CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland.pdf

Commissie Middelen 8 december 2021, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 3: Werkplan Zuid-Kennemerland 2021-20239.726 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Versie: 19 oktober 2021

Inhoudsopgave 1. Inleiding ...............................................................................................................................................3 2. Uitgangspunten, keuzes en acties .......................................................................................................5 3. Versterken van het landschap .............................................................................................................7 3.1 Gebiedsgerichte aanpak NNN en stikstof Zuid-Kennemerland in relatie tot het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand................................................................................................7 3.2 Vergroting Nationaal Park Zuid-Kennemerland en versterking relatie met het Recreatiegebied Spaarnwoude ...........................................................................................................9 4.

Beter benutten van ons economisch kapitaal ...............................................................................11 4.1 We maken ons economisch profiel scherper en zetten daar gezamenlijk op in via branding en acquisitie ......................................................................................................................................11 4.2 Inzet op triple helix en versterking van de samenwerking met onderwijs en bedrijfsleven om de (duurzame) economische en toeristische potentie van onze regio optimaal te benutten ....13

5.

Wonen: Een plek voor iedereen ....................................................................................................15 5.1. Meer en snellere toevoeging van woningen (incl. sociale huur en middensegment)................15 5.2. Regionale huisvesting doelgroepen en stimulering (passende) huisvesting ouderen................16

6.

Inspelen op het veranderende klimaat .........................................................................................18 6.1 Een slagvaardige regionale samenwerkingsstructuur voor het behalen van de klimaatdoelstellingen ........................................................................................................................18 6.2

7.

Stresstest klimaatadaptatie binnenduinrand ........................................................................20

Verbinden van onze opgaven met betere bereikbaarheid............................................................21 7.1. Aanpak regionaal fietspadennetwerk .........................................................................................21 7.2 Overige projecten ........................................................................................................................23

8.

Samenhang acties en verdere uitwerking werkplan .....................................................................25

Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

2

1. Inleiding Voor u ligt het werkplan samenwerking Zuid-Kennemer gemeenten. Dit is op verzoek van de vier gemeenteraden uit de regio Zuid-Kennemerland gemaakt. Het betreft activiteiten die een basis hebben in de Zuid-Kennemer Agenda, die door alle vier gemeenten is vastgesteld. Conform die Agenda heeft dit werkplan een looptijd tot 1 januari 2023. De Zuid-Kennemer Agenda is opgebouwd langs vijf hoofdopgaven. Deze zijn ook in dit werkplan als hoofdindeling aangehouden en betreffen: Landschap (hoofdstuk 3); Economie en werk (hoofdstuk 4); Wonen (hoofdstuk 5); Energie en klimaat (hoofdstuk 6) Bereikbaarheid (hoofdstuk 7) Vanuit deze vijf hoofdopgaven is een veelheid aan activiteiten die wij regionaal met elkaar op willen pakken. Dat kan niet allemaal in één keer. In dit werkplan gaan we aan de slag met de onderstaande negen acties.

Om te komen tot deze acties zijn afwegingen gemaakt en uitgangspunten gehanteerd. In hoofdstuk 2 is deze uitwerking terug te vinden. Vervolgens treft u in de hoofdstukken 3 tot en met 7 per opgave de uitwerking van de benoemde acties. Opgenomen zijn aanleiding, doorlooptijd, trekkerschap en procesgang. In hoofdstuk 8 wordt de samenhang weergegeven tussen de acties uit het werkplan en de kansen en bestuurlijke vraagstukken die daaruit mogelijk voortvloeien.

Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

3

Het werkplan is, conform de nieuwe governance gedachte, een aantal maal terug gekomen in de regionale radenbijeenkomst Zuid-Kennemerland. In een eerste sessie hebben de vier raden gebrainstormd over de prioriteiten per hoofdopgave. De uitkomst van deze bijeenkomst is uitgewerkt in een 50%-versie. De 50%-versie en definitieve conceptversie is besproken in verschillende regionale radenbijeenkomsten. Bij de laatste bespreking is geconcludeerd dat het werkplan voor definitieve besluitvorming kan worden voorgelegd aan de individuele raden van de regio Zuid-Kennemerland. Na vaststelling van het werkplan in de raden, wordt de uitvoering van het werkplan opgepakt en uitgewerkt in de verschillende projectorganisaties. Regie en afstemming vinden plaats in de ambtelijke regiegroep. De tussen- en eindproducten worden volgens de vastgestelde governance structuur geagendeerd in de regionale radenbijeenkomsten.

Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

4

2. Uitgangspunten, keuzes en acties Om voor dit werkplan te komen tot de negen acties zijn afwegingen gemaakt. Dat is gedaan vanuit de onderstaande criteria en uitgangspunten:        

Urgentie Spreiding over vijf hoofdopgaven Mix van korte en lange termijn realisatie Haalbaar zijn vanuit beschikbare (ambtelijke) capaciteit Wat er al loopt is niet opgenomen Passen in beschikbare financiële middelen Het “Bestuursconvenant regionale samenwerking Zuid-Kennemerland” is leidraad Basis ligt bij de (regionale) portefeuillehoudersoverleggen

Urgentie Uiteraard wordt opgepakt wat urgent is. Urgentie is natuurlijk snel ook een subjectief begrip, dat niet voor iedereen hetzelfde is. Er is vooral rekening gehouden met impact op leefomgeving, de noodzaak om op tijd op ontwikkelingen in te spelen en de aansluiting op het regionaal programma van de MRA en de provincie Noord-Holland te hebben.

Spreiding over vijf hoofdopgaven Uiteraard kan, ook vanuit urgentie, de nadruk worden gelegd op een uitwerking van een enkele hoofdopgave en voor sommige hoofdopgaven geen acties op te nemen in het werkplan. Hier is niet voor gekozen, voor elk van de vijf hoofdopgaven zijn één of meerdere acties benoemd. Op deze manier komt de Zuid-Kennemer Agenda in deze uitwerking het beste tot zijn recht.

Mix van korte en langere termijn realisatie In dit werkplan zijn acties opgenomen waarvan de verwachting is dat die relatief eenvoudig tot stand komen en waarover regionaal op hoofdlijnen overeenstemming bestaat. Er zijn ook acties benoemd waar regionaal verschillen verwacht worden die overbrugd moeten worden. Deze zullen een langere doorlooptijd hebben om tot bestuurlijke besluitvorming te komen, bijvoorbeeld omdat scherpe keuzes aan de orde zijn, of waarover bredere afstemming nodig is met partijen buiten de eigen regio. Er is bewust gekozen voor een mix tussen korte en langere termijn acties. Enerzijds om wel op korte termijn concrete resultaten te maken op de samenwerking binnen ZKL en tevens de ruimte te geven aan processen die een langere doorlooptijd vergen.

Haalbaar zijn vanuit beschikbare (ambtelijke) capaciteit Zonder beschikbare ambtelijke en bestuurlijke capaciteit kan de haalbaarheid van een actie in het gedrang komen. Rekening houdend met de beschikbare capaciteit is in dit Werkplan het aantal projecten beperkt gehouden tot de negen acties. Voorkomen wordt dat we blijven steken in ambities die vervolgens niet waargemaakt worden.

Wat er al loopt is niet opgenomen Dit lijkt een vanzelfsprekendheid, maar wat we al doen en uitvoeren is niet opgenomen in dit werkplan. In het werkplan zijn alleen nieuwe acties benoemd. We hebben en houden ambitie vanuit de Zuid-Kennemer opgaven. We starten met dit werkplan nieuwe activiteiten op als uitwerking van de hoofdopgaven Zuid-Kennemer Agenda. Zoals eerder aangegeven wordt hierbij wel rekening gehouden met wat we, ook naast alles dat al loopt, kunnen realiseren qua beschikbare capaciteit. Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

5

Passen in beschikbare financiële middelen Voortgebouwd wordt op acties die uitgevoerd kunnen worden vanuit de middelen die er zijn. Wat onverlet laat dat in een actie als onderdeel van de uitwerking kan worden benoemd wat aan aanvullende middelen nodig is en hoe deze gevonden kunnen worden. Ambitie, noodzaak en realisme zijn met dit werkplan in een goede, elkaar versterkende, mix gebracht. Om daadwerkelijk startbesluit te nemen en met een actie te starten, zal uitwerking moeten zijn gegeven aan de benodigde middelen en de financiering. In dit werkplan worden geen claims op middelen gedaan. Deze volgen in de uitwerking.

