CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Bestemmmingsplan Duin en Vaart 12-toelichting.pdf

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 19: Vaststellen bestemmingsplan "Duin en Vaart 12"10.916 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Duin en Vaart 12 Heemstede Toelichting

Opdrachtgever: Datum:

01-05-2024

Status:

vastgesteld

IMRO:

NL.IMRO.0397.BpDuinenVaart12-0201

Planruimte Frans Lehárlaan 130 2102 GW Heemstede +31 (0)6 23 922 839

Telefoon

info@planruimte.nl

E-mail

www.planruimte.nl

Internet

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Inhoud 1

INLEIDING .............................................................................................................................. 3

1.1

AANLEIDING .................................................................................................................................................... 3

1.2

BEGRENZING PLANGEBIED ............................................................................................................................... 3

1.3

GELDENDE PLANNEN EN REGELINGEN ............................................................................................................... 4

2

BESTAANDE SITUATIE ............................................................................................................ 5

3

BELEID EN REGELGEVING....................................................................................................... 7

3.1

RIJKSBELEID ................................................................................................................................................... 7

3.2

PROVINCIAAL BELEID ....................................................................................................................................... 9

3.3

GEMEENTELIJK BELEID ...................................................................................................................................10

4

NIEUWE SITUATIE ................................................................................................................ 13

5

OMGEVINGSASPECTEN ........................................................................................................ 19

5.1

VERKEER EN PARKEREN .................................................................................................................................19

5.2

WATER ..........................................................................................................................................................19

5.3

BODEM ..........................................................................................................................................................21

5.4

FLORA EN FAUNA ...........................................................................................................................................21

5.5

CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE...............................................................................................................23

5.6

GELUID .........................................................................................................................................................24

5.7

LUCHTKWALITEIT ............................................................................................................................................26

5.8

EXTERNE VEILIGHEID ......................................................................................................................................27

5.9

BEDRIJVEN EN MILIEUZONERINGEN ..................................................................................................................28

5.10

KABELS, LEIDINGEN EN TELECOMMUNICATIE INSTALLATIES ................................................................................29

5.11

MILIEUEFFECTRAPPORTAGE/ M.E.R.-(BEOORDELINGS)PLICHT............................................................................29

6

UITVOERBAARHEID .............................................................................................................. 31

6.1

EXPLOITATIE ..................................................................................................................................................31

6.2

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ...........................................................................................................31

7

JURIDISCHE ASPECTEN ........................................................................................................ 32

7.1

PLANMETHODIEK ............................................................................................................................................32

7.2

TOELICHTING OP DE REGELS ...........................................................................................................................32

BIJLAGE 1 VOORLOPIG ONTWERP (CONCEPT)................................................................................ BIJLAGE 2 WATERTOETS .............................................................................................................. BIJLAGE 3 QUICKSCAN FLORA- EN FAUNA ..................................................................................... BIJLAGE 4 STIKSTOFBEREKENING................................................................................................. BIJLAGE 5 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ................................................................................ BIJLAGE 6 AKOESTISCH ONDERZOEK ............................................................................................ BIJLAGE 7 M.E.R. AANMELDNOTITIE .............................................................................................. BIJLAGE 8 AANVULLEND ECOLOGISCH ONDERZOEK GIERZWALUWEN EN HUISMUSSEN .................... BIJLAGE 9 AANVULLEND ECOLOGISCH ONDERZOEK VLEERMUIZEN ................................................. BIJLAGE 10 PARTICIPATIEVERSLAG ................................................................................................

2

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Het plan betreft het realiseren van twee twee-onder-een-kapwoningen op het perceel aan Duin en Vaart 12 te Heemstede. Hierbij worden de bestaande woning en opstallen (waaronder een paardenstal) op het perceel gesloopt. In het voortraject is afstemming geweest met de gemeente over de opzet van het plan. De gemeente Heemstede is bereid om het plan in procedure te brengen om hieraan medewerking te verlenen. Het voorliggend bestemmingsplan vormt het planologisch juridisch kader voor het plan.

1.2 Begrenzing plangebied Het plangebied betreft het perceel Duin en Vaart 12 te Heemstede. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Heemstede, sectie B, nummers 9924, 9262 en 10994 en heeft een gezamenlijk oppervlakte van 1.971 m2. Het perceel is gelegen aan westkant van Heemstede. De omliggende percelen hebben merendeels een woonfunctie. Ten westen van het plangebied ligt het buitengebied (buitenplaats Berkenrode).

Begrenzing plangebied bestemmingsplanplan ‘Duin en Vaart 12’.

3

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

1.3 Geldende plannen en regelingen Bestemmingsplan Woonwijken Zuid en West Het plangebied ligt in het op 31 oktober 2013 vastgestelde bestemmingsplan ‘Woonwijken Zuid en West’. De gronden binnen het plangebied hebben deels de bestemming ‘Wonen’ met een bouwvlak en deels de bestemming ‘Tuin’ en ‘Groen’. Daarnaast is het plangebied voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie – 5’ en ‘Waarde Archeologie – 6’.

10994

Uitsnede bestemmingsplan ‘Woonwijken Zuid en West’

Planspecifiek Het plan past niet binnen het bestemmingsplan ‘Woonwijken Zuid en West’. Dit aangezien de twee nieuwe twee-onder-een-kapwoningen niet passen binnen de bouwregels van de bestemming ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Om het bouwplan mogelijk te maken is het voorliggend bestemmingsplan opgesteld.

4

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

2

Bestaande situatie

Het plan is gelegen aan Duin en Vaart 12 te Heemstede. Op het perceel zijn een woning, een garage en enkele opstallen aanwezig. De eigenaren zijn voornemens om de bestaande woning en opstallen te slopen en twee tweeonder-een-kapwoningen te realiseren ter plaatse van de bestaande woning. Gezien de ligging aan de rand van het dorp, de relatief grote omvang van het perceel, het plan past binnen de stedenbouwkundige uitgangpunten van het gebied, de doorzichten niet aangetast worden en het een beperkte afwijking ten opzichte van de bestaande bouwmogelijkheden betreft, ligt het in de rede om hier twee twee-onder-een-kapwoningen te realiseren.

Luchtfoto plangebied (bron: Google)

Luchtfoto bestaande situatie (bron: Commandeur Haumann architecten)

5

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Luchtfoto bestaande situatie (bron: Commandeur Haumann architecten)

Foto bestaande situatie, zicht vanaf Duin en Vaart (bron: Commandeur Haumann architecten).

