CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

15.3.3. Passende beoordeling.pdf

Raad 5 juli 2021, gemeente HeerdeBij agendapunt: A Bestemmingsplan Nieuw Ennerveld13.429 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

uit te roeien) wordt een (potentiële) bron van exoten en daarmee een bedreiging van zowel habitattypen als het leefgebied van meerdere vogel- en habitatrichtlijnsoorten weggenomen. Significant negatieve effecten als verstoring of vernietiging van habitattypen zijn als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen niet te verwachten. Passende beoordeling N2000, Ennerveld

Buiting Advies BV

29

4.4.2

EFFECTEN OP HABITATRICHTLIJNSOORTEN

GEVLEKTE WITSNUITLIBEL, BEEKPRIK, RIVIERDONDERPAD , KAMSALAMANDER EN DRIJVENDE WATERWEEGBREE Op de gevlekte witsnuitlibel, beekprik, rivierdonderpad, kamsalamander en drijvende waterweegbree worden geen positieve of negatieve effecten verwacht. Deze soorten zijn afhankelijk van open water, dit is binnen het plangebied en de omgeving zowel voor als na de voorgenomen ontwikkelingen niet aanwezig. MEERVLEERMUIS In het vakantiepark worden meerdere gebouwen gerealiseerd. In deze gebouwen worden voorzieningen getroffen die onderdak bieden aan meerdere vleermuissoorten. Ook de meervleermuis is een bewoner van gebouwen. Mogelijk maakt deze soort in de toekomst ook gebruik van de gebouwen binnen in het Ennerveld als kraam-, zomer-, paar- en/of winterverblijf. VLIEGEND HERT Het vliegend hert komt zeer waarschijnlijk niet voor in de omgeving van het Ennerveld. De dichtstbijzijnde waarneming bevindt zich op meer dan 7 kilometer afstand (omgeving ’t Harde) maar het kerngebied op de Veluwe bevindt zich globaal tussen Nunspeet, Epe en de Rijksweg A1. Door het laten staat van zomereiken wordt het Ennerveld in de toekomst geschikter voor het vliegend hert. Significante negatieve effecten op de habitatrichtlijnsoorten waarvoor de Veluwe is aangewezen zijn als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen niet te verwachten.

4.4.3

EFFECTEN VOGELRICHTLIJNSOORTEN GEBONDEN AAN BOS

AFNAME BOSAREAAL Omdat als gevolg van de herinrichting vakantiehuisjes in het bos worden gerealiseerd en hierdoor de verstoring toeneemt en het geschikt bosoppervlak afneemt is er mogelijk wel een significant negatief effect op de in bossen broedende vogelrichtlijnsoorten zwarte specht en wespendief. Voor de wespendief en de zwarte specht geldt dat er geen primair habitat binnen het Ennerveld ligt. Het gehele Ennerveld ligt namelijk binnen de 1200 meter verstoringszone van de Molenweg. Wel is er binnen het Ennerveld sprake van secundair habitat op de locatie waar de vakantiehuisjes, parkeerplaatsen en overige voorzieningen zijn gepland. Het bos waarin de parkeervoorziening wordt gerealiseerd bestaat uit een smalle bosstrook, waarin zomereik, grove den, fijnspar en Amerikaanse eik de meest voorkomende boomsoorten zijn. De ondergroei bestaat voornamelijk uit Amerikaanse vogelkers en wilde lijsterbes. Direct langs deze bosstrook ligt de vrij drukke Molenweg die Wapenveld met Wezep verbindt. Aan de andere zijde bevindt zich een verhard oppervlak(afbeelding 4a). Door de beperkte breedte en de verstoring vanuit de Molenweg is dit deel van het gebied vrijwel ongeschikt als foerageergebied voor de zwarte specht en wespendief. Ook na de inrichting zal dit deel ongeschikt blijven.

Het bosgebied waar de huisjes worden gerealiseerd bestaat tevens uit een grove dennenbos, met daarnaast Amerikaanse eik, fijnspar, zomereik en beuk. De struiklaag in dit bos wordt gevormd door Amerikaanse vogelkers en in minder mate wilde lijsterbes en andere struiken. Voor de aanleg van de vakantiehuisjes worden vrijwel geen bomen gekapt en blijft hier zoveel mogelijk een aaneengesloten kronendak bestaan. Dit bosgebied ligt, net als de rest van het Ennerveld, binnen de verstoringszone van de Molenweg, maar op grotere afstand dan de voorgenomen parkeerplaats. Tevens wordt in deze plannen zo’n 3,7 hectare bos omgevormd tot heide, heischraal grasland en andere open vegetatietypen. In dit halfopen landschap wordt een grote hoeveelheid zuidelijk geëxponeerde bosranden gecreëerd.