Het “Bestuursconvenant regionale samenwerking Zuid-Kennemerland” als leidraad Dit werkplan wordt uitgewerkt vanuit de uitgangspunten en werkwijze, zoals deze zijn vastgelegd in het bestuursconvenant voor de regionale samenwerking in Zuid-Kennemerland dat op 9 juli 2021 door de burgemeesters van de vier Zuid-Kennemer gemeenten is ondertekend. Er wordt ruimte en tijd ingebouwd voor de afgesproken tussentijdse terugkoppeling naar de gemeenteraden en het bespreken van concept-voorstellen voordat voorstellen ter besluitvorming aan de afzonderlijke gemeenteraden wordt voorgelegd.

Basis ligt bij de portefeuillehoudersoverleggen De inhoud op regionale vraagstukken wordt geïnitieerd vanuit de regionale portefeuillehoudersoverleggen. Dit in goede en directe afstemming met de gemeenteraden. Dit werkplan is mede met inbreng vanuit deze portefeuillehoudersoverleggen opgebouwd. Het vorenstaande leidt tot de acties voor het werkplan, zoals opgenomen in de vijf navolgende hoofdstukken. In die hoofdstukken komen de volgende acties aan de orde: 1. Gebiedsgerichte aanpak NNN en stikstof Zuid-Kennemerland in relatie tot het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand (landschap) 2. Vergroting Nationaal Park Zuid-Kennemerland en versterking relatie met het Recreatiegebied Spaarnwoude (landschap) 3. Scherper stellen economisch profiel en gezamenlijke inzet via branding en acquisitie (economie) 4. Inzet op triple helix en versterking van de samenwerking met onderwijs en bedrijfsleven (economie) 5. Meer en snellere toevoeging van woningen (incl. sociale huur en middensegment) (wonen) 6. Regionale huisvesting specifieke doelgroepen en stimulering (passende) huisvesting ouderen (wonen) 7. Slagvaardige regionale samenwerkingsstructuur voor het behalen van de klimaatdoelstellingen (duurzaamheid en klimaat) 8. Stresstest klimaatadaptatie binnenduinrand (duurzaamheid en klimaat) 9. Aanpak regionaal fietspadennetwerk (bereikbaarheid)

Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

6

3. Versterken van het landschap 3.1 Gebiedsgerichte aanpak NNN en stikstof Zuid-Kennemerland in relatie tot het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand Waarom is dit onderdeel opgenomen in het werkplan? De aanpak stikstof kent een hoge urgentie. Overheden en sectoren zullen samen moeten werken aan de doelen om de stikstofdepositie op het N2000-gebied te verminderen. Dit wordt opgepakt door voor de open gebieden in de binnenduinrand te zoeken naar de optimale mix van agrarische functies, natuur, recreatie en landschappelijke waarden. Dit komt naar voren in de ontwikkeling van nieuwe natuur (extra hectares natuurgebied) als onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). De provincie Noord-Holland werk met een realisatiestrategie voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Met deze gebiedsgerichte aanpak werkt de provincie samen met de regio. Hierbij wordt gekeken naar mogelijkheden voor het koppelen van doelen, ook vanuit de regio, bijvoorbeeld op het gebied van landschap en recreatie. Daarmee wordt invulling gegeven aan de ambities (strategie voor de open gebieden) uit het Ontwikkelperspectief voor de Binnenduinrand, zoals die is vastgesteld door de Zuid-Kennemerlandse gemeenten en de gemeente Velsen en worden onderschreven door de provincie Noord-Holland.

Overigens is de beoogde aanpak niet alleen van belang voor het behoud van de natuurwaarden in de gebieden zelf, maar ook voor het oplossen van de ervaren knelpunten op dit onderwerp voor de woningbouwopgave van de regio Zuid-Kennemerland.

Wat houdt het plan in? In het kader van de realisatiestrategie voor het NNN en de gebiedsgerichte aanpak stikstof werkt de provincie aan de realisatie van 253 ha natuur, vermindering van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige delen van het Natura 2000-gebied en verbetering van de natuurkwaliteit door herstelmaatregelen. Op basis van een ecologische visie stelt de provincie in overleg met gebiedspartijen een uitvoeringsstrategie voor de NNN op. In dit kader is onder andere geanalyseerd waar andere dossiers de aanpak kunnen versterken. Bij de realisatie van de NNN zoeken we de samenhang met de stikstofopgave, het ontwikkelperspectief Binnenduinrand en het projectplan van het Nationaal park Zuid-Kennemerland. Daarnaast gaan provincie en gemeenten met sectoren in gesprek om maatregelen te benoemen die bijdragen aan vermindering van de stikstofdepositie. Daarbij moet naast de realisatie van natuur worden gedacht aan: -

-

Het (laten) uitvoeren van natuurherstelmaatregelen als het aanleggen van nieuwe stuifplekken in de duinen, het inzetten van grazers, het verwijderen van (uitheemse) vegetatie en bevorderen van soortendiversiteit: Het terugbrengen van de stikstofuitstoot in de buurt van Natura 2000-gebieden door in gesprek te gaan met ondernemers uit de buurt, overheden en natuurorganisaties over bijvoorbeeld maatregelen om hun stikstofuitstoot te verkleinen, de inzet van (innovatieve) technieken, het verplaatsen van bedrijfsactiviteiten naar locaties verder van of het beëindigen van bedrijfsactiviteiten. Daarnaast ook de maatregelen onderzoeken op het gebied van mobiliteit en huishoudens.

Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

7

Wat hebben we in 2023 bereikt? -

Er ligt een uitvoeringsstrategie voor de NNN op basis waarvan gronden worden verworven en ingericht. Er ligt een lijst van maatregelen die bijdragen aan vermindering van de stikstofdepositie Een deel van de benodigde natuurherstelprojecten zijn uitgevoerd.

Wie gaat de actie trekken? De provincie is financier van de NNN-opgave en neemt vanuit die hoedanigheid de regie voor een proces waarin nauw wordt samengewerkt met de partners binnen het gebied. Vanuit ZuidKennemerland coördineert Heemstede de inzet en samenwerking met de provincie.

Wanneer stemmen we dit af in een Radenbijeenkomst? Voor NNN en stikstof lopen verschillende projecten met elk hun eigen planning. Per project zal een planning opgesteld worden en de gemeenten worden hiervan op de hoogte gesteld.

Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

8

3.2 Vergroting Nationaal Park Zuid-Kennemerland en versterking relatie met het Recreatiegebied Spaarnwoude Waarom is dit onderdeel opgenomen in het werkplan? Met de kust, de duinen en de binnenduinrand heeft Zuid-Kennemerland een aantal drukbezochte landschappen. De recreatieve druk op Nationaal Park Zuid-Kennemerland is groot, waardoor de gewenste balans tussen het faciliteren van de (economisch belangrijke) recreatie enerzijds en het behoud en versterking van de natuurwaarden, biodiversiteit en cultuur(historische) waarden anderzijds steeds meer onder druk komt te staan. Door enerzijds de samenwerking op te zoeken met andere groengebieden in de omgeving en anderzijds te verkennen of de strandvlakte en de binnenduinrand aan het Nationaal Park landschappelijk, ecologisch en via water verbonden kunnen worden, kan in combinatie met een natuurinclusieve landbouw en een meer klimaatadaptieve inrichting recreatief bezoek meer worden verspreid en kan die balans beter worden geborgd. Daarnaast draagt versterking van de relatie met het Recreatiegebied Spaarnwoude bij aan een verlichting van de recreatieve druk.

