CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

28z.q.1. Inwoner - Re stukken raadvergadering 16-9-2026 ANONIEM

Commissie Samenleving 16 september 2026, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 0: Nieuws21.950 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Een waarneming die nog moet worden opgehelderd: op 30 augustus 2026 zijn in het weiland en aan de Ringvaartoever twee blauwe markeringspalen met kaartplaatje gefotografeerd, in één lijn. Dat is het gebruikelijke markeringstype voor een ondergrondse transportleiding. Wij stellen dit als waarneming, niet als feit — maar het laat zich niet zonder meer rijmen met "geen waterleidingen in de directe omgeving", en het is te verifiëren met een KLIC-oriëntatieverzoek. Zie §6.3: op deze plek is in juli 2025 door het Hoogheemraadschap toestemming verleend voor een ondergrondse kruising van de Ringvaart. Dossierrapport Cruquiusbrug · 14 september 2026 · 24 6.2 Drie verplichtingen die al op dezelfde grond rusten Het raadsvoorstel voert "gemeentelijk eigendom" aan als voordeel van deze locatie. Eigendom zegt echter niets over wat er op de grond rust. Er rusten ten minste drie dingen op. Een lopende pacht — en dit perceel is compensatiegrond. Op 26 juni 1991 sluit de gemeente een pachtovereenkomst voor los land met een veehouder; de Grondkamer voor Noord-Holland keurt haar goed op 2 juli 1991.

Artikel 13 luidt: "Deze overeenkomst wordt telkens van rechtswege met 6 jaren verlengd, tenzij één van de partijen niet eerder dan 3 jaren, doch uiterlijk 1 jaar of in bijzondere gevallen uiterlijk 6 maanden vóór het einde van de lopende pachttermijn (…) heeft kennis gegeven, dat zij verlenging niet wenst." Dat is reguliere pacht: cycli van zes jaar, verlenging van rechtswege. Bij wijziging van 1 augustus 2006, op grond van een collegebesluit van 28 maart 2006, komt daar dit perceel bij. De considerans legt vast waarom: *"Dat pachter in ruil voor verlies aan weidegronden (…) wordt gecompenseerd in de verhouding 0,72 ha pad voor 3,1 ha weide bij Het Oude Slot, kadastraal bekend als: gemeente Heemstede sectie C nummer 4085 (gedeeltelijk)."* En in het dispositief: "De pachter per 1 augustus 2006 3.1 ha grond kadastraal bekend gemeente Heemstede sectie C nummer 4085 van verpachter pacht." Het perceel dat nu voorkeurslocatie is, heeft de gemeente twintig jaar geleden aan de pachter gegeven als compensatie voor grond die zij hem afnam voor een openbaar recreatiepad — 3,1 hectare weide voor 0,72 hectare pad. Wordt de grond nu opnieuw onttrokken, dan wordt die compensatie teruggenomen en ligt er een nieuwe compensatievraag. Het raadsvoorstel voert "gemeentelijk eigendom" aan als voordeel en noemt de pacht niet.

Dezelfde wijziging van 2006 bevat een bepaling die rechtstreeks botst met Bijlage 7: *"Onder de in artikel 30 lid 1 Pachtwet genoemde bepaling dat de pachter niet bevoegd is de bestemming, inrichting of gedaante geheel of gedeeltelijk te veranderen dan na schriftelijke toestemming van de verpachter mede wordt verstaan het ophogen van het gepachte perceel."* Bijlage 7 adviseert precies dat: "Gezien het risico op inklinking wordt aangeraden om het onderzoeksgebied op te hogen tijdens het bouwrijp maken van het terrein." Wat dit voor de planning betekent. Rekenend vanaf 1 januari 1991 in cycli van zes jaar loopt de huidige pachtperiode tot en met 31 december 2026, de volgende tot en met 31 december 2032. Beëindiging per einde van de huidige periode vergde opzegging uiterlijk een jaar tevoren — dus uiterlijk 31 december 2025. Is er niet tijdig opgezegd, dan loopt de pacht van rechtswege door tot eind 2032: ná de beoogde ingebruikname in 2028 en over vrijwel de gehele beoogde opvangperiode van vijf jaar. Is er wél opgezegd, dan is dat een privaatrechtelijke rechtshandeling in de zin van art. 160 lid 1 onder e Gemeentewet, waarover het college de raad op grond van art. 169 lid 4 vooraf moet inlichten. Wij hebben op 30 augustus 2026 gevraagd of is opgezegd, en hebben daarop geen antwoord. Bij reguliere pacht geldt bovendien een opzegtermijn van ten minste één jaar (art.

7:367 BW) en kan de rechter de opzegging alleen op de limitatief in art. 7:370 BW genoemde gronden laten slagen. Elke wijziging én elke beëindiging behoeft goedkeuring van de grondkamer (art. 7:318 BW) en moet binnen twee maanden ter goedkeuring worden ingezonden (art. 7:321 BW). Dat levert een controleerbaar spoor op met een datum. Wij hebben dat spoor opgevraagd. Dossierrapport Cruquiusbrug · 14 september 2026 · 25 Eerlijk erbij: de pachtstukken zijn van 1991 en 2006 en spreken van de Pachtwet, die sindsdien is opgegaan in titel 7.5 BW. Wij leiden de zesjaarscyclus af uit artikel 13 en de ingangsdatum; of er sindsdien is opgezegd, gewijzigd of omgezet naar een andere pachtvorm, weten wij niet. Dat is precies wat wij hebben gevraagd. Het aangaan, wijzigen of beëindigen van een pachtovereenkomst is bovendien een privaatrechtelijke rechtshandeling in de zin van art. 160 lid 1 onder e Gemeentewet, waarover het college de raad op grond van art. 169 lid 4 Gemeentewet vooraf moet inlichten wanneer de raad daarom verzoekt of wanneer de gevolgen ingrijpend kunnen zijn. Een aanwijzingsbesluit op grond van de APV. Langs het perceel staat een verbodsbord voor honden. Dat berust op het Aanwijzingsbesluit Algemene Plaatselijke Verordening Heemstede 2021, vastgesteld door het college en door de burgemeester en in werking getreden op 1 februari 2021.

Artikel 6, eerste lid, wijst op grond van art. 2:57 APV de plaatsen aan waar het verboden is honden te laten verblijven of lopen. Daaronder vallen: *c. het park bij "Het Oude Slot", gelegen tussen de Ringvaartlaan, de Ringvaart, de Cruquiusweg en de Ir. Lelylaan;* *d. de strook groen gelegen tussen de sloot langs "Het Oude Slot" en de woningen "Slottuin", en de weilanden langs de Ringvaart;* *f. het gedeelte van het recreatiepad Heemstederveld, beginnende bij "Het Oude Slot" langs de Ringvaart richting het noorden (…)* Drie dingen vallen daaraan op. Onderdeel c omschrijft het gebied met vier begrenzingen — Ringvaartlaan, Ringvaart, Cruquiusweg en Ir. Lelylaan — die precies he t gebied afbakenen waarin locatie 23 ligt. Onderdeel d noemt in één adem "de woningen Slottuin" en "de weilanden langs de Ringvaart". En onderdeel f betreft het recreatiepad waarvoor de pachter in 2006 met dit perceel is gecompenseerd — dezelfde drie stukken grond komen in één besluit samen. Het college heeft op 11 september 2026 schriftelijk bevestigd dat het verbod "mede is ingesteld ter bescherming van natuurwaarden en weidevogels".

Op een vraag van een lokale organisatie antwoordde Team Juridische Zaken van de gemeente in april 2025 schriftelijk: "Het wijzigen van het Aanwijzingsbesluit APV is een bevoegdheid van het college." Wordt het verbod dus ingetrokken om de opvang mogelijk te maken, dan gebeurt dat bij collegebesluit — zonder raadsbehandeling. Wij vragen niet om opheffing van het verbod. Wij vragen om de motivering ervan, en om de vraag die daaruit volgt. Het punt is een motiveringsvraag, geen retorische: als de gemeente dit gebied zó kwetsbaar acht dat zelfs honden er niet mogen komen — doorgaans gemotiveerd met weidevogels, vee, natuurwaarde of rust — hoe verhoudt zich dat dan tot de permanente aanwezigheid van circa 160 mensen met bebouwing, verlichting, verharding, verkeer en beheer op datzelfde perceel? Precies die redenen zijn de kernkwaliteiten waarop een ontwikkeling in Beschermd Landschap wordt getoetst. Een wettelijke watercompensatieverplichting. Bijlage tb8 bij het provinciaal inpassingsplan legt vast dat de compensatie voor het brugproject bij voorkeur binnen het eigen peilgebied plaatsvindt, maar dat "gezien de toename van het verhard opp. en de lastige inpassing" verplaatsing naar het lager gelegen peilgebied 'Oude Slot' is toegestaan.

