Begroting 2023-2026 - versie doorzoekbaar.pdf
Tekst van het document
Dit kan een financieel effect hebben. Vanuit het gemeentefonds draagt het Rijk in totaal € 150 miljoen bij aan de transitiekosten die gemeenten maken in aanloop naar de invoering van de Omgevingswet. Deze € 150 miljoen is door het Rijk nog niet in meicirculaire van het gemeentefonds geboekt, maar wordt afhankelijk van de inwerkingtreding, in de septembercirculaire 2022 verwerkt. Voor Heemstede gaat het om een indicatief bedrag van € 217.501. Over de middelen voor de jaren 2023 tot en met 2025 volgt meer informatie in een latere circulaire. De definitieve resultaten hiervan komen tot in uiting in onze begroting vanaf het jaar 2023. Opstellen van de Omgevingsvisie De omgevingsvisie is het belangrijkste politiek-bestuurlijke document waarin we onder de Omgevingswet gemeentelijke ambities kunnen opnemen. In 2021 is op basis van de in 2019 geïnventariseerde trends en opgaven uitgewerkt welke beleidsinzet daarbij nodig is en in 2021 en 2022 zijn de hoofdlijnen voor de visie en enkele ontwikkelscenario’s opgesteld en besproken met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. In 2023 inventariseren we met de raad de dilemma's binnen de verschillende domeinen. Vervolgens wordt in 2023 op basis van deze dilemma's na afweging de omgevingsvisie zelf opgesteld en voorgelegd aan onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners.
Zorgen voor ruimtelijke kwaliteit op niveau van lokale projecten en initiatieven Lokaal zijn er zowel bestaande als nieuwe ruimtelijke ontwikkelprojecten of -initiatieven in voorbereiding, waaronder Havenkwartier, Zuidstrook de Hartekamp, SEIN en Kennemerduin. Dit zijn allemaal Programmabegroting 2023
pagina 72
ontwikkelingen van derden die wij bestuurlijk-juridisch faciliteren en toetsen aan de gemeentelijke uitgangspunten. Bijvoorbeeld aan het bestemmingsplan Herziening Landgoederen en Groene Gebieden, de motie Groene oase en aan de in de maak zijnde Woonvisie. De planning hiervan is mede afhankelijk van de initiatiefnemers. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden om op het terrein van de voormalige rioolwaterzuiveringsinstallatie. verschillende maatschappelijke opgaven van de gemeente te kunnen realiseren. Het terrein is getaxeerd op € 2.260.000. Ontwikkelafspraken maken voor het Manpadslaangebied Het Manpadslaangebied is een van de weinige locaties waar nog ruimte is voor middelgrote nieuwbouwprojecten. We gaan in gesprek met de initiatiefnemers en andere betrokkenen om ontwikkelafspraken te maken over de woningbouwmogelijkheden. Daarbij blijven onder meer het maximale bebouwd gebied onder 20.000 m2 en wordt een Natuurpark Manpad gerealiseerd om het (groene) karakter van het Manpadslaangebied te behouden. We leggen voor eind 2023 de afspraken met initiatiefnemers vast.
Uitvoeren van het Woonakkoord Zuid-Kennemerland Het Uitvoeringsprogramma van het Woonakkoord Zuid-Kennemerland beschrijft hoe de gemeenten en provincie Noord-Holland gaan samenwerken om de middellange-termijn-doelen uit het Woonakkoord te realiseren. Voor Heemstede gaat het o.a. om het bevorderen van doorstroming, het inzetten van energiecoaches en het huisvesten van kwetsbare inwoners. Bevorderen van doorstroming (senioren) Door de beperkte mogelijkheden voor nieuwbouw bevorderen we oplossingen binnen de bestaande woningvoorraad. Daarbij doen we ook een beroep op de eigen verantwoordelijkheid. Zo is het bijvoorbeeld voor ouderen van belang om tijdig te verhuizen naar een woning die zonder trap toegankelijk en doorgankelijk is, of tijdig de huidige woning toegankelijk te maken. Wij willen de doorstroom van ouderen bevorderen; we werken hierin samen met woningcorporaties via de regeling ‘Ouder worden, prettig wonen’. Daarnaast willen we middeninkomens in een sociale huurwoning stimuleren om de stap te zetten naar een woning in het middensegment, huur of koop. We gaan na hoe we in samenspraak met corporaties en marktpartijen de doorstroming vanuit de sociale huur naar de marktsector kunnen bevorderen. We onderzoeken in hoeverre we onderling tot afstemming kunnen komen.
Inzetten van energiecoaches We zorgen dat de laagste inkomensgroepen mee doen in de energietransitie en ook mee profiteren van mogelijke besparingen. Daarom werken we met het concept van energiecoaches, opgenomen in het Woonakkoord. De energiecoach geeft voorlichting en tips aan medebewoners over het zelf besparen van energie. Huurders en eigenaar-bewoners krijgen advies op maat om energie te besparen in huis. De promotionele uitingen richten zich op alle inwoners, met bijzondere aandacht voor de huurders van woningen in de sociale sector. Samenwerken via Pact van Uitstroom om kwetsbare bewoners te huisvesten Gemeenten, woningcorporaties en zorg- en welzijnsorganisaties in Zuid-Kennemerland en IJmond werken regionaal samen om kwetsbare bewoners te huisvesten. We willen samen voor geschikte woningen zorgen voor mensen die weer zelfstandig gaan wonen. Daarover hebben we met elkaar afspraken gemaakt die staan in het Pact voor uitstroom.
Vaststellen van een Woonvisie en uitvoeringsprogramma Eind 2022 wordt er in Heemstede een overkoepelende Woonvisie vastgesteld waarin alle aspecten van het wonen aan bod komen. Via de Woonvisie stuurt de gemeenteraad op het woonbeleid van de gemeente. Vervolgens wordt er begin 2023 een uitvoeringsprogramma geschreven waarin de doelen en prioriteiten uit de Woonvisie vertaald worden in concrete acties: wat gaat de gemeente doen om de visie werkelijkheid te
Programmabegroting 2023
pagina 73
maken en wat is hier voor nodig. In de Woonvisie nemen we een instrumentenkoffer die bijdragen aan het behalen van gestelde doelen. Met het uitvoeringsprogramma wordt de visie werkelijkheid gemaakt.
Vaststellen van de Prestatieafspraken In 2023 worden er nieuwe meerjarige prestatieafspraken met de woningcorporaties en huurdersverenigingen gemaakt. De woningcorporaties doen een bod op basis van de in eind 2022 vastgestelde Woonvisie. De Woonvisie is daarmee de basis voor de prestatieafspraken. In de prestatieafspraken staan de plannen voor het Heemsteedse woningbeleid voor de komende jaren over nieuwbouw van sociale huurwoningen en de bestaande woningvoorraad van de corporaties.
Startersleningen De starterslening wordt gehandhaafd. Met de door raad in juni 2021 vastgestelde nieuwe verordening is deze bovendien verruimd. Met de starterslening wordt het kopen van een woning voor meer mensen bereikbaar. Ook huiseigenaren die willen doorstromen naar een volgende woning, hebben hier profijt van.
Statushouders Een belangrijke groep wordt gevormd door statushouders. Gemeenten krijgen elk halfjaar een wettelijke taakstelling van het Rijk ten aanzien van de huisvesting van statushouders. Corporaties werken mee aan het realiseren van deze taakstelling omdat statushouders behoren tot hun doelgroep.
Onderhouden en verduurzamen gemeentelijk vastgoed Het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) is in april 2019 vastgesteld. Hiermee is geborgd dat het onderhoudsniveau van de gemeentelijke gebouwen het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau ‘sober doch doelmatig’ houdt. Aanvullend op het MJOP voor de gemeentelijke gebouwen willen we voor 2030 naar een verduurzaming van deze gebouwen, een A-label en/of energieneutraliteit. Om die reden is in 2021 is een budget aangevraagd en toegekend aan het MJOP om de gemeentelijk gebouwen te verduurzamen naar een A-label voor 2030. Per jaarschijf wordt, op verzoek van de raad, aangegeven welke gebouwen voor groot onderhoud en tegelijkertijd verduurzamen naar een A-label op de planning staan. Op dat moment wordt ook geadviseerd, per gebouw, wat de mogelijkheden en kosten zijn om een bijna Energieneutraal (BENG) of Energieneutraal (ENG) gebouw te kunnen bewerkstelligen. Ook wordt de stand van zaken qua verduurzamen gemeentelijk gebouwen gedeeld. Zowel dit als komend jaar geven we een vervolg aan het verder verduurzamen van het gemeentelijk onroerend goed.
