CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

15.3.2. WPVKWG24B_Motivering

Raad 30 juni 2025, gemeente HeerdeBij agendapunt: A Vaststelling TAM-omgevingsplan Wapenvelder Kerkweg 24B20.259 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Motivering

Inhoudsopgave

Motivering

5

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Aanleiding en doel Beschrijving van het plangebied Het omgevingsplan van rechtswege De bij het plan behorende stukken Leeswijzer

5 5 5 7 9 9

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie

10 10 11

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Beleid en regelgeving Rijk Provincie Waterschap Regionaal Gemeente

15 15 17 22 24 24

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

Omgevingsaspecten Archeologie Activiteiten en Milieuzonering Bodem Cultuurhistorie Duurzaamheid Geluid Klimaatadaptatie Ladder voor duurzame verstedelijking Luchtkwaliteit Milieueffectrapportage Mobiliteit, Verkeer en Parkeren Natuur Omgevingsveiligheid Water

33 33 34 35 36 37 37 40 41 42 44 45 47 49 51

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3

Voorbereiding en participatie (maatschappelijke uitvoerbaarheid) Vooroverleg Participatie Procedure

52 52 52 52

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

Uitvoerbaarheid Financiële economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal Nadeelcompensatie

53 53 53 53

Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3

Juridisch kader TAM-omgevingsplan Inleiding Opzet regels Nadere toelichting op de regels

54 54 54 55

Hoofdstuk 8

Belangenafweging en conclusie

57

Bijlagen bij motivering

59

Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan

60

Bijlage 2

Inrichtingstekening

61

2

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Bijlage 3

Archeologisch onderzoek

62

Bijlage 4

Bodemonderzoek

63

Bijlage 5

Geluidonderzoek activiteiten

64

Bijlage 6

Geluidonderzoek wegverkeer

65

Bijlage 7

Quickscan flora en fauna

66

Bijlage 8

Voortoets Natuur - gebiedsbescherming (stikstof)

67

Bijlage 9

Digitale watertoets

68

3

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

4

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Motivering Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Aan de Wapenvelder Kerkweg 24b-c te Wapenveld is een agrarisch bedrijf met bedrijfswoning gevestigd. Het betreft een kalverhouderij welke op basis van de Wet milieubeheer en Wet natuurbescherming correct is vergund. In het kader van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) is de eigenaar voornemens om het bedrijf te beëindigen. In de regeling is daarbij een verplichting opgenomen een planologische procedure te voeren, teneinde te realiseren dat geen (bedrijfsmatig gehouden) vee op de locatie aanwezig kan zijn. Onder deze voorwaarde zou het agrarische bedrijf niet voortgezet kunnen worden. Initiatiefnemer is daarom voornemens om op het perceel woningbouw te ontwikkelen, hiertoe wordt de meeste (circa 2.200 m2) bedrijfsbebouwing gesloopt. De bestaande bedrijfswoning gelegen aan de Wapenvelder Kerkweg 24b blijft behouden en aanvullend worden zes nieuwe woningen met bijkomende voorzieningen (parkeerplaatsen, erfbeplanting, etc.) gerealiseerd. Rondom de huidige bedrijfswoning zal een kleinschalig agrarisch bedrijf ten behoeve van graslandbeheer, voederwinning en opslag van producten behouden blijven, ofwel een kleinschalig akkerbouwbedrijf.

De beoogde ontwikkeling is op basis van het vigerende planologische regime (het Omgevingsplan van rechtswege) niet toegestaan vanwege het ontbreken van mogelijkheden voor het gebruik voor het reguliere wonen en het bouwen en gebruiken van zes nieuwe woningen. Daarbij is het in het kader van de bedrijfsbeëindigingsregeling noodzakelijk dat de planologische rechten voor het bedrijfsmatig houden van vee worden geamoveerd. Hiertoe is een wijziging van het vigerende planologische regime noodzakelijk. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Ten behoeve van het wijzigen van een omgevingsplan is de Tijdelijke Alternatieve Maatregel mogelijk gemaakt. Deze TAM vormt een alternatieve mogelijkheid voor gemeenten om het omgevingsplan te wijzigen, wanneer zij dit nog niet via de nieuwe standaarden kunnen doen. Zo kunnen in de overgangssituatie op basis van de voorheen geldende Wet ruimtelijke ordening (Wro)-standaard (IMRO-standaard) wijzigingsbesluiten van het omgevingsplan bekendgemaakt worden conform de inhoudelijke eisen van de Omgevingswet. Dit plan is conform de TAM methodiek opgesteld waarbij de beoogde ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt.

1.2

Beschrijving van het plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Wapenvelder Kerkweg 24b-c te Wapenveld. De omgeving is te karakteriseren als landelijk gebied. Woningen en agrarische functies wisselen elkaar af. De locatie ligt ten zuiden van de kern Wapenveld en ten noorden van Heerde in het buitengebied. Het plangebied wordt aan de noordwestzijde ontsloten op de Wapenvelder Kerkweg. De tot het plangebied behorende percelen staan kadastraal bekend als kadastrale gemeente Heerde, sectie M, nummers 942 en 2019. Figuur 1 toont de bestaande situatie ter plaatse van het plangebied, figuur 2 toont de ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving.

5

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Figuur 1: Begrenzing van het plangebied

6

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Figuur 2: Geografische ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving

1.3

Het omgevingsplan van rechtswege

Ter plaatse van het plangebied geldt het tijdelijk deel van het omgevingsplan voor de gemeente Heerde dat in werking is vanaf 1 januari 2024. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat uit (ruimtelijke) regels uit verschillende in artikel 4.6 Invoeringswet Omgevingswet aangewezen vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen, wijzigingsplannen én uit rijksregels over activiteiten die zijn aangeduid als de bruidsschat.

1.3.1

Bestemmingsplanregels

Zolang het omgevingsplan niet wordt gewijzigd en de vigerende ruimtelijke plannen niet komen te vervallen, wordt nog gesproken van bestemmingen en bestemmingsplanregels in het omgevingsplan van rechtswege. Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de ruimtelijke plannen "Buitengebied West" (vastgesteld op 16 april 2012) en "Correctieve herziening Buitengebied West" (vastgesteld op 15 december 2014).

1.3.1.1

Buitengebied West

Op grond van het bestemmingsplan geldt ter plaatse van het plangebied de enkelbestemming 'Agrarisch'. Ter plaatse van een deel van het plangebied geldt een bouwvlak met functieaanduiding 'intensieve veehouderij' en de maatvoering 'aantal bedrijfswoningen: 1'. De gronden zijn hiermee bestemd voor de uitoefening van maximaal één agrarisch (veehouderij)bedrijf met een daarbij behorende bedrijfswoning. Voor het overgrote noordelijke deel van het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde – Hoge archeologische verwachting' en de zuidelijke strook de 'Waarde – Middelhoge archeologische verwachting'. De gronden zijn hier tevens bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. Hiertoe zijn onderzoeksverplichtingen opgenomen voor bodemingrepen op basis van drempelwaarden.

