CConstaterende datHeerde
Koppel je AI →
Document · PDF

13.2.1. TAM-omgevingsplan Kerkweg 8 Vorchten_Motivering

Raad 30 juni 2025, gemeente HeerdeBij agendapunt: A Vaststelling TAM-omgevingsplan Kerkweg 8 Vorchten19.348 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

6.13.3 Situatie plangebied 6.13.3.1 Beoordeling Zoals is aangegeven in paragraaf 6.7.4 het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden op circa 1,4 kilometer afstand. Gezien de aard en omvang van de in deze ruimtelijke motivering besloten ontwikkeling in relatie tot de ruime afstand tot Natura 2000-gebied wordt geconcludeerd dat geen sprake zal zijn van een aantasting van de instandhoudingsdoelen van een Natura-2000 gebied.

49

TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering De in voorliggende ruimtelijke motivering besloten ontwikkeling gaat uit van het toevoegen van drie woningen in het buitengebied. Geconcludeerd wordt dat er hier geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsplan als bedoeld onder J11 in Bijlage V bij het Ob. Om te beoordelen of aanzienlijke milieueffecten zijn te verwachten is een plan-m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Uit deze m.e.r.-beoordeling is gebleken dat ten gevolge van het plan geen significant negatieve effecten op de omgeving zullen optreden. Voor een uitgebreide beschrijving van de milieueffecten wordt verwezen naar de m.e.r.-beoordeling, opgenomen in bijlage 8 van deze toelichting. 6.13.4 Conclusie Uit de mer-beoordeling is gebleken dat de gevolgen van het uitvoeren van de activiteit op de fysieke leefomgeving geen aanleiding geven tot het opstellen van een mer-rapportage en dat er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

6.14

Welstand

6.14.1 Algemeen De gemeente Heerde bewaakt met welstandszorg de ruimtelijke kwaliteit van de openbare omgeving. Gebouwen moeten qua omvang, vorm, materiaal en uiterlijk passen binnen hun omgeving. De gemeente hanteert hiervoor welstandscriteria, verdeeld over vier niveaus, en verdeeld over zeven deelgebieden. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit toetst vergunningsplichtige bouwwerken aan deze criteria. Niveau 1 kent de zwaarste toetsing en geldt voor beschermde buitenplaatsen, monumenten en beeldbepalende panden. Niveau 2 omvat dorpscentra, historische lintbebouwing en bijzondere structuren, waarbij een reguliere toetsing plaatsvindt. Niveau 3 wordt niet toegepast in Heerde, en gebieden buiten niveau 1 en 2 zijn welstandsvrij (niveau 4). Daarnaast informeert de gemeente opdrachtgevers en ontwerpers over de criteria en biedt zij standaard sneltoetscriteria voor kleine bouwplannen. 6.14.2 Plangebied Het plangebied is gelegen buiten de zeven deelgebieden en is daarom welstandsvrij. 6.14.3 Conclusie Vanuit het aspect Welstand is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

6.15

Ladder voor duurzame verstedelijking

6.15.1 Algemeen De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De Ladder voor duurzame verstedelijking is geïntroduceerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI). Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen en vervolgens beleidsneutraal overgezet naar het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dit geldt ook voor de reeds opgebouwde jurisprudentie. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’, ‘stedelijke ontwikkeling’ en nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’.

50

TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak ( ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

6.15.2 Toetsing planvoornemen aan Lader voor duurzame verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' (artikel 3.1.6, lid 2 Bkl) wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Voor het realiseren van woningen is de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien sprake is van de toevoeging van slechts drie nieuwe wooneenheden aan het buitengebied.

6.16

Klimaatadaptatie

6.16.1 Beoordeling planvoornemen op klimaatadaptatie Zoals uiteengezet in 5.10 is er sprake van een afname van verharding. De oude vervallen schuren worden gesloopt en een deel van de oppervlakte wordt teruggegeven aan het landschap. Hierdoor neemt het risico op hittestress af en kan er meer hemelwater in de bodem worden opgenomen. 6.16.2 Conclusie Geconcludeerd wordt dat belangen voor wat betreft klimaatadaptatie voldoende zijn verwerkt in voorliggend planvoornemen.