Professionaliseren van vastgoedbeheer Vanuit de bijzondere publieke rol die de gemeente als eigenaar van grond en gebouwen heeft, is het van belang om het vastgoedbeheer verder te professionaliseren, Dit doen we door een gelegitimeerde, zorgvuldige, transparante en (kosten)efficiënte handelswijze te volgen voor het beheer. Een vastgoedbeheersysteem geeft zicht op aard, omvang en onderhoudstoestand van het vastgoed. Daarnaast kan informatie over contracten, verhuurbare panden en verhuuropbrengsten worden aangetoond voor de accountant.
Programmabegroting 2023
pagina 74
Hoe gaan we dit meten? Verplichte beleidsindicatoren Indicator
Meeteenheid Duizend euro Aantal per 1.000 woningen
Jaar meting 2020 2020
Gemiddelde WOZ waarde Nieuw gebouwde woningen Demografische druk Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
% in euro's in euro's
Waarde
Waarde
527 15,4
Jaar meting 2021 2021
2020 2020
102,2 900
2021 2021
103,5 937
2020
965
2021
1008
553 0,1
Overige indicatoren Monitoring verduurzaming vastgoed (CO2-besparing per object).
•
Wat mag het kosten plus = nadeel, min = voordeel Bedragen x € 1.000
Rekening Begroting Begroting
Meerjarenraming
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Lasten
2.584
1.632
2.133
2.019
1.969
1.969
Baten
-1.073
-895
-690
-682
-682
-682
Saldo van baten en lasten
1.512
737
1.444
1.338
1.288
1.287
0
822
0
0
0
0
Onttrekking aan reserve
-47
-34
-115
-55
-55
-55
Mutatie reserves
-47
788
-115
-55
-55
-55
1.465
1.525
1.329
1.283
1.233
1.233
2023
2024
2025
2026
Nieuw beleid/wensen
165
92
42
42
Onontkoombaar
48
48
48
48
Bestaand beleid
16
24
24
24
Prijs- en loonontwikkeling
79
79
79
79
Kapitaallasten
0
0
0
0
160
174
174
174
7
7
7
7
473
423
373
373
Storting in reserve
Saldo plus = nadeel, min = voordeel
Uitvoeringskracht op orde Overige kleine mutaties (<10.000) Totaal
Programmabegroting 2023
pagina 75
plus = nadeel, min = voordeel
2023
2024
2025
2026
Nieuw beleid/wensen
165
92
42
42
Ambities versnelde woningbouwopgave
85
92
42
42
80
0
0
0
Voor het realiseren van deze ambitie is extra capaciteit nodig.
Capaciteit voor incidentele bestemmingsplannen
In 2023 moeten (incidentele) werkzaamheden aan bestemmingsplannen plaats vinden. Hiervoor moet capaciteit worden ingehuurd. Het betreft: • € 30.000 voor opstellen bestemmingsplan voor flitsbezorgdiensten; • € 20.000 voor opstellen bestemmingsplan voor de ondergrond in het kader van de warmtetransitie; • € 30.000 voor het opstellen bestemmingsplan voor steigers en ligplaatsen Heemstede. Onontkoombaar
48
48
48
48
Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) woningen en gebouwen
48
48
48
48
In 2022 wordt het MJOP woningen en gebouwen (gemeentelijk vastgoed) op basis van de wetgeving geactualiseerd. In de jaarrekening 2021 is hier al op ingegaan. In 2022 heeft de raad een voorstel over dit geactualiseerde MJOP vastgesteld. Door de gestegen prijzen van materialen en lonen valt de jaarlijkse dotatie (dit is de storting in de voorziening) hoger uit. Hiervan is een onderbouwde schatting gemaakt. De geschatte verhoging van in totaal € 160.000 is opgenomen vanaf de begroting 2023. De extra lasten drukken op de programma's 0, 4, 5, 6, 7 en 8. Bestaand beleid
16
24
24
24
Vervallen huurinkomsten Lieven de Keylaan
16
24
24
24
Medio 2023 vervalt de huurovereenkomst van de Lieven de Keylaan waarna het niet opnieuw verhuurd zal worden.
Onttrekking reserve implementatie omgevingswet
0
0
0
0
De implementatiekosten van de omgevingswet worden gedekt uit een bestemmingsreserve. Hier wordt zowel het budget van € 60.000 als de onttrekking aan de bestemmingsreserve voor hetzelfde bedrag geraamd. Uitvoeringskracht op orde
160
174
174
174
Capaciteit voor contractmanagement gemeentelijk vastgoed
73
87
87
87
In de kaderbrief is aangegeven dat het gewenst is om structureel te investeren in een verdere professionalisering van het managen van vastgoed. Hiermee wordt gezorgd dat vastgoedcontracten op orde zijn en dat contractafspraken worden geborgd en gemonitord. Dit betreft 1 fte.
Inzet uitvoeringsagenda Regionale Samenwerking ZKL en bereikbaarheid
87
87
87
87
In de kaderbrief is aangegeven dat er extra inzet noodzakelijk is om de uitvoeringsagenda te kunnen realiseren vanuit de Gemeenschappelijk Regeling bereikbaarheid Zuid Kennemerland (ZKL) en Zuid Kennemeragenda. Het gaat om extra inzet verkeer (0,5 fte) en regionale samenwerking (0,4 fte).
Programmabegroting 2023
pagina 76
Programma 9 Raad Wat willen we bereiken De gemeenteraad vertegenwoordigt de inwoners van Heemstede en vormt samen met het college van burgemeester en wethouders het bestuur van het dorp. De gemeenteraad bepaalt de kaders van het beleid, stelt de middelen beschikbaar en controleert de uitvoering van het beleid door het college. De griffie bestaat uit medewerkers die werken voor de gemeenteraad. De griffie ondersteunt de gemeenteraad bij de vergaderingen en het werk van raad. De griffie ondersteunt ook het contact tussen de raad en de inwoners van Heemstede. De gemeentelijke rekenkamer doet onafhankelijk onderzoek naar de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid. Voor dit programma staat in 2023 € 751.000 aan lasten op de begroting. Dit bedrag wordt gedekt uit de algemene middelen en is bestemd voor: bestuursondersteuning gemeenteraad, apparaatskosten gemeenteraad, de gemeenteraad zelf en de rekenkamer.
Wat mag het kosten plus = nadeel, min = voordeel Rekening
Begroting
Begroting
Meerjarenjaming
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Lasten
751
751
751
751
Saldo
751
751
751
751
N.B. Deze cijfers zijn verwerkt in de cijfers van programma 0, maar worden hier voor het inzicht van de raad extracomptabel gepresenteerd.
plus = nadeel, min = voordeel 2023
2024
2025
2026
Bestaand beleid
15
15
15
15
Prijs- en loonontwikkeling
41
41
41
41
56
56
56
56
Totaal
Programmabegroting 2023
pagina 77
Bestaand beleid
15
15
15
15
Actualisatie budget vergoedingen raadsleden
15
15
15
15
Het budget voor de raad wordt met structureel € 15.000 aangepast aan de hoogte van de vergoedingen van de raadsleden.
Programmabegroting 2023
pagina 78
Programmabegroting 2023
pagina 79
Paragraaf 1 Lokale Heffingen Algemeen Deze paragraaf geeft een overzicht van de lokale heffingen. We geven hiermee inzicht voor de integrale afweging tussen enerzijds beleid en anderzijds inkomsten. Ook geven we hier het beleid weer dat de gemeente in het begrotingsjaar voert ten aanzien van de lokale heffingen. De definitieve tarieven en bepalingen van de heffingen stelt uw raad in december in de verordeningen 2023. In het begrotingsjaar is ongeveer 24% van de inkomsten van de gemeente Heemstede afkomstig uit lokale heffingen. Bij de lokale heffingen maken we onderscheid tussen retributies en belastingen. Retributies hebben een directe relatie met een gemeentelijke taak, zoals riolering, afvalstoffeninzameling, begraafplaats en leges. Bij retributies mogen de geraamde opbrengsten niet uitgaan boven de geraamde kosten. Belastingen hebben een algemeen karakter en geen directe relatie met een gemeentelijke taak. Zij worden onder meer geheven als een bijdrage in de kosten van de voorzieningen van openbaar nut. Elke gemeente voert een autonoom beleid ten aanzien van de hoogte van de belastingtarieven. Wij heffen de volgende belastingen, heffingen en retributies::
Belasting
Omschrijving
Onroerende zaakbelasting
Belasting op het eigendom en het gebruik van onroerende zaken.