7

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Ter plaatse van het gehele plangebied geldt de gebiedsaanduiding 'dekzandruggen en oude bouwlanden'. Middels deze gebiedsaanduiding is bepaald dat bouwwerken gebouwd dienen te worden met in achtneming van de voor dit gebiedstype landschaps- en natuurwaarden:  Kleinschalig halfopen landschap  Reliëf van bolle akkers / enken  Enken open houden, randen markeren met beplanting  Aanplant langs wegen en paden  Erfbeplanting, bosjes en houtwallen

Figuur 3: Vigerend planologisch regime Strijdigheid Het gehele plangebied is bestemd voor agrarische doeleinden en een agrarisch gebruik. Daarbij is maximaal één agrarische bedrijfswoning bij het agrarische bedrijf toegestaan. Het bouwen en in gebruik nemen van reguliere woningen is binnen dit planologische regime strijdig. De beoogde transformatie van de intensieve veehouderij naar akkerbouwbedrijf is niet strijdig. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient het planologische regime te worden gewijzigd. De functie wonen moet worden toegelaten met ook planvoorschriften voor het bouwen van woningen. Daarbij dienen de woningen te worden beschermd tegen milieubelastende activiteiten van het agrarische bedrijf. In het kader van de beëindigingsregeling worden de mogelijkheden tot het houden van vee in dit wijzigingsplan geamoveerd.

1.3.1.2

Correctieve herziening Buitengebied West

Dit bestemmingsplan betreft een correctieve herziening op onderdelen van het op 16 april 2012 door de raad van de gemeente Heerde vastgestelde bestemmingsplan "Buitengebied West". Aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is de uitspraak van de Raad van State op 21 augustus 2013 (ABRvS 201205223/1/R2) waarmee twee onderdelen uit het vastgestelde bestemmingsplan zijn vernietigd. Tevens is ambtshalve geconstateerd dat enkele planonderdelen niet of foutief zijn opgenomen in het vastgestelde bestemmingsplan.

8

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

In de regels zijn voor het plangebied verscheidene relevante correcties doorgevoerd. Dit betreffen wijzigingen in de begrippen, bestemmingsregels voor de bestemming 'Agrarisch' en algemene regels. De wijzigingen zijn niet relevant voor onderhavig wijzigingsplan.

1.3.2

Omgevingsplanregels

In het omgevingsplan gemeente Heerde is de bruidsschat van het Rijk opgenomen. Op basis van 'Regels op de kaart' gelden er verscheidene regels voor activiteiten ter plaatse van het plangebied. Voorliggend wijzigingsplan wordt onderdeel van het omgevingsplan van rechtswege. De omgevingsplanregels die vanuit de bruidsschat gelden komen gedeeltelijk te vervallen. De gemeentedekkende (milieu)maatregelen uit de bruidsschat blijven van kracht.

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het TAM-omgevingsplan "Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld" bestaat uit de volgende stukken:  verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0246.TAMOPH22bWapKer24b-ON01) en een renvooi;  regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de functies van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het omgevingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het omgevingsplan.

1.5

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de planbeschrijving uiteengezet. In hoofdstuk 3 wordt het initiatief aan het van toepassing zijnde beleid getoetst. Ten behoeve van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn in hoofdstuk 4 de relevante omgevingsaspecten onderzocht en beoordeeld. Hoofdstuk 5 beschrijft de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarna in hoofdstuk 6 de financiële uitvoerbaarheid wordt aangetoond. Hoofdstuk 7 beschrijft de wijze waarop het initiatief juridisch-planologisch is vormgegeven. Deze motivering wordt afgesloten in hoofdstuk 8 met een belangenafweging en conclusie.

9

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Omgeving In de directe omgeving van het plangebied is het landschap relatief open. Op afstand wordt het landschap begrensd door verschillende houtopstanden, verspreid liggende erven met erfgroen en de bebouwde omgeving van Wapenveld ten noorden van het plangebied. Het betreft een agrarische omgeving waar voornamelijk wordt gewoond. Ten zuiden en oosten van het plangebied zijn verscheidene agrarische bedrijven gevestigd. Ten westen van het plangebied ligt het natuurgebied Veluwe.

Figuur 4: Agrarische (woon)omgeving van het plangebied Plangebied Het plangebied is lange tijd onbebouwd geweest. De agrarische bebouwing is gerealiseerd tussen 1980 en 1990. In deze periode zijn het plangebied en de omgeving tevens gecultiveerd.

Figuur 5: Historische ontwikkeling plangebied

10

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

De bomenrij langs het Apeldoorns kanaal ten oosten van het plangebied is met haar imposante eiken dominant aanwezig. Het erf in het plangebied is functioneel ingericht en kent een klassieke verdeling tussen voorerf en achtererf. Het woonhuis is op het voorerf aanwezig en toegankelijk middels een met fraaie bomen aangezette oprit. Het voorerf is voorzien van een siertuin met enkele opgaande bomen. Het achtererf is sober ingericht, de kalverstallen zijn met een aanzienlijk oppervlak sterk aanwezig en georiënteerd op de kavelstructuur die het gebied in de tweede helft van de vorige eeuw kreeg. Langs de noordoostzijde van het erf staat een drietal eiken. Langs de zuidwestzijde is het erf sterker ingericht met erfgrensbeplanting, bestaande uit een houtsingel met overwegend eiken. Achterop het achtererf is het erf ingericht met een kapschuur en erfverharding. Erfgroen is hier afwezig wat vrij gebruikelijk is op agrarische erven. Ruimtelijk houdt het achtererf hiermee enige afstand tot de imposante bomenrij langs het Apeldoorns kanaal. Voor impressies van de bestaande situatie wordt verwezen naar Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan.

Figuur 6: Ruimtelijke structuur plangebied

2.2

Toekomstige situatie

Algemeen In de toekomstige situatie wordt het plangebied gebruikt als agrarisch erf met tevens regulier wonen. De agrarische opstallen voor de kalveren op het achtererf worden gesloopt. De hier gesitueerde kapschuur wordt herbouwd nabij de agrarische bedrijfswoning. Het afgeschaalde agrarische erf blijft dienst doen als kleinschalig agrarisch bedrijf ten behoeve van graslandbeheer, voederwinning (buiten planbegrenzing) en opslag van producten. In het verlengde daarvan worden wordt een zestal woningen gerealiseerd. Figuren 7 en 8 tonen de toekomstige situatie en woningopzet. Binnen de 'één-erfgedachte' wordt ingezet op een compact erfensemble en een traditionele verdeling tussen voorerf met hoofdwoning en achtererf met schuurwoningen. De ontwikkeling vindt plaats binnen het rationele kader waarmee het erf is vormgegeven.

