18. Begroting 2025 & begrotingswijziging 2024 ODIJ.pdf
Tekst van het document
1
Inleiding
Eerste begrotingswijziging 2024
1/50
Dit is de eerste begrotingswijziging van Omgevingsdienst IJmond (ODIJmond) voor het jaar 2024. Zoals aangekondigd in onze Kadernota 2025 doen wij voor de onvermijdbare stijging in onze lasten een begrotingswijziging. In deze rapportage zijn alleen de paragrafen opgenomen die gewijzigd zijn. Van begroting naar een gewijzigde begroting −
De gewijzigde begroting 2024 wordt in april 2024 aangeboden aan de raden van onze gemeenten en de Provinciale Staten. Hiermee stellen wij hen in de gelegenheid zienswijzen in te dienen.
−
Half juli 2024 stelt het Algemeen Bestuur (AB) de eerste wijziging 2024 vast, zodat wij deze voor 1 augustus 2024 aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) kunnen toezenden.
Verantwoording over wat we hebben gedaan en hoeveel dit heeft gekost Het bestuur en het managementteam worden periodiek geïnformeerd over de voortgang van de realisatie in overeenstemming met de Planning & Controle (P&C) kalender. Rapportages Gedurende het jaar stellen we per vier maanden (twee keer per jaar) een rapportage op, inclusief prognose. Hiermee geven we het bestuur gelegenheid tot monitoren van onze uitvoering inclusief financiën. Hierin rapporteren wij over de voortgang van ons werk en de afwijkingen ten opzichte van onze begroting en Uitvoeringsprogramma van dat jaar. Daarnaast ontvangt het bestuur een keer per jaar de jaarrekening inclusief verklaring van de accountant van het betreffende jaar. Jaarrekening De jaarrekening wordt opgesteld in het eerste kwartaal volgend op het begrotingsjaar, in overeenstemming met de bepalingen van het BBV (Besluit begroting en verantwoording). Deze jaarrekening wordt door de accountant gecontroleerd. Deze jaarrekening wordt, samen met de begroting voor het daaropvolgende jaar én de begrotingswijziging van het huidige jaar aan de deelnemende gemeenten en provincie Noord-Holland toegezonden. Daarna kan zij definitief worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur.
Eerste begrotingswijziging 2024
2/50
2
Financiële uitgangspunten
Eerste begrotingswijziging 2024
3/50
In de vergadering d.d. 8 februari 2024 van het Dagelijks Bestuur (DB) van Omgevingsdienst IJmond is de Kadernota 2025 vastgesteld. In deze Kadernota heeft het DB het signaal afgegeven dat de organisatie te sterk steunt op incidentele middelen. Daarbij moet de aansluiting tussen de opdracht en beschikbare middelen de komende jaren beter. Deze signalen komen onder andere naar voren vanuit een in 2023 uitgevoerde externe visitatie en het landelijke Interbestuurlijk Programma versterking VTH stelsel (IBP-VTH)1, waar omgevingsdiensten getoetst worden op robuustheid. De signalen waren aanleiding voor verder extern onderzoek naar de staat van de financieringsstructuur en het functioneren van de huidige organisatievorm. Op basis van deze constateringen, besloot het DB de directeur een bestuursopdracht te geven om een volledige analyse op te stellen inclusief mogelijke oplossingsrichtingen en deze voor te leggen aan haar bestuur. De directeur wordt hierbij ondersteund door externe expertise op het gebied van VTH, bedrijfsvoering en zelforganisatie. Wij zijn ons ervan bewust dat voor alle deelnemers financieel lastige tijden aankomen. In de bestuursopdracht wordt daarom ook nadrukkelijk gevraagd om duidelijk onderscheid aan te brengen tussen taaksoorten zodat bestuurders inzicht hebben waar eventueel keuzes gemaakt kunnen worden.
Ook vragen we nadrukkelijk te kijken naar de toegevoegde waarde van samenwerking met andere omgevingsdiensten. Tegelijkertijd is de constatering dat ODIJmond in de huidige vorm zeer kostenefficiënt is. Behoud van kostenefficiëntie is een belangrijk doel. Maar het is wel cruciaal dat ODIJmond haar wettelijke taken goed kan uitvoeren. Proces In de maanden maart en april zijn door ODIJmond regionale raadsinformatieavonden georganiseerd. Tijdens deze avonden informeerde de directeur van ODIJmond de raden over het visitatierapport, het IBP-VTH, de ODIJmond Kadernota 2025 en de aan de directeur gegeven bestuursopdracht. Medio 2024 wordt gewerkt aan de uitwerking van de analyse en oplossingsrichtingen. In de Kadernota 2025 is aangegeven dat het vanwege onvermijdbare bedrijfslasten noodzakelijk is om ook onze begroting 2024 te wijzigen. In deze wijziging is nog geen rekening gehouden met de uitkomsten van de bestuursopdracht.
