Rekening 2020 jaarstukken 2020.pdf
Tekst van het document
Kans
p.m.
Impact
De begroting van Paswerk 2020 (o.b.v. de septembercirculaire 2018) laat ten opzichte van de rijksbijdrage Integratie-uitkering Participatie WSW deel een tekort voor Heemstede zien van € 28.000 in 2020, € 65.000 in 2021, € 505.000 in 2022 en € 34.000 in 2023. Hierbij moet worden vermeld dat Paswerk de rijksbijdragen naar boven heeft bijgesteld met de indexering van de loonkosten WSW. In de begroting van 2019 werd deze werkwijze nog niet gevolgd en werd de Integratie-uitkering Participatie (WSW deel) geheel niet geïndexeerd. De in de begroting van Paswerk getoonde tekorten geven dus een voorlopige inschatting. In de begroting van Heemstede zijn de cijfers geactualiseerd o.b.v. de meicirculaire 2019. De tekorten die in de begroting zijn verwerkt bedragen € 39.000 in 2020, € 88.000 in 2021, € 98.000 in 2022 en € 106.000 in 2023. Bij elke rijkscirculaire zullen de tekorten worden geactualiseerd. Uitgaande van een kans op een extra jaarlijks tekort Paswerk van € 1 miljoen, betekent voor Heemstede een extra tekort op de WSW van € 80.000. Gelet op de beschikbare bestemmingsreserve sociaal domein (v/h reserve decentralisaties Wmo en Jeugdwet) wordt in deze paragraaf er van uitgegaan dat geen aanvullende dekking uit de algemene reserve noodzakelijk is. Het risico wordt als p.m. aangemerkt.
Voorgedaan risico
Geen
3. Algemene uitkering: herijking gemeentefonds Omschrijving
Integratie sociaal domein Bij de meicirculaire 2018 zijn de integreerbare delen van de integratie-uitkeringen sociaal domein met ingang van 2019 opgegaan in de algemene uitkering en maken daarmee deel uit van de ‘trap-op-trap-af systematiek. Er zijn bij deze operatie 26 maatstaven aan de algemene uitkering toegevoegd. De herverdeeleffecten worden opgeheven door introductie van een suppletie-uitkering. Heemstede heeft een klein voordeel en wordt gekort d.m.v. een negatieve suppletie-uitkering van € 29.000. Voor de nog niet integreerbare taken zoals de WSW, re-integratie nieuwe doelgroepen, Wmo beschermd wonen en Jeugdwet voogdij/18+ zijn nieuwe integratie-uitkeringen gekomen. De verwachting is dat deze nog niet integreerbare taken sociaal domein uiterlijk 2021 opgaan in de algemene uitkering. Herijking gemeentefonds Ook werken de fondsbeheerders samen met de VNG aan een herijking van de verdeling van het gemeentefonds. In maart 2019 is het traject een volgende fase ingegaan en worden in een onderzoek voorstellen ontwikkeld voor een nieuwe verdeling van de gemeentefondsclusters. Bij overheveling van gelden tussen de clusters naar de gemeenten zal sprake zijn van herverdeeleffecten. Invoering van de nieuwe verdeling is voorzien in 2021. Het is nu nog niet aan te geven of het herverdelingseffect voor Heemstede positief of negatief uitvalt.
Kans
Rekening 2020
Laag
Paragraaf 2
92
Impact
Gemeenten worden gecompenseerd voor het meerdere boven een nadeel van € 15 per inwoner per jaar. Het risico bedraagt theoretisch maximaal € 400.000 per jaar (cumulatief). In het kader van het weerstandsvermogen wordt gerekend met een maximaal risico van € 400.000 per jaar. Dit betekent vanaf 2021 een berekend risico van 12,5% (laag risico) van € 1.200.000 ofwel € 150.000.
Voorgedaan risico
Geen
4. Investeringsprojecten Omschrijving
De gemeente loopt risico bij de investeringsprojecten.