11

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Het erf is toegankelijk middels één oprit. De bestaande oprit wordt verlegd om een veiligere ontsluiting te realiseren (minder bochten). De markante bomenlaan blijft daarmee behouden en in functie als laanbegeleidende structuur. Het woonerf is compact ingericht met vier woningen als zijnde twee-onder-een-kap en twee (semi) vrijstaande woningen. Door de situering van de semi vrijstaande woningen in het verlengde van de tweekappers ontstaat een rustig beeld met optisch twee schuren. Met de nokrichting in de kavelrichting sluiten de woningen aan bij de bestaande gebiedsstructuur. Parkeren bij de woningen geschiedt hoofdzakelijk centraal op het erf met een gezamenlijke parkeerplaats. Enkele woningen hebben parkeergelegenheid bij huis, tussen de bouwkundige volumes. Zo wordt een ‘rommelig’ beeld voorkomen. De uitgangspunten zijn als volgt samen te vatten: 1. Realisatie bouwvlak met huidige bedrijfswoning met daarbij circa 600 m2 schuurruimte (verdeeld over twee schuren); 2. Realisatie bouwvlakken voor zes nieuwe woningen met inpandige bijgebouw(en); 3. Realisatie nieuwe toegangsweg; 4. Sloop circa 2.200 m2 agrarische, landschapsontsierende bijgebouwen; 5. Realisatie landschappelijke inpassing met berken, menghagen, erfbosje, fruitbomen en erfbomen; 6. Realisatie wandelpad tussen de Wapenvelder Kerkweg en het Apeldoorns kanaal.

De algehele ontwikkeling voorziet in een aanzienlijke afname van verharding en toevoeging van groen. Daarmee verbetert de algehele ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Bijlage 1 bevat een nadere uitwerking van de toekomstige situatie. Bijlage 2 betreft een inrichtingstekening.

12

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Figuur 7: Toekomstige situatie

13

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Figuur 8: Principe uitwerking schuurwoningen Landschappelijke inpassing In het kader van de beoogde functieverandering en ontwikkeling van het agrarische erf vindt landschappelijke inpassing plaats. Het erf wordt landschappelijk ingepast met diverse groenstructuren welke passen bij het landschapstype oude bouwlanden en onderscheid maken in karakteristieken van het voorerf en het achtererf. Daar het erf een jong erfensemble betreft op het oude bouwland is het wenselijk om de openheid van de es zo mogelijk te behouden. De inpassing met robuust opgaand groen is daarom beperkt. Langs het kanaal wordt een bebouwingsvrije zone gesteld met een afstand van 30 meter tot het kanaal. Ten behoeve van een herkenbaar voorerf wordt de bestaande siertuin omzoomd met een landelijke menghaag. Voor de agrarische bedrijfswoning wordt een tweetal hoogstamfruitbomen gesitueerd. De markante bomenlaan langs de oprit blijft behouden. Ter hoogte van de bijgebouwen op het achtererf wordt opgaand groen gesitueerd. Met een erfbosje van gemengd inheems bosplantsoen en een bomenrij van berken worden de schuren gedeeltelijk aan het zicht onttrokken en wordt het erf aangevuld met een gemengd beplantingssortiment waar de lokale biodiversiteit mee verbeterd. Rond de nieuwe woningen is de groene inpassing sober van karakter.

Het is van belang dat de schuurwoningen met een eenduidige en sobere uitstraling rust brengen en een logisch element vormen van het achtererf. De woonpercelen worden met landelijke menghagen omzoomd. Enkele markante erfbomen versterken de biodiversiteit en brengen met hun schaduw verkoeling op het erf. De gemeenschappelijke parkeervakken worden uitgevoerd met waterdoorlatende grastegels.

Figuur 9: Maatregelen landschappelijke inpassing

14

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Hoofdstuk 3

Beleid en regelgeving

3.1

Rijk

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

3.1.1.1

Algemeen

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten:  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie.  Duurzaam economisch groeipotentieel.  Sterke en gezonde steden en regio's.  Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren.

In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherper keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:  Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte.  Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere.  Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

3.1.1.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

In dit geval is er sprake van een lokale ontwikkeling waarmee, op basis van de NOVI, geen Rijksbelangen zijn gemoeid.

3.1.1.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

De beoogde ontwikkeling voorziet in het verkleinen en gedeeltelijk amoveren van een agrarisch bedrijf en het ontwikkelen van zes extra woningen. Daarmee is sprake van een bijdrage aan het duurzaam groeipotentieel voor de gemeente Heerde waarbij invulling wordt gegeven aan een bestaand erf, waardoor leegstand en verdere verpaupering wordt voorkomen. Daarnaast draagt de ontwikkeling in betekenende mate bij aan stikstofreductie op zeven Natura 2000-gebieden. De ontwikkeling past daarmee voor zowel initiatiefnemer als de gemeenschap van Heerde binnen de NOVI.

3.1.1.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat sprake is van een lokale ontwikkeling welke bijdraagt aan een duurzaam perspectief voor Nederland. Onderhavig plan is daarmee in lijn met de ambities en doelstellingen van de NOVI.

15

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

3.1.2

Rijksinstructieregels

3.1.2.1

Algemeen

De instructieregels van het Rijk staan in hoofdstuk 5 van het Bkl. De instructieregels over een evenwichtige toedeling van functies staan in afdeling 5.1 Bkl en gaan over thema's zoals water, veiligheid en geluid, en tevens over nationale belangen, zoals elektriciteitsvoorziening, doorvaart rijksvaarwegen en erfgoed. Hoofdonderwerpen met betrekking tot de evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn: a. waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) b. beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) c. beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; d. beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; e. het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; f. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; g. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen.

3.1.2.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

Het plangebied is gesitueerd in het gebied "Gebieden waar windturbines het radarbeeld kunnen verstoren". Hierop zijn de artikelen 5.150 en 5.155 van toepassing. Op basis hiervan gelden voorwaarden voor de hoogte van bouwwerken zoals windturbines. Voorliggend plan maakt geen windturbines mogelijk. De betreffende bepalingen zijn niet relevant.

Figuur 10: Uitsnede 'Gebieden waar windturbines het radarbeeld kunnen verstoren'

3.1.2.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

Niet van toepassing.

16

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

3.1.2.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat de rijksinstructieregels geen belemmering vormen voor onderhavig plan.

3.2

Provincie

3.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

3.2.1.1

Algemeen

Provinciale Staten hebben op woensdag 19 december 2018 ingestemd met de nieuwe 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland'. De kern van deze Omgevingsvisie is dat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland voorop staat. Om dit te behouden en te bereiken worden in de omgevingsvisie drie uitgangspunten centraal gesteld: een Duurzaam, Economisch krachtig en een Verbonden Gelderland. Het accent van stedelijke ontwikkelingen verschuift van nieuwbouw naar het vitaliseren van bestaande gebieden en gebouwen. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. Wonen en woonwensen veranderen door de tijd en met de leeftijd. Mensen worden ouder en wonen steeds langer alleen en zelfstandig. Dynamiek op de woningmarkt is groot, ook als gevolg van ontwikkelingen in de Randstad. Het grootste deel van woningen die Gelderland nodig heeft in 2050 staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden.