2.1 Financiële verwerking voor de begrotingswijziging 2024 van deze kadernota 1. Kostprijsstijging De kostprijs stijgt met bijna 2%, wat overeenkomt met de afspraken in de Kadernota 2025. Deze toename heeft betrekking op: −
De stijging voor scholing en employability als gevolg van het opzetten van ODNL Academy vanuit het IBP-VTH. Elke omgevingsdienst wordt vanuit de branche verenigingsbijdrage verplicht gesteld hieraan bij te dragen. De bijdrage is voor ODIJmond ingeschat op € 40.000.
−
De algemene kosten zijn gestegen als gevolg van de verplichte bijdrage voor het Noord Hollands archief van € 25.000. Hiervoor is in 2023 een dienstverleningsovereenkomst (DVO) afgesloten. Daarnaast is ook de algemenen contributie aan de branchevereniging ODNL in 2024 verhoogd met € 25.000.
1 https://www.omgevingsdienst.nl/programmas/interberstuurlijk-programma-versterking-vth-ibp-vth/
Eerste begrotingswijziging 2024
4/50
−
De ICT-kosten zijn met € 50.000 verhoogt. Vanwege de groei van onze organisatie is het gebruik van applicaties toegenomen. Binnen onze huidige omgeving is het niet langer mogelijk om gebruik te maken van gereduceerde tarieven voor kleine bedrijven.
2. Loonkosten en formatieplaatsen In de wijziging is een stijging van acht formatieplaatsen opgenomen ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. Dit betreft: −
Een formatieplaats is voor de uitbreiding van HR;
−
Zes formatieplaatsen zijn het gevolg van ingebrachte taken van onze deelnemers, zoals buitengebied inventarisatie van gemeente Heemskerk, milieutaken van gemeente EdamVolendam en bouw- en woningtaken voor gemeente Landsmeer;
−
Een formatieplaats is voor een geluidsadviseur die wordt aangetrokken voor de uitvoering van geluidssaneringsprojecten.
Met uitzondering van de uitbreiding op HR, die gedekt wordt vanuit de verhoging van de kostprijs, zijn deze loonkosten gedekt uit hogere bijdragen voor dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) en subsidiebijdragen. 3. Inhuurbudget Het inhuurbudget is aangepast naar € 600.000. De verhoging is in 2024 gedekt uit nog te besteden subsidies en de bestemmingsreserves IBP-VTH. 4. Werving en selectiekosten: De werving en selectiekosten zijn verhoogd. Deze verhoging is in 2024 gedekt vanuit de bestemmingsreserve impuls arbeidsmarkt. 5. Een stijging van de baten uit subsidies en bijdragen uit dienstverleningsovereenkomsten in verband met ingebrachte taken door onze deelnemers. 6. De effecten van de uitwerkingen van de bestuursopdracht zijn op dit moment nog niet kwantificeerbaar. Het is niet uitgesloten dat de uitkomsten van de bestuursopdracht aanleiding geven om deze nog in 2024 op te moeten pakken. Daarom is deze post PM. Nog niet verwerkt in deze begrotingswijziging − De uitvoering van het vervolg van het programma Indirecte Lozingen. −
Taakuitbreiding als gevolg van de Omgevingswet voor onder andere de gemeente Purmerend
−
De effecten van de uitwerkingen van de bestuursopdracht.
Tarief 2024 Het basistarief van onze diensten bedraagt voor 2024 € 99,12 (2024: € 97,25 oorspronkelijke begroting).
Eerste begrotingswijziging 2024
5/50
3
Hoofddoelstelling
Eerste begrotingswijziging 2024
6/50
3.1
Achtergrond
Op 1 januari 1999 zijn wij gestart met de uitvoering van alle wettelijke milieutaken voor de IJmondgemeenten, te weten: Beverwijk, Heemskerk en Velsen. De gemeente Uitgeest is in dat jaar ook toegetreden tot de Gemeenschappelijke Regeling (GR). Op 1 januari 2014 en 1 januari 2015 gevolgd door de gemeente Haarlem en provincie Noord-Holland, respectievelijk de gemeenten Purmerend en Beemster. In 2017 zijn de gemeenten Bloemendaal, Heemstede, Zandvoort, Landsmeer, Oostzaan, Waterland, Wormerland en Edam-Volendam toegetreden tot de GR met het basistakenpakket. Per 1 januari 2016 voeren wij eveneens de plustaken vergunningverlening bodem voor provincie Noord-Holland uit. Naast de taken die in de GR zijn ingebracht, voeren wij takenpakketten uit op basis van langlopende dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) voor de gemeenten Bloemendaal, Heemstede, Zandvoort, Landsmeer, Oostzaan, Waterland, Wormerland, Uitgeest en Heemskerk.
