14.2.15 Bijlage motivering - Addendum Programma van Eisen archeologisch vervolgonderzoek
Tekst van het document
Organische artefacten
Organische artefacten uit archeologische context worden gericht verzameld. Houten artefacten, leer- en textielproducten worden alle verzameld en luchtdicht verpakt. ● Het geselecteerde materiaal moet stabiel geconserveerd en vrij van contaminatie bewaard worden. ● Organische artefacten worden apart verpakt en behandeld conform Carmiggelt & Schulten (2002).
6.8
Archeozoölogische, archeobotanische en fysisch antropologische resten
Aanleiding voor de bemonstering ten behoeve van archeobotanisch en archeozoölogisch onderzoek vormt het beantwoorden van de onderzoeksvragen. Hiervoor is geen vastomlijnd bemonsteringsprogramma opgesteld. De reden hiervoor is dat nu nog niet duidelijk is of er een archeologische vindplaats aanwezig is en wat de aard daarvan is. In het veld zal naar bevind van zaken door de project- of veldwerkleider worden beoordeeld of eventuele monstername van sporen, structuren of profielen noodzakelijk dan wel wenselijk is vanuit wetenschappelijk of archeologisch oogpunt. Indien monstername plaatsvindt, zal na afloop van het veldwerk in overleg met de opdrachtgever en de bevoegde overheid worden bepaald of en welke monsters in aanmerking komen voor verdere uitwerking. ● Kansrijke grondsporen (met humeuze vullingen of houtskoolrijke vullingen) worden per spoorvulling bemonsterd ten behoeve van archeobotanisch macroresten-onderzoek en dateringsmethodieken voor zover dit voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen nodig is. Indien mogelijk worden 3litermonsters verzameld. ● Waterputten, beerputten, afvalkuilen, sporen met verbrande resten en haardplaatsen dienen te worden bemonsterd onder het oxidatie-reductie-niveau. ● De vulling van complete of bijna complete potten (of containers) dient gezeefd te worden ten behoeve van ecologisch en archeozoölogisch onderzoek.
● Dierlijk botmateriaal wordt verzameld zoals aangegeven in paragraaf 6.2 (verzamelen van vondsten). ● Voor menselijk bot dient een specialist geraadpleegd en zo nodig ingeschakeld te worden. ● Zie ook de KNA-Leidraad Veldhandleiding Archeologie 20024, KNA Leidraad Archeozoölogie 5 en KNA Leidraad Archeobotanie 6.
6.9
Overige resten
Eventueel in te zetten onderzoek naar micromorfologie, fosfaatresten en overig specialistisch onderzoek zal in overleg met de opdrachtgever en het bevoegd gezag worden uitgevoerd.
6.10 Dateringstechnieken ● ● ●
Van de voor de beantwoording van de onderzoeksvragen relevante en kansrijk geachte grondsporen, lagen of vullingen worden monsters genomen ter 14C-onderzoek of OSL-datering. Bijzondere houtresten worden bemonsterd met het oog op dendrochronologisch onderzoek. Zie ook de KNA-Leidraad Veldhandleiding Archeologie 2002.4
6.11 Beperkingen ● 5 6
Voor civieltechnische beperkingen zie paragraaf 10.4.
Lauwerier 2011 Kooistra & Brinkkemper 2016 Projectcode: P04738 Versie: D
Pagina 16 van 24
Archeologisch onderzoek Bovenkamp III te Heerde Programma van Eisen ten behoeve van een Proefsleuvenonderzoek
7 Uitwerking en conservering 7.1
Evaluatierapport
Na afloop van het veldwerk wordt een evaluatierapport opgesteld conform OS12. In het evaluatierapport (conserveringsadvies) wordt aangegeven welke vondsten voor conservering en restauratie in aanmerking komen. Van het opstellen van een evaluatierapport kan in overleg met (de adviseur van) het bevoegd gezag vanaf gezien worden, indien sprake is van een minimale hoeveelheid sporen. Na het veldwerk en de technische uitwerking, wordt door de projectleider – zo nodig na specialistisch advieseen evaluatierapport opgesteld, tenzij door projectleider en archeologisch adviseur van het bevoegd gezag bij overleg tijdens of na het veldwerk is vastgesteld dat direct met het eindrapport kan worden begonnen. Na vaststelling van het evaluatierapport door het bevoegd gezag geeft de opdrachtgever opdracht tot uitwerking, rapportage en conservering volgens het vastgestelde evaluatierapport, rekening houdend met de vastgestelde termijn voor oplevering van het eindrapport.