Die compensatie landt daarmee op dit perceel: weidegrond langs de Ringvaart, eigendom van de gemeente, ingezet als compensatie voor het verharde oppervlak van het brugproject. Op dit perceel rust dus een compensatieverplichting met een gebruiksvoorwaarde. Geen van deze drie staat in het raadsvoorstel. En de motie van de raad zelf. De motie van 8 juni 2026 overweegt letterlijk dat "de aannemer bezig is deze locatie terug te brengen naar de originele staat" en verzoekt dat stil te leggen. In het raadsvoorstel heet diezelfde toestand — het terrein dat | "tot voor kort in gebruik [was] als ketenpark" — nu een voordeel dat de locatie "extra kansrijk" maakt. 6.3 Drie watervergunningen op dit perceel — | en geen ervan staat in de bijlagen In het Waterschapsblad staan drie officiële bekendmakingen van het Hoogheemraadschap van Rijnland die op dit perceel zien. Het zijn publicaties van een ander bestuursorgaan dan de gemeente, en daarmee onafhankelijk verifieerbaar. Geen van drieën komt voor in de bijlagen bij het raadsvoorstel. 21 augustus 2023 — het tijdelijke werkterrein. | Waterschapsblad 2023, nr.

10257, toestemming 2023- 008110: *"Rijnland geeft hiermee toestemming voor het aanleggen van verharding, drie duikers, een bouwkeet en het graven en dempen van oppervlaktewater, een en ander in de beschermingszone van een waterkering ten behoeve van de inrichting van een tijdelijk werkterrein ter plaatse van kadastrale percelen C 4085 en C 5998 in gemeente Heemstede nabij de Cruquiusbrug."* Daarmee staat drieërlei vast. Het werkterrein ligt op perceel C 4085, bij naam genoemd. Het is een tijdelijk werkterrein. En er is op dit perceel verharding aangelegd, zijn drie duikers aangelegd en is oppervlaktewater gegraven én gedempt — in de beschermingszone van een waterkering. Een watervergunning voor een tijdelijk werk bevat vrijwel altijd voorschriften over de duur en over het herstel na afloop. Die voorschriften hebben wij niet; zij liggen in het vergunningdossier bij Rijnland en zijn op 31 augustus 2026 opgevraagd. 15 april 2025 — nog een tijdelijke verharding. | Waterschapsblad 2025, nr. 9112: Rijnland ontving op 19 februari 2025 een aanvraag, zaaknummer 339142, voor "een tijdelijke verharding nabij de Cruquiusbrug" . Anderhalf jaar na de eerste vergunning wordt dus een nieuwe tijdelijke verharding aangevraagd. Of daarop is besloten, weten wij niet; ook dat is opgevraagd. 25 juli 2025 — een leiding | onder de Ringvaart. Waterschapsblad 2025, nr.

18018, toestemming 388247: *"Rijnland geeft hiermee toestemming voor het middels een zinker aanbrengen van een PE100 SDR 11 mantelbuis Ø 160 mm binnen de beschermingszone van een regionale kering bij/op Heemsteder Veld Zuid/Cruquiusbrug te Heemstede."* Een zinker is de gangbare techniek om een leiding onder een watergang door te brengen; een mantelbuis is de beschermbuis waar vervolgens een leiding of kabel doorheen gaat. "Heemsteder Veld Zuid" is de naam van de dijk langs de Ringvaart ter plaatse van dit perceel. Dossierrapport Cruquiusbrug · 14 september 2026 · 26 Dossierrapport Cruquiusbrug · 14 september 2026 · 27 Waarom dit ertoe doet. Deze toestemming dateert van precies één jaar vóór de datum van Bijlage 7, en Bijlage 7 vermeldt haar niet. Bijlage 7 concludeert juist dat er geen waterleidingen in de directe omgeving zijn en baseert zich daarbij op een KLIC-oriëntatieverzoek, waarvan wij het gehanteerde zoekgebied hebben opgevraagd. Twee uitkomsten zijn mogelijk, en beide zijn relevant. Ligt er een leiding onder of langs het perceel, dan berust de conclusie in Bijlage 7 in zoverre op een onvolledige feitenvaststelling. Rond een transportleiding geldt bovendien een belemmeringen- of zakelijkrechtstrook: een zone waarin niet mag worden gebouwd en waarin grondroeren aan toestemming van de leidingbeheerder is gebonden.

Bij een tracé door of langs het perceel kan zo'n strook een deel van de bruikbare oppervlakte wegnemen — en op 0,8 hectare telt elke vierkante meter (zie §7.2). Ligt er géén leiding en markeren de palen iets anders, dan blijft de conclusie van Bijlage 7 onverkort staan: geen water, geen riool, tweemaal een beperkende factor. Wat wij hier niet doen: beweren dat er een leiding ligt. Wij stellen vast dat er een gepubliceerde toestemming voor een ondergrondse kruising is, dat die niet in de bijlagen voorkomt, en dat het met een KLIC-oriëntatieverzoek te verifiëren is. En er loopt een vierde aanvraag — waarvan de titel het verband zelf legt. Op 12 augustus 2026 publiceert de gemeente in het Gemeenteblad (gmb-2026-382974): "Aanvraag omgevingsvergunning voor *voortzetting tijdelijk werkterrein voor mogelijke realisatie opvanglocatie*, Cruquiusweg t.h.v. van de brug, Heemstede" De aanvraag is ontvangen op 28 juli 2026; het college beslist "tot en met 22 september 2026", met mogelijkheid van verlenging. Twee data verdienen aandacht. De aanvraag is ingediend op 28 juli en gepubliceerd op 12 augustus — beide vóór het collegebesluit van 25 augustus waarbij deze locatie voorkeurslocatie werd, en ruim vóór de behandeling in commissie en raad.

In de eigen bewoordingen van de gemeente wordt het werkterrein dus voortgezet "voor mogelijke realisatie opvanglocatie", op een moment waarop de raad zich nog niet had uitgesproken. Daarmee is de keten compleet en volledig gedocumenteerd: een tijdelijk werkterrein (2023), een verzoek om de voorzieningen te laten liggen met aanvaarding van een risico van € 50.000 tot € 100.000 (RIB26-40, juni 2026), een aanvraag tot voortzetting voor de opvanglocatie (juli/augustus 2026) — en vervolgens een raadsvoorstel dat het bestaan van diezelfde voorzieningen aanvoert als reden waarom de locatie "extra kansrijk" is. Het besluit op deze aanvraag valt naar verwachting uiterlijk 22 september 2026 — ná de commissie van 16 september en vóór de raad van 1 oktober. Wordt de vergunning verleend, dan gaat vanaf de dag na bekendmaking een bezwaartermijn van zes weken lopen. 6.4 Toegang voor nood‐ en hulpdiensten Bij het terrein staat een verkeersbord E1 met het onderbord "VRIJHOUDEN VOOR AMBULANCE EN BRANDWEER" (eigen opname, 30 augustus 2026). Een bord E1 met onderbord berust op een verkeersbesluit, en een verkeersbesluit heeft een motivering. De bereikbaarheid voor hulpdiensten op deze plek is dus geen punt dat wij opwerpen: het is een belang dat de gemeente zelf al heeft onderkend en met een besluit heeft beschermd.

Dossierrapport Cruquiusbrug · 14 september 2026 · 28 Tegelijk komt het onderwerp niet voor in Bijlage 10 (het verkeerskundig onderzoek), niet in Bijlage 11 (sociale veiligheid), en niet in het raadsvoorstel waar het over deze locatie gaat — terwijl het bij Leidsevaartweg 73 wél als bezwaar wordt genoemd. Wat Bijlage 7 erover zegt, gaat over draagvlak: de gemotoriseerde ontsluiting loopt via de wijk rond de Ingenieur Lelylaan, die volgens hetzelfde rapport ook TotsSlot ontsluit — de tijdelijke opvanglocatie voor Oekraïense vluchtelingen — en dat "vormt mogelijk een belemmering voor het draagvlak". Daar komt bij dat de ontsluiting die het college als uitgangspunt neemt, volgens Bijlage 10 in zuidelijke richting naar de Ringvaartlaan loopt: dezelfde weg waaraan het bord staat. Vier vragen volgen daaruit: 1. Is de Veiligheidsregio Kennemerland om advies gevraagd over deze locatie? Artikel 10 onder b van de Wet veiligheidsregio's belast de veiligheidsregio met het adviseren van het bevoegd gezag over risico's van branden, rampen en crises. 2. Hoe bereiken ambulance en brandweer circa 160 opvangplekken, gegeven één gedeelde ontsluitingsroute die ook een andere opvanglocatie bedient? 3. Wat is de bluswatervoorziening ter plaatse? Deze vraag hangt rechtstreeks samen met §6.1: zonder waterleiding is er geen brandkraan. 4.

