15.3.3. Passende beoordeling.pdf
Tekst van het document
NOVEMBER 2017 Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
1
PASSENDE BEOORDELING NATURA 2000
COLOFON Opdrachtgever Contactpersoon
Van Harte bv Dhr. Stolp
Datum Status Projectnummer
November 2017 Definitief 17045
Auteur Controle Inventarisatie
Tim Asbreuk Elmar Prins Tim Asbreuk, Elmar Prins
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
2
INHOUD 1
INLEIDING
4
1.1 1.2
AANLEIDING VOORGENOMEN INRICHTING
4 4
2
GEBIEDSOMSCHRIJVING
7
2.1 2.2
LIGGING IN RELATIE TOT NATURA 2000 OMSCHRIJVING VAN HET ENNERVELD
7 8
3
HABITATTYPEN EN BESCHERMDE SOORTEN
14
3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3
JURIDISCH KADER AANWEZIGHEID VAN HABITATTYPEN EN SOORTEN NATURA 2000-HABITATTYPEN EN SOORTEN ‘VELUWE’ NATURA 2000-HABITATTYPEN EN SOORTEN ‘ENNERVELD’ OVERZICHT
14 14 14 15 19
4
VERWACHTE EFFECTEN
20
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.5 4.6
SCENARIO’S NEGATIEVE EFFECTEN VAN DE ONTWIKKELING VAN HET ENNERVELD TIJDELIJKE EFFECTEN WERKZAAMHEDEN PERMANENTE EFFECTEN VAKANTIEPARK POSITIEVE EFFECTEN VAN DE ONTWIKKELING OP NATUURWAARDEN POSITIEVE EFFECTEN OP NATURA 2000-DOELEN POSITIEVE EFFECTEN OP OVERIGE NATUURDOELEN BEHEER EN UITVOERING EN BORGING NATUURWAARDEN SYNTHESE EFFECTEN OP HABITATTYPEN EFFECTEN OP HABITATRICHTLIJNSOORTEN EFFECTEN VOGELRICHTLIJNSOORTEN GEBONDEN AAN BOS EFFECTEN VOGELRICHTLIJNSOORTEN VAN OPEN HABITAT OVERZICHT VAN VERWACHTE EFFECTEN BINNEN HET ENNERVELD CUMULATIEVE EFFECTEN
20 24 24 24 26 26 28 28 29 29 30 30 34 34 35
5
CONCLUSIES
36
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
HABITATTYPEN HABITATRICHTLIJNSOORTEN VOGELRICHTLIJNSOORTEN TOEKOMSTIG BEHEER OVERIGE RESULTATEN
36 36 36 36 37
BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4
WEERGAVE VAN ANTROPOGENE ONTWIKKELINGEN BEGROEIING OP DE LOCATIE VAN H4050 - DROGE HEIDE VERSTORINGSZONES IN HET ENNERVELD UITKOMSTEN AERIUSBEREKENING (VOOR EIGEN GEBRUIK)
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
3
1
INLEIDING
Het Ennerveld gelegen nabij Wapenveld heeft de afgelopen tientallen jaren vele bestemmingen gehad. Het meest recente plan is het ontwikkelen van een vakantiepark waarin rust en natuurbeleving centraal staan. Buiting Advies is benaderd door de Stolp Holding om hen te begeleiden met ecologische en natuurwetgevingsvraagstukken gedurende de planvorming. Na diverse overleggen met de stakeholders is in 2017 een masterplan opgesteld. Dit plan geeft een stedenbouwkundige uitwerking en geeft aan hoe wordt omgegaan met het landschap, natuur, water en de logistiek binnen het 23 hectare grote gebied. Het Ennerveld is gelegen in Natura 2000-gebied “Veluwe”. Dit gebied is in het kader van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn aangewezen voor de instandhouding van een aantal plant- en diersoorten en habitattypen. Vanwege de ligging in dit Natura 2000-gebied dient voorafgaand aan de inrichting getoetst te worden of de geplande ontwikkelingen negatieve effecten kunnen hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van dit Natura 2000-gebied. Binnen het Ennerveld gebied is 1,31 hectare geëxclaveerd uit het Natura-2000-netwerk. De voorgenomen ontwikkelingen hebben een oppervlak van 1,79 hectare waarvan 0,4 hectare reeds binnen het geëxclaveerde deel liggen.
1.1
AANLEIDING
Uit de workshops met de Provincie Gelderland, Gemeente Heerde, GNMF, Gelders Landschap en Kastelen en andere stakeholders bleek dat het wenselijk was het plangebied niet binnen de 1,31 hectare geëxclaveerd terrein te leggen, maar dit deels te verleggen en te vergroten naar 1,79 hectare. Doordat deze wijziging en de ontwikkeling van het vakantiepark effecten kunnen hebben op de binnen Natura 2000 gestelde doelen is deze Passende beoordeling uitgevoerd. Uit de Voortoets (Buiting Advies 2017) blijkt tevens dat de inrichting en het daaropvolgende gebruik (significant) negatieve gevolgen kunnen hebben voor de instandhouding van de zwarte specht en de wespendief, waarvoor de Veluwe een instandhoudingsdoelstelling heeft. Als onderdeel van de herinrichting zal ook bos worden gekapt en de herinrichtingswerkzaamheden kunnen leiden tot tijdelijke verstoring. Na ingebruikname van het park kan verstoring door recreanten worden veroorzaakt. Het bos is gekwalificeerd als leefgebied van de zwarte specht en wespendief (Sierdsema et al. 2008). Tevens kan door de herinrichtingswerkzaamheden en het gebruik van het park de hoeveelheid stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied Veluwe en daarbuiten toenemen.
Aangezien belasting door stikstof negatieve effecten kan hebben op natuurdoeltypen heeft het bevoegd gezag, de provincie Gelderland, aangegeven dat voor deze typen een passende beoordeling dient te worden uitgevoerd. Hieronder volgt de uitwerking van deze passende beoordeling. Hierbij zullen ook de effecten op de overige beschermde natuurwaarden van Natura 2000-gebied Veluwe worden behandeld.
1.2
VOORGENOMEN INRICHTING
Het Ennerveld (afbeelding 1 en 2) heeft een oppervlakte van ongeveer 21 hectare. Van dit oppervlak vinden het gros van de ontwikkelingen plaats op circa 1,8 hectare (afbeelding 2). Binnen deze 1,8 hectare wordt 4.045 m2 bebouwd en worden 125 parkeerplaatsen gerealiseerd (tabel 1), in deze rapportage wordt dit deel van het Ennerveld de ‘ontwikkelingslocatie’ genoemd. Men is voornemens de huisjes, paden en parkeerplaatsen zo natuurvriendelijk mogelijk in het landschap in te passen. Ook bij de aanleg van de verlichting wordt rekening gehouden met de aanwezige natuurwaarden. Effecten van verlichting op de Natura 2000-doelstellingen worden niet verwacht (zie Voortoets Buiting 2017). Het overige deel van het Ennerveld wordt ingericht en beheerd als natuurgebied. Dit omdat de initiatiefnemer de natuur in de omgeving van het Ennerveld als belangrijke trekker ziet van de gasten die het toekomstige park bezoeken. Men is voornemens de bossen geleidelijk om te vormen naar een natuurlijker bos met veel licht op de bodem en een deel van de bossen en bosopslag te verwijderen. Op de plekken waar het bos en/of de bosopslag geheel wordt verwijderd wordt gestreefd naar heide, heischrale graslanden of andere waardevolle (half)open landschapstypen. Tevens ontstaan hierdoor lange zichtassen vanaf de vakantiewoningen over het (half)open Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
4
landschap. Deze ongeveer 20,2 hectare natuurgebied binnen het Ennerveld wordt in de toekomst beheerd door het Gelders Landschap en Kastelen, een professionele natuurbeheerder. Op 1,1 kilometer ten westen van het plangebied ligt de parkeerplaats Leemculeweg die dienst doet als startpunt voor recreanten. Het is de wens deze parkeerplaats op te heffen en de parkeervoorziening binnen het Ennerveld te integreren. Dit vormt tevens een oplossing voor de overlast op de huidige parkeerplaats.
Afbeelding 1: het Ennerveld (rood) ligt in de bosgebieden van de Veluwe nabij de plaats Wapenveld in de gemeente Heerde. De op te heffen parkeerplaats (geel) ligt 1,1 kilometer ten westen van het Ennerveld. Tabel 1: een overzicht van de oppervlakten met een hoge mate van antropogene beïnvloeding van de voorgenomen ontwikkeling binnen het Ennerveld (zie bijlage 1).
