18.6. Flora en fauna onderzoek.pdf
Tekst van het document
Quickscan Natuur en Voortoets Natura 2000
Landgoed De Polberg en Landgoed Winfried Wapenveld
Rapport: 302967
Ons groene inzicht brengt uw groen in zicht! . . .
Colofon
1
Opdrachtgever Familie Stuyling de Lange Groteweg 23 8191 JS WAPENVELD
Dossiergegevens Dossiernummer:
302967
Uw referentie: Status rapport: Datum rapport:
v3.0 9 november 2020
Citeertitel:
Verhaar J., 2020, Quickscan Natuur en Voortoets Natura 2000, Landgoed De Polberg en Landgoed Winfried, Wapenveld, 302967, Cobra Groeninzicht Vianen (NB)
Projectteam Projectverantwoordelijke: Vakspecialist: Kwaliteitscontrole: Redactie:
Jasper Verhaar Jasper Verhaar Dries van Tuijn Dennis Slotboom Liesbeth Werts
Contactgegevens
Adres
Bedrijfsgegevens
info@Cobra-groeninzicht.nl www.Cobra-groeninzicht.nl T. 088 – 262 72 00
Cobra Groeninzicht Franssenstraat 66 5434 SJ Vianen (NB)
KvK Eindhoven 17232157 Btw-nr. NL 8199.70.220.B01 IBAN NL90 INGB 0008 5217 90
Landgoed De Polberg en Landgoed Winfried, Wapenveld
Inhoud Samenvatting
4
1
Inleiding
5
2
Situatie en planvorming
7
2.1 2.2
Projectgebied Bestaande situatie
7 7
2.3
Planvorming
8
3
Werkwijze 3.1 3.1.1 3.1.2 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2
4
Bureaustudie Quickscan Natuur Voortoets Natura 2000 Veldwerk Analyse Risicoanalyse quickscan Natuur Effectanalyse Voortoets Natura 2000
Quickscan Natuur
9 9 9 10 10 10 10 11
4.1 Gebiedsbescherming 4.1.1 Natura 2000 4.1.2 Gelders Natuurnetwerk (GNN) 4.2 Soortbescherming 4.2.1 Nationale Databank Flora en Fauna 4.2.2 Vogels
11 11 11 12 12 13
4.2.3 Europees beschermde soorten 4.2.4 Nationaal beschermde soorten 4.2.5 Voortplantings- en rustplaatsen van beschermde soorten 4.3 Houtopstanden
13 14 16 22
5
Voortoets Natura 2000 5.1 5.1.1 5.1.2
Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ Ligging Instandhoudingsdoelstellingen
5.2 Actuele natuurwaarden 5.2.1 Habitattypen 5.2.2 Habitatrichtlijnsoorten 5.2.3 Broedvogels 5.3 Effectanalyse 5.3.1 Potentiële storingsfactoren 5.3.2 Effectanalyse 6
9
Conclusie 6.1 6.1.1 6.1.2 6.2 6.2.1
Gebiedsbescherming Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ Gelders Natuurnetwerk (GNN) Soortenbescherming Vogels
23 23 23 23 25 25 26 26 26 26 26 31 31 31 31 32 32 1
6.2.2
Europees beschermde soorten (geen vogels)
6.2.3 Nationaal beschermde soorten 6.3 Houtopstanden 7
Advies 7.1 7.1.1 7.1.2 7.2 7.2.1
33 35 36
Gebiedsbescherming Natura 2000 Gelders Natuurnetwerk (GGN) Soortenbescherming Nader onderzoek
7.2.2 Maatregelen 7.3 Houtopstanden
2
33
36 36 36 37 37 38 39
8
Verklarende woordenlijst
40
9
Literatuurlijst
42
Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3.
Cv’s betrokken ecologen Foto’s situatie Juridisch kader Wet natuurbescherming
Bijlage 4. Bijlage 5. Bijlage 6.
Uitdraai Nationale Databank Flora en Fauna Toelichting storingsfactoren Natura 2000 Onderzoek stikstofdepositie
Rapport: 302967
Samenvatting Aanleiding en doel In opdracht van familie Stuyling de Lange hebben wij een quickscan Natuur en een Voortoets Natura 2000 uitgevoerd. Het gaat om projectgebied ‘Landgoed De Polberg en Landgoed Winfried’ in Wapenveld. Het planvoornemen betreft de realisatie van een natuurbegraafplaats. Daarbij konden negatieve effecten op beschermde soorten en gebieden op voorhand niet uitgesloten worden. U wilt weten hoe u moet handelen binnen het kader van de Wnb. Werkwijze Wij hebben een bureaustudie uitgevoerd en het projectgebied bezocht. Op basis van onze bevindingen hebben wij een risicoanalyse voor beschermde soorten en natuurgebieden uitgevoerd en een effectanalyse voor instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Conclusie en advies Voortoets Natura 2000 Het realiseren van de natuurbegraafplaats hoeft niet te leiden tot significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Een aanvullende passende beoordeling is dan ook niet nodig. Wel raden wij aan om de aanlegwerkzaamheden en de reguliere werkzaamheden vast te leggen in een ecologisch werkprotocol. Neem hierin aanvullende soortgerichte informatie op en de maatregelen die voorkomen dat beschermde soorten en hun verblijfplaatsen worden verstoord op.
Wet natuurbescherming onderdeel soortenbescherming Er zijn mogelijk jaarrond beschermde nesten van roofvogels en niet-jaarrond beschermde nesten van allerlei andere vogelsoorten, voortplantings- en/of rustplaatsen van kamsalamander, gladde slang, zandhagedis, vleermuizen, das, vos, wild zwijn, ree, marterachtigen, vliegend hert en algemener voorkomende kleine landzoogdieren, amfibieën en reptielen aanwezig in het projectgebied. Stel een ecologisch werkprotocol op en neem hierin aanvullende soortgerichte informatie en de maatregelen die voorkomen dat beschermde soorten en hun verblijfplaatsen worden verstoord op. Wet natuurbescherming onderdeel houtopstanden Op velling van bomen kan de meld- en herplantplicht in het kader van de Wnb van toepassing zijn. Om te voorkomen dat meld- en herplantplicht Wnb en andere provinciale en gemeentelijke regels ten aanzien van houtopstanden worden overtreden, adviseren wij om de voorgenomen ontwikkelingen af te stemmen met gemeente Heerde en Provincie Gelderland. Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het projectgebied maakt grotendeels deel uit van het GNN. De beoogde ontwikkeling dient te voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld voor natuurbegraven. Hoe aan deze voorwaarden wordt voldaan, is door de initiatiefnemer in afstemming met de provincie Gelderland al bepaald. Een nadere toets is niet van toepassing.
4
Rapport: 302967
1
Inleiding In opdracht van familie Stuyling de Lange hebben wij een quickscan Natuur en een Voortoets Natura 2000 uitgevoerd. Het gaat om projectgebied ‘Landgoed De Polberg en Landgoed Winfried’ in Wapenveld, gelegen in de provincie Gelderland. Jasper Verhaar en Dries van Tuijn hebben een veldbezoek uitgevoerd op 5 maart 2020. Jasper Verhaar heeft de rapportage opgesteld en Dennis Slotboom heeft een inhoudelijke controle uitgevoerd. De cv’s van de bij dit rapport betrokken ecologen zijn bijgevoegd in bijlage 1. Aanleiding In 2015 heeft Cobra adviseurs een quickscan Natuur uitgevoerd vanwege de voorgenomen realisatie van een natuurbegraafplaats op Landgoed De Polberg in Wapenveld (ons kenmerk: 247200). Na enkele jaren te hebben stilgelegen, zijn de plannen nieuw leven ingeblazen en moet de quickscan opnieuw worden uitgevoerd. Het projectgebied is inmiddels uitgebreid met een deel van het naastgelegen Landgoed Winfried. Naast een actuele quickscan Natuur wil de initiatiefnemer op voorhand ook alvast een Voortoets Natura 2000 laten uitvoeren. Het projectgebied is namelijk voor het grootste deel onderdeel van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Doel quickscan Natuur Het doel van de quickscan Natuur is te bepalen of er beschermde soorten of de voortplantings- en/of rustplaatsen hiervan in het projectgebied of in de omgeving aanwezig zijn.