Is er een opstelplaats voor de brandweer voorzien, en voldoet de ontsluitingsroute aan de daarvoor geldende eisen? Bereikbaarheid voor hulpdiensten, opstelplaatsen en bluswatervoorziening zijn onder de Omgevingswet geregeld in het tijdelijke deel van het omgevingsplan — de zogenoemde bruidsschat — met een ruime maatwerkbevoegdheid voor de gemeente. Wij vragen het college de door haar gehanteerde grondslag te noemen. 6.5 Geluid — en de tienjaarshorizon die al in de stukken zit Het perceel ligt direct langs de N201/Cruquiusweg, een provinciale weg. Er is geen akoestisch onderzoek. Bijlage 7 baseert zich op een RIVM-kaartbeeld, geraadpleegd op 8 juni 2026, en beveelt zelf aan "om een onderzoek naar geluid door wegverkeerslawaai uit te voeren, waarin de exacte geluidswaarde ter plaatse van het onderzoeksgebied in kaart wordt gebracht". Op 27 augustus 2026 heeft de gemeente ons schriftelijk laten weten dat dat onderzoek onderdeel is van de omgevingsvergunning en pas start zodra de provinciale ontheffing is verleend. De provincie beoordeelt de ontheffingsaanvraag dus zonder akoestisch onderzoek. Wat Bijlage 7 wél schrijft: *"Bij een maximale termijn van 10 jaar gelden minder strenge eisen voor geluid.

(…) De geluideisen zijn maximaal 10 dB minder streng dan bij permanente nieuwbouw."* *"Het plangebied ligt langs een provinciale weg dus mag de geluidsbelasting 50 dB zijn (standaardwaarde) en is de grenswaarde 60 dB. (…) Maar omdat het om een tijdelijke functie gaat zijn de geluideisen maximaal 10 dB minder streng dan bij permanente nieuwbouw, dus is het mogelijk dat de geluidsbelasting tot 70 dB gaat."* In datzelfde stuk staat: "De WHO adviseert een waarde van 53 dB als advieswaarde." Vier constateringen. Dossierrapport Cruquiusbrug · 14 september 2026 · 29 Eerst de termijn. De horizon van tien jaar zit al in het onderzoek van de gemeente zelf, terwijl het raadsvoorstel van vijf jaar met een mogelijkheid van verlenging spreekt en de motie van 8 juni 2026 om "maximaal circa 5 jaar" vroeg. Dat bevestigt dat feitelijk met 5 + 5 jaar rekening wordt gehouden — zie §7.5. Dan de redenering zelf. Die bevat een onderscheid dat niet is gemaakt. De verruiming van 10 dB in het Besluit bouwwerken leefomgeving ziet op de gevelwering en het binnenniveau, niet op de geluidbelasting op de gevel of in de buitenruimte. De conclusie dat "de geluidsbelasting tot 70 dB [kan] gaan" trekt die twee door elkaar. Voor de buitenruimte — waar mensen die jaren op deze plek wonen een deel van hun tijd doorbrengen — geldt die verruiming niet.

Dan een tegenstrijdigheid tussen twee stukken van de gemeente zelf. Op 21 augustus 2026 liet de gemeente ons schriftelijk weten dat voor de N201 op grond van het overgangsrecht een maximale ontheffingswaarde van 53 dB geldt (zie §3.4). Bijlage 7 acht een geluidbelasting "tot 70 dB" mogelijk. Dat zijn twee verschillende regimes en zij sluiten elkaar niet noodzakelijk uit — maar het verschil bedraagt zeventien decibel, het is nergens toegelicht, en zonder akoestisch onderzoek is niet vast te stellen welke van beide hier maatgevend is. Wij vragen het college welke waarde geldt. Ten slotte de kwalificatie. De vrijstellingen waarop Bijlage 7 zich beroept, gelden voor bepaalde gebruiksfuncties. Bij een verblijf van vijf tot tien jaar ligt de kwalificatie woonfunctie meer voor de hand dan logiesfunctie; de rechtbank Oost-Brabant oordeelde in die zin (ECLI:NL:RBOBR:2025:3066). Bijlage 7 gaat er onder het thema omgevingsveiligheid zelf ook van uit dat het om woonfuncties gaat: "Er wordt vanuit gegaan dat dit wel het geval is (woonfuncties)." Is het een woonfunctie, dan gelden de geluidregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving onverkort — en vervalt de grondslag onder de verruiming waarop Bijlage 7 zich baseert.

7. De schaal en de oppervlakte Dit hoofdstuk gaat over één vraag: op welke opgave zijn de onderzoeken gebouwd, en is die opgave dezelfde als die aan de raad wordt voorgelegd? 7.1 De maatvoering van het hele locatieonderzoek is gebouwd op vijftig plekken De longlist Omvang locaties van 4 maart 2025 — het oudste locatieoverzicht dat wij hebben, en vijftien maanden ouder dan de motie van 8 juni 2026 — zegt het onomwonden: "De kolommen 'Grootte' geven de omvang van de locatie aan (…). Daarbij hebben we gekeken naar de benodigde omvang van een locatie voor circa 50 opvangplekken." Daarmee is de herkomst van het getal vijftig gevonden. Het is geen vergissing in één document: het is de maatvoering waarop de hele locatieverkenning vanaf maart 2025 is opgezet. En die maatvoering is nooit vervangen. Bijlage 5, 6 en 7 — de milieuanalyses van de drie overgebleven locaties — rekenen alle drie met vijftig plekken en 4.000 m². In Bijlage 7 staat het expliciet: de parkeerparagraaf rekent met "(50 kamers)", de stikstofberekening met "4.000 m2 BVO, en een plangebied van 4.000 m2" en "5 parkeerplaatsen". Dat raakt niet alleen deze locatie. De onderlinge vergelijking van de drie locaties berust op dezelfde te kleine opgave. Wie op vijftig plekken vergelijkt, vergelijkt niet de opgave die voorligt.

Eerlijk erbij: de stikstofconclusie houdt vermoedelijk stand, want Bijlage 7 heeft zelf een vertienvoudiging doorgerekend en komt ook dan onder de drempel uit. Dat zeggen wij erbij omdat het de rest sterker maakt. Voor de parkeerbalans en de archeologische afweging geldt het niet. 7.2 De oppervlakte, en wat er volgens de eigen tabel op past De oppervlakte van dit perceel staat in vijf stukken, met vijf uitkomsten: Stuk | Datum | Oppervlakte Longlist Omvang locaties | 4 maart 2025 | 2.732 m² — 0,3 ha Bijlage 2, Locatieanalyse 8 criteria | 26 juli 2026 | 0,8 ha Bijlage 7, stikstof en parkeren | 30 juni 2026 | plangebied 4.000 m² Raadsvoorstel augustus 2026 circa 10.000 m² Bodemonderzoek — | het werkterrein, | januari 2024 | circa 8.404 m² begrensd door sloten Kadaster, eigendomsinformatie — het | 13 september 2026 | 45.674 m² — grens en grootte hele perceel C 4085 | vastgesteld Die uitkomsten spreken elkaar niet tegen; zij gaan ov er verschillende gebieden. Het loont om dat uiteen te halen, want dan wordt zichtbaar waar de begrenzing van de locatie vandaan komt. Het perceel. Heemstede C 4085 meet 45.674 m² — grens en grootte vastgesteld, sinds 12 februari 2001 eigendom van de gemeente Heemstede, omschrijving "Terrein (grasland)" (Kadaster, eigendomsinformatie 13 september 2026). Ruim vier en een halve hectare. Het werkterrein.

Het bodemonderzoek van januari 2024 gaat niet over dat hele perceel. Het heet "Nulsituatie bepaling werkterrein Cruquiusbrug", noemt als adres "Bouwplaats naast de N201 te Heemstede", omschrijft het gebruik als "Braakliggend/werkterrein in ontwikkeling" en begrenst het onderzochte gebied in het zuiden met de Ringvaartlaan en de Ringvaart en "aan de west- en noordzijde (…) met sloten". Oppervlakte: circa 8.404 m². Dat is een fysiek afgebakend deel van het perceel — tot aan de sloten — en de gegevens komen blijkens het rapport zelf | "van de opdrachtgever en het kadaster". En dat werkterrein is de locatie geworden. Bijlage 2 rondt de oppervlakten af op duizendtallen (voetnoot 2) en komt voor locatie 23 uit op 0,8 ha. Dat is precies waar 8.404 m² op afrondt. De locatie zoals de gemeente haar in juli 2026 heeft begrensd, valt dus samen met het terrein dat het brugproject zelf heeft ingericht. Daarmee sluit het argument in het raadsvoorstel zichzelf. Het terrein is "extra kansrijk" omdat het "tot voor kort in gebruik was als ketenpark" — en de omvang van de locatie ís de omvang van dat ketenpark. De aantasting bepaalt de begrenzing, en de begrenzing bepaalt waarop de toets uitkomt. Dat de gemeente op hetzelfde perceel daarbuiten nog ruim 3,7 hectare onaangetast grasland in eigendom heeft, komt in geen van de stukken voor. Correctie op onszelf, 13 september 2026.