Voor de doorontwikkeling van dit recreatie- en natuurgebied zijn afspraken gemaakt in de Visie Spaarnwoude 2040, onder meer gericht op het ontvangen van een groter aantal bezoekers Dit onderdeel sluit aan op de ambitie uit het Ontwikkelperspectief voor de Binnenduinrand om de mogelijkheden tot uitbreiding van het Nationaal Park met de aangrenzende open gebieden en buitenplaatsen te onderzoeken om de leefgebieden voor planten en dieren in de binnenduinrand en de spreiding van recreatie en toerisme te verbeteren. In het Ontwikkelperspectief is voor het bepalen van de gewenste ontwikkelrichting het behoud van de (hoge) kwaliteit van het landschap als leidend uitgangspunt genomen. De oplossing voor het behouden van de balans wordt vooral gezocht in het zoneren van de ruimte voor recreatie enerzijds en voor behoud van rust en natuurwaarden anderzijds. Daarnaast is het van belang dat een balans wordt gevonden tussen de verschillende vormen van recreatie (wandelen, fietsen, etc.), zodat het voor alle typen recreanten prettig blijft om in de regio te verblijven.

Wat houdt het plan in? Het Nationaal Park Zuid-Kennemerland heeft subsidie ontvangen van het ministerie van LNV voor onderzoek naar de haalbaarheid van een Nationaal Park nieuwe stijl. Door het Nationaal Park ZuidKennemerland hierin te ondersteunen, wordt het draagvlak en de slagkracht voor deze verkenning vergroot. In de verkenning wordt gekeken naar de kansen voor een robuuster en meer verbonden Nationaal Park met de Binnenduinrand en de aanliggende duingebieden en wordt in beeld gebracht wat daarvoor nodig is. Ook wordt onderzocht hoe een relatie met het recreatiegebied Spaarnwoude het best kan worden vormgegeven om tot de gewenste spreiding van de recreatieve druk te komen.

Wat hebben we in 2023 bereikt? Gedurende de planperiode is een gezamenlijke aanpak opgesteld en zijn de ontwikkelmogelijkheden van het Nationaal Park in beeld gebracht. Er kan een standpunt worden bepaald over het al dan niet vergroten van het Nationaal Park.

Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

9

Wie gaat de actie trekken? De actie wordt getrokken door het Nationaal Park Zuid-Kennemerland, maar wordt daarin ondersteund door de regio Zuid-Kennemerland met Bloemendaal als coördinerende gemeente. De provincie is co-financier.

Wanneer stemmen we dit af in een Radenbijeenkomst? Dit punt wordt besproken en toegelicht in de 1e gezamenlijke radenbijeenkomst Zuid-Kennemerland medio 2022. NB: De voorgestelde projectopzet moet nog worden afgestemd met het Nationaal Park en met de provincie.

Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

10

4.

Beter benutten van ons economisch kapitaal

4.1 We maken ons economisch profiel scherper en zetten daar gezamenlijk op in via branding en acquisitie Waarom is dit onderdeel opgenomen in het werkplan? Dit punt is door de gezamenlijke raden op 24 november expliciet benoemd als speerpunt op het onderdeel economie. De economische positionering van de regio dient een krachtiger profiel te krijgen. Zeker de actuele situatie rond corona geeft dit onderdeel een extra impuls om op te pakken. Op alle onderdelen van de economie voor onze deelregio, bijvoorbeeld ook op toerisme dat nu is weggevallen en dat gerichte inzet op herstel vergt. Veel mensen denken bij Zuid-Kennemerland eerder aan fijn wonen, cultuur, zonnen op het strand of winkelen in Haarlem dan aan economische ontwikkeling. Toch kunnen we ook door onze toeristische sector, een grote creatieve en digitale sector en het hoge voorzieningenniveau, economisch een sterke regio zijn. Om de woon-werkbalans niet te verslechteren én om meer aansluiting te vinden op banen die passen bij onze beroepsbevolking zetten we in op kennisintensieve werkfuncties. Ook bevorderen we werken aan zee. Daarnaast wil Zuid-Kennemerland zich onderscheiden als proeftuin voor toegepaste innovatie op het gebied van circulaire economie, gezondheid en het mkb.

Vanuit de Metropoolregio Amsterdam (MRA, Agenda 2.0) wordt een nieuwe koers ingezet: van een mono centrische economische dynamiek gericht op Amsterdam naar een decentrale en gespreide economische dynamiek en daarmee een versterking van de deelregio’s in de MRA. Deze poly centrische ontwikkeling draagt bij aan het genereren van lokalisatievoordelen in de regio’s zelf en urbanisatievoordelen tussen deelregio’s. In de Kwalitatieve Bouwsteen Economisch Ontwikkelperspectief MRA voor Verstedelijkingsstrategie MRA wordt dit verder uitgewerkt (NB. Dit ontwikkelperspectief wordt nog opgesteld). Vervolgens wordt per deelregio een voorstel opgesteld waarin is aangegeven hoe ruimtelijk-economisch een bijdrage wordt geleverd aan brede welvaart, poly centrische ontwikkeling en verdienvermogen. Daarmee wordt beoogd om de economische omvang van onze regio in de MRA te vergroten. Dit voorstel zal verder worden uitgewerkt in een economisch profiel voor Zuid-Kennemerland. Dit economisch profiel bevat niet alleen het economisch DNA van Zuid-Kennemerland, maar bevat ook een plan hoe de economische structuur van de deelregio versterkt kan worden en hoe we ons economisch kapitaal beter kunnen benutten. Recreatie en toerisme maakt hier ook onderdeel van uit. Ook verkennen we in hoeverre we, naast de arbeidsmarkt, de economische samenwerking aan de Westflank van de MRA kunnen versterken.

De coronacrisis geeft een extra aanleiding om juist nu tot deze economische impuls te komen. Door de regio economisch te profileren en positioneren en in lijn daarmee nieuwe bedrijvigheid aan te trekken, zorgen we ervoor dat er meer werkgelegenheid in de regio komt. Dit is belangrijk om met een groeiend aantal inwoners- een goede woon-werkbalans te houden, zodat we niet alleen een aantrekkelijke woon- en bezoekregio zijn maar ook interessant zijn om hier te werken en te ondernemen. Werk dichtbij huis helpt bovendien om de groeiende uitgaande woon-werkpendel beheersbaar te houden.

Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

11

Wat houdt het plan in? Deze opgave wordt in afstemming met de projectplanning van de Verstedelijkingsstrategie, die door de MRA wordt getrokken, uitgewerkt via twee, met elkaar samenhangende, actielijnen. Actie 1: We stellen een economisch profiel Zuid-Kennemerland op en verkennen hoe we de economische samenwerking aan de westkant MRA (IJmond en Haarlemmermeer) verder kunnen versterken. Hierin krijgt uiteraard ook het economisch belang van recreatie en toerisme aandacht. Dit profiel is overwegend gebaseerd op het samenvoegen van ook de economische ambities die de afzonderlijke gemeenten reeds hebben vastgesteld. Actie 2: We stellen een plan van aanpak op voor gezamenlijke profilering en positionering en verkennen de inzet van een regionale acquisiteur.

Wat hebben we in 2023 bereikt? Actie 1: Een vastgesteld economisch profiel Zuid-Kennemerland. Actie 2: Een vastgesteld plan van aanpak voor gezamenlijke profilering en positionering en een vastgesteld profiel voor de inzet van een regionale acquisiteur. Resultaat: Besluitvorming over het economisch profiel, plan van aanpak en profiel regionale acquisiteur vindt plaats eind 2022.

Wie gaat de actie trekken? De trekker is centrumgemeente Haarlem. Het wordt natuurlijk door alle gemeenten in de regio opgepakt.

Wanneer stemmen we dit af in een Radenbijeenkomst? Voorafgaand aan de definitieve besluitvorming heeft afstemming plaats met de raden. Conform de afspraken uit het Bestuursconvenant regionale samenwerking Zuid-Kennemerland, wordt een 80% versie medio 2022 besproken.

Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

12

4.2 Inzet op triple helix en versterking van de samenwerking met onderwijs en bedrijfsleven om de (duurzame) economische en toeristische potentie van onze regio optimaal te benutten Waarom is dit onderdeel opgenomen in het werkplan? Arbeidsmarkt is een thema waarbij het draait om het vinden van een juiste balans tussen vraag en aanbod. Daarbij spelen economische afwegingen een rol, zoals regionale karakteristieken en ambities en het lokale, regionale of landelijke ondernemersklimaat. Maar ook sociale vraagstukken zijn onlosmakelijk hiermee verbonden. Zo is het hebben van werk en inkomen essentieel voor elke burger en hun kansen in het leven. Die kansen zijn weer afhankelijk van de demografische eigenschappen van de regio en hoe deze aansluiten op actuele en toekomstige economische ontwikkelingen. Arbeidsmarkt is daarmee een sociaaleconomisch vraagstuk dat zich organisch ontwikkelt en niet altijd te sturen is. Tegelijkertijd kunnen we door middel van publiek-private samenwerking wél invloed uitoefenen en congruente keuzes maken. Hiermee kunnen we (bij)sturen op een zo optimaal mogelijke balans tussen economische behoeften enerzijds en brede welvaart en gelijke kansen voor een zo groot mogelijke groep burgers anderzijds. Dat samenwerking op dit thema noodzakelijk is, wordt nog eens bevestigd door de uitdagingen waar we door de coronacrisis voor zijn komen te staan.

In de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond bundelen gemeenten, UWV, werkgevers, werknemers en onderwijs hun krachten om zo goed mogelijk in te spelen op de actuele en toekomstige ontwikkelingen van de regionale arbeidsmarkt. In 2020 is hiertoe de Regionale doeagenda arbeidsmarkt Zuid-Kennemerland en IJmond 2020-2022 opgesteld. In wisselende samenstelling en op verschillende plekken wordt gewerkt aan een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, wordt het levenslang ontwikkelen gestimuleerd en wordt het talent en de mogelijkheden benut van eenieder die wil en kan werken. Zo benutten we optimaal de beschikbare werkgelegenheid in onze regio.

Wat houdt het plan in? Uitvoering wordt gegeven aan de Regionale doe-agenda Arbeidsmarkt Zuid-Kennemerland en IJmond 2020-2022 met focus op vier pijlers: werk naar werk, uitkering naar werk, opleiding naar werk, benutten en stimuleren van werkgelegenheid. -

In september 2021 start ook in deze regio een Regionaal Mobiliteitsteam (RMT), dat verantwoordelijk is voor werk naar werk trajecten in combinatie met om- en bijscholing voor mensen die door corona hun baan (dreigen te) verliezen. Dit RMT wordt gefinancierd vanuit het corona-herstelpakket vanuit het Ministerie van SZW en maakt deel uit van een landelijk dekkend netwerk van RMT’s. We benutten publiek-private samenwerkingsverbanden om werkenden van sectoren die onder druk staan, te begeleiden naar in onze regio kansrijke sectoren. Publieke en private samenwerkingspartners als het WSP, Techport, VBZ spelen hierin een belangrijke rol. Ambitie is om de tijdelijke regeling van RMT’s en het netwerk dat hiermee wordt gebouwd te benutten om in onze regio structurele werk naar werk dienstverlening te blijven bieden aan werkenden om zo ook in de toekomst snel te kunnen inspelen op de voortdurend veranderende arbeidsmarkt.

Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

13

-

Het intensiever verbinden van onderwijs en arbeidsmarkt, onder andere door triple helix samenwerking tussen gemeente, bedrijfsleven en onderwijs maakt deel uit van de ambities uit de regionale doe-agenda. We benutten de SPRONG-regeling met Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool Windesheim, Hogeschool voor de Kunsten en het Bouwlab in Haarlem ten behoeve van de verduurzaming van de bouwketen en zorgen voor verbinding met het Nova College en Hogeschool Inholland. Ook via de ontwikkelingen in de Koepel worden verbindingen gemaakt met het onderwijs. De ambitie is om Zuid-Kennemerland met deze verbindingen helder te positioneren in de regio rondom het thema toegepaste innovatie.

Wat hebben we in 2023 bereikt? Resultaat 1: In 2023 is een (nader te bepalen) aantal werkenden begeleid van werk naar werk, in combinatie met een om- en bijscholingstraject Resultaat 2: Begin 2022 worden de eerste studenten verbonden aan het Bouwlab. In 2023 volgen duidelijk geformuleerde opdrachten. Resultaat 3: in 2023 zijn er naast het Bouwlab nog een nader te bepalen aantal samenwerkingsverbanden tussen onderwijs, bedrijfsleven, gemeente en provincie tot stand gekomen. De acties uit de regionale doe-agenda worden eind 2021 en eind 2022 geëvalueerd. In 2023 wordt een vervolg op de regionale doe-agenda opgesteld De regionale doe-agenda krijgt voor een groot deel vorm vanuit het sociaal domein. Ook op dat vlak intensiveert de samenwerking binnen de regio zich, bijvoorbeeld in het verder benutten van het WSP en de GR rondom het Participatiebedrijf Zuid-Kennemerland. Belangrijk is om de ontwikkelingen in het sociaal domein, in het onderwijs en bij private partijen te blijven verbinden met de economische ambities van de regio en daarin voortdurend de verbinding en afstemming te blijven maken. Het vernieuwde convenant rondom het Regionaal Werkbedrijf ZuidKennemerland en IJmond 2021-2024 legt hiervoor een belangrijke basis.

Wie gaat de actie trekken? De actie wordt getrokken door Haarlem i.s.m. Zandvoort

Wanneer stemmen we dit af in een Radenbijeenkomst? Een eerste informatieve bijeenkomst over de regionale doe-agenda wordt gehouden in september 2021. Deze geeft de aanzet voor de uitwerking en terugkoppeling naar de Raden in de loop van 2022.

Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

14

5.

Wonen: Een plek voor iedereen

Regionale aanpak uitvoering woonakkoord 2021-2025 Waarom is dit onderdeel opgenomen in het werkplan? De woningbehoefte in onze regio is groot. Lage- en middeninkomens hebben moeite om een passende woning te vinden. Daarom starten er minder jonge mensen op de woningmarkt en trekken gezinnen de regio uit. We willen met behulp van de Zuid-Kennemer Agenda een plek voor iedereen bieden. Samen met de Provincie Noord Holland en de regio IJmond is er de gezamenlijke ambitie om meer woningen te realiseren en de woningbouw te versnellen. Deze ambitie is gekoppeld aan het voorzien in de behoefte aan betaalbare woningen en het juiste type woningen. Bij de woningbouw wordt de relatie gelegd met Duurzaam Bouwen. Bijvoorbeeld door als ZuidKennemer gemeenten gezamenlijk uitvoering te geven aan de Green Deal Houtbouw, die op dit moment vanuit de MRA in afstemming met corporaties en de bouwsector wordt uitgewerkt. Deze Green Deal beoogd voor de MRA te komen tot 20% circulaire houtbouw bij alle nieuw te realiseren woningen vanaf 2025. De Zuid-Kennemer gemeenten hebben hierover gezamenlijk afstemming en spannen zich in om aan deze komende Green Deal de uitwerking te geven. Zuid-Kennemerland werkt al meerdere jaren met IJmond samen op het gebied van wonen.

De afspraken over woningbouw in de regio Zuid-Kennemerland en met de provincie zijn samen met IJmond vastgelegd in het Woonakkoord Zuid-Kennemerland/IJmond. De thema’s in het Woonakkoord betreffen: woningbouw, betaalbaarheid, doelgroepen, duurzaamheid en samenwerking. Bij de woningbouw wordt uiteraard een relatie gelegd met het stikstof dossier en het onderdeel landschap uit dit werkplan. Het Woonakkoord geeft aan dat woningbouw, bereikbaarheid en economie, voor zover dit mogelijk is, in samenhang ontwikkeld worden. Zodanig dat ze elkaar versterken. Het Woonakkoord 2021- 2025 is de opvolger van het Regionaal Actieprogramma wonen (RAP) Zuid-Kennemerland/IJmond (2016-2020).