7.2 ● ● ●
7.3
Technische uitwerking Alle foto’s, tekeningen, vondsten, monsters worden geadministreerd in een digitaal gegevensbestand om oplevering van een pakbon conform OS17 mogelijk te maken. Handgeschreven verslagen en overige analoge documentatie worden gescand en digitaal geadministreerd. Alle sporen en structuren worden afgebeeld op een ‘allesporenkaart’, of (bij een complexe stratigrafie) op gecombineerde vlaktekeningen, en voorzien van spoornummers. Alle vondsten worden gereinigd 7, gesplitst naar materiaalcategorie, geteld en primair geanalyseerd (bakselniveau voor keramiek); Archeozoölogische, archeobotanische en andere paleo-ecologische resten worden gekarakteriseerd.
Wetenschappelijke uitwerking
Na goedkeuring van het evaluatierapport vindt de wetenschappelijke uitwerking plaats, waarbij materiaal- en andere specialisten worden ingeschakeld, eventueel laboratoriumonderzoek plaats vindt, objecten worden getekend en gefotografeerd en geconserveerd. De resultaten van het veldwerk worden geanalyseerd (OS14). Vondsten en monsters worden verder gewaardeerd en geanalyseerd en de gegevens worden verwerkt in teksten (VS05) en in een database (OS17). Bij het eindproduct hoort een bewijs (af te geven door de ontvangende instantie) van overdracht van vondsten en documentatie. ● ● ●
7.4 ● ● ● ●
7.5
De analyse van monsters wordt beperkt tot het niveau dat nodig is voor het beantwoorden van de directe vraagstelling en het geven van een waardering. 14C- en/of dendrochronologisch onderzoek vindt alleen plaats indien alleen via dit type onderzoek antwoord op de onderzoeksvragen te verkrijgen is. In de synthese van de onderzoeksbevindingen wordt de analyse van stratigrafie, lagen, sporen, vondsten en monsters en andere gegevens in logisch verband geplaatst, voorzien van deugdelijke argumentatie, referenties aan de wetenschappelijke literatuur en ondersteund door tabellen, foto’s en tekeningen.
Structuren, grondsporen, vondstspreidingen Grondsporen en structuren worden uitgewerkt conform OS14 tot op het niveau dat nodig is voor de beantwoording van de onderzoeksvragen. Alle grondsporen en structuren worden voor zover mogelijk geïnterpreteerd en gedateerd. Zij worden per periode per spoor- en structuurcategorie beschreven. Typochronologische analyse en determinatie van structuren vindt plaats binnen het kader van de archeoregio. De vondstverspreiding betreft alle vondstcategorieën samen. Van vondstverspreidingen (vondstlagen) worden de oppervlakte en de dikte geregistreerd.
Analyse aardewetenschappelijke gegevens
Er kan worden volstaan met een korte karakterisering van de bodemopbouw aan de hand van de gedocumenteerde profielkolommen, met aandacht voor natuurlijke en antropogene kenmerken.
7 met uitzondering van de vondsten die in verband met conservering niet gewassen mogen worden.
