CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Grondwaterbeleidsplan gemeenten Bloemendaal en Heemstede 2022-2026.pdf

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 9: Programma water Bloemendaal en Heemstede 2022-202615.285 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Grondwaterbeleidsplan gemeente Bloemendaal en Heemstede 2022-2026 Definitief

Wareco is een gespecialiseerd ingenieursbureau op het gebied van water, bodem en funderingen. Onze kracht is onze kennis van de ondergrond te integreren met de bovengrondse opgaven. We verbinden onderzoeken en adviezen aan concrete ontwerpen en uitvoering. Enthousiast, persoonlijk en innovatief. Al 40 jaar leveren we maatwerk, met als resultaat hoge kwaliteit en duurzame, kostenbesparende oplossingen. Vanuit meerdere vestigingen verspreid over Nederland bedienen we met circa 80 professionals overheden, bedrijfsleven en particulieren. We hechten grote waarde aan kwaliteit en duurzaamheid. Het managementsysteem is ISO 9001 (kwaliteitsmanagement) en ISO 14001 (milieumanagement) gecertificeerd. Voor u als opdrachtgever komt dit tot uiting in de vorm van duidelijke afspraken, het afhandelen van klachten volgens vaststaande procedures en het, waar mogelijk en wenselijk, aandragen van duurzame oplossingen. Daarnaast staat duurzaamheid ook bij onze bedrijfsvoering hoog op de agenda. Dit komt tot uiting in aandacht voor besparing op en hergebruik van grondstoffen en het beperken van milieubelasting.

Rapport

Wareco Ingenieurs Amsterdamseweg 71, 1182 GP Amstelveen T +31 20 750 46 00 www.wareco.nl

Grondwaterbeleidsplan gemeenten Bloemendaal en Heemstede project

Actualisatie grondwaterbeleid gemeente

datum 26 augustus 2021

Bloemendaal en Heemstede projectnummer projectleider

opdrachtgever postadres

contactpersoon

210132

en

210133

drs. ing. Maarten Kuiper Gemeente Bloemendaal

Gemeente Heemstede

Postbus 201

Postbus 352

2050 AE OVERVEEN

2100 AJ HEEMSTEDE

ing. E.R. Hagens

ing. C. L. te Beest

status

Definitief

auteur

Maaike der Kinderen, MSc

paraaf

Digitaal in kwaliteitssysteem

gecontroleerd

referentie 210132_R_MKI_0101

drs. ing. Maarten Kuiper

Inhoudsopgave

datum referentie

Samenvatting

4

1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

7 7 7 8 9 14 14 14

Inleiding Aanleiding Doelstelling Stedelijk grondwater en definities Grondwater en bodemopbouw in Bloemendaal en Heemstede Afbakening Samenwerking in de regio Leeswijzer

2 Beleidskader 2.1 Waterwet en verantwoordelijkheden 2.1.1 Waterwet - grondwaterzorgplicht 2.1.2 Verantwoordelijkheden en taken in het (grond)waterbeheer

15 15 15 16

3 Grondwaterbeleid 3.1 Ambitieniveau en visie 3.2 Kader voor doelmatige grondwatermaatregelen 3.2.1 Doelmatigheid 3.2.2 Invulling doelmatigheid 3.3 Voorkeursvolgorde grondwatermaatregelen

17 17 19 19 19 24

4 4.1 4.2

28 28 29

Handelen bij meldingen en voorlichting Loketfunctie en informatievoorziening Behandelen van meldingen grondwateroverlast

5 Voorkomen van grondwaterproblemen 5.1 Voorkomen goedkoper dan bestrijden 5.2 Voorkomen bij nieuwbouwontwikkelingen 5.2.1 Nieuwbouw: kans! 5.2.2 Richtlijnen ten aanzien van bouwrijp maken 5.2.3 32 5.2.4 Streefwaarden ontwatering bij bouwrijp maken 5.2.5 Bestemmingsplan en exploitatieovereenkomsten 5.3 Voorkomen grondwaterproblemen bij werken in de openbare ruimte 5.4 (On)mogelijkheden infiltreren afstromend regenwater 5.5 Grondwatereffecten bij werken door derden 5.6 Grondwater en wijzigen oppervlaktewaterpeil 5.7 Volgen ontwikkelingen in duinen

30 30 30 30 31

6 6.1 6.2

39 39 39

Anticiperen op klimaatverandering Invloed van klimaatverandering Anticiperen

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

32 32 34 36 36 37 38

7 7.1 7.2 7.3

Beheer grondwatervoorzieningen Drainage in Heemstede en Bloemendaal Planmatig beheer en onderhoud drainagesystemen Ontwerp en aanleg drainagesystemen

8 Grondwaterdata beheren 8.1 Beheer en analyse grondwatermeetnet 8.1.1 Meetdata inzamelen 8.1.2 Meetdata opslaan 8.1.3 Meetdata ontsluiten en uitwisselen 8.1.4 Meetdata analyseren: reageren op metingen 8.1.5 Regionale samenwerking 8.2 Grondwatermodel Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

datum referentie

Begrippenlijst Aandachtsgebieden hoge grondwaterstand Aandachtsgebieden lage grondwaterstand en infiltratiekansen

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

40 40 41 42 44 44 45 45 45 45 46 46

Samenvatting Het grondwaterbeleid van de gemeenten Heemstede en Bloemendaal is vastgelegd in voorliggend grondwaterbeleidsplan. Dit plan is opgesteld om invulling te geven aan de wettelijke grondwaterzorgplicht voor gemeenten en om onderbouwd te kunnen communiceren over grondwater met bewoners en collega’s (zoals beheerders en projectleiders van civiele werken in de openbare ruimte en nieuwbouw). Het beleid uit dit grondwaterbeleidsplan is in bredere context inhoudelijk en financieel verankerd in het Programma Water voor de planperiode 2022-2026.

Weten wat er in de gemeente speelt Om het grondwaterbeleid technisch inhoudelijk te onderbouwen, is een technische grondwateranalyse uitgevoerd. Deze analyse is opgenomen in separate grondwaterbeheerplannen per gemeente. Hierin is het grondwatersysteem op buurtniveau beschreven, inclusief de kansen en risico’s die gepaard gaan met (te) hoge en (te) lage grondwaterstanden. Ook zijn in de grondwaterbeheerplannen de praktische acties voor planperiode 2022-2026 opgenomen, die volgen uit het beleid en de grondwateranalyse.

Figuur: Overzicht aandachtsgebieden voor hoge grondwaterstanden (links) en lage grondwaterstanden (rechts). Met risico op zettingen (groen), kansgebieden voor toepassen infiltratie (blauw), en locaties waar ondiep veen in de ondergrond zit (bruintinten – hoe donkerder hoe dieper).

datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 4/49

Kernpunten grondwaterbeleid Grondwaterzorgplicht voor eigen terrein. De gemeente draagt bij aan het verminderen van structurele grondwateroverlast en -onderlast door maatregelen op gemeentelijk terrein te treffen, waar mogelijk en doelmatig. En door perceeleigenaren te stimuleren om zelf maatregelen te treffen. Het bestrijden van grondwateroverlast en -onderlast start namelijk op het betreffende perceel. Maatregel openbare ruimte als doelmatig. De gemeente past de grondwaterstand in openbaar terrein aan, indien mogelijk en doelmatig en/of neemt overtollig grondwater afkomstig van particuliere percelen in ontvangst op het aanwezige drainagesysteem of hemelwaterriool. De grondwaterstand kan niet eindeloos worden verlaagd tot bijvoorbeeld onder diepe kelders, omdat dit droogte kan veroorzaken. De doelmatigheid van grondwatermaatregelen wordt locatiespecifiek beoordeeld op basis van de volgende overkoepelende criteria: A. Er is een probleem: structureel nadelige gevolgen door een te hoge of te lage grondwaterstand. De grondwaterstand op openbaar terrein is te hoog wanneer de Representatief Hoge Grondwaterstand (RHG) hoger is dan 0,70 m beneden maaiveld. De grondwaterstand op openbaar terrein is te laag wanneer de Representatief Lage Grondwaterstand (RLG) lager is dan 0,30 m beneden polderpeil.

