Bijlage 1. Erfgoedvisie Heemstede.pdf
Tekst van het document
Erfgoed behouden, beschermen en benutten
Erfgoedvisie Heemstede
Erfgoedvisie
1
Voorwoord Oude gebouwen, de wijken uit verschillende periodes, historische paden en waterwegen, de strandwal: ze vertellen het verhaal van Heemstede. Ons erfgoed laat ons zien waar Heemstede vandaan komt en we koesteren die lange geschiedenis. Daarom willen we dit erfgoed graag behouden, beschermen en benutten. Tegelijkertijd staat de gemeente voor verschillende opgaven, zoals woningbouw, verkeers- en parkeerdruk, energietransitie, klimaatadaptatie en verduurzaming. Het is belangrijk bij alle ontwikkelingen ook oog te blijven houden voor ons erfgoed. Deze Erfgoedvisie biedt inzicht in mogelijkheden om het historische karakter te beschermen. Met nieuwe beschermingsvormen blijft het karakter van Heemstede bewaard en is er tegelijkertijd ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Daarom ben ik verheugd met de eerste Erfgoedvisie in Heemstede; met oog voor het verleden én voor de toekomst. De visie bevat een dubbele doelstelling om zowel erfgoed te behouden als flexibiliteit te bieden aan eigenaren die plannen hebben met een pand of gebied. Zodat Heemstede die prettige plek blijft om te wonen, ook voor toekomstige generaties. Maar met alleen een Erfgoedvisie zijn we er nog niet. Erfgoed is allang niet meer alleen iets van experts en professionals. Het Europese Verdrag van Faro stelt de mens en de samenleving en hun relatie met erfgoed centraal.
Het is immers de mens die betekenis aan het erfgoed geeft. Cultureel erfgoed kan ook worden ingezet om maatschappelijke doelen te realiseren. Denk aan het gebruik van Plein1, een gemeentelijk monument, waar verschillende groepen inwoners hun dag komen besteden. Deze Erfgoedvisie moet daarom gezien worden in samenhang met de eveneens in 2025 op te stellen cultuurnota. Daarin komen de sociale ‘zachte’ kant van erfgoed en de belevingswaarde aan bod. In de Erfgoedvisie staat het behouden, beschermen en benutten van erfgoed centraal. Hierbij gaat het om de fysieke ‘harde’ kant van erfgoed. Tezamen zullen de Erfgoedvisie en de Cultuurnota een samenhangend beleid bieden voor de harde en zachte kanten van erfgoed. Een directe relatie van deze Erfgoedvisie is er ook met het omgevingsplan. Nu vormen, met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, de bestemmingsplannen het tijdelijke omgevingsplan. De bescherming van erfgoed dat van lokaal belang is, wordt nu nog geregeld in de Erfgoedverordening. Gemeentelijke monumenten en andere vormen van bescherming krijgen straks de juridische grondslag in het nieuwe omgevingsplan. Deze Erfgoedvisie vormt hiervoor de basis. De uitvoeringsagenda, die deel uitmaakt van deze visie, beschrijft stap voor stap de acties die we de komende jaren ondernemen om het erfgoed te beschermen en levend(ig) te houden.
Eveline Stam Wethouder cultuur, erfgoed en kunst
Erfgoedvisie
2
Erfgoedvisie
3
Inhoudsopgave Voorwoord 2 Samenvatting Erfgoedvisie 7 Het erfgoedbeleid rust op vier pijlers 7 Planning 7 1. Inleiding 8 1.1 Aanleiding en doel 8 1.2 De Erfgoedvisie ten opzichte van de Cultuurnota
8
1.3 Doel 8 1.4 Leeswijzer 9 2. De ruimtelijke geschiedenis van Heemstede in vogelvlucht
11
2.1 Het natuurlijke landschap 11 2.2 Geestnederzetting 11 2.3 Late Middeleeuwen: het dorp Heemstede
12
2.4 De zeventiende eeuw: blekerijen en buitenplaatsen
12
2.5 Tweede helft negentiende eeuw: bloembollenteelt
14
2.6 Twintigste eeuw: welvarende forensengemeente
14
3. Beleidscontext 18 3.1 Gemeentelijk beleid 18 3.2 Provinciaal beleid 21 3.3 Rijksbeleid 23 4. Cultureel erfgoed in Heemstede behouden en benutten
25
4.1 Behouden en benutten van historische karakteristieken
25
4.2 Erfgoed(beleid) verankeren in het beleid voor de fysieke leefomgeving
25
4.3 Gedifferentieerd omgaan met erfgoed 26 4.4 Beschermingsvorm 1: gemeentelijk monument (objectgerichte bescherming)
Erfgoedvisie
27
4
4.5 Beschermingsvorm 2: karakteristiek bouwwerk (objectgerichte bescherming)
28
4.6 Beschermingsvorm 3: beschermd dorpsgezicht (gebiedsgerichte bescherming)
29
4.7 Beschermingsvorm 4: karakteristiek gebied (gebiedsgerichte bescherming)
30
4.8 Beschermingsvorm 5: waardevolle structuur (gebiedsgerichte bescherming)
31
4.9 Samenvatting beschermingsvormen 32 5. Doelen van erfgoedbeleid en hoe deze te bereiken
34
5.1 Inventariseren bestaand erfgoed(beleid) en verankeren in de omgevingsvisie en het omgevingsplan 34 5.2 Ontwikkelen nieuw gemeentelijk erfgoedbeleid
36
5.3 Uitvoering op orde hebben 38 5.4 Bevorderen waardering voor cultureel erfgoed bij eigenaren en gebruikers
39
6. Uitvoeringsagenda met prioritering 41 6.1 Prioriteiten 41 6.2 Planning 42 6.3 Participatie 44 6.4 Monitoring en evaluatie 44
Erfgoedvisie
5
Erfgoedvisie
6
Samenvatting Erfgoedvisie De geschiedenis van Heemstede is zichtbaar in gebouwen, gebieden en structuren, zoals Het Oude Slot, wandelbos Groenendaal en wegen (Herenweg, Binnenweg) en water (Zandvaart). Tezamen bepalen ze mede het karakter van Heemstede en daarom zijn we zuinig op dit erfgoed. Hoe we dit alles kunnen beschermen, benutten en zo behouden voor de toekomst, beschrijft deze Erfgoedvisie. De dubbele doelstelling hierbij is met meer beschermingsvormen naast het behouden van erfgoed ook vrijheid voor individuele eigenaren te bieden. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om verduurzaming bij restauratie of het optimaal benutten van het woonoppervlak bij herbestemming.
Het erfgoedbeleid rust op vier pijlers Het (nieuwe) erfgoedbeleid en de hieraan gekoppelde acties rust op vier pijlers: 1. Opnemen van het bestaande erfgoed en erfgoedbeleid verwerken in de omgevingsvisie en het omgevingsplan We verankeren het erfgoed(beleid) in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Dit houdt in dat het fysieke erfgoed zijn (wettelijke) plek krijgt in de instrumenten van de Omgevingswet. Daarbij gaat het om de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. 2. Ontwikkelen nieuw gemeentelijk erfgoedbeleid Tot dusver werkt gemeente Heemstede alleen met de zwaarste lokale beschermingsvorm, namelijk het gemeentelijk monument. We gaan met meer vormen werken, zodat er maatwerk kan komen. Nieuwe vormen waarmee we in Heemstede gaan werken, zijn: karakteristiek bouwwerk, beschermd dorpsgezicht, karakteristiek gebied, waardevolle structuur. 3. (Verder) op orde brengen van de uitvoering De gemeente voert de wettelijke taken voor erfgoed uit en in die zin is de uitvoering op orde. Er zijn ook verbeterpunten en deze pakken we op binnen de huidige budgetten en capaciteit. 4. Bevorderen waardering voor cultureel erfgoed onder eigenaren Monumenten kunnen bij eigenaren soms een negatief beeld oproepen. Een veel voorkomende misvatting is dat er aan een monument geen aanpassingen mogelijk zijn. Goede informatie en maatwerk kunnen bijdragen aan meer waardering.
Overigens komt de waardering van het publiek voor erfgoed ook in ander beleid aan bod, namelijk de cultuurnota. Nieuwe beschermingsvormen voor erfgoed Belangrijk onderdeel van deze Erfgoedvisie is het voorstel meer beschermingsvormen voor erfgoed in te voeren. Dit wordt eerst geregeld via een aangepaste Erfgoedverordening en voor 2032 in het definitieve omgevingsplan (waarin dan alle regels voor de fysieke leefomgeving moeten staan).