Afvalstoffenheffing
Belasting op de mogelijkheid om afval ter inzameling aan te bieden aan de afvalinzamelingsdienst.
Rioolheffing
Belasting op de mogelijkheid om afvalwater en/of hemelwater af te voeren via de gemeentelijke riolering en voor zuivering van huishoudelijk afvalwater.
Parkeerbelasting
Belasting voor het parkeren van een motorvoertuig op de openbare weg in een afgebakend gebied of voor de verlening van een vergunning hiervoor.
Precariobelasting
Belasting voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond.
Precario plezierjachten
Belasting voor het innemen van een ligplaats met een pleziervaartuig aan openbare gemeentegrond.
Leges (diversen)
Leges zijn betalingen aan de overheid waar een individueel aanwijsbare tegenprestatie van die overheid tegenover staat.
Marktgelden
Belasting voor het innemen van een standplaats op het marktterrein.
Liggelden woonschepen
Belasting voor het hebben van een ligplaats in de woonschepenhaven.
Begrafenisrechten
Belasting voor het gebruik van de begraafplaats en/of voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats
Roerende ruimtebelasting
Belasting op het eigendom en het gebruik van roerende ruimten.
Bedrijven Investeringszone
Heffing waarmee ondernemers in een afgebakend gebied samen meebetalen aan een aantrekkelijke en veilige omgeving.
Programmabegroting 2023
pagina 80
Beleid algemeen De belastingen verhogen we jaarlijks met de inflatiecorrectie volgens het Centraal Planbureau (CPB). Daarbij kijken wel naar ons financieel perspectief. De tarieven voor de heffingen en leges baseren we op het uitgangspunt dat we volledig kostendekkend willen zijn. Eventuele noodzakelijke grote investeringen deken we vanuit de voorziening voor de rioolheffing of de voorziening voor de afvalstoffenheffing. In de paragraaf lokale heffingen moet volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) een passage over de kostendekkendheid van de lokale heffingen staan. In deze paragraaf staat deze opgenomen in de totaal begrote cijfers. Het is dus een totaalbeeld en geen detailgegeven. In de opgestelde berekening gebruiken wij voor de overhead standaard de verdeelsleutel van de loonsom. De loonkosten bepalen in de meeste gevallen immer een groot deel van het tarief. Dit is conform de financiële verordening. De tabel hieronder geeft inzicht in de geraamde opbrengsten uit lokale heffingen.
plus=nadeel, min=voordeel Bedrag (x € 1) Opbrengst heffingen -5.668.764
Prog 0
Onroerende zaakbelasting woningen
0
Onroerende zaakbelasting niet-woningen
0
Parkeerbelasting
-813.700
0
Precariobelasting
-53.429
0
Precario recreatieboten
-58.931
0
Roerende ruimte belasting
-6.271
-1.519.288
-8.120.383
Programmabegroting 2023
pagina 81
plus=nadeel, min=voordeel Extracomptabel
Prog
Kosten
Baten excl. heffing
Bedrag (x € 1) Kosten dekken Over Opbrengst dheid head Totale kosten heffingen %
BTW
0
Huwelijk en geregistreerd partnerschap
41.029
-
0
Documenten burgerlijke stand
58.717
-
0
Basisregistratie personen
199.894
0
Rijbewijzen
0 0
12.825
54.654
-96.278
176 %
333
9.742
68.792
-9.522
14%
-
-
40.132
240.026
-32.798
14%
200.164
-
-
16.405
216.569
-148.120
68%
Reisdocumenten
104.879
-
-
60.285
165.264
-58.190
35%
Naturalisatie
42.107
-
311
12.395
54.813
-28.566
52%
Subtotaal burgerzaken
646.790
-
1.444
151.885
800.119
-373.474
47%
1
Vergunningen APV
50.645
-
-
48.759
99.404
-5.900
6%
7
Leges bodemrapporten
5.600
-
1.313
-
7.563
-3.800
50%
8
Omgevingsvergunninge n
431.927
-
11.185
-
443.112
-117.800
27%
1.135.612
-
13.941
200.644
1.350.197
-500.974
37%
Weekmarkt
77.142
-
7.013
16.184
100.339
-55.968
56%
Riolering
3.153.329
-354.289
473.599
132.238
3.412.547
-3.412.467
100 %
Afval
3.848.699
-102.000
760.410
43.698
4.550.807
-4.550.747
100 %
Begraafplaatsen
418.007
-52.752
87.781
164.307
617.343
-617.343
100 %
Woonschepen
17.646
-
3.706
-
21.352
-6.454
30%
Totaal overige Retributies
7.514.823
-509.041
1.332509
364.097
8.702.388
-8.642.979
99%
Totaal leges / retributies
8.650.435
-509.041
1.346450
564.741
10.052.585
-9.143.953
91%
Totaal Leges 3 7 7 7 8
800
Lokale heffingen Beleid specifiek per belastingsoort Onroerende zaakbelasting (ozb) Voor onroerende zaken die als woning dienen, ontvangen alleen eigenaren een aanslag. Bij niet-woningen krijgen zowel de eigenaar als de gebruiker een aanslag. Gemeenten zijn vrij in de besteding van de inkomsten uit ozb. Vanwege schommelingen in de grondslag (WOZ-waarde) voeren we bij de ozb geen
Programmabegroting 2023
pagina 82
tarievenbeleid, maar een opbrengstenbeleid. Eventuele areaalwijzigingen (omvangvergroting of inkrimping van de voorraad onroerende zaken) hebben een autonome invloed op de ozb-opbrengsten. Bij de begroting wordt de opbrengst vastgesteld. Voor 2023 stijgen de opbrengsten met 5,8% inflatiecorrectie.
plus = nadeel, min = voordeel Onroerende zaakbelasting Woningen Niet woningen
Eigenaar Eigenaar Gebruiker
Totaal
2022* -5.358 -880 -556 -6.794
inflatie 5,8% -311 -51 -32 -394
Bedrag (x € 1.000) 2023 -5.669 -931 -588 -7.188
* Bedragen volgens primaire begroting
Als de WOZ-waarden aan het eind van het jaar bekend zijn, wordt op basis daarvan het tarief berekend.
Rioolheffing Rioolheffing is uitsluitend bedoeld om de kosten te dekken van de gemeentelijke riolering en waterzorgtaken. De raad heeft besloten dat er van 100% kostendekkendheid sprake moet zijn en dat er rekening moet worden gehouden met rente (1,3%) op kosten van investeringen. Vanaf 2022 geldt het Programma Water 2022-2026. Vanaf 2023 wordt er niet meer op vervangingsinvesteringen riolering afgeschreven (70 jaar) maar wordt een vervangingsinvestering direct in mindering gebracht op de voorziening "Vervangingsinvesteringen Riolering". Een uitzondering geldt voor de projecten die doorgeschoven zijn naar het investeringsprogramma 2023 vanuit eerdere boekjaren. Dit betreft de riolering en drainage "Van Merlenlaan" en de riolering "Slotlaan en omgeving". Deze kunnen niet betrokken worden bij de voorziening omdat bij de opbouw van de voorziening tot 2023 geen rekening is gehouden met deze investeringen. Wel is in de heffing reeds rekening gehouden met de jaarlijkse kapitaallasten van deze investeringen. Tekorten en overschotten in de exploitatie van het riool worden verrekend met de voorziening Riolering. Verdeling kosten rioolheffing volgens model:
plus = nadeel, min = voordeel Bedrag (x € 1.000) 2023
2024
2025
2026
Kosten taakvelden incl. (omslag)rente
3.153
3.040
3.180
3.326
Inkomsten taakvelden excl. heffingen Netto kosten taakveld Extracomptabel toe te rekenen kosten Overhead BTW Totale kosten Opbrengst heffingen Percentage kostendekking
-354 2.799
0 3.040
0 3.180
0 3.326
140 474 3.413 -3.413 100%
140 453 3.633 -3.633 100%
140 485 3.805 -3.805 100%
140 521 3.987 -3.987 100%
Programmabegroting 2023
pagina 83
Tarief per aansluiting:
13.137 aansluitingen (12.404 huishoudens; 733 bedrijven)
2023 259,76
Tarief per aansluiting (x € 1) 2024 2025 2026 276,53 289,63 303,46
2023 5,09%
Percentage 2024 2025 6,46% 4,74%
Percentuele wijziging t.o.v. voorgaand jaar:
Wijziging tarief incl. indexering exploitatie 2023 (5,8%)
2026 4,78%
Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing is bedoeld om de werkelijke kosten van de afvalinzameling en afvalverwerking te dekken. Volgens vastgesteld beleid moet de heffing 100% kostendekkend zijn. Er wordt rekening gehouden met 1,3% rente. Tekorten en overschotten in de exploitatie van afval worden verrekend met de voorziening Afvalstoffenheffing.