De richtlijn voor lage grondwaterstanden geldt alleen voor het boezemgebied en de polders, niet voor de duinen. B. De maatregel heeft nut: vanuit de openbare ruimte kan effect voor de (particuliere) percelen met overlast of onderlast worden bereikt. C. De maatregel is kosteneffectief: De hiermee gemoeide investerings- en exploitatiekosten van maatregelen staan in verhouding met (eventueel toekomstige) kosten van maatregelen door perceeleigenaren of eventueel te verwachten kosten voor schades. Voorkeursvolgorde maatregelen. Er wordt een voorkeursprincipe voor maatregelen gehanteerd: zoveel mogelijk aansluiting op de natuurlijke omstandigheden waarbij zo weinig mogelijk water wordt afgevoerd, vooral bij nieuwbouw. Er wordt gekozen voor maatregelen met een lange levensduur en die onderhoudsarm zijn. Voorkomen grondwateroverlast en klimaatadaptatie. Om problemen te voorkomen voert de gemeente planmatig onderzoek uit in de aandachtsgebieden voor hoge en lage grondwaterstanden. Bij werkzaamheden in de openbare ruimte en bij nieuwbouw wordt daarom ook standaard grondwateronderzoek uitgevoerd. De gemeente houdt bij het (opnieuw) inrichten van de openbare ruimte rekening met de effecten van klimaatverandering op de grondwaterstand.

De gemeente volgt ook op actieve wijze eventuele ontwikkelingen en ingrepen door derden in de duinen, zoals eventuele vernattingsprojecten en wijzigingen drinkwatervoorziening. Aanspreekpunt. Als aanspreekpunt voor burgers en bedrijven voor grondwaterproblematiek, communiceert de gemeente proactief met bewoners, bedrijven, woningcorporaties en andere belanghebbenden. Bij vragen en meldingen over grondwateroverlast denkt de gemeente mee met bewoners en bedrijven en helpt hen met richtinggevende informatie op weg bij het bestrijden van wateroverlast of -onderlast, zodat particulieren kunnen participeren en hun eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen.

datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 5/49

Grondwaterkennis op peil. De gemeente heeft met behulp van het netwerk aan grondwatermeetpunten en het grondwatermodel continu en actueel inzicht in de grondwaterstanden. De gemeente deelt de gegevens online. De gemeente houdt in beeld waar eventuele overlastmeldingen vandaan komen. Beheer drainage. De gemeente beheert haar grondwatervoorzieningen en voert periodiek onderhoud uit. De gemeente onderzoekt wat de restlevensduur is van de verschillende (mechanische) drainagesystemen en of deze met onderhoudsmaatregelen verlengd kan worden. Samenwerking. De gemeente werkt samen met andere partijen die betrokken zijn in het grondwaterbeheer zoals het hoogheemraadschap, om kennis te ontwikkelen en uit te wisselen en te komen tot een efficiënte uitvoering van haar grondwatertaken.

datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 6/49

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Conform de gemeentelijke hemelwater- en grondwaterzorgplicht hebben gemeenten de wettelijke taak om de zorgplichten met lokaal beleid in te vullen naar lokale omstandigheden. De gemeente onderneemt onder meer de volgende activiteiten in dit kader: communiceren met inwoners en bedrijven, verlenen van goede service, indien sprake is van grondwaterproblemen; inzicht geven in de grondwaterstanden in stedelijk gebied, met behulp van het grondwatermeetnet en het grondwatermodel; beoordelen of, waar en wanneer de aanleg van waterbeheersende maatregelen (bijvoorbeeld drainage of drainage-infiltratiesystemen) doelmatig is, uitvoeren waar doelmatig; het onderhouden van de grondwatervoorzieningen; het in ontvangst nemen en verwerken van overtollig grondwater van particulier terrein, indien doelmatig; duidelijk maken welke waterbeheersende maatregelen bij nieuwbouwlocaties passend zijn, of redelijkerwijs verwacht mag worden dat particulieren hemelwater op eigen terrein verwerken; bij nieuwbouw ervoor zorgen dat een hoge of lage grondwaterstand niet tot problemen leidt; zoveel mogelijk voorkomen dat bij bouw- en civieltechnische werken (zoals bij een rioolvervanging) grondwaterproblemen ontstaan. Het voorgaande grondwaterbeleid is opgenomen in het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) Bloemendaal en Heemstede 2017-2021.

Voorliggende rapportage betreft een actualisatie en verdieping van het grondwaterbeleid. Het vernieuwde grondwaterbeleidsplan biedt input voor het Programma Water 2022 t/m 2026. Bij het opstellen van dit beleidsplan is het thema water in brede zin besproken. Er is daarbij onderscheid gemaakt in grondwater aspecten (verdiepend, voor in het grondwaterbeleidsplan) en in meer integrale waterthema’s.

1.2

Doelstelling

Dit grondwaterbeleidsplan brengt de verplichtingen en ambities van de gemeenten Bloemendaal en Heemstede binnen de grondwaterzorgplicht in beeld. Het gemeentelijke grondwaterbeleid is gericht op het bieden van een beleidskader voor het dagelijkse (praktische) grondwaterbeheer in de gemeente: inzicht hebben in de grondwatersituatie, omgaan met vragen en meldingen over grondwateroverlast of -onderlast, beheren van grondwatervoorzieningen, bijdragen aan het bestrijden van grondwateroverlast en grondwateronderlast in de bestaande wijken, problemen voorkomen in nieuwe gebieden en het opdoen en vastleggen van grondwaterkennis. Door het opstellen van het grondwaterbeleidsplan wordt invulling gegeven aan de grondwaterzorgplicht van de gemeenten Bloemendaal en Heemstede, conform de Waterwet. Vastgesteld wordt hoe met grondwater wordt omgegaan, welke maatregelen genomen gaan worden, wanneer en wie hiervoor de trekker zal zijn en wat de financiële consequenties zijn.

datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 7/49

De gemeenten geven met dit beleid aan wat burgers van de gemeente mogen verwachten om grondwateroverlast of -onderlast zoveel mogelijk te beperken en te voorkomen. En omgekeerd wat de gemeenten van burgers (en ook van het hoogheemraadschap) verwachten om grondwateroverlast of -onderlast te beperken of te voorkomen. Het beleidsplan beoogt bewoners en bedrijven op eenduidige wijze te ondersteunen bij grondwateroverlast of -onderlast en om het grondwater op openbaar terrein met een eenduidige systematiek te beheren. De rapportage is eveneens een leidraad voor medewerkers van de gemeenten die keuzes maken ten aanzien van grondwater. De uitwerking van het beleid voor het operationele grondwaterbeheer inclusief concrete maatregelen volgend uit het beleid, is opgenomen in separate rapportages specifiek voor de verschillende gemeenten: Grondwaterbeheerplan Bloemendaal; Grondwaterbeheerplan Heemstede.

1.3

Stedelijk grondwater en definities

Grondwater in bebouwd gebied (of ook wel: stedelijk grondwater) maakt naast het stedelijk oppervlaktewater, de neerslag en verdamping, de drinkwatervoorziening en het afvalwater, een wezenlijk onderdeel uit van het stedelijk watersysteem en de leefomgeving in het algemeen. Het stedelijk grondwater wordt onderscheiden in enerzijds het grondwater in dieper gelegen watervoerende bodempakketten en anderzijds het grondwater in het bovenste, freatisch pakket. De stijghoogte van het freatisch grondwater, het grondwaterpeil, is van belang voor de leefomgeving, denk aan bouwen (kruipruimten/ kelders), bestaande bebouwing (souterrains/ kelders, houten paalfunderingen), voor aanleg en onderhoud van oppervlaktewater, groen en wegen, voor behoud van archeologie, het beheren van grondwaterverontreinigingen en voor de kansen voor ecologie en natuur. Enkele hydrologische begrippen, genoemd in de volgende hoofdstukken, zijn schematisch weergegeven in figuur 1. In bijlage 1 is een verklarende begrippenlijst opgenomen.