Wat houdt het plan in?

5.1. Meer en snellere toevoeging van woningen (incl. sociale huur en middensegment) 1. We realiseren meer (duurzaam gebouwde) woningen (kwantitatieve woningbehoefte) op basis van gezamenlijk onderzoek naar de woningbehoefte. We baseren ons hierbij op de afspraken uit het Woonakkoord. Dit doen we door voldoende woningen toe te voegen om te voorzien in de verwachte groei van de woningbehoefte én om het huidige woningtekort te verminderen. Dit zijn minimaal 11.650 woningen in de periode 2020-2030. We versnellen de woningbouw en zoeken naar nieuwe locaties voor toekomstige woningbouw 2. We maken daarnaast ook afspraken over het aandeel sociale en middelduur segment in ons nieuwbouwprogramma en stemmen af over middelen en instrumenten waarmee we de betaalbaarheid van de woningmarkt kunnen borgen (kwalitatieve woningbehoefte). Voor het maken van de afspraken over aandeel sociale huur en middensegment zijn in het Woonakkoord de volgende afspraken opgenomen: a. We breiden de sociale huurvoorraad uit, in de regio en in elke gemeente. (actie Haarlem i.s.m. IJmond) b. Elke gemeente realiseert in de woningbouwproductie 30% sociale huur. (actie Haarlem i.s.m. IJmond)

Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

15

c. Elke gemeente voegt woningen in het middensegment toe. (actie Bloemendaal en Zandvoort) d. Bij de woningbouw geven we maximaal aandacht aan duurzaam bouwen (bijvoorbeeld via de MRA brede inzet om tot 20% circulaire houtbouw te komen vanaf 2025) en leggen we de relatie naar de gevolgen voor het Landschap en de beperking van de stikstof. (actie Haarlem i.s.m. IJmond) e. We bouwen zoveel mogelijk binnenstedelijk en bij OV-knooppunten, zo gaan we slim met onze beschikbare ruimte om. We hechten veel waarde aan ons mooie landschap en willen zorgvuldig omgaan met landschap en natuur. (actie Haarlem i.s.m. IJmond) f. Het toevoegen van woningen ontstaat door nieuwbouw en door transformatie van andere functies naar woningen. (actie Haarlem i.s.m. IJmond) g. In het Woonakkoord is opgenomen dat goede afstemming nodig is binnen de regio maar ook aangrenzende regio. De regio’s Zuid-Kennemerland/IJmond, Amstelland-Meerlanden en de provincie Noord-Holland werken samen aan de versnelling van de woningbouw binnen de MRA. Wij pleiten binnen de MRA voor goede afstemming over de grenzen van (deel)regio’s heen. Kennisuitwisseling en informatie delen is hiervan een onderdeel.

De gemeente Haarlemmermeer neemt samen met de gemeente Haarlem en de provincie daarnaast het initiatief om in de regio’s Amstelland-Meerlanden, Zuid-Kennemerland/ IJmond en met de provincie Noord-Holland beter samen te werken om versnelling van de woningbouw en de daarvoor nodige bereikbaarheidsopgave te realiseren. (actie Haarlem i.s.m. provincie)

5.2. Regionale huisvesting doelgroepen en stimulering (passende) huisvesting ouderen Naast de huisvesting voor bewoners in de regio, zetten we in om huisvesting van doelgroepen te realiseren. Hiervoor werken we o.a. aan een actieprogramma voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, genaamd het “Pact van Uitstroom”. Het Pact van Uitstroom is inmiddels met de gemeenten (Zuid-Kennemerland en IJmond), corporaties en betrokken zorg- en welzijnspartners ondertekend. Er wordt gewerkt aan een Plan van Aanpak om het Pact van Uitstroom verder uit te werken. De eerste stap is het opzetten van een Servicepunt. Daarna volgen de andere punten uit het Pact van Uitstroom We stimuleren (passende) huisvesting van ouderen. Hiervoor hebben we de volgende afspraken in het Woonakkoord Zuid-Kennemerland 2021-2025 opgenomen: 1. Het agenderen, kennis delen en monitoren van wonen en zorg (o.a. update monitor wonen en zorg op de kaart), regionale woonzorg-agenda en kennisbijeenkomsten organiseren voor professionals om ouderen beter te kunnen informeren over doorstroming e.d. (actie Bloemendaal, Haarlem, IJmond) 2. We stimuleren zoveel mogelijk dat senioren passend (gaan) wonen (o.a. publiekscampagne Ook later lekker wonen (2021) dat houdt o.a. in dat senioren worden geformeerd over de mogelijkheden van doorstroming.

Door een verhuizing naar een passende woning, komen veelal eengezinswoningen weer vrij voor gezinnen. Verder faciliteren we nieuwe woonvormen voor senioren, door het opstellen van een afwegingskader en nadenken over wenselijkheid opstarten platform). (actie Bloemendaal i.s.m. IJmond)

Wat hebben we in 2023 bereikt? Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

16

De acties geformuleerd in dit werkplan komen voort uit het Woonakkoord 2021-2025, de opvolger van het Regionaal Actieprogramma (RAP) Wonen Zuid-Kennemerland/ IJmond 2016-2020. Het Woonakkoord loopt t/m 2025 en in 2023 is de looptijd halverwege. In het Woonakkoord is opgenomen om halverwege een bijeenkomst te organiseren waarin de koers en voortgang besproken gaan worden. Hiervoor worden diverse stakeholders uitgenodigd, waaronder raadsleden. In deze terugkoppeling leggen we ook de relatie naar het feitelijk bouwen en op welke manier duurzaamheid hierbij aandacht krijgt.

Wie gaat de actie trekken? Er wordt aangesloten op het Woonakkoord. In de uitvoeringsagenda van het Woonakkoord zijn de diverse doelen verdeeld onder de gemeenten van Zuid-Kennemerland en IJmond. Elk doel wordt opgepakt in duo-schap. Onder het kopje “Wat houdt het plan in?” staat per opgave de trekker vermeld.

Wanneer stemmen we dit af in een Radenbijeenkomst? Het Woonakkoord 2021-2025 bestaat uit twee delen: het Bestuursakkoord en de Uitvoeringsagenda. Het Bestuursakkoord met de doelen is door de gemeenteraden vastgesteld. De Uitvoeringsagenda die de doelen uit het Bestuursakkoord verder uitwerkt, zijn door de colleges begin februari 2021 vastgesteld1. De uitvoering en voortgang van de Uitvoeringsagenda wordt jaarlijks besproken in het portefeuillehoudersoverleg Volkshuisvesting Zuid-Kennemerland/ IJmond in aanwezigheid van de provincie Noord-Holland. Rondom de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 zullen (nieuwe) raadsleden geïnformeerd worden over de regionale afspraken en inspanningen. Medio 2022 worden de raden geïnformeerd over de voortgang in de uitvoering Woonakkoord en worden eventuele knelpunten die hierin optreden besproken. Bij deze terugkoppeling heeft ook het aspect van het Duurzaam bouwen van de woningen aandacht. Deze terugkoppeling gebeurt binnen het kader van het vastgestelde Bestuursakkoord tussen de gemeenten en de provincie (Woonakkoord).2

1 De raad van Heemstede heeft ook de Uitvoeringsagenda vastgesteld. 2 In Heemstede zal bij een wijziging van de Uitvoeringsagenda door het college een zienswijze van de raadscommissie worden gevraagd.

Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

17

6.

