CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

2015-12 - CA1345 - Aan de slag met de Wapenveldse landgoederenzone - stap E en F - versie 1.1.pdf

Raadscommissie 22 juni 2021, gemeente HeerdeBij agendapunt: Natuurbegraafplaats op landgoederen De Polberg en Winfried18.258 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Aan de slag met de Wapenveldse landgoederenzone uit 1850-1950 Stap E en F: Landgoederenvisie en uitvoeringsprogramma

Rapportnummer 1345

2

Colofon Titel:

M. Horst (2016). Aan de slag met de Wapenveldse landgoederenzone uit 1850-1950. Stap E en F: Landgoederenvisie en uitvoeringsprogramma. Cultuurland Advies. Wapenveld.

Opdrachtgever:

Stichting Recreatie Wapenveld p/a Wildekampseweg 6a 8191 BT Wapenveld

Opdrachtnemer:

Cultuurland Advies Postbus 20 8180 AA Heerde drs. M. Horst (Projectleider Cultuurhistorie)

Projectcode: Versie: Datum:

Sponsoren:

CA1345 1.1 (eindversie) 17 mei / 2 augustus 2016

3

4

5

Voorwoord Voor u ligt de toekomstvisie van de landgoedeigenaren van de Wapenveldse landgoederenzone. Voor ons, als Stichting Recreatie Wapenveld, is het één van de geslaagde uitwerkingen uit de kansencatalogus van de ‘Landschapsbiografie Wapenveld’ (2014). In die kansencatalogus werden ontwikkelkansen uit onze directe leefomgeving genoemd. Er was er echter één die er boven uitstak. En dat was de prachtige, maar relatief onbekende, landgoederenzone aan de westkant van Wapenveld. Onze tweede landgoederenzone wel te verstaan. Want ooit lag er nog één langs de voormalige Grift, maar daar zal ik nu niet over uitweiden. De mooie landhuizen uit de tweede landgoederenzone zijn vanaf de doorgaande weg tussen Hattem en Heerde nog steeds goed te zien. Van de geschiedenis wisten we tot nu toe nog weinig af. Wat we wel wisten, was dat een aantal landgoedeigenaren het moeilijk had om hun bezit rendabel te krijgen. Op het moment dat bekend werd dat de provincie Gelderland speciaal voor landgoedeigenaren als de ‘onze’ een subsidieregeling in het leven riep, twijfelden we dan ook geen moment. Achterliggende gedachte van de provincie was dat eigenaren gingen samenwerken, tegenstrijdige regelgeving samen met de provincie werd opgepakt en dat landgoederen met een gezamenlijke visie een stap maakten naar een bestendige toekomst. Precies wat de Wapenveldse landgoederenzone nodig heeft.

Met steun van de Rabobank en de Van der Zee Stichting kregen we de financiering rond. En daar komen prachtige dingen uit. Allereerst vanuit de geschiedenis natuurlijk. Zo heb ik geleerd dat in de 165 jaar dat de Wapenveldse landgoederenzone bestaat het landschap maar liefst drie keer volledig is veranderd en eigenlijk uit vier lagen bestaat. De eerste twee lagen bestaan uit de omvorming van heidevelden en stuifzanden tot drie grote landgoederen. Landgoederen die zich afzonderlijk richtten op bosbouw, landbouw en zorg. Een prachtige driedeling die aan de basis van de visie is komen te liggen. Vervolgens een derde laag met een inbreiding van twee buitenplaatsen, waarbij grote monumentale villa’s werden toegevoegd. Enkele bestaan nog steeds en behoren, mijns inziens, tot de top van het cultureel erfgoed van de Noord-Veluwe. Wellicht zelfs van Gelderland of nog ruimer als monumentaal erfgoed op rijksniveau. Als laatste een vierde laag waarbij het verval, versnippering en ‘verhokking’ inzichtelijk werd. En het verlies van de binding met de bevolking van Wapenveld. Het tij uit de laatste laag moet worden gekeerd met deze gezamenlijke landgoederenvisie. Nieuwe verdienmodellen, een goede balans met maatschappelijke opbrengsten en een respectabele omgang met het verleden zijn daarvoor de ingrediënten.

Landgoederen worden weer opengesteld, er komt ruimte voor meer activiteiten, werkgelegenheid zal toenemen, zorg en onderwijs wordt uitgebreid en de natuurkwaliteit zal verbeteren. En boven op dat alles zal de binding met Wapenveld terugkomen. Iets wat ons als stichting natuurlijk na aan het hart ligt. Met de visie voor deze vijfde laag wordt het volgende hoofdstuk in de geschiedenis van de landgoederenzone geschreven. Eén van de landgoedeigenaren zei het tijdens een sessie bijzonder treffend: “De vijfde laag moet een ontmoetingsplek worden voor de zachte kant van het leven; ontspannen, zorgen, leren, leven en begraven.” Laten we met elkaar weer wat moois van onze Wapenveldse landgoederenzone maken! Roel Docter Voorzitter Stichting Recreatie Wapenveld

6

Samenvatting Inleiding Ten westen van Wapenveld liggen, op de rand van de stuwwal, een aantal landgoederen naast elkaar. Het is een zone die niet organisch is ontstaan, maar die vanaf 1850 planmatig werd aangelegd. De landgoederenzone van Wapenveld heeft in die 165 jaar een rijke gelaagdheid aan geschiedenis, verhalen en erfgoed opgebouwd. Helaas zit de toegankelijkheid en de ruimtelijke ordening van de landgoedzone anno 2016 behoorlijk op slot. De economische en maatschappelijke baten zijn nihil en een aantal landgoederen staat zelfs te koop. Nieuwe verdienmodellen zijn dan ook nodig om de landgoederenzone in de benen te houden. Het ontbrak de landgoedeigenaren daarbij de laatste jaren niet aan initiatieven, maar wel aan een gezamenlijke visie. Een visie waarin al hun ideeën tot een gezamenlijk gedragen plan zou worden gesmeed. Voor de lange termijn, zodat de Wapenveldse landgoederenzone weer een bestendige toekomst tegemoet gaat. Zowel voor de landgoedeigenaren zelf als voor de bevolking van Wapenveld. Ontstaansgeschiedenis (1850-2015) Aan het begin van de negentiende eeuw bestond vrijwel het gehele Wapenveldse stuwwallandschap uit heide. Landbouwtechnieken waren echter volop in ontwikkeling en de overheid deed haar eigen grondgebied van de hand. Gevolg was dat het voor vermogende burgers mogelijk werd om in één keer grote stukken heidegrond aan te kopen en die te ontginnen.

Op die manier werden ten westen van de huidige Groteweg tussen 1850 en 1870 drie grote landgoederen gesticht. Opvallend is dat alle drie de landgoederen een ander thema kregen. Petrea legde zich toe op bosbouw, de Jacoba Hoeve op landbouw en De Dreef op zorg en onderwijs. Een driedeling waarvan de restanten ook nu nog zichtbaar zijn. Tussen de landgoederen werd een wegenstelsel aangelegd. Na de opening van de spoorlijn tussen Apeldoorn en Zwolle in 1889 werd de reistijd naar Wapenveld behoorlijk gereduceerd. De landgoederen op de gehele OostVeluwe werden daardoor interessanter voor rijke stedelingen. Deze trend is in Wapenveld te zien bij het opsplitsen van de Jacoba Hoeve in 1900. Vanuit dit grote, landgoed werden twee kleinere landgoederen gesticht: De Polberg en Winfried. Deze richtten zich op het bouwen van grotere landgoedhuizen met aangelegde parklandschappen. De Polberg en Winfried waren dan ook echte buitenplaatsen. Als laatste grote ruimtelijke verandering werd in de jaren 1970 een gedeelte van landgoed De Polberg verkocht aan het Nationaal Reumafonds. Deze realiseerde er met Groot Stokkert een aangepast vakantiecentrum.

