CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB26-47 Raadsinformatiebericht - Beantwoording vragen Warmteprogramma commissie ruimte 11 juni

Commissie Ruimte 17 september 2026, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 00: Nieuws2.186 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2 alinea's met “commissievergadering”: 1 5

pagina 1 van 5 Raadsinformatiebericht Collegevergadering: 25 augustus 2026 Onderwerp Raadsinformatiebericht: Beantwoorden vragen over de Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma Heemstede ☐ Ter informatie/update ☒ Beantwoording schriftelijke vragen ☐ Toezeggingen/actielijst commissie of raad ☐ Overige U krijgt antwoord op de vragen van D66, Pro Heemstede en HBB die u heeft ingediend op 11 juni 2026 tijdens de commissievergadering over de Uitgangspuntennotitie warmteprogramma Heemstede. D66 Heemstede: Lukt het met deze uitgangspunten om in 2040 de eerste wijk van het gas af te halen? Het aardgasvrij maken van een wijk kost minimaal tien jaar. Het is dus mogelijk om in 2040 de eerste aardgasvrije wijk in Heemstede te realiseren als we er op tijd mee starten. Er zijn belemmeringen waar de gemeente geen invloed op heeft. Netcongestie kan bijvoorbeeld vertraging veroorzaken als er geen nieuwe of zwaardere netaansluitingen kunnen worden geplaatst voor aardgasvrije warmteoplossingen. Vooralsnog verwacht TenneT dat netcongestie op het hoogspanningsnet nog zeker tot 2037 aanhoudt. Bij het opstellen van het warmteprogramma en de uitvoeringsplannen houden we rekening met netcongestie om toch tot uitvoering te kunnen komen.

Pro Heemstede: Kan aardwarmte worden meegenomen in de uitgangspuntennotitie als mogelijkheid voor verwarming in Heemstede? In de uitgangspuntennotitie wordt nog geen keuze gemaakt over de warmteoplossingen die toegepast kunnen worden. In het concept-warmteprogramma wordt een voorstel gedaan om per wijk een of meerdere oplossing(en) verder uit te werken. Om tot dit voorstel te komen worden per buurt warmteoplossingen onderzocht aan de hand van de uitgangspunten uit de uitgangspuntennotitie. Hier zal ook aardwarmte in worden meegenomen. Zaaknummer : 1382247 Team : Ruimtelijk Beleid Heemstede Portefeuillehouder : D. van den Berg Openbaarheid : Actief openbaar pagina 2 van 5 In het warmteprogramma maken wij onderscheid tussen twee vormen van warmte uit de ondergrond: bodemenergie en geothermie. Aardwarmte is hetzelfde geothermie.  Bodemenergie kan op (middel)grote en kleine schaal worden toegepast. Zo kunnen zowel individuele huizen als (delen van) buurten met bodemenergie verwarmd worden.  Geothermie kan alleen worden toegepast op (zeer) grote schaal. Het aanleggen van een geothermische installatie kost 15 tot 20 miljoen euro exclusief het aanleggen van het warmtenet. Daartegenover staat dat op zo’n bron duizenden tot wel tienduizenden woningen kunnen worden aangesloten. Geothermie zal daarom alleen op regionaal niveau worden onderzocht.

Na het vaststellen van het warmteprogramma starten wij met het opstellen van wijkuitvoeringsplannen. Hierin zullen specifieke warmtebronnen nader worden onderzocht op haalbaarheid en betaalbaarheid. Op dat moment zal ook specifiek gekeken worden naar bodemenergie en geothermie voor plekken waar dit kansrijk is. Voor geothermie is dit afhankelijk van de ontwikkelingen in de regio. HBB: Is het vaststellen van uitgangspunten een raadsbevoegdheid? Het vaststellen van een programma onder de Omgevingswet, zoals het warmteprogramma, is de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. De gemeenteraad is hiertoe niet bevoegd. Dit is vastgelegd in artikel 3.4 van de Omgevingswet. Het college en de gemeenteraad moeten wel rekening houden met elkaars taken en bevoegdheden en zo nodig afstemmen. De gemeenteraad kan kaders meegeven aan het college om rekening mee te houden bij het opstellen van het warmteprogramma. Dit kan op vier manieren gebeuren, het college heeft tot nu toe gebruik gemaakt van manier 1 en 2. Manier 4 zal bij het vaststellen van het concept-warmteprogramma worden toegepast: 1. Het college stelt de uitgangspunten vast met een collegebesluit en verzoekt de gemeenteraad om ideeën en suggesties. 2. De gemeenteraad stelt de uitgangspunten over de warmtetransitie vast in de Omgevingsvisie.

