CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapportage Ontwerp Participatiebedrijf Zuid-Kennemerland.pdf

Commissie Samenleving 12 januari 2021, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 3: Participatiebedrijf Zuid-Kennemerland20.217 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ontwerp Participatiebedrijf Zuid-Kennemerland Eindrapportage Onderzoek Vorming Participatiebedrijf

Versie: 4 december 2020

Managementsamenvatting Inleiding en context In dit rapport wordt een scenario uitgewerkt voor de vorming van een Participatiebedrijf voor de regio Zuid-Kennemerland, de gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Zandvoort en Heemstede. Belangrijkste aanleiding voor de uitwerking van het scenario is dat het huidige uitvoeringsmodel voor de uitvoering van de sociale werkvoorziening (Paswerk) steeds verder onder druk staat. Ook wordt de sturing vanuit de gemeenten op de taken die op dit moment in de combinatie van Paswerk en Werkpas Holding zijn georganiseerd als ingewikkeld ervaren. Tegelijk ligt er vanuit de Participatiewet een gezamenlijke opdracht voor de gemeenten om samen met ondernemers/partners meer kansen op werk te creëren voor groepen inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Samen optrekken om effectieve dienstverlening te realiseren voor deze doelgroepen is daarbij steeds belangrijker. In het uitgewerkte scenario worden de volgende vijf hoofdvragen beantwoord: 1. Hoe ziet het Participatiebedrijf er uit? 2. Welke doelgroepen en taken heeft het Participatiebedrijf? 3. Wat zijn de (geschatte) financiële en maatschappelijke effecten van de vorming van het Participatiebedrijf? 4. Welk besturingsmodel kiezen we voor het Participatiebedrijf? 5.

Welke gevolgen heeft de vorming van het Participatie bedrijf voor (onderdelen) van de betrokken organisaties (Paswerk en Werkpas Holding)?

Huidige situatie De huidige uitvoeringsorganisatie voor de Participatiewet en de Wet Sociale Werkvoorziening is hieronder schematisch weergegeven. Tabel 1: Het huidige uitvoeringsmodel op hoofdlijnen Organisatie

Taak

Organisatievorm

Afdeling W&I Haarlem en Zandvoort

Uitvoering Participatiewet voor Haarlem en Zandvoort

Samenwerkingsverband tussen Haarlem en Zandvoort

IASZ

Uitvoering Participatiewet voor Bloemendaal en Heemstede

GR met als deelnemers Bloemendaal en Heemstede

Gemeenschappelijke Regeling Paswerk

Uitvoering Wsw

GR met als deelnemers Haarlem, Zandvoort, Heemstede, Bloemendaal

Werkpas Holding BV

Verschillende activiteiten en doelen: • Re-integratiebedrijf • Dagbestedingsactiviteiten • Kringloop en textielsoorteer activiteiten • Fietsdepot • Leerwerkbedrijf voor jongeren • Verloning van medewerkers NieuwBeschut

Holding met 5 bv’s daaronder Eigenaren: Haarlem en Zandvoort Inkoop vanuit o.a. Heemstede en Bloemendaal

De Participatiewet wordt door de gemeenten uitgevoerd door de Afdeling Werk & Inkomen Haarlem & Zandvoort (W&I, Haarlem en Zandvoort) en de Intergemeentelijke Afdeling Sociale Zaken (IASZ, Heemstede en Bloemendaal). De uitvoering van de Wsw is door de vier gemeenten belegd bij de Gemeenschappelijke Regeling Paswerk. De belangrijkste opdracht van Paswerk is het organiseren van werkplekken voor de werknemers met een Wsw-indicatie. Haarlem en Zandvoort zijn samen 1

eigenaar van Werkpas Holding (WPH), een holding met daaronder vijf bv’s waarin een aantal niet Wsw-gerelateerde taken zijn ondergebracht die tot 2015 door Paswerk werden uitgevoerd. Paswerk en Werkpas Holding zijn in formele zin twee losse organisaties. Tegelijk is er grote verbondenheid tussen Paswerk en Werkpas. In figuur 2.1 zijn deze verbindingen schematisch weergegeven.

Figuur 1: De verbindingen tussen Paswerk GR en Werkpas Holding BV

De beoogde verandering met de vorming van het Participatiebedrijf Met de vorming van het Participatiebedrijf willen de gemeenten borgen dat ook in de toekomst de huidige Wsw-medewerkers verzekerd zijn van een passende werkplek en de veranderende doelgroep die een beroep doet op de gemeente voor toeleiding naar betaald werk ook in de toekomst met een passend en effectief aanbod kan worden geholpen. Daarvoor is een flexibele en wendbare uitvoeringsorganisatie nodig die zich snel kan aanpassen aan veranderende omstandigheden. Om deze doelstelling te realiseren worden drie belangrijke veranderingen voorgesteld: Verandering 1: Focus op de organisatie van en toeleiding naar betaald werk. Doelstelling is om het Participatiebedrijf een duidelijkere focus te geven op de organisatie van en de toeleiding naar betaald werk. Het Participatiebedrijf richt zich daarom op de vier in het groene blok van figuur 2 weergegeven doelgroepen: • Wsw en Nieuw Beschut: het aantal Wsw-medewerkers was eind 2019 777. Jaarlijks daalt het aantal Wsw-medewerkers met 4%. Medio 2020 hadden 49 inwoners een indicatie Nieuw Beschut. Dit aantal stijgt jaarlijks langzaam. • Re-integratie van de doelgroep Banenafspraak: 429 inwoners waarvan 182 inwoners met betaald werk. Ook deze doelgroep groeit geleidelijk.

• Re-integratie van inwoners met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt: Begin 2020 bestond deze groep bij de vier gemeenten uit ongeveer 1.300 inwoners. • Begeleiding van jongeren die zijn uitgevallen uit het onderwijs zonder startkwalificatie: 50 tot 70 trajecten.

2

Figuur 2: Doelgroep en taak van het Participatiebedrijf

Het Participatiebedrijf kent voor de uitvoering van haar taken vier hoofdprocessen zijnde reintegratie, matching/werkgeversdienstverlening, organiseren van werkplekken voor inwoners met een arbeidsbeperking (Wsw en Nieuw-Beschut) en het organiseren van leerwerkplekken voor jongeren De keuze om de dienstverlening te focussen op een aantal doelgroepen en taken betekent ook dat het Participatiebedrijf een aantal doelgroepen niet bedient (de lichtblauwe vlakken in figuur 2): • Inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt die op dit moment, tijdelijk of blijvend, als onoverbrugbaar worden gekwalificeerd, deze zijn aangewezen op zorg of dagbesteding. • Werkzoekenden zonder afstand tot de arbeidsmarkt, deze vinden werk op eigen kracht, met behulp van consulenten of worden bemiddeld door uitzendbureaus. Verandering 2: Vereenvoudiging van de sturing Een tweede doelstelling van de gemeenten met de vorming van het Participatiebedrijf is het komen tot een vereenvoudiging van de sturing. De huidige sturing op de combinatie Paswerk-WPH is complex door de breedte van de huidige dienstverlening en doelgroepen en daaraan gekoppeld de omvang van de huidige organisatie.