Financiële opbrengsten

A. Cultuur en erfgoed B. Bosbouw en pacht C. Natuur en natuurbegraven D. Zorg en onderwijs E. Recreatie en toerisme

Maatschappelijke opbrengsten

Om tafel voor de landgoederenvisie (2016-2030) Bij het opstellen van de visie was de belangrijkste randvoorwaarde dat de landgoederenzone voor de lange termijn weer toekomstbestendig wordt. Dat betekende voor de landgoedeigenaren vooral een zoektocht naar nieuwe verdienmodellen en een goede balans met maatschappelijke opbrengsten. Voor beide opgaven kon worden geconcludeerd dat deze al een aantal jaren een negatieve onbalans hebben. Met een lange termijnvisie op vijf thema’s moet de onbalans een win-winsituatie worden:

7

Vanuit deze gedachte is op vijf niveaus – zoneniveau, structuurniveau, landgoedniveau, beleidsniveau en uitvoeringsniveau – geanalyseerd wat de Wapenveldse landgoederenzone nodig heeft. Om het uitvoeringsprogramma overzichtelijk te houden zijn de ideeën teruggebracht naar vijf overkoepelende thema’s en dertien ambities:

Landgoederenvisie (2016-2030) A. Cultuur en erfgoed A1. Versterken van de historische driedeling van de landgoederenzone A2. Herstellen en conserveren van oorspronkelijke, cultuurhistorische waarden A3. De veelzijdige geschiedenis van de landgoederenzone uitdragen in kleine en grote culturele projecten. B. Bosbouw en pacht B1. Beheer en instandhouding van bos, natuur en landschap middels optimale exploitatie B2. Beheer en instandhouding van gebouwen en terreinen door uitgifte aan derden C. Natuur en natuurbegraven C1. Inspelen op de veranderende vraag van uitvaart C2. Verbinding zoeken met elkaar voor het creëren van lokale natuurwaarden C3. Als landgoederenzone aansluiten bij de regionale natuuropgave van de Hattemer Poort uit het Gelders Natuur Netwerk (GNN) D. Zorg en onderwijs D1. Kwetsbare doelgroepen weer op weg helpen in de samenleving D2. Alternatief bieden voor de kwaliteitsafname in de gemeenschappelijke ouderenzorg E.

Recreatie en toerisme E1. Verbinding zoeken met Wapenveld en omgeving voor de lokale recreant E2. Een grotere aantrekkingskracht uitoefenen op de regionale recreant door nieuwe belevenissen toe te voegen E3. Landelijke uitstraling realiseren door in te zetten op meer en betere verblijfsrecreatie

Aan de slag met het uitvoeringsprogramma (2016-2020) De thema’s en de ambities zijn opgesteld voor de visieperiode tussen 2016 en 2030 en daarom abstract gehouden. Het uitvoeringsprogramma daarentegen is grofweg opgesteld voor de komende vijf jaar en daarom behoorlijk concreet. In totaal zijn onder de dertien ambities 35 uitvoeringsopgaven gehangen. Voor elke uitvoeringsopgave is een stappenplan opgemaakt. Daarin worden contactpersonen bij de gemeente Heerde, provincie Gelderland of andere instanties genoemd en tevens inzichtelijk gemaakt of de landgoederenzone met hun uitvoeringsopgaven aanspraak kan maken op subsidieregelingen. Het systeem is met de drie verschillende trappen – thema’s, ambities en uitvoeringsopgaven – zo opgezet dat bij een toekomstige herijking van de visie gemakkelijk nieuwe uitvoeringsopgaven aan de standpunten kunnen worden toegevoegd.

8

9

Inhoudsopgave Voorwoord _____________________________________________________________________________ 5 Samenvatting ___________________________________________________________________________ 6 1. Inleiding_____________________________________________________________________________ 10 2. De rijke erfenis uit het verleden _________________________________________________________ 14 2.1 Domeingronden komen op de markt ___________________________________________________ 14 2.2 Driedeling met bosbouw, landbouw en zorg en onderwijs __________________________________ 14 2.3 Verdichting met buitenplaatsen _______________________________________________________ 17 Overzichtskaart A: Heidevelden en schaapsherders _____________________________________________ 20 Overzichtskaart B: Landgoederenzone ______________________________________________________ 22 3.

De toekomst in met de landgoederenvisie (2016-2030)_____________________________________ 24 3.1 Cultuur en erfgoed (A) _______________________________________________________________ 26 3.2 Bosbouw en pacht (B) _______________________________________________________________ 27 3.3 Natuur en natuurbegraven (C)_________________________________________________________ 28 3.4 Zorg en onderwijs (D) _______________________________________________________________ 30 3.5 Recreatie en toerisme (E) _____________________________________________________________ 32 Overzichtskaart C: Landgoederenvisie_______________________________________________________ 34 4. Aan de slag met het uitvoeringsprogramma (2016-2020) ___________________________________ 36 4.1 Overzichtstabel ____________________________________________________________________ 36 4.2 Stappenplan _______________________________________________________________________ 38 Bronnenlijst____________________________________________________________________________ 50 Afbeeldingverantwoording ______________________________________________________________ 52

10

1. Inleiding Aanleiding Ten westen van Wapenveld liggen, op de rand van de stuwwal, een aantal landgoederen naast elkaar. Het is een zone die niet organisch is ontstaan, maar die vanaf 1850 planmatig werd aangelegd. Deze Wapenveldse landgoederenzone bestond vorig jaar, in 2015, 165 jaar. Dat bleek een goed moment te zijn om te reflecteren hoe deze zone is ontstaan, welke ruimtelijke kwaliteiten het vanaf 1850 heeft gehad, wat daar nog van over is en hoe de toekomst van de landgoederenzone eruit ziet. Een rijke erfenis uit het verleden tekende zich op. Zowel wat betreft landgoedstructuren als verhalen over eigenaren en de band die er altijd was met het dorp Wapenveld. Wat betreft de toekomst van de landgoederenzone blijkt het verhaal minder rooskleurig. De band met Wapenveld is geminimaliseerd, twee landgoederen staan in de stille verkoop en zoeken actief naar nieuwe verdienmodellen en een derde lijdt al jaren verlies. Daarmee zit de toegankelijkheid en de ruimtelijke ordening van de landgoedzone helaas behoorlijk op slot. Gevolg is dat de economische en maatschappelijke baten nihil zijn. Nieuwe verdienmodellen zijn dan ook hard nodig om de landgoederenzone in de benen te houden.

Om de landgoederenzone weer uit het slop te trekken ontbrak het de landgoedeigenaren de laatste jaren echter niet aan initiatieven, want er werd nagedacht over beleefbaarheid, openstelling, restauratieopgaven, zorgcomplexen, verblijfsrecreatie, natuurbegraven en recreatieve ontsluiting. Het herbestemmen en ontwikkelen van een cluster van particulier bezit, zoals de Wapenveldse landgoederenzone, blijkt echter een grote uitdaging. Landgoedeigenaren lopen met hun eigen plannen vaak tegen dezelfde deuren aan en de afzonderlijke plannen dragen niet bij tot een gezamenlijk doel. Doelstelling Het ontbrak de landgoedeigenaren kort gezegd aan een gezamenlijke visie. Een visie waarin al hun ideeën tot een gezamenlijk gedragen plan zou worden gesmeed en waarin na werd gedacht over het grotere geheel. Niet alleen voor de komende jaren, maar voor de lange termijn, zodat de Wapenveldse landgoederenzone weer een bestendige toekomst tegemoet gaat. Waarbij zowel de landgoedeigenaren als de bevolking van Wapenveld vruchten kan plukken. Belangrijk daarbij is dat met de visie ook gezamenlijk met de gemeente Heerde en de provincie Gelderland kan worden opgetrokken, zodat de afzonderlijke plannen in een breder perspectief worden afgewogen. Aanjager was de Stichting Recreatie Wapenveld.

Zij hadden in 2013 de doelstelling om samen met de landgoedeigenaren tot een landgoederenvisie en uitvoeringsprogramma te komen. De doelstelling is uitgewerkt in deze rapportage. Gebiedsafbakening en invloedsfeer De basis voor de Wapenveldse landgoederenzone zijn de eigendomsgrenzen van de drie grote oorspronkelijke landgoederen, die naast elkaar aan de Groteweg lagen. Van noord naar zuid waren dat Petrea, Jacoba Hoeve (tegenwoordig De Polberg en Winfried) en De Dreef (tegenwoordig De Dreef, Maxiesbergen, Groot Stokkert en het Zwolse Bos). Deze oorspronkelijke begrenzing besloeg een oppervlakte van zevenhonderd hectare. Het gebied dat tegenwoordig tot de Wapenveldse landgoederenzone wordt gerekend, is ruimer, omdat het Zwolsche Bos van Staatsbosbeheer het aaneengesloten bosgebied completeert.

>>

Voor de visie wordt van de oorspronkelijke eigendomsbegrenzing uitgegaan (rode stippellijn). Bij de invloedsfeer wordt ook gekeken naar het Zwolsche Bos (gele stippellijn), zodat het gehele gebied tussen de Groteweg, de Wapenveldse Molenweg en de A50 wordt meegenomen. In het zuiden geeft de grens tussen Wapenveld en Heerde het einde van de invloedsfeer aan. De invloedsfeer beslaat daarmee een oppervlakte van bijna duizend hectare.

we g

rs Ke iz e

Ve ldweg

s Vo ku il e r e st eg

de

Wa p

en ve

l ds

e

we g

Ou

cu le

We g

e Le

m

nv e l

de r

m ol

Elle n ho

enw

eg

o rn

Parkweg

He

ss

en w

eg

Wa pe

Wa p

en ve

Petrea

l de

r mo len

we

g

Wapenveld

Zwolsche Bos

Wa p e nv e ld s

We g

Zwolsche Bos t Kr e

g

et

We

H

e fs e

Winfried

Mo oie

La a

n

D re

Groot Stokkert

G ro

te

Pa le

n

we

g

Maxiesbergen Zwolsche Bos

Ko e r

b er

e we g

We g

Wapenveldse

Polberg

g se

Dreef Ve ld w

Ka m

eg

N794

a W

e nv pe

kw

eg

er ld

we g

A50

Meenseweg

De Steeg

Wol berts di jk

Ka n aa ld

ij k

per

We g

r ke

12

Processchema Stap A

Cultuurhistorische inventarisatie

Inventarisatiekaart

Stap B

Stap C

Landgoedeigenarenvisie

Ruimtelijke beleidsanalyse

Speerpuntennotitie

Speerpuntennotitie

Stap D

Open discussie

Speerpuntennotitie

Stap E

Landgoederenvisie

Visiekaart

Stap F

Uitvoeringsprogramma

Stappenplan

Het gehele proces om te komen tot de landgoederenvisie is uitgebeeld in een processchema. In zes stappen zijn zowel de landschappelijke geschiedenis, de wensen van de landgoedeigenaren en de kaders van het beleid in beeld gebracht.

