CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a. ontwerp Ontwikkelvisie vol 1.pdf

Gemeenteraad 17 december 2025, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 6: Ontwerp-Ontwikkelvisie gebied Manpad + ontwerp-Beeldkwaliteitsplan gebied Manpad28.331 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

58

59

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

3.1.2 Lokaal

Wanneer de geschiedenis van het Gebied Manpad bekeken wordt, valt op dat de Manpadslaan en de Herenweg veel ouder zijn dan de rest van het gebied. Het Huis te Manpad dankt haar naam aan de Manpadslaan die al voorkomt op de oudst bekende kaart van Heemstede. Uit latere tijd (20e eeuw) stammen de bloembollen-monumenten zoals De bollenschuur van Van Meeuwen aan het Manpad (gemeentelijk monument) en de bollenschuur van Van Meeuwen aan de Herenweg (rijksmonument). Op oudere kaarten is duidelijk het verschil te zien tussen het natte strandvlaktegebied en de hoger gelegen delen van de oude strandwal en de duinen. In vroegere tijden bestond die oude strandwal zelf uit duingebied. Manpadslaan De naam Manpad (of Mannenpad, of Manpadt) komt al in 1539 voor op een kaart van Heemstede, als naam voor een weggetje tussen de Herenweg en de duinen. Westelijk (onder) de duinenrij op deze kaart ligt de Herenweg, er staat: “dit is de wegh die men rijt uyt haerlem nae Leyden”. Het huis te Manpad is dus later naar dit weggetje vernoemd en niet andersom. De huidige Manpadslaan dankt zijn naam aan een vermeende veldslag die hier in 1304 zou hebben plaatsgevonden, waarbij Witte van Haemstede (niet Heemstede maar Haamstede in Zeeland) de Vlamingen versloeg. Er vielen zoveel slachtoffers in de strijd dat de locatie de naam “Mannenpad” kreeg.

Op het Huis te Manpad staat nu De Naald, een gedenkteken opgericht door Jacob van Lennep ter herdenking van deze vermeende slag. Er heerst echter twijfel over de historiciteit van dit evenement en de geschiedschrijving lijkt te zijn beïnvloed door dichters en romantici. Verscheidene geleerden betwijfelen daarom of deze slag ooit heeft plaatsgevonden. Later zou er opnieuw gevochten zijn op deze locatie, in 1573, in een poging om het belegerde Haarlem te ontzetten. Over deze slag is echter veel minder bekend. Desalniettemin is de Manpadslaan een van de oudste weggetjes in de omgeving, zoals te zien is op de kaart van 1643. Het vormt een van de weinige verbindingen tussen de strandvlakte en de duinen, dwars door het drassige gebied. De ontwikkelingen in het gebied hebben het karakter van de Manpadslaan steeds veranderd. Zo vestigde de menagerie van het Huis te Manpad zich aan de Manpadslaan, evenals de Kapel, die lange tijd dienstdeed als woning voor het personeel van het Huis te Manpad. Verder heeft de uitbreiding van de Leidsevaart geleid tot de aanleg van een brug op de Manpadslaan. Dit was een lange tijd de enige oversteekplaats over de vaart tussen de Zandvoortselaan en de Margrietenlaan in Vogelenzang. Bovendien staat een van de monumenten van de bollenteelt aan de Manpadslaan.

Het Huis te Manpad Het oorspronkelijke Huis te Manpad werd opgericht in 1634 en heeft daarna meerdere keren uitbreidingen en verbouwingen ondergaan. Het landgoed was lange tijd eigendom van de familie Van Lennep, een bekende familie van schrijvers en politici. Het landgoed heeft vele beroemde gasten mogen verwelkomen, waaronder Godfried Bomans en Leonard Springer. Jacob van Lennep was tevens de uitgever van “Max Havelaar,” waaraan hij persoonlijke aanpassingen maakte (plaatsen en data werden vervangen door puntjes vanwege de gevoe-

60

Caertboeck van Rynland familie Balthasar van Bercekenrode, blad met de Ambachtsheerlijkheid Heemstede (1615). “Tman pat” verbindt de noord-zuid lopende strandwallen over de venige laagte, waar ook de ‘hout vaert’ loopt. Er ligt een brug (huel) over de vaart: “de Manpats heul”

61

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

ligheid), wat leidde tot een hoog opgelopen ruzie met Edouard Douwes Dekker die uiteindelijk in de rechtszaal werd uitgevochten, waarbij Van Lennep won. Niet alleen het Huis te Manpad ontving overigens beroemde gasten. Linnaeus, de grondlegger van de naamgeving van planten, werkte 2 jaar lang in de Hartekamp voor George Clifford. Het benadrukt nog maar eens het belang en de ontwikkeling die deze binnenduinrand doormaakte tijdens de 17e, 18e en 19e eeuw. Daarnaast nam de familie Van Lennep het initiatief om water uit de duinen beschikbaar te maken voor de stad Amsterdam. Hiervoor werd in 1853 een pompstation gebouwd en de allereerste waterleiding in Nederland aangelegd naar Amsterdam. Het gebied waar nu de Rivierenbuurt ligt, was lange tijd in gebruik door de Duinwaterinrichting, ongeveer tegenover de huidige locatie van het gemeentelijke waterleidingbedrijf. De zanderij ter hoogte van Manpadslaan ontstond in het oosten van de strandvlakte en breide zich uit naar het westen. De zandvaarten zijn hier nog aanwezig. Het afgegraven zand had wel gevolgen voor de waterhuishouding omdat het voorplein 0,5-1m hoger kwam te liggen dan de zanderij. Hiermee verdween de zoetwatervoorraad die in de duinen zat opgeslagen, en de zoetwatertoevoer richting de buitenplaats. Ook verloren de kwelsloten die bedoeld waren om het schone duinwater op te vangen hun functie.

Daarom besloot een nieuwe eigenaar, Wigbolt Slicher, de sloten te dempen en nieuw watertoevoer aan te leggen vanaf de Leidsevaart. De nieuwe sloot ten zuiden van de buitenplaats werd in 1721 gegraven. In 1813 kreeg het park volgens de mode een meer landschappelijke stijl. De gracht kreeg vloeiende lijnen en er werden kronkelige paden en doorzichten aangelegd. Mogelijk kwam de reden om de gracht te vergraven voort uit een wens te verbreden en eigen watertoevoer te bieden. Zo kon een mooie waterpartij ontstaan, met goede wateraanvoer uit de trekvaart.

Voormalig Koetshuis en bollenschuur uit 1930

Monumenten Het complex, tuin, park, kapel en voorterrein van Huis te Manpad zijn monumentaal. Daarnaast zijn de bollenschuren van Van Meeuwen en de portierswoning van Groenendaal ook aangewezen als monumenten. De Bollenschuur uit 1910, gelegen aan de Manpadslaan, heeft de status van een gemeentelijk monument en is ontworpen door architect Reijneveld, met een opmerkelijke constructie. De bollenschuur uit 1930, gelegen aan de Herenweg, is zelfs aangemerkt als een rijksmonument en is aangebouwd aan een voormalig koetshuis. De verbouwing is ontworpen door D. van Letten, en later is er een aanbouw ontworpen door L. Tol. Leidraad Landschap en Cultuurhistorie Provincie Noord-Holland De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie geeft aan welke kernkwaliteiten van landschap en cultuurhistorie van provinciaal belang zijn. Provinciale Staten willen dat deze kwaliteiten op een zorgvuldige wijze worden meegenomen bij nieuwe ontwikkelingen waar nut en noodzaak van zijn onderbouwd. Het betreft ontwikkelingen zoals woningbouw, bedrijfsontwikkeling, natuur- en recreatieprojecten, infrastructuur et cetera. Of veranderingen wel of niet plaatsvinden is eigenlijk geen discussiepunt, het gaat om de wijze waarop, de mate waarin en de vormgeving ervan.