Figuur 1: Schematisatie van enkele hydrologische begrippen

datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 8/49

Hoge grondwaterstanden kunnen leiden tot vochtoverlast in woningen, beperkingen in het groenbeheer en verhoogde kosten in het beheer van wegen en ondergrondse infrastructuur. Grondwateroverlast bij woningen heeft vaak betrekking op natte of vochtige kruipruimtes of optrekkend vocht door (kelder-)muren of (kelder-)vloeren. Hierdoor kunnen in de woningen problemen ontstaan zoals schimmelvorming en een te vochtig binnenklimaat. Ook natte tuinen kunnen het gevolg zijn van te hoge grondwaterstanden. Verder kunnen te lage grondwaterstanden worden aangetroffen. Door te lage grondwaterstanden kan versnelde maaivelddaling optreden in zettingsgevoelige gebieden en kunnen houten paalfunderingen worden aangetast met schade aan panden tot gevolg. Dit wordt ook wel grondwateronderlast genoemd.

1.4

Grondwater en bodemopbouw in Bloemendaal en Heemstede

Bloemendaal en Heemstede maken deel uit van één grondwatersysteem. Het grondwatersysteem in de gemeenten bestaat uit een aantal zones: de duinen, de binnenduinrand, het boezemgebied en de polders. De bebouwde kom van Bloemendaal bestaat voornamelijk uit duingebied, binnenduinrand en enkele polders. De bebouwde kom van Heemstede ligt deels in het boezemgebied en deels in het poldergebied. De verschillende systemen in en om de gemeenten zijn weergegeven in figuur 2.

Figuur 2: Schematische doorsnede grondwatersystemen (geel: overwegend zand, groen: lokaal klei en veen

Het duinsysteem betreft een groot onverhard gebied waar alle neerslag de bodem in kan zakken. De bodem bestaat er uit zand en de grondwaterstand bevindt zich er op relatief grote diepte (enkele meters onder het oppervlak). De grondwaterstand reageert hier niet direct op neerslag of droogte. Het kan weken tot maanden duren voordat de grondwaterstand stijgt of daalt. Er is vrijwel geen oppervlaktewater of drainage, het grondwater stroomt (langzaam) naar diepere bodemlagen en in mindere mate horizontaal richting de polder of de zee. De grondwaterstand fluctueert over de seizoenen met circa een meter. Hier treedt vrijwel geen grondwateroverlast op. Lage grondwaterstanden zijn er voor bebouwd gebied nauwelijks een aandachtspunt, wel voor de natuur en zoetwatervoorraad. Door het ontbreken van oppervlaktewater is er nauwelijks tot geen mogelijkheid om het water aan te vullen na een lange periode van droogte. Toenemende droogte in de komende decennia levert mogelijk problemen op voor bomen. Naast het duinsysteem zijn er een binnenduinrand en boezem- en poldersysteem aanwezig. Het maaiveld is er lager, waardoor de grondwaterstand op kleinere diepte fluctueert. Er is een datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 9/49

groter risico op grondwateroverlast, zeker ook omdat de bebouwing in de gemeenten overwegend relatief oud en niet bestand tegen hoge grondwaterstanden is. Daarom zijn in veel wijken drainagesystemen aangelegd. Ook zijn er meer watergangen aanwezig. Incidenteel worden er plaatselijk onderbemalingen toegepast. In de ondiepe bodem zijn er, buiten de strandwallen, veenlagen aanwezig. Daarom is er ook risico op onderlast (gevolgen van te lage grondwaterstanden zoals maaivelddaling of droogstand van houten paalfunderingen). Op de strandwal fluctueert de grondwaterstand op natuurlijke wijze op relatief grotere diepte en is er minder sprake van grondwateroverlast. Wel kan sprake zijn van lekke kelders, dit zijn bouwkundige problemen. Aandachtsgebieden hoge en lage grondwaterstanden Om het grondwaterbeleid te onderbouwen en om tot een maatregelenplan te komen, is het grondwatersysteem geanalyseerd. Op basis van metingen uit het grondwatermeetnet en de uitkomsten van het grondwatermodel is beoordeeld waar de grondwaterstand hoog of laag is en waar dit tot nadelige gevolgen kan leiden. Dit heeft geresulteerd in een kaart met aandachtsgebieden voor hoge grondwaterstanden en een kaart met aandachtsgebieden voor lage grondwaterstanden. De kaarten zijn opgenomen in bijlage 2 en 3 en in de onderstaande figuur. De onderliggende informatie is opgenomen in de grondwaterbeheerplannen.

Ervaringen met meldingen in Bloemendaal In het algemeen maken relatief weinig bewoners melding van grondwateroverlast. Er komen circa 20 à 30 meldingen per jaar binnen. De laatste jaren vaak in Bennebroek Meerwijk, maar daar wordt binnenkort een drainage-infiltratie-transport (DIT)-systeem aangelegd ter verbetering. De gemeente heeft geen signalen opgevangen van nadelige gevolgen door te lage grondwaterstanden.

Ervaringen met meldingen in Heemstede In het algemeen maken relatief weinig bewoners melding van grondwateroverlast. Er komen circa een twintigtal meldingen per jaar binnen, verspreid over de gemeente met uitzondering van Zuid Heemstede (De Glip). De gemeente heeft geen signalen opgevangen van nadelige gevolgen door te lage grondwaterstanden.

datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 10/49

Figuur 3: Schematische weergave grondwatersystemen bovenaanzicht

datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 11/49

Figuur 4: Overzicht aandachtsgebieden voor hoge grondwaterstanden gemeente Heemstede en gemeente Bloemendaal, zie ook bijlage 2

datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 12/49

Figuur 5: Overzicht aandachtsgebieden voor lage grondwaterstanden en zettingen (groen), kansgebieden voor toepassen infiltratie (blauw), en locaties waar ondiep veen in de ondergrond zit (bruintinten – hoe donkerder hoe dieper) in de gemeente Bloemendaal en Heemstede, zie ook bijlage 3.

datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 13/49

1.5

Afbakening

Dit beleidsplan heeft betrekking op (het bestrijden en voorkomen van) nadelige gevolgen van een te hoge of te lage grondwaterstand binnen de bebouwde kom van de gemeenten. Het grondwaterbeleidsplan gaat over het ondiepe, freatische grondwater in de gemeente. Dit is het grondwater dat zich in de bovenste meters van de bodem bevindt. Het grondwaterbeleid is primair gericht op de grondwaterkwantiteit.

1.6

Samenwerking in de regio

De gemeenten in Kennemerland zuid en het waterschap werken samen op het gebied van grondwater. Het samenwerkingsverband ontplooit onder meer activiteiten op het gebied van het op uniforme wijze ontwikkelen en beheren van grondwatermeetnetten en grondwatermodellen en het op uniforme wijze communiceren over grondwateroverlast en onderlast. Deze samenwerking biedt kansen voor het verder professionaliseren van het grondwaterbeheer (in de regio). In dit plan wordt hier rekening mee gehouden.

1.7

Leeswijzer

Dit plan bestaat uit twee onderdelen: (1) het beleidskader en (2) de praktische uitwerking van beleidsonderwerpen. Het maatregelenplan is opgenomen in separate grondwaterbeheerplannen. Technische informatie over het grondwatersysteem is eveneens opgenomen in de grondwaterbeheerplannen. Een samenvatting daarvan is opgenomen in hoofdstuk 1. Het beleidskader (hoofdstuk 2 en 3) beschrijft het wettelijk kader en de invulling hiervan (visie) voor de plaatselijke omstandigheden binnen de gemeente. De praktische uitwerking van beleidsonderwerpen zijn opgenomen in hoofdstuk 4 t/m 8. Dit is een omvangrijk rapport. Niet alle onderdelen zijn voor iedere lezer relevant. De intentie van de rapportopbouw is dat een hoofdstuk en mogelijk een paragraaf zelfstandig leesbaar is en eruit gelicht kan worden.

datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 14/49

2

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader en de verantwoordelijkheden van diverse factoren.

2.1 Waterwet en verantwoordelijkheden 2.1.1 Waterwet - grondwaterzorgplicht Op 1 januari 2008 is de wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken van kracht geworden (vanaf 22 december 2009 opgenomen in de Waterwet). De wet bevat onder meer de nieuwe rioolheffing en introduceert gemeentelijke zorgplichten voor afvloeiend hemelwater en voor het grondwater. De zorgplichten werken niet met terugwerkende kracht. Op lokaal niveau maken gemeenten de integrale afweging op welke wijze het beste kan worden omgegaan met water, rekening houdend met maatschappelijke lasten en verschillende randvoorwaarden (zoals een duurzaam watersysteem, leefomgeving, functie van een gebied, milieu, volksgezondheid). De gemeentelijke grondwaterzorgplicht bestaat uit de volgende twee delen (art. 3.6 Waterwet): 1. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort. 2.