Het college moet hier rekening mee houden, bijvoorbeeld door hiernaar te verwijzen in het ontwerpbesluit van het warmteprogramma. 3. De gemeenteraad stelt kaders vast via een uitgangspuntennotitie met een raadsbesluit. Dit kan op verzoek van het college of aan de hand van een eigen initiatiefvoorstel. 4. Het college legt het concept-warmteprogramma voor aan de gemeenteraad in een raadsvoorstel, waarna de gemeenteraad eventuele wijzigingen, in de vorm van wensen en bedenkingen, kan voorstellen. De gemeenteraad neemt geen besluit over vaststelling van het warmteprogramma. De uitgangspunten zijn overgenomen uit de Omgevingsvisie en de Transitievisie Warmte Bij het opstellen van de uitgangspuntennotitie heeft het college rekening gehouden met de kaders die de gemeenteraad heeft vastgesteld in de Omgevingsvisie en de Transitievisie Warmte. Hiernaar is verwezen in zowel het besluit als de uitgangspuntennotitie zelf, deze verwijzing moet ook bij het vaststellen van het concept-warmteprogramma worden meegenomen. Het college geeft de gemeenteraad meerdere momenten om inbreng te leveren op het warmteprogramma Het college vond het onvoldoende om de uitgangspunten alleen op te stellen aan de hand van eerder vastgestelde kaders.

Om de gemeenteraad de gelegenheid te geven aanvullingen te doen op het voorstel van het college is ervoor gekozen om de commissie te vragen ideeën en suggesties mee te geven voor de uitgangspunten van het warmteprogramma. Tijdens de commissievergadering van 11 pagina 3 van 5 juni hadden de fracties de mogelijkheid om wijzigingen of aanvullingen mee te geven. Bij het vaststellen van het concept-warmteprogramma wordt de gemeenteraad gevraagd om wensen en bedenkingen mee te geven. Dit zal aan het begin van 2027 zijn. Beslis- en inspraakmomenten Voordat het warmteprogramma definitief wordt vastgesteld zijn er nog een aantal stappen te doorlopen. In dit proces kan de raad nog input meegeven bij het vaststellen van het concept- warmteprogramma of als reactie op de informatie uit de stand van zaken energietransitie.  Met de uitgangspunten wordt een concept-warmteprogramma opgesteld. De gemeenteraad kan wensen en bedenkingen meegeven op het concept-warmteprogramma voordat het ter inzage wordt gelegd (begin 2027)  Gedurende het proces om tot een warmteprogramma te komen worden ontwikkelingen regelmatig gedeeld in de stand van zaken energietransitie die vast op de agenda van de commissie ruimte wordt besproken.  Het concept-warmteprogramma wordt ter inzage gelegd. Op dit moment kunnen inwoners en belanghebbenden hun inbreng met de gemeente delen (2027).

 Op basis van het concept-warmteprogramma moet waarschijnlijk een plan milieueffect- rapportage procedure worden doorlopen. Hierin worden de milieueffecten van het programma nader in kaart gebracht. Dit kan ongeveer een jaar duren (2027).  Met de toevoegingen uit de milieueffectrapportage, de inbreng van inwoners en belanghebbenden en de inbreng van de gemeenteraad wordt het definitieve warmteprogramma opgesteld. Deze wordt vastgesteld door het college (2027). Rolverdeling gemeenteraad en college verder in het proces Hierboven is aangegeven dat het college als enige bevoegd is om het warmteprogramma vast te stellen. Het warmteprogramma is een eerste opzet om Heemstede aardgasvrij te maken. Hierin wordt per wijk de meest kansrijke oplossing beschreven. Deze opzet wordt daarna verder uitgewerkt in een wijkuitvoeringsplan. In de wijkuitvoeringsplannen wordt samen met inwoners en andere belanghebbenden onderzocht of de voorgestelde oplossing uit het warmteprogramma haalbaar en betaalbaar is. Om tot een wijkuitvoeringsplan te komen wordt intensief met de wijk geparticipeerd. Het uitvoeringsplan bevat de motivering en onderbouwing om het omgevingsplan te kunnen wijzigen. Het vaststellen van een wijkuitvoeringsplan is een collegebevoegdheid. Tot slot wordt de uitwerking van het plan vastgelegd in het omgevingsplan.