Passende beoordeling N2000, Ennerveld

Buiting Advies BV

30

ZWARTE SPECHT Optimaal leefgebied bestaat voor deze soort uit afwisselend en open bos met een groot aandeel grove den, waar de zon op de bodem valt zodat het voornaamste voedsel van deze soort (mieren) in grote dichtheden voorkomt. Vooral kleine onderbrekingen in het bos, als open plekken, kaalslagen, jonge aanplant en bosranden worden benut om voedsel (mieren) te zoeken. Vergrassing van de bosbodem is voor deze soort negatief doordat bosmierpopulaties dan afnemen. Een groot aandeel dood hout in het bos is gunstig doordat de soort ook leeft van de larven van houtkevers. Broeden doet de soort vooral in dikkere bomen, met name in dikkere loofbomen met een gladde bast, als beuk en Amerikaanse eik. De soort wordt omschreven als matig tot gemiddeld gevoelig voor verstoring (Sierdsema et al. 2008, Profieldocument EL&I). Broedgevallen van deze soort werden niet vastgesteld in het plangebied, maar de soort was wel in de directe omgeving aanwezig (Buiting Advies 2017). Ook bij de beheerder van Petrea (Geldersch Landschap en Kastelen) waren geen territoria in de omgeving van het plangebied bekend, maar werden wel zo nu en dan zwarte spechten waargenomen. Het bos waar de vakantiehuisjes worden gerealiseerd is suboptimaal leefgebied voor deze soort, doordat op alle lichte plekken Amerikaanse vogelkers groeit. De bodem op de voormalige kampeerveldjes sterk is vergrast.

Dit geldt ook voor de toekomstige ‘boskern’ in het Ennerveld. Het ontbreken van lichte plekken in het bos en de vergrassing is niet gunstig voor de mieren die als voedsel dienen voor de zwarte specht. Op de locatie van de geplande vakantiewoningen zijn dan ook geen mierenhopen aangetroffen. Wel zijn bij de ingang aan de Molenweg glanzende houtmieren aangetroffen, deze dien als voedsel voor de zwarte specht. Het nest bevindt zich zo’n twee meter naast de Molenweg en blijft ongeroerd door de ontwikkeling. Door de ligging nabij de Molenweg is nu al vrij veel verstoring aanwezig, waardoor het zeer de vraag is of dit mierennest een potentiële voedselbron vormt voor de zwarte specht. Indien in het Ennerveld geen vakantiepark wordt ontwikkeld (Scenario status quo, paragraaf 4.1) nemen de huidige waarden die nog resteren verder af doordat het hele terrein dichtgroeit met exoten. Hierdoor neemt de hoeveelheid licht op de bodem af waardoor kruiden verdwijnen en de kans op de vestiging van mierennesten verder afneemt. De realisatie van het vakantiepark leidt tot hogere bezoekers aantallen in het Ennerveld en tot meer verstoring in het Ennerveld. De paden in de omgeving zijn momenteel al in gebruik, dus hier zal het gebruik enkel toenemen.

In het Ennerveld blijft zo’n 6,5 hectare bos over dat geheel buiten de verstoringszone ligt van de nieuwe paden, het vakantiepark en de paden in de omgeving. Het opheffen van de parkeerplaats aan de Leemculeweg zal leiden tot minder verstoring in het centralere deel van de Veluwe. Deze parkeerplaats vormt momenteel een startpunt voor recreanten. De verstoring van deze recreanten wordt verplaatst naar de oostzijde van de Veluwe. Deze zijde is door de ligging nabij Wapenveld en het Maarten van Rossumpad nu al drukker. Het concentreren van recreatie (zonering) is gunstig voor de zwarte specht. Hierdoor ontstaan grotere delen op de Veluwe waar het relatief rustig is. De paden rondom deze parkeerplaats kunnen door het opheffen feitelijk als afgesloten worden beschouwd. Er is behalve de parkeerplaats namelijk geen reden om hier te wandelen/recreëren. Ten slotte is de zwarte specht matig tot gemiddeld gevoelig voor verstoring. Aangezien broedgevallen regelmatig langs zandwegen worden vastgesteld, worden geen effecten van de extra wandelaars vanuit het vakantiepark in het Ennerveld en de omgeving wandelen op de zwarte specht verwacht. Door Sierdsema et al. (2008) wordt het bos op en rondom het Ennerveld tot secundair leefgebied gerekend. Als gevolg van de realisatie van de vakantiehuisjes en de parkeerplaats zal de zone in het bos waar verstoring optreedt verschuiven.