De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten mede de verwerking van het ingezamelde grondwater, waaronder in ieder geval worden begrepen de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van ingezameld grondwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk.

De volgende elementen zijn van belang bij de lokale invulling van de grondwaterzorg (bron: Van rioleringszaak naar gemeentelijke watertaak, VNG 2007). Verantwoordelijkheid perceeleigenaar De gemeentelijke zorgplicht begint bij de perceelgrens. Anders gezegd: de gemeentelijke grondwaterzorgplicht begint daar waar de privaatrechtelijke verantwoordelijkheid ophoudt. Van de perceeleigenaar mag worden verwacht dat hij de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen neemt om grondwaterproblemen te voorkomen of te bestrijden, voor zover deze problemen niet aantoonbaar worden veroorzaakt door onrechtmatig handelen of nalaten van een ander, particulier of overheid. Daarbij horen ook eigen wensen ten aanzien van het object, zoals wonen in de kelder of souterrain. De eigenaar is er zelf voor verantwoordelijk dat hij voldoet aan de waterdichtheidseisen uit het Bouwbesluit. Structureel De gemeentelijke taak begint als er sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand. Bij incidentele grondwaterproblemen (bijvoorbeeld bij extreme regenval) heeft de gemeente dus geen taak en die zal de perceeleigenaar moeten accepteren c.q. zelf maatregelen nemen. De gemeente bepaalt wanneer gesproken kan worden van structurele problemen. datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 15/49

Bestemming Voorwaarde voor maatregelen is dat de grondwaterstanden negatieve gevolgen moeten hebben voor de bestemming (bijvoorbeeld woonfunctie). Er moet dus een probleem zijn. Inspanningsplicht De grondwaterstand is –zeker in bebouwd gebied- niet volledig te sturen vanuit het openbare gebied, daarom heeft de grondwaterzorgplicht van de gemeente het karakter van een inspanningsverplichting (‘zoveel mogelijk’) en wordt de gemeente niet verantwoordelijk voor de grondwaterstand. De gemeente kan wel aansprakelijk worden gesteld voor het niet nakomen van de grondwaterzorgplicht. Doelmatigheid In de afweging van gemeentelijke maatregelen moeten de financiële implicaties, de omvang en de duur van de problemen meegenomen worden, alsmede de verschillende mogelijke oplossingen om grondwateroverlast tegen te gaan (bijvoorbeeld: het beïnvloeden van het grondwaterpeil in probleemgebieden versus laten nemen van bouwkundige maatregelen). Niet de verantwoordelijkheid van andere overheden De gemeentelijke zorgplicht geldt alleen voor maatregelen die niet tot de verantwoordelijkheid van het waterschap of de provincie behoren.

2.1.2

Verantwoordelijkheden en taken in het (grond)waterbeheer

Grondwaterstroming houdt geen rekening met perceelgrenzen en van wie de grond is. De waterwetgeving in Nederland doet dat wel, zie figuur 6. Net zoals een huiseigenaar verantwoordelijk is voor de toestand van het huis, is de huiseigenaar ook verantwoordelijk voor de grondwatersituatie op het eigen terrein. Op grond van genoemd artikel 3.6 van de Waterwet wordt als uitgangspunt gehanteerd dat een perceeleigenaar zelf verantwoordelijk is voor het treffen van maatregelen op eigen terrein om grondwaterproblemen te bestrijden. Op grond van het Bouwbesluit is hij zelf verantwoordelijk voor het waterdicht zijn van een uitwendige scheidingsconstructie van verblijfsruimten van woningen. Daarmee wordt bedoeld: de buitengevel, begane grondvloer, en/of de vloer en gevels van een kelder of souterrain. Specifiek voor kelders/souterrains zijn eisen gesteld in artikelen 3.64 en 4.118 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Er is een duidelijke verantwoordelijkheid voor de particuliere eigenaar om de kelder waterdicht te maken, als deze dient als verblijfsgebied. Ook de gemeente is verantwoordelijk voor haar eigen terrein. De gemeente beheert het openbare gebied (zoals wegen en parken) en het grondwater op openbaar gebied. Ook is de gemeente het aanspreekpunt voor (meldingen over) grondwateroverlast.

Dit betekent dat de gemeente een actieve houding aanneemt bij het onderzoeken van problemen en het zoeken naar oplossingen. De gemeente heeft hierbij een inspanningsverplichting. Ook is de gemeente verantwoordelijk voor grondwateroverlast die ontstaat als gevolg van maatregelen die de gemeente treft. Het waterschap is de wettelijke (grond)waterbeheerder. De grondwaterzorgplicht is gedelegeerd aan de gemeente. Het waterschap zelf beheert het oppervlaktewater en is bevoegd gezag voor grondwateronttrekkingen. De provincie is bevoegd gezag voor zeer grote onttrekkingen. Drinkwaterleidingmaatschappijen zijn verantwoordelijk voor het leveren van drinkwater.

datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 16/49

Samenwerking essentieel Het Hoogheemraadschap biedt via oppervlaktewaterpeilbeheer de randvoorwaarden voor gemeenten om invulling te geven aan de grondwaterzorgplicht. Het waterschap voert namelijk overtollig water af en voert water in droge perioden aan via watergangen, waar de gemeente haar leidingen op aantakt. De gemeente biedt vervolgens via de openbare ruimte de randvoorwaarden voor bewoners en bedrijven om hun verantwoordelijkheid te nemen voor private terreinen. De gemeente voert namelijk waar nodig en doelmatig water af en voert water waar mogelijk in droge perioden aan, vaak via leidingen waarop bewoners kunnen aantakken. De benodigde leidingen die de gemeente aanlegt, hebben niet altijd effect tot op het particulier terrein. In het grondwaterbeheer is dus samenwerking nodig.

Figuur 6: Schema van de taakverdeling in het grondwaterbeheer

3

Grondwaterbeleid

Dit hoofdstuk beschrijft wat de gemeenten Bloemendaal en Heemstede de komende jaren willen bereiken op hoofdlijnen. In latere hoofdstukken wordt nader invulling gegeven aan deze ambitie.

3.1

Ambitieniveau en visie

De werkzaamheden van de gemeenten Bloemendaal en Heemstede zijn er primair op gericht om de veiligheid en de leefbaarheid (leefomgeving) van haar inwoners en bedrijven te waarborgen en waar mogelijk te verbeteren. Grondwateroverlast en -onderlast kunnen het woongenot en daarmee de leefbaarheid van de inwoners aantasten. De gemeenten streven ernaar om –samen met bewoners en bedrijven- een dusdanige ontwatering van het stedelijke gebied te helpen realiseren, dat het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert of tot ontoelaatbare overlast leidt, voor zover dit doelmatig is. Dit wordt zoveel mogelijk in combinatie met andere werkzaamheden uitgevoerd, voor zover dat mogelijk is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort.

datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 17/49

Dit vertaalt zich in de volgende visie: 1.

2.

3.

4. 5.

6.

7.

8.

9.

datum referentie

De gemeente wil bijdragen aan verminderen van structurele grondwateroverlast en onderlast. Door maatregelen op gemeentelijk terrein te treffen, waar mogelijk en doelmatig, en vervolgens door perceeleigenaren te stimuleren om waar nodig zelf maatregelen te treffen. Het bestrijden van grondwateroverlast en -onderlast start namelijk op het betreffende perceel. De gemeente streeft er als perceeleigenaar van het openbare terrein naar om de grondwatersituatie op haar terrein op orde te hebben (voorbeeldfunctie). Dit biedt een uitgangspunt voor particuliere perceeleigenaren om de grondwatersituatie op hun terrein op orde te houden of te brengen. De gemeente past de grondwaterstand in openbaar terrein aan, indien mogelijk en doelmatig en/of neemt overtollig grondwater afkomstig van particuliere percelen in ontvangst op het aanwezige riool of drainagesysteem. De grondwaterstand kan niet eindeloos worden verlaagd tot bijvoorbeeld onder diepe kelders; de gewenste grondwaterstand wordt afgestemd op de lokale (on)mogelijkheden, zoals het oppervlaktewaterpeil, houten paalfunderingen en veenlagen. De gemeente wil hiermee tegemoetkomen aan zowel overlast- als onderlastsituaties. De gemeente wil voorkomen dat toekomstige grondwateroverlast of -onderlast gaat ontstaan.