Er zal een goede balans moeten bestaan tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De provincie Gelderland streeft naar een duurzaam woon- en leefklimaat te creëren dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Op deze manier versterkt de economisch kracht en kwaliteit van leven in Gelderland. De ambitie is dan ook om in elk woonmilieu en van elk woontype de woningcapaciteit te vergroten, passend bij de diversiteit aan woningvraag in de provincie Gelderland. Voor ieder een passende, duurzame woning. Hierbij zal de al bestaande bebouwde omgeving optimaal worden benut.

3.2.1.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat. Op basis van Regels op de kaart gelden ter plaatse van het plangebied voorwaarden met betrekking tot zonneparken, windenergie en grondwater. Dit is niet relevant voor de beoogde ontwikkeling.

Figuur 11: Uitsnede omgevingsvisie

17

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

3.2.1.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

Onderhavig initiatief voorziet in de beëindiging van de bestaande intensieve veehouderijtak van het agrarische bedrijf. Dit betreft een duurzame ontwikkeling vanwege de forse afname van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Daarbij wordt landschapontsierende bebouwing gesaneerd. Het agrarische bedrijf zal worden gecontinueerd als akkerbouwbedrijf. Hiermee verbetert het lokale woon- en leefklimaat. In aanvulling hierop wordt, binnen de ruimtelijke structuur van het agrarische erf, woningbouw gerealiseerd. Daarmee is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Het plan maakt het behoud van de bestaande bedrijfswoning en zes nieuwe reguliere woningen mogelijk. Dit betreft een maatschappelijk wenselijke ontwikkeling vanwege het (landelijke) woningtekort waarbij eveneens wordt bijgedragen aan de diversiteit van het lokale woningaanbod. Op basis van de beoordeling van de omgevingsfactoren is in de toekomstige situatie sprake van een goed woon- en leefklimaat. Middels de landschappelijke inpassing van het geheel vindt een investering in ruimtelijke kwaliteit plaats. Voorliggend plan past daarmee binnen de ambitie van de provincie om een duurzaam en divers woon- en leefklimaat te realiseren, met een aanbod aan woningtypen passend bij de diversiteit aan woningvraag. Geconstateerd wordt dat dit plan hiermee een duurzame en politiek-maatschappelijk wenselijke ontwikkeling mogelijk maakt.

3.2.1.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat de Omgevingsvisie geen belemmering vormt voor onderhavige activiteit.

3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

3.2.2.1

Algemeen

Vanaf 2 januari 2024 geldt de Omgevingsverordening provincie Gelderland. De regels in de omgevingsverordening vormen het sluitstuk op de omgevingsvisie. De provincie zet de omgevingsverordening als juridisch instrument in om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen op die onderdelen waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen te waarborgen of om te voldoen aan wettelijke verplichtingen. De regels uit de verordening zijn kaderstellend voor gemeenten bij het opstellen van omgevingsplannen. Daarnaast worden de gebieden waarbinnen bepaalde regels gelden in de omgevingsverordening concreet begrensd. De verordening richt zich net zo breed als de omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland.

3.2.2.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

Op basis van Regels op de kaart is het plangebied gelegen binnen de begrenzing van de volgende gebiedsaanwijzingen:  Gelderse streek IJsselvallei  Glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied  Nationale landschappen  Werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland Navolgend wordt de beoogde ontwikkeling aan de bijbehorende artikelen van de omgevingsverordening getoetst.

18

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Figuur 12: Uitsnede omgevingsverordening Gelderse streek IJsselvallei Artikel 5.38 (beschermen landschap Gelderse streken: IJsselvallei) Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Gelderse streek IJsselvallei wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek IJsselvallei. Toets Artikel 5.38 Het betreffende document is als uitgangspunt gebruikt bij de totstandkoming van het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in Bijlage 1. Blijkens dit document draagt de beoogde ontwikkeling in positieve zin bij aan de vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap Gelderse streek IJsselvallei. Glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied Artikel 5.78 (eenmalige uitbreiding bestaand glastuinbouwbedrijf) Een omgevingsplan kan, gerekend vanaf 29 juni 2005, eenmalig een uitbreiding van een glasopstand tot maximaal vijf hectare toelaten van een bestaand glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied, als in de toelichting op het omgevingsplan wordt aangetoond dat: a. de uitbreiding noodzakelijk is voor een doelmatige voortzetting van het bedrijf; b.

verplaatsing naar een glastuinbouwontwikkelingsgebied bedrijfseconomisch niet haalbaar is; c. deze uitbreiding zich verdraagt met de ter plaatse relevante omgevingskwaliteiten als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid. Toets Artikel 5.78 Onderhavig initiatief heeft geen betrekking op een glastuinbouwbedrij; het artikel is niet relevant. Nationale landschappen Artikel 5.33 (beschermen landschap algemeen) 1. Als een omgevingsplan een activiteit of ontwikkeling toelaat, bevat de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten, in het bijzonder de nationale landschappen. 2. Als een activiteit of ontwikkeling leidt tot een aantasting van de kernkwaliteiten, laat het omgevingsplan die alleen toe als uit de toelichting op het omgevingsplan blijkt dat: a. per saldo sprake is van versterking van het landschap in lijn met de ontwikkeldoelen, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap die in de betreffende Gelderse streek van toepassing zijn; en

19

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

b.

de versterking en de uitvoering hiervan worden vastgelegd.

Toets Artikel 5.33 1. Paragraaf 2.2 bevat een uitgebreide beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met, en invulling is gegeven aan, de kernkwaliteiten en herkenbaarheid van het landschapstype. Daarbij is het van belang dat het toekomstige gebruik van het plangebied voor woondoeleinden aanzienlijk minder intensief is voor de natuur en het landschap ten opzichte van het huidige agrarische gebruik dat is toegestaan, en niet volledig wordt benut. 2. Blijkens de toetsing aan lid 1 is geen sprake van een ontwikkeling die leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten. Dit is eveneens bevestigd in het uitgevoerde natuuronderzoek (Bijlage 7 Quickscan flora en fauna). Werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland Artikel 2.1 (faunabeheereenheid) 1. Binnen de provincie Gelderland is er één faunabeheereenheid. 2. Het werkgebied van Faunabeheereenheid Gelderland omvat het hele grondgebied van de provincie Gelderland, met uitzondering van Kroondomein Het Loo. 3 De faunabeheereenheid heeft tot taak: a. het coördineren van de uitvoering van het faunabeheerplan; en b. het adviseren van Gedeputeerde Staten over faunabeleid. Artikel 2.2 (nadere regels faunabeheerplan) 1. Een faunabeheerplan wordt elke zes jaar herzien. 2 In aanvulling op artikel 6.2 van het Omgevingsbesluit bevat een faunabeheerplan: a.

een beschrijving van de handelingen van het huidige en voorgaande faunabeheerplan; en b. de gegevens en bescheiden die op grond van de Omgevingsregeling worden verstrekt voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de flora- en fauna-activiteit die nodig is voor de uitvoering van het faunabeheerplan voor de onderdelen: 1. het beperken van de omvang van populaties van in het wild levende dieren; en 2. het bestrijden van schadeveroorzakende dieren door grondgebruikers. 3 Op verzoek van de faunabeheereenheid kan de termijn waarbinnen een faunabeheerplan wordt herzien, worden verlengd met ten hoogste één jaar. Toets Artikel 2.1 en Artikel 2.2 Hetgeen bepaald is in artikel 2.1 en artikel 2.2 is niet relevant voor voorliggende motivering.

