CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Bestemmmingsplan Duin en Vaart 12-toelichting.pdf

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 19: Vaststellen bestemmingsplan "Duin en Vaart 12"10.916 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

van de grenswaarden voor PM10 en/of NO2. Blijkt uit het onderzoek dat sprake is van zo’n (dreigende) overschrijding, dan mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. Het maakt voor de vestiging van gevoelige bestemmingen niet uit of het deel uitmaakt van ‘niet in betekenende mate’ projecten of ‘in betekenende mate’ projecten. De AMvB ‘Gevoelige Bestemmingen’ moet in beide gevallen worden nageleefd.

5.7.2 Onderzoek luchtkwaliteit Voor het plan is onderzoek gedaan naar luchtkwaliteit. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM). Om toetsing van kleinschalige plannen ten aanzien van de luchtkwaliteit overzichtelijk te houden heeft de wetgever het Besluit “Niet In Betekenende Mate” vastgesteld. In dit besluit is vastgelegd in welke gevallen de planontwikkeling niet in betekenede mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. In het Besluit Niet in Betekenende Mate (NIBM) en de bijbehorende regeling is bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden getoetst hoeft te worden. Hierbij zijn twee situaties te onderscheiden: • Een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10: • Een project valt in de categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden: deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of niet meer dan 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Het plan betreft de realisatie van slechts één woning. Dit ligt ver onder de normering van 1.500 woningen. Er is in dit geval sprake van het “Niet in Betekenende Mate” bijdragen aan de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarom geen belemmering voor het plan.

Huidige luchtkwaliteit Door middel van de NSL-monitoringstool kan gekeken worden naar de huidige luchtkwaliteit in (de omgeving van) het plangebied. Op de NSL-kaart voor de luchtkwaliteit zijn metingen verricht voor het bepalen van de luchtkwaliteit in (de omgeving van) het plangebied. Uit de monitoringstool blijkt dat de concentratie voor NO2, PM10 en PM2,5 kleiner is dan 35 μg/m3. Bovendien is het aantal dagen dat de toegestane concentratie voor stikstof en fijnstof wordt overschreden minder dan 35 dagen.

5.7.3 Conclusie luchtkwaliteit Vanuit luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor het plan.

5.8 Externe veiligheid 5.8.1 Wet- en regelgeving en beleid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer - over weg, water en spoor en door buisleidingen - van gevaarlijke stoffen. Ook de risico’s van het gebruik van luchthavens en de mogelijke aanwezigheid van explosieven vallen onder externe veiligheid. Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen, zoals deze op dit moment luiden (REVI V) bevat de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen. Denk hierbij aan risico’s van 27

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

onder andere tankstations met LPG, gevaarlijke stoffen (PGS-15)-opslagplaatsen en ammoniakkoelinstallaties De normstelling voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (voor zowel weg, spoor als water) is gebaseerd op het Besluit Transportroutes Externe Veiligheid (BTEV).

5.8.2 Onderzoek externe veiligheid Voor het plan is onderzoek gedaan naar externe veiligheid. Hiervoor is gebruik gemaakt van de signaleringskaart EV. De mogelijke risicobronnen rond het plangebied zijn hierbij in kaart gebracht. Risicovolle inrichtingen De woningen zijn kwetsbare objecten. Er zijn geen risicovolle inrichtingen in de nabijheid van plangebied aanwezig. Propaantank Voor propaantanks gelden op grond van het Activiteitenbesluit veiligheidsafstanden. Deze afstanden zijn van ruimtelijk belang als ze strekken tot buiten de perceelsgrens van de milieuinrichting (bedrijf). Nabij of in het plangebied zijn geen propaantanks aanwezig die van invloed zijn op het plangebied. Vervoer gevaarlijke stoffen door leidingen Nabij het plangebied vindt geen vervoer van gevaarlijke door leidingen plaats. Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, spoor en water Nabij het plangebied vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, spoor of water plaats.

5.8.3 Conclusie externe veiligheid Vanuit externe veiligheid zijn geen belemmeringen voor het plan.

5.9 Bedrijven en milieuzoneringen 5.9.1 Wet- en regelgeving en beleid Bij het opstellen van een ruimtelijk plan is milieuzonering een standaardinstrument voor de ruimtelijke ordening. Milieuzonering is bedoeld om indicatief te beoordelen in hoeverre de woon, werk en recreatieve functies, of (indirect) verkeer, belemmeringen voor elkaar opleveren. Het doel is deze eventuele hinder of belemmeringen te voorkomen in nieuwe situaties en te verhelpen of te beperken in bestaande situaties. Bedrijven en Milieuzonering De VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering (2009) geeft richtlijnen voor de in acht te nemen afstanden. Deze afstanden worden gemeten tussen de grens van de bestemming die bedrijven/ milieubelastende activiteiten toestaat en de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het ruimtelijk plan mogelijk is. Van belang bij milieuzonering is dat: - bij woningen en andere gevoelige functies hinder en gevaar zoveel mogelijk voorkomen of beperkt wordt; - rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. In de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ wordt een tweetal gebiedstypen onderscheiden; ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. Een rustige woonwijk is een woonwijk 28

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor bijvoorbeeld geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.

