13. ODIJmond - NvA Zienswijzen ontwerpbegroting 2027 ANONIEM
Tekst van het document
• Altijd actuele digitale vergunning • Door ontwikkelen BI-strategie • Ketentoezicht 3.3 Ontwikkelingen werkgebied ODIJmond Het werkgebied van ODIJmond bestaat uit 14 gemeenten en de Provincie Noord-Holland. De gemeenten zijn verdeeld over regio’s; IJmond, Zuid-Kennemerland en Zaanstreek-Waterland. Binnen dit werkgebied zijn er drie aandachtspunten. Dat is de verplichte congruentie met de een veiligheidsregio, diverse herindelingstrajecten binnen ons werkgebied en als laatste heeft de gemeente Zandvoort aangegeven taakharmonisatie van de VTH-bouwtaken te willen onderzoeken met gemeente Haarlem, aanleiding hiervoor is de ambtelijke fusie tussen beide partijen. Het college van Zandvoort nam hierover begin 2026 een principe besluit, waarbij een overgang van Begroting 2027 14 taken per 1 januari 2028 wordt onderzocht. Gedurende 2027 zullen we deze ontwikkeling nadrukkelijk volgen en samen met Haarlem-Zandvoort uitwerken. Niet robuuste omgevingsdiensten dienen congruent te zijn met het werkgebied van een veiligheidsregio. ODIJmond is dit historisch gezien niet, omdat de gemeenten Haarlemmermeer en Zaanstad hun taken hebben ondergebracht bij ODNZKG. Wij zijn met IenW in gesprek over deze robuustheidseis voor onze organisatie, zie ook paragraaf Robuust VTH stelsel. In het werkgebied spelen bij meerdere deelnemers mogelijke herindelingstrajecten.
In ons werkgebied zijn er vier gemeenten die in gesprek zijn over een mogelijke fusie. Zolang herindelingen plaatsvinden binnen het werkgebied van ODIJmond heeft dit geen effect op de dienst. Als een herindeling ervoor zorgt dat er een gemeente uittreedt dan raakt het ook de toekomstbestendigheid van de dienst. 3.4 Versterken van het VTH-stelstel Het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH (IBP-VTH) is een landelijk programma om het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) te verbeteren. In dit programma werken gemeenten, provincies, omgevingsdiensten en het Rijk samen. Het programma kwam voort uit het rapport van de commissie Van Aartsen (2021). Deze commissie concludeerde dat het VTH- stelsel in Nederland te versnipperd was en dat omgevingsdiensten niet altijd sterk genoeg waren georganiseerd. Daardoor konden milieuproblemen soms onvoldoende worden aangepakt. Binnen het IBP zijn de landelijke kwaliteitscriteria voor gemeenten en omgevingsdiensten aangescherpt en er zijn aanvullende robuustheidseisen opgesteld waaraan omgevingsdiensten per 1 april 2026 dienen te voldoen. Ook wij werken hard om aan alle criteria te voldoen. Wij maken daarin onderscheid tussen toekomstbestendigheid en robuustheid. Toekomstbestendigheid betekent dat wij nu, en over tien jaar, in staat zijn onze dienstverlening autonoom en kwalitatief hoogwaardig uit te voeren.
Belangrijke kaders daarbij zijn het borgen van de huidige efficiency, kennisbundeling en het verminderen van kwetsbaarheid. Voor ons bestuur is het verbeteren van deze toekomstbestendigheid belangrijk, ongeacht hoe de rijksoverheid verder zou gaan met robuustheid en de daarbij horende criteria. ODIJmond voldoet op dit moment aan 15 van de 18 criteria. De verwachting is dat wij, mede met het vaststellen van deze begroting, per 1 januari 2027 zelfstandig aan 17 criteria gaan voldoen. Het omzetcriteria (KPI1) wordt niet zelfstandig gehaald. Voor het bestuur is dit aanleiding om, via de expertise van een extern adviesbureau, toekomstscenario’s te ontwikkelen. In 2025 zijn, door middel van verschillende stappen, de haalbare scenario’s in kaart gebracht. In 2026 zullen de voorkeursscenario’s worden uitgewerkt. Het bestuur zal naar verwachting eind 2026 een definitieve keuze maken in deze scenario’s. 3.5 | Bedrijfsvoering Sinds 2025 werken we gericht aan het versterken van onze bedrijfsvoering. Als onderdeel van de bestuursopdracht ‘Twee zijden van de medaille’ is vastgesteld dat de bedrijfsvoering afgelopen jaren onvoldoende meegroeide met de omvang van de organisatie. Verder kwam uit de bestuursopdracht naar voren dat de organisatie wel investeerde in haar systemen voor de VTHA- dienstverlening maar niet in de systemen die onze bedrijfsvoering ondersteunen.
Met deze begroting herstellen wij dit. Naast deze stappen, lieten we in 2024 en 2025 ook d | e principes van zelforganisatie los. De organisatie werkt nu op basis van centrale sturing via een klein managementteam met een span of control van 30 | -45 medewerkers, afhankelijk van het team | . Het managementteam richt zich op het verbeteren van werkprocessen, protocollen, systemen en de kwaliteit van data. Inmiddels is de capaciteit voor de bedrijfsvoering op het juiste niveau gebracht. Daarmee kunnen we nu gerichter werken aan verdere verbeteringen. Het managementteam heeft hiervoor een duidelijke richting bepaald. Elk jaar worden er speerpunten vastgesteld waar de organisatie extra aandacht aan geeft. Vijf speerpunten 1. | Een belangrijk speerpunt is Administratieve Organisatie en Interne controle. Ook wel het vastleggen van processen en werkinstructies als basis voor de uitvoering van onze werkzaamheden. Begin 2026 stelden wij een procesadviseur aan, die samen met het management en de teams de komende jaren processen gaat actualiseren en vastleggen. 2. | Een tweede speerpunt zijn de systemen en inrichting. In 2026 zullen wij ons ERP-systeem voor het primair proces aanbesteden zodat de basis voor de komende jaren staat. Gelijktijdig zullen we eind 2026 starten met het onderzoeken welk ERP-systeem er voor bedrijfsvoering nodig is.
In 2027 | zal hierover een beslissing worden genomen. 3. | Het derde speerpunt is inkoop. Een onderbelicht onderwerp, maar sinds 2025 maken wij hierin een inhaalslag. Het bestuur heeft vier onderwerpen bepaald die met voorrang worden opgepakt, namelijk; ERP-systeem primair proces, hardware & software, wagenpark en inhuur personeel. Om dit goed te kunnen begeleiden besteden we een raamcontract inkoop- en adviesdiensten aan. Dit doen we samen met ODNHN. Inkoopkennis en capaciteit is onvoldoende aanwezig binnen de | eigen organisatie. Waar mogelijk maken we gebruik van inkooptrajecten van onze deelnemers, andere omgevingsdiensten of overheidspartijen. 4. | Een vierde speerpunt is het verbeteren van de financiële functies. In 2026 zullen wij een meerjarige aanpak opstellen om stapsgewijs de financiële administratie, processen en functie te vereenvoudigen en vast te leggen. 5. | Het laatste speerpunt is aandacht voor goed werkgeverschap richting onze collega’s. Zij zijn de basis van onze organisatie en het fundament voor komende jaren. We gaan daarom investeren in opleiding en ontwikkeling en meer tijd en aandacht voor het goede gesprek. Begroting 2027 | 15 Begroting 2027 16 3.6 Arbeidsmarkt De afgelopen jaren is er op de Nederlandse arbeidsmarkt sprake van schaarste aan personeel.