Leeswijzer De eerste 165 jaar van de landgoederenzone zijn voor deze visie uitvoerig onderzocht en samengebracht in de publicatie Aan de slag met de Wapenveldse landgoederenzone uit 1850-1950. Stap A: Cultuurhistorische inventarisatie. In deze visie is daarvan in hoofdstuk twee een samenvatting opgenomen. De afzonderlijke gesprekken met de landgoedeigenaren (stap B), de analyse van het beleid (stap C) en de eerste bijeenkomst van de landgoedeigenaren (stap D) zijn bijeengezet in hoofdstuk 3. Daarin zijn ook de vijf thema’s en dertien ambities (stap E) benoemd. De 35 uitvoeringsopgaven (stap F) worden, inclusief stappenplan, behandeld in hoofdstuk 4.

13

14

2. De rijke erfenis uit het verleden Dit hoofdstuk is een samenvatting van de uitgebreide cultuurhistorische inventarisatie bij dit project.

2.1 Domeingronden komen op de markt Aan het begin van de negentiende eeuw bestond vrijwel het gehele Wapenveldse stuwwallandschap uit heide en blootliggend zand. Daar kwam in de negentiende eeuw verandering in. Landbouwtechnieken waren volop in ontwikkeling en de overheid deed haar eigen grondgebied, de zogenaamde domeingronden, van de hand. Dit laatste werd vanaf 1843 gedecentraliseerd aan de gemeente. Die had daarbij de verplichting om de gronden zelf te ontginnen of door te verkopen aan derden, die het wilden ontginnen. Gevolg was dat het halverwege de negentiende eeuw voor gegoede adel en vermogende burgers mogelijk was om in één keer grote stukken heidegrond aan te kopen. Op die manier werden ten westen van de huidige Grote Weg, de doorgaande dorpenweg tussen Apeldoorn en Hattem, drie grote landgoederen gesticht. Deze drie landgoederen zorgden ervoor dat de heideontginning in Wapenveld tussen 1850 en 1870 goed op gang kwam.

2.2 Driedeling met bosbouw, landbouw en zorg en onderwijs Petrea (bosbouw) De eerste die in 1850 daadwerkelijk aan ontginnen gaat is de meteoroloog Christophorus Buys Ballot. Hij kocht 400 hectare voormalige domeingronden op van de gemeente Heerde. Buys Ballot liet een gedeelte van de gronden ontginnen en de boerderij ‘Petrea’ bouwen. In tegenstelling tot de landhuizen van de latere landgoederen lag deze boerderij niet langs de doorgaande Grote Weg, maar midden op het landgoed bovenop de stuwwal. Om toch snel op de doorgaande wegen te komen liet Buys Ballot in de heide een stelsel van landgoedwegen aanleggen, waardoor de boerderij Petrea als een spin in het web op de stuwwal kwam te liggen. Met dit wegenstelsel was het mogelijk om binnen twee uur in Kampen of Zwolle te zijn. Een groot gedeelte van dit wegenstelsel is nog aanwezig, al is de rechthoek rondom de boerderij Petrea reeds aan het verdwijnen. Buys Ballot zette het landgoed in 1857 te koop en dan wordt inzichtelijk wat er binnen zeven jaar tijd was gerealiseerd op de kale heidegronden. Zo waren er een ‘herenhuis’ – dat moet de boerderij Petrea zijn geweest – en twee boerderijen gebouwd, was 35 hectare heidegrond omgevormd tot bouwland en was vijftien hectare bos aangelegd. Het overgrote deel van de heidegronden moest echter nog omgevormd worden, want 475 hectare was nog altijd heidegrond.

Voor het begrazen van deze heide met schapen was een schaapskooi met ruimte voor tweehonderd schapen gebouwd. Opmerkelijk is dat er in de beginjaren is geprobeerd om stenen te bakken met leem uit de stuwwal. Ten noorden van de boerderij Petrea lag voor het verwerken van deze leem een ‘steenfabriek met twee ovens en haaghuizen [droogschuren]’. Tegenwoordig is niets meer van de steenfabriek waar te nemen. Wel staan nog enkele erfbomen overeind. In 1903 kocht J.E. van der Meulen, chirurg en lector aan de universiteit van Utrecht, het landgoed en hij was degene die – in samenwerking met de Nederlandse Heidemaatschappij – het grote bebossen opstartte. Binnen twintig jaar tijd is dan ook vrijwel het gehele landgoed met naaldbomen bebost. Voor deze klus werd door de Nederlandse Heidemaatschappij voor het eerst in Nederland een stoomploeg ingezet op de heide. De grond liet men na het ploegen een jaar liggen om de “zuren” van de heideplanten te laten wegspoelen. Daarna werd de grond bezaaid met grove den (Pinus sylvestris), al dan niet gemengd met eiken of andere loofbomen. In samenwerking met de Nederlandse Heidemaatschappij begon Petrea rond deze tijd ook bosbouwkundig te experimenteren. Hiervoor werden twintig verschillende proefvelden aangelegd. Tegenwoordig is van deze proefvelden niets meer terug te vinden. Van der Meulen was aanhanger van soberheid.

Het liet voor zijn gezin een zomerhuis bouwen dat was verstoken van elektrisch licht, stromend water en zeer gebrekkig werd verwarmd. Daarnaast verzamelde hij fervent kunst en bracht – samen met zijn zoon – een behoorlijke collectie bijeen. De ruim vierhonderd objecten tellende verzameling is nu als permanent bruikleen ondergebracht in het Gemeentemuseum Den Haag.

15

Bonneblad 337 uit 1872 laat fraai de ontginningstructuur van landgoed Petrea bovenop de oude heidevelden zien. Boerderijen werden gebouwd, landgoedwegen aangelegd, een parktuin ontworpen, bouwlanden gescheurd en bossen aangeplant. Het landgoed strekte zich uit van de Kamperweg tot aan Wapenveld.

Jacoba Hoeve (landbouw) Het was P. Koumans Smeding, lid van Gedeputeerde Staten van Friesland, die een begin maakte met de ontginning en bebossing van de 52 hectare heidegrond ten zuiden van Petrea. In 1855 bouwde hij een landhuis en een koetshuis op het terrein en noemde het landgoed de Jacoba Hoeve. In 1877 werden de beide karakteristieke hoofdlanen aangelegd door de dochter van Koumans Smeding. Dertig jaar bleef het bezit in de familie, totdat het landgoed in 1879 werd aangekocht door de heer W.G. Boele Sr., een sigarenfabrikant uit Kampen. Onder leiding van de heer Boele kreeg de Jacoba Hoeve landelijke bekendheid. Boele had als missie om de arme zandgronden om te vormen tot vruchtbare landbouwgrond. Landbouwkundigen en journalisten uit het hele land konden op het landgoed komen kijken hoe hij dit deed. Gedurende de herfst- en wintermaanden liet Boele de zand- en heidegrond mengen. De onderste grond werd – tot een diepte van één meter – naar boven gewerkt. Door deze bewerking werd de grond los en poreus. Daaroverheen kwam een laag ‘blauwe IJsselklei’ of ‘gele uiterwaardenklei’ vermengd met stalmest, Amsterdamse huismest of met kunstmest. Na deze behandeling werd de grond ingezaaid - in het voorjaar met graszaad, in de herfst met roggezaad.

In navolging van de Franse landbouwkundige Auguste Goffart liet Boele in het voorjaar rogge inkuilen en in het najaar mais, zodat hij zijn veestapel in de winter van voedsel kon voorzien. Rond 1880 was Boele één van de eersten in Nederland die zich bezighield met deze vorm van wintervoeden en vele landbouwkundigen volgden zijn vorderingen met buitengewone interesse. Voor het inkuilen was ‘een groote, doch weinig kostbaar ingerichte houten met pannen gedekte schuur’ gebouwd met vier gemetselde en van binnen geportlande ‘silos of kuipen’. Dat het inkuilen succesvol was liet Boele in 1884 zien op de Internationale Landbouwtentoonstelling in Amsterdam. Hij toonde daar een driejarige os van negenhonderd kilo, die was vetgemest met snijmaïs en wat krachtvoer van de Jacoba Hoeve. De heer Boele zou zijn landgoed diverse keren uitbreiden door extra gronden aan te kopen. Bij zijn dood in 1900 bedroeg de grootte van het landgoed ruim 123 hectare.