5.9.2 Onderzoek bedrijven en milieuzoneringen Het plangebied is omgeven door kavels met de bestemming wonen. Op basis van deze informatie is sprake van een rustige woonwijk in het kader van de VNG- publicatie Bedrijven en Milieuzonering. In de nabijheid van het plan is één bedrijf aanwezig. Dit is een categorie 2 bedrijf waarvoor een richtafstand van 30 m geldt. Aangezien het bedrijf op meer dan 88 m van het plangebied ligt zijn er geen belemmeringen vanuit bedrijven en milieuzoneringen.

5.9.3 Conclusie bedrijven en milieuzoneringen Er zijn vanuit bedrijven en milieuzoneringen geen belemmeringen voor het plan.

5.10 Kabels, leidingen en telecommunicatie installaties Er zijn geen kabels en leidingen dan wel telecommunicatie installaties in het plangebied aanwezig die met een contour beschermd moeten worden.

5.10.1 Conclusies en aanbevelingen Er zijn geen kabels en leidingen dan wel telecommunicatie installaties in het plangebied aanwezig die met een contour beschermd moeten worden. Daarom vormt dit aspect geen belemmering voor het plan.

5.11 Milieueffectrapportage/ M.e.r.-(beoordelings)plicht 5.11.1 Wet- en regelgeving en beleid Milieueffectrapportage is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. De Wm is een kaderwet waarin de uitgangspunten van het milieubeleid staan beschreven. In het Besluit m.e.r. staat voor welke plannen en besluiten in welke gevallen een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Het besluit bevat bijlagen waaronder de C- en D- lijst. Door middel van deze lijsten kan bij het opstellen van een ruimtelijk plan worden beoordeeld of het plan een ontwikkeling omvat die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kent. Bij een (directe) m.e.r.plicht dient hoe dan ook een MER opgesteld te worden. Bij een m.e.r.-beoordelingsplicht dient te worden beoordeeld of de activiteit vanwege bijzondere omstandigheden toch belangrijke milieugevolgen kan hebben. Indien dat het geval is dan ligt een m.e.r.-procedure in de rede. Zo niet, dan dient het bevoegd gezag expliciet te besluiten dat geen m.e.r.-procedure noodzakelijk is. Een derde situatie die zich kan voordoen betreft de situatie waarbij de betreffende activiteit 29

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

qua omvang beneden de drempelwaarde voor m.e.r.-beoordeling blijft. Ook in dat geval is, op grond van art. 2 lid 5 van het Besluit m.e.r., nog een beoordeling nodig, zij het dat dit een vormvrije beoordeling betreft. De conclusie van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan worden verwerkt in de toelichting op het ‘moederbesluit’.

5.11.2 Onderzoek M.e.r.-(beoordelings)plicht Het plan voor een twee-onder-een-kapwoning valt onder de activiteit "De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen" zoals opgenomen in bijlage D onder D11.2 in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage. Geen van de genoemde drempelwaarden uit kolom 2 wordt overschreden. In eerste instantie is dan ook slechts een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk (zie bijlage). Uit de m.e.r. aanmeldnotitie blijkt dat, gezien de aard van de activiteit en de zorgvuldigheid waarmee dit ingepast en gerealiseerd wordt, uitgesloten is dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen met zich meebrengt voor het milieu. De milieugevolgen zijn in deze aanmeldnotitie voldoende in beeld gebracht.

5.11.3 Conclusie M.e.r.-(beoordelings)plicht Uit de aanmeldnotitie blijkt dat het plan geen belangrijke nadelige gevolgen met zich meebrengt voor het milieu.

30

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

6

Uitvoerbaarheid

6.1 Exploitatie Het bestemmingsplan bevat een bouwplan waar ook gemeentelijke kosten mee gemoeid kunnen zijn voor de aanpassing van infrastructuur of (mogelijke) planschade. Met de invoering van de Grondexploitatiewet als onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is het verhaal van kosten verplicht. De wetgever acht het wenselijk dat de gemeente en ontwikkelaar het onderling eens worden over het kostenverhaal (zoals bepaalt in artikel 6.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening). Dit kan met een exploitatieplan dan wel een anterieure overeenkomst. Het voorliggende initiatief betreft de realisatie van één woning en is een aangewezen bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening. Derhalve is het plan exploitatieplanplichtig. In het onderhavige geval wordt het kostenverhaal anderszins verzekerd. Initiatiefnemer sluit met de gemeente Heemstede een anterieure overeenkomst af, waarin de verantwoordelijkheid voor gemaakte kosten wordt vastgelegd. Ook is een planschadeovereenkomst opgesteld. Het kostenverhaal is op deze manier anderszins verzekerd.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1 Overleg In het kader van de onderzoeksfase ex artikel 3.1.1 Bro wordt plan voorgelegd aan het hoogheemraadschap van Rijnland en de provincie Noord-Holland. Het hoogheemraadschap heeft op 22 mei 2023 laten weten geen bezwaren te hebben tegen het plan (zie bijlage). Aangezien het plan geen provinciale belangen raakt is er geen reden om de provincie om een reactie te vragen.

