerd verkeer (hulpdiensten); - Er moeten voldoende mogelijkheden zijn voor ontsluiting van het plangebied voor langzaam verkeer; - Langzaam verkeer en gemotoriseerd verkeer worden, vanuit het oogpunt van veiligheid, zoveel mogelijk van elkaar gescheiden.
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
19
Parkeren Ten aanzien van parkeren geldt in beginsel het vastgestelde parkeerbeleid van de gemeente Heerde (parkeernormennota 2012). Hieruit volgt een parkeeropgave. Bij de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de parkeeropgave wordt aangesloten op de uitgangspunten uit de Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle en de Omgevingsvisie. Deze wijkt op onderdelen af van het geldende beleid. In het kader van ‘verkeer’ wordt voorrang gegeven aan voetganger, fietser en OV. Iedere ontwikkeling draagt bij aan de mobiliteitstransitie door in te zetten op een andere manier van verplaatsen: meer lopen, fietsen en OV-gebruik. We kiezen voor ruimte-efficiënte vervoerswijzen. Dat betekent inzet op een regionale mobiliteitstransitie in combinatie met verdichten in de kernen, rond OV-knopen en het mengen van wonen en werken waardoor inwoners minder (ver) hoeven te reizen: multimodale plekken maken waar een alternatief voor de auto voor handen is. Met dit principe maken we mobiliteit voor iedereen toegankelijker duurzamer en gezonder. Ook de inrichting van de openbare ruimte staat niet volledig in het teken van verkeer en parkeren. Straten zijn meer dan alleen een middel om een wijk te ontsluiten, maar maken integraal onderdeel uit van een woongebied.
Dat betekent dat op straat ook gespeeld kan worden, dat er minder plek is voor auto’s om op straat te parkeren en dat bij hevige buien de straat als afvoer van hemelwater wordt gebruikt. Door de initiatiefnemer moet een verkeer- en parkeeroplossing worden aangedragen die aansluit bij deze ambities. De overwegingen moeten worden besproken met de gemeente. Beheer en onderhoud De wegen in het Plangebied worden openbaar in de zin van de Wegenwet, RVV en APV op het moment dat de Gemeente deze, nadat ze woonrijp gemaakt zijn, heeft goedgekeurd. Zolang deze openbaarheid niet is gerealiseerd, maar de wegen wel door verkeer gebruikt kunnen worden, ligt de verantwoordelijkheid voor een volledige en juiste inrichting uit het verkeersoogpunt en voor het gebruik ervan geheel bij de initiatiefnemer.
4.4 Duurzaamheid In het op te stellen stedenbouwkundig plan en bestemmingsplan moet in een aparte duurzaamheidsparagraaf onderbouwd worden hoe duurzaamheid is uitgewerkt. Duurzaamheid moet in de plannen op gebieds- en gebouwniveau vorm krijgen. Gebruik maken van gebiedskenmerken Een belangrijk duurzaamheidsthema is het zoveel mogelijk gebruik maken van bestaande gebiedskenmerken. Niet alleen vanuit stedenbouw is dat een goed principe, maar het voorkomt ook dat er (forse) ingrepen zoals veel grondverzet nodig zijn om het gebied geschikt te maken voor de nieuwe woonfunctie. Door gebruik te maken en aan te takken op bestaande infrastructuur wordt voorkomen dat er onnodige infrastructuur en verharding moet worden aangelegd. Door aan te sluiten op bestaand groen of bestaand water is eveneens sprake van duurzaam gebruik van gebiedskenmerken. Flexibiliteit Flexibiliteit en adaptief vermogen zijn essentieel om de nieuwe woonomgeving toekomstbestendig te maken. De stedenbouwkundige hoofdstructuur en de verkaveling moeten in feite in staat zijn om voortdurend plek te bieden aan veranderende woonwensen. Maar ook in de beheerfase (bijvoorbeeld na 20 of 30 jaar) moet het mogelijk zijn om aanpassingen in woonwensen op te kunnen vangen. Voor de woningen is flexibiliteit wenselijk zodat de woningen aanpasbaar zijn en geschikt zijn voor verschillende doelgroepen.