BESCHRIJVING
OPPERVLAK huidige situatie 1,31 ha
OPPERVLAK nieuwe situatie 1,79 ha
Exclavering Ennerveld (ha) Bebouwing (m2) - Boshuizen (65m2 per woning) 0 m2 1.625 m2 - Panoramawoningen (70m2 per appartement) 0 m2 1.820 m2 2 - Receptiegebouw 0m 600 m2 - Bergingen, terrassen en circulatie 0 m2 500 m2 2 Totaal oppervlak bebouwing* 0m 4.545 m2 Huidige exclavering en overige verharding (ha) - Huidige exclavering 1,31 ha n.v.t. - Verharding buiten de exclavering Ennerveld 0,18 ha 0 ha - Halfverharding 0 ha 0,52 ha - Bosparkeerplaats Leemculeweg 0,13 ha 0 ha Totaal oppervlak huidige exclavering + verharding 1,62 ha 0 ha Totaal oppervlak halfverharding 0 ha 0,52 ha Oppervlakten in relatie tot Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ (ha) - Exclavering Ennerveld + huidige verharding buiten de exclavering 1,49 ha 1,79 ha - Parkeerplaats Leemculeweg 0,13 ha 0 ha - Picknickveld Leemculeweg 1,05 ha 0 ha Totaal oppervlak met hoge mate van antropogene beïnvloeding (ha) 2,67 ha 1,79 ha * de voormalige bebouwing is door brandstichting in het voorjaar van 2017 afgebrand en daarna gesloopt. Wapenveld Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
5
Afbeelding 2a en 2b: de huidige situatie in het Ennerveld en de globale ligging van de locatie van het vakantiepark (rood). Deze zone wordt in dit document het ontwikkelingsgebied genoemd en daaronder de voorgenomen ontwikkelingslocatie binnen het Ennerveld. Bron: Ennerveld masterplan (studio Larkemika).
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
6
2
GEBIEDSOMSCHRIJVING
2.1
LIGGING IN RELATIE TOT NATURA 2000
Het Ennerveld ligt in het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ (afbeelding 3) nabij de plaats Wapenveld in de gemeente Heerde. Het Ennerveld wordt aan de noordzijde begrensd door de (Wapenvelder) Molenweg. De overige zijden worden begrensd door het natuurgebied ‘Petrea’ dat evenals delen van het Ennerveld onderdeel is van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Binnen het Ennerveld is een deel niet begrensd als Natura 2000-gebied (wit op afbeelding 3).
Afbeelding 3: de locatie van het Ennerveld (rood) en de ontwikkelingslocatie (zwart) ten opzichte van het Natura 2000gebied ‘Veluwe’ (groen). Binnen het Ennerveld ligt een deel (wit) dat geen onderdeel uitmaakt van het Natura 2000netwerk. Bron: synbiosys.alterra.nl.
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
7
2.2
OMSCHRIJVING VAN HET ENNERVELD
Het Ennerveld (afbeelding 2) bestaat uit vier delen: het uit de Natura 2000-bescherming geëxclaveerde deel in het noordwesten van het Ennerveld. Het voormalig recreatiecentrum/camping met ten zuiden daarvan enkele met paden doorsneden bossen. Het oostelijk deel van het Ennerveld bestaat uit een voormalig zandafgraving, die na de zandwinning is gebruikt als vuilstort. Op de hellingen heeft in het verleden ook een skibaan gelegen. Het overige deel bestaat uit gemengde bossen. Het totale oppervlak is ongeveer 21 hectare. GEËXCLAVEERD TERREIN Het uit Natura 2000 geëxclaveerde terrein (afbeelding 2 en 3) bestaat grotendeels uit verharding en terreindelen waar tot dit voorjaar gebouwen stonden (afbeelding 4). De gebouwen zijn in 2017 afgebrand en daarna gesloopt. Op deze (voormalig) bebouwde en verharde delen zijn geen hoge natuurwaarden aanwezig. Wel is direct rondom deze delen veel opslag van grove den, ruwe berk en Amerikaanse vogelkers aanwezig, evenals enkele oude grove dennen en Amerikaanse eiken. Onder deze opslag van bomen en struiken is op enkele plekken nog een waardevolle schrale heide-/kruidenvegetatie aanwezig met soorten als zandblauwtje en struikhei.
Afbeelding 4a en 4b: het geëxclaveerde terrein, het puin op de rechter afbeelding is in de zomer van 2017 afgevoerd.
VOORMALIGE RECREATIECENTRUM/CAMPING Op het terreindeel dat op afbeelding 2 is aangegeven als voormalig recreatiecentrum/camping zijn in het veld nog veel sporen van het oude gebruik zichtbaar. Door achterstallig beheer zijn veel waardevolle natuurlijke vegetaties verdrongen (afbeelding 5b en 5c). Onder andere de voormalige kampeerveldjes (afbeelding 5a) en oude paden waar onder andere nog veel zandblauwtje en struikhei groeien (afbeelding 5e en 5f) zijn vrijwel geheel met Amerikaanse vogelkers en grove den begroeid. Door het achterblijven van beheer vormen de oprukkende exoten, de voortschrijdende successie en vergrassing een bedreiging voor de huidige natuurwaarden op de voormalige camping en de directe omgeving.
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
8
Afbeelding 5a t/m 5f: het voormalige recreatiecentrum/camping waar de oude kampeerveldjes en paden door successie steeds verder dichtgroeien met Amerikaanse vogelkers, grove den, ruwe berk en verwilderde “tuinplanten”.
VOORMALIGE ZANDAFGRAVING De voormalige zandafgraving is nadat de zandwinning is gestopt jarenlang in gebruik geweest als vuilstort en vervolgens afgedekt met een laag klei-/leemhoudend materiaal. Op het westelijk deel van de voormalige vuilstort bevindt zich een zandpakket, met daaronder waarschijnlijk dezelfde klei-/leemhoudende afdeklaag. Dit veroorzaakt een duidelijke gradiënt in de “kuil” met op de zandige delen ruige grazige vegetaties met soorten als akkerdistel, boerenwormkruid, duizendblad, gewoon reukgras, Jakobskruiskruid, kropaar en smalle weegbree. Daarnaast zijn op enkele locaties indicatoren van schrale omstandigheden aanwezig, zoals gewone veldbies en zandblauwtje. Op de lagere delen waar de klei-/leemlaag direct aan de oppervlakte komt bevindt zich een zeggevegetatie met scherpe zegge, geoord helmkruid, tweerijige zegge en ruig vochtig grasland met Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
9
soorten als valeriaan, smeerwortel, fluitenkruid, late guldenroede, scherpe boterbloem, akkerdistel en kruipend zenegroen. In het centrale deel veel van de kuil hebben zich struwelen van wilgen, eenstijlige meidoorn en sleedoorn ontwikkeld (afbeelding 6).
Afbeelding 6a t/m 6d: de kuil vormt een voedselrijke, vochtige “oase” binnen de “droge, schrale Veluwe” en kent hoge dichtheden aan grote zoogdieren en dagvlinders.
Deze afwijkende vegetatie en flora op de voedselrijkere, vochtigere bodem heeft een grote aantrekkingskracht op de aanwezige fauna uit de omgeving. Tijdens de veldbezoeken zijn onder andere wild zwijn (15 exemplaren), edelhert, ree, das (bewoonde burcht en minimaal 3 exemplaren) en vos aangetroffen in de kuil. Ook leveren de bloeiende kruiden een welkome nectarbron voor veel dagvlinders uit de omgeving, met name als door droogte elders op de droge zandgronden weinig nectar te vinden is. Ook leven in de kuil veel hazelwormen en lijken de omstandigheden optimaal voor veel soorten bloembezoekende insecten, met name solitaire bijen en hommels. Aan de westzijde en op de taluds van de kuil groeit veel opslag van grove den en Amerikaanse vogelkers (afbeelding 7d). Op plekken waar nog licht op de bodem komt bestaat de kruidlaag onder andere uit zandblauwtje, gewoon struisgras en enkele pollen struikhei en bevind zich op enkele plekken open zand (afbeelding 7a t/m 7c). De struikhei vegetaties zijn kleiner dan 2m2 en derhalve niet als heide te kwalificeren. Het merendeel van deze vegetaties die van hoge ecologische waarde zijn voor veel diersoorten is echter volledig verdwenen door opslag van grove den en Amerikaanse vogelkers. De nog resterende open delen worden bedreigd door dezelfde opslag en zijn zonder ingrijpen binnen enkele jaren volledig verdwenen.
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
10
Afbeelding 7a t/m7d: op de hellingen groeien plaatselijk soorten van (hei)schrale milieus (7a t/m 7c). Deze bijzondere waarden verdwijnen snel door opslag van grove den en Amerikaanse vogelkers (7d).