De sturing is tevens complex doordat er in de huidige situatie ook sprake is van zowel het sturen op opgaven als op de exploitatie van diverse bedrijfsonderdelen die met elkaar verbonden zijn en opdrachten vanuit diverse gemeentelijke domeinen. De ambitie is om in de nieuwe situatie te komen tot sturing vanuit drie gemeentelijke opgaven, met daaraan gerelateerde budgetten: 1. Organiseren van werk voor de doelgroepen Wsw en Nieuw Beschut; 2. Re-integratie van kandidaten met een afstand tot de arbeidsmarkt; 3. Leerwerkplekken voor jongeren die zijn uitgevallen uit het onderwijs. Verandering 3: Meer samenwerking met partners in de stad en regio bij de uitvoering van reintegratie en het organiseren van werk (Stip op de horizon). Na de samenvoeging van de activiteiten gericht op werk en de vereenvoudiging van de structuur komt er ruimte om door te bouwen. Het gezamenlijke eindbeeld van de gemeenten is daarbij dat het Participatiebedrijf op termijn toegroeit naar een compacte eigen werkorganisatie voor de meest kwetsbare doelgroep en samenwerking met lokale partners in de organisatie van re-integratie en 3

werkplekken. Op korte termijn betekent dit dat de units van Paswerk meegaan het Participatiebedrijf in. Daarmee is de continuïteit van de uitvoering van de Wsw voor de eerste jaren geborgd. Voor de middellange termijn krijgt het Participatiebedrijf de opdracht om zich te richten op samenwerking met werkgevers/partners voor de organisatie van werkplekken voor de doelgroepen met een arbeidsbeperking.

Besturing Voor het bepalen van het besturingsmodel is gekeken naar welk model gezien de activiteiten, uitgangspunten en kaders vanuit de deelnemende gemeenten, het beste past bij het te vormen Participatiebedrijf. De belangrijkste criteria daarbij zijn: • De voorkeuren vanuit de gemeentelijke nota’s voor verbonden partijen; • Invulling van het werkgeverschap voor Wsw-, en andere doelgroepen; • Een model dat past bij een slagvaardige organisatie en ondernemerschap; • Mogelijkheden om samenwerkingsverbanden aan te gaan met partners; • Beleidsarme structuur; • Toezicht en sturing vanuit de gemeentelijke P&C-cyclus; • Inbesteden moet mogelijk zijn. Op basis van de criteria stellen we voor om het Participatiebedrijf te organiseren in de vorm van een Gemeenschappelijke Regeling en om deze GR in te richten als een bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO). De bedrijfsvoeringsorganisatie volgt het beleid van de deelnemende gemeenten en is een overzichtelijk en beleidsarm besturingsmodel dat slagkracht geeft voor de uitvoeringsorganisatie. Het heeft een eigen rechtspersoonlijkheid. De ervaringen van de gemeenten met deze vorm zijn positief: de huidige GR Paswerk is een BVO. De beleidskaders vanuit de gemeenten zijn voor het Participatiebedrijf leidend voor de uitvoering van de opgaven.

Deze kunnen worden uitgewerkt in een meerjarig kaderprogramma, de opgave en budgetten worden daarbij meegenomen in de gemeentelijke begroting en zijn onderdeel van de plannings- en control cyclus. Het bestuur wordt gevormd door afgevaardigden van de colleges. Bij de inrichting van de gemeenschappelijke regeling is het mogelijk om afspraken te maken over de samenwerking, zeggenschap en bevoegdheden van de bestuurders en directeur, verantwoording en informatieversterking en hoe om te gaan met specifieke (grote) besluiten.

Integratie van de leerwerkactiviteiten voor jongeren in het Participatiebedrijf Het organiseren van leerwerkplekken voor jongeren die zijn uitgevallen uit het onderwijs is een van de drie taken/opgaven die door het Participatiebedrijf worden georganiseerd. Deze activiteit is voor het Participatiebedrijf bijzonder aangezien deze opgave anders dan de organisatie re-integratie en van werkplekken voor Wsw en Nieuw Beschut niet onder de verantwoordelijkheid Werk & Inkomen valt, maar onder de onderwijskolom (GR Leerplein en beroepsonderwijs) valt. De activiteit wordt bovendien uitgevoerd voor een bredere regio (met name de IJmond regio). Voor de uitvoering van deze activiteit zijn een aantal kaders geformuleerd: • Het Leerplein is, namens gemeenten opdrachtgever, het Participatiebedrijf is opdrachtnemer. Het NOVA-college is opdrachtgever vanuit het onderwijs. Het Leerplein coördineert de afstemming met het onderwijs. Via de Raad van Advies, adviseren betrokken stakeholders over de uitvoering aan het Leerplein. • De uitvoering van de leerwerktrajecten vindt plaats binnen de bedrijfsactiviteiten van het Participatiebedrijf. De brede infrastructuur in het Participatiebedrijf biedt synergievoordelen en

4

•

•

een breder werkaanbod. Randvoorwaarde is dat het specifieke kenmerk van de leerwerktrajecten, het werkend leren, behouden blijft. Voor een kostendekkende exploitatie is een minimaal aantal van 50 kandidaten per jaar nodig. Het Leerplein is namens de opdrachtgevers verantwoordelijk voor het laten instromen van deze kandidaten. De financiering vanuit Leerplein en NOVA-college is dekkend voor de begeleiding en opleiding van leerlingen en leidt tot een sluitende exploitatie. Het Participatiebedrijf is zelf verantwoordelijk voor de exploitatie van de activiteiten.

Toekomstscenario Werkdag en het Buurtbedrijf Het organiseren van dagbestedingsactiviteiten behoort niet tot de taken van het Participatiebedrijf. Dit betekent dat voor de activiteiten van Werkdag en Buurtbedrijf Haarlem wordt gezocht naar een alternatief scenario. Het voorstel is om deze activiteiten over te dragen aan een derde partij. Een belangrijke context hierbij is de ontwikkeling van de sociale basis waar de gemeente Haarlem en Zandvoort de laatste jaren naar toe werken. Insteek is het aanbod te laten aansluiten op de behoefte binnen de verschillende wijken in Haarlem en binnen Zandvoort. Tijdens het onderzoek zijn met verschillende partijen oriënterende gesprekken gevoerd om de interesse in de overname van (deel van) de activiteiten vast te kunnen stellen. Daarbij hebben twee partijen aangegeven geïnteresseerd te zijn om mogelijkheden en voorwaarden voor de overname in een eventueel vervolgtraject verder te willen onderzoeken. Ook de interesse in mogelijke verzelfstandiging onderzocht met een belangstellende en mits er wordt voldaan aan enkele belangrijke voorwaarden is ook dit een optie die in een vervolgtraject nader kan worden onderzocht. Voor zowel de overname of verzelfstandiging van Werkdag als van het Buurtbedrijf Haarlem heeft het de voorkeur om dit te realiseren via een naadloze overname.

Bij een naadloze overname gaan regulier personeel, gedetacheerde Sw-medewerkers, bedrijfsmiddelen en contracten geheel over. Om een naadloze overname te kunnen realiseren is een nauwe samenwerking tussen Werkpas Holding, Werk & Inkomen en Maatschappelijke Ondersteuning nodig. Daarbij zal enerzijds gekeken moeten worden naar de kaders die vanuit de uitvraag rondom de sociale basis worden gesteld en anderzijds naar de stappen die gezet worden in kader van de overdracht van Werkdag BV/Buurtbedrijf. Voor een naadloze overname is het van belang om een verder verdiepend onderzoek uit te voeren. Naast verdere oriënterende gesprekken met potentiële overname partijen voor Werkdag BV en Buurtbedrijf Haarlem is het van belang een gezamenlijk plan van aanpak op te stellen voor het vervreemdingstraject in combinatie met de subsidieverstrekking.

Verwachte financiële exploitatie en maatschappelijke effecten Het Participatiebedrijf richt zich op de uitvoering van drie opgaven met bijbehorende budgetten: Tabel 2: Overzicht begrote gemeentelijke bijdrage per opgave (bedragen x € 1000) Opgave Beschrijving 2021 2022 2023 Werk Uitvoering Wsw 17.629 17.155 16.737 Werk Uitvoering Nieuw Beschut* 1.860 2.076 2.297 Re-integratie Re-integratie kandidaten met afstand tot de arbeidsmarkt 2.810 2.494 2.495 Leerwerktrajecten Begeleiding en opleiding jongeren** 789 801 813 Totaal 23.088 22.526 22.342 *De kosten van de uitvoering van Nieuw Beschut zijn hoger dan de rijksbijdrage voor deze doelgroep. De gemeentelijke bijdrage voor 2022 en 2023 is daarom nog niet definitief. Zie bijlage 5 voor meer informatie. **Het betreft hier de begrote bijdragen van Leerplein en het onderwijs samen.