Objectgericht
Gebiedsgericht
Zwaarder
Gemeentelijk monument (bestaat al)
Beschermd dorpsgezicht (nieuw)
Lichter
Karakteristiek bouwwerk (nieuw)
Karakteristiek gebied (nieuw) Waardevolle structuur (nieuw)
Planning Dit erfgoedbeleid wordt in de periode tot en met 2030 uitgevoerd. Voor het ontwikkelen van het nieuwe beleid en het implementeren hiervan in de jaren 2026 en 2027 is het nodig expertise in te huren, waarmee we ook meer snelheid kunnen maken. Het gaat hierbij om een inhaalslag, die bestaat uit het inventariseren tot en met het aanwijzen van erfgoed. Voor dit traject maken we een apart participatieplan.
Erfgoedvisie
7
1. Inleiding Heemstede is een gemeente, waarin mensen graag wonen. Ze waarderen het groene en dorpse karakter met stedelijke allure. Het karakter van Heemstede is door de eeuwen gevormd en verbonden met de lange geschiedenis van de gemeente. De vele verhalen uit het verleden zijn nog op allerlei plekken zichtbaar. Dat willen we graag zo houden, ook voor toekomstige generaties. De zichtbare geschiedenis van Heemstede draagt bij aan een unieke historische en herkenbare leefomgeving waarmee mensen zich verbonden voelen.
1.1 Aanleiding en doel De gemeente staat de komende jaren voor een aantal grote uitdagingen op het gebied van woningbouw, verduurzaming en klimaatadaptatie. Hier moet ruimte voor zijn, maar dit mag niet ten koste gaan van het karakter van Heemstede. Het uitgangspunt van het nieuwe erfgoedbeleid is oog houden voor een goede balans tussen het vinden van ruimte voor het invullen van maatschappelijke opgaven zoals woningbouw en het behouden en benutten van cultureel erfgoed. Voor de maatschappelijke opgave van woningbouw hebben we in de Woonvisie 2023-2027 de doelstellingen opgenomen van meer woningen, wooncomfort en verduurzaming van woningen. Bij het behouden en benutten van erfgoed zijn ook thema’s als restaureren en herbestemmen van belang. Om de cultuurhistorische karakteristieken van de gemeente beter te kunnen behouden gaat de aandacht niet alleen uit naar de bescherming van gebouwen, maar juist ook naar nieuwe beschermingsvormen voor gebieden en structuren, waaronder ook beplanting en straten. De opgave is steeds om een wijze van bescherming te vinden die past bij de karakteristieken die de gemeente wil behouden. Doel is daarbij te komen tot een gedifferentieerde bescherming van erfgoed, passend bij het betreffende bouwwerk of gebied.
Met meer beschermingsvormen hebben we én meer instrumenten voor behoud van het karakter van Heemstede én kunnen we bij bescherming meer individuele vrijheid bieden aan eigenaren. Zo kunnen we de schaarse ruimte in Heemstede optimaal gebruiken.
1.2 De Erfgoedvisie ten opzichte van de Cultuurnota Cultureel erfgoed is een breed begrip: het omvat roerend en onroerend, materieel en immaterieel erfgoed. Deze Erfgoedvisie richt zich op materieel onroerend erfgoed en sluit aan op de Omgevingswet. Deze wet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden, bundelt alle visies, beleid en regelgeving over de fysieke leefomgeving. Het fysieke deel van het cultureel erfgoed maakt hiervan onderdeel uit. Deze Erfgoedvisie gaat dus alleen over het fysieke deel van het culturele erfgoed: gebouwen, gebieden, objecten, buurten, groenstructuren en landschappelijke patronen met een cultuurhistorische betekenis. De Omgevingswet biedt instrumenten voor een passende bescherming. De ambities voor cultuuruitingen, zoals de beleving van het culturele erfgoed, herinnering, cultuurhistorisch besef en educatie krijgen een plek in de nieuwe cultuurnota. We maken kortom een ‘knip’ tussen de harde kant van erfgoed (Erfgoedvisie) en de zachte kant (Cultuurnota), met de kanttekening dat er uiteraard sprake is van een samenhang tussen beide aspecten.
1.3 Doel De Erfgoedvisie beschrijft wat we op de langere termijn willen bereiken met het erfgoed in Heemstede. Hoe we dát wat het bewaren waard is goed kunnen beschermen, beschrijven we in concrete stappen, die we de komende jaren gefaseerd uitvoeren. Deze stappen leiden ertoe dat:
Erfgoedvisie
8
1. De gemeente het bestaande erfgoedbeleid integreert in de instrumenten van de Omgevingswet en voldoet aan de instructieregels van het Rijk en de provincie Noord-Holland; 2. Er meer beschermingsvormen komen waarmee het Heemsteedse erfgoed(beleid) verder ontwikkeld kan worden. Het doel is dus dat we passende beschermingsvormen creëren voor het beter behouden en benutten van erfgoed.
1.4 Leeswijzer De Erfgoedvisie is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk twee schetst op hoofdlijnen de ruimtelijke geschiedenis van Heemstede. In hoofdstuk drie beschrijven we de context van bestaand beleid waarbinnen de erfgoedvisie zich bevindt. Vervolgens presenteren we in hoofdstuk vier de gemeentelijke visie op het culturele erfgoed en op de bescherming hiervan. In hoofdstuk vijf werken we de doelstellingen die hieruit voortvloeien verder uit tot concrete stappen. Hoofdstuk zes bevat een vertaling hiervan in een uitvoeringsagenda met prioritering en budgettering.
Erfgoedvisie
Totstandkoming Het college hecht waarde aan een zorgvuldige totstandkoming van de Erfgoedvisie. Daarom is adviesbureau MOOI Noord-Holland gevraagd deze opdracht uit te voeren. Daarin zijn de volgende fases te onderscheiden: 1. Het maken van een plan van aanpak, dat vervolgens is gedeeld met de Raadscommissie Ruimte. In het plan van aanpak werden de vervolgstappen gedefinieerd. 2. Het inventariseren van aanwezige cultuurhistorische stukken, het bestaande beleid op gemeentelijk, provinciaal en rijksniveau en het definiëren van mogelijke beschermingsvormen in nieuw Omgevingswetbeleid. 3. Het maken van de Erfgoedvisie. Daarvoor is er informa)e opgehaald middels: a. Startgesprekken met de portefeuillehouder, medewerkers van verschillende gemeentelijke afdelingen en de Historische Vereniging Heemstede-Bennebroek (HVHB); b. Een ambtelijke werksessie om de mogelijkheden van bescherming te verkennen in rela)e tot veelvoorkomende kenmerken van Heemstede; c. Het voorleggen van conceptversies aan een interne en externe leesgroep, bestaande uit stakeholders als erfgoed-, landschapsorganisa)es en monumenteigenaren.
9
Erfgoedvisie
10
2. De ruimtelijke geschiedenis van Heemstede in vogelvlucht Hoe Heemstede er uitziet, is het resultaat van een lange geschiedenis. Tijdlagen uit verschillende perioden zijn nog steeds zichtbaar in het Heemstede van nu. De gemeente Heemstede is centraal gelegen op de noord-zuid lopende strandwal die verschillende delen van Holland met elkaar verbindt.De verbindingen met omliggende plaatsen, met name Haarlem en Bennebroek, zijn cruciaal geweest voor de ontwikkelingsgeschiedenis. De Herenweg, de trekvaart, de tram- en treinverbinding en de autowegen hebben er vanaf de Middeleeuwen voor gezorgd dat Heemstede goed verbonden is geweest met de Hollandse steden Haarlem, Amsterdam en Leiden.
2.1 Het natuurlijke landschap Na de laatste IJstijd, zo’n tienduizend jaar geleden, steeg de zeespiegel door het smelten van de ijskappen, waardoor Noord- en Zuid-Holland grotendeels deel uitmaakten van de Noordzee. Toen de zeespiegelstijging circa zesduizend jaar geleden afnam, ontstonden er door de aanvoer van zand geleidelijk lange smalle zandbanken, evenwijdig en oostelijk aan de huidige kustlijn. Op deze strandwallen vond duinvorming plaats. In de perioden dat de zandaanvoer stagneerde, ontstond een lage strandvlakte tussen de strandwal en de zee. Als de zandaanvoer in een volgende periode weer toenam, ontstond weer een nieuwe strandwal. Zo breidde de kust zich in westwaartse richting uit en ontstond er een landschap met afwisselend hoger en lager gelegen zandstroken.