Kans
Gemiddeld
Impact
Uitgaande van een gemiddeld investeringsbedrag van € 1.221.000 voor grote projecten (bruto krediet > € 500.000), waarbij het risico zich in de komende 4 jaar één keer voordoet, wordt het risico berekend op 37,50% hiervan. Ook de IHP investeringen zijn hierbij betrokken. Het berekend incidenteel risico komt daarmee op afgerond € 458.000.
Voorgedaan risico
Geen
5. Garantiestelling leningen Omschrijving
De gemeente staat garant voor een aantal leningen, die onder andere aan College Hageveld, sportverenigingen en gezondheidsinstellingen zijn verstrekt. Hoewel jaarlijks de begrotingen en jaarrekeningen worden beoordeeld, loopt de gemeente financieel risico doordat zij aangesproken kan worden door een geldverstrekkende instantie. In de bijlagen is een overzicht opgenomen (overzicht gewaarborgde geldleningen) waarin de gegarandeerde geldleningen zijn weergegeven. Het bedrag van de gegarandeerde geldleningen waarvoor de gemeente Heemstede garant staat (zonder de leningen die zijn overgenomen door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw) bedraagt volgens dit overzicht (F2) per 31 december 2020 € 7,4 mln.
Kans
Laag
Impact
De kans dat een vereniging of instelling niet aan de verplichtingen kan voldoen, wordt op basis van de historie praktisch nihil geschat. Het risico wordt derhalve gekenmerkt als “laag”. Het gemiddelde bedrag per lening, waarvoor de gemeente garant staat, bedraagt € 1.417.000. Er wordt van uitgegaan dat in de komende 4-jaarsperiode één incident kan plaatsvinden. Uitgaande van een laag risico wordt het incidentele risico geschat op 12,50% van € 1.417.000 ofwel € 177.000.
Voorgedaan risico
De gemeente is niet aangesproken voor wanbetaling van één van de gegarandeerde geldleningen.
6. Veiligheidsregio Kennemerland (VRK) Omschrijving
Rekening 2020
VRK is sinds 2008 één van de 25 veiligheidsregio’s in Nederland. De gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Uitgeest, Velsen en Zandvoort vormen samen met de hulpdiensten de veiligheidsregio. Op basis van het aantal inwoners maakt de gemeente Heemstede 4% uit van het totaal. Bij financiële tekorten zal Heemstede voor dit percentage worden aangesproken. Het totale weerstandsvermogen van VRK is € 3,4 miljoen. Daarvan moet VRK 70% aanhouden en de gemeenten 30%. Per balansdatum 2019 heeft VRK heeft een eigen weerstandscapaciteit van € 2,3 miljoen. Dit bedrag kan worden opgevangen via de post onvoorzien van € 0,5 miljoen en de aanwezige reserve van € 1,8 miljoen. BDO Audit & Assurance B.V. heeft over 2018 een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven.
Paragraaf 2
93
Kans
Laag
Impact
Het risico wordt beoordeeld als laag gelet op de financiële positie met betrekking tot het weerstandsvermogen van de VRK. Berekening vindt plaats aan de hand van de gemeentelijke bijdrage in 2020 aan de VRK. Uitgaande van een laag risico wordt de benodigde weerstandscapaciteit berekend op 12,5% van € 2.335.000 en is € 292.000.
Voorgedaan risico
Geen
7. Renteontwikkeling Omschrijving
De renteontwikkeling is een onzekere en niet te beïnvloeden factor.
Kans
Laag
Impact
Uitgaande van een gemiddeld investeringsbedrag voor de komende 4 jaar van € 6,5 miljoen en een afwijkend rentepercentage van 1% kan het risico worden berekend op € 44.000. Dit betekent voor 4 jaar een maximaal risico van € 260.000. Uitgaande van een laag risico kan het incidentele risico worden bepaald op € 33.000 (12,50% van € 260.000).
