CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5. Uitwerking Meerjarig Uitvoeringsprogramma.pdf

Gemeenteraad 28 november 2024, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 9: MRA-Agenda 2025-202832.394 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

MUVP - uitwerking Dit document is de uitwerking van het Meerjaren Uitvoeringsprogramma van de MRA Agenda 2025 – 2028 en is bedoeld als naslagwerk gericht op ambtenaren. In deze uitwerking vindt u per ambitie een overzicht van de acties die de komende vier jaar gaan worden uitgevoerd. Ambitie 1: Klimaatneutrale en circulaire regio ............................................................................... 2 Ambitie 2: We versterken de (digitale) concurrentie- en innovatiekracht van de MRA om bij te dragen aan de transities die nodig zijn ...................................................................................... 19 Ambitie 3: We willen tekorten op de arbeidsmarkt verminderen en toekomstbestendig werk bieden aan huidige en nieuwe inwoners waardoor zij zich kunnen (blijven) ontwikkelen (door een optimale aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt) .......................................................... 25 Ambitie 4: We willen voldoende, passende, bereikbare en toekomstbestendige werklocaties, afgestemd op de woonlocaties van (potentiële) werkenden ...................................................... 33 Ambitie 5: We willen leefbare steden en dorpen met voldoende, betaalbare, bereikbare en toekomstbestendige woningen, in een gezonde leefomgeving ..................................................

38 Ambitie 6: We behouden en (waar mogelijk) versterken de kwaliteit van ons landschap, water en cultuurhistorisch erfgoed ......................................................................................................... 53 Ambitie 7: We willen dat het (inter-)nationale toerisme en de recreatiemogelijkheden bijdragen aan de leef kwaliteit van al onze inwoners ................................................................................ 56 Ambitie 8: We willen dat eenieder zich op betaalbare wijze kan verplaatsen in de MRA en dat we het logistieke vervoer en de internationale connectiviteit verduurzamen. ................................. 70 Investeringsagenda..................................................................................................................... 82

1

Ambitie 1: Klimaatneutrale en circulaire regio De stijgende zeespiegel en afwisselende periodes van droogte en extreme regenval zijn inmiddels ‘het nieuwe normaal’. Klimaatverandering afremmen en ons aanpassen aan de gevolgen die er nu al zijn, is een noodzakelijke opgave die impact heeft op alles wat we doen in onze regio. Tegelijkertijd zijn veel mensen bezorgd over de kosten van klimaatbeleid en de verdeling daarvan. Dit betekent investeren om ons mobiliteitssysteem, de gebouwde omgeving en onze industrie duurzaam vorm te geven. Daartoe willen wij de groenste industriezone van Europa worden en heeft een toekomstbestendig energiesysteem hoge prioriteit. De huidige problemen met netcongestie bedreigen ons vestigingsklimaat, onze duurzaamheidsambities, onze woningbouwplannen en onze welvaart. Duurzaamheid en circulariteit bestaan niet meer náást al het overige; ze zijn randvoorwaardelijk geworden. We moeten niet ‘duurzame dingen doen’, maar dingen duurzaam doen. Als vervolg op de afspraken uit het Klimaatakkoord en het Nationaal Programma Circulaire Economie maken we in de MRA duurzame keuzes. Circulariteit is de basis voor alle gebiedsontwikkelingen in de MRA, zowel in nieuw als in bestaand gebied. Voor een samenhangende duurzame energie- en grondstoffentransitie moeten MRA-overheden (met partners) samenwerken en lokale initiatieven verbinden. Dat gebeurt nu nog onvoldoende.

We kiezen nog te vaak voor oplossingen die op termijn nieuwe problemen creëren, zoals zonnepanelen met PFAS of windturbines die niet herbruikbaar zijn. Door als regio mee te doen aan een Europese pilot op het gebied van lokale voedselketens (‘foodCLIC’) ontstaan er kansen. Voedsel Verbindt helpt de regio toekomstbestendig te maken en draagt bij aan sociale cohesie, gezond voedsel en internationale samenwerking. Deze ambitie kan worden waargemaakt door: 1. De uitstoot van CO2 in de MRA zoveel als mogelijk te beperken (uiterste inspanning, wetende dat nul uitstoot wellicht onhaalbaar is). Daarvoor is de energietransitie cruciaal, hetgeen bijvoorbeeld in het ontwikkelperspectief voor het NZKG is uitgewerkt; 2. Als regio naar vermogen bijdragen aan de opgaven voor de RES-regio’s om hernieuwbare energie op te wekken in de MRA; 3. Meer in te zetten op energiebesparing om zo de energie-efficiëntie in onze regio sneller te laten groeien (onder meer via ons netwerk GasTerug); 4. Met het Rijk en met de netbeheerders goede afspraken te maken over de ruimtelijke keuzes die nodig zijn om ons energiesysteem toekomstbestendig te maken en het gebruik van slimme energieoplossingen te stimuleren voor woningbouw, verduurzaming economie en geëlektrificeerde mobiliteit; 5.

Samen met het bedrijfsleven verder werken aan de verduurzaming van bedrijventerreinen en de mogelijkheden om bedrijventerreinen als energiehubs te gaan benutten. Daarbij dient er ruimte te blijven voor hoge milieucategorie bedrijventerreinen, met inspanning op verduurzaming; 6. De verdeling van de lusten en lasten van het klimaatbeleid en de energietransitie beter in balans te krijgen; 7. Als overheden al in 2030 het goede voorbeeld te geven door maximaal circulair in te kopen; 8. Op korte termijn een stevige impuls te geven aan een sterke publiek-private samenwerking op het gebied van circulair textiel; 9. Er samen voor te zorgen dat uiterlijk in 2050 alle afvalstromen uit de MRA op een duurzame wijze worden hergebruikt of benut; 10. Ons in te spannen voor het verminderen van de vraag naar grondstoffen door het duurzaam ontwerp van producten en diensten te stimuleren en hergebruik of reparatie van producten en diensten vanzelfsprekend te maken (de import van spullen is verantwoordelijk voor meer dan 70% van onze CO2-emissies) 2

11. Te komen tot lokale voedselketens die bijdragen aan een circulaire regio, onze ambitie is om ten minste een kwart van ons voedsel lokaal te produceren en te consumeren. Punt 1 t/m 5 hebben betrekking op energie (transitie/ systeem), kennen sterke samenhang en zijn hieronder gezamenlijk uitgewerkt Toelichting Eind 2021 besloot het BO Ruimte dat het ongewenst was dat de MRA een eigen programma energietransitie uitvoerde. Dit betekende uiteraard niet dat de MRA dit onderwerp voortaan zou moeten of kunnen negeren. Sterker nog: zeker sinds duidelijk is hoe beperkend de netcongestie in onze regio is op het realiseren van de ambities die we als regio met elkaar en met het Rijk hebben geformuleerd, is het onvermijdelijk om de discussies in MRA-verband over die ambities te verbinden aan de discussies over het thema energie. De uitspraak van het BO Ruimte betekende wel dat de inzet vanuit de MRA op dit thema moet aansluiten op, en goed afgestemd zijn met, inzet vanuit andere publieke (en private) organisaties en dat de inzet vanuit de MRA voedend moet zijn voor trajecten zoals de Regionale Energiestrategieën, de Transitievisies Warmtetransitie, de inzet vanuit het NZKG en de inzet vanuit de Energy Boards op een toekomstbestendige energie-infrastructuur.