Geologische kaart met de gemeentegrens van Heemstede (TNO - Geologische Dienst Nederland. DINOloket) Heemstede is gelegen op één van de oudste strandwallen.
Tussen de strandwallen waren lager gelegen, nattere, strandvlakten: hier ontstond veenvorming. In natte omstandigheden verteerden plantenresten door gebrek aan zuurstof maar gedeeltelijk. Hierdoor hoopte zich in de loop der eeuwen een steeds dikkere laag veen op. Nog steeds ligt aan de oostgrens van Heemstede veen aan het oppervlak. Veenriviertjes, zoals het Spaarne, zorgden voor de afwatering. De strandwallen staken boven het veen uit en waren de eerste bewoonbare plaatsen in het Nederlandse kustgebied.
2.2 Geestnederzetting In de vroege middeleeuwen werd aan de oostelijke rand van de strandwallen gewoond, op de overgang van de hoger geleden strandwal naar de lagergelegen weides in de veengebieden. Het bouwland, geest genoemd, was gelegen op de strandwallen. Ook in Heemstede lagen geestnederzettingen. De structuur van de geest werd bepaald door de strandwal. Op de strandwal lagen de akkers, op de rand de weg en bewoning en op het veen de weilanden met vee. De strandwal was de enige plek in Holland waarover vervoer over land mogelijk was. Op de kaart is aangegeven waar de geesten lagen. Beeld: Geovoorziening RCE en MOOI Noord-Holland.
Hier was Holland op z’n smalst. Alles verliep via de Herenweg, want overal in het binnenland lag water: Haarlemmermeer en het IJ (tot aan Velsen). Bovendien was aan de kustzijde sprake van heftige zandverstuivingen, rond 1200 ontstonden daar de jonge duinen die de strandwallen met zand als het ware overspoelden. De over de strandwal lopende Herenweg werd gebruikt om goederen te vervoeren. Het
Erfgoedvisie
11
vervoer naar Haarlem nam sterk toe nadat de graaf van Holland in Haarlem een woning aan de Herenweg betrok en er in de tiende eeuw zijn hof vestigde.
2.3 Late Middeleeuwen: het dorp Heemstede Heemstede maakte lange tijd deel uit van het Haarlemmerambacht.1 Nadat Haarlem in 1245 stadsrechten had gekregen met een eigen grondgebied en bestuur- en rechtsspraak, verdeelden de graven van Holland het aangrenzende gebied buiten Haarlem in een aantal afzonderlijke ambachtsheerlijkheden. Floris V gaf de ambachtsheerlijkheid van Heemstede in 1284 in leen aan Reinier van Holy (later Van Heemstede genaamd). Deze bouwde strategisch aan het Spaarne een slot. In de veertiende eeuw kwam in de nabijheid van het slot het dorp Heemstede tot ontwikkeling. In 1345 werd er een kapel gebouwd en in de vijftiende eeuw het Bernardijnenklooster. Een parochiekerk was er niet, de dorpelingen gingen in Haarlem naar de kerk. De ontwikkeling van een stratenpatroon met de Achterweg, de Voorweg en de Hoflaan duidt op de groei van het dorp. Het deel van de Hoflaan dat nog bestaat heet tegenwoordig Slotlaan. Het Manpad was een van de weinige routes van de Herenweg naar de kust. Het merendeel van de inwoners van Heemstede leefde in de Late Middeleeuwen van de landbouw en het vervoeren van vracht met paard en wagen.
Christian Sgroten, Kaart van Holland, 1573, uitsnede. Heemstede is gelegen onder Haarlem op de punt waar het Haarlemmermeer aantakt op het Spaarne. Beeld: Collectie KBR Brussel.
Slot Heemstede, naar een tekening van Rolant Roghman (1646) door J.J. de Geer
2.4 De zeventiende eeuw: blekerijen en buitenplaatsen Het dorp Heemstede was door het Spaarne, het Haarlemmermeer en de Herenweg verbonden met de Hollandse steden. De verbindingen namen in de zeventiende eeuw verder toe door het graven van lokale vaarten als de Blekersvaart en de Heerenzandvaart en door de trekvaarten tussen Amsterdam, Haarlem en Leiden. Vanaf het einde van de zestiende eeuw was er een sterke economische en demografische groei in Haarlem, Leiden en Amsterdam. Dit had ook zo zijn gevolgen voor Heemstede. Allereerst werd voor de uitbreidingen in Amsterdam, Leiden en Haarlem zand afgevoerd uit Heemstede. Om het zand te vervoeren werden diverse vaarten aangelegd, zoals de Blekersvaart en de Heerenzandvaart. Ten tweede vestigden zich op de zandige gronden talrijke blekerijen. Ze maakten gebruik van het schone water dat via duinrellen, beekjes, uit de hoger gelegen duinen stroomde. Hier werden de linnen stoffen, het lijnwaad en de garens die in Haarlem waren geweven en gesponnen, gebleekt. Voor het vervoer ervan konden ze gebruik maken van de nieuwe vaarten. Ten derde lieten rijke kooplieden in de zeventiende en achttiende eeuw in Kennemerland een buitenplaats bouwen om er in de zomer aangenaam te kunnen verpozen. Langs de trekvaart en Herenweg werden verschillende buitenplaatsen gebouwd, compleet met tuin en park, soms op de plek van een vervallen kasteel.
Voorbeelden zijn de Hartekamp, het huis te Manpad, Ipenrode, maar ook het Oude Slot.
1
Een gebied waar de graaf van Holland een ambachtsheer had aangesteld voor bestuur en rechtspraak.
Erfgoedvisie
12
Dit alles bood de lokale bevolking veel werk en het aantal inwoners groeide. Het dorp breidde uit en er werd in 1625 een eigen (Oude) kerk gebouwd. Daarnaast ontstonden in de omgeving van de blekerijen nieuwe buurtschappen, zoals het buurtschap Crayenest aan de Gasthuiszandvaart (nu de Crayenestervaart).
De Heerlijkheid Heemstede, Balthasar Floriszoon van Berckenrode uit 1643. De kaart is gedraaid, het noorden ligt rechts. Beeld: Collectie Noord-Hollands Archief.
Blekerij bij Heemstede, J. Mensing, 1737. Beeld: Collectie Historisch Museum Haarlem.
Erfgoedvisie
Landgoed Berkenrode ca. 1700. Beeld: Collectie Noord-Hollands Archief.
13
2.5 Tweede helft negentiende eeuw: bloembollenteelt In de achttiende eeuw raakte de textielnijverheid in Leiden en Haarlem in verval, waardoor er ook voor de blekerijen bij Heemstede minder werk was. Rond 1800 kwam in de omgeving van Haarlem de bloembollencultuur tot ontwikkeling. Ook in Heemstede werden velden die oorspronkelijk in gebruik waren voor het bleken in gebruik genomen voor het telen van bloembollen. Veel bedrijven legden zich toe op de export ervan. De bollen werden opgeslagen in bollenschuren. In de twintigste eeuw nam de export van bloembollen uit Heemstede echter af. De bollenschuren raakten in verval, al zijn er nog wel enkele bewaard gebleven. Een andere grote landschappelijke verandering was het droogmaken van het Haarlemmermeer in 1852.
Topografische kaart circa 1850. Tot het begin van de twintigste eeuw waren buitenplaatsen, enkele historische kernen, blekerijen en tuinderijen de belangrijkste elementen waaruit het landschap van Heemstede bestond. Het noorden ligt boven. Beeld: Grote Historische Provincie Atlas.