Voorgedaan risico
Geen
8. Rijksbelastingen Omschrijving
De fiscus heeft aangegeven dat zij de gemeente beoordeelt op het Tax Control Framework (TCF). Concreet houdt dit in, dat de eigen audits van de gemeente en de controles die daarin uitgevoerd worden moeten overeenstemmen met de eisen die de fiscus daar aan stelt. De gemeente heeft zich daar ook aan geconformeerd in de overeenkomst voor Horizontaal Toezicht met de fiscus. De fiscus kan daarnaast op eigen initiatief een controle (boekenonderzoek) uitvoeren. In principe vindt dit eens in de vijf jaar plaats. Gezien de door de fiscus gehanteerde systematiek (euro-steekproef), leidt een kleine fout al tot een hoge correctie. Een audit moet dergelijke fouten zoveel mogelijk ondervangen. BTW Van de meeste uitgaven die de gemeente als overheid doet, kan de betaalde BTW deels of geheel gedeclareerd worden bij het BTW compensatiefonds (BCF). Daarnaast kan de gemeente ook de BTW die zij als ondernemer betaalt in vooraftrek brengen (fiscale BTW). Hoewel er jaarlijks diverse controles op de juistheid van de Btw-afdracht en declaraties bij het BTW compensatiefonds plaatsvinden, kan een boekenonderzoek tot een naheffingsaanslag leiden. De kans op een boekenonderzoek door de belastingdienst is altijd aanwezig. Dit kan resulteren in een naheffingsaanslag. In 2020 is geen sprake geweest van een boekenonderzoek door de belastingdienst.
Wel is de gemeente gestart met een eigen boekenonderzoek over 2019 (interne audit). Daarnaast is op basis van recente jurisprudentie BTW over re-integratie 2015 tot en met 2019 teruggevraagd. Dit heeft tot een voordeel van € 156.000 geleid die betrokken wordt bij de algemene middelen. In 2020 heeft het ministerie van financiën het besluit genomen het inzamelen, monitoren en registreren van verpakkingsmateriaal te bestempelen als diensten aan derden (namelijk aan de verpakkingsindustrie). Als gevolg hiervan wordt een deel van de BTW op afval in de ondernemerssfeer gebracht en kan er minder compensabele BTW worden doorberekend in de afvalstoffenheffing. Dat laatste vormt een toekomstig nadeel voor de gemeente. Dit besluit is ingevoerd met terugwerkende kracht vanaf 2015. De gemeente Heemstede heeft zich aangesloten bij een bezwaarprocedure tegen dit besluit (collegebesluit, D-stuk). Vennootschapsbelasting Op 1 januari 2016 is de vennootschapsbelastingplicht voor publieke organisaties ingevoerd. De Wet op de vennootschapsbelasting (Vpb) is zo aangepast dat overheden ook belast kunnen worden voor economische activiteiten die ook door private ondernemingen (kunnen) worden uitgevoerd. Door deze wetswijziging vallen activiteiten waarvoor
Rekening 2020
Paragraaf 2
94
gemeenten als ondernemer optreden onder de Vpb. De gemeente heeft de gevolgen van de vennootschapsbelastingplicht in beeld gebracht. Op grond van uitgevoerde fiscale scans en berekeningen is vanaf 2016 het standpunt dat de gemeente niet onderworpen is aan vpb-heffing. De gemeente is dus vooralsnog niet belastingplichtig en daarom wordt het risico voor wat betreft Vpb op p.m. gewaardeerd. Kans
Laag
Impact
Het financiële risico wordt beoordeeld aan de hand van de totaal gedeclareerde BTW over 2018 bij het BTW compensatiefonds en de in 2018 als ondernemer in vooraftrek genomen BTW op aangifte. De BCF declaratie over 2018 bedroeg € 2.921.000 en de in vooraftrek genomen fiscale BTW bedroeg € 526.000. Het totale bedrag komt daarmee op € 3.447.000 wat bij een laag risico van 12,5% neerkomt op afgerond € 431.000.