Luchtfoto uit 1926

62

Foto van bollenschuur Van Meeuwen uit 1910

63

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

Achterzijde van Huis te Manpad vanuit de Leidse Vaart, Hendrik Keun (1773)

Westzijde van Huis te Manpad met de vijver (1835-1845)

Links: A. Tuin in barok stijl Speelman 1730-1740. Rechts: Tuin in landschappelijke stijl (NO-hoek), A.de Haan ca. 1814

3D Doorsnede van de cultuurhistorie in de lokale context van Manpadslaan

Bron: Beeldenbank Noord-Holland

64

65

3.2

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

Bodem In het westen van de provincie Noord-Holland bevindt zich het landschap van strandwallen en strandvlakten. Dit landschap ontstond ongeveer 5000 jaar geleden, tijdens het MiddenNeolithicum. De strandwallen zijn vrij laag en lopen min of meer evenwijdig aan de kustlijn. Het zand dat onder water vrijkwam, werd door de zee naar het strand getransporteerd. Tussen de strandwallen bevinden zich de strandvlakten.

3.2.1 Regionaal

Doorsnede van de Hollandse kust: 6000 jaar geleden

Doorsnede van de Hollandse kust: 4000 jaar geleden

Door de vorming van de strandwallen raakte het achterliggende gebied afgesloten van de zee. Dit gaf de mogelijkheid voor veenvorming op de strandvlakten. Soms doorbrak de zee echter een strandwal, waardoor bijvoorbeeld tijdens een overstroming klei op de strandvlakten werd afgezet. De vorming van duinen en strandwallen ging door tot in de Middeleeuwen, en vervolgens ontstonden de zogenaamde Jonge Duinen. Deze Jonge Duinen hebben een meer uitgesproken reliëf en zijn minder langwerpig van vorm. Het duinlandschap is zeer gevarieerd en soortenrijk door eeuwenlange invloed van water, zout, zand en wind wat leidt tot verjonging van het landschap. Deze directe dynamiek neemt landinwaarts af, waar successie, bodemvorming en ontkalking juist toeneemt. Verder landinwaarts, op de oude duinen en strandwallen is vegetatie ontstaan in verschillende successiefases. Landinwaarts groeien eikenbossen op de strandwallen. Door de hoogteverschillen is er een grote verscheidenheid in grondwaterstand. In de strandvlakte, waar het plangebied ligt, is sprake van kwelwater aan de oppervlakte. Als op regionaal niveau naar het gebied gekeken wordt, gaan de duingronden via de strandwallen en strandvlakten over naar het veen.

Doorsnede van de Hollandse kust: 2000 jaar geleden

Doorsnede van de Hollandse kust: 700 jaar geleden

Doorsnede van de Hollandse kust: 100 jaar geleden

66

67

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

3.2.2 Lokaal Er zijn verschillende grondboringen uitgevoerd op het terrein van Manpadslaan. Volgens de BRO Bodemkaart is het bodemtype van Manpadslaan een kalkhoudende enkeerdgrond met matig fijn zand, die vaak voorkomen in de bollenstreek. Ze zijn kalkrijk vanwege de vaak voorkomende resten van schelpen en mariene afzettingen. Kenmerkend voor Enkeerdgronden zijn de ophoping van organisch materiaal en de vorming van een donkere, vruchtbare bovenlaag, door langdurige bemesting. Op de volgende pagina’s zijn ook een de resultaten van de boringen weergegeven die in het gebied genomen zijn. De grondboringen zijn vervaardigd van DINOloket of uitgevoerd door GeoRisQ BV in het kader van dit project (zie ook hoofdstuk 4.2). Aangezien de boringen uitgevoerd door GeoRisQ dicht bij elkaar en bij kabels en leidingen in de burt liggen kan niet met zekerheid worden gezegd of de boringen representatief zijn voor het gebied.

3D Doorsnede van de bodem in de regionale context van Manpadslaan Foto van akker in huidige Gebied Manpad (links) en locatie van grondboringen (rechts).

68

69

G E B I E D

DINOloket

Gegevens Bron: DINOloket Identificatie: B25C0270 Coördinaten: 101264 , 483623 Maaiveld: 0.20 m t.o.v. NAP Beschikbare informatie: Digitale opnamegegevens Beschrijfmethode: Onbekend Kwaliteit interpretatie: Geautomatiseerd toegekend

HBO1

HBO2

M A N PA D

O N T W E R P

HBO3

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

Gegevens Type: grondboring Datum: 23-05-2023 Coördinaten: 101406, 483825 101411, 483841 101455, 483827 Bemonsteringsprocedure: ISO22475d1v2006 Boorprocedure: SIKB2001vanafV6.0

Klei

Zand

Zand fijne categorie

Klei

Zand midden categorie

Veen

Zand grove categorie Veen

Grondboring DINOloket

70

Grondboringen uitgevoerd door GeoRisQ BV in het kader van dit project (zie ook hoofdstuk 4.2)

71

3.3

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

Natuur De geleidelijke overgang van de duinen naar het achterliggende polderlandschap biedt unieke eigenschappen voor de natuur. De rijkdom van het gebied hangt samen met de breedte van de duinen, het hoge kalkgehalte en het kwelwater uit de duinen. Het gebied varieert van de voedselarme droge duinen tot de lager gelegen kwelgevoede binnenduinrand en het voedselrijke achterland. Ook bevinden zich er diverse oude landgoedbossen met goed ontwikkelde stinzenflora.

3.3.1 Regionaal

In het regionale gebied liggen verschillende natuurgebieden, zoals Wandelbos Groenendaal (NNN, BPL), Huis te Manpad en Leyduin (NNN, BPL en Natura-2000 Kennemerland-Zuid). Deze landgoederen krijgen een hoge of zeer hoge waardering in de ‘Natuurwaardenkaart van Heemstede’, die is opgesteld door Van der Goes en Groot in 2008. De graslanden en agrarische gebieden in het westelijke deel van Heemstede worden het laagst gewaardeerd. Het zoete, voedselarme kwelwater uit de duinen komt naar boven in de glooiende binnenduinranden. Dit komt maar in beperkte mate boven het maaiveld, maar het grondwater zakt hierdoor niet te diep weg in de bodem. Hoewel dit slechts in beperkte mate boven het maaiveld verschijnt, voorkomt het dat het grondwater te diep in de bodem wegzakt. Dankzij deze combinatie van natte, voedselarme maar mineraalrijke omstandigheden, vormt de binnenduinrand een bijzondere biotoop met minimale schommelingen in het grondwaterpeil. Zowel de kwantiteit als de kwaliteit van de kwel is aanzienlijk verminderd door factoren zoals zandwinning, waterwinning, de invoer van vreemd water in het gebied en verdroging. Bovendien heeft de ontwikkeling van woonwijken, intensieve bollenteelt en tuinbouw in het gebied een negatieve invloed gehad op de natuur. Bij de bollenteelt is vaak de waterstand verlaagd, is diep geploegd en mest toegevoegd.

Er komen verschillende natuurtypes voor in het gebied zoals Duinbos, Open Duin, Park en stinzenbos, Vochtig hooiland en Kruiden- en faunarijk grasland. De natuur in de binnenduinrand kan sterker met elkaar verbonden worden door nieuwe natuur in te richten. De duinen De duinen en een deel van de binnenduinrand is onderdeel van het kennemerland-Zuid Natura 2000 gebied, dat grotendeels bestaat uit kalkrijke jonge duinen. Binnen de duinstrook is sprake van grote beheereenheden. In de duinen komen verschillende vegetaties voor variërend van open

72

duin, duingraslanden, vochtige en droge duinvalleien, ontwikkelde struwelen en diverse vormen van duinbossen voor. De Amsterdamse Waterleidingduinen, ten oosten van het plangebied, zijn in beheer bij Waternet. Hier is door de aanleg van bijvoorbeeld infiltratieplassen en aan- en afvoerkanalen het oorspronkelijke reliëf over grote oppervlakten verdwenen. Park- en stinzenbos De natuur die te vinden is op en rond de oude landgoederen is sterk verbonden met de historische landschapsstijl. Deze park- en stinzenbossen zijn oude bossen met eiken, beuken maar ook uitheemse boomsoorten ter verfraaiing van het bos. In de onderbegroeiing zijn karakteristieke stinzenflora, bolgewassen, struiklaag en kruidachtige te vinden, die vooral in het voorjaar bloeien. Deze planten zijn oorspronkelijk aangeplant, maar inmiddels verwilderd en inheems geworden. Het beheer is gericht op het behouden van de oude (uitheemse) bomen en boomholten, mede door de aanwezigheid van broedvogels en vleermuizen. Door plekken vrij te houden van opslag kan de stinzenflora en struiklaag (zoals azelea en rhodondendron) behouden blijven. Het beheer hangt ook samen met belangrijke landschappelijke elementen zoals lanen en andere gebouwde elementen. Vochtig hooiland Dit type grasland komt voor op natte veen- en kleibodems en is doorgaans soortenrijk, met veel kruiden.

