CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

28z.q.1. Inwoner - Re stukken raadvergadering 16-9-2026 ANONIEM

Commissie Samenleving 16 september 2026, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 0: Nieuws21.950 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Wordt de raad vóór 1 oktober geïnformeerd over de feitelijke staat van het terrein zoals die nu is? 24. Acht in mail 45 genoemde stukken waarnaar in de vrijgegeven correspondentie wordt verwezen, zijn niet verstrekt. Wanneer ontvangen wij die? 25. De vergunning of overeenkomst waaruit de herstelplicht volgt, het collegebesluit waarin het risico van € 50.000–100.000 is aanvaard, en de opname- of nulsituatierapportage van vóór de ingebruikname als werkterrein: geen van drieën is verstrekt. 5. Natuur en de flora‐ en fauna‐ontheffing Mail 40 (3 september, omgevingsdienst), mail 41 (3 september, antwoord gevraagd vóór 16 september), mail 47. 26. Bijlage 7 merkt de flora- en fauna-ontheffing aan als verlopen. Besluit OMG-061312 van 20 augustus 2025 bepaalt echter: "De ontheffing geldt voor de periode van 25 augustus 2021 tot en met 31 december 2026." Wordt Bijlage 7 op dit punt gecorrigeerd vóór de behandeling in de raad? 27. De ontheffing beschermt een essentiële vleermuisvliegroute. Voorschrift 15 verplicht tot definitieve herplant van circa twintig bomen; voorschrift 21 tot drie jaar monitoring. Hoe verhouden die verplichtingen zich tot de inrichting van een opvanglocatie op hetzelfde perceel? 28.

De voorschriften 17 en 18 beperken kunstlicht tot beveiligingsverlichting voor Openstaande vragen · Cruquiusbrug · 16 september 2026 · 4 opslagterreinen, amberkleurig en van de vliegroute af gericht. Hoe verhoudt zich dat tot een permanent verlichte woonlocatie voor 160 personen? 29. Er is geen veldonderzoek ecologie uitgevoerd. Wanneer gebeurt dat, en vóór of ná het besluit? > Deels beantwoord op 11 september 2026 (zaak 1389105): "Een specifieke ecologische quickscan voor de voorgenomen opvanglocatie is op dit moment nog niet afgerond/beschikbaar. Ecologisch onderzoek maakt onderdeel uit van de onderzoeken die nodig zijn voor de verdere vergunningprocedure." Daarmee staat vast dát het onderzoek er nog niet is en dat het ná dit besluit komt. Een datum ontbreekt; in zoverre blijft de vraag open. 6. Water, waterveiligheid en de waterkering Mail 29 (31 augustus, Rijnland), mail 38 en 39 (3 september). 30. Er is geen watertoets. Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft op 23 juli 2026 bevestigd geen adviesverzoek te hebben ontvangen. Wanneer wordt de Weging van het waterbelang opgesteld? > Deels beantwoord op 11 september 2026 (zaak 1389105): "Op dit moment is nog geen definitieve waterkundige beoordeling van de toekomstige opvanglocatie beschikbaar.

Deze beoordeling is onderdeel van de verdere uitwerking en vergunningprocedure." Een datum ontbreekt; in zoverre blijft de vraag open. 31. Aan de zuidzijde ligt volgens een intern bericht van de gemeente van 20 mei 2026 "de strook Waterkering". Welke beperkingen gelden in die beschermingszone, en hoeveel oppervlak neemt zij weg? 32. Bijlage tb8 bij het inpassingsplan legt op dit perceel de wettelijke watercompensatie van het brugproject in peilgebied 'Oude Slot', met de voorwaarde dat "een bodem passerende werking gehandhaafd blijft". Waar is die compensatie voorzien en is zij gerealiseerd? 33. De locatie grenst over volle lengte aan open water zonder afscheiding. Welke maatregelen worden getroffen, en is daarover advies gevraagd? 7. Nutsvoorzieningen, geluid en milieu Mail 7 (31 augustus), mail 25 en 26 (1 september), en de vervolgvragen over geluid. 34. Bijlage 7 stelt vast dat er geen waterleiding en geen riolering in de directe omgeving zijn en noemt beide "een beperkende factor voor de voorgenomen functie van het onderzoeksgebied". Die vaststelling komt in het raadsvoorstel niet terug. Welke aansluitingen moeten worden aangelegd, met welke kostenraming en welke doorlooptijd? 35. Geen waterleiding betekent ook geen brandkraan. Welke bluswatervoorziening komt er, en is de veiligheidsregio geraadpleegd? 36.