Voorgedaan risico
Er is geen boekenonderzoek geweest. Wel heeft het hiervoor omschreven besluit van het Ministerie van Financiën voor de inzameling van verpakkingsmateriaal tot naheffingen geleid met terugwerkende kracht vanaf 2015. Over deze naheffingen werd € 10.100 aan rentekosten berekend. De naheffing zelf betrof een budgettair neutrale verschuiving tussen compensabele BTW en BTW als ondernemer.
9. Dividenduitkeringen Omschrijving
Dividenduitkeringen zijn door hun aard onderhevig aan onzekerheid. De dividenduitkeringen over 2019, te ontvangen in 2020, worden in deze begroting geraamd op € 1.551.200 (Eneco € 612.800, Stedin € 437.500, Meerlanden € 152.200 en BNG € 348.700).
Kans
Laag
Impact
Uitgaande van een laag risico wordt het risico berekend op afgerond € 194.000 (12,5% van € 1.551.200).
Voorgedaan risico
In 2020 is € 1.246.000 aan dividenduitkeringen ontvangen. BNG € 55.000, Meerlanden € 118.700, Stedin € 459.500 en Eneco € 612.800. Inclusief begrotingswijzigingen was er € 1.355.900 geraamd. Dat betekent dat er € 109.900 minder is ontvangen. Conform de voorjaarsnota 2020 was de dividendopbrengst 2019 van de BNG gesteld op € 156.000. Op 15 december jl. heeft de Europese Centrale Bank (ECB) de banken aanbevolen om tot 30 september 2021 af te zien van dividenden of deze te beperken. BNG Bank heeft besloten gebruik te maken van de ruimte die de ECB biedt en een bedrag van circa EUR 25 miljoen aan dividend over 2019 uit te keren (ongeveer EUR 0,45 per aandeel). Het uit te keren bedrag is slechts een deel van het door aandeelhouders op 16 april 2020 goedgekeurde dividend over 2019. Het resterende bedrag (EUR 46 miljoen) blijft gereserveerd voor uitkering. De uitkering van dit restant zal op basis van de ECBaanbeveling niet vóór 30 september 2021 plaatsvinden en is onderworpen aan mogelijke toekomstige aanbevelingen van de ECB. Rekening wordt gehouden met een dividendopbrengst van € 55.000.
10. Niet verhaalbare planschades Omschrijving
Hoewel ten behoeve van de afhandeling van claims inzake planschades met succes een beroep op externe expertise kan worden gedaan, blijven de uitkomsten van mogelijke procedures en risico's een onzekere factor. Nu de wet uitdrukkelijk de mogelijkheid biedt planschadeovereenkomsten aan te gaan, wordt dit ook standaard gedaan, waardoor de risico's tot een minimum beperkt blijven. Door het aangaan van een planschadeovereenkomst neemt de initiatiefnemer het risico van de planschade op zich.
Kans
Laag
Rekening 2020
Paragraaf 2
95
Impact
Uitgaande van een laag risico en een claim van € 100.000 in 4 jaar wordt het incidentele risico berekend op afgerond € 13.000 (12,50% van € 100.000).
Voorgedaan risico
Geen
11. APPA voor bestuurders en voormalig bestuurders Omschrijving
De APPA (Algemene pensioenwet Politieke ambtsdragers) biedt politieke ambtsdragers de mogelijkheid om het reeds opgebouwde pensioen aan de gemeente over te dragen. De gemeente heeft deze taak ondergebracht bij een pensioenverzekeraar, maar blijft wel het risico dragen. Als het behaalde rendement niet overeenkomt met het benodigde rendement, moet de gemeente bijbetalen om het benodigde eindkapitaal veilig te stellen.
Kans
p.m.
Impact
De mate waarin extra gestort moet worden voor verplichtingen binnen de APPA verzekering is afhankelijk van meerdere factoren. De berekening wordt eenmaal per jaar, namelijk bij het opmaken van de jaarrekening, gemaakt. Dan wordt met actuariële berekeningen bekeken hoeveel kapitaal benodigd is om aan alle toekomstige verplichtingen te voldoen. De uitkomst is afhankelijk van de waardeontwikkeling van de beleggingsportefeuille van de verzekeraar, de mutaties in het achterliggende jaar en de te hanteren rekenrente (wordt jaarlijks door het Rijk vastgesteld.) Dit risico is op dit moment dus niet goed te kwantificeren en wordt daarom p.m. opgenomen.