En zijn hierdoor aantrekkelijk voor insecten, vlinders en kwetsbare vogelsoorten. Vochtige hooilanden zijn door ontginning, ontwatering en bemesting zeldzaam geworden, en beperken zich tegenwoordig tot natuurgebieden. Het zijn vegetaties van niet te voedselrijke omstandigheden met hoge waterstanden. Kruidenrijk grasland Kruiden- en faunarijk grasland omvat graslanden die rijk zijn aan kruiden en kleine fauna, maar niet tot de schraallanden behoren. Ze kunnen voorkomen op verschillende bodems en hebben meestal een matig voedselrijk karakter. Het grasland wordt meestal extensief beweid of gehooid en niet of slechts licht bemest. Het type is belangrijk voor vlinders, insecten, vogels en kleine zoogdieren. Ecologische verbindingszone ZNV1 In het ecologische advies van Copijn (2024) worden enkele kansen genoemd om natuur in de regio beter met elkaar te verbinden, waaronder de natte verbindingszone langs de Leidsevaart en de ZNV1. Het doel van de ZNV1 verbindingszone is om een ecologische corridor te creëren tussen grote, waterrijke natuurgebieden in Zuid-West Rijnland en de Amstel, Gooi en Vechtstreek. Deze corridor heeft ook tot doel de natte gebieden te verbinden met de drogere natuur op de landgoederen langs de binnenduinrand. Dit biedt een mogelijkheid voor verschillende diersoorten, zoals de boommarter, om zich te verplaatsen en van leefgebied te wisselen.

De verbinding bestaat uit een netwerk van brede waterwegen, zoals ringvaarten en ruime sloten, en

73

G E B I E D

M A N PA D

L02.03 Historische tuin N00.01 Nog om te vormen naar natuur N04.02 Zoete plas N08.02 Open duin N08.03 Vochtige duinvallei N10.02 Vochtig hooiland

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

N11.01 Droog schraalgrasland N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland N15.01 Duinbos N17.03 Park- en stinzenbos N17.06 Vochtig hellinghakhout

3D Doorsnede van de natuur in de regionale context van Manpadslaan

74

75

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

aangrenzende moerasgebieden, graslanden langs de oevers en open water. Deze zone zou voldoende schuilplaatsen en voedsel moeten bieden voor de dieren. De “stapstenen” van 5,5 ha in deze corridor-verbinding bevinden zich op bepaalde afstanden van elkaar, afhankelijk van de diersoorten. In deze stapstenen vinden de dieren voedsel, beschutting en kunnen sommige kleinere soorten zich zelfs voortplanten. De corridor heeft een breedte van 25 meter, met aan beide zijden een oeverzone van minimaal vijf meter breed.

3.3.2 Lokaal

In 2016 heeft het ecologische onderzoeks- en adviesbureau Van de Goes en Groot een toetsing uitgevoerd in het kader van de Flora en Faunawet. In 2024 heeft Copijn een ecologisch advies uitgebracht voor het plangebied, vanuit de ambitie van de gemeente om kwalitatief hoogwaardige natuur te ontwikkelen in combinatie met woningbouw. Ook in 2024 is door Van der Goes en Groot een herijking gemaakt van de ecologische Quickscan. Er worden geen grote beperkingen gezien voor de plannen van natuurontwikkeling in combinatie met kleinschalige woningbouw op het onderzochte terrein. De ontwikkelingen in het gebied zoals de bollenteelt hebben een negatieve invloed gehad op de aanwezigheid van beschermde soorten. Op dit moment zijn alleen licht beschermde soorten aanwezig, maar ook beschermde soorten als de Rugsstreeppad kunnen voorkomen. Door Copijn zijn er veel waarnemingen van broedvogels en vaatplanten vastgesteld, met name langs de Leidsevaart, Manpadslaan en op het volkstuincomplex. Een aantal soorten staan op de Rode Lijst zoals de Kneu, Snor en Veldleeuwerik. Door de beperkte ecologische staat van het gebied is de waardering bijgesteld naar ‘gemiddeld’. Voor de aanwezige soorten geld dat er specifieke maatregelen moeten worden genomen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

3D Doorsnede van de natuur in de lokale context van Manpadslaan met suggesties voor ecologische verbindingen

Door van de Goes en Groot wordt aanbevolen de scheidende sloot waar mogelijk de Rugstreeppad huist te handhaven en in de toekomstige bebouwing bijvoorbeeld vleermuisvriendelijke voorzieningen te creëren. De oevers van de bestaande wateren kunnen gedeeltelijk met flauw talud natuurvriendelijk worden ingericht waardoor een vochtige bloemrijke oeverrand kan ontstaan. Verbinding oost-west (NNN gebieden) Om de landgoederen (NNN gebieden) met elkaar te verbinden in oost-westelijke richting zijn aardig wat fysieke barrières binnen en buiten het plangebied. Een voorbeeld hiervan is het fijnmazige hekwerk langs het Wandelbos Groenendaal. Bovendien vormt de Herenweg, een drukke verbindingsweg tussen Haarlem en Hillegom, een uitdaging. Langs het voetpad aan de westkant van deze weg bevinden zich woningen en bedrijfsgebouwen. In het plangebied zelf is er een laag hekwerk en een groenstrook met verschillende bomen, struiken en coniferen. Aan de westkant bevindt zich een stevige, betonnen beschoeiing bij de overgang naar de Leidschevaart. Vanwege de geringe recreatiedruk en vele oude bomen is deze locatie meer geschikt voor een brede, ononderbroken droge oost-west verbinding. Om barrières te overbruggen zijn diverse faunavoorzieningen noodzakelijk, zoals beschreven in het advies van Copijn (2024).

Natuur en oude bomen NNN gebied rond Huis te Manpad (links) en rand van de volkstuincomplex met struweel en lage hekken (rechts).

76

77

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

Verbinding noord-zuid Volgens het ecologische advies van Copijn (2024) is er geen logische noord-zuid verbinding via het plangebied te maken. Dit komt door de begrenzing van een woonwijk aan de noordzijde zonder expliciete natuurfunctie. Het is ook lastig om het plangebied te verbinden met het NNN gebied van Huis te Manpad vanwege hindernissen als woningen, bedrijfsgebouwen, tuinen, sloten en de weg Manpadslaan. Wel is een natte verbinding langs de Leidsevaart mogelijk in het kader van de ZNV1. De huidige bijdrage van het Gebied Manpad daaraan is momenteel zeer beperkt vanwege de hoge verharde oever. Het Gebied Manpad kan een belangrijke ecologische functie vervullen als het wordt ingericht als stapsteen in de natte natuurverbinding ‘ZNV1 Haarlemmermeer en omgeving’. De stapsteen van min. 5,5 hectare kan een zone langs de Leidsevaart beslaan van 25 meter breedt en bestaat uit water en een oeverzone van minimaal 5 meter breed aan weerszijden. De primaire doelsoorten zijn de dwergmuis, noordse woelmuis, poelkikker, rugstreeppad, rietzanger, ringslang en waterspitsmuis. Ook worden soorten die aan zandgronden, struweel en boomrijke gebieden zijn gebonden als kansrijk geacht. Aanvullend worden vleermuizen genoemd.

Het gebied ter plaatse van de ondergrondse waterleidingen, waar niet gegraven mag worden en geen hoge beplanting gesitueerd mag worden, kan bijvoorbeeld als areaal worden ingericht voor vlinders.

Erven liggend aan de Manpadslaan vormen barriére voor verschillende dieren.

3.3.3 Verdiepende vervolgstudie

Aanvullend aan het eerdere ecologische onderzoekswerk wordt geadviseerd meer in detail ecologisch onderzoek te doen dat te handhaven, te versterken of te mitigeren waarden verder in kaart brengt en een maximale ondersteuning aan de inhoud van de ruimtelijke planvorming biedt. Dit ecologische onderzoek, dat ook nodig is voor de vergunningen, is inmiddels van start gegaan.

Leidse Vaart met de harde hoge overgang naar het plangebied (rechts op de foto).

