Grondwaterbeleidsplan gemeenten Bloemendaal en Heemstede 2022-2026.pdf
Tekst van het document
5.2 Voorkomen bij nieuwbouwontwikkelingen 5.2.1 Nieuwbouw: kans! De grondwatersituatie wordt in belangrijke mate beïnvloed in de fase van bouwrijp maken en heeft een belangrijk effect op het leefgenot in de wijken. Daarnaast wordt de grondwatersituatie in de gebruiksfase (bewoond) beïnvloed door de gebruiksfuncties en het verhardingspercentage. Wanneer meer regenwater de grond in kan zakken, wordt het grondwatersysteem ook meer gevoed. Keuzes in verhardingstypen van openbaar terrein, type beplanting en de manier waarop bewoners hun percelen inrichten hebben op deze manier invloed op de grondwatersituatie. datum referentie
26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101
P 30/49
Nieuwbouwlocaties bieden mogelijkheden om de omgeving aan te passen aan de lokale situatie. De omgeving kan bijvoorbeeld zodanig worden ontwikkeld dat een hoge of lage grondwaterstand niet tot overlast of droogteschade leidt of kansen biedt voor bijvoorbeeld natte natuur. We hebben de ambitie om klimaatbestendige nieuwbouw vanzelfsprekend te maken. Bij nieuwbouw grijpen we dus de kans om de omgeving aan te passen aan de grondwatersituatie en anderszins om de grondwatersituatie te verbeteren. We besteden bij nieuwbouw aandacht aan het grondwater. Dat is niet alleen nodig om grondwaterproblemen in de beheerfase te voorkomen en daarmee onnodige investeringen en onrust onder bewoners te voorkomen, maar ook omdat het conform de Waterwet wettelijk verplicht is.
5.2.2
Richtlijnen ten aanzien van bouwrijp maken
De gemeenten streven ernaar om nieuwbouw en de inrichting van de openbare ruimte zoveel mogelijk bestand te maken tegen de lokale hydrologische situatie binnen de gemeenten Bloemendaal en Heemstede en de gevolgen van klimaatverandering (hevige neerslag, toename van kwel, droogte) en maaivelddaling. Er is dan sprake van een duurzame en klimaatbestendige wijze van het bouwrijp maken. Dit heeft onder meer de volgende betekenis: onderbouwen welke grondwaterstanden en -fluctuatie passen bij de perceelfuncties en welke streefwaarden voor de grondwaterstand (maximale en minimale waarden) ten opzichte van maaiveld, kruipruimtebodems, vloerpeilen, oppervlaktewaterpeil, weg-as, et cetera van toepassing zijn; bij voorkeur omgeving plangebied aanpassen aan hoge en lage grondwaterstanden en zettinggevoelige bodem, dit is duurzamer (zoals kruipruimteloos bouwen, vochtbestendigde beplanting, robuuste wegfundering, afkoppelen van hemelwater, et cetera); methode voor bouwrijp maken kiezen die maaivelddaling beperkt, bijvoorbeeld goed voorbelasten, lichte materialen toepassen, fluctuatie grondwaterstand beperken via drainage-infiltratie; mogelijk tijdelijk water tot aan maaiveld in groenstroken moeten accepteren; bij voorkeur ophogen van het maaiveld (ondanks enigszins hogere investeringskosten toch overwegen en afzetten tegen lage/geen beheerkosten), waarbij het water van het opgehoogde
perceel niet op de omgeving wordt afgewenteld; zoveel mogelijk oppervlaktewater binnen de plangebieden realiseren in plaats van grote plassen aan de rand; overleg met waterschap over benodigde peilaanpassingen en (indien nodig) mogelijkheden voor de afvoer van drainagewater met voldoende laag instelniveau in de winter, net als aanvoer van oppervlaktewater in de zomer. Hierbij is de relatie met kwel/kwantiteit, verdroging, mogelijkheden voor flexibel peilbeheer belangrijk; benutten kansen afvoer via de bodem; grondverbetering / doorlatendheid ophooglaag; et cetera.
datum referentie
26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101
P 31/49
In een duurzaam en klimaatbestendig te ontwikkelen gebied is het niet vanzelfsprekend dat een drainage- of infiltratiesysteem wordt aangelegd. De wijze van bouwrijp maken en hiermee het toekomstige grondwaterbeheer dient in de eerste laag van de ruimtelijke ordening te worden bepaald (in een vroeg stadium). Een grondwateranalyse dient nadrukkelijk te worden opgenomen in het watertoetsproces. Als standaard onderdeel van de voorbereiding van nieuwbouw wordt conform paragraaf 5.3. en Leidraad Riolering Module C2500 grondwateronderzoek verricht.
5.2.3 5.2.4
Streefwaarden ontwatering bij bouwrijp maken
De streefwaarden voor de grondwaterstand in de openbare ruimte zijn afhankelijk van de inrichting van de nieuwbouw en worden daarom per ontwikkeling vastgesteld. De vloerconstructies van nieuwbouwwoningen wordt in toenemende mate dikker vanwege isolatie. Indien het maaiveld niet wordt opgehoogd, komt de kruipruimte hierdoor steeds dieper te liggen ten opzichte van de (grond)waterstand. Om kruipruimtes in dat geval droog te houden (hetgeen overigens niet per se hoeft uitgaande van het Bouwbesluit), is een ontwateringsdiepte van meer dan 1 m nodig. Een dergelijk grote ontwateringsdiepte is ongewenst in verband met zettingen en het onnodig afvoeren van grondwater en daarmee het belasten van het watersysteem. Zeker wanneer het een inbreiding betreft, en er in de omgeving oudere bebouwing met kwetsbare funderingen of kelders aanwezig is. Uitgangspunt is dat in beginsel geen drainage wordt toegepast indien de ontwateringsdiepte groter is dan 0,7 m. Afkoppelen en infiltreren van regenwater is kansrijk bij zandige ondergrond met een ontwateringsdiepte (bij klimaatverandering) van meer dan 1,5 m (zie ook paragraaf 5.4) of op plekken met een kleinere ontwateringsdiepte inzien onderzoek heeft uitgewezen dat dit geen problemen oplevert (ook in de toekomst). Verder zijn de doelmatigheidsoverwegingen uit paragraaf 3.2. en de ontwerpoverwegingen uit paragraaf 7.3. van toepassing.