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
20
Dubbel gebruik Het toepassen van het (duurzame) principe van synergie zorgt ervoor dat de verschillende plekken en ruimtes in het plangebied meerdere functies en betekenissen krijgen. De groenstructuur bijvoorbeeld is belangrijk voor een prettige omgevingskwaliteit, maar kan ook dienen als waterberging of verblijfsgebied. Ook parkeerplaatsen kunnen door het toepassen van water doorlatende verharding een dubbele functie krijgen: als parkeerplaats en ten behoeve van de waterafvoer. Bij de keuze voor materialen in de openbare ruimte vindt afstemming plaats met de gemeente. Duurzame maatregelen De gemeente Heerde streeft naar het terugdringen van het energiegebruik en het gebruik van duurzame, natuurlijke materialen. Wij willen dat in het plan terugzien. Uitgangspunten ten aanzien van een duurzame ontwikkeling van het woningbouwplan zijn: - Het gebruik van natuurlijke materialen; - Het duurzaam verwarmen van woningen met bijvoorbeeld warmtepompen; - Aan de initiatiefnemer wordt gevraagd om de mogelijkheid te onderzoeken om een collectief warmtenet aan te leggen voor de wijk, met als mogelijkheid ook omliggende wijken hier op aan te laten sluiten.
De gemeente wordt in beginsel geen eigenaar van een dergelijk netwerk; - Aan de initiatiefnemer wordt gevraagd onderzoek te doen naar de mogelijkheid om warmte te winnen uit het Apeldoorns Kanaal of de Wetering; - Aan de initiatiefnemer wordt gevraagd de mogelijkheden te onderzoeken om stroom uit te wisselen met het nabijgelegen bedrijventerrein. Vanuit de provincie worden dergelijke initiatieven gestimuleerd; - Duurzame mobiliteit: onderdeel van het plan moet zijn het aanleggen van een ‘laadinfrastructuur’ voor elektrische auto’s. Hierbij moet worden aangesloten bij de Inrichtingseisen openbare ruimte van de gemeente of aanvullend beleid; - Gebruik maken van zonnepanelen; - Woningen moeten zodanig worden gesitueerd dat er maximaal geprofiteerd kan worden van de zon. Klimaat adaptatie en hittestress Het veranderende klimaat met de daarmee gepaard gaande weersextremen zet een veilig, gezond, welvarend en prettig leven onder druk. Het streven binnen de gemeente is om dit op te vangen en om te buigen. Risico’s voorkomen, kansen pakken en onze leefomgeving sterker en mooier maken: een klimaat robuuste en -adaptieve gemeente. Een gemeente die een stootje kan hebben en soepel inspeelt op wisselende en extremere weersomstandigheden. Bij het ontwerp zullen water en bodem leidend zijn.
Zo min mogelijk verharding in de openbare ruimte en zo veel mogelijk groen, zorgt ervoor dat de hittestress wordt voorkomen en dat er minder snel wateroverlast optreedt. Uitgangspunt is dat de inrichting van het plangebied een klimaat adaptieve uitstraling heeft. Circulair bouwen Een manier om een duurzame woonwijk te ontwikkelen is in de vorm van circulair bouwen. Uitgangspunt van het plan is dan ook dat ten minste 10 woningen in het plangebied worden gerealiseerd met circulaire materialen. Het gaat daarbij om ‘beginnend circulair’, wat betekent dat niet de hele woning uit circulaire materialen hoeft te bestaan, maar wel een aantoonbaar deel van de woning of een aantoonbaar deel van het productieproces. Daarnaast moet worden onderzocht of, in afwijking van het gemeentelijk handboek over de inrichting van openbaar gebied, in het openbaar gebied gebruik kan worden gemaakt van circulaire materialen.
