CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenrapport Heemstede.pdf

Commissie Middelen 17 november 2021, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 4: Programma water Bloemendaal en Heemstede 2022-202613.471 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE 2022 T/M 2026 BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

BIJLAGE 1 PLANNING ACTIVITEITEN VERVANGING VRIJ-VERVALRIOLEN

INHOUDSOPGAVE BIJLAGENRAPPORT 1 2 3 4 5 6 7

PLANNING ACTIVITEITEN REGELS VOOR DE FYSIEKE LEEFOMGEVING BEHEER, ONDERHOUD, RENOVATIE EN VERVANGING EVALUATIE GRP 2017 – 2021 PROGNOSE WONINGBOUW REACTIE BEVOEGDE INSTANTIES OP CONCEPT BEGRIPPENLIJST

3 6 24 30 32 33 36

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

VOORBEREIDING VOOR BELEID

2

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

3

VOORBEREIDING VOOR BELEID – VERVOLG

BEHEER EN ONDERHOUD

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

4

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

5

BIJLAGE 2 REGELS VOOR DE FYSIEKE LEEFOMGEVING Inleiding De zorg voor het afvalwater, hemelwater en grondwater kan worden beschouwd als een besturingsvraagstuk, waarbij de beheerder streeft naar een dusdanige invulling van de zorgtaken, dat de gestelde doelen op efficiënte wijze worden bereikt. Vanuit deze optiek kan onderscheid worden gemaakt naar: ■ De riolering (het bestuurde systeem), ofwel het geheel aan voorzieningen voor de inzameling en transport van afvalwater; ■ Het oppervlaktewatersysteem, ofwel het geheel aan voorzieningen voor de berging en transport van hemelwater; ■ Het grondwatersysteem, ofwel het geheel aan voorzieningen voor de monitoring en eventuele regulering van het grondwaterpeil; ■ De beheerder (de gemeente Heemstede die de voorwaarden moet scheppen, zodat het gewenste functioneren van de riolering en het stedelijk water kan worden gerealiseerd; ■ De omgeving, waaronder het hoogheemraadschap, die naast de transportgemalen, transportleidingen en de zuivering (AWZIi), het merendeel van het stedelijk oppervlaktewater beheert. Om te komen tot een eenduidige beschrijving van zowel het gewenste functioneren als de hiervoor noodzakelijke voorwaarden voor een effectief beheer wordt de systematiek van doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden gebruikt.

Met een eenduidige beschrijving van de gewenste situatie krijgen het gemeentebestuur en andere betrokkenen inzicht in de achtergrond van bepaalde activiteiten en de bestemming van middelen. Daarnaast wordt aanvullend bekeken, doormiddel van toetsing of de zorgtaken zijn (worden) uitgevoerd en of met de middelen doelmatig is (wordt) omgegaan. En eventueel welke maatregelen er nodig zijn om wel hieraan te voldoen. Kortom, met deze systematiek zijn de zorgtaken toetsbaar.

Leeswijzer In deze bijlage wordt achtereenvolgens een toelichting gegeven op de volgende zaken: ■ De toetsingsmethode; ■ De doelen die na worden gestreefd met het beheer van de riolering, het stedelijk water en het grondwater; ■ De maatstaven die de gemeente Heemstede aanhoudt om de toetsing uit te voeren; ■ Het resultaat van de toetsing van het bestaande gebied;

2.1 Toetsingsmethode De methode die is gehanteerd om de toetsing uit te voeren, is de DoFeMaMe-methode. De naam van de methode is een samentrekking van de onderdelen waaruit de methode is opgebouwd: Doelen, Functionele eisen, Maatstaven en Meetmethoden. Deze methode wordt uitgewerkt in de Kennisbank Riolering van RIONED en is gebaseerd op afvalwater. Omdat de gemeentelijke water-zorgtaken meer behelzen dan alleen afvalwater, vraagt de toetsing om een bredere kijk op het watersysteem. Om deze reden is met de wijze van toetsing die we in dit Programma Water hanteren, afgeweken van de Kennisbank. Voor een toelichting op de wijze van toetsing wordt verwezen naar paragraaf 2.3.

Niet voor alle functionele eisen zijn de maatstaven eenduidig vast te leggen. Ervaring en verdere ontwikkeling van kennis op lokaal en nationaal niveau zijn nodig om alle maatstaven nader in te vullen en aan te scherpen.

Meetmethoden Om de huidige situatie op een eenduidige en reproduceerbare manier aan de maatstaven te kunnen toetsen, zijn meetmethoden gebruikt. De meetmethoden geven aan hoe wordt bepaald of iets voldoet aan de gestelde maatstaf.

2.2 Doelen Doel riolering De rioleringszorg heeft één hoofddoel. Dit is het duurzaam beschermen van de volksgezondheid. Het aanleggen en het onderhouden van adequate rioolsystemen is een wettelijke verplichting die voortvloeit uit de gemeentelijke zorgplicht voor afvalwater (artikel 10.33 uit de Wet milieubeheer). Naast het hoofddoel van de riolering zijn er twee nevendoelen. ■ Het op peil houden van de kwaliteit van de leefomgeving; ■ Het duurzaam beschermen van natuur en milieu (bodem, gronden oppervlaktewater).

In onderstaande figuur is een voorbeeld gegeven van de systematiek.

Voorbeeld Voorbeeld van de DoFeMaMe-methode

Doel Zo min mogelijk overlast voor de omgeving veroorzaken veroorzaken. Functionele eis

Doelen

De riolering moet voldoende afvoercapaciteit hebben om het

De doelen en werkkaders beschrijven de gewenste situatie. Als het over riolering, stedelijk water en grondwater gaat, beschrijft het doel het gewenste functioneren (gedrag) van het watersysteem.

afvalwater af te kunnen voeren. Maatstaf De gemengde riolering moet het huishoudelijke afvalwater + de neerslag van een regenbui die ééns in de twee jaar voorkomt

Functionele eisen

kunnen afvoeren, zonder dat er water op straat blijft staan.

Functionele eisen zijn de specificaties van de doelen die voor de riolering, het stedelijk water en grondwater zijn geformuleerd. Er kunnen meerdere functionele eisen bij een doel horen.

De functionele eisen en de maatstaven vormen samen de regels voor de fysieke leefomgeving

Voor de plaatsen waarvan bekend is dat er regelmatig wateroverlast optreedt, wordt een locatiespecifiek plan gemaakt om de kans op wateroverlast tot een acceptabel niveau terug te brengen.

Maatstaven Maatstaven zijn de getalsmatige precisering van de functionele eisen. Een maatstaf maakt de functionele eis in kwantitatieve zin toetsbaar. Voor de riolering bijvoorbeeld, moet volgens de Nederlandse Praktijkrichtlijn Beheer Buitenriolering (NPR 3220) onderscheid worden gemaakt tussen maatstaven die betrekking hebben op

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

de toestand van objecten (riolen, putten, randvoorzieningen, persleidingen, rioolgemalen) en maatstaven die verband houden met het functioneren van het totale rioleringssysteem.

6

Meetmethode De hydraulische capaciteit van de rioolstelsels wordt gecontroleerd met een hydraulische berekening die voldoet aan de richtlijnen van de Kennisbank Riolering.

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

7

Kaders Programma Water Het algemene doel van dit Programma Water is vertaald in de onderstaande werkkaders. 1 Inzameling van het binnen gemeentelijk gebied geproduceerde verontreinigde water. 2 Inzameling van het overtollige hemelwater. 3 Transport van het ingezamelde water naar een geschikt punt om het opnieuw te gebruiken, tijdelijk te bergen, af te voeren of te reinigen. 4 Ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater zoveel mogelijk voorkomen. 5 Zo min mogelijk overlast voor de omgeving veroorzaken (in de breedste zin van het woord). 6 Doelmatig beheer en een goed gebruik van de riolering, het oppervlaktewater en het grondwater tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten.

De indeling van de twee delen is gerelateerd aan de drie zorgplichten. U leest in elk deel de regels voor de fysieke leefomgeving (functionele eisen en maatstaven) die de gemeente Heemstede hanteert om te voldoen aan de afvalwaterzorgplicht, de hemelwaterzorgplicht en de grondwaterzorgplicht.