Weg-as
0,2 m
stoep
Vloer+isolatie ca 0,5 m
0,7 m
kruipruimte
ca 0,5 m
Streefwaarde grondwaterstand
Figuur 12: Schematische weergave streefwaarde grondwaterstand onder kruipuimtebodem bij nieuwbouwwoningen met dikke constructievloeren
5.2.5
Bestemmingsplan en exploitatieovereenkomsten
De tendens is dat steeds minder regels worden gesteld. Daarom worden in exploitatieovereenkomsten, bestemmingsplannen, vergunningen, et cetera vastgelegde onderlinge afspraken tussen beheer, ruimtelijke ordening en marktpartijen steeds belangrijker. Er is steeds meer maatwerk en afstemming tussen stakeholders nodig. Als gevolg daarvan is datum referentie
26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101
P 32/49
meer en meer aandacht nodig voor bewustwording ten aanzien van het bouwen in natte gebieden en zettingsgevoelige veengebieden. De gemeentelijke afdelingen die dagelijks bezig zijn met vastgoed en planontwikkeling, spelen een belangrijke rol in de uitvoering van het grondwaterbeleid. In de planontwikkeling worden keuzes gemaakt waarmee toekomstige grondwateroverlast of -onderlast kan worden veroorzaakt of juist wordt voorkomen. Er worden duidelijke afspraken gemaakt tussen gemeentelijke afdelingen zodat bij nieuwbouw de juiste afstemming plaatsvindt (in het kader van de watertoets) tussen de afdelingen beheer en de partijen die zich bezig houden met vastgoed en planontwikkeling. Dit gebeurt momenteel en krijgt blijvend aandacht. Met het hoogheemraadschap wordt afgestemd dat zij nadruk blijven leggen op een robuust grondwatersysteem als onderdeel van de watertoets en aanvullend aandacht te vragen voor droogteschade en bodemdaling als onderdeel van de watertoets. Grondwater is bij nieuwbouw slechts één van de vele relevante aspecten in de ondergrond. Daarnaast is ook klimaatadaptatie van belang bij nieuwbouw. Vanwege deze samenhang in het water- en bodemsysteem, wordt het belang van grondwater bij nieuwbouw integraal onder de aandacht gebracht bij de afdelingen die zich bezig houden met ruimtelijke ontwikkelingen.
Watertoets alleen is onvoldoende De watertoets is een belangrijk procesinstrument om de waterbelangen een plek te geven bij ruimtelijke plannen. Het resultaat van dit proces, de waterparagraaf in het bestemmingsplan, heeft echter geen juridische status waarmee handhaving mogelijk is. Daarvoor zal het vertaald moeten worden naar regels in het bestemmingsplan en eisen in exploitatieovereenkomsten. Bestemmingsplannen Er dienen concrete doelomschrijvingen ten aanzien van grondwater opgenomen te worden in (wellicht al 3D) bestemmingplannen, onder meer ten aanzien van de bouwwijze, minimale én maximale gewenste ontwateringsdiepte en bouwpeil. Omdat het bestemmingplan het kader is voor de beoordeling van vergunningen en handhaving bij bouwwerkzaamheden door derden, maakt een concreet bestemmingsplan het eveneens mogelijk om vergunningen te kunnen beoordelen op grondwateraspecten. Indien in het bestemmingsplan geen concrete randvoorwaarden voor (bouw)werken zijn opgenomen, heeft de gemeente geen duidelijke grondslag om vergunningen te beoordelen op grondwateraspecten (zoals te verwachten grondwaterschade als gevolg van de werkzaamheden in de gebruiksfase).
Daarom is het van belang om in bestemmingsplannen regels op te nemen dat de initiatiefnemer moet aantonen dat de werkzaamheden geen nadelige gevolgen hebben voor de (grond)waterhuishouding en bebouwde omgeving, zowel tijdens de bouw als tijdens de gebruiksfase. Ook is het van belang om het bouw- en woningtoezicht hiervan bewust te maken. Overigens is het zo dat, ongeacht de inhoud van een bestemmingsplan of grondslag voor handhaving, derden gewezen kunnen worden op hun verantwoordelijkheid voor mitigerende maatregelen om voorzienbare schade aan andere panden te voorkomen. De gemeente neemt waar passend in haar bestemmingsplan ook een concrete regel op met betrekking tot nadelige effecten op het grondwater, bijvoorbeeld: “De bouwwerkzaamheden mogen geen nadelige invloed hebben op de waterhuishouding op en rond de ruimtelijke ontwikkeling.” datum referentie
26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101
P 33/49
Onder andere door de energietransitie en bouwopgave bevinden zich steeds meer buizen, warmte-opslag-systemen, ondergrondse bebouwing in de ondergrond. Op een enkel perceel kan dat weinig tot geen (opstuwend) effect hebben op de grondwaterstand, maar bij grote ontwikkelingen (of meerdere in dezelfde straat) wel. Exploitatieovereenkomst De controle en sturing op ontwerpen en een vakbekwame uitvoering ervan is een essentieel onderdeel van een duurzaam grondwatersysteem, alsook de controle en handhaving van de door derden ontwikkelde gebieden/locaties. De exploitatieovereenkomst volgens de Grondexploitatiewet (nieuwe wet Ruimtelijke Ordening) vormt daarvoor het middel. Hierin dient de focus te liggen op het behalen van doelresultaten; de wijze waarop ze worden behaald blijft, in overleg met de gemeente, aan de uitvoerende partij.
5.3
Voorkomen grondwaterproblemen bij werken in de openbare ruimte
Renovatie van de openbare ruimte (groot onderhoud aan wegverharding, parken en riolering) biedt kans om gelijktijdig grondwaterproblemen te bestrijden en te anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering. Daarom overweegt de gemeente bij renovatie om gelijktijdig een drainagesysteem en/of infiltratiesysteem in de openbare ruimte aan te leggen, dan wel de bestaande drains te vervangen. Hierbij wordt ook de afweging gemaakt om bijvoorbeeld mechanische ontwatering te vervangen door horizontale drains). De aanleg of het vervangen van drainage- infiltratiesystemen is echter niet altijd zinvol en doelmatig om grondwaterproblemen bij woningen effectief te bestrijden. Het kan bijvoorbeeld zijn dat een leiding op openbaar terrein door een slecht waterdoorlatende bodem of te grote afstanden tot panden geen effect heeft op de grondwaterstand bij woningen. Bij rioolwerkzaamheden wordt vaak gelijktijdig het openbaar terrein afgekoppeld, net als op specifieke plekken (kosteloos) de voorzijde van woningen, afhankelijk van de afstand tot het openbaar terrein en toestemming van de eigenaar. Per project kan de afweging worden gemaakt of het hemelwater wordt afgevoerd, of (gedeeltelijk) wordt geïnfiltreerd in de bodem. Het is conform de Waterwet en algemeen beginsel van behoorlijk bestuur verplicht, om vast te leggen waarom wel/geen grondwatermaatregelen zijn getroffen.