Toelichting op daling lasten vanaf 2025 Vanaf 2025 dalen de lasten in de meerjarentabellen. Dit komt omdat vanaf 2025 de huidige afvalcontainers zijn afgeschreven. In het investeringsprogramma is nog geen rekening gehouden met de kosten van nieuwe afvalcontainers. Daarom zijn de kapitaallasten nog geen onderdeel van de tabel. Zodra het investeringsbedrag van de vervangende containers bekend is wordt dit opgenomen in het investeringsprogramma. De kapitaallasten hiervan leiden dan tot een stijging van de jaarlijkse lasten voor afval vanaf 2025. Verdeling kosten afval volgens model:
plus = nadeel, min = voordeel
Kosten taakvelden incl. (omslag)rente Inkomsten taakvelden excl. heffingen Netto kosten taakveld Extracomptabel toe te rekenen kosten Overhead BTW Totale kosten Opbrengst heffingen Percentage kostendekking
2023 3.849 -102 3.747
2024 3.971 -102 3.868
Bedrag (x € 1.000) 2025* 2026* 3.968 3.930 -102 -102 3.866 3.828
44 760 4.551 -4.551 100%
44 783 4.695 -4.695 100%
44 783 4.693 -4.693 100%
2023 331,52 414,41
Tarief per aansluiting (x € 1) 2024 2025* 2026* 342,03 341,86 338,51 427,54 427,32 423,14
44 775 4.647 -4.647 100%
* zie: toelichting op daling lasten vanaf 2025
Tarief per aansluiting:
Klein (120/140 l, resp. 100 tikken) aantal 6.878 Groot (240 l, resp. 200 tikken) aantal 5.479 * zie: toelichting op daling lasten vanaf 2025
Programmabegroting 2023
pagina 84
Percentuele wijziging t.o.v. voorgaand jaar:
Wijziging tarief incl. indexering exploitatie 2023 (5,8%)
2023 4,63%
Percentage 2024 2025* 3,17% -0,05%
2026* -0,98%
* zie: toelichting op daling lasten vanaf 2025
Begrafenisrechten Het huidige uitgangspunt is een 100% kostendekkende exploitatie van de begraafplaats (uitvaartverzorging en onderhoud begraafplaats). Uitzondering hierop zijn de lasten van de grafkapel in verband met de monumentale status hiervan. Een exploitatietekort op uitvaartverzorging wordt gedekt door de betreffende reserve en een overschot wordt daaraan toegevoegd. Een exploitatietekort op onderhoud graven wordt gedekt door de betreffende voorziening en een overschot wordt daaraan toegevoegd. De voorziening wordt gevoed vanuit de grafrechten.
plus = nadeel, min = voordeel Berekening kostendekkendheid Begrafenisrechten Kosten Taakveld(en) incl. (omslag)rente Inkomsten taakvelden Netto kosten taakveld Extracomptabel toe te rekenen kosten Overhead BTW Totale kosten Opbrengst Begrafenisrechten Percentage kostendekking
Bedrag (x € 1.000) 2023 418 -53 365 164 88 617 -617 100%
Leges Tegenover onze leges staan de diensten die we leveren. In het tarievenbeleid streven we er naar om de kosten van deze diensten volledig te dekken. De leges zijn onder te verdelen in drie zogenoemde titels. Dit zijn: 1. Algemene dienstverlening 2. Dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning 3. Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Voor de berekening van de leges gaan we uit van kostendekkendheid. Uitzondering hierop zijn de leges burgerlijke stand, waarvoor het Rijk de hoogte vaststelt. Voor de leges voor de reisdocumenten en rijbewijzen stelt het Rijk een maximumbedrag vast. De huwelijken en geregistreerd partnerschappen zijn meer dan kostendekkend. Hiermee wordt een deel van de overige kosten in titel 1 gecompenseerd.
Programmabegroting 2023
pagina 85
plus = nadeel, min = voordeel Kostendekkendheid leges Titel 1 Algemene dienstverlening Kosten Taakveld(en) incl. (omslag)rente Inkomsten taakvelden Netto kosten taakveld Extracomptabel toe te rekenen kosten Overhead BTW Totale kosten Opbrengst Leges Titel 1 Percentage kostendekking
Bedrag (x € 1.000) 2023 683 683 161 1 868 -378 45%
In titel 2 fysieke leefomgeving en omgevingsvergunning gaat door de invoering van de Omgevingswet veel veranderen. In december doen we een voorstel over de nieuwe indeling van deze titel met een onderbouwing van de tarieven die we daar opnemen. Omdat pas in november 2022 besloten wordt of de Omgevingswet definitief van start gaat bieden we de legesverordening 2023 aan met een dubbele titel 2. Op die manier zijn we voorbereid op 2023 waarbij het niet uitmaakt of de Omgevingswet van start gaat of niet.
plus = nadeel, min = voordeel Kostendekkendheid Leges Titel 2 Fysieke leefomgeving Kosten Taakveld(en) incl. (omslag)rente Inkomsten taakvelden Netto kosten taakveld Extracomptabel toe te rekenen kosten Overhead BTW Totale kosten Opbrengst Leges Titel 2 Percentage kostendekking
Bedrag (x € 1.000) 2023 419 419 10 429 -119 28%
plus = nadeel, min = voordeel Kostendekkendheid Leges Titel 3 Europese dienstenrichtlijn Kosten Taakveld(en) incl. (omslag)rente Inkomsten taakvelden Netto kosten taakveld Extracomptabel toe te rekenen kosten Overhead BTW Totale kosten Opbrengst Leges Titel 3 Percentage kostendekking
Bedrag (x € 1.000) 2023 21 21 7 3 31 -4 12%
Marktgelden Bij de bepaling van onze tarieven houden we er rekening mee dat de markt aantrekkelijk blijft voor standhouders en bezoekers. Programmabegroting 2023
pagina 86
plus = nadeel, min = voordeel Kostendekkendheid marktgelden Kosten taakveld(en) incl. (omslag)rente Inkomsten taakvelden Netto kosten taakveld Extracomptabel toe te rekenen kosten Overhead BTW Totale kosten Opbrengst Marktgelden Percentage kostendekking
Bedrag (x € 1.000) 2023 77 77 16 7 100 -56 56%
Liggeld woonschepen plus = nadeel, min = voordeel Kostendekkendheid Leges Liggeld woonschepen Kosten Taakveld(en) incl. (omslag)rente Inkomsten taakvelden Netto kosten taakveld Extracomptabel toe te rekenen kosten Overhead BTW Totale kosten Opbrengst Liggeld woonschepen Percentage kostendekking
Bedrag (x € 1.000) 2023 18 18 4 21 -6 30%
Kwijtschelding In de gemeente Heemstede kunnen belastingplichtigen, die niet in staat zijn om hun belastingschuld te betalen, in aanmerking komen voor kwijtschelding. Er kan kwijtschelding worden aangevraagd voor: - afvalstoffenheffing. Degenen die kwijtschelding hebben gekregen toetsen we het jaar erna bij het inlichtingenbureau. Als ze volgens die toets nog in dezelfde omstandigheden verkeren als het jaar waarin ze kwijtschelding hebben gekregen, geven we automatisch kwijtschelding. De kwijtscheldingen worden voor 2023 begroot op € 130.000 voor de afvalstoffenheffing.