BOSSEN EN BOSOPSLAG In en ook direct rondom het Ennerveld bestaan de bossen veelal uit grove den, Amerikaanse eik, zomereik en in mindere mate uit beuk, fijnspar, lariks en ruwe berk (afbeelding 8).
Afbeelding 8a en 8b: de bossen bestaan voornamelijk uit grove den met daarnaast Amerikaanse eik, fijnspar, zomereik en beuk.
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
11
De ondergroei bestaat, waar aanwezig, grotendeels uit Amerikaanse vogelkers, wilde lijsterbes en diverse aangeplante exotische struiken (afbeelding 9a en 9c). De exoten zorgen voor meer schaduw op de bodem, dit is ongunstig voor de vestiging van mierennesten. Licht op de bosbodem is namelijk erg belangrijk voor mierenhopen en andere mierennesten (bosmier.nl, website van EIS kenniscentrum insecten). Tevens worden exoten door minder insecten als voedselbron gebruikt. Deze insecten dienen weer als voedsel voor vogels en andere insecten (waaronder wespen en mieren).
Afbeelding 9a t/m 9d: in de struiklaag van de bossen komen vooral exoten (waaronder Amerikaanse vogelkers) voor. De opslag op voormalig open terreinen bestaat uit grove den, Amerikaanse vogelkers en ruwe berk. De ecologische waarden van deze open delen dreigen door successie langzaam maar zeker te verdwijnen.
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
12
PARKEERPLAATS LEEMCULEWEG Op de kruising tussen de Leemculeweg en de Molenweg ligt een parkeerplaats (afbeelding 10) omgeven door de hiervoor genoemde wegen en bosgebieden behorende tot het gebied Petrea. Door het opheffen van deze parkeerplaats en deze parkeervoorziening te verplaatsen naar het Ennerveld, valt een potentieel startpunt voor recreanten weg. Hierdoor ontstaat meer rust in de zone rondom de parkeerplaats aan Leemculeweg. Hiervan zullen eventueel foeragerende zwarte spechten en wespendieven profiteren.
Afbeelding 10: parkeerplaats aan de Leemculeweg.
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
13
3
HABITATTYPEN EN BESCHERMDE SOORTEN
3.1
JURIDISCH KADER
Het Ennerveld ligt in het Natura 2000-gebied Veluwe. De Veluwe is vanwege het voorkomen van waardevolle habitats (tabel 2) en bedreigde soorten (tabel 3 en 4) aangewezen onder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Hiermee maakt de Veluwe deel uit van het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden ‘Natura 2000’. De bescherming van de Nederlandse Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. Op grond van de Wet natuurbescherming geldt voor activiteiten in en om Natura 2000-gebieden een vergunningplicht voor activiteiten die de beschermde natuur kan verstoren. Ieder Natura 2000-gebied is aangewezen om specifieke habitats en soorten te beschermen. Voor deze soorten en habitats zijn per gebied instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd. Bij de vergunningverlening wordt getoetst of er significante gevolgen zijn van de activiteiten voor de soorten en habitats waarvoor het beschermde gebied is aangewezen. De toetsing bestaat uit meerdere stappen. Met een voortoets wordt nagegaan of er mogelijk negatieve effecten zijn van de geplande ingreep, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen. Is niet uit te sluiten dat er negatieve effecten zijn, dan wordt bepaald of de gevolgen significant zijn. Is er kans op significante negatieve effecten dan wordt een passende beoordeling uitgevoerd.
Indien er geen kans is op significante effecten dan vindt een verslechterings- en verstoringstoets plaats.
3.2
AANWEZIGHEID VAN HABITATTYPEN EN SOORTEN
3.2.1
NATURA 2000-HABITATTYPEN EN SOORTEN ‘VELUWE’
Tabel 2: de habitats waarvoor de Veluwe is aangewezen als Natura 2000-gebied in het kader van de Habitatrichtlijn.
HABITATTYPE: H2310 – Stuifzanden met struikhei H2320 - Binnenlandse kraaiheibegroeiingen H2330 - Zandverstuivingen H3130 - Zwakgebufferde vennen H3160 - Zure vennen H3260A - Beken en rivieren met waterplanten (waterranonkels) H4010A - Vochtige heiden (hogere zandgronden) H4030 - Droge heiden H5130 - Jeneverbesstruwelen H6230 - *Heischrale graslanden H6410 - Blauwgraslanden H7110B - *Actieve hoogvenen (heideveentjes) H7140A - Overgangs- en trilvenen (trilvenen) H7150 - Pioniervegetaties met snavelbiezen H7230 - Kalkmoerassen H9120 - Beuken-eikenbossen met hulst H9190 - Oude eikenbossen H91E0C - *Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) * Betreft de landelijke staat van instandhouding.
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
STAAT VAN INSTANDHOUDING* zeer ongunstig matig gunstig zeer ongunstig matig gunstig matig gunstig matig gunstig matig gunstig zeer ongunstig matig gunstig zeer ongunstig zeer ongunstig zeer ongunstig zeer ongunstig matig gunstig zeer ongunstig matig gunstig matig gunstig matig gunstig
Buiting Advies BV
DOELSTELLING DOELSTELLING OPPERVLAKTE KWALITEIT uitbreiding uitbreiding behoud behoud uitbreiding uitbreiding behoud behoud behoud uitbreiding uitbreiding uitbreiding uitbreiding uitbreiding behoud uitbreiding uitbreiding uitbreiding behoud uitbreiding behoud uitbreiding uitbreiding behoud
uitbreiding uitbreiding uitbreiding uitbreiding uitbreiding uitbreiding behoud uitbreiding behoud uitbreiding uitbreiding uitbreiding
14
Tabel 3: de soorten waarvoor de Veluwe is aangewezen als Natura 2000-gebied in het kader van de Habitatrichtlijn.
HABITATSOORTEN:
H1042 - Gevlekte witsnuitlibel H1083 - Vliegend hert H1096 - Beekprik H1163 - Rivierdonderpad H1166 - Kamsalamander H1318 - Meervleermuis H1831 - Drijvende waterweegbree
STAAT VAN INSTANDHOUDING* zeer ongunstig matig gunstig zeer ongunstig matig gunstig matig gunstig matig gunstig matig gunstig
DOELSTELLING DOELSTELLING DOELSTELLING OMVANG KWALITEIT POPULATIE LEEFGEBIED LEEFGEBIED uitbreiding uitbreiding uitbreiding uitbreiding uitbreiding uitbreiding uitbreiding uitbreiding uitbreiding uitbreiding behoud uitbreiding behoud behoud behoud behoud behoud behoud behoud behoud behoud
Tabel 4: de soorten waarvoor de Veluwe is aangewezen als Natura 2000-gebied in het kader van de Vogelrichtlijn.
VOGELSOORTEN:
STAAT VAN INSTANDHOUDING*
A072 - Wespendief gunstig A224 - Nachtzwaluw matig gunstig A229 - IJsvogel gunstig A233 - Draaihals zeer ongunstig A236 - Zwarte Specht gunstig A246 - Boomleeuwerik gunstig A255 - Duinpieper zeer ongunstig A276 - Roodborsttapuit gunstig A277 - Tapuit zeer ongunstig A338 - Grauwe Klauwier zeer ongunstig * Indicatie ten behoeve van draagkracht leefgebied.
3.2.2
DOELSTELLING DOELSTELLING OMVANG OMVANG KWALITEIT POPULATIE* LEEFGEBIED LEEFGEBIED behoud behoud 100 behoud behoud 610 behoud behoud 30 uitbreiding uitbreiding (her)vestiging behoud behoud 400 behoud behoud 2400 uitbreiding uitbreiding (her)vestiging behoud behoud 1100 uitbreiding uitbreiding 100 uitbreiding uitbreiding 40
NATURA 2000-HABITATTYPEN EN SOORTEN ‘ENNERVELD’
HABITATTYPEN Op basis van de kaart van de provincie Gelderland blijkt dat ‘habitattype 4030-Droge heiden’ in het Ennerveld voorkomt (afbeelding 11). Uit het veldonderzoek (Buiting 2017) blijkt dat er binnen het ‘Ennerveld’ geen habitattype ‘4030-Droge heiden’ aanwezig is. Zo ontbreekt de dominantie van struikhei en andere dwergstruiken, maar wordt de vegetatie gedomineerd door bomen, struiken en grassen en is het oppervlak aaneengesloten struikhei kleiner dan de standaardnorm van 100m2 (zie paragraaf 2.2 en bijlage 2) die wordt genoemd in het profielendocument Natura 2000 (Ministerie van EZ, 2014). Ook zijn geen andere habitattypen aangetroffen waarvoor het Natura2000-gebied “Veluwe” is aangewezen (tabel 5).