Bij nieuwbouw en grootschalige onderhoudswerkzaamheden worden grondwaterproblemen proactief voorkomen en er wordt al in een vroeg stadium (in het planproces) aandacht gegeven aan grondwater. De gemeente houdt bij het (opnieuw) inrichten van de openbare ruimte rekening met de effecten van klimaatverandering op de grondwaterstand. Er wordt een voorkeursprincipe voor maatregelen gehanteerd: zoveel mogelijk aansluiting op de natuurlijke omstandigheden waarbij zo weinig mogelijk water wordt afgevoerd, vooral bij nieuwbouw. Er wordt gekozen voor maatregelen met een lange levensduur en die onderhoudsarm zijn. De gemeente wil een duidelijk aanspreekpunt zijn voor burgers en bedrijven betreffende grondwaterproblematiek en vragen over het grondwater. De gemeente communiceert proactief met bewoners, bedrijven, woningcorporaties en andere belanghebbenden. Proactief houdt in: de gemeente brengt informatie als de omstandigheden (zoals perioden van extreme neerslag of droogte of grote wijzigingen) daartoe aanleiding geven. Dit doet de gemeente zoveel mogelijk regionaal, zodat een samenhangende boodschap wordt gebracht.

Bij vragen en meldingen over grondwateroverlast denkt de gemeente (reactief) mee met bewoners en bedrijven en helpt hen met richtinggevende informatie op weg bij het bestrijden van wateroverlast of -onderlast, zodat particulieren kunnen participeren en hun eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen. De gemeente neemt ten aanzien van het ondiepe grondwater de regie in het proces, waarin problemen en oplossingen worden verkend. Als gegevens (grondwatermeetnet en grondwatermodel), klachtenregistratie of gemeentebrede analyses daar aanleiding toe geven, voert de gemeente locatiespecifieke onderzoeken uit om de aard, omvang, mogelijke oorzaken en oplossingsrichtingen te begrijpen. Ook als er géén sprake is van overlastmeldingen, omdat grondwaterproblemen verborgen kunnen zijn. De gemeente heeft inzicht in de grondwaterstanden en de hoeveelheid overlastmeldingen. De gemeente volgt op actieve wijze eventuele ontwikkelingen en ingrepen door derden in de duinen, zoals eventuele vernattingsprojecten en wijzigingen drinkwatervoorziening.

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 18/49

10. De gemeente beheert haar grondwatervoorzieningen en voert periodiek onderhoud uit. De gemeente voert nazorg bij uitgevoerde maatregelen en de monitoring van effecten van deze maatregelen. 11. De gemeente werkt samen met andere partijen die betrokken zijn in het grondwaterbeheer zoals het hoogheemraadschap, om kennis te ontwikkelen en uit te wisselen en te komen tot een efficiënte uitvoering van haar grondwatertaken. Specifiek vindt intensieve afstemming plaats tussen gemeenten Bloemendaal en Heemstede.

3.2 Kader voor doelmatige grondwatermaatregelen 3.2.1 Doelmatigheid Op lokaal niveau maken gemeenten de afweging wanneer maatregelen getroffen worden tegen te hoge of te lage grondwaterstanden, rekening houdend met maatschappelijke lasten en verschillende randvoorwaarden (zoals een duurzaam watersysteem, leefomgeving, functie van een gebied, milieu, natuur, volksgezondheid). De gemeente heeft daarbij geen resultaatsverplichting om het gewenste grondwaterpeil te handhaven. Door middel van het nemen van maatregelen levert de gemeente in het openbare gebied een inspanning (‘zoveel mogelijk’) om de grondwaterstand op openbaar terrein te beheren binnen een bepaalde bandbreedte. De gemeente neemt bij grondwateroverlast pas maatregelen als deze doelmatig worden bevonden. De doelmatigheidsafweging vindt plaats met maatwerk, op basis van een overkoepelend kader zodat keuzes eenduidig tot stand komen. De streefwaarde is niet dwingend; te allen tijde dient de gewenste grondwaterstand afgestemd te worden op de lokale (on)mogelijkheden, zoals het oppervlaktewaterpeil, houten paalfunderingen en veenlagen. Een hoge of lage grondwaterstand alleen maakt een maatregel in de openbare ruimte niet doelmatig. Er dient ook een grondwaterprobleem te zijn, dat tegen acceptabele kosten kan worden bestreden met maatregelen in de openbare ruimte.

Daarom is doelmatigheid het criterium voor maatregelen, niet een bepaalde grondwaterstand.

3.2.2

Invulling doelmatigheid

De doelmatigheid van grondwatermaatregelen wordt locatiespecifiek beoordeeld op basis van de volgende overkoepelende criteria: A. Er is een probleem: structureel nadelige gevolgen door een te hoge of te lage grondwaterstand. B. De maatregel heeft nut: vanuit de openbare ruimte kan effect voor de (particuliere) percelen met overlast of onderlast worden bereikt. C. De maatregel is kosteneffectief: De hiermee gemoeide investerings- en exploitatiekosten van maatregelen staan in verhouding met (eventueel toekomstige) kosten van maatregelen door perceeleigenaren of eventueel te verwachten kosten voor schades. Als alle drie de criteria zich voordoen, wordt een maatregel in de openbare ruimte als doelmatig beoordeeld.

datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 19/49

A.

Er is een probleem: De hoge of lage grondwaterstand in het openbare gebied leidt tot aantoonbare structureel nadelige gevolgen voor de perceelfuncties. Er is volgens de gemeente sprake van nadelige gevolgen, indien omstandigheden optreden die tot volksgezondheidsproblemen en/of economische schade leiden en niet worden veroorzaakt door gebrekkige constructies en bouwkundige gebreken. Verblijfruimten dienen daarbij dan ook te voldoen aan de bouwregelgeving uit het Bouwbesluit. Grondwater in de kruipruimte op zich veroorzaakt niet altijd nadelige gevolgen, alleen als het vocht doordringt naar bovenliggende verblijfruimtes en/of de bebouwing aantast. Streefwaarde hoge grondwaterstand Er is volgens de gemeente sprake van een structureel hoge grondwaterstand indien de representatieve hoogste grondwaterstand (RHG) voor een gebied hoger is dan de hieronder genoemde streefwaarde van 0,7 m onder de openbare ruimte (of uit grondwateronderzoek blijkt dat dit het geval zal zijn). Als representatieve hoogste grondwaterstand (RHG) geldt de meetwaarde die 10% van de tijd wordt overschreden, tijdens een meerjarige periode (enkele jaren achter elkaar).

Ten aanzien van de streefwaarde voor de ontwateringsdiepte onder openbare ruimtes in wijken geldt het volgende: Tabel 1: Streefwaarde minimale ontwateringsdiepte openbaar gebied in wijken Ontwateringsdiepte*

Vervolg

Groter dan 0,7 m**

De grondwaterstand is voldoende laag. Gesteld wordt dat geen sprake is van een grondwaterprobleem (mogelijk een bouwkundig probleem of anderszins).

Tussen 0,3 m en 0,7 m

De grondwaterstand is relatief hoog. Er is grondwateronderzoek nodig om te beoordelen of maatregelen doelmatig zijn en afgestemd kunnen worden met overige werken in de openbare ruimte (meeliften).

Kleiner dan 0,3 m

De grondwaterstand is duidelijk hoog. De gemeente beoordeelt of het uitvoeringsprogramma van werken in de openbare ruimte kan worden aangepast aan de hoge grondwaterstand om gelijktijdig grondwatermaatregelen te treffen.