In de sectoren milieu, bouw, ruimtelijke advisering en duurzaamheid is er al jaren sprake van een tekort aan ervaren personeel. Toch lukt het ons tot op heden goed om personeel aan te trekken. De nabijheid van onze dienstverlening en diversiteit aan werkzaamheden spreekt mensen aan. Daarnaast zitten wij in een interessant werkgebied en zijn we goed bereikbaar. Wel zien we dat het ervaringsniveau, dat we kunnen aantrekken, in veel gevallen lager ligt dan wat we nodig hebben. Dit vangen we op door extra te investeren in opleiding en begeleiding. ODIJmond heeft al twintig jaar ervaring met het opleiden en begeleiden van zij-instromers tot toezichthouders en vergunningverleners. We investeren nu ook in een begeleidingsprogramma om de ontwikkeling van deze medewerkers in het tweede- en derde jaar te versnellen en hun expertise te verbreden. Op landelijk niveau werken de omgevingsdiensten samen aan het opbouwen van een gezamenlijk opleidingsprogramma via de ODNL-academie, hier worden gerichte vakopleidingen aangeboden in een combinatie van aanbod van marktpartijen en vanuit de omgevingsdiensten zelf. 3.7 Financiële positie deelnemers Gedurende het opstellen van de analyse, bestuursopdracht ‘Twee zijden van de medaille, 2024’ en tijdens de uitwerking van daaropvolgende programma toekomstbestendig ODIJmond is er nadrukkelijk oog geweest voor de financiële positie van onze deelnemers.
Zowel in de keuzes om de basis op orde te brengen als in het gesprek binnen ons dagelijks en algemeen bestuur. Meerdere deelnemers verzochten ODIJmond om scenario’s uit te werken om te bezuinigen. Deze verzoeken zijn bestuurlijk geagendeerd en besproken. Belangrijke kaders hierbinnen zijn dat er al meerjarig niet werd voldaan aan het minimaal noodzakelijke uitvoeringsniveau voor de wettelijke taken. De landelijke kwaliteitscriteria maakte zichtbaar dat de dienst op diverse disciplines niet volledig voldeed en de accountant en BZK gaven nadrukkelijk aan dat de meerjarenbegroting niet in evenwicht was. Ook de beoordeling van IenW liet zien dat ODIJmond stappen moest zetten om aan de kwaliteit- en robuustheidscriteria te voldoen. Aan adviesbureaus Galan Groep en Seinstra & Partners is gevraagd om diverse (toekomst)scenario’s in beeld te brengen. Zij keken naar de mogelijkheden van fusie, splitsing of het opheffen van de dienst. Vanuit de conclusie en aanbevelingen kwam naar voren dat een noodzakelijke eerste stap de basis op orde brengen is. Ook voor het scenario van een mogelijke fusie. Om wel gehoor te kunnen geven aan de verzoeken van onze deelnemers hebben de dienst en het bestuur zich ingespannen de noodzakelijke investering zoveel als mogelijk te beperken. De eerste analyse liet een veel stevigere groei zien van 17-20 fte.
Door keuzes te maken en anders te organiseren is dit teruggebracht naar 7,2 fte. Daarnaast moest de historische scheefgroei tussen de deelnemers worden hersteld. In de nieuwe situatie betaalt iedereen voor de eigen opdracht en worden de bedrijfsvoerings- en overheadkosten op een eerlijke wijze verdeeld over de deelnemers. Hierbij is een indeling gemaakt van drie categorieën; kleine, middelgrote en grote deelnemers. Begroting 2027 17 Als onderdeel van de kostenbesparende keuzes brachten wij voor zowel de verplichte als de facultatieve taken diverse niveaus van onze dienstverlening in kaart en de potentiële impact daarvan op de leefomgeving. We keken daarbij onder meer naar de controlefrequentie bij bedrijven, onze inzet op projecten die ons primair proces ondersteunen, de verdeling van onze capaciteit over de behandeling van nieuwe meldingen en vergunningen en de actualisatie van bestaande vergunningen en de efficiencywinst door onze dienstverlening te uniformeren. Vanuit dit geschetste beeld koos ons algemeen bestuur op 9 juli 2025 om vast te houden aan het huidige niveau van uitvoering. Belangrijke afweging daarbij was een benchmark waaruit naar voren kwam dat het huidige niveau van uitvoering zich gemiddeld aan de onderkant bevindt van het niveau van uitvoering bij andere omgevingsdiensten.
Ook komen wij uit een situatie met achterstanden, die gedeeltelijk nog moeten worden ingelopen. Het bestuur stelt als uitgangspunt dat deze niet meer moeten mogen en moeten kunnen ontstaan. Vanuit deze overwegingen koos ons bestuur voor het borgen van voldoende capaciteiten en daarmee inzet om de leefomgeving nu en naar de toekomst toe te blijven beschermen en om achterstanden in de uitvoering te voorkomen. Een laatste stap die wij hebben gezet is met de individuele deelnemers te verkennen welke niet verplichte taken terug naar de gemeenten konden. Waar hierover afspraken zijn gemaakt, is dat ook gecommuniceerd tijdens de raadsbijeenkomsten in september. Het bestuur is van mening op deze wijze toch gehoor te hebben gegeven aan het verzoek om bezuinigingsopties te onderzoeken. Een daadwerkelijke besparing op de oorspronkelijke financiering is in deze fase niet realistisch. Begroting 2027 18 4 Begroting 2027 Met de begroting 2027 leggen wij de nieuwe financieringsstructuur vast. Met de nieuwe financieringsstructuur brengen wij de opgaven en middelen weer structureel in balans. Hierin is ook het financiële effect meegenomen van de ontwikkelingen die wij in hoofdstuk 3 beschrijven. Ook herstellen wij met deze begroting de scheefgroei die in de loop der jaren is ontstaan tussen de deelnemers. Waarmee ook op dit punt een toekomstbestendig vertrekpositie ontstaat.
Dit stelt ons in staat om de opdracht van onze deelnemers naar de toekomst toe, met borging van kwaliteit, uit te blijven voeren. Het opnieuw in balans brengen van de opdracht en middelen betekent op totaalniveau dat het omzetvolume van de dienst met 2,6 miljoen euro stijgt. Het gaat om een stijging van circa 20%. Een noodzakelijke stap want ongeveer 1,7 miljoen euro is ter dekking van al bestaande vaste kosten. Hiermee ondervangen we dan ook het meerjarig begrotingstekort. De resterende 0,9 miljoen euro is gericht op het versterken van de uitvoeringsorganisatie. 4.1 Ontwikkeling omzet Wij zien in 2027, ten opzichte van 2026, een omzetstijging van ongeveer € 1 mln. Dit is exclusief de incidentele bijdrage van €750.000,-, die wij via onze begroting 2026 opvroegen bij onze deelnemers. Deze omzetstijging wordt veroorzaakt door een stijging van het uurtarief. Deze stijging is noodzakelijk voor de daadwerkelijke kosten die nodig zijn voor de uitvoering van werkzaamheden beschreven in de diverse dienstverleningsovereenkomsten (DVO). Een noodzakelijke herwaardering die afgelopen jaren in onvoldoende mate is doorgevoerd. In 2027 zullen ook de personele lasten stijgen. Dit komt doordat we verwachten dat alle openstaande vacatures voor 1 januari 2027 zullen zijn vervuld. Dit betekent een stijging van €800.000,- in salariskosten in 2027 ten opzichte van 2026.