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Afbeelding 11: het habitattype 4030-Droge heiden (roze) binnen het Ennerveld. In het veld is hier geen sprake van een habitattype.
Buiting Advies BV
15
Tabel 5: de habitattypen waarvoor de Veluwe is aangewezen als Natura 2000-gebied en de aanwezigheid ervan binnen het Ennerveld in 2017
HABITATTYPE: H2310 – Stuifzanden met struikhei H2320 - Binnenlandse kraaiheibegroeiingen H2330 - Zandverstuivingen H3130 - Zwakgebufferde vennen H3160 - Zure vennen H3260A - Beken en rivieren met waterplanten (waterranonkels) H4010A - Vochtige heiden (hogere zandgronden) H4030 - Droge heiden H5130 - Jeneverbesstruwelen H6230 - *Heischrale graslanden H6410 - Blauwgraslanden H7110B - *Actieve hoogvenen (heideveentjes) H7140A - Overgangs- en trilvenen (trilvenen) H7150 - Pioniervegetaties met snavelbiezen H7230 - Kalkmoerassen H9120 - Beuken-eikenbossen met hulst H9190 - Oude eikenbossen H91E0C - *Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
AANGETROFFEN 2017 nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee
SOORTEN In 2017 heeft een veldonderzoek plaatsgevonden in het kader van de voorgenomen ontwikkelingen. Tijdens dit onderzoekzoek zijn geen habitat- of vogelrichtlijnsoorten aangetroffen waarvoor het Natura 2000-gebied “Veluwe” is aangewezen. Wel zijn de bosgebieden, met name de halfopen delen zonder exoten, lokaal matig geschikt als foerageergebied voor de wespendief en zwarte specht. Nesten (uit voorgaande jaren) van de wespendief of zwarte specht zijn niet aangetroffen gedurende het veldonderzoek. Tabel 6: de soorten waarvoor de Veluwe is aangewezen als Natura 2000-gebied en de aanwezigheid ervan binnen het Ennerveld in 2017
HABITATSOORTEN: H1042 - Gevlekte witsnuitlibel H1083 - Vliegend hert H1096 - Beekprik H1163 - Rivierdonderpad H1166 - Kamsalamander H1318 - Meervleermuis H1831 - Drijvende waterweegbree
AANGETROFFEN 2017 nee nee nee nee nee nee nee
VERWACHT OP BASIS VAN HABITAT & VERSPREIDING nee nee nee nee nee nee nee
Tijdens de inventarisaties in 2017 werden habitatrichtlijnsoorten niet in het Ennerveld aangetroffen (tabel 6). Voor de meeste van deze soorten is op het Ennerveld en in de directe omgeving dan ook geen geschikt habitat aanwezig: Door het ontbreken van water is het Ennerveld geheel ongeschikt voor beekprik, rivierdonderpad en drijvende waterweegbree; Voor kamsalamander is geen voortplantingswater aanwezig (ook niet in de nabije omgeving). Gebruik van het gebied als overwinteringsgebied of landhabitat is gezien de afstand tot het Ennerveld uiterst onwaarschijnlijk; Voor gevlekte witsnuitlibel is noch voortplantingshabitat (water) noch geschikt jachtgebied aanwezig. De soort is in deze omgeving bovendien niet bekend;
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
16
De meervleermuis jaagt bij voorkeur boven water en dit is niet aanwezig op de locatie. Kraamverblijfplaatsen van deze soort bevinden zich met name in gebouwen en als winterverblijfplaats worden vooral ondergrondse verblijven gebruikt. Paargroepen van deze soort zijn ook in boomholten gevonden. Tijdens de vleermuisinventarisaties in 2017 is de meervleermuis niet in het Ennerveld aangetroffen; Het vliegend hert is niet aangetroffen en op het Ennerveld bevinden zich geen oude eikenstobben die geschikt zouden kunnen zijn voor de voortplanting (larven) van deze soort. Tijdens de inventarisaties in 2017 werden de vogelsoorten waarvoor de Veluwe als vogelrichtlijngebied is aangewezen niet aangetroffen in het Ennerveld. In tabel 7 wordt per soort aangegeven voor welke soorten geschikt leefgebied aanwezig is. In tabel 8 wordt dit nader toegelicht. Tabel 7: de vogels waarvoor de Veluwe is aangewezen als Natura 2000-gebied en de aanwezigheid ervan binnen het Ennerveld in 2017
VOGELSOORTEN: A072 - Wespendief A224 - Nachtzwaluw A229 - IJsvogel A233 - Draaihals A236 - Zwarte Specht A246 - Boomleeuwerik A255 - Duinpieper A276 - Roodborsttapuit A277 - Tapuit A338 - Grauwe Klauwier
AANGETROFFEN 2017 nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee
LEEFGEBIED secundair primair nee primair secundair primair nee primair nee primair
Tabel 8: de soorten waarvoor de Veluwe is aangewezen als Natura 2000-gebied en de aanwezigheid ervan binnen het Ennerveld in 2017.
VOGELSOORTEN: A072 - Wespendief
A224 - Nachtzwaluw
A229 - IJsvogel
TOELICHTING Deze soort is niet waargenomen tijdens het natuuronderzoek. Wel is de soort in de omgeving van het Ennerveld aangetroffen. Vrijwel de hele Veluwe is aangewezen als ten minste secundair leefgebied. Vrijwel alle bossen van de Veluwe zijn aangewezen als primair leefgebied. De bossen in het Ennerveld zijn aangewezen als secundair leefgebied. De wespendief is een strikte bosbewoner, met een voorkeur voor de grotere (> 250 ha), oudere bossen (ten minste 40 jaar). De soort broedt zowel in naaldbossen als in loofbossen, maar vermijdt jonge bossen en te sterk versnipperde bossen. De soort heeft een voorkeur voor sparren om zijn nest in te bouwen. De minimale grootte van het activiteitsgebied rond het nest bedraagt ongeveer 1.400 ha. Wespen vormen het hoofdvoedsel van deze soort, maar daarnaast worden ook veel vogels gevangen. Wespennesten worden uitgegraven, waardoor de soort afhankelijk is van redelijk zachte bodems. Het voedsel wordt in de regel gehaald op afstanden van 1 tot 3 km en maximaal op 7 km van het nest. Het Ennerveld worden gekwalificeerd als een potentieel foerageergebied van matige kwaliteit. Deze soort is niet waargenomen tijdens het natuuronderzoek. Het Ennerveld is ook zeker niet optimaal als leefgebied voor deze soort.
Door de beperkte aanwezigheid en geschiktheid van broed- en foerageerhabitat in de vorm van open zandige delen (heide, stuifzanden) met vliegdennen, wordt de soort ook niet verwacht in het Ennerveld Deze soort is niet waargenomen tijdens het natuuronderzoek. De ijsvogel eet vis en broedt enkel in steile wanden die zich vaak langs stromend water bevinden. Water is binnen het Ennerveld en in de omgeving niet aanwezig.
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
17
A233 - Draaihals
A236 - Zwarte Specht
A246 - Boomleeuwerik
A255 - Duinpieper
A276 - Roodborsttapuit
A277 - Tapuit
A338 - Grauwe Klauwier
IJsvogels worden dan ook niet verwacht in het Ennerveld. Deze soort is niet waargenomen tijdens het natuuronderzoek. Vrijwel de hele Veluwe m.u.v. een enkele plaats is ten minste secundair leefgebied. Het grootste deel van het Ennerveld is als primair leefgebied aangemerkt. De draaihals heeft een voorkeur voor open loofbossen met grazige bodems en broedt daarnaast in heidegebieden en [niet in Nederland] dennen- en lariksbossen. Vroeger broedde de soort vooral in boomgaarden, maar tegenwoordig hebben randen van bossen de voorkeur. De nesten worden gebouwd in verlaten spechtenholen, boomholtes, nestkasten en in mindere mate in houtwallen of muurtjes. De soort leeft voornamelijk van mieren en mierenpoppen. De zwarte specht is niet aangetroffen tijdens het natuuronderzoek, wel is deze soort is enkele keren waargenomen in de directe omgeving van het Ennerveld. Alle bossen op de Veluwe gelden ten minste als secundair leefgebied. In het Ennerveld ligt vrijwel geen primair leefgebied. De zwarte specht heeft een voorkeur voor rustige, grote en redelijk oude bossen (zowel loof- als naaldbos). Ook komen ze tot broeden in meer gefragmenteerde bossen of lanen. Het voorkomen is vrijwel geheel beperkt tot de bosrijke gebieden in het oosten en het zuiden van Nederland en de binnenduinrand van de Hollandse kust.