Toetsing huidige situatie Achter de beschrijving van de regels voor de fysieke leefomgeving voor het bestaande gebied leest u het resultaat van de toetsing van de huidige situatie aan deze regels. Daar weer achter leest u of er actie nodig is om de huidige situatie aan de gestelde regels te laten voldoen.

Acties

2.3 De toetsing

Het resultaat van de toetsing van de bestaande situatie zijn acties, die ertoe moeten leiden dat gemeente Heemstede blijvend voldoet aan de zorgplichten. Een actie kan zijn het maken van een plan en/ of een fysieke maatregel om zaken te verbeteren. De acties staan beschreven achter de resultaten van de toetsing van de huidige situatie.

Indeling

Voorschriften

De maatstaven waaraan getoetst wordt zijn verdeeld in twee situaties: ■ Bestaand gebied; ■ Nieuw gebied;

De resultaten van de toetsing van de nieuwe situatie levert een opsomming van de voorschriften op die gelden voor de inrichting van nieuw stedelijk gebied. In onderstaande figuur is schematisch weergegeven waar u de uitgangspunten, de voorschriften en de acties kunt vinden.

Afvalwater

Hemelwater en oppervlaktewater

Grondwater

Bestaand gebied (par 3.4): Uitgangspunten voor de toetsing

Paragraaf 2.4.1

Paragraaf 2.4.2

Paragraaf 2.4.3

Toetsing huidige situatie

Nieuw gebied (par 3.5): Voorschriften voor het ontwerp

Paragraaf 2.5.1

Paragraaf 2.5.2

Paragraaf 2.5.3

Voorschriften zie paragraaf 2.5.1 t/m 2.5.3

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

2.4 Bestaand gebied Definitie Onder bestaand gebied (peildatum: 01 januari 2021) verstaan wij alle stedelijk gebied en woningen in het buitengebied inclusief de voorzieningen voor afvalwater, hemelwater, oppervlaktewater en grondwater die in het gebied aanwezig zijn die in eigendom, onderhoud en/of beheer zijn bij de gemeente. Ontwikkelingen na 1 januari 2021 zijn nog niet getoetst.

Onderwerp Regels voor de fysieke leefomgeving

Toetsing huidige situatie

Reguliere De reguliere beheertaken richten zich op het in orde houden van de beheertaken gemeentelijke water-voorzieningen. De beheertaken zijn nodig om blijvend aan de waterzorgplichten te voldoen. Onder het reguliere beheer valt een scala aan werkzaamheden. Onder andere het bijhouden van de beheergegevens. Reiniging, inspectie, reparatie en vervangingen zijn nodig om de aanwezige voorzieningen in een goede staat te houden. Ook letten we er op of onze voorzieningen nog aan de richtlijnen voldoen en maken we beleidsplannen en plannen we de onderhoudswerken om onze taken effectief en efficiënt uit te voeren. Ook lopen de werkzaamheden omtrent vergunningen, rioolaansluitingen en klachtenafhandeling continu door.

In orde Actie De reguliere beheertaken worden • Goede werkafspraken gestructureerd en planmatig maken met directievoerders uitgevoerd. We plegen voldoende over het aanleveren van onderhoud om het functioneren de revisiegegevens. van de voorzieningen te Aanleveren in RIOX. waarborgen. Verplichtingen vastleggen in onderhoudsbestek en bestek Het verkrijgen en verwerken van van vervangingsprojecten. revisiegegevens vraagt aandacht. • Capaciteit vrijmaken of budget Soms komen de revisiegegevens reserveren om revisies te (laten) te laat binnen en door de verwerken. beperkte capaciteit lopen we achter met het verwerken van de revisies.

In bijlage 3 zijn de reguliere beheertaken die bij de waterzorgplichten horen uitgebreid beschreven.

Acties

Acties

8

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

9

Onderwerp Regels voor de fysieke leefomgeving Stelseltypen

Toetsing huidige situatie

Acties

Onderwerp Regels voor de fysieke leefomgeving

Voor de inzameling en het transport van afvalwater en hemelwater liggen in de gemeente verschillende typen stelsels. Gemengd stelsel In de gemeente Heemstede ligt een gemengd rioolstelsel. In het gemengde stelsel wordt het (huishoudelijke) afvalwater samen met het hemelwater in één stelsel onder vrijverval (gravitair) afgevoerd naar het overdrachtspunt van de zuiveringsbeheerder. Als het niet regent, bevat het rioolstelsel alleen afvalwater. Als het regent, dan stroomt het regenwater ook in het gemengde riool via regenpijpen en straatkolken.

Grotendeels in orde Actie Het gemengde rioolsysteem • Hydraulische knelpunten in voert het huishoudelijke afval­ beeld brengen en bepalen of water adequaat af. De gemengde maatregelen nodig zijn. rioolstelsels zijn aangelegd • Afkoppelen wanneer de kans volgens de geldende richtlijnen zich voordoet en dit doelmatig (zie paragraaf 2.4.2 voor het is. hydraulisch en milieutechnisch functioneren) en de boven­ Het hemelwater, dat in principe schoon is als het op de daken en grondse inrichting is zodanig dat de wegen (het verharde oppervlak) valt, raakt verontreinigd doordat er water op straat kan worden het zich in het riool mengt met afvalwater. geborgen zonder dat dit tot overlast leidt (zie paragraaf 2.4.2. Het gemende stelsel is een erfenis uit het verleden, toen het rioolwa- Extreme Situaties). ter nog ongezuiverd in het oppervlaktewater werd geloosd. Uit oogpunt van de bescherming van het milieu moet het afvalwater, samen De capaciteit van het gemengde met het hemelwater uit het gemengde riool, tegenwoordig naar de riool kan op sommige locaties afvalwaterzuivering (AWZI) worden getransporteerd en worden geworden geoptimaliseerd. We bezuiverd. Het feit dat het regenwater vermengd raakt met afvalwater reiden een nieuwe hydraulische maakt dat er meer water moet worden gezuiverd dan noodzakelijk toetsing van het gemengde rioolis.

Het principe van het gemengde rioolstelsel is daarom vanuit het stelsel voor. Voor de knelpunten oogpunt van duurzaamheid en efficiëntie niet wenselijk. die uit deze toetsing volgen, bepalen we welke maatregelen Als het hard regent, raakt het gemengde rioolstelsel overvol doelmatig zijn. en ontsnapt het rioolwater via de riooloverstorten naar het oppervlaktewater. Dit is vanuit milieuoogpunt niet wenselijk. Het gemengde rioolstelsel, wordt langzamerhand omgebouwd Als we de riolering scheiden passen we verschillende kleuren toe tot- of vervangen door- een om in de toekomst geen foutaansluitingen te krijgen. gescheiden stelsel. We koppelen af wanneer de kans zich voordoet Gemengde stelsels worden bij nieuwbouwprojecten dan ook en dit doelmatig is. niet meer aangelegd in onze gemeente. Als het gemengde riool wordt vervangen, dan wordt na het verwijderen van het Naar totale lengte riool berekend, versleten gemengde riool bij voorkeur een gescheiden rioolstelsel is de verdeling nu als volgt: teruggelegd. Soms is het verkleinenvan het vuilwaterriool nog niet mogelijk omdat er nog gemengde riolering aan vast zit. • 79% gemengd riool • 19% hemelwaterriool Verschillende kleuren • 2% vuilwaterriool Als we de riolering scheiden passen we buizen met verschillende kleuren toe om in de toekomst geen foutaansluitingen te krijgen.

De gemengde rioolstelsels bruine buis = AFVALWATER, voldoen aan de emissie-eisen zwarte buis = REGENWATER van de CIW-basisinspanning.

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

10

Gescheiden rioolstelsel Een deel van de riolen in Heemstede is van het gescheiden stelseltype. In een gescheiden rioolstelsel wordt het afvalwater apart van het hemelwater ingezameld. Het gescheiden rioolstelsel kenmerkt zich door een ondergronds buizenstelsel dat feitelijk uit twee systemen bestaat: één voor de afvoer van afvalwater en één voor de afvoer van hemelwater. Het afvalwaterstelsel, of DWA-stelsel (droog-weer-afvoer stelsel) ligt onder de grond en heeft buizen met relatief kleine diameters. De afvalwaterhoeveelheid is in de regel beperkt en redelijk constant. Het hemelwater kan zowel bovengronds via een systeem van goten en greppels als ondergronds via een buizenstelsel naar een bergingsvoorziening, infiltratievoorziening of het oppervlaktewater worden geleid.