In eerdere versies van dit rapport, en in onze brieven van 8 en 13 september, is het getal van 8.404 m² aangeduid als de oppervlakte van het kadastrale perceel. Dat is niet juist: het is de oppervlakte van het werkterrein binnen dat perceel. Wij hebben de kadastrale gegevens zelf opgevraagd en melden de onnauwkeurigheid uit eigen beweging. Dossierrapport Cruquiusbrug · 14 september 2026 · 30 Het getal van 8.404 m² zelf blijft staan, en het blijft de maatgevende oppervlakte: het is het gebied dat is onderzocht, het is het gebied dat door sloten wordt begrensd, en het is het gebied dat in Bijlage 2 als de locatie is opgevoerd. Wat vervalt is uitsluitend de aanduiding "het perceel" — en wat erbij komt, is de vraag waarom van 4,6 hectare eigen grond juist deze 0,8 hectare is afgebakend. Wat de gemeente er in juli 2026 zelf over concludeerde. Bijlage 2 bevat per locatie drie kolommen — 1L, 2L en 3L — met per kolom "Ja" of "Nee" bij een scenario van | 150 opvangplekken. Voor locatie 23 staat er: Locatie 23 — 0,8 ha | 1 bouwlaag | 2 bouwlagen | 3 bouwlagen 150 opvangplekken | Nee Ja | Ja Dat is geen lezing van ons. Dat is de uitkomst die het college zelf heeft laten opschrijven: bij honderdvijftig plekken past deze locatie niet in één bouwlaag. Het voorstel dat nu voorligt gaat over circa honderdzestig, en de mal in Bijlage 8 rekent met honderdzeventig.

Wij hebben die tabel nagerekend zoals wij dat ook met de longlist van 2025 hebben gedaan. Over alle achttien locaties met een "Ja/Nee"-oordeel is zij volledig consistent: één bouwlaag staat op "Ja" vanaf 1,3 ha en op "Nee" bij 0,9 ha en minder; twee bouwlagen vanaf 0,8 ha; drie bouwlagen vanaf 0,5 ha. De drempel voor één bouwlaag ligt dus tussen 0,9 en 1,3 hectare — wat exact aansluit bij Bijlage 1, die op pagina 13 circa één hectare nodig acht voor "een opvanglocatie met eenlaagse bebouwing, uitgaande van (…) maximaal 170 opvangplekken" | . Twee onafhankelijke stukken van dezelfde opsteller, met dezelfde uitkomst. Locatie 23 ligt daarmee precies op de grens van twee bouwlagen en onder de grens van één. De tabel van 2025, nagerekend. Hetzelfde was in maart 2025 al vastgesteld, bij een andere begrenzing en een kleiner aantal. De longlist kleurt per locatie negen kolommen groen of rood: drie inrichtingsvarianten maal één, twee of drie bouwlagen, met drempelwaarden in de kolomkoppen. Wij hebben die kleuren uitgelezen en teruggerekend; voor elke gecontroleerde locatie kwamen kleur en drempel exact overeen.

Voor deze locatie, toen begrensd op 0,2732 ha: Variant | 1 bouwlaag | 2 bouwlagen | 3 bouwlagen Minimale maat | rood (0,27 < 0,51) | groen | groen Ruimere maat — haaks | rood (0,27 < 0,59) | rood (0,273 < 0,28) | groen Ruimere maat — circulair | rood (0,27 < 0,59) | rood (0,27 < 0,35) | groen In alle drie de varianten rood voor één bouwlaag — en dat was bij vijftig plekken. De gevolgtrekking, en zij is van de gemeente zelf: er moet meerlaags worden gebouwd. Die keuze staat in geen enkel stuk beschreven, laat staan gewogen. Zij is niet neutraal. Bij locatie 8 (parkeerterrein, 0,5 ha) was de noodzaak van meerlaags bouwen juist de reden om af te vallen. Daar waren drie bouwlagen nodig, hier twee — dat verschil noemen wij erbij — maar het bezw | aar is van dezelfde soort, en bij locatie 23 is het niet gewogen. In Bijzonder Provinciaal Landschap werkt het aantal bouwlagen rechtstreeks door in de toets op de kernkwaliteiten. Dossierrapport Cruquiusbrug · 14 september 2026 · 31 Dossierrapport Cruquiusbrug · 14 september 2026 · 32 Daar staat de omgekeerde vraag naast, en die is door de kadastrale gegevens pas mogelijk geworden: de gemeente bezit op ditzelfde perceel 45.674 m². Bij circa één hectare zou volgens haar eigen maatstaf wel in één bouwlaag kunnen worden gebouwd. Wat verhindert dat? Eén tegenwerping hoort hier meteen bij, en wij maken haar zelf.

Van dit perceel is 3,1 hectare verpacht — sinds 1 augustus 2006, als compensatiegrond (zie §6.2). Die grond is dus niet zonder meer beschikbaar. Maar daarmee is de vraag niet beantwoord, om drie redenen. Ten eerste blijft er dan nog circa 1,4 hectare over, en dat is méér dan de circa één hectare die Bijlage 1 voor eenlaagse bebouwing nodig acht. Ten tweede is niet bekend wélk deel van C 4085 de verpachte 3,1 hectare is; ligt het werkterrein daarbinnen, dan rust de pacht juist óp de voorgestelde locatie en is dat een vraag over de beschikbaarheid daarvan. Ten derde staat deze afweging nergens: als de begrenzing op 0,8 hectare door de pacht wordt bepaald, dan is dát de motivering, en die ontbreekt — terwijl het raadsvoorstel "gemeentelijk eigendom" juist als voordeel aanvoert en de pacht niet noemt. Weegt het college de landschappelijke winst van eenlaagse bebouwing af tegen het nadeel dat daarvoor onaangetast grasland buiten het oude werkterrein moet worden betrokken? Die afweging is in de stukken niet te vinden — en zonder haar ontbreekt de motivering die art. 3:46 Awb verlangt. Wat wij hier bewust niet doen: zelf uitrekenen of 160 plekken op deze locatie passen. Dat zou een eigen berekening op andermans uitgangspunten zijn. Wij stellen vast wat er in de stukken staat en vragen om de keuze die daarin ontbreekt.

7.3 De variant van circa vijftig plekken is mondeling afgewezen en nergens vastgelegd Bijlage 3, de Oplegnotitie 2026, schrijft dat opvang "niet per definitie op één locatie" hoeft. Wij hebben gevraagd of een variant met circa vijftig plekken, of met twee of drie kleinere locaties, is doorgerekend en waarom die is afgevallen. Het antwoord daarop is mondeling gegeven en in geen enkel stuk terug te vinden. Dat is niet alleen een informatiekwestie. Een besluit moet berusten op een zorgvuldige voorbereiding (art. 3:2 Awb) en een deugdelijke motivering (art. 3:46 Awb). Een afweging die alleen mondeling bestaat, is voor de raad niet te controleren en voor een rechter niet te toetsen. 7.4 De maatstaf is omgekeerd — en de binnenstedelijke locaties stonden op "Ja" In de longlist van 4 maart 2025 staat dit perceel op regel 24: Nr. Locatie Grootte Meenemen 23 Weiland locatie Slottuinen/Ringvaart 3.799 m² — 0,4 ha Nee, BPL 24 Weiland Ringvaart/Oude Slot 2.732 m² — 0,3 ha Nee, BPL De inleiding zegt waarom: de verkenning richtte zich op locaties "met voldoende omvang en die buiten het NNN en/of BPL liggen". Ligging in beschermd landschap was een uitsluitingsgrond. In juli 2026 is diezelfde ligging het selectiecriterium geworden: Bijlage 1 en 2 gaan uitsluitend over BL-locaties.