51

TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering

HOOFDSTUK 7 7.1

FINANCIËLE HAALBAARHEID

Algemeen

In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling niet evident onuitvoerbaar is. Vastgesteld moet kunnen worden dat er geen financieel-economische redenen zijn waardoor het op voorhand aannemelijk is dat de ontwikkeling niet uitgevoerd kan worden.

7.2

Kostenverhaal

Overheden zijn verplicht om de kosten te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een planbesluit. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal (zie artikel 8.13 Ob voor aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is, artikel 8.14 Ob voor de mogelijkheden om af te zien van kostenverhaal en artikel 8.15 Ob voor de kostensoortenlijst). Pas nadat is betaald, is het toegestaan de activiteiten uit te voeren (zie artikel 13.12 Ow). Eén van de bouwactiviteiten waarvoor kosten verhaald worden is de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie (zie artikel 8.13 aanhef en sub a Ob). Er zijn bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen aangewezen.

7.3

Situatie plangebied

In dit geval is een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico op nadeelcompensatie voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten zijn hier ook in opgenomen. Het kostenverhaal voor de gemeente is hiermee volledig verzekerd.

52

TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering

HOOFDSTUK 8 8.1

JURIDISCHE VERANTWOORDING

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van voorliggend TAM-omgevingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

8.2

Opzet van de regels

8.2.1

Algemeen

Zoals in de inleiding is aangegeven betreft het hier een TAM-omgevingsplan. TAM-IMRO is bedoeld voor gemeenten die nog geen gebruik kunnen maken van het planvormingsdeel van het DSO. Bijvoorbeeld doordat de plansoftware nog niet alle daarvoor benodigde functies biedt. Het kan ook zijn dat de gemeente te weinig tijd rest om het planproces goed te beproeven. Of dat er nog onvolkomenheden zijn in de landelijke voorziening. Met TAM-IMRO kunnen gemeenten toch hun omgevingsplannen wijzigen. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. De TAM-IMRO vraagt niet om alternatieve software. Het gaat meer om langduriger gebruik van de bestaande systemen en koppelingen. De regels en verbeelding van voorliggend TAM-omgevingsplan zijn dan ook opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP). De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van een bestemmingsplan. Dit TAM-omgevingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012.

Het juridisch bindend gedeelte van het TAM-omgevingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de functies zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: • • • • 8.2.2

Inleidende regels Functieregels en gebiedsaanwijzigingen Algemene regel aan activiteiten Overgangsregels Preambule voor hoofdstuk en artikelnummering

De IMRO-standaarden maken het niet mogelijk om een regeling te beginnen met een ander hoofdstuk dan hoofdstuk 1. De naamgeving van het hoofdstuk kan worden gewijzigd, maar hoofdstuk 1 blijft altijd zichtbaar. De IMRO-standaarden bieden ook geen mogelijkheid tot het gebruik van paragrafen. Ook voor de artikelen geldt dat deze in IMRO automatisch worden genummerd en dat de nummering dus bij ‘artikel 1’ begint. Voor het TAM-IMRO omgevingsplan is de IMRO hoofdstuk- en artikelnummering onhoudbaar, omdat het omgevingsplan van rechtswege al een hoofdstuk 1 en een artikel 1 kent. Deze nummers zijn dus al bezet. Om duidelijk te maken hoe een TAM-IMRO omgevingsplan zich verhoudt tot de rest van het omgevingsplan, stelt de VNG voor om na het object Regels en voor het toevoegen van het object Hoofdstuk een preambule op

53

TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering te nemen. De preambule geeft aan hoe het TAM-IMRO omgevingsplan in samenhang met de rest van het omgevingsplan gelezen moeten worden. Hieronder is de preambule weergeven. Preambule Dit plan beoogt het realiseren 3 woningen (een vrijstaand en een twee-onder-een-kapwoning aan de Kerkweg 8 in het buitengebied van Vorchten. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Heerde. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1 lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. • • •

De in dit deel van het omgevingsplan weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de gemeente Heerde. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22a' gelezen worden. De bijlage bij de in deze voorziening weergegeven hoofstukken moet gelezen worden als onderdeel van Bijlage 22a bij het omgevingsplan van de gemeente Heerde.