Om het omgevingsplan te wijzigen moet het plan voldoen aan kaders die worden vastgelegd in de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Het besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie kan nog aangepast worden, maar op dit moment zijn hierin kaders opgenomen op het gebied van (1) haalbaarheid en betrouwbaarheid, (2) het stellen van een redelijke termijn, (3) de kosteneffectiviteit en betaalbaarheid en (4) de gevolgen voor de energie-infrastructuur. In het omgevingsplan neemt de gemeente regels op wanneer en hoe een wijk van het aardgas afgaat. Deze regels zijn in het wijkproces besproken met de inwoners van de betreffende wijk. Het vaststellen of wijzigen van het omgevingsplan is een raadsbevoegdheid. pagina 4 van 5 HBB: Welke kaders zijn al vastgesteld? In de Omgevingsvisie zijn de uitgangspunten netbewust, ruimtelijke impact en duurzaamheid vastgesteld. Deze is door de raad op 6 november 2025 vastgesteld. 1. Netbewust: “In het kader van het beperken van netcongestie en het stimuleren van energie- efficiëntie is het wenselijk om zoveel als mogelijk over te gaan op een collectief warmtenetwerk. De haalbaarheid daarvan is afhankelijk van een aantal factoren, zoals bijvoorbeeld betaalbaarheid en bereidheid van de inwoners om hierop aan te sluiten. De keuze voor de startwijken zal worden gedaan in het in 2025 op te stellen warmteprogramma.

De gedetailleerde uitwerking van het warmteprogramma, en de haalbaarheid van de daarin geformuleerde uitgangspunten en ambities, zal gebeuren in de gebiedsuitvoeringsplannen (GUP).” (pagina 44) 2. Ruimtelijke impact: “We benutten tevens de kansen voor dubbel grondgebruik zo optimaal als mogelijk. […] We willen de fysieke leefomgeving in de gemeente daarom goed inrichten en gezond houden, zowel bovengronds als ondergronds. […] Er is een aantal netwerken in de ondergrond dat van vitaal belang is voor het goed kunnen functioneren van onze maatschappij: waterleidingen, gasleidingen, elektriciteitskabels, warmtenetwerken, rioleringen, etc. Ontwikkelingen in de ondergrond kunnen elkaar beïnvloeden. Zo kan de aanleg van een warmtenet invloed hebben op de temperatuur en dus de kwaliteit van drinkwater. En we bouwen op en in de grond. Wat boven de grond gebeurt, heeft ook gevolgen onder de grond. Verschillende soorten van ondergronds ruimtegebruik zitten elkaar steeds vaker in de weg. Denk bijvoorbeeld aan […] een warmtenet dat wordt aangelegd […].” (pagina 42) “De ambitie om een collectief warmtenetwerk aan te leggen en de problematiek rondom netcongestie (zoals de verzwaring van het elektriciteitsnetwerk door elektrisch rijden en warmtepompen) leiden tot meer bouwwerken in de openbare ruimte.” (pagina 44) 3.

Duurzaamheid: “Vanuit de vijf thema’s: energietransitie, […] zijn wettelijke doelen bepaald. Het gaat hierbij om reductie van CO2, […]. Deze doelen zijn zo meetbaar mogelijk gemaakt en acties die bijdragen aan de diverse doelen worden uitgevoerd.” (pagina 42) “Conform de naar verwachting in 2025 in te voeren Wet gemeentelijke instrumenten Warmtetransitie (Wgiw) moet het warmteprogramma elke vijf jaar worden vastgesteld. Voor Heemstede betekent dat vóór 31 december 2026. In het warmteprogramma wordt beschreven in welke gebieden en met welke warmteoplossing de komende tien jaar gewerkt wordt aan de transitie naar een duurzame warmtevoorziening vóór 2050. Het tastbare resultaat is een strategisch visiedocument voor een meerjarige programmatische aanpak, waarin alternatieve bronnen voor aardgas inzichtelijk worden gemaakt en waarin de stappen en de volgorde worden beschreven om te komen tot een aardgasvrije gebouwde omgeving.” (pagina 44) Transitievisie Warmte vastgesteld op 25 november 2021 Naast de Omgevingsvisie zijn eerder uitgangspunten vastgesteld in de Transitievisie Warmte (TVW). De uitgangspunten Betaalbaarheid, Keuzevrijheid, Duurzaamheid en Handelingsperspectief zijn overgenomen uit de TVW, die is vastgesteld door de gemeenteraad. De TVW komt niet automatisch te vervallen met het vaststellen van het warmteprogramma, alleen de status ervan verandert.