Dit betekent ook dat de rol van de MRA op de ambities 1 tot en met 5 beperkt is en ondersteunend aan de inzet van provincies, gemeenten, netbeheerders en andere spelers in bovengenoemde trajecten. Hoe die rol er concreet uitziet verschilt per ambitie en wordt nadrukkelijk bepaald in samenspraak met genoemde organisaties. Soms bestaat die rol uit het agenderen van energiethema’s in relevante MRA-gremia om aldus het thema energie nadrukkelijk te verbinden aan belangrijke MRA-thema’s als ruimte, economie / bedrijventerreinen, arbeidsmarkt, bouwen / wonen en mobiliteit (bijv. in de NOVEX MRA), soms uit het ondersteunen van lobby richting het Rijk of EU (bijv. via de Transitieversneller), soms uit het stimuleren van kennisopbouw en -deling (bijv. via de Atlas Plabeka, onderzoek naar de relatie tussen verstedelijking en netcongestie en naar het energieverbruik van de digitale infrastructuur) en soms uit het leveren van een financiële bijdrage (bijv. aan het PHB). Overzicht uitvoering Tijdsplanning 2025-2028

De komende jaren zal de lijn die de MRA de afgelopen jaren heeft gekozen op het thema energie(transitie) worden voortgezet. Dat betekent ten eerste dat - waar relevant en mogelijk - de relevante trajecten vanuit het Klimaatakkoord (zoals RES, CES, MIEK, pMIEK, VAWOZ) door de MRA worden ondersteund en daarnaast dat de MRA de inzet op dit thema vanuit bijv. de Energy Boards Flevoland, de Task Force Energie-infrastuctuur en het Progammabureau NZKG blijft verbinden met die op andere voor de regio belangrijke thema’s. De inzet vanuit de MRA zal zich daarbij o.a. richten op het zoeken naar manieren om met de netcongestie om te gaan en de effecten daarvan te mitigeren, op het inpassen van de ruimtelijke claims voor het energiesysteem, op het ondersteunen van de verduurzaming van de industrie in onze regio, op de (via het PHB) verdere verduurzaming van bedrijventerreinen en op het verder stimuleren van energiebesparing via het Actienetwerk GasTerug (bijv. in de vorm van het vereenvoudigen van de route voor VvE’s naar verduurzaming).

3

Resultaat/impact/effect in 2028

Rol/schaal MRA

Partners

Rijk/Europa

Financiën

Inzet

(1) Dankzij goede afstemming komen tot een bundeling van krachten in onze regio, tot het integraal meenemen van het thema energie in MRA trajecten als de NOVEX MRA en tot een scherpe lobby agenda richting Rijk en EU. (2) Een zo breed mogelijk draagvlak voor ruimtegebruik voor de opwek van hernieuwbare energie en gezamenlijke inzet op het beperken van de effecten van netcongestie (3) We positioneren de Stichting Actienetwerk GasTerug als verbindende en aanjagende netwerkorganisatie op dit thema. We zoeken met partijen in dit Actienetwerk naar mogelijkheden om de route voor VvE’s naar verduurzaming te vereenvoudigen. (4) Beide transities worden beter meegewogen in de afwegingen die gemaakt moeten worden bij ruimtelijke keuzes, waardoor we via integrale keuzes werken aan een toekomstbestendige regio (5) We mitigeren de effecten van congestie op de doelstellingen van de MRA m.b.t. economie, mobiliteit en bouwen/wonen, d.m.v. goede coördinatie en afstemming op regionaal niveau o.a. over lobby-inzet richting het rijk. De rol van de MRA op het thema energie is beperkt. De MRA rol is vooral ondersteunend richting relevante trajecten uit het Klimaatakkoord waarin provincies, gemeenten, NZKG en netbeheerders kernspelers zijn (RES, CES, pMIEK’s, etc.).

Daarnaast ligt de rol van de MRA erin om inzet op thema energie(transitie) te verbinden aan inzet op andere belangrijke MRA-thema’s (zoals bouwen/wonen, ruimte, mobiliteit, economie). Provincies, gemeenten, netbeheerders, RES, Energy Board Flevoland, Taskforce Energie-infrastructuur Noord-Holland, Projectbureau NZKG, Rijk, ROM’s, innovatief bedrijfsleven, Amsterdam Economic Board, Actienetwerk GasTerug, PHB, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen Goede verbindingen met het Rijk en EU zijn nodig omdat deze thematiek ook daar steeds meer aandacht krijgt. Beïnvloeding van het Rijk en de EU krijgt deels vorm via deelname aan netwerken, gezamenlijke trajecten en deels via een regionale lobby-agenda. MRA budget zal nodig zijn om onderzoeken (m.n. over de relatie tussen energie en belangrijke MRA thema’s) te laten uitvoeren en voor een bijdrage aan het Actienetwerk GasTerug. Veelal zal inzet op dit thema vooral vorm krijgen via inzet van menskracht vanuit andere domeinen binnen de MRA Directie om thema energie integraal mee te nemen in MRAdiscussies /trajecten. Daarbij is uiteraard steeds sprake van afstemming met relevante stakeholders van buiten de MRA Directie.

4

Trekkerschap

Risico (mitigatie)

Voor elk van deze acties ligt het trekkerschap buiten de MRA Directie (RES-organisatie, Task Force, Energy Board, Actienetwerk GasTerug). Vanuit de MRA Directie fungeert de programmamanager duurzaamheid als schakel tussen de trekker van de actie en de MRA Directie. Voorkomen moet worden dat er voortdurend discussie is over rol van de MRA op dit thema. Dat vraagt om heldere afspraken met kernspelers in de regio op het thema energie en om goede afstemming op het moment dat er toch onduidelijkheid ontstaat.

Overzicht keuzes, brede welvaart en meerkernigheid Welke keuzes (ook irt andere Door de impact van netcongestie op alle maatschappelijke ambities) en economische activiteiten in de regio en door het ruimtelijk beslag van het energiesysteem, raakt dit thema alle andere ambities in de MRA Agenda. Aanpak van de netcongestie en aanleg van een toekomstbestendige energieinfrastructuur dwingt tot keuzes m.b.t. bijv. ruimtegebruik, prioritering van schaarse transportcapaciteit (voor industrie, voor woningen?). Bijdrage aan brede welvaart Keuzes m.b.t. het energiesysteem en de energietransitie (en welke keuzes horen hebben grote invloed op zowel de economie van de MRA daarbij) (netcongestie tast het vestigingsklimaat aan), het welbevinden van de burgers in de MRA (hoe zorgen we ervoor dat de energietransitie als rechtvaardig wordt ervaren?) en de leefbaarheid binnen de MRA. Bijdrage aan meerkernigheid De netcongestie zoals die is afgekondigd voor de provincie (en welke keuzes horen Flevoland beperkt de mogelijkheden voor nieuwe daarbij) economische activiteiten in die provincie en dus om de meerkernigheid van de MRA te versterken de komende jaren in belangrijke mate. Hoe kunnen we als regio dit risico beperken?

Punt 6: De verdeling van de lusten en lasten van het klimaatbeleid en de energietransitie beter in balans te krijgen Toelichting: Nu de energietransitie echt op gang komt, groeit ook het besef dat de (stevige) consequenties van deze transitie niet door allen even zwaar worden gevoeld. Dit heeft niet alleen sociale gevolgen, maar kan ook een bedreiging vormen voor de voortgang van de energietransitie. De aandacht voor de sociaal-maatschappelijke kant van de energietransitie neemt daardoor sterk toe. Volgens de WRR zijn we aanbeland op een nieuw punt in het debat over klimaatbeleid, waarbij de vraag hoe de lusten en lasten van klimaatmaatregelen en klimaatschade (moeten) worden verdeeld steeds belangrijker wordt. De WRR pleit ervoor dat maatregelen niet alleen beoordeeld worden vanuit het perspectief van doelmatigheid en rechtmatigheid, maar ook vanuit het perspectief van rechtvaardigheid. De thematiek van mobiliteitsrechtvaardigheid, die al geruime tijd op de agenda staat binnen de MRA, is een voorbeeld hiervan en wordt nader uitgewerkt als onderdeel van ambitie 8 van de MRA Agenda.