Netcongestie is in Bijlage 1 aangemerkt als rood stoplicht dat "een groot risico [vormt] voor alle drie de locaties". Wat is de actuele stand, en is een grootverbruikaansluiting toegezegd? > Deels beantwoord op 11 september 2026 (zaak 1389105): "Stedin is benaderd over de benodigde netcapaciteit (…) Er zijn aanvragen gedaan voor transportcapaciteit/netcapaciteit. De definitieve beschikbaarheid en doorlooptijd van de aansluiting zijn op dit moment nog niet vastgesteld." Daarbij noemt het college voor het eerst een concreet vermogen: circa 150 kW. Een toezegging is er dus niet, en een doorlooptijd evenmin. 37. Er is geen akoestisch onderzoek. Bijlage 7 baseert zich uitsluitend op een RIVM-kaartbeeld van 8 juni 2026, terwijl het Actieplan Geluid 2024-2028 voor de N201 uitgaat van 66 dB. Wanneer komt het akoestisch onderzoek? > Deels beantwoord op 11 september 2026 (zaak 1389105): "Er is op dit moment nog geen specifiek akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de voorgenomen opvanglocatie. Een akoestisch onderzoek maakt onderdeel uit van de onderzoeken die nodig zijn voor de verdere planologische procedure." Een datum ontbreekt; in zoverre blijft de vraag open. 38.

Bijlage 7 kwalificeert de ontwikkeling als stedelijk ontwikkelingsproject en laat vervolgens de vraag letterlijk open staan: "Kan de motivering zelf worden gebruikt als mer-aanmeldnotitie?" Wat is het antwoord op die vraag? 39. Het enige bodemonderzoek dateert uit 2000. Artikel 16.5 van de Omgevingswet staat onderzoek van ten hoogste twee jaar oud toe. Wanneer wordt geactualiseerd? 39.1 Bijlage 7 rekent uitsluitend met wegverkeer "(o.a. Cruquiusweg)" en toetst aan de standaard- en grenswaarde die voor een provinciale weg gelden. De Bennebroekerdijk, aan de overzijde van de Ringvaart, komt in de analyse niet voor, terwijl daarvoor andere waarden gelden. Wordt die weg als geluidbron meegenomen in het nog uit te voeren akoestisch onderzoek, op welke punten wordt gerekend — op de gevels van de beoogde verblijfsgebouwen of op het perceel — en aan welke waarde wordt per bron getoetst? Welke maatregelen worden beschikbaar geacht bij overschrijding van de standaardwaarde, gegeven dat het Actieplan Geluid 2024-2028 vaststelt dat geluidschermen langs de Cruquiusweg niet plaatsbaar zijn? (Vervolgvraag op 37; gesteld in mail 57, 13 september 2026.) 8. Verkeer, bereikbaarheid en hulpdiensten Mail 7, mail 13 en de vervolgvragen. 40. Het verkeerskundig onderzoek rekent met 6 parkeerplaatsen, Bijlage 7 met 5; Iv-Infra komt elders op 16.