Dezelfde eigenschap van dezelfde grond, twee keer beoordeeld, met tegengestelde uitkomst — en beide keren door de gemeente zelf opgeschreven. En de locaties die in 2025 wél werden meegenomen. De lijst telt 47 locaties. De drie binnenstedelijke locaties waarover het onderzoek van 2024 vaststelde dat er "geen showstopper" was, staan er alle drie op "Ja": Nr. | Locatie | Grootte | Meenemen 11 | Terrein SEIN (Meer en Bosch) | 5.632 m² | Ja 35 | AWZI Cruquiusweg | 16.694 m² | Ja 43 | Constantijn Huijgenslaan — totaal perceel | 3.529 m² | Ja 46 | Binnenweg 160 — perceel | 2.074 m² | Ja 16 | Leidsevaartweg 73 | 8.011 m² | Nee, BPL 24 | Weiland Ringvaart/Oude Slot | 2.732 m² | Nee, BPL Twee voetnoten bij die tabel verdienen aandacht: bij locatie 39 en bij locatie 46 (Binnenweg 160) staat dat de maatvoering daar niet opgaat "omdat het een bestaand pand betreft dat verbouwd kan worden". De gemeente hield in maar t 2025 dus uitdrukkelijk rekening met hergebruik van bestaande panden als variant naast nieuwbouw. Dat maakt de vraag naar het SEIN-terrein scherper, niet vager. Eén voorbehoud dat wij zelf maken: de nummering verschilt tussen de longlist van 2025 en Bijlage 2 van 2026 — daar draagt de gelijknamige locatie nummer 23. Wi | j hebben die verschuiving niet sluitend kunnen uitzoeken en baseren ons daarom uitsluitend op naam, oppervlakte en uitkomst, niet op nummers.

7.5 De motie van 8 juni vroeg om maximaal circa vijf jaar — | en om woningbouw daarna De motie waarmee dit perceel in beeld kwam, M26-06-v3 van 8 juni 2026, is ondertekend door de fractievoorzitters van HBB, CDA, D66, VVD, PRO Heemstede en Lijst Post-van Zon. Onder Verzoekt het college staat, woordelijk: "Mocht deze locatie geschikt worden bevonden deze voor maximaal circa 5 jaar ter beschikking van het COA te stellen en **daarna te onderzoeken of deze beschikbaar gemaakt kan worden voor (jonge)Heemsteedse woningzoekenden**." Daar staan twee dingen in die het voorstel dat nu voorligt raken. Ten eerste de termijn. De raad vroeg om maximaal circa vijf jaar. Het raadsvoorstel gaat uit van vijf jaar met een verlengingsmogelijkheid tot tien, en Bijlage 7 rekent bij geluid uitdrukkelijk met "een maximale termijn van 10 jaar" als grondslag voor soepeler eisen. Dat is een verschil tussen wat de raad heeft gevraagd en wat hem nu wordt voorgelegd — en het is geen uitleg van ons, maar een vergelijking van twee gemeentelijke stukken. Ten tweede het vervolggebruik. Dat de locatie ná de opvangperiode voor woningbouw in beeld komt, staat in de motie van de raad zelf.

Dat maakt de vraag naar het tijdelijke karakter van deze ontwikkeling een andere vraag dan zij op het eerste gezicht is, en zij raakt rechtstreeks aan de provinciale maatwerkregeling voor Beschermd Landschap — die immers over wóningbouw gaat. Als de aantasting van het landschap wordt gerechtvaardigd met het argument dat zij tijdelijk is, is releva nt dat de raad in dezelfde motie om een vervolgbestemming vraagt. Dossierrapport Cruquiusbrug · 14 september 2026 · 33 Dossierrapport Cruquiusbrug · 14 september 2026 · 34 Nog één passage uit dezelfde motie verdient vermelding. De raad verzoekt het college "met spoed met de provincie in overleg te gaan teneinde ontheffing te krijgen om, op voorhand, in het beschermde landschap een duurzaam tijdelijke opvanglocatie te situeren". "Op voorhand" — dus vóórdat het locatieonderzoek was afgerond. Wat wij hier niet uit afleiden: dat er een plan zou zijn om via de opvang woningbouw te realiseren. Dat staat er niet en dat beweren wij niet. Wat er staat is dat de raad om een onderzoek naar een vervolgbestemming heeft gevraagd, en dat hoort bij de beoordeling van de tijdelijkheid. 7.6 Terwijl dit voorstel wordt behandeld, is het aantal opnieuw veranderd Het aantal is sinds maart 2025 zes keer verschoven: 50 → 100+ → 150 → 160 → 170 → 172 → 190.

Dat laatste getal werd op 10 september 2026 publiek, samen met een maximale duur van vijf jaar en een opening in de zomer van 2027 — terwijl het raadsv oorstel circa 160 plekken noemt, vijf jaar mét verlengingsmogelijkheid, en het eerste kwartaal van 2028. Bijlage 8 (Mal 170 opvangplekken, 30 juni 2026) biedt daarvoor een mogelijke verklaring, en wij leggen die als vraag voor en niet als vaststelling. Dat stuk hanteert twee opslagfactoren op het aantal plekken: het programma van eisen noemt een "bezettingsgraad van 91%, bouwgrootte van 110%", en de tabel Totalen rekent met een "aantal bewoners (= 109 % van capaciteit)". Toegepast op 170 plekken komt dat uit boven de 185. Datzelfde stuk laat nog iets zien. Er is geen kolom voor 170 plekken. De mal kent drie schaalklassen — minder dan 50, 50 tot 150, en 150 tot 300 — en de kla sse waarin deze locatie valt is opgezet voor een capaciteit van 200 en 216 bewoners, bij 4.580 m² bruto vloeroppervlak. Ter vergelijking: het plangebied waarmee Bijlage 7 rekent is 4.000 m² in totaal. En het parkeren. Bijlage 8 schrijft één parkeerplek per tien opvangplekken voor — bij 170 plekken zeventien — terwijl de tabel Terrein voor de toepasselijke schaalklasse 20 parkeerplaatsen noemt, naast 100 plaatsen in fietsenrekken en een afsluitbare stalling voor 20 fietsen.

Samen met Bijlage 7 (5), het verkeerskundig onderzoek (6) en Iv-Infra (16) staan er daarmee vijf verschillende aantallen parkeerplaatsen in de bijlagen bij één raadsvoorstel. De stikstofberekening hangt daaraan. 7.7 De best beoordeelde locatie valt af op één datum De AWZI-locatie aan de Cruquiusweg wordt in het onderzoek van Sweco aangemerkt als "de meest kansrijke binnenstedelijke locatie voor duurzame opvang op langere termijn". Het raadsvoorstel erkent de kwaliteiten: *"De locatie biedt voldoende ruimte voor een opvanglocatie van circa 160 asielzoekers, ligt in een groene omgeving en bevindt zich op relatief korte afstand van voorzieningen zoals openbaar vervoer, winkels en andere maatschappelijke functies. Na verwerving van de locatie door de gemeente kan bovendien een hoge mate van regie worden gehouden op de ontwikkeling en het beheer van de locatie."* En verwerpt haar op één grond: *"Het belangrijkste bezwaar op dit moment is echter de beschikbaarheid op korte termijn. (…) Daarmee kan de AWZI-locatie geen tijdige bijdrage leveren aan de huidige opvangopgave van de gemeente Heemstede en de termijnen die voortvloeien uit de Spreidingswet en de regionale afspraken."* Dossierrapport Cruquiusbrug · 14 september 2026 · 35 De hele afweging draait dus op de vraag wat "tijdig" is.

In het interview van 26 augustus 2026 noemt de wethouder de concrete datum: "Er wordt alleen gezegd dat locaties die je nu bij het rijk of bij de provincie aanbiedt, dat die per 30 juni van komend jaar, dus zomer 2027, gereed moeten zijn. Nou, dus daar richten we ons op." Wij hebben op 30 augustus 2026 gevraagd waar die datum is vastgelegd — in een regeling, een beschikking, een bestuursovereenkomst, een brief of een verslag van de provinciale regietafel — en wat het gevolg is als zij niet wordt gehaald. Dat antwoord hebben wij niet. Dat antwoord is bepalend, want het is deze datum die de best beoordeelde locatie uitsluit. En terugrekenend vanaf 1 oktober 2026 is 30 juni 2027 moeilijk haalbaar. Onderstaande stappen en termijnen volgen uit de wettelijke regeling en uit de volgorde die de gemeente zelf noemt; de tijdsduren zijn indicatief. Stap Benodigde tijd Akoestisch onderzoek — start volgens de gemeente pas ná de provinciale ontheffing 4–8 weken Weging van het waterbelang, met akkoord van Rijnland 6–8 weken Actueel bodemonderzoek — art.