De begrote inhuurkosten konden wij naar beneden bijstellen. Enerzijds doordat er in 2027 naar verwachting geen vacatures meer openstaan, maar ook doordat we vanaf 2027 de personele lasten begroten tegen eindschaal. Hierdoor ontstaat er financiële ruimte om eventuele verloop van personeel in de loonbegroting op te vangen. Daartegenover zien we dat de inkomsten in het kader van SPUK-subsidie met ingang van 2027 dalen, onder meer doordat de periodes dat wij deze subsidies ontvingen aflopen. In 2027 verwachten we een rentebate van €120.000,- in het kader van schatkistbankieren. De verwachting is dat deze rentebaten de komende jaren zullen afnemen doordat het rentepercentage aan het dalen is en er daarnaast minder geld beschikbaar zal zijn om via schatkistbankieren weg te zetten. 4.2 | Uitgangspunten voor de berekening van het uurtarief Voor het begrotingsjaar 2027 formuleerden wij een aantal uitgangspunten. 1. | Bij de begroting 2027 gaan wij uit van de huidige wijze van tariefberekening (gebaseerd op het structurele kostengedeelte van de begroting en de gegarandeerde uren uit de dienstverleningsovereenkomsten). 2. | Formatie rekenen wij door op basis van werkelijke loonkosten/ eindtrede. 3. | Wij zetten de productiviteitsnorm op 1.320 uur. Dit is een percentage van 72% van de totale beschikbare uren per fte (1.836).
Dit betreft de ‘declarabele’ uren, de uren die direct gerelateerd zijn aan productie voor deelnemers. De directie en het management houden intern de productiviteitsnorm aan van 1.340 uur. Dit ten behoeve van extra tijd voor opleiding maar ook om de begeleiding op te vangen van onze minder ervaren collega’s door de ervaren collega’s in de organisatie. 4. | Jaarlijks stellen wij een begroting op, op basis van de gegarandeerde, gecontracteerde uren die voor onbepaalde tijd per gemeente zijn vastgelegd in de GR en projecten. Daarnaast hebben deelnemers aanvullende dienstverleningsovereenkomsten met ons afgesloten. De formatie en vaste kosten zijn hierop afgestemd; de begroting is zo tenminste budgettair neutraal. 4.3 | Kosten personeel, CAO-ontwikkelingen en prijsontwikkelingen Op 17 april 2025 bereikten VNG, WSGO, FNV Overheid, CNV Overheid en CMHF Overheid een eindresultaat voor de CAO Gemeenten en de CAO SGO, die samen van toepassing zijn op meer dan 222.000 medewerkers. Deze CAO's zijn vastgesteld voor de periode van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027. De resultaten van de CAO-onderhandeling zijn verwerkt in deze begroting tot en met 31 maart 2027.
Tabel aanvullende kerngegevens | | Indexatie | % lasten | Indexatie 2 actualisatie MLT-september 2025 Loonvoet voor de overheidssector | 4 | 85% | 3,40% Prijs materiële overheidsconsumptie | 2,3 | 15% | 0,35% Indexatie tarief 2027 | 3,75% 4.4 | Keuzes bedrijfsvoering in de nieuwe financieringssystematiek Met de nieuwe financieringssystematiek | brengen wij de basis op orde voor een toekomstbestendige organisatie. Wij ondervangen daarmee ook een meerjarig begrotingstekort | , zoals beschreven in hoofdstuk 4. De belangrijkste keuzes, die als onderdeel van de nieuwe financieringssystematiek zijn gemaakt, beschrijven wij hieronder. 4.4.1 | Landelijke kwaliteitscriteria opleiding en innovatiebudget Vanuit de landelijke kwaliteit- en robuustheidscriteria worden er eisen gesteld aan het | opleidings- en innovatiebudget van een omgevingsdienst. Het opleidingsbudget dient | een percentage van 3% van de loonsom te zijn. Wij hebben al een aantal jaar te maken met een krappe arbeidsmarkt op het gebied van milieu en bouw | . Wij kiezen er daarom voor om zelf medewerkers op te leiden, onder meer via ons eigen opleidingsprogramma. Al 20 jaar lukt het ons om daarmee waardevolle Begroting 2027 | 19 Begroting 2027 20 collega’s te werven en op te leiden. Daarnaast voorzien wij de komende jaren uitstroom van senioriteit, door het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
Wij sorteren daar nu al op voor door extra inspanning, scholing en begeleiding van onze minder ervaren medewerkers. Daarnaast zien we dat de veranderende opgave vraagt om verdere specialisatie op specifieke thema’s van vrijwel al onze collega’s. Het innovatiebudget dient een percentage van 3% van de loonsom te zijn. Deze eis sluit ook aan bij de noodzakelijke stappen die wij zetten om toe te werken naar een toekomstbestendige organisatie. Onderdeel daarvan is het inspelen op de veranderende opgave. Ook dit vraagt om innovatie van instrumenten, gebruik van systemen en werkwijze. 4.4.2 Bijdragen projecten en programma’s In 2025 en 2026 kozen wij ervoor om veel projecten financieel af te ronden en de projectfinanciën opnieuw in te richten. Met deze keuze beogen wij een duidelijke financiële afronding per project. We legden vast dat nieuwe projecten moeten bijdragen aan het bevorderen van de gezondheids-, milieu- en duurzaamheiddoelstellingen van onze deelnemers. Projecten pakken wij bij voorkeur regionaal op voor meerdere deelnemers. In 2027 gaat het om de volgende projecten: Programma Gezonde Leefomgeving 2026-2030 In 2026 stelden wij, samen met de IJmondgemeenten, het Programma Gezonde Leefomgeving 2026- 2030 op. Dit programma bestaat uit de volgende pijlers; industrie & bedrijvigheid (exclusief Tata Steel), woon- & leefomgeving en mobiliteit & scheepvaart.
De thema’s lobby, communicatie en omgevingsmanagement gelden als aanvullende pijlers. De doelstellingen van het programma zijn: • Voldoen aan grenswaarden in de IJmond in 2030; • Vermindering van hinder door geluid & geur; • Het vergroten van integraliteit in meetactiviteiten en monitoring. IJmond Bereikbaar In 2026 maakten wij nieuwe afspraken over IJmond Bereikbaar. Via IJmond bereikbaar stimuleren wij duurzame mobiliteit. In 2027 zullen wij daartoe de werkgeversaanpak voortzetten. De personele inzet daarvoor is geborgd. Voor de externe kosten is het programma afhankelijk van subsidie. Wij zetten ons in om deze subsidie jaarlijks te verkrijgen. Interne (VTHA) projecten In 2026 zijn wij begonnen met het anders inzetten van onze projectcapaciteit. Naast de uitvoering van duurzaamheidsprojecten voor de gemeente zetten wij in op interne projecten. Deze projecten zijn veelal gericht op het effectief uitvoeren van onze VTHA-taak (vergunningverlening, toezicht, handhaving & advisering daarop). We zullen onze projectcapaciteit ook inzetten op het verbeteren van onze kwaliteit en onze processen. Begroting 2027 21 4.4.3 Overhead & eigenaarschap In 2025 kozen wij ervoor om de principes van zelforganisatie los te laten. We kozen voor de vorm centrale sturing via een klein managementteam. Wel kiezen wij ervoor om eigenaarschap bewust centraal te laten staan.