3.2.2.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

Op basis van voorgaande toetsing is onderhavig plan in overeenstemming met de omgevingsverordening.

3.2.2.4

20

Conclusie

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Geconcludeerd wordt dat de omgevingsverordening geen belemmering vormt voor onderhavige activiteit.

21

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

3.3

Waterschap

3.3.1

Waterschapsbeleid Waterschap Vallei en Veluwe

3.3.1.1

Algemeen

Blauwe Omgevingsvisie Stedelijke in- en uitbreiding ten behoeve van de groeiende bevolking moet worden gekoppeld aan klimaat- en duurzaamheidsopgaven. Dit biedt enorme kansen om de stad aantrekkelijker te maken. Idealiter wordt overal waar wordt gebouwd, rekening gehouden met het aspect water (waterinclusief bouwen) en wordt de buffercapaciteit van de bodem verbeterd: de stad als spons. Groenblauwe dooradering in de openbare ruimte en op de daken houdt de stad bovendien leefbaar bij toenemende hittestress en heftige regenval. Dit vraagt om zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik en de garantie op voldoende ruimte bij binnenstedelijke verdichting. Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen.

Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen / randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. De gemeente kan u hiermee verder helpen.

3.3.1.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

In het kader van de ruimtelijke procedure is de digitale watertoets uitgevoerd, op basis hiervan is de normale procedure van toepassing. Het toetsingsdocument is bijgevoegd bij deze motivering als Bijlage 9 Digitale watertoets. Middels de digitale watertoets is het plan aan het waterschapsbeleid getoetst. Op basis hiervan is geconstateerd dat het plan van invloed is op het watersysteem, waterkeringen en/of afvalwaterketen. Derhalve is afstemming met het waterschap noodzakelijk. Voor het waterschap leidt een toename van verharding alleen tot een watercompensatieopgave (noodzaak tot waterberging) als er een toename is van 1500 m2 of meer. In casu is geen sprake van een toename van verharding met 1500 m2 of meer.

3.3.1.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

In paragraaf 4.14 Water is toegelicht op welke wijze rekening is gehouden met het waterbelang. Hierbij is invulling gegeven aan de uitgangspunten van het waterschapsbeleid.

3.3.1.4

Conclusie

Op basis van de wijze waarop invulling is gegeven aan, en rekening is gehouden met, het waterbelang wordt geconcludeerd dat de waterschapsverordening geen belemmering vormt voor onderhavig plan.

22

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

3.3.2

Waterschapsverordening Waterschap Vallei en Veluwe

3.3.2.1

Algemeen

De waterschapsverordening van Waterschap Vallei en Veluwe bevat regels over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor het watersysteem binnen het waterschapsgebied. De waterschapsverordening berust op artikel 2.5 van de Omgevingswet en vervangt de keur van Waterschap Vallei en Veluwe en de daarbij horende algemene regels. Bovendien bevat de verordening regels over lozingen, die voorheen op rijksniveau waren geregeld. Naar aanleiding van de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden, heeft het waterschap de regelgeving over de fysieke leefomgeving in een waterschapsverordening vastgelegd. Wat voorheen in de keur werd geregeld is nu opgenomen in de waterschapsverordening. De Omgevingswet maakt onderdeel uit van een complete stelselherziening van het omgevingsrecht. De invoering van de waterschapsverordening draagt bij aan de landelijke verbeterdoelen die zijn beoogd met de invoering van de Omgevingswet: een inzichtelijk omgevingsrecht, waarin de leefomgeving centraal staat, waarin ruimte is voor maatwerk en waarin besluitvorming over projecten sneller en beter verloopt.

In de toelichting op de Omgevingswet zijn deze doelen verder uitgewerkt en die luiden als volgt:  Minder en daardoor overzichtelijkere regels  Ingericht volgens het 'ja, mits'-principe  Meer ruimte voor initiatieven  Lokaal maatwerk  Vertrouwen De regels in de waterschapsverordening zijn, met het oog op de maatschappelijke doelen van artikel 1.3 van de wet, gericht op: a. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; b. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; c. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen; en d. het beschermen en verbeteren van de doelmatige werking van een zuiveringtechnisch werk.

3.3.2.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

Op basis van Regels op de kaart gelden ter plaatse van het plangebied verschillende relevante 'Activiteiten Beperkt Gebied':  Afvoeren van water naar oppervlaktewater;  Oppervlaktewater aanleggen of verlengen / dempen / verbreden;  Overig bouwwerk aanleggen, wijzigen of verwijderen bij oppervlaktewater. Afhankelijk van de daadwerkelijke uitvoering van bovenstaande activiteiten, dat is in het huidige stadium nog niet bekend, is mogelijk een omgevingsvergunning (watervergunning) noodzakelijk.

3.3.2.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

Indien een omgevingsvergunning (watervergunning) noodzakelijk is, zal deze worden aangevraagd bij waterschap Vallei en Veluwe.

3.3.2.4

Conclusie

Op basis van de wijze waarop invulling is gegeven aan, en rekening is gehouden met, het waterbelang wordt geconcludeerd dat het waterschapsbeleid geen belemmering vormt voor onderhavig plan.

23

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

3.4

Regionaal

3.4.1

Landschapsontwikkelingsplan van Veluwe tot IJssel

3.4.1.1

Algemeen

De gemeenten Epe, Heerde en Voorst beschikken over een landschapsontwikkelingsplan (hierna: LOP), het "Landschapsontwikkelingsplan van Veluwe tot IJssel" van november 2009. Het landschap van de Veluwe tot de IJssel is niet voor niets een nationaal landschap, het is één van de aantrekkelijkste landschappen van Nederland. Er zijn uitgestrekte bossen en heiden, een prachtig kleinschalig cultuurlandschap met kastelen, karakteristieke boerderijen, talloze landgoederen en een schilderachtig rivierenlandschap met uiterwaarden en een dijk. Het LOP kent een drietal doelstellingen: 1. Met het LOP willen we als gemeenten in de autonome ontwikkeling van het landschap sturen op behoud en op ontwikkeling van landschappelijke samenhang. Tevens willen we ontstening van het buitengebied stimuleren en willen we de karakteristieke kenmerken van ons landschap ontwikkelen. 2. Met het LOP willen we het landschapsbelang inbrengen in alle ruimtelijke veranderingsprojecten in het gebied. Daartoe willen we een ‘landschapskapstok’ bieden die gebruikt kan worden in al de gebiedsprocessen. 3. Juist omdat we ons landschap gezamenlijk bepalen hebben we behoefte aan een structuur, een aanpak, om het goede landschap te maken. En wat goed is bepalen we gezamenlijk. Dat is het overkoepelende doel van het LOP en ook de belangrijkste reden om het op regionaal niveau aan te pakken.