Ook kijken wij naar de ligging van het projectgebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden, zoals het Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000. Tot slot beoordelen wij of het onderdeel ‘houtopstanden’ uit de Wet natuurbescherming (Wnb) op het project van toepassing is. Op basis van de resultaten geven wij u aan of en welke vervolgstappen moeten worden genomen in het kader van de onderdelen soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden binnen de Wnb. Doel Voortoets Natura 2000 Uit de Voortoets Natura 2000 blijkt of er als gevolg van de activiteiten sprake kan zijn van negatieve effecten op Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Aan de hand van de conclusie uit de Voortoets Natura 2000 geven wij u aan of en welke vervolgstappen nodig zijn.
5
Hebt u na het lezen van dit rapport nog vragen? Neem dan contact op met Jasper Verhaar op telefoonnummer 088-262 72 00. Uw veelzijdig specialist,
Joost Verhagen Directeur
Vianen (NB), 9 november 2020
6
Rapport: 302967
2 2.1
Situatie en planvorming Projectgebied
Het projectgebied bevindt zich ten westen van de dorpskern van Wapenveld in gemeente Heerde. Het gaat om Landgoed De Polberg en een deel van Landgoed Winfried. Op afbeelding 1 is het projectgebied globaal gemarkeerd. Landgoed De Polberg (bovenste rode kader) en projectgebied Landgoed Winfried (onderste rode kader)
2.2
Bestaande situatie
Landgoed De Polberg Dit landgoed bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het in Engelse landschapsstijl ingerichte park naar oorspronkelijk ontwerp van Louis Paul Zocher. Dit deel betreft het oostelijk deel van het gebied en grenst aan de Groteweg. In dit deel bevinden zich het landhuis, de beheerderswoning en enkele opstallen. Daarnaast zijn in dit deel een siertuin en een ommuurde moestuin aanwezig. Het tweede deel van het landgoed betreft het westelijk deel. Dit deel kenmerkt zich door een meer natuurlijke indeling, waarin productiebos, enkele open plekken, enkele grote rododendronstruiken en onverharde paden het beeld bepalen. In dit deel zijn hoogteverschillen aanwezig. Landgoed De Polberg is afgesloten voor publiek, maar in het kader van wildbeheer zijn er soms jagers aanwezig. In bijlage 2 zijn foto’s van de situatie afgebeeld. Landgoed Winfried Dit landgoed heeft een meer natuurlijk karakter dat zich vooral kenmerkt door productiebos. In het zuidelijk deel van het projectgebied ligt een smalle, langgerekte heidestrook. Alleen in het noordelijk deel van het projectgebied is sprake van hoogteverschillen. Er zijn geen opstallen of tuinen aanwezig in dit projectgebied, maar er ligt wel een onverhard pad. Het beoordeelde gebied is afgesloten voor publiek, maar
7
in het kader van wildbeheer zijn er soms jagers aanwezig. In bijlage 2 zijn foto’s van de situatie afgebeeld.
2.3
Planvorming
Natuurbegraafplaats Het projectgebied Landgoed De Polberg en Landgoed Winfried wordt beschikbaar gemaakt als laatste rustplaats. Het productiebos wordt hierbij geleidelijk omgevormd tot hoogwaardig natuurbos. In het noordelijke deel van landgoed De Polberg wordt door beheer en omvorming aansluiting gezocht op het bestaande heideveld ten noorden van het projectgebied. De heidestrook op Landgoed Winfried blijft behouden. Historische tuin Het oostelijk deel van Landgoed De Polberg blijft als historische tuin gehandhaafd. Ook het landhuis, de beheerderswoning en de opstallen blijven behouden. De beheerderswoning gaat in de toekomstige situatie van het gas af en verwarming zal gasloos en haardloos plaatsvinden. De overige opstallen worden gebruikt voor een ontvangstruimte, een informatiecentrum en ten behoeve van opslag. Er worden parkeerplaatsen toegevoegd in een relatief dun met bomen begroeid gebiedsdeel nabij de beheerderswoning. Deze bosparkeerplaatsen komen tussen de bomen te liggen en bestaan uit halfverharding. Samenvatting uitgangspunten In het kader van de bovengenoemde ontwikkelingen hanteren wij de volgende uitgangspunten wat betreft voorgenomen activiteiten: • realiseren van natuurbegraven in bos- en heidegebied • • • •
toelaten van bezoekers; renoveren van opstallen; toevoegen van parkeerplaatsen; herstellen van een uitkijktoren
Op afbeelding 2 is de ontwerptekening van de nieuwe situatie weergegeven. Ontwerptekening nieuwe situatie
8
Rapport: 302967
3 3.1
Werkwijze Bureaustudie 3.1.1
Quickscan Natuur
Natuurwetgeving Wij hebben onderzocht of het projectgebied en de nabije omgeving onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of van Natura 2000-gebieden. Daarvoor hebben wij onder andere provinciale websites en de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit geraadpleegd. In bijlage 3 hebben wij de Wnb en de planologische bescherming van het NNN en Natura 2000 kort beschreven. Soortinformatie Om inzicht te krijgen in de actuele gegevens die beschikbaar zijn over het projectgebied en de omgeving, hebben wij websites geraadpleegd van onder andere RAVON, SOVON en de Zoogdiervereniging. Uiteraard hebben wij onze quickscan Natuur uit 2015 gebruikt als basis voor ons onderzoek. Nationale Databank Flora en Fauna Wij hebben gegevens opgevraagd over de aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten binnen het projectgebied op bij de Nationale Databank Flora en Fauna. Bomenverordening en APV Wij hebben gecontroleerd of voor het projectgebied een bomenverordening of APV van toepassing is.
3.1.2 Voortoets Natura 2000 Wij hebben gegevens verzameld over het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’, waaronder de voor het gebied aangewezen habitattypen en habitatsoorten. Daarnaast hebben wij gebruikgemaakt van de bevindingen uit onze eerder uitgevoerde quickscan Natuur over de mogelijke aanwezigheid van habitattypen en habitatsoorten.
9
3.2
Veldwerk Wij hebben een veldbezoek uitgevoerd om gegevens uit de bureaustudie in het veld te toetsen. Op basis van aanwezige biotopen en habitats hebben wij een zo goed mogelijke inschatting gemaakt van de aan- of afwezigheid van beschermde habitats, beschermde soorten en hun voortplantings- en rustplaatsen. Tijdstip en omstandigheden Jasper Verhaar en Dries van Tuijn hebben één veldbezoek uitgevoerd. In tabel 1 staan de datum van ons veldbezoek en de omstandigheden tijdens het veldwerk. Tabel 1.
3.3
Inventarisatieronde
Datum
Moment
Weersomstandigheden
5 maart 2020
Ochtend
Droog, 8⁰C, bewolkt, lichte wind
Analyse 3.3.1 Risicoanalyse quickscan Natuur Op basis van de uitgangspunten en de verzamelde gegevens uit onze bureaustudie en veldwerk hebben wij een risicoanalyse uitgevoerd. Op basis van de risicoanalyse hebben wij bepaald of de ingrepen leiden tot een conflict met de verbodsbepalingen in de Wnb.
3.3.2 Effectanalyse Voortoets Natura 2000 Op basis van de te verwachten storingsfactoren hebben wij bepaald welke effecten de voorgenomen activiteiten op het Natura 2000-gebied kunnen hebben. Vervolgens hebben wij de potentiële effecten van storingsfactoren uitgewerkt. Het onderzoek naar stikstofdepositie is aangeleverd door SAB.
10
Rapport: 302967
4 4.1
Quickscan Natuur Gebiedsbescherming 4.1.1
Natura 2000
Het onderdeel Natura 2000 is uitgewerkt in hoofdstuk 5 ‘Voortoets Natura 2000’.