Dit betekent dat we verantwoordelijkheid nog steeds laag in de organisatie laten en medewerkers in belangrijke mate zelf invulling geven aan de wijze waarop zij uitvoering geven aan hun werkzaamheden. Daarbij geldt dat het management de richting bepaalt, maar de teams en medewerkers zelf bepalen hoe zij dit uitvoeren. De keuze voor eigenaarschap maakt dat we kiezen voor een beperkte overhead. De span of controle per leidinggevende is daardoor hoog. Afhankelijk van het team is dat 30 tot 45 medewerkers per leidinggevende. Naast de beschikbare managementcapaciteit, zetten wij ook projectcapaciteit in voor onder meer innovatie, de doorontwikkeling van onze uitvoering, het optimaliseren van onze systemen en de datakwaliteit en onze inkooptrajecten. 4.5 Planning- & Control Wij werken in opdracht van het openbare bestuur. Dat vraagt om een transparante werkwijze richting onze opdrachtgevers. Belangrijk daarbij is inzicht in de voortgang van de uitvoering van onze opdracht. Wij maken daarvoor gebruik van een Planning & Control-cyclus. Uitvoeringsprogramma Ons Uitvoeringsprogramma (UP)1 vormt het hart van onze P&C-cyclus. Wij stellen jaarlijks een UP op en onze deelnemers stellen deze bestuurlijk vast. In ons uitvoeringsprogramma beschrijven wij: - Activiteiten die worden uitgevoerd voor vergunningen, toezicht en handhaving.
Leidend hierbij zijn de prioriteiten die onze opdrachtgevers vastlegden in ons Beleidskader VTH- milieu 2023-2026. - De wijze waarop dit bijdraagt aan de doelstellingen van het strategisch beleidskader. - Concrete operationele afspraken met andere (keten)partners. - Overige uitvoeringstaken bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en energie. Rapportages & evaluatie Gedurende het jaar stellen wij vanaf 2027 halfjaarlijks een bestuursrapportage op. Hierin rapporteren wij over de voortgang van ons werk en de afwijkingen ten opzichte van onze begroting en uitvoeringsprogramma. Deze rapportages bieden ons bestuur de ruimte om bij te sturen of opnieuw te prioriteren naar aanleiding van lokale ontwikkelingen. Aan de deelnemers leveren wij maandelijks een overzicht van de besteedde uren per activiteit en taak. Jaarrekening Daarnaast ontvangt het bestuur een keer per jaar de jaarrekening inclusief controleverklaring van de accountant van het vorige jaar. We stellen onze jaarrekening op in het eerste kwartaal volgend op het begrotingsjaar, in overeenstemming met de bepalingen van het Besluit begroting en verantwoording (BBV). 1 https://www.odijmond.nl/over-ons/rapportages/ Begroting 2027 22 5 Wijze van financieren Onze financiële exploitatie is gebaseerd op de bijdragen van onze deelnemers. Die kent op dit moment de vorm van inputfinanciering.
Jaarlijks stellen wij een begroting op, op basis van de gegarandeerde, gecontracteerde uren die voor onbepaalde tijd, per gemeente, zijn vastgelegd in de GR en DVO’s. De begroting is zo tenminste budgettair neutraal. De begroting 2027 is in evenwicht. Dit betekent dat wij structurele lasten dekken uit de vastgestelde bijdrage van de deelnemers. 5.1 Nieuwe financieringssystematiek Als onderdeel van de nieuwe financieringssytematiek stelde ons algemeen bestuur in juli 2025 spelregels vast. Deze spelregels legden wij vast in onze kadernota en vormen ook onderdeel van deze begroting. 1. De nieuwe financiering van ODIJmond is gebaseerd op de individuele afspraken met onze deelnemers over de opdracht en de totale uren per productgroep die nodig zijn om die opdracht uit te voeren. Al onze deelnemers stemden in met deze afspraak, die hiermee vast is komen te staan. We noemen dat de SOLL. Afwijkingen in uren binnen de SOLL vinden alleen plaats als er substantiële wijzigingen in taken plaatsvindt en alleen na afstemming met de betreffende deelnemer(s). 2. ODIJmond rekent met de deelnemers af op basis van de gerealiseerde uren. 3. Het niveau van de uitvoering van ODIJmond, waaronder controlefrequenties, is vastgesteld door het bestuur. 4.
Om meer kennis en ervaring op te bouwen over de spelregels, de uitvoering en de SOLL, koos het bestuur van ODIJmond ervoor om vanaf 2027 voor een periode van vier jaar op basis van de gerealiseerde uren af te rekenen. Er zijn twee momenten van evaluatie afgesproken, na 2 jaar en na 4 jaar. Waarbij de eerste evaluatie daarmee wordt opgeleverd in het eerste kwartaal van 2029. 5. ODIJmond rapporteert driemaal per jaar over haar uitvoering. Via een uitvoeringsprogramma, een halfjaarsrapportage en een jaarverslag. Via de halfjaarlijks rapportage geeft ODIJmond haar bestuur inzicht in de uitvoering van taken per projectgroep en biedt zij een goede prognose voor de resultaten van de jaarrekening. 6. De wijze waarop ODIJmond haar financiering opvraagt blijft ongewijzigd en daarmee per vier maanden. De verrekening vindt plaats achteraf, op basis van de gerealiseerde uren. 7. Het bestuur van ODIJmond koos, als onderdeel van de nieuwe financiering, voor een opleidingsbudget van 3% van de loonsom. Voor het innovatiebudget geldt een percentage van 1%. Dit is een van de landelijke eisen die aan een omgevingsdienst worden gesteld. Beide keuzes cq. eis sluiten aan op wat er binnen ODIJmond nodig is om toekomstbestendig te worden. 5.2 Uurtarief Het basistarief van onze diensten bedraagt voor 2027 € 116,95 (begroting 2026 was dat: € 109,55).
Dit tarief is berekend op basis van de declarabele uren voor de uitvoering van taken per projectgroep inclusief de kosten van de overhead. Begroting 2027 23 5.3 Incidentele bijdrage Voor 2027 vragen wij geen incidentele bijdrage aan onze deelnemers. In 2025 en 2026 ontvingen wij in totaal € 2.755.000,- van onze deelnemers voor het op orde brengen van de basis; inlopen van achterstanden, versterken van de organisatie waaronder het verbeteren van de P&C cyclus, versterking van de kritische positie en de uitvoering van het programma Toekomstbestendig ODIJmond waarbinnen wij onze GR-, DVO en financieringsstructuur herijkten. Eind 2025 was de uitputting € 1.368.000,-. De prognose voor 2026 is dat het resterende bedrag van € 1.387.000, - wordt uitgegeven. De verantwoording over de uitgave van de incidentele bijdrage nemen wij mee als aparte paragraaf in onze jaarrekening. Begroting 2027 24 6 Verplichte paragrafen 6.1 Verplichte paragrafen niet voor ODIJmond Onderstaande verplichte paragrafen zijn niet van toepassing op onze organisatie. • Paragraaf lokale heffingen; • Paragraaf Kapitaalgoederen; • Paragraaf grondbeleid; • Paragraaf Grondexploitatie en belastingcapaciteit; 6.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit.