Welk aantal geldt? 40.1 Daar komt een vierde en een vijfde getal bij, en beide staan in uw eigen Bijlage 8. Het Programma van Eisen schrijft één parkeerplek per tien opvangplekken voor — bij 170 plekken dus zeventien — en de tabel Terrein noemt voor de schaalklasse waarin deze locatie valt (150 < x < 300) 20 parkeerplaatsen aan de rand van het terrein, naast 100 plaatsen in fietsenrekken en een afsluitbare fietsenstalling voor 20 fietsen. Welk aantal is uitgangspunt voor de inrichting van het terrein en voor de stikstofberekening, en waarom wijkt dat af van de norm in het eigen Programma van Eisen? (Vervolgvraag op 40; gesteld in mail 13.3, 13 september 2026.) 41. Calamiteiten, hulpdiensten, bluswater en brugopeningen komen in het verkeerskundig onderzoek niet voor, terwijl bereikbaarheid voor hulpdiensten bij de twee andere locaties wél is getoetst. Waarom niet hier, en wanneer gebeurt het alsnog? > Deels beantwoord op 11 september 2026 (zaak 1389105): "Een definitief calamiteiten- en evacuatieplan voor een eventuele opvanglocatie is op dit moment nog niet opgesteld." Het college voegt toe dat bij de verdere uitwerking "onder meer de ontsluiting, bereikbaarheid voor hulpdiensten, evacuatiemogelijkheden en de aanwezigheid van de Ringvaart" worden betrokken. Wanneer dat gebeurt, staat er niet. 42.

Bij de locatie staat een bord met onderbord "vrijhouden voor ambulance en brandweer". Dat berust op een verkeersbesluit. Hoe verhoudt zich dat tot een ontsluiting van deze locatie? Openstaande vragen · Cruquiusbrug · 16 september 2026 · 5 43. De annotatie van 17 juni 2026 noemt als optie 1 voor de ontsluiting een nieuwe weg door onaangetast weiland, eveneens in Beschermd Landschap. Is die optie nog aan de orde, en is zij meegewogen in de beoordeling van de kernkwaliteiten? 43.1 De stukken beschrijven de bereikbaarheid vanuit Heemsteedse voorzieningen; Bijlage 7 noemt een halte op 600 tot 700 meter langs de N201. De feitelijk dichtstbijzijnde voorzieningen en haltes liggen echter over de brug, in de gemeente Haarlemmermeer. Is bij de beoordeling van de bereikbaarheid uitgegaan van de route over de Cruquiusbrug, is de verkeersveiligheid van die route voor voetgangers en fietsers beoordeeld, en is Haarlemmermeer daarover geraadpleegd? (Vervolgvraag op de al gestelde vraag waarom Haarlemmermeer niet is betrokken; gesteld in mail 13.3, 13 september 2026.) 9. De onderzoeken die nog moeten komen Mail 43, nog te versturen; mail 13 en 17. 44. Elf onderzoeken zijn nog niet uitgevoerd: akoestisch onderzoek, watertoets, veldonderzoek ecologie, definitieve stikstofberekening, geactualiseerd bodemonderzoek, fase 2 sociale veiligheid, en de overige.

Wij verzoeken om een integrale planning met per onderzoek de opdrachtdatum, de uitvoerder en de opleverdatum. 45. Welke van die onderzoeken zijn beschikbaar vóór het definitieve collegebesluit aan het einde van dit kalenderjaar, en welke niet? > Deels beantwoord op 11 september 2026 (zaak 1389105): "Het exacte tijdpad is op dit moment nog niet met zekerheid vast te stellen." Het college noemt de onderdelen van de procedure en schrijft dat die "zoveel mogelijk parallel" worden uitgevoerd. Welke onderzoeken vóór het besluit gereed zijn, blijft daarmee onbeantwoord. 46. Het onderzoek sociale veiligheid berust op twaalf respondenten — negen van de gemeente, één wijkagent, twee van het COA — met omwonenden uitdrukkelijk bu iten de reikwijdte, en trekt niettemin een onvoorwaardelijke conclusie. Wanneer volgt fase 2, en met welke reikwijdte? 9a. De samenstelling van de bewonersgroep en de risicoanalyse Mail 54, 5 september 2026, gemeente met kopie aan de griffie. Antwoord gevraagd vóór 16 september. 46a. Bijlage 11 stelt vast: "De precieze samenstelling van de bewonersgroep en de verdere invulling van de opvang zijn afhankelijk van de instroom en op dit moment nog niet bekend." Op welke veronderstelde samenstelling berust dan de conclusie dat de Cruquiusbrug vanuit het oogpunt van sociale veiligheid de meest passende locatie is? 46b.