6.2.2 Participatie Direct omwonenden zijn geïnformeerd over het plan (zie bijlage). Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat er bezwaren zijn tegen het plan.

6.2.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan Duin en Vaart 12 met bijbehorende stukken heeft vanaf 14 december 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Wel zijn enkele wijzigingen doorgevoerd om het bestemmingsplan te laten aansluiten bij het ingediende bouwplan.

31

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

7

Juridische aspecten

In dit hoofdstuk is aangegeven op welke wijze de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van het plangebied juridisch is vertaald.

7.1 Planmethodiek Het bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’ bestaat uit een verbeelding, voorzien van nummer NL.IMRO.0397.BpDuinenVaart12-0201, waarop het plangebied en de bestemmingen zijn weergegeven en bijbehorende planregels. Ter plaatse van het plangebied wordt de bestemming ‘Wonen’ verruimd.

7.2 Toelichting op de regels Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk wordt een aantal begrippen verklaard die in de regels zijn gebruikt. Hiermee wordt voorkomen dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel ‘wijze van meten’ opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingen In deze paragraaf zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welke gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels gelden. Ook zijn waar mogelijk flexibiliteitbepalingen opgenomen. Het bestemmingsplan heeft drie bestemmingen: ‘Groen’, ‘Tuin’ en ‘Wonen’. Groen Conform het vigerend bestemmingsplan is een deel van het perceel bestemd als Groen. Binnen de bestemming Groen worden de groenstroken, zoals plantsoenen binnen het plangebied aangeduid. Binnen deze bestemming is bouwen niet toegestaan. Tuin De bestemming “Tuin” vormt een groene, open overgangszone tussen het openbaar gebied, de weg en de bebouwing. Om deze openheid te waarborgen zijn op deze bestemming dan ook alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Er mogen dus geen (bij)gebouwen in de tuin worden gerealiseerd.

Voor de trapingangen naar de kelder en de ondergrondse buitenruimtes is een specifieke bouwaanduiding ‘ondergrondse buitenruimte’ opgenomen. Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn o.a. bestemd voor: het wonen. Naast het gebruik voor wonen biedt de bestemming ook ruimte voor een aan-huisgebonden beroep. De beide hoofdgebouwen zijn vastgelegd in één bouwvlak waarbij met maatvoeringsvlakken het maximum aantal wooneenheden (2) en de goot- bouwhoogte is vastgelegd. Voor de verhoogde goothoogte van de intree en de dakkapellen is een specifieke bouwaanduiding “goothoogte 6,3 m’ opgenomen. De regels voor het aan-huis-gebonden beroep zijn ruimer geworden. De hiervoor bestemde ruimte mag 25 % van de woning bedragen met een maximum van 75 m². De verruiming van het aan-huis-gebonden beroep heeft geen ruimtelijk effect op de uitstraling van de woonstraten in Heemstede.

32

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 5’ De dubbelbestemming regelt de bescherming van de aanwezig en de te verwachte archeologische waarden in de grond. Bij grondroerende werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en een 40 cm of dieper dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 6’ De dubbelbestemming regelt de bescherming van de aanwezig en de te verwachte archeologische waarden in de grond. Bij grondroerende werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 10.000 m² en een 40 cm of dieper dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Hoofdstuk 3 Algemene regels In deze paragraaf worden in aanvulling op de bestemmingsbepalingen aanvullende regels gesteld. Antidubbeltelregel Dit artikel bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwbepalingen geregeld die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Bijvoorbeeld extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals een erkers of een balkon. Algemene gebruiksregels Deze regel regelt het verbod om gronden te bebouwen of te gebruiken in strijd met de bestemming.

Algemene afwijkingsregels In dit artikel is in aanvulling op de afwijkingsbepalingen in de bestemming nog een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen bij omgevingsvergunning beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Bijvoorbeeld een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de 10%-regel die is opgenomen in artikel 11 lid c niet bedoeld om bouwmogelijkheden bij voorbaat te vergroten maar een bevoegdheid waar het college onder voorwaarden gebruik van kan maken. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is in aanvulling op de wijzigingsbevoegdheden in de bestemmingen nog een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een afwijking geregeld kunnen worden. Bijvoorbeeld een geringe wijziging van een bestemmingsgrens. Overige algemene regels In dit artikel is een regeling voor voldoende parkeergelegenheid opgenomen.

33

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotbepalingen In deze laatste paragraaf is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet. In de slotbepaling is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

34

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Bijlage 1 Voorlopig ontwerp (concept)

35

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Bijlage 2 Watertoets

36

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Bijlage 3 Quickscan flora- en fauna

37

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Bijlage 4 Stikstofberekening

38

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Bijlage 5 Verkennend bodemonderzoek

39

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Bijlage 6 Akoestisch onderzoek

40

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Bijlage 7 M.e.r. aanmeldnotitie

41

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Bijlage 8 Aanvullend ecologisch gierzwaluwen en huismussen

42

onderzoek

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Bijlage 9 Aanvullend ecologisch onderzoek vleermuizen

43

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Bijlage 10

44

Participatieverslag

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/2313/documents/34077