2.6 Twintigste eeuw: welvarende forensengemeente Door de goede bereikbaarheid met de trein en de tram vanaf eind negentiende eeuw vestigden steeds meer forensen uit Amsterdam, Haarlem en Den Haag zich in het groene Heemstede. In de twintigste eeuw nam de vraag naar woningen sterk toe. De eerste woningen werden in het noorden van de gemeente gebouwd in Bosch en Vaart en het Haarlemmerhoutpark, dat in 1927 werd geannexeerd door Haarlem. Plek werd ook gevonden op de voormalige bloembollenvelden. Eind negentiende eeuw werden talrijke buitenplaatsen in de nabijheid van uitdijende steden opgekocht en verkaveld voor villaparken en na de Tweede Wereldoorlog met villawijken bebouwd. Om de uitbreidingen in goede banen te kunnen leiden kregen de architecten Jan Stuyt en Joseph Cuypers in 1908 de opdracht voor het opstellen van een Uitbreidingsplan voor de gemeente Heemstede. Gebaseerd op het ideaal van Engelse tuinsteden van Ebenezer Howard ontwierpen zij een plan met ruim opgezette woningen in een groene omgeving. Iedere woning zou zijn eigen tuin krijgen. De tuinstadgedachte had ook een sociaaleconomische, idealistische grondslag. Uitgangspunt was een ruim opgezette maar besloten bebouwingsstructuur, de nabijheid van zowel voorzieningen als landelijk gebied, een gezonde woonomgeving en sociale binding.
Het moest Heemstede het aanzien geven van een moderne en welvarende forensengemeente. De Heemsteedse Dreef vormde de centrale as van het plan. De sociale woningbouw rond het Res Novaplein en de Eikenlaan maakten onderdeel uit van dit uitbreidingsplan. Na de Tweede Wereldoorlog deed de auto zijn intrede. De Heemsteedse Dreef werd een drukke verkeersader die is aangesloten op het regionale verkeer. De goede verkeersverbindingen met Amsterdam, Haarlem en Leiden zorgden voor een verdere groei van de forensengemeente. Er werden grootschalige wijken gebouwd met een andere stedenbouwkundige opzet en woningtypologie dan voor de oorlog. De eerste wijken kenden een voor die tijd kenmerkende strokenverkaveling. Eind jaren zestig werden vlak achter de Raadhuisstraat de eerste galerijflats gebouwd (Provinciënwijk), maar ook aan de randen van de vooroorlogse wijken (als de Geleerdenwijk) verrees hoogbouw.
Erfgoedvisie
14
Joseph Cuypers en Jan Stuyt, Uitbreidingsplan Heemstede, 1908-1909 (het plan is in 1912 vastgesteld). De kaart is gedraaid. Het noorden ligt rechts
Raadhuis Heemstede, bouwjaar 1906, gefotografeerd in 1971. Joseph Cuypers en Jan Stuyt ontwierpen het Raadhuis van Heemstede. Beeld: Gerard Drukker, RCE
Typerend voor de jaren zeventig en tachtig waren de woonerven met doodlopende straten, zoals de wijk Merlenhoven. Sinds de jaren negentig hebben de uitbreidingen plaatsgemaakt voor inbreidingen. Met name op voormalige bedrijventerreinen worden buurten met een hoge dichtheid gerealiseerd (Vogelpark, Havendreef, Waterpark). Ook komt er steeds meer aandacht voor de renovatie van bestaande woningen. Daarnaast zijn er woongebieden in voorbereiding (gebied Manpad, ’t Groot Clooster). Zo is in de loop van de geschiedenis van Heemstede de nadruk steeds meer komen te liggen op wonen.
Erfgoedvisie
De watertoren uit 1910 naar ontwerp van A. Holmberg de Beckfelt is een provinciaal monument. Beeld: HVHB. Heemstede was in 1909 een overeenkomst aangegaan met de gemeente Amsterdam voor levering van duinwater uit het Amsterdamse duinwaterleidingcomplex aan de Leidsevaart
15
De Pinksterkerk (1956-1957) is een belangrijk icoon uit de wederopbouwperiode. Het door Chr. Nielsen en J.H. Spruit ontworpen kerkgebouw is een rijksmonument. De glas-in-beton-kunst is van de hand van Berend Hendriks. Beeld: HVHB
Topografische kaart Heemstede anno 2024. Beeld: MOOI Noord-Holland
Erfgoedvisie
16
Erfgoedvisie
17
3. Beleidscontext De sporen van de geschiedenis van Heemstede, zoals beschreven in het vorige hoofdstuk, zijn op veel plekken nog zichtbaar. Voor een deel van dit erfgoed is specifiek beleid gemaakt. Daarnaast komt een deel van dit erfgoed ook ter sprake in ander (overkoepelend) beleid op verschillende overheidsniveaus. In dit hoofdstuk volgt per relevant beleidsdocument een korte analyse.
3.1 Gemeentelijk beleid Archeologische Waardenkaart (2011) De Archeologische Waardenkaart wordt geactualiseerd en opgenomen in het tijdelijke omgevingsplan. De opdracht hiertoe is in 2024 verstrekt.
Beheerverordening Algemene begraafplaats Heemstede (2014) In de verordening is enige bescherming van in historisch opzicht betekenisvolle graven opgenomen. Het college van B&W houdt een lijst bij met graven die niet zomaar geruimd mogen worden en mag over het ruimen van deze graven beslissen.
Bijzondere verordening incidentele subsidies gemeentelijke monumenten Heemstede (2022) In deze verordening worden de voorwaarden uiteengezet die gelden voor het aanvragen van een gemeentelijke subsidie voor het behoud en / of herstel van een gemeentelijk monument.
Cultuurnota. Cultuur de verbindende factor 2022-2024 (2022) Het Heemsteedse cultuurbeleid rust op drie pijlers: cultuurbehoud, cultuurparticipatie en cultuureducatie. In de Cultuurnota staat beschreven hoe de gemeente aan deze drie pijlers werkt, met wie en wat dat kost. In de bijlagen wordt ingegaan op het gemeentelijke monumentenbeleid, de archeologie en bevinden zich daar de archeologische waardenkaart, archeologiebeleid en een geschiedenis van de gemeente. De Cultuurnota wordt in 2025 geactualiseerd.
Erfgoedverordening (2017) De huidige Erfgoedverordening bevat de regels voor gemeentelijke monumenten en voor archeologisch beleid. Omdat onder de Omgevingswet alle regels die over de fysieke leefomgeving gaan in het omgevingsplan moeten worden opgenomen, moeten ook de regels uit de Erfgoedverordening die daarover gaan op termijn worden overgezet. Andere bepalingen – zoals subsidieregelingen – worden niet overgezet en kunnen in de Erfgoedverordening blijven staan. De huidige Erfgoedverordening is via het overgangsrecht automatisch onderdeel geworden van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De gemeente kan er nog tot het definitieve omgevingsplan is ingegaan (uiterlijk 1 januari 2032) gebruik van maken. Tot dat moment mogen nieuwe gemeentelijke monumenten nog op basis van de bestaande Erfgoedverordening worden aangewezen.
Kerkenvisie (2022) In samenwerking met de kerkbesturen heeft de gemeente een Kerkenvisie opgesteld. Hierin is een overzicht van de kerken, eigenaren en monumentenstatussen opgenomen, worden aanbevelingen gedaan voor het in stand houden en herbestemmen van de gebouwen en wordt er een stappenplan gepresenteerd voor het laatste.
Erfgoedvisie
18
Leegstandsverordening (2024) Om langdurige leegstand van woningen, winkelpanden en kantoorpanden tegen te gaan is in 2024 de leegstandsverordening in werking getreden. Op basis hiervan kan de gemeente leegstand aanpakken. Vastgoedeigenaren zijn verplicht om leegstand van zes maanden of langer bij de gemeente te melden. De gemeente maakt een leegstandlijst en gaat met de eigenaren in overleg over de invulling van het pand. We gaan hiermee ook leegstand van erfgoed zoveel mogelijk tegen.
Monumentale bomenkaart en Notitie bomenbeleid Heemstede (2005) Er is een online bomenkaart waarop de monumentale en beeldbepalende bomen zijn aangeduid. In de Notitie bomenbeleid worden bomen (houtopstanden) met cultuurhistorische waarde gelinkt aan de omgeving van een monument. Bomen buiten de omgeving van een monument worden als volgt aangeduid: “Sommige bomen of houtopstanden zijn voor een bepaald gebied beeldbepalend of zelfs monumentaal te noemen. Het kappen heeft een grote impact en de boom is daardoor belangrijk voor het ruimtelijke beeld”. Deze bomen kunnen deel uitmaken van de voor Heemstede zo karakteristieke boomlaanstructuren.