6

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

3

Beleid en regelgeving

Dit hoofdstuk beschrijft de voor het plangebied relevante beleidsdocumenten. Het beleid ten aanzien van luchtkwaliteit, water, bodem, externe veiligheid en dergelijke wordt behandeld in hoofdstuk 5: 'Onderzoek en beperkingen'.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie In Nederland staan we voor urgente maatschappelijke opgaven. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Deze opgaven zijn niet meer op zichzelf staand op te lossen, maar grijpen in elkaar. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt het Rijk een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten het Rijk stelt bij de inrichting van Nederland en hoe keuzes gemaakt worden bij de uitvoering daarvan. De NOVI stelt een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisatie, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werken aan de nationale prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; • sterke en gezonde steden en regio’s; • en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Planspecifiek De NOVI kent een hoog abstractieniveau en bevat geen concreet beleid ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.

Er is geen sprake van strijdigheid met het nationaal beleid.

3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Anders dan in de Nota Ruimte gaat de structuurvisie uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. De woon- en werklocaties in steden en dorpen moeten aansluiten op de kwalitatieve vraag en de locaties voor transformatie en herstructurering worden zo veel mogelijk benut. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen heeft het Rijk enkel een 'Ladder voor duurzame verstedelijking’ opgenomen. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Planspecifiek De SVIR is verder niet specifiek van toepassing op het plangebied. De Ladder voor Duurzame Verstedelijking is wel van toepasing.

Deze is nader toegelicht in paragraaf 3.1.4. 7

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 13 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Planspecifiek Geen van de 13 nationale belangen is van invloed op het plangebied.

3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende voorwaarden: a. er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte; b. indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, en; c.

indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel b, blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld.' Planspecifiek Het plan voor het realiseren van een twee-onder-een-kapwoning valt niet onder de definitie stedelijke ontwikkeling. Uit jurisprudentie blijkt dat een woningbouwontwikkeling vanaf 12 woningen is aan te merken als nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 Bro. In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. In dit geval is sprake van een inbreiding binnen bestaand stedelijk gebied. Dit aangezien de locatie onderdeel uitmaakt van het bebouwd gebied en omsloten wordt stedelijke functies zoals (woon)bebouwing. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het plangebied een onderdeel uitmaakt van het bestaand stedelijk gebied.

Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat is voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. 8

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 De Omgevingsvisie NH2050 gaat uit van versterking van de economische structuur en werkgelegenheid, gericht op een duurzame ontwikkeling. Deze is essentieel voor een goede (internationale) concurrentiepositie. Versterking betekent ook het zoeken naar de balans tussen een positief effect op welvaart en welzijn van burgers en de belasting die economische groei kan vormen voor landschap, milieu en natuur. Planspecifiek Vanuit de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 zijn geen belemmeringen voor het plan. Het plan wordt in bestaand verstedelijkt gebied gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Dat is hier het geval.

3.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Op 22 oktober 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie worden verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Aanvullend kan worden opgemerkt dat op 11 februari 2022 de nieuwe omgevingsverordening is vastgesteld: Omgevingsverordening NH2022. Deze zal tegelijk in werking treden met de Omgevingswet. Omgevingsverordening NH2022 De regels en wetten die terugkomen in de Omgevingsverordening NH2022 komen grotendeels overeen met de Omgevingsverordening NH2020, maar zijn dan omgezet naar de nieuwe eisen die de Omgevingswet stelt. Ten eerste worden de regels juridisch technisch omgezet. Ten tweede vraagt de Omgevingswet een inhoudelijk beoordeling van de regels. De provincie wordt bevoegd gezag over bepaalde taken en gemeenten worden verantwoordelijk voor andere taken (bijvoorbeeld voor bodem). De regels die inhoudelijk worden beoordeeld, gaan onder andere over de volgende onderwerpen: Bodemsanering, grondwaterverontreiniging, Natuurnetwerk Nederland (NNN), natuurbescherming (faunabeheer), energietransitie (o.a. Regionale Energiestrategieën en de bijbehorende zoekgebieden) en regionale luchthavens (Texel en Hilversum). Planspecifiek Het gevraagde is niet in strijd met de regels die de Omgevingsverordening NH2020 stelt voor dit gebied.

Het plan ligt binnen het bestaand stedelijk gebied en betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zoals verwoord in artikel 6.4. Het plan is in overeenstemming met dit artikel aangezien het voorziet in de lokale behoefte aan woningen, past binnen de regionale woningbouwafspraken en past binnen de Ladder voor duurzame verstedelijking (zie ook 3.1.4). Het plan voor de sloop van het bestaande woning en opstallen en de realisatie van een tweeonder-een-kapwoning geeft een toekomstbestendige invulling aan het perceel en levert door de sloop van de opstallen een verbetering op voor het woon- en leefklimaat. Daarmee past het plan bij het doel van het in standhouden en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

3.2.3 Conclusie provinciaal beleid Het plan past binnen de kaders van het provinciale beleid, zoals beschreven in de Omgevingsvisie NH2050, de Omgevingsverordening NH2020 en de Omgevingsverordening NH2022.

9

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Algemene punten bestemmingsplannen Heemstede Vastgesteld door de gemeenteraad op 29 januari 2009. In deze notitie legt de gemeenteraad vast aan welke beleidsuitgangspunten de nieuwe bestemmingsplannen van Heemstede moeten voldoen. Onderdelen van deze beleidsuitgangspunten zijn: •

70 m² uitbreiding erfbebouwing

•

horecabeleid

•

bedrijven

•

dakkapellen

•

dakterrassen

•

beleid voor seksinrichtingen

•

woningen

•

ondergronds bouwen vastgelegd

•

bomen en laanbeplanting

Planspecifiek De beleidsuitgangspunten zijn op dit plan van toepassing.

