Bijlage 11. Eerste fase onderzoek sociale veiligheid - DSP-groep
Tekst van het document
Eerste fase onderzoek sociale veiligheid Drie mogelijke locaties AZC gemeente Heemstede Auteurs: Tobias Gnimavo, Jelle Snoek en Paul van Egmond Contactgegevens Augustus, 2026. Tobias Gnimavo tgnimavo@dsp-groep.nl Jelle Snoek jsnoek@dsp-groep.nl Paul van Egmond pvanegmond@dsp-groep.nl DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 1 Inhoudsopgave Managementsamenvatting ....................................................................................................... 2 1. Inleiding .......................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ................................ ................................ ................................ ............................. 4 1.2 Doel van het onderzoek ................................ ................................ ................................ ........ 4 1.3 Onderzoeksvragen ................................ ................................ ................................ ................ 4 1.4 Leeswijzer................................ ................................ ................................ .............................. 5 2. Onderzoeksaanpak ........................................................................................................... 6 2.1 Veiligheidseffectrapportage ................................
................................ ................................ .. 6 2.2 Onderzoeksactiviteiten ................................ ................................ ................................ ......... 6 2.3 Beoordeling van risico’s ................................ ................................ ................................ ........ 7 2.4 Sociale veiligheid en VOB ................................ ................................ ................................ ...... 7 3. Context opvanglocaties ..................................................................................................... 9 3.1 Kenmerken COA-opvanglocatie ................................ ................................ ............................ 9 3.2 Resultaten onderzoek criminaliteit, overlast en veiligheidsgevoel ................................ .... 10 4. Locatieanalyses............................................................................................................... 12 4.1 Cruquiusbrug ................................ ................................ ................................ ....................... 12 4.2 AWZI ................................ ................................ ................................ ................................ ... 22 4.3 Leidsevaartweg 73 ................................ ................................
................................ .............. 30 5. Conclusie ....................................................................................................................... 39 6. Bijlage - Bronnenlijst ...................................................................................................... 40 DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 2 Managementsamenvatting Gemeenten hebben op grond van de Spreidingswet een wettelijke taak in de opvang van asielzoekers. De gemeente Heemstede wil bijdragen aan het realiseren van voldoende opvangcapaciteit en onderzoekt daarom drie mogelijke locaties voor een reguliere COA- opvanglocatie voor circa 160 bewoners: Cruquiusbrug, AWZI en Leidsevaartweg 73. Om de besluitvorming zorgvuldig te kunnen voorbereiden, heeft de gemeente DSP-groep gevraagd de verwachte effecten van deze locaties op sociale veiligheid en leefbaarheid in beeld te brengen. De centrale onderzoeksvraag luidt: wat zijn de verwachte effecten van de beoogde opvanglocaties op de veiligheid en leefbaarheid, zowel op de locaties zelf als in de directe omgeving? DSP-groep voerde een veiligheidseffectrapportage uit. Het onderzoek combineerde documentanalyse, interviews en schouwen per locatie bij daglicht en bij donkerte. Dit onderzoek betreft een eerste fase.
Omdat twee van de drie locaties ten tijde van het onderzoek nog vertrouwelijk waren, is input van omwonenden en ondernemers in de omgeving nog niet meegenomen. Deze input hoort thuis in een vervolgfase. Uit het onderzoek blijkt dat sociale veiligheid op alle drie de locaties kan worden geborgd, mits passende maatregelen worden getroffen. Tegelijkertijd verschillen de locaties duidelijk in uitgangspositie, type risico’s en omvang van de benodigde maatregelen. Bij alle locaties is sprake van een verandering in gebruik: een opvanglocatie voor circa 160 bewoners leidt tot intensiever gebruik van de locatie en extra voetgangers-, fiets- en openbaarvervoersbewegingen richting voorzieningen, winkels en openbaar vervoer. Cruquiusbrug heeft vanuit sociaalveiligheidsperspectief de meest gunstige uitgangspositie. De locatie is goed zichtbaar vanuit de omgeving, kent een continue stroom van fietsers, wandelaars en gemotoriseerd verkeer en ligt in een omgeving waar momenteel weinig veiligheids- of leefbaarheidsproblemen worden ervaren. Risico’s doen zich met name voor bij de ontsluiting van het terrein en op plekken waar verlichting ontbreekt of ongelijkmatig is. Ook de tunnel onder de Cruquiusbrug, locaties waar groen het zicht beperkt en het niet-afgeschermde open water vormen aandachtspunten vanuit het oogpunt van sociale veiligheid.
Met gerichte maatregelen, zoals een veilige ontsluitingsroute, goede verlichting, groenbeheer, verbetering van de tunnel en aandacht voor waterveiligheid, zijn deze risico’s grotendeels beheersbaar. AWZI heeft enkele sterke punten, waaronder de groene en rustige ligging, ruimte voor recreatie en de nabijheid van functies zoals de Herenboeren en de modelautoclub MACH, die op bepaalde momenten voor enige sociale controle zorgen. Daartegenover staan ook risico’s. De locatie ligt relatief afgelegen, kent weinig natuurlijke sociale controle en is afhankelijk van een smalle en op moment van schrijven slecht verlichte toegangsweg. Ook het smalle trottoir langs de Cruquiusweg, de beperkte zichtbaarheid op delen van het terrein, onduidelijke terreingrenzen en mogelijke geluidshinder van de MACH vragen aandacht. De risico’s kunnen voor een deel worden beperkt met maatregelen op het gebied van verlichting, ontsluiting, verkeersscheiding, ruimtegebruik en beheer. Door de geïsoleerde ligging en de beperkte aanwezigheid van sociale ogen blijven restrisico’s bestaan. Leidsevaartweg 73 beschikt over sterke punten door de ligging nabij woningen, zichtrelaties met de woonwijk, de aanwezigheid van bestaande verlichting en de bereikbaarheid via bestaande fiets- en wegverbindingen.
Ook het voormalige museumgebouw, het uitzicht op het water en de DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 3 groenstructuren geven de locatie een herkenbaar karakter. De belangrijkste risico’s liggen bij de verkeersveiligheid. Bewoners zullen naar verwachting gebruikmaken van voorzieningen aan de overzijde van de Leidsevaartweg en van station Heemstede-Aerdenhout. Daarbij zullen zij routes kiezen die in de huidige situatie onvoldoende zijn ingericht voor voetgangers. Een veilige oversteekplaats, voetgangersvoorzieningen langs de Leidsevaartweg, goede verlichting en een zorgvuldig ingerichte centrale entree zijn daarom belangrijke randvoorwaarden. Alles afwegend concluderen wij dat Cruquiusbrug vanuit het oogpunt van sociale veiligheid de meest passende locatie is. Deze locatie combineert relatief veel sterke punten met beheersbare risico’s en beperkte restrisico’s. Leidsevaartweg 73 kan sociaalveilig worden ingericht wanneer de noodzakelijke verkeerskundige maatregelen haalbaar blijken. De AWZI-locatie vraagt de meeste aanvullende inspanningen op het gebied van inrichting, ontsluiting, verlichting en beheer en kent ook na mitigatie de grootste resterende risico’s.
Voor alle locaties geldt dat een goede inrichting van de openbare ruimte, voldoende verlichting, heldere ontsluitingsroutes, professioneel beheer door het COA en structureel contact met de omgeving voorwaarden zijn om sociale veiligheid duurzaam te borgen. DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 4 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Gemeenten hebben met de ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’ (hierna Spreidingswet) een wettelijke taak in de opvang van asielzoekers. Het doel van deze wet is om te komen tot voldoende opvangplekken en een evenwichtiger verdeling van asielzoekers over provincies en gemeenten1. In dit kader wil de gemeente Heemstede haar maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen en bijdragen aan het realiseren van voldoende opvangcapaciteit. Gezien de aanhoudende druk op de asielopvang en de resterende opvangopgave van de gemeente wil Heemstede hier op korte termijn verdere stappen in zetten. In opdracht van de gemeente heeft Sweco daarom onderzoek gedaan naar mogelijke locaties voor de realisatie van een opvanglocatie. Op basis van dit locatieonderzoek zijn drie locaties geselecteerd die, mede gelet op de ruimtelijke mogelijkheden en de ligging binnen of nabij het Beschermd Landschap, voldoende potentie bieden om nader te onderzoeken. Het betreft de locaties Cruquiusbrug, AWZI en Leidsevaartweg 73.