Omgevingsvisie: De gemeente Heemstede van A tot Z en Omgevingsvisie Heemstede 2040. ‘Duurzaam ontwikkelen, kwaliteit behouden’ (2024) De omgevingsvisie beschrijft de ambities van de gemeente op de lange termijn. De verschillende sectoren van de fysieke leefomgeving worden in samenhang benaderd. Erfgoed en de karakteristieken van de bestaande leefomgeving maakt hiervan onderdeel uit. Het opstellen van de omgevingsvisie vindt in drie fasen plaats, waarvan de eerste twee ten tijde van dit schrijven zijn opgeleverd.
Programma Gemeenten kunnen ervoor kiezen om voor specifieke sectoren, thema’s of gebieden een programma op te stellen. Het programma is een instrument om uitwerking te geven aan beleid voor de ontwikkeling, beheer, behoud, bescherming van de fysieke leefomgeving en om de maatregelen voor door haar gestelde doelstellingen te concretiseren. Het programma kan zo fungeren als brug tussen de abstracte ambities in de omgevingsvisie en de juridisch-planologische borging in het omgevingsplan. Het is enigszins vergelijkbaar met een uitvoeringsprogramma. Voorbeelden van programma’s zijn klimaatadaptatie of een programma voor de ontwikkeling van een gebied. In de meeste gevallen zal het relevant zijn om erfgoed hierin mee te nemen. Het is mogelijk om een programma voor cultureel erfgoed op stellen. Gemeente Heemstede heeft een aantal gebiedsgerichte programma’s.
Tijdelijke omgevingsplan Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de bestemmingsplannen opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. In de komende jaren werkt de gemeente toe naar één omgevingsplan voor het gehele gemeentelijke grondgebied. Hiervoor heeft ze tot 1 januari 2032 de tijd. Het omgevingsplan bevat de regels voor de fysieke leefomgeving. De gemeente heeft één omgevingsplan voor haar gemeentelijk grondgebied. De gemeente zorgt met de regels voor een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Het omgevingsplan werkt met (werkings)gebieden, activiteiten en regels. De gemeente bepaalt voor ieder gebied welke activiteiten zij er toestaat en koppelt daar regels aan. Cultureel erfgoed wordt in het omgevingsplan met een functie aangeduid. De locatie van een gemeentelijk monument krijgt in het omgevingsplan bijvoorbeeld de functieaanduiding ‘gemeentelijk monument’ en de gemeente verbindt hieraan regels ter bescherming van gemeentelijke monumenten. De RCE heeft recent voorbeeldregels opgesteld die gemeenten kunnen gebruiken. In de ‘oude’ bestemmingsplannen staan de volgende voor erfgoed interessante regels: Er is een dubbelbestemming voor Archeologie opgenomen. Hieraan ligt een archeologische waardenkaart ten grondslag. Dit is sinds 2007 wettelijk verplicht.
Voor de landgoederen heeft de gemeente in het bestemmingsplan waardevolle gebieden opgenomen.
Erfgoedvisie
19
De regels voor het bestemmingsplan Centrum en omgeving bieden enige bescherming ten aanzien van de groen- en waterstructuren en de volumes. De groen- en waterstructuren zijn bestemd als ‘groen’ en ‘water’. De bouwvolumes zijn redelijk conserverend door de grenzen van de bouwvlakken en het vastleggen van de bouw- en goothoogtes op maximaal 4 meter en 3 meter. Er is geen sloopvergunning opgenomen.
Welstandsnota (2016) In de Welstandsnota wordt het karakter van Heemstede omschreven als groen met landgoederen en buitenplaatsen op parkachtige terreinen, de aanwezigheid van veel monumentale objecten en ensembles. De erfgoedwaarde van een object of gebied is van invloed op de aanvaardbaarheid van plannen en wordt daarom meegewogen bij de welstandsbeoordeling. In de welstandsnota wordt onderscheid gemaakt in bijzondere en reguliere welstandsgebieden. Bijzonder welstandsgebied zijn: Centrum (1) Bijna alle linten (2), Een stukje van Bedrijventerrein (9) Landgoederen en groene gebieden (11) Reguliere welstandsgebied zijn: Dorps woongebied (3) Woongebied Interbellum (4) Gemengd villagebied (5) Woongebied jaren ’40-’60 (6) Woongebied jaren ’70-’80 (7) Woongebied vanaf ’90 (8) Het grootste gedeelte van Bedrijventerrein (9) Sport (10)
Overzicht van de welstandsgebieden in de Welstandsnota
Erfgoedvisie
20
De typische Heemsteedse wijken uit de jaren 1910-1930 bevinden zich in Dorps woongebied (3), Woongebied Interbellum (4) en Gemengd villagebied (5), en bevinden zich dus alle in een regulier welstandsgebied. Ook de meeste andere bebouwing ligt in regulier welstandsgebied. Dit betreft enkele linten, de woongebieden, bedrijventerreinen en sportterreinen. Bouwplannen in deze gebieden doen in principe geen afbreuk aan de basiskwaliteit van de openbare ruimte. Dit betekent dat bouwplannen aan achterkanten vanwege hun beperkte invloed op het straatbeeld veelal eenvoudiger kunnen worden beoordeeld. Daarnaast zijn er bijzondere gebieden. In het buitengebied ligt de nadruk in het beeld op het groen en in de andere bijzondere gebieden meer op de bebouwing. In alle bijzondere gebieden is extra inspanning ten behoeve van het behoud en de eventuele versterking van de ruimtelijke kwaliteit gewenst. Bouwplannen in bijzondere gebieden worden met meer aandacht bekeken en zorgvuldiger gewogen dan bouwplannen in reguliere gebieden. Ook hierbij geldt dat plannen in het zicht grondiger worden bekeken dan plannen aan achterkanten.
Woonvisie (2023-2027) In de Woonvisie komt het belang van het karakter van Heemstede voor het woonmilieu nadrukkelijk terug. Het karakter van Heemstede kenmerkt zich door een kwalitatief hoogwaardige woonomgeving, met een opvallend groene uitstraling en een veilige, goed onderhouden buitenruimte. Inwoners koesteren het groene, gemoedelijke en monumentale karakter en vinden dat dit vooral behouden moet blijven. Er zijn goede winkel-, sport- en culturele voorzieningen en er is een goede mix van kwalitatief hoogwaardige maatschappelijke functies. Kernkwaliteiten zijn een gemoedelijk, harmonieus en levendig dorp met stadse fratsen (allure); veel (historisch) groen en waardevolle openbare buitenruimte en gebouwen. De ambitie is het creëren van vernieuwde spelregels voor behoud van onze authentieke en karakteristieke objecten en structuren. Inzetten op passend wonen en aan de groeiende woonvraag voldoen, is onlosmakelijk verbonden met de ontwikkeling van behoud van het DNA van Heemstede.
3.2 Provinciaal beleid Beschermd Landschap (voorheen Bijzonder Provinciaal Landschap of BPL) De provincie heeft in haar omgevingsverordening werkingsgebieden voor Beschermde Landschappen aangewezen en kernkwaliteiten benoemd. Voor gemeente Heemstede zijn dat Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer-Noord. In het BPL Zuid-Kennemerland gaan die kernkwaliteiten ook over buitenplaatsen:
“De landgoederen hebben een hoge cultuurhistorische en landschappelijke waarde. Ruimtelijke ontwikkelingen op landgoederen die niet uitgaan van de oorspronkelijke ruimtelijke opzet van het landgoed en de samenhang met de omgeving respecteren, zijn in ieder geval een aantasting van deze kernkwaliteit.” En:
“De verschillende delen van de strandvlakte (inclusief het Westelijk Tuinbouwgebied) hebben een eigen kenmerkende landschappelijke opbouw en verkavelingspatroon. Ze zijn landschappelijk, hydrologisch en cultuurhistorisch van grote waarde. Ruimtelijke ontwikkelingen die de landschappelijke kenmerken, het verkavelingspatroon of de waterlopen significant wijzigen zijn in ieder geval een aantasting van deze kernkwaliteit.” Een gemeente moet in het omgevingsplan regels opnemen ter bescherming van de kernkwaliteiten van de Beschermde Landschappen (artikel 6.2.5.2). Daarnaast moeten gemeenten in het omgevingsplan rekening houden met de ambities en ontwikkelprincipes uit de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie en de kansen, ontstaansgeschiedenis en kernwaarden hierbij betrekken (artikel 6.69). Hiermee beoogt
Erfgoedvisie
21
de provincie een goede inpassing van ontwikkelingen, zodat de cultuurhistorische en landschappelijke waarden behouden blijven. Ten tijde van het schrijven van deze Erfgoedvisie werd de oude naamgeving nog door de provincie gebruikt: Bijzonder Provinciaal Landschap. De provincie heeft de naam gewijzigd in Beschermd Landschap (BL), maar deze wijziging is nog niet doorgevoerd in de Omgevingsverordening NH2022.