4.1.2 Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het projectgebied maakt deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Provincie Gelderland hanteert het begrip Gelders Natuurnetwerk (GNN). De directe omgeving van de hoofdwoning, de ommuurde moestuin en enkele opstallen op Landgoed De Polberg maken geen deel uit van het GNN. In dit geval is sprake van overlap van Natura 2000gebieden en GNN-gebieden. Op afbeelding 3 is de ligging van het projectgebied (binnen de rode kaders) te zien ten opzichte van GNN-gebieden (gekleurde markeringen). Ligging projectgebied (rode kaders) ten opzichte van het Gelders Natuurnetwerk (bron: Provincie Gelderland)
Beheertypen De volgende beheertypen zijn aanwezig in het projectgebied: • N16.03 Droog bos met productie (bruine markering op afbeelding 3) • N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (geelgroene markering op afbeelding 3) •
N07.01 Droge heide (roze markering op afbeelding 3)
Uit ons veldbezoek blijkt dat dat de landschappelijke kenmerken van de bovengenoemde beheertypen ook daadwerkelijk in het projectgebied aanwezig zijn op de locaties zoals aangegeven op afbeelding 3.
11
Verkenningsgebied voorwaarden natuurbegraven In het GNN geldt in principe het ‘Nee, tenzij’-principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. Echter, in de Omgevingsverordening van de Provincie Gelderland wordt in artikel 2.47 genoemd dat een bestemmingsplan een natuurbegraafplaats binnen het ‘Verkenningsgebied voorwaarden natuurbegraven Gelders natuurnetwerk’ mogelijk kan maken, mits voldaan wordt aan de voorwaarden die in de Omgevingsverordening staan. Nagenoeg het hele projectgebied is onderdeel van het ‘Verkenningsgebied voorwaarden natuurbegraven en kleinschalige recreatie Gelders natuurnetwerk’. In plaats van het ‘Nee, tenzij’-principe is daarom in dit geval in wezen sprake van een ‘Ja, mits’-principe. De ligging van het projectgebied (rode kader) ten opzichte van dit verkenningsgebied (gekleurde markering) is weergegeven op afbeelding 4. Ligging projectgebied ten opzichte van het ‘Verkenningsgebied voorwaarden natuurbegraven en kleinschalige recreatie Gelders natuurnetwerk’ (bron: Omgevingsverordening Provincie Gelderland)
4.2
Soortbescherming 4.2.1 Nationale Databank Flora en Fauna Wij hebben gegevens over de aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten binnen het projectgebied opgevraagd bij de Nationale Databank Flora en Fauna. Hieronder volgt een samenvatting van de resultaten. De volledige uitdraai van de gegevens is aan dit rapport toegevoegd in bijlage 4. Samenvatting resultaten Van vleermuizen, landzoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen en libellen zijn in of nabij het projectgebied waarnemingen geregistreerd van Europees en nationaal beschermde soorten, maar naar deze groepen is niet altijd een volledige inventarisatie uitgevoerd. Er zijn geen beschermde dagvlinders in de database vermeld, ondanks wel volledig uitgevoerd onderzoek. Van vaatplanten, vissen en overige soortgroepen zijn geen vermeldingen in de database bekend, maar naar deze soortgroepen is ook niet altijd een volledige inventarisatie uitgevoerd. Tijdens ons veldbezoek ligt de focus daarom op alle groepen behalve dagvlinders.
12
Rapport: 302967
4.2.2 Vogels In het gebied hebben wij verschillende soorten vogels waargenomen, namelijk buizerd, havik, zwarte specht, houtsnip, groene specht, grote bonte specht, gaai, zwarte kraai, holenduif, houtduif, merel, koolmees, pimpelmees, roodborst, boomklever en goudhaan. Verder verwachten wij dat ook soorten zoals raaf, bosuil, sperwer, middelste bonte specht, kleine bonte specht, boomkruiper, spreeuw, ekster, kauw en verschillende soorten zwaluwen en kleine zangvogels in het gebied aanwezig zijn. Ook de in het kader van Natura 2000 aangewezen broedvogels wespendief, nachtzwaluw, draaihals, boomleeuwerik, duinpieper, roodborsttapuit, tapuit en grauwe klauwier kunnen voorkomen in en nabij het projectgebied.
4.2.3 Europees beschermde soorten Landzoogdieren Wij hebben geen Europees beschermde landzoogdieren waargenomen. De kans bestaat wel dat een wolf incidenteel in of in de buurt van het projectgebied aanwezig is, ondanks dat het projectgebied niet binnen het aangewezen leefgebied voor wolf ligt. Het projectgebied zelf is echter te klein en biedt onvoldoende dekking en rust om te functioneren als essentieel onderdeel van een leefgebied voor deze soort. Daarom laten wij de wolf verder buiten beschouwing. Op basis van ons literatuuronderzoek en omdat geschikte biotopen ontbreken, verwachten wij geen andere Europees beschermde landzoogdieren in of nabij het projectgebied. Amfibieën Wij hebben geen amfibieën waargenomen. Het is wel mogelijk dat kamsalamander aanwezig is in en in de nabijheid van een van de kleine vijvers in de historische tuin van Landgoed De Polberg. Kamsalamander is ook een in het kader van Natura 2000 aangewezen habitatrichtlijnsoort voor het projectgebied. Op basis van ons literatuuronderzoek en omdat geschikte biotopen ontbreken, verwachten wij geen andere Europees beschermde amfibieën in of nabij het projectgebied. Reptielen Wij hebben geen reptielen waargenomen. Het is wel mogelijk dat gladde slang en zandhagedis aanwezig zijn in de buurt van open plekken in het productiebos.
Op basis van ons literatuuronderzoek en omdat geschikte biotopen ontbreken, verwachten wij geen andere Europees beschermde reptielen in of nabij het projectgebied. Vleermuizen Wij hebben een laatvlieger aangetroffen achter een vensterluik van een opstal (zie foto 1 en afbeelding 5). Verder verwachten we dat in het projectgebied ook baardvleermuis, gewone grootoorvleermuis, gewone dwergvleermuis, franjestaart, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis aanwezig zijn. De kans op soorten als bosvleermuis, meervleermuis, tweekleurige vleermuis en watervleermuis is kleiner, maar niet volledig uit te sluiten. Meervleermuis is ook een in het kader van Natura 2000 aangewezen habitatrichtlijnsoort voor het projectgebied. Op basis van ons literatuuronderzoek verwachten wij geen andere vleermuissoorten in of nabij het projectgebied. Overige soortgroepen Wij hebben geen exemplaren uit Europees beschermde soortgroepen vissen, insecten, weekdieren en planten waargenomen. Deze zijn op basis van literatuuronderzoek en het ontbreken van geschikte biotopen ook niet te verwachten in of nabij het projectgebied.
13
Laatvlieger (rechts) achter vensterluik (bij gele pijl) van opstal (links)
Locatie aangetroffen laatvlieger achter vensterluik (gele stip)
4.2.4 Nationaal beschermde soorten Landzoogdieren Verspreid in het projectgebied hebben wij wroetsporen, pootafdrukken, haren, wol en uitwerpselen van wild zwijn aangetroffen (zie foto 2). Ook zijn er in het projectgebied pootafdrukken van ree en pootafdrukken, haren, uitwerpselen en schuursporen van edelhert (zie foto 3) aanwezig. Op verschillende plekken in het productiebos zijn wissels (loopsporen) en burchten van das aanwezig en ligplaatsen van ree en wild zwijn. In paragraaf 4.2.5 gaan wij verder in op de aangetroffen dassenburchten en ligplaatsen van ree en wild zwijn. Verder verwachten wij dat boommarter, bunzing, eekhoorn, egel, hermelijn, konijn, steenmarter, vos, wezel en muizensoorten zoals bosmuis, dwergspitsmuis, gewone bosspitsmuis, huisspitsmuis, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis en veldmuis in het projectgebied aanwezig kunnen zijn. Op basis van ons literatuuronderzoek en omdat geschikte biotopen ontbreken, verwachten geen andere nationaal beschermde landzoogdieren in of nabij het projectgebied.
14
Rapport: 302967
Sporen van wild zwijn: wol en haren (linksboven), ligplaats (linksonder), uitwerpselen (midden), wroetsporen (rechtsboven) en pootafdrukken (rechtsonder).
Sporen van edelhert: pootafdruk (linksboven), keutel (linksonder), schuursporen aan boom (rechtsboven) en haren (rechtsonder).