Toetsing huidige situatie

Acties

In orde Geen actie Het gescheiden rioolsysteem voert het huishoudelijke afvalwater adequaat af. De gescheiden rioolstelsels zijn aangelegd volgens de geldende richtlijnen (zie paragraaf 2.4.2 voor het hydraulische functioneren) en de bovengrondse inrichting is zodanig dat er water op straat kan worden geborgen zonder dat dit tot overlast leidt (zie paragraaf 2.4.2. Extreme Situaties).

Het bovengrondse systeem kent nauwelijks capaciteitsbeperkingen. Als de goten en greppels vol raken, stromen zij over en daardoor wordt het afvoerende oppervlak automatisch vergroot, zonder dat dit direct tot overlast hoeft te leiden. Het ondergrondse systeem is beperkt in capaciteit. Bij extreme regenval raakt het riool overvol en loopt het regenwater op de laagst gelegen delen uit de leidingen op de straat. Als de openbare ruimte goed is ingericht dan leidt water-op-straat zelden of nooit tot wateroverlast. Verbeterd gescheiden stelsel In Heemstede ligt géén verbeterd gescheiden stelsel.

Niet van toepassing

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

geen actie

11

2.4.1 Afvalwater Onderwerp Regels voor de fysieke leefomgeving Drukriolering In extensief bebouwde gebieden (rurale gebieden) is het aanleggen van een vrijvervalriool voor de inzameling en het transport van afvalwater vaak onevenredig duur of door de grote afstanden niet mogelijk. Daar is gekozen voor de aanleg van een rioolsysteem waarmee het afvalwater geforceerd wordt getransporteerd doormiddel van persdruk (drukriolering).

Toetsing huidige situatie

Acties

Onderwerp

Regels voor de fysieke leefomgeving

In orde De drukrioolstelsels kunnen op verschillende plekken worden verbeterd. • Bij een aantal percelen is er regenwater op het drukriool aangesloten.

Geen actie we voeren verbeteringsacties uit als we de drukrioleringsunit vervangen. We kijken of er verhard oppervlak is aangesloten en we gaan na hoe we dit kunnen afkoppelen.

Functioneren systeem

De uitgangspunten voor het functioneren van het afvalwatersysteem zijn:

In Heemstede zijn ongeveer 68 woningen aangesloten op drukriolering. Aansluiten van hemelwater op de drukriolering leidt tot problemen in het functioneren. In extensief bebouwde gebieden hoort de berging en de afvoer van hemelwater op de percelen of naastgelegen oppervlakte water zelf opgelost te worden. IBA Een andere methode om rioolwater te zuiveren zijn IBA’s (voorzieningen voor de Individuele Behandeling van Afvalwater). De gemeenteraad heeft in het verleden gekozen om al de percelen in het buitengebied in de gemeente aan te sluiten op de drukriolering voor zover dit doelmatig is. Bij één perceel waar dit niet doelmatig bleek te zijn is een IBA aangelegd. De gemeente heeft deze niet in beheer.

In orde 99,9 % van alle percelen zijn aangesloten op de riolering 0,1 % is niet aangesloten, de percelen: • hebben zelf een verbeterde septictank

Transport van afvalwater: b) De DWA-stroom wordt bij voorkeur onder vrijverval afgevoerd naar het overdrachtspunt van de zuiveringsbeheerder (het hoofdrioolgemaal of het overnamepunt op de gemeentegrens). Eventueel worden tussengemalen toegepast om het afvalwater op te voeren. In extensief bebouwde gebieden wordt het afvalwater getransporteerd door een netwerk van persleidingen en pompunits (drukriolering). c) Bij uitval van een gemaal is de vultijd van de riolering in DWA omstandigheden minimaal 1 etmaal. Dit geeft tijd om reparatie van het gemaal uit te voeren.

geen actie

Bij gemeente Heemstede zijn géén IBA’s in beheer.

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

Inzameling van afvalwater: a) Alle percelen met woonbestemming/verblijfsbestemming moeten op het riool zijn aangesloten, tenzij een IBA is toegestaan. Er dienen geen overtredingen te zijn van de lozingsvoorschriften conform de Wet milieubeheer (Wm).

Toetsing huidige situatie

a) in orde a) geen actie 99,9 % van percelen aangesloten op de riolering 0,1 % (één perceel) is niet aangesloten, dit perceel: • heeft een verbeterde septictank

b) in orde Meer dan 99 % van de percelen is op het vrijverval riool aangesloten. Ongeveer een half procent van de percelen is op drukriolering aangesloten.

b) geen actie

c) in orde We houden de pompstoringen in de gaten. Als er veel storingen zijn, dan gaan we na hoe we deze structureel kunnen verminderen. d) in orde

c) geen actie

d) De DWA-gemalen en de rioolgemalen van de gemengde riolering worden uitgevoerd met een dubbele pompopstelling. De pompen zijn elkaars reserve. De dubbele pompopstelling geldt niet voor drukrioleringsunits. Deze hebben één pomp. In de gemeente Heemstede hebben we ook 4 vijzelgemalen. Deze werken niet met een pomp maar met een archimedes-schroef. e) De inslagpeilen van de gemalen moeten onder het bodemniveau e) in orde van het laagst inkomende riool liggen. Dit geldt alleen voor rioolgemalen in het gemengde rioolstelsel en in DWA-stelsels. f) De ledigingstijd van het compleet gevulde stelsel mag maximaal f) in orde 12 uur bedragen. g) De vultijd van DWA-riolen moet minimaal 24 uur bedragen, g) in orde gerekend met de DWA-belasting (zie paragraaf 2.5.1).

12

Benodigde actie / aanpassingen / maatregelen

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

d) geen actie

e) geen actie

f) geen actie g) geen actie

13

Onderwerp

Regels voor de fysieke leefomgeving

Toetsing huidige situatie

Benodigde actie / aanpassingen / maatregelen

Toestand systeem

De uitgangspunten voor de kwaliteitstoestand van het afvalwatersysteem zijn: ingrijpmaatstaven voor stabiliteit of afstroming mogen niet voorkomen. In de gemengde riolen en in de DWA-riolen mogen tevens geen ingrijpmaatstaven voorkomen voor waterdichtheid. De riolen waar deze tóch voorkomen, dienen nader bestudeerd te worden om zo de aard, noodzaak en urgentie van herstelmaatregelen te bepalen. Aan de hand hiervan wordt reparatie, renovatie of vervanging uitgevoerd.

in orde inspectie van riolen en beoordeling van de fysieke toestand gebeurt planmatig. Leidingen waarin ingrijp­ maatstaven voorkomen worden altijd nader beoordeeld. De algemene kwaliteitstoestand van de rioolleidingen wordt volgens de tabellen in bijlage 3 beoordeeld op basis van de inspectiegegevens. De verklaring van de lettercoderingen is te vinden in de NEN 3399 en de NEN 3398.

geen actie Vanaf 2020 geldt de Europese EN 13508-2+A1:2011.

Onderwerp

Regels voor de fysieke leefomgeving

Toetsing huidige situatie

Benodigde actie / aanpassingen / maatregelen

a) Al het hemelwater wordt bij voorkeur gescheiden aangeboden. Bij nieuwbouw en grootschalige verbouw is dit een verplichting;

a) in orde In alle nieuwbouwplannen wordt gescheiden riolering gerealiseerd. Bestaande gemengde riolen worden bij voorkeur omgebouwd naar gescheiden stelsel.

a) geen actie

b) De gemengde riolering en de regenwaterriolering moet de neerslag van een regenbui die ééns in de 2 jaar voorkomt kunnen afvoeren zonder dat er water-op-straat wordt berekend. De rioolstelsels in Heemstede zijn ooit ontworpen door te rekenen met 60 l/s/ha over het verharde oppervlak van het rioolgebied. Om de afvoercapaciteit van bestaande stelsels te toetsen, hanteren we bui10 en het werkelijk aangesloten verharde oppervlak.

b) in orde De capaciteit van het gemengde riool en van de HWA-riolen voldoet nagenoeg geheel aan bui10. Op sommige plaatsen kan er in theorie water-opstraat ontstaan. In de praktijk hebben we hier echter weinig last van. Het uitvoeren van maatregelen is dan ook niet urgent.

b) geen actie

Hydraulisch functioneren De perceeleigenaar is in principe zelf verantwoordelijk voor de berging en de afvoer van het hemelwater dat op het perceel valt. Alleen wanneer van de perceeleigenaar redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat de berging en de afvoer op het perceel zelf worden opgelost, of wanneer er bij de realisatie van de woonwijk anders is gekozen dan mag het hemelwater via het oppervlaktewatersysteem in het openbare gebied worden afgevoerd of via het gemeentelijke afvoersysteem (gemengd riool, hemelwaterriool of infiltratievoorziening).