Om een zorgvuldig besluitvormingsproces te ondersteunen wil de gemeente inzicht verkrijgen in de sociale veiligheid en leefbaarheid op deze drie mogelijke locaties voor een opvanglocatie. Daarbij staat de vraag centraal in hoeverre op deze locaties een veilige omgeving voor de bewoners, medewerkers en omwonenden kan worden gerealiseerd. 1.2 Doel van het onderzoek De gemeente Heemstede heeft DSP-groep de opdracht gegeven een onderzoek uit te voeren naar de risico’s op het gebied van sociale veiligheid rond de drie mogelijke locaties. DSP-groep is een onafhankelijk beleidsonderzoeksbureau dat opdrachten uitvoert voor gemeenten en ministeries. Wij doen onderzoek op basis van bewezen methodieken en trekken conclusies op basis van onze expertise. Doel van het onderzoek is per locatie inzicht te geven in sterke punten, risico’s - inclusief een weging van kans en impact – en beheersmaatregelen voor het borgen van de sociale veiligheid. Daarbij gaat het onder meer om de inrichting van de openbare ruimte, de bereikbaarheid, het gebruik van de omgeving en de aanwezige voorzieningen. Fase 1 Dit onderzoek is uitdrukkelijk fase 1 van het onderzoek naar sociale veiligheid. Omdat twee van de drie locaties nog vertrouwelijk zijn ten tijde van het onderzoek was het niet mogelijk input van omwonenden en bedrijven in de omgeving mee te nemen.
Input van deze stakeholders komt in een volgende fase aan bod. 1.3 Onderzoeksvragen De centrale hoofdvraag in dit onderzoek luidt: 1 https:/ /wetten.overheid.nl/BWBR0049307/2024-01-31?g=2024-06-27&z=2024-06-27 DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 5 Wat zijn de verwachte effecten van de beoogde opvanglocaties op de veiligheid en leefbaarheid, zowel op de locaties zelf als in de directe omgeving? De subvragen per locatie zijn: • Wat zijn sterke punten en risico’s in de huidige situatie? • Wat zijn sterke punten en risico’s in de toekomstige situatie? • Welke risico’s treden op op de locatie en in de directe omgeving, en wat zijn kans en impact? • Welke maatregelen zijn nodig om risico’s te beperken, hoe zijn deze te prioriteren en welke betrokken partijen zijn verantwoordelijk? 1.4 Leeswijzer In het volgende hoofdstuk lichten we onze onderzoeksaanpak toe. In hoofdstuk drie beschrijven we kort de achtergrond en context waarbinnen dit onderzoek plaats heeft gevonden. In hoofdstuk vier presenteren we de onderzoeksresultaten per locatie. In hoofdstuk vijf beschrijven we de conclusie. DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 6 2. Onderzoeksaanpak 2.1 Veiligheidseffectrapportage In dit onderzoek is een veiligheidseffectrapportage (VER) uitgevoerd.
De VER is een procesinstrument waarmee een gestructureerde veiligheidsdialoog tussen betrokken partijen zoals gemeente, COA, hulpdiensten en andere stakeholders gevoerd kan worden. Centraal staat het gezamenlijk en systematisch in beeld brengen van zowel kansen als risico’s voor sociale veiligheid en leefbaarheid. We zijn dit proces gestart met een analyse van de huidige situatie, waarbij de sterke punten, kwetsbaarheden en bestaande veiligheidsrisico’s in en rond een locatie worden geïnventariseerd. Vervolgens is gekeken naar de toekomstige situatie waarin de voorgenomen ontwikkeling wordt meegenomen. Hierdoor is inzicht ontstaan in de wijze waarop de verandering doorwerkt in het gebruik van de locatie en de omgeving en welke nieuwe risico’s of juist verbeteringen kunnen ontstaan. We hebben de VER uitgevoerd door middel van een documentstudie, interviews en een gezamenlijke schouw bij daglicht en bij donkerte. In dit onderzoek worden de richtlijnen van Veilig Ontwerp en Beheer (VOB) gehanteerd. Eén van de drie onderzoekers die aan dit project werkten is RCE: Registered CPTED Expert, waarbij CPTED staat voor Crime Prevention Through Environmental Design, vergelijkbaar met het Nederlandse VOB. 2.2 Onderzoeksactiviteiten Documentanalyse De documentanalyse hebben we uitgevoerd ter voorbereiding van de interviews.
Zo kregen we op basis van bestaande informatie een beeld van de locaties. Voor de documentanalyse hebben we onder meer gebruikgemaakt van het onderzoek dat Sweco uitvoerde naar de geschiktheid van potentiële opvanglocaties. De drie locaties die we in dit onderzoek bestuderen kwamen daarbij als meest geschikt naar voren. Interviews Voor het onderzoek zijn we in gesprek gegaan met verschillende professionals2 die kennis hebben van de locaties en hun omgeving of van de doelgroep. Het doel van de gesprekken was om informatie te vergaren over de drie locaties. We richtten ons hierbij zowel op de huidige situatie, sterke punten en risicofactoren van de mogelijke locaties. De interviews duurden tussen de 45 minuten en 2 uur en zijn allemaal online afgenomen. In totaal zijn 12 respondenten gesproken. Hieronder volgt een overzicht van de verschillende functies en organisaties waar de respondenten werkzaam zijn: 2 Omdat twee van de drie onderzochte locaties ten tijde van het onderzoek niet openbaar waren, is ervoor gekozen uitsluitend gesprekken te voeren met relevante professionals. Burgers en burgerorganisaties vielen daardoor buiten de reikwijdte van dit onderzoek.
DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 7 Organisatie Functie Gemeente Heemstede Beleidsadviseur Ruimtelijke ordening Gemeente Heemstede Programmamanager lokale democratie/participatie Gemeente Heemstede Adviseur Wijkbeheer en Bewonerscontacten/Secretaris Ondernemingsraad Gemeente Heemstede Adviseur Wijkbeheer en Bewonerscontacten/Secretaris Ondernemingsraad Gemeente Heemstede Beleidsmedewerker Openbare orde en Veiligheid Gemeente Heemstede Projectleider asiel/beleidsadviseur opvang Gemeente Heemstede Beleidsadviseur opvang Oekraïne Gemeente Heemstede Adviseur Mobiliteit en regionale samenwerking Gemeente Heemstede Oud Programmamanager opvang Politie Wijkagent COA Projectmanager COA Bestuurlijk vastgoedregisseur Schouwen We hebben per locatie een schouw met daglicht en bij donkerte uitgevoerd, zodat we een beeld van de dag- en avondsituatie konden krijgen. Bij de schouw bij daglicht waren drie onderzoekers van DSP-groep en de Projectmanager Opvang & Begeleiding opvang AMV van het COA aanwezig. Bij donkerte waren enkel twee onderzoekers van DSP-groep aanwezig. Locatiebezoek COA Het COA bood ons de mogelijkheid om een opvanglocatie van vergelijkbare grootte te bezoeken. Tijdens dit bezoek hebben we inzicht gekregen in de dagelijkse gang van zaken bij een COA- opvanglocatie van vergelijkbare omvang.