De omvang van reserves bepaalt de mogelijkheden om financiële tegenvallers op te vangen. Het beleid streeft ernaar dat de beschikbare weerstandscapaciteit voldoende is om gekwantificeerde risico's te dekken. Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bestaat de weerstandscapaciteit uit vrij aanwendbare middelen die wij kunnen gebruiken om financiële risico's op te vangen. Het gaat hierbij om risico's die niet op andere wijze kunnen worden ondervangen. 6.3 Uitgangspunten en aanpak benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is de financiële waardering van relevante risico's. Deze wordt bepaald via een risico-inventarisatie, waarbij niet-reguliere risico's worden geanalyseerd. Reguliere risico's met beperkte financiële gevolgen worden verondersteld binnen de begroting opvangbaar te zijn. Voor niet-reguliere risico's wordt de kans van optreden en het financiële gevolg ingeschat. Door middel van een Monte Carlo-simulatie is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op basis van de P90-waarde. Wij hebben deze berekening in 2020 laten uitvoeren en laten vaststellen door ons algemeen bestuur. Algemene reserve Het vrij besteedbare deel van de algemene reserve kan voor de berekening van de incidentele weerstandscapaciteit worden ingezet. De huidige omvang van de algemene reserve voor resultaat bestemming bedraagt € 467.359,-.
Bestemmingsreserves Dit zijn reserves met een bestedingsfunctie waarbij geld is weggezet voor toekomstige uitgaven of investeringen. Ondanks deze bestedingsfunctie zou besloten kunnen worden, indien noodzakelijk, de bestemmingsreserve bestedingsvrij te maken om risico’s financieel op te vangen. Omdat dit ten koste zou gaan van bestaand beleid, hebben wij ervoor gekozen om de bestemmingsreserves niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit te rekenen. Begrotingsruimte en stille reserves Deze begroting is sluitend, daarnaast zijn stille reserves niet aanwezig. De eventuele begrotingsruimte wordt niet als bestanddeel van de weerstandscapaciteit gerekend. Begroting 2027 25 Voorzieningen In 2027 bestaan de voorzieningen uit een voorziening voor de onderhoudskosten van het kantoorpand en een voorziening voor financiële verplichtingen van specifieke medewerkers. Laatstgenoemde is zeer gering. De voorziening voor het onderhoud van ons pand is ontstaan voor 2021. De personele voorziening is gevormd in 2021. Omdat naast deze specifieke medewerkers, dit risico aanwezig blijft ten aanzien van andere medewerkers, wordt het risico en de weging in de benodigde weerstandscapaciteit gehandhaafd. De voorzieningen worden niet meegerekend in de beschikbare weerstandscapaciteit.
Het uitgangspunt is dat alleen de algemene reserve en eventueel gerealiseerd resultaat in een boekjaar van ODIJmond tot de beschikbare weerstandscapaciteit wordt gerekend. 6.4 Benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit (per 31 december 2025, vóór resultaatbestemming 2025) Vooralsnog houden wij deze berekening van weerstandscapaciteit gelijk. In 2026 zullen wij de nieuwe weerstandscapaciteit ter vaststelling voorleggen aan het bestuur. Dit is bij het opstellen van deze begroting nog niet gereed. Indicatie beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve € 467.359 Totaal € 467.359 Benodigde weerstandscapaciteit Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is een risico-inventarisatie uitgevoerd. Deze heeft tot de onderstaande lijst geleid. Op basis van gekwantificeerde risico’s is een Monte Carlo-simulatie uitgevoerd. Het resultaat daarvan is weergegeven in figuur 1 tot en met 3.
Zekerheidspercentage | Bedrag | Statistieken | Waarde 10% | € 88.739 | Minimum | € 0 25% | € 172.847 | Maximum | € 2.360.896 50% | € 267.495 | Gemiddeld | € 296.941 76% | € 361.807 | Standaarddeviatie | € 227.086 80% | € 386.926 | Absolute maximum | € 2.797.826 90% | € 467.360 | Trekkingen | € 100.000 95% | € 579.216 99% | € 1.388.389 Figuur 1: Kansverdeling Uit figuur 1 valt af te lezen dat bij een zekerheidspercentage van 90% het risicoprofiel van ODIJmond € 467.360, | - bedraagt. Met andere woorden, in 90% van alle uitgevoerde simulaties is het bedrag dat uitgegeven dient te worden aan optredende risico’s niet | hoger dan € 467.360, | -. Begroting 2027 | 26 Begroting 2027 27 Figuur 2: Berekening benodigde weerstandscapaciteit Figuur 3: Tabel weerstandscapaciteit Risico’s die ontstaan zijn na de laatst uitgevoerde risico-inventarisatie Een van de aanleidingen om te starten met het programma Toekomstbestendig ODIJmond is de laatst uitgevoerde risico-inventarisatie. Nu met dit programma de GR-, DVO- en financieringsstructuur zijn herijkt, zullen wij in 2026 een herijking van ons weerstandsvermogen uitvoeren. Deze gefaseerde aanpak zorgt ervoor dat de beoordeling van risico's en benodigde buffers gebaseerd zal zijn op de meest actuele inzichten in onze financiële structuur en verplichtingen.
Begroting 2027 28 6.5 Beoordeling weerstandsvermogen Op basis van het, in de vorige paragrafen geformuleerd, beschikbare en benodigd weerstandsvermogen kan voor ODIJmond de ratio van het weerstandsvermogen worden berekend. 6.6 Conclusie weerstandsvermogen De laatste herijking van het weerstandsvermogen vond plaats in 2020, en het huidige weerstandsvermogen is gebaseerd op dit rapport met een ratio van 1.0. Sinds 2020 zijn sommige risico's in kans of omvang toegenomen en zijn er nieuwe risico's geïdentificeerd. De impact van deze ontwikkelingen op het benodigde weerstandsvermogen is echter nog niet berekend en daarom niet opgenomen in deze begroting. Een volledige herijking van het weerstandsvermogen loopt nu en zal aan het bestuur ter goedkeuring aangeboden worden. Onderstaande tabel geeft inzicht in de betekenis van het de weerstandsratio. 6.7 Financiële kengetallen In deze paragraaf beschrijven wij de actuele risico’s en de wijze waarop deze risico’s opgevangen kunnen worden. De grondslag van deze paragraaf is vastgelegd in artikel 113 van het BBV. Kengetallen geven de verhouding weer tussen onderdelen van resultatenrekening en/of balans en helpen bij de beoordeling van onze financiële positie. Deze kengetallen geven inzicht in hoeveel (financiële) ruimte wij hebben om structurele en incidentele lasten te dekken.