Amfibieën Wij hebben geen amfibieën waargenomen. Maar waarschijnlijk houden bruine kikker en gewone pad zich op in het gebied. In en in de nabijheid van de kleine vijvers in de tuin van Landgoed De Polberg kan ook kleine watersalamander aanwezig zijn. Op basis van ons literatuuronderzoek en omdat geschikte biotopen ontbreken, verwachten wij geen andere nationaal beschermde amfibieën in of nabij het projectgebied. Reptielen Wij hebben geen reptielen waargenomen. Het is wel mogelijk dat adder, hazelworm, en levendbarende hagedis voorkomen in de buurt van open plekken in het productiebos. Op basis van ons literatuuronderzoek en omdat geschikte biotopen ontbreken, verwachten wij geen andere nationaal beschermde reptielen in of nabij het projectgebied.
15
Kevers Wij hebben een mestkeversoort aangetroffen op Landgoed Winfried. Mestkevers zijn echter niet op Europees of nationaal niveau beschermd onder de Wnb. Wel is het mogelijk dat de keversoort vliegend hert voorkomt in het projectgebied. Vliegend hert is een op de Veluwe voorkomende soort die afhankelijk is van zowel staand als liggend dood hout. Dood hout is in het projectgebied veel aanwezig. Vliegend hert is ook een in het kader van Natura 2000 aangewezen habitatrichtlijnsoort voor het projectgebied. Planten Wij hebben geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Maar op het moment waarop wij het projectgebied hebben bezocht, zijn ook niet alle plantensoorten goed zichtbaar vanwege de winterperiode. Het is goed mogelijk dat dennenorchis aanwezig is in het projectgebied. Namelijk op beschaduwde plekken met een mos- of dunne humuslaag die een hoge luchtvochtigheid waarborgt (zie foto 4). Dergelijke plekken zijn in het productiebos van zowel Landgoed De Polberg als Landgoed Winfried aanwezig. Net buiten het projectgebied zijn in het verleden ook waarnemingen geregistreerd van dennenorchis. Verder bestaat de kans dat op zonnige plaatsen kleine schorseneer en rozenkransje voorkomt. Zonnige plaatsen zijn te vinden bij de veeweide en de open plekken (zie foto 4) in het productiebos op Landgoed De Polberg en bij de heidestrook op Landgoed Winfried.
Mogelijke groeiplaatsen van dennenorchis op beschaduwde, vochtige bosbodem (links) en van kleine schorseneer en rozenkransje op zonnige plaatsen (rechts).
Overige soortgroepen Wij hebben geen exemplaren uit overige nationaal beschermde soortgroepen vissen, kreeftachtigen, dagvlinders en libellen waargenomen. Deze zijn op basis van literatuuronderzoek en het ontbreken van geschikte biotopen ook niet te verwachten in of nabij het projectgebied.
4.2.5 Voortplantings- en rustplaatsen van beschermde soorten Grote nesten in bomen Wij hebben een groot nest aangetroffen hoog in een naaldboom aan de westzijde van het Landgoed De Polberg (zie foto 5 en afbeelding 6). Het is niet duidelijk of het om een bewoond nest gaat. Het nest is in potentie geschikt voor de in het projectgebied mogelijk aanwezige soorten buizerd, havik, zwarte kraai, wespendief of raaf. Aan de oostzijde van Landgoed De Polberg hangt een nestkast voor de in het projectgebied mogelijk aanwezige bosuil. Het is niet duidelijk of deze nestkast bewoond is. De aanwezigheid van meer grote nesten en nestkasten in het projectgebied is niet uitgesloten. Nesten van buizerd, havik 16
Rapport: 302967
en wespendief zijn jaarrond beschermd. Nesten van zwarte kraai, raaf en bosuil zijn alleen jaarrond beschermd als er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen, bijvoorbeeld als er in de directe omgeving onvoldoende alternatieve nestlocaties voorhanden zijn. Groot nest in de kruin van een hoge boom op Landgoed De Polberg
Locatie aangetroffen groot nest (gele stip) en bosuilenkast (blauwe stip)
Overige nesten in bomen en struiken Wij hebben geen overige nesten aangetroffen in bomen en struiken. Desondanks is het aannemelijk dat tijdens het broedseizoen wel bewoonde vogelnesten in bomen of struiken aanwezig zijn, bijvoorbeeld van soorten als ekster, sperwer, gaai, houtduif, grauwe klauwier en verschillende soorten kleine zangvogels. Nesten van sperwer zijn jaarrond beschermd. Nesten van ekster zijn alleen jaarrond beschermd als er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen. Bijvoorbeeld als er in de directe omgeving onvoldoende alternatieve nestlocaties voorhanden zijn. Behalve vogelnesten kunnen er ook nesten van eekhoorn aanwezig zijn in bomen binnen het projectgebied. Nesten op de grond Een aantal van de in het projectgebied mogelijk aanwezige vogelsoorten nestelt op de grond. Het gaat om nachtzwaluw, boomleeuwerik en roodborsttapuit. Tapuit nestelt in een verlaten hol in de grond, bijvoorbeeld een hol van konijn of das. In het broedseizoen kunnen dan ook bewoonde nesten van op en in de grond broedende vogels in het projectgebied aanwezig zijn.
17
Nesten in opstallen Het is goed mogelijk dat tijdens het broedseizoen bewoonde nesten van de in het projectgebied mogelijk aanwezige vogelsoorten aanwezig zijn in de opstallen (zie foto 6). Het gaat om soorten als kauw, merel, spreeuw, gekraagde roodstaart en zwarte roodstaart die nestelen in open schuurtjes en in kieren en spleten van gebouwen. De nesten van spreeuw, gekraagde roodstaart en zwarte roodstaart zijn jaarrond beschermd, maar alleen als er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen. Bijvoorbeeld als er in de directe omgeving onvoldoende alternatieve nestlocaties voorhanden zijn. De opstallen bieden onvoldoende mogelijkheden voor huismussen en gierzwaluwen (waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn) om in te nestelen. Voor huismussen geldt dat de opstallen onvoldoende beschutting bieden. Voor gierzwaluwen zijn de opstallen te laag bij de grond om ze goed te kunnen aanvliegen. Behalve vogelnesten kunnen er ook nesten van steenmarter en egel aanwezig zijn in opstallen binnen het projectgebied. Eén van de opstallen op Landgoed De Polberg waarin nesten van bepaalde vogels, steenmarter en egel aanwezig kunnen zijn
Boomholten In een relatief groot aantal loofbomen binnen het projectgebied bevinden zich holten, scheuren en losse schorsplaten die geschikt kunnen zijn als voortplantings- of rustplaats voor beschermde soorten (zie foto 7). In de oudere bomen die deel uitmaken van de lanen op Landgoed De Polberg bevinden zich ook erg omvangrijke holten. Hieronder volgt een toelichting over de potentiële waarde van holten, scheuren en losse schorsplaten in het projectgebied voor vogels, vleermuizen en boommarter. Holten, scheuren en losse schorsplaten in bomen in het projectgebied die geschikt zijn als voortplantings- en/of rustplaats voor holtebroedende vogels en vleermuizen.
18
Rapport: 302967
Holtebroedende vogels Boomholten en scheuren kunnen gebruikt worden als voortplantings- en/of rustplaats door soorten zoals zwarte specht, groene specht, grote bonte specht, middelste bonte specht, kleine bonte specht, holenduif, koolmees, pimpelmees, boomklever, draaihals, bosuil, boomkruiper, spreeuw, kauw, grauwe vliegenvanger en bonte vliegenvanger. De nesten van mezen, vliegenvangers, spechtensoorten, boomklever, boomkruiper, draaihals, bosuil en spreeuw zijn jaarrond beschermd, maar alleen als er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen. Bijvoorbeeld als er in de directe omgeving onvoldoende alternatieve nestlocaties voorhanden zijn. Boombewonende vleermuizen De bomen met holten, scheuren en losse schorsplaten kunnen ook gebruikt worden als voortplantings- en/of rustplaats door vleermuissoorten zoals baardvleermuis, gewone grootoorvleermuis, gewone dwergvleermuis, franjestaart, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en mogelijk bosvleermuis en watervleermuis. Laatvlieger, tweekleurige vleermuis en meervleermuis worden niet in bomen verwacht. Boommarter In bomen met omvangrijke holten kunnen voortplantings- en/of rustplaatsen van boommarter aanwezig zijn. Holen Dassenburchten Wij hebben op twee plaatsen op Landgoed De Polberg holen van das aangetroffen.