3.2
Maatschappelijke meerwaarde
Wij zijn een uitvoeringsorganisatie van overheidstaken op het gebied van de fysieke leefomgeving. In de afgelopen jaren is gebleken dat door het bundelen van kennis een maximale synergie kan worden gerealiseerd. De samenwerking wordt gezocht waar het een meerwaarde heeft. De meerwaarde ligt verder in de verbetering en de vereenvoudiging van de dienstverlening naar burgers en bedrijven en verdergaande kwaliteitsverbetering van de uitvoering. Daarnaast wordt, gelet op de grote bandbreedte op verschillende vakgebieden, de kwetsbaarheid voor gemeenten verminderd. Wij willen een landelijk vooruitstrevende en toekomstbestendige voorbeeldorganisatie zijn, waar partners met vertrouwen mee samenwerken.
3.3
Ondersteunen bij beleidsontwikkeling
Het ondersteunen van gemeenten en provincie bij beleidsontwikkeling is onlosmakelijk verbonden met de praktijk van de uitvoering. Vanuit de eigen deskundigheid dragen wij zorg voor een adequate afstemming met onze gemeenten en provincie. Een goede en kostenbewuste uitvoering is niet mogelijk zonder heldere beleidskaders van onze opdrachtgevers. Tegelijkertijd doen wij ook voorstellen voor het uitvoeringsbeleid vanuit onze eigen expertise, zoals de handhavingsstrategie.
3.4
Breed takenpakket
Onze activiteiten beperken zich al jaren niet meer tot alleen ‘klassieke’ milieutaken. In een aantal gemeenten wordt het toezicht ook integraal uitgevoerd op bovenwettelijke (milieu)taken, zoals brandveiligheid, bouw- en woningtoezicht, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV), Digitaal opkoping register (DOR) en Alcoholwet. Wij investeren in het opleiden van onze medewerkers om hen breed en sector overstijgend in te kunnen zetten. Wij zien op termijn voordelen in het verbreden van ons takenpakket waar deze inhoudelijk en/of procesmatig vergelijkbare voordelen biedt aan de verschillende opdrachtgevers, zoals dit het geval is bij de bundeling van milieutaken. De vernieuwing van het toezicht door de integrale aanpak sluit goed aan bij deze landelijke trend. Wij willen deze taken efficiënt en effectief uitvoeren.
Eerste begrotingswijziging 2024
7/50
4
Financieel kader
Eerste begrotingswijziging 2024
8/50
4.1 Wijze van financiering De financiële exploitatie van ODIJmond is gebaseerd op de bijdragen van de deelnemende gemeenten. Die kent op dit moment de vorm van inputfinanciering: per gemeente worden de uren afgestemd op de verwachte uit te voeren taken, er wordt vooraf één vast uurtarief afgesproken en daarmee is de bijdrage van elke gemeente bekend, evenals bijna alle inkomsten voor onze begroting. Jaarlijks wordt een begroting opgesteld op basis van de gegarandeerde, gecontracteerde uren die voor onbepaalde tijd per gemeente zijn vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling (GR). Een aantal gemeenten participeert in de verdeelsleutel. Daarnaast hebben deelnemers aanvullende dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) met ons afgesloten. De formatie en vaste kosten zijn hierop afgestemd, de begroting is zo tenminste budgettair neutraal. Uitbreiding van het basistakenpakket door in werking treden van de Omgevingswet In de begroting van 2024 gaan wij ervan uit dat alle basistaken door onze deelnemers zijn ingebracht. Aangezien voor sommige deelnemers de inschatting van de afname van de uitbreiding taken nog niet goed is te kwantificeren, moet er rekening mee gehouden worden dat de bijdrage nog kan veranderen. Verdeelsleutel De looptijd van de huidige, vastgestelde verdeelsleutel is 2019-2023.
Op dit moment wordt door de directeur in opdracht van het bestuur een analyse uitgevoerd naar de staat van de financieringsstructuur. In afwachting van de resultaten van deze opdracht is deze eerste gewijzigde begroting opgesteld op basis van de huidige verdeelsleutel. Gedifferentieerde tarieven Naast de GR-bijdragen, is het gebruikelijk dat in het lopende jaar de gemeente of andere opdrachtgevers aanvullende tijdelijke taken afnemen; deze diensten zijn incidenteel. Om te kunnen blijven voldoen aan deze vraag is soms inhuur of tijdelijke uitbreiding van formatie nodig. Voor deze tijdelijke werkzaamheden op contractbasis wordt een opslag op ons basistarief van 10-25% gehanteerd. Tarief 2024 Het basistarief van onze diensten bedraagt voor 2024 € 99,12 (2024: € 97,25 oorspronkelijke begroting). 4.1.1 Wijze van kostennormering Het financieel kader is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: −
Als productiviteitsnorm wordt uitgegaan van 1.340 uur, een percentage van 72,9% van de totale beschikbare uren per fte (1.836). Dit betreft de ‘declarabele’ uren, de uren die direct gerelateerd zijn aan productie voor deelnemers.