Als het TAM-IMRO omgevingsplan wordt geraadpleegd, is de preambule direct zichtbaar boven de regels. 8.2.3

Juridisch ponsen

Het voor een bepaalde locatie vaststellen van nieuwe regels in een TAM-IMRO omgevingsplan zorgt er niet voor dat de oude regels op die locatie automatisch vervallen. Met andere woorden: het is niet mogelijk om in een TAM-IMRO omgevingsplan te ‘ponsen’. Om te voorkomen dat op een bepaalde locatie zowel nieuwe als oude regels gelden, wordt in dit TAM-omgevingsplan een toepassingsbereikbepaling opgenomen in artikel 3 van de inleidende regels: Artikel 3 Toepassingsbereik a. b. c.

8.2.4

De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Kerkweg 8 Vorchten waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0246.TAMIMRO0000ON01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl. Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •

• • • • •

Anti-dubbeltelregel (artikel 7): deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een plan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Ruimtelijke bouwactiviteiten (artikel 8): In deze regels zijn bouwregels opgenomen ten aanzien van bestaande maatvoeringen en beeldkwaliteitseisen. Planologische gebruiksactiviteiten (artikel 9): In deze regels is aangegeven wat onder verboden en toegestaan gebruik wordt verstaan. Omgevingsplanactiviteit (artikel 10): In dit artikel zijn algemene binnenplanse omgevingsplanactiviteiten voor het afwijken van de bouwregels opgenomen. Parkeeractiviteiten (artikel 11): in deze regels is zijn de regels omtrent parkeren opgenomen. Overige regels (artikel 12): In dit artikel zijn de aanvraagvereisten opgenomen.

54

TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering 8.2.5

Overgangsregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangsregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met deze wijziging van het omgevingsplan. NB: Het omgevingsplan bevat in hoofdstuk 23 de slotbepalingen, dus die worden niet in het TAMomgevingsplan opgenomen.

8.3

Verantwoording van de regels

Bij het opstellen van dit TAM-omgevingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de functies in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. Agrarisch – Artikel 4 Deze functie is opgenomen ter plaatse van de overige gronden binnen het voormalig agrarisch bouwvlak. Deze gronden zijn bestemd voor agrarische activiteiten, met dien verstande dat het niet meer toegestaan is om op deze locatie een agrarisch bedrijf te vestigen. Ook komt het agrarisch bouwvlak te vervallen. Het is dan ook niet meer toegestaan gebouwen te bouwen op deze gronden. Wonen – Artikel 5 Deze functie is opgenomen ter plaatse van de te realiseren woonkavels. De gronden mogen worden gebruikt ten behoeve van wonen met de daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken, tuinen en erven. In de bouwregels is bepaald dat het hoofdgebouw binnen het bouwvlak gebouwd moet worden. De verschillende woontypes zijn per bouwvlak aangeduid. Qua toegestane goot- en bouwhoogte wordt aangesloten bij de bebouwingstypologieën zoals aangegeven in bijlage 2 van voorliggende ruimtelijke motivering.

55

TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE MOTIVERING BIJLAGE 1

BEELDKWALITEITSPLAN

BIJLAGE 2

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

BIJLAGE 3

PARTICIPATIEVERSLAG

BIJLAGE 4

BODEMONDERZOEK

BIJLAGE 5

STIKSTOFONDERZOEK

BIJLAGE 6

ECOLOGISCH ONDERZOEK

BIJLAGE 7

ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK

BIJLAGE 8

MER-BEOORDELING

56

TAM-Omgevingsplan Woningbouw Kerkweg 8, Vorchten Ruimtelijke motivering

57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerde&id=3f03bbb7-5a1c-45d8-85ee-5d853519cc6a