Het gaat om een burcht met circa tien openingen (zie foto 8) en iets verderop om een vluchtpijp (enkele gang) aan de rand van een rododendronstruik. In het projectgebied op Landgoed Winfried hebben wij een burcht met enkele openingen aangetroffen. Wij hebben bij geen van de holen recente graafsporen of nestmateriaal aangetroffen. Dit wijst erop dat de holen momenteel niet door dassen in gebruik zijn. Het is goed mogelijk dat de holen in andere perioden van het jaar wel in gebruik zijn. Op twee plaatsen hebben wij duidelijke wissels (vaste looproutes) van dassen aangetroffen, waaruit blijkt dat dassen wel in het projectgebied aanwezig zijn. Wij kunnen niet uitsluiten dat elders op het terrein ook dassenburchten en wissels aanwezig zijn. Op afbeelding 7 is de locatie van de aangetroffen dassenburchten, de vluchtpijp en de wissels weergegeven. Dassenburcht op Landgoed De Polberg
19
Locaties van de aangetroffen dassenburchten (gele stippen), vluchtpijp (rode stip) en wissels (oranje lijnen)
Overige holen Wij hebben enkele holen van muizen aangetroffen en wij verwachten dat er veel meer holen van verschillende muizensoorten in het projectgebied aanwezig zijn. Holen van konijnen en vossen hebben wij niet aangetroffen. Maar wij kunnen niet uitsluiten dat elders op het terrein toch holen van konijnen en vossen aanwezig zijn. De kenmerkende geur van een door vos gebuikt hol hebben wij bij de dassenburchten (zie hierboven) in ieder geval niet opgemerkt. De aangetroffen dassenburchten zijn op dit moment dus niet in gebruik door vossen. Verlaten holen kunnen ook in gebruik genomen worden als voortplantings- en/of rustplaats door boommarter, hermelijn, wezel, tapuit en de verschillende soorten amfibieën en reptielen die in het projectgebied aanwezig kunnen zijn. Rustplaatsen van ree en wild zwijn In het projectgebied zijn meerdere rustplaatsen van ree aanwezig. De rustplaatsen bevinden zich op de grond, meestal tegen een boomstam. Hier houden reeën zich overdag schuil. Wij hebben de ligplaatsen herkend aan kale plekken op de grond en achtergebleven haren (zie foto 9). Onder de een rododendronstruik op Landgoed De Polberg hebben wij ligplaatsen van wild zwijn aangetroffen (zie foto 9). Het gaat om goed beschutte plaatsen onder de struik waarvan de bodem is bedekt met afgebroken takken en bladeren.
Het is mogelijk dat dergelijke rustplaatsen ook op andere plekken aanwezig zijn. Rustplek van ree (links) en van wild zwijn (rechts)
20
Rapport: 302967
Leefgebied van reptielen De in het projectgebied mogelijk voorkomende gladde slang, zandhagedis, adder, hazelworm en levendbarende hagedis kunnen (de randen van) open plekken in het productiebos op Landgoed De Polberg en bij de heidestrook op Landgoed Winfried als leefgebied gebruiken. Hier is beschutting te vinden in de vorm van lage begroeiing, boomstronken, takken en stammen. Bovendien zijn dit zonnige plaatsen waar deze reptielen zich kunnen opwarmen. Voor hazelworm zijn zonnige plaatsen minder van belang, maar beschutting des te meer. Leefgebied van vliegend hert Het rottende hout van staande en omgevallen stammen en afgebroken takken kan door vliegend hert gebruikt worden als leefgebied. Dergelijk dood hout is op veel plekken in het projectgebied aanwezig. Vleermuizen in opstallen Wij hebben een rustplaats van een laatvlieger aangetroffen achter een vensterluik van een opstal (zie ook paragraaf 4.2.3). Het is goed mogelijk dat ook de andere vensterluiken van deze opstal in gebruik zijn als rustplaats door vleermuizen. Verder kunnen eventuele zolders, gevelbekledingen, dakbedekkingen en kieren in muren van opstallen in gebruik zijn als voortplantingsplaats en/of rustplaats door gebouwbewonende vleermuizen.
Het gaat dan om winter-, kraam-, zomer- en/of paarverblijfplaatsen van baardvleermuis, gewone grootoorvleermuis, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en mogelijk meervleermuis en tweekleurige vleermuis. Foerageergebied voor vleermuizen Vrijwel het hele projectgebied is geschikt als foerageergebied voor verschillende soorten vleermuizen. Met name de lanen en de meer open plekken zijn hierin potentieel waardevol. Foerageergebieden voor vleermuizen zijn van essentieel belang als deze bijdragen aan de functionaliteit van een voortplantings- en rustplaatsen. Voortplantingsbiotoop in vijvers Enkele kleine vijvers in de tuin van Landgoed De Polberg vormen mogelijk een voortplantingsbiotoop voor bruine kikker, gewone pad, kamsalamander en kleine watersalamander. In deze vijvers groeien veel waterplanten en er zijn geen vissen aanwezig die eitjes of jonge dieren van deze soorten opeten. Takken, stammen en bladeren op de bosbodem rondom de vijvers zorgen ook voor beschutting buiten de voortplantingsperiode, met name voor salamandersoorten.
21
4.3
Houtopstanden
Het projectgebied met de daarin aanwezige houtopstanden ligt binnen provinciaal beschermd gebied voor houtopstanden in het kader van de Wnb (zie afbeelding 8). En daarmee ligt het gebied buiten de bebouwde komgrens Wnb. Ligging projectgebied (rode kaders) ten opzichte van beschermde houtopstanden in het kader van de Wnb (bron: Provincie Gelderland – kaart Natuurregels in Gelderland, detailkaart Wet natuurbescherming: houtopstanden)
22
Rapport: 302967
5 5.1
Voortoets Natura 2000 Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ 5.1.1
Ligging
Het projectgebied maakt grotendeels deel uit van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. De directe omgeving van de beheerderswoning, de ommuurde moestuin en enkele opstallen op Landgoed De Polberg zijn geen onderdeel van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Op afbeelding 9 is de ligging van het projectgebied (binnen de rode kaders) te zien ten opzichte van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ (groene markering). Ligging projectgebied ten opzichte van Natura 2000-gebied ‘Veluwe’
De historie van de Veluwe De Veluwe bestaat overwegend uit droge bossen, droge en natte heide, vennen en stuifzanden. In de voorlaatste ijstijd, zo'n 150.000 jaar geleden, duwden de ijslobben van het landijs enorme hoeveelheden door de rivieren aangevoerd zand en grond voor zich uit en opzij en vormden zo de stuwwallen. Hoewel de hoogteverschillen sindsdien door wind en water zijn afgevlakt, reiken de hoogste delen van de Veluwe tot ruim 100 m boven NAP. Tot 1900 was de Noord-Veluwe één uitgestrekt stuifzandgebied. Tegenwoordig is er in totaal nog 1.400 hectare stuifzand op de Veluwe.
5.1.2 Instandhoudingsdoelstellingen Het hele Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ is aangewezen als Habitatrichtlijngebied en Vogelrichtlijngebied. Er zijn voor dit gebied negentien habitattypen, zeven habitatrichtlijnsoorten en tien broedvogels aangewezen (zie tabel 2 t/m 4). Bij alle doelen staat de status aangegeven. In alle gevallen is deze ‘definitief’, behalve bij het habitattype H91D0 Hoogveenbossen. Hier staat ‘ontwerp’, wat betekent dat het (wijzigings)besluit waar dit doel in staat, op dit moment ter inzage ligt of ter inzage heeft gelegen, maar daarna nog niet definitief vastgesteld is.
23
24
Tabel 2.
Aangewezen habitattypen voor Natura 2000-gebied ‘Veluwe’
Tabel 3.
Aangewezen habitatrichtlijnsoorten voor Natura 2000-gebied ‘Veluwe’
Rapport: 302967
Tabel 4.