78

79

3.4

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

Water Het huidige landschap, zoals eerder beschreven in de voorgaande paragrafen, is grotendeels tot stand gekomen door de invloed van water in dit gebied. Water heeft een cruciale rol gespeeld in diverse aspecten, zoals transport (bijvoorbeeld de trekvaart en de zandvaarten), dienstverlening, zoals in de bleekindustrie, en natuurlijke processen, zoals de aanwezigheid van voedselarme kwel die van belang is voor de ecologie. In deze paragraaf zullen we het regionale en lokale watersysteem nader analyseren.

3.4.1 Regionaal

Het duinwatersysteem omvat zowel bovengrondse als ondergrondse waterstromen. In de duinen kan het grondwater zich op een diepte van 10 meter bevinden en opwellen aan de voet van de duinen. Vanwege de kwaliteit ervan wordt duinwater al eeuwenlang gebruikt voor diverse doeleinden, zoals bierbrouwen, wassen en bleken. Sinds het midden van de 19e eeuw wordt er in dit gebied ook drinkwater gewonnen, en het blijft een essentiële bron van drinkwater voor de omliggende steden, met name Amsterdam. Rivierwater uit de Rijn wordt via het Lekkanaal aangevoerd en door de duinen geleid, die fungeren als een biogeochemisch filter. Via kanalen en grondwaterputten wordt dit voorbehandelde rivierwater geïnfiltreerd en vervolgens in gezuiverde vorm weer opgepompt. Zonder de toevoer van rivierwater voor de drinkwatervoorziening zou de grondwaterstand in een duinmassief sterk fluctueren als gevolg van neerslagoverschotten, wat tot uitdroging van valleien zou kunnen leiden. Wanneer grondwater wel wordt aangevuld, ontstaan vaak kwelvalleien waarin nutriëntrijk infiltratiewater stroomt. Tot in de jaren ‘80 en ‘90 van de vorige eeuw werd het water niet voorgezuiverd, wat leidde tot eutrofiëring en de ophoping van fosfaat in het duinzand. Tegenwoordig wordt het infiltratiewater ontfosfateerd om het destijds opgehoopte fosfaat weg te spoelen.

Pas wanneer het zandpakket voldoende is gereinigd, kunnen voedselarme duinvalleivegetaties gedijen in de kwelzones van het kunstmatige infiltratiesysteem, op voorwaarde dat de grondwaterstromen niet te groot zijn. Daarnaast is er afstromend oppervlaktewater dat zich verzamelt in de strandvlakten, sloten en vaarten. Het boezemwater dat de droogmakerij omringt, ligt relatief hoog in het landschap. Een belangrijke trekvaart loopt parallel aan de duinen in het landschap. Beheer De taken van Hoogheemraadschap van Rijnland is droge voeten te houden en het oppervlakte water schoon. Ze reguleren het watersysteem door gebruik te maken van inlaten, stuwen en gemalen. Om water goed te laten afstromen wordt gebaggerd en worden waterplanten verwijderd (de schouw). De taak van de gemeente is om de mogelijkheid te bieden aan mensen om gebruik te maken van het water zoals ligplaatsen voor pleziervaart. Ook beschermen zij de grond langs het water. Door natuur80

vriendelijke oevers aan te leggen kan de gemeente ervoor zorgen dat de oevers minder afkalven, er meer ruimte is voor dieren als kikkers, insecten en salamanders en de waterkwaliteit verbetert. Verzilting In 2018 nam het hoogheemraadschap tijdelijke maatregelen om verdere verzilting van het oppervlaktewater te voorkomen. Dit is met name schadelijk voor de bollenteelt. Hierdoor was recreatievaart op de Leidse Vaart niet mogelijk. Normaliter krijgt het westen van Nederland voldoende zoet water via de Hollandse IJssel, maar dat was toen niet het geval. Om te voorkomen dat het zoutgehalte in het water vanuit het noorden richting de Bollenstreek oprukte, zijn daarom schotten geplaatst onder de noordelijke brug bij Heemstede. De verwachting is dat in de toekomst het verziltingsprobleem zal toenemen vanwege klimaatverandering (droogtes) en bodemdaling.

3.4.2 Lokaal

Het plangebied wordt begrenst door de Leidse Vaart en een aantal sloten, die met elkaar zijn verbonden. De Leidse Vaart staat in open verbinding aan de noordzijde van het gebied. De sloten zijn onderling met elkaar verbonden door duikers, behalve twee sloten die eindigen in het gebied zelf. Bij enkele is begroeiing toegestaan volgens het beheerplan. In het verlengde van de Manpadslaan ligt een brug over de vaart. Ten noorden van het plangebied ligt nog een brug, in het verlengde van de Amstellaan. De Leidse Vaart is een primaire watergang. Op de overgang van de Leidse Vaart naar het gebied ligt een harde beschoeiing. Wat betreft de waterkwaliteit, metingen in Zijkanaal C3 laten zien dat het zoutgehalte in het water varieert tussen 1 en 3 mg/l, wat als licht brak en zwak brak wordt beschouwd. De waterkwaliteit van de Leidse Vaart is ongeschikt bevonden voor zwemmers. De haven van Heemstede is niet bereikbaar vanaf de Leidse Vaart maar via het Heemsteeds Kanaal dat verbonden is met het Spaarne. Op sommige locaties zijn aanmeerplekken voor kleine boten. Ook in de wijk ten noorden van het plangebied zijn aanleglocaties gemaakt voor kleine boten. Er is weinig reliëf aanwezig in het gebied. Het terrein ligt op 0 tot -0,1m NAP. Het grondwaterpeil in het Manpadslaan gebied varieert gedurende het jaar tussen 39cm (GHG) en 75cm (GLG) met 63cm (GVG) in het voorjaar.

Tijdens de uitvoering van het grondonderzoek (zie hoofdstuk 4.2) is de (grond)waterstand in het boorgat van HB01 aangetroffen op circa 0,50 m beneden maaiveld. Dit komt overeen met circa NAP -0,74 m. Conform het Hoogheemraadschap van Rijnland bevindt de projectlocatie zich in het peilgebied PBS_RIJNLANDSBOEZEM. Op basis van dit peilbesluit wordt een freatische grondwaterstand aangehouden van NAP -0,61 m (zomerpeil) en NAP -0,64 m (winterpeil). Het watersysteem wordt gevoed door regenwater en oppervlaktewater. Volgens regenval data van de afgelopen 30 jaar is de minimale neerslag 0,186 mm/dag en de maximale 7,416 mm/dag. Gezien het oppervlak van Manpadslaan van 117.602 m2 moet er maximaal 872 m3 worden opgevangen of afgevoerd. 81

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

Zoekgebied water Gebieden waar vergoeding aan kan worden ontleend via agrarisch natuur- en landschapsbeheer aan blauwe diensten t.b.v. waterschapsdoelen. Plangebied

3D Doorsnede van het oppervlakte water in de regionale context van Manpadslaan

82

83

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

3.4.3 Waterkwaliteit

In het gebiedsdocument ‘Trekvaartsysteem’ KRW3 van Hoogheemraadschap van Rijnland wordt de huidige toestand van de Leidsevaart en daarmee de sloten in het gebied van Manpadslaan op het gebied van biologie als ‘matig’ beschouwd en op het gebied van chemie voldoet het niet. De grote overmaat van nutriënten is ook een probleem. De waterkwaliteit staat onder zware druk vanwege de zandige bollenpercelen. Rijnland heeft “zoekgebieden” geïntroduceerd die hydrologisch met de Leidse Vaart zijn verbonden (zelfde peilgebied en niet gescheiden door stuwen of dammen). Ze hebben een belangrijke invloed op de waterlichamen. Er is een overmaat fosfor aanwezig in het Trekvaartsysteem. Het knelpunt is dat er onvoldoende onderwaterplanten zijn, of ze krijgen niet voldoende licht waardoor zij niet kunnen groeien. Er wordt geadviseerd om natuurvriendelijke oevers aan te leggen. Ook wordt het Gebied Manpad op een kaart aangeduid als kansrijke locatie voor het aanbrengen van natuur (vernatting en natuurviendelijke oevers). Het Gebied Manpad kan dus een belangrijke rol spelen bij het verbeteren van de waterkwaliteit en natuur. Het aanleggen van natuurvriendelijke oevers kan bijdragen aan de verbetering van de waterkwaliteit in de Leidse Vaart. De vraag is echter of hiermee de optimale natuurwaarden kunnen worden gecreëerd in het Gebied Manpad.