Hierdoor wordt een deel van het Ennerveld (minder dan 2 hectare) ongeschikt als habitat voor de zwarte specht. Ook dit bos is geen optimaal leefgebied voor de zwarte specht, doordat het ook hier om bos gaat met een door Amerikaanse vogelkers dichtgegroeide bosbodem. Ook dit bos wordt gekwalificeerd als secundair leefgebied voor deze soort (Sierdsema et al. 2008). Al met al verdwijnt als gevolg van de realisatie van de vakantiehuisjes minder dan 1 hectare secundair leefgebied voor deze soort. Tevens wordt bosopslag van grove den (+/- 7 jaar oud), deels buiten de Natura 2000-begrenzing en bos dat Passende beoordeling N2000, Ennerveld

Buiting Advies BV

31

grotendeels van slechte kwaliteit is door de dominantie van Amerikaanse vogelkers en omgevormd tot heide en andere open vegetaties. Projecten die in de omgeving van het plangebied worden uitgevoerd hebben geen aanvullend negatief effect voor deze soort Naast negatieve effecten heeft de herinrichting ook positieve effecten voor de soort. Als gevolg van de herinrichting ontstaan veel geschikte bosranden voor de vestiging van mierennesten. Voor deze soort vormen bosranden vaak goed foerageergebied, doordat er langs de rand veel licht is, wat gunstig is voor bosmieren. Daarbij zal het overige aanwezige bos in het Ennerveld, zo’n 15 hectare (waarvan 6,5 hectare buiten de verstoringszone), op meer ecologische wijze worden beheerd, waarbij het aandeel dood hout toeneemt en er meer structuur ontstaat in het bos. Als onderdeel van dit beheer worden bomen verwijderd (waarbij wordt gestart met de exotische soorten) waardoor meer licht op de bosbodem valt, wat gunstig is voor de aanwezige bosmieren. Ook wordt hiermee een potentiële bron van exoten, die zich verder over de Veluwe kunnen verspreiden weggenomen/ingeperkt. Door een hoger aandeel dood hout neemt het aanbod aan houtetende insecten toe en kleine open plekjes in het bos zijn gunstig voor de mierenstand. Deze maatregelen verbeteren het leefgebied van de zwarte specht.

Tevens zorgt het verwijderen van de exoten in de toekomst voor een vermindering van het uitzaaien van exoten in de omgeving. Dit beheer wordt vastgelegd in een beheerplan en in de toekomst uitgevoerd door het Geldersch Landschap en Kastelen. Dit is een professionele natuurbeheerder die ook de omliggende gebieden (Petrea) beheerd. De realisatie van het vakantiepark leidt tot hogere bezoekers aantallen in het Ennerveld en tot meer verstoring in het Ennerveld. De paden in de omgeving zijn momenteel al in gebruik, dus hier zal het gebruik enkel toenemen. In het Ennerveld blijft zo’n 6,5 hectare bos over dat geheel buiten de verstoringszone ligt van de nieuwe paden, het vakantiepark en de paden in de omgeving. Het opheffen van de parkeerplaats aan de Leemculeweg zal leiden tot minder verstoring in het centralere deel van de Veluwe. Deze parkeerplaats vormt momenteel een startpunt voor recreanten. De verstoring van deze recreanten wordt verplaatst naar de oostzijde van de Veluwe. Deze zijde is door de ligging nabij Wapenveld en het Maarten van Rossumpad nu al drukker. Het concentreren van recreatie (zonering) is gunstig voor de wespendief. Hierdoor ontstaan grotere delen op de Veluwe waar het relatief rustig is.

Doordat bos waarin men voornemens is de huisjes te realiseren secundair leefgebied betreft, doordat de herinrichting veel maatregelen omvat die positief zijn voor deze soort en doordat in de omgeving van het plangebied geen projecten worden uitgevoerd die negatief zijn voor deze soort, is het onwaarschijnlijk dat broedparen zullen verdwijnen als gevolg van de herinrichting. Een significant negatief effect op de soort is dan ook niet te verwachten. WESPENDIEF Deze soort broedt in bos, variërend van uitgestrekt gesloten bos tot bosfragmenten in halfopen landschap (Sierdsema et al. 2008). Het voedsel bestaat met name uit sociaal levende wespen en dit voedsel zoekt de wespendief in bos, bij bosranden en op kapvlakten, op heide en in bermen nabij bos (Sierdsema et al. 2008, Profieldocument ministerie EL&I, van Manen et al. 2011). Naast wespen staan ook amfibieën, reptielen, sprinkhanen en kleine vogels op het menu. Met name wanneer de vogels net terug zijn uit hun overwinteringsgebied (Afrika) en de wespenpopulaties nog klein zijn is de soort afhankelijk van deze andere prooien (van Manen et al. 2011). Ruimtelijke variatie in het landschap en een heterogene bossamenstelling zijn voor deze soort waarschijnlijk positief doordat zowel wespen als andere potentiële prooisoorten hier baat bij kunnen hebben. De soort wordt omschreven als matig verstoringsgevoelig.