5

In aanvulling op die inzet wil de MRA het thema energierechtvaardigheid echter ook breder benaderen om op die manier meer inzicht te krijgen in welke vormen deze thematiek zich voordoet en voor gaat doen in onze regio, in welke keuzes we daar als overheden impliciet of expliciet bij maken en wat het handelingsperspectief is om de energietransitie rechtvaardiger te maken. Overzicht uitvoering Tijdsplanning 2025-2028

Resultaat/impact/effect in 2028

Rol/schaal MRA

Partners Rijk/Europa

Financiën

Inzet

Trekkerschap

Risico (mitigatie)

Vanaf 2025 gaat de MRA deelnemen aan het meerjarig programma energierechtvaardigheid dat door TNO is opgezet in samenwerking met diverse ministeries, provincies en de Topsector Energie. Binnen dit landelijke programma wordt de MRA één van de regio’s waar inzichten vanuit wetenschap, beleid en praktijk bij elkaar worden gebracht (bijv. via ambtelijke leerkringen en/of informatieve sessies voor bestuurders) om meer inzicht te krijgen in de toepassing van rechtvaardigheidsprincipes in lokaal beleid en in de afwegingen die daarbij aan de orde zijn. Deze actie moet ertoe leiden dat overheden binnen de MRA, meer inzicht krijgen in de rechtvaardigheidsaspecten van het klimaatbeleid en de energietransitie, leren werken met rechtvaardigheidsprincipes en inzicht krijgen in hun handelingsperspectief om de lusten en lasten beter in balans te krijgen. De MRA rol is divers. Dit gaat zowel om kennisopbouw, deling, -verspreiding, als om inzet op het meenemen van rechtvaardigheidsaspecten in relevante MRA-trajecten. TNO, Servicepunt Duurzame Energie prov. Noord-Holland, Rijk, Topsector Energie. Goede verbindingen met het Rijk en EU zijn nodig omdat deze thematiek ook daar steeds meer aandacht krijgt. Beïnvloeding van het Rijk en de EU krijgt deels vorm via deelname aan netwerken, gezamenlijke trajecten en deels via een regionale lobby-agenda.

Voor deelname aan het landelijke programma is vooralsnog geen financiële bijdrage benodigd. Voor de periode vanaf 2025 is dit nog niet duidelijk. Een beperkt budget is sowieso nodig bijv. om bijeenkomsten te kunnen organiseren. Ambtelijke inzet vanuit de MRA Directie zal beperkt zijn (vanuit de inzet op energie, sociaal en bouwen/wonen). Daarnaast uiteraard (beperkte) inzet nodig vanuit MRA overheden voor deelname aan kennissessies / leertrajecten. Op dit moment is er een informeel bestuurlijk overleg energiearmoede met daarin wethouders vanuit het PHO Bouwen en Wonen en het PHO Sociaal en twee gedeputeerden energietransitie. Verkend zal worden of deze omgevormd moet worden naar een bestuurlijke themagroep die op basis van een duidelijke opdracht richting geeft aan de verdere inzet op dit thema. Risico is dat inzet op dit thema beperkt blijft tot een beperkt aantal partijen in de MRA. Belangrijk daarom om concreet te maken hoe op dit thema zoveel mogelijk MRA partijen kunnen worden bereikt. 6

Overzicht keuzes, brede welvaart en meerkernigheid Welke keuzes (ook irt andere Expliciete relatie met ambitie 8 (m.b.t. inzet op ambities) mobiliteitsrechtvaardigheid) en ambitie 5 (inzet op betaalbare en toekomstbestendige woningen). Bijdrage aan brede welvaart Deze actie gaat ten principale over afwegingen m.b.t. brede (en welke keuzes horen welvaart (sociaal/ecologie/economie). Zonder voldoende daarbij) aandacht voor rechtvaardigheid kan de energietransitie stagneren en dreigt afwenteling op toekomstige generaties en elders. Bijdrage aan meerkernigheid n.v.t. (en welke keuzes horen daarbij) Inzet op circulaire economie (Punt 7 tot en met 10) De MRA heeft al sinds 2018 een programma gericht op het stimuleren van de grondstoffentransitie. Dit richt zich – vanwege de instrumenten waarover de MRA (en MRA overheden) beschikken - vooral op de lagere treden van de R-ladder (zoals recycling). Voor de benodigde verschuiving naar de hogere treden van de R-ladder (zoals refuse en reduce) zijn systeemveranderingen nodig die de MRA niet zelf kan doorvoeren en waarvoor de MRA afhankelijk is van het Rijk en Europa. Via een gezamenlijke lobby vanuit de regio wordt geprobeerd een doorbraak te forceren van een lineair naar een circulair systeem.

Wel kan de MRA door het koppelen van de grondstoffentransitie aan de energietransitie, de economische voordelen zichtbaar maken van op het juiste schaalniveau oplossingen in te voeren, waarbij de minimalisering van materiaal- en energiegebruik leidt tot significante kostenverlagingen. Punt 7: Als overheden al in 2030 het goede voorbeeld te geven door maximaal circulair in te kopen Toelichting: Hoewel deze actie een voortzetting is van een eerder ingezette koers, gaat het hier ook om een scherpe ambitie waarop de MRA in ons land koploper is. De ambitie is vooral scherp, omdat vooralsnog acht MRA overheden die de ambitie op circulair inkopen zijn aangegaan (door het programma in 2018 te onderschrijven en Green Deal circulaire inkoop en opdrachtgeven in 2021 te ondertekenen) deze nog niet hebben kunnen oppakken. Dit moet wel gaan gebeuren om de ambitie volledig te realiseren. In 2025 moet 50% van alle inkopen en aanbestedingen in de MRA circulair worden uitgevraagd. Dit loopt in de jaren daarna op tot 100% in 2030. Eind 2028 dient het inkooppercentage te liggen op 80%. Als basis voor de realisatie van deze inkoopdoelstelling nemen de MRA overheden de al in 2021 vastgestelde roadmap Circulaire Economie. Deze roadmap wordt in de voor ons liggende periode geactualiseerd op nieuwe inzichten en daarmee nog beter toepasbaar gemaakt.

In elk van de jaren die de agenda beslaat wordt een voortgangsrapportage inkoop aangeleverd met vermelding: behaald percentage inkoopvolume, hoe de roadmap is toegepast en bijdrage in CO2-reductie. Dit laatste op basis van een ontwikkelde rekenmodule die in 2024 wordt opgeleverd.

7

Overzicht uitvoering Tijdsplanning 2025-2028

Resultaat/impact/effect in 2028 Rol/schaal MRA Partners Rijk/Europa

Financiën / inzet Trekkerschap Risico (mitigatie)

Inzet op dit traject vraagt continue inzet. In 2025 liggen accenten op het aanhaken van partijen die nog niet tot actie zijn overgegaan en op het in beeld brengen van de impact van circulaire inkopen. Elk jaar wordt voortgangsrapportage inkoop opgesteld, waarin we ook de impact meenemen. 80% circulair inkopen bereikt voor alle MRA overheden tezamen faciliterend /ondersteunend. MRA overheden leveren capaciteit voor implementatie Amsterdam Economic Board, VNG, Rijk afstemming via VNG en ministerie I&W. Daarbij ligt het accent op uitwisselen van kennis en ervaringen en op methodiekontwikkeling. Inzet van regisseur circulair inkopen en expertteam Platform Economie MRA overheden leveren ondanks afspraken toch geen capaciteit om aan de inkoopambities te voldoen. Dit zal expliciet worden gevolgd en indien nodig zal worden opgeschaald.

Overzicht keuzes, brede welvaart en meerkernigheid Welke keuzes (ook irt andere Circulair inkopen en opdrachtgeven is in de huidige ambities) rekenmodellen veelal duurder en kan daardoor op korte termijn de mogelijkheden om andere ambities (bouwen en wonen, mobiliteit en economie) te realiseren duurder maken. Als we echter kijken naar de kosten op iets langere termijn en kijken vanuit een meer integraal perspectief, dan ontstaat een ander beeld. Bijdrage aan brede welvaart Circulair inkopen en opdrachtgeven is in de huidige (en welke keuzes horen rekenmodellen veelal duurder. Dat komt echter doordat daarbij) deze rekenmodellen beperkt zijn en doordat externe effecten (afwenteling op toekomstige generaties, andere landen en op onze leefomgeving) onvoldoende in de prijs tot uiting komen. Bijdrage aan meerkernigheid n.v.t. (en welke keuzes horen daarbij) Punt 8: Op korte termijn een stevige impuls te geven aan een sterke publiek-private samenwerking op het gebied van circulair textiel Toelichting: Eind 2024 wordt naar verwachting de MRA propositie op circulair textiel vastgesteld tussen overheid, verwerkers van textiel en bedrijfsleven.

De inzet is dat, vanuit deze propositie, in 2028 ten minste 25% van het textielafval in de MRA wordt verwerkt voor hergebruik, waardoor de textielsector (waaraan in de MRA rond 10.000 arbeidsplaatsen zijn verbonden) meer toekomstgericht wordt gemaakt.