Daarom beoordeelt en motiveert de gemeente bij ieder project of de aanleg of het vervangen van drainage- of infiltratievoorzieningen in de openbare ruimte, doelmatig is voor zowel particulier als openbaar terrein (conform paragraaf 3.2.). Uitvoeringsfase Daarnaast bestaat bij renovatie van de openbare ruimte de kans dat grondwateroverlast en onderlast door het project worden veroorzaakt. Bijvoorbeeld door het vervangen van een lek riool door een nieuw waterdicht riool of het tijdelijk bemalen van grondwater. Of door het aanleggen van grootschalige ondergrondse constructies die de stroming van grondwater belemmeren. De gemeenten willen bij ingrepen in de openbare ruimte zo veel mogelijk voorkomen dat de grondwaterstand stijgt/daalt met nadelige gevolgen voor de omgeving. Bij werken in de openbare ruimte wordt beoordeeld en vastgelegd of het doelmatig is om gelijktijdig drainage of infiltratie aan te leggen en of maatregelen tegen schade door bemaling getroffen moeten worden. Daarom is als voorbereiding op werken grondwateronderzoek nodig.
datum referentie
26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101
P 34/49
Verder is het nodig om voor de uitvoeringsfase goede randvoorwaarden mee te geven aan (inschrijvende) aannemers om bemalingsrisico’s goed in te kunnen schatten. De gemeenten stellen het bemalingsadvies op dat onderdeel uitmaakt van het bestek, hetgeen verder geconcretiseerd dient te worden door de uitvoerende partij in een bemalingsplan. Hierin komen details voor zoals de beïnvloedingscontour, onttrekkingen, omliggende kwetsbare bebouwing en de lokale bodemopbouw. Ook meten de gemeenten de grondwaterstanden voor, tijdens en na de werkzaamheden met een projectmeetnet, waarbij de korte meetreeks wordt gekoppeld aan de lange meetreeks van het grondwatermeetnet (indien aanwezig in de wijk). Werkwijze omvang grondwateronderzoek voorafgaand aan werken Naar aanleiding van voorgenomen renovatie van en werken in de openbare ruimte wordt de volgende werkwijze gehanteerd: Beoordelen op basis van beschikbare gegevens in hoeverre grondwateronderzoek nodig is. Als de beschikbare gegevens (o.a. aandachtsgebiedenkaarten) aangeven dat nauwelijks onderzoek nodig is: Op zijn minst: meldingenanalyse en beoordelen waterdichtheid (op basis van reguliere rioolinspecties) te vervangen riolering (indien van toepassing).
Onderzoeken of de beoogde ingreep een structurele verandering van de grondwaterstand kan veroorzaken (bijvoorbeeld door het vervangen van een lek riool of grootschalig afkoppelen / verharding aanpassen). Afweging doelmatigheid maatregelen grondwaterbeheersing vastleggen: beargumenteren waarom wel of geen maatregelen worden getroffen (verwijzend naar de aandachtsgebiedenkaarten of het grondwatermeetnet of het bestaande grondwatermodel). Als de gegevens in de voorbereiding aangeven dat wel onderzoek nodig is: Uitvoeren grondwateronderzoek (conform Leidraad Riolering Module C2500), inclusief vanaf een paar maanden voorafgaand aan de uitvoering werk plaatsen extra peilbuizen, tijdelijk monitoren van de grondwaterstand, kruipruimte-inspecties. Vastleggen uitkomsten. Ook als wordt besloten géén maatregelen te treffen. Indien nodig/doelmatig gevonden: Het opstellen van een bemalingsadvies (conform BRL120001), risicoanalyse en monitoringsplan. Ontwerpen van gebiedsgerichte drainage- of infiltratiesystemen (conform nog op te stellen ontwerpprincipes, zie paragraaf 7.3.), in afstemming met het rioolontwerp zodat een integraal ontwerp voor grondwater, hemelwater en vuilwater ontstaat. Opstellen van een beheerplan voor de gebruiksfase. Uitvoering grondwatertechnische maatregelen en monitoring van het effect van de maatregelen op de grondwaterstand.
Eventueel: op basis van de monitoring het aanpassen van het drainage-instelniveau of retourbemaling om een optimaal effect te bewerkstelligen. Deze werkwijze maakt standaard deel uit van de voorbereiding van werken in de openbare ruimte. Het detailniveau en de intensiteit van grondwateronderzoek wordt locatiespecifiek bepaald met maatwerk.
1
De BRL12000 regelt een zorgvuldige voorbereiding en uitvoering van tijdelijke bemalingen ten aanzien van omgevingseffecten.
datum referentie
26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101
P 35/49
5.4
(On)mogelijkheden infiltreren afstromend regenwater
De ambitie om water zoveel mogelijk via natuurlijke weg te laten stromen, wordt voor een belangrijk deel ingevuld door het laten infiltreren van regenwater in de bodem. Hierdoor worden afvoerpieken vertraagd en kan water worden vastgehouden voor drogere perioden. De grondwaterstand is een belangrijke randvoorwaarde voor het wel of niet kunnen infiltreren van afstromend regenwater. De gemeenten beoordelen in het kader van werkvoorbereiding van rioolwerkzaamheden en herinrichtingswerkzaamheden of het regenwater naar de bodem kan worden afgevoerd, zonder dat dit leidt tot grondwateroverlast. Omdat een systeemkeuze wordt gemaakt voor meerdere decennia, worden hierbij de effecten van klimaatverandering op de grondwaterstand én de effecten van het infiltreren op de grondwaterstand (mogelijk in lagere delen) in combinatie meegewogen.
Om te voorkomen dat bij ieder project een effectberekening nodig is, is er met behulp van het grondwatermodel een dekkende kaart opgesteld waarin onderscheid wordt gemaakt in gebieden waar: het infiltreren niet leidt tot grondwateroverlast, ook rekening houdend met klimaatverandering, er is nauwelijks onderzoek nodig; het infiltreren leidt (in lagere delen) tot grondwateroverlast, er worden ofwel mitigerende maatregelen getroffen of het regenwater wordt naar oppervlaktewater afgevoerd; het is nog onvoldoende zeker of grondwateroverlast zou kunnen ontstaan, hier is op voorhand onderzoek nodig. Richtlijnen voor infiltratie in Bloemendaal Conform de afspraken tussen de gemeente Bloemendaal en het hoogheemraadschap van Rijnland (infiltratie rekening courant, IRC), wordt ervan uitgegaan dat in gebieden met een ontwateringsdiepte van minder dan 2 m niet kan worden geïnfiltreerd. Met het grondwatermodel is bepaald dat infiltratie van regenwater kansrijk is in gebieden met een ontwatering van meer dan 1,5 m (bij klimaatscenario WH 2050) én een zandige ondergrond. Richtlijnen voor infiltratie in Heemstede Met het grondwatermodel is bepaald dat infiltratie van regenwater kansrijk is in gebieden met een ontwatering van meer dan 1,5 m (bij klimaatscenario WH 2050) én een zandige ondergrond.