Programmabegroting 2023
pagina 87
Lokale lastendruk Om een beeld te krijgen van de gevolgen van de voorstellen uit deze begroting voor de lokale lastendruk geven we hieronder een overzicht van de woonlasten van een gemiddeld huishouden. Belastingsoort Onroerende zaakbelasting (gemiddelde WOZ-waarde 2022, € 598.000)
2022 404
2023 427
Bedrag (x € 1) % Mutatie 5,80%
Rioolheffing
247
260
5,09%
Afvalstoffenheffing (rolcontainer 240 liter)
396
414
4,64%
1.047
1.101
5,19%
Totaal
De gemiddelde WOZ-waarde van een woning is in 2022 € 598.000. Alleen de eigenaar van een woning betaalt hier onroerende zaakbelasting over. De eigenaar betaalt ook voor de aansluiting van de woning op het gemeentelijk rioleringsstelsel. Een huurder van een woning wordt alleen voor de afvalstoffenheffing aangeslagen.
Overzicht woonlasten 2022 gemeenten in de regio Hieronder ziet u een overzicht met de woonlasten van Heemstede en de drie omliggende gemeenten. Bedrag (x € 1)
Bloemendaal
Haarlem
Heemstede
Zandvoort
Programmabegroting 2023
WOZ-waarde woning
Onroerende zaakbelasting
Rioolheffing
Afvalstoffen heffing (meerpersoons)
Totale woonlasten 2022
350.000
362
196
435
993
550.000
569
223
435
1.226
700.000
725
243
435
1.402
350.000
276
152
412
840
550.000
433
152
412
997
700.000
552
152
412
1.115
350.000
236
247
396
879
550.000
371
247
396
1.014
700.000
473
247
396
1.116
350.000
239
203
412
855
550.000
376
203
412
992
700.000
479
203
412
1.094
pagina 88
Paragraaf 2 Weerstandsvermogen Algemeen Bij het weerstandsvermogen worden de beschikbare weerstandscapaciteit en de in kaart gebrachte risico's, waar geen beheersmaatregel tegenover staan, tegen elkaar afgezet. Dit wordt uitgedrukt in de ratio weerstandsvermogen. Deze paragraaf is gebaseerd op de huidige financiële verordening. Om een goed oordeel te kunnen geven over het weerstandsvermogen zijn twee elementen van belang: de beschikbare weerstandscapaciteit (A) en de benodigde weerstandscapaciteit (B).
A. Beschikbare weerstandscapaciteit Het beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve. Besloten is de stille reserves, de post onvoorzien en de onbenutte belastingcapaciteit niet mee te nemen in de berekening. Dit is opgenomen in de financiële verordening. De algemene reserve bedraagt per 1-1-2023: € 24.352.267
B. Benodigde weerstandscapaciteit (de risico's) Dit betreft de inventarisatie van de risico's waarvoor geen dekking in de begroting is en de kans dat die zich voordoen. De risico's worden ingeschat op totaal € 3.344.375
Ratio weerstandsvermogen Conform de huidige verordening is het weerstandsvermogen berekend op basis van de algemene reserve. De weerstandsratio moet tussen de 1,8 en 2,2 zijn. Ten tijde van het opstellen van deze begroting wordt de financiële verordening geüpdatet, hierin is een aangepast voorstel opgenomen voor het bepalen van de weerstandscapaciteit en de gewenste weerstandsratio. De ratio van het weerstandsvermogen per 1 januari 2023 is 7,3: Ratio weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit (A) Benodigde weerstandscapaciteit (B)
2023 24.352.267 = 7,3 3.344.375
Uit de normtabel blijkt dat een ratio binnen deze bandbreedte uitstekend is. Normtabel weerstandsvermogen ≥ 2,0 Uitstekend 1,4 - 2,0 Ruim voldoende 1,0 - 1,4 Voldoende < 1,0 Onvoldoende
Onbenutte belastingcapaciteit De nog onbenutte OZB is gelijk aan de belastingheffing die nog kan worden opgelegd tot het niveau dat een gemeente moet heffen om in aanmerking te komen voor toelating van een zogenoemde artikel 12 aanvraag. Dit niveau bestaat uit de WOZ-waarde vermenigvuldigd met het redelijk tarief. Dit tarief is ongeveer 120% van het gemiddelde tarief in heel Nederland. In de Meicirculaire gemeentefonds wordt jaarlijks het redelijk tarief bekend gemaakt. De geraamde opbrengst OZB vormt het uitgangspunt voor de bepaling van de onbenutte belastingcapaciteit.
Programmabegroting 2023
pagina 89
A B C D
WOZ-waarde volgens opgave aan CBS 2022 WOZ-waarde woningen WOZ-waarde niet-woning gebruiker WOZ-waarde niet-woning eigenaar Redelijk tarief (volgens Meicirculaire 2022) Opbrengst redelijk tarief (A+B+C)xD Geraamde opbrengst OZB 2023 Onbenutte belastingcapaciteit
Bedrag (x€ 1 miljoen) 7.625 320 378 0,1729% 14 7 7
De onbenutte belastingcapaciteit wordt door Heemstede niet betrokken bij de berekening van de ratio weerstandsvermogen.
Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door de risico's die de gemeente loopt. De belangrijkste risico’s zijn in deze paragraaf opgenomen. De lijst moet worden beschouwd als een zo goed mogelijke inschatting op basis van de beschikbare informatie. Ingeschat wordt hoe groot de kans is dat de risico’s zich inderdaad voordoen. Score 1. Laag 2. Gemiddeld 3. Hoog 4. Zeer hoog
Risicokans 0% - 12,50% 25% - 50% 50% - 75% 75% - 100%
Gemiddelde risicokans 12,50% 37,50% 62,50% 87,50%
Risico’s uit groep 4 doen zich vrijwel zeker voor en worden zoveel mogelijk afgedekt door het vormen van een voorziening. Er bestaan ook risico’s die door de hoogte niet afgedekt kunnen worden door de gemeente zelf. Indien mogelijk worden deze risico’s bij een verzekeraar ondergebracht. Dit geldt bijvoorbeeld voor aansprakelijkheid en brandschade. Risico’s lager dan € 50.000 worden niet in de risico-inventarisatie betrokken. Deze worden gedekt uit de normale flexibiliteit van de bedrijfsvoering. Hierna volgt een samenvatting van de inventarisatie van de risico’s die niet op een of andere manier zijn ondervangen (waar geen voorziening voor is gevormd of verzekering voor is aangegaan) en die een financieel gevolg kunnen hebben.
Programmabegroting 2023
pagina 90
Risico's Totaal overzicht benodigde weerstandscapaciteit (B) Maximaal risico
Risico's
Kans
%
Bedrag
1. Investeringsprojecten
1.800.000
Gemiddeld
37,5%
675.000
2. BTW en VPB
4.783.000
Laag
12,5%
597.875
100.000
Laag
12,5%
13.000
p.m.
p.m.
p.m.
50.000
481.900
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
76.500
-
-
76.500
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
9. Open einde regeling Participatiewetinkomensdeel, IOAW, IOAZ en Bbz levensonderhoud
1.119.000
Hoog
62,5%
700.000
10. Gemeentefonds
4.103.000
Laag
12,5%
513.000
11. Opvang Oekraïense vluchtelingen
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
12. Prijsstijgingen IHP
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
13. Garantstellingen leningen
1.917.000
Gemiddeld
37,5%
719.000
Maximaal risico
14.380.400
3. Niet-verhaalbare planschades 4. Omgevingswet 5. Vaste formatie zonder structurele dekkingsmiddelen 6. APPA voor bestuurders en voormalig bestuurders 7. Veiligheidsregio Kennemerland 8. Gemeenschappelijke regeling Participatiebedrijf Zuid-Kennemerland
Benodigde weerstandscapaciteit
3.344.375
Hieronder worden de risico's verder toegelicht. 1. Investeringsprojecten Omschrijving
De gemeente loopt risico bij de investeringsprojecten.