Zolang de gemeenteraad de oude TVW niet formeel heeft ingetrokken, blijft deze juridisch bestaan naast het nieuwe warmteprogramma. pagina 5 van 5 Uitgangspunten betaalbaarheid en keuzevrijheid worden vastgesteld in de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). De uitgangspunten betaalbaarheid en keuzevrijheid zijn naast het vastleggen in de TVW ook wettelijk vastgelegd in de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) als voorwaarde voor het gebruikmaken van de aanwijsbevoegdheid.  Betaalbaarheid: In de Wgiw wordt vastgesteld dat voor de optie met de laagste nationale kosten moet worden gekozen. Hier kan alleen onderbouwd van worden afgeweken.  Keuzevrijheid: De opt-out mogelijkheid wordt vastgelegd in de Wgiw. Dit betekent dat inwoners altijd de mogelijkheid hebben om niet in te gaan op het aanbod van de gemeente/het warmtebedrijf en op een eigen manier hun huis duurzaam mogen verwarmen. Daarnaast staan in het klimaatakkoord, de omgevingswet, de Awb, de Wgiw en in ons eigen beleid regels over participatie. Inwoners moeten de mogelijkheid krijgen om mee te praten over de warmtetransitie in hun buurt. De kaders voor het gebruiken van de aanwijsbevoegdheid worden vastgelegd in de Wgiw.

Met de aanwijsbevoegdheid kunnen gemeenten vanuit hun regierol gebieden aanwijzen die binnen een bepaalde termijn aardgasvrij moeten worden en overgaan op een duurzame warmtevoorziening. Met het inzetten van deze bevoegdheid worden grote maatschappelijke kosten voorkomen die kunnen ontstaan door de instandhouding van slechts 1 of meerdere gasaansluitingen in een wijk of buurt. In het warmteprogramma wordt de mogelijkheid om de aanwijsbevoegdheid te gebruiken vastgelegd. Het concept-warmteprogramma gaat begin 2027 langs de gemeenteraad voor wensen en bedenkingen. De kaders voor het gebruiken van de aanwijsbevoegdheid worden wettelijk vastgelegd, deze komen deels overeen met de uitgangspunten waarop het warmteprogramma is gebaseerd. De juridische grondslag voor de aanwijsbevoegdheid is neergelegd in het wetsvoorstel van de Wgiw. De grondslagen in de Wgiw worden verder uitgewerkt in lagere uitvoeringsregelgeving: het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw). Het Bgiw is een concept algemene maatregel van bestuur (AMvB). Het Bgiw werkt de aanwijsbevoegdheid verder uit door onder andere waarborgen te stellen waaraan gemeenten moeten voldoen voordat ze de aanwijsbevoegdheid kunnen inzetten. Voor het inzetten van de aanwijsbevoegdheid gelden een aantal juridische en niet-juridische waarborgen.

Zo moet je als gemeente onder andere:  rekening houden met de haalbaarheid en betaalbaarheid van de aanpak voor bewoners en gebouweigenaren;  aantonen hoe je inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen hebt betrokken bij de voorbereiding van de wijziging van het omgevingsplan (participatie) en rekening hebt gehouden met de mogelijkheden van bewoners in de wijk om mee te doen;  zorgen voor een redelijke termijn tussen het aanwijzen van een gebied en het daadwerkelijk overgaan op de duurzame warmtebron. De richtlijn hiervoor is 8 jaar. De termijn wordt opgenomen in het omgevingsplan;  rekening houden met de mogelijkheid dat een gebouweigenaar een eigen aardgasvrij, duurzaam alternatief kan kiezen. Gebouweigenaren zijn immers niet verplicht om de voorkeursoptie van de gemeente te volgen. Deze keuzevrijheid heet de opt-out.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/3224/documents/47337