Projectcode: P04738 Versie: D
Pagina 17 van 24
Archeologisch onderzoek Bovenkamp III te Heerde Programma van Eisen ten behoeve van een Proefsleuvenonderzoek
7.6
Anorganische artefacten
Uitwerking en conservering (OS16) van artefacten vindt plaats volgens het vastgestelde evaluatierapport. ● Analyse en determinatie van keramiek vindt plaats op bakselniveau en op typeniveau. ● In ieder geval worden gewicht, aantallen randen, wanden, bodems, overige vormen, aangegeven. ● Analyse en determinatie van vuursteen op natuurlijk/artefact, typeaanduidingen, maten, gewichten, verbrand/ onverbrand, compleet/gebroken, wel of geen cortex/natuurlijk oppervlak en eventueel op periode. ● Bij natuursteen wordt de gesteentesoort bepaald, het aantal, en op type werktuig of gebruik. ● Metaal: determinatie op metaalsoort, type en eventueel op periode. Van onherkenbare en kansrijk geachte metalen voorwerpen worden ter vaststelling van de behoudenswaardigheid röntgenopnamen gemaakt. ● Glas: determinatie op periode, op categorie (objectglas/ruitglas) en op type. ● Bouwmateriaal: determinatie op type en materiaal.
7.7
Organische artefacten
Uitwerking en conservering (OS16) van artefacten vindt plaats volgens het vastgestelde evaluatierapport. ● Hout: determinatie op constructiehout/overige objecten, op type en eventueel op periode. ● Bot, gewei en hoorn: determinatie op artefacttype en eventueel op periode. ● Touw en textiel: indien aanwezig, alleen vermelden. ● Barnsteen en git: determinatie op artefacttype.
7.8
Archeozoölogische en -botanische resten
Analyse door specialisten vindt plaats tot op het niveau dat noodzakelijk is om een waardering te kunnen opstellen om de vraagstelling uit het PvE te beantwoorden.
7.9
Beeldrapportage (objecttekeningen, foto’s, kaarten e.d.)
In het rapport worden in aanvulling op VS05 tenminste opgenomen: ● Een overzichtskaart met de locaties van de werkputten, de gedocumenteerde profiellijnen en overige relevante gegevens. ● Een vlaktekening met overzicht en interpretatie van de aangetroffen sporen/structuren en/of onderzochte vakken met bijhorende spoor-, structuur- of vaknummers. ● Tekeningen en foto’s van profielen en/of profielkolommen (indien relevant). ● Foto’s van aangetroffen sporen en structuren (indien relevant). ● Tekeningen en/of foto’s van belangrijke vondsten (indien relevant).
Projectcode: P04738 Versie: D
Pagina 18 van 24
Archeologisch onderzoek Bovenkamp III te Heerde Programma van Eisen ten behoeve van een Proefsleuvenonderzoek
8 (De)selectie en conservering 8.1
Selectie materiaal voor uitwerking
Het selectieproces vindt plaats conform OS13 en PS06. Het aangetroffen vondstmateriaal zal worden bekeken op waarde en relevantie om voor uitwerking in aanmerking te komen. In de vondstdocumentatie zal worden opgenomen welke vondsten worden uitgeselecteerd. Per vondstcategorie zal worden aangegeven in welke mate het zinvol wordt geacht bepaalde vondsten of vondstcategorieën al dan niet uit te werken.