Infiltratie kan ook kansrijk zijn in gebieden met een kleinere ontwateringsdiepte, als middels onderzoek is aangetoond dat dit geen overlast veroorzaakt. De gemeente Heemstede heeft geen IRC (infiltratie rekening courant), omdat hier beperkte mogelijkheden zijn voor infiltreren.
5.5
Grondwatereffecten bij werken door derden
Ook (uitvoerings)werken door derden kunnen grondwateroverlast of -onderlast veroorzaken, zoals bij de bouw van kelders of bouwputten. Het gaat dan om tijdelijke effecten tijdens de bouwfase, maar ook permanente effecten in de gebruiksfase. De initiatiefnemer van de werkzaamheden moet aantonen dat er geen risico is op grondwateroverlast of -onderlast door de werkzaamheden in zowel de gebruiks- als bouwfase, of dat er afdoende maatregelen zijn genomen. Gebruiksfase: bouw- en woningtoezicht heeft ook een belangrijke signaleringsrol datum referentie
26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101
P 36/49
De gemeenten hebben een belangrijke handhavingsrol, ook ten aanzien van grondwater. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning beoordeelt de gemeente of door de aanvrager voldoende onderzoek is gedaan naar de effecten van bouwwerken op de grondwaterstand. Het kader hiervoor zijn de regels in het bestemmingsplan. Hierin zijn (vooralsnog) zelden specifieke regels opgenomen over grondwater, waardoor er geen grondslag bestaat ten aanzien van grondwater formeel te handhaven. Desondanks is het van belang dat, ongeacht de inhoud van een bestemmingsplan of grondslag voor handhaving, bouw- en woningtoezicht de initiatiefnemer wijst op zijn verantwoordelijkheid voor mitigerende maatregelen om voorzienbare schade aan andere panden te voorkomen. Bouw- en woningtoezicht is namelijk vroegtijdig in gesprek bij bouwwerken en heeft daarmee een belangrijke signaleringsfunctie. Dit biedt een kans om vroegtijdig risico’s en kansen te benadrukken, niet alleen specifiek over grondwater, maar ook over klimaatadaptatie en regie in de ondergrond. Dit geldt voor zowel de uitvoerings- als de beheerfase van het werk. Bij eventuele (grondwater)schade door werken van derden aan de openbare ruimte, kan de gemeente de initiatiefnemer aanspreken als perceeleigenaar.
Bij eventuele (grondwater)schade door werken van derden aan particuliere terreinen, is de gemeentelijke rol in het kader van de grondwaterzorgplicht beperkt tot het (laten) bestuderen van de oorzaken om vragen van bewoners te beantwoorden en het beoordelen of de werkzaamheden binnen de verleende vergunning zijn uitgevoerd. Bouwfase Het waterschap (hoogheemraadschap van Rijnland) is bevoegd gezag voor het onttrekken van grondwater. Voor het onttrekken van grondwater dient een vergunning aangevraagd te worden (dan wel een melding worden gedaan). Het waterschap ziet erop toe dat de bemaling door derden geen nadelige gevolgen heeft voor de omgeving. Omdat de gemeente aanspreekpunt is voor bewoners en bedrijven ten aanzien van grondwaterproblemen, wordt de gemeente door het waterschap betrokken bij grootschalige werken (werkafspraak).
5.6
Grondwater en wijzigen oppervlaktewaterpeil
Aanpassingen van het oppervlaktewatersysteem (peilwijziging of graven/dempen) door het waterschap (hoogheemraadschap van Rijnland) hebben invloed op de grondwaterstand. Daarnaast heeft een peilaanpassing directe gevolgen voor het kunnen behalen van de grondwaterstreefwaarden, omdat het oppervlaktewaterpeil de drainagebasis is voor ontwatering of de infiltratiebasis is voor grondwateraanvulling. Dit geldt ook voor situaties met extreme regenval of droogte, waarbij het vigerend oppervlaktewaterpeil in de praktijk niet kan worden gehandhaafd. Daarom willen de gemeenten Bloemendaal en Heemstede in een vroeg stadium betrokken zijn bij effectstudies en bij de formele procedures van peilbesluiten. Het gaat dan met name om het delen van informatie tussen waterschap en gemeente over het grondwatersysteem en het formuleren van randvoorwaarden voor omgevingsbeïnvloeding in bebouwd gebied. Het waterschap neemt hiertoe het initiatief. Er zijn op dit momenten geen voornemens bekend van peilwijzigingen.
datum referentie
26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101
P 37/49
5.7
Volgen ontwikkelingen in duinen
De grondwaterstand in de duinen heeft veel invloed op de grondwaterstand in de bebouwde kom van de gemeenten, vooral in de gemeente Bloemendaal en in beperkte mate in Heemstede. De grondwaterstand in de duinen wordt niet alleen beïnvloed door neerslag en verdamping, maar ook door grondwaterwinning en infiltratie door de drinkwaterleidingmaatschappij en door de natuurbeheerders (denk aan vernattingsprojecten, zoals het verwijderen van vegetatie waardoor de verdamping aanzienlijk kan afnemen en de grondwaterstand kan stijgen). Vanwege de gevolgen van mogelijke veranderingen in de duinen, willen de gemeenten Bloemendaal en Heemstede in een vroeg stadium betrokken zijn bij de planvorming van veranderingen die invloed kunnen hebben op de grondwaterstand. Dat doen de gemeenten door contact te houden en informatie te delen met de betreffende organisaties, in het kader van regionale samenwerking. In de komende planperiode willen de gemeenten het grondwatermodel inzetten om het effect van verschillende langdurige wijzigingen in beeld te brengen. Denk aan wijzigingen van drinkwateronttrekkingen en aan de natuur/vegetatie. Zo wordt duidelijk welke delen van de bebouwde kom kwetsbaar zijn, hoeveel marge voor wijzigingen er nog is en waar nu of in de toekomst mitigerende maatregelen nodig zijn.