5

Naast de bovengenoemde bijdragen heeft het Participatiebedrijf opbrengsten vanuit werkactiviteiten (omzet). Dit is ongeveer 1/3 van de totale inkomsten. De budgetten tezamen met de opbrengsten zijn dekkend voor de lasten die het Participatiebedrijf maakt. De conclusie is dat het mogelijk is om binnen Participatiebedrijf te komen tot een sluitende exploitatie.1 Grote extra besparingen door de vorming van het Participatiebedrijf zijn niet realistisch. Door besparingen enerzijds en verwachte positieve effecten op de effectiviteit en flexibiliteit verwachten wij dat per saldo op termijn het maatschappelijk resultaat licht stijgt. Om tot bovenstaande inschatting van de exploitatie te komen is in de projectgroep onderzoek gedaan naar mogelijke positieve en negatieve financiële effecten van de vorming van het Participatiebedrijf. Daarin is onder andere meegewogen dat de huidige organisaties van Paswerk en Werkpas Holding ook nu al in sterke mate geïntegreerd zijn. Daardoor zijn geen grote besparingen te verwachten in het management en ondersteunende diensten door de vorming van het Participatiebedrijf. Ook is meegewogen dat ook voor het Participatiebedrijf opdracht zal blijven om de Wsw gerelateerde werkbedrijven langzaam af te bouwen met 2-3% per jaar.

Door de doorontwikkeling van het Participatiebedrijf en de samenwerking op re-integratie en de organisatie van werk wordt een duurzame uitvoeringsstructuur ontwikkeld met meer beleidsruimte voor gemeenten en flexibiliteit in de uitvoering. Ook is het effect dat er een betere sturing mogelijk is op de gewenste bijdrage aan maatschappelijke doelen en daaraan gerelateerde financiële kosten. In grote lijnen is de verandering die het Participatiebedrijf met zich meebrengt als volgt samen te vatten: • Versterking van de samenwerking tussen de gemeenten Haarlem, Heemstede, Bloemendaal en Heemstede op het terrein van de organisatie van en toeleiding naar betaald werk voor de doelgroepen van het Participatiebedrijf • Meer focus op 1 doel: de organisatie van en toeleiding naar betaald werk • (Verdere) integratie van de kennis, expertise en netwerken van Paswerk en WPH • Stip op de horizon: meer samenwerking met partners en werkgevers in de stad en de dorpen op het terrein van re-integratie en het organiseren van werk voor de doelgroep met een arbeidsbeperking (Wsw, nieuw-beschut, banenafspraak)

Stappenplan naar de nieuwe situatie Om te komen tot het Participatiebedrijf zal een Gemeenschappelijke Regeling Participatiebedrijf worden vorm gegeven waarin de activiteiten van de GR Paswerk, Pasmatch, Werkpas BV, Leerwerkbedrijven Kennemerland BV en Werkbedrijf Haarlem BV (exclusief het Buurtbedrijf) georganiseerd worden. Na het te doorlopen proces, zullen ook de activiteiten van Werkdag BV en van het Buurtbedrijf ontvlecht zijn en ondergebracht bij een nader te bepalen partij. De stappen die hierbij gezet dienen te worden zijn: • Stap 1: Uitwerking inrichtingsplan • Stap 2: Aanpassing GR Paswerk naar GR Participatiebedrijf • Stap 3: Inrichting van het nieuwe participatiebedrijf • Stap 4: Integratie van onderdelen van WPH in de GR • Stap 5: Overdracht van de activiteiten van Werkdag en Buurtbedrijf aan een derde partij • Stap 6: Liquidatie van Werkpas Holding en de onderliggende Bv’s

1

Daarbij zijn de economische effecten van Covid-19 buiten beschouwing gelaten.

6

Na de Go/No-Go beslissing in de gemeenteraden dient rekening gehouden te worden met een doorlooptijd van 6 tot 9 maanden om stap 1 tot en met 4 (de vorming van het Participatiebedrijf) te doorlopen. Bij een Go/No-Go beslissing in de gemeenteraden in januari 2021 zal het proces van vorming van het Participatiebedrijf dus afgerond worden in de loop van 2021. Stap 5 kan parallel aan de vorming van het Participatiebedrijf worden doorlopen. Stap 6 (de formele liquidatie van WPH) kan vervolgens worden afgerond. De kosten voor de uitvoering van het implementatie en liquidatieproces liggen tussen € 300.000 tot € 400.000 totaal, exclusief de uren vanuit de gemeenten en Paswerk/WPH. Deze kosten bestaan onder andere uit de inhuur van projectleiding, kwartiermaker, liquidatiemanager en specialisten. De frictiekosten die optreden bij de vorming van het Participatiebedrijf worden geschat op € 199.000. Deze zijn gerelateerd aan de overdracht van Werkdag en het Buurtbedrijf aan een derde partij en komen voort uit het niet meer gebruiken van de locatie en ondersteunende diensten van Paswerk. Uitgangspunt daarbij is wel dat de activiteiten van Werkdag BV en Buurtbedrijf Haarlem naadloos worden overgenomen. In hoofdstuk 9 is nadere informatie opgenomen over het scenario van een niet naadloze overname van Werkdag/Buurtbedrijf..

Het implementatietraject en de start van het Participatiebedrijf kent een aantal risico’s. Om deze risico’s te beperken wordt ingezet op een goede projectplanning, voortgangsbewaking, afstemming en communicatie en financiële bewaking.

7

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6

7

8

Inleiding en onderzoeksvraag................................................................................................................ 10 1.1

Aanleiding ............................................................................................................................................... 10

1.2

Proces tot nu toe ..................................................................................................................................... 11

1.3

Doelstelling en onderzoeksvragen .......................................................................................................... 11

1.4

Aanpak van het onderzoek ..................................................................................................................... 11

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................................................ 12

Huidige situatie ..................................................................................................................................... 14 2.1

Uitvoeringsmodel op hoofdlijnen ............................................................................................................ 14

2.2

Paswerk ................................................................................................................................................... 14

2.3

Werkpas Holding..................................................................................................................................... 15

2.4

Verbindingen tussen Paswerk en Werkpas Holding ................................................................................ 15

Ambitie ................................................................................................................................................. 17 3.1

Waarom is er actie nodig? ...................................................................................................................... 17

3.2

De beoogde verandering met de vorming van het Participatiebedrijf .................................................... 18

Doelgroepen en dienstverlening ........................................................................................................... 22 4.1

Doelgroepen............................................................................................................................................ 22

4.2

Dienstverlening ....................................................................................................................................... 24

Besturing............................................................................................................................................... 26 5.1

Inleiding .................................................................................................................................................. 26

5.2

Kaders ..................................................................................................................................................... 26

5.3

Keuze van de juridische vorm van het Participatiebedrijf ....................................................................... 26

5.4

De inrichting van de governance ............................................................................................................ 28

Integratie van de leerwerkactiviteiten voor jongeren in het Participatiebedrijf .................................... 30 6.1

Inleiding .................................................................................................................................................. 30

6.2

Helder opdrachtgeverschap .................................................................................................................... 30

6.3

Uitvoeringsopzet en financiering ............................................................................................................ 31

Toekomstscenario Werkdag en het Buurtbedrijf ................................................................................... 32 7.1

Inleiding .................................................................................................................................................. 32

7.2

Beleidsontwikkeling ................................................................................................................................ 32

7.3

Toekomstscenario ................................................................................................................................... 33

7.4

Vervolgstappen ....................................................................................................................................... 34

Verwachte financiële exploitatie en maatschappelijke effecten ........................................................... 35 8.1

Inleiding .................................................................................................................................................. 35

8

9

8.2

Opgaven en budgetten ........................................................................................................................... 35