8.2
Selectie materiaal voor deponering en verwijdering
Het aangetroffen vondstmateriaal zal worden bekeken op waarde en relevantie om in het depot te worden opgenomen. Daartoe zal onder verantwoordelijkheid van de projectleider een selectierapport worden opgesteld. Daarin zal per vondstcategorie worden aangegeven in welke mate het zinvol wordt geacht bepaalde vondsten of vondstcategorieën in depot te bewaren. Dit dient te worden afgestemd met de depotbeheerder, zie hoofdstuk 9 Deponering. ● ● ● ● ●
8.3 ● ● ●
Vondsten en monsters die in het door het bevoegd gezag vastgestelde evaluatierapport niet voor wetenschappelijke uitwerking en/of voor deponering zijn geselecteerd (uitgeselecteerd), moeten bewaard blijven tot de wetenschappelijke uitwerking afgerond is. Bij het ter toetsing aanbieden van het conceptrapport aan het bevoegd gezag meldt de projectleider of de wetenschappelijke uitwerking heeft geleid tot andere inzichten over de selectie. Finale beslissing over de selectie/deselectie van vondsten en monsters ten behoeve van bewaring ligt bij de eigenaar van de vondsten, de provincie Gelderland. De provincie heeft ook beslissingsbevoegdheid over de te conserveren artefacten. Na goedkeuring worden de gedeselecteerde vondsten verwijderd. De vondsten waarvoor geen goedkeuring tot deselectie is verkregen, worden gedeponeerd.
Selectie materiaal voor conservering De vondsten dienen in eerste instantie in de staat waarin ze gevonden zijn gestabiliseerd te worden. Voor bewaring geselecteerde vondsten van metaal en organisch materiaal dienen te worden geconserveerd conform de Veldhandleiding Archeologie 2002 of erkend specialistisch advies en volgens richtlijnen van het betreffende depot. Indien geconserveerde en/of gerestaureerde vondsten worden gedeponeerd, dient een conserveringsrapport bijgeleverd te worden.
Projectcode: P04738 Versie: D
Pagina 19 van 24
Archeologisch onderzoek Bovenkamp III te Heerde Programma van Eisen ten behoeve van een Proefsleuvenonderzoek
9 Deponering 9.1
Eisen betreffende depot
Deponering van monsters, vondsten en documentatie geschiedt bij het depot volgens de aldaar geldende eisen en normen. Naast de KNA gelden de specifiek richtlijnen voor de deponering van vondsten van het betreffende depot. Voorafgaand aan de uitvoering van het veldonderzoek meldt de archeologisch uitvoerder de voorgenomen graafwerkzaamheden aan bij de eigenaar van eventuele vondsten, de provincie Gelderland. Deze melding wordt vastgelegd in de colofon van onderhavig PvE.
9.2 ●
● ● ●
9.3
Te leveren product Het eindproduct bestaat uit een eindrapportage in de huisstijl van de uitvoerder in digitale vorm (in pdfformat) en alle documentatie (tekeningen, foto’s, verslagen, analyses, dag- en weekrapporten, scans, tabellen, databases van sporen, vondsten, monsters, foto- en tekeningenlijsten, etc.). Een ‘allesporenkaart’ alsmede een structuur en/of periodekaart maken hier ook deel van uit (indien van toepassing). Het concept eindrapport wordt digitaal ter toetsing aangeboden aan het bevoegd gezag. Door het bevoegd gezag gevraagde correcties en aanvullingen worden verwerkt in het definitieve rapport. Bij het eindproduct hoort een bewijs (af te geven door de ontvangende instantie) van overdracht van vondsten en documentatie. Rapporten worden in digitale vorm (in pdf) geleverd aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (via archis3). Dit dient uiterlijk 2 jaar na afronding van het veldwerk plaats te vinden.
Structuur en inhoud
Het rapport bevat in ieder geval de elementen zoals aangegeven in VS05, zo nodig aangevuld met: ● Relatie met de Kennisagenda’s. ● Waardebepaling (indien van toepassing). ● Behoudsperspectief (indien van toepassing).