Waarderingscijfer Ratio Betekenis A > 2,0 Uistekend B 1,4 -2,0 Ruim voldoende C 1.0-1.4 Voldoende D 0.8-1.0 Matig E 0.6-0.8 Onvoldoende F <0.6 Ruim onvoldoende Ratio’s | Begroting 2027 | Begroting 2026 | Gewijzigde begroting 2025 Netto schuldquote | -6,25% | -6.38% | -18.32% Netto schuldquote gecorrigeerd | -6,30% | -6.44% | -18.39% voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio | 6,76% | 6.77% | 4,49% Structurele exploitatieruimte | -0,06% | -25,90% | -17,88% Netto schuldquote, al dan niet gecorrigeerd voor alle leningen De netto-schuldquote toont de schuldenlast in verhouding tot de eigen middelen. Bij ODIJmond is de langlopende lening aflossingsvrij en hebben de kortlopende schulden geen rentelasten, voornamelijk bestaand uit nog te besteden specifieke uitkeringen. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio toont het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Omdat ODIJmond een gemeenschappelijke regeling is, wordt niet gestuurd op solvabiliteit. Het eigen vermogen bestaat uit gelden van deelnemende gemeenten Structurele exploitatieruimte Om te zien hoe groot de structurele exploitatieruimte is, kijken wij naar de structurele baten en lasten en vergelijken deze met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
6.8 | Onderhoud kapitaalgoederen Voor het groot onderhoud van ons gebouw is een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) opgesteld door de gemeente Beverwijk, die mede eigenaar is van het gebouw. Het MJOP is opgesteld voor het grote onderhoud van het gehele gebouw en verdeeld in twee onderdelen: • | Gemeente Beverwijk, het Stadhuis • | Gemeente Beverwijk, het Verhuurkantoor (of marktkantoor) Voor elk onderdeel is een apart MJOP opgesteld. Het huidige MJOP dateert van oktober 2020 en is door een extern bureau in opdracht van gemeente Beverwijk opgesteld. Alle partijen zijn zelf verantwoordelijk voor de inrichting van het door hen gebruikte gebouwdeel. Er is besloten om de gebouwonderdelen die gezamenlijk worden gebruikt en/of bij alle partijen voorkomen, gelijktijdig uit te voeren. Eind 2024 is een eerste analyse uitgevoerd ter voorbereiding op een nieuw MJOP. Uit deze analyse bleek dat het eerdere MJOP onvolledig is opgesteld doordat onder andere de elektronische installatie en ook de warmte-koudeinstallatie niet volledig zijn meegenomen. Deze installaties blijken aan vervanging toe te zijn, omdat de economische levensduur is verstreken. Bovendien is het MJOP niet aangepast aan de huidige inflatie. In 2026 zullen wij, samen met de gemeente Beverwijk, het MJOP actualiseren. Hierbij herzien wij ook de rol van de VvE ten opzichte van de eigenaren.
Begroting 2027 | 29 Begroting 2027 30 Voor de eigen onderdelen vanuit het MJOP hebben wij vanaf boekjaar 2015 een voorziening groot onderhoud gevormd. Per 31-12-2024 bedraagt deze voorziening ongeveer € 229.000,-. 6.9 Treasury/financiering In 2014 is het treasury statuut met daarin het treasury beleid opgesteld. Het treasury statuut heeft tot doel een kader te scheppen waarbinnen de financiële continuïteit van ODIJmond kan worden gewaarborgd. Hiervoor zijn enkele doelstellingen opgesteld, namelijk: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. Het beschermen van vermogen en resultaten van ODIJmond tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s; 3. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO), de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (RUDDO), het besluit Leningsvoorwaarden Decentrale Overheden en de limieten en richtlijnen van het treasury statuut; 5. Het realiseren van informatiestromen ter ondersteuning van de opstelling van het treasury beleid, de uitvoering van het beleid en de verantwoording daarover.
In 2024 hebben wij actief op de hoogte van de saldi van onze betaalrekeningen gestuurd. De intentie is om de saldi van de bankrekeningen zo laag mogelijk te houden. De reden hiervoor is dat wij sinds 2014 aan verplichte schatkistbankieren meedoen. Over de saldi die op onze schatkistbankieren bankrekeningen staan ontvangen wij rente. In de begroting is deze rente baten ingeschat en opgenomen als baten. Lening Ten behoeve van de nieuwbouw hebben wij een lening afgesloten van € 3.700.000,- bij BNG Bank. De lening kent een looptijd van 10 jaar. In 2026 bedragen de rentelasten voor deze lening € 14.430,-. Bij het aantrekken van vreemd vermogen zijn in de Wet FIDO grenzen gesteld in hoeverre dit mag plaatsvinden met kort vreemd vermogen en de mate waarin renterisico mag worden gelopen over de vaste schulden. De kasgeldlimiet ligt voor gemeenschappelijke regelingen op 8,2% en de renterisiconorm op 20% van de jaarbegroting met een minimumbedrag van € 2.500.000,-. 6.10 Verbonden partijen Wij zijn per 31 december 2024 primair verbonden aan onze deelnemers. Dit betreft de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Edam-Volendam, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Uitgeest, Velsen, Waterland, Wormerland en Zandvoort en de Provincie Noord-Holland.
Begroting 2027 31 VvE Stationsplein ODIJmond en gemeente Beverwijk zijn gezamenlijk eigenaar van het pand aan het Stationsplein 48, 48a en 48b. In overeenstemming met de akte van splitsing is een VvE geformeerd. Het bestuur is tweeledig en bestaat uit een bestuurslid van ODIJmond en een bestuurslid vanuit gemeente Beverwijk. Voor beide partijen is sprake van financiële aansprakelijkheid. Als de VvE haar verplichtingen niet nakomt, zal dit worden verhaald bij de eigenaren. 6.11 Wet Open Overheid De Wet open overheid (Woo) is ingegaan op 1 mei 2022 en legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid. De wet vereist dat in de begroting en jaarrekening wordt aangegeven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. De Wet Open Overheid kent een viertal belangrijke aspecten: 1. De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo contactfunctionaris aan te wijzen. 2. Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking. 3. Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking. 4. Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. ODIJmond heeft een Woo-coördinator in dienst.
7 | Financiële begroting | inclusief overhead Met de nieuwe financieringsstructuur die ingaat per 1 januari 2027 wordt de bijdrage van de deelnemers aan de Gemeenschappelijke Regeling berekend op basis van ingebrachte taken. Door de bijdrage om te zetten naar een bijdrage per ingebrachte taak is het voor zowel onze deelnemers als voor onszelf eenvoudiger te bepalen hoe de uitvoering op de ingebrachte taken per jaar, per deelnemer is gerealiseerd. De deelnemers kunnen naast (voor alle deelnemers) verplichte taken, ook extra taken onderbrengen bij ODIJmond. Hiervoor betaalt de betreffende deelnemer een extra bijdrage aan de GR. In de tabellen (in bijlage I) staat een overzicht van de financiële omvang van de ingebrachte, verplichte en/of extra, taken per deelnemer.