16

Het hoofdhuis stond op een perceel van 52 hectare waar ook het koetshuis en het paviljoen stonden. Op de foto is het hoofdhuis omstreeks 1880 te zien. De eigenaar van het perceel had het pootrecht op de Wapenveldse Weg, “zoover dit perceel zich langs dien weg uitstrekte”. Het landgoed omvatte daarnaast nog een koeienstal, werkschuur, houtschuur, stookhut, ommuurde moestuin (1901), uitzichttoren, diverse theekoepels en een vierwindenkoepel.

De Dreef (zorg en onderwijs) Net als Petrea en de Jacoba Hoeve werd de heidegrond ten zuiden van het Wapenvelder Zand voor het eerst na 1850 ontgonnen. Er kwamen vier grote huizen te staan met de naam Buitenzorg. Waarom het landgoed in die periode Buitenzorg heette en op welke manier aan een zorgvraag werd voldaan is niet meer bekend. Opvallend is wel dat er in die periode een landbouwkundige school was gevestigd. Na drie generaties Leliman en één generatie De Gijselaar kwam het landgoed in 1920 het bezit van de familie Van der Leeuw uit Rotterdam. De naam werd in deze periode omgezet naar De Dreef. Net als de Jacoba Hoeve kreeg landgoed De Dreef een Engelse landschapstuin van een beroemde landschapsarchitect. Ondanks dat er al een Engelse landschapstuin aanwezig was, gaf de familie Van der Leeuw Hugo A.C. Poortman (1858-1928) de opdracht om de tuin onder handen te nemen. Tussen 1920 en 1922 werd dit ontwerp uitgevoerd. Tezamen met de andere tuinen had de tweede Wapenveldse landgoederenzone daarmee over een lengte van twee kilometer Engelse landschapstuinen liggen. En waar Jacoba Hoeve eind negentiende eeuw landelijke bekendheid verwierf door innovatie in de landbouw deed landgoed De Dreef dat veertig jaar later met een rashondenkennel onder leiding van mevrouw Van der Leeuw-van Dam.

Zij stichtte, bovenop de resten van een vervallen kennel ‘de grootste kennel, welke ons land ooit gekend heeft’. Of dat zo was is niet met zekerheid te zeggen, maar feit is wel dat er voor die tijd een groot aantal rashonden in de kennel verbleef. Blikvanger van de kennel was een Ierse wolfshond, dat de titel van grootste hond ter wereld had ontvangen. Van dit ras had het echtpaar er meerdere, waarvan van één zelfs bekend is dat deze met een KLM-vliegtuig het land in werd gevlogen. Een unicum in die tijd. Nadat mevrouw Van der Leeuw-van Dam in 1929 een beroerte had gekregen, ging het snel achteruit met de kennel. Een jaar later werd het gehele landgoed verkocht maar een stabiele situatie ontstond er niet. Het landgoed veranderde in tien jaar tijd twee keer van eigenaar en een gedeelte van het

17

landgoed werd afgestoten. In 1939 werd de ‘Dr. W.L. Slot-stichting’ op het landgoed gesticht; een psychiatrische inrichting die plaats bood aan zestig patiënten. Het landhuis zou echter de Tweede Wereldoorlog niet overleven. Na de Tweede Wereldoorlog bleef de naam De Dreef in gebruik en werd het landgoed bekend als een justitiële jeugdinrichting.

In het Maasbos, dat tegenwoordig in het bezit is van Staatsbosbeheer en onderdeel is van het Zwolsche Bos, is het laatste restant van de Engelse landschapstuin van De Dreef te herkennen. Niet alleen een gedeelte van de padenstructuur, maar ook aangeplante bomen uit die tijd zijn nog aanwezig.

2.3 Verdichting met buitenplaatsen Waren de landgoedeigenaren voorheen met paard en wagen ongeveer twee uur onderweg om slechts in Kampen of Zwolle te komen, na de opening van de spoorlijn tussen Apeldoorn en Zwolle in 1889 werd de reistijd behoorlijk gereduceerd. Zo duurde de reis vanaf het station in Wapenveld naar het station in Amsterdam slechts tweeëneenhalf uur. De verkorte reistijd betekende dat de landgoederen op de gehele Oost-Veluwe interessanter werden voor rijke stedelingen uit de Randstad. Deze trend is in Wapenveld goed te zien bij het opsplitsen van de Jacoba Hoeve in 1900. Vanuit dit grote, landbouwlandgoed werden twee kleinere landgoederen gesticht, die zich niet meer richten op landbouwontginningen, maar op het bouwen van nieuwe, grotere landgoedhuizen met aangelegde parklandschappen. Winfried In 1900 werden grote delen van de Jacoba Hoeve geveild en door zestien verschillende personen aangekocht. Een groot perceel, van 36 hectare, werd gekocht door J. Zürcher. Deze verkreeg daarmee de basis voor een volledig nieuw landgoed. Hij liet aan de doorgaande weg een rietgedekte villa bouwen en gaf deze de naam Huize Winfried. Vernoemd naar de hoofpersoon in de autobiografische roman van Zürcher zelf. Het oorspronkelijke landhuis lag bij het tweede toegangshek.

In de twaalf jaar dat Zürcher het landgoed in bezit had werden er een “Heerenhuis, 3 Woningen, Schuren, koude en warme Kassen, grooten Tuin met vele vruchtboomen, Wei- en Bouwland, Bosschen en Heidegrond” neergezet. Uiteindelijk was het Thomas Vorstius, oud-commissionair in effecten in Amsterdam, die het landgoed kocht. Hij liet verder van de doorgaande weg het huidige, statige landhuis Winfried bouwen.

18

In 1928 nam jonkheer H. Sandberg zijn intrede in Huize Winfried. In de jaren die volgden voegde hij vele nieuwe elementen aan het landgoed toe. Zo liet hij een uitkijktoren bouwen van 24 meter hoog. Deze diende als brandtoren, maar vormde ook een attractie. Vanaf de toren was de gehele IJsselvallei te zien. En in 1933 liet de jonkheer een zwem- en kanovijver van dertig bij veertig meter aanleggen. Het opmerkelijkste dat hij echter liet bouwen was een schuilkelder, dat bestand was tegen gasaanvallen, voor in totaal dertig personen. De uitkijktoren is tegenwoordig verdwenen, maar de zwem- en kanovijver en de schuilkelder zijn nog aanwezig. Na de Tweede Wereldoorlog kwam er een sterke binding opzetten tussen het landgoed en de inwoners van Wapenveld. Niet alleen maakte jonkheer Sandberg het mogelijk om, met wandelkaart, in de tuin te wandelen. Maar ook stond hij mede aan de basis van de plaatselijke christelijke voetbalclub door de achterste weide als voetbalveld beschikbaar te stellen. Vanaf 1947 voetbalde daar de zaterdagvoetbalclub Union, een naam die een paar jaar later werd omgezet in W.Z.C. En in de jaren zestig van de vorige eeuw werd het zwembad beschikbaar gesteld voor schoolzwemmen van de Wapenveldse jeugd. De Polberg Eigenaresse van het hart van de Jacoba Hoeve werd in 1905 mevrouw M.J.

Bouman-de Lange uit Den Haag, die het landgoed aanhield als zomerverblijf voor zichzelf en haar echtgenoot. Hiermee kwam het landgoed in handen van de familie Stuyling de Lange. Aanvankelijk verwierf mevrouw De Lange alleen het oostelijk gelegen Jacoba Park (24 hectare). Vrijwel direct na de aankoop wijzigde mevrouw De Lange de naam van het landgoed in De Polberg, naar de top van de dekzandrug op het westelijke deel (+ 22,9 meter NAP). Besloten werd om het bestaande huis, met uitzondering van de rechtervleugel, af te breken. In de plaats daarvan werd een aanzienlijk groter huis gebouwd, dat één geheel vormde met de oude rechtervleugel. In 1910 werd de huidige boswachterswoning gebouwd en wat later - op enige afstand van het landhuis - een tennisbaan. In 1917 werd ook het westelijke bosperceel van 28 hectare aangekocht. Hiermee kreeg het landgoed zijn tegenwoordige oppervlakte en vorm. In de periode tot de Tweede Wereldoorlog werd landgoed De Polberg verder uitgebreid: door aankoop van het Groot Stokkert (20 hectare), het Klein Stokkert (40 hectare) en de Kamperklippen (40 hectare) bedroeg de oppervlakte in 1940 circa 150 hectare en was De Polberg groter dan het landgoed dat de heer Boele in 1900 achterliet. In de Tweede Wereldoorlog had De Polberg het zwaar te voorduren, doordat het landgoed werd aangemerkt als vijandelijk gebied en werd gevorderd door de S.S..