Het voedsel bestaat uit insecten en insectenlarven, die vooral uit omgevallen en aangetaste bomen (veelal grove dennen) worden gehaald. Het foerageergebied kan zich uitstrekken tot enkele kilometers van de nestplaats. Het Ennerveld worden gekwalificeerd als een potentieel foerageergebied van matige kwaliteit. De boomleeuwerik is niet aangetroffen tijdens het natuuronderzoek. Vrijwel de hele Veluwe is ten minste secundair leefgebied. Het Ennerveld zelf is aangemerkt als primair leefgebied. De boomleeuwerik broedt op droge, zandige bodems met een schaarse begroeiing en verspreide opslag van bomen of struiken. Tevens broed de soort langs de randen van meer gestructureerde vegetaties. De broedbiotoop omvat schrale heidevelden, zandverstuivingen en schrale duinen en kaalslagen en brandvlaktes. Deze landschappen ontbreken in het Ennerveld, er worden dan ook geen broedende boomleeuweriken verwacht. Voorheen broedden duinpiepers op de stuifzanden van de Veluwe, de laatste jaren hebben er vermoedelijk geen duinpiepers meer in Nederland gebroed. Daarnaast ontbreekt de broedhabitat op het Ennerveld. Deze soort wordt dan ook niet verwacht als broedvogel in het Ennerveld. De roodborsttapuit is niet aangetroffen tijdens het natuuronderzoek. Deze soort broedt in open gebieden met veel structuur (struweel, adelaarsvaren, ruigten).
Het Ennerveld is waarschijnlijk te besloten voor de roodborsttapuit. Voorheen broedden tapuiten op de stuifzanden van de Veluwe, de laatste jaren hebben er vermoedelijk geen tapuiten meer op de Veluwe gebroed. Daarnaast ontbreekt de broedhabitat op het Ennerveld. Deze soort wordt dan ook niet verwacht als broedvogel in het Ennerveld. De grauwe klauwier is niet aangetroffen tijdens het natuuronderzoek. Deze soort broedt veelal in struweel in afwisselende landschappen. Belangrijk is dat gedurende de hele broedtijd voldoende grote insecten aanwezig zijn. De kuil lijkt voldoende structuur te hebben, zeer waarschijnlijk vormen de beperkte aanwezigheid van voldoende grote insecten en nabijgelegen bronpopulaties de bottleneck voor deze soort.
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
18
3.3
OVERZICHT
In tabel 9 en tabel 10 wordt een overzicht gegeven van de aanwezigheid de habitattypen en doelsoorten vanuit Natura 2000 die in potentie in het Ennerveld voor kunnen komen. Tabel 9: de relevante habitattypen die mogelijk worden aangetast door de ontwikkelingen in het Ennerveld.
HABITATTYPE H4030 - Droge heiden
TOELICHTING Dit habitattype is op dit moment niet aanwezig binnen het Ennerveld.
Tabel 10: de relevante soorten die mogelijk worden aangetast door de ontwikkelingen in het Ennerveld.
VOGELSOORTEN: A072 - Wespendief
LEEFGEBIED secundair
A233 - Draaihals
primair
A236 - Zwarte Specht
secundair
A246 - Boomleeuwerik
primair
A276 - Roodborsttapuit
primair
A338 - Grauwe Klauwier
primair
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
TOELICHTING Er wordt niet gebroed in het Ennerveld. Het Ennerveld is matig geschikt als foerageergebied. Er wordt niet gebroed in het Ennerveld. Ennerveld. Het Ennerveld is niet optimaal als broedgebied. Er wordt niet gebroed in het Ennerveld. Het Ennerveld is matig geschikt als foerageergebied. Er wordt niet gebroed in het Ennerveld. Het Ennerveld is matig geschikt als foerageergebied. Er wordt niet gebroed in het Ennerveld. Het Ennerveld is niet optimaal als broedgebied. Maar heeft met het juiste beheer wel potenties Er wordt niet gebroed in het Ennerveld. Het Ennerveld is niet optimaal als broedgebied. Maar heeft met het juiste beheer wel potenties
Buiting Advies BV
19
4
VERWACHTE EFFECTEN
Bij een bespreking van mogelijke effecten op habitattypen en doelsoorten wordt een onderscheid gemaakt in effecten die plaatsvinden tijdens de uitvoeringsfase en effecten als gevolg van de nieuwe inrichting en gebruik van het Ennerveld. Daarna wordt ingegaan op mogelijke cumulatieve effecten. Deze effecten worden afgewogen tegen het scenario ‘status quo’ waarin geen ingrepen plaatsvinden in het Ennerveld. Dit scenario wordt hieronder toegelicht, daarna volgt het ontwikkelingsscenario.
4.1
SCENARIO’S
SCENARIO STATUS QUO Het Ennerveld is gesloten voor publiek en er heerst, op een enkele persoon die toch het Ennerveld doorkruist, rust in de delen die verder van de Molenweg afliggen; Er vind door de afsluiting voor publiek (veel) vandalisme, brandstichting, motorcross, etc. plaats. Deze activiteiten hebben een negatieve invloed op de Natura 2000-doelen. Door onder andere verstoring en verontreiniging (asbest, oliën, (zware) metalen etc.); Er vindt geen verstoring door werkzaamheden plaats op de huidige natuurwaarden; Door de afwezigheid van beheer wordt de successie niet geremd of teruggezet en groeien de nog spaarzaam aanwezige waardevolle open plekken en paden dicht. Hierdoor verdwijnen kruidenrijke vegetaties en het microklimaat dat voor veel insecten erg belangrijk is. Dit gaat ten koste van de matige kwaliteit die het Ennerveld nu heeft als foerageergebied voor de wespendief en de zwarte specht; Door de afwezigheid van beheer verdwijnen de laatste pollen struikhei uit het Ennerveld. Hierdoor wordt ontwikkeling/herstel van het habitattype ‘H4030-Droge heiden’ in de toekomst nog moeilijker; Door de afwezigheid van beheer verdwijnen de open vegetaties door de successie naar struweel en bos.
Bijzondere plantensoorten zoals het zandblauwtje verdwijnen, evenals diverse soorten insecten; Door de afwezigheid van beheer nemen de invasieve exoten binnen het Ennerveld verder toe. Nu bestaat de opslag op veel locaties al uit Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik of groeien open plekken snel dicht met Japanse duizendknoop (afbeelding 12). Naast deze “klassieke” invasieve exoten zijn ook veel potentieel invasieve exoten aanwezig, daarbij dient vooral gedacht te worden aan alle aanwezige tuinplanten die vroeger zijn aangeplant en nu verwilderen; Door de opslag van Amerikaanse vogelkers ontstaat een “tweede boomlaag” deze is ongunstig voor wespendieven (van Manen et al., 2011); De hierboven genoemde exoten kunnen zich ook buiten het Ennerveld verspreiden en daardoor de natuurwaarden in de omliggende, eveneens door Natura 2000 beschermde, gebieden bedreigen. Siebel & Rijks (2017) geven aan dat zowel Amerikaanse eik als Amerikaanse vogelkers een bedreiging vormen voor de op de Veluwe aangewezen habitattypen. SCENARIO ONTWIKKELING ENNERVELD Als ontwikkelingsscenario wordt het Ennerveld ontwikkeld tot een vakantiepark: In dit wordt in het Ennerveld een vakantiepark gerealiseerd met 25 boshuizen (totaal 1625 m2), 52 kuilwoningen (totaal 1820 m2), een gemeenschappelijk gebouw van 600 m2 en 125 parkeerplaatsen.
Deze gebouwen worden zo goed mogelijk binnen de huidige bossen ingepast; Door de bezoekers aan het Ennerveld neemt de verstoring in de ontwikkelingszone en daarbuiten toe; Illegale praktijken als brandstichting, vandalisme en motorcross die sterk verstorend werken worden tegengaan door exploitatie en controle. Gedurende de aanlegfase en daarna neemt de stikstofdepositie toe door een toename in verkeersintensiteit (Aeriuscalculatie, SAB 2017); Op meerdere locaties vindt gerichte ontwikkeling plaats van het habitattype “H4030-Droge heiden”. Hier voor wordt bos verwijderd (veelal met veel Amerikaanse vogelkers). Dit vindt onder andere plaats op enkele taluds van de afgraving en heeft tevens als doel een beter uitzicht vanuit de vakantiewoningen. (Invasieve) exoten worden uit het bos verwijderd. Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
20
Bos wordt ontwikkeld in de richting van een meer natuurlijk bos, met grillige bosranden, een struiklaag van inheemse kenmerkende soorten en open plekjes. Hierdoor ontstaat een beter leefgebied voor veel flora en fauna, waaronder foerageergebied en broedgebied voor de zwarte specht en wespendief; In de kuil wordt een meer open landschap met hier en daar eenstijlige meidoorn, sleedoorn en wilgen nagestreefd. Deze struiken zijn van grote waarde voor allerlei van bloemen afhankelijke insecten in het (vroege) voorjaar zoals hommels. Dit leidt tot meer voedsel voor de wespendief en broedgelegenheid voor de Natura 2000-doelsoorten grauwe klauwier en roodborsttapuit; De ontwikkeling van onder andere heiden levert een positieve bijdrage aan de kwaliteit van de verbindingszone “De Hattemerpoort” tussen Natura 2000 gebieden “Veluwe” en “Rijntakken, Uiterwaarden IJssel” De hekken rondom het Ennerveld worden verwijderd, dan wel aangepast zodat de edelherten weer vrij kunnen bewegen en via de heidegebieden en het Ennerveld richting de IJssel en Veluwe kunnen migreren Gericht natuurbeheer wordt geborgd in een natuurbeheerplan en het beheer wordt uitgevoerd door Gelders Landschap en Kastelen; In de gebouwen worden waar mogelijk verblijfplaatsen aangebracht voor vleermuizen en andere gebouwbewonende soorten.