Overzicht van de 32 gebieden ‘Beschermd Landschap’ (voorheen BPL) in Noord-Holland. Beeld: provincie Noord-Holland
Omgevingsvisie NH2050 Eén van de ambities van de provincie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie.
Omgevingsverordening NH 2022 De ‘Omgevingsverordening NH2022’ van de provincie Noord-Holland bevat instructieregels voor bescherming van cultureel erfgoed en landschap. De provincie heeft instructieregels voor bescherming van provinciale monumenten en beschermde structuren (artikel 6.72). Zij heeft regels geformuleerd die gemeenten voor de provinciale monumenten en structuren moeten overnemen in het omgevingsplan. Zolang de regels voor provinciale monumenten nog niet in het omgevingsplan zijn opgenomen geldt een voorbereidingsbesluit waarin de provincie rechtstreeks werkende regels voor die monumenten heeft opgenomen. Die regels gelden dus, zodat er voldoende bescherming is voor de provinciale monumenten, direct vanaf 1 januari 2024. In een aantal werkingsgebieden, zoals Bijzonder Provinciaal Landschap, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Provinciale Monumenten, heeft de provincie de grenzen aangepast.
Natuur Netwerk Nederland Een deel van de gemeente Heemstede ligt in het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Het doel van het netwerk is om natuurgebieden beter te verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.
Erfgoedvisie
22
De provincie is verantwoordelijk voor het NNN in Kennemerland. Het NNN is gericht op het beschermen van natuurwaarden; het beschermen van landschappelijke erfgoedwaarden is geen primair doel. Het beschermen van natuurwaarden kan meehelpen om de erfgoedwaarden te beschermen, maar ze kunnen elkaar ook tegenspreken.
Provinciale Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2018) In de provinciale Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (LL&C) maakt gemeente Heemstede onderdeel uit van het ensemble Zuid-Kennemerland. In de LL&C zijn de ontstaansgeschiedenis, kernwaarden, dynamiek en ontwikkelprincipes beschreven. Hierin is de waarde van bijvoorbeeld de noord-zuid lopende landschappelijke patronen en de openheid beschreven, maar ook het behoud van de buitenplaatsen.
3.3 Rijksbeleid Het Rijk heeft in de wet opgenomen dat gemeenten verplicht zijn om zorg te dragen voor hun erfgoed. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl artikel 5.130) staat dat gemeenten in hun omgevingsplan rekening moeten houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed en de universele waarde van werelderfgoed. De instructieregels gaan over: Voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten. Voorkomen van verplaatsing van beschermde monumenten. Bevorderen van gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand. Voorkomen van aantasting van de omgeving van een beschermd monument. Voorkomen van aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten. Voorkomen van aantasting van cultuurlandschappen. Conserveren en instandhouden van archeologische monumenten. De Omgevingswet bepaalt dat gemeenten voor cultureel erfgoed dat voor bescherming in aanmerking komt een toereikend beschermingsregime opnemen. De wijze waarop ze dat doen, is ten dele bij de gemeenten gelegd. Dit maakt het voor gemeenten mogelijk om te differentiëren in de bescherming van hun erfgoed. Naast de Omgevingswet is op rijksniveau de Erfgoedwet van belang.
De Erfgoedwet richt zich op de inhoudelijke bescherming en het beheer van cultureel erfgoed, zoals monumenten en archeologische vondsten, terwijl de Omgevingswet de ruimtelijke ordening en vergunningverlening rondom erfgoed regelt.
Erfgoedvisie
23
Erfgoedvisie
24
4. Cultureel erfgoed in Heemstede behouden en benutten Heemstede ontleent haar aantrekkingskracht voor een groot deel aan de dorpse, groene en historische uitstraling met stedelijke allure. Zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk is het instandhouden van deze rijke ruimtelijke cultuurhistorie nu hoofdzakelijk geregeld in de Welstandsnota (2016) en de Erfgoedverordening (2017). Deze instrumenten bieden nu echter niet veel ruimte voor maatwerk. In de afgelopen jaren is het unieke en gewaardeerde karakter van Heemstede onder druk komen te staan door allerlei ontwikkelingen, zoals de woningbouwopgave en de noodzaak tot verduurzaming en klimaatadaptatie. Dat brengt nieuwe vraagstukken met zich mee over het behoud en de ontwikkeling van erfgoed en daar sluit het bestaande erfgoedbeleid niet goed meer bij aan. Andere gemeenten werken met een breder palet aan beschermingsvormen om de balans te bewaren tussen behoud en nieuwe ontwikkelingen. Daarom stellen we voor meer mogelijkheden voor bescherming te creëren, om de dubbele doelstelling van behoud van erfgoed en ruimte voor ontwikkelingen te kunnen realiseren.
4.1 Behouden en benutten van historische karakteristieken De rijke geschiedenis biedt een aanleiding voor de duurzame ontwikkeling van de gemeente en de bescherming van ons kenmerkende verleden. Het uitgangspunt van deze Erfgoedvisie is om oog te houden voor een goede balans tussen het behouden en benutten van cultureel erfgoed. Onze inzet is de actuele opgaven te benaderen vanuit het bestaande karakter. Ontwikkeling is zeker mogelijk, maar met respect voor zowel de historische waarden én de actuele opgaven. De bescherming wordt niet onnodig zwaar en de wijze van bescherming wordt gedifferentieerd; zwaarder waar het moet en lichter waar het kan. De focus van het beleid ligt op het behoud van het beeld van Heemstede door het regelen van nieuwe vormen van bescherming op gebiedsniveau en het tegengaan van de afbreuk aan de karakteristieken. Welke soorten erfgoedbescherming we hanteren en waarom lichten we toe in paragraaf 4.3 ‘Gedifferentieerde omgang met erfgoed’.
4.2 Erfgoed(beleid) verankeren in het beleid voor de fysieke leefomgeving De Omgevingswet regelt veel van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Het fysieke deel van het cultureel erfgoed maakt hier onderdeel van uit. Gemeenten zijn verplicht om rekening te houden met het belang en behoud van cultureel erfgoed. Om dit goed te kunnen meewegen integreren we het erfgoed (beleid) in de instrumenten van de Omgevingswet, zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de vergunningverlening.
De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Het uitgangspunt van de wet is een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving en het bundelen van de wetgeving hieromtrent. De Omgevingswet schaart onder de fysieke leefomgeving: bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed.
Erfgoedvisie
De Omgevingswet verstaat onder cultureel erfgoed: monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en roerend en immaterieel voor zover dat in het omgevingsplan aan een locatie te verbinden is.
25
Het Hageveld college, 1922-1925 (Jan Stuyt) is een rijksmonument. Beeld: HVHB.
4.3 Gedifferentieerd omgaan met erfgoed We willen gedifferentieerd omgaan met ons erfgoed om keuzes te kunnen maken in de mate van bescherming. Dit zal bijdragen aan het behoud van de dorpsidentiteit en ruimte vbieden oor woonbehoefte, wooncomfort en verduurzaming. Door de aanwijzing van karakteristieke gebieden en bouwwerken kunnen we sturen op het behoud van de identiteit van de gemeente. Dit is een lichtere vorm van bescherming dan het aanwijzen als beschermd dorpsgezicht of gemeentelijk monument; dat zijn de zwaarste vormen van bescherming die we in beperkte mate zullen hanteren. De Omgevingswet biedt, naast bestaande, nieuwe beschermingsvormen die nog landelijk in ontwikkeling zijn. De keuze voor een beschermingsvorm is afhankelijk van wat beschermenswaardig is. Bij de waarden die we willen beschermen, zetten we in Heemstede in op verschillende vormen van bescherming, die tezamen de gedifferentieerde omgang met erfgoed vormen. Hiermee behouden we de karakteristieken van Heemstede en bereiken we tegelijkertijd dat de bescherming geen onnodig keurslijf wordt. Het gaat om de volgende beschermingsvormen voor fysiek cultureel erfgoed:
Objectgerichte bescherming 1. Gemeentelijk monument (zwaardere bescherming; reeds van toepassing) 2. Karakteristiek bouwwerk (lichtere bescherming; nieuw)
Gebiedsgerichte bescherming 1. Beschermd dorpsgezicht (zwaardere bescherming; nieuw) 2. Karakteristiek gebied (lichtere bescherming; nieuw) 3. Waardevolle structuur (lichtere bescherming; nieuw)
Erfgoedvisie
26
Hieronder volgt een toelichting per beschermingsvorm. Dit doen we in de volgorde van zwaarder naar lichter, maar het is geen volgorde in prioriteiten.