5.2
Aangewezen broedvogels voor Natura 2000-gebied ‘Veluwe’
Actuele natuurwaarden 5.2.1 Habitattypen Binnen de grenzen van het projectgebied zijn geen voor Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ aangewezen habitattypen aanwezig. Op Landgoed Petrea (grenzend aan de noordzijde van Landgoed De Polberg, maar buiten de projectgrens) is een heideveld aanwezig dat is aangewezen als het habitattype ‘H4030 – Droge heiden’. Op afbeelding 10 is de ligging van het projectgebied (rode kaders) weergegeven ten opzichte van voor Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ aangewezen habitattypen. Ligging van het projectgebied ten opzichte van habitattypen (bron: Provincie Gelderland)
25
5.2.2 Habitatrichtlijnsoorten Aanwezigheid van de habitatrichtlijnsoorten gevlekte witsnuitlibel, beekprik, rivierdonderpad en drijvende waterweegbree in het projectgebied is uitgesloten. Er zijn namelijk geen geschikte (stromende) oppervlaktewateren aanwezig in en nabij het projectgebied. Er is dus geen sprake van een mogelijke leefomgeving voor deze soorten. Soorten als meervleermuis, kamsalamander en vliegend hert zijn mogelijk wel aanwezig in delen van het projectgebied (zie ook paragraaf 4.2).
5.2.3 Broedvogels Aanwezigheid van de aan oppervlaktewater gebonden ijsvogel in het projectgebied is uitgesloten. Er zijn namelijk geen geschikte waterpartijen aanwezig die kunnen dienen als onderdeel van de leefomgeving voor deze soort. De andere in tabel 4 genoemde broedvogels zijn mogelijk wel aanwezig in delen van het projectgebied (zie ook paragraaf 4.2.2).
5.3
Effectanalyse 5.3.1 Potentiële storingsfactoren Op basis van de te verwachten storingsfactoren bij een ruimtelijke ontwikkeling zoals in het projectgebied is voorgenomen hebben wij bepaald of en welke effecten de voorgenomen activiteiten kunnen hebben op natuurwaarden. Er is aan de volgende potentiële storingsfactoren getoetst: • oppervlakteverlies • versnippering • verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht • verontreiniging • verdroging • verstoring door geluid • • • •
verstoring door licht verstoring door trilling optische verstoring verstoring door mechanische effecten
5.3.2 Effectanalyse In deze paragraaf hebben wij de mogelijke effecten van de hierboven opgesomde storingsfactoren op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen verder uitgewerkt. Een toelichting op de definities van de geselecteerde storingsfactoren vindt u in bijlage 5. Oppervlakteverlies Algemeen Oppervlakteverlies heeft geen negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Het aanleggen van parkeerplaatsen nabij de beheerderswoning leidt weliswaar tot afname van het oppervlakte aan natuurlijke bosbodem. Maar dit leidt niet tot een afname van beschikbaar oppervlak van het habitattype ‘H4030 – Droge heiden’ (niet aanwezig binnen projectgebied) of significant oppervlakteverlies van het leefgebied van habitatrichtlijnsoorten en broedvogels. Hieronder volgt een toelichting.
26
Rapport: 302967
Habitatrichtlijnsoorten De aanwezigheid van essentiële onderdelen van het leefgebied van kamsalamander en vliegend hert zijn op voorhand uit te sluiten nabij de beheerderswoning. Als gevolg van regulier tuinonderhoud is rondom de beheerderswoning voor deze soorten onvoldoende schuilgelegenheid aanwezig in de vorm van dood hout. Voor meervleermuis geldt dat het gebied rondom de beheerderswoning ook tijdens en na de aanleg van parkeerplaatsen geschikt is als leefgebied. Deze soort jaagt niet primair in bosgebied maar maakt hooguit gebruik van bosranden om langs te foerageren, mits binnen een straal van 500 m van water. Het aanleggen van de parkeerplaatsen leidt niet tot het verloren gaan van bosranden binnen een straal van 500 m en daarmee is geen sprake van oppervlakteverlies van leefgebied van meervleermuis. Meervleermuis is een gebouwbewonende soort, waardoor met het aanleggen van parkeerplaatsen geen verblijfplaatsen worden aangetast (ook als blijkt dat er toch enkele bomen moeten worden verwijderd). Broedvogels Nabij de beheerderswoning is geen geschikt leefgebied voor wespendief, nachtzwaluw, draaihals, zwarte specht, boomleeuwerik, duinpieper, roodborsttappuit, tapuit en grauwe klauwier aanwezig. Voor deze soorten ontbreken specifieke broed- en/of voedselbiotopen, hoofdzakelijk als gevolg van regulier tuinonderhoud rondom de beheerderswoning.
Bovendien is de ligging van de locatie ten opzichte van nabijgelegen verkeerswegen ongunstig vanwege licht- en geluidproductie. Er is dus geen sprake van oppervlakteverlies van leefgebied van de aangewezen broedvogelsoorten. Versnippering Met de ontwikkelingen in het projectgebied is geen sprake van versnippering en in dat opzicht is geen sprake van negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen. De bomen rondom het om te vormen terrein blijven namelijk aangesloten op omliggend bosgebied. Verder wordt er in het projectgebied geen nieuwe infrastructuur aangelegd, waardoor ook geen barrières ontstaan. Verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht Uit de uitgevoerde verschilberekeningen van de gebruiksfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Er zijn op basis van de gehanteerde uitgangspunten voor de verschilberekening geen nadelige milieueffecten te verwachten. Zie bijlage 6 voor de uitwerking van de verschilberekening. Verontreiniging Verontreiniging heeft geen negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’.
De voorgenomen ontwikkelingen leiden weliswaar tot een toename van organische stoffen en gebiedsvreemde stoffen in de bodem ten opzichte van de natuurlijke situatie, maar dit heeft geen gevolgen voor het heideveld met habitattype ‘H4030 – Droge heiden’ op het naastgelegen landgoed. In 2017 heeft Natuurmonumenten onderzoek laten verrichten naar mogelijke effecten van natuurbegraven op natuur (De Vries. et al., 2017). Dit onderzoek is mede uitgevoerd op de bestaande natuurbegraafplaats Heidepol. Met name is gekeken naar de effecten op grasland en op bosvegetaties. In het veld is daarbij gemeten hoe groot de bodemverstoring is en hoe groot de verstoring van de oppervlakte rond het graf is. Daarnaast zijn vegetatieopnamen gemaakt op graven van twee tot vijf jaar oud en zijn bodemmonsters genomen om pH, NO3, NH4, Ca, Mg, Ptot, en Ntot te bepalen. Analyses lieten een eensluidend beeld zien: op Natuurbegraafplaats Heidepol zijn de verschillen tussen de opnamen op de graven en de controleplots niet significant. Dat geldt voor zowel de 27
vegetatieopnamen als voor de bodemanalyses. De conclusie wordt getrokken dat het natuurbegraven op de huidige Natuurbegraafplaats Heidepol vooralsnog geen blijvend negatieve invloed op de vegetatie heeft, niet in de bossen en niet in de nog jonge graslanden. In aanvulling op het onderzoek van De Vries et al. heeft het onderzoeksbureau B-WARE in 2017 een aanvullend onderzoek gedaan naar ‘de effecten van graven en natuurbegraafplaatsen op de bodem, water en natuur’. Hierbij is tevens veldonderzoek uitgevoerd naar grondwater- en bodemkwaliteit en naar bodemleven. Op meerdere natuurbegraafplaatsen in Gelderland is onderzoek gedaan. Conclusies per deelaspect van dit onderzoek zijn: Bodem en bodemstructuur: • de meer oppervlakkige bodemvorming en humusprofiel herstelt zich in de loop van decennia; • vergraven van oude bosbodems (> honderd jaar niet geroerd) wordt afgeraden. Bodemleven en vegetatie: • het effect op bodemleven in zandbodems is gering; • vergraven kan zelfs leiden tot verrijking van het bodemleven; • de invloed op vegetatie is in het algemeen beperkt en hoeft niet per definitie negatief te zijn; • bodemschimmels herstellen zich na het begraven. Voedingsstoffen: •
effecten zijn enkel mogelijk te verwachten als het aantal natuurbegrafenissen hoger ligt dan vijftig per jaar per hectare.