8.3

Exploitatie van het Participatiebedrijf .................................................................................................... 35

8.4

Exploitatie per opgave, werk, re-integratie en leerwerktrajecten .......................................................... 37

8.5

Stip op de horizon: meer samenwerking met lokale partners ................................................................ 38

8.6

Inschatting maatschappelijke effecten ................................................................................................... 39

8.7

Conclusie ................................................................................................................................................. 40

Stappenplan naar de nieuwe situatie .................................................................................................... 41 9.1

Inleiding .................................................................................................................................................. 41

9.2

Vorming van het Participatiebedrijf ........................................................................................................ 41

9.3

Verwachte project- en frictiekosten ........................................................................................................ 43

9.4

Risico’s en maatregelen .......................................................................................................................... 44

Bijlage1: Bedrijfsvorm en Governance............................................................................................................ 46 Bijlage 2: Inrichting gemeenschappelijke regeling .......................................................................................... 47 Bijlage 3: Kenmerken Perspectief ................................................................................................................... 48 Bijlage 4: Beschrijving activiteiten Werkdag en Buurtbedrijf Haarlem ............................................................ 50 Bijlage 5: Overzicht begrote budgetten per gemeente ................................................................................... 52

9

1 Inleiding en onderzoeksvraag 1.1 Aanleiding In deze rapportage werken we een ontwerp uit voor een Participatiebedrijf voor de vier gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland: Haarlem, Heemstede, Bloemendaal en Zandvoort. De aanleiding voor de uitwerking van dit ontwerp ligt bij de start van de Participatiewet in 2015. Deze wet betekende een belangrijke verandering in de uitvoering van de gemeentelijke taken om inwoners met een uitkering te activeren en te begeleiden naar werk en om te organiseren voor inwoners met een arbeidsbeperking. Dit had de volgende gevolgen: 1. Uitvoering bedrijfsactiviteiten SW onder druk De GR Paswerk voert voor de vier gemeenten in Zuid-Kennemerland de sociale werkvoorziening (Wsw) uit. Sinds 2015 is door de Participatiewet geen instroom meer mogelijk in de Wsw. De groep Paswerkmedewerkers met een Wsw-indicatie neemt jaarlijks af als gevolg van natuurlijk verloop. De afgelopen jaren was dat gemiddeld 5% per jaar. Dit leidt ertoe dat bedrijfsactiviteiten die binnen Paswerk georganiseerd worden door een steeds kleinere groep moeten worden uitgevoerd. Door vergrijzing van de groep gaat ook het verdienvermogen van de Wsw-groep als totaal achteruit. Hoewel Paswerk tot nu toe in staat is geweest om de organisatie aan te passen aan het lagere aantal Wsw-medewerkers staat de uitvoering van de bedrijfsactiviteiten blijvend onder druk. 2.

Toename beroep op ondersteuning door mensen met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt Begin 2020 deden in Zuid-Kennemerland ongeveer 4.350 inwoners een beroep op de gemeente om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. In alle vier de gemeenten is het aantal bijstandsuitkeringen in de afgelopen jaren gedaald. De meeste werkzoekenden die een beroep doen op de Participatiewet, hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Zij hebben (vaak intensieve) ondersteuning van de gemeente nodig om hun weg terug te vinden naar de arbeidsmarkt. 3. Verandering van ondersteuning van inwoners met een arbeidsbeperking De Participatiewet geeft gemeenten een belangrijke opdracht voor het begeleiden van inwoners met een arbeidsbeperking naar een betaalde baan bij een reguliere werkgever. Voor een deel van deze groep is de gemeente zelf verantwoordelijk voor het organiseren van de werkplek (Nieuw-Beschut). De omvang van de groep die de gemeente begeleid is met de komst van de Participatiewet toegenomen. Een belangrijk deel van deze toename wordt veroorzaakt door instroom van inwoners die ie voor 2015 instroomde in de Wajong maar nu tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoren. 4.

Ontwikkeling Participatiebedrijven De bovenstaande veranderingen, in combinatie met ook een krimp in de budgetten die door het Rijk de afgelopen jaren ter beschikking zijn gesteld voor de uitvoering van de sociale werkvoorziening en de begeleiding van werkzoekenden naar werk, hebben er toe geleid dat gemeenten zoeken naar alternatieve strategieën om de uitvoering van het ondersteuningsaanbod zo efficiënt en effectief mogelijk in te richten. Grofweg zijn daar drie hoofdrichtingen in te ontdekken: a. Ontwikkeling van het SW-bedrijf naar een Sociale Onderneming die werkplekken organiseren voor een brede(re) groep aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Belangrijk bij de keuze voor de sociale onderneming is dat deze, gezien de krimpende Wsw, een toenemende vraag met zich meebrengt voor nieuwe (vaste) medewerkers met een arbeidsbeperking (meer dan de beschutte doelgroep).

10

b.

Vorming van een Fusie-organisatie Werk & Inkomen – Wsw: Bij dit model wordt er voor gekozen om de gehele uitvoering van de Participatiewet bij één organisatie te beleggen. Daarmee fuseren de diensten Werk & Inkomen en het SW-bedrijf tot één fusieorganisatie. c. Inrichting van een Participatiebedrijf waarin de kennis van de ondersteuning van de Wswdoelgroep wordt gebundeld met de uitvoering van re-integratie. Een toenemend aantal gemeenten zoekt de oplossing in het inrichten van het derde model: de vorming van een Participatiebedrijf voor de brede doelgroep van de Participatiewet. In deze bedrijven wordt de kennis over de ondersteuning van de doelgroep en de uitvoering van reintegratie instrumenten gebundeld. En de bedrijfsactiviteiten van de SW worden optimaal ingezet voor arbeidsontwikkeling van andere doelgroepen. Het Participatiebedrijf draagt daarmee bij aan het realiseren van een inclusieve arbeidsmarkt en het overbruggen van obstakels voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Uitgangspunt bij de vorming van een dergelijk Participatiebedrijf is dat bij het realiseren van leerwerkplekken en bij het realiseren van beschut werk, ook gebruik wordt gemaakt van de kansen en mogelijkheden die samenwerking met partners in de regio biedt. Voorbeelden zijn de samenwerking met sociale ondernemingen in de stad en leerwerkplekken en stageplekken bij werkgevers.

Verder wordt bij het realiseren van garantiebanen en regulier werk voor werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt nauw samengewerkt met het UWV in het Werkgeversservicepunt (WSP).

1.2 Proces tot nu toe Het College van de gemeente Haarlem heeft in 2017 verkend of het zinvol is de begeleiding van de groep werkzoekenden met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt onder te brengen bij een nieuw te vormen Participatiebedrijf. De positieve uitkomst van de verkenning heeft geleid tot een volgende stap, namelijk onderzoek te doen naar de kosten en baten van een Participatiebedrijf en naar een passend besturingsmodel. Dit vervolgonderzoek is medio 2018 gestart. Medio 2019 is besloten het vervolgonderzoek te verbreden naar de hele regio Zuid-Kennemerland: de gemeenten Haarlem, Heemstede, Zandvoort en Bloemendaal.

1.3 Doelstelling en onderzoeksvragen Doelstelling van het onderzoek was om een scenario uit te werken voor een Participatiebedrijf voor de gemeenten Haarlem, Heemstede, Bloemendaal en Zandvoort. Op basis van het uitgewerkte scenario zal een go/no go besluit worden voorgelegd aan de colleges en de gemeenteraden. Samen met een projectgroep samengesteld uit vertegenwoordigers van de vier gemeenten en van Paswerk en Werkpas Holding BV is dit scenario uitgewerkt aan de hand van de volgende vijf hoofdvragen: 1. Hoe ziet het Participatiebedrijf er uit? 2. Welke doelgroepen en taken heeft het Participatiebedrijf? 3. Wat zijn de (geschatte) financiële en maatschappelijke effecten van de vorming van het Participatiebedrijf? 4. Welk besturingsmodel kiezen we voor het Participatiebedrijf? 5. Welke gevolgen heeft de vorming van het Participatie bedrijf voor (onderdelen) van de betrokken organisaties (Paswerk en Werkpas Holding)?