Eerste begrotingswijziging 2024
9/50
4.1.2 Financieel beleid De begroting 2024 is niet structureel in evenwicht. De totale begroting is wel in evenwicht door de dekking van incidentele baten. Dit betekent dat wij structurele lasten dekken uit incidentele baten. De oorzaak hiervan is de toenemende trend van financiering voor projecten korter dan vijf jaar en de binnen vijf jaar aflopende DVO’s. In 2024 gaan wij met al onze deelnemers hierover in gesprek. Het streven is om dit in 2024 beter in balans met elkaar te brengen. Wanneer onder andere de structurele begroting in evenwicht is, is het laagste niveau van financieel toezicht van het ministerie van Binnenlandse Zaken van toepassing. Wanneer dit evenwicht niet hersteld kan worden in de meerjarenraming is een aanscherping van dit financiële toezicht door het ministerie van Binnenlandse Zaken mogelijk. Op het uurtarief hebben de volgende vier factoren een mogelijk effect 1. Loon- en prijsontwikkelingen (index opgave CPB): hierop heeft ODIJmond geen invloed; 2. DVO-uren omvang: wanneer het aantal door gemeenten gegarandeerde/vaste uren daalt, stijgt het uurtarief (en vice versa). 3. Besparingen: het driesporentraject voor de kostenbesparingen. Deze worden in principe ‘ingeboekt’ bij realisatie. 4. Wet- en regelgeving.
Eerste begrotingswijziging 2024
10/50
5 Eerste begrotingswijziging 2024
Verplichte paragrafen
11/50
5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De weerstandsparagraaf (WP) biedt een overzicht van die risico's waarvoor geen dekking is gegeven via een verzekering of een voorziening. Reguliere, veel voorkomende, geringe risico's worden niet opgenomen. Van de niet gedekte risico's wordt via kans en geschatte schade de benodigde weerstandscapaciteit gepresenteerd. Dit rapport biedt ons inzichten om deze paragraaf te actualiseren in onze jaarrekening en begroting zoals ook de wetgeving in het Besluit begroting en verantwoording (BBV) voorschrijft om eens in de vier jaar te doen. Dit betekent dat we dit in 2024 of 2025 willen herijken. In 2020 hebben wij de laatste risico-inventarisatie laten uitvoeren. Door middel van een zogenaamde Monte Carlo-simulatie2 is vervolgens het weerstandvermogen berekend. Wanneer ODIJmond een weerstandsvermogen aanhoudt van € 467.000 ontstaat een zekerheid van 90% dat zij in staat is haar risico’s in voldoende mate af te dekken. Het kiezen voor de 90% norm is binnen de publieke sector algemeen geaccepteerd en wordt breed toegepast binnen het lokaal en midden bestuur. Het huidige weerstandsvermogen is momenteel voldoende. Uitgangspunten en aanpak benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is de financiële waardering van alle voor het weerstandvermogen relevante risico’s.
Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen wordt een risico-inventarisatie uitgevoerd. Risico’s zijn mogelijke gebeurtenissen die kunnen leiden tot financiële tegenvallers, die niet goed te voorzien zijn of waarvoor geen andere maatregelen zijn getroffen. Of risico’s waarvan na het treffen van beheersmaatregelen nog restrisico’s overblijven van materiële betekenis in relatie tot de financiële positie. Van reguliere risico’s (risico’s die zich regelmatig voordoen, die veelal vrij goed meetbaar zijn en die beperkte financiële gevolgen hebben) worden verondersteld dat deze met continuering van bestaand beleid ondervangen kunnen worden in de vastgestelde begroting. Deze maken daarom geen onderdeel uit van de inventarisatie. I In de eerste plaats wordt van alle niet-reguliere risico’s afzonderlijk een inschatting gemaakt wat de kans van optreden is en welke financiële gevolgen het risico met zich meebrengt, bij optreden. Vervolgens zijn door middel van een statische analyse (Monte Carlo-simulatie) alle risico’s doorgerekend en is op basis van de P90-waarde de benodigde weerstandscapaciteit bepaald. Wij hebben de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit in 2020 laten uitvoeren. Deze is opgenomen in het rapport weerstandsvermogen3.
Uitgangspunten beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit wordt door het Besluit begroting en verantwoording (BBV)4 gedefinieerd als de middelen waarover een organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken.
2 De Monte Carlo simulatie is een computergestuurde techniek waarbij een fysiek proces niet één keer, maar vele malen
wordt gesimuleerd.