De gemeente kan met deze informatie in gesprek met betrokken partijen om bij eventuele nieuwe wijzigingen de randvoorwaarden af te stemmen. Specifiek heeft Waternet tussen 2012 en 2016 in het kader van het project LIFE de vegetatie in de Amsterdamse Waterleidingduinen verbeterd. De laatste decennia eisten verzuring, vermesting en verdroging hun tol. Woekerende planten breidden uit ten koste van kenmerkende duinsoorten. Om deze tendensen te keren, heeft Waternet de volgende drie natuurtypes uitbreiden in oppervlak en een kwaliteitsimpuls gegeven: grijze duinen, vochtige duinvalleien en struwelen met duindoorn. Als onderdeel daarvan zijn 150 ha struiken en bomen verwijderd. Er zijn volgens Waternet geen effecten van de verminderde verdamping in de duinen via het freatische pakket naar het stedelijk gebied. Verder zijn langjarige toekomstige effecten van verandering van vegetatie niet uit te sluiten, maar deze zijn nog moeilijker te bepalen, omdat Waternet nog geen beeld heeft hoe de vegetatie zich in de toekomst gaat ontwikkelen en in hoeverre een verhoogde grondwaterstand leidt tot meer verdamping (juist een lagere grondwaterstand). Waternet gaat de komende jaren de effecten nader berekenen.
datum referentie
26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101
P 38/49
6
Anticiperen op klimaatverandering
Dit hoofdstuk geeft nadere invulling aan het beleid ten aanzien van klimaatverandering.
6.1
Invloed van klimaatverandering
De invloed van klimaatverandering op de grondwaterstand in de gemeentes is in de afgelopen planperiode onderzocht met behulp van het grondwatermodel. De huidige en toekomstige grondwaterstanden zijn op te vragen via de gemeentelijke grondwaterviewer, en worden wekelijks geactualiseerd op basis van recente KNMI gegevens. Ten aanzien van grondwater zijn de volgende voorspellingen relevant: De intensiteit van piekbuien neemt toe, vooral in zomerperioden. Intensieve piekbuien hebben vooral gevolgen voor regenwaterbehandeling. Er zal ruimte gevonden moeten worden voor het vasthouden en bergen van regenwater. Dit vraagt om een lage grondwaterstand om berging in de bodem te hebben. De grondwaterstand wordt niet zozeer beïnvloed door tijdelijke piekbuien. De gemiddelde neerslag in winterperioden neemt toe. Omdat gematigde buien geleidelijk de bodem in kunnen dringen, hebben dergelijke buien vooral effect op de grondwaterstand. De gevolgen van hogere (winter)grondwaterstanden zijn onder meer hogere afvoerdebieten van drainage/deepwells, meer overlast op openbaar terrein (wortelopdruk, vegetatie, stabiliteit wegen) en meer overlast op particulier terrein. Mogelijke maatregelen zijn intensiever draineren of het aanpassen van de omgeving aan hogere grondwaterstanden (zoals ophogen, bestemming wijzigen).
Periodes van droogte worden langer en de potentiële verdamping neemt toe als gevolg van de temperatuurstijging. De grondwaterstand zal hierdoor extra dalen in de zomer. Het grootste gevolg hiervan is een mogelijke toename van droogteschade in de natuur, bodemdaling en risico’s op droogstand van houten paalfunderingen. De studie ‘Schade door watertekorten en -overschotten in stedelijk gebied’2 doet kwantitatieve uitspraken over het optreden van financiële schade. De nationale schade (vooral in gemeenten met slappe bodem) door watertekort en ongelijkmatige verzakking aan stedelijke infrastructuur is geschat op ongeveer 250 miljoen euro per jaar. In 2020 is een actualisatie uitgebracht van de studie Klimaatschadeschatter3. Tot 2050 wordt de totale (landelijke) klimaatgerelateerde schade ingeschat op 77 tot 173 miljard euro. De grootste schadepost is droogte, gevolgd door wateroverlast en hitte.
6.2
Anticiperen
De gemeenten zijn zich er van bewust dat klimaatverandering ook effect heeft op de grondwaterstanden. Duidelijk is dat bij ingrepen in de openbare ruimte, zoals nieuwbouw en rioolvervanging, beheerkeuzes voor meerdere decennia gemaakt worden en dus rekening gehouden moet worden met de effecten van klimaatverandering.
2 Schade door watertekorten en -overschotten in stedelijk gebied, Deltares 2012. 3 Klimaatschadeschatter rapportage 2020, Klimaatbestendige stad NKWK, 7 december 2020 en gelijknamige
website www.klimaatschadeschatter.nl datum referentie
26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101
P 39/49
De gemeenten gaan daarom in de planperiode van het grondwaterbeheerplan de effecten van beoogde maatregelen op zowel lage als hoge grondwaterstanden berekenen met het gemeentelijk grondwatermodel. Er zijn reeds kaarten opgesteld waaruit duidelijk wordt waar het grondwatersysteem benut kan worden om eventuele regenwaterproblemen (te veel én te weinig) te bestrijden. Door het model in te zetten, houden de gemeente Bloemendaal en Heemstede bij ieder werk in de openbare ruimte rekening met de geohydrologische effecten van klimaatverandering. Ieder project is namelijk een bouwsteen van een klimaatbestendige gemeente. Bij renovatie van de openbare ruimte of bijvoorbeeld een rioolvervanging, wordt de omgeving ingericht voor meerdere decennia. Daarom moet rekening worden gehouden met klimaatverandering. Een werk biedt kans om tegen lagere kosten maatregelen tegen de effecten van klimaatverandering te treffen. De doelmatigheidsafweging van grondwatermaatregelen wordt afgestemd op het ontstaan van een grotere fluctuatie van de grondwaterstand in de toekomst.
Onder meer de volgende middelen worden ingezet om de kansen bij projecten te kunnen benutten: Infiltratiekansenkaart/watersysteemkaart waarop is aangegeven waar infiltratie mogelijk is (waar het grondwatersysteem als buffer gebruikt kan worden voor het bestrijden van klimaateffecten) en waar drainage nodig is (zie ook paragraaf 5.3.). Effectberekeningen van het grondwatermodel, vertaald naar aandachtsgebieden voor hoge en lage grondwaterstanden.
7
Beheer grondwatervoorzieningen
Dit hoofdstuk beschrijft hoe de gemeenten Bloemendaal en Heemstede grondwateroverlast wil beperken door een duurzame werking van drainagesystemen te bewerkstelligen.