De soort werd niet waargenomen bij het natuuronderzoek in 2017 (Buiting Advies 2017). Ook bij de beheerder van Petrea (Geldersch Landschap en Kastelen) waren geen territoria/nestbomen in de directe omgeving bekend. Voor deze soort omvat de herinrichting zowel maatregelen die in potentie gunstig zijn als maatregelen die in potentie ongunstig zijn. Er verdwijnt zeer beperkt leefgebied (minder dan 2 hectare) voor Passende beoordeling N2000, Ennerveld

Buiting Advies BV

32

deze soort, doordat in en nabij het bos vakantiehuisjes worden gerealiseerd en dit tevens verstoring met zich meebrengt. Voor deze ontwikkelingen worden vrijwel geen bomen gekapt en lopen de boomkronen door over het park. Over deze boomkronen kan de wespendief zijn foerageervluchten rustig voortzetten. Het bos in het plangebied wordt omschreven als secundair leefgebied (Sierdsema et al. 2008). Wespendieven nestelen in oudere bomen die hoger zijn dan 15 meter. Het bos waar de vakantiehuisjes worden gebouwd is geschikt als broedgebied voor deze soort. Als foerageergebied is het bos suboptimaal, doordat de lichte delen van het bos veelal zijn dichtgegroeid met Amerikaanse vogelkers. In bos met meer inheemse soorten en kleine open plekken is voor de wespendief waarschijnlijk meer voedsel aanwezig, doordat daar meer wespen en ook andere prooidieren voorkomen. De wespendief is matig gevoelig voor verstoring en als gevolg van de herinrichting verschuift de boszone met verstoring. Indien in het Ennerveld geen vakantiepark wordt ontwikkeld (Scenario status quo, paragraaf 4.1) nemen de huidige waarden die nog resteren verder af doordat het hele terrein dichtgroeit met exoten. Hierdoor neemt de hoeveelheid licht op de bodem af waardoor kruiden verdwijnen en de kans op de vestiging van wespennesten verder afneemt en ook de ondergroei te dicht wordt voor foeragerende wespendieven.

Al met al ontstaat als gevolg van de ontwikkeling 6,5 hectare zeer geschikt leefgebied voor deze soort. Door de realisatie van de vakantiehuizen en de verstoring in het bos blijft zo’n 3 hectare minder geschikt. Deze verstoring blijft zeer waarschijnlijk beperkt tot minder dan 3 hectare, marginaal tot matig geschikt leefgebied. Projecten die in de omgeving van het plangebied worden uitgevoerd hebben geen aanvullend negatief effect voor deze soort. De herinrichting omvat ook maatregelen die positief zijn voor de soort. Door het toekomstige ecologische beheer van het bos neemt de variatie en heterogeniteit in het bos toe, doordat er bij het beheer gestreefd wordt naar meer structuur, een hoger aandeel inheemse (loof)bomen en een groter aandeel dood hout. Het aantal prooidieren voor de wespendief neemt hierdoor toe in Ennerveld. Ook de te ontwikkelen heide en het open houden van het extensief beheerd grasland onder in de kuil is positief voor deze soort. De wespendief foerageert ook op heide en grasland nabij bos en het areaal van deze terreintypen neemt sterk toe. Een belangrijk foerageergebied voor deze soort vormen verder de bosranden. Doordat bij het beheer wordt gestreefd naar natuurlijke bosranden en gaten in het kronendak worden gecreëerd ontstaat veel extra foerageerhabitat.