BATEN - GR-bijdragen | Gewijzigde | Begroting | Begroting begroting 2025 | 2026 | 2027 € | € | € Gemeente Beverwijk | 1.290.000 | 1.352.000 | 1.962.918 Gemeente Bloemendaal | 161.000 | 169.000 | 562.304 Gemeente Edam-Volendam | 293.000 | 308.000 | 658.906 Gemeente Haarlem | 1.881.000 | 1.972.000 | 2.179.629 Gemeente Heemskerk | 727.000 | 763.000 | 1.657.440 Gemeente Heemstede | 159.000 | 166.000 | 563.824 Gemeente Landsmeer | 165.000 | 173.000 | 1.129.052 Gemeente Oostzaan | 142.000 | 149.000 | 706.154 Gemeente Purmerend | 436.000 | 457.000 | 1.194.779 Gemeente Uitgeest | 313.000 | 328.000 | 924.620 Gemeente Velsen | 2.339.000 | 2.306.000 | 2.191.441 Gemeente Waterland | 190.000 | 199.000 | 570.724 Gemeente Wormerland | 205.000 | 215.000 | 887.453 Gemeente Zandvoort | 184.000 | 192.000 | 1.680.947 Provincie Noord-Holland bodemtoezichttaken | 334.000 | 350.000 | 571.000 Provincie Noord-Holland VTH plustaken | 140.000 | 147.000 | 10.000 GR-bijdragen deelnemers* | 8.959.000 | 9.246.000 | 17.451.191 * In 2027 zijn de bijdragen gemeenschappelijke regeling inclusief de bijdrage voor de uitvoering van omgevingsveiligheid, de uitvoering van bodemtaken en de baten overeenkomsten en (subsidie) projecten. Voor de gemeente Velsen is uitvoering van de secretar | isrol van KIMO Nederland & België vanaf 2026 niet begroot.
Begroting 2027 | 32 BATEN - Overeenkomsten en | Gewijzigde | Begroting | Begroting (subsidie)projecten | begroting 2025 | 2026 | 2027 € | € | € Dekking vanuit dienstverleningsovereenkomsten | 5.137.000 | 5.477.000 | - Dekking ten behoeve van extern projectkosten | 1.034.000 | 472.000 | - Formatiedekking projecten | 1.125.000 | 867.000 | - Subtotaal overeenkomsten en (subsidie)projecten | 7.296.000 | 6.816.000 | - Overige baten | 27.000 | 321.000 Rentebaten | 100.000 | 138.600 Nagekomen baten | - | - | - Overeenkomsten en (subsidie)projecten | 7.323.000 | 7.237.000 | 138.600 200.500 | 750.000 | - BATEN - Totaal | 18.287.000 | 17.233.000 | 17.589.791 Gewijzigde | Begroting | Begroting LASTEN | begroting 2025 | 2026 | 2027 € | € | € Personele lasten Salarissen en sociale lasten uitvoering | 12.831.000 | 13.996.000 | 11.375.000 Salarissen en sociale lasten bedrijfsvoering | 74.000 | 76.000 | 3.516.000 Werving & personeelsbeleid | 200.000 | 250.000 | 62.000 Scholing & employability | 335.000 | 335.000 | 446.730 Overige personeelslasten | 215.000 | 220.000 | 190.000 Subtotaal personele lasten | 13.655.000 | 14.877.000 | 15.589.730 Kapitaalslasten Afschrijvingslast Gebouw | 65.000 | 65.000 | 65.000 Afschrijvingslast Verbouwing & inventaris | 102.000 | 127.000 | 121.000 Afschrijvingslast Vervoermiddelen | 5.000 | 5.000 | - Afschrijvingslast ICT | 156.000 | 156.000 | 100.000 Rentelast
vaste schuld (aanschaf pand) | 14.000 | 15.000 | 15.000 Subtotaal kapitaalslasten | 342.000 | 368.000 | 301.000 Overige bedrijfslasten PZ-zaken/ salarisadministratie | 48.000 | 53.000 | 60.000 Organisatieontwikkeling | 632.000 | 25.000 | 25.000 Accountants- en advieskosten | 41.000 | 42.000 | 80.000 Huisvestingskosten | 274.000 | 315.000 | 326.000 Facilitaire kosten | 27.000 | 32.000 | 36.500 ICT-kosten | 424.000 | 599.000 | 650.000 Handhavingskosten | 40.000 | 41.000 | - Algemene kosten | 385.000 | 418.000 | 381.151 Bankkosten | 1.000 | 1.000 | 1.500 Begroting 2027 | 33 Subtotaal overige bedrijfslasten | 1.872.000 | 1.526.000 | 1.560.151 Externe projectkosten | 2.433.000 | 472.000 | - Nagekomen baten en lasten | - | - | - Vennootschapsbelasting | - | - | - LASTEN | 18.302.000 | 17.243.000 | 17.450.881 Afspraken kadernota Innovatie budget 1% | - | - | 148.910 Dekking vanuit bestemming reserves | - | - | -10.000 LASTEN - Totaal | 18.302.000 | 17.243.000 | 17.589.791 Specificatie naar taakveld | 2027 Taakveld | Baten | Lasten | Saldo € | € | € 8.3 Wonen en bouwen | 3.021.052 | 1.578.869 | 1.442.183 7.4 Milieubeheer | 14.177.890 | 10.030.462 | 4.147.428 0.4 Overhead | 17.179 | 5.965.460 | -5.948.281 4.1 Openbaar basisonderwijs | 235.070 | 235.070 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) | - | - | - 0.5 Treasury | 138.600 | 15.000 | 123.600 Gerealiseerd saldo van baten en lasten |
17.589.791 | 17.589.791 | - 0.10 Mutaties reserves Resultaat van de rekening van baten en lasten | 17.589.791 | 17.589.791 | - Begroting 2027 | 34 8 | Financiële positie 8.1 | Geprognotiseerde balans Balans | Gewijzigde | Begroting 2026 | Begroting 2027 begroting 2025 € | € | € Materiële vaste activa | 3.641.314 | 3.028.000 | 3.027.360 Financiële vaste activa | 11.520 | 10.000 | 10.000 Vlottende activa | 5.823.343 | 6.000.000 | 6.000.000 Balanstotaal activa | 9.476.177 | 9.038.000 | 9.037.360 Algemene reserve | 467.360 | 592.000 | 467.360 Gerealiseerd resultaat | - | - | - Bestemmingsreserve | 150.500 | 20.000 | 144.000 Voorzieningen | 1.009.779 | 1.317.000 | 1.317.000 Vaste schulden | 3.700.000 | 3.700.000 | 3.700.000 Vlottende passiva | 4.148.538 | 3.409.000 | 3.409.000 Balanstotaal passiva | 9.476.177 | 9.038.000 | 9.037.360 Toelichting op de geprognotiseerde balans Omdat het resultaat van 2025 nog niet is bestemd, is dit op deze manier in de balans verwerkt. Onze vaste activa dalen licht, als gevolg van verwachte investeringen, maar verminderen ook met de afschrijvingen hierop. Ook is van belang te noemen dat er jaarlijks terugkerende, niet uit de balans blijkende, verplichtingen bestaan.