7.1 Drainage in Heemstede en Bloemendaal In de gemeenten Heemstede en Bloemendaal zijn sinds de jaren zestig van de vorige eeuw diverse drainagesystemen aangelegd. Een flinke uitbreiding van de systemen in beide gemeenten vond plaats rond de eeuwwisseling met het beëindigen van de waterwinning door PWN in de Kennemerduinen. In totaal onderhoudt de gemeente Bloemendaal circa 21 km drainageleidingen, 7 km persleiding voor verticale drainage en 32 diepdrainagepompen. De gemeente Heemstede onderhoudt circa 22 km drainage. Type drainage in Heemstede In Heemstede zijn uitsluitend horizontale drainagesystemen aangelegd, omdat voor de specifieke grondwatersituatie in Heemstede met ondiepe horizontale drainagesystemen het meeste effect bereikt kan worden.
datum referentie
26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101
P 40/49
Type drainage in Bloemendaal In Bloemendaal zijn diepdrainagepompen aangelegd naar aanleiding van de stopzetting van de drinkwateronttrekking door PWN in de Kennemerduinen. Op een diepte van circa 8 m wordt gedraineerd met behulp van een netwerk van verticale drainagepompen, zogeheten ‘deepwells.’ De deepwells worden sinds 2015 aangestuurd door middel van grondwaterloggers die op afstand worden uitgelezen (telemetrie). Meer details over het beheer en onderhoud van de deepwells staan in het grondwaterbeheerplan van gemeente Bloemendaal. Minimaal eenmaal per jaar (afhankelijk van vervuiling en gebied) worden de diepdrainagepompen en alle persleidingen van diepdrainage gereinigd. Op basis van inspecties wordt een vervangingsplan opgesteld, en worden de deepwellpompen vervangen indien inspecties daartoe aanleiding geven.
7.2
Planmatig beheer en onderhoud drainagesystemen
Het beheer van de drainagesystemen is belangrijk voor een langdurige werking van systemen en wordt daarom planmatig aangepakt. Voor aandachtspunten ten aanzien van de uitvoering van het onderhoud wordt gebruikgemaakt van de Leidraad Riolering, module C3300 “beheer en onderhoud drainagevoorzieningen”. Duurzaam (voor een langdurige werking) beheer van drainage- (infiltratie)systemen heeft betrekking op de volgende onderwerpen: Het opnemen van de systemen en achterliggende kenmerken (omhulling, dimensies, materiaal, instelniveau, et cetera) in een beheersysteem. De reeds verzamelde gegevens van de huidige drainagesystemen zijn opgenomen in het rioolbeheersysteem en actueel gehouden. Indien nieuwe gegevens beschikbaar komen (na een inspectie, reparatie of nieuwe aanleg) worden de gegevens na revisie opgeslagen in het beheersysteem. De gegevens zijn vastgelegd en benaderbaar. Onderzoek (monitoring en inspectie). Om de werking van de drainagesystemen na te gaan, worden de drainageputten en doorspuitvoorzieningen gecontroleerd op visuele vervuiling en wordt de waterstand gecontroleerd ten opzichte van het beoogde instelniveau. Onderhoud (doorspuiten en doorsteken). Drainageleidingen op openbaar terrein worden doorgespoten (in Bloemendaal 1 à 2x per jaar, in Heemstede is de frequentie 1x per 3 jaar), drainageputten worden gereinigd.
Het onderhoud wordt uitgevoerd conform een (nog op te stellen) operationeel onderhoudsplan, waarin de huidige praktijk wordt geëvalueerd en vastgelegd. De maximale druk bij doorspuiten (op de spuitkop) bedraagt 10 tot 15 bar. Deze druk heeft in principe voldoende kracht om het vuil los te spuiten. Doorspuiten met te hoge druk kan leiden tot juist extra intreding van slib. Reparatie. Indien naar aanleiding van inspectie, grondwaterstandmetingen of meldingen van overlast doelmatig bevonden, worden leidingen en pompen gerepareerd. Vervanging. Uitgangspunt voor leidingen: gelijktijdig met renovatie van de wijken zodat vervangingskosten minimaal zijn.
datum referentie
26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101
P 41/49
Figuur 13: Voorbeeld van een met ijzer verstopt drainagesysteem dat niet wordt onderhouden (links) en een onderhouden systeem (rechts)
De benodigde maatregelen naar aanleiding van de kenmerken van de systemen zijn opgenomen in de grondwaterbeheerplannen.
7.3
Ontwerp en aanleg drainagesystemen
Richtlijnen voor de aanleg van drainage en infiltratie zijn een belangrijk hulpmiddel om drainagesystemen duurzaam te laten functioneren. Uitgangspunt voor de gemeente is dat de systemen robuust en duurzaam worden ontworpen en aangelegd. Intentie is de levensduur van drainages gelijk te houden aan dat van rioolleidingen. Dit betekent dat specifieke eisen aan drainageleidingen gesteld moeten worden.
Figuur 14: Voorbeeld van de aanleg van een drain
In 2018 is een reeks modules opgesteld met richtlijnen voor A) het onderzoek en ontwerp, B) de aanleg en de controle hierop en C) het beheer en onderhoud van drainagesystemen. Het doel van de richtlijn is het realiseren van een duurzame werking van drainagesystemen en het vastleggen van uniforme uitgangspunten.
datum referentie
26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101
P 42/49
De richtlijn gaat onder meer in op: beperking van ijzerafzetting en wortelingroei door middel van onderwater drainage; klimaatbestendig ontwerpen; flexibiliteit van het drainage instelniveau door middel van een regelbaar systeem met opzetstukken; voorkomen van onderbemaling; duurzame materialen, dubbelwandig, stevige leidingen; wel of niet combineren met hemelwaterafvoer; uitvoering van kruisingen (onderlangs); uitleggers voor aansluitingen van particuliere drains, indien met het grondwater niet op een andere manier kan afvoeren; inspectie en onderhoud; het voorkomen van verplaatsing van verontreinigingen. De wens bestaat nog om de modules na verloop van tijd te evalueren aan de hand van praktijkervaringen. Met onderzoeksresultaten en de praktijkervaringen kunnen details zoals de doorspuitfrequentie indien nodig worden aangescherpt.
datum referentie
26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101
P 43/49
8
Grondwaterdata beheren
Om de wettelijke grondwatertaken goed uit te kunnen voeren is kennis van grondwater en toegang tot betrouwbare (meet)gegevens nodig. Het grondwatermeetnet en het grondwatermodel hebben daarbij een belangrijke rol. In dit hoofdstuk wordt omschreven hoe de gemeenten de nodige data verzamelen en beheren.