1.4 Aanpak van het onderzoek Na de keuze, medio 2019, om gezamenlijk een scenario uit te werken voor een regionaal Participatiebedrijf voor Zuid-Kennemerland is er veel werk verzet. Vanaf oktober 2019 is een 11

projectgroep vanuit de vier gemeenten (beleid en financiën/control) en Paswerk/Pasmatch via tweewekelijkse bijeenkomsten met de projectgroep intensief aan de slag geweest om het scenario voor het Participatiebedrijf uit te werken aan de hand van de bovenstaande vijf vragen. Waar nodig is daarbij gebruik gemaakt van de kennis breder in de organisatie en is er breder overlegd (ambtelijke en bestuurlijk) op onderdelen waar dat nodig was. De aansturing is verlopen via twee trappen: • Een stuurgroep bestaande uit de wethouders Werk en Inkomen van de vier gemeenten; • Een opdrachtgeversoverleg, bestaande uit de ambtelijk en bestuurlijk opdrachtgever (beide van de gemeente Haarlem) en een vertegenwoordiger vanuit het management van W&I Haarlem/Zandvoort, Bloemendaal/Heemstede (via de IASZ) en Paswerk/Werkpas als adviseur.

1.5 Leeswijzer De rapportage kent de volgende opbouw: • In hoofdstuk 2 wordt het huidige uitvoeringsmodel weergegeven; • In hoofdstuk 3 gaan we in op de ambitie en de belangrijkste veranderingen die de gemeenten met het Participatiebedrijf willen bereiken; • Hoofdstuk 4 is een uitwerking van de doelgroepen die door het Participatiebedrijf bediend zullen worden en de dienstverlening die het Participatiebedrijf daarvoor organiseert; • Hoofdstuk 5 gaat in op de te maken keuzes in de besturing/governance van het Participatiebedrijf; • In hoofdstuk 6 en 7 wordt ingezoomd op respectievelijk de positie van leerwerkbedrijf Perspectief binnen het Participatiebedrijf en de keuzes voor de dagbestedingsactiviteiten van Werkdag/Verbeelding; • In hoofdstuk 8 worden te verwachten financiële en maatschappelijke effecten uitgewerkt; • Hoofdstuk 9 ten slotte bevat een vooruitblik naar de implementatiefase met een stappenplan, een inschatting van project- en frictiekosten en een overzicht potentiële risico’s en beheersmaatregelen.

NB: Corona Sinds maart 2020 verandert de situatie in Nederland snel. Inmiddels is steeds duidelijker merkbaar dat Corona grote gevolgen heeft voor de economische ontwikkelingen en de arbeidsmarkt. De instroom in de WW neemt inmiddels sterk toe en veel ondernemers en ZZP’ers hebben een beroep moeten doen op de noodmaatregelen van het Rijk. Uit de scenario’s van het CPB komt het beeld naar voren dat de werkloosheid door Corona sterk zal gaan stijgen, afhankelijk van de duur van de crisis is deze stijging groter en langduriger. Veel is echter nog onzeker. In de periode maart tot september is het aantal mensen dat een beroep doet op de bijstand licht toegenomen. In het najaar wordt een verdere toename verwacht. Onderzoek van het UWV naar de arbeidsmarkt geeft aan dat er sectoren zijn met een sterke afname van werkgelegenheid, maar ook dat er sectoren zijn met een blijvend hoge of toenemende werkgelegenheid. Het stimuleren van arbeidsmobiliteit is van belang om arbeidsmarktkansen optimaal te benutten en werkloosheid te beperken. Ook voor Paswerk heeft de Coronacrisis grote gevolgen. Het kabinet heeft ook een noodpakket beschikbaar gesteld om de sociale werkvoorziening te ondersteunen. Voor Paswerk biedt dit verlichting in de dekking van de verliezen in de productie. Ook voor Werkpas Holding heeft Corona negatieve financiële effecten.

Dit effect komt vooral vanuit lagere omzetten vanuit de exploitatie van de werkactiviteiten binnen Perspectief en de werkbedrijven Haarlem. Op financieel vlak betekent Corona voor de gemeenten dat er veel onduidelijkheid is over het meerjarige financiële beeld en bijdragen die vanuit het Rijk verwacht kunnen worden. Dat geldt ook 12

voor de middelen die in de toekomst beschikbaar zullen zijn voor de uitvoering van de taken op het terrein van Werk en Inkomen en de Wsw. In het onderzoek zijn we uitgegaan van de informatie die voor het zomerreces hierover bekend was. Voor het onderzoek betekent het bovenstaande dat er onzekerheid is over de middelen die in de toekomst beschikbaar zijn voor de taken die in het Participatiebedrijf worden uitgevoerd, op de uitstroomkansen van inwoners die door het Participatiebedrijf worden bediend en op de financiële exploitatie van het Participatiebedrijf. In het rapport is gezien de onzekerheid nog geen rekening gehouden met Corona-effecten.

13

2 Huidige situatie 2.1 Uitvoeringsmodel op hoofdlijnen In onderstaande tabel is de huidige uitvoeringsorganisatie voor de Participatiewet en de Wet Sociale Werkvoorziening in de regio Zuid-Kennemerland weergegeven. De Participatiewet wordt door de gemeenten uitgevoerd door de Afdeling Werk & Inkomen Haarlem & Zandvoort (W&I, Haarlem en Zandvoort) en de Intergemeentelijke Afdeling Sociale Zaken (IASZ, Heemstede en Bloemendaal). De uitvoering van de Wsw is door de vier gemeenten belegd bij de Gemeenschappelijke Regeling Paswerk. De belangrijkste opdracht van Paswerk is het organiseren van werkplekken voor de werknemers met een Wsw-indicatie. Haarlem en Zandvoort zijn samen eigenaar van Werkpas Holding (WPH), een holding met daaronder vijf bv’s waarin een aantal niet Wsw-gerelateerde taken zijn ondergebracht die tot 2015 door Paswerk werden uitgevoerd. Tabel 2.1: Het huidige uitvoeringsmodel op hoofdlijnen Organisatie

Taak

Organisatievorm

Afdeling W&I Haarlem en Zandvoort

Uitvoering Participatiewet voor Haarlem en Zandvoort

Samenwerkingsverband tussen Haarlem en Zandvoort

IASZ

Uitvoering Participatiewet voor Bloemendaal en Heemstede

GR met als deelnemers Bloemendaal en Heemstede

Gemeenschappelijke Regeling Paswerk

Uitvoering Wsw

GR met als deelnemers Haarlem, Zandvoort, Heemstede, Bloemendaal

Werkpas Holding BV

Verschillende activiteiten en doelen: • Re-integratiebedrijf • Dagbestedingsactiviteiten • Kringloop en textielsoorteer activiteiten • Fietsdepot • Leerwerkbedrijf voor jongeren • Verloning van medewerkers NieuwBeschut

Holding met 5 bv’s daaronder Eigenaren: Haarlem en Zandvoort Inkoop vanuit o.a. Heemstede en Bloemendaal

2.2 Paswerk Paswerk is de uitvoeringsorganisatie van de sociale werkvoorziening van de vier gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland: Bloemendaal, Haarlem, Heemstede en Zandvoort. Paswerk is een Gemeenschappelijke Regeling met een bestuur waarin deze vier gemeenten via hun wethouders Werk & Inkomen zitting hebben. Het bedrijf werkt binnen haar kaders zoveel mogelijk bedrijfsmatig en marktconform. Paswerk biedt inwoners met een arbeidsbeperking die vallen onder de Wet Sociale Werkvoorziening, en de nieuwe Regeling Beschut werk een passende arbeidsplek. Het beleid is er op gericht om medewerkers zo goed mogelijk arbeidsfit te houden en passende banen aan te (blijven) bieden. Een groot deel van deze Paswerk medewerkers werkt (zo nodig met begeleiding) via de Unit Detacheren bij reguliere werkgevers op basis van detachering en begeleid werken. Een ander deel van de Paswerk medewerkers werkt bij de andere units die diensten verlenen aan opdrachtgevers: (1) Beschut werken; (2) Techniek & Grafisch; (3) Dienstverlening, ondersteund door de Unit Operationele support.