Kans
Gemiddeld
Impact
In de periode 2023 – 2026 wordt in totaal voor € 35.300.000 aan grote projecten opgenomen (bruto krediet > € 500.000). Hierbij zijn ook de IHP projecten > € 500.000 betrokken. Het betreft 20 projecten zodat het gemiddeld risico wordt vastgesteld op afgerond € 1.800.000. Uitgangspunt is dat het risico zich in de komende 4 jaar één keer voordoet. Het risico wordt bepaald op 37,50% van € 1.800.000 en komt uit op € 675.000.
Programmabegroting 2023
pagina 91
2. BTW en VPB Omschrijving
De fiscus heeft aangegeven dat zij de gemeente beoordeelt op het Tax Control Framework (TCF). Concreet houdt dit in dat de eigen audits van de gemeente en de controles die daarin uitgevoerd worden moeten overeenstemmen met de eisen die de fiscus daar aan stelt. De fiscus kan op eigen initiatief een controle (boekenonderzoek) uitvoeren. In principe vindt dit eens in de vijf jaar plaats. Gezien de door de fiscus gehanteerde systematiek, leidt een zeer kleine fout al tot een hoge correctie. Een audit moet dergelijke fouten ondervangen. De gemeente voert samen met de belastingadviseur audits uit over voorgaande boekjaren. Daarbij zal ook afstemming plaats vinden met de belastingdienst. De audits zien alleen op btw. BTW Van de meeste uitgaven die de gemeente als overheid doet, kan de betaalde btw deels of geheel gedeclareerd worden bij het btw compensatiefonds (BCF). Daarnaast kan de gemeente ook de btw die zij als ondernemer betaalt in vooraftrek brengen (fiscale btw). Hoewel er controle op de juistheid van de btw-afdracht en declaraties bij het btw compensatiefonds plaatsvinden, kan een boekenonderzoek tot een naheffingsaanslag leiden. De kans op een boekenonderzoek is altijd aanwezig. De vraag is of dit ook resulteert in een naheffingsaanslag. In 2022 is tot nu toe geen sprake geweest van een onderzoek of naheffing. Op basis hiervan wordt het risico als laag beoordeeld.
Vennootschapsbelasting (VPB) Op 1 januari 2016 is de vennootschapsbelastingplicht voor publieke organisaties ingevoerd. De Wet op de vennootschapsbelasting (Vpb) is zo aangepast dat overheden ook belast kunnen worden voor economische activiteiten die ook door private ondernemingen (kunnen) worden uitgevoerd. Door deze wetswijziging vallen activiteiten waarvoor gemeenten als ondernemer optreden onder de Vpb. De gemeente heeft de gevolgen van de vennootschapsbelastingplicht in beeld gebracht. Op grond van uitgevoerde fiscale scans is vanaf 2016 het standpunt dat de gemeente niet onderworpen is aan vpb-heffing. De gemeente is dus vooralsnog niet belastingplichtig en daarom wordt het risico voor wat betreft Vpb op p.m. gewaardeerd.
Kans
Laag
Impact
Het financiële risico wordt beoordeeld aan de hand van de totaal gedeclareerde btw over 2021 bij het btw compensatiefonds en de in 2021 als ondernemer in vooraftrek genomen btw op aangifte. De BCF aangifte 2021 bedroeg € 4.218.000 en de in vooraftrek genomen ondernemers-BTW bedroeg € 565.000. In totaal betreft het € 4.783.000 aan gecompenseerde/in vooraftrek genomen BTW dat bij een laag risico van 12,5% neerkomt op afgerond € 598.000.
Programmabegroting 2023
pagina 92
3. Niet-verhaalbare planschades Omschrijving
Hoewel ten behoeve van de afhandeling van claims inzake planschades met succes een beroep op externe expertise kan worden gedaan, blijven de uitkomsten van mogelijke procedures en risico's een onzekere factor. Nu de wet uitdrukkelijk de mogelijkheid biedt planschadeovereenkomsten aan te gaan, wordt dit ook standaard gedaan, waardoor de risico's tot een minimum beperkt blijven. Door het aangaan van een planschadeovereenkomst neemt de initiatiefnemer het risico van de planschade op zich.
Kans
Laag
Impact
Uitgaande van een laag risico en een claim van € 100.000 in 4 jaar wordt het incidentele risico berekend op afgerond € 13.000 (12,50% van € 100.000).
4. Omgevingswet Omschrijving
De beoogde invoeringsdatum van de Omgevingswet is (vooralsnog) 1 januari 2023. De legesverordening zal aan de vereisten van de Omgevingswet moeten worden geactualiseerd. Na verwachting zal dit een financieel effect hebben, doordat onder de Omgevingswet de categorie vergunningvrij bouwen wordt uitgebreid. Dat betekent dat er minder omgevingsvergunningen worden verleend en de legesopbrengst daarmee evenredig afneemt. Onder de Wabo kan ook al ruim vergunningvrij worden gebouwd. De regelgeving rond vergunningvrij bouwen is tamelijk complex. Vanuit het oogpunt van dienstverlening wordt veel tijd gestoken in het informeren van inwoners wat er vergunningvrij mag worden gebouwd. De verwachting is dat het vergunningvrij bouwen onder de Omgevingswet nog complexer wordt. Het verruimen van het vergunningvrij bouwen zal niet leiden tot een kleinere formatie. Uit een impactanalyse van BMC blijkt, dat na invoering van de wet, er ook in de structurele situatie kosten nodig zijn voor ICT (onderhoud van het digitaal stelsel), communicatie en de juridische toets. Voorshands worden deze kosten ingeschat op € 50.000 structureel. Vooralsnog gaan we ervan uit dat deze kosten niet verhaalbaar zullen zijn in de leges. De kosten zijn nog niet verwerkt in de begroting 2023 en verder en worden daarom als risico gemeld.
Kans
p.m.
Impact
p.m.
Programmabegroting 2023
pagina 93
5. Vaste formatie zonder structurele dekkingsmiddelen Omschrijving
De gemeente heeft langdurige (meerjarige) projecten en taken waarvoor personeel nodig is omdat er geen capaciteit is binnen de bestaande formatie of omdat er specifieke deskundigheid is vereist. Een voorbeeld van zo’n project is het wegcategoriseringsplan (WCP), een voorbeeld van zo’n taak is inburgering. Op de huidige arbeidsmarkt is het erg lastig langdurig voldoende gekwalificeerd personeel in te huren. Daarnaast is dit erg duur. Een oplossing kan zijn het aannemen van personeel en dit te dekken uit de projectgelden of uit tijdelijke middelen van het rijk voor een bepaalde taak. Het nadeel is dat een dergelijk project of taak eindig is maar dat het dan wel gaat om vaste formatie m.a.w. de kosten zijn structureel terwijl de dekkingsmiddelen stoppen. Er is dan sprake van boventalligheid. De domeinmanager heeft in deze de taak een oplossing te vinden voor de boventallige formatie (bijvoorbeeld herplaatsing binnen de gemeente). Er is een kleine kans dat dit niet (tijdig) lukt. Binnen het MT is afgesproken dat in dat geval de flexibele schil voor dekking wordt ingezet. In 2023 is het begrote bedrag van de flexibele schil € 481.900. De formatie die op deze basis wordt ingezet mag daarom in totaliteit niet boven dit bedrag uitkomen.
Kans
p.m.
Impact
p.m.
6. APPA voor bestuurders en voormalig bestuurders Omschrijving
In de APPA (Algemene pensioenwet Politieke ambtsdragers) staat dat wethouders gedurende hun ambt pensioen opbouwen. Dit verzorgt de gemeente in eigen beheer via de voorziening pensioenen en wachtgelden. De gemeente zorgt aan de hand van actuariële berekeningen dat de voorziening op peil blijft, als het kapitaal niet genoeg blijkt om aan alle toekomstige verplichtingen te voldoen, moet de gemeente geld bijstorten.
Kans
p.m.
Impact
p.m.
7. Veiligheidsregio Kennemerland (VRK) Omschrijving
De VRK is de veiligheidsregio van de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Uitgeest, Velsen en Zandvoort. Elk jaar kwantificeert de VRK in haar eigen begroting haar risico's. In de begroting 2023 was dit risico € 5.098.000.
Kans
-
Impact
De VRK heeft een weerstandscapaciteit van 0,7. Dit betekent dat 30% van haar risico's (€1.530.000) niet afgedekt zijn binnen de gemeenschappelijke regeling. Heemstede vormt 5% van de VRK op basis van inwonertal. Het volgt dat €76.500 van het risico van de veiligheidsregio door Heemstede gedragen wordt.