2.3 Beoordeling van risico’s Tijdens de analyse, het prioriteren van risico’s en beoordelen van de kans en impact hebben we gebruikgemaakt van de volgende beoordelingscriteria. Kans: wat is de kans dat het risico invloed heeft op de sociale veiligheid? Impact: hoe groot is het effect op de sociale veiligheid wanneer het risico zich voordoet? Laag Onwaarschijnlijk Beperkt effect op sociale veiligheid en leefbaarheid Middel Mogelijk Merkbaar effect op sociale veiligheid en leefbaarheid Hoog Waarschijnlijk Groot effect op sociale veiligheid en leefbaarheid 2.4 Sociale veiligheid en VOB Sociale veiligheid Sociale veiligheid verwijst in dit onderzoek naar de mate waarin mensen zich vrij, beschermd en onbelemmerd voelen in hun handelen in de openbare en semipublieke ruimte, zonder angst voor criminaliteit, overlast, intimidatie of ongewenst gedrag van anderen. Het begrip omvat zowel objectieve veiligheid (feitelijk voorkomen van incidenten zoals geweld, diefstal of vernieling) als DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 8 subjectieve veiligheid (de beleving en perceptie van veiligheid door gebruikers van een gebied). We beschouwen sociale veiligheid in dit onderzoek als een samenhangend geheel van zowel objectieve als ervaren aspecten van veiligheid en leefomgeving.
VOB en ZETA-richtlijnen We hebben de VER uitgevoerd volgens de principes van Veilig Ontwerp en Beheer (VOB). VOB gaat ervan uit dat sociale veiligheid kan worden beïnvloed door ontwerp, bouw, inrichting en beheer, mits deze in samenhang worden benaderd. De principes van VOB zijn gebaseerd op de internationaal toegepaste CPTED-benadering3. Daarvoor zijn heel concrete richtlijnen beschikbaar, de zogenaamde ZETA-richtlijnen4: Zichtbaarheid, Eenduidigheid, Toegankelijkheid en Aantrekkelijkheid. In het kort gaan deze richtlijnen over de volgende zaken: • Zichtbaarheid pleit voor het creëren van zichtlijnen, overzichtelijkheid, verlichting en een bepaalde kleinschaligheid. Dit geeft een gevoel van zien en gezien worden, horen en gehoord worden en kennen en gekend worden. Zichtbaarheid stelt ons in staat om te zien wat z ich afspeelt in een omgeving en erop te vertrouwen dat anderen ons zien en in staat zijn te helpen indien nodig. • Eenduidigheid maakt de status en functie van een gebied duidelijk en herkenbaar. Heldere grenzen en eenduidige routing creëren een gevoel van territorialiteit, controle en veiligheid, omdat het mensen in staat stelt zich te oriënteren en de omgeving te begrijpen.
• Toegankelijkheid kan ervoor zorgen dat ongewenste gebruikers met bouwkundige - en soms louter symbolische maatregelen zoals poorten of welkomborden - buiten de deur en de buurt worden gehouden. Daarnaast draait toegankelijkheid om het bereikbaar en toegankelijk maken van plekken voor gewenste gebruikers. Bijvoorbeeld spelende kinderen, ouderen, personen met een fysieke of visuele handicap en natuurlijk ook de hulpdiensten. • Aantrekkelijkheid stelt de ontwerper en beheerder in staat bepaalde gedragsnormen uit te stralen. Sociale veiligheid is gebaat bij een schone en hele omgeving waar zichtbaar zorg en aandacht aan is besteed. Onder aantrekkelijkheid valt ook een aantrekkelijk functieaanbod v oor diverse gebruikersgroepen. 3 Een van de onderzoekers is RCE, dat staat voor: Registerd CPTED Expert, een certificering die je verkrijgt op basis van kennis en ervaring met dit werkveld. 4 Zie Lopez et al. (2024), Nieuw Handboek Veilig Ontwerp en Beheer: Sociale veiligheid in wijken, buurten en buitenruimten. DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 9 3. Context opvanglocaties 3.1 Kenmerken COA-opvanglocatie In deze paragraaf beschrijven we het beeld van het reilen en zeilen in en rond een COA- opvanglocatie. Dit beeld is gebaseerd op ervaringen van COA-medewerkers op vergelijkbare opvanglocaties en openbaar beschikbare bronnen.
De werkelijkheid van de mogelijke opvanglocatie in Heemstede kan hiervan enigszins afwijken. Vast staat dat in Heemstede een reguliere COA- opvanglocatie voor circa 160 bewoners moet worden gerealiseerd. De precieze samenstelling van de bewonersgroep en de verdere invulling van de opvang zijn afhankelijk van de instroom en op dit moment nog niet bekend. Verschillende typen opvanglocaties Om een indruk te geven van verschillende type en grootte van COA-opvanglocaties zetten we eerst de verschillende vormen onder elkaar. Uit bronnen van het WODC zijn drie typen opvanglocaties te identificeren: regulier (51% van de COA-bewoners), noodopvang (42%) en crisisnoodopvang (CNO) of tijdelijke gemeentelijke opvang (TGO) (7%). Daarnaast is nog een vierde type opvanglocatie te identificeren, de opvanglocatie voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV-locatie). • De reguliere opvang is de meest voorkomende vorm van opvang van het COA. Hier wonen doorgaans tussen de 300 en 1.500 personen. Het COA kent ook reguliere kleinschalige opvang, dit huisvest rond de 150 personen en kent een looptijd van bij voorkeur meer dan 5 jaar (Ministerie van Asiel en Migratie, 2025). • Een noodopvang is een tijdelijke opvanglocatie die vaak minder kwaliteit en faciliteiten biedt. Voorbeelden zijn onder meer evenementenhallen, leegstaande kantoren of schepen.
Een noodopvang kan niet dezelfde opvang bieden als een reguliere opvang: bewoners hebben minder privacy, geen mogelijkheid om zelf te koken en minder zinvolle dagbesteding. Het COA streeft er daarom naar bewoners zo kort mogelijk in een noodopvang te laten verblijven (Centraal Orgaan opvang asielzoekers, z.d.). • Een tijdelijke gemeentelijke opvang is de opvolger van een voormalige crisisnoodopvang. Met de overgang van crisisnoodopvang naar tijdelijke gemeentelijke opvang is de verantwoordelijkheid voor de coördinatie overgegaan van de veiligheidsregio naar het COA. De gemeenten hebben het beheer over de locaties. Op deze locatie zijn gemeenten verantwoordelijk voor het dagelijkse beheer, soms in samenwerking met externe partijen. Het COA heeft een ondersteunende functie (Centraal Orgaan opvang asielzoekers, z.d.). • Een opvanglocatie voor AMV is bedoeld voor jongeren onder de 18 die zonder ouders of wettelijke verzorgers naar Nederland zijn gekomen en asiel hebben aangevraagd. Het gaat doorgaans om kleinschalige opvanglocaties waar jongeren intensief worden begeleid bij hun ontwikkeling. Op deze locaties zijn dag en nacht medewerkers aanwezig en wordt iedere jongere ondersteund door een voogd van Stichting Nidos. Ze volgen onderwijs en nemen deel aan activiteiten gericht op hun ontwikkeling (Centraal Orgaan opvang asielzoekers, z.d.).
Kenmerken van bewoners De mogelijke opvanglocatie van het COA betreft een reguliere opvang voor ongeveer 160 bewoners. Op vergelijkbare locaties op andere plekken in het land verblijft doorgaans een gemengde groep asielzoekers, waaronder alleenstaande mannen, alleenstaande vrouwen, gezinnen met kinderen en stellen. De exacte samenstelling van de bewonersgroep is vaak pas kort voor ingebruikname van de locatie bekend. In de praktijk bestaat een groter deel van de bewoners uit alleenstaande mannen, maar ook gezinnen kunnen er worden gehuisvest. De bewoners die gehuisvest worden in een DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 10 asielzoekerscentrum (AZC) verblijven er meestal voor langere tijd, bijvoorbeeld gedurende hun asielprocedure of in afwachting van vervolgstappen in Nederland. Activering Het dagelijks leven van bewoners bestaat grotendeels uit werk, onderwijs en dagbestedingsactiviteiten. Het COA stimuleert bewoners om betaald werk of vrijwilligerswerk te verrichten. Kinderen gaan idealiter naar school in de gemeente; basisschoolleerlingen naar indien er voldoende capaciteit is naar reguliere basisscholen en middelbare scholieren gaan vaak naar het Internationaal Schakelonderwijs (ISK). Bewoners die nog geen burgerservicenummer hebben, nemen vaker deel aan activiteiten die door het COA worden georganiseerd.