8.1
Beheer en analyse grondwatermeetnet
Beleidsdoelstelling meetnet De eerste metingen van de grondwaterstanden, in een klein aantal peilbuizen, komen uit de jaren ’70. In de gemeenten Bloemendaal en Heemstede worden sinds de jaren ‘90 van de vorige eeuw op systematische wijze de grondwaterstanden gemeten. Aanvankelijk was één van de meetdoelen het volgen van de effecten van de stopzetting van de drinkwaterwinning in de duinen op de grondwaterstand in de gemeenten. Het grondwatermeetnet dient tegenwoordig meerdere doeleinden. Op hoofdlijnen meet de gemeenten Bloemendaal en Heemstede de grondwaterstand ten behoeve van verschillende belanghebbenden: bewoners en bedrijven: voor leefbaarheid van de wijken, woongenot in huizen en informatieverstrekking over grondwater voor zakelijke partners en bewoners; de afdelingen die het openbare terrein beheren: om over voldoende gegevens te beschikken voor onderzoek, voor grondwatermodellering, voor de werkvoorbereiding van werken en nieuwbouw, voor het ontwerpen van voorzieningen, voor het behandelen van meldingen, voor het signaleren van veranderingen en eventueel om de verspreiding van grondwaterverontreinigingen te bewaken; college van Burgemeester en Wethouders: om te conformeren aan wetten (grondwaterzorgplicht), voor het opstellen van beleid, om bewoners te kunnen voorlichten en een goede verstandhouding te behouden en voor een passende kosten-kwaliteit verhouding van
beheer. Inzicht in de grondwaterstand is onder meer nodig om bewoners te kunnen informeren in het kader van de grondwaterzorgplicht en om gemeentelijke projecten goed te kunnen voorbereiden (door kleine faalkans levert dit een kostenbesparing op voor de uitvoering en beheer). Het is dus van belang om door te gaan met het bemeten van grondwaterstanden in de gemeente. Het proces om tot een functioneel meetnet te komen bevat verschillende stappen. In de onderstaande figuur zijn de belangrijkste stappen weergegeven. De samenwerkende gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland hebben een gemeenschappelijke visie ontwikkeld ten aanzien van het meetnetbeheer.
Figuur 15: Van ontwerp naar interpretatie
datum referentie
26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101
P 44/49
8.1.1
Meetdata inzamelen
Bij de start van de grondwatermeetnetten werd de grondwaterstand in Bloemendaal en Heemstede handmatig gemeten. De gemeenten zijn in de loop van de tijd overgegaan op automatische metingen met dataloggers. Daarbij wordt inmiddels gebruik gemaakt van dataabonnementen: de gemeente wordt hiermee ontzorgd. Hierdoor hoeft geen meetapparatuur aangeschaft te worden. Een marktpartij is belast met de zorg voor het meetnet: het benodigde veldwerk, de inzet van meetapparatuur, het verzamelen van de grondwaterdata, het valideren van de data, onderhoud aan de meetinrichtingen, de opslag van de data en het via een webportal ter beschikking stellen van de data. De huidige werkwijze wordt gecontinueerd voor beide gemeenten.
8.1.2
Meetdata opslaan
Voor een juiste interpretatie is het van groot belang dat alle gegevens, zowel met betrekking tot de grondwaterstanden, bodemgegevens als het meetnet zelf, gestructureerd en makkelijk toegankelijk (digitaal) te beheren zijn. De grondwatergegevens van de gemeenten Bloemendaal en Heemstede zijn opgeslagen in een web-based grondwaterbeheerpakket WarecoWaterData. Voor de toekomst gaan de gemeenten de mogelijkheden na om gezamenlijk met omringende gemeenten grondwaterdata te delen.
8.1.3
Meetdata ontsluiten en uitwisselen
Voor beide gemeenten zijn de grondwaterstanden te raadplegen via het web-based grondwaterbeheerpakket. Dit pakket is benaderbaar voor medewerkers van de gemeenten. Voor beide gemeenten wordt onderzocht op grondwaterdata kan worden ontsloten via een publieke internetpagina. De meetgegevens worden ter registratie in de bestaande BRO-database van het TNO aangeboden.
8.1.4
Meetdata analyseren: reageren op metingen
De meetresultaten worden op zijn minst jaarlijks of naar aanleiding van meldingen beoordeeld ten opzichte van veranderingen en streefwaarden. De beoordeling vindt plaats in samenhang met meldingen van overlast van bewoners en bedrijven. Indien (tussentijds) onnatuurlijk snelle/grote fluctuaties worden gemeten, wordt een (kleinschalig) grondwateronderzoek verricht naar de oorzaak en betekenis (gevolgen voor omgeving) van de grondwaterstand. Bij verontrustend lage grondwaterstanden wordt eveneens een rioolinspectie uitgevoerd om te controleren of het riool lekt. Indien uit een buurt een opvallend groot aantal meldingen van grondwateroverlast of -onderlast binnenkomt, worden incidenteel een wijkgericht grondwateronderzoek en doelmatigheidsafweging voor maatregelen uitgevoerd. Dit geldt ook in het geval de gemeente op basis van metingen vermoedt dat op grote schaal structureel nadelige gevolgen door een hoge of lage grondwaterstand optreden, ongeacht de afwezigheid van meldingen. Bewoners realiseren zich namelijk niet altijd de gevolgen van hoge of vooral lage grondwaterstanden. De benodigde maatregelen naar aanleiding van de huidige metingen zijn opgenomen in de grondwaterbeheerplannen.
datum referentie
26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101
P 45/49
8.1.5
Regionale samenwerking
De gemeenten streven ernaar om grondwaterdata en -kennis te delen met omringende gemeenten en andere partijen. Doel hiervan is om regionaal gelijkwaardige inzichten te hebben (de gemeenten maken ten slotte deel uit van één grondwatersysteem) en op gelijke wijze data te beheren. Dit stelt de gemeente in staat om elkaar te ondersteunen bij bijvoorbeeld tijdelijk afwezige medewerkers. De organisatie is dan minder kwetsbaar. Als eerste stap om hier invulling aan te geven is een gezamenlijk grondwatermeetplan, om tot een uniforme meetwijze en uitwisselbaarheid van data te komen, opgesteld. Dit basisplan dient als overkoepelende handreiking voor gemeenten die een grondwatermeetnet willen ontwerpen, aanleggen, beheren, onderhouden en/of ontsluiten. De intentie is dat gemeenten, op basis van de gezamenlijke uitgangspunten in het basisplan, vervolgens op eigen initiatief invulling geven aan het al dan niet verder ontwikkelen en beheren van hun meetnetten.