Dergelijke bosranden vormen een goed leefgebied voor onder andere vlinders, insecten en vogelsoorten en ook door deze maatregel zal het voedselaanbod voor de wespendief verbeteren. Door het verwijderen van exoten wordt tevens een potentiële bron van exoten, die zich verder over de Veluwe kunnen verspreiden weggenomen/ingeperkt. Hierdoor blijft de kwaliteit van de omliggende terreinen ook beter gewaarborgd. Door het opheffen van de parkeerplaats aan de Leemculeweg (1,1 kilometer buiten het plangebied) ontstaat hier meer rust. Door het wegvallen van deze parkeerplaats als startpunt neemt de hoeveelheid recreanten rondom deze locatie af. Het aantal verstoringsmomenten zal hierdoor ook afnemen. De paden rondom deze parkeerplaats kunnen door het opheffen feitelijk als afgesloten worden beschouwd. Er is behalve de parkeerplaats namelijk geen reden om hier te wandelen/recreëren. Om te beoordelen of er een significant negatief effect op deze soort kan plaatsvinden is het noodzakelijk om vast te stellen of het mogelijk is dat als gevolg van de herinrichting er een broedpaar van deze soort zal verdwijnen van de Veluwe. Wespendieven hebben grote territoria van enkele honderden hectare bos per paar. Het lijkt onwaarschijnlijk dat er als gevolg van de herinrichting een significant negatief effect optreedt op deze soort.

Doordat er slechts een klein areaal bos wordt bebouwd en dit bos niet het meest optimale foerageergebied vormt voor deze soort, doordat projecten in de omgeving niet leiden tot extra verlies aan leefgebied, doordat de herinrichting voorziet in een sterke uitbreiding van het oppervlak extensief beheerde heide en schraalgrasland, doordat de lengte en kwaliteit van de bosranden toeneemt en doordat het overige bos ecologisch zal worden beheerd met meer variatie en dood hout als gevolg, is het onwaarschijnlijk dat de gevolgen van het te ontwikkelen vakantiepark significant negatief zullen zijn. Passende beoordeling N2000, Ennerveld

Buiting Advies BV

33

4.4.4

EFFECTEN VOGELRICHTLIJNSOORTEN VAN OPEN HABITAT

BOOMLEEUWERIK, DRAAIHALS, ROODBORSTTAPUIT EN GRAUWE KLAUWIER Door de ontwikkeling van heide en andere open begroeiing en het creëren van een meer open landschap in de kuil ontstaat een beter broedhabitat voor met name de boomleeuwerik, roodborsttapuit en de grauwe klauwier. In totaal ontstaat zo’n 5,7 hectare aan open vegetatietypen, in de vorm van heide, heischrale graslanden en (matig) voedselrijke graslanden en ruigtes. De ontwikkeling van droge heide leidt tevens tot extra potentieel habitat voor de draaihals, een soort die de laatste jaren weer langzaam toe lijkt te nemen als broedvogel. De herinrichting heeft mogelijk wel effect op vogelrichtlijnsoorten (tabel 8). Voor vogelrichtlijnsoorten van (half)open gebied, als boomleeuwerik, roodborsttapuit, grauwe klauwier en draaihals zijn significant negatieve effecten niet te verwachten. Als gevolg van de herinrichting verdwijnt geen leefgebied maar ontstaat er een halfopen gebied van ongeveer 4,7 hectare potentieel leefgebied in de kuil (tabel 11, afbeelding 12). Daarbij zijn vogelrichtlijnsoorten van open gebied op dit moment in het plangebied niet aanwezig en werden bij het natuuronderzoek geen broedparen of individuen vastgesteld (Buiting Advies 2017). De kapwerkzaamheden zullen verder buiten het broedseizoen worden uitgevoerd.

Al met al is een afname van het aantal broedparen van vogelrichtlijnsoorten van open terrein als gevolg van de herinrichting niet te verwachten; een toename van het aantal broedparen ligt meer voor de hand. IJSVOGEL, DUINPIEPER EN TAPUIT Op de ijsvogel, duinpieper en tapuit worden op dit moment geen negatieve, dan wel positieve effecten verwacht. Deze soorten zijn gedurende het veldonderzoek in 2017 niet aangetroffen in het Ennerveld en worden op basis van de bekende habitatvoorkeuren en verspreiding ook niet verwacht. Ook na de inrichting biedt het Ennerveld geen geschikt habitat voor deze soorten. Significante negatieve effecten op de vogelrichtlijnsoorten waarvoor de Veluwe is aangewezen zijn als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen niet te verwachten.

4.5

OVERZICHT VAN VERWACHTE EFFECTEN BINNEN HET ENNERVELD

In onderstaande tabellen wordt een overzicht gegeven van de toekomstige effecten op de habitattypen en doelsoorten die relevant zijn voor het Ennerveld. HABITATTYPEN Door de ontwikkeling van open gebied ontstaat een open landschap op schrale zandige bodem. Dit vormt een goede uitgangssituatie voor de ontwikkeling van heide. Derhalve hebben de voorgenomen plannen een gunstig effect op het habitattype H4030-Droge heiden (tabel 13). Tabel 13: de verwachte effecten op het habitattype 4030-Droge heide.