Afbeelding 12a en 12b: de hoeveelheid exoten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, Japanse duizendknoop, etc.) vormen een bedreiging voor de biodiversiteit in het Ennerveld en de omgeving. Hierdoor verdwijnen ook de laatste waardevolle open vegetaties met onder andere struikhei en zandblauwtje).
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
21
Afbeelding 13: het ontwerp van het scenario ontwikkeling Ennerveld (bron: Buiting Advies). De locatie van de bosjes en de grillige vorm van de bosranden is indicatief. Voorafgaand aan de uitvoering wordt in het veld bepaald welke bosjes de meeste (ecologische) waarde vertegenwoordigen. Deze bosjes/bomen worden dan tijdens de werkzaamheden gespaard. Hierbij valt te denken aan het laten staan van ecologisch waardevolle oude zomereiken, dennenbosjes of wilgenstruwelen.
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
22
Afbeelding 14a en 14b: links het streefbeeld van het Ennerveld afkomstig uit het ‘Ennerveld Masterplan’ (Bron: Studio Larkemika, 2017).Rechts de verstoringsinvloed (aangegeven met de rode lijnen) van het voorgenomen ontwerp, de groene delen geven de rustgebieden weer.
In het ontwikkelingsscenario veranderen de natuurlijke terreintypen sterk in oppervlak. In tabel 11 wordt een overzicht van de wijzigingen in oppervlak en de extra meters geschiktere bosranden weergegeven. Vanwege het toenemen van de verstoring, wordt de toename in geschikter habitat opgesplitst in de delen buiten en binnen de verstoringszone (50 meter) van het park en het aan te leggen wandelpad en de verstoring afkomstig van het wandelpad ten westen en zuiden van het Ennerveld (geel). Ook rondom deze paden is een verstoringszone van 50 meter aangehouden (afbeelding 14). Tabel 11: de oppervlakten van de natuurlijke terreintypen van het ontwikkelingsscenario ten opzichte van de status quo.
BOSTYPE Bos (ha) Bos binnen verstoringszone* (ha) Bos buiten verstoringszone* (ha) Heide en (hei)schrale graslanden(ha) Soortenrijke graslanden en wilgenstruwelen (ha) Optimale zuidelijk geëxponeerde bosranden (m) Geëxclaveerd oppervlak/ontwikkelingszone** (ha)
STATUS QUO 21,9 n.v.t. n.v.t. 0 0 0 1,1
ONTWIKKELINGSSCENARIO 15,4 8,9 6,5 3,9 1,7 354 1,8
* Verstoringszone inclusief de verstoring van de paden ten oosten en zuiden van het Ennerveld. ** Het geëxclaveerde terrein en de ontwikkelingszone overlappen voor ongeveer 0,4 hectare (zie ook afbeelding 3).
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
23
4.2
NEGATIEVE EFFECTEN VAN DE ONTWIKKELING VAN HET ENNERVELD
4.2.1
TIJDELIJKE EFFECTEN WERKZAAMHEDEN
Ten behoeve van de aanleg van de wegen, gebouwen en parkeerplaatsen vinden grondverzet en bouwwerkzaamheden plaats binnen de ontwikkelingslocatie (1,8 hectare). Dit leidt mogelijk tot licht- en geluidshinder voor de Natura 2000-doelsoorten. Deze verwachte inrichtingsmaatregelen zullen in één keer worden uitgevoerd, hierdoor is de hinder eenmalig. De meest hinderlijke werkzaamheden worden buiten de gevoeligste periode voor wespendief en zwarte specht (broedseizoen) uitgevoerd (maart t/m september).
4.2.2 PERMANENTE EFFECTEN VAKANTIEPARK VERSTORENDE EFFECTEN VAN BEZOEKERS EN VERKEER Op het voorgenomen vakantiepark zijn volgens de huidige voorspelling 15.000 gasten per jaar, dit is inclusief de mensen die gebruik maken van de faciliteiten maar niet overnachten (circa 2.500 mensen). Deze extra bezoekers aan het Ennerveld leiden vermoedelijk tot meer verstoring zowel binnen als buiten het park. De verwachting is dat de verstoring binnen het park zo vaak voorkomt dat dit deel ongeschikt wordt/blijft als foerageergebied voor de zwarte specht en de wespendief. Door de aanwezige vergrassing, opslag van exoten als Amerikaanse vogelkers, rasters, verharding en verstoring door de Molenweg zijn deze delen nu al vrijwel ongeschikt als foerageergebied voor deze soorten. Het wegvallen van dit oppervlak leidt dan ook hooguit tot verlies van zeer marginaal foerageergebied van de zwarte specht en wespendief. Vanuit het vakantiepark wordt een wandelpand naar het zuiden onderhouden, dit is een reeds bestaand pad (maar wordt in de huidige toestand niet gebruikt) en sluit aan op het Maarten van Rossumpad (afbeelding 15 rechts). De verstoring in het Ennerveld zal langs de randen van dit pad toenemen. Overige paden binnen de natuurlocaties in het Ennerveld worden afgesloten, dit zodat in deze delen van het gebied rust blijft.
Daarnaast leiden de extra bezoekers ook tot extra verstoring in de natuur rondom het Ennerveld. De verwachting is dat het merendeel van de bezoekers in de omgeving van het Ennerveld blijft, binnen de cirkels (500 en 1000 meter) op afbeelding 15 (links). De combinatie van het nabij gelegen Wapenveld, het Maarten van Rossumpad en het Ennerveld, doet vermoeden dat in de toekomst het merendeel van de verstoring ten oosten van het Ennerveld plaatsvindt. Net als nu al het geval is.
Afbeelding15a en 15b: de verwachte verstoring door recreanten. Het grootste deel van de verstoring door wandelaars vanuit het Ennerveld wordt dichtbij het Ennerveld verwacht (links). De cirkels hebben een straal van 500 en 1000 meter aan. Direct naast het Ennerveld ligt het relatief drukke Maarten van Rossumpad (rechts, oranje),
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
24
EFFECTEN OP HET HABITATTYPE H4030-DROGE HEIDEN In paragraaf 3.3 is te lezen dat het habitattype H4030-Droge heiden niet op het Ennerveld aanwezig is. De locaties op afbeelding 11 komen niet overeen met de beschrijving van dit habitattype in het profielendocument (Ministerie van EZ, 2014). Deze worden namelijk gekarakteriseerd door of bos(opslag) op zandgrond (paragraaf 2.2 en afbeelding 7) of een vochtig, voedselrijk halfopen landschap (bijlage 2). KWANTITATIEVE EN KWALITATIEVE ACHTERUITGANG FOERAGEERGEBIED ZWARTE SPECHT EN WESPENDIEF De locatie waar de parkeerplaatsen worden gerealiseerd bestaan op dit moment uit voor de zwarte specht en wespendief ongeschikte verhardingen of voor de zwarte specht (vrijwel) ongeschikt foerageergebied in de bosrand direct langs de Molenweg. De locaties waar wordt gebouwd (4045 m2) bestaat uit matig geschikt tot (vrijwel) ongeschikt foerageerhabitat voor de zwarte specht en wespendief. Deze bossen kennen een vrij dichte ondergroei van Amerikaanse vogelkers, coniferen en andere opslag (paragraaf 2.2 en afbeelding 5, 8 en 9). Hierdoor ontbreekt het geschikte microklimaat voor rode bosmieren (Formica sp.), glanzende houtmieren (Lasius fuliginosus) en andere mieren en geleedpotigen (keverlarven, etc.) die als voedsel voor zwarte spechten dienen en wespennesten die als voedsel voor de wespendief dienen.