We richten ons daarbij op instrumenten, partijen en een aanpak voor de uitvoering van het landschapsbeleid.

3.4.1.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

Het initiatief is gesitueerd in het landelijk gebied van de gemeente Heerde. Het LOP is van toepassing op de ontwikkeling.

3.4.1.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

Het plan past binnen het landschapsontwikkelingsplan Van Veluwe tot IJssel, omdat het bijdraagt aan het behoud van de landschappelijke kwaliteiten middels landschappelijke inpassing. Tevens vindt een kwaliteitsverbetering plaats door de sloop van agrarische bedrijfsbebouwing. Voor een uitgebreide beschrijving van de landschappelijke bijdrage wordt verwezen naar Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan.

3.4.1.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het onderhavige initiatief bijdraagt aan de ambities van het LOP van Veluwe tot IJssel.

3.5

Gemeente

3.5.1

Omgevingsvisie Heerde van de Toekomst

3.5.1.1

Algemeen

Op 27 mei 2024 is de omgevingsvisie "Heerde van de Toekomst" vastgesteld. De visie schetst op hoofdlijnen hoe de gemeente zich op weg naar 2040 wil ontwikkelen. De volgende principes worden door de gemeente Heerde als belangrijk geacht voor de leefomgeving:  Samen werken aan het Heerde van de toekomst;  Onze kwaliteiten en ons verleden zijn ons vertrekpunt;  We stellen onze opgaven centraal;  We werken gebiedsgericht;  We verbinden op duurzame wijze het heden met de toekomst. Deze 5 principes staan niet los van elkaar, maar vormen juist een geheel. Samen geven ze richting aan de ontwikkeling, het

24

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van de leefomgeving van Heerde op weg naar 2040. Daarnaast worden 6 kernkwaliteiten beschreven die de gemeente bijzonder maken:  Fraaie landschappen:  Rijke cultuurhistorie:  Grote diversiteit aan natuurwaarden en een goede milieukwaliteit;  Natuurlijk en actief recreëren;  Wonen in een dorpse en groene omgeving;  Sterke lokale economie. Deze kernkwaliteiten vormen de identiteit van Heerde en zijn het vertrekpunt voor de koers op weg naar 2040. Ook worden 8 opgaven met bijbehorende ambities uitgewerkt. Daar is een gezonde woon- en leefomgeving er één van. OPGAVE 1: gezonde woon- en leefomgeving Het is onzeker hoe de vraag naar woningen zich de komende jaren gaat ontwikkelen. Ontwikkelingen als de vergrijzing, de toenemende vraag naar zorg aan huis en de kleinere huishoudens hebben hierop invloed. Op de ideale woningmarkt zijn er voldoende betaalbare woningen voor iedereen. Woningen in Heerde moeten betaalbaar zijn en de woonlasten acceptabel. De woningvoorraad moet goed aansluiten op de behoeften van woningzoekenden in onze gemeente. Belangrijk is ook dat de woningen een beeldkwaliteit hebben die aansluit bij onze identiteit.

Een gevarieerd, levensloopbestendig, duurzaam, passend en herkenbaar woningaanbod: een variatie in woonomgevingen en woningtypen, een herkenbare beeldkwaliteit, voor verschillende prijsklassen, doelgroepen, achtergronden en leeftijden wordt daarom gestimuleerd. Er wordt vooral gericht op woningen die schaars zijn in onze gemeente: woningen voor starters, sociale huurwoningen, huurwoningen in de middenklasse, woningen voor jonge gezinnen en zorg(aan-huis)woningen. In het buitengebied moeten voormalige agrarische erven en andere woonerven zorgen voor meer woonruimte. Om bestaande bebouwing beter te benutten, wordt de bestaande regeling hierop aangepast. Daarmee zorgen we ook dat voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt kan worden om plaats te maken voor extra woonruimte. Dit blijft wel maatwerk: de ontwikkeling moet namelijk passen in het gebied.

3.5.1.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

Op basis van de omgevingsvisiekaart is het plangebied onderdeel van het gebied 'Veluweflank'. Hier gelden gebiedsspecifieke uitgangspunten: 1. Vergroten landschappelijke kwaliteit door de herkenbaarheid van de verschillende landschapstypen te verbeteren. 2. De natuur versterken door samen met partners te werken aan robuuste ecologische verbindingen zoals de Hattemer Poort en de Wisselse Poort. 3. Werken aan het vasthouden van water rondom beken en sprengen in combinatie met natuur- en landschapsontwikkeling. 4. Werken aan een toekomstbestendige landbouw in balans met de natuur, het landschap en de gebiedskwaliteiten. 5. Mogelijkheid tot verbreding van de landbouw met recreatieve, zorg- of andere (maatschappelijke) nevenfuncties. 6. Geen ruimte voor intensieve veehouderij. 7. Ruimte voor zonnevelden indien landschappelijk ingepast en in lijn met het lokaal uitnodigingskader. 8. Ruimte voor nieuwe landgoederen met natuur- en landschapsontwikkeling en enkele wooneenheden. 9. Bestaande erven en bestaande bebouwing beter benutten voor de woonopgave, bijvoorbeeld voormalige agrarische erven. Ruimte voor kleinschalige, aan huis gebonden, bedrijvigheid bij bestaande woningen. 10. Verbeteren van het recreatief routenetwerk en vergroten van de verkeersveiligheid. 11.

Het Apeldoorns Kanaal verder ontwikkelen als recreatielint waarin de cultuurhistorische, recreatieve, natuurlijke en economische functies van het kanaal en de directe omgeving met elkaar worden gecombineerd. 12. Ruimte voor kleinschalige een hoogwaardige (verblijds)recreatieve functies.

25

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Figuur 13: Planlocatie ten opzichte van de omgevingsvisie

3.5.1.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

Op basis van voorliggende motivering is in onderhavig initiatief sprake van overeenstemming met bovenstaande punten 1, 4, 6, 9, 10 en 11. Geconstateerd wordt dat het plan bijdraagt aan de gemeentelijke ambities uit de omgevingsvisie.

3.5.1.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan de ambities en doelstellingen van de omgevingsvisie.

3.5.2

Structuurvisie gemeente Heerde 2025

3.5.2.1

Algemeen

De 'Structuurvisie gemeente Heerde 2025' (2012) is opgesteld om in te spelen op maatschappelijke en economische ontwikkelingen. Deze visie is een agenda voor de in de regio en naar de eigen burgers, instellingen en ondernemers. Er worden drie zones onderscheiden: 1. Natuurlijkheid; 2. Nieuwe zakelijkheid en gezondheid; 3. Cultuur, natuur en voedselproductie.