Zo wordt namelijk vervuild water uit het Trekvaartsysteem toegelaten die het behalen van natuurdoelen kan bemoeilijken. Mogelijk kan er een combinatie worden gezocht van een systeem dat verbonden blijft met de Leidse Vaart (Noordwest) en een afgekoppeld systeem waar de waterkwaliteit en natuurwaarde geoptimaliseerd kunnen worden. De sloten kunnen worden afgekoppeld door middel van een stuwtje. Om dit te realiseren, zal ook onderzocht moeten worden of de toplaag van de bodem geschikt is, of dat deze deels moet worden afgegraven om aanwezige voedingsstoffen in het gebied te verwijderen, zodat ruimte wordt gecreëerd voor voedselarme (regen- en kwelgestuurde) natuur.

3D Doorsnede van het oppervlakte water in de lokale context van Manpadslaan met suggestie duiker en afplaggen

Een lokaal voorbeeld hiervan is het natuurvriendelijk ingerichte Vochtige Hooiland dat ligt tussen het landgoed Leyduin en de Leidse Vaart. In 2012 is hier door Landschap Noord-Holland ca. 9 hectare intensief beweid grasland afgeplagd om het terug te brengen in de staat zoals het ooit was. Volgens boswachter Kees Perquin bestaat de grond nu bijna alleen uit zand, met schoon kwelwater uit de duinen. Op dit moment groeien er in dit waterrijke gebied zo’n 150 plantensoorten, waaronder orchideeën. Wellicht kan een dergelijk natuurtype ook in het plangebied gerealiseerd worden.

primair oppervlaktewater overig oppervlaktewater

geen begroeiing toegestaan 10% begroeiing toegestaan

20% begroeiing toegestaan

Legger oppervlakte wateren van Hoogheemraadschap Rijnland van de omgeving van het plangebied

84

85

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

Foto van de sloot met begroeiing in het midden van het plangebied en het volkstuinen complex rechts

86

87

3.5

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

Ruimtelijk Er zijn verschillende ruimtelijke analyses voor het gebied gemaakt. Voorbeelden hiervan zijn: 1) de analyse gemaakt door SAB met betrekking tot de context, 2) een studie van v-eld naar bruikbare uitgangspunten voor een ruimtelijke ontwikkeling van het gebied en 3) de ruimtelijke analyses van het Gebied Manpad door Karres en Brands en Delva. Vastgesteld wordt dat de gewenste openheid in het gebied voor een groot deel wordt geblokkeerd door bijvoorbeeld de kassen. Ook worden mogelijke zichten geïdentificeerd en ingegaan op de ruimtelijke kwaliteiten in de omgeving.

3.5.1 Regionaal

Door SAB wordt het Gebied Manpad toegeschreven aan de westelijke overgangszone tussen centrale strandwal en strandvlakte. Deze zone wordt beschreven als een regelmatig mozaïek van landgoederen, woongebieden en een tuinbouwgebied. Op regionaal schaalniveau valt op dat de ontwikkeling van de westelijke overgangszone van de gemeente Heemstede heeft geleid tot een situatie waarbij die zone steeds meer gaat lijken op de strandwal. Oorspronkelijk had de strandvlakte een meer open karakter. De open ruimtes slibben dicht met bebouwing en opgaande beplanting en het karakteristieke onderscheid van de open strandvlakte en de besloten strandwal verdwijnt. Het Gebied Manpad is het enige gebied in die zone waar het onderscheid nog zichtbaar is.

Manpadslaan richting het noorden, maar ook het zicht tussen de Leyduin en Groenendaal. Ook heeft het een negatieve invloed op het beeld van het gebied gezien vanaf de Leidse Vaart.

3.5.3 Uitgangspunten

De belangrijkste ruimtelijke uitgangspunten voor de ontwikkeling van het gebied zijn: 1. Het Gebied Manpad ligt in een strandvlakte. Het Gebied Manpad is het enige gebied waar de open ruimte van de strandvlakte nog te ervaren is. Het middendeel van het gebied moet daarom open blijven. 2. Het weghalen van de kassen zal de doorzichten tussen de Leyduin en Groenendaal versterken. 3. Bij de planvorming moet rekening worden gehouden met de manieren waarop het gebied vanuit alle richtingen wordt ervaren. De Manpadslaan, Leidse Vaart, Herenweg en het spoor spelen een cruciale rol als belangrijke routes rondom het gebied. 4. In het plangebied moet gestreefd worden naar één samenhangend karakter. 5. Nieuwe bebouwing past binnen de regionale context, bijvoorbeeld door aan te sluiten bij de sfeer van Manpadslaan en de omliggende landgoederen en/of is aanvullend voor de minder gunstige rand van de Rivierenbuurt. 6. Ruimtelijke kwaliteit kan worden toegevoegd door het groene karakter te versterken. 7. De ruimtelijke beleving van het landschap kan worden verbeterd door het gebied beter toegankelijk te maken en aan te haken bij het omliggende recreatieve netwerk zoals de trekvaart, Herenweg en manpadslaan.

3.5.2 Lokaal

In het Gebied Manpad zijn grote verschillen in ruimtelijke kwaliteit te herkennen. De zuidkant van het gebied, gekenmerkt door Manpadslaan en Huis te Manpad, beschikt over de meeste ruimtelijke kwaliteiten. Deze rand is ook vanuit cultuurhistorisch oogpunt het meest interessant, omdat verschillende tijdlagen goed leesbaar zijn. Aan de Manpadslaan staat riante en monumentale beplanting en er liggen grote, ruim beplante kavels aan de noordzijde. Ook wordt de Manpadslaan gezien als de belangrijkste recreatieve schakel in het fietsroutenetwerk tussen Groenendaal en de duinen. Op beide locaties zijn veel wandel- en fietsroutes aanwezig. De Manpadslaan, samen met de wegen parallel aan de kust zoals de Herenweg en de Leidse Vaart, vormen de belangrijkste routes van waaruit het gebied kan worden ervaren. Het noordelijke deel van het gebied wordt begrensd door de achterkanten van de bebouwing van de Rivierenbuurt, wat een negatieve invloed heeft op de ruimtelijke kwaliteit van het open gedeelte van het Gebied Manpad. Dit deel van het gebied is vanuit cultuurhistorisch oogpunt het minst interessant. Het middengebied met de kassen en de schuren is grotendeels verouderd en vervallen en heeft een verrommeld karakter. Ze ademen nog wat van de geschiedenis van het de bollenteelt, maar hebben niet veel overgehouden van de kwaliteit van toen. Dit deel blokkeert de zichten vanaf de 88

De ‘lange lijnen’ parallel aan de kust en op de grens van strandvlakte en -wal, worden gevormd door de Leidse Vaart, spoorlijn, Herenweg en Glipper Dreef en zijn de dragers van de ruimtelijke structuur op regionaal niveau. Ook wordt vanaf deze lijnen door veel mensen het landschap beleeft (SAB, 2004)

89

G E B I E D

90

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

De Manpadslaan heeft een grote kwaliteit en draagt bij aan de landelijke uitstraling van het gebied

De Manpadslaan vanaf het bruggetje

Grootste ruimtelijke kwaliteiten in het gebied: doorzichten en Manpadslaan Het Manpadslaangebied en de diverse interessante doorzichten

Zicht tussen woning en bedrijvengebouw aan de Herenweg richting duinen

Landelijke sfeer van de Manpadslaan

-

V O LU M E

1

91

G E B I E D

92

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

Vanaf de Manpadslaan is geen ruimtelijk contact met het open gebied

Verrommeld gebied: opslag en oude vervallen plastic kas in zuidwesthoek

Kwaliteit van voormalige bollenschuur en rijksmonument aan de Herenweg

Bebouwing en kassen langs de Leidse Vaart

-

V O LU M E

1

93

G E B I E D

Zichtlijn tussen Leyduin en Groenendaal herstellen door kassen weg te halen (Delva 2020).