Voorgedaan risico
Geen
12. Decentralisaties overheidstaken sociaal domein Omschrijving
Per 1-1-2019 worden de taken sociaal domein vergoed via de algemene uitkering. In de jaren 2015 tot en met 2018 ontvingen gemeenten via de integratie-uitkeringen sociaal domein gelden van het Rijk voor uitvoering van de taken van de decentralisaties Wmo, Jeugdwet en Participatiewet. In de begroting van Heemstede werden deze gelden 1 op 1 geoormerkt voor het sociaal domein. Met ingang van 2019 is een groot deel van de integratie-uitkeringen overgeheveld naar de algemene uitkering. Het 1 op 1 oormerken van de rijksmiddelen is vanaf dat moment niet meer mogelijk. Want vanaf 2019 wordt ook op dit onderdeel de zogenoemde “trap-op-trap-af-systematiek” van toepassing. Dit betekent dat dit deel van de uitkering meebeweegt met de omvang van de rijksuitgaven. Gemeenten hebben vier jaar ervaring (2015-2018) met de uitvoering van de (nieuwe) taken in het kader van het sociaal domein. Vanaf 2020 zijn de budgetten sociaal domein geraamd op basis van de eigen ervaringscijfers over de afgelopen vier jaar. De financiële consequenties hiervan zijn verwerkt in programma 6 Sociaal domein.
Kans
p.m.
Impact
Conform de nota reserves en voorzieningen 2019 is door de gemeenteraad de minimaal vereiste omvang van de reserve sociaal domein gesteld op € 2,8 miljoen. De reserve sociaal domein bedraagt per 31 december 2020 € 3,69 miljoen. Het verschil van € 0,9 miljoen ten opzichte van de buffer bestaat enerzijds uit toekomstige verplichtingen op grond van eerder genomen raadsbesluiten van in totaal € 550.000 en anderzijds uit de extra rijksgelden 2019 Jeugdwet (€ 350.000). Gezien de beschikbare bestemmingsreserve wordt in deze paragraaf er van uitgegaan dat geen aanvullende dekking uit de algemene reserve noodzakelijk is. Het risico wordt als p.m. aangemerkt.
Voorgedaan risico
Geen
Rekening 2020
Paragraaf 2
96
13. Open einde regeling Participatiewet-inkomensdeel, IOAW en IOAZ Omschrijving
Voor de WWB, IOAW, IOAZ en Bbz wordt door het Rijk een specifieke uitkering verstrekt. De bijstandsbudgetten worden verdeeld via een nieuw objectief verdeelmodel. Voor kleinere gemeenten maakt naast deze objectieve verdeling ook nog een historische component onderdeel uit van de verdeling. De huidige gedragslijn is dat het verschil tussen de bijstandskosten en bijdrage van het Rijk in de bijstandskosten wordt verrekend met de reserve Participatiewet inkomensdeel, IOAW, IOAZ en Bbz. Als de reserve niet toereikend is om de toekomstige bijstandskosten te kunnen verevenen zal het tekort ten laste van de algemene middelen gebracht. Op basis van recente cijfers over het aantal bijstandscliënten en de rijksuitkering is voor 2020-2023 jaarlijks een voordelig resultaat geraamd van € 172.000, wat volgens de huidige gedragslijn zal worden toegevoegd aan deze reserve. Hierdoor zal geen beroep meer worden gedaan op de algemene middelen. Uitgaande van deze begrotingscijfers zal Heemstede ook geen beroep hoeven te doen op de vangnetregeling. Deze regeling voorziet in een compensatie van 50% voor tekorten tussen de 7,5% en de 12,5% en volledige compensatie voor tekorten boven de 12,5%. Op basis hiervan zal het tekort nooit hoger kunnen zijn dan jaarlijks ca. € 350.000.