Opleverinspecties worden beoordeeld volgens de standaard RAW-bepalingen van het kennisplatform CROW.

2.4.2 Hemelwater en oppervlaktewater Onderwerp

Regels voor de fysieke leefomgeving

Functioneren systeem

De uitgangspunten voor het functioneren van de hemelwaterriolering en het oppervlaktewatersysteem voor de verwerking van het hemelwater zijn verdeeld in: ➞ Hydraulisch functioneren ➞ voldoet de afvoercapaciteit? ➞ Milieutechnisch functioneren ➞ belast het rioolsysteem het milieu niet overmatig?

Toetsing huidige situatie

Benodigde actie / aanpassingen / maatregelen

In de planperiode maken we een nieuw Systeemoverzicht Stedelijk Water (het vroegere BRP) om de capaciteit te toetsen en om na te gaan waar we de afvoercapaciteit kunnen optimaliseren. Hierbij hanteren bij bui 10 en het werkelijk aangesloten verhard oppervlak. c) Het oppervlaktewaterpeil moet bij voorkeur onder het niveau van de drempel in de overstortputten van de gemengde rioolstelsels blijven.

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

14

c) onvoldoende bekend

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

c) actie Met het hoogheemraadschap van Rijnland deze toetsing uitvoeren. De resultaten opnemen in het Systeemoverzicht Stedelijk Water en het maatregelenplan klimaatadaptatie.

15

Onderwerp

Regels voor de fysieke leefomgeving Milieutechnisch functioneren d) De vuiluitworp mag de doelstelling voor de oppervlaktewater­ kwaliteit zo min mogelijk in gevaar brengen. De vuiluitworp uit gemengde rioolstelsels moet kleiner of gelijk zijn aan de vuiluitworp volgens de eenduidig geformuleerde CIWbasisinspanning. De richtlijn voor de gemiddelde jaarlijkse vuiluitworp uit gemengde rioolstelsels is 50 kg CZV per hectare verhard oppervlak per jaar.

Extreme situaties

Extreme neerslag Als het harder regent dan de regenbui waarop de hydraulische capaciteit van het (regenwater)riool berekend is, dan raakt het riool overvol en loopt het over. Dit leidt tot water-op-straat. In de regel is dit geen probleem: zodra de hevige regen stopt, ontstaat er weer ruimte in het riool en kan het water dat op straat bleef staan, alsnog worden afgevoerd. Als het extreem hard regent, dan kan er hinder of zelfs overlast ontstaan. We maken onderscheid naar verschillende gradaties: Waterplassen op straat Waterplassen op straat kunnen er op duiden dat het rioolstelsel tijdelijk overbelast is. De waterplassen kunnen ook het gevolg zijn van ongelijk liggende bestrating. Kleine waterplassen op straat zijn niet erg. De gemeente onderneemt geen actie. Als de plassen het gevolg zijn van verstopte straatkolken, dan volgt wel actie. De straatkolken worden schoongemaakt, zodat de waterafvoer hersteld wordt. Grote plassen op straat die langer dan twee uur blijven staan kunnen ook aanleiding zijn tot actie. Dit wordt door de gemeente per situatie beoordeeld.

Toetsing huidige situatie

Benodigde actie / aanpassingen / maatregelen

d) in orde De vuiluitworp van de gemengde riolering is getoetst doormiddel van reeksberekeningen. Zie basisrioleringsplannen.

d) geen actie

in orde We hebben de gevolgen van extreme situaties in beeld. Zie de tekst aan de linkerzijde. De gemeente handelt de verschillende situaties af volgens de beschrijving.

Geen actie

Onderwerp

Regels voor de fysieke leefomgeving

Extreme situaties

Waterhinder Als het waterafvoersysteem echt veel regen moet verwerken, dan kan er ook waterhinder ontstaan. We spreken van waterhinder als: • Regenwater, rioolwater of slootwater dat het verkeer op belangrijke verkeersaders en doorgaande (ontsluitings)wegen en (fiets)tunnels gedurende meer dan twee uur hindert; • Regenwater, rioolwater of slootwater langer dan 4 uur hinder oplevert voor het verkeer (gemotoriseerd, fietsers en voetgangers);

Toetsing huidige situatie

Benodigde actie / aanpassingen / maatregelen

We streven ernaar om alle situaties waar waterhinder ontstaat, structureel te verhelpen. De maatregelen worden uitgevoerd als er ter plaatse ook andere ingrepen in het openbare gebied nodig zijn (bijvoorbeeld rioolvervanging of herbestrating).

We kijken ook naar de toekomst: De klimaatstresstesten zijn uitgevoerd. De resultaten zijn vastgelegd in de stresstest-rapporten. • [1] Klimaatstresstest grondwater gemeenten Bloemendaal en Heemstede, Achtergrondrapportage [Wareco Ingenieurs] d.d. 25-5-2020 • [2] Klimaatstresstest Bloemendaal en Heemstede; Stresstest wateroverlast [Witteveen+Bos] d.d. 11-6-2020 • [4] Klimaatstresstesten Heemstede; Hitte – Overstromingen [Tauw] d.d. 4-2-2020

waterhinder

Wateroverlast Er is sprake van wateroverlast als: • vuil rioolwater (geen regenwater) in een achterpad of tuin staat. • Regenwater, rioolwater of slootwater via de straat huizen of gebouwen instroomt; • Regenwater, rioolwater of slootwater de belangrijkste verkeersaders, doorgaande wegen of tunnels gedurende meer dan een halve dag blokkeert; Als er sprake is van wateroverlast die veroorzaakt wordt door water afkomstig van gemeentegrond dan onderneemt de gemeente sowieso actie. Er wordt beoordeeld of de wateroverlast veroorzaakt is door een calamiteit of dat de overlast het gevolg is van een structureel knelpunt in het watersysteem. Aan de hand hiervan wordt de urgentie voor het uitvoeren van maatregelen afgewogen. Urgente overlastsituaties worden aangepakt. De maatregelen om de wateroverlast terug te dringen worden zo snel mogelijk uitgevoerd.

waterplassen

wateroverlast

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

16

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

17

2.4.3 Grondwater Onderwerp

Regels voor de fysieke leefomgeving

Toetsing huidige situatie

Benodigde actie / aanpassingen / maatregelen

Toestand systeem

Hemelwaterriolering De beoordeling van de fysieke toestand van hemelwaterriolen is dezelfde als de toestandsbeoordeling voor de afvalwaterriolen (zie bijlage 3) behalve voor de waterdichtheid. Dit geldt ook voor infiltratieriolen/-voorzieningen. Deze zijn vanzelfsprekend niet waterdicht. Een waterpeil van meer dan 75% of zelfs van 100% in het hemelwaterriool is geen bijzonderheid en leidt dan ook niet vanzelfsprekend tot acties.

in orde

geen actie

Oppervlaktewatersysteem De uitgangspunten voor de onderhoudstoestand van het gemeentelijk oppervlaktewater-systeem zijn: a) De watergangen zijn schoon genoeg (baggeren en maaien) om afvoer te kunnen garanderen zonder dat een overmatige opstuwing van het water optreedt. b) De watergangen hebben een profiel groter of gelijk aan het profiel volgens de legger / het onderhoudsprofiel. Beschoeiingen voor het in stand houden van het profiel / de oever / het talud zijn stabiel en in orde. c) De duikers in de watergangen zijn schoon om voldoende afvoer van water te kunnen garanderen. De uitgangspunten voor de onderhoudstoestand van het oppervlaktewatersysteem van het hoogheemraadschap in relatie tot de gemeentelijke riolering zijn: d) Het oppervlaktewaterpeil moet bij hevige en langdurige regenval bij voorkeur onder het niveau van de drempel in de overstortputten van de gemengde rioolstelsels blijven. We meten de hoogte van alle drempels op, zodat we kunnen nagaan of deze voldoende waking hebben ten opzichte van het oppervlaktewaterpeil. Baggeren, oeverbeschoeiingen We hebben een baggerplan waar in staat wat er wordt gebaggerd en wat we met het baggerslib doen. Het baggerplan en de kosten voor het uitvoeren van de baggerwerkzaamheden valt niet onder water maar onder reiniging. In het Programma Water staan dan ook géén bagger-acties.