HABITATTYPE

H4030 - Droge heiden

HUIDIGE KWALITEIT

SCENARIO: STATUS QUO

matig geschikt

verslechtering

Passende beoordeling N2000, Ennerveld

Buiting Advies BV

SCENARIO: ONTWIKKELING ENNERVELD verbetering

EFFECT VAN ONTWIKKELING positief

34

VOGELRICHTLIJNSOORTEN Door de ontwikkeling van meer open gebied ontstaat een (half)open landschap. Dit vormt een goed broed- en foerageergebied voor soorten van (half)opengebieden als de roodborsttapuit en mogelijk ook voor de zeldzame draaihals en grauwe klauwier. De verstoringsinvloeden van toekomstige recreanten hebben mogelijk een effect op de zwarte specht en wespendief. Ook neemt door de ontwikkeling van het Ennerveld de geschikte habitat af in oppervlak (met naar schatting minder dan 2 hectare). Daarentegen zorgt het opheffen van de parkeerplaats aan de Leemculeweg voor minder recreatie in delen ten westen van het Ennerveld. Tevens leiden de voorgenomen inrichtings- en beheermaatregelen tot gunstige effecten op de kwaliteit van het leefgebied voor de wespendief en de zwarte specht in het Ennerveld. De extra verstoring door bezoekers van het vakantiepark wordt hierdoor tenietgedaan. Derhalve hebben de voorgenomen plannen een gunstig of een neutraal effect op de aangewezen vogelrichtlijnsoorten op de Veluwe die relevant zijn voor het Ennerveld en omgeving (tabel 14). Tabel 14: de verwachte effecten van de voorgenomen ontwikkelingen op het Ennerveld op de vogelrichtlijnsoorten.

EFFECTEN VOGELSOORTEN: A072 - Wespendief A233 - Draaihals A236 - Zwarte Specht A246 - Boomleeuwerik A276 - Roodborsttapuit A338 - Grauwe Klauwier

4.6

HUIDIGE KWALITEIT

SCENARIO STATUS QUO

matig geschikt matig geschikt matig geschikt ongeschikt ongeschikt ongeschikt

neutraal neutraal neutraal ongeschikt ongeschikt ongeschikt

SCENARIO ONTWIKKELING ENNERVELD neutraal verbetering neutraal verbetering verbetering verbetering

VERWACHT EFFECT VAN ONTWIKKELING neutraal neutraal/positief neutraal/positief positief positief positief

CUMULATIEVE EFFECTEN

Naast de ontwikkeling van het Ennerveld kunnen andere projecten in de omgeving van het Ennerveld effecten hebben op Natura 2000-gebied Veluwe. Om te voorkomen dat een opeenstapeling van, op zich kleine, effecten uiteindelijk leidt tot een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de Veluwe, dienen ook de effecten van deze andere projecten bij een passende beoordeling meegenomen te worden. Hieronder wordt ingegaan op deze ‘cumulatieve effecten’. Daarbij zijn alleen projecten onderzocht met een vergelijkbaar effect op Natura 2000-gebied Veluwe als de ontwikkeling van het Ennerveld. Alleen dergelijke projecten zouden immers samen met de inrichting tot een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen kunnen leiden. Het voornaamste negatieve effect van de ontwikkeling van het Ennerveld is het verdwijnen van leefgebied van de zwarte specht en de wespendief door de voorgenomen boskap of een hogere recreatiedruk, zoals hierboven beschreven in paragrafen 4.2 en 4.3. Bij deze beoordeling zijn dan ook die projecten meegenomen die kunnen leiden tot het verdwijnen of verslechteren van leefgebied van deze soorten. Daartoe is bij de provincie Gelderland een overzicht gevraagd van Natura 2000 vergunningsaanvragen die in deze omgeving spelen. Hieruit zijn vervolgens die projecten geselecteerd die mogelijk een effect hebben op beide doelsoorten.