9.4
Waardering en aanbevelingen
De waardestelling vindt plaats conform VS06 en het bijbehorende referentiedocument (KNA-bijlage IV Waarderen van vindplaatsen). In het geval van een (her)waardering moet een genuanceerde beschrijving van de waarde gegeven worden, waarbij (zie onderzoeksvragen m.b.t. waardering in paragraaf 5.3) zowel naar het onderzoeksgebied als geheel als naar de daarin te onderscheiden delen (binnen verticale en/of horizontale grenzen; complextypen, periode, sites) wordt gekeken. De verschillen in waarde moeten beredeneerd worden. ● Aanbevelingen hebben betrekking op de noodzaak van vervolgonderzoek (selectieadvies conform VS07), daarbij te stellen prioriteiten en onderzoeksvragen en te volgen strategieën, op eventuele behouds- of mitigerende maatregelen en eventuele planaanpassing en/of bescherming en/of inrichting en beheer. ● In het selectieadvies wordt rekening gehouden met eventuele waardeverschillen in het terrein en wordt zo nodig een gedifferentieerde aanpak voorgesteld. ● In een selectieadvies, waarin vervolgonderzoek wordt aanbevolen, dient het doel van dit onderzoek en de meest geëigende onderzoeksvorm omschreven te worden.
9.5
Integriteit
De auteurs zijn verantwoordelijk voor een verslaglegging volgens standaarden van goed vakmanschap, beroepsethiek en integriteit. Het maken van archeologische afwegingen en het verrichten van archeologisch vooronderzoek zijn volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) wetenschappelijke activiteiten waarop de grondbeginselen van zorgvuldigheid, betrouwbaarheid, controleerbaarheid en maatschappelijk integer handelen van toepassing zijn: ● Zorgvuldigheid: Wetenschappelijke activiteiten geschieden met zorgvuldigheid. Toenemende prestatiedruk mag daaraan geen afbreuk doen.
Projectcode: P04738 Versie: D
Pagina 20 van 24
Archeologisch onderzoek Bovenkamp III te Heerde Programma van Eisen ten behoeve van een Proefsleuvenonderzoek
● ●
Betrouwbaarheid: Een wetenschapsbeoefenaar is betrouwbaar in de uitvoering van zijn/haar onderzoek en het rapporteren daarover. De keuze van methoden en criteria is uitsluitend afgestemd op het doel van waarheidsvinding en niet op externe doelen als commercieel succes of politieke invloed. Controleerbaarheid: Gepresenteerde informatie is controleerbaar. Duidelijk moet zijn waar de gegevens en de conclusies op zijn gebaseerd, waaraan ze zijn ontleend en waar ze te controleren zijn.
En verder: ● Aanbevelingen en waardeoordelen van de projectleider dienen onafhankelijk ten opzichte van alle partijen te zijn en zijn niet onderhevig aan goedkeuring van de opdrachtgever en/of het bevoegd gezag. ● De opdrachtgever kan geen eisen stellen of beperkingen opleggen aan de wetenschappelijke inhoud, de conclusies en de aanbevelingen. ● Het bevoegd gezag kan alleen verbeteringen eisen ten behoeve van het selectiebesluit bij aantoonbare tekortkomingen in de wetenschappelijke kwaliteit van de verslaglegging of uitgevoerde waardering. Wanneer toetsende overheid en auteur tot verschillende conclusies komen, worden beide met wetenschappelijke argumentatie weergegeven. ● Aanbevelingen horen tot het domein van de auteur en zijn niet aan correctie onderhevig.
Projectcode: P04738 Versie: D
Pagina 21 van 24
Archeologisch onderzoek Bovenkamp III te Heerde Programma van Eisen ten behoeve van een Proefsleuvenonderzoek
10 Randvoorwaarden en aanvullende eisen 10.1 Personele randvoorwaarden ● ● ● ● ● ● ● ●
De archeologisch uitvoerder dient te beschikken over een certificaat conform SIKB BRL protocol 4003. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een competent team met voldoende omvang, opleiding en ervaring. Het onderzoek staat onder leiding van een Senior KNA Archeoloog (projectleider). Het veldwerk wordt uitgevoerd door minimaal een senior KNA Archeoloog en deze is in principe voltijds aanwezig in het veld. Bij onvoorziene afwezigheid van de projectleider berust de leiding in het veld bij (tenminste) een KNA Archeoloog Ma. De veldwerkleider controleert in het veld de interpretatie van de vlakken en de profielen van een eventuele KNA Archeoloog en is aanwezig bij belangrijke beslismomenten. Vondsten worden gedetermineerd door materiaalspecialisten met aantoonbare kennis van de betreffende materiaalcategorieën, zodat deze indien nodig tot op typeniveau onderscheiden kunnen worden. Werkzaamheden van junior-medewerkers en stagiaires moeten aan hun kennis en ervaring worden aangepast en vinden plaats onder begeleiding en verantwoordelijkheid van de projectleider of zijn vervanger. Overige aanvullende eisen (zoals bijvoorbeeld maar niet uitsluitend: VCA-certficering, ARBO, het verplicht bijwonen van een Veiligheidsbijeenkomst) zijn geen onderdeel van dit programma van eisen.