Kans
Laag
Impact
Uitgaande van de huidige vangnetregeling kan het maximale tekort jaarlijks € 350.000 bedragen. De reserve Participatiewet inkomensdeel, IOAW, IOAZ en Bbz bedraagt per 31 december 2020 € 500.000. Dit betekent voor de komende 4 jaar een risico van maximaal € 900.000 (4 x € 350.000 minus € 500.000). Bij de huidige economie is de kans op hogere bijstandsaantallen ingeschat op laag. Uitgaande van een laag risico van 12,5% bedraagt het incidentele risico € 113.000.
Voorgedaan risico
Geen Het voordelig resultaat 2020 bedraagt € 175.000.
14. Omgevingswet Omschrijving
De inwerkingtreding van de omgevingswet is uitgesteld tot 1 januari 2022. De gemeente bereidt zich voor op invoering. Onder de Omgevingswet wordt de categorie vergunningvrij bouwen aanzienlijk uitgebreid. Dat betekent dat er minder omgevingsvergunningen worden verleend en de legesopbrengst daarmee evenredig afneemt. Op dit moment is nog geen inschatting te maken met welk percentage de legesopbrengst zal afnemen. Onder de Wabo kan ook al ruim vergunningvrij worden gebouwd. De regelgeving rond vergunningvrij bouwen is tamelijk complex. Vanuit het oogpunt van dienstverlening wordt veel tijd gestoken in het informeren van inwoners wat er vergunningvrij mag worden gebouwd. De verwachting is dat het vergunningvrij bouwen onder de Omgevingswet nog complexer wordt. Het verruimen van het vergunningvrij bouwen zal niet leiden tot een kleinere formatie.
Kans
p.m.
Impact
p.m.
Voorgedaan risico
Geen
15. Afval Energie Bedrijf (AEB) Omschrijving
Rekening 2020
Het Afval Energie Bedrijf Amsterdam (AEB) heeft problemen met achterstallig onderhoud en veiligheid. Hierdoor zijn in juli 2019, 4 van de 6 productielijnen tijdelijk stilgelegd. De financiële positie was al wankel en hierdoor is AEB in directe financiële problemen gekomen. De gemeente Heemstede heeft een rechtstreeks contract met AEB voor de
Paragraaf 2
97
nascheiding en verbranding van restafval. Voor de korte termijn, is de verwerking van ons restafval geborgd. Voor de lange termijn blijft dit echter onzeker en is dus een (financieel) risico. Absolute prioriteit is en blijft het afvoeren en de verwerking van ons restafval te garanderen, zo nodig naar een andere locatie. Dit zal mogelijk leiden tot hogere transporten verwerkingskosten. Kans
Hoog
Impact
Het maximale risico bedraagt tussen € 150.000 en € 400.000 (ontstaan door hogere verwerkingskosten per ton en mogelijk extra transportkosten). Bij het bepalen van het risico is uitgegaan van de gemiddelde mogelijke extra kosten ad. € 275.000 ( [€ 150.000 + € 400.000] / 2). Bij een hoog risico van 62,5% komt dat neer op een bedrag van afgerond € 172.000.
Voorgedaan risico
In het jaar 2020 is de situatie AEB aangepast en in controle gekomen. Dus in 2020 was dit risico er nog wel (deels). Voor 2021 is dit risico er niet meer. Aandachtspunt blijft de (markt)ontwikkeling van de tarieven van verwerken restafval.
16. Overige risico’s Omschrijving
Alle overige risico’s zijn te beperkt van omvang om ze apart te berekenen en toe te lichten.
Kans
Laag
Impact
Hiervoor worden 10 risico’s van € 50.000 met een laag risico geraamd. Uitgaande van een laag risico (12,5%) bedraagt het incidentele risico € 63.000.
Voorgedaan risico
Geen
Rekening 2020
Paragraaf 2
98