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

Recreatief netwerk tussen Leyendaal (Leyduin) en Groenendaal (Delva, 2020)

Het zicht tussen Groenendaal en Leyduin wordt momenteel geblokkeerd, lange zichten worden verhinderd. Het open gebied aan de Herenweg staat gevoelsmatig niet in verbinding staat met de andere open ruimtes aan de vaart. Door een samenhangende, open ruimte te maken kan de volledige breedte van de strandvlakte weer worden ervaren (v-eld 2012).

94

95

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

1:2500

Plangebied Ondertitel voor afbeeldingen, diagrammen en tabellen

96

Ondertitel voor afbeeldingen, diagrammen en tabellen

97

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

Rivierenbuurt

Spoorlijn Volkstuinen Agrarisch gebied (mais)

Leidse Vaart

Bedrijfsverzamelgebouw

Kavel provincie

1:2500 Volkstuinen Kassen Herenweg Groenendaal Bollenschuur Kassen

Bollenschuur

Manpadslaan Plangebied Ondertitel voor afbeeldingen, diagrammen en tabellen

Ondertitel voor afbeeldingen, diagrammen en tabellen

Huis te Manpad

98

99

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

Hoofdstuk 4

O N T W I K K E LV I S I E

Technische onderzoeken

-

V O LU M E

1

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

“Het gebied heeft de potentie voor hoogwaardige natuurontwikkeling, afhankelijk van het ontwerp.”

Ondertitel voor afbeeldingen, diagrammen en tabellen

102

Ondertitel voor afbeeldingen, diagrammen en tabellen

103

G E B I E D

Ondertitel voor afbeeldingen, diagrammen en tabellen

104

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

Ondertitel voor afbeeldingen, diagrammen en tabellen

105

4.1

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

Aerius berekeningen In oktober 2024 is door ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot een herijking van de stikstofberekening uit 2023 gemaakt in het kader van de Wet natuurbescherming. Uit de conclusie blijkt dat bij (interne) saldering van het bestaande gebruik op de referentiedatum, de huidige projectbijdrage van zowel de beide aanlegfases als de gebruiksfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Inmiddels heeft de uitspraak van de Raad van State in het stikstofdosier veel stof doen opwaaien. Nu moet een passende beoordeling worden gemaakt. Deze is in de maak bij Witteveen en Bos.

4.1.1 Aanleiding en methode

Nederland heeft zich verplicht om bepaalde vegetaties te beschermen binnen het Natura 2000-netwerk van gebieden, vanwege de Europese Habitatrichtlijn. Sommige van deze vegetaties zijn gevoelig voor bodemverrijking en verzuring, en de neerslag van stikstofmoleculen. Dit is vooral zorgelijk als de maximale depositiewaarde (KDW) voor stikstof op deze vegetaties al is bereikt. Het plan is de te realiseren bebouwing in het gebied zonder gasaansluiting aan te leggen, maar er is wel sprake van extra verkeer en de inzet van mobiele werktuigen door de herinrichting. Alle verbrandingsprocessen waarbij fossiele brandstoffen en hitte zijn betrokken, leveren door oxidatie van vrije stikstof uit de lucht de gebonden stikstofoxiden nitriet (NO2) en/of nitraat (NO3). Tevens komt soms ammoniak (NH3) vrij. De gebonden stikstofmoleculen worden na verbranding luchtzijdig verspreid en slaan na verloop van tijd neer. De gebonden moleculen werken na het neerslaan vervolgens bodemverrijkend en/of verzurend. Om depositie van het project te berekenen wordt de meest recente versie van de rekentool ‘Aerius’ (AERIUS 2023, 2023) gebruikt. In de berekening wordt de projectbijdrage door Aerius Calculator exact berekend, waarbij ook habitattypen, vegetaties of Natura 2000-gebieden op meer dan 3 km afstand betrokken worden.

De depositie op de meest nabijgelegen ‘stikstofgevoelige habitattypen’ (zoals gedefinieerd in Aerius) wordt doorgerekend om te onderzoeken of deze hoger is dan 0,00. Bij de berekening van stikstofemissie zijn twee fases te onderscheiden, de aanlegfase (sloop en bouw) en de gebruikfase (gebruik ontwikkelde gebied na afloop van de aanlegfase, inclusief verkeersaantrekking).

4.1.2 Resultaat

Aanlegfase De stikstofemissies tijdens de aanlegfase (sloop en bouw) zijn toe te wijzen aan het gebruik van mobiele werktuigen op de bouwplaats en de verkeersaantrekkende werking tijdens de werkzaamheden. De aanlegfase zal ongeveer twee jaar in beslag nemen. 106

De totale bijdrage van aanlegfase 1 2025 komt uit op 159,9 kg NOx/jaar en 6,1 kg NH3/jaar. Uit de berekeningen blijkt dat de projectbijdrage van aanlegfase 1 2025 van het initiatief op Natura 2000-gebieden (Kennemerland-Zuid) maximaal 0,18 mol/ha/jaar is, waarbij een toename van depositie wordt berekend op een oppervlak van 671,35 hectare. Deze bijdrage wordt in principe als vergunningplichtig beschouwd. De totale bijdrage van aanlegfase 2 2026 (inzet mobiele werktuigen en verkeersaantrekking door bouw en gebruik) komt uit op 191,2 kg NOx/jaar en 7,4 kg NH3/jaar. Uit de berekeningen blijkt dat de projectbijdrage van aanlegfase 2 2026 van het initiatief op Natura 2000-gebieden (KennemerlandZuid) maximaal 0,17 mol/ha/jaar is, waarbij een toename van depositie wordt berekend op een oppervlak van 778,92 hectare. Deze bijdrage wordt in principe als vergunningplichtig beschouwd. Gebruiksfase De stikstofemissies tijdens de gebruikfase is toe te wijzen aan één bron. Het betreft de verkeersaantrekkende werking van het gebruik van het totaal aantal woningen van zowel deelgebieden 1 als 2. De verwachting is dat de woningen in 2027 volledig in gebruik zijn. Er wordt bij de berekening met betrekking tot gebruik uitgegaan van 149 woningen, verdeeld over verschillende type. De bebouwing wordt gasloos en zonder andere stookinstallaties aangelegd, zodat hier van emissie geen sprake is.

De totale bijdrage van de gebruikfase (verkeersaantrekking) betreft 97,0 kg NOx/jaar en 3,7 kg NH3/ jaar. Uit de berekeningen blijkt dat de projectbijdrage van aanlegfase 2 2026 van het initiatief op Natura 2000-gebieden (Kennemerland-Zuid) maximaal 0,08 mol/ha/jaar is, waarbij een toename van depositie wordt berekend op een oppervlak van 319,59 hectare. Deze bijdrage wordt in principe als vergunningplichtig beschouwd. Saldering Omdat in de referentiesituatie sprake was van een zekere uitstoot van stikstof, en deze bij aanwijzen van de Natura 2000-gebieden reeds bestond, wordt deze gerekend tot ‘bestaand gebruik’ en kan de jaarlijkse uitstoot hiervan worden afgetrokken van de nieuwe uitstoot. Deze verrekening heet ‘saldering’. Uit de berekeningen blijkt dat op alle natuurgebieden de projectbijdrage van het initiatief 0,00 mol/ ha/jaar is. Door het verdwijnen van het huidige gebruik wordt er met deze berekening een kleine afname van depositie in de omgeving berekend van 0,05 mol N/ha/jr in de eerste aanlegfase; 0,06 mol N/ha/jr in de tweede aanlegfase en 0,14 mol N/ha/jr in de gebruiksfase.

107

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

Overige gebiedsbeschermende natuurwetgeving In het plangebied is mogelijk sprake van soorten die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb). Bij (tijdelijke) werkzaamheden in de aanlegfase of in de gebruiksfase bestaat de kans dat deze soorten of hun (essentiële) leefomgeving verstoord of vernietigd worden. Geadviseerd wordt een vooronderzoek uit te laten voeren waarin de potentie hiervan wordt onderzocht, een zogeheten (ecologische) quickscan. Gezien de ligging van het plangebied in de nabijheid van het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid is een aanvullende toetsing, buiten de berekening van de stikstofemissie, van de gevolgen van dit plan voor dit Natura 2000-gebied mogelijk aan de orde. Aanbevolen wordt hierover een vooroverleg te organiseren met het bevoegd gezag (Provincie Noord-Holland). Inmiddels is een onderzoek naar soorten die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming nagenoeg afgerond door ecologisch adviesbureau Van der Goes en Groot. Links: plangebied in huidige situatie, met onderverdeling in deelgebieden/fase 1 en 2. Rechts: test woningbouwprogramma.