Na de Tweede Wereldoorlog werd het landgoed langzaam weer opgebouwd. Aanvankelijk deed het nog dienst als zomerverblijf, maar vanaf 1961 - toen de heer A.P.H. Stuyling de Lange De Polberg ging beheren - werd het een permanent woonverblijf. Groot Stokkert Het Groot Stokkert werd in de jaren 1970 door de heer A.P.H. Stuyling de Lange verkocht aan het Nationaal Reumafonds om er een aangepast vakantiecentrum te realiseren. In de loop der jaren breidde Groot Stokkert behoorlijk uit. Het aantal bungalows en appartementen vermeerderde, dankzij een anonieme schenker werd er een zwembad gebouwd en er kwam een kinderboerderij. De laatste twee werden respectievelijk geopend door prinses Beatrix en televisiester Mies Bouwman. Het landschapspark is tegenwoordig nog beperkt herkenbaar en wordt gebruikt als wandelgebied vanuit de zorgbungalows.

>>

Van de oorspronkelijke driedeling in de Wapenveldse landgoederenzone, bosbouw, landbouw en zorg en onderwijs, is op het eerste gezicht ruimtelijk niets meer over. Toch is landgoed Petrea nog steeds een bosbouwlandgoed en wordt op het voormalige landgoed De Dreef na 165 jaar nog steeds zorg en onderwijs geleverd. De landbouwcomponent van de Jacoba Hoeve is honderd jaar geleden al verdwenen, maar de oorspronkelijke driedeling wordt hier in de nabije toekomst wellicht hersteld als natuurbegraafplaats.

Begrenzing van de Wapenveldse landgoederenzone

Wap e

nve lds

eM

olen weg

Petrea

Kamperweg

Wapenveld

Gro te W eg

Jacoba Hoeve

Buitenzorg

1850-1900

Wap e

nve lds

eM

olen weg

Petrea

Wapenveld

Winfried

Gro

Zwolse Bos

te W eg

Kamperweg

Polberg

Dreef

1900-1945

Wap e

nve lds

eM

olen weg

Petrea

Groot Stokkert Maxiesbergen Dreef

te W eg

Winfried Zwolse Bos

Zwolse Bos

1945-2015

Polberg

Gro

A50

Kamperweg

Wapenveld Zwolse Bos

SE N

WE G

NVE

LDS

CH

EM OL E NW EG

WE G

DE

NI EU

WE H

ES

WA PE

DE MO LE N

HES S

Waterplasberg

KA TE SC

EN WE G

HE

N DE WEG VA

"

DE O

UD E

ATTEM NAAR H

Filipsberg (2)

Filipsberg (1)

"

HEIDE

Petrea

"

Grintenberg

WEG VAN HET HATTEM ERBROEK NA P DE KAM

LAKW DE B

EG

Witte B

ENSCHE

"

WEG

"

Stoofberg

Hooge Berg

"

Steenbergen

Zwolsche Bos

"

Pol Polberg

EG SCHE W ENVELD DE WAP

Winfried

"

Groot Stokker

#

DE H

OO R

NS

CH ET

Maxiesbergen

UR FW EG

Zwolsche Bos Tonnenberg DE H

OO R

NS

Dreef

CH EW EG

Voorbergen

WE HET HATTEMER

GJE

#

VELD K

AM P S

CHE

WEG

OVERZICHTSKAART A

##

HEIDEVELDEN EN SCHAAPSHERDERS (1000-1850)

HATTEMSC HE WEG DE KL

OOS T ER

DIJK

LEGENDA Ondergrond (voor 1850) DE KLOOSTER

Oude Molenberg

DIJKHeide

Hakhout

Stuifzand

Water

Bouwland

Weiland

Bos K STRAAT SCHE BROE DE LUTTER

#

AAR WAPENVELD

Elementen (voor 1850)

Berg

Grindgroeve (aanwezig)

Karrenspoor (herkenbaar)

#

Schaapskooi (verdwenen)

Leemkuil (aanwezig)

ES

ERKOO

EG FW RA A

" "

G LA DE

D DE WIL

#

NBU MANE

PERDIK

Weg (ged. aanwezig)

A TR G WE AT

TSCHE T STRAA

lberg OL LE

#

EG

VA N

AR N

HE M

NA

AR

ZW

# #

GR O

OT

EW

#

Flessenberg

Wapenveld # AL DIJK

#

rt

## #

DE REVELINGSCHE

OPDRACHTINFORMATIE Begrenzing

DE KAN A

Hondenberg

WEG

Landgoederenzone 2015 (globaal) WEG EEDE DE BR

#

W

ET ER

IN G

S

DI

JK

Top10NL (1:10.000), Bonnebladen (1865-1934) (1:25.000; Kadasterkaart 1832 (1:5.000).

HE

DE

G WE

DE GEMEENTE STEEG

PE WA

C DS EL NV

RK KE

NI EU

W E

#

TERINGS DIJK DE GROOTE WE

Bronmateriaal

##

Schaal 0

1:15.000 op A3-formaat

200

Cartograaf

400

LEIG

DE KLA P

T TRAA HE S R GS C

600 m

A DE K

LKO IDDE DE M

Martijn Horst, Cultuurland Advies, 2015.

OP S

CHE

WEG

Waterplasberg ! Filipsberg (2)

Filipsberg (1)

Petrea

"

#

Grintenberg

' 18

19

7

Witte Be 17

15

16

10

12 12a

14 13

Stoofberg

Hooge Berg

9

8

11

Steenbergen

! Zwolsche Bos

!

Polberg

Polberg

!

%

Winfried

Groot Stokke

Maxiesbergen

Tonnenberg

Zwolsche Bos

! !

Dreef

'

OVERZICHTSKAART B LANDGOEDERENZONE (1850-2015)

LEGENDA Elementen (1850-2015)

Oude Molenberg

erg 6

5 4 3

2

% Pompstation, Verdwenen Bebouwing, Verdwenen # Schaapskooi, Verdwenen ! Poel, Aanwezig " Steenoven, Verdwenen ! Kanovijver, Aanwezig ! Toren, Verdwenen ' '

'

1

'

Bebouwing, Aanwezig

Aarden wal, Aanwezig

Landgoedweg, Verdwenen

Bosbouwweg, Aanwezig

Parkweg, Aanwezig

Bosbouwweg, Verdwenen

Parkweg, Verdwenen

Landgoedweg, Aanwezig

Spoorweg, Verdwenen

Moestuin, Aanwezig

Proefveld, Verdwenen

' '

d

! '' '

Flessenberg

Wapenveld

'

!

ert

Hondenberg

OPDRACHTINFORMATIE Begrenzing Landgoederenzone 2015 (globaal) Bronmateriaal Top10 (2013) (1:10.000), Bonnebladen (1865-1934) (1:25.000), Gelria (1866) (1:50.000),TMK (1888) (1:50.000), Topografische kaart (1950, 1960, 1970) (1:25.000). Schaal 0

1:15.000 op A3-formaat 200

400

600 m

Cartograaf Martijn Horst, Cultuurland Advies, 2015.

24

3. De toekomst in met de landgoederenvisie (2016-2030) Inleiding In de 165 jaar dat de Wapenveldse landgoederenzone bestaat is het landschap verschillende keren veranderd. Van domeingronden, die uit heidevelden en stuifzanden bestonden, naar drie grote landgoederen, die zich afzonderlijk richten op bosbouw, landbouw en zorg, tot een inbreiding met buitenplaatsen, waarbij grote monumentale villa’s werden toegevoegd. Een rijke erfenis van landgoedstructuren en verhalen over eigenaren tekende zich in die perioden op. Met een gezamenlijke landgoederenvisie moet het volgende hoofdstuk van de landgoederenzone worden geschreven. Doelstelling daarbij is dat dat de landgoederenzone voor de lange termijn weer toekomstbestendig wordt. Dat betekende voor de landgoedeigenaren vooral een zoektocht naar nieuwe verdienmodellen, een goede balans met maatschappelijke opbrengsten en een respectabele omgang met het verleden. Met name voor de eerste twee opgaven kan worden geconcludeerd dat deze al een aantal jaren een negatieve balans hebben. Met een lange termijnvisie moet deze onbalans worden omgedraaid tot een win-winsituatie. Verbinding maken Geografisch gezien moet daarbij de ‘verhokking’ van de landgoederenzone tot stilstand worden gebracht. Vervolgens moeten op allerlei niveaus weer verbindingen worden gelegd. Vaak is daarbij het ophalen van historische verbanden al voldoende.

Niet alleen tussen de landgoederen zelf, maar vooral ook met het dorp Wapenveld en omgeving.

“Kunnen we een tijdspad uitstippelen, waarbij de landgoederenzone ook bijvoorbeeld over vijftig jaar nog duurzaam in stand is?" Hans Stuyling de Lange (landgoed De Polberg).