3.3.2 Beleidsstrategie Heemstede 2015 In de Herziening Beleidsstrategie Heemstede 2015 geeft de gemeente haar langetermijnvisie vorm aan de hand van de invalshoeken wonen, werken en welzijn. • wonen: voor ‘wonen’ streeft de gemeente naar een gedifferentieerde, kwalitatief goede woningvoorraad die zoveel mogelijk beantwoordt aan de wensen en behoeften van woningzoekenden uit Heemstede en de regio. Daarbij wordt veel belang gehecht aan een kwalitatief goede en groene woon- en leefomgeving. Voor de aanpak van de woon- en leefomgeving wordt een integrale wijksgewijze benadering voorgestaan. • werken: voor ‘werken’ wil de gemeente de twee bestaande locaties waar bedrijvigheid is geconcentreerd handhaven, maar niet verder uitbreiden. Voor de Nijverheidsweg e.o. wordt gekeken naar de mogelijkheden voor herstructurering en/of duurzame inrichting. Op kleinere schaal wordt de functiemenging van wonen en werken waar mogelijk gefaciliteerd door planologische inpassing van met name zakelijke dienstverlening. Op Heemsteedse schaal slaat ‘economie’ vooral op de detailhandel. De gemeente heeft een goed en gevarieerd winkelbestand dat een grote bijdrage levert aan de levendigheid en het is dan ook van groot belang de winkelcentra levensvatbaar te houden.

• welzijn: ‘welzijn’ is in de eerste plaats gericht om te voorkomen dat Heemsteedse inwoners maatschappelijk in een achterstandssituatie belanden of sociaal buiten de gemeenschap komen te staan. Daarnaast bestaat de wens van de gemeente om voorwaarden te scheppen voor de aanbieding en instandhouding van een breedgeschakeerd pakket van voorzieningen en activiteiten. Voorgenomen ontwikkeling zorgt voor een aanvulling op de woningvoorraad door kwalitatief goede woningen toe te voegen.

10

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Planspecifiek De ontwikkeling past binnen het gemeentelijk beleid, waarin invulling wordt gegeven aan de invalshoek wonen. Het plan voorziet in gedifferentieerde en kwalitatieve goede woningvoorraad. Bij het ontwerp is ook stil gestaan zorgvuldige landschappelijke inpassing waarbij het gebied wordt vergroend door sloop van de bestaande opstallen op het achterliggende perceel. Ook is aandacht besteed aan het welzijnsaspect. Hierbij worden de mogelijkheden verkend om langs de rand van het perceel ruimte te creëren voor een wandelroute, waardoor het voor omwonenden mogelijk wordt om ommetje door de wijk te maken. Het plan past dus binnen de gemeentelijke beleidskaders.

3.3.3 Ruimtelijke uitgangspunten bestemmingsplan Woonwijken Zuid en West De gemeente Heemstede heeft enkele ruimtelijke uitgangspunten vastgesteld voor bestemmingsplan Woonwijken Zuid en West. De belangrijkste uitgangspunten hiervan zijn opgenomen in hoofdstuk 4 onder het kopje stedenbouwkundige uitgangspunten. Het plan is uitgewerkt conform deze uitgangspunten. Het voorliggende plan voldoet hiermee aan de gestelde beleidskaders.

3.3.4 Nota parkeren Binnen de gemeente is de Nota Parkeernormen Heemstede (2010) vastgesteld. Hierin zijn de gemeentelijke parkeernormen opgenomen. Planspecifiek Voor een nader toelichting wordt verwezen naar paragraaf 5.1. Hieruit kan worden geconcludeerd dat het plan voldoet aan het gemeentelijk parkeerbeleid.

3.3.5 Welstandsnota Heemstede Op 29 september 2016 heeft de gemeenteraad het welstandsbeleid Heemstede vastgesteld. Met het welstandsbeleid streeft de gemeente naar behoud van het cultuurhistorisch en landschappelijk karakter en de totstandkoming en het beheer van een aantrekkelijke bebouwde omgeving. Planspecifiek Het perceel Duin en Vaart 12 ligt volgens de Welstandsnota 2016 in het gebied 8 ‘Woongebied vanaf jaren ’90’ en heeft een regulier welstandsniveau. Uitzondering hierop zijn gebouwen direct langs hoofdinfrastructuur en op enkele markante locaties, die in zoverre duidelijk zichtbaar vanaf de hoofdroutes een bijzonder welstandsniveau hebben. Het beleid is in het algemeen gericht op het beheer van de samenhang in de architectuur, die veelal bepalend is voor het straatbeeld. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van herhaling in rooilijnen en de samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het materiaalgebruik met inbegrip van kleur. Het plan is op 11 mei 2023 voorgelegd aan de adviescommissie voor ruimtelijke kwaliteit. Deze zijn op hoofdlijnen akkoord met het plan. Wel adviseert de commissie om enkele aanvullende gegevens, waaronder referentiebeelden, foto’s, nadere informatie over de erfafscheiding en een landschappelijke, stedenbouwkundige visie.

Deze zullen bij in een latere fase tijdens de bouwaanvraag worden aangeleverd. Het aangepaste bouwplan is op 11 april 2024 opnieuw voorgelegd aan de adviescommissie voor ruimtelijke kwaliteit. Deze zijn op hoofdlijnen akkoord met het plan.

11

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

3.3.6 Nota duurzaamheid 2020 – 2024 Op 23 april 2020 is de Nota Duurzaam Heemstede 2020-2024 vastgesteld. Deze vormt de basis voor een integraal en verbindend duurzaamheidsbeleid voor de gemeente Heemstede. De nota bevat een tweejarig uitvoeringsprogramma voor de jaren 2020 en 2021 en een doorkijk naar 2022 en 2023. Voor het beleid zijn vijf hoofdthema’s benoemd die alle beleidsvelden van een integraal beleid dekken: • • • • •

Energietransitie Circulaire economie Ecologie Klimaatadaptatie Duurzame mobiliteit

De gemeente streeft naar een klimaatneutraal Heemstede in 2040 en een aardgasloos Heemstede in 2050. Ook wil de gemeente in 2050 circulair zijn, waarbij o.a. wordt ingezet op afvalscheiding en reductie van de hoeveelheid afval. Daarnaast wordt ingezet op behoud en zo mogelijk versterken van de biologische diversiteit, het duurzame gebruik en de bescherming van waardevolle cultuurlandschappen. Ook wil de gemeente in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust zijn en op het gebied van duurzame mobiliteit bijdragen aan een klimaatneutraal Heemstede in 2040. Planspecifiek De woningen worden Energie Neutraal en zonder gasaansluiting gebouwd. Bij de verdere uitwerking van het plan zal hiervoor een BENG- en MPG-berekening worden uitgevoerd. Ook worden voor de woningen duurzame materialen toegepast. Daarnaast zullen zonnepanelen worden toegepast. Voor wat betreft klimaatadaptatie gekeken worden naar maatregelen om het hemelwater zoveel mogelijk vast te houden, bijvoorbeeld door infiltratie of een regenton. Daarnaast blijft de groene inrichting van het perceel behouden wat de hittestress verminderd en kansen biedt voor biodiversiteit.