* maaiveldniveau (as openbare weg) minus de Representatief Hoge Grondwaterstand (RHG) ** voor het voorkomen van (te) lage grondwaterstanden: zie volgende paragraaf

Ontwatering sportvelden - Bloemendaal Specifiek voor de sportvelden binnen de gemeente Bloemendaal voelt de gemeente Bloemendaal zich verantwoordelijk voor een goede waterhuishouding op de velden. Gestreefd wordt naar een minimale ontwateringsdiepte van 0,5 m (bij een representatief hoge grondwaterstand). Ontwatering sportvelden - Heemstede In de gemeente Heemstede wordt de ontwatering van sportvelden uitgevoerd door de sportverenigingen.

datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 20/49

Streefwaarde lage grondwaterstand Ten aanzien van streefwaarden afgestemd op het voorkomen van (te) lage grondwaterstanden (onderlast) geldt dat maatwerk nodig is. De gewenste laagste grondwaterstand is namelijk afhankelijk van vele factoren, zoals de bodemgesteldheid, natuur, funderingen, watergangen, et cetera. Als voorbeeld: in de duinen kan een lage grondwaterstand bijvoorbeeld leiden tot natuurschade en in veengebieden tot gebouwschade, in de duinen zijn de oplossingsmogelijkheden beperkt terwijl in de veengebieden aanvoer van oppervlaktewater eerder mogelijk is. Onderlast wordt dus met maatwerk bestreden. Omdat in het bebouwd gebied van de duinen voor zover bekend geen sprake is van droogteschade, het risico in laaggelegen veengebieden groter is en de gevolgen van te lage grondwaterstanden in veengebieden vaak niet direct worden opgemerkt, gelden voor veengebieden signaleringswaarden. Ten aanzien van te lage grondwaterstanden in veengebieden streven de gemeenten Bloemendaal en Heemstede ernaar dat de grondwaterstand in droge perioden niet verder dan een bepaalde afstand onder het oppervlaktewaterpeil in de wijk zakt. Hiermee wordt voor zover aanwezig de kans op droogstand van houten paalfunderingen en zettingen beperkt.

Een grondwaterstand in het openbare gebied wordt als structureel laag gedefinieerd als deze, voor een meerjarige periode (enkele jaren achter elkaar), voor meer dan 10% van de tijd per jaar de streefwaarde van 0,3 m onder het vigerende oppervlaktewaterpeil van de dichtstbijzijnde watergang onderschrijdt. Of uit grondwateronderzoek naar de oorzaak van grondwateronderlast blijkt dat de grondwaterstand structureel lager is dan deze streefwaarde. Als het werkelijke oppervlaktewaterpeil in de praktijk sterk afwijkt van het vigerend peil, wordt het werkelijke oppervlaktewaterpeil als richtlijn aangehouden. Indien de grondwaterstand wordt beïnvloed door een naastgelegen peilvak met een lager polderpeil, wordt met maatwerk beoordeeld of de grondwaterstand te laag is. In de onderstaande figuur is de streefwaarde voor de minimale en maximale grondwaterstand schematisch weergegeven. Een te lage grondwaterstand hoeft niet direct te leiden tot onderlast of schade, eventuele schade treedt vaak langzaam en ongemerkt op en wordt pas zichtbaar als de schade onomkeerbaar is. Het risico dat schade optreedt is onder andere afhankelijk van de bouwstijl (aanwezigheid en diepte houten paalfunderingen), de bodemsoort (dikte en diepteligging veenlagen), de historisch laagste grondwaterstand.

Als sprake is van een grondwaterstand onder de signaalwaarde, is er grondwateronderzoek nodig om het risico verder uit te werken en om te beoordelen of maatregelen doelmatig zijn en afgestemd kunnen worden met overige werken in de openbare ruimte (meeliften). Kelders en souterrains Het beleid van de gemeenten Bloemendaal en Heemstede ten aanzien van wateroverlast in kelders en souterrains sluit aan bij het algemeen landelijk beleid. Dit is erop gericht dat de woningeigenaar verantwoordelijk is voor de waterdichtheid van kelders en souterrains. Men dient zelf te zorgen voor een deugdelijke constructie. Is er toch lekkage van de vloer of wanden dan is er sprake van een bouwtechnisch gebrek. Het verlagen van de grondwaterstand (met drainage of pompen van de gemeente of door particulieren) tot beneden het kelderniveau is onwenselijk, aangezien dat kan leiden tot andere problemen. Zoals maaivelddaling in de tuin, of schade aan houten paalfunderingen van omliggende panden. Daarnaast past het niet binnen de gemeentelijke ambitie om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de natuurlijk voorkomende grondwaterstand en afvoer van overtollig water te beperken. datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 21/49

0,2 m wegas

stoep

0,7 m

vloer kruipruimte

0,2 m 0,5 m 0,9 m 0,2 m

Streefwaarde maximale grondwaterstand polderpeil

0,3mm 0,5

Streefwaarde minimale grondwaterstand Signaleringswaarde minimale grondwaterstand

Figuur 7: Streefwaarde voor maximale grondwaterstanden beneden het straatpeil ten opzichte van de kruipruimte en signaleringswaarde voor de minimale grondwaterstand beneden het oppervlaktewaterpeil, in bestaand bebouwd gebied met veenlagen (met een gangbaar profiel van de openbare weg ten opzichte van de woninghoogte)

B.

De maatregel heeft nut: De maatregelen op het openbare terrein hebben nut als deze daadwerkelijk de structureel nadelige gevolgen bestrijden. De maatregel moet dus effect hebben op de overlast of onderlast (direct via een grondwaterstandverlaging/verhoging of indirect via een afvoer/aanvoermogelijkheid), in eerste instantie op de hoge of lage grondwaterstand op openbaar terrein. Het kan zijn dat de gemeente en particulieren moeten samenwerken om de overlast volledig te verhelpen. Particulieren zijn zelf verantwoordelijk voor het realiseren van ingrepen op hun eigen terrein. Dit is bijvoorbeeld nodig als de invloedsfeer van een ingreep op openbaar terrein beperkt is door het voorkomen van ondiepe klei- of veenlagen. Belangrijk hierbij is dat de maatregel op openbaar terrein effect heeft en dat tegelijk wordt voldaan aan een voor de omgeving passend grondwaterpeil op openbaar terrein. Dat wil zeggen dat ook rekening wordt gehouden met de mogelijke risico’s van een verhoogde of verlaagde grondwaterstand voor overlast en onderlast (droogstand/zettingen/natuurschade). Dit laatste geldt met name in de veengebieden en Natura2000 gebieden.

C.

De maatregel is kosteneffectief: De (globale) investerings- en beheerkosten van de maatregelen moeten in verhouding zijn met het effect en de kosten van maatregelen binnen particuliere percelen (zoals bouwkundige maatregelen of drainage op eigen perceel, door de perceeleigenaren zelf uit te voeren) of eventueel te verwachten kosten voor schades.

Als er sprake is van structureel nadelige gevolgen vanwege de grondwaterstand neemt de gemeente (op termijn) maatregelen om de afvoer van het overtollige grondwater te verbeteren. Grondwatermaatregelen worden wanneer mogelijk uitgevoerd in combinatie met afkoppelen, rioolvervanging of herinrichting van de openbare ruimte.

datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 22/49

Achtergrond streefwaarden Binnen de grondwaterzorgplicht zijn gemeenten vrij om een passende streefwaarde te kiezen voor een te hoge grondwaterstand. In West-Nederland is het gebruikelijk om één streefwaarde voor de grondwaterstand te hanteren, vaak 0,7 m onder straatniveau. Soms wordt nader onderscheid gemaakt in type perceelgebruik, zoals woonstraten, tuinen, sportvelden, et cetera. Hier is er voor gekozen om de gewenste grondwaterstand af te stemmen op woonwijken. De afstemming van de gewenste grondwaterstand voor overige openbare terreinen (zoals bedrijventerreinen, parken, et cetera) vindt projectmatig plaats met maatwerk. Er is gekozen voor een bandbreedte met bepaalde grondwaterstanden en handelingsperspectief. De bandbreedte is gehanteerd om de focus niet zozeer op een bepaalde grondwaterstand te leggen, maar op doelmatigheid en maatwerk. Er is gekozen voor 0,7 m omdat bij een dergelijke ontwateringsdiepte wordt tegemoet gekomen aan het particuliere belang in (met name oudere, kwetsbare) wijken bij het ontwerp van maatregelen. Uitgangspunt van dit ontwateringsniveau zijn wensen die aan wegen worden gesteld en de bouwwijze van (relatief oude) woningen met een kruipruimte. Het beleid is nadrukkelijk niet bedoeld om tegemoet te komen aan het droog houden van kelders, die waterdicht behoren te zijn.