10.2 Overlegmomenten ● ● ● ● ● ●
Minimaal 10 werkdagen voor aanvang van het veldwerk wordt de bevoegde overheid op de hoogte gebracht van het aanstaande veldwerk. De opdrachtgever dient in geval van significante afwijkingen van de bevindingen in het veld ten opzichte van de uitgangspunten in dit programma van eisen direct contact op te nemen met het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag neemt een gemotiveerd besluit over de te nemen vervolgstappen. De opdrachtgever stelt de uitvoerder schriftelijk op de hoogte van de beslissing van het bevoegd gezag. Na afloop van het veldwerk is overleg tussen alle betrokken partijen over het evaluatierapport (zie paragraaf 7.1). Hierbij wordt afgesproken of en wanneer overleg tijdens uitwerking en rapportage plaatsvindt. Tijdens overleg gemaakte afspraken worden schriftelijk vastgelegd door de archeologisch uitvoerder en ter kennis gebracht aan alle betrokken partijen.
10.2.1 Externe communicatie ●
Contact met pers over archeologisch onderzoek geschied in alle gevallen in overleg met archeologisch uitvoerder, opdrachtgever en het bevoegd gezag.
10.3 Kwaliteitsbewaking, toezicht en evaluatie De projectleider van de uitvoerder is in eerste lijn belast met de kwaliteitsbewaking van het project. Tijdens de uitvoering van het veldwerk is er regelmatig contact tussen de archeologisch uitvoerder en de opdrachtgever en/of het bevoegd gezag. De resultaten van deze contacten worden vastgelegd in de dagrapporten. Voor het al dan niet opstellen van een evaluatierapport wordt verwezen naar paragraaf 7.1.
10.4 Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen Dit programma van eisen is uitsluitend bedoeld om eisen te stellen waaraan de opdrachtgever van overheidswege dient te voldoen. Om het archeologisch onderzoek goed te laten verlopen, is het noodzakelijk om een aantal aanvullende randvoorwaarden op te stellen: ● Door de opdrachtgever gestelde civieltechnische randvoorwaarden worden opgenomen in een Plan van Aanpak, maar dienen binnen de kaders van dit PvE te vallen. ● De opdrachtgever is verantwoordelijk voor de toegankelijkheid van het terrein, evenals voor de plaatsing van eventueel noodzakelijke afzettingen, vergunningen, betredingstoestemming etc. ● Er is bij het opstellen van dit PvE geen rekening gehouden met eventuele bodemverontreiniging. Voor zover bekend is daar geen sprake van.
Projectcode: P04738 Versie: D
Pagina 22 van 24
Archeologisch onderzoek Bovenkamp III te Heerde Programma van Eisen ten behoeve van een Proefsleuvenonderzoek
11 Wijzigingen ten opzichte van het vastgestelde PvE Wijzigingen op het PvE worden overlegd met opdrachtgever en ter goedkeuring voorgelegd aan het bevoegd gezag. Wijzigingen van en aanvullingen op dit op het PvE worden altijd schriftelijk vastgelegd, evenals afspraken voortvloeiend uit evaluatievergaderingen en andere bijeenkomsten.