Objectgericht
Gebiedsgericht
Zwaarder
Gemeentelijk monument (bestaat al)
Beschermd dorpsgezicht (nieuw)
Lichter
Karakteristiek bouwwerk (nieuw)
Karakteristiek gebied (nieuw) Waardevolle structuur (nieuw)
4.4 Beschermingsvorm 1: gemeentelijk monument (objectgerichte bescherming) Een gemeentelijk monument (reeds van toepassing) is een onroerende zaak met monumentale waarden (cultuurhistorisch, stedenbouwkundig, architectuurhistorisch). Het hele object is beschermd, dus buitenkant én binnenkant, voor zover niet expliciet uitgesloten. Een gemeentelijk monument wordt nu nog op basis van de Erfgoedverordening aangewezen. In de toekomst, uiterlijk 1 januari 2032, verloopt dit via het omgevingsplan.
Voor Heemstede betekent dit Extra bescherming; sloop niet toegestaan. Mogelijkheid om onderdelen uit te sluiten van bescherming (als het historische interieur en de oorspronkelijke structuur niet meer aanwezig zijn). Omgevingsvergunning verplicht voor wijzigingen. Vergunningstelsel gericht op behoud, ook van de materialen. Ingrepen mogen de monumentale waarden niet aantasten en moeten qua ontwerp passen bij het monument. Wijzigingen als verduurzaming of herbestemming zijn mogelijk, maar de gemeente kan hogere eisen stellen aan activiteiten die normaal gesproken vergunningsvrij zijn (zoals bijgebouwen, erfafscheidingen of zonnepanelen). Het gaat erom dat ingrepen in en aan het gebouw de monumentale waarden niet aantasten en zorgvuldig worden ontworpen in samenhang met het bestaande monument.
Evaluatie Heemstede heeft nu 58 gemeentelijke monumenten2 De meeste zijn aangewezen in verschillende tranches in 2005 (zoals het woningbouwcomplex Haemstedeplein e.o.) en in 2009/2010 (zoals het Vrijheidsbeeld en het Lorentz de Haaslab op het SEIN-terrein). Daarna zijn nog enkele gemeentelijke monumenten incidenteel aangewezen (bijvoorbeeld station Heemstede-Aerdenhout). Op dit moment is het gemeentelijke monument de enige beschermingsvorm die we kennen in Heemstede, maar het is wel de zwaarste vorm. In de huidige cultuurnota 2022-2024 is opgenomen dat we ernaar streven elk jaar twee gemeentelijke monumenten aan te wijzen. Bij het opstellen van de cultuurnota was dit aantal niet zozeer ingegeven vanuit inhoudelijke maar vooral praktische redenen, zoals de beschikbaarheid van capaciteit en budget.
Wat gaan we ermee doen? We gaan eerst bepalen welke objecten in aanmerking komen voor de status van gemeentelijk monument. De HVHB heeft inventarisaties gedaan van potentiële gemeentelijke monumenten, die nemen we mee
2
De monumenten in Heemstede zijn te zien via de Erfgoedkaart gemeenten Heemstede en Bloemendaal en via de website van de Historische Vereniging Heemstede-Bennebroek.
Erfgoedvisie
27
in het onderzoek. Daarna Starten we met de procedure voor de aanwijzing van de gemeentelijk monumenten. Hiervoor is een redengevende omschrijving nodig waarin de bescherming wordt onderbouwd. Uiteraard hebben we bij de aanwijzingsprocedure in het bijzonder aandacht voor de eigenaren en volgen we daarnaast de wettelijke regels (zoals o.a. vastgelegd in de erfgoedverordening). Vanaf het moment dat het omgevingsplan is vastgesteld (vóór 2032) verloopt de bescherming van gemeentelijke monumenten via het omgevingsplan. We nemen gemeentelijke monumenten in het omgevingsplan op met een functieaanduiding gemeentelijk monument en hieraan koppelen we regels die bescherming van het gemeentelijk monument borgen. Hiervoor maken we gebruik van de voorbeeldregels die de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) voor gemeenten heeft opgesteld. Tot de vaststelling van het omgevingsplan verloopt de aanwijzing van nieuwe gemeentelijke monumenten nog via de Erfgoedverordening.
4.5 Beschermingsvorm 2: karakteristiek bouwwerk (objectgerichte bescherming) Een karakteristiek bouwwerk, voor Heemstede een nieuwe beschermingsvorm, is een gebouw of object waarvan alleen de buitenkant beschermd is. Het gaat vooral om het beeld vanaf de openbare weg. De bescherming gaat over de hoofdvorm en het gevelbeeld van het gebouw. Het behoud van het oorspronkelijke materiaal speelt hierin een minder belangrijke rol. We nemen twee categorieën op: één waarbij alleen de hoofdvorm is beschermd en één waarbij ook de gevelindeling en detaillering zijn beschermd. Kleur- en materiaalgebruik of typerende details kunnen hierin ook worden meegenomen. Dit is een lichtere vorm van bescherming dan een gemeentelijk monument. Deze beschermingsvorm biedt nieuwe kansen voor Heemstede. Er zijn veel panden in de gemeente waarvan het exterieur (de buitenkant) belangrijk is voor het beeld van de gemeente. Die panden worden aangewezen als karakteristiek bouwwerk. De bescherming is gericht op het behoud van het beeld van het pand, gezien vanaf de openbare weg, in samenhang met de omgeving. Er zijn gemeenten die dit ook wel beeldbepalend pand of karakteristiek pand noemen. Wij volgen de term die de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) hanteert: karakteristiek bouwwerk. Deze term is nieuw en er zijn nog geen voorbeelden van gemeenten die deze term al hebben opgenomen in beleid.
Voor Heemstede betekent dit De aandacht richt zich op het instandhouden van de uiterlijke verschijningsvorm en karakteristiek van het karakteristieke bouwwerk en op het beeld ervan in de openbare ruimte. Het interieur valt buiten de bescherming. Er wordt een sloopvergunningsplicht opgenomen voor (delen van) het karakteristieke bouwwerk (bijvoorbeeld voor alleen de voorzijde). Voor wijziging aan karakteristieke onderdelen is een omgevingsvergunning nodig. De gemeente Heemstede heeft momenteel nog geen karakteristieke bouwwerken aangewezen, maar te denken valt aan een rijtje individuele panden met een bijzondere gevelindeling of een villa in het groen.
Evaluatie Deze vorm van bescherming gebruiken we nog niet in Heemstede.
Wat gaan we ermee doen? Eerst voegen we deze beschermingsvorm toe aan de Erfgoedverordening, zodat er een juridische basis is voor aanwijzing van karakteristieke bouwwerken. Op basis van de lijsten met potentiële monumenten van de HVHB en de inventarisatie die we gaan uitvoeren bepalen we welke objecten in aanmerking komen
Erfgoedvisie
28
voor de status karakteristiek bouwwerk. We schrijven een korte toelichting op de waarden op grond waarvan we de aanwijzing onderbouwen. Eerst wijzen we karakteristieke bouwwerken aan op basis van de aangepaste Erfgoedverordening. Vanaf het moment dat het omgevingsplan is vastgesteld (vóór 2032) verloopt de bescherming van karakteristieke bouwwerken via het omgevingsplan. We nemen karakteristieke bouwwerken in het omgevingsplan op met een functieaanduiding karakteristiek bouwwerk en hieraan koppelen we regels die de bescherming van hoofdvorm en gevelbeeld borgen. We bepalen welke regels we hiervoor willen opnemen en maken hiervoor gebruik van de voorbeeldregels die de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) voor gemeenten heeft opgesteld en van voorbeelden elders.