Beschermde natuurwaarden in de omgeving van het plangebied (Van der Goes en Groot, 2023)

108

109

4.2

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

Grondboringen

Geosonda van GeoRisQ BV heeft een grondonderzoek uitgevoerd in het gebied. De resultaten van het grondonderzoek zijn in het veldrapport opgenomen. In het uitgevoerde grondonderzoek zijn verschillende metingen uitgevoerd waaronder een KLIC-melding en boorstaten afgenomen op 3 locaties (HBO01 t/m HBO03). De handboringen zijn uitgevoerd conform ISO14688d1 v2019c2020 tot een diepte van 5 m beneden maaiveld.

Locatie grondboringen in Gebied Manpad

110

Resultaat grondboring HBO01

111

G E B I E D

Resultaat grondboring HBO02

112

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

Resultaat grondboring HBO03

113

4.3

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

Ecologische potentie In 2024 is een ecologisch advies uitgebracht in opdracht van de gemeente Heemstede door Copijn Boomspecialisten, in verband met de herontwikkeling van het gebied Manpad te Heemstede. Gemeente Heemstede wilde hierdoor meer inzicht krijgen in de mogelijkheden voor het bestemmen van het gebied voor woningbouw én tegelijkertijd het waardevoller maken van het gebied voor ecologie en landschappelijke waarden. De ambitie is in dit gebied kwalitatief hoogwaardige natuur te ontwikkelen.

4.3.1 Context en hoofdlijn van bevindingen

Het gebied Manpadslaan heeft een flinke aaneengesloten omvang (24 hectare) met daarbinnen diverse watergangen. Een deel van het gebied is agrarisch (landbouw en tuinbouw) in gebruik en langs de randen staan woningen en bedrijfsgebouwen. Aanwezige dier- en plantensoorten vormen de spiegel van de huidige natuurkwaliteit. De waargenomen soorten zijn grotendeels algemeen voorkomend. Alleen kneu, snor en veldleeuwerik staan op de Rode lijst. Het zijn soorten die het karakter van het gebied weerspiegelen met de aanwezigheid van struweel, water met riet en open terrein. De potentiële oost-west verbinding met aangelegen natuurgebieden is door de vele barrières slecht en zonder ingrijpende maatregelen (diverse vormen van faunapassages) niet te realiseren. De verbinding in de noord-zuidrichting is over land aanwezig, maar niet sterk en loopt in noordelijke richting dood in de woonwijk. Van noord naar zuid is een natte verbinding mogelijk. Momenteel is de bijdrage aan de natte verbinding in het gebied zeer beperkt bijvoorbeeld vanwege de hoge verharde oever langs de Leidse Vaart. Het gebied kan een belangrijke ecologische functie gaan vervullen als het wordt ingericht als stapsteen in de natte natuurverbinding ‘ZNV1 Haarlemmermeer en omgeving’. Doordat het gebied grenst aan landgoederen en duinen met bosgebieden, kan het gebied ook een beperkte rol spelen voor bos- en parknatuur.

4.3.2 Aanpak

Voor het opstellen van deze notitie is gestart met een bureaustudie. Hiervoor zijn diverse rapporten en websites geraadpleegd. Er is gebruik gemaakt van de door Van der Goes en Groot opgestelde rapporten, van beschikbare flora en fauna informatie vanuit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), van reliëf en hoogteligging gegevens verkregen via www.ahn.nl, van de bodemdata digitaal verkregen via Wageningen Universiteit, van informatie over het watersysteem via de legger van het hoogheemraadschap en informatie die van Provincie Noord Holland over de wezenlijke kenmerken en waarden van de Natura 2000 gebieden, NNN-gebieden en ecologische verbindingszones. Via de www.topotijdreis.nl is inzicht gekregen in de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied en de directe omgeving vanaf 1815 tot nu. Aanvullend op de bureaustudie heeft een veldbezoek plaatsgevonden

114

om een indruk te krijgen van de ligging van het gebied en de ruimtelijke relaties. De bevindingen zijn geanalyseerd en geïnterpreteerd en hebben geleid tot een beoordeling. Veldbezoek Het veldbezoek betrof een fietsverkenning van het gebied rondom de Manpadslaan. Aan de zuidzijde bevonden zich woningen, kassen en bedrijfsgebouwen langs sloten, met de buitenplaats Huis te Manpad in het zuiden. De westzijde grensde aan de Leidse Vaart met een voormalig jaagpad, en aan de westkant was er een spoorlijn met watergangen. Richting het oosten waren akkerland, kassen, een bomenhaag en volkstuinen zichtbaar. Het volkstuinencomplex heeft een gevarieerde uitstraling, van goed onderhouden tot rommelig, met overjarige vegetatie zoals fruitbomen en hagen in sommige tuinen. Aan de noordzijde scheidde een watergang het gebied van de Rivierenbuurt. De oostzijde werd begrensd door de Herenweg, waarbij een groenstrook het vrije zicht naar de duinen beperkte. Het gebied had variabele volkstuinen en ondergrondse waterleidingen van oost naar west, waarop geen permanente objecten mogen worden geplaatst. Ecologische studies en waargenomen soorten De gemeente Heemstede heeft recentelijk ecologische studies laten uitvoeren om de natuurwaarden en kwaliteitsverbeteringen in kaart te brengen.

De ‘Natuurwaardenkaart van Heemstede’ door Van de Goes en Groot uit 2008 beoordeelde gebieden op basis van criteria zoals natuurlijkheid, vervangbaarheid, ligging, biodiversiteit en de aanwezigheid van beschermde soorten. Landgoederen en bijbehorende bossen bleken de belangrijkste natuurgebieden te zijn, met hoge of zeer hoge waardering. Graslanden en agrarische gebieden in het westelijke deel van Heemstede scoorden lager. Het Manpadslaan-gebied, hoewel beoordeeld als ‘vrij hoog’ vanwege het voorkomen van de rugstreeppad, werd herzien naar ‘gemiddeld’ vanwege de onnatuurlijke opbouw en beperkte soortenrijkdom. De waarnemingen in het gebied omvatten broedvogels, vaatplanten en enkele andere diersoorten, vooral langs de Leidse Vaart, Manpadslaan en volkstuinen. Enkele soorten zoals kneu, snor en veldleeuwerik vertegenwoordigen het gebied, hoewel de lijst niet uitputtend is en in het verleden ook amfibieën en grondgebonden zoogdieren zijn gemeld. Verbindingszone ZNV1 De ecologische verbindingszone ZNV1 is bedoeld als een natuurlijke corridor tussen grote waterrijke natuurgebieden in Zuid-West Rijnland en de Amstel, Gooi en Vechtstreek, en dient als een migratieroute voor soorten zoals de boommarter. Het bestaat uit brede watergangen, moeraszones, graslanden langs oevers en open water.

Deze 25 meter brede corridor met 5 meter brede oeverzones aan beide zijden verbindt sleutelgebieden via “stapstenen” met voedsel en beschutting voor soorten. De watergangen worden gekenmerkt door brasem en snoekbaars, terwijl de oevers belangrijk zijn voor amfibieën, reptielen en kleine marterachtigen. Het biedt ook broedgebied en migratieroutes voor moeras- en rietvogels, vleermuizen en migrerende otters. Doelsoorten zijn zorgvuldig geselecteerd om de verbinding te optimaliseren. 115

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

Bijzonder Provinciaal Landschap Het gebied Manpadslaan maakt geen deel uit van het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL). Ook valt het gebied niet onder een van de zichtlijnen die als kernkwaliteit staat beschreven onder ‘Openheid en ruimte beleving’ van het BPL Zuid-Kennemerland. Potentiële ecologische verbindingen Het Manpadslaan-gebied heeft aanzienlijke fysieke barrières die grondgebonden dieren belemmeren om de oost- en westzijden met elkaar te verbinden. Deze omvatten een hekwerk bij Wandelbos Groenendaal, de drukke N208-weg met woningen en bedrijfsgebouwen langs het voetpad, en een harde beschoeiing langs de Leidse Vaart. Hoewel er sloten binnen het gebied zijn, ontbreekt een brede droge verbinding voor veilige migratie. Buitenplaats Huis te Manpad ten zuiden van het gebied biedt potentieel voor een ononderbroken oost-west droge verbinding vanwege de oude bomen en lage recreatiedruk, maar er zijn faunavoorzieningen nodig om de bestaande barrières te overwinnen. Aan de noord- en zuidzijde van het Manpadslaan-gebied zijn geen natuurlijke verbindingen tussen gebieden. Het noorden bestaat uit een woonwijk zonder natuurfunctie, terwijl aan de zuidkant Buitenplaats Huis te Manpad, een onderdeel van het NNN met oude bossen en biodiversiteit, ligt.