Wat gebeurt er als de werkelijke samenstelling afwijkt van waarvan is uitgegaan? Wordt de veiligheidseffectrapportage dan geactualiseerd? 46c. Bijlage 11 verwijst in de bronnenlijst naar het WODC-onderzoek Cahier 2026-11, Incidenten en misdrijven onder bewoners van COA- en gemeentelijke opvanglocaties 2019–2025. De onderzoekers wijzen daarin op het anders inrichten van opvanglocaties — locatiegrootte, bezettingsgraad en samenstelling van de bewonersgroep. Geen van die drie komt in de afweging voor deze locatie terug. Op welke wijze zijn de uitkomsten van dat onderzoek in de risicoanalyse betrokken? 46d. De capaciteitsraming van 27 februari 2026 komt uit op 172 plekken waarvan 11 AMV. Worden die op deze locatie voorzien, en wat betekent dat voor voorzieningen, begeleiding en toezicht? 46g. Het WODC-onderzoek wijst op de inrichting van het opvangsysteem als mogelijke verklarende factor, "waarbij amv's in sommige omstandigheden op reguliere opvanglocaties verblijven" (Cahier 2026-11, p. 69), en beveelt vergelijkend onderzoek aan tussen amv's op een amv-locatie en amv's op een regulier azc. Is bij de voorziene plaatsing van AMV op deze reguliere opvanglocatie betrokken wat daarover in dat onderzoek staat — met name welke begeleiding en welk toezicht daar bij hoort — en waar is die afweging vastgelegd? 46j. In Heemstede functioneert reeds een kleinschalige opvanglocatie.

Welke ervaringen zijn daarmee opgedaan op het gebied van beheer, begeleiding, voorzieningen en ambtelijke capaciteit, zijn die ervaringen geëvalueerd, en zijn zij betrokken bij de stelling in de Oplegnotitie 2026 dat meerdere kleinere locaties "meerdere ruimtelijke en bestuurlijke procedures" en een spreiding van "beheer, begeleiding, voorzieningen en ambtelijke capaciteit" zouden vergen? Wij merken daarbij op dat het argument over bestuurlijke belastbaarheid niet afhangt van het regime waaronder een locatie valt. 46k. Is bij de capaciteitsraming van 27 februari 2026, die uitkomt op 172 plekken, of bij de bepaling van de taakstelling, betrokken welke opvang de gemeente op dit moment al verzorgt? Zo nee, op grond van welke systematiek blijft dat buiten beschouwing? 10. Schade, overlast en de nulmeting Mail 48, gereed; en zaak 1387076 op persoonlijke titel. 47. Is er een planschaderisicoanalyse opgesteld ten behoeve van het besluit van 25 augustus 2026? 48. Beschikt de gemeente over een verordening of beleidsregel nadeelcompensatie? 49. Artikel 15.7 van de Omgevingswet laat bij waardevermindering een vast forfait van vier procent voor rekening van de benadeelde. Wordt dat onverkort toegepast, of overweegt het college een aanvullende gemeentelijke regeling? 50.