8

Voor MRA overheden die zich bij de propositie aansluiten betekent dit dat zij hun bestaande contracten voor textielverwerking ombuigen naar verwerking onder circulaire voorwaarden. De inzet is er de komende vier jaar op gericht om de benodigde stappen te zetten. Om echt de voorgenomen stappen te kunnen zetten, dient de inzet vanuit de MRA sterker te worden dan nu. Dit betekent dat de grondstoffenregisseur zich in 2026 bijna volledig moet gaan inzetten op textiel, waardoor er extra capaciteit beschikbaar zal moeten komen voor de overige grondstofstromen (zie volgende punt). De grondstoffenregisseur levert jaarlijks een voortgangsrapportage op textiel, heeft afstemming en overleg met gemeenten en de brancheorganisaties en geeft een bijdrage aan de lobby-inzet die er is naar Europa om met regelgeving meer dan nu aan te sluiten op circulaire textiel proposities zoals de MRA deze nu als basis neemt. Overzicht uitvoering Tijdsplanning 2025-2028

Resultaat/impact/effect in 2028 Rol/schaal MRA Partners Rijk/Europa

Financiën / inzet Trekkerschap Risico (mitigatie)

Eind 2024 moet de MRA propositie op circulair textiel worden vastgesteld, die in de jaren daarna moet leiden tot meer hergebruik van textiele reststromen. We rapporteren jaarlijks over de ontwikkeling/toename aan circulaire textielverwerking in de MRA In 2028 is 25 % van de textielverwerking circulair. Faciliteren, actoren aan elkaar koppelen, MRA overheden begeleiden Textielverwerkers; branche organisaties textiel, Amsterdam Economic Board Relatie VNG, ministerie I&W, ministerie EZ, Europese stakeholders Brussel. De inzet is er daarbij op gericht om zowel te lobbyen voor beleidskaders die ons helpen bij onze inzet, als op het verkrijgen van nationale of Europese middelen. Inzet van MRA grondstoffenregisseur Platform Economie MRA partijen kunnen alsnog afhaken en blijven hun verwerkingscontracten voor textiel afsluiten met bedrijven die textiel elders laten verwerken. Dit wordt gemitigeerd door overheden vanuit de MRA en de branche te ondersteunen om te bereiken dat overheden naar de nieuwe contracten komen.

\Overzicht keuzes, brede welvaart en meerkernigheid Welke keuzes (ook irt andere n.v.t. ambities) Bijdrage aan brede welvaart De textielsector doet een enorm beroep op grondstoffen, (en welke keuzes horen leidt tot een grote uitstoot van schadelijke stoffen en doet daarbij) een groot beroep op arbeidskrachten in Aziatische landen die vaak tegen lage lonen en in onveilige omstandigheden hun werk verrichten. Bijdrage aan meerkernigheid n.v.t. (en welke keuzes horen daarbij)

9

Punt 9: Er samen voor te zorgen dat uiterlijk in 2050 alle afvalstromen uit de MRA op een duurzame wijze worden hergebruikt of benut Toelichting Het Rijk hanteert in het Nationale Programma Circulaire Economie (NPCE) als richtinggevend doel dat in 2030 in Nederland 50% minder primaire abiotische grondstoffen (mineralen, metalen en fossiel) worden gebruikt. De komende jaren zijn essentieel om deze doelstelling te halen. Het is ondoenlijk om op alle van de twintig belangrijke grondstoffenfracties inzet te geven. Daarom heeft de MRA vanaf het begin prioriteit gelegd op de grondstoffen die in percentage / volume de meeste impact hebben. In de afgelopen jaren leidde dat ertoe dat vanuit de MRA werd ingezet op textiel, op niet direct recyclebaar plastic en op luiers. Intussen zijn er ontwikkelingen die nopen tot een gedeeltelijke heroriëntatie en heroverweging. Voor luiers wordt in 2025 bepaald of de MRA hierop verder gaat. Dit gebeurt alleen indien het lukt vanuit brede welvaart een businesscase luierverwerking met het bedrijfsleven tot stand te brengen. Dit wordt begin 2025 duidelijk. Voor plastic wordt mogelijk inzet gegeven op niet direct recyclebaar plastic, indien MRA overheden bereid zijn hiervoor ondersteunende capaciteit inzet beschikbaar te stellen.

Tot nu toe hebben de overheden deze niet kunnen leveren, ondanks dat plastic ook duidelijk een bovenlokale aanpak verdient (m.u.v. de afspraak dat iedere MRA overheid in de openbare ruimte jaarlijks ten minste tot één aanbesteding komt in circulair plastic straatmeubilair). Dit betekent dat de MRA inzet vooralsnog wordt beperkt tot de inzet op plastic in VNG verband en tot het aansluiting zoeken bij de lobby inzet op plastic die via de VNG en de G40 naar Europa plaatsheeft. De afgelopen tijd is de aandacht voor de inzet van biobased bouwmaterialen en het hergebruik van bouwmaterialen sterk toegenomen. En dat is terecht want de bouwsector is een grootverbruiker van grondstoffen en één van de grootste vervuilers. Dit en de grote bouwopgave in de MRA, maakt het logisch om, in afstemming met MRA programma ‘bouwen en wonen’, te bezien of en hoe de MRA de ontwikkelingen op dit terrein kan versnellen. De inzet richt zich op de volgende activiteiten: • In 2025: het uitvoeren van een 0-meting op de materiaalstromen van de MRA om beter dan nu te weten waar we, na alle inspanningen van de afgelopen jaren, staan en wat aanvullend nodig is om onze doelstellingen te behalen. Op basis van de resultaten daarvan worden – met MRApartners – nadere keuzes gemaakt over de inzet vanaf 2026.

Vallen er grondstoffenstromen af en is er aanleiding om in te zetten op nieuwe stromen zoals e-waste? • 2026: uitwerken hoe MRA overheden gezamenlijk met de circulaire verwerking hoger op de zogenaamde R-ladder kunnen komen op de geprioriteerde stromen luiers, textiel, e-waste. • 2027: bezien of een MRA brede afspraak over een verbrandingsverbod voor recyclebaar afval haalbaar is. Van verbranding naar recycling. Dit gaat op alle materiaalstromen een positief effect hebben. • Vanaf 2026 en doorlopend naar 2028: werken aan een MRA-aanpak op restromen van bouw en sloop, omdat daarmee de meeste impact te maken moet zijn. Wat loopt er al? Wat is nodig/haalbaar?

10

Overzicht uitvoering Tijdsplanning 2025-2028 Resultaat/impact/effect in 2028

Rol/schaal MRA

Partners Rijk/Europa

Financiën / inzet Trekkerschap Risico (mitigatie)

Zie hierboven Afgestemde inzet op geprioriteerde reststromen: inzicht in hoe we er voor staan richting de doelstelling 50% afvalreductie 2030 en in wat aanvullend nodig is om deze te behalen. Keuze van prioritaire reststromen; overheden en branche koppelen; begeleiden en faciliteren MRA overheden; lobby richting Rijk en EU. Afvalbranche, afvalverwerkers, Economic board, MRA Inwest. relatie VNG, ministerie I&W: Via lobby gaan we inzetten op kaders die het ons mogelijk maken onze reststromen hoogwaardiger in te zetten. Inzet van MRA grondstoffenregisseur Platform Economie Er is op dit terrein veel sturing nodig, met veel betrokken partijen. Werkt één partij niet mee, dan valt een opgebouwde grondstromenpropositie uit elkaar. Vandaar dat actieve MRA inzet nodig is om partijen te verbinden en tot maatwerk- afspraken te komen.

Overzicht keuzes, brede welvaart en meerkernigheid Welke keuzes (ook irt andere Regionale inzet op zo hoogwaardig mogelijk hergebruik van ambities) reststromen vraagt om ruimte voor hubs waar deze kunnen worden opgeslagen en verwerkt (bijv. in de haven of op bedrijventerreinen) en om arbeidskracht die daarbij nodig is. Bijdrage aan brede welvaart Zonder hoogwaardig gebruik van reststromen blijven wij als (en welke keuzes horen regio afhankelijk van grondstoffen die niet oneindig daarbij) beschikbaar zijn, blijven wij afhankelijk van landen waarvan we dit liever niet willen zijn en wordt het behalen van de ambities uit het Klimaatakkoord en het NPCE kansloos. Bijdrage aan meerkernigheid N.v.t. (en welke keuzes horen daarbij) Punt 10: Ons in te spannen voor het verminderen van de vraag naar grondstoffen door het duurzaam ontwerp van producten en diensten te stimuleren en hergebruik of reparatie van producten en diensten vanzelfsprekend te maken (de import van spullen is verantwoordelijk voor meer dan 70% van onze CO2-emissies) Toelichting De al ingezette MRA koers, om ons meer op de voorkant van het proces van de kringloop te richten, wordt met dit actiepunt concreter in uitvoering genomen. De logica daarvan wordt ook vergroot doordat Brussel en Den Haag regelgeving introduceren die lokale en regionale overheden dwingt, maar ook handvaten biedt voor actie (right to repair).