Medicijnresten: • de inschatting is dat natuurgraven nauwelijks het grondwater belasten met medicijnresten. De algemene conclusies (op basis van bekende literatuur en voorhanden zijnde veldonderzoek) zijn: • de negatieve effecten lijken beperkt; • de kans op verslechtering van de kwaliteit van grondwater is minimaal; • effecten op flora en fauna zijn beperkt en tijdelijk van aard; • er zal altijd een zeker mate van bodemverstoring optreden maar omvang van het negatieve effect daarvan is afhankelijk van de vraag of er al eerder bodemverstoring is opgetreden. In eerder onderzoek naar de effecten van natuurbegraven geven De Molenaar et al. (2009) aan dat ‘het niet is te verwachten dat als gevolg van begraven normoverschrijdende gehalten ontstaan in het grondwater’. De Molenaar concludeert dit op basis van een RIVM onderzoek naar grondwaterverontreinigingen nabij begraafplaatsen. Voor het vrijkomen van stoffen die als vermestend worden beschouwd (stikstof, fosfaat) geven Molenaar et al. aan dat hiervan enkel effecten zijn te verwachten als deze stoffen vrijkomen in de wortelzone van de aanwezige vegetatie. De minimaal verplicht aan te houden begraafdiepte bij wet vastgelegd ligt ruim beneden de wortelzone van kruid- en grasachtige vegetaties. De stoffen die uit ontbindende stoffelijke resten vrijkomen, blijven daarom vrijwel buiten bereik van kruiden- en heidevegetaties.
Bomen wortelen dieper dan de verplichte minimum begraafdiepte. Vermestende stoffen zijn daarom in potentie beschikbaar voor houtopstanden. Als echter begraven wordt buiten bereik van het wortelstelsel van houtopstanden (bomen, struiken) zullen na begraven vrijkomende 28
Rapport: 302967
vermestende stoffen ook niet van invloed zijn op houtopstanden. De uitgangspunten van de natuurbegraafplaats in kwestie en het op te stellen ecologisch werkprotocol van de natuurbegraafplaats in kwestie geven aan dat wortelstelsels van bomen niet beschadigd mogen worden. Praktisch gezien betekent dit begraven buiten de kroonprojectie van bomen en dat er enkel natuurgraven worden gerealiseerd buiten de kwetsbare wortelzone. Middels het ecologisch werkprotocol wordt dit voorgeschreven en ook op toegezien. De Molenaar et al. (2009) concluderen dat de kans op een noemenswaardig of significant negatief effect op flora en vegetatie volgens de regels van natuurbegraven, bij begraven buiten de kroonprojectie van bomen, als vrijwel verwaarloosbaar mag worden beschouwd. Gezien bovenstaand onderzoek en de aard van het uitbreidingsgebied kan daarnaast geconcludeerd worden dat vermesting en uitspoeling van meststoffen en gebiedsvreemde stoffen geen rol zal spelen en niet tot negatieve effecten zal leiden. In die zin zijn negatieve effecten op habitatrichtlijnsoorten en broedvogels ook op voorhand uitgesloten. Bovendien zijn de mogelijk in het projectgebied aanwezige habitatrichtlijnsoorten en broedvogelsoorten geen soorten die zich diep in de bodem ophouden. Deze soorten komen dus ook niet in contact met gebiedsvreemde stoffen ter plaatse van graven.
Verdroging De voorgenomen ontwikkelingen hebben geen invloed op de grondwaterstand en leiden niet tot verdroging. Er is dan ook geen sprake van negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Hemelwater dat op de nieuwe parkeerplaatsen valt, infiltreert vanwege het gebruik van halfverharding (waterdoorlatend) alsnog in de bodem. In de totale waterbalans zullen geen meetbare veranderingen optreden. Verstoring door geluid Geluid heeft geen negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Permanente geluidsbronnen beperken zich tot het geluid van bezoekers en van het machinaal aanleggen van graven. Geluid heeft geen invloed op het heideveld met habitattype ‘H4030 – Droge heiden’ op het naastgelegen landgoed. Ook voor habitatrichtlijnsoorten en broedvogels is geen sprake van negatieve effecten, zolang gegraven wordt met een kleine elektrisch-aangedreven graafmachine en zolang door middel van ecologische beoordeling vaststaat dat op een voorgenomen graflocatie dergelijke soorten en hun vaste rust- en/of voortplantingsplaatsen op dat moment niet aanwezig zijn. Op (natuur)begraafplaatsen wordt over het algemeen rust en kalmte gerespecteerd, waardoor geluid van bezoekers nihil is en ook geen negatieve gevolgen zullen hebben.
Tijdelijk geluidsbronnen ontstaan door machines en uitvoerend personeel tijdens het renoveren van opstallen, het aanleggen van parkeerplaatsen en het verwijderen van bomen. Deze activiteiten zullen overdag en buiten het broedseizoen van vogels worden uitgevoerd om verstoring tot een minimum te beperken. Verstoring door licht De voorgenomen ontwikkelingen hebben geen verstoring door licht tot gevolg. Er worden namelijk geen kunstmatige lichtbronnen aan het projectgebied toegevoegd. Tijdelijke lichtbronnen zijn niet aan de orde omdat aanlegwerkzaamheden bij daglicht worden uitgevoerd.
29
Verstoring door trilling Trillingen hebben geen negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. De voorgenomen ontwikkelingen leiden weliswaar tot een tijdelijke en permanente toename van trillingen in het projectgebied, maar dit heeft geen gevolgen voor het heideveld met habitattype ‘H4030 – Droge heiden’ op het naastgelegen landgoed. Permanente trillingsbronnen worden veroorzaakt door het aanleggen van graven. Voor eventueel aanwezige habitatrichtlijnsoorten en broedvogels is er echter geen sprake van negatieve gevolgen, zolang door middel van ecologische beoordeling vaststaat dat op een voorgenomen graflocatie dergelijke soorten en hun vaste rust- en/of voortplantingsplaatsen op dat moment niet aanwezig zijn. Tijdelijk trillingsbronnen ontstaan door machines tijdens het renoveren van opstallen, het aanleggen van parkeerplaatsen en het verwijderen van bomen. Deze activiteiten zullen overdag en buiten het broedseizoen van vogels worden uitgevoerd om verstoring tot een minimum te beperken. Optische verstoring Met de voorgenomen ontwikkelingen worden geen gebiedsvreemde objecten gebracht, waardoor het algemene beeld van het gebied grotendeels gelijk blijft. Er is dan ook geen sprake van negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’.
Verstoring door mechanische effecten Mechanische effecten hebben geen negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. De voorgenomen ontwikkelingen leiden weliswaar tot een tijdelijke en permanente toename van mechanische effecten in het projectgebied, maar dit heeft geen gevolgen voor het heideveld met habitattype ‘H4030 – Droge heiden’ op het naastgelegen landgoed. Permanente mechanische effecten worden veroorzaakt door het aanleggen van graven en door betreding van het gebied door bezoekers. Voor eventueel aanwezige habitatrichtlijnsoorten en broedvogels is er echter geen sprake van negatieve gevolgen, zolang door middel van ecologische beoordeling vaststaat dat op een voorgenomen graflocatie dergelijke soorten en hun vaste rust- en/of voortplantingsplaatsen op dat moment niet aanwezig zijn. De richtlijn is dat het voor bezoekers niet is toegestaan om de bestaande paden te verlaten. Hier moet via een ecologisch werkprotocol in worden voorzien. Op de bestaande paden worden geen verblijfplaatsen van habitatrichtlijnsoorten en broedvogels verwacht. Tijdelijk mechanische effecten ontstaan door machines tijdens het renoveren van opstallen, het aanleggen van parkeerplaatsen en het verwijderen van bomen. Deze activiteiten zullen overdag en buiten het broedseizoen van vogels worden uitgevoerd om verstoring tot een minimum te beperken.
30
Rapport: 302967
6 6.1
Conclusie Gebiedsbescherming 6.1.1
Natura 2000-gebied ‘Veluwe’
Het projectgebied maakt grotendeels deel uit van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Het hele Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ is aangewezen als Habitatrichtlijngebied en Vogelrichtlijngebied. Direct grenzend aan het projectgebied is een heideveld aanwezig dat is aangewezen als het habitattype ‘H4030 – Droge heiden’. In en nabij het projectgebied zijn mogelijk leefgebieden aanwezig van de habitatrichtlijnsoorten meervleermuis, kamsalamander en vliegend hert en aangewezen broedvogelsoorten wespendief, nachtzwaluw, draaihals, zwarte specht, boomleeuwerik, duinpieper, roodborsttapuit, tapuit en grauwe klauwier. Tijdens ons veldbezoek hebben wij van deze soorten de aanwezigheid van zwarte specht in het projectgebied vastgesteld. Geen negatieve effecten Uit onze Voortoets blijkt dat het realiseren van een natuurbegraafplaats (aan de hand van de bij ons bekende uitgangspunten) op Landgoed De Polberg en een deel van Landgoed Winfried niet hoeft te leiden tot verstoringen en daarmee niet tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Een aanvullende passende beoordeling is dan ook niet nodig. Wel raden wij aan om de aanlegwerkzaamheden en de reguliere werkzaamheden vast te leggen in een ecologisch werkprotocol. Hiermee waarborgt u de bescherming van eventueel aanwezige soorten en verblijfplaatsen die voor het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ zijn aangewezen.