3.3.7 Woonvisie 2023 – 2027 Op 8 juni 2023 is de Woonvisie 2023-2027 van de gemeente Heemstede vastgesteld. Met de woonvisie wordt richting gegeven aan demografische ontwikkelingen, veranderingen in de samenleving en wetgeving op het gebied van wonen gegeven. Hierbij zijn de volgende opgaven benoemd: • • • •

Passend wonen voor iedereen Zorgen voor elkaar Leefbare en inclusieve woonwijken Duurzaam en toekomstbestendig wonen

De gemeente zet in op een grote verscheidenheid creëren van aantrekkelijke woonmilieus met meer passende en betaalbare woningen voor verschillende doelgroepen. De woningvoorraad moet hierbij goed aansluiten bij de veranderende huishoudenssamenstelling waarbij doorstromen gemakkelijker wordt. Ook wordt gestreefd naar energiepositief bouwen, circulair bouwen, natuur inclusief bouwen, duurzame mobiliteit en een gezonde leefomgeving in relatie tot nieuwbouw. En wordt gewerkt woonoplossingen voor specifieke doelgroepen. Planspecifiek Het plan voor de twee woningen past binnen de Woonvisie 2023-2027. Hierbij worden twee duurzame bijna energie neutrale woningen gerealiseerd. Ook worden duurzame materialen toegepast en ingezet op natuur inclusief bouwen. O.a. door het ophangen van vleermuiskasten en nestkasten. 12

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

4

Nieuwe situatie

Het plan betreft het realiseren van twee twee-onder-een-kapwoningen op het perceel aan Duin en Vaart 12 te Heemstede. Hierbij worden de bestaande woning en opstallen (waaronder een paardenstal en garage) gesloopt. De twee-onder-een-kapwoning wordt ter plaatse van de bestaande woning gerealiseerd (perceel 9924) gerealiseerd. De gronden die achter de woningen liggen houden de bestemming Tuin en Groen. Hierdoor wordt voorkomen dat op het achterliggende perceel (opnieuw) bebouwing kan worden gerealiseerd. Door sloop van de bestaande bebouwing, een zorgvuldige positionering van het bouwvlak en stedenbouwkundige opzet (twee-onder-een-kapwoning in de lengterichting) wordt de gewenste kwaliteitswinst en openheid naar het achterliggende landgoed Berkenrode geborgd. De twee twee-onder-een-kapwoningen hebben een maximale goothoogte van 4,4 m en een maximale bouwhoogte van 7,7 m en worden levensloopbestendig ontworpen. Onder de woning die aan de westzijde aan de watergang ligt wordt een kelder gerealiseerd. Deze geeft ook toegang tot de tuin via een verdiepte gelegen opgang aan de achterzijde van de woning. De woningen krijgen een gezamenlijk bouwvlak van 210 m2. Dit betreft slechts een geringe uitbreiding van het bouwvlak van circa 110 m2 uit het vigerend bestemmingsplan. Ook wordt het bouwvlak smaller (9 m).

Hierdoor blijft het doorzicht naar het achterliggende buitenplaats Berkenrode behouden. Ook past het plan hierdoor uitstekend in de stedenbouwkundige uitgangspunten voor nieuwe ontwikkelingen van het bestemmingsplan Woonwijken Zuid en West (zie paragraaf stedenbouwkundige uitgangspunten). In de bijlage is een voorlopig ontwerp opgenomen van het plan (opgesteld door Commandeur Haumann architecten). De verdere uitwerking zal plaatsvinden tijdens de bouwfase.

Plattegrond met voorlopig ontwerp bouwvolumes twee-onder-een-kapwoningen Duin en Vaart 12 (bron: Commandeur Haumann architecten).

13

3

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Plattegrond verdieping met voorlopig ontwerp bouwvolumes twee-onder-een-kapwoningen Duin en Vaart 12 (bron: Commandeur Haumann architecten).

Plattegrond souterrain met voorlopig ontwerp bouwvolumes twee-onder-een-kapwoningen Duin en Vaart 12 (bron: Commandeur Haumann architecten). 14

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Concept 3d visualisatie twee-onder-een-kapwoningen Duin en Vaart 12 (bron: Commandeur Haumann architecten).

Concept 3d visualisatie zuidwest twee-onder-een-kapwoningen Duin en Vaart 12 (bron: Commandeur Haumann architecten)

Concept 3d visualisatie zuidwest twee-onder-een-kapwoningen Duin en Vaart 12 (bron: Commandeur Haumann architecten). 15

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Concept 3d visualisatie noordwest twee-onder-een-kapwoningen Duin en Vaart 12 (bron: Commandeur Haumann architecten).

Concept 3d visualisatie dwarsdoorsnede twee-onder-een-kapwoningen Duin en Vaart 12 (bron: Commandeur Haumann architecten).

Ruimtelijke onderbouwing Het plan voor de twee twee-onder-een-kapwoningen in combinatie met de sloop van de bestaande woning en opstallen geeft een kwaliteitsverbetering ten opzichte van de bestaande situatie en draagt bij aan het creëren van twee nieuwe duurzame woningen in de gemeente Heemstede. Het plan levert een duidelijke verbetering op voor de woonomgeving en past binnen het gemeentelijke beleid, waarbij de bestaande korrelstructuur behouden blijft. Ook draagt het plan bij aan het duurzaam gebruik van de gronden aangezien reeds sprake is van een bestaande bouwmogelijkheid. Ook wordt een nieuwe woning met een kwalitatief hoogstaand niveau gerealiseerd. Stedenbouwkundige uitgangspunten De wijk Duin en Vaart bestaat nog geen 20 jaar. Voorheen lagen hier de terreinen van Centrum 111 en hoveniersbedrijf Draijer. De huidige woningen Duin en Vaart 6 en 12 waren de bedrijfswoningen bij het hoveniersbedrijf. Aan de zuidzijde, ter plaatse van het huidige perceel Duin en Vaart 12, grensde het hoveniersbedrijf aan het terrein van de vroegere Haemstedemavo. Indertijd speelde de fusie met de Barger-mavo, en het schoolterrein zou beschikbaar komen voor woningbouw. 16

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Omdat de herontwikkeling van de drie percelen niet gelijk zou oplopen, zijn overkoepelende stedenbouwkundig-landschappelijk uitgangspunten geformuleerd. Deze schetsen een beeld van de toe te laten schaal en intensiteit van de bebouwing en van de te handhaven en verbeteren visuele relaties vanaf de Herenweg naar Berkenrode.