16.5 Ow staat maximaal 2 jaar toe 4–8 weken Verkennend natuuronderzoek en mogelijk soortgericht veldonderzoek seizoensgebonden, meerdere maanden Definitieve stikstofberekening op 160 plekken 2–4 weken Tweede fase onderzoek sociale veiligheid onbekend Eventuele m.e.r.-beoordeling 6 weken Ontheffing Beschermd Landschap provincie, plus bezwaartermijn Q4 2026 + 6 weken Omgevingsvergunning, reguliere procedure (art. 16.62/16.64 Ow) 8 weken + 6 weken verlenging Bezwaartermijn omgevingsvergunning 6 weken Uitgestelde inwerkingtreding (art. 16.79 lid 2 Ow), met schorsende werking bij een verzoek om voorlopige voorziening (lid 4) 4 weken Watervergunning Rijnland 6–8 weken Bouwrijp maken, ophogen, aanleg water- en rioolaansluiting, bouw — Beide mogelijke uitkomsten zijn relevant voor uw afweging. Is 30 juni 2027 niet haalbaar, dan berust de uitsluiting van de best beoordeelde locatie op een aanname die niet standhoudt. Is die datum wél haalbaar, dan alleen door onderzoeken over te slaan of te verkorten — en dan raakt dat rechtstreeks aan art. 3:2 Awb en aan art. 16.5 Omgevingswet. Dossierrapport Cruquiusbrug · 14 september 2026 · 36 Wat wij hier niet doen: vaststellen dat de datum onjuist is. Wij vragen waar hij staat.

7.8 Het zicht vanaf de overzijde van de Ringvaart is niet beoordeeld Het perceel ligt in Beschermd Landschap, aan de Ringvaart, recht tegenover de kern Cruquius in de gemeente Haarlemmermeer. Sinds 29 augustus 2026 hebben bewoners van Cruquius zich bij onze groep aangesloten. Zij kijken rechtstreeks op het perceel uit, over open water. Bij de beoordeling van een ontheffing voor het Beschermd Landschap beoordeelt Gedeputeerde Staten het landschap als geheel; de provinciale bescherming volgt niet de gemeentegrens. Het participatieplan (Bijlage 9) voorziet zelf in een aparte bijeenkomst voor bewoners van Cruquius op 10 september 2026, "in afstemming met de gemeente Haarlemmermeer". Wij hebben het college van Haarlemmermeer op 29 augustus gevraagd waaruit die afstemming bestaat en of het een standpunt heeft ingenomen. Op 31 augustus ontvingen wij een verzoek om onze adresgegevens; een inhoudelijk antwoord niet. Constatering. In geen van de bijlagen is het zicht vanaf de overzijde van de Ringvaart beoordeeld. Bijlage 4 merkt de kernkwaliteit "openheid en ruimtebeleving" voor deze locatie aan als "Aanwezig", maar beoordeelt die openheid vanaf de Heemsteedse zijde. De Ringvaart is ter plaatse smal; de bebouwing van Cruquius staat aan de overkant in beeld op de foto's in dit rapport.

Wij vragen het college of het zicht vanaf de Haarlemmermeerse oever is meegewogen, en zo ja in welk stuk. 8. De bodem 8.1 Er bestaat een bodemonderzoek uit januari 2024 dat in Bijlage 7 ontbreekt Bijlage 7 schrijft over de bodem: "In Bodemloket zijn geen eerdere onderzoeken naar voren gekomen." en baseert zich vervolgens op één onderzoek uit 2000, waarvan het stuk zelf vaststelt dat het "zonder degelijke onderbouwing niet volstaat". Op de website van Omgevingsdienst IJmond — de bron die Bijlage 7 zelf noemt — staat echter een nulsituatie-bodemonderzoek met kenmerk P2023.1773, gedateerd 5 januari 2024, met veldwerk van 7 december 2023, uitgevoerd op dit perceel. Het vooronderzoek is dus onvolledig geweest op de bron die het zelf noemt. Dat is geen detail: het is precies het soort onvolledigheid waardoor een besluit niet berust op een zorgvuldige voorbereiding (art. 3:2 Awb). Eerlijk erbij: ook dat onderzoek van januari 2024 is inmiddels ouder dan de twee jaar die artikel 16.5 van de Omgevingswet toestaat. De aanbeveling om actueel bodemonderzoek te doen blijft dus terecht. Ons punt is de onvolledigheid van het vooronderzoek, niet dat er wél actueel onderzoek zou zijn. 8.2 Dat onderzoek legt vast dat het perceel nooit bebouwd of verhard is geweest Het rapport van januari 2024 beschrijft de toestand van het perceel vóór de ingebruikname als werkterrein.

Twee vaststellingen daaruit zijn voor dit dossier bepalend. De onderzoekslocatie is circa 8.404 m² groot — Dossierrapport Cruquiusbrug · 14 september 2026 · 37 dat is het door sloten begrensde werkterrein, niet het gehele perceel, dat blijkens het Kadaster 45.674 m² meet — en zij is "nooit bebouwd, of verhard is geweest". Leg dat naast het raadsvoorstel, dat als voordeel van deze locatie aanvoert dat het terrein "tot voor kort in gebruik was als ketenpark" en daardoor "extra kansrijk" is. De toestand die als voordeel geldt, is door het project zelf gecreëerd. Eind 2023 was dit onaangetast grasland. Dat het nu een doorkruiste functie heeft, is geen eigenschap van het perceel maar het gevolg van een gebruik waarvan het herstel is aangehouden — hetz elfde herstel dat de raad op 8 juni 2026 juist verzocht stil te leggen. 8.3 Het is een nulsituatie, en die schept een verplichting Een nulsituatieonderzoek legt de bodemkwaliteit vast vóórdat een bodembedreigende activiteit begint. Het bestaan ervan heeft één rechtstreeks gevolg: er hoort een eindsituatieonderzoek bij, en bij een geconstateerde verslechtering een herstelverplichting voor degene die de activiteit verrichtte. Dat is geen theoretische mogelijkheid maar de hele reden waarom zo'n onderzoek wordt gedaan.

Voor dit dossier betekent het dat de uitgangssituatie van dit perceel vastligt, met een datum, en dat daaraan te meten is wat het werkterrein heeft achtergelaten. De vragen die daaruit volgen zijn feitelijk en zakelijk: is dat eindsituatieonderzoek uitgevoerd of opgedragen, en zo nee, wanneer gebeurt dat? En zit de eindsituatie en het eventuele herstel in de raming van € 50.000 tot € 100.000 die het raadsvoorst el noemt, of komt dat daar bovenop? Op beide ligt op de peildatum van dit rapport geen antwoord. 8.4 De toepassingsklasse is landbouw/natuur Het onderzoek van januari 2024 plaatst de grond in de toepassingsklasse landbouw/natuur — de strengste klasse van de bodemkwaliteitskaart. Dat is de kwaliteit die deze grond had, en waaraan toepassingen op dit perceel op grond van het Besluit bodemkwaliteit moeten voldoen. Inmiddels zijn er zand en puin opgebracht en zijn in drie boringen baksteenresten aangetroffen. Over de drie hopen zwart granulaat die in september 2026 op het terrein lagen, is inmiddels duidelijkheid, en die hoort hier te staan. Op onze melding van 7 september heeft Omgevingsdienst IJmond op 10 september ter plaatse gecontroleerd. De hopen bleken verwijderd; navraag bij de aannemer wees uit dat het ging om freesasfalt uit herstelwerkzaamheden aan het wegdek, tijdelijk opgeslagen en afgevoerd naar een erkend verwerker, met begeleidingsbrieven.

De omgevingsdienst beoordeelt de situatie als naar behoren en ziet geen nadelige gevolgen voor het milieu. Wij nemen dat over en handhaven dat punt niet. Wat daardoor wél concreter is geworden: voor het toepassen en opslaan van grond en voor het graven in de bodem zijn eerder meldingen gedaan. Die meldingen zijn documenten die wij nog niet hebben, en de vraag naar het eindsituatieonderzoek uit §8.3 is er niet mee beantwoord. Dossierrapport Cruquiusbrug · 14 september 2026 · 38 9. De vragen voor 16 september en 1 oktober 9.1 Wat wij de commissie vragen op 16 september Wij vragen de commissie niet om een oordeel over asielopvang. Wij vragen om iets anders, en het is beperkt: stel het college in de gelegenheid de ontbrekende antwoorden te leveren vóórdat de raad op 1 oktober wensen en bedenkingen meegeeft. Op de peildatum van dit rapport staan 116 schriftelijk gestelde vragen open, verdeeld over zeventien onderwerpen. Twee vragen zijn beantwoord — die over de hopen granulaat, en die naar de kadastrale oppervlakte, die wij zelf hebben beantwoord door het uittreksel op te vragen. Beide handhaven wij niet. Negen vragen zijn deels beantwoord, waarvan zes door de beantwoording van 11 september 2026: die bevestigt telkens dát een onderzoek er nog niet is, zonder te zeggen wanneer het er wel is.