Is het college bereid te voorzien in een onafhankelijke waardepeiling en bouwkundige vooropname voor omwonenden, op kosten van de gemeente, vóór aanvang van werkzaamheden? 51. Welke afspraken over beheer, toezicht en overlast worden met het COA vastgelegd, komt er een meldpunt met een reactietermijn, en op welke momenten wordt geëvalueerd? 51a. Wordt vóór ingebruikname een nulmeting van de veiligheidssituatie in de omliggende wijken uitgevoerd — meld ingen, incidenten en ervaren veiligheid — zodat bij latere evaluaties een referentiepunt bestaat? Zonder zo'n nulmeting is achteraf niet vast te stellen of er iets is veranderd. 51b. Welke consequenties zijn verbonden aan de uitkomst van een evaluatie waarbij structurele overlast wordt vastgesteld? 11. Openbaarheid en termijnen 52. Op het Woo-verzoek aan de gemeente van 13 juli 2026 (zaak 1386840) is op 4 september een deelbesluit genomen op onderdeel A.1. Op de onderdelen A.2 tot en met G ligt nog geen besluit. 53. Op het Woo-verzoek aan het COA van 15 juli 2026 (zaak 5040053) is de wettelijke beslistermijn op 27 augustus 2026 verstreken. Er is geen besluit en geen deelbesluit. Daarmee ontbreekt de onderbouwing van het aantal van 160 en van de gehanteerde ondergrens. 54. Op het Woo-verzoek aan de provincie Noord-Holland (WOO26105) loopt de termijn tot begin oktober — ná uw vergadering van 1 oktober.

Openstaande vragen · Cruquiusbrug · 16 september 2026 · 6 12. Schaal en documentkwaliteit van de bijlagen Mail 13.1, 8 september 2026, gemeente met kopie aan de griffie. Rappel op mail 13 van 29 augustus en mail 36 van 2 september. Antwoord gevraagd vóór 16 september. 55. Het stuk waarin de uitgangspunten van circa 160 opvangplekken en circa 10.000 m² zijn doorgerekend — of de bevestiging dat dat stuk niet bestaat. 56. Worden de indicatieve AERIUS-berekening en de parkeerbalans herzien op 160 plekken, en zo ja wanneer? 57. Bevestiging dat de analyses van alle drie de overgebleven locaties op 50 plekken en 4.000 m² berusten, ontleend aan de quickscan van 7 oktober 2024. 58. Het RFPvE van het COA, waarnaar Bijlage 7 zelf verwijst voor "50 opvangplekken". 59. Met welk aantal parkeerplaatsen is de AERIUS-berekening feitelijk uitgevoerd — vijf of zes? 60. Welk toetsingskader is bij omgevingsveiligheid toegepast, nu Bijlage 7 het vervangen Bevi noemt terwijl elders in hetzelfde stuk het Bkl wordt toegepast? 61. Hoe zijn het advies om aan de noordzijde te bouwen en de eigen grondwater- en zettingsgegevens tegen elkaar afgewogen? 62. Is het nadeelcompensatieonderzoek verricht dat Bijlage 7 zelf nodig acht? 63. Wat is de datum waarop de inhoud van Bijlage 7 voor het laatst is geactualiseerd, en waarop berust de kopbladdatum van 26 juli 2026? 64.

De juiste vindplaats van het bodemonderzoek waarnaar Bijlage 5 en 7 verwijzen met een adres dat niet werkt. 65. Is de mededeling juist dat een deel van de rapportages met behulp van kunstmatige intelligentie is samengesteld? Zo ja, bij welke stukken, en op welke wijze is geverifieerd dat de bevindingen, verwijzingen en conclusies juist zijn? 13. Het bodemonderzoek van januari 2024 en de oppervlakte van het perceel Mail 13.2, 8 september 2026, gemeente met kopie aan de griffie. Antwoord gevraagd vóór 16 september. 66. Bevestiging dat het nulsituatie bodemonderzoek van 5 januari 2024 op dit perceel bestaat. 67. Op welke wijze is het overzicht van eerdere bodemonderzoeken in Bijlage 7 samengesteld, en waarom ontbreekt daarin het onderzoek van januari 2024 dat op de door Bijlage 7 zelf genoemde bron staat? 68. Beschikte de gemeente ten tijde van het collegebesluit over dat rapport? 69. Wordt de bodemparagraaf van Bijlage 7 vóór de behandeling in de raad gecorrigeerd? 70. ~~Wat is de kadastrale oppervlakte van perceel Heemstede sectie C nummer 4085?~~ Beantwoord — door onszelf, op 13 september 2026. De eigendomsinformatie van het Kadaster geeft 45.674 m², grens en grootte vastgesteld. Wij handhaven deze vraag niet en melden hier dat het getal van 8.404 m² uit het bodemonderzoek het werkterrein betreft, niet het perceel. Zie paragraaf 17. 71.