De stedenbouwkundig-landschappelijke uitgangspunten kregen een plaats in het bestemmingsplan “Zandvoortselaan - Herenweg” (1996), en op de plankaart was de bestemming “Uit te werken woongebied I” opgenomen. De toelichting meldde hierover: “Dit gebied dient als overgang van de intensieve bebouwingsrand langs de Herenweg naar het vrijwel onbebouwde landgoed Berkenrode. De functie van deze strook (bebouwd naar onbebouwd) dient in de bebouwingsstructuur tot uitdrukking te worden gebracht. Als gevolg hiervan heeft deze strook een laag bebouwingspercentage en een geringe bebouwingshoogte.” De voormalige hovenierswoningen staan langs de grens met Berkenrode, en in lijn met de uitgangspunten werden ze onderdeel van een extensieve bebouwingszone, bestemd voor enkele losjes gesitueerde woningen (bebouwingspercentage max. 20 %). Voor de hele toekomstige Duin en Vaart was één laag met kap het streefbeeld. Dit werd vertaald in een maximale goothoogte van 3,5 m en een maximale bouwhoogte van 7 m.

Detail BP Zandvoortselaan – Herenweg

Detail uitwerkingsplan Duin en Vaart

In 2000 werd het uitwerkingsplan “Duin en Vaart” vastgesteld. Vanwege de speciale aandacht voor de te handhaven en verbeteren visuele relaties vanaf de Herenweg naar Berkenrode werd op enkele plaatsen geen (uitbreiding van) bebouwing toegestaan. Voorts zijn de grote oppervlakken met de bestemming “Tuin” opvallend. Erfbebouwing (zie bruine vlakjes) was alleen toegestaan bij de twee vroegere hovenierswoningen; de nieuwbouw moest het zonder doen. 17

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Langs de westzijde van de appartementen Berkenhof was voorzien in een wandelverbinding, opdat Berkenhof en Duin en Vaart op aantrekkelijke wijze zouden kunnen worden verbonden met de Geleerdenwijk. Binnen de uit te werken bestemming was de wandelverbinding aangeduid met een bolletjes-pijl, en in het uitwerkingsplan kreeg deze strook de bestemming “Verblijfsgebied”. Voor zover bekend, zijn er nooit acties ondernomen om het voetpad daadwerkelijk van de grond te krijgen. Vertaling in het bestemmingsplan Woonwijken Zuid en West In 2013 werd bestemmingsplan “Woonwijken zuid en west” vastgesteld. Conform de door de raad gestandaardiseerde erfbebouwingsmogelijkheden, werd in principe in elke Heemsteedse achtertuin max. 70 m2 aan erfbebouwing toegestaan. Daardoor laat de verbeelding geen ‘eilandjes’ woonbestemming meer zien, zoals in het uitwerkingsplan, maar aaneengesloten zones. Daarnaast werden de goot- en bouwhoogtes binnen de bouwvlakken naar boven afgerond op hele meters, dus max. 4 m en max. 7 m. Alleen bij Duin en Vaart 12 zijn de maximale hoogtematen lager dan in het uitwerkingsplan, namelijk resp. 3 m en 6 m. Dit lijkt een omissie te zijn. Verder is bij de zes twee-onder-kappers t het begrip ‘ondergeschikte bouwdelen’ zo uitgelegd, dat deze nu tamelijk massaal ogen, in elk geval niet als één laag met kap.

Daarnaast hebben de twee vrijstaande woningen tussen de voormalige hovenierswoningen in afwijking van het uitwerkingsplan een bouwhoogte van 8 m gekregen. Na ingediende zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan, heeft het college de bouwhoogte van deze twee woningen vastgelegd op 7,3 m, waarmee de 10% vrijstellingsmarge al is vergeven. En tot slot zijn de vergunningsvrije bouwmogelijkheden geleidelijk aan ruimer geworden. Al deze ruimtelijke ontwikkelingen waren vanzelfsprekend niet in het belang van de bedoelde openheid en bescheiden bouwhoogtes van Duin en Vaart. Maar dit alles neemt niet weg dat met name de woningen langs de rand van Berkenrode nog altijd een bijzondere positie innemen en bijdragen aan de gewaardeerde woonkwaliteit van Heemstede. Vertaling in het bestemmingsplan Duin en Vaart 12 De stedenbouwkundige uitgangspunten van het bestemmingsplan Woonwijken Zuid en West zijn overgenomen in het voorliggend plan. Hierbij heeft de twee-onder-een-kapwoning heeft een maximale goothoogte van 4,4 m en een maximale bouwhoogte van 7,7 m. Deze komt overeen met de goot- nokhoogtes van omliggende woningen. Ook is rekening gehouden met de zichtlijnen naar het landgoed Berkenrode. Hierbij wordt als bouwgrens aan de zuidkant de uiterste projectie van de bestaande woning gehanteerd. Hierdoor blijft het doorzicht naar het achterliggende landgoed Berkenrode behouden.

Ten slotte wordt aangesloten bij de erfbebouwingsregeling van de Heemsteedse achtertuinen, waarbij maximaal 70 m2 aan erfbebouwing wordt toegestaan. Welstand Het plan is op 11 mei 2023 voorgelegd aan de adviescommissie voor ruimtelijke kwaliteit. Deze is op hoofdlijnen akkoord met het plan. Het aangepaste bouwplan is op 11 april 2024 opnieuw voorgelegd aan de adviescommissie voor ruimtelijke kwaliteit. Deze zijn op hoofdlijnen akkoord met het plan. Het verder uitwerken van het ontwerp van de woning zal in het kader van de bouwaanvraag plaatsvinden. Hierbij stelt het voorliggend bestemmingsplan de bouwregels voor het bouwplan.

18

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

5

Omgevingsaspecten

Voor het plangebied zijn er diverse onderzoeken gedaan om de haalbaarheid van de plannen te toetsen. Daarnaast geven deze onderzoeken de randvoorwaarden waar de planontwikkeling in het plangebied aan moet voldoen.