4.6 Beschermingsvorm 3: beschermd dorpsgezicht (gebiedsgerichte bescherming) Een beschermd dorpsgezicht is een gebied in een dorp met een bijzonder cultuurhistorisch karakter. Zo is in deze regio het centrum van Spaarndam door het Rijk aangewezen als een beschermd dorpsgezicht. Ook gemeenten kunnen een beschermd dorpsgezicht aanwijzen. Hierbij gaat het om het behoud van de identiteit van het gebied. De historie is het uitgangspunt en bij nieuwe ontwikkelingen is de bescherming gericht op de samenhang tussen bebouwing, structuur en openbare ruimte. De bescherming is dus niet gericht op de afzonderlijke panden. Op gemeentelijk niveau is het ‘beschermd dorpsgezicht’ de zwaarste vorm van bescherming voor een gebied.
Voor Heemstede betekent dit Zware vorm van bescherming van een gebied (meer gewicht dan ‘karakteristiek gebied’). Voor aanpassingen gelden strengere regels, zowel voor bebouwde als onbebouwde ruimtes. De bescherming is bedoeld om ontwikkelingen van de stad of het dorp mede te laten plaatsvinden op basis van de historische kenmerken, zodat de ruimtelijke karakteristiek wordt voortgezet. Voor de openbare ruimte wordt een aanlegvergunningplicht opgenomen. De type beplanting zal niet worden meegenomen. Sloop kan niet zonder een goed en passend herbouwplan.
Evaluatie Heemstede heeft nog geen beschermd dorpsgezicht. Gebieden die in aanmerking zouden kunnen komen zijn bijvoorbeeld het Wilhelminaplein of het Raadhuisplein. Uit de inventarisatie moet blijken welke gebieden daadwerkelijk in aanmerking komen en of het wenselijk is die op zo’n manier te beschermen.
Wat gaan we ermee doen? Eerst voegen we deze beschermingsvorm toe aan de Erfgoedverordening, zodat er een juridische basis is voor aanwijzing van het beschermd Ansichtkaart Wilhelminaplein dorpsgezicht. Op basis van de inventarisatie bepalen we welke gebieden de status beschermd dorpsgezicht krijgen toegewezen. Als eerste stap, tot de vaststelling van het omgevingsplan, wijzen we de beschermde dorpsgezichten aan op basis van de Erfgoedverordening. In stap twee nemen we de beschermde dorpsgezichten als werkingsgebied op in het omgevingsplan. Voor bescherming als beschermd dorpsgezicht is een gedetailleerde beschrijving nodig van het betreffende gebied, zodat duidelijk is welke onderdelen onder de bescherming vallen en welke niet. Hoe de beschrijving vorm krijgt moet nog worden uitgewerkt; te denken valt aan ‘gebiedspaspoorten’.
Erfgoedvisie
29
4.7 Beschermingsvorm 4: karakteristiek gebied (gebiedsgerichte bescherming) Een karakteristiek gebied is een lichtere vorm van gebiedsbescherming dan het beschermd dorpsgezicht. Beschermd is de beeldkwaliteit. De bescherming ligt niet op afzonderlijke panden, maar op de samenhang van de bebouwing, tuinen en de openbare ruimte, zoals de groen- en waterstructuren en het straatmeubilair en bruggen.
Voor Heemstede betekent dit Lichtere vorm van bescherming (ten opzichte van beschermd dorpsgezicht). Gebied van lokaal belang. Bescherming ligt op de samenhang van de bebouwing en openbare ruimte (zoals groen- en waterstructuren en het straatmeubilair). Voor de openbare ruimte wordt een aanlegvergunningplicht opgenomen. Bescherming is gericht op de structuurbepalende elementen. De type beplanting zal niet worden meegenomen. Sloop kan niet zonder een goed en passend herbouwplan. Deze beschermingsvorm heeft een link met de huidige welstandsnota.
Evaluatie Heemstede heeft nu geen karakteristieke gebieden, maar er liggen wel kansen. Kenmerkend voor de gemeente Heemstede zijn de tuinwijken (Componistenwijk, Schilderswijk, Bloemenbuurt) uit de jaren twintig en dertig, met zorgvuldig vormgegeven woningen in baksteen en veel groen. En daarnaast kennen we nog meer bijzondere gebieden, van grote wijken tot kleine ensembles. De gebieden waar de cultuurhistorische kwaliteiten hoog zijn kunnen in aanmerking komen voor aanwijzing als karakteristiek gebied.
Wat gaan we ermee doen? Eerst voegen we deze beschermingsvorm toe aan de Erfgoedverordening, zodat er een juridische basis is voor aanwijzing van karakteristieke gebieden. Daarna nemen we de karakteristieke gebieden als werkingsgebied op in het omgevingsplan. We maken een gedetailleerde beschrijving van de kwaliteiten. Hoe de beschrijving vorm krijgt moet nog worden uitgewerkt. Buitenplaatsbiotoop Het landschap tussen de buitenplaatsen verdient extra aandacht. De buitenplaatsen zijn aangewezen als rijksmonument. De buitenhuizen en de tuinen zijn beschermd. De gebieden tussen de buitenplaatsen horen niet bij het beschermde monument, maar zijn er cultuurhistorisch wel mee verbonden. De relatie tussen de buitenplaatsen, de landschappelijke verkaveling en de zichtlijnen zijn van belang. De gemeente gaat onderzoeken of het wenselijk is het landschap rondom de buitenplaatsen aan te wijzen als buitenplaatsbiotoop en een overkoepelende landgoederenzone te benoemen.
4.8 Beschermingsvorm 5: waardevolle structuur (gebiedsgerichte bescherming) Een cultuurhistorisch waardevolle structuur is een doorlopende structuur met cultuurhistorische waarde, zoals een laan, kanaal, dijk, historische wegen. Typerend voor de structuren is dat ze gebiedsoverstijgend zijn. Soms valt de bescherming binnen een beschermd gebied, maar als dat onvoldoende bescherming biedt, kunnen we overwegen om voor de betreffende structuur een eigen werkingsgebied met regels op te nemen.
Erfgoedvisie
30
Voor Heemstede betekent dit Hoewel ook deze beschermingsvorm voor Heemstede nieuw is, zijn er verschillende structuren met een historische betekenis. Hierbij valt te denken aan de Herenweg, de trekvaart (Leidsevaart), de Heemsteedse Dreef en veel groenstructuren.
Joseph Cuypers ontwierp naast het raadhuis ook de katholieke kerk. Beeld: HVHB.
Wat gaan we ermee doen? We gaan eerst de mogelijk te beschermen karakteristieke gebieden inventariseren. Mogelijk zijn er structuren waarbij extra bescherming wenselijk is en zwaardere bescherming niet nodig is.
4.9 Samenvatting beschermingsvormen De Erfgoedverordening passen we aan, zodat er een juridische basis is voor aanwijzing met de nieuwe beschermingsvormen. (En voor 2032 moet deze regels zijn overgezet naar het omgevinsplan). We gaan een inventarisatie uitvoeren naar het culturele erfgoed binnen de gemeente Heemstede. Op basis hiervan bepalen we welke objecten en gebieden we willen beschermen en op welke manier. Overigens betekent dit niet dat vanzelfsprekend elke beschermingsvorm wordt toegepast; dat doen we alleen als er ook passend erfgoed is dat voor die beschermingsvorm in aanmerking komt.
Objectgericht De pareltjes binnen de gemeente wijzen we aan als gemeentelijk monument. Voor de objecten waar we meer het beeld in de omgeving willen beschermen kiezen we voor karakteristiek bouwwerk. We hanteren twee categorieën: alleen de hoofdvorm of ook de gevelindeling en detaillering. Voor de gemeentelijke monumenten maken we een redengevende omschrijving, voor de karakteristieke panden een korte onderbouwing van de waarden die ten grondslag liggen aan de aanwijzing.
Erfgoedvisie
31
Gebiedsgericht De gebieden waar de waarde als cultureel erfgoed hoog is wijzen we aan als beschermd dorpsgezicht. In de gebieden waar de identiteit belangrijk is, maar waar meer wijzigingen mogelijk zijn, kiezen we voor karakteristiek gebied. Voor beide gebieden stellen we een gedetailleerde gebiedsbeschrijving met de kernkwaliteiten op. Gebiedoverstijgende structuren die extra bescherming nodig hebben gaan we aanwijzen als waardevolle structuur.