Waarop berust de aanduiding "circa 10.000 m²" in het raadsvoorstel? 72. Is meerlaagse bebouwing voorzien, nu Bijlage 2 voor deze locatie bij 150 plekken "Nee" vermeldt voor één bouwlaag en Bijlage 1 circa één hectare nodig acht voor eenlaagse bebouwing — en waar is die keuze vastgelegd? (Toelichting 13 september: deze vraag rustte eerder op de veronderstelling dat het perceel te klein was. Dat is niet zo; zie vraag 70 en paragraaf 17. De vraag berust nu rechtstreeks op Bijlage 2 zelf.) 73. Hoe is het criterium meerlaags bouwen bij deze locatie gewogen, nu het bij locatie 8 juist de reden voor afwijzing was? 74. Bevestiging dat het perceel tot de ingebruikname als werkterrein onbebouwd en onverhard agrarisch weiland was, en dat verharding, nutsvoorzieningen en ketenpark daarna zijn aangebracht. 75. Op welke wijze is onderscheid gemaakt tussen de oorspronkelijke toestand van het perceel en de toestand die door het brugproject zelf is ontstaan? 76. Bevestiging van de toepassingsklasse landbouw/natuur en de ontgravingsklasse achtergrondwaarde, en wat dat betekent voor het opgebrachte materiaal. 77. Is er na afloop van de werkzaamheden een eindsituatie bodemonderzoek verricht of ingepland? 78. Op wie rust de verplichting tot dat onderzoek en tot eventueel bodemherstel? 79.

Wat gebeurt er met die verplichting als het terrein niet wordt hersteld maar aansluitend in gebruik wordt genomen als opvanglocatie? 80. Is die verplichting betrokken in de raming van € 50.000 tot € 100.000 die het raadsvoorstel noemt? 81. Is bij de inrichting van het werkterrein grond ontgraven in of nabij de compostkuil die het onderzoek uit 2000 in het midden van de locatie lokaliseert, en waar is die grond gebleven? 14. De nulsituatie en het eindsituatieonderzoek — bij het bevoegd gezag Mail 51.1, 8 september 2026, Omgevingsdienst IJmond met kopie aan gemeente en griffie. Reactie gevraagd vóór 1 oktober. 82. Is het nulsituatierapport bij de omgevingsdienst bekend en ziet het op dit perceel? 83. Gelden voor dit perceel de toepassingsklasse landbouw/natuur en de ontgravingsklasse achtergrondwaarde? 84. Welke eisen gelden dan voor het zand en het puin dat bij de inrichting van het werkterrein is opgebracht, en zijn daarvoor meldingen, kwaliteitsverklaringen en partijkeuringen overgelegd? 85. Is er een eindsituatie bodemonderzoek verricht of aangekondigd? 86. Op welk moment moet dat onderzoek plaatsvinden en op wie rust die verplichting? 87. Is de omgevingsdienst het bevoegd gezag ten aanzien van die verplichting? 88. Wat betekent die verplichting als het perceel niet wordt hersteld maar aansluitend een andere functie krijgt? 89.