14

2.3 Werkpas Holding Werkpas Holding is ontstaan naar aanleiding van de keuze van het bestuur van Paswerk in 2013 om de uitvoering van de wet sociale werkvoorziening en andere taken, zoals re-integratie, dagbesteding en de leerwerktrajecten van Perspectief van elkaar los te koppelen. Een belangrijke reden voor dit besluit was de behoefte aan transparantie van de financiën, bedrijfsvoering en de soorten dienstverlening. Een andere belangrijke reden voor de vorming van de Werkpas Holding met Haarlem en Zandvoort als aandeelhouders was dat de vijf toenmalige gemeenten die deelnamen aan de GR wel gezamenlijk de gemeenschappelijke regeling wilden voortzetten voor de SW, maar er was op dat moment geen gemeenschappelijk draagvlak voor een gezamenlijk Participatiebedrijf dat ook de taken voor re-integratie zou kunnen uitvoeren. Als gevolg van het bovenstaande zijn sinds 2015 in Werkpas Holding (WPH) een aantal taken georganiseerd. Deels hangen deze taken samen met de uitvoering van de Participatiewet, deels ook niet (direct). Werkpas Holding is eigendom van de gemeenten Haarlem en Zandvoort. Werkpas Holding werkt op contractbasis ook voor andere gemeenten in de regio’s Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer.

Onder Werkpas Holding vallen vijf werkmaatschappijen: • Pasmatch BV: Pasmatch verzorgt re-integratietrajecten voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt; • Werkdag BV: Werkdag organiseert arbeidsmatige dagbestedingsactiviteiten. Onder Werkdag vallen ook de activiteiten van De Verbeelding in Zandvoort; • Werkbedrijf Haarlem BV: Deze werkmaatschappij verzorgt Kringloop- en textielsoorteer activiteiten. Binnen deze activiteiten vindt een diversiteit aan doelgroepen een betaalde of onbetaalde werkplek; • Leerwerkbedrijven Kennemerland BV (ook bekend onder de naam Perspectief): Een leerwerkbedrijf voor jongeren die zijn uitgevallen uit het onderwijs. Dit in nauwe samenwerking met de onderwijsinstellingen in de regio; • Werkpas BV: vanuit deze werkmaatschappij wordt de verloning van medewerkers NieuwBeschut georganiseerd. De werkplek van deze medewerkers is georganiseerd bij Paswerk.

2.4 Verbindingen tussen Paswerk en Werkpas Holding Paswerk en Werkpas Holding zijn in formele zin twee losse organisaties. Paswerk is een publiekrechtelijke organisatie van alle vier de gemeenten. Werkpas Holding is een privaatrechtelijke holding met daaronder vijf bv’s met Haarlem en Zandvoort als eigenaar/aandeelhouders. Tegelijk is er grote verbondenheid tussen Paswerk en Werkpas. In figuur 2.1 zijn deze verbindingen schematisch weergegeven.

15

Figuur 2.1: De verbindingen tussen Paswerk GR en Werkpas Holding BV

Een belangrijke verbinding tussen de twee organisaties is dat Werkpas Holding gebruik maakt van de ondersteunende stafdiensten van Paswerk. De onderdelen van WPH betalen hiervoor een vergoeding aan Paswerk. Paswerk en Werkpas hebben ook dezelfde algemeen directeur. Ook zijn veel van de activiteiten van Paswerk en WPH georganiseerd op dezelfde locatie in Cruquius. Ook hierbij geldt dat er een verrekening met Paswerk plaatsvindt voor het gebruikt van ruimtes door onderdelen van Werkpas Holding. Ook op operationeel niveau zijn er verschillende verbindingen tussen Paswerk en de onderdelen van WPH en ook tussen WPH-onderdelen onderling. Het gaat dan bijvoorbeeld om de volgende verbindingen: • Door Werkpas BV verloonde medewerkers (nieuw-beschut en een aantal garantiebanen) werken in de werkbedrijven van Paswerk; • Re-integratiebedrijf Pasmatch maakt gebruik van de werkbedrijven van Paswerk voor werkstages; • Wsw-medewerkers van Paswerk worden gedetacheerd naar Werkbedrijven Haarlem; • Dagbestedingsinstelling Werkdag is één van de partijen die kan worden ingezet wanneer een Wsw-medewerker tijdelijk of permanent niet meer in staat is om te werken in de werkbedrijven van Paswerk. • Vanuit Werkdag vinden verschillende cliënten hun dagbesteding binnen Werkbedrijven Haarlem.

16

3 Ambitie 3.1 Waarom is er actie nodig? Huidige uitvoeringsmodel steeds verder onder druk Zoals in hoofdstuk 1 uitgebreid beschreven staat het huidige uitvoeringsmodel steeds verder onder druk. Doordat er geen instroom in de Wsw meer mogelijk is krimpt de werkgelegenheid voor kwetsbare doelgroepen bij Paswerk jaarlijks. Het aantal SW-medewerkers krimpt gestaag door. In 2030 zullen er nog 400 SW-medewerkers bij Paswerk werkzaam zijn. Dit wordt maar zeer beperkt gecompenseerd door instroom van de doelgroep Nieuw-Beschut. Per saldo krimpt het aantal banen bij Paswerk jaarlijks met 3%. Bovendien gaat het om een steeds kwetsbaardere doelgroep. De bedrijfsvoering van Paswerk wordt daardoor steeds kwetsbaarder. Opdracht Participatiewet: met ondernemers/partners meer kansen op werk creëren Tegelijk groeit de groep inwoners waarvoor de gemeenten de verantwoordelijkheid hebben om te zorgen voor goede begeleiding en ondersteuning richting de arbeidsmarkt. In hoofdstuk 1

Figuur 3.1: Verwachte landelijke ontwikkeling in de doelgroepen van de Participatiewet

Bron: Berenschot Samen optrekken in de uitvoering Werkkant Participatiewet steeds belangrijker In deze rapportage is een scenario uitgewerkt voor een Participatiebedrijf op het niveau van ZuidKennemerland. De belangrijkste reden om te kiezen voor de beoogde samenwerking op deze schaal is dat in de afgelopen jaren steeds duidelijker is dat de gemeenten een gezamenlijke verantwoordelijkheid delen voor de ondersteuning van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. Met het Participatiebedrijf zetten Haarlem, Zandvoort, Heemstede en Bloemendaal hier een volgende stap in. Voor een deel wordt er al samengewerkt, in de uitvoering van de Wsw en in het Werkgeversservicepunt. Ook maken Heemstede en Bloemendaal op inkoopbasis al gebruik van de diensten van onderdelen van Werkpas Holding. Bijkomend voordeel van een regionaal Participatiebedrijf is dat het samen optrekken met vier gemeenten ook meer schaalgrootte en daarmee richting de toekomst meer ruimte creëert voor een flexibele, wendbare uitvoeringsorganisatie met een diversiteit aan leerwerkmogelijkheden.