3 Op 16 december 2020 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. 4 https://vng.nl/artikelen/wettelijke-regels-begroting-bbv
Eerste begrotingswijziging 2024
12/50
Algemene reserve Het vrij besteedbare deel van de algemene reserve kan voor de berekening van de incidentele weerstandscapaciteit worden ingezet. De huidige omvang van de algemene reserve voor resultaat bestemming 2023 bedraagt € 467.000 Bestemmingsreserves Dit zijn reserves met een bestedingsfunctie waarbij geld is weggezet voor toekomstige uitgaven of investeringen. Ondanks deze bestedingsfuncties zou besloten kunnen worden, indien noodzakelijk, de bestemmingsreserve bestedingsvrij te maken om risico’s financieel op te vangen. Omdat dit ten koste zou gaan van bestaand beleid, hebben wij ervoor gekozen om de besloten bestemmingsreserves niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit te rekenen. Begrotingsruimte en stille reserves Onze begroting is sluitend, daarnaast zijn stille reserves niet aanwezig. De eventuele begrotingsruimte worden niet als bestanddeel van de weerstandscapaciteit gerekend. Voorzieningen In 2023 bestaan de voorzieningen uit een voorziening voor de onderhoudskosten van het kantoorpand, een voorziening voor financiële verplichtingen van specifieke medewerkers. De voorziening voor het onderhoud van ons pand is ontstaan vóór 2021. De personele voorziening is gevormd in 2021. Omdat naast deze specifieke medewerkers, dit risico aanwezig blijft ten aanzien van andere medewerkers, wordt het risico en de weging in de benodigde weerstandscapaciteit gehandhaafd.
De voorzieningen worden niet meegerekend in de beschikbare weerstandscapaciteit. Het uitgangspunt is dat alleen de Algemene Reserve en eventueel gerealiseerd resultaat in een boekjaar van ODIJmond tot de beschikbare weerstandscapaciteit wordt gerekend. Indicatie beschikbare weerstandscapaciteit
Bedrag
Algemene reserve
€ 467.000
Totaal
€ 467.000
Beschikbare weerstandscapaciteit (per 31 december 2023, vóór resultaatbestemming 2023)
Benodigde weerstandscapaciteit Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is een risico-inventarisatie uitgevoerd. Deze heeft tot de onderstaande lijst geleid. Deze tabel is ontleend aan het rapport weerstandsvermogen 5.
5 Dit rapport is op 16 december 2020 door het Algemeen Bestuur van ODIJmond vastgesteld.
Eerste begrotingswijziging 2024
13/50
Op basis van gekwantificeerde risico’s is een Monte Carlo-simulatie uitgevoerd. Het resultaat daarvan is in figuur 1 t/m 3 weergegeven.
Figuur 1 Kansverdeling
Eerste begrotingswijziging 2024
14/50
Figuur 2 Berekening benodigde weerstandscapaciteit
Figuur 3 Tabel weerstandscapaciteit
Uit Figuur 1 valt af te lezen dat bij een zekerheidspercentage van 90% het risicoprofiel € 467.360 bedraagt. Met andere woorden, in 90% van alle uitgevoerde simulaties is het bedrag dat uitgegeven dient te worden aan optredende risico’s niet hoger dan € 467.360. Risico’s die ontstaan zijn na de laatst uitgevoerde risico-inventarisatie In 2024 is een nieuwe risico-inventarisatie gepland. Een aantal risico’s is toegenomen in kans of omvang en daarnaast zijn er nieuwe risico’s. De impact op het benodigde weerstandsvermogen is nog niet berekent en niet opgenomen in deze begroting.
Eerste begrotingswijziging 2024
15/50
Uitbreiding risicoanalyse
Beoordeling weerstandsvermogen Op basis van het in de vorige paragrafen geformuleerd beschikbare en benodigde weerstandsvermogen, kan voor ODIJmond de ratio van het weerstandsvermogen worden berekend. De laatste herijking van het weerstandsvermogen vond plaats in 2020, en het huidige weerstandsvermogen is gebaseerd op dit rapport en wordt verantwoord in deze jaarrekening, met een ratio van 1.0. Echter, voor 2024 staat een nieuwe risico-inventarisatie gepland waarbij sommige risico's in kans of omvang zijn toegenomen en er ook nieuwe risico's zijn geïdentificeerd. De impact van deze ontwikkelingen op het benodigde weerstandsvermogen is nog niet berekend en daarom niet opgenomen in de jaarrekening.
Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio > 2,0 1,4 -2,0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6
Betekenis Uistekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Betekenis van het de weerstandsratio.