Passende beoordeling N2000, Ennerveld

Buiting Advies BV

35

5

CONCLUSIES

5.1

HABITATTYPEN

De ontwikkelingen hebben geen effect op de oppervlakte van beschermde habitattypen. Binnen het ontwikkelingsgebied ligt volgens de provinciekaarten weliswaar habitattype droge heide, in de praktijk ontbreekt dit geheel. Bovendien vinden geen ontwikkelingen plaats die daar een negatief effect op zouden kunnen hebben. Wel voorziet de voorgenomen ontwikkeling juist in de ontwikkeling van het habitattype droge heide. Uit de Aeriusberekeningen (SAB, 2017, zie bijlage 4) dat negatieve effecten worden verwacht door een toename van de stikstofdepositie boven de huidige kritische depositiewaarde. Het belangrijkste negatieve effect betreft echter de feitelijk niet aanwezige droge heide. In veel mindere mate zijn er echter ook effecten op andere habitattypen en locaties. Voor de realisatie van het Ennerveld is een vergunning van de Wet natuurbescherming nodig in verband met de negatieve effecten die deze stikstofdepositie heeft op de habitattypen. Door het verwijderen van invasieve exoten neemt een bedreiging op de Natura 2000-habitattypen in de omgeving van het Ennerveld af.

5.2

HABITATRICHTLIJNSOORTEN

Door het ontbreken van geschikt leefgebied en waarnemingen van habitatrichtlijnsoorten binnen de ontwikkelingssfeer van dit project, worden geen effecten op de habitatrichtlijnsoorten verwacht.

5.3

VOGELRICHTLIJNSOORTEN

 Door het ontbreken van geschikt leefgebied worden geen negatieve effecten op de nachtzwaluw, ijsvogel, draaihals, boomleeuwerik, duinpieper, roodborsttapuit, tapuit en grauwe klauwier verwacht;  Het potentiële leefgebied voor boomleeuwerik, draaihals, roodborsttapuit en grauwe klauwier wordt verbeterd/vergroot;  Door de ontwikkeling van het vakantiepark op het Ennerveld wordt minder dan 2 hectare momenteel bos dat vrijwel ongeschikt is als leefgebied voor de zwarte specht en de wespendief bebouwd;  Door de toename van de recreatiedruk wordt een mogelijk effect verwacht op de zwarte specht en wespendief. Door de parkeerplaats aan de Leemculeweg op te heffen wordt rondom deze locatie (1,1 km ten westen van het Ennerveld) rust gecreëerd en worden recreatiestromen meer geconcentreerd. De paden rondom deze locatie kunnen feitelijk als afgesloten worden beschouwd, gezien er geen reden meer is hier nog te wandelen/recreëren.

Omdat deze paden verder nergens naartoe leiden;  Door het nemen van beheer- en inrichtingsmaatregelen wordt 19 hectare leefgebied geschikter voor zowel de zwarte specht als de wespendief;  De verwachting is dat het negatieve effect door de toegenomen recreatiedruk en het beperkte verlies van habitat door de juiste beheer- en inrichtingsingrepen teniet kan worden gedaan en mogelijk zelfs een positieve uitwerking heeft op vanuit Natura 2000 geformuleerde doelen met betrekking tot de zwarte specht en wespendief.

5.4

TOEKOMSTIG BEHEER

Er wordt geadviseerd een beheerplan op te laten stellen voor het Ennerveld, dat expliciet rekening houdt met de vanuit Natura 2000 gestelde doelen.

Passende beoordeling N2000, Ennerveld

Buiting Advies BV

36

5.5

OVERIGE POSITIEVE RESULTATEN

Naast de vanuit Natura 2000 gestelde doelen draagt de ontwikkeling tevens bij aan:  De realisatie van de verbindingszone Hattemerpoort;  Een betere bescherming door terreindelen van het Ennerveld buiten het vakantiepark te bestemmen als ‘natuur’;  Door de kwaliteitsverhoging van de natuurwaarde van de bossen, de ontwikkeling van heide, natuurlijke (schrale) graslanden en bosranden profiteren ook vele andere soorten mee van de ontwikkelingen;  In de gebouwen worden voorzieningen aangebracht voor gebouwbewonende soorten (met name vleermuizen);  De veiligheid door het opheffen van de parkeerplaats aan de Leemculeweg en het daardoor wegnemen van de overlast op die locatie;  De (lokale) economie en werkgelegenheid;  Een schoner milieu door het opruimen van de kuil.