Inspelen op het veranderende klimaat

6.1 Een slagvaardige regionale samenwerkingsstructuur voor het behalen van de klimaatdoelstellingen Waarom is dit onderdeel opgenomen in het werkplan? De gemeenten in Zuid-Kennemerland werken op dit moment al vergaand samen op het gebied van de energietransitie. Deze samenwerking is groter dan de regio Zuid-Kennemerland, maar beslaat de regio Noord-Holland zuid. Zo wordt er onder andere samengewerkt binnen de regionale energiestrategie NHZ (RES NHZ). Daarnaast zijn de gemeenten conform het klimaatakkoord ook bezig met het traject van de transitievisie warmte, op basis waarvan de reductie van broeikasgassen in de bestaande gebouwde omgeving dient te starten. Deze samenwerking speelt zich ook af in de regio Noord-Holland Zuid. Gemeenten hebben de regie gekregen voor de energietransitie in de gebouwde omgeving en krijgen, naar verwachting vanaf 2022, middelen vanuit het Rijk ter compensatie van deze uitvoeringslasten. Dit geeft aanleiding om de inspanningen te intensiveren door kennis en kunde te delen, en een slagvaardige gemeentelijke organisatie op te tuigen. In toenemende mate ontstaat het besef dat veel onderwerpen, die voorheen organisatorisch wat meer sectoraal waren ingericht, op veel gebieden samenhangen. Co2 uitstoot in de gebouwde omgeving, stikstofuitstoot en biodiversiteit hangen allemaal in meer of mindere mate samen.

Al deze ontwikkelingen samen leiden tot de verwachting dat de organisatiestructuren van de vier gemeenten gezamenlijk effectiever kunnen worden ingericht om tegemoet te komen aan de gestelde doelen in het klimaatakkoord dan dit individueel op te pakken. Nu gemeenten hiervoor de benodigde middelen vanuit het Rijk gaan ontvangen, is dit een logisch moment om te onderzoeken of bepaalde kennis en kunde op regionale schaal kan worden benut. Bijkomend voordeel is dat er ook geen “dubbele” formatie op de schaarse arbeidsmarkt moet worden aangetrokken. Middelen van het Rijk Naar verwachting krijgen gemeenten vanaf 2022 structurele middelen van het Rijk om te voldoen aan de uitvoeringslasten van het klimaatakkoord dat eind 2019 is gesloten. Een van de voorwaarden voor gemeenten om destijds met de uitvoering in te stemmen, was dat zij voldoende compensatie zouden worden ontvangen voor de uitvoeringslasten. Tot nu toe is deze compensatie onvoldoende geweest. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) adviseert voor de uitvoering van het Klimaatakkoord dat gemeenten, provincies en waterschappen de komende drie jaar 1,8 miljard euro nodig hebben. Dat staat in het eind januari 2021 verschenen adviesrapport “van Parijs naar Praktijk”. De ROB adviseert de kosten voor gemeenten en provincies in de periode 2022-2024 te bekostigen via een brede doeluitkering.

Voor de fase na 2024 adviseert de ROB de totale uitvoeringslasten en de verdeling in 2024 te evalueren en te herijken op basis van realisatiecijfers, nadere invulling van de taken uit het Klimaatakkoord en verdere wettelijke en beleidsmatige ontwikkelingen. Vanaf 2025 kunnen de uitvoeringslasten worden verdeeld op basis van een onderbouwd inzicht in de werkelijke kosten. Het nieuwe kabinet zal in 2021 over de exacte hoogte en de verdeling een besluit moeten nemen.

Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

18

Wat houdt het plan in? In deze opgave onderzoeken we de mogelijkheden van een regionale samenwerkingsstructuur binnen de regio Zuid-Kennemerland die tegemoet komt aan de uitdagingen waarvoor gemeenten aan de lat staan in het licht van het klimaatakkoord. De komende maanden zullen worden benut om inzicht te krijgen welke kansen er liggen voor een regionale samenwerkingsstructuur, in afwachting van de reactie van het nieuwe kabinet op het advies van de ROB. De gemeentelijke beleidsautonomie is daarbij geen onderwerp van discussie, dus een gemeenschappelijke regeling is niet aan de orde.

Wat hebben we in 2023 bereikt? De eerste stap is om eind 2021 helderheid te hebben over de kansen en mogelijkheden voor een regionale samenwerkingsstructuur. Een Quick scan dient inzicht te geven in de belangrijkste kansen, knelpunten en verbetermogelijkheden. De hoofdvraag van de Quick scan is in hoeverre gemeentes voldoende zijn toegerust op de extra taken vanuit het klimaatakkoord en of en hoe regionale samenwerking eventueel vorm kan worden gegeven. De resultaten kunnen aanleiding zijn tot een uitgebreidere analyse.

Wie gaat de actie trekken? De gemeente Bloemendaal is de trekker van deze actie.

Wanneer stemmen we dit af in een Radenbijeenkomst? 1e kwartaal 2022

Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

19

6.2

Stresstest klimaatadaptatie binnenduinrand

Waarom is dit onderdeel opgenomen in het werkplan? Als gevolg van de klimaatverandering staat de kwaliteit van het leefgebied van veel planten- en diersoorten in met name het kwetsbaar duingebied onder druk en daarmee ook hun voortbestaan. Klimaatverandering heeft ook mogelijk negatieve gevolgen voor het grondwatersysteem, beschikbaarheid van zoet water en kustveiligheid in de binnenduinrand. Het is van belang om te anticiperen om in de toekomst wateroverlast of juist extreme droogte/hitte te voorkomen of de negatieve effecten tegen te gaan. Er is nu nog niet voldoende bekend wat de klimaateffecten zijn in de binnenduinrand buiten de bebouwde omgeving Zuid-Kennemerland. In de uitwerking van de opgave zijn de belangen van de gemeenten groot. De balans tussen de strategische drinkwatervoorraad, natuurwaarden en de leefbaarheid van het achterland is in fragiel evenwicht. Wijzigingen daarin moeten zorgvuldig met elkaar worden afgewogen.

Wat houdt het plan in? Gezien het belang van dit unieke gebied in de regio wordt een klimaatstresstest uitgevoerd voor de binnenduinrand in Zuid-Kennemerland. Dit kan door de stresstesten die al uitgevoerd zijn in de gemeenten naast elkaar te leggen (deze beslaan het bebouwde gebied) en de nadere uitwerking per gemeente die nu loopt op te schalen naar het gebiedsniveau van de binnenduinrand. Hierbij is het belangrijk dat de partners in het duingebied zoals PWN, Waternet en Rijnland, ook hun stresstesten van het gebied inbrengen zodat dit kan worden opgepakt in het samenwerkingsverband van de waterketen. Hier zijn PWN, Waternet, Rijnland en de gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Heemstede, Velsen en Zandvoort onderdeel van. Door aan te sluiten bij deze samenwerking kan gebruik gemaakt worden van bestaande stresstesten, gebiedskennis en modellen. De provincie kan voor deze specifieke actie aanhaken bij deze samenwerking.

Wat hebben we in 2023 bereikt? Het resultaat is een overzicht van de opgaven en (gemeentegrens overstijgende) klimaat adaptieve maatregelen voor de regio Zuid-Kennemerland. Voor het oplossen van maatregelen is soms ruimte nodig, dit kan botsen met de belangen van andere functies en/of vakdisciplines. Met name zijn hier raakvlakken naar het eventueel realiseren van recreatieve doeleinden. De uitkomsten worden gebruikt om samen het regionale uitvoeringsprogramma op te stellen, de onderlegger voor een gezamenlijke subsidieaanvraag bij de Impulsregeling klimaatadaptatie van het Rijk. Deze regeling gaat in 2021 open en is t/m 2023 beschikbaar.

Wie gaat de actie trekken? De gemeente Bloemendaal is de bestuurlijk trekker van de overkoepelende stresstest en het opstellen van het regionale uitvoeringsprogramma voor de binnenduinrand in het samenwerkingsverband van de waterketen. Voor nu ligt het ambtelijk trekkerschap binnen het samenwerkingsverband bij de gemeente Haarlem. De provincie werkt mee en brengt kennis en informatie in vanuit het team klimaatadaptatie. Het is van belang dat alle betrokken partijen zijn vertegenwoordigd en aangehaakt blijven. Er moet daarbij een beroep kunnen worden gedaan op medewerkers met vakinhoudelijke- en gebiedskennis. Het bouwen en/of aanpassen van modellen en het uitvoeren van rekenexercities kost geld, hiervoor moeten middelen beschikbaar komen. Het vinden van deze middelen is onderdeel van de projectaanpak/projectuitwerking van deze actie. Ze zijn nodig om tot implementatie over te kunnen gaan. Huidige beschikbare budgetten voorzien hier niet in.