Eerste begrotingswijziging 2024
16/50
5.2 Financiële kengetallen Kengetallen geven de verhouding weer tussen onderdelen van resultatenrekening en/of balans en helpen bij de beoordeling van onze financiële positie. Deze kengetallen geven inzicht in hoeveel (financiële) ruimte wij hebben om structurele en incidentele lasten te dekken. De verplicht op te nemen kengetallen in de jaarrekening staan in artikel 113 van het BBV en worden in onderstaande tabel berekend en toegelicht. Ratio's
Realisatie
Oorspronkelijke begroting
Gewijzigde begroting
Begroting
2023
2024
2024
2025
%
%
%
%
Netto schuldquote
-11,58
-10,80
-21,17
-18,32
Netto schuldquote gecorrigeerde voor verstrekte. leningen Solvabiliteitsratio
-11,51
-10,87
-21,24
-18,39
6,04
5,14
4,39
4,49
Structurele exploitatieruimte
-5,00
-9,17
-5,73
-17,88
Netto schuldquote, al dan niet gecorrigeerd voor alle leningen Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto-schuldquote. De quote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van rentelasten en aflossingen op de exploitatie. De langlopende lening van ODIJmond is aflossingsvrij. Er is geen sprake van rentelasten bij onze kortlopende schulden, grotendeels nog aan te wenden en vooruit ontvangen specifieke uitkeringen. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin ODIJmond in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen (EV) als percentage van het balanstotaal. Het EV van een gemeente bestaat volgens Artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Structurele exploitatieruimte Om te zien hoe groot de structurele exploitatieruimte is, kijkt ODIJmond naar de structurele baten en lasten en vergelijken deze met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Grondexploitatie Wij exploiteren geen grond, waardoor dit kengetal niet van toepassing is. Belastingcapaciteit Omdat wij geen belastingen innen, is dit kengetal niet van toepassing.
Eerste begrotingswijziging 2024
17/50
5.3 Onderhoud kapitaalgoederen Voor het groot onderhoud is een meerjaren-onderhoudsplan (MJOP) opgesteld door de afdeling Bouwkunde van gemeente Beverwijk. Het MJOP is opgesteld voor al het grote onderhoud van het gehele gebouw en verdeeld in twee onderdelen, te weten: −
Gemeente Beverwijk, het Stadhuis;
−
Gemeente Beverwijk, het Verhuur (of markt) kantoor.
Van ieder onderdeel is een aparte MJOP opgesteld. Het MJOP is in oktober 2020 door een extern bureau, in opdracht van gemeente Beverwijk, geactualiseerd. Alle partijen zijn zelf verantwoordelijk voor de inrichting van het door hun gebruikte gebouwdeel. Gekozen is om de gebouwonderdelen, die gezamenlijk gebruikt worden en/of bij alle partijen voorkomen, gelijktijdig uit te voeren. De jaarlijkse kosten voortkomend uit het MJOP maken onderdeel uit van de begroting van de VvE 6. In de begroting is rekening gehouden met een last van € 78.000 op jaarbasis. Deze kosten komen in de begroting (en jaarrekening) tot uitdrukking onder de huisvestingskosten. Voor de eigen onderdelen vanuit het MJOP heeft ODIJmond vanaf boekjaar 2015 een voorziening ‘groot onderhoud’ gevormd. Op basis van het MJOP bedraagt de dotatie van de voorziening in 2024 € 38.750. Dit is in overeenstemming met 2023. In 2024 doorloopt ODIJmond het MJOP voor ons deel nogmaals en actualiseren wij dat waar nodig. Mogelijk volgt hieruit een hogere noodzakelijke dotatie aan de voorziening. In de gewijzigde begroting is hiermee nog geen rekening gehouden.
5.4 Treasury/financiering Wij hebben in 2014 een treasury statuut met daarin een treasury beleid opgesteld. Het treasury statuut heeft tot doel een kader te scheppen waarbinnen de financiële continuïteit van ODIJmond kan worden gewaarborgd. Hiervoor zijn enkele doelstellingen opgesteld. 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. 2. Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten van ODIJmond tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s. 3. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO), de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (RUDDO), het besluit Leningsvoorwaarden Decentrale Overheden en de limieten en richtlijnen van het treasury statuut. 5. Het realiseren van informatiestromen ter ondersteuning van de opstelling van het treasury beleid, de uitvoering van het beleid en de verantwoording daarover. ODIJmond bewaakt de saldi op de betaalrekeningen actief. Hierbij is het uitgangspunt het saldo op de betaalrekening zo laag mogelijk te houden. Met ingang van 2014 doen wij aan het verplichte Schatkistbankieren. ODIJmond heeft geen deposito’s in de schatkist afgesloten.