Tijdens de veldonderzoeken zijn op de locaties waar wordt gebouwd of verharding wordt aangebracht geen mierenhopen aangetroffen. Wel is naast de oostelijke ingang, op slechts 2 meter van de Molenweg, een nest van de glanzende houtmier aangetroffen. In de factsheet (Sierdsema et al., 2008) wordt aangegeven dat autoverkeer van snelwegen een negatief effect heeft. Het is dus maar zeer de vraag of zwarte spechten zo dicht bij een drukke weg foerageren waar veel auto’s en fietsers langskomen. Daarnaast ligt dit mierennest buiten de geplande ontwikkelingen, een direct effect wordt dan ook niet verwacht. Om de verstoringsinvloeden op de zwarte specht en wespendief te kwantificeren is voor beide soorten een verstoringsafstand van 50 meter aangenomen (afbeelding 13 rechts, bijlage 3). Deze waarde wordt voor de wespendief genoemd door (Sierdsema et al., 2008). Effecten van verstoring op de zwarte specht zijn zeer waarschijnlijk gering, de soort broedt en foerageert namelijk met enige regelmaat langs zandpaden en fietspaden (Sierdsema et al., 2008). Een afstand van 50 meter wordt dan ook als voldoende geacht voor deze soort. Op andere locaties binnen het Ennerveld vinden geen ontwikkelingen plaats en wordt geen achteruitgang van de natuurlijke vegetatie verwacht.
STIKSTOFBELASTING OP NABURIGE NATURA 2000-GEBIEDEN Uit de Aeriuscalculatie (SAB, 2017) blijkt dat door de voorgenomen ontwikkeling meer dan de toegestane hoeveelheid stikstof neerslaat op de Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Er is geen ontwikkelingsruimte om stookinstallaties te plaatsen. Derhalve zal moeten worden gezocht naar alternatieve wijze van verwarming (bijvoorbeeld middels elektriciteit, zon- en/of aardwarmte) van de vakantiewoningen en andere gebouwen. Tabel 12: de berekende stikstofwaarden per habitattype op basis van de Aeriuscalcualtie (SAB, 2017).
HABITATTYPE OF ZOEKGEBIED
BEREKENDE BIJDRAGE ZONDER STOOKINSTALLATIE (mol/hectare/jaar) H4030 - Droge heiden* 0,78 ZGL4030 - Droge heiden 0,78 LG14 - Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden 0,78 * De hoogste depositie wordt verwacht op de delen binnen het plangebied waar zich in de praktijk geen habitattype bevindt (zie 3.2.2).
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
25
De berekeningen zijn mede gebaseerd op het in de praktijk niet aanwezige habitattype (4030-Droge heiden) binnen het plangebied. Dit habitattype blijkt in werkelijkheid volledig afwezig (paragraaf 3.2.2 en bijlage 2). Een negatief effect kan hier dan ook niet optreden. Het wordt verzocht aan de Provincie Gelderland het habitattype 4030-Droge heiden binnen het plangebied te verwijderen. De berekende bijdrage (SAB, 2017) op het habitattype 4030-Droge heiden zal hierdoor lager uitvallen dan in tabel 12 aangegeven waarden.
4.3
POSITIEVE EFFECTEN VAN DE ONTWIKKELING OP NATUURWAARDEN
4.3.1
POSITIEVE EFFECTEN OP NATURA 2000-DOELEN
AANPASSEN VAN DE BESTEMMING BUITEN DE ONTWIKKELINGSLOCATIE De terreindelen buiten het vakantiepark, krijgen enkel een natuurbestemming, hiermee komen in dit deel de bestemmingen ‘verblijfsrecreatie’, ‘recreatiewoning’ en specifieke vorm van recreatie – stacaravan’ te vervallen. Door deze wijziging wordt de bescherming van de natuurdoelen in het Ennerveld ook in de toekomst op papier versterkt en geborgd. ONTWIKKELING VAN H4030-DROGE HEIDEN Op delen van dit talud zijn goede mogelijkheden (schrale droge gronden) tot het creëren van het habitattype ‘H4030-Droge heiden’. Op dit moment is dit habitattype afwezig binnen het Ennerveld. Door het juist beheren van deze heide wordt de waarde van dit habittatype behouden cq. verder ontwikkeld. Aangezien het beheer in dit scenario door het Geldersch Landschap en Kastelen wordt uitgevoerd, is er meer zekerheid over het behalen en behouden van deze vegetatietypen op de (middel)lange termijn. Gezien de beperkte kolonisatiesnelheid van een aantal karakteristieke heidesoorten is de verwachting dat de heide waardevoller wordt naarmate deze langer in beheer is. Tevens geeft het open heide landschap de vakantiehuisjes een mooier uitzicht.
OPHEFFEN PARKEERPLAATS LEEMCULEWEG De parkeerplaats aan de Leemculeweg (1,1 km westelijk van het Ennerveld, rood op afbeelding 15) kan door de realisatie van de parkeergelegenheid op het Ennerveld (zwart op afbeelding 15) worden opgeheven. Door de bosparkeerplaats aan de Leemculeweg op te heffen verdwijnt een startpunt voor recreanten waardoor op en rondom deze locatie meer rust wordt gerealiseerd. Tevens kan de opgeheven parkeerplaats en het picknickveld (samen 1,18 hectare) natuurlijker worden ingericht en kunnen picknickbankjes etc. worden verwijderd. Door het opheffen van deze parkeerplaats wordt ook meer rust gecreëerd rondom de parkeerplaats, uitgaande van een verstoringszone van 50 meter leidt dit tot een oppervlak van 3,6 hectare bos met minder verstoring. Tevens kunnen de paden rondom deze parkeerplaats door het opheffen feitelijk als afgesloten worden beschouwd. Er is behalve de parkeerplaats namelijk geen reden om hier te wandelen/recreëren. De functie van deze parkeerplaats wordt verplaatst naar de beveiligde parkeerplaats van het Ennerveld. Deze beveiliging lijdt tot minder (geluids)overlast en ligt tevens meer in de relatief drukke rand van de Veluwe. Waardoor de verstoring meer wordt geconcentreerd. De cirkels rondom de parkeerplaatsen op afbeelding 15 hebben een straal van 500 en 1000 meter.
Hierbinnen zal het gros van de startende wandelactiviteiten plaatsvinden. De op de parkeerplaats Leemculeweg startende ATB-route ‘Noord-Oost Veluwe’ loopt vrijwel langs het Ennerveld. Ook dit startpunt kan worden verplaatst naar het Ennerveld. Door het verplaatsen van de parkeerplaats ontstaat meer rust in dit centrale van de Veluwe. Daarentegen neemt de recreatie toe in de nu relatief drukke randen van de Veluwe (zonering) nabij Wapenveld en het Maarten van Rossumpad. Aangenomen wordt dat deze zonering van recreatie gunstig is voor de natuurwaarden, waaronder de Natura 2000-doelen, binnen de Veluwe als geheel (Provincie Gelderland, 2016).
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
26
Afbeelding 16: de op te heffen parkeerplaats (links, rode cirkel) en de te realiseren parkeerplaats (rechts, zwarte cirkel). De stippellijnen geven de straal van respectievelijk 500 en 1000 meter rondom de parkeerplaats aan. In groen de begrenzing van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’.
VERBETERING FOERAGEERHABITAT ZWARTE SPECHT Door beheermaatregelen zijn de vrijwel ongeschikte bosgebieden in het Ennerveld om te vormen tot bossen die beter aansluiten bij de habitateisen van de zwarte specht. Door het (blijvend) verwijderen van exoten als Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik uit de bossen ontstaan meer potentiële locaties voor de vestiging van nesten van rode bosmieren (Formica sp.). Bomen met bladluizen zijn essentieel voor bosmieren, dit zijn met name zomereik, berk, grove den en fijnspar (Bosmieren.nl, website EIS-Nederland). Deze bomen krijgen dan ook extra de ruimte zich te ontwikkelen en worden zoveel mogelijk gespaard. Door het creëren van open plekken en het “lichten” van het kronendak komt extra licht op de bosbodem en worden tevens zonbeschenen boomstammen voor de glanzende houtmieren (Lasius fuliginosus) gecreëerd. Door op strategische plekken, buiten de verstoringszone van 50 meter en plekken waar Amerikaanse vogelkers of andere exoten domineren in de ondergroei, bomen te ringen en te laten liggen ontstaat naast meer licht ook staand en liggend dood hout. Dit levert foerageermogelijkheden op in de vorm van keverlarven en bespoedigt de vestiging van mierennesten. In totaal wordt zo’n 15,23 hectare bos omgevormd.