Nota van Uitgangspunten Wapenveld Noord Concept
21
4.5 Water en natuurinclusiviteit Water Het plangebied ligt in overstroombaar gebied het is daarom van belang om het effect van hoogwater mee te wegen in de uitwerking van zowel het stedenbouwkundig plan als het bestemmingsplan. In het kader van het plan moet afstemming plaatsvinden met het Waterschap. Het Waterschap kan adviseren over waterveiligheid in het plangebied. In de plannen moet duidelijk naar voren komen hoe om wordt gegaan met regenwater, vasthoudenbergen-infiltreren. Uitgangspunt is om water zoveel mogelijk op eigen terrein, in de grond te infiltreren. Gezien het groene karakter van het plangebied moet worden onderzocht of dat kan door de aanleg van wadi’s. Er dient een waterhuishoudkundig plan te worden opgesteld voor het plangebied. Materialisatie, revisie en overdracht conform document ‘Inrichtingseisen infrastructuur en openbare ruimte’. Voor het ontwerp dient rekening te worden gehouden met het GRP 2022-2026.
Uitgangspunten uit het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) ten aanzien van hemelwaterberging in het plangebied zijn als volgt: - Tenminste 10mm RWA-berging op eigen terrein - Tenminste 60mm RWA-berging binnen volledige plangebied Riolering De te realiseren woningen worden bij oplevering aangesloten op het rioleringsstelsel, alsmede ten minste op, water-, elektriciteits-, communicatie en drainageleidingen en / of kabels en andere van belang zijnde kabels en leidingen. Partijen bepalen gezamenlijk de plaatsen waar de aansluitingen op bestaande kabels, leidingen en riolering zullen plaatsvinden. De Initiatiefnemer verklaart reeds nu voor alsdan uitdrukkelijk niet af te wijken van de plaatsbepaling zonder toestemming van de Gemeente en de betreffende nutsbedrijven. De aan te leggen riolering (DWA en RWA) heeft voldoende capaciteit voor een toekomstige uitbreiding. Er dient door de initiatiefnemer berekend te worden of het bestaande DWA-rioolstelsel en rioolgemaal in de omgeving voldoende capaciteit hebben, inclusief mogelijke uitbreiding. Groen De gemeente Heerde kiest vanuit haar strategische groenvisie voor duurzaam en toekomstbestendig groen. Dit betekent dat er bij het ontwerp goed gekeken moet worden naar benodigde groeiplaatsruimte (zowel onder als bovengronds), soortkeuze, situering en de mate waarin het beheer en onderhoud effectief en kostenbewust kan worden uitgevoerd.
De initiatiefnemer dient hiervoor een uitgewerkt groenplan aan te leveren. De technische inrichtingseisen zijn te vinden in het document ‘inrichtingseisen infrastructuur en openbare ruimte’. Het inrichtingsplan wordt hier aan getoetst. Bij de soortkeuze dient rekening gehouden te worden met de (bio)diversiteit en natuurlijke processen met permanente en langdurige voorzieningen voor flora en fauna zoals bijvoorbeeld voedselaanbod, nest- en verblijfmogelijkheden. De beplanting bestaat (waar mogelijk) uit streekeigen soorten vanwege hun landschappelijk en ecologisch belang. Versnippering van groen moet voorkomen worden. Langs de hoofdontsluitingsweg dienen bomen van minimaal de 2 e categorie aangeplant te worden (>15 meter hoog). Alle bomen dienen zo veel mogelijk in open grond aangeplant te worden. Natuurinclusiviteit De stedenbouwkundige opzet van het plan moet aansluiten bij de landschappelijke kwaliteiten van het plangebied. Waar mogelijk moet aansluiting worden gevonden bij het Het Landschap Ontwikkelingsplan (LOP). Het plan moet ruimte bieden aan de natuur en is onderdeel van de