Van de vijf ingediende informatieverzoeken is er één gedeeltelijk beantwoord, één in verzuim, en lopen er drie waarvan de uiterste beslisdatum ná 1 oktober valt. Dat is de kern: de informatiepositie op 1 oktober is bij ongewijzigd beleid slechter dan die op 16 september, omdat drie termijnen pas daarna verstrijken. 9.2 De drie vragen die een raadslid kan stellen en die niet te ontwijken zijn Deze drie zijn zo geformuleerd dat er maar één soort antwoord op mogelijk is: een stuk, een datum, of de mededeling dat het niet bestaat. 1. Op welke opgave zijn Bijlage 5, 6 en 7 gebouwd? Als het antwoord "vijftig plekken en 4.000 m²" is — en dat staat er — dan berust niet alleen de beoordeling van deze locatie maar ook de vergelijking met de twee andere op een andere opgave dan die voorligt. Vraag dan wanneer die analyses worden herzien, en of het voorstel tot dat moment kan wachten. 2. Waarom viel deze locatie in maart 2025 af omdát zij in beschermd landschap ligt, en is zij in juli 2026 geselecteerd omdát zij daar ligt? Beide vaststellingen staan in gemeentelijke stukken. Vraag om de tussenliggende besluitvorming: welk besluit, op welke datum, heeft het uitgangspunt "buiten NNN en BPL" losgelaten? 3. Wat is het eindsituatieonderzoek en wie betaalt het herstel? Er ligt een nulsituatieonderzoek van januari 2024 waarin staat dat dit perceel nooit bebouwd of verhard is geweest.

Vraag of de eindsituatie is onderzocht, en of die en het herstel binnen de raming van € 50.000 tot € 100.000 vallen of daarbuiten. 9.3 Wat wij uitdrukkelijk niet vragen Wij vragen de commissie niet om de locatie af te wijzen. Wij doen ook geen uitspraken over de mensen die er zouden komen wonen: hun samenstelling is volgens Bijlage 11 niet bekend, het WODC onderzoekt die vraag zelf nog, en wat niet bekend is, kan geen argument zijn — niet vóór en niet tegen. 9.4 Wat het college nog kan leveren vóór 1 oktober Zes dingen, alle zes al schriftelijk gevraagd, alle zes binnen drie weken te leveren: 1. De stukken over het werkterrein: de titel van ingebruikname, de opname vooraf, het herstelplan en de kostenraming. Dossierrapport Cruquiusbrug · 14 september 2026 · 39 2. De bevestiging op welke opgave Bijlage 5, 6 en 7 zijn gebaseerd, en de planning van de herziening. 3. Het besluit waarmee het uitgangspunt van maximaal 50 plekken is losgelaten, met datum. 4. Het antwoord op welk aantal, welke termijn en welke openingsdatum gelden. 5. Het eindsituatieonderzoek, of de mededeling wanneer het wordt opgedragen. 6. De verslagen van de informatiebijeenkomsten, inclusief wat met de inbreng is gedaan. Blijven die uit, dan is dat zelf een gegeven dat de raad kan meewegen. Niet als verwijt, maar als vaststelling: over deze zes punten is op het moment van besluitvorming niets bekend.

Verantwoording Dit rapport berust uitsluitend op stukken en op schriftelijke antwoorden. Elk citaat is herleidbaar tot een document met een datum. Waar wij iets als waarneming opnemen — de markeringspalen, de toestand van het terrein op foto's — staat dat er uitdrukkelijk bij. Waar dit rapport gebreken vertoont, komt dat doordat de gevraagde informatie niet, niet volledig of niet tijdig is verstrekt. Wij hebben elk punt schriftelijk uitgevraagd en de antwoorden afgewacht. Waar wij zelf een fout hebben gemaakt, corrigeren wij die zichtbaar; zie §5.3. Openstaande vragen per onderwerp Cruquiusbrug — locatie 23 "Weiland Ringvaar | t/Oude Slot" (Ringvaart/Ketenpark) · perceel Heemstede, sectie C, nummer 4085 Namens een groep van circa 150 belanghebbenden uit de omgeving Slottuin en Cruquius Wat dit document is Dit is een overzicht van de vragen die wij tussen 13 juli en 15 september 2026 schriftelijk aan het college, aan het COA en aan de provincie hebben gesteld en die op de dag van deze vergadering nog niet zijn beantwoord. Elke vraag is per e-mail gesteld, geregistreerd onder een zaaknummer, en na te lopen. Waar wij een antwoordtermijn hebben gevraagd, staat die erbij. Alle vragen in dit overzicht zijn daadwerkelijk gesteld. De laatste berichten zijn op 12 en 13 september 2026 verzonden; bij elke paragraaf staat om welk bericht het gaat en op welke datum.

Vragen met een puntnummer (bijvoorbeeld 39.1) zijn vervolgvragen op de vraag met het hele nummer. Wij stellen niet dat deze vragen niet beantwoord kúnnen worden. Wij stellen vast dat zij op dit moment niet beantwoord zíjn, en dat u zonder die antwoorden op 1 oktober wensen en bedenkingen meegeeft. Bijgewerkt op 13 september 2026. Twee dingen, en wij melden ze allebei uit onszelf. Op 11 september heeft het college onze schriftelijke vragen van juli beantwoord. Zes vragen in dit overzicht zijn daardoor van "open" naar "deels beantwoord" gegaan en één onderwerp is geheel vervallen. En op 13 september hebben wij zelf de kadastrale gegevens van het perceel opgevraagd. Daarmee is vraag 70 beantwoord — door ons, niet door het college — | en is één van onze eigen formuleringen gepreciseerd: de 8.404 m² uit het bodemonderzoek is het werkterrein, niet het perceel, dat 45.674 m² meet. Dat is aanleiding geweest voor vier nieuwe vragen, opgenomen als paragraaf 17. Overzicht — | wat is gevraagd, wat is beantwoord, wat staat open Peildatum 13 september 2026, bijgewerkt na de beantwoording die het college op 11 september 2026 onder zaaknummer 1389105 heeft verstrekt. Waar die beantwoording een vraag raakt, staat dat bij de vraag zelf vermeld, met het citaat en met wat er niettemin openblijft.

Vragen per onderwerp § | Onderwerp | Gesteld | Beantwoord | Deels | Open 1 | Waarom de andere locaties zijn | 9 0 | 0 9 afgevallen 2 | De schaal: 160 plekken op één locatie | 6 | 0 | 0 | 6 3 | De omvang van het perceel en wat erop | 7 0 | 0 7 past 4 | Het terrein: vergunning, herstel en wat | 7 1 | 0 6 er nu ligt 5 | Natuur en de flora- en fauna-ontheffing | 5 | 0 | 1 | 4 6 | Water, waterveiligheid en de | 5 0 | 1 4 waterkering 7 | Nutsvoorzieningen, geluid en milieu | 8 | 0 | 4 | 4 8 | Verkeer, bereikbaarheid en hulpdiensten | 7 | 0 | 1 | 6 9 | De onderzoeken die nog moeten komen | 4 | 0 | 1 | 3 9a | De samenstelling van de bewonersgroep | 3 | 0 | 1 | 2 10 | Schade, overlast en de nulmeting | 6 | 0 | 0 | 6 11 | Openbaarheid en termijnen | 4 | 0 | 0 | 4 12 | Schaal en documentkwaliteit (mail 13.1, | 13 0 | 0 13 8 september) 13 | Het bodemonderzoek en de oppervlakte | 20 1 | 0 19 (mail 13.2, 8 september) 14 | Nulsituatie en eindsituatie (mail 51.1, 8 | 8 0 | 0 8 september) 15 | Bouwtechnische kwalificatie en geborgd | 5 0 | 0 5 beheer (mail 13.3, 13 september) Openstaande vragen · Cruquiusbrug · 16 september 2026 · 1 § | Onderwerp | Gesteld | Beantwoord | Deels | Open 16 | Participatie, en de informatie over 5 0 | 0 5 rechtsmiddelen (mail 48.1, 12 september) 17 | De begrenzing van de locatie op 0,8 4 0 | 0 4 hectare (mail 13.4, 13 september) Totaal | 126 | 2 | 9 | 115 "Deels"

betekent: er is op het onderwerp iets geantwoord, maar niet op de vraag zoals gesteld, of het antwoord roept een vervolgvraag op die eveneens openstaat. De informatieverzoeken Bestuursorgaan | Zaak | Ingediend | Gevraagd | Verstrekt | Stand Gemeente | 1386840 | 13 juli 2026 | zeven onderdelen, onderdeel A.1 A.2 t/m G: geen Heemstede | A t/m G | (deelbesluit 4 | besluit. Termijn september) | verstreken; bezwaartermijn tegen de weglakkingen loopt tot 16 oktober COA | 5040053 | 15 juli 2026 | interne niets | In verzuim. Termijn verkenningen vanaf | verstreken 27 2023; het RFPvE; de | augustus, onderbouwing van | ingebrekestelling 28 het aantal 160 en | augustus, de overwogen | wachttermijn tot 11 alternatieven | september. Beroep mogelijk vanaf 12 september Provincie Noord- | WOO26105 27 augustus correspondentie | niets Verdaagd. Uiterste Holland | 2026 | over de ontheffing | beslisdatum 8 Beschermd | oktober — ná het Landschap | raadsbesluit.