Veel gemeenten zijn dan ook al actief met het ondersteunen van repair cafés, circulaire ambachtscentra, recyclepunten. Hiermee proberen we ervoor te zorgen dat de vraag naar (nieuwe)producten wordt verminderd.

11

De MRA kan deze inzet ondersteunen door gemeenten te informeren over relevante wetgeving en over mogelijke subsidies, door kennisuitwisseling tussen gemeenten te stimuleren of door (naar het voorbeeld van Zuid-Holland) te verkennen of een reparatiecoalitie kan worden opgezet. Inzet vanuit de MRA kan helpen om op regionale schaal te komen tot een groter bewustwording onder inwoners over de klimaatimpact van producten. Belangrijk is daarnaast de gerichte lobby inzet naar Rijk en Europa om wet- en regelgeving op deze ambitie afgestemd te krijgen. Als dat niet gebeurt zullen bedrijven niet zomaar hun producten en ontwerp wijzigen. De UPV (uitgebreide producenten verantwoordelijkheid) die nu voor de textielsector is geformuleerd, is een voorbeeld hoe met sturing zaken bereikt worden. Kernonderdeel bij dit onderdeel is de inzet op lobby en public affairs naar vooral Europa. MRAoverheden zelf beschikken immers in zeer beperkte mate over instrumenten om hoger op de rladder te komen. De inzet voor de lobby wordt jaarlijks vastgelegd in het document ‘lobby inzet’, waarvan de basisversie door het platform Economie is vastgesteld in 2022 en waarop zo nodig jaarlijkse bijstelling plaats heeft.

Inzet is voorzien op vijf prioriteiten: vergroening van het belasting stelsel, circulair textiel, verduurzaming van de woningbouw, circulair plastic en het wegnemen van barrières om huishoudelijk en bedrijfsafval gebundeld te kunnen inzamelen en verwerken. Overzicht uitvoering Tijdsplanning 2025-2028

Resultaat/impact/effect in 2028

Rol/schaal MRA

partners

Rijk/Europa

Financiën / inzet Trekkerschap Risico (mitigatie)

In 2025 inventariseren we hoe we MRA-overheden via kennisuitwisseling en -ontwikkeling kunnen ondersteunen bij de toepassing van activiteiten rond ‘right to repair’; We formuleren plan van aanpak op deze actie en voeren dit vervolgens uit. We verkennen de mogelijkheden om afvalhout en hout uit de openbare ruimte als grondstof voor de bouwopgave van de MRA in te zetten. Helderheid over vorming van regionale reparatiecoalitie. Inzet via lobby voor wet- en regelgeving van Europa en Rijk die hergebruik verplichting maximaal ondersteunt. Afspraken met relevant bedrijfsleven over circulaire producten /ontwerp. Directe en actieve lobby via netwerkbenadering, ondersteuning van gemeenten o.a. via informatievoorziening en kennisdeling VNG, IPO, G4, G40, Koplopergemeenten, Amsterdam Economic Board, MRA-InWest, Europese partners en netwerken directe en gerichte inzet Brussel samen met provincie nh en Amsterdam op basis van de in 20222 vastgestelde lobby agenda, die jaarlijks wordt geactualiseerd en bestuurlijk via de platforms wordt voorgelegd. vanuit inzet grondstoffenregisseur en formatie lobby MRA bureau Platform Economie Sturende wet- en regelgeving komt er niet op tijd of duurt langer. Dit mitigeren we door maximale lobby inzet te geven op de geprioriteerde grondstofstromen die we oppakken.

12

Overzicht keuzes, brede welvaart en meerkernigheid Welke keuzes (ook irt andere n.v.t. ambities) Bijdrage aan brede welvaart Zo hoogwaardig mogelijk hergebruik van reststromen is (en welke keuzes horen cruciaal voor het behalen van onze ecologische daarbij) doelstellingen, het is een voorwaarde voor een toekomstbestendige economie en biedt kansen voor inzet van praktisch opgeleiden. Bijdrage aan meerkernigheid n.v.t. (en welke keuzes horen daarbij)

Punt 11: Te komen tot lokale voedselketens die bijdragen aan een circulaire regio, onze ambitie is om ten minste een kwart van ons voedsel lokaal te produceren en te consumeren. Toelichting: Om te komen tot een kwart lokaal geproduceerd voedsel, wordt samengewerkt met het EUonderzoeksproject FoodCLIC. In 2025 is een operationeel kennisnetwerk tot stand gebracht en is er een leermodule die MRA overheden kunnen gebruiken om in de komende jaren stapsgewijs tot meer lokale / regionale voedselketens te komen. Het doel van het kennisnetwerk rondom voedselstrategieën is om de aan voedsel gekoppelde uitdagingen binnen de verschillende domeinen (bijvoorbeeld duurzaamheid, gezondheid, economie en sociaal-cultureel), integraal op te pakken. De MRA faciliteert deze samenwerking door actief gebruik te maken van haar netwerk en het belang te onderschrijven van voedsel en de ontwikkeling van voedselbeleid te katalyseren. Voor gemeentes en de provincies zal er de mogelijkheid zijn om binnen het leertraject op verschillende niveaus in te stappen. We voorzien een drietal niveaus, van verkennend tot het daadwerkelijk formuleren van een voedselstrategie. De niveaus en de bijbehorende lesmodules worden ingevuld op basis van de inventarisatie en de leervragen die vanuit de MRA overheden worden ingebracht. Overzicht uitvoering Tijdsplanning 2025-2028

Resultaat/impact/effect in 2028

Rol/schaal MRA Partners Rijk/Europa

Financiën / inzet

In 2025 moet een operationeel kennisnetwerk in de MRA zijn gevormd dat als motor kan fungeren om de eerste stappen te maken richting een lokaal, duurzaam en eerlijk voedselsysteem. 8/10 MRA overheden hebben een commitment uitgesproken om voedsel expliciet op te nemen in hun beleid of visie, bijvoorbeeld in de vorm van een voedselstrategie. 5 andere MRA overheden hebben daarmee een start gemaakt. Er is zicht op regionale samenwerking op dit thema, mogelijk via een green deal afspraak tussen MRA overheden. Faciliteren, begeleiden, verbinden FoodCLIC, Voedsel Verbindt, VU, lokale voedselinitiatieven, bedrijfsleven, Amsterdam Economic Board Afstemming VNG, IPO, Europees project FoodCLIC. Interessant lijkt o.a. verkenning of onze inzet kan worden versneld m.b.v. nationale of Europese bijdragen. Over de invulling van de MRA inzet vanaf 2025 zijn nadere afspraken nodig. Het is belangrijk dat er vanuit de MRA 13

Trekkerschap Risico (mitigatie)

Directie iemand beschikbaar is om de benodigde inzet op dit punt voor te zetten / in te vullen. Platform Economie Continueren van verbinding met Europees project (looptijd t/m 2027) vraagt dat er ook vanuit de MRA Directie capaciteit kan worden ingezet op dit punt.

Overzicht keuzes, brede welvaart en meerkernigheid Welke keuzes (ook irt andere Keuzes m.b.t. de inrichting van ons voedselsysteem raken ambities) ook de ruimtelijke inrichting van onze regio en de inrichting van logistieke ketens (minder en andere vervoersbewegingen?). Bijdrage aan brede welvaart Het voedselvraagstuk is bij uitstek een vraagstuk met vele (en welke keuzes horen aspecten. Het gaat daarin immers over sociale aspecten (de daarbij) beschikbaarheid van gezond voedsel dat ook betaalbaar is), gezondheidsaspecten, economische aspecten en uiteraard over duurzaamheidsaspecten. Bijdrage aan meerkernigheid N.v.t. (en welke keuzes horen daarbij) Algemeen punt: duurzame gebiedsontwikkeling Toelichting: Zowel voor het onderdeel energie als voor circulariteit geldt dat duurzame gebiedsontwikkeling als een integraal en doorsnijdend thema boven die acties uitgaat en deze ook verbindt. Vandaar dat in de uitvoering ook dit thema aandacht krijgt, ook al is dat niet expliciet als afzonderlijk thema in de MRA Agenda benoemd. Een extra reden daarvoor is, dat juist voor dit thema een duidelijk raakvlak ligt met het programma ‘bouwen en wonen’ (ambitie 3 uit de MRA Agenda). De acties op gebiedsontwikkeling zijn gebundeld onder een eigen kopje. Dit betekent echter niet dat hier sprake is van een toevoeging aan de hiervoor benoemde punten.