Als streefwaarde voor lage grondwaterstanden is voor veengebieden 0,3 m onder polder- of boezempeil aangehouden, omdat een zakking van circa 0,3 m ‘natuurlijk’ kan optreden door verdamping na een droge zomerperiode van circa drie weken. Een lagere grondwaterstand kan duiden (in een gebied zonder hevige wegzijging) op een onnatuurlijk lage grondwaterstand, bijvoorbeeld door een onttrekking. Voor het duingebied leidt een lage grondwaterstand nauwelijks tot risico voor de omgeving, omdat nauwelijks veenlagen en houten paalfunderingen aanwezig zijn.

Figuur 8: Voorbeeld van het verloop van de grondwaterstand bij openbaar terrein ten opzichte van particuliere percelen, in zandige gebieden Nieuwbouw Bij nieuwe woningen (bouwjaar vanaf 1992) worden dikkere vloerconstructies met isolatie (0,35 á 0,5 m) toegepast. De kruipruimte komt dan dieper te liggen. Hierdoor wordt de gewenste grondwaterstand om vocht in de kruipruimte te voorkomen (vaak onrealistisch veel) lager, circa 1,1 tot 1,2 m minus vloerpeil,. Een vochtige of natte kruipruimte mag echter bij een dergelijke vloerconstructie niet leiden tot vochtoverlast in de woning conform het Bouwbesluit. Er kunnen echter wel problemen ontstaan met aantasting van leidingen, de bereikbaarheid van de kruipruimte en ongedierte.

datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 23/49

3.3

Voorkeursvolgorde grondwatermaatregelen

De gemeente voert grondwatermaatregelen uit in de openbare ruimte, indien doelmatig. Bij de keuze van maatregelen wordt niet alleen gekeken naar de aanlegfase, maar ook naar de beheer- en onderhoudsfase. Dit geldt ook voor de bijbehorende kosten. Maatregelen zijn duurzaam: robuust, met een lange levensduur en beperkt onderhoud. Voorbeelden van maatregelen op openbaar en particulier terrein zijn weergegeven in de onderstaande figuur.

Figuur 9: Voorbeelden van maatregelen tegen hoge grondwaterstanden

datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 24/49

boomtype afstemmen

Figuur 10: Voorbeelden van maatregelen tegen lage grondwaterstanden

Bij de afweging voor het treffen van (nieuwe) maatregelen tegen grondwateroverlast, wordt uitgegaan van de volgende voorkeursvolgorde: 1. Het ophogen van het maaiveld (zodat geen grondwaterafvoer nodig is, en voor zover mogelijk in relatie tot omliggende reeds bebouwde omgeving). Benodigde ophoging af te stemmen op effecten van klimaatverandering en te optimaliseren door combinatie met de onderstaande maatregelen. 2. Het realiseren van extra oppervlaktewater (zorgt tevens voor verbetering van het gehele watersysteem en belevingswaarde voor de omgeving). 3. Grondverbetering. 4. Het aanleggen van een drainagesysteem. In beginsel worden bij het treffen van maatregelen veenlagen intact gehouden of weer hersteld, ter voorkoming van een (toekomstige) extra aanvoer van grondwater uit diepere bodemlagen. De keuze van de gewenste maatregel wordt afgestemd op de te verwachten invloedsfeer en doelmatigheid van de maatregel. Bij de afweging voor het treffen van (nieuwe) maatregelen tegen grondwateronderlast, wordt uitgegaan van de volgende voorkeursvolgorde: 1. Onttrekkingen zoals lekkages in riolering zoveel mogelijk en op doelmatige wijze beperken. 2. Het aanleggen van extra oppervlaktewater binnen de wijken voor de aanvoer van grondwater in de polders. Voor de duinen geldt: water vasthouden waar mogelijk. 3. Het verhogen van het oppervlaktewaterpeil aan te lage grondwaterstanden. 4.

Het aanleggen van grondwatertechnische maatregelen (infiltratieleidingen, met aanvoer van oppervlaktewater of afgekoppeld hemelwater). datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 25/49

In bestaand bebouwd gebied is het verhogen van het maaiveld of het aanleggen van extra open water vaak lastig realiseerbaar, zeker op korte termijn. Dit neemt niet weg dat per project de mogelijkheden hiervan moeten worden nagegaan. Met name voor de veengebieden en het Natura2000 gebied geldt dat de gemeente terughoudend is ten aanzien van grondwaterstandverlaging. Er wordt uitgegaan van waterneutrale ontwikkelingen (het duurzaamheidsprincipe). Waterneutraal betekent in dit geval dat de bij een gebied behorende ‘natuurlijke’ hydrologische situatie bij stedelijke ontwikkelingen zo veel mogelijk wordt gehandhaafd. Ontwikkelingen leiden niet tot extra aanvoer of afvoer van water. Tevens betekent dit dat zo min mogelijk technische voorzieningen worden gebruikt om de grondwaterstand te reguleren. Het verhogen van het maaiveldniveau heeft dan ook de voorkeur boven de aanleg van drainage of het op een andere manier structureel verlagen van de grondwaterstand. Verder vinden we het belangrijk dat nieuwe ontwikkelingen droogtebestendig zijn, dat wil zeggen de inrichting van een plangebied is afgestemd op de verwachte grondwaterstanden tijdens langdurige droogte zoals bijvoorbeeld in 2018 (neerslagtekort > 300 mm). Voor de aanleg van nieuwe drainage wordt het grondwater bij voorkeur onder vrij verval naar oppervlaktewater afgevoerd. Dit geldt zeker voor nieuwbouwgebieden.

Een drainagesysteem onder vrij verval kan ook relatief eenvoudig, indien dat later noodzakelijk blijkt, worden gebruikt als infiltratievoorziening in de zomer. Dit betreft maatwerk. Verder geldt voor grondwaterstandverlagingen dat het zo ondiep en verspreid mogelijk plaatsvindt, zodanig dat zo weinig mogelijk grondwater wordt onttrokken en afgevoerd naar het oppervlaktewatersysteem. Dit betekent dat een netwerk van ondiepe (horizontale) drains de voorkeur heeft boven diepe (verticale) onttrekkingen. Onderbemalen drainage in Bloemendaal In Bloemendaal zijn lokaal verticale bemalen drainagesystemen (deepwells) aanwezig om de diepere grondwaterstand te reguleren. Het beleid ten aanzien van het beheer van de bestaande diepe drainagesystemen in Bloemendaal en het op termijn omzetten ervan naar ondiepe horizontale systemen, is opgenomen in het grondwaterbeheerplan. Onderbemalen drainage in Heemstede In de gemeente Heemstede wordt verticale drainage niet toegepast vanwege kwel (opwaartse grondwaterstromingsrichting). Op één locatie is een bemalen horizontale drainage aanwezig. Voor de aanleg van nieuwe drainagesystemen wordt in principe geen bemaling toegepast. In ontvangst nemen van overtollig grondwater Als sprake is van structurele grondwateroverlast, kan het teveel aan grondwater worden aangeboden aan de gemeente om het verder af te voeren via gemeentelijke riolering.