5.1 Verkeer en parkeren 5.1.1 Parkeren Binnen de gemeente is de Nota Parkeernormen Heemstede (2010) vastgesteld. Hierin zijn de gemeentelijke parkeernormen opgenomen. Planspecifiek Het plangebied valt binnen het gebiedstype matig stedelijk, rest bebouwde kom. Hiervoor geldt een parkeernorm van 2,1 parkeerplaatsen per dure koopwoning. De parkeervakken moeten hierbij een minimale breedte hebben van 2 meter. Het parkeren vindt op eigen terrein plaats. Hierbij zullen minimaal 5 parkeerplaatsen met een minimale breedte van 2 meter worden gerealiseerd. Hiermee voldoet het plan aan Nota parkeernormen Heemstede (2010).

5.1.2 Verkeersgeneratie Op basis van de CROW-publicatie 381 is de verkeersaantrekkende werking van het plan bepaald. De verkeersaantrekkende werking is afhankelijk van de functie van het project en de ligging van het plangebied. Het plan valt onder matig stedelijk en het omgevingstype 'rest bebouwde kom'. Planspecifiek Voor een twee-onder-een-kapwoning geldt een verkeersgeneratie van gemiddeld 8,2 voertuigbewegingen per etmaal (mvt/etm). Dit resulteert in een verkeersgeneratie van 16,4 mvt/etm. Deze extra verkeersgeneratie is goed op te vangen door de bestaande wegenstructuur. Duin en Vaart, de ontsluitingsweg van het plan, kan deze extra capaciteit zonder problemen aan. Op basis hiervan wordt het plan verkeerskundig acceptabel geacht.

5.2 Water 5.2.1 Wet- en regelgeving en beleid Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water richt zich op de bescherming van water in alle wateren en stelt zich ten doel dat alle Europese wateren in 2015 een 'goede toestand' hebben en dat heel Europa duurzaam omgaat met water. Waterwet De Waterwet (2009) regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet helpt Rijk, waterschappen, gemeenten en provincies om wateroverlast, waterschaarste en waterverontreiniging tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie.

19

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Het Nationaal Waterprogramma Het Nationaal Waterprogramma geldt voor de planperiode 2022-2027. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Waterprogramma 2022 - 2028 (WBP 6) In het Waterprogramma 2022-2028 (voorheen waterbeheersplan) worden de bouwstenen met de programma's en beheerstaken van het waterschap beschreven. Hiermee wordt tevens een prioritering aangebracht. Ook is aangegeven hoe het hoogheemraadschap over de bouwstenen wil participeren. De Keur In dit beleidsdocument staan de regels voor het beheer, gebruik en onderhoud van waterstaatswerken. Particulieren, bedrijven en andere overheden zijn verplicht zich aan de Keur te houden. Indien er niet aan de Keur wordt gehouden, zal het waterschap genoodzaakt zijn maatregelen te nemen.

5.2.2 Onderzoek water Oppervlaktewater In het plangebied bevinden zich aan de noord-, oost- en westzijde een watergang. Grondwater Aangezien de grondwaterstand relatief hoog ligt zal het terrein ter plaatse van de woning worden opgehoogd. Hierdoor worden ten aanzien van het grondwater geen problemen verwacht. Waterketen Om wateroverlast, kwantitatief en kwalitatief, te voorkomen wordt het regenwater niet direct naar de riolering afgevoerd maar volgens de trits ‘vasthouden-bergen-afvoeren’ behandeld. Het hemelwater van de dakvlakken wordt afgekoppeld en geïnfiltreerd in de bodem. Het vuilwater wordt aangesloten op het bestaande riool. Waterberging In de bestaande situatie is het terrein deels verhard. Door het plan neemt het totaal bebouwd oppervlak af van 823 m2 naar 280 m2. Hierdoor hoeven geen maatregelen te worden genomen op het gebied van waterberging. Watertoets Voor het plan is in het kader van het wettelijk vooroverleg een watertoets uitgevoerd. Hierbij is het plan voorgelegd aan het hoogheemraadschap van Rijnland. Het hoogheemraadschap heeft op 22 mei 2023 laten weten geen bezwaar te hebben tegen het plan (zie bijlage)

5.2.3 Conclusie water Ten aanzien van het oppervlaktewater, grondwater en afvalwater worden geen problemen verwacht. Aangezien het verhard oppervlak afneemt is geen watercompensatie nodig. Het plan heeft daarom geen nadelige gevolgen voor de waterhuishouding in (en in de nabijheid van) het plangebied. Het plan voldoet hiermee aan het waterbeleid van het Rijnland. Het hoogheemraadschap heeft laten weten geen bezwaar te hebben tegen het plan.

20

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

5.3 Bodem 5.3.1 Wet- en regelgeving en beleid Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming (1996) is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen moeten bij voorkeur op schone grond worden gerealiseerd. Voor ruimtelijke plannen moet ten minste een historisch onderzoek worden verricht (conform NEN 5725). Als uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging, moet een verkennend bodemonderzoek worden verricht (conform NEN 5740).

5.3.2 Bodemonderzoek In het kader van het plan is door Grondslag een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd en een addendum met een historisch onderzoek opgesteld (zie bijlage). Hieruit blijkt dat alleen matig verhoogde gehaltes barium en PAK zijn aangetoond. Er zijn geen verontreinigingen in het grondwater gevonden en geen waarnemingen van asbest. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de grond geschikt acht wordt voor woningbouw.

5.3.3 Conclusie bodem Op basis van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat geen belemmeringen zijn ten aanzien van het aspect bodem. Aanbevolen wordt om de grond die tijdens de werkzaamheden vrijkomt te hergebruiken binnen de perceelsgrenzen.

5.4 Flora en fauna 5.4.1 Wet- en regelgeving en beleid Natuurbescherming in Nederland De Wet natuurbescherming (Wnb) beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gebiedsbescherming vanuit de Wet Natuurbescherming De Wet Natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden en de Beschermde natuurmonumenten. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied (of Beschermd natuurmonument) zijn vergunningplichtig.

21

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Gebiedsbescherming vanuit Provinciaal beleid De provinciale groenstructuur bestaande uit het NNN en het Programma Groen zijn ruimtelijk vastgelegd in de Agenda Groen. Het NNN is een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones bestaand uit het Natuurbeheerplan en de Omgevingsvisie. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuwe aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden. De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats middels de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen.