Verzoek om tussentijdse verstrekking vóór 1 oktober staat open Gemeente | 1394701 augustus stukken bij de | niets Doorlooptijd tot 4 Heemstede | 2026 | vergunningaanvraag | oktober — ná het (omwonende) | werkterrein | raadsbesluit Gemeente | 1394851 september aansluiting bij | niets Loopt Heemstede | 2026 | 1394701 (aansluiting) Samengevat: van de vijf informatieverzoeken is er één gedeeltelijk beantwoord, één in verzuim, en lopen er drie waarvan de uiterste datum ná uw besluit van 1 oktober valt. Wat wél is beantwoord — en dat zeggen wij er zelf bij Op één punt heeft een bestuursorgaan snel en inhoudelijk geantwoord, en dat punt is daarmee gesloten. Op onze melding van 7 september over drie hopen zwart granulaat op het perceel heeft Omgevingsdienst IJmond op 10 september 2026 ter plaatse gecontroleerd. De hopen bleken verwijderd. Navraag bij de aannemer wees uit dat het ging om freesasfalt uit herstelwerkzaamheden aan het wegdek, tijdelijk opgeslagen en afgevoerd naar een erkend verwerker, met begeleidingsbrieven. Voor de overige werkzaamheden zijn eerder meldingen gedaan voor het toepassen en opslaan van grond en voor graven in de bodem. De omgevingsdienst beoordeelt de situatie als naar behoren en ziet geen nadelige gevolgen voor het milieu. Wij nemen dat over. Deze vraag is beantwoord en wij handhaven haar niet.

Twee dingen blijven wel staan, en die zijn door dit antwoord juist concreter geworden: de genoemde meldingen voor het toepassen en opslaan van grond zijn documenten die wij nog niet hebben, en de vraag naar het eindsituatieonderzoek en het herstel van de bodem na afloop van het werkterrein — gesteld op 8 september — is hiermee niet beantwoord. 1. Waarom de andere locaties zijn afgevallen Mail 52 en 53, beide 5 september 2026, gemeente met kopie aan de griffie. Antwoord gevraagd vóór 16 september. 1. Per afgevallen locatie: op welke grond is zij afgevallen, waar staat die vaststelling, wie heeft haar gedaan en op welke datum? Het raadsvoorstel vat dit samen in één alinea zonder de locaties te noemen. Openstaande vragen · Cruquiusbrug · 16 september 2026 · 2 Openstaande vragen · Cruquiusbrug · 16 september 2026 · 3 2. Twee locaties met score 1 zijn afgevallen terwijl locaties met score 0 en −1 zijn gebleven. Hoe verhouden de score en de showstopper zich tot elkaar, en waar is die verhouding vastgelegd? 3. Bij vijf locaties vermeldt Bijlage 1 dat "specifieke voorwaarden zijn geformuleerd". Welke zijn dat per locatie, en is vastgesteld of aan die voorwaarden voor deze locatie wordt voldaan? 4. Waar is de vaststelling van de shortlist bestuurlijk vastgelegd, en op welke datum? 5.

Het onderzoek van 2024 stelt over de drie binnenstedelijke locaties — Binnenweg 160, Constantijn Huijgenslaan en Terrein SEIN — vast: "De analyses tonen voor alle drie de locaties op dit moment geen showstopper." In welk raadsbesluit zijn twee daarvan niettemin "niet geschikt geacht", op welke datum en met welke motivering? 6. Hadden die bedenkingen betrekking op de destijds onderzochte variant van circa 50 plekken, of op duurzame opvang van circa 160? 7. Is aan de raad gevraagd zich opnieuw over die locaties uit te spreken nadat het uitgangspunt van maximaal 50 plekken was losgelaten? 8. In de longlist van 2024 zijn negen locaties aangeduid als "Niet openbare locatie" en is er één afgevallen met als showstopper de aanduiding "Niet openbaar". Om welke locaties gaat het, en kan die anonimisering nu het voorstel openbaar is nog worden volgehouden? 2. De schaal: 160 plekken op één locatie Mail 36 (2 september, antwoord gevraagd vóór 11 september), mail 53 (5 september), en Woo-verzoek COA zaak 5040053 van 15 juli — dat laatste is nog geheel onbeantwoord. 9. Waar is de doorrekening op 160 plekken te vinden? De stikstofberekening en de parkeerbalans in Bijlage 7 rekenen met 4.000 m² en 50 kamers; het voorstel gaat over 10.000 m² en 160 plekken. 10.

In welk raadsbesluit is het uitgangspunt van maximaal 50 opvangplekken losgelaten, en op welke datum? Wij vragen dit omdat de raad op 26 juni 2025 het amendement om naar circa 100 te verbreden heeft verworpen, en omdat het college in maart 2026 schreef dat over de omvang "nog geen keuze [is] gemaakt". 11. In welk document van het COA staat de ondergrens van circa 150 plekken, met datum en vindplaats, en heeft die het karakter van een norm of van een voorkeur? 12. De Oplegnotitie 2026 stelt zelf: "De keuze voor een locatie van circa 160 plekken betekent niet dat opvang per definitie op één locatie moet plaatsvinden." Waar is vastgelegd dat de genoemde bestuurlijke overwegingen — "meerdere ruimtelijke en bestuurlijke procedures" en "ambtelijke capaciteit" — zijn afgewogen tegen de gevolg en van een locatie in Beschermd Landschap? 13. Is een variant met twee of drie kleinere locaties doorgerekend of onderzocht? Zo nee, op welke grond is die terzijde gelegd? 3. De omvang van het perceel en wat erop past Mail 47 en mail 52 (5 september), antwoord gevraagd vóór 16 september. 14. Voor hetzelfde perceel circuleren vier getallen: 2.732 m² (longlist 2024), 0,8 ha (longlist 2026), circa 10.000 m² (raadsvoorstel) en 4.000 m² (de berekeningen in Bijlage 7). Welk getal is juist, en op welk getal berust de selectie? 15.

Wij ontvangen graag de kaartbijlage of geografische begrenzing die in 2024 en in 2026 voor deze locatie is gebruikt, zodat het verschil te herleiden is. 16. Welk deel van het perceel is werkelijk bebouwbaar na aftrek van de herplantstrook uit de flora- en fauna-ontheffing, de bermsloot, de watercompensatie, de beschermingszone van de waterkering, de kabels en leidingen en de ontsluiting? Van die berekening bestaat, voor zover wij weten, geen enkel document. 17. Is aan deze locatie een maximum aantal bouwlagen, een maximale bouwhoogte of een maximaal bouwvolume verbonden, en zo ja waar is dat vastgelegd? De enige hoogtetoets in de stukken is die van het Luchthavenindelingsbesluit — 80 tot 100 meter — en het onderzoek merkt daar zelf bij op dat die niet ter zake doet. 18. Bijlage 2 vermeldt dat 150 plekken op deze locatie niet in één bouwlaag passen, en pas bij twee of drie. Bij locatie 8 was de noodzaak van meerlaags bouwen juist een reden tot afwijzing. Waarom is dat bij deze locatie niet als bezwaar gewogen? En is voor 160 plekken vastgesteld bij welk aantal bouwlagen dat past? 19.

Hoe is de kernkwaliteit "openheid en ruimtebeleving", die Bijlage 4 voor deze locatie als "Aanwezig" beoordeelt, vertaald naar randvoorwaarden voor bouwhoogte, bouwvolume of bebouwingsdichtheid? 4. Het terrein: vergunning, herstel en wat er nu ligt Mail 34 (2 september), mail 45 (4 september), mail 50 en 51 (september). Antwoord gevraagd vóór 11 respectievelijk 16 september. 20. De omgevingsvergunning voor het tijdelijke werkterrein en het verkeersbesluit zijn afgelopen en de gebruiksovereenkomst met de provincie eindigde op 30 juni 2026. Op de aanvraag van 28 juli 2026 voor voortzetting is voor zover wij weten nog niet beslist. Onder welke vergunde of anderszins toegestane situatie wordt het terrein sindsdien gebruikt? 21. Op het terrein liggen sinds kort drie hopen zwart, korrelig materiaal, rechtstreeks op de bodem, zonder afdekking, met staand water eromheen en zichtbare verkleuring in dat water. Welk materiaal is dit, hoeveel, wanneer aangevoerd, door wie, en op welke titel? 22. Is voor het toepassen of opslaan van dat materiaal een melding gedaan, en is er een kwaliteitsverklaring of partijkeuring? Is een PAK-markertest uitgevoerd, gelet op de mogelijkheid van teerhoudend asfaltgranulaat? 23. Bijlage 7 beschrijft het perceel als "grotendeels onverhard" en het raadsvoorstel voert aan dat de locatie "reeds ruimtelijk aangetast" is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/3223/documents/47853