Voor de beschoeiing hebben we een strategisch beheer- en onderhoudsplan, waar de acties voor beheer, onderhoud en vervanging in staan.

a) in orde

b) in orde

Onderwerp

Regels voor de fysieke leefomgeving

Toetsing huidige situatie

Benodigde actie/ aanpassingen/ maatregelen

Grondwater

We hebben de geohydrologische situatie en de grondwaterstanden in onze gemeente goed in beeld. Voor het grondwater hebben we samen met gemeente Bloemendaal een grondwaterbeleidsplan en daarnaast een specifiek grondwaterbeheerplan voor gemeente Heemstede. • In het grondwaterbeleidsplan staat hoe we omgaan met het grondwater in onze gemeente. In het beleidsplan staan ook de grondwater-regels voor de fysieke leefomgeving. • In het beheerplan staan de zaken die we de komende periode gaan uitvoeren. De acties en maatregelen uit het beheerplan zijn overgenomen in de meerjarenplanning van dit Programma Water.

In orde

Geen actie

a) geen actie Ontwateringsdiepte We hanteren een richtlijn voor de gewenste ontwateringsdiepte. Zie het grondwaterbeleidsplan voor een uitgebreide toelichting.

b) geen actie

c) in orde

c) geen actie

d) geen klachten

d) geen actie

Werknorm voor hoge grondwaterstand De werknorm is dat de grondwaterstand in het openbare gebied binnen de bebouwde kom in een maatgevend natte periode niet langer dan 2 aaneengesloten weken 0,7 m minus straatpeil of hoger is. Voor sportparken geldt een afwijkende richtlijn: de grondwaterstand mag hier in een maatgevend natte periode niet langer dan 2 aaneengesloten weken 0,5 m minus maaiveld of hoger bedragen. Signaleringswaarde voor lage grondwaterstand Lager dan 0,2 m onder het polderpeil

In orde

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

Omdat de grondwaterstanden in bestaand stedelijk gebied moeilijk zijn te beïnvloeden, kunnen de genoemde grondwaterstanden in bestaande wijken niet overal gegarandeerd worden.

Geen actie

Kwel Onze geografische ligging zorgt ervoor dat de stijghoogte van het grondwater in het 1e watervoerende pakket hoger is dan het niveau van het freatische grondwater. De scheidende laag is belangrijk omdat deze ervoor zorgt dat het grondwater uit het 1e watervoerende pakket tegengehouden wordt. Bij het uitvoeren van graafwerkzaamheden of boringen is het van belang om deze functie van de scheidende laag te kennen én deze intact te laten.

18

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

19

2.5 Nieuw gebied Definitie Onder nieuw gebied wordt verstaan; uitbreidingen of inbreidingslocaties waarbij ook de woningen of andere gebouwen worden vervangen. Hieronder vallen niet de plannen met alleen wegvervangingen of alleen rioolvervangingen.

Stelseltypen In nieuw gebied worden alle percelen voorzien van afvalwaterriolering. Er wordt altijd een gescheiden systeem aangelegd, waarbij het hemelwater bovengronds of ondergronds wordt afgevoerd. Het afvalwater wordt naar de afvalwaterzuivering getransporteerd. Al of niet via de bestaande afvalwaterinfrastructuur. In uitzonderlijke gevallen komt decentrale afvalwaterzuivering in aanmerking. De gemeente zamelt in principe géén hemelwater in. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt het regenwater zelf binnen de perceelgrens, tenzij dat technisch onmogelijk is. Of tenzij dit overlast veroorzaakt in de directe omgeving. Het hemelwater wordt eerst conform de geldende richtlijnen (zie paragraaf 2.4.2) geborgen en daarna bij voorkeur naar het oppervlaktewater geleid. Daar wordt het geborgen of afgevoerd. Het regenwater kan ook worden geïnfiltreerd. Indien er geen oppervlaktewater in de buurt is en/of infiltratie niet mogelijk is, dan wordt er een overloop naar het gemengde stelsel gemaakt.

2.5.1 Afvalwater

Algemeen

2.5.2 Hemelwater en oppervlaktewater

■ De richtlijn voor de minimale gronddekking op de buis is 1 meter; ■ De afstand tussen twee inspectieputten (strenglengte) is maximaal 80 meter; ■ De minimale diameter van de buizen die worden gebruikt is ø 250 mm voor een DWA; ■ Voor het bodemverhang van vuilwaterriolen wordt uitgegaan van 1:300 bij kleine diameters tot maximaal 1:500 bij grotere diameters en debieten; ■ De vuilwaterriolering wordt bij voorkeur aangelegd in een vermaasde boomstructuur. Als er een leiding verstopt raakt, dan kan het afvalwater dan via een andere route toch worden afgevoerd; ■ Alle nieuw aan te leggen DWA- putten zijn voorzien van een stroomprofiel, zodat de putten zo min mogelijk vervuilen; ■ Het lekverlies bij afpersen van nieuwe riolen mag niet groter zijn dan volgens de standaardbepalingen van de RAW-systematiek; ■ Het aansluiten van vuilwater (DWA en/of gemengd) op het gemeentelijke riool via een beerput /rottingsput is niet toegestaan; ■ Opleverinspecties worden beoordeeld volgens de standaardbepalingen van de RAW.

De uitgangspunten voor het functioneren van de riolering en het oppervlaktewatersysteem voor de afvoer van het hemelwater zijn hieronder aangegeven.

Afvalwaterhoeveelheid ■ De hoeveelheid te verwachten afvalwater is 120 liter/persoon/ etmaal. De hoeveelheid huishoudelijk afvalwater wordt berekend met een gemiddelde woningbezetting van 2,5 inwoners per woning; ■ Als het gemaal uitvalt, dient de vultijd van het vuilwaterriool ongeveer 1 etmaal te zijn. Dit geeft tijd om het gemaal te repareren; ■ De ledigingsduur van het compleet gevulde riool dient maximaal ongeveer 12 uur te zijn.

Functioneren systeem Bij de aanleg van nieuwe riolering in de situatie van uitbreiding en inbreiding zijn richtlijnen opgesteld voor het functioneren van de riolering. Deze richtlijnen zijn gelijk aan de bestaande situatie. Zie paragraaf 2.4.1

Aanleg riolering

Hemelwater ■ Bij extreme neerslag kan er op geschikte locaties mogelijk gekozen worden voor bovengrondse afvoer van hemelwater, als overstort voor het ondergrondse (HWA) stelsel; ■ Hemelwater wordt bij voorkeur afgevoerd naar het oppervlaktewater of geïnfiltreerd in de bodem; ■ Waar nodig wordt het hemelwater eerst via een filterende voorziening geleid; ■ De minimale diameter van de leidingen is ø 315 mm; ■ HWA-riolen worden zonder bodemverhang aangelegd (de leidingen liggen waterpas) of eventueel met een gering bodemverhang dat meeloopt met het maaiveld / het straatpeil; ■ Waterberging in de vorm van een wadi heeft een maximale waterdiepte van 30 cm en de oevers bij voorkeur een hellingshoek van 1:5 en maximaal 1:3; ■ Vanwege de bodemopbouw kan het nodig zijn om de wadi te voorzien van een drainagesysteem dat afwatert op het hemelwaterriool of op open water; ■ Elke wadi en/of het voorliggende hemelwaterriool is voorzien van een overloop naar bij voorkeur open water of het HWA, tenzij kan worden aangetoond dat dit niet nodig is.

Afvoercapaciteit HWA Voor het ontwerpen van nieuwe HWA-stelsels geldt dat de geometrie van het rioolstelsel zodanig moet zijn dat een regenwaterhoeveelheid van bui10 (Kennisbank Riolering) kan worden afgevoerd zonder dat water-op-straat wordt berekend. Er wordt gerekend met het aangesloten verharde oppervlak.