8.2
Grondwatermodel
De gemeenten Bloemendaal en Heemstede hebben in 2019 hun bestaande grondwatermodellen laten samenvoegen en actualiseren. Het samenvoegen heeft als reden dat de modellen samen nauwkeuriger werken dan apart. Grondwater houdt zich namelijk niet aan gemeentegrenzen. De fluctuatie van de grondwaterstand wordt vlakdekkend en op straatniveau in beeld gebracht, ook rekening houdend met klimaatverandering. Ook voor locaties waar geen peilbuizen in de buurt staan. De resultaten van de modelberekeningen worden weergegeven op een overzichtelijke internetpagina, en worden wekelijks uitgebreid op basis van nieuwe KNMI gegevens van het weer. Met het model zijn tijdsafhankelijke scenarioberekeningen uitgevoerd voor ander andere infiltratiekansen, en er is een GIS-database (gegevenswarenhuis) opgeleverd. Toepassen grondwatermodel Het grondwatermodel of de gegevens daaruit wordt/worden ingezet bij gemeentelijke werken waar grondwater een rol speelt. Het model wordt ingezet om op basis van eenduidige gegevens de effecten op de grondwaterstand te berekenen.
Gedacht kan worden aan onder andere: Bemalingsadviezen (is bemaling nodig, wat is de invloedsfeer, leidt dat tot risico’s?); Drainageontwerpen (is drainage of infiltratie nodig, op welke tracés en met welk instelniveau?; grondwateronderzoeken; nieuwbouw (ontwerpen/dimensioneren van passende grondwatermaatregelen); aanbrengen van ondergrondse constructies (damwanden, kelders); infiltratie van afstromend regenwater; communicatie met bewoners/bestuurders over de huidige en toekomstige grondwaterstand, ook op plaatsen waar geen peilbuis aanwezig is; volgen van grootschalige ontwikkelingen in het duingebied, om zo het eventueel effect op de bebouwde kom inzichtelijk te maken. Gedacht wordt aan langdurige klimaatverandering, wijzigen onttrekkingen, vernattingsprojecten (zie ook paragraaf 5.7) Model en meetnet Op locaties waar de grondwaterstand nauwkeurig wordt berekend, zijn minder peilbuizen nodig. Andersom is de gemeente geïnteresseerd om het modelinzicht in de planperiode nog uit te breiden met tactische gebieden in het buitengebied die momenteel niet in het model en in de modelviewer zichtbaar zijn. Concreet wordt gedacht aan het duingebied, (historische) parken en begraafplaatsen. Hier worden eerst peilbuizen geplaatst, waarna het model wordt verbeterd/uitgebreid voor de beoogde locaties.
datum referentie
26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101
P 46/49
Bijlage 1
Begrippenlijst
TERMEN EN DEFINITIES grondwater
datum referentie
Afsluitende laag
Laag in de bodem die zo wordt genoemd vanwege zijn eigenschap dat hij grondwater slecht doorlaat.
BRO
Basis Registratie Ondergrond, een centrale registratie met publieke gegevens over de Nederlandse ondergrond, waaronder grondwater, benaderbaar vanaf één centrale digitale plek
DINO
Digitale Informatie Nederlandse Ondergrond, een direct benaderbare databank voor grondwatergegevens in beheer bij TNO Grondwater en Geo-Energie in Delft
Doorlatendheid
Het vermogen van de grond om water en/of lucht door te laten
Drainage
De afvoer van water over en door de grond en door het waterlopenstelsel
Drooglegging
De afstand tussen het oppervlaktewaterpeil en het maaiveld
Freatisch grondwater
Het grondwater in de bovenste bodemlaag, dat (indirect) in contact staat met de atmosfeer. De freatische grondwaterstand is een andere term voor grondwaterspiegel
Geohydrologie
De leer van de grondwaterstroming en de -dynamiek in samenhang met de structuur en de opbouw van de ondergrond.
GHG/GLG
Gemiddeld hoogste/laagste grondwaterstand. Dit is het gemiddelde van de drie hoogste/laagste grondwaterstanden van de afgelopen 8 jaren, gebaseerd op maandelijkse metingen.
Grondwater
Water beneden het grondoppervlak, meestal beperkt tot het water beneden de Grondwaterspiegel
Grondwaterisohypse
Hoogtelijn voor de grondwaterstand of voor de stijghoogte van het grondwater. Een grondwaterisohypsenkaart geeft met lijnen (isohypsen) punten aan met gelijke stijghoogte. De kaart geeft onder andere informatie over de stromingsrichting van het grondwater
Grondwateronderlast
Problemen die zich voordoen als gevolg van lage grondwaterstanden. Bijvoorbeeld aantasting van houten funderingen als gevolg van droogstand
26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101
P 47/49
datum referentie
Grondwateroverlast
Wateroverlast door hoge grondwaterstanden. Bijvoorbeeld plasvorming op binnenterreinen of vocht in kruipruimten
Infiltratie
Intreding van water in de bodem, sponswerking van de bodem
Kruipruimte
Ruimte onder de begane grondvloer in gebruik voor het bereiken van leidingen voor inspectie, onderhoud of reparatie, en voor ventilatie van de vloer en eventuele houten constructiedelen onder de woning
Kwel
Het uittreden van grondwater
Ontwatering
De afvoer van water uit percelen over en door de grond en eventueel door drains, kleine sloten en greppels naar een stelsel van grote waterlopen, met als functie afwatering
Ontwateringsdiepte
De afstand tussen de hoogste grondwaterstand tussen twee ontwateringsmiddelen (sloot, drain) en het maaiveld.
Onverzadigde zone
Deel van de grond boven de grondwaterspiegel, waarin de bodemporiën zowel water als lucht bevatten. De verzadigde zone is het deel waar de poriën geheel gevuld zijn met water.
Opbolling
Het maximale hoogteverschil tussen de grondwaterspiegel en de waterstand in de drainagebuizen en/of watergangen
Peilbuis
Algemene term voor een geperforeerde buis of soortgelijke constructie met een kleine diameter waarin een grondwaterstand c.q. stijghoogte kan worden gemeten of waaruit een grondwatermonster kan worden genomen.
REGIS
Regionaal Geohydrologisch Informatiesysteem, een interactief informatiesysteem dat beschikt over voor het waterbeheer relevante en actuele gegevens. REGIS wordt beheerd door TNO.
RHG / RLG
Representatief hoge/lage grondwaterstand. Dit is de 90e /10e percentielwaarde van de gemeten grondwaterstanden, over een periode van tenminste drie jaar
Stijghoogte
Hoogte boven een referentievlak tot waar het water in een peilbuis stijgt. Deze stijghoogte is afhankelijk van de druk van het grondwater ter plaatse van de opening onder in de peilbuis.
Wadi
Voorziening voor de opvang, berging en afvoer van neerslag. In een komvormige greppel kan het regenwater infiltreren. Vervolgens kan infiltratie naar het grondwater plaatsvinden of afvoer via een drain.
26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101
P 48/49
Zetting
datum referentie
Bodemdaling als gevolg van inklinking, van krimp, door de bouw van kunstwerken, het ophogen van de grond of het aanbrengen van andere materialen.
26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101
P 49/49
2
2
3
3