Programmabegroting 2023
pagina 94
8. Gemeenschappelijke regeling Participatiebedrijf Zuid-Kennemerland Omschrijving
De deelnemende gemeenten zijn Bloemendaal, Haarlem, Heemstede en Zandvoort. Gemeenten moeten op contractniveau met Spaarne Werkt afspraken maken ten aanzien van het realiseren van Sociale Werkvoorziening (SW)-plaatsen, Nieuw Beschut werk, inwoners met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt en jongeren zonder startkwalificatie. De gemeenten ontvangen van het Rijk via de Integratie-uitkering Participatie gelden voor de WSW en Nieuw Beschut. De bijdrage aan het Participatiebedrijf wordt naar rato van deze gelden verdeeld. Op basis hiervan maakt de gemeente Heemstede in 2023 ca. 7,5 % uit van het totaal. Bij financiële tekorten zal Heemstede voor dit percentage worden aangesproken.
Kans
p.m.
Impact
In de begroting 2023 van het Participatiebedrijf is het WSW aandeel Heemstede € 1.277.000 (o.b.v. de septembercirculaire 2021). Kanttekening hierbij is dat Spaarne Werkt de rijksbijdragen naar boven heeft bijgesteld met de indexering van de loonkosten WSW. In de begroting van Heemstede zijn de rijksbijdragen en de daaruit afgeleide kostenverdeling over de deelnemende gemeenten geactualiseerd op basis van de cijfers uit de meicirculaire 2022. Het aandeel Heemstede is voor 2023 berekend op € 1.226.000 en laat een tekort t.o.v. de rijksbijdrage zien van € 6.000. Voor de jaren 2024 – 2026 zijn de tekorten respectievelijk € 2.000, € 25.000 en € 11.000. Bij elke rijkscirculaire zullen de cijfers worden geactualiseerd. Nieuw Beschut De rijksbijdrage die de gemeente ontvangt voor elke Nieuw Beschut-plek is onvoldoende om de huidige lasten te dekken. Met het Participatiebedrijf zijn afspraken gemaakt over het tekort per plek en het terugdringen van het tekort. Het totale tekort Nieuw Beschut voor 2023 is nog begroot op € 18.000. Vanaf 2024 is geen tekort meer begroot. Er bestaat een aanzienlijk risico dat het volledig terugdringen van het tekort vanaf 2024 niet reëel is. Er wordt een plan inclusief financiële doorrekening gemaakt over het terugdringen van het tekort. Op basis van dit plan zal het tekort worden herijkt.
Corona Spaarne Werkt gaat er in de begroting van uit dat de economische situatie zich geleidelijk aan zal verbeteren en dat het Participatiebedrijf haar bedrijfsactiviteiten op reguliere wijze kan voorzetten. Het is echter zeer goed mogelijk dat de nadelige effecten van de coronacrisis langer aanhouden en dat het economisch herstel zich minder snel voltrekt dan verwacht en waarvan in deze begroting wordt uitgegaan. Dit houdt een risico in voor deze begroting. In welke mate zich dit risico zal voordoen in 2023 en wat hiervan de financiële effecten op de exploitatierekening zullen zijn is op dit moment nog niet helemaal helder. Voor zover dit risico niet kan worden beperkt zullen uitgaven zoveel als mogelijk moeten worden beperkt of zal uiteindelijk gebruik moeten worden gemaakt van aanvullende gemeentelijke bijdragen. Impact op begroting Een extra exploitatietekort van de GR van bijvoorbeeld € 1 miljoen, betekent voor Heemstede een extra tekort op de WSW van 7% ofwel € 70.000. Gelet op de beschikbare reserve sociaal domein wordt in deze paragraaf ervan uitgegaan dat geen aanvullende dekking vanuit de algemene reserve noodzakelijk is. Het risico wordt als p.m. aangemerkt.
Programmabegroting 2023
pagina 95
9. Open einde regeling Participatiewet-inkomensdeel, IOAW, IOAZ en Bbz levensonderhoud Omschrijving
Voor de PW, IOAW, IOAZ en Bbz levensonderhoud wordt door het Rijk een specifieke uitkering verstrekt. De bijstandsbudgetten worden verdeeld via een objectief verdeelmodel. Voor kleinere gemeenten maakt naast deze objectieve verdeling ook nog een historische component onderdeel uit van de verdeling. De huidige gedragslijn is dat het verschil tussen de bijstandslasten en de bijdrage van het Rijk in de bijstandslasten wordt verrekend met de reserve Participatiewet inkomensdeel, IOAW, IOAZ en Bbz. In de nota reserves en voorzieningen – weerstandsvermogen 2019 is aangegeven dat bij een negatieve stand deze reserve zal worden aangevuld vanuit de algemene reserve. De geraamde tekorten 2023 – 2026 bedragen jaarlijks € 222.000 (ca 6,4 % van het begrote rijksbudget). Uitgaande van deze begrotingscijfers zal Heemstede geen beroep kunnen doen op de vangnetregeling. Deze regeling voorziet in een compensatie van 50% voor tekorten tussen de 7,5% en de 12,5% en volledige compensatie voor tekorten boven de 12,5%. Op basis van de huidige vangnetregeling zal het tekort nooit hoger kunnen zijn dan jaarlijks circa € 350.000.
Kans
Hoog
Impact
Uitgaande van de huidige vangnetregeling kan het maximale tekort jaarlijks ca. € 350.000 bedragen. De reserve Participatiewet inkomensdeel, IOAW, IOAZ en Bbz bedraagt naar verwachting per 1 januari 2023 € 281.000. Dit betekent voor de komende 4 jaar een risico van maximaal € 1.119.000 (4 x € 350.000 minus € 281.000). Gelet op de onzekerheid in het verloop van de uitkeringsgerechtigden en de mate waarop het Rijk dit gaat compenseren, wordt de kans ingeschat op hoog. Uitgaande van een hoog risico van 62,5% bedraagt het incidentele risico € 700.000.
Programmabegroting 2023
pagina 96
10.Gemeentefonds Omschrijving
Extra middelen Jeugdwet Heemstede heeft voor 2023 t/m 2026 de extra rijksbijdragen jeugdzorg minus de door het Rijk geplande bezuinigingen (hervormingsagenda) voor 100% in de cijfers van het gemeentefonds opgenomen. Dit is conform de afspraak van het Rijk, de VNG en het IPO. In de begroting 2022 mochten de gemeenten nog 75% opnemen. Voor 2023 is rekening gehouden met een netto bijdrage (ná besparingen hervormingsagenda) van € 1.201.000, voor 2024 t/m 2026 zijn dat respectievelijk € 1.046.000, € 1.035.000 en € 721.000. Het risico dat de geplande bezuinigingen (hervormingsagenda) hoger zullen uitvallen wordt laag ingeschat. Verder hebben het Rijk, de VNG en het IPO afspraken gemaakt over aanvullende besparingen oplopend van € 100 miljoen in 2024, jaarlijks € 500 miljoen voor 2025 en 2026, en vanaf 2027 € 511 miljoen. Hierbij heeft de Rijksoverheid de verantwoordelijkheid deze besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen zoals het verhogen van de eigen bijdragen. Zodra meer duidelijkheid is over de invulling hiervan zal deze, overigens budgettair neutrale maatregel, worden opgenomen in de begroting. Accressen 2023 t/m 2025 Extra rijksuitgaven en-bezuinigingen hebben direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. Deze groeit en krimpt mee met de rijksuitgaven. Deze beweging heet het accres.