“In een later stadium is het belangrijk om ook het Ennerveld, Flip Hul en Bed & Breakfast ‘Nummer 21’ bij de plannen te betrekken." Jan Nitrauw, secretaris van de Stichting Recreatie

De historische driedeling van de landgoederenzone komt weer voorop te staan. Dat moet niet alleen het uiteenvallen van de landgoederenzone voorkomen, maar ook richting geven aan de toekomstige functies: bosbouw (Petrea), natuurbegraven (voormalig Jacoba Hoeve) en zorg en onderwijs (voormalig Buitenzorg). Vanuit die driedeling worden dan weer (historische) verbindingen gelegd,

Analyse op vijf niveaus Met deze gedachte werd samen met de landgoedeigenaren op vijf niveaus geanalyseerd wat de landgoederenzone nodig had. Ingebrachte ideeën lagen daardoor langs een interdisciplinaire meetlat. Daarbij werd:  op zoneniveau geanalyseerd of de ideeën (meestal de maatschappelijke opbrengsten) een positieve impact hadden op de zone in het geheel;  op structuurniveau geanalyseerd of de ideeën (meestal de maatschappelijke opbrengsten) bijdroegen aan de historische driedeling van de zone;  op landgoedniveau geanalyseerd of de ideeën bijdroegen aan het nieuwe verdienmodel van de landgoedeigenaren;  op beleidsniveau geanalyseerd of de ideeën binnen het bestaande overheidsbeleid kunnen worden uitgevoerd;  op uitvoeringsniveau geanalyseerd of de ideeën binnen de bestaande ambtelijke, bestuurlijke en politieke constellatie haalbaar zijn.

25

Financiële opbrengsten

A. Cultuur en erfgoed B. Bosbouw en pacht C. Natuur en natuurbegraven D. Zorg en onderwijs E. Recreatie en toerisme

Maatschappelijke opbrengsten

Visie, ambitie en uitvoeringsopgaven Geschikte ideeën werden opgenomen in de lange termijnvisie. Om de visie overzichtelijk te houden zijn de ideeën teruggebracht naar vijf overkoepelende thema’s. Deze vijf thema’s zijn opgedeeld in dertien ambities. Op deze manier ontstaat er een logische visie met voor de lange termijn vijf thema’s en dertien ambities en voor de korte en middellange termijn 35 uitvoeringsopgaven.

Duidelijk werd dat bij de Wapenveldse landgoederenzone voor de lange termijn vijf thema’s konden worden onderscheidden. Vijf thema’s die in elkaar grijpen. Wanneer deze vijf thema’s (weer) met elkaar in balans worden gebracht dan is de landgoederenzone weer toekomstbestendig. Drie thema’s moeten met een verdienmodel ervoor zorgen dat de maatschappelijke opbrengsten in alle vijf de thema’s tot hun recht komen.

Vooruitgang boeken Bij de landgoedeigenaren werd met regelmaat het realiteitsbesef geuit dat de negatieve spiraal moet worden omgedraaid. Zonder een omslagpunt met vijf thema’s die in elkaar grijpen zal de werkgelegenheid afnemen, komen er minder activiteiten en zal de binding met het dorp Wapenveld nog minder worden. Met de vijf thema’s, dertien ambities en 35 uitvoeringsopgaven is het juist mogelijk om het omgekeerde te bewerkstelligen. Landgoederen zullen investeren, de werkgelegenheid gaat omhoog, de volledige zone wordt opengesteld, de natuurkwaliteit zal toenemen en de binding met het dorp krijgt een impuls. 200 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0

“Als landgoederenzone moeten we nu doorpakken. De urgentie is hoog, alle eigenaren zijn bij elkaar en we hebben dezelfde motivatie." Paul Bijleveld van Groot Stokkert (onderdeel van voormalig landgoed De Dreef en De Polberg).

Heden (2016)

Niets doen (2030)

Uitvoering van de visie (2030)

De voor- of achteruitgang van de landgoederenzone is schematisch weer te geven. In het blauw de nulmeting uit 2016. In het groen de ambitie van de landgoedeigenaren om de landgoederenzone weer vorm te geven. In het rood de verwachte achteruitgang als op dezelfde voet wordt doorgegaan.

26

3.1 Cultuur en erfgoed (A) Initiatieven

De geschiedenis van de Wapenveldse landgoederenzone is een geschiedenis die nog maar bij weinig (lokale) mensen bekend is. En dat terwijl de ruimtelijke kwaliteiten van de landgoederenzone zich in het verleden konden meten met de meeste andere landgoederenzones in Gelderland en daarbuiten. Zo is de historische driedeling van zorg en onderwijs, landbouw en bosbouw nog in grote mate aanwezig, zijn er nog een drietal monumentale hoofdhuizen bewaard gebleven en heeft de landgoederenzone unieke elementen, waaronder een reeks Engelse landschapsparken van bijna twee kilometer breed, een nog intacte vooroorlogse gasvrije schuilkelder en een lanenstelsel dat alle landgoederen met elkaar verbindt. Daarnaast is de gehele kunstcollectie van één van de landgoedeigenaren bewaard gebleven in het Gemeentemuseum Den Haag. Het is unaniem de wens van alle landgoedeigenaren dat de geschiedenis van de landgoederenzone wordt geconserveerd en voor toekomstige generaties bewaard en beschikbaar blijft. Dat geldt zowel voor fysieke elementen als voor de verhalen en voor grote projecten, maar zeker ook voor kleine.

“De historische driedeling in de landgoederenzone van zorg en onderwijs, landbouw en bosbouw is nog in grote mate aanwezig." Paul Bijleveld van Groot Stokkert (onderdeel van voormalig landgoed De Dreef en De Polberg).

Ambities

A1. Versterken van de historische driedeling van de landgoederenzone A2. Herstellen en conserveren van oorspronkelijke, cultuurhistorische waarden A3. De veelzijdige geschiedenis van de landgoederenzone uitdragen in kleine en grote culturele projecten

Beleidsanalyse

De gemeente Heerde heeft voor de vakgebieden cultuur en erfgoed geen afzonderlijk beleid opgesteld. Wel staat in hun Structuurvisie 2025 dat de gemeente op de lange termijn inzet op een “brede waaier aan kunstprojecten, lezingen of workshops, kunstateliers, muzikale evenementen in historische gebouwen”. Het opzetten van kleine en grote culturele projecten, zoals een dependance van het Gemeentemuseum Den Haag, zou hier prima inpassen. Daarnaast hoopt de gemeente in dezelfde visie dat in 2025 “het landschap heel wat mensen op de been brengt”. Het herstellen en openbaar stellen van de Wapenveldse landgoederenzone zou daar in grote mate aan bij dragen. Vanaf 2016 heeft de gemeente Heerde een beperkt budget beschikbaar voor gemeentelijke monumenten. Omdat de gebouwen van de landgoederen nog niet definitief op de gemeentelijke monumentenlijst zijn geplaatst kan dit budget (vooralsnog) niet worden gebruikt voor de gebouwen op de landgoederen. De provincie Gelderland ondersteunt met de Regels Subsidieverstrekking Landschap gemeenten en landgoedeigenaren bij het planmatig realiseren van landschapsplannen. In hoofdzaak richt de regeling zich op aanleg en herstel van landschapsstructuren. Daarnaast worden activiteiten ondersteund om de beleving en actieve betrokkenheid van burgers bij het landschap te vergroten.

De regeling staat open voor gemeenten en landgoedeigenaren in héél Gelderland. De looptijd van de regeling is tot april 2017. Er is 1,75 miljoen per jaar beschikbaar voor projecten waarmee doelstellingen uit landschapsplannen en landgoedplannen gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast is de provincie op dit moment bezig om het beleid voor de vakgebieden cultuur en erfgoed te herzien voor een nieuwe periode. In de oude regeling konden de uitvoeringsopgaven van alle drie de ambities meedoen met de subsidieregeling van dit beleid. Het is afwachten of

“In de collectie van Van der Meulen zitten schilderijen van grootmeesters als Van Gogh, maar ook bijvoorbeeld schilderijen van molen De Vlijt in Wapenveld. Het zou prachtig zijn om de gehele collectie weer in Wapenveld te laten zien aan het publiek." Roel Docter, voorzitter van de Stichting Recreatie Wapenveld.

27

dat in de nieuwe regeling (vanaf 2017) ook het geval is. Laagrentende leningen kunnen vanuit dat beleid waarschijnlijk ook weer worden toegekend. Verder heeft de provincie Gelderland een samenwerkingsverband met Stichting Landschapsbeheer Gelderland over de inzet van vrijwilligersgroepen (nog onduidelijk of dit na 2015 ook doorgaat) waar de Wapenveldse landgoederenzone zich ook voor in kan schrijven. Om de kwaliteit van het groene erfgoed te waarborgen heeft de provincie daarnaast voor hoveniers de kwaliteitsregeling Groene Gelderse Voet opgezet. Dit is echter nog geen verplichting vanuit de subsidieregeling, maar levert vooral kennis en kunde aan. Als laatste is de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed haar Visie Erfgoed en Ruimte (inclusief subsidieregeling) aan het bijstellen. Zij geven voor hun programmalijn Natuur aan dat “bij natuurbeheer structureel rekening gehouden moet worden met de cultuurhistorische waarden van het landschap”. De combinatie tussen cultuurhistorie en (toekomstige) natuurwaarden uit het uitvoeringsprogramma van de Wapenveldse landgoederenzone past daar heel goed in.