Een gebiedsgerichte aanpak is nodig als overkoepelende bijdrage aan de genoemde acties en ook om de integraliteit van duurzaamheid met andere onderdelen van de MRA Agenda te borgen. Gebiedsontwikkeling legt immers de verbinding tussen circulariteit en andere duurzaamheidsambities, de openbare ruimte, woningbouw en de ruimte voor onder andere bedrijventerreinen. De acties op dit terrein sluiten nauw aan op het MRA-programma Bouwen en Wonen en zijn in lijn met ambitie 5 uit de MRAagenda. Concreet zal de inzet vanuit het programma Circulaire Economie op dit thema zijn gericht op: • Uitwerken circulaire gronduitgifte: Het is belangrijk om circulariteit mee te nemen in de aanbestedingsprocedure en de bijbehorende selectie- en gunningscriteria. Dit is namelijk een belangrijk moment waarop de gemeente direct kan sturen richting ontwikkelaars. We werken, als onderdeel van een samen met het MRA-programma Bouwen en Wonen op te stellen leidraad toekomstbestendige gebiedsontwikkeling, toe naar standaarddocumentatie met generieke teksten voor circulaire aanbestedingen. Daarbij wordt onderzocht hoe initiatieven zoals het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw en Het Nieuwe Normaal een plek kunnen krijgen in aanbestedingen. Dit raakt ook het onderdeel circulair inkopen.

14

•

•

•

•

Circulariteit in gemeentelijk vastgoed: Gemeenten hebben een bijzondere rol als het gaat om bouwprojecten, waar zij opdrachtgever en eigenaar zijn van vastgoed. Ook voor gemeentelijk vastgoed is het waardevol om te onderzoeken of de Leidse Ladder, in combinatie met Het Nieuwe Normaal en het Convenant Toekomstbestendig Bouwen, kan leiden tot een gestandaardiseerde aanpak in de MRA. Bij de uitvoering van deze en eerstgenoemde actie zal worden samengewerkt met het MRA programma Bouwen en Wonen (zie ook de uitwerking van ambitie 5 van dit MUVP). Verduurzaming bedrijventerreinen: Met Plabeka (onderdeel van ambitie 2) zoeken we naar afstemming en verdeling van inzet en werkzaamheden op dit thema. Daarbij dient de impact van circulariteitseisen zoals gesteld aan de boven- en ondergrondse (nuts)infrastructuur in kaart te worden gebracht en te worden vertaald naar ontwerp- en uitvoeringsprincipes. Het doel hiervan is de integraliteit van de gebiedsontwikkeling te bevorderen. Verdere verduurzaming van de bouwsector: Met het programma Bouwen en Wonen gaan we verkennen of we ook in de MRA kunnen komen tot een gezamenlijke inzet en gezamenlijke afspraken over circulair slopen. Het traject in Noord-Holland-Noord dat onlangs leidde tot het sluiten van een Circulaire Deal Secundaire Bouwmaterialen tussen overheden, bedrijfsleven en ontwikkelaars dient daarbij als inspirerend voorbeeld.

Deze Circulaire Deal bevat afspraken over het circulair slopen van gebouwen (het zodanig slopen, ontmantelen, demonteren en remonteren, dat de vrijkomende grondstoffen weer in andere bouwprojecten worden gebruikt). Circulariteit in de openbare ruimte: Dit is een nieuw element in de gebiedsaanpak voor de MRA waarin we ons voor het eerst specifiek gaan richten op de beheer- en onderhoudsafdelingen van MRA overheden. Hoe werken we optimaal aan functioneel waardebehoud in de openbare ruimte? In 2025 weten we of deze aanpak voor de MRA meerwaarde biedt en of en hoe hier mee verder te gaan. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Leidse Ladder, een puntensysteem voor een circulaire openbare ruimte. Een dergelijk puntensysteem geeft houvast voor het maken van regionale prestatieafspraken.

Overzicht uitvoering circulaire gebiedsontwikkeling Tijdsplanning 2025-2028 - In 2025 wordt een MRA-aanpak geformuleerd voor gronduitgifte, maatschappelijk vastgoed en de renovatie/transformatie van bestaand vastgoed. De acties die hieruit voortkomen worden in de periode tot 2028 uitgevoerd. - In 2025 proberen we te komen tot gezamenlijke afspraken over circulair slopen. Daarna gaan we aan de slag met de implementatie - In 2025 bepalen we of er draagvlak is voor een regionale inzet op het stimuleren van circulariteit in de openbare ruimte. Resultaat/impact/effect in - Er is een regionale aanpak voor het integreren van 2028 circulariteit bij gronduitgifte, in maatschappelijk vastgoed en de renovatie en transformatie van bestaand vastgoed. - Er is een coalitie rond circulair slopen waarmee we een impuls geven aan het secundair gebruik van bouwmaterialen in de MRA - We hebben een regionale aanpak ontwikkeld waarmee circulariteit wordt geborgd in de gemeentelijke organisatie en projecten in de openbare ruimte Rol/schaal MRA Ondersteuning van gemeenten o.a. via informatievoorziening, kennisuitwisseling,

15

Partners

Rijk/Europa

Financiën / inzet

Trekkerschap Risico (mitigatie)

methodiekontwikkeling, coalitievorming en implementatietrajecten Bouwbedrijven, ontwikkelaars, PHB, corporaties, Bedrijfsinvestering zones, VNG, Rijk, koplopergemeenten buiten de MRA, andere regio’s Ook andere regio’s zijn bezig op dit terrein. Logisch daarom om af te stemmen via VNG en met het ministerie BZK. Of en wat daarbij nodig is van het Rijk wordt in later stadium bepaald. Benutten van Europese regelgeving en fondsen om activiteiten te versterken Vanuit PHO Bouwen en Wonen en via inzet regisseur circulaire gebiedsontwikkeling vanuit programma circulaire economie Hierover zijn nadere afspraken nodig tussen Platform Economie, Platform Ruimte en PHO Bouwen en Wonen. - Cruciaal om marktpartijen hierin goed mee te krijgen. Samenwerking met ketenregisseur van Provincie NoordHolland kan daarbij helpen. - Cruciaal om een goede balans te vinden tussen een regionale aanpak en maatwerk per organisatie, zodat zowel de bredere strategische doelstellingen als de specifieke behoeften van elke organisatie adequaat worden vervuld.

Overzicht keuzes, brede welvaart en meerkernigheid Welke keuzes (ook irt andere De inzet op deze ambitie kan de inzet op andere ambities ambities) (met name nr. 4: werklocaties en nr. 5: wonen) versterken. Bijdrage aan brede welvaart Duurzame gebiedsontwikkeling gaat per definitie over (en welke keuzes horen integrale afwegingen tussen duurzaamheidsambities, daarbij) openbare ruimte, woningbouw en de ruimte voor onder andere bedrijventerreinen. Bijdrage aan meerkernigheid n.v.t. (en welke keuzes horen daarbij) Algemeen punt: beter verbinden van energietransitie en grondstoffentransitie Toelichting In de tweede helft van 2023 heeft de MRA een verkenning uitgevoerd naar de relatie tussen de energietransitie en de circulaire transitie. In dat traject is meer inzicht verkregen in de relatie tussen beide transities, in het belang van het beter met elkaar verbinden daarvan en in het handelingsperspectief van gemeenten, provincies en de MRA. Deze verkenning heeft een vervolg gekregen in de MRA Agenda waarin het belang van een samenhangende energie- en grondstoffentransitie wordt onderschreven. De noodzaak van het verbinden van beide transities is hoog, zoals o.a. door de SER is benadrukt. Evenwichtige sturing op de energietransitie en de circulaire transitie vormt de basis voor een effectieve verduurzamingsslag en is essentieel voor brede welvaart.