De meldingen voor het toepassen en opslaan van grond en voor het graven in de bodem waarnaar de omgevingsdienst in haar antwoord van 10 september verwijst, met de bijbehorende kwaliteitsverklaringen. 15. Bouwtechnische kwalificatie en geborgd beheer Mail 13.3, verzonden 13 september 2026, gemeente met kopie aan de griffie. Antwoord gevraagd vóór 16 september. 90. Wordt bij de beoogde bebouwing uitgegaan van een logiesfunctie of van een woonfunctie in de zin van het Besluit bouwwerken leefomgeving, gelet op een beoogde verblijfsduur van vijf jaar met verlengingsmogelijkheid tot tien? 91. Welke binnenwaarde wordt aangehouden en welke geluidwering van de gevel is daarvoor nodig, uitgaande van de belasting die het Actieplan Geluid 2024-2028 voor de N201 noemt? 92. Van welke begeleidings- en beheerbezetting wordt uitgegaan — overdag, in de avond en 's nachts — waarop berust die aanname, en in welk instrument wordt zij geborgd: een voorschrift bij de omgevingsvergunning of uitsluitend de bestuursovereenkomst? 93. Welk aantal opvangplekken, welke maximale termijn en welke datum van ingebruikname zijn de juiste? Het raadsvoorstel noemt circa 160, vijf jaar met verlenging, en Q1 2028; op 10 september 2026 is publiek bericht over 190 plekken, een maximale duur van vijf jaar en opening in zomer 2027.

93.1 Bijlage 8 hanteert twee opslagfactoren op het aantal plekken: het Programma van Eisen noemt een "bezettingsgraad van 91%, bouwgrootte van 110%", en de tabel Totalen rekent met een "aantal bewoners (= 109 % van capaciteit)". Op 170 plekken komt dat uit boven de 185. Is het getal van 190 dat op 10 september publiek is geworden op deze wijze tot stand gekomen, en op welk getal — de capaciteit of het aantal feitelij ke bewoners — zijn de milieu-, verkeers- en veiligheidsonderzoeken gebaseerd? (Vervolgvraag op 93; gesteld in mail 13.3, 13 september 2026.) Openstaande vragen · Cruquiusbrug · 16 september 2026 · 7 16. Participatie, en de informatie over rechtsmiddelen Mail 48.1, verzonden 12 september 2026, gemeente met kopie aan de griffie. Antwoord gevraagd vóór 16 september. 94. Voor de informatieavond van 10 september 2026 konden niet alle aanmelders worden geplaatst; de bijeenkomst was vol. Hoeveel aanmeldingen zijn ontvangen, hoeveel plaatsen waren beschikbaar, hoeveel aanmelders zijn afgewezen, en op welke grond is geselecteerd wie wél kon komen? 95. Wat wordt aangeboden aan de omwonenden die zich tijdig hebben aangemeld en geen plaats kregen — een tweede bijeenkomst, een schriftelijke ronde, of anderszins — en vóór welke datum? Zonder die voorziening hebben zij hun vragen niet kunnen stellen vóór de behandeling in de commissie. 96.

Bijlage 9, het participatieplan, beschrijft bijeenkomsten waarin de omgeving wordt betrokken. Op welke wijze wordt vastgelegd wat op die bijeenkomsten is ingebracht, wat daarmee is gedaan, en wordt dat verslag aan de raad voorgelegd vóór het besluit van 1 oktober? 97. De informatie over rechtsmiddelen in Bijlage 9. Het participatieplan schrijft over het provinciale besluit: "Tegen dit besluit kunnen inwoners officieel bezwaar maken bij de provincie. Dit moet binnen 6 weken nadat de provincie het besluit heeft genomen." En over het definitieve collegebesluit tot aanwijzing van de locatie: "Tegen het besluit van het college kunnen inwoners officieel bezwaar maken. Dit bezwaar moet binnen 6 weken na het besluit bij de gemeente ingediend zijn." Wilt u bevestigen dat beide mededelingen juist zijn? Wij leggen daarbij twee bepalingen voor: artikel 6:3 Awb, dat bepaalt dat een beslissing ter voorbereiding van een besluit niet zelfstandig vatbaar is voor bezwaar en beroep, en artikel 16.85 Omgevingswet over de bundeling van beroep. Is een van beide mededelingen niet juist, dan verzoeken wij u het participatieplan te corrigeren, de juiste rechtsmiddelen te publiceren, en de omwonenden die op de oorspronkelijke tekst zijn afgegaan daarover actief te informeren. Wij nemen hier zelf geen juridisch standpunt in; wij vragen om bevestiging.