11.1 Wijzigingen tijdens het veldwerk ●
● ●
Indien sprake is van belangrijke wijzigingen (zie definitie in paragraaf 11.2) waarvan de omvang, aard of complexiteit niet voorzien was, neemt de projectleider onmiddellijk contact op met de opdrachtgever, de provincie (eigenaar vondsten) en het bevoegd gezag. Zij bepalen of, en zo ja hoe, het PvE en de opdracht aangepast dient te worden. In urgente gevallen neemt de projectleider een eigen beslissing volgens eisen van goed vakmanschap en beroepsethiek, indien mogelijk na consultatie van het bevoegd gezag. Deze beslissing wordt nadien ter goedkeuring en bekrachtiging aan het bevoegd gezag voorgelegd en meegedeeld aan de opdrachtgever. In het evaluatie- en het eindrapport wordt verantwoord hoe en waarom van het programma van eisen moest worden afgeweken.
11.2 Belangrijke wijzigingen Onder belangrijke wijzigingen worden verstaan: ● Onvoorziene omstandigheden die een grote impact hebben op het veldonderzoek (zoals opkomend grondwater, ernstige bodemverontreiniging, de noodzaak voor bronbemaling, enz). ● Voorstellen van de projectleider en/of zijn opdrachtgever tot het reduceren of staken van het onderzoek. ● Noodzaak tot ingrijpend wijzigen van strategie of onderzoeksmethode. ● Noodzaak tot ingrijpend wijzigen van de vraag- of doelstelling. ● Noodzaak tot het bepalen van een handelwijze in een situatie, waarin dit programma van eisen niet voorziet; zoals na het aantreffen van sporen, structuren of vondsten van bijzondere aard, omvang of complexiteit. ● Ingrijpende selecties; ● Noodzaak tot ingrijpend wijzigen van de opzet van uitwerking en rapportage. Bij wijzigingen die leiden tot het uitbreiden van het onderzoek, anders dan omschreven in de strategie wordt, alvorens het bevoegd gezag een beslissing neemt, de opdrachtgever in de gelegenheid gesteld zijn standpunt kenbaar te maken en desgewenst zijn vergunningsaanvraag te wijzigen, of planaanpassingen of technische behoudsmaatregelen te realiseren. Verdergaan vanuit een initiële dekkingsgraad bij proefsleuvenonderzoek naar de in strategie voorgeschreven uiteindelijke dekkingsgraad, geldt niet als een wijziging.
Het afzien van de voorgeschreven uiteindelijke dekkingsgraad is dat wel.
11.3 Procedure van wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk In overleg met en op basis van besluit van bevoegd gezag en opdrachtgever.
11.4 Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering In overleg met en op basis van besluit van bevoegd gezag en opdrachtgever.
Projectcode: P04738 Versie: D
Pagina 23 van 24
Archeologisch onderzoek Bovenkamp III te Heerde Programma van Eisen ten behoeve van een Proefsleuvenonderzoek
Literatuur Borsboom, A.J., J.W.H.P. Verhagen, 2009. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek; Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Versie 1.02, 4 december 2012. ACVU-HBS/Hazenberg Archeologie, Amsterdam. Carmiggelt, A., P.J.W.M. Schulten, 2002. Veldhandleiding Archeologie; Archeologie Leidraad 1. College voor de Archeologische Kwaliteit, Zoetermeer 2002 Centraal College van Deskundigen, 2018. BRL SIKB 4000 Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. SIKB, Gouda. Geertsema, D.E. & J. Bex, 2023. Archeologisch onderzoek Bovenkamp III te Heerde. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (IVO-B). GRA-rapport 2023.07. Greenhouse Advies bv, Huissen. HEE Bovenkamp III selectiebesluit na BO en IVO-O d.d., 02-10-2023 door H.G. Pape-Luijten (op basis van Geertsema D.E. en J. Bex, 2023. Archeologisch onderzoek Bovenkamp III te Heerde. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (IVO-B). GRA-rapport 2023.07_C2 (d.d., 17-09-2023), Greenhouse Advies bv, Huissen). Kooistra, L.I., O. Brinkkemper, 2016. Archeologie en resten van planten; KNA leidraad Archeobotanie, Versie: definitief 1.01. SIKB, Gouda. Lauwerier, R.C.G.M., 2011. KNA Leidraad Archeozoölogie, Versie: definitief 1.01. SIKB, Gouda.