3.5.2.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

De locatie is gelegen binnen de ‘Structuurvisie Heerde 2025’, waarbij ‘zone 2’ van toepassing is verklaard. Zone 2 geldt ten behoeve van ‘nieuwe zakelijkheid en gezondheid’. Het is een afwisselend landschap en de zone kent verschillende functies, zoals wonen, werken, recreatie, zorg, natuur en groen. Met deze diversiteit aan functies is het een complexe zone met ontwikkelingen op het gebied van natuur, water, wonen, recreatie en landbouw.

26

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Figuur 14: Planlocatie ten opzichte van de structuurvisie

3.5.2.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

De beoogde ontwikkeling sluit naadloos aan op de doelstellingen van de structuurvisie. Omdat het initiatief voorziet in de functieverandering en amovering van een intensieve veehouderij waarbij woningbouw mogelijk wordt, past het initiatief binnen de structuurvisie.

3.5.2.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan de ambities en doelstellingen van de toekomstvisie.

3.5.3

Toekomstvisie Heerde 2025

3.5.3.1

Algemeen

Om op toekomstige maatschappelijke en economische ontwikkelingen in te spelen heeft de gemeente Heerde een toekomstvisie opgesteld: 'Visie gemeente Heerde 2025'. Deze visie vormt een agenda voor zowel eigen burgers, instellingen als ondernemers.

3.5.3.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

Het initiatief is gesitueerd in de gemeente Heerde, de 'Toekomstvisie Heerde 2025' geldt voor onderhavig plan. Onderstaand volgt een opsomming van voor dit plan relevante onderdelen van de toekomstvisie: De gemeente wil met haar grondbeleid en de inwoners een waardevolle bijdragen leveren om de Veluwe te versterken;  Inzetten op een gezonde en veilige leefomgeving creëren;  Voor iedereen een passende woning hebben;  Voor iedereen passend werk hebben binnen of op bereikbare afstand buiten de gemeente;  De gemeente wil zich onderscheiden door de beleving van landschap, biodiversiteit, natuur en cultuurhistorie;  De landschappelijke kwaliteiten van het grondgebied vergroten.

3.5.3.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van zes woningen. Daarmee draagt het initiatief bij aan de realisatie van passende woningen in de gemeente. De algehele ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de herkenbaarheid van het landschap. De ontwikkeling draagt daarmee bij aan bovengenoemde ambities.

27

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

3.5.3.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan de ambities en doelstellingen van de toekomstvisie.

3.5.4

Leidraad initiatieven

3.5.4.1

Algemeen

Om de (maatschappelijke) meerwaarde van initiatieven nader vorm te geven heeft de gemeente de 'Leidraad initiatieven' vastgesteld. Hier wordt het brede begrip 'maatschappelijke meerwaarde' nader uitgewerkt. Anders dan de taalkundige betekenis van het woord wordt de maatschappelijke context hier breder getrokken en verklaard de leidraad de volgende meerwaarden van toepassing, ressorterende onder het moederbegrip.

3.5.4.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

Het initiatief is gesitueerd in de gemeente Heerde, de 'Leidraad initiatieven' geldt voor onderhavig plan.

3.5.4.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

Ruimtelijke meerwaarde Onderdelen van de ruimtelijke meerwaarde zijn: landschap, architectuur, stedenbouw, verkeer, milieu, ecologie en erfgoed. De landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt. De sloop van deze bebouwing creëert een inbreidingslocatie waar zes nieuwe woningen worden gebouwd. Het agrarische bedrijf wordt gecontinueerd als akkerbouwbedrijf. Het geheel wordt landschappelijk ingepast zodat landschappelijke waarden behouden blijven en worden versterkt. Sociaal-maatschappelijke meerwaarde De leidraad geeft onder meer een voorbeeld ten aanzien van de leefomgeving. Door het voorgestelde initiatief zal de leefomgeving verbeteren, daar de ruimtelijke kwaliteit verbetert en ecologische meerwaarde ontstaat. Ook vormt het een organische ontwikkeling passend bij de ruimtelijke ontwikkeling welke in het gebied plaatsvindt met realisatie van natuur en het amoveren van agrarische bedrijven. Hiermee vormt dit plan een grote sociaal-maatschappelijke toevoeging voor de inwoners van Heerde. Maatschappelijk aanvaardbare meerwaarde In lijn met het vorige punt wordt onder maatschappelijke meerwaarde voornamelijk verstaan hoe de lokale gemeenschap profiteert. Dit kan zijn door het bieden van bepaalde gemeenschapszin of betrokkenheid, maar ook door de samenwerking met lokale ondernemers.

De maatschappelijk aanvaardbare meerwaarde van onderhavig initiatief vindt zijn oorsprong in het woningtekort. Lokale bewoners hebben hierdoor een grotere kans om in de gemeente te kunnen blijven wonen. Duurzame meerwaarde Duurzaamheid is een begrip wat breed uitlegbaar is. De leidraad formuleert hiertoe bijvoorbeeld ecologische meerwaarde en de blijvende uitvoerbaarheid. Er worden veel ecologische verbeteringen aangebracht op het perceel en de netto-hoeveelheid natuur en groen neemt toe. Woningen worden tegenwoordig verplicht duurzaam gebouwd, maar daarmee zijn deze wel duurzaam en komen er middelen beschikbaar om niet-duurzame gebouwen te slopen.

3.5.4.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat onderhavig initiatief resulteert in maatschappelijke meerwaarde en dus in lijn is met het beleid.

28

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

3.5.5

Woonbeleid gemeente Heerde

3.5.5.1

Algemeen

Woonvisie Heerde 2015-2025 Het uitgangspunt van de woonvisie is het maken en behouden van kwaliteit. Dit kan alleen door niet vooraf strikte en knellende regels op te stellen, maar door te werken met bestaande kwaliteiten, partijen en passende oplossingen. Dit leidt tot maatwerk per situatie met inachtneming van de algemene vastgestelde principes. Het creëren van maatschappelijke meerwaarde is bij ieder initiatief het uitgangspunt en het afwegingskader van het gemeentebestuur. Woonagenda gemeente Heerde 2020-2023 De woonvisie van de gemeente Heerde is in 2015 vastgesteld. Sindsdien is de woningmarkt in hoog tempo veranderd. Na een crisisperiode zit de markt de laatste jaren weer in de lift. Dit heeft om een aanvulling op de woonvisie gevraagd. De woonagenda voorziet hierin en is een concrete uitwerking van de uitnodigingsplanologie. In de Woonagenda gemeente Heerde 2020 - 2023 staan vier thema's centraal:  de woningvraag als centrale opgave;  ontwikkelperspectief van de kernen;  wonen en zorg;  toekomstkwaliteit en duurzaamheid. Voor nieuwbouwontwikkelingen hanteert de gemeente de in onderstaande figuur opgenomen volkshuisvestelijke richtlijnen, als aanvulling op de Structuurvisie Heerde 2025 en ter toepassing bij de leidraad voor nieuwe initiatieven.