Op reguliere opvanglocaties beschikken bewoners over kookvoorzieningen en voeren zij voor het grootste deel een zelfstandig dagelijks leven. Bewoners maken gebruik van reguliere voorzieningen zoals supermarkten, drogisterijen, sportverenigingen, openbaar vervoer in de omgeving. Het COA is verantwoordelijk voor de organisatie van lokale sport- en maatschappelijke activiteiten en stimuleert deelname hieraan. Waar mogelijk werken ze samen met lokale organisaties. Verwacht gedrag en vervoersbewegingen De belangrijkste vervoersbewegingen bestaan uit voetgangers-, fiets- en openbaarvervoersverkeer. Bewoners reizen naar werk, school, winkels, sportvoorzieningen en afspraken buiten de opvanglocatie. Een deel van de bewoners beschikt over een fiets; bewoners zonder fiets maken naar verwachting meer gebruik van het openbaar vervoer. Het COA verwacht vooral extra drukte bij stations, bushaltes en supermarkten. Op reguliere opvanglocaties komt beperkt autogebruik voor, bijvoorbeeld door bewoners die werken en worden opgehaald met de auto, maar dit aandeel is relatief klein. Toezicht en beheer Een opvanglocatie van 160 bewoners wordt door het COA beschouwd als een kleinschalige locatie. Op een dergelijke locatie zijn overdag gemiddeld twee COA-medewerkers per dagdeel aanwezig, aangevuld met beveiliging en receptiediensten.
Afhankelijk van het gebouw, het terrein en de doelgroep is cameratoezicht aanwezig. Beveiliging is doorgaans 24 uur per dag aanwezig. Uit gesprekken met het COA blijkt uit ervaring dat de impact op de omgeving bij een locatie van deze omvang doorgaans beperkt. Verwachte effecten zijn vooral een toename van het gebruik van openbaar vervoer, winkels en openbare ruimte in de directe omgeving. Mogelijke incidenten die relatief vaker voorkomen zijn geluidsoverlast, winkeldiefstal en fietsendiefstal, al verwacht het COA bij een locatie van 160 bewoners geen grootschalige problemen. De meeste incidenten vinden volgens het COA plaats op de opvanglocatie zelf, bijvoorbeeld tussen bewoners onderling. Bewoners zijn vrij om zich binnen de samenleving te verplaatsen. Er gelden geen avondklokken of vergelijkbare beperkingen. De locatiemanager onderhoudt contact met de omgeving en organiseert samen met de gemeente een omwonendenoverleg om initiatieven voor samenwerking, maar ook signalen, vragen en zorgen van omwonenden te bespreken. 3.2 Resultaten onderzoek criminaliteit, overlast en veiligheidsgevoel De komst van een opvanglocatie roept bij omwonenden regelmatig vragen op over veiligheid, leefbaarheid en mogelijke overlast. Voor een goede afweging is het van belang onderscheid te maken tussen feitelijke veiligheid en ervaren veiligheid.
Onderzoek laat zien dat deze niet altijd gelijk oplopen. DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 11 Uit het meest recente onderzoek van het WODC (Noyon et al., 2026) blijkt dat het overgrote deel van de bewoners van COA-locaties nooit betrokken is geweest bij een misdrijf. In 2025 verbleven bijna 113.000 personen gedurende enige tijd op een COA-locatie of tijdelijke gemeentelijke opvanglocatie. Van deze groep werd 3 procent door de politie geregistreerd als verdachte van een misdrijf. Daarbij ging het voornamelijk om vermogensdelicten, met name winkeldiefstal. Daarnaast was 11 procent betrokken bij een door het COA geregistreerd incident waarbij sprake was van verbaal of fysiek geweld binnen de opvang. Het onderzoek laat zien dat beide percentages sinds 2019 relatief stabiel zijn gebleven. Dit geldt ondanks een sterke groei van het aantal opgevangen personen, dat in dezelfde periode toenam van circa 54.000 naar ruim 113.000 bewoners, en ondanks de uitbreiding van nood- en tijdelijke opvangvoorzieningen.¹ Het WODC benadrukt daarbij dat een relatief kleine groep verantwoordelijk is voor een aanzienlijk deel van de geregistreerde overlast en incidenten.
Tegelijkertijd wijst het onderzoek erop dat overlast, ook wanneer deze door een beperkte groep wordt veroorzaakt, een grote impact kan hebben op medebewoners, medewerkers van opvanglocaties, omwonenden en het maatschappelijke draagvlak voor opvang. Juist daarom zijn feitelijke monitoring, adequaat beheer en tijdige interventies van belang.¹ Naast feitelijke veiligheid spelen veiligheidsgevoelens een belangrijke rol. Uit onderzoek van Bureau Beke (Kuppens, 2026) blijkt dat de aankondiging of opening van een opvanglocatie vaak gepaard gaat met onzekerheid en zorgen onder omwonenden. Deze zorgen hebben niet alleen betrekking op criminaliteit, maar ook op veranderingen in het straatbeeld, verkeersdrukte, het gebruik van openbare ruimte en mogelijke effecten op de leefbaarheid. Onderzoek naar opvanglocaties laat zien dat het veiligheidsgevoel van omwonenden in het eerste jaar na opening doorgaans afneemt.² Bureau Beke constateert echter ook dat deze aanvankelijke daling veelal tijdelijk is. Naarmate de opvanglocatie langer bestaat, bewoners en omwonenden meer ervaring opdoen met de praktijk en er werkende afspraken ontstaan tussen gemeente, COA, politie en buurtbewoners, neemt de ervaren onveiligheid doorgaans af. In de onderzochte gemeenten stegen de veiligheidsgevoelens in de jaren na opening weer tot ongeveer het niveau van vóór de komst van de opvanglocatie.
Het onderzoek laat zien dat transparante communicatie, zichtbaar beheer, een laagdrempelige meldstructuur en regelmatig contact tussen opvanglocatie en omgeving belangrijke voorwaarden zijn voor het behouden van vertrouwen en draagvlak. De beschikbare landelijke en lokale onderzoeken laten daarmee een genuanceerd beeld zien. Enerzijds is sprake van een beperkte groep bewoners die betrokken raakt bij incidenten of strafbare feiten, terwijl de grote meerderheid van de bewoners van opvanglocaties niet voorkomt in registraties van criminaliteit. Anderzijds kunnen zorgen over veiligheid en leefbaarheid onder omwonenden reëel zijn en verdienen deze aandacht, ongeacht de feitelijke omvang van incidenten. Goed beheer, adequate samenwerking tussen betrokken partijen en open communicatie met de omgeving zijn daarom belangrijke voorwaarden voor zowel de feitelijke als de ervaren veiligheid rondom opvanglocaties. DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 12 4. Locatieanalyses In dit hoofdstuk beschrijven we per locatie de sterke punten, risico’s en mogelijke maatregelen. Per locatie beschrijven we eerst in algemene zin de locatie en omgeving. Vervolgens bespreken we vanuit een sociaal veiligheidsperspectief de sterke punten, risico’s, kans en impact. Tot slot bespreken we per locatie de aanbevolen beheersmaatregelen.
We houden daarbij in acht dat met de komst van een opvanglocatie voor 160 bewoners bij alle drie de locaties sprake zal zijn van een continue aanwezigheid van bewoners en medewerkers op een plek waar nu nauwelijks of in beperkte mate activiteiten zijn. Daarbij wordt bij een opvanglocatie van deze grootte een toename in verkeersbewegingen en gebruik van publieke voorzieningen verwacht5. Daarbij kan worden gedacht aan het gebruik van winkels, openbaar vervoer, sportvoorzieningen en andere dagelijkse voorzieningen. 4.1 Cruquiusbrug 4.1.1 Huidige situatie en relevante omgevingskenmerken Beschrijving van de locatie De locatie Cruquiusbrug betreft een voormalig ketenpark en werkterrein dat door de provincie is gebruikt bij de renovatie van de Cruquiusbrug. De locatie is momenteel niet in gebruik en ligt grotendeels braak. Op het terrein zijn nog een aantal bouwvoorzieningen aanwezig, welke tijdens de renovatiewerkzaamheden van de brug zijn aangelegd. De locatie ligt aan de rand van Heemstede in een open landschap, ten westen van de Cruquiusweg (N201) en ten noorden van de Ringvaart. Het terrein bevindt zich nabij een druk gebruikt fietspad en de provinciale weg. Beschrijving van de omgeving De omgeving wordt gekenmerkt door open graslanden die worden gepacht door de gemeente, en door een boer worden beheerd en gehooid.