“Landgoed Petrea ligt aan het eind van een 20 km-reeks van paraboolduinen uit de laatste ijstijd. Op Petrea ligt er één in de heide, waardoor de hoefijzervorm daar prachtig zichtbaar is." Ciska van der Genugten van Geldersch Landschap & Kasteelen (landgoed Petrea).

3.2 Bosbouw en pacht (B) Initiatieven

Waar voorheen bosbouw, pacht en verhuur op meerdere landgoederen een belangrijke bron van inkomsten waren, is dat nu alleen nog het geval op Petrea (bosbouw, pacht en verhuur) en De Dreef (verhuur). Deze kwantitatieve afname over het geheel betekent niet dat Petrea en De Dreef in de toekomst ook hun bosbouw, pacht en verhuur af zullen bouwen. Sterker nog: in de toekomst zal voor een zelfstandige exploitatie van het bezit het noodzakelijk zijn om bosbouw, pacht en verhuur te optimaliseren.

“Het hout dat op landgoed Petrea wordt geoogst is van hoogwaardige kwaliteit."

Ambities

Leo Cleiren van Geldersch Landschap & Kasteelen (landgoed Petrea).

B1. Beheer en instandhouding van bos, natuur en landschap middels optimale exploitatie B2. Beheer en instandhouding van gebouwen en terreinen door uitgifte aan derden

Beleidsanalyse

De gemeente Heerde en de provincie Gelderland hebben voor bestaande bosbouw, pacht en verhuur geen afzonderlijk beleid opgesteld. Wel kunnen de ecologische doelen van de provincie Gelderland in enkele gevallen in strijd zijn met een optimale houtopbrengst. Daarvoor is Geldersch Landschap & Kasteelen al in gesprek met de provincie Gelderland en wordt een apart raamcontract opgesteld.

28

3.3 Natuur en natuurbegraven (C) Initiatieven

Door de uitgestrekte bossen van Geldersch Landschap & Kasteelen en Staatsbosbeheer en het, in 2011 over de A50 aangelegde, ecoduct Tolhuis is de Wapenveldse landgoederenzone een belangrijke schakel in de ecologische verbindingszone van de Hattemer Poort. Het is deze verbinding, die het mogelijk maakt dat wild in de toekomst vrij vanaf de Oost-Veluwe naar de IJsselvallei kan trekken. Voordat het zover is, is er op lokaal niveau nog veel werk te verzetten, waardoor de zone op regionaal niveau functioneert. De eigenaren van de Wapenveldse landgoederenzone willen hier graag hun steentje aan bijdragen. Zo wil Geldersch Landschap & Kasteelen het toerisme op hun landgoed Petrea zoveel mogelijk zoneren, zodat de Hattemer Poort optimaal werkt. Het oude landgoedwegenstelsel kan daar wellicht sturend in zijn. Daarnaast zijn ze bezig om de bestaande heideterreinen met elkaar te verbinden. Dat gebeurt door corridors van ongeveer zes meter breed langs het pad vrij te maken van houtopstanden.

“Wij willen toerisme zoveel mogelijk zoneren, zodat de Hattemer Poort optimaal werkt." Leo Cleiren van Geldersch Landschap & Kasteelen (landgoed Petrea).

Verreweg de grootste slag op natuurgebied kan worden gemaakt door de landgoederen De Polberg en Winfried. Obstakels zijn nu vooral de afrasteringen rondom de eigendomsgrenzen en de lage natuurwaarde in de productiebossen. Beide eigenaren willen inspelen op de veranderende vraag van uitvaart en hebben plannen hun landgoed om te vormen naar natuurbegraafplaats. Nu nog grote oppervlaktes met monotone productiebossen worden daarmee omgezet naar hoogwaardige natuur. Daarmee zal in één keer meer dan 52 hectare rastervrije natuur aan de ecologische verbindingszone worden toegevoegd. Bedoeling is om op termijn de natuurgebieden van beide landgoederen aan te laten sluiten op Petrea en het Zwolsche Bos van Staatsbosbeheer. De inkomsten van de natuurbegraafplaatsen moeten vervolgens voor de continuïteit van de natuurgebieden zorgen. Ambities

C1. Inspelen op de veranderende vraag van uitvaart C2. Verbinding zoeken met elkaar voor het creëren van lokale natuurwaarden C3. Als landgoederenzone aansluiten bij de regionale natuuropgave van de Hattemer Poort uit het Gelders Natuur Netwerk (GNN)

Beleidsanalyse

Op dit moment is een natuurbegraafplaats op landgoed De Polberg dan wel landgoed Winfried in strijd met het conceptbeleid Natuurbegraven van de provincie Gelderland. 1 Aan beide landgoederen zijn vanuit de provinciale Omgevingsvisie namelijk hoge natuurwaarden toegekend. Zo maken beide landgoederen deel uit van het Natura 2000 gebied Veluwe. Beide landgoederen behoren daarnaast volledig tot het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en gedeeltelijk tot de Groene Ontwikkelingszone (GO). Ingrepen in het GNN zijn alleen mogelijk wanneer er geen reële alternatieven zijn of een groot maatschappelijk belang in het geding is. Omdat het college van Gedeputeerde Staten (GS) van Gelderland tegemoet wil komen aan een groeiende maatschappelijke behoefte is onlangs besloten om natuurbegraven als nieuwe functie in het GNN onder strikte voorwaarden wel toe te gaan staan. Met deze 1

Feitelijk kan een natuurbegraafplaats ook onder de huidige Omgevingsvisie worden gegund.

“De grootste ambitie voor de Hattemerpoort is het tegengaan van versnippering waardoor het gebied weer één geheel wordt.” Gemeente Heerde in haar Structuurvisie 2025.

29

beleidsnotitie Natuurbegraven wijkt GS af van het huidige beleid, waarin nieuwe functies in het GNN slechts bij grote uitzondering worden toegestaan. Deze beleidsnotitie gaat naar verwachting de basis vormen voor de uitwerking in de provinciale Omgevingsvisie en verordening, die in het najaar van 2016 wordt geactualiseerd. Het concept is nog niet vrijgegeven en het vraagstuk daarbij is nog steeds of er crematie-as kan worden verstrooid, of er voorzieningen, zoals parkeerplaatsen, aangelegd kunnen worden en wat de limiet wordt wat betreft het aantal graven per hectare dat in het GNN wordt toegestaan. Een zeer beperkt aantal graven zou het verdien- en beheermodel zodanig limiteren dat omvorming niet meer realistisch is. Het college van B en W van de gemeente Heerde heeft zich ten aanzien van beide initiatieven al in 2013 positief uitgesproken. 2 De Polberg en Winfried kregen in 2015 vervolgens een positieve grondhouding. 3 Dit betekent dat het college in beginsel potentie ziet in de initiatieven en met de gemeenteraad, andere overheden en de samenleving de mogelijkheden wil verkennen. In het verlengde daarvan heeft het college eind 2015 een brief aan Gedeputeerde Staten gestuurd, waarin werd gevraagd om het concept van de provinciale beleidsnotitie Natuurbegraafplaatsen niet onaangetast te integreren in de provinciale Omgevingsvisie.

Het college heeft gevraagd om een provinciaal beleidskader, dat voorziet in een integrale afweging van gebiedskwaliteiten. Op deze manier moeten zowel De Polberg als Winfried, als ‘cultuurhistorisch, landschappelijk en ecologisch waardevolle landgoederen’, de ontwikkeling krijgen die ze verdienen. 4 Dat idee wordt overgenomen door de provincie. "Als initiatiefnemers ook investeren in het versterken van die natuur leidt dat tot wederzijdse win-winsituaties", vindt gedeputeerde Jan Jacob van Dijk. "Het vraagt creativiteit om deze activiteiten mogelijk te maken zodat ze niet ten koste gaan van de kwaliteit of kwantiteit van de natuur. Ik wil dit onderzoeken en ga daarover in gesprek met onze Provinciale Staten." 5 Verwachting is dat de definitieve aanpassingen van de provinciale Omgevingsvisie eind 2016 worden doorgevoerd. Ondertussen heeft wethouder Gerrit van Dijk van de gemeente Heerde in februari 2016 aan beide landgoederen gevraagd of ze ook samen kunnen optrekken, waardoor er één natuurbegraafplaats zou ontstaan. Dat laatste zou betekenen dat de oorspronkelijke driedeling van de landgoederenzone weer terugkomt. Al is dat dan wel met een nieuwe component: van ‘bosbouw, landbouw en zorg’ naar ‘bosbouw, natuurbegraven en zorg’.