Van toepassing zijn
6 Vereniging van eigenaren.
Eerste begrotingswijziging 2024
18/50
de wet- en regelgeving is de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO). Lening Ten behoeve van de nieuwbouw hebben wij destijds een renteswap over een nominaal bedrag van € 3.700.000 bij de Rabobank afgesloten. In 2025 bedragen de rentelasten voor de vaste schuld voor de aanschaf van ons pand in Beverwijk € 14.430. Bij het aantrekken van vreemd vermogen zijn in de Wet FIDO grenzen gesteld in hoeverre dit mag plaatsvinden met kort vreemd vermogen en de mate waarin renterisico mag worden gelopen over de vaste schulden. De kasgeldlimiet ligt voor gemeenschappelijke regelingen op 8,2% en de renterisiconorm op 20% van de jaarbegroting met een minimumbedrag van € 2.500.000. De kasgeldlimiet is voor ons niet van belang omdat er geen kasgeldleningen zijn aangetrokken. Per 2 januari 2021 is de lening van de BNG voor tien jaren geherfinancierd, waardoor per heden de minimum risiconorm volgens de Wet FIDO niet wordt overschreden. Renteschema Renteschema
Bedrag
Externe rentelasten
€ 14.430
Externe rentebaten
-
Saldo rentelasten en rentebaten
€ 14.430
Verplicht door te rekenen rente aan grondexploitatie
-
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
€ 14.430
Rente over eigen vermogen
-
Rente over voorzieningen
-
Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente
€ 14.430
De aan taakvelden toegerekende rente (overhead)
€ 14.430
Renteresultaat
-
In bovenstaande tabel wordt het renteschema weergegeven
5.5 Bedrijfsvoering en personeel
Formatie
Realisatie
Begroting
2023
2024
Gewijzigde begroting 2024
Begroting 2025
GR-formatie Formatie overeenkomsten en (subsidie)projecten Overheadformatie
Eerste begrotingswijziging 2024
62,0
62,3
63,4
63,4
45,0
39,5
43,8
43,8
23,1
27,9
30,3
30,3
19/50
Formatie Regeling Generatiepact
2,3
2,1
2,5
2,0
Totaal formatie
132,4
131,8
140,0
139,0
Kantoorpanden Binnen onze kantoorpanden in Beverwijk en Wormer heeft ODIJmond gekozen voor een flexibel werkconcept. Daarnaast wordt nagenoeg volledig digitaal gewerkt en gearchiveerd. Het kantoorpand in Beverwijk is in eigendom en dat in Wormer wordt gehuurd. Aandachtspunten zijn voldoende vergaderruimtes en werkplekken. Eventuele aanpassingen aan de kantoren doen wij binnen de investeringsbegroting.
5.6 Verbonden partijen Wij zijn per 31 december 2023 primair verbonden aan onze deelnemende gemeenten: Beverwijk, Bloemendaal, Edam-Volendam, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Uitgeest, Velsen, Waterland, Wormerland en Zandvoort en Provincie Noord-Holland. VvE Stationsplein ODIJmond en gemeente Beverwijk zijn gezamenlijk eigenaar van het pand aan het Stationsplein 48, 48a en 48b. Volgens de akte van splitsing is een VvE geformeerd. Het bestuur is tweeledig en bestaat uit een bestuurslid van ODIJmond en een bestuurslid vanuit gemeente Beverwijk. Voor beide partijen is sprake van financiële aansprakelijkheid. Als de VvE haar verplichtingen niet nakomt wordt dit verhaald op de eigenaren. Gegevens over 2023 van de VvE: a.
Naam en vestigingsplaats
VVE Stationsplein 48 te Beverwijk
b.
Openbaar belang dat wordt behartigd
Gezamenlijk onderhoud en beheer van het pand 1-1-2023 en 31-12-2023: 3/16 deel.
c.
Belang in de verbonden partij
d.*
Verwachte omvang van het Eigen Vermogen (EV)
Verwachte omvang van het Vreemd Vermogen (VV)
e.*
Verwachte omvang van het financiële resultaat
Voor het overige deel is de gemeente Beverwijk eigenaar. De stemverhouding is 50/50.
01-01-2023: € 15.435 31-12-2023: € 47.908 1-1-2023: € 476.950 31-12-2023: € 597.245 Het VV bestaat per 31-12-2023 nagenoeg geheel uit het reservefonds voor groot onderhoud.
€ 32.473 positief resultaat verwacht Op basis van concept jaarrekening.
(*) Dit op basis van de concept jaarrekening over 2023.
Eerste begrotingswijziging 2024
20/50
Gedurende het boekjaar 2023 hebben wij geen bestuurlijke en financiële belangen in andere partijen gehad.
Eerste begrotingswijziging 2024
21/50
6
Financiële begroting (inclusief overhead)
Eerste begrotingswijziging 2024
22/50
6.1 Overzicht baten en lasten 6.1.1 Baten (incl. overhead)
GR-bijdragen Gemeente Beverwijk Gemeente Bloemendaal Gemeente EdamVolendam Gemeente Haarlem Gemeente Heemskerk Gemeente Heemstede Gemeente Landsmeer
Realisatie 2023
Oorspronkelijke begroting 2024
€
€
1.069.887 103.172 179.799 1.549.476 597.009 104.232 63.334
Provincie Noord-Holland bodemtoezichttaken
1.015.884
Provincie Noord-Holland VTH plustaken
122.717
Gemeente Oostzaan Gemeente Purmerend Gemeente Uitgeest Gemeente Velsen Gemeente Waterland Gemeente Wormerland Gemeente Zandvoort GR-bijdragen deelnemers Overeenkomsten en (subsidie)projecten Overige baten
61.111 305.959 247.780 1.975.597 99.051 128.867 130.110 7.753.985
Gewijzigde begroting 2024
Begroting 2025 €
1.209.573 149.812 273.133 1.763.575 682.366 147.571 153.301 310.714 130.315 132.478 405.603 293.151 2.193.864 177.052 191.001 170.869 8.384.378
1.226.497
1.289.824
152.688
160.979
278.377
293.493
1.788.705
1.881.296
691.796
727.454
150.404
158.571
156.244
164.728
316.679
333.875
132.817
140.029
135.022
142.353
413.391
435.838
297.280
312.643
2.224.484
2.339.299
180.451
190.250
194.669
205.239
174.150
183.606
8.513.656
8.959.479
8.304.802
5.828.734
7.596.748
7.296.366
119.068
40.000
117.000
27.000
14.253.113
16.227.404
16.282.846
Nagekomen baten TOTAAL BATEN
16.177.855
-
De GR bijdrage is in de tabel inclusief de bijdrage voor de bodemtaken.