Een recreatief gebruikte dijk langs de Ringvaart loopt langs het terrein. De dijk wordt voornamelijk gebruikt door wandelaars uit de omgeving. Langs de locatie loopt een veelgebruikt fietspad dat wordt gebruikt voor verplaatsingen tussen Heemstede, Hoofddorp en Cruquius. De N201 is een belangrijke provinciale autoweg langs het gebied, deze verbindt Heemstede met Cruquius, Hoofddorp en Aerdenhout. Relevante omgevingskenmerken De belangrijkste nabijgelegen aanwezige functie is de woonwijk de Indische Buurt, te voet is de woonwijk op zo’n vijf minuten loopafstand. In deze woonwijk bevindt zich onder andere een seniorenwooncomplex, Woonzorglocatie Slottuin6. Een paar honderd meter ten westen van het gebied ligt een sportpark dat door verschillende verenigingen wordt gebruikt. Op verschillende velden worden verschillende soorten sporten beoefend. In deze omgeving bevindt zich ook een woonwagenkamp met een tijdelijke woonlocatie voor 21 Oekraïense vluchtelingen7. In het nabijgelegen Slot komt een kinderopvang. De omgeving wordt volgens respondenten ook gebruikt als wandel- en hondenuitlaatgebied. Respondenten geven aan dat de Indische Buurt een wijk is waar mensen veel contact met elkaar hebben, volgens hen draagt de compactheid van de wijk bij aan de sociale cohesie.
5 Het COA spreekt voor een opvanglocatie van deze groot over ongeveer 20 tot 30 aanvullende vervoersbewegingen met gemotoriseerde voertuigen per dag. 6 https:/ /www.zorgbalans.nl/locaties/woonzorglocatie-slottuin 7 https:/ /www.heemstede.nl/wonen-in-de-gemeente/tijdelijke-en-permanente-huisvesting-urgente- woningzoekenden/tijdelijke-huisvesting/ringvaartlaan-parkeerterrein-oude-slot DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 13 Algemeen beeld sociale veiligheid Wat betreft veiligheid en leefbaarheid leven er momenteel weinig concrete zorgen over deze locatie. Volgens de afdeling handhaving nemen handhavers het gebied regelmatig mee in surveillancerondes vanwege de aanlijn- en opruimplicht voor honden. Meldingen van feesten en partijen bij het oude Slot kwamen in het verleden regelmatig voor, maar sinds de uitbater is gestopt, is dit niet langer aan de orde. Verder zijn er geen recente meldingen van overlast op deze locatie. Foto 1: Luchtfoto van locatie Cruquiusbrug Toekomstige situatie Foto 2: concept schetsontwerp inrichting opvanglocatie8 8 De schetsontwerpen in dit rapport zijn afkomstig van ontwerpbureau SWECO.
DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 14 Foto 2 toont het schetsontwerp van de beoogde opvanglocatie bij de Cruquiusbrug. Dit is een eerste schets: zo zou de locatie ingedeeld kunnen worden, maar er zijn vele andere varianten mogelijk. Op de locatie worden meerdere gebouwen met woonruimten en ondersteunende voorzieningen gerealiseerd. De gebouwen bestaan uit maximaal twee bouwlagen. Daarnaast omvat het plan de aanleg van sport- en speelvoorzieningen, parkeergelegenheid, recreatieve voorzieningen en groenvoorzieningen, waaronder bosplantsoenen. Op het schetsontwerp staan twee mogelijkheden voor ontsluiting van het terrein, één aan de noordzijde via de bouwweg, de ander ten zuiden van het terrein langs de Ringvaartlaan. Sterke punten Zichtbaarheid9 1. Vanaf verschillende punten in de omgeving is de locatie goed zichtbaar. De locatie is lager gelegen dan de omliggende wegen (Ringvaart, N201). 2. De continue stroom van voetgangers, fietsers en autoverkeer in combinatie met vrije zichtlijnen zorgen voor veel sociale ogen. 3. De aanwezigheid van de woningen aan de Ringvaartlaan, de nabijgelegen woonwijk ten noorden van het terrein en de N201 zorgen voor vervoersbewegingen en aanwezigheid van andere passanten in de omgeving. Foto 3: Zicht op locatie vanaf zuidoosten 9 Voor een nadere toelichting op de ZETA-richtlijnen verwijzen we naar paragraaf 2.4.
DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 15 Foto 4: Zicht op Ringvaartlaan vanaf Cruquiusbrug Eenduidigheid 1. Aan de Ringvaartlaan staan enkele borden van de provincie Noord-Holland met fiets- en looproutes aangegeven, waarmee wordt aangeduid dat de route en de omgeving worden gebruikt om te fietsen en te wandelen. 2. De duidelijke scheiding tussen voet-, fiets- en autoverkeer in de omgeving door groen- en hoogteverschillen maakt de functies van verschillende paden en wegen goed herkenbaar en draagt bij aan de eenduidigheid van de locatie. Foto 5: Bord met fietsroutes
DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 16 Toegankelijkheid 1. De locatie is voor voetgangers en fietsers vanuit meerdere richtingen bereikbaar via een schelpenpad dat de Ringvaartlaan met de N201 verbindt. Aan de oostzijde loopt dit pad via een tunnel onder de brug door naar het terrein. 2. Aan de zuidoostzijde van het terrein, naast de entree van de tunnel, loopt een trap waarmee voetgangers de Cruquiusbrug kunnen bereiken. 3. Op ongeveer 450 meter afstand bevinden zich de twee dichtstbijzijnde bushaltes. Foto 7: Schelpenpad Ringvaartlaan Foto 8: Trap naast entree van de tunnel onder de Cruquiusbrug Aantrekkelijkheid 1. De locatie bevindt zich aan een kanaal, dat zorgt voor een rustige, natuurlijke uitstraling. 2. Langs het schelpenpad aan de Ringvaartlaan staat een bord met fietsroutes. 3. De locatie is door groen en aan de noordzijde door hoge bomen omgeven. Foto 9: Uitzicht Ringvaartlaan bij donkerte
DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 17 Risico’s Thema Observatie Risico Kans Impact Onderbouwing Zichtbaarheid Het zicht vanaf de woonzorglocatie Slottuin in de Indische buurt wordt beperkt door de aanwezigheid van een rij hoge bomen. Verminderde sociale controle en minder vroegtijdige signalering van ongewenst gedrag. Middel Laag Zicht vanuit omliggende functies draagt bij aan natuurlijk toezicht, door aanwezigheid van hoge bomen is het zicht beperkt en wordt ongewenst gedrag mogelijk minder snel opgemerkt. Langs zowel de Ringvaart als de N201 staan bosschages tussen het fietspad en de rijbaan. De hoogte en dichtheid van het groen beperken op enkele locaties de zichtlijnen. Beperkte zichtlijnen, overzicht en wederzijdse zichtbaarheid tussen weggebruikers en de omgeving. Middel Laag Dichte beplanting kan wederzijdse zichtbaarheid verminderen en neemt het overzicht af en wordt het aantal sociale ogen beperkt. Verlichting is op locatie beperkt en ongelijkmatig aanwezig. Onveiligheidsgevoelens en minder natuurlijke toezichtmogelijkheden in avonduren. Hoog Middel Goede en gelijkmatige verlichting ondersteunt natuurlijk toezicht. Ongelijkmatige en beperkte verlichting kan leiden tot minder overzicht en een verminderd veiligheidsgevoel. De tunnel aan de zuidoostzijde van de locatie is smal en donker. Onveiligheidsgevoelens en vermijdingsgedrag bij gebruikers.