Persleidingen en gemalen ■ De opjaag- en vrijvervalgemalen worden uitgevoerd met 2 pompen die elkaars reserve zijn. Bij de keuze voor een vijzelgemaal vervalt deze eis; ■ De gemalen worden voorzien van automatische signalering en worden aangesloten op de hoofdpost van de gemeente.

Bij de aanleg van nieuwe riolering worden de volgende uitgangspunten aangehouden:

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

20

Oppervlaktewater ■ De watergangen en de duikers moeten een zodanige afmeting krijgen dat zij voldoende afvoer van water kunnen garanderen zonder dat een overmatige opstuwing van het water optreedt. Uiteraard mag de peilstijging in het nieuwe gebied niet leiden tot problemen in bestaande gebieden; ■ Het oppervlaktewaterpeil mag niet boven het straatpeil komen bij een T=100 neerslagsituatie die het hoogheemraadschap van

Rijnland hanteert. Uiteraard mag de peilstijging in het nieuwe gebied niet leiden tot problemen in bestaande gebieden.

Ruimtelijke inrichting In het algemeen geldt dat water een mede-ordenend principe is bij het inrichten van de (openbare) ruimte. Het doel is om te komen tot een klimaatbestendig watersysteem.

Waterberging in nieuwbouwplannen Binnen de gemeente gelden de regels van het hoogheemraadschap van Rijnland.

Hoogheemraadschap van Rijnland Voor nieuwbouwplannen geldt dat 15% van de toename van verharding (groter dan 500 m2) in het plangebied moet worden gereserveerd voor (oppervlakte)waterberging. Met Rijnland houden we gezamenlijk een Berging Rekening-Courant (BRC) bij. De BRC wordt toegewezen per peilvak. De gemeente kan dit inzetten bij gebiedsontwikkelingen. De BRC is niet uitwisselbaar tussen peilvakken onderling. Voor het ontwerpen van oppervlaktewater binnen het beheergebied van het hoogheemraadschap van Rijnland verwijzen we naar de ‘keur-en-uitvoeringsregels’.

Goede inrichting voorkomt wateroverlast Met het slim inrichten van de openbare ruimte kan worden voorkomen dat de woningen onderlopen. In de gemeente Heemstede worden de volgende voorwaarden aangehouden: ■ Het bouwpeil ligt bij voorkeur op 0,3 m of meer boven het straatpeil (wegashoogte of kruin van de weg) en minimaal op 0,2 m boven het straatpeil als er weinig ruimte is tussen de gevellijn en de perceelgrens. Hierdoor ontstaat er ruimte voor waterberging op straat tijdens extreme neerslag. ■ Bij uitbreidingslocaties is de drooglegging van het te ontwikkelen terrein voor de wegen tussen de 1 m en 1,5 m en voor de bebouwingen 1,3 – 1,8 m boven het oppervlaktewaterpeil in openbaar gebied; Water kan ook worden geborgen op plaatsen waar hinder tot een minimum wordt beperkt. Als voorbeelden worden genoemd:

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

21

■ Het aanbrengen van stoepranden, zodat een bergingsmogelijkheid ontstaat voor regenwater op de straat tussen de stoepen; ■ Het inrichten van speelvelden en pleinen als tijdelijke bergingslocatie; ■ Het inrichten van groenstroken en parken als tijdelijke waterberging; ■ Waterpartijen of wadi’s aanleggen met voldoende ruimte voor waterberging.

2.5.3 Grondwater Voor het grondwater hebben we samen met gemeente Heemstede een grondwaterbeleidsplan en daarnaast een specifiek grondwaterbeheerplan voor gemeente Heemstede. ■ In het grondwaterbeleidsplan staat hoe we omgaan met het grondwater in onze gemeente. In het beleidsplan staan ook de grondwater-regels voor de fysieke leefomgeving. ■ In het beheerplan staan de zaken die we de komende periode gaan uitvoeren. De acties en maatregelen uit het beheerplan zijn overgenomen in de meerjarenplanning van dit Programma Water.

Ontwateringsdiepte

Kwel

We hanteren een richtlijn voor de gewenste ontwateringsdiepte Zie het grondwaterbeleidsplan voor een uitgebreide toelichting.

Onze geografische ligging zorgt ervoor dat de stijghoogte van het grondwater in het 1e watervoerende pakket hoger is dan het niveau van het freatische grondwater. De scheidende laag is belangrijk omdat deze ervoor zorgt dat het grondwater uit het 1e watervoerende pakket tegengehouden wordt. Bij het uitvoeren van graafwerkzaamheden of boringen is het van belang om deze functie van de scheidende laag te kennen én deze intact te laten.

Werknorm voor hoge grondwaterstand De werknorm is dat de grondwaterstand in het openbare gebied binnen de bebouwde kom in een maatgevend natte periode niet langer dan 2 aaneengesloten weken 0,7 m minus straatpeil of hoger is. Voor sportparken geldt een afwijkende richtlijn: de grondwaterstand mag hier in een maatgevend natte periode niet langer dan 2 aaneengesloten weken 0,5 m minus maaiveld of hoger bedragen. Signaleringswaarde voor lage grondwaterstand Lager dan 0,2 m onder het polderpeil.

Grondwaterneutraal bouwen We gaan uit van grondwaterneutraal bouwen. In beginsel moet er naar gestreefd worden om géén drainage toe te hoeven passen. De bouwplannen moeten hierop worden afgestemd. Er moet rekening gehouden worden met het klimaatscenario KNMI’14-WH2050.

Omdat de grondwaterstanden in bestaand stedelijk gebied moeilijk zijn te beïnvloeden, kunnen de genoemde grondwaterstanden in bestaande wijken niet overal gegarandeerd worden.

Deze samenwerking is in de volgende procedures en plannen geborgd:

De Watertoetsprocedure: Om het waterbeheer en ruimtelijke ontwikkeling beter op elkaar af te stemmen, is (op landelijk niveau) de zogenaamde ‘watertoets­ procedure’ ontwikkeld. In het kort houdt de procedure in dat een initiatiefnemer (bijvoorbeeld de gemeente Heemstede of een particuliere instantie) in een zo vroeg mogelijk stadium contact zoekt met de waterbeheerder (het hoogheemraadschap van Rijnland) voor overleg over het plan. Het overleg dient om af te stemmen welke plaats het water in de ruimtelijke plannen gaat innemen.

De Waterparagraaf: De waterparagraaf maakt deel uit van het bestemmingsplan en geeft een beschrijving van het watersysteem in de toekomstige situatie (waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, beheer en onderhoud van watergangen). Ook wordt een beschrijving gegeven van de gevolgen van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling voor het bestaande watersysteem. De inhoud van de waterparagraaf wordt afgestemd met het hoogheemraadschap.

Water- en rioleringsplan:

2.6 Samenwerking Riooloverstorten bevinden zich op het snijvlak van riolering en het oppervlaktewater, ofwel op het grensvlak van taken en bevoegdheden van de rioolbeheerder en de waterbeheerder. Vanwege het werken op dit snijvlak is de samenwerking tussen de betrokken beheerders van belang.

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

22

Voor de grotere ontwikkelingen is het verplicht om een water- en rioleringsplan op te stellen. In dit plan wordt het ontwerp van het watersysteem en het rioleringssysteem vastgelegd. Ook wordt beschreven hoe het water- en rioleringssysteem functioneert. Onderdeel van dit plan is het grondwater. Het water- en rioleringsplan moet met de gemeente worden afgestemd en door de gemeente worden goedgekeurd.