-
Voor de specificatie van de overeenkomsten en overige (subsidie) projecten verwijzen wij naar de bijlage opgenomen in hoofdstuk 11.
Eerste begrotingswijziging 2024
23/50
6.1.2 Lasten (incl. overhead)
Personele lasten Salarissen en sociale lasten Werving & personeelsbeleid Inhuur derden Scholing & employability Overige personeelslasten Subtotaal personele lasten
Realisatie
Begroting
2023
2024
€
€
Gewijzigde begroting 2024
Begroting 2025 €
10.376.754
11.521.511
12.290.000
12.830.760
56.155
24.000
74.000
74.000
611.117
152.500
600.000
200.000
225.856
288.038
328.038
335.255
260.956
210.000
210.000
214.620
11.530.838
12.196.049
13.502.038
13.654.635
65.260
65.300
65.300
65.300
99.348
100.000
100.000
102.200
203
5.000
5.035
5.146
77.925
127.125
128.015
155.831
14.430
14.430
14.430
14.430
257.167
311.855
312.780
342.907
48.902
47.431
47.431
48.474
13.148
25.625
25.625
26.189
62.671
40.000
40.000
40.880
326.665
268.000
268.000
273.896
33.840
26.000
26.000
26.572
441.292
365.000
415.000
424.130
31.831
39.000
39.000
39.858
404.075
311.685
361.685
384.642
1.280
1.200
1.200
1.226
1.363.704
1.123.941
1.223.941
1.265.868
2.931.155
680.889
1.300.493
1.034.045
41.889
-
16.339.252
16.297.455
Kapitaalslasten Afschrijvingslast Gebouw Afschrijvingslast Verbouwing & inventaris Afschrijvingslast Vervoermiddelen Afschrijvingslast ICT Rentelast vaste schuld (aanschaf pand) Subtotaal kapitaalslasten Overige bedrijfslasten PZ-zaken/ salarisadministratie Organisatieontwikkeling Accountants- en advieskosten Huisvestingskosten Facilitaire kosten ICT-kosten Handhavingskosten Algemene kosten Bankkosten Subtotaal overige bedrijfslasten Externe projectkosten Nagekomen baten en lasten Vennootschapsbelasting TOTAAL LASTEN
Eerste begrotingswijziging 2024
346-
-
16.124.407
14.312.734
24/50
6.2 Totalen
Totaal baten Totaal directe lasten Overhead
Realisatie
Begroting
2023 €
2024 €
16.177.855
14.253.113
16.227.404
16.282.846
12.734.386
11.035.455
12.675.850
12.611.811
3.390.021
3.277.279
3.663.402
3.685.643
53.448
59.621-
111.848-
14.609-
50.000
-
102.040
59.621
111.848
14.609
105.488
0
0-
0
Saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Resultaat
Gewijzigde begroting 2024
Begroting 2025 €
-
6.3 Incidentele baten en lasten Realisatie
Begroting
Gewijzigde begroting 2024
Begroting
2023
2024
Totaal incidentele baten
1.590.348
2.213.242
4.180.195
4.021.995
Totaal incidentele lasten
730.728
944.564
1.782.493
1.116.045
2025
6.4 Specificatie naar taakvelden Taakveld
Baten
Mutatie reserves
Lasten
Saldo
8.3 Wonen en bouwen
€
2.851.005
€ 2.008.368
7.4 Milieubeheer
€
13.088.718
€ 10.520.738
€
2.567.980
0.4 Overhead
€
79.567
€ 3.663.402
€
-3.583.835
4.1 Openbaar basisonderwijs 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)
€
131.114
€
131.114
€
-
€
-
€
-
0.5 Treasury
€
77.000
€
15.630
€
61.370
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
€
16.150.404
-
€
-111.848
€ 111.848
€
111.848
€
-0
0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
Eerste begrotingswijziging 2024
€ 16.339.252
€
€
842.637
25/50
7
Toelichting op de baten en lasten
Eerste begrotingswijziging 2024
26/50