Hoog Middel Combinatie van smal profiel, beperkte zichtlijnen en donkere uitstraling versterkt gevoelens van onveiligheid. Deze tunnel wordt door enkele respondenten als aandachtspunt genoemd vanwege de inrichting en uitstraling, ondanks dat uit registraties van politie en handhaving geen eerdere incidenten blijken. Foto 11: Hoge bomen beperken zicht vanaf Indische Buurt Foto 12: Bosschages Foto 13: Beperkte verlichting bij donkerte
DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 18 Thema Observatie Risico Kans Impact Onderbouwing Eenduidigheid In de tunnel zijn veel graffiti en spinnenwebben zichtbaar. De tunnel maakt een minder goed onderhouden indruk wat afbreuk doet aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Hoog Middel Een verzorgde openbare ruimte draagt bij aan een gevoel van eigenaarschap en sociale controle, de aanwezigheid van achterstallig onderhoud kan daar negatief op van invloed zijn. Foto 14: Graffiti en spinnenwebben in de tunnel onder Cruquiusbrug Foto 15: Graffiti in tunnel onder Cruquiusbrug
DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 19 Thema Observatie Risico Kans Impact Onderbouwing Toegankelijkheid Op dit moment is er geen ontsluiting voor gemotoriseerde voertuigen. De locatie is op dit moment niet bereikbaar voor gemotoriseerd verkeer. Hoog Hoog Goede bereikbaarheid van de locatie voor zowel gemotoriseerde voertuigen als voetgangers en fietsers is essentieel voor goed functioneren. De locatie grenst aan open water zonder fysieke afscherming. Er bestaat een risico op onbedoeld te water raken, wat kan leiden tot onveilige situaties wanneer betrokkenen slechte zwemvaardigheid hebben. Middel Middel In verschillende gesprekken komt terug dat de aanwezigheid van water vaak als veiligheidsrisico wordt gezien bij opvanglocaties, omdat bewoners van een opvanglocatie vaak niet of slecht kunnen zwemmen. Foto 16: Tijdelijke ontsluiting gemotoriseerde voertuigen Foto 17: Open water zonder fysieke afscherming.
DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 20 Thema Observatie Risico Kans Impact Onderbouwing Aantrekkelijkheid Het groen in de omgeving is op enkele plekken dicht begroeid. Dicht begroeid groen kan het overzicht beperken en een minder verzorgde uitstraling geven aan de omgeving. Middel Laag Een verzorgde en overzichtelijke inrichting van de locatie en de omgeving heeft een positieve invloed op veiligheidsgevoelens. Dicht begroeid groen kan overzicht beperken en de indruk wekken dat de locatie niet of slecht wordt beheerd. In de omgeving staan geen bankjes of andere verblijfsvoorzieningen. De openbare ruimte biedt hierdoor weinig mogelijkheden om kort te verblijven of elkaar te ontmoeten. Middel Middel Aanwezigheid van verblijfsvoorzieningen dragen bij aan informeel gebruik en natuurlijke sociale controle. De afwezigheid ervan beperkt de mogelijkheden om te ontmoeten en recreatief gebruik te maken van de omgeving. Foto 18: Bosschages en zicht op de locatie
DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 21 4.1.2 Beheersmaatregelen Op basis van het onderzoek zijn verschillende beheersmaatregelen aan te wijzen die kunnen bijdragen aan een sociaal veilige en leefbare inrichting van een mogelijke opvanglocatie. Bij elke maatregel geven we aan welke partij verantwoordelijk is. 1. Zorg bij inrichting van de locatie voor goede ontsluiting voor gemotoriseerd vervoer. Vanuit sociale veiligheid is een ontsluitingsroute langs de Ringvaartlaan aan de zuidwestkant van het terrein het meest geschikt, zo kan een risicovolle verkeerssituatie aan de noordzijde voorkomen worden. We adviseren om langs deze ontsluitingsroute ook een fietspad te realiseren, naast een ontsluiting voor fietsers en voetgangers aan de noordzijde (gemeente). 2. Zorg voor goede en gelijkmatige verlichting op de onder 1 genoemde ontsluitingsroute voor gemotoriseerd vervoer en zorg dat deze ook het voetpad aan de Ringvaartlaan gelijkmatig verlicht (gemeente). 3. Behoud zichtlijnen tussen de opvanglocatie, Ringvaartlaan, fietspad, provinciale weg en omliggende functies door periodiek snoeien en beheer van bosschages (gemeente). 4. Overweeg het plaatsen van bankjes of andere verblijfsvoorzieningen in de omgeving waarmee de omgeving aantrekkelijker wordt voor andere gebruikers en wordt bijgedragen aan sociale ogen.
Voorkom daarbij plekken uit het zicht die hangjongeren aantrekken (gemeente). 5. Verwijder graffiti en houd de tunnel schoon. Zorg er daarnaast voor dat er bij donkerte sprake is van gelijkmatige verlichting binnen en buiten de tunnel, zodat er goed zicht is (provincie/gemeente). 6. Onderzoek de noodzaak voor geluidswerende maatregelen tussen de provinciale weg en de locatie. Vanuit sociale veiligheid heeft een geluidswerende gevel sterk de voorkeur boven een geluidswand die zichtlijnen blokkeert (COA/gemeente). 4.1.3 Conclusie De locatie Cruquiusbrug heeft vanuit het perspectief van sociale veiligheid verschillende sterke punten. De locatie is goed zichtbaar vanuit de omgeving, kent een continue stroom van fietsers, wandelaars en gemotoriseerd verkeer en beschikt over relatief open zichtlijnen. Daarnaast zorgen de nabijheid van woonbebouwing, recreatieve functies en de goede bereikbaarheid voor natuurlijke sociale controle. De locatie ligt bovendien in een omgeving waar momenteel weinig veiligheids- of leefbaarheidsproblemen worden ervaren. Tegelijkertijd zijn er enkele risico’s die in de huidige situatie spelen en met name bij de realisatie van een AZC een rol spelen.
De belangrijkste risico’s hebben betrekking op beperkte en ongelijkmatige verlichting, het ontbreken van een veilige ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer, plaatselijk beperkte zichtlijnen door bosschages, de uitstraling van de tunnel onder de Cruquiusbrug en de aanwezigheid van open water zonder afscherming. Deze factoren kunnen leiden tot gevoelens van onveiligheid, verminderd overzicht en beperkingen in natuurlijke sociale controle. Met gerichte beheersmaatregelen kunnen deze risico’s grotendeels worden beperkt. Belangrijk zijn het realiseren van een veilige ontsluitingsroute, het aanbrengen van goede verlichting, het verbeteren van zichtlijnen door groenbeheer, het opknappen van de tunnel en het zorgvuldig vormgeven van de openbare ruimte rondom de locatie. Daarnaast verdient de waterveiligheid aandacht bij de verdere uitwerking van het ontwerp en beheer. Na uitvoering van deze maatregelen blijven enkele restrisico’s bestaan. De ligging aan open water kan nooit volledig risicoloos worden gemaakt en ook gevoelens van onveiligheid in de tunnel of op minder drukke momenten in de avonduren zijn niet geheel uit te sluiten.
Deze restrisico’s beschouwen we als beheersbaar, mede doordat de locatie goed zichtbaar is, DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 22 regelmatig wordt gebruikt door passanten en zich bevindt in een omgeving zonder structurele veiligheidsproblematiek. Per saldo biedt de locatie, mits de voorgestelde maatregelen worden uitgevoerd, goede voorwaarden voor een sociaal veilige en leefbare opvanglocatie. 4.2 AWZI 4.2.1 Huidige situatie en relevante omgevingskenmerk en Beschrijving van de locatie De AWZI-locatie betreft een voormalige afvalwaterzuiveringsinstallatie aan de Cruquiusweg. Op het terrein staat een gebouw dat wordt gebruikt als doorvoergemaal, de overige bebouwing wordt op termijn door de gemeente gesloopt. De locatie is bereikbaar via een bestaande toegangsweg en is niet op korte termijn beschikbaar, omdat sloopwerkzaamheden en overdracht van het terrein nog moeten plaatsvinden. Beschrijving van de omgeving De locatie ligt naast recreatiegebied Meermond, de Herenboeren en modelautoclub MACH. Ook bevinden zich in de omgeving een gemeentewerf, een kantoor van de buitendienst en een bedrijventerrein. Een middelbare school, het Hageveld College ligt op één kilometer afstand van de locatie en is bereikbaar via een fietspad.