17

Sturing vanuit de gemeenten op het huidige model ingewikkeld In hoofdstuk 2 hebben we aangegeven dat in de huidige uitvoeringstructuur Paswerk en Werkpas Holding in formele zin twee aparte organisaties zijn, maar dat beide organisaties in de praktijk ook sterk geïntegreerd zijn. Gecombineerd met het verschil in eigenaren (Alleen Haarlem en Zandvoort zijn eigenaar van Werkpas Holding) en de veelheid aan doelstellingen en doelgroepen uit verschillende kolommen (Werk & Inkomen, Wet Maatschappelijke Ondersteuning, Voortijdig schoolverlaten/onderwijs en Openbare Ruimte) die in de onderliggende bv’s van Werkpas Holding zijn ondergebracht zorgt dit voor een structuur waarin de gemeenten onvoldoende grip en transparantie ervaren op de uitvoering van met name de bij WPH ondergebrachte taken en de wisselwerking tussen Paswerk en de verschillende WPH-onderdelen.

De volgende knelpunten worden daarbij ervaren: • De complexe structuur met vele opdrachtgevers, samenwerkingen en partners en de diversiteit in de opdrachten, beperkt een integrale aanpak vanuit de bestuurders en vraagt veel afstemming vanuit de uitvoering met opdrachtgevende partijen; • De werkrelatie in de uitvoeringstructuur varieert tussen Haarlem/Zandvoort, de vier Paswerkgemeenten en bredere regio; • Haarlem en Zandvoort dragen binnen WPH ook risico voor opdrachten uitgevoerd voor andere organisaties; • De verbindingen tussen Paswerk en WPH maken de sturing vanuit de gemeenten op de inzet van financiële middelen en maatschappelijk rendement diffuus. De sturing richt zich daarbij vaak op continuïteit (sluitende begroting).

3.2 De beoogde verandering met de vorming van het Participatiebedrijf In hoofdstuk 1 zijn belangrijke ontwikkelingen geschetst waaruit naar voren komt dat het huidige uitvoeringsmodel van Paswerk en WPH onder druk staat. Met de vorming van het Participatiebedrijf willen de gemeenten borgen dat ook in de toekomst de huidige Wsw-medewerkers verzekerd zijn van een passende werkplek en de veranderende doelgroep die een beroep doet op de gemeente voor toeleiding naar betaald werk ook in de toekomst met een passend en effectief aanbod kan worden geholpen. Daarvoor is een flexibele en wendbare uitvoeringsorganisatie nodig die zich snel kan aanpassen aan veranderende omstandigheden. Hieronder werken we uit welke drie belangrijke veranderingen we willen bereiken om deze doelstelling te realiseren.

3.2.1 Verandering 1: Focus op de organisatie van en toeleiding naar betaald werk Doelstelling is om het Participatiebedrijf een duidelijkere focus te geven op de organisatie van en de toeleiding naar betaald werk. In figuur 3.1 is dat in een figuur weergegeven.

18

Figuur 3.1: Doelgroep en taak van het Participatiebedrijf

Het Participatiebedrijf richt zich daarvoor op de volgende doelgroepen en taken: Tabel 3.1: Nadere concretisering van de taken van het Participatiebedrijf Doelgroep Doelgroep Wsw en Nieuw-Beschut Inwoners met een Participatiewetuitkering met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt Doelgroep Banenafspraak Jongeren zonder startkwalificatie die uit zijn gevallen uit het onderwijs Werkgevers

Taak Organiseren van betaalde werkplekken voor de Wswmedewerkers en de doelgroep Beschut Werk Re-integratie: Intake, assessment, matching, bemiddeling, werkfit maken Re-integratie, job coaching, functiecreatie en jobcarving, benutten mogelijkheden van detacheren Organiseren leerwerkplekken Vakgerichte scholing Matching en bemiddeling Deelname Werkgeversservicepunt

De keuze om te focussen op bovenstaande doelgroepen en taken betekent ook dat het Participatiebedrijf een aantal doelgroepen niet bedient (de lichtblauwe vlakken in figuur 3.1): • Inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt die op dit moment, tijdelijk of blijvend, als onoverbrugbaar worden gekwalificeerd, deze zijn aangewezen op zorg of dagbesteding. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van dagbestedingsaanbod van partners in de stad en de regio. • Werkzoekenden zonder afstand tot de arbeidsmarkt, deze vinden werk op eigen kracht, met behulp van consulenten of worden bemiddeld door uitzendbureaus. Bij de keuze om arbeidsmatige dagbestedingsvoorzieningen in de toekomst niet in het Participatiebedrijf te organiseren speelt ook de bredere beleidsafweging een rol om voor deze activiteiten een meer gelijk speelveld te creëren voor alle partijen die hierin activiteiten aanbieden. Het aanbieden van arbeidsmatige dagbestedingsactiviteiten vanuit de gemeente of vanuit het Participatiebedrijf draagt daar niet aan bij.

3.2.2 Verandering 2: Vereenvoudiging van de sturing Een tweede doelstelling van de gemeenten met de vorming van het Participatiebedrijf is het komen tot een vereenvoudiging van de sturing. De huidige sturing op de combinatie Paswerk-WPH is 19

complex door de breedte van de huidige dienstverlening en doelgroepen en daaraan gekoppeld de omvang van de huidige organisatie. De sturing is tevens complex doordat er in de huidige situatie ook sprake is van zowel het sturen op opgaven als op de exploitatie van diverse bedrijfsonderdelen die met elkaar verbonden zijn en opdrachten vanuit diverse gemeentelijke domeinen. De ambitie is om in de nieuwe situatie te komen tot sturing vanuit drie gemeentelijke opgaven, met daaraan gerelateerde budgetten: 1. Organiseren van werk voor de doelgroepen Wsw en Nieuw Beschut; 2. Re-integratie van kandidaten met een afstand tot de arbeidsmarkt; 3. Leerwerkplekken voor jongeren die zijn uitgevallen uit het onderwijs. Doordat de focus komt te liggen op (toeleiding naar) betaald werk wordt de sturing beperkt tot 1 domein: Werk en Inkomen. De uitvoeringsorganisatie van het Participatiebedrijf wordt daarnaast vereenvoudigd door de activiteiten te organiseren vanuit één juridische entiteit op de schaal van Zuid-Kennemerland. Bij de keuze van de besturingsstructuur is het uitgangspunt om te komen tot eenvoudige besturingsstructuur met voldoende ruimte voor sturing en toezicht vanuit de gemeenten. De sturing is meer op de langere termijn gericht en budgetten worden eerder afgestemd op de gemeentelijke begrotingen via de jaarlijkse gemeentelijke planning en control cyclus.

3.2.3 Verandering 3: Meer samenwerking met partners in de stad en regio bij de uitvoering van re-integratie en het organiseren van werk (Stip op de horizon) Na de samenvoeging van de activiteiten gericht op werk en de vereenvoudiging van de structuur komt er ruimte om door te bouwen. Het gezamenlijke eindbeeld van de gemeenten is daarbij dat het Participatiebedrijf op termijn toegroeit naar een compacte eigen werkorganisatie voor de meest kwetsbare doelgroep en samenwerking met lokale partners in de organisatie van re-integratie en werkplekken. De gemeenten zetten in op een gezamenlijke ontwikkeling op de volgende twee punten: 1. Meer samenwerking op re-integratie: Het Participatiebedrijf vormt in de toekomst de basisinfrastructuur voor de uitvoering van re-integratie. Daarbij benut het Participatiebedrijf de kracht van lokale partners, bijvoorbeeld door de samenwerking met sociale ondernemingen of door gebruik te maken van re-integratiepartners met specifieke expertise. Het Participatiebedrijf organiseert daarvoor op termijn minder activiteiten zelf in eigen huis. Een deel van de reintegratieactiviteiten wordt door, samen met en/of bij lokale partners uitgevoerd. Met deze beweging werken we toe naar een flexibele en wendbare re-integratiepartner voor de gemeenten, partners en ondernemers in Zuid-Kennemerland. 2.