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

23

BIJLAGE 3 BEHEER, ONDERHOUD, RENOVATIE EN VERVANGING Beheer, onderhoud, renovatie en vervanging Om te waarborgen dat we aan onze waterzorgplichten voldoen, moeten we er voor zorgen dat de bestaande watervoorzieningen van gemeente Heemstede in orde blijven. De werkzaamheden die nodig zijn om dit te realiseren, noemen we de reguliere beheertaken. De beheertaken omvatten een breed scala aan werkzaamheden. Reiniging, inspectie, reparatie en vervangingen zijn nodig om de aanwezige voorzieningen in een goede staat te houden. Ook moet nagegaan worden of alle voorzieningen nog goed functioneren of dat er verbetermaatregelen nodig zijn. Toetsing, beleidvorming en planvoorbereiding is nodig om de taken gestructureerd uit te kunnen voeren. Ondertussen moeten werkzaamheden omtrent vergunningen en klachtenafhandeling doorgaan. In deze bijlage zijn de reguliere beheertaken op hoofdlijnen beschreven. We geven aan wat we doen om onze voorzieningen in orde te houden. We onderscheiden de volgende deeltaken: 1) Voorbereiden van beleid, planvorming 2) Onderhoud en reparatie 3) Renoveren of vervangen 4) Afhandelen van meldingen en klachten 5) Vergunningverlening, toezicht en handhaving

Databeheer Digitaal opgeslagen gegevens, bijvoorbeeld van de leidingen, putten en gemalen in het rioolstelsel, geven een belangrijke basis voor onderzoeken, uitvoering van werkzaamheden en afhandeling van meldingen en klachten. Het is dus belangrijk dat de gegevens in het digitale beheerpakket altijd volledig en actueel zijn. De volgende zaken zitten in de beheerpakketten: ■ Rioolvoorzieningen ■ Gemalen ■ Grondwatervoorzieningen ■ Bruggen en beschoeiingen ■ Baggeren We werken met het beheerpakket GBI en GeoVisia. Voor de vrijvervalriolen houden we de gegevens bij via Kikker (Riodesk). In het programma worden de gegevens van de rioolobjecten en duikers bijgehouden. De gegevens van de gemalen en drukrioleringsunits (Onderhoud en storingen en keuringsrapporten – NEN-rapportages) worden bijgehouden in XDM. De telemetriegegevens van gemalen staan in AquaView++. De grondwatergegevens staan in WWD. Registratie van de metingen vindt continue plaats. Meetgegevens worden gebruikt voor inzicht en analyse wanneer wenselijk. Grondwatergegevens worden ook aangeleverd aan de BRO. De gegevens van bruggen en beschoeiingen staan in het beheerpakket Sidan Online. De gegevens van ons baggerbeheer staan in WIT. De gegevens in de beheerpakketten zijn actueel en compleet. Het verkrijgen en verwerken van revisiegegevens vraagt aandacht.

Soms komen de revisiegegevens te laat binnen en door de beperkte capaciteit lopen we achter met het verwerken van de revisies. Om het digitale beheerpakket volledig en actueel te houden verrichten wij de volgende werkzaamheden: ■ Bijwerken van revisiegegevens binnen drie maanden na ontvangst van de revisie; ■ Toevoegen van nieuw aangelegde riolering (nieuwbouw/ afkoppelen), binnen drie maanden na ontvangst van revisiegegevens; ■ Invoeren van inspectie- en reinigingsgegevens, binnen drie maanden na ontvangst van de gegevens;

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

Kabels en leidingen

Vanuit de WIBON (Wet Informatie –uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten) bestaat een verplichting om actuele gegevens over ondergrondse netten beschikbaar te hebben. Onder andere om schade bij graafwerkzaamheden te voorkomen. Dit is een andere reden om het databeheer goed uit te voeren.

Inspectie en classificatie vrijvervalriolering We laten rioolinspecties uitvoeren om de kwaliteit van de vrijvervalriolen in beeld te brengen. Met behulp van een rijdende videocamera worden beelden gemaakt van de binnenkant van de rioolbuizen. Inspectie van de riolering (met een door het riool rijdende camera) is een belangrijke basis voor het nemen van beslissingen over wel of niet vervangen, renoveren of repareren van leidingen en putten. De camerabeelden worden geclassificeerd en beoordeeld door een extern bedrijf. Op basis van deze rioolinspecties worden toestandsaspecten vastgelegd.. In Heemstede werken we op basis van de nieuwe Europese norm NEN-EN 13508-2:2019.

nieuwe berekeningen. Deze zullen naar verwachting in 2023 worden uitgevoerd als onderdeel van de Systeemoverzicht Stedelijk Water. We streven ernaar om de Klimaatstresstesten (wateroverlast, droogte, hitte) regelmatig te actualiseren. We sluiten in principe aan bij de in het DPRA voorgestelde cyclus van 6 jaar. Zie de notitie Standaarden voor de stresstest wateroverlast, d.d. 7 april 2020, opgesteld door Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, Stowa en Rioned.

Renovatie- en vervangingsplan Om inzichtelijk te hebben welke objecten er in de komende periode moeten worden gerenoveerd of vervangen, stellen we vervangingsplanningen op. We zorgen ervoor dat we doelmatig met ons geld omgaan, dus we vervangen alléén als het echt nodig is en liften mee met andere projecten waar dat kan. We hanteren een vaste methode om te bepalen of renovatie of vervanging nodig is.

Vervanging, lange termijn De methode voor het maken van vervangingsplannen is voor alle watervoorzieningen hetzelfde. We werken met een te verwachten technische levensduur voor de (onderdelen van) objecten. Het jaar waarin de objecten moeten worden vervangen wordt indicatief berekend door bij het aanlegjaar de te verwachten technische levensduur op te tellen. Dit levert een lange-termijn planning op. Voor de rioolobjecten geldt de volgende technische levensduur:

1) Voorbereiden van beleid, planvorming Om het beleid goed te kunnen voorbereiden en vormgeven, is het van belang om te weten wat we aan voorzieningen hebben, waar deze liggen, hoe groot ze zijn, wat de toestand ervan is en wanneer deze voorzieningen naar verwachting zullen worden gerenoveerd of vervangen. Ook is inzicht in knelpunten wenselijk om vast te kunnen stellen waar verbeteringen nodig zijn. De activiteiten die nodig zijn om bovenstaande te waarborgen staan hieronder beschreven.

■ Controleren van meetgegevens (overstortmeters, debietmeter, telemetrie van gemalen, regenmeters, grondwatermeters). Periodiek naar behoefte. ■

24

De vrijvervalriolen worden 1 keer in de 6 jaar gereinigd. De riolen worden in principe één keer in de 6 jaar geïnspecteerd. Inspecteren van rioolstrengen doen we per wijk. We inspecteren de riolen van ouder dan 40 jaar. We inspecteren ook de riolen waar aanleiding is om te twijfelen aan de kwaliteit. Voorafgaand aan de inspectie worden de riolen gereinigd, om ervoor te zorgen dat de videocamera een goed zicht heeft. Zinkers worden bij voorkeur jaarlijks gereinigd omdat deze snel vervuild raken.

Rioolobject

Technische levensduur

Vrijverval riolering en inspectieputten

70 jaar

Gemalen, bouwkundig

30 jaar

Gemalen, elektrisch / mechanisch

15 jaar

Drukriolering, bouwkundig

30 jaar

Berekeningen

Drukriolering, elektrisch / mechanisch

15 jaar

Met het uitvoeren van berekeningen wordt onderzocht hoe het rioolstelsel hydraulisch en milieutechnisch functioneert. Meestal gebeurt dit als op een specifieke locatie aanpassingen aan het rioolstelsel worden gedaan. De berekeningen met het rioolmodel moeten dan voorspellen wat het effect van de aanpassingen is op het omliggende rioolstelsel. Het gehele stelsel van een kern wordt elke 10 jaar doorgerekend. We zijn bezig met het voorbereiden van de

Randvoorzieningen bouwkundig (BBB / BBL)

70 jaar

Randvoorzieningen elektromechanisch (BBB / BBL)

15 jaar

Infiltratievoorzieningen

70 jaar

Drainage / DT-riolering

30 jaar

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

25

Vervanging, korte termijn We maken elke 5 jaar voor de korte termijn een vervangings- en renovatieplan waarbij we in ieder geval naar de komende 5 jaar kijken. Van de objecten wordt vastgesteld wat de fysieke kwaliteit is. Dit gebeurt aan de hand van inspecties en keuringen. Op basis van de geconstateerde fysieke kwaliteit wordt nagegaan of de berekende levensduur kan worden verlengd. Als de kwaliteit daar aanleiding toe geeft, dan wordt het object opgenomen in de vervangingsplanning. We stellen vast of er nog gerenoveerd kan worden of dat vervangen wenselijk/nodig is. We stellen ook de urgentie en de planning vast. We stemmen af met de overige werkzaamheden die in de openbare ruimte plaatsvinden. Denk bijvoorbeeld aan het renoveren van wegen. Ons werk wordt integraal afgestemd met het programma voor wegonderhoud, wegreconstructies, maatregelen vanuit verkeer, groen en met de relevante afdelingen. We kijken in ieder geval naar de volgende thema’s: ■ Rioolvervanging ■ Wegrenovatie ■ Duikers/oppervlaktewater ■ Klimaatopgave en DPRA ■ Groenbeleid, vergroenen en versterken biodiversiteit. De uiteindelijke ingrepen worden in overleg bepaald. Het kan bijvoorbeeld effectiever zijn dat een vervanging van de riolering enkele jaren eerder opgepakt wordt of dat juist gekozen wordt voor uitstel om een meekoppelkans te kunnen benutten.