De focus voor natuurverbetering ligt op het verbeteren van de oost-west verbinding, vooral bij de slangenmuur aan de noordzijde, die de gronduitwisseling belemmert. Hoewel er hindernissen zijn in de noord-zuidrichting, zoals woningen, sloten en de Manpadslaan, zijn deze minder extreem en gevaarlijk, waardoor grondgebonden soorten er beter en veiliger kunnen bewegen. Langs de Leidse Vaart is er een harde en hoge oeverbeschoeiing die niet geschikt is voor watergebonden soorten.

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL)

Natuurverbindingen

Verbindingszone Leidse Vaart

NNN, BPL, ecologische verbindingszone ZNV1 en verbindingszone Haarlemmertrekvaart (blauwe stippen)

Ecologische potentie Manpadslaan Het gebied Manpadslaan kan een belangrijke ecologische functie gaan vervullen als het wordt ingericht als stapsteen in de natte natuurverbinding ‘ZNV1 Haarlemmermeer en omgeving’. Er zijn diverse doelsoorten voor de verbindingszone benoemd. Voor het gebied Manpadslaan is een selectie gemaakt. De inrichting van het gebied dient te worden afgestemd op de eisen die deze soorten aan hun leefomgeving stellen. Doordat het gebied grenst aan landgoederen en duinen met bosgebieden, kan het gebied ook een beperkte rol spelen voor bos- en parknatuur. Een stapsteen heeft een omvang van 5,5 hectare. De corridor (zone langs de Leidse Vaart) heeft een breedte van 25 meter en bestaat uit water en een oeverzone van minimaal 5 meter breed aan weerszijden. Naast de stapsteen wordt in het gebied Manpadslaan een fijnmazig watergebonden netwerk aangelegd. Het karakter van de waterpartijen is overeenkomstig de corridor. Het netwerk gaat over in haarvaten die ook op het droge een inrichting kunnen hebben. Op deze wijze draagt het hele gebied bij aan de ontwikkeling van natuurwaarden en wordt invulling gegeven aan de ambitie kwalitatief hoogwaardige natuur.

Barrières ecologische oost-west verbinding Manpadslaan

116

117

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

Impressie natuurinrichting gebied Manpadslaan De inrichting van het gebied biedt rust-, verblijf-, foerageer- en voortplantingsgebieden voor verschillende soorten. Dit betekent dat het een gevarieerde inrichting krijgt. Diverse gradiënten gaan voorkomen: gradiënten in vochtigheid, hoogteligging, openheid, beschaduwing en toegankelijkheid. Voortplantingsplaatsen zijn bijvoorbeeld paaiplaatsen voor vis, van vis afgesloten poelen voor amfibieën, ruige oeverzones voor kleine zoogdieren en allerlei ongewervelden en specifieke waardplanten voor bepaalde vlindersoorten. Om invulling te kunnen geven aan de functie als paaiplaats dient het watertype een andere kwaliteit te hebben. Een type met helderder water en meer (ondergedoken) waterplanten. Bijvoorbeeld het type Ruisvoorn-Snoek of Snoek-Blankvoorn. Toetsing drie ontwerpen Ten behoeve van berekeningen en besluitvorming van de toekomstige situatie Manpadslaan zijn drie inspiratiebeelden voorgesteld: Panorama, State en Waterrijk. Deze inspiratiebeelden zijn door Copijn alvast getoetst aan de vereisten voor een kwalitatief hoogwaardige natuurontwikkeling middels de ontwikkeling van een stapsteen en het fijnmazige netwerk de woonwijk in. ‘Panorama’ scoort in deze toetsing het hoogst op de mogelijkheden voor de stapsteen en de andere twee inspiratiebeelden scoren hoger op de andere criteria.

Daarbij stelt Copijn dat het maken van de stapsteen de zwaarste waardering verdient, maar in de tekst wordt uitgelegd dat ook het maken van de verbinding met Huis te Manpad door het realiseren van verwante habitattypen veel op kan leveren. Voor het vervolg en het maken van het uiteindelijke Landschaps- en Stedenbouwkundig plan is het van belang deze toetsing als een eerste vingeroefening te zien die bruikbare handvatten oplevert voor het maken van het uiteindelijke ontwerp. Daarbij verdient het aanbeveling om een groot aaneengesloten gebied in het plan te hebben, dat met de Leidse Vaart verbonden is en dat gekenmerkt wordt door een wat nattere natuur. En bovendien is het van belang daarbij niet de andere ecologische mogelijkheden in het gebied uit het oog te verliezen. Deze zullen immers ook bijdragen aan de kwaliteit van de stapsteen. Hoe meer gradiënten van hoog en droog naar laag en nat gemaakt kan worden, hoe rijker ook die stapsteen zal worden.

Referentie beelden die wenselijke natuurinrichting weerspiegelen

Beoordeling van de drie ontwerpen op verschillende natuurcriteria

118

119

4.4

G E B I E D

M A N PA D

O N T W E R P

O N T W I K K E LV I S I E

-

V O LU M E

1

Kabels en leidingen In het gebied liggen 3 cruciale waterleidingen die water aan- en afvoeren richting duinen en drinkwaterbedrijven. Op de zone van de leidingen is weinig mogelijk. Voor de woningbouw is een ontsluitingsweg nodig die in de buurt ligt van deze waterleidingen en ze ook kruist. Hiervoor dient het bestaande maaiveld lokaal te worden opgehoogd, waardoor zettingen van de ondergrond en mogelijk grondvervormingen onder de waterleidingen kunnen optreden. In een onderzoek zijn evenwichtsberekeningen uitgevoerd om aan te tonen of deze grondvervormingen vermeden kunnen worden. Ook is gecontroleerd of de ontsluitingweg evenwijdig aan de zuidelijke waterleiding zonder aanvullende maatregelen kan worden uitgevoerd.

4.4.1 Proefsleuven

Op pagina 122 is de KLIC melding van de leidingen te zien. In het gebied zijn proefsleuven gemaakt om de locatie van de leidingen te testen en eventuele afwijkingen ten opzichte van de KLIC te identificeren. De bovenkant van de waterleidingen ligt circa 1,44 m onder maaiveld. De afstand tussen de zijkant van de beoogde weg en de zijkant van de (zuidelijke) waterleiding bedraagt circa 3,0 m. Het betreft drie waterleidingen van: • 800 mm, bovenzijde van NAP-1,27 m tot NAP -2,21 m; • 1500 mm, bovenzijde van NAP-1,74 m tot NAP -2,22 m; • 1200 mm, bovenzijde van NAP-1,44 m tot NAP -2,31 m. De kaart op de volgende pagina geeft de locatie van de waterleidingen aan ten opzichte van de eerder uitgevoerde KLIC-melding.

4.4.2 Grondonderzoek

Voor het opstellen van het geotechnisch advies is gebruik gemaakt van uitgevoerde grondonderzoek, zie hoofdstuk 4.2. Voor de optimalisatie van de wegconstructie evenwijdig aan de waterleiding wordt geadviseerd in een latere fase van het project aanvullend geotechnisch grondonderzoek in de vorm van enkele sonderingen uit te laten voeren om de aangehouden grondopbouw in de zettingsberekening te controleren. Dit aanvullend grondonderzoek kan tevens worden toegepast voor het dimensioneren van een eventueel toe te passen grondkering/ beschoeiing.

Testprojectie van mogelijke verharding t.b.v. ontsluiting naast de diverse waterleidingen in het smalste stuk op de locatie.

Bovenzijde -1.27

Wa terl ei

din

Bovenzijde -1.74 Bovenzijde -1.44

Wate rl

eidin g

Wat er

leidi

ng 1

g8

00m

m

1500

mm

200m

m

Bovenzijde -2.22 Bovenzijde -2.31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/2765/documents/43318