Maar omwonenden baseren hun rechtspositie op deze tekst, en wie afgaat op een verkeerd genoemd moment kan het juiste moment missen. 98. Wilt u bevestigen dat het raadsbesluit van 1 oktober 2026 geen door de raad vastgesteld beleidskader of visie is in de zin van het Heemsteedse besluit over het bindend adviesrecht, en dat dat adviesrecht dus onverkort van toepassing blijft op de omgevingsvergunning voor deze locatie? 17. De begrenzing van de locatie op 0,8 hectare Mail 13.4, verzonden 13 september 2026, gemeente met kopie aan de griffie. Antwoord gevraagd vóór 1 oktober. Aanleiding. Uit de eigendomsinformatie van het Kadaster van 13 september 2026 blijkt dat perceel Heemstede C 4085 45.674 m² meet, grens en grootte vastgesteld. Het getal van 8.404 m² uit het bodemonderzoek van januari 2024 is de oppervlakte van het werkterrein binnen dat perceel — het rapport heet "Nulsituatie bepaling werkterrein Cruquiusbrug" en begrenst dat gebied met de Ringvaartlaan, de Ringvaart en "aan de west- en noordzijde (…) sloten" . Afgerond op duizendtallen, zoals voetnoot 2 van Bijlage 2 voorschrijft, is dat 0,8 ha — precies de oppervlakte die Bijlage 2 voor locatie 23 vermeldt. Wij hebben deze precisering op 13 september uit eigen beweging aan het college gemeld. 99.

Valt de begrenzing van locatie 23 op 0,8 hectare samen met het werkterrein van 8.404 m², dat wil zeggen: het terrein tot aan de sloten? Zo ja, welk stuk legt die afbakening vast, van welke datum is het, en door wie is het vastgesteld? Zo nee, waarin verschillen de twee, en waar is die andere begrenzing vastgelegd? 100. Op welke gronden is de locatie begrensd op 0,8 hectare, terwijl het perceel 45.674 m² meet en sinds 12 februari 2001 geheel in gemeentelijk eigendom is? Wij vragen dit mede omdat het raadsvoorstel de aantasting door het werkterrein aanvoert als grond waarom de locatie "extra kansrijk" zou zijn. 101. Is een inrichting in één bouwlaag onderzocht? Bijlage 2 vermeldt voor locatie 23 bij 150 opvangplekken "Nee" voor één bouwlaag, en Bijlage 1 acht op pagina 13 "circa 1 ha (10.000 m2)" nodig voor "eenlaagse bebouwing (…) maximaal 170 opvangplekken" . Wij verzoeken u aan te geven: (a) in welk stuk de keuze voor meerlaagse bebouwing op deze locatie is gemotiveerd; (b) of een eenlaagse variant op circa één hectare van hetzelfde perceel is onderzocht, en zo nee waarom niet; (c) hoe het aantal bouwlagen is betrokken bij de toets op de kernkwaliteiten van het Bijzonder Provinciaal Landschap. 102.

Welke van de drie in omloop zijnde oppervlakten is de begrenzing waarop het voorstel berust — 4.000 m² (Bijlage 7), 0,8 ha (Bijlage 2) of circa 10.000 m² (raadsvoorstel) — en zijn de onderzoeken die aan het voorstel ten grondslag liggen alle op diezelfde begrenzing uitgevoerd? Tot slot Wij nemen in dit document geen standpunt in vóór of tegen asielopvang in Heemstede. Dat is uw afweging. Wat wij u voorleggen is dit: op ruim honderd vragen die raken aan de omvang, de onderbouwing, de alternatieven, de staat van het terrein en de gevolgen voor de omgeving, ligt op dit moment geen antwoord. Wij verzoeken u het college te vragen die antwoorden te leveren vóórdat u uw wensen en bedenkingen meegeeft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/3223/documents/47853