Projectcode: P04738 Versie: D
Pagina 24 van 24
Archeologisch onderzoek Bovenkamp III te Heerde Programma van Eisen ten behoeve van een Proefsleuvenonderzoek
Bijlage 1: Lijst met te verwachten aantallen Bij gebrek aan gegevens uit het vooronderzoek en het ontbreken van een relevante referentietabel (PS07) is in onderstaande tabel een schatting gegeven van de te verwachten aantallen. Onderzoek Bovenkamp III Omvang circa 3.17 ha Vondstcategorie Aardewerk Bouwmateriaal Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten (handverzameld) Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Submoderne materialen Monstername Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C) Vismonsters DNA Dendrochronologisch monster
Projectcode: P04738 Versie: D
Verwachting Alle perioden Verwachte aantal m2 2.000 m2 (+ 1.200 m2) Verwachte aantallen (N) 200 50 10 10 50 5 Verwachte aantallen (N) 5 5 5 5 -
Archeologisch onderzoek Bovenkamp III te Heerde Programma van Eisen ten behoeve van een Proefsleuvenonderzoek
Bijlage 2: Overzicht te raadplegen specialisten/specialismen Vondstcategorie Aardewerk Bouwmateriaal Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Submoderne materialen Monstername Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C) DNA Dendrochronologisch monster
Projectcode: P04738 Versie: D
In PvE voorschrijven “Raadplegen bij PvA” ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee
In PvE voorschrijven “Raadplegen bij veldwerk” ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☒ ja ☐ nee ☒ ja ☐ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee ☐ ja ☒ nee
In PvE voorschrijven “Raadplegen bij uitwerking” ☒ ja ☐ nee ☒ ja ☐ nee ☒ ja ☐ nee ☒ ja ☐ nee ☒ ja ☐ nee ☒ ja ☐ nee ☒ ja ☐ nee ☒ ja ☐ nee ☒ ja ☐ nee ☒ ja ☐ nee ☒ ja ☐ nee ☒ ja ☐ nee ☒ ja ☐ nee ☒ ja ☐ nee ☒ ja ☐ nee ☒ ja ☐ nee ☒ ja ☐ nee ☒ ja ☐ nee ☒ ja ☐ nee
☐ ja ☐ ja ☐ ja
☒ nee ☒ nee ☒ nee
☐ ja ☐ ja ☐ ja
☒ nee ☒ nee ☒ nee
☒ ja ☒ ja ☒ ja
☐ nee ☐ nee ☐ nee
☐ ja
☒ nee
☐ ja
☒ nee
☒ ja
☐ nee
☐ ja ☐ ja ☐ ja ☐ ja ☐ ja
☒ nee ☒ nee ☒ nee ☒ nee ☒ nee
☒ ja ☒ ja ☐ ja ☒ ja ☐ ja
☐ nee ☐ nee ☒ nee ☐ nee ☒ nee
☒ ja ☒ ja ☒ ja ☒ ja ☒ ja
☐ nee ☐ nee ☐ nee ☐ nee ☐ nee
Archeologisch onderzoek Bovenkamp III te Heerde Programma van Eisen ten behoeve van een Proefsleuvenonderzoek
Bijlage 3: Puttenplan
Projectcode: P04738 Versie: D
Archeologisch onderzoek Bovenkamp III te Heerde Programma van Eisen ten behoeve van een Proefsleuvenonderzoek
Projectcode: P04738 Versie: D