Maar de sturing op de circulaire transitie blijft achter bij de omvang van de opgave en de gestelde ambities (Nederland circulair in 2050), aldus de SER. De energietransitie is daarentegen al vooruitgesneld, waardoor er grote faseverschillen zijn ontstaan. 16

Bij een integrale aanpak kunnen de transities elkaar versterken, in plaats van elkaar vertragen of tegenwerken. Wij herkennen als MRA het beeld dat de SER schetst, en zien door onze oogharen meer uitdagingen aankomen. We ervaren namelijk al meerdere groen-groendilemma’s in onze regio. Denk aan installaties voor duurzame warmte die veel kritieke grondstoffen nodig hebben bij productie, zonnepanelen die niet circulair zijn ontworpen en daardoor bijdragen aan de groene afvalberg, of een stijging van benodigd isolatiemateriaal wanneer we de warmtevraag huizen willen verlagen. “De energie- en de grondstoffentransitie hangen nauw met elkaar samen. Het doel van de energietransitie is minder opwarming van de aarde. De grondstoffentransitie richt zich op een 100% circulaire economie in 2050, ten gunste van klimaat, biodiversiteit en de leefomgeving. Zonder grondstoffentransitie komen de klimaatdoelen in de knel. We zullen radicaal efficiënter moeten omgaan met grondstoffen, materialen en producten. Hergebruik, reparatie en recycling van producten en materialen worden deel van het dagelijks leven. Circulair grondstoffen- en materialengebruik vermindert ook de leveringsrisico’s uit geopolitiek instabiele landen, zoals China of Rusland.” Overzicht uitvoering Tijdsplanning 2025-2028

Resultaat/impact/effect in 2028

Rol/schaal MRA

Partners Rijk/Europa

Financiën

Inzet

Om beide transities in onze regio’s beter met elkaar te verbinden wordt zowel ingezet op het agenderen van de resultaten uit de uitgevoerde verkenning binnen gemeenten en provincies (ook om te bezien waar mogelijkheden liggen om beide transities beter met elkaar te verbinden)’, als op het uitvoeren van een aantal concrete projecten op regionale schaal. In 2024 is er al een begin gemaakt met de inzet op circulaire zonnepanelen en met het stimuleren van biobased isoleren. Deze zullen in de jaren daarna tot resultaten (bijv. in de vorm van regionale afspraken) moeten leiden en worden aangevuld met nieuwe projecten. De inzet op dit punt moet bijdragen aan een breder gedragen besef van het belang van het verbinden van beide transities èn aan het zetten van concrete stappen en het behalen van resultaten via projecten waarin verbindingen worden gelegd. MRA rol is divers. Gaat zowel om kennisdeling, verspreiding, als om projectontwikkeling, zoeken naar financiering en lobby. Rijk, andere regio’s, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen Goede verbindingen met het Rijk en EU zijn nodig omdat deze thematiek ook daar steeds meer aandacht krijgt. Dit thema vraagt bij uitstek om kaders op nationaal en Europees niveau, bijv. in de vorm van wet- en regelgeving en aanpassing van fiscale stelsels.

MRA budget kan nodig zijn om projecten van de grond te krijgen en om middelen te verwerven vanuit het rijk en de EU. Inzet vanuit de MRA vanuit het team circulaire economie voor het identificeren en ontwikkelen van concrete 17

Trekkerschap Risico (mitigatie)

projecten. Daarbij kan ook input nodig zijn vanuit bijv. team Bouwen en Wonen. Bij Platform Economie Urgentie van energietransitie kan leiden tot oplossingen die niet passen in de grondstoffentransitie. Eenvoudige oplossingen daarvoor zijn er niet. Belangrijk om hier het gesprek over te voeren en om verder te kijken naar de kosten van oplossingen in het kader van de energietransitie op de korte termijn.

Overzicht keuzes, brede welvaart en meerkernigheid Welke keuzes (ook irt andere De noodzaak van het verbinden van de grondstoffen- en de ambities) energietransitie kan haaks staan op de wens om de energietransitie zo snel en zo goedkoop mogelijk te laten verlopen. De kort termijn oplossingen waarvoor in het kader van de energietransitie vaak wordt gekozen creëren echter op termijn weer nieuwe problemen en zijn uiteindelijk niet vol houdbaar. Bijdrage aan brede welvaart Zonder verbinden van beide transities dreigt afwenteling van (en welke keuzes horen problemen op toekomstige generaties en bewoners elders. daarbij) Bijdrage aan meerkernigheid n.v.t. (en welke keuzes horen daarbij)

18

Ambitie 2: We versterken de (digitale) concurrentie- en innovatiekracht van de MRA om bij te dragen aan de transities die nodig zijn Onze sterke en veelzijdige economie hebben we voor een deel te danken aan de grote innovatie- en concurrentiekracht van de regio. We hebben als regio veel kennis in huis – dankzij het netwerk van universiteiten, hogescholen, MBO- en beroepsopleidingen en het grote aantal startups en scale-ups. We stimuleren innovatieve ecosystemen en proberen campusvorming op belangrijke innovatie thema’s te bevorderen. Als samenwerkende overheden werken we met de Amsterdam Economic Board en Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen in de regio samen met het bedrijfsleven, kennis- en sociaalmaatschappelijke instellingen. Belangrijke thema’s zijn digitalisering zoals artificial intelligence, immersive content, XR/VR, duurzame digitale infrastructuur, veilig datadelen en verduurzaming, zoals hoogwaardige maakindustrie, gezondheid en preventie (life sciences and health), biobased en modulair bouwen, slimme mobiliteit, waterstof en slimme energiesystemen. De innovatieve handelsgeest, internationale oriëntatie, open economie en onze positie als digitale hub in Europa hebben ervoor gezorgd dat we het onveranderd goed doen in de rangorde van meest concurrerende en innovatieve regio’s.

Buitenlandse bedrijven zijn hier gevestigd of overwegen dat te gaan doen; migranten zijn een logisch en onmisbaar onderdeel van onze maatschappij en delen van het regionale bedrijfsleven richten zich op buitenlandse markten. Bij het ondersteunen van nieuwe buitenlandse bedrijven kijken wij naar de bijdrage aan brede welvaart. Ook met het ondersteunen van ondernemers bij hun internationalisering richten we ons primair op bedrijven die een bijdrage kunnen leveren aan een duurzamere en socialere samenleving. Europa en de wereld staan ook niet stil. Om als MRA ons toekomstig verdienvermogen te borgen en de transities waar we voor staan soepeler en sneller te laten verlopen, moeten we steviger inzetten op research & development, digitale systemen en toegepaste innovatie. Hierbij sluiten we aan bij Europees en Rijksbeleid. Deze ambitie kan worden waargemaakt door: 1. Samen met de Amsterdam Economic Board en regionale ontwikkelingsmaatschappijen in de MRA (Horizon, ROM Utrecht Region en ROMInWest) krachtige coalities te vormen van bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen, maatschappelijke organisaties en overheden om de grote transities vorm te geven. En de R&D activiteiten bij onze partners waar mogelijk te stimuleren en beschikbare kennis over te dragen aan ons regionale MKB; 2.

Met elkaar en met het Rijk het gesprek te voeren over hoe we onze positie als digitale hub in Europa kunnen behouden en welke digitale infrastructuur nodig is om onze digitale ambities te kunnen realiseren; 3. Op basis van deelregionale economische profielen inzetten op het versterken van de innovatiekansen, ecosystemen en de samenwerking in de deelregio’s, en waar nodig maatregelen om de innovatiesystemen te versterken te borgen in de NOVEX en binnen de MRA. En daarbij de vorming en doorontwikkeling van campussen en PPSsamenwerkingen te bevorderen, zeker ook in de deelregio’s waar de kennisinfrastructuur (op alle opleidingsniveaus) versterking vraagt; 4. Het regionaal MKB en grootbedrijf ondersteunen bij hun internationaliseringsambities en bij het aantrekkelijk blijven voor internationaal talent.