Passende beoordeling N2000, Ennerveld

Buiting Advies BV

37

LITERATUUR Buiting Advies. 2017 (in prep). Natuuronderzoek beschermde soorten Ennerveld. Buiting Advies. 2017 (in prep). Voortoets Natura 2000 Ennerveld. Ministerie van Economische Zaken. 2014. Leeswijzer Natura 2000 profielen versie september 2014. Provincie Gelderland. 2016. Ontwerp Beheerplan Natura 2000 057 – Veluwe (november 2016). SAB. 2017. Aerius-berekening. Molenweg, Wapenveld. Projectnummer 170402. Siebel, H. & M. Rijks. 2017. Hoe om te gaan met invasieve exoten in het natuurbeheer? De Levende Natuur. Jaargang 118, nummer 4. Sierdsema, H. van Diermen, J. Aarts, B. van den Bremer, L. & van Kleunen, A. 2008. Factsheets van broedvogels in de Natura 2000 - gebieden van Gelderland. SOVON onderzoeksrapport 2008/14. Van Manen, W. van Diermen, J. van Rijn, S. & van Geneijgen, P. 2011. Ecologie van de Wespendief (Pernis apivorus) op de Veluwe in 2008-2010, populatie, broedbiologie, habitatgebruik en voedsel. Natura 2000rapport, Provincie Gelderland, Arnhem/ Stichting Boomtop, Assen. 77pp. INTERNETBRONNEN Profieldocumenten ministerie van EZ: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?subj=profielen EIS Kenniscentrum Insecten: http://www.bosmieren.nl Provincie Gelderland https://www.gelderland.nl/

Passende beoordeling N2000, Ennerveld

Buiting Advies BV

38

BIJLAGEN

Passende beoordeling N2000, Ennerveld

Buiting Advies BV

39

BIJLAGE 1: WEERGAVE VAN ANTROPOGENE ONTWIKKELINGEN HUIDIGE SITUATIE

Geëxclaveerd terrein Oppervlakte: 1,31 ha.

Verharding buiten de exclavering Oppervlakte: 0,18 ha.

Parkeerplaats Leemculeweg (verharding) Oppervlakte: 0,13 ha.

Passende beoordeling N2000, Ennerveld

Exclavering + verharding Oppervlakte: 1,49 ha.

Picknickveldje parkeerplaats Leemculeweg Oppervlakte: 1,05 ha.

Buiting Advies BV

40

TOEKOMSTIGE SITUATIE

Geëxclaveerd gebied Oppervlakte: 1,79 ha.

Bebouwing Oppervlakte: 0,45 ha.

Halfverharding Oppervlakte: 0,52 ha.

Groen binnen exclavering Oppervlakte: 0,82 ha.

Passende beoordeling N2000, Ennerveld

Buiting Advies BV

41

BIJLAGE 2: BEGROEIING OP DE LOCATIE VAN H4050 - DROGE HEIDE Volgens de habitattypenkaart (afbeelding 11) is binnen het Ennerveld het habitattype H4050 - Droge heide aanwezig. Zo ontbreekt de dominantie van struikhei en andere dwergstruiken, maar wordt de vegetatie gedomineerd door bomen, struiken en grassen en is het oppervlak aaneengesloten struikhei kleiner dan de standaardnorm van 100m2 (zie paragraaf 2.2 en 3.2.2) die wordt genoemd in het profielendocument Natura 2000 (Ministerie van EZ, 2014). De onderstaande foto’s geven een beeld van deze locatie en laten zien dat hier geen sprake is van een habitattype, maar van of een vochtige voedselrijke groeiplaats met wilgen, eenstijlige meidoorn, zeggenmoeras en moerasruigten. Op de zandige delen groeit bos(opslag), waarin boerenwormkruid domineert. Deze vegetatie wordt momenteel gedomineerd door grove den en Amerikaanse vogelkers. In enkele bossen op de helling is sprake van kleine struikhei begroeiingen (<10m2).

Passende beoordeling N2000, Ennerveld

Buiting Advies BV

42

Passende beoordeling N2000, Ennerveld

Buiting Advies BV

43

BIJLAGE 3: VERSTORINGSZONES IN HET ENNERVELD

Passende beoordeling N2000, Ennerveld

Buiting Advies BV

44

BIJLAGE 4: UITKOMSTEN AERIUSBEREKENING (VOOR EIGEN GEBRUIK) De onderstaande uitsneden geven de uitkomsten van de Aeriusberekening (SAB, 2017) weer:

Passende beoordeling N2000, Ennerveld

Buiting Advies BV

45

Passende beoordeling N2000, Ennerveld

Buiting Advies BV

46

Passende beoordeling N2000, Ennerveld

Buiting Advies BV

47

Passende beoordeling N2000, Ennerveld

Buiting Advies BV

48

Passende beoordeling N2000, Ennerveld

Buiting Advies BV

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=71aefc1d-ce8b-4c9f-b8f9-1a64cc960496