Wanner stemmen we dit af in de regionale Radenbijeenkomst? Begin derde kwartaal van 2022. Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

20

7.

Verbinden van onze opgaven met betere bereikbaarheid

Bereikbaarheid is voor Zuid-Kennemerland een belangrijke opgave. Hierop wordt vanuit ZuidKennemerland op vele fronten nu al actieve inzet gegeven. Deze inzet en de bijbehorende projecten, blijven in dit Werkplan buiten beschouwing. Deze projecten vallen onder de twee volgende bestaande uitwerking lijnen: 1. De inzet in MRA verband, samen met Rijk en Provincie, die wordt geleverd via inbreng in het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBAB); 2. De samenwerking binnen de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Bereikbaarheid ZuidKennemerland. Er is één actie die in dit Werkplan, aanvullend op wat er al loopt, extra de aandacht heeft. Dat is het verbeteren van het regionale fietsnetwerk Zuid-Kennemerland inclusief de aansluitingen daarvan op het lokale fietsnetwerk. Hieraan willen we via dit werkplan een extra impuls geven.

7.1. Aanpak regionaal fietspadennetwerk Wat houdt het plan voor het fietsnetwerk in? De fiets is bij uitstek het vervoermiddel dat aansluit bij de andere doelen die in deze agenda worden benoemd, o.a. door de beperkte ruimte- en energievraag van de fiets en de positieve bijdrage aan het klimaat (minder CO2 uitstoot). Om de potentie van de fiets ten volle te benutten, dient er wel een fietsstructuur te zijn die dit faciliteert. Op dit moment is die structuur er nog onvoldoende. Het fietsnetwerk in Zuid-Kennemerland kent nog tal van ontbrekende schakels. Deze zijn er zowel in het netwerk van utilitaire fietspaden, als in het netwerk van recreatieve fietsverbindingen. Voor de recreatieve fietsroutes is daarbij van belang dat deze zodanig worden ingepast, dat er rekening gehouden wordt met het waardevolle duinlandschap. Vanuit de provincie zijn jaarlijks diverse fiets en verkeersveiligheidssubsidies beschikbaar. In aanvulling daarop zijn er periodiek subsidies vanuit het Rijk en Europa ten behoeve van verbeteringen voor de fiets. Vanuit deze subsidies kan een aanzienlijk deel (ten minste de helft tot 80%) van fietsprojecten worden gefinancierd. Daarbij is voor de beoordeling en toewijzing van belang dat deze goed passen in een regionaal afgestemd en opgebouwd fietsnetwerk en/of de verkeersveiligheid voor fietsers verbeteren.

Het voorstel voor dit werkplan is om in de komende twee jaar het regionale fietsnetwerk, waarvan zeker al goede contouren beschikbaar zijn, in afstemming met de provincie Noord-Holland, de IJmond en de Haarlemmermeer, uit te werken en te prioriteren, inclusief de aansluitingen op het lokale fietsnetwerk. We willen kijken of we door een gezamenlijke prioritering en aanpak sneller tot een plus kunnen komen.

Wat hebben we in 2023 bereikt? De inzet is om in 2023 minimaal de regionale Kennemer doorfietsroute (Heemstede-Haarlem-Velsen) volledig gerealiseerd te hebben en bij voorkeur ook (deels) de doorfietsroutes naar Zandvoort en Hoofddorp. Voor zover routes nog niet zijn gerealiseerd, ligt er een concreet en afgestemd plan van aanpak inclusief eigen bijdrage om dit zo spoedig mogelijk alsnog te doen. Op basis van het plan van aanpak worden regionaal afgestemde projecten ingediend voor een bijdrage van provincie, Rijk en Europa.

Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

21

Wie gaat de actie trekken? De gemeente Haarlem is de trekker van deze actie.

Wanner stemmen we dit af in de regionale Radenbijeenkomst? Derde kwartaal van 2022.

Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

22

7.2 Overige projecten Zoals gezegd werken we rond bereikbaarheid al vergaand samen met de MRA en andere overheden aan projecten die buiten dit Werkplan om al plaats hebben. Ter informatie een opsomming van waar die samenwerking in naar voren komt.

Samen Bouwen aan Bereikbaarheid Binnen dit programma werken Rijk en regio samen aan de grote infrastructurele maatregelen voor de toekomst. Waaronder het doortrekken van de Noord-Zuidlijn naar Schiphol/Hoofddorp. Het project dat vanuit de MRA-regio bij het Rijk is ingediend voor een bijdrage uit het Groeifonds en waarvoor het Rijk inmiddels (onder voorbehoud) 1,5 miljard euro heeft gereserveerd in aanvulling op de 1 miljard euro uit de regio. Ook is onderdeel van dit SBAB-programma, het MIRT project ‘reconstructie Rottepolderplein’. Hiervoor is 30 miljoen euro beschikbaar gesteld en dit is nu in uitwerking. Haarlem neemt hier als direct betrokken gemeente aan deel. Voor de regio is daarnaast binnen het programma SBAB de inzet dat de Velserverbinding op de projectkaart van noodzakelijke verbindingen komt. Nodig om onder meer de druk op het noordelijk deel van de regio te verminderen. Dit ook in samenhang met een capaciteitsstudie voor de toekomst van de A9 als geheel, die dit jaar wordt gestart.

Bereikbare steden Voor de wat kortere termijn, is binnen het programma SBAB aan de orde het onderdeel ‘Bereikbare steden’. Dit is de uitwerking van bereikbaarheid in relatie tot de woningbouwopgave in negen stedelijke centra in de MRA. Onderdeel hiervan is de ontwikkeling van 10.000 woningen in Haarlem, rond Haarlem station, Haarlem Spaarnwoude en rond het toekomstige regionale OV-knooppunt Haarlem Nieuw Zuid (Europaweg/Schipholweg). Dit nieuwe OV-knooppunt krijgt een regionale functie voor Zuid-Kennemerland als geheel. Dit is nu in uitwerking en naar verwachting wordt hiervoor in 2022 het definitieve groene licht gegeven.

Corridorstudie HOV Haarlem-Schiphol/Amsterdam Voor de langere afstanden is het OV, in aanvulling op de fiets, het vervoermiddel dat op de meest positieve manier bijdraagt aan o.a. de woningbouw- klimaat- en energieopgaven van de regio. Het bestaande OV-netwerk tussen Haarlem en Amsterdam is in de laatste 10 jaar aanzienlijk verbeterd door de realisatie van een hoogwaardige busverbinding over de A9 naar de Zuidas. Echter, de capaciteit en kwaliteit van het huidige Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) netwerk groeien snel naar hun maximum. Hoewel de groei van het OV door de coronacrisis tijdelijk in een dip zit, is de verwachting nog steeds dat de grens van het huidige HOV-netwerk binnen afzienbare tijd wordt bereikt. De provincie Noord-Holland, Vervoerregio Amsterdam en de gemeenten Haarlem en Amsterdam zijn daarom gestart met een studie om te kijken op welke manier de huidige capaciteit van het HOV verder uitgebreid kan worden, rekening houdend met de toekomstige ontwikkelingen in de regio (korte termijn: <2025, middellange termijn: 2030 en lange termijn: 2040), zoals bijvoorbeeld de woningbouwopgave. De studie is een uitwerking van de bouwstenen die in 2019 zijn benoemd in het Regionaal OV-Toekomstbeeld Noord-Holland en Flevoland (ROVT 2040) voor de regio ZKL en IJmond.