De hoeveelheid zuidelijk geëxponeerde bosranden is op dit moment zo’n 170 meter en van matige kwaliteit door de dominantie van Amerikaanse vogelkers. Na het uitvoeren van de plannen (verwijderen van Amerikaanse vogelkers) nemen de bestaande bosranden in kwaliteit toe. Naast de bestaande bosranden worden ook extra bosranden gecreëerd, door bos om te vormen naar heide. Hierdoor ontstaat zo’n 300 meter extra zuidelijk geëxponeerde geschikte bosranden. Deze 300 meter aan bosranden ligt buiten de verstoringszone. Naaste deze lengte wordt een nog grotere hoeveelheid (matig) geschikte bosranden gerealiseerd.
Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
27
VERBETERING FOERAGEERHABITAT WESPENDIEF Door inrichtings- en beheermaatregelen zijn de vrijwel ongeschikte bosgebieden in het Ennerveld om te vormen tot bossen die beter aansluiten bij de habitateisen van de wespendief. Daar waar het bos reeds geschikt is worden de eerste jaren geen maatregelen uitgevoerd. Daar waar Amerikaanse vogelkers in de ondergroei domineert, wordt deze verwijderd. Deze vormt namelijk een “tweede boomlaag” die ongunstig is voor wespendieven (van Manen et al., 2011). Door het creëren meer natuurlijke bosranden met een zoom-, mantelvegetatie ontstaan geschikte locaties voor wespennesten. In kolonie levende wespen (Vespula sp.) hebben voor het opbouwen van de kolonie veel insecten nodig (de larven van wespen zijn carnivoor). Door het creëren van luwe, warme bosranden met veel bloemen ontstaat een naaste geschikte nestlocatie ook geschikt foerageerhabitat voor wespen. De nesten van deze wespen vormen op hun beurt weer voedsel voor de wespendief. Naast wespen(nesten) eten wespendieven ook (jonge) vogels, door het creëren van extra bosranden nemen zeer waarschijnlijk ook de hoeveelheid broedende vogels in de omgeving toe. In (Sierdsema et al., 2008). De hoeveelheid zuidelijk geëxponeerde bosranden is op dit moment zo’n 170 meter en van matige kwaliteit door de dominantie van Amerikaanse vogelkers.
Hiervan ligt 70 meter langs de Molenweg en blijft hierdoor matig van kwaliteit. Na het uitvoeren van de plannen (verwijderen van Amerikaanse vogelkers) nemen de bosranden zowel in kwaliteit als in kwantiteit toe. Naast de bestaande bosranden worden ook extra bosranden gecreëerd, door bos om te vormen naar heide. Hierdoor ontstaat zo’n 300 meter extra zuidelijk geëxponeerde geschikte bosranden liggend buiten de verstoringszone en een nog grotere hoeveelheid (matig) geschikte bosranden. ONTWIKKELING VAN BROEDHABITAT/LEEFGEBIED VOOR OVERIGE NATURA 2000-DOELSOORTEN Door het creëren van een meer open kuil met onderin een halfopen vochtig landschap en op de taluds schrale droge vegetaties ontstaat een luwe, warme kuil met veel afwisseling. Dit leidt tot een hogere soortenrijkdom en biomassa aan ongewervelden die op hun beurt weer als voedsel dienen voor Natura 2000-doelsoorten als: roodborsttapuit, grauwe klauwier, draaihals en nachtzwaluw.
4.3.2
POSITIEVE EFFECTEN OP OVERIGE NATUURDOELEN
ONTWIKKELING VAN DE VERBINDINGSZONE HATTEMERPOORT In de plannen om de Veluwe met de IJssel te verbinden vormt het Ennerveld een belangrijke schakel. Het ontwikkelen van heide en andere open vegetatietypen in de kuil en op de taluds zal dit netwerk verder versterken. Het Ennerveld vormt op die wijze een bijdrage aan de kwaliteit van de verbindingszone Hattemerpoort. BEHOUD EN ONTWIKKELING VAN WAARDEVOLLE (HALF) OPEN VEGETATIES Middels natuurbeheer zijn veel kansen aanwezig om in het Ennerveld waardevolle (half) open vegetaties te behouden en te ontwikkelen. Op veel locaties zijn restpopulaties van bijzondere soorten (zandblauwtje, aanwezig die zijn gebaat bij (half) open vegetaties. Ook leidt de afwisseling van schrale droge tot matig voedselrijke, vochtige gronden tot waardevolle voedselbron voor veel soorten bijen en andere insecten vormen.
4.3.3
BEHEER EN UITVOERING EN BORGING NATUURWAARDEN
Voorafgaand de uitvoeringsfase dient een inrichtings- en uitvoeringsplan te worden opgesteld zodat de huidige natuurwaarden niet worden bedreigd en de juiste ingrepen plaatsvinden om de hierboven beschreven positieve effecten te behalen. Op de lange termijn wordt de ongeveer 19 hectare van het Ennerveld dat niet als vakantiepark wordt ingericht, als natuurgebied beheerd door het Gelders Landschap en Kastelen (GLK). Beheer door een professionele instantie met natuurbehoud als doelstelling zorgt voor een betere borging van de Passende beoordeling N2000, Ennerveld
Buiting Advies BV
28
natuurkwaliteit op de lange termijn en voldoende professionaliteit om de Natura 2000-doelen te behouden/behalen. Er wordt geadviseerd een beheerplan op te laten stellen, waarin de Natura 2000doelstellingen een centrale rol spelen. GEBOUWBEWONENDE SOORTEN Binnen de te realiseren gebouwen in het Ennerveld worden extra rust en voortplantingslocaties voor gebouwbewonende soorten gecreëerd. In eerste instantie dient te worden gedacht aan vleermuizen. Tijdens de veldonderzoeken (Buiting advies, 2017) zijn in (de omgeving van) het Ennerveld de in gebouwen levende laatvlieger, gewone dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis aangetroffen. Mogelijk komen in de toekomst deze of andere in gebouwen verblijvende soorten binnen het Ennerveld voor. Het type gebouwen en het omliggende terrein is niet geschikt voor gebouwbewonende vogels als huismus, gierzwaluw, steenuil of kerkuil.
4.4
SYNTHESE
4.4.1
EFFECTEN OP HABITATTYPEN
OPPERVLAKTE VERLIES In het Ennerveld noch direct daaromheen liggen beschermde habitattypen. Weliswaar toont de kaart van de provincie aanwezige habitat ‘H4030-Droge heiden’, maar dit is niet feitelijk aanwezig, zie par 3.2.2. Bovendien, de vakantiehuisjes, parkeerplaatsen en overige voorzieningen worden aangelegd op verharding of in opslag van bomen en struiken of gemengd bos (met veel exoten) dat niet valt onder een Natura2000 habitattype. Ook worden geen andere maatregelen genomen die zelfs ware het habitat aanwezig zouden kunnen leiden tot verlies aan oppervlak daarvan. Het is dus niet te verwachten dat een habitattype wordt verstoord of vernietigd als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen. Sterker nog, er zal ongeveer 3 tot 4 hectare habitattype ‘H4030-Droge heiden’ ontwikkeld worden binnen het Ennerveld. STIKSTOFDEPOSITIE Uit de Aeriuscalculatie (Bijlage 4) van SAB (2017) blijkt dat er significante negatieve effecten te verwachten zijn op de Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Uit de Aeriusgegevens blijkt dat de kritische depositiewaarde momenteel op het habitattype 4030-Droge heiden (Natura 2000-gebied Veluwe) al wordt overschreden.
Een deel van deze depositie is door Aerius onterecht berekend voor habitatype H4030-Droge heiden dat wel als habitattype op de kaart van de provincie is opgenomen, en is meegenomen in de calculatie, maar in het veld feitelijk helemaal niet aanwezig is.(zie ook paragraaf 3.2.2 en bijlage 2). Uit de Aeriuscalculatie van SAB (2017) en het gesprek met SAB blijkt dat de berekende waarden wel vergunbaar zijn, zowel met als zonder stookinstallaties. Dit op voorwaarde dat de in paragraaf 3.2.2 en bijlage 2 aangegeven delen van habitattype H4030-Droge heiden, die in de praktijk geheel niet aanwezig zijn, ook niet worden meegenomen in de calculatie. Wij verzoeken de provincie derhalve het effect hierop niet mee te nemen en de kaart te herzien. VERSPREIDING VAN EXOTEN Het Ennerveld is momenteel een kraamkamer voor veel exoten. Zo is veel Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik aanwezig. Deze soorten worden als bedreiging gezien voor een aantal habitattypen op de Veluwe (Siebel, H. & M. Rijks. 2017), waaronder het habitattype ‘H4030-Droge heiden’. Naast deze soorten zijn ook Japanse duizendknoop en andere exoten aanwezig die een bedreiging vormen voor de biodiversiteit. Door deze exoten binnen het Ennerveld te beheren (cq.