6.1.2 Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het projectgebied maakt grotendeels deel uit van het GNN en valt nagenoeg helemaal onder het ‘Verkenningsgebied voorwaarden natuurbegraven Gelders natuurnetwerk’. De beoogde ontwikkeling dient te voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld voor natuurbegraven. Hoe aan deze voorwaarden wordt voldaan, is door de initiatiefnemer in afstemming met de provincie Gelderland al bepaald. Een nadere toets is niet van toepassing.
31
6.2
Soortenbescherming 6.2.1 Vogels Vogels gebruiken het projectgebied als foerageergebied, voortplantingsgebied of als tijdelijke rustplaats. Alle vogels zijn streng beschermd volgens de Wnb. Nesten In 2009 is de lijst met vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond zijn beschermd, aangepast. De lijst biedt geen wettelijk kader, maar is een belangrijke richtlijn bij het maken van effectanalyses. Deze lijst maakt onderscheid tussen nesten namelijk: • •
•
nesten met een jaarrond beschermde status (categorie 1 t/m 4 van de lijst); nesten van vogels die niet jaarrond beschermd zijn, maar waarvan het nodig is een goed beeld te hebben of na de ingreep goede alternatieven voorhanden zijn om nieuwe nesten te bouwen (als het nest verloren gaat) (categorie 5 van de lijst); nesten van overige, vaak erg algemeen voorkomende vogels.
Jaarrond beschermde nesten Er zijn mogelijk jaarrond beschermde nesten van buizerd, havik, wespendief en sperwer aanwezig in bomen en struiken in bepaalde delen van het projectgebied. In het ecologisch werkprotocol moet worden vastgelegd dat dergelijke nesten niet mogen worden verstoord als gevolgd van de voorgenomen activiteiten. In hoofdstuk 7 ‘Advies’ lichten wij dit verder toe. Nesten uit categorie 5 Er kunnen nesten van zwarte kraai, raaf, bosuil, ekster, spreeuw, gekraagde roodstaart, zwarte roodstaart, boomklever, boomkruiper, draaihals en verschillende soorten spechten, vliegenvangers en mezen aanwezig zijn in het projectgebied. De te verwachten nesten van deze soorten zijn in dit geval niet jaarrond beschermd, omdat in de directe omgeving goede alternatieve nestlocaties voorhanden zijn. Maar bewoonde nesten zijn altijd beschermd. Er is met de voorgenomen werkzaamheden geen sprake van overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb, zolang bewoonde nesten niet worden verstoord of vernield. In hoofdstuk 7 beschrijven wij hoe verstoring of vernieling kan worden voorkomen. Overige nesten In begroeiingen, opstallen, op de bosbodem en in holen kunnen nesten verwacht worden van vogels waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn. Nesten van deze categorie vogels zijn alleen streng beschermd als ze daadwerkelijk in gebruik zijn.
Voor wat betreft deze niet jaarrond beschermde vogelnesten is geen sprake van een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb, zolang bewoonde nesten niet worden verstoord of vernield. In hoofdstuk 7 beschrijven wij hoe verstoring of vernieling kan worden voorkomen.
32
Rapport: 302967
6.2.2 Europees beschermde soorten (geen vogels) In het projectgebied zijn, behalve vogels, soorten aanwezig of kunnen soorten voorkomen die in het kader van de Wnb op Europees niveau beschermd zijn. Het gaat om de volgende soortgroepen en soorten: • amfibieën: kamsalamander; • reptielen: gladde slang en zandhagedis; • vleermuizen: laatvlieger, baardvleermuis, gewone grootoorvleermuis, gewone dwergvleermuis, franjestaart, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, bosvleermuis, meervleermuis, tweekleurige vleermuis en watervleermuis. Voortplantingsbiotoop kamsalamander Er zijn mogelijk voortplantingsplaatsen en daaraan gerelateerde rustplaatsen van kamsalamander aanwezig in en rondom vijvers in het projectgebied. Vooralsnog blijven de vijvers en de omliggende begroeiingen behouden, waardoor geen vervolgstappen nodig zijn. Leefgebied gladde slang en zandhagedis Gladde slang en zandhagedis kunnen in het projectgebied aanwezig zijn, waar deze (de randen van) open plekken als leefgebied gebruiken. Voor deze soorten is geen sprake van overtreding van de verbodspalingen, omdat dergelijke open plekken behouden blijven. Vleermuisverblijfplaatsen Er is een verblijfplaats van laatvlieger aanwezig achter een vensterluik van een van de opstallen.
Ook achter andere vensterluiken en in het landhuis en de beheerderswoning kunnen verblijfplaatsen van laatvlieger en andere soorten vleermuizen aanwezig zijn. Verder is er een goede kans dat in loofbomen met holten, scheuren en losse schorsplaten ook vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn. In het ecologisch werkprotocol moet worden vastgelegd dat dergelijke verblijfplaatsen niet mogen worden verstoord als gevolg van de voorgenomen activiteiten. In hoofdstuk 7 ‘Advies’ lichten wij dit verder toe. Foerageergebied van vleermuizen Vrijwel het hele projectgebied is geschikt als foerageergebied voor verschillende soorten vleermuizen. Maar ten aanzien van de functionaliteit van foerageergebied zijn geen overtredingen van de verbodsbepalingen te verwachten, omdat de functionaliteit ook in de nieuwe situatie behouden blijft. Wij gaan er hierbij van uit dat de werkzaamheden bij daglicht worden uitgevoerd, zodat er geen verstoring van foeragerende vleermuizen plaatsvindt.
6.2.3 Nationaal beschermde soorten Binnen het projectgebied zijn soorten aanwezig of kunnen soorten voorkomen die in het kader van de Wnb op nationaal niveau beschermd zijn. Het gaat om de volgende soortgroepen en soorten: • landzoogdieren: wild zwijn, ree, edelhert, das, boommarter, bunzing, eekhoorn, egel, hermelijn, konijn, steenmarter, vos, wezel, bosmuis, dwergspitsmuis, gewone bosspitsmuis, huisspitsmuis, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis en veldmuis; • amfibieën: bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander; • • •
reptielen: adder, hazelworm en levendbarende hagedis; kevers: vliegend hert; planten: dennenorchis, kleine schorseneer en rozenkransje.
33
Verblijfplaatsen in opstallen Er kunnen nesten en rustplaatsen van steenmarter en egel aanwezig zijn in en bij opstallen binnen het projectgebied. Voor egel geldt in de provincie Gelderland een vrijstelling van de verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen. Voor steenmarter geldt deze vrijstelling niet en kan dus sprake van overtreding van de verbodspalingen als nesten worden aangetast. In het ecologisch werkprotocol moet worden vastgelegd dat dergelijke verblijfplaatsen niet mogen worden verstoord als gevolg van de voorgenomen activiteiten. In hoofdstuk 7 ‘Advies’ lichten wij dit verder toe. Verblijfplaatsen in bomen Er kunnen nesten en rustplaatsen van boommarter en eekhoorn aanwezig zijn in bomen binnen het projectgebied. In het ecologisch werkprotocol moet worden vastgelegd dat dergelijke verblijfplaatsen niet mogen worden verstoord als gevolg van de voorgenomen activiteiten. In hoofdstuk 7 ‘Advies’ lichten wij dit verder toe. Dassenburchten Er zijn burchten en vluchtpijpen van das aanwezig in het projectgebied, waarvan wij er drie hebben vastgesteld. Zolang deze behouden blijven, is er ten aanzien van das geen sprake van overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb. Dassen zijn namelijk prima in staat om op natuurbegraafplaatsen te leven.