5.4.2 Onderzoek flora en fauna In het kader van plan is een quickscan flora en fauna uitgevoerd door adviesbureau Blom Ecologie (zie bijlage). Hieronder zijn de belangrijkste resultaten opgenomen. Soortenbescherming Uit de quickscan blijkt dat de aanwezigheid van vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen niet kan worden uitgesloten. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient met aanvullend onderzoek te worden vastgesteld of de te slopen bebouwing een relevante functie heeft voor vleermuizen, huismus en gierzwaluw (soortenbescherming). Overige beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of provinciaal aangewezen beschermde gebieden. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie dienen de effecten van stikstofemissie inzichtelijk gemaakt te worden. Stikstofonderzoek In het kader van het bestemmingsplan is een stikstofberekening uitgevoerd door Blom Ecologie (zie bijlage). Uit de berekening blijkt dat door het plan (aanlegfase + gebruiksfase) geen verhoogde depositie optreedt. Er is daarom ook geen vergunning van de Wet Natuurbescherming nodig.

5.4.3 Aanvullend ecologisch onderzoek Door adviesbureau Antje Ehrenburg is een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar gierzwaluwen en huismussen (zie bijlage). Hieruit blijkt dat deze soorten niet zijn aangetroffen in het gebied of in de directe omgeving. Wel dient rekening te worden gehouden met enkele algemene maatregelen om eventuele verstoring van deze soorten te voorkomen. Daarnaast is door adviesbureau Arda is een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn ten aanzien van het plan, mits rekening wordt gehouden met werken buiten het broedseizoen, doven van nachtelijke bouwverlichting en de zorgplicht. Op basis van het voorgaande worden als gevolg van het plan worden geen negatieve effecten op beschermde gebieden of de populaties van beschermde planten of dieren verwacht.

5.4.4 Conclusie Als gevolg van het plan worden geen negatieve effecten op beschermde gebieden of de populaties van beschermde planten of dieren verwacht. Het plan levert daarom geen belemmeringen ten aanzien van ecologie.

22

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

5.5 Cultuurhistorie en archeologie 5.5.1 Wet- en regelgeving en beleid Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. Cultuurhistorische waarden moeten vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald.

In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één wet. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2024 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Beleid gemeente Heemstede Het meest recente archeologiebeleid van de gemeente Heemstede is op 27 januari 2022 door de gemeenteraad vastgesteld in de cultuurnota " Cultuur De Verbindende Factor 2022 – 2024". Het doel hiervan is enerzijds het behoud van archeologische waarden in situ, anderzijds krijgen archeologische waarden een plaats in het dynamische proces van de ruimtelijke ordening.

Het is van belang dat de initiatiefnemer van een bodemverstorende activiteit in een vroeg stadium anticipeert op mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden binnen het plangebied. Door duidelijke procedures en de daaraan te stellen eisen worden verassingen zoveel mogelijk vermeden en wordt de snelheid van afhandeling bevorderd. De beleidskaart Archeologie is gemaakt op basis een inventarisatie van het bodemarchief van Heemstede. Deze kaart geeft aan wanneer een verkennend archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Bepalend hiervoor is de omvang (oppervlakte) en diepte van de bodemverstorende activiteit. De archeologische waarden zijn juridisch vertaald in de bestemmingsplannen door middel van een dubbelbestemming Waarde-Archeologie. De Cultuurnota 2016 – 2019 gaat verder op de weg en bevat een actualisatie van de beleidsuitgangspunten. De cultuurnota bevat een brede integrale visie op onder meer archeologie en monumentenzorg. Naast de belangrijke taak van cultuurbehoud is in de nota ook aandacht geschonken aan het belang van educatie en participatie.

23

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

5.5.2 Onderzoek cultuurhistorie Het plangebied ligt niet in een cultuurhistorisch waardevol gebied. Het bestaande pand heeft geen bijzondere cultuurhistorische waarde. Het is geen rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument. Het slopen van de woning en opstallen en het realiseren van een twee-onder-eenkapwoning geeft daarom ook geen aantasting van eventueel aanwezige cultuurhistorische waarden. Wel grenst het plangebied aan het landgoed Berkenrode. Dit is aangewezen als rijksmonument. Aangezien op de locatie reeds de woning is toegestaan en de nieuwe situatie ruimtelijk gezien slechts een beperkte afwijking is van de reeds toegestane bouwmogelijkheid op het perceel heeft het plan geen nadelige invloed op het rijkmonument.

5.5.3 Onderzoek archeologie Voor het plan is in het vigerend bestemmingsplan een dubbelbestemming Waarde-Archeologie6 opgenomen. Hiervoor geldt dat bij een verstoringsoppervlak groter dan 10.000 m2 en die dieper gaan dan 40 cm beneden maaiveld een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, naar het oordeel van het bevoegd gezag, in voldoende mate zijn vastgesteld. Voor een klein deel van het plangebied geldt een dubbelbestemming Waarde-Archeologie 5. Hiervoor geldt dat bij een verstoringsoppervlak groter dan 2.500 m2 en die dieper gaan dan 40 cm beneden maaiveld een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, naar het oordeel van het bevoegd gezag, in voldoende mate zijn vastgesteld. Aangezien het verstoringsoppervlak kleiner is dan 2.500 m2 hoeft geen aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Hierdoor kan ook geconcludeerd worden dat er vanuit archeologie geen belemmeringen zijn ten aanzien van het plan.

5.5.4 Conclusie cultuurhistorie en archeologie Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen ten aanzien van de aspecten cultuurhistorie en archeologie.

5.6 Geluid 5.6.1 Wet- en regelgeving en beleid Wegverkeer De Wet geluidhinder bepaalt dat het bevoegd gezag bij vaststelling van omgevingsvergunning de wettelijke grenswaarden in acht moet nemen. Toetsing aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van de Wet geluidhinder vindt plaats per weg. Uitzondering hierop betreft de toetsing bij rijkswegen. Als meerdere rijkswegen in de directe nabijheid van een plan zijn gelegen dient het gecumuleerde geluidsniveau van deze wegen te worden gehanteerd bij de toetsing aan de Wet geluidhinder (SWUNG1). Het geluidsniveau ten gevolge van het wegverkeer moet op de gevels van nieuwe (of te wijzigen) woningen in de geluidszone van een weg voldoen aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorheen: voorkeursgrenswaarde). Deze bedraagt 48 dB. Als dit geluidsniveau wordt overschreden kan de gemeente een hoger geluidsniveau toestaan de zogenaamde ‘Hogere waarde’. De Hogere waarde mag alleen worden verleend als uit akoestisch onderzoek blijkt dat bron-, overdrachts- of gevelmaatregelen om het geluidsniveau terug of onder de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting brengen niet mogelijk zijn. Aan de 24