Vervangen of renoveren. We wegen altijd af of we zullen vervangen of renoveren. We kijken naar de doelmatigheid en de technische uitvoerbaarheid. De afweging gebeurt op basis van de fysieke kwaliteit van de objecten, in relatie tot hun ligging en de functie die zij vervullen in het totale systeem. Deze bepalen we door keuring of door inspectie. Voor het inspecteren en het beoordelen van de fysieke kwaliteit van de vrij-vervalriolen geldt onderstaande methode. Heemstede hanteert bij het reinigen en inspecteren van de riolering een risico-gestuurde / data-gedreven aanpak. We werken met een cyclisch inspectieprogramma. We inspecteren ééns in de 6 jaar alle riolen die ouder zijn dan 40 jaar, aangevuld met riolen die aanleiding geven om er naar te kijken. Dit kan zijn op basis van klachten, op

basis van planning van andere werkzaamheden of op basis van visuele waarneming van schade of vervuiling. Riolen waar in de vorige ronde al sprake was van verminderde kwaliteit, maar die buiten de vervangingsprojecten zijn gebleven, worden vanuit de risico-gestuurde benadering toegevoegd.

Beoordelen technische staat van riolen geschikt voor gebruik

Voorselectie Beoordelen

Uitkomst beoordeling

toestandsaspect volgens NEN 3399

OK

Beoordelen (B)

Ingrijpen (I)

OK, attentie (W)

Om een indicatie te geven over de gesteldheid van de geïnspecteerde riolen worden de waarnemingen, zoals die zijn vastgelegd tijdens de inspectiewerkzaamheden, gefilterd aan de hand van de tabel op pagina 27.

BAA

deformatie

1

5

BAB

scheur

1

4

BAC

breuk / instorting

1

2

BAD

defectieve bakstenen / metselwerk

1

5

De tabel gebruiken we als een grove voorselectie. De eerste drie kolommen (groen, geel en oranje) geven de maatstaven voor de automatische beoordeling. De oranje kolom geeft aan wanneer een streng handmatig beoordeeld moet worden. De handmatige beoordeling filtert strengen waar een maatregel moet worden genomen. De maatregelen worden nooit automatisch op basis van deze tabel ingepland: Of een maatregel gedaan moet worden hangt ook af van omgevingsfactoren, zoals het type weg en samenhang met andere strengen in de buurt bijvoorbeeld. De uiteindelijke beslissing over vervangen of renoveren is altijd op basis van een handmatige boordeling.

BAE

ontbrekende metselspecie

1

5

BAF A+B

oppervlakte schade / mechanische of chemische schade

1

5

BAF C

oppervlakte schade /Chemische schade – bovenin de buis

1

3

BAF D

oppervlakte schade / Chemische schade – onderin de buis

1

BAF E+Z

oppervlakte schade / oorzaak onbekend of anders

1

BAG

instekende inlaat

1-2

BAH A-Z

defectieve aansluiting

1

BAI A

indringende afdichtingsring

1

2

3

BAI Z

indringend afdichtingsmateriaal

1

3

5

BAJ A

axiale verplaatsing

1

5

Calamiteiten

BAJ B

radiale verplaatsing

1

5

Periodiek worden van ALLE objecten de inspectiegegevens getoetst, ongeacht of zij op de 5-jaarplanning staan. We gaan daarmee na of er toestandsklassen zijn waargenomen die nader onderzoek of ingrijpen vereisen. De objecten waarvoor dit geldt worden vervolgens per stuk beoordeeld om vast te stellen of er actie nodig is en hoe urgent dit is. De beoordelingsmaatstaven hiervoor staan in de onderstaande tabel We kunnen het risico op falen hierdoor goed beheersen.

BAJ C

hoekverdraaiing

1

5

BAK A-Z

defectieve lining

1

5

BAL

defectieve reparatie

1

5

BAM

lasfouten

1

5

BAN

poreuze buis

1

5

BAO

grond zichtbaar

1

5

BAP

holle ruimte zichtbaar

1

5

BBA A-C

Wortels – hoofdwortel en wortelscherm

1

3

4

BBB B-Z

aangehechte afzetting

1

2

4

BBC A-Z

bezonken afzetting

1

2

BBD A

binnendringen van grond (zand)

1

2

BBD C-Z

binnendringen van grond (oer/anders)

1

BBE A-Z

andere obstakels

1

2

BBF

infiltratie

1

4

BDD

waterpeil

1

Als er zich onverhoopt toch calamiteiten voordoen en objecten onverwacht niet functioneren (bijvoorbeeld door overbelasting, bezwijken van rioolbuis, stroomuitval), dan treden we handelend op. We werken niet met een calamiteitenplan. We nemen direct actie. We stellen de aard, ernst en het risico vast en dan volgt planning en oplossing op basis van urgentie en complexiteit.

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

26

PROGRAMMA WATER GEMEENTEN BLOEMENDAAL EN HEEMSTEDE – BIJLAGENRAPPORT HEEMSTEDE

3

3 5

3

5 5

4

2

5

3

27

Verbeteringsplannen Op basis van analyses en berekeningen constateren we of onze systemen naar behoren presteren. Als de objecten onvoldoende functioneren, dan maken we een plan voor maatregelen waarmee het functioneren kan worden verbeterd.

een gebied met aardkundige waarde (aardkundig monument) moet bijvoorbeeld vooraf worden nagegaan of archeologisch onderzoek nodig is. Bij projecten met graafwerkzaamheden kunnen er extra kosten zijn voor deze onderzoeken.

Wanneer een kolk is verstopt, leidt dit tot waterplassen op straat. De straat- en trottoirkolken worden 1x per jaar gereinigd. Dit is nodig om te zorgen voor een goede afstroming van hemelwater.

Verordeningen Uitvoeringsprogramma DPRA Veel van de verbeteringen op watergebied worden gestimuleerd vanuit het DPRA. De maatregelen zijn er op gericht om het watersysteem en het openbare gebied (water)robuuster te maken en daarmee de klimaatbestendigheid te verbeteren. In de komende planperiode kijken we naar verbeterpunten voor het hydraulische functioneren van riolering en oppervlaktewater (inclusief duikers). Dit gebeurt in het Systeemoverzicht Stedelijk Water. We zetten in op het gescheiden houden van regenwater van afvalwater. We stellen vast waar opvallende locaties zijn en waar knelpunten optreden. We gaan vervolgens na wat hiervan de oorzaak is. We organiseren klimaatgesprekken om urgentie en prioriteit van ingrepen vast te stellen. Vervolgens beoordelen we de doelmatigheid van de verbetervoorstellen en we stellen vast welke verbeteringen we doorvoeren. Zie ook hoofdstuk 3.2 van het hoofdrapport.

In het kader van de vergunningverlening is er behoefte aan twee nieuwe verordeningen. Deze gaan we in de komende planperiode opstellen/actualiseren. We gebruiken de documenten van het Samenwerkingsverband Zuid Kennemerland (die onderdeel is van de Samenwerking Waterketen Regio Rijnland (SWR2) als basis. ■ Aansluitverordening ■ Hemelwaterverordening

Onderhoud rioolgemalen

of extern wordt voorbereid zodat de uitvoering ervan kan worden aanbesteed. We voeren het renovatie-of vervangingswerk niet zelf uit. Hiervoor contracteren we een aannemer. We houden zelf toezicht op het uitvoeringswerk, zodat we zeker weten dat er wordt gemaakt wat we willen hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/1130/documents/16204