Het doel van de studie is om een toekomstbeeld te schetsen voor het brede HOV-netwerk aan de westkant van de MRA door alle knelpunten in beeld te brengen, met daaraan gekoppeld een pakket aan maatregelen (groeipad) voor de korte, middellange- en de lange termijn om de verwachte groei aan reizigers in het HOV op te vangen. Dit groeipad met ontwikkelrichtingen wordt uitgewerkt voor Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

23

de HOV-corridor Haarlem-Schiphol/Amsterdam. Hierbij wordt ook gekeken naar aansluitingen op de rest van de regio (zoals naar Heemstede en Zandvoort) en met de leefbaarheid, landschappelijke inpasbaarheid, innovaties en de verduurzaming van het HOV. In het vervolg op de studie wordt dit verder geconcretiseerd. In aanvulling op deze studie naar de potentie en mogelijkheden om het OVaanbod te vergroten, wordt gekeken naar manieren om de vraag naar OV te vergroten. Deze vraag kan enerzijds worden gestimuleerd door informeren en verleiden (bijv. door campagnes) en anderzijds door het OV vanzelfsprekender te maken ten opzichte van het maatschappelijk minder aantrekkelijker alternatief (de auto). Bijvoorbeeld door bij het bouwen van nieuwe woningen het OV een prominentere plek te geven in de planvorming dan de auto en/of het OV op andere manieren (relatief) aantrekkelijker te maken. Alleen door vraag en aanbod van OV met elkaar in evenwicht te brengen en zodoende de betaalbaarheid van het OV-systeem op peil te houden, is het mogelijk de potentie voor het OV die uit de HOV-studie komt in onze regio te verzilveren.

Strategische samenwerkingsagenda Bereikbaarheid & Mobiliteit – ZKL/IJmond en provincie Voor een effectievere samenwerking richting MRA/Rijk en ook tussen de provincie en regio is een strategische samenwerkingsagenda opgesteld. Deze samenwerkingsagenda is zowel gericht op een lijst met geprioriteerde projecten waar we regionaal aan werken als op een lijst met speerpunten voor de lobby naar andere noodzakelijke partners (MRA, Rijk). In de lijst met geprioriteerde projecten wordt de onderlinge samenwerking tussen de regiogemeenten en PNH weergegeven op basis van lopende programma’s/projecten en onderwerpen die nog opgestart moeten worden of extra aandacht zouden moeten krijgen De regio is bij al deze projecten betrokken, veelal met een vertegenwoordiger vanuit Haarlem. In de looptijd van dit werkplan worden op deze projecten uitkomsten en of voorbereidende besluiten verwacht die los van de uitwerking van de opgaven uit dit werkplan worden voorgelegd.

Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

24

8.

Samenhang acties en verdere uitwerking werkplan

Het is van belang de samenhang tussen de negen acties, die in dit werkplan zijn opgenomen, in beeld te houden. Soms zullen keuzes onvermijdelijk zijn. In dit laatste hoofdstuk van het werkplan wordt een schets gegeven van de raakvlakken die er tussen de acties onderling zijn, van de kansen en mogelijke bestuurlijke vraagstukken die zich daarbij voordoen en de afwegingen en keuzes die de raden vanuit het perspectief van de Zuid-Kennemer samenwerking hebben te maken. De botsproef, zoals de raden dit in de bijeenkomst van 19 mei 2021 benoemden. Bedacht moet worden dat het een vooruitblik op mogelijke toekomstige samenhangen betreft en geen overzicht van concrete afwegingen die nu al aan de orde zijn. De concrete uitwerking van de 9 acties bepaalt uiteindelijk waar, hoe en in welke mate een afweging ook daadwerkelijk aan de orde komt. Alle negen vanuit de hoofdopgaven benoemde acties hebben een onderlinge wisselwerking, waardoor ze elkaar versterken en/of met elkaar botsen en er mogelijk bestuurlijke of zelfs politieke keuzes moeten worden gemaakt. Hieronder zal die wisselwerking vanuit de raakvlakken worden geschetst. Dit geeft zeker geen compleet beeld, maar eerder een beeld op hoofdlijnen.

Overzicht acties per hoofdopgave Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023

25

Kansen De verschillende acties kunnen elkaar versterken, waardoor er koppelkansen ontstaan. De belangrijkste koppelkansen die we tussen de verschillende acties uit het Werkplan zijn: 1. Gebiedsgerichte aanpak NNN en stikstof en wonen: De beoogde gebiedsgerichte NNN- en stikstofaanpak is van belang voor het behoud van de natuurwaarden in de gebieden, maar biedt ook kansen voor een deel van de knelpunten bij de woningbouwopgave van de regio ZuidKennemerland. Het compenseren van de stikstofdepositie van woningbouwplannen bevordert de realisatie van de doelen uit het Woonakkoord (acties 5.1 en 5.2). 2. Duurzaamheid en wonen: De samenhang naar andere onderdelen zit in de uitvoering van bijvoorbeeld de ambities uit het MRA-programma circulaire economie. Inzet is gericht op een ombuiging naar een duurzame en energie neutrale regio. Deze onderdelen zijn geborgd in programma’s die nu al lopen, zoals bijvoorbeeld de Regionale Energiestrategie (RES). 3. Bereikbaarheid en duurzaamheid: Duidelijk is dat het huidige mobiliteitssysteem niet toekomstbestendig is, zowel niet voor de bereikbaarheid van onze regio als voor het bereiken van de andere doelen uit de agenda, zoals de verlaging van de co2-uitstoot. Wanneer we deze doelen willen bereiken, vraagt dit om een andere, meer integrale benadering van het mobiliteitssysteem.

Een systeem dat zorgt voor minder schadelijke uitstoot, minder vraag naar energie, minder belasting van het landschap, meer ruimte voor andere doelen en bovendien inspeelt op de klimaatverandering. Deze integrale benadering is de mobiliteitstransitie, waarbij in wordt gezet naar meer ruimte-efficiënte en minder klimaat- en energiebelastende vormen van mobiliteit (zoals lopen, fietsen en OV) en een betere benutting van het systeem (waarin ook de auto een substantiële functie heeft). Wanneer vol in wordt gezet op deze transitie, zoals met het genoemde regionale fietspadennetwerk (paragraaf 7.1), doorstaat deze aanpak op macroniveau de botsproeftest met de andere opgaven binnen de regio het best. 4. Landschap en bereikbaarheid: Voor het goed functioneren van het regionale fietsroutenetwerk is het wenselijk om een natuurgebied te doorkruisen, uiteraard met respect voor de natuurwaarden van het betreffende gebied. Dit stuit echter op het beschermingsregime van de Natura 2000-regelgeving. Overleg met het Rijk over de toepassing van deze regelgeving kan binnen deze afweging mogelijk ruimte bieden. 5. Bereikbaarheid en economisch profiel: In de regio ontbreekt de ruimte voor de aanleg van nieuwe wegen. Bedrijven zijn hier niet bij gebaat zijn, omdat goederenvervoer vooral over de weg plaatsvindt.

De mobiliteitstransitie zet in op nieuwe OV- en fietsverbindingen, waardoor relatief gezien meer ruimte beschikbaar komt op de weg voor o.a. het goederenvervoer. Hierdoor draagt de transitie ook bij aan de economie. 6. Duurzaamheid en economisch profiel: Specifiek vanuit de opgave duurzaamheid kan worden gewezen op de relatie naar bereikbare binnensteden en dorpskernen (een Economisch belang) en de wens om overlast van bestel- en vrachtwagens (een leefbaarheid of woonbelang) tegen te gaan. Verduurzaming van de bevoorrading en duurzame stedelijke distributiemaatregelen (voor zowel stad als dorp) kan vanuit deze samenhang meegenomen worden in de economische en bereikbaarheidsvisie. 7. Landschap en economie: De actie t.a.v. het Nationaal Park en de relatie met het Recreatiegebied Spaarnwoude is gericht op de spreiding van recreatief bezoek, waardoor er een balans is tussen het faciliteren van de (economisch belangrijke) recreatie enerzijds en het behoud en versterking van de natuurwaarden, biodiversiteit en cultuur(historische) waarden. 8. Vergroting nationaal park en stresstest klimaatadaptatie: In het werkplan is de actie stresstest en klimaatadaptatie Binnenduinrand (paragraaf 6.2) opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/1131/documents/16912