Ten oosten van de locatie bevindt zich het water van het Zuider Buiten Spaarne waar een aantal woonboten liggen net als aan een zijtak (Cruquiushaven). Meermond is een speel- en recreatiegebied dat ligt aan het Spaarne achter de gemeentewerf, naast het terrein van het Hageveld College. De gemeente Heemstede is eigenaar van enkele delen van het gebied. De Herenboeren is een coöperatieve boerderij waar een diversiteit aan groente, fruit, eieren en vlees wordt geproduceerd. De MACH is een modelautoclub waar gebruikers met kleinere op afstand bestuurbare modelauto’s over een circuit kunnen rijden. De locatie wordt ontsloten via een toegangsweg die de locatie verbindt met de omliggende functies, wegen en voorzieningen. Zowel voetgangers, fietsers en gemotoriseerd vervoer maken op dit moment gebruik van de toegangsweg. Volgens respondenten is deze toegangsweg verouderd. Relevante omgevingskenmerken Het betreft een rustige in het groen gelegen omgeving. Bij donkerte in de avonduren vinden bij de MACH en Herenboeren nauwelijks activiteiten plaats. Om de locatie te bereiken moet je over een onverlichte weg. De locatie is enkel toegankelijk voor bestemmingsverkeer. Ten noorden van de locatie werkt de gemeente Heemstede aan de ontwikkeling van een integraal gebied waarin wonen, werken, zorg en maatschappelijke functies worden gecombineerd10.
Deze ontwikkeling kan op termijn van invloed zijn op de sociale veiligheid en het gebruik van de omgeving van de locatie. De plannen bevinden zich nog in een verkennende fase, waardoor deze invloed nog niet geduid kan worden. 10 Gemeente Heemstede, ’t Groot Clooster, geraadpleegd op 13 augustus 2026: https:/ /www.heemstede.nl/over-de- gemeente/projecten/t-groot-clooster DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 23 Algemeen beeld sociale veiligheid In de registratiecijfers van handhaving en politie zien we een beperkt aantal meldingen van overlast. De locatie ligt naast recreatiegebied Meermond, waar de afgelopen jaren regelmatig is ingezet op de aanpak van jeugdproblematiek. Zo hebben er volgens de politie en gemeente vernielingen en brandstichtingen plaatsgevonden. Voornamelijk in de lente- en zomermaanden worden hier surveillancecontroles door handhavingsmedewerkers uitgevoerd. Daarnaast zijn in het verleden meldingen gedaan van geluidsoverlast afkomstig van de MACH. De gemeente Heemstede heeft in 2026 naar aanleiding van deze signalen onderzoek laten uitvoeren, waaruit blijkt dat het geluid mogelijk tot overlast kan leiden. De omgeving heeft volgens respondenten relatief veel afgelegen en ongebruikte plekjes.
Respondenten geven aan dat er op momenten (met name in het weekend) drukke verkeerssituaties zijn op het kruispunt bij milieustraat, regelmatig worden daar verkeersregelaars ingezet. Foto 19: Beoogde opvanglocatie bij de AWZI
DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 24 4.2.2 Toekomstige situatie Foto 20: Schetsontwerp beoogde opvanglocatie bij de AWZI Foto 20 toont het schetsontwerp van de beoogde opvanglocatie bij de AWZI. Ook dit is een eerste schets: zo zou de locatie ingedeeld kunnen worden, maar er zijn vele andere varianten mogelijk. Op de locatie worden meerdere gebouwen met woonruimten en ondersteunende voorzieningen gerealiseerd. De gebouwen bestaan uit maximaal drie bouwlagen. Daarnaast omvat het plan de aanleg van sport- en speelvoorzieningen, parkeergelegenheid, recreatieve voorzieningen en groenvoorzieningen, waaronder bosplantsoenen. Sterke punten Zichtbaarheid 1. De aanwezigheid van de Herenboeren en MACH draagt door aanwezigheid van bezoekers bij aan de sociale controle. Eenduidigheid 1. De locatie ligt naast de MACH en de Herenboeren. Deze beide partijen hebben hun eigen terrein afgebakend met eigen hekwerk. Dit maakt het helder om op de toegangsweg te blijven en uiteindelijk de locatie te bereiken. Toegankelijkheid 1. De locatie ligt op ongeveer 500 meter afstand van de dichtstbijzijnde bushalte aan de Cruquiusweg. 2. De locatie bevindt zich op loop- en fietsafstand van dagelijkse voorzieningen, zoals supermarkten.
DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 25 Aantrekkelijkheid 1. De locatie is vrij achteraf gelegen, waardoor het een rustige omgeving betreft. Het is een groene, rustige en relatief ruime omgeving waar potentiële bewoners zich rustig kunnen begeven. Er is ruimte om te wandelen en voor kinderen om ongestoord te spelen. 2. Richting het terrein van de Herenboeren aan de noordwestkant van de locatie is er open zicht over de weilanden. Het geeft een open gevoel. Foto 21: Entree van Herenboeren
DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 26 Risico’s Thema Observatie Risico Kans Impact Onderbouwing Zichtbaarheid Afwezigheid van sociale ogen op en rond de locatie. Ongewenst gedrag, intimidatie of incidenten worden minder snel opgemerkt en gecorrigeerd. Hoog Hoog Er is nauwelijks informeel toezicht vanuit woningen, bedrijven of passanten. Eventuele incidenten hebben daardoor langer gelegenheid om voort te duren en kunnen sterker doorwerken op het veiligheidsgevoel van bewoners en omgeving. Toegangsweg is bij donkerte weinig tot niet verlicht. Gebruikers kunnen zich onveilig voelen en personen zijn minder goed herkenbaar. Hoog Middel Het gebrek aan verlichting speelt dagelijks tijdens donkere uren en beïnvloedt zowel het veiligheidsgevoel als de mogelijkheid tot toezicht. Smalle, donkere doorgang op het trottoir bij Cruquiusweg ten zuiden van het voetbalveld. Vermijdingsgedrag en gevoelens van onveiligheid. Middel Middel Door de huidige situatie bestaat het risico dat gebruikers over de weg gaan lopen in plaats van over het trottoir. Bewoners zullen dit trottoir gebruiken richting de bushaltes op 600 meter afstand en het centrum van Heemstede. Donkere en smalle toegangsweg tussen milieustraat en voetbalclub. Beperkte sociale controle en verhoogde kwetsbaarheid van gebruikers.
Hoog Middel De combinatie van beperkte breedte, weinig verlichting en weinig passanten vergroot de kans op onveiligheidsgevoelens. Verlichting bij de MACH werkt via sensoren waardoor donkere zones ontstaan. Onvoldoende zicht op personen en activiteiten. Hoog Middel Donkere gaten beperken de overzichtelijkheid van de route en kunnen aanleiding geven tot gevoelens van onveiligheid. Beperkte zichtbaarheid op terrein door aanwezigheid van heuvel aan de zuidkant. Activiteiten op delen van het terrein zijn niet goed zichtbaar voor toezicht en beheer. Middel Hoog Overzicht op het terrein is een belangrijke randvoorwaarde voor beheersbaarheid van een AZC. Foto 22: Toegangsweg weinig tot niet verlicht Foto 23: Donkere doorgang trottoir Foto 24: Smalle en beperkt onverlichte toegangsweg
DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 27 Foto 25: Verlichting op sensors Foto 26: Heuvel naast AWZI Thema Observatie Risico Kans Impact Onderbouwing Eenduidigheid Onduidelijke grens van het terrein van de Herenboeren. Discussies of conflicten over gebruik van terrein en ongewenste betreding. Middel Middel Onduidelijke eigendoms- of gebruiksgrenzen vergroten de kans op onbedoeld gebruik door bewoners of bezoekers. Berm wordt gebruikt als parkeerplaats. Onduidelijk ruimtegebruik en mogelijke verkeershinder. Middel Laag Het gebruik van de berm als parkeerplaats zorgt voor verwarring over regels voor gebruik van de openbare ruimte, en daarmee potentieel onveilige verkeerssituaties.
DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 28 Thema Observatie Risico Kans Impact Onderbouwing Toegankelijkheid Slechts één smalle toegangsweg naar locatie. Verkeerskundige knelpunten, verminderde bereikbaarheid voor hulpdiensten en conflicten tussen verkeersdeelnemers. Hoog Hoog De beperking doet zich structureel voor en raakt zowel dagelijks gebruik als incidentafhandeling. Smal trottoir langs Cruquiusweg. Bewoners lopen op de rijbaan met risico op verkeersongevallen. Hoog Hoog Dit risico hangt direct samen met verwacht loopgedrag van bewoners richting voorzieningen en OV. Foto 27: Toegangsweg richting AWZI Foto 28: Toegangsweg richting AWZI Foto 29: Smal trottoir langs Cruquiusweg Thema Observatie Risico Kans Impact Onderbouwing Aantrekkelijkheid Hekwerk met prikkeldraad van de MACH heeft een vijandige uitstraling. Negatieve beeldvorming over de locatie en verminderd gevoel van welkom en sociale binding. Middel Middel De fysieke uitstraling kan bijdragen aan een wij-zij-beleving tussen bewoners van het AZC en de omgeving. Uit eerdere geluidsmetingen blijkt dat de activiteiten van de MACH voor geluidsoverlast op de locatie kunnen zorgen. Bewoners van de opvanglocatie kunnen geluidshinder ervaren, wat kan leiden tot irritatie, klachten of een verminderde verblijfskwaliteit van de locatie.
Middel Middel De geluidsbron is structureel aanwezig en bevindt zich nabij de locatie. De mate waarin dit daadwerkelijk tot hinder leidt, hangt af van de frequentie van activiteiten, de afstand tot verblijfsruimten, geluidsniveaus en de mate waarin bewoners gevoelig zijn voor omgevingsprikkels.
DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 29 4.2.3 Beheersmaatregelen Op basis van het onderzoek zijn verschillende beheersmaatregelen aan te wijzen die kunnen bijdragen aan een sociaal veilige en leefbare inrichting van een mogelijke opvanglocatie. Bij elke maatregel geven we aan welke partij verantwoordelijk is. 1. Zorg voor gelijkmatige verlichting vanaf het trottoir aan de zuidkant van het voetbalveld tot aan de locatie (gemeente). 2. Verbreed de toegangsweg zodat gemotoriseerd verkeer in twee richtingen langs elkaar heen kan rijden (gemeente). 3. Zorg voor een gescheiden voetpad, fietspad en autoweg (gemeente). 4. Verbreed het trottoir aan de Cruquiusweg aan zuidkant van het voetbalveld, zodat voetgangers het trottoir gemakkelijker kunnen gaan gebruiken óf zorg voor een parkeerverbod voor vrachtwagens (gemeente). 5. Onderzoek de noodzaak van het plaatsen van een geluidswand bij de MACH (COA/gemeente). 6. Zorg voor eenduidig gebruik van de berm (gemeente). 4.2.4 Conclusie De AWZI-locatie heeft vanuit het perspectief van sociale veiligheid enkele sterke punten. De locatie ligt in een groene en rustige omgeving met ruimte voor recreatie, beweging en verblijf. De nabijheid van functies zoals de Herenboeren en de modelautoclub MACH zorgt op bepaalde momenten voor aanwezigheid van bezoekers en daarmee voor enige mate van sociale controle.
Daarnaast ligt de locatie op loop- en fietsafstand van voorzieningen en openbaar vervoer. Het toekomstige ontwikkelgebied Groot Clooster kan op langere termijn leiden tot meer dynamiek, gebruik en sociale ogen in de omgeving. De locatie heeft een aantal substantiële risico’s. Door de relatief afgelegen ligging, de beperkte aanwezigheid van passanten en het ontbreken van woningen in de directe omgeving is de natuurlijke sociale controle (zeer) beperkt. Daarnaast vormen de smalle en onvoldoende verlichte toegangsweg, het smalle trottoir langs de Cruquiusweg en de aanwezigheid van slechts één ontsluitingsroute belangrijke risico's voor zowel de sociale als fysieke veiligheid. Ook kunnen de beperkte zichtbaarheid op delen van het terrein, de onduidelijke terreingrenzen en mogelijke geluidshinder van de MACH de kwaliteit en leefbaarheid van de locatie beïnvloeden. Met gerichte beheersmaatregelen kunnen deze risico's voor een belangrijk deel worden beperkt. Daarbij zijn met name het verbeteren van de verlichting, het verbreden van de toegangsweg en het realiseren van een duidelijke scheiding tussen voetgangers-, fiets- en autoverkeer van belang. Daarnaast kunnen maatregelen gericht op eenduidig ruimtegebruik, terreinbeheer en het beperken van eventuele geluidshinder bijdragen aan een veilige en leefbare omgeving. Na uitvoering van deze maatregelen blijven restrisico's bestaan.
De relatief geïsoleerde ligging en de beperkte aanwezigheid van sociale ogen buiten de gebruiksuren van omliggende functies zijn kenmerken die niet volledig kunnen worden weggenomen. Hierdoor zijn gevoelens van onveiligheid en vermijding van het gebied niet uit te sluiten. Daarnaast is de bereikbaarheid afhankelijk van een beperkte ontsluitingsstructuur. De restrisico’s achten we beheersbaar wanneer de voorgestelde infrastructurele en ruimtelijke maatregelen worden uitgevoerd en voldoende aandacht wordt besteed aan beheer, toezicht en sociale begeleiding. Per saldo biedt de locatie mogelijkheden voor een sociaal veilige en leefbare opvanglocatie, maar vraagt zij vanwege haar ligging en ontsluitingsstructuur om relatief grote investeringen in inrichting en beheer. DSP-groep Eerste fase onderzoek sociale veiligheid 30 4.3 Leidsevaartweg 73 4.3.1 Huidige situatie en relevante omgevingskenmerken Beschrijving van de locatie De locatie aan de Leidsevaartweg 73 bestaat uit graslandperceel naast een voormalig museumgebouw. Op het terrein bevindt zich een voormalig pomp- of bemalingsgebouw dat tot voor kort als Drinkwatermuseum werd gebruikt. Het gebouw heeft geen functie meer. Het terrein ligt nabij een woonwijk, enkele losse woningen en het spoor. Het grasland wordt verhuurd aan een boer voor hooilandbeheer.
De locatie ligt langs de Leidsevaartweg, via een brug staat de locatie in verbinding met de woonwijk aan de oostzijde. Aan de westzijde loopt de spoorlijn Haarlem-Leiden. Een aantal medewerkers van Waternet maakt gebruik van het parkeerterrein naast het gebouw en loopt dan via een voetgangerstunnel onder het spoor naar hun kantoor aan de andere kant, dit is de enige mogelijke ontsluiting naar de westkant. Beschrijving van de omgeving De omgeving van de locatie wordt gekenmerkt door een combinatie van woonfuncties, infrastructuur, agrarisch gebruik en bedrijfsfuncties. Ten westen van het spoor bevinden zich het kantoorterrein van Waternet. De Leidsevaartweg is volgens respondenten een drukke en veelgebruikte weg en heeft een losliggend fietspad. Dit fietspad wordt ook door wandelaars gebruikt. Er geldt een verbod voor bussen en vrachtverkeer op de Leidsevaartweg en ook op de brug richting de woonwijk; de locatie is dus niet bereikbaar met vrachtwagen of bus. Recentelijk is ten zuidoosten, aan de andere kant van de Leidsevaartweg, is het speelveld de Linge ontwikkeld, dat veel wordt gebruikt. Respondenten omschrijven de woonwijk als gemêleerd en niet sterk georganiseerd, ondanks dat is er wel sprake van enige sociale cohesie.