2

Brief van de gemeente Heerde van 4 november 2013 in zaaknr. 234420. Brief van de gemeente Heerde van 24 december 2015 met kenmerk 265213/304479. 4 N. Haverkamp (2015). Advies aan het college. Provinciale beleidsnotitie natuurbegraafplaatsen i.r.t. duurzame instandhouding landgoederen te Wapenveld. [Heerde]. 5 [Anoniem]. 'Natuurbegraven moet winst voor natuur opleveren'. In: De Stentor, 18 februari 2016. 3

“Het is niet reëel om cultuurhistorische en landschappelijke waardevolle landgoederen te Wapenveld enkel te beschouwen als bestaand natuurgebied en vanuit dit oogpunt relatief zwaar te beschermen.” College van B en W van de gemeente Heerde in haar brief aan Gedeputeerde Staten van Gelderland.

30

3.4 Zorg en onderwijs (D) Initiatieven

Vanaf het moment dat de landgoederenzone in 1850 werd opgericht was het landgoed De Dreef dat zich specialiseerde in zorg. Destijds nog onder de naam ‘Buitenzorg’. Zorg is dan ook één van de drie historische componenten van de landgoederenzone en dat is tot op het heden terug te zien. Tegenwoordig biedt het Sprengen College arbeidstoeleiding, dagbesteding en onderwijs aan, heeft Groot Stokkert een groot zorgcentrum en vangt Maxiesbergen kinderen en dieren in nood (stichting KiDiNo) op. Daarnaast zijn enkele gebouwen in gebruik voor verslaafdenzorg. De komende jaren willen de huidige eigenaren, die op het grondgebied van het voormalige landgoed Buitenzorg liggen, doorbouwen op die zorgtraditie. Zo willen het Sprengen College en landgoed Maxiesbergen kwetsbare doelgroepen weer op weg helpen in de samenleving. Het Sprengen College wil dat doen door in combinatie met de andere landgoedeigenaren het landschap te verbeteren, zowel qua inrichting als onderhoud. Met hun arbeidstoeleiding en dagbesteding hebben ze de mankracht om daar op in te zetten. Ideaal zou zijn om de arbeidstoeleiding te combineren met het aansturen van vrijwilligersgroepen. Landgoed Maxiesbergen wil graag een officiële dierentuinvergunning voor hun dierenverblijf aanvragen. Dan kunnen ze met hun stichting KiDiNo ook dieren opvangen die nu op de positieflijst staan.

In Nederland is er namelijk een overschot van diersoorten op deze lijst en goede opvangmogelijkheden zijn daarom altijd welkom. Het mes snijdt daarbij aan twee kanten, want de dieren worden opgevangen en de (gehandicapte) kinderen vanuit KiDiNo krijgen (nieuwe) energie van de dieren.

“Wij hebben werkplaatsen voor houtbewerking, metaalbewerking, aanleggen van infrastructuur en onderhoud en beheer binnen de land-, tuin- en bosbouw " Bernhard van den Berg van het Sprengen College (onderdeel van het voormalig landgoed De Dreef).

Groot-Stokkert wil een uitbreiding van haar zorgcomplex met veertig tot vijftig permanente zorgeenheden. Dat houdt concreet in dat bij zelfstandig wonen allerlei zorg kan worden toegevoegd. Van lichte huishoudelijk hulp en maaltijdbereiding tot aan hulp bij dementie en palliatieve zorg. Echtparen hoeven dan in de laatste vijf tot tien jaar van hun leven niet meer te verhuizen, maar kunnen – ongeacht de zorgvraag van één of beide partners – bij elkaar blijven wonen. Met de huidige bezuinigingen in de zorg, en dan met name op de ouderentehuizen, is een dergelijk model waarschijnlijk onontkoombaar om druk van de samenleving te halen. Ambities

D1. Kwetsbare doelgroepen weer op weg helpen in de samenleving D2. Alternatief bieden voor de kwaliteitsafname in de gemeenschappelijke ouderenzorg

Beleidsanalyse

Binnen de Structuurvisie 2025 van de gemeente Heerde is het voormalige landgoed De Dreef onderdeel van de zoekzone Nieuwe Zakelijkheid en Gezondheid. De grens loopt dwars door Maxiesbergen. Daarbinnen – oorspronkelijk vanuit de Toekomstvisie 2025 – zelfs van de zoekzone Zorg/welness/recreatie. Deze zoekzones sluiten heel goed aan bij de ambities van de landgoedeigenaren. Zowel het grondgebied van het Sprengen College als van Maxiesbergen vallen volledig in deze laatste zone, Groot Stokkert voor het grootste gedeelte. Een gedeelte van het Sprengen College valt ook binnen het zoekgebied voor ‘mogelijkheid tot concentratie sportvoorzieningen’. Verder is Groot Stokkert in het Structuurbeeld Gemeente Heerde 2025 van de Structuurvisie 2025 als ‘bestaande verblijfsrecreatie’ ingetekend. Sprengen College en Maxiesbergen hebben het predicaat ‘Ontwikkelingsgebied recreatie en toerisme’ meegekregen.

“Het gemeentebestuur van Heerde zet in op ketenvorming rond care en gezondheid, cultuurhistorie en natuurtoerisme. " Gemeente Heerde in haar Toekomstvisie 2025.

31

De Structuurvisie 2025 geeft verder aan dat “zorgbehoevenden die niet langer zelfstandig kunnen wonen of mensen die behoefte krijgen aan meer gezelschap dankzij hedendaagse vormen van gemeenschappelijk wonen langer (dicht)bij vrienden en familieleden kunnen blijven wonen”. Daarnaast behoort in de toekomst “ook enkele dagen verpozen in een aantrekkelijk recreatieverblijf, gecombineerd met een wellnessarrangement en een bezoek aan een van de omliggende steden of dorpen tot de mogelijkheden”. De Toekomstvisie 2025 gaat in één van haar thema’s verder in op woonzorg. Aangeven wordt dat het aantal speciaal woon-zorgcomplexen in de toekomst zal toenemen. “Hierin kunnen mensen zelfstandig wonen, waar nodig zijn hulp en zorg aanwezig, maar er zijn bijvoorbeeld ook sociaal-culturele activiteiten, een informatiecentrum of een ouderenadviseur beschikbaar.” De ambitie van Groot-Stokkert wordt daarmee letterlijk in de Toekomstvisie 2025 beschreven. Toch is er in de Toekomstvisie 2025 voor hetzelfde gebied ook een ander geluid te horen, namelijk dat het plaatsen van nieuwe woningen niet is toegestaan, “tenzij er sprake is van functieverandering en de functie wonen minder invloed heeft op de functie natuur en landschap dan de oorspronkelijke functie”. Dat zal te maken hebben met de provinciale natuurdoelstellingen.

En ondanks dat Groot Stokkert niet binnen de zwaardere bescherming van Natura 2000 valt, ligt het toch nog net binnen het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het lijkt voor Groot Stokkert dan ook van belang om bij hun plannen voor permanente zorgwoningen binnen de Groene Ontwikkelingszone (GO) van het GNN te blijven. Tenzij het plan in het geheel het GNN kwalitatief verbeterd.

“Met de huidige bezuinigingen in de zorg, en dan met name op de ouderentehuizen, is een permanent zorgmodel onontkoombaar om alleen al de druk van de samenleving te halen." Paul Bijleveld van Groot Stokkert (onderdeel van voormalig landgoed De Dreef en De Polberg).

Als laatste heeft de gemeente Heerde haar Woonvisie Heerde 2015-2025 uitgebracht. Daarin staat dat in de regionale visie in Heerde circa 130 extra woningen nodig zijn vanwege de extramuralisering van de zorg. Bestaande zorginstellingen geven aan dat zij zich zullen inspannen om bestaande zorgkamers in de gebouwen ombouwen tot woningen. De essentie is daarbij om iedereen zo lang mogelijk in zijn of haar woning te kunnen laten wonen en daarnaast voldoende bijzondere woonruimte beschikbaar te hebben om degenen die niet meer zelfstandig thuis kunnen wonen van passende woonruimte te voorzien. Om hierin te voorzien is naast geschikte woonruimte ook een passende zorg- en welzijnsinfrastructuur nodig. Zorg- en woonzorgaanbieders moeten het initiatief nemen om in de vraag te voorzien. Voor zowel het Sprengen College, Maxiesbergen als Groot Stokkert geldt dat het, vanuit de Toekomstvisie 2025, de aanbeveling verdient “om de functies wonen, zorg, educatie, recreatie, onderwijs, maatschappelijk, sport en toerisme meer met elkaar te verbinden”. Wanneer het lukt om dit als zone op te pakken dan zet de gemeente Heerde in op “ketenvorming rond care en gezondheid, cultuurhistorie en natuurtoerisme. Een samenwerkende ketenstructuur van care, recreatie, onderwijs en bedrijfsleven wordt gestimuleerd.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=a2794574-03a8-425f-9f2b-eaaba902c97f