Meer samenwerking met partners in de organisatie van werk: Tot nog toe is Paswerk in staat geweest om steeds de organisatie aan te passen aan het lagere aantal Wsw-medewerkers. Ook voor de komende jaren gaat Paswerk er nog van uit dat dit lukt. Tegelijk komt ook het moment dichterbij dat dit niet meer haalbaar is. Voor het Participatiebedrijf betekent dit dat we voorstellen om bij de vorming van het Participatiebedrijf in eerste instantie de units van Paswerk mee te nemen het Participatiebedrijf in. Daarmee is de continuïteit van de uitvoering van de Wsw voor de eerste jaren geborgd. Voor de middellange termijn krijgt het Participatiebedrijf de opdracht om zich te richten op samenwerking met werkgevers/partners voor de organisatie van werkplekken voor de doelgroepen met een arbeidsbeperking. Daarnaast worden in het Participatiebedrijf ook leerwerkplekken georganiseerd voor jongeren die zijn uitgevallen uit het onderwijs. Ook voor deze leerwerkplekken is het de intentie om te 20

onderzoeken of deze in de toekomst meer in samenwerking kunnen worden georganiseerd met werkgevers/partners. De hierboven beschreven samenwerking kan verschillende vormen hebben: detachering, joint ventures, faciliteren werkgevers/partners, ontzorgen. Belangrijk voordeel van de keuze om in eerste instantie de units nog mee te nemen het Participatiebedrijf in is dat dit de ruimte biedt om de strategie aan te passen wanneer de kaders vanuit het Rijk in de komende jaren nog zouden wijzigen. Op basis van deze gezamenlijke opdracht werken gemeenten en het Participatiebedrijf toe naar het beoogde eindbeeld van een compacte efficiënte eigen werkorganisatie, waarin kwetsbare groepen in een beschermde omgeving zinvol werk kunnen doen. NB: Beweging Participatiebedrijf in relatie van komende Tweede Kamerverkiezingen Op het moment van besluitvorming over het Participatiebedrijf in de gemeenteraden naderen de Tweede Kamerverkiezingen. In de verkiezingsprogramma’s van verschillende politieke partijen zijn voorstellen opgenomen voor hervorming van de arbeidsmarkt in lijn met het advies van de Commissie Borstlap.

De vorming van het Participatiebedrijf zoals in dit hoofdstuk beschreven past goed binnen de door de oogharen te ontwaren lijn in de verkiezingsprogramma’s van de meeste grote partijen: de samenvoeging van Paswerk en belangrijke delen van Werkpas Holding versterkt de mogelijkheden om als vier gemeenten samen de kansen op werk voor onze doelgroepen te vergroten. Tegelijk biedt de voorgestelde korte termijn beweging (verandering 1 en 2) en de meer lange termijn stip op de horizon (verandering 3) de ruimte om wanneer dat nodig zou zijn nog bij te sturen als de kaders vanuit het Rijk in de volgende kabinetsperiode zouden veranderen.

21

4 Doelgroepen en dienstverlening 4.1 Doelgroepen In deze paragraaf werken we uit voor welke doelgroepen het Participatiebedrijf ondersteuning organiseert, hoe deze doelgroepen zich in de tijd ontwikkelen en welk deel van de doelgroep het Participatiebedrijf op jaarbasis kan bedienen. Inwoners met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt De eerste doelgroep van het Participatiebedrijf zijn inwoners met een bijstandsuitkering. Begin 2020 waren dat in de regio Zuid-Kennemerland ruim 4.350 personen. Tussen 2016 en 2020 is het aantal inwoners met een bijstandsuitkering flink gedaald (zie figuur 4.1). De verwachting is dat dit aantal door Corona flink zal stijgen. Figuur 4.1: Ontwikkeling aantal bijstandsuitkeringen in Zuid-Kennemerland (Bron CBS) 110,0% 108,0% 106,0% 104,0% 102,0% 100,0% 98,0% 96,0% 94,0% 92,0% 90,0% 31-12-2015

31-12-2016

Nederland

Haarlem

31-12-2017 Zandvoort

31-12-2018 Heemstede

31-12-2019 Bloemendaal

Het Participatiebedrijf richt zich niet op de gehele groep met een bijstandsuitkering, maar op de groep die een grote maar overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt heeft. De omvang van deze groep bedroeg begin 2020 ongeveer 1.300 kandidaten. Met de beschikbare middelen kunnen hiervan jaarlijks tussen de 800 en 1000 kandidaten door het Participatiebedrijf worden bediend met een traject richting (betaald) werk2. Doelgroep Banenafspraak De tweede doelgroep van het Participatiebedrijf zijn de inwoners die behoren tot de doelgroep van de Wet Banenafspraak. Het betreft inwoners met een dusdanige arbeidsbeperking dat zij niet in staat zijn om zelfstandig het minimumloon te verdienen. Met een loonkostensubsidie en job coaching kunnen zij werken in een betaalde baan bij een werkgever (garantiebaan. Jaarlijks neemt deze groep toe. Voorheen stroomden zij in in de Wajong of de Wsw. Een deel van deze groep kan als zij geen baan hebben voor inkomensondersteuning een beroep doen op een bijstandsuitkering, een deel ook niet vanwege een werkende partner, of omdat het gaat om een thuiswonende jongere ouder dan 18 jaar.

2

Voor 2020 zijn 920 trajecten bij Pasmatch voorzien. Naast het aanbod vanuit Pasmatch lopen er voor specifieke groepen ook re-integratietrajecten bij andere aanbieders.

22

Begin 2020 waren er 182 inwoners uit de vier gemeenten met een indicatie banenafspraak betaald aan het werk. Daarnaast waren er echter ook 247 personen met een indicatie banenafspraak nog niet aan het werk, omdat voor hen nog geen passend werk gevonden is, omdat zij nog niet werkfit zijn of een opleiding volgen. Aangezien ook voor deze groep geldt dat het een betaalde baan bij een werkgever het doel is, maken zij onderdeel uit van de doelgroep met een grote maar overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt. Wsw Een groot deel van de doelgroep van het Participatiebedrijf betreft de Sw-medewerkers. In 2019 zijn er 777 medewerkers werkzaam. Dit aantal neemt jaarlijks af met 40 tot 50 medewerkers (ongeveer 4%). Doordat er geen nieuwe instroom meer plaats vindt van Sw-medewerkers wordt de doelgroep steeds ouder. De fysieke beperkingen van deze doelgroep nemen daardoor toe. Figuur 4.2 Ontwikkeling Sw-medewerkers in aantallen. (Bron Paswerk) 1000

925

900

900

859 799

800

777

741

690

700 600 500 400 300 200 100

25

41

60

2016

2017

2018

22

36

51

B2019

B2020

B2021

0 2015

aantal per 1/1

Uitstr oom per jaar

Nieuw-Beschut Ook in de toekomst vormt het Participatiebedrijf een vangnet voor de groep met een arbeidsbeperking die niet in staat is om bij een reguliere werkgever te werken, de doelgroep NieuwBeschut. Tot nu toe blijft de instroom van deze groep achter. Medio 2020 hebben 49 inwoners met een indicatie Nieuw-Beschut een betaalde werkplek bij Paswerk. Volgens de taakstelling van het Rijk zouden dat er (eind 2020) 79 moeten zijn. Uiteindelijk, rond 2045, werken er naar schatting 320 werknemers met een indicatie Nieuw-Beschut bij het Participatiebedrijf. Dat is ongeveer 1/3 van het aantal Sw-medewerkers dat Paswerk voor de start van de Participatiewet in dienst had. Jongeren die uitgevallen zijn uit het onderwijs Het Participatiebedrijf kan op jaarbasis 50 tot 70 jongeren die zijn uitgevallen uit het onderwijs een leerwerkplek bieden. Via deze leerwerkplekken behaalt een belangrijk deel van deze jongeren alsnog een MBO 1 of MBO 2 diploma. De jongeren zijn niet alleen afkomstig vanuit Haarlem, Zandvoort, Heemstede en Bloemendaal. Ook vanuit omliggende gemeenten wordt gebruik gemaakt van deze dienstverlening. Ter indicatie geven we hieronder de situatie in de eerste helft van 2020 weer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/1077/documents/10665