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

‘Hogere waarde’ is een maximum verbonden. Voor de nieuwbouw van woningen in binnenstedelijke situaties is dit 63 dB en in buitenstedelijke situaties is dit 53 dB. Deze niveaus zijn na aftrek van de correctie conform artikel 110g van de Wet geluidhinder1. Voor de aanleg van een weg geldt een maximale geluidsbelasting van resp. 53 en 58 dB op bestaande woningen in buitenstedelijk respectievelijk stedelijk gebied. Voor de nieuwbouw van agrarische woningen geldt een maximale geluidsbelasting van 58 dB. Railverkeerslawaai Het geluidsniveau ten gevolge van het railverkeer moet op de gevels van nieuwe (of te wijzigen) woningen in de geluidszone van een spoorwegtraject voldoen aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorheen: voorkeursgrenswaarde). Deze bedraagt 55 dB. De maximale hogere waarde voor nieuwe woningen in de zone van een spoorwegtraject bedraagt 68 dB. Industrielawaai Op basis van artikel 40 van de Wet geluidhinder kunnen (delen van) industrieterreinen worden aangewezen als gezoneerd industrieterrein met een zonegrens. Dit betreft industrieterreinen waarop zich gronden bevinden die zijn aangewezen voor mogelijke vestiging van zogenaamde ‘zware lawaaimakers’ als genoemd in artikel 41 lid 3 van de Wet geluidhinder en artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht.

Buiten de zonegrens mag de geluidbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven gaan. De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorheen: voorkeursgrenswaarde) op woningen in de geluidszone van een industrieterrein bedraagt 50 dB(A). De maximaal toelaatbare geluidsbelasting op nieuwe woningen bedraagt 55 dB(A), voor bestaande woningen bedraagt deze 60 dB(A). De op 1 januari 2007 geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelastingen voor woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen – vastgelegd in eerder genomen besluiten – blijven gelden. Cumulatie Bij de vaststelling van hogere grenswaarden verplicht de Wet geluidhinder het inzichtelijk maken van het gecumuleerde geluidsniveau. Dit betreft het gezamenlijk geluidsniveau van alle relevante geluidsbronnen (weg, rail, industrie). Een bron is relevant indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. De gemeente kan een hogere grenswaarde vaststellen als er sprake is van een aanvaardbare gecumuleerde geluidsbelasting.

5.6.2 Onderzoek geluid Voor het plan is door het bureau ASP een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (zie bijlage). De woning is gelegen binnen de 200 meter brede geluidzone van de N208/Hereweg (50 km/uur). Zoneplichtige wegen Uit de berekeningen blijkt dat de gecorrigeerde geluidbelasting als gevolg van de N205 maximaal 40 dB bedraagt. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrensgrenswaarde van 48 dB. 30 km-wegen Er zijn geen akoestisch relevante 30 km-wegen aanwezig in de nabijheid van het woningbouwplan.

1Conform artikel 110g mag een correctie worden toegepast op het berekende geluidsniveau ten gevolge van het

wegverkeer. Voor wegen waar 70 km/uur of harder gereden mag worden is de aftrek 2 dB en voor de overige wegen 5 dB. De wettelijk toegestane snelheid is hier van belang. Voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur geldt geen aftrek aangezien deze wegen geen zone hebben en hierdoor niet onder de werkingssfeer van de Wet geluidhinder vallen. Enkel bij toetsing in het kader van het aspect "goede ruimtelijke ordening" wordt ten behoeve van een goede beoordeling de aftrek wel toegepast. 25

Toelichting vastgesteld bestemmingsplan ‘Duin en Vaart 12’

Gecumuleerde geluidsbelasting De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt 45 dB(A). Het betreft nieuwbouw. Er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde Er moet derhalve worden voldaan aan de in het bouwbesluit 2012 genoemde minimumeis voor de gevelwering van 20 dB. Hieraan wordt met de huidige bouwmethoden vrijwel altijd voldaan.

5.6.3 Conclusie geluid Op basis van het akoestisch onderzoek kan worden geconcludeerd dat er vanuit het aspect geluid geen belemmeringen zijn ten aanzien van het plan.

5.7 Luchtkwaliteit 5.7.1 Wet- en regelgeving en beleid Wet luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit legt de belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit vast. De hoofdlijnen van deze wet zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. De luchtregelgeving is uitgewerkt in een aantal Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) en Ministeriele Regelingen. Wet Milieubeheer In bijlage II van de Wet milieubeheer staan voor de volgende stoffen grenswaarden voor de concentratie in de buitenlucht: stikstofdioxide (NO 2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb), koolmonoxide (CO). In de Nederlandse situatie leveren alleen de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) problemen op in relatie tot de wettelijke normen. De wijze waarop het aspect luchtkwaliteit in acht genomen dient te worden bij planvorming is geregeld in artikel 5.16 en 5.16a van de Wet milieubeheer.

Op basis van deze wetgeving kunnen ruimtelijk-economische initiatieven worden uitgevoerd als aan één of meer van de volgende voorwaarden wordt voldaan: - grenswaarden uit bijlage II van de Wet milieubeheer worden niet overschreden, of; - per saldo verbetert de luchtkwaliteit of blijft tenminste gelijk, of; - het initiatief draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit (aan concentratie PM 10 en NO2), of; - het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)2. In aanvulling op het bovenstaande toetsingskader stelt de AMvB ‘Gevoelige Bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)’ dat bij de voorgenomen realisering van gevoelige bestemmingen, zoals scholen, kinderdagverblijven, verzorgingshuizen ed. op een locatie binnen 300 meter vanaf de rand van rijkswegen of binnen 50 meter vanaf de rand van provinciale wegen, moet worden onderzocht of op die locaties sprake is van een daadwerkelijke of een dreigende overschrijding 2Sinds 1 augustus 2009 is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht. Met het NSL is

in 2005 gestart omdat Nederland niet tijdig aan de grenswaarden voor de luchtkwaliteit kon voldoen. Nederland heeft een plan gemaakt waaruit duidelijk wordt hoe de grenswaarden wel worden bereikt. In het NSL zijn allerlei grote projecten opgenomen die men wil uitvoeren samen met maatregelen die worden uitgevoerd om de concentratiebijdrages van deze grote projecten te compenseren. De concentratiebijdrage van NIBM-projecten wordt tevens gecompenseerd door deze maatregelen. Voor de projecten die in het NSL zijn opgenomen, hoeft geen luchtkwaliteitonderzoek te worden uitgevoerd. Ook is toetsing aan de normen niet nodig. 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/2313/documents/34077