De manier waarop het gemeentefonds meebeweegt met de uitgaven van het Rijk wordt de normeringssystematiek genoemd. Tot en met 2025 geldt hiervoor de normeringssystematiek ‘samen de trap op en samen de trap af’. Bij hogere rijksuitgaven neemt het accres toe en bij lagere rijksuitgaven neemt het acres af. Deze systematiek leidt vaak tot schommelingen in het acres (bij nieuwe plannen van het Rijk meer accres en bij onderuitputting van het Rijk minder accres). Het Rijk is met de VNG op 21 juni 2022 overeengekomen dat de accressen voor 2022 t/m 2025 worden bevroren op de stand van de voorjaarsnota 2022 van het Rijk (meicirculaire 2022). Hiermee is er geen risico meer op schommelingen. Wel zullen de accressen blijvend worden gecorrigeerd met de actuele ramingen van het Centraal Plan Bureau (CPB) voor de ontwikkeling van de lonen en prijzen. Accres 2026 Vanaf 2026 is de normeringssystematiek ‘samen de trap op en samen de trap af’ losgelaten. Het accres duikelt in Heemstede van cumulatief € 6 miljoen naar € 3,2 miljoen voordeel, een verlaging van per saldo € 2.793.000. Vanaf 2026 is hiermee de koppeling met de rijksuitgaven losgelaten en wordt alleen een loon-en prijsontwikkeling meegenomen. Het jaar 2026 wordt door velen in gemeenteland ook wel het ravijnjaar genoemd.
De minister heeft aangekondigd in september 2022 met de richting van de oplossing voor de financiële positie van gemeenten te komen.
Kans
laag
Impact
Voor wat betreft de extra middelen Jeugdwet wordt het risico laag ingeschat. Uitgaande van de compensaties 2023 t/m 2026 van totaal € 4.003.000 bedraagt het incidentele risico 12,5% hiervan ofwel € 500.000.
Programmabegroting 2023
pagina 97
11. Opvang Oekraïense vluchtelingen Omschrijving
Vanwege de oorlog in Oekraïne zijn er vele Oekraïners naar Nederland gevlucht. De gemeenten hebben de opdracht gekregen om de opvang van deze vluchtelingen op zich te nemen.
Kans
p.m.
Impact
Het opzetten van opvanglocaties en het verzorgen van de opvang heeft kosten opgeleverd voor Heemstede. Vanuit het Rijk is er aangegeven dat er een vergoeding zal komen voor deze kosten, op dit moment is echter nog niet duidelijk of deze vergoeding volledig dekkend zal zijn. Als er minder vergoed wordt dan er uitgegeven is, dan komt het verschil voor de rekening van Heemstede.
12. Prijsstijgingen IHP Omschrijving
In 2019 is het Integraal Huisvestingsplan basisscholen 2019-2039 door de raad vastgesteld. Op basis van dit plan is voor elke basisschool een bedrag geraamd voor renovatie of nieuwbouw. Deze bedragen zijn gebaseerd op het prijspeil van 2019.
Kans
p.m.
Impact
Omdat de bedragen tot op heden niet jaarlijks zijn bijgesteld met de prijsstijgingen die in de bouwsector gelden én omdat deze de afgelopen periode ver boven de reguliere inflatie uitstijgen zal de komende periode worden bepaald met welk percentage de bedragen moeten worden aangepast.
13. Garantstellingen leningen Omschrijving
De gemeente staat garant voor een aantal leningen, die onder andere aan College Hageveld, sportverenigingen en gezondheidsinstellingen zijn verstrekt. Hoewel jaarlijks de begrotingen en jaarrekeningen worden beoordeeld, loopt de gemeente financieel risico doordat zij aangesproken kan worden door een geldverstrekkende instantie. Het bedrag van de gegarandeerde geldleningen waarvoor de gemeente Heemstede garant staat (zonder de leningen die zijn overgenomen door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw) bedraagt per 1 januari 2023 € 7,0 mln.
Kans
Gemiddeld
Impact
De kans dat een vereniging of instelling niet aan de verplichtingen kan voldoen, wordt na de coronacrisis hoger ingeschat. Het gemiddelde bedrag per lening, waarvoor de gemeente garant staat, bedraagt afgerond € 1.917.000. Uitgaande van een gemiddeld risico wordt het risico geschat op 37,50% van € 1.917.000 ofwel € 719.000.
Programmabegroting 2023
pagina 98
Financiële kengetallen Conform het Bbv is elke gemeente verplicht in deze paragraaf de volgende kengetallen op te nemen: netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Deze kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid. De kengetallen worden gezamenlijk opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing, omdat deze paragraaf weergeeft hoe solide de begroting is en in hoeverre financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. Kengetallen
Rekening 2021
Begroting 2022 2023
Meerjarenbegroting 2024 2025 2026
Netto schuldquote
-7,4%
17,8%
21,5%
33,5%
36,2%
43,8%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-10,0%
17,3%
18,9%
31,0%
33,8%
41,7%
Solvabiliteitsratio
59,5%
66,5%
61,5%
59,4%
54,5%
53,1%
Grondexploitatie
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Structurele exploitatieruimte
2,0%
2,3%
0,4%
0,5%
1,4%
-3,2%
Belastingcapaciteit
Programmabegroting 2023
130,7% 134,9% 121,8% 125,1% 126,5% 127,6%
pagina 99
Paragraaf 3 Onderhoud Kapitaalgoederen Algemeen Het beheer van de openbare ruimte heeft direct invloed op het leef-, woon- en werkklimaat van iedereen. Ten behoeve van de openbare ruimte heeft de gemeente Heemstede een groot aantal kapitaalgoederen in beheer. De kwaliteit en het onderhoudsniveau zijn bepalend voor het voorzieningenniveau binnen de gemeente. Kapitaalgoederen vertegenwoordigen over het algemeen een groot kapitaal waarvan het beheer en onderhoud veel geld kost. In het Besluit begroting en verantwoording (Bbv) is de paragraaf kapitaalgoederen verplicht voorgeschreven met het doel het inzicht voor de raad te vergroten.
Beleidskader en beheerplannen Kapitaalgoederen kunnen op verschillende onderhoudsniveaus worden onderhouden. De raad is hier autonoom in en stelt het onderhoudsniveau vast met het budget om dit niveau te behouden. Het is de raad niet toegestaan een te laag onderhoudsniveau vast te stellen waarbij sprake is van kapitaalvernietiging of onveilige situaties. Wel is het toegestaan om verschillende onderhoudsniveaus vast te stellen. Bijvoorbeeld bij een onderscheid naar centrum of buitengebied. Kaders voor activa zijn opgenomen in de gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (Bbv). De lokale beleidsvrijheid is op het gebied van waardering, activering en afschrijving van activa sinds het gewijzigde Bbv van 2017 sterk ingeperkt. Kaders die niet zijn geregeld in het Bbv zijn opgenomen in de Nota activabeleid van de gemeente Heemstede.
Onderhoud versus investeringen Onderhoud wordt opgenomen in een beheerplan en is onderdeel van deze paragraaf kapitaalgoederen. Investeringen worden opgenomen in het investeringsprogramma. Het onderscheid is belangrijk, omdat de financiële verwerking anders is. Onderstaand is daarom een korte toelichting op de verschillen. Het kenmerk van onderhoud is dat het er om gaat het object in een goede oorspronkelijke staat te houden (werkend en veilig) die voldoet aan het door de raad vastgestelde onderhoudsniveau. Dit is niet van invloed op de gebruiksduur. Op onderhoud mag daarom nooit meerjarig worden afgeschreven (activering is niet toegestaan). Onderhoud wordt onderscheiden in klein en groot onderhoud. Klein onderhoud mag niet opgenomen zijn in een onderhoudsvoorziening maar moet zijn opgenomen als structureel budget in de exploitatie. Bij klein onderhoud gaat het om zaken als het vervangen van kapotte ruiten, jaarlijkse keuringen van elektrische installaties, onderhoudsbeurten etc. Voor groot onderhoud mag een voorziening worden gevormd. Het gaat daarbij om gepland onderhoud door slijtage na een langere periode van gebruik en voor een substantieel deel van het object. Het gaat dan om zaken als vervanging van riolering, cv-ketel of gras/kunstgras van een voetbal- of hockeyveld maar ook periodiek schilderwerk, zonwering, vloerbedekking etc.
Bij een investering gaat het om de volledige vervanging van een bestaand object (vervanging van de weg bijvoorbeeld) of een geheel nieuw object. Bij een bestaand object kan ook sprake zijn van een investering. Dat is het geval als voldaan wordt aan één van de volgende voorwaarden: • de levensduur wordt verlengd (zoals renovatie om een pand aan de huidige maatstaven en normen te laten voldoen); en/of • er aanpassingen worden verricht om te voldoen aan wet- en regelgeving (zoals het voldoen aan veiligheidsvoorschriften); en/of • er is sprake van een significante kwaliteitsverbetering (object blijft niet in dezelfde staat). Programmabegroting 2023
pagina 100