Bij bestaande rioolsystemen beoordeelt de gemeente met maatwerk of het grondwater in ontvangst wordt genomen; of het doelmatig is, het is namelijk geen verplichting.

datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 26/49

Grondwater wordt alleen aangenomen als dit doelmatig is in verhouding tot bouwkundige maatregelen op particulier terrein. De gemeente beoordeelt de doelmatigheid op projectbasis en op basis van een binnen het Samenwerkingsverband Zuid-Kennemerland, onderdeel van de Samenwerking Waterketen Regio Rijnland (SWR2) opgestelde aansluitverordening en hemelwaterverordening. Deze verordeningen willen wij in de komende periode gaan implementeren en moeten in beide gemeenten nog worden vastgesteld. De gemeente hanteert de volgende voorkeursvolgorde voor de afvoer van overtollig grondwater: naar een watergang; naar een openbaar drainagesysteem; naar openbaar hemelwaterstelsel; naar openbaar (gemengd) vuilwaterstelsel (uitsluitend bij bestaande bouw). De gemeenten zijn terughoudend in het afvoeren van grondwater naar een vuilwaterstelsel en wordt alleen geaccepteerd indien doelmatig, bij bestaande bouw. De kosten van aansluitingen zijn voor rekening van de aanvrager. Indien de aansluiting gelijktijdig met een rioolvervanging in de openbare weg wordt uitgevoerd, neemt de gemeente de kosten van de aansluiting tot de perceelgrens op zich. Hoe grondwater aangeboden moet worden, staat verder uitgewerkt in de aansluitverordening die is uitgewerkt in regioverband.

datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 27/49

4

Handelen bij meldingen en voorlichting

In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de gemeente ervoor zorgt dat ze aanspreekpunt is voor inwoners met vragen over grondwater en meldingen van grondwaterproblemen. Beschreven wordt hoe de gemeente invulling geeft aan de wettelijke loketfunctie ten aanzien van grondwater. Grotendeels betreft de beschreven handelswijze een voortzetting van de huidige praktijk. Er zijn ook aanvullende acties nodig om de ambitie te bereiken, die zijn opgenomen in de grondwaterbeheerplannen van beide gemeenten. Dit geldt ook voor de komende hoofdstukken.

4.1

Loketfunctie en informatievoorziening

Meldingensysteem De gemeente is het aanspreekpunt voor bewoners en bedrijven met grondwaterproblemen. Meldingen kunnen in het algemeen worden gedaan via het bestaande meldpunt voor de woonen leefomgeving. Dit meldpunt is ook van toepassing voor grondwatermeldingen. Alle meldingen komen zo via één route binnen en worden geregistreerd. Informatievoorziening, bewustwording en participatie bewoners en bedrijven Om bewoners en bedrijven in staat te stellen om zelf hun verantwoordelijkheid te nemen ten aanzien van de grondwatersituatie op eigen terrein, is informatievoorziening vanuit de gemeenten nodig. Vooralsnog verstrekken de gemeenten informatie (met maatwerk) in het kader van het behandelen van overlastmeldingen. Verder communiceren de gemeenten met bewoners en bedrijven in het kader van voorgenomen werken in de openbare ruimte. In het kader van een project worden nieuwsbrieven, inloopbijeenkomsten met uitleg en toelichting opgezet. Daarbij wordt soms, als het nodig is omdat er een verhoogd risico is op grondwateroverlast of onderlast, ingegaan op grondwatertechnische aspecten. Deze activiteiten worden in stand gehouden. In aanvulling hierop werken de gemeenten toe naar publieke informatievoorziening van gegevens van het grondwatermeetnet, ontsloten via een internetpagina op de gemeentelijke website.

De gegevens worden op internet geplaatst, zodat bewoners en bedrijven die grondwaterinformatie zoeken, de nodige informatie kunnen vinden. Daarnaast wordt de (algemene) informatie over het bestrijden van grondwaterproblemen gebruikt om naar te verwijzen bij het behandelen van overlastmeldingen. Daar waar adequaat worden bewoners betrokken bij grondwateronderzoek, om draagvlak bij bewoners voor de aanpak en bewustwording van de (on)mogelijkheden voor maatregelen te creëren. Dat kan door bijvoorbeeld door middel van een enquête, kruipruimteonderzoek of verdergaand: door een bewonersvertegenwoordiging uit te nodigen om het onderzoek samen te begeleiden en informatie te verzamelen.

datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 28/49

Figuur 11: Voorbeelden van kruipruimten waar bewoners zelf maatregelen hebben getroffen tegen grondwateroverlast, in Bennebroek

4.2

Behandelen van meldingen grondwateroverlast

Bij het meldpunt voor de woon- en leefomgeving van de gemeenten kunnen inwoners terecht voor vragen en meldingen over grondwater. Grondwatervragen van inwoners worden naar de juiste afdeling geleid. De gemeenten (back-office) nemen naar aanleiding van meldingen over grondwateroverlast het initiatief om te beoordelen wat de omvang, ernst en oorza(a)k(en) van het probleem is/zijn, wat passende maatregelen zijn en wie de verantwoordelijke partij hiervoor is (zoals perceeleigenaar, gemeente, waterschap). De gemeenten overwegen of maatregelen op openbaar terrein doelmatig zijn en denken mee over oplossingsrichtingen op particulier terrein (uitsluitend richtinggevend). Bij de analyse wordt gebruik gemaakt van gegevens van de melder (afhankelijk van noodzaak: e-mail, bellen, locatiebezoek), informatie uit het grondwatermeetnet en van (geohydrologische) gebiedskennis. Eens per planperiode (5 jaar) van het grondwaterbeheerplan worden de meldingen grondig geanalyseerd en beoordeeld of een koerswijziging nodig is.

Reageren buurt- of wijkgerichte overlast Als een opvallend groot aantal meldingen van grondwateroverlast of -onderlast binnenkomt uit een wijk, voeren de gemeenten een gebiedsgericht grondwateronderzoek uit naar de grondwatersituatie, de nadelige gevolgen van de grondwaterstand en mogelijke oplossingen (conform Leidraad Riolering Module C2500 en gebruikmakend van het grondwatermodel zodat minder veldwerk nodig is). Op basis van de resultaten van het grondwateronderzoek beoordelen de gemeenten of maatregelen in de openbare ruimte doelmatig zijn, dan wel dat de perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het nemen van maatregelen. De resultaten worden besproken met de betrokken bewoners en bedrijven. Reageren op veranderingen Indien de meldingen relatie (lijken te) hebben met veranderingen in grondwateronttrekkingen en/of het oppervlaktewaterpeil, vindt afstemming plaats met het waterschap (of provincie voor grote onttrekkingen en Warmte-Koude-Opslag). Bij meldingen van huurders, stemt de gemeente de afhandeling af met de verhuurders. De benodigde maatregelen naar aanleiding van de huidige meldingen zijn opgenomen in de grondwaterbeheerplannen.

datum referentie

26 augustus 2021 210132_R_MKI_0101

P 29/49

5

Voorkomen van grondwaterproblemen

Dit hoofdstuk besteedt aandacht aan de wijze waarop overlast of onderlast (preventief) kan worden voorkomen: bij nieuwbouwwijken; bij werken in de openbare ruimte; bij het infiltreren van afstromend regenwater; bij projecten door derden; en bij het wijzigen van het oppervlaktewaterpeil.

5.1

Voorkomen goedkoper dan bestrijden

Het voorkomen van grondwateroverlast is goedkoper dan het (achteraf) oplossen van grondwateroverlast. Daarom wordt bij de (toetsing van de) voorbereiding van geplande werkzaamheden en wijzigingen beoordeeld hoe toekomstige grondwaterproblematiek kan worden voorkomen en of eventuele bestaande grondwaterproblematiek kan worden verholpen. De initiatiefnemer van de uit te voeren werkzaamheden moet aantonen dat er geen risico is op grondwateroverlast of -onderlast door de werkzaamheden of dat er daartegen afdoende maatregelen zijn genomen. Dit heeft betrekking op een zorgvuldige uitvoering van eigen (gemeentelijke) werken, maar ook op plantoetsing van werken door derden. Enkele voorbeelden van werkzaamheden die van invloed (kunnen) zijn op de grondwaterstand zijn: Rioolvervanging (verhelpen van rioollekkages maar ook aanleg van nieuwe drainage- of infiltratieleidingen), aanleg ondergrondse constructies, aanleg infiltratievoorzieningen (wadi’s en soortgelijk), oppervlaktewaterpeilveranderingen, aanpassing grondwateronttrekkingen, (nieuw)bouwplannen, aanleg Warme Koude Opslag (WKO), afkoppelen van hemelwater naar de ondergrond (ontstenen), aanpassen van bestratingstype (bijvoorbeeld van asfalt naar waterdoorlatende bestrating). Ook wordt daarbij rekening gehouden met autonome ontwikkelingen, zoals klimaatverandering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/1164/documents/16526