19

Welke acties gaan we op hoofdlijnen uitvoeren de komende vier jaar: Punt 1: Samen met de Amsterdam Economic Board en regionale ontwikkelingsmaatschappijen in de MRA (Horizon, ROM Utrecht Region en ROMInWest) krachtige coalities te vormen van bedrijven, kennis-en onderwijsinstellingen, maatschappelijke organisaties en overheden om de grote transities vorm te geven. En de R&D activiteiten bij onze partners waar mogelijk te stimuleren en beschikbare kennis over te dragen aan ons regionale MKB Toelichting Als MRA dragen we inhoudelijk en financieel bij aan de Board en ROM Inwest organisatie. Daarnaast stemmen we af met de ROM en de Board van Flevoland en waar nodig die van Utrecht. Deze netwerken zijn essentieel voor het vormen van krachtige coalities. Het is de plek waar overheden, bedrijfsleven, kennisinstellingen en sociaal-maatschappelijke instellingen elkaar vinden. Komend jaar zal meer duidelijk worden over de nieuwe koers van de Amsterdam Economic Board en de samenwerking tussen de Board en de ROM. Als overheden zijn we hier nauw bij betrokken. Overzicht uitvoering Tijdsplanning 2025-2028 Resultaat/impact/effect in 2028

Rol/schaal MRA Partners Rijk/Europa

Financiën

Inzet

Trekkerschap

Risico (mitigatie)

Gehele periode 2025-2028 Helde afspraken tussen de verschillende partijen en optimale samenwerking, zodat het regionaal bedrijfsleven zo efficiënt en effectief mogelijk ondersteund wordt bij hun innovaties. Mede-Financier Provincies, gemeenten, rijk, ROM’s en Boards Welke acties richting Rijk en Europa nodig zijn zal in het komende jaar duidelijk worden als er meer zicht is op de nieuwe koers van de Board en zicht op hoe de samenwerking tussen Board en ROM vorm krijgt. MRA maakt meerjarige afspraken over financiële bijdragen in exploitatiekosten van ROM InWest en Amsterdam Economic Board Jaarlijks draagt de MRA ong. 1.1 miljoen bij aan de exploitatiekosten van de Board, en ongeveer 1.6 miljoen aan de exploitatiekosten van de ROM. Ambtelijke inzet wordt geleverd vanuit de MRA Directie. Afstemming over deze samenwerkingsverbanden vindt plaats in het Platform Economie. Verschillende bestuurders vanuit het Platform Economie en het Bestuur hebben zitting in de Board. Het risico van de netwerken op zich is beperkt: we dragen fors financieel bij, maar het staat ons vrij om daar voorwaarden aan te stellen. De investeringen van de ROM dragen risico.

Overzicht keuzes, brede welvaart en meerkernigheid Welke keuzes (ook irt andere In Board verband worden keuzes gemaakt voor prioritaire ambities) thema’s Bijdrage aan brede welvaart (en Board en ROM InWest hebben nadrukkelijk welke keuzes horen daarbij) duurzaamheidsdoelstellingen Bijdrage aan meerkernigheid Met de Board samen invulling geven aan de helix samenwerking (en welke keuzes horen daarbij) in de deelregio’s

20

Punt 2: Met elkaar en met het Rijk het gesprek te voeren over hoe we onze positie als digitale hub in Europa kunnen behouden en welke digitale infrastructuur nodig is om onze digitale ambities te kunnen realiseren Toelichting: Onlangs informeerde de minister van Economische Zaken de Tweede Kamer per brief over de Staat van de digitale infrastructuur in Nederland. Uit die brief bleek enerzijds dat Nederland op dit punt één van de koplopers is in de wereld. Niet alleen scoren Nederlanders bijzonder hoog op digitale vaardigheden, maar we hebben ook de middelen om er optimaal gebruik van te maken. De brief liet echter ook zien dat deze sterke positie niet vanzelfsprekend is, o.a. omdat er momenteel weinig prioriteit lijkt te zijn om nieuwe investeringen mogelijk te maken. Het gaat daarbij niet alleen om fysieke ruimte voor bijvoorbeeld datacentra, maar ook om capaciteit op het energienet. Beiden zijn zo stelt de minister in haar brief - nodig om ook in de toekomst digitale diensten te kunnen blijven aanbieden aan bedrijven en consumenten. In haar brief benadrukt de minister ook dat de digitale infrastructuur een samenhangend ecosysteem vormt.

“Te vaak wordt vergeten dat telecomnetwerken, (zee)kabels, datacenters, hosting, internet exchanges en cloudtoegang nauw met elkaar samenhangen en allemaal onmisbare schakels zijn om burgers, bedrijven en de overheid met elkaar te verbinden via de digitale wereld. Deze onderdelen van de digitale infrastructuur moeten gezamenlijk goed functioneren”. In haar brief geeft de minister ten slotte – o.b.v. onafhankelijk onderzoek - inzicht in het belang en de impact van de digitale infrastructuur in Nederland. M.b.t.het belang concludeert Ecorys dat de rol van de digitale infrastructuur in de Nederlandse economie groot is, en blijft groeien. “De sector vormt inmiddels 2% van de Nederlandse economie, en is goed voor zo'n 200.000 banen. Hierbij is de bijdrage van de sector aan de digitalisering van andere bedrijfstakken nog niet meegerekend.” M.b.t. de impact wordt vastgesteld dat de digitale infrastructuur zowel fysiek als in het energienet een relatief kleine voetafdruk heeft. Slechts 0.02% van het oppervlakte van Nederland wordt ingenomen door digitale infrastructuur, en het gebruikt slechts 0.65% van de landelijke energieconsumptie: Doel MRA: Met elkaar, met het Rijk en met andere stakeholders het gesprek te voeren over hoe we onze positie als digitale hub in Europa kunnen behouden en welke digitale infrastructuur nodig is om onze digitale ambities te kunnen realiseren.

De onderzoeken die zijn uitgevoerd in opdracht van EZK en het onderzoek dat thans in opdracht van de MRA wordt uitgevoerd door Stratix zijn belangrijke bouwstenen voor dat gesprek. Vanuit die gesprekken zetten we in op: • Het faciliteren van een objectieve discussie over de digitale infrastructuur inclusief bijbehorende randvoorwaarden die nodig zijn om onze digitaliseringsambities te realiseren. • Het creëren van duidelijkheid over de ruimtelijke reservering voor een 4e hyperconnectiviteitscluster zoals die is opgenomen in het Verstedelijkingsconcept • Het verkennen van de mogelijkheden om de digitale economie nadrukkelijker te benutten als motor voor een meerkernige MRA • Het zoeken naar mogelijkheden om de digitale sector, waaronder datacenters, niet alleen te beschouwen als medeveroorzaker van de netcongestie, maar ook als partner bij de aanpak daarvan. • Het stimuleren van duurzame digitalisering; digitalisering als motor voor energiebesparing

21

Overzicht uitvoering Tijdsplanning 2025-2028

Resultaat/impact/effect in 2028 Rol/schaal MRA

Partners Rijk/Europa

Financiën Inzet

Trekkerschap Risico (mitigatie)

Inzet in de periode 2025-2028 is erop gericht om op basis van beschikbare analyses te komen tot een objectieve en integrale aanpak van dit vraagstuk. Deze moet leiden tot heldere keuzes over welke acties (op verschillende terreinen) in de MRA nodig zijn om onze digitaliseringsambities te kunnen realiseren. Onderbouwde en integrale keuzes over benodigde acties om onze digitaliseringsambities te kunnen realiseren. MRA rol ten eerste bij elkaar brengen van relevante spelers en daarnaast bij het aanjagen van een integrale benadering van dit vraagstuk. Rijk, datacentersector, netbeheerders, Nationale Coalitie Duurzame Digitalisering Goede verbindingen met inzet vanuit het Rijk zijn cruciaal zeker nu er een Kamerbrief ligt die goede basis biedt voor gezamenlijke vervolgacties. Nodig is budget om aantal onderzoeken te laten uitvoeren en om af en toe bijeenkomsten te kunnen organiseren. Inzet vanuit de MRA voor het trekken van MRA projectgroep datacenters en vanuit ruimtelijke trajecten waarin ruimtebeslag van en beslag op netcapaciteit en water door de digitale sector moet worden besproken. Daarnaast inzet vanuit provincies en aantal gemeenten. Bij Platform Economie en Platform Ruimte Vraagt om voldoende bereidheid binnen de MRA om integrale gesprek over dit onderwerp objectief te willen voeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/2316/documents/36659