Figuur 15: Uitsnede woonagenda Addendum bij Woonagenda 2020 - 2023 De gemeenteraad heeft op 6 november 2018 in een raadsbrede motie het college opgeroepen om ervoor zorg te dragen dat er in elk vastgesteld bouwproject ten minste sprake moet zijn van gemiddeld 30% sociale huur/starterswoningen. Dat was dan ook het uitgangspunt bij de ontwikkeling van de Woonagenda. Uit een onderzoek naar de woonbehoefte in het kader van de ontwikkeling van de Woonagenda is gebleken dat de behoefte aan sociale huurwoningen 45% is. Dit komt doordat een grote achterstand in de bouw van sociale huurwoningen is opgebouwd in de afgelopen jaren. Bij de vaststelling van de Woonagenda is uitgesproken dat 40% sociale huur het streefpercentage is. Onder sociale woningbouw wordt in de Uitvoeringsparagraaf 6.0 zowel goedkope koop (tot € 190.000 v.o.n.) als sociale huur verstaan. Zoals in de Woonagenda aangegeven, is er een behoefte van 10% in de plannen aan goedkope koop en 40% aan sociale huur. Om te kunnen voldoen aan de behoefte aan sociale woningbouw, zou dus ieder plan voor 50% uit sociale woningbouw moeten bestaan. Gelet op de focus op de bouw van voldoende sociale huurwoningen, de vastgestelde behoefte aan sociale huurwoningen, maar ook gelet op de financiële haalbaarheid van ruimtelijke plannen wordt het aandeel sociale woningbouw als bedoeld in de Uitvoeringsparagraaf 6.0 vastgesteld op 40%.

29

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Volkshuisvestingsprogramma 2024-2028 Het volkshuisvestingsprogramma geeft een verdere invulling aan de ambities omtrent wonen uit de omgevingsvisie. De woningnood, de veranderingen in het zorgdomein, de leefbaarheid in de kernen en de verduurzaming van de omgeving en woningen zijn daarin belangrijke opgaven. Het Volkshuisvestingsprogramma vervangt de vigerende woonvisie en woonagenda en loopt in vorm en opzet vooruit op veranderingen in landelijke wet- en regelgeving. Met het Volkshuisvestingsprogramma werkt de gemeente toe naar een situatie waar iedereen van jong tot oud in de gemeente Heerde een bij de levensfase en portemonnee passend huis kan vinden. Om daarvoor te zorgen wordt ingespeeld op de woningbehoefte. Via de regionale woondeal heeft Heerde zich gecommitteerd aan het toevoegen van netto circa 850 woningen. De pijlers van het Volkshuisvestingsprogramma zijn als volgt: Pijler 1: een woning voor jong en oud 1. Levensloopgeschikte woningen en doorstroming 2. Inspelen op de woningbehoefte van starters Pijler 2: wonen met ondersteuning en zorg 3. Wonen, ondersteuning en zorg voor langer of weer zelfstandig wonen 4. Een thuis voor iedereen Pijler 3: stimulerende woon- en leefomgeving 5. Leefbaarheid, toegankelijkheid en bereikbaarheid die beleving positieve gezondheid ondersteunen 6. Duurzaam en klimaatadaptief bouwen

3.5.5.2

Locatiespecifieke uitgangspunten (toets)

Het initiatief is gesitueerd in de gemeente Heerde, het woonbeleid van de gemeente Heerde geldt voor onderhavig plan.

3.5.5.3

Hoe is dit verwerkt in het plan

De initiatiefnemer realiseert vier twee-onder-één-kap woningen en twee vrijstaande woningen waardoor er netto 6 woningen bij komen. De woningen vallen niet in de categorie sociale woningbouw. Daarmee bedraagt het percentage sociale woningbouw 0%. Op grond van de Woonagenda gemeente Heerde 2020-2023, in samenhang met de Uitvoeringsparagraaf Structuurvisie 2025 6.0, bedraagt het te realiseren percentage sociale woningbouw 40%. Indien dit percentage niet wordt gerealiseerd, is een exploitatiebijdrage sociale woningbouw verschuldigd. Het afdragen van de exploitatiebijdrage is privaatrechtelijk vastgelegd tussen initiatiefnemer en gemeente Heerde. Het onderhavige initiatief draagt, met de beëindiging van een agrarische veehouderij, bij aan de gezonde fysieke leefomgeving van gemeente Heerde. Daarbij wordt geïnvesteerd in ruimtelijke kwaliteit, landschap en duurzaamheid. Er worden zes woningen toegevoegd aan de lokale woningvoorraad. De woningen zijn geschikt voor personen uit de gemeente die willen doorstromen naar een grotere woning in het buitengebied. Hiermee draagt het initiatief bij aan de doorstroming op de woningmarkt. Zodoende is sprake van een bijdrage aan de ambities van het Volkshuisvestingsprogramma.

3.5.5.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat onderhavig initiatief in lijn is met het woonbeleid.

3.5.6

Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026 gemeente Heerde

3.5.6.1

Algemeen

De gemeente legt in nieuwe woningbouwplannen een volledig gescheiden rioleringsstelsel aan voor inzameling en verwerking van afval- en hemelwater. Er wordt enkel nog een huisaansluiting aangelegd voor de inzameling van afvalwater en dus niet voor hemelwater. Dit betekent dat perceeleigenaar primair zelf zorgdraagt voor de verwerking van hemelwater op particulier terrein.

30

Hoofdstuk 22B Wapenvelder Kerkweg 24-B/C, Wapenveld

Waterbergingseisen Individuele nieuwbouw Bij individuele nieuwbouw van één perceel of kavel moet de perceeleigenaar rekening houden met het verwerken van hemelwater op eigen terrein door middel van infiltratie (bijvoorbeeld kratten of een laagte in de tuin). Daarvoor geldt een minimale bergingscapaciteit van 10 mm. Hiermee wordt grofweg 90% van alle buien geïnfiltreerd op de plek waar de druppel valt en dit beperkt het plaatsen van kunststof(kratten) in de grond. Deze bergingseis geldt voor alle nieuwe verharding (berekend over het verhard oppervlak van de vergunningplichtige activiteiten, veelal het dakoppervlak). Het overtollige hemelwater stroomt zoveel mogelijk bovengronds zichtbaar af naar oppervlaktewater of openbare voorziening. De lozingspunten mogen het beheer en het onderhoud van watergangen daarbij niet belemmeren. Projectmatige nieuwbouw Bij projectmatige nieuwbouw (geldt ook herstructurering, vervangende nieuwbouw, grootschalige (woning-)renovaties moet de ontwikkelaar/eigenaar het hemelwater binnen de grenzen van het plangebied verwerken. Dit kan middels infiltratie- of retentievoorzieningen en moet voldoen aan de bergingseis van 60 mm in het kader van de watertoets. In de berekening mag infiltratie (mits goed onderbouwd) worden meegenomen over een tijdschaal van 24 uur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=fb4cc219-a07c-43ec-a112-ea376725355f