Dit gaat om jaarlijks terugkerende arbeidskosten voor niet boventallige verlofdagen, de rentelasten uit hoofde van de financiering van de huisvesting, de kosten voor telefonie, het leasecontract van het wagenpark en het leasecontract van de printers. Het is niet toegestaan om deze verplichtingen op de balans als schuld of verplichting op te nemen. Deze verplichtingen bedragen in 2025 € 557.306, -. Investeringen Wij doen geen investeringen van maatschappelijk nut. Alle investeringen zijn van economisch nut. De kapitaalslasten zijn begroot voor alleen vervangingsinvesteringen die noodzakelijk zijn. Pas na het door het bestuur te bepalen toekomstrichting wordt de investeringsbegroting bijgesteld. De kapitaallasten zijn alleen verhoogd voor de verwachte noodzakelijke investering in de elektronische installaties van het pand. Begroting 2027 | 35 Bestemmingsreserve nieuwbouw Het doel van deze reserve is om de kosten van het huidige kantoorpand van Omgevingsdienst IJmond gelijkmatig te verdelen over meerdere jaren. De uitputting van de reserve gebeurt volgens de begroting. De verwachting is dat de reserve eind 2028 volledig zal zijn gebruikt. 8.2 | EMU-saldo Decentrale overheden rapporteren hun aandeel in het EMU-saldo aan het CBS. ODIJmond valt niet onder de steekproef voor gemeenschappelijke regelingen met een exploitatie boven twintig miljoen.
Het EMU-saldo wordt wel in de begroting opgenomen, zijnde het verschil tussen inkomsten en uitgaven. De categorieën die van invloed zijn en niet voorkomen bij de ODIJmond, zijn niet in de tabel opgenomen. EMU-saldo | Gewijzigde | Begroting 2026 | Begroting 2027 begroting 2025 € | € | € Exploitatiesaldo | -15.000 | - | - + afschrijvingen | 328.000 | 197.000 | 192.000 + dotatie voorzieningen | 20.000 | 33.000 | 33.000 - onttrekking voorzieningen | 40.000 | 40.000 | 40.000 + toevoeging reserves | - | - | - - onttrekking reserves | 15.000 | 10.000 | - EMU-saldo | 278.000 | 180.000 | 185.000 Begroting 2027 | 36 9 | Meerjarenraming Met onze begroting richten wij de lange termijn op de periode vanaf 1 januari 2027 en geven wij in dit hoofdstuk weer via een meerjarenraming. Belangrijk ijkpunt voor het bepalen van deze richting is het besluit van gemeente Zandvoort met betrekking tot de bouwtaken. Formeel ligt er, op het moment van het opstellen van de begroting 2027 en meerjarenraming 2028 | -2030, een principebesluit van het college van B&W van Zandvoort | om de VTH-bouwtaken per 1 januari 2028 in het kader van taakharmonisatie Zandvoort/Haarlem | onder te brengen bij de gemeente Haarlem. Daarnaast heeft Zandvoort de betreffende DVO nog niet opgezegd. Wanneer het definitieve besluit wordt genomen, heeft dat (financiële) consequenties voor onze organisatie en onze deelnemers | .
Met de ontvlechting gaan frictiekosten gepaard en | er zullen consequenties ontstaan in ons personeelsbestand. Een extern adviesbureau, Seinstra & Partners, is gevraagd om een objectieve inschatting te maken van de frictiekosten. De frictiekosten zijn berekend op basis van 3 elementen, 1. | Berekening van de proces en projectkosten 2. | Berekening kosten formatieve overhead 3. | Berekening kosten materiële overhead Hierbij is rekening gehouden dat al het direct betrokken personeel kan en zal worden overgenomen door de gemeente en dat er geen achterblijvende kosten ontstaan. Dit is ook als uitgangspunt genomen voor de scenario’s die hieronder zijn uitgewerkt. In dit geval resteren er nog frictiekosten met een nu begrote omvang van ruim € 730.000,-. Overzicht potentiële frictiekosten | Bedrag € Proceskosten tot aanvang | 151.400 Frictie formatieve overhead | 381.486 Frictie materiele overhead € 198.826 | 198.826 Primaire formatie (boventallig/ sociaal plan) | P.M. Totaal | 731.712 De frictiekosten worden jaarlijks geïndexeerd met 2,5% en worden afgebouwd in drie j | aren (100% jaar 1, 50% jaar 2 en 25% jaar 3). Begroting 2027 | 37 De volgende tabel schetst de financiële effecten op de bijdrage van de deelnemers (herverdeling overhead en bedrijfsvoeringskosten) van de keuze taakharmonisatie VTH-bouw door de gemeente Zandvoort.
BATEN - GR-bijdragen | Begroting | Begroting | Begroting 2028 | 2029 | 2030 € | € | € Gemeente Beverwijk | 40.241 | 87.549 | 113.748 Gemeente Bloemendaal | 11.892 | 25.767 | 33.168 Gemeente Edam-Volendam | 13.890 | 29.554 | 38.803 Gemeente Haarlem | 44.814 | 96.865 | 126.698 Gemeente Heemskerk | 33.862 | 74.027 | 96.056 Gemeente Heemstede | 11.481 | 25.432 | 32.894 Gemeente Landsmeer | 23.430 | 50.400 | 65.380 Gemeente Oostzaan | 14.288 | 31.295 | 40.427 Gemeente Purmerend | 24.148 | 52.377 | 68.974 Gemeente Uitgeest | 18.696 | 40.532 | 53.367 Gemeente Velsen | 45.164 | 97.801 | 127.103 Gemeente Waterland | 11.696 | 24.988 | 32.725 Gemeente Wormerland | 17.837 | 38.831 | 51.185 Gemeente Zandvoort | -334.629 | -712.445 | -925.729 Provincie Noord-Holland bodemtoezichttaken | 23.189 | 37.027 | 45.201 Provincie Noord-Holland VTH plustaken | - | - | - GR-bijdragen deelnemers | -1 | - | - Wij presenteren aan ons bestuur twee scenario’s voor de meerjarenraming: 1. | gemeente Zandvoort zet de VTH-bouwtaken voort bij ODIJmond 2. | de taakharmonisatie en daarmee ontvlechting vindt plaats per 1-1-2028 Voor beide scenario's is een jaarlijks indexatie van 2,5% toegepast. Via de volgende tabellen geven wij inzicht in het effect op de gemeentelijke bijdrage per jaar bij beide scenario’s.
Begroting 2027 | 38 Scenario 1 - gemeente Zandvoort zet de VTH-bouwtaken voort bij ODIJmond De volgende tabel schetst de meerjarenbijdrage van de deelnemers bij voortzetting van de VTH- bouwtaken bij ODIJmond, inclusief jaarlijkse indexatie van 2,5%. BATEN - GR-bijdragen | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting 2027 | 2028 | 2029 | 2030 € | € | € | € Gemeente Beverwijk | 1.962.918 | 2.012.000 | 2.062.000 | 2.114.000 Gemeente Bloemendaal | 562.304 | 576.000 | 590.000 | 605.000 Gemeente Edam-Volendam | 658.906 | 675.000 | 692.000 | 709.000 Gemeente Haarlem | 2.179.629 | 2.234.000 | 2.290.000 | 2.347.000 Gemeente Heemskerk | 1.657.440 | 1.699.000 | 1.741.000 | 1.785.000 Gemeente Heemstede | 563.824 | 578.000 | 592.000 | 607.000 Gemeente Landsmeer | 1.129.052 | 1.157.000 | 1.186.000 | 1.216.000 Gemeente Oostzaan | 706.154 | 724.000 | 742.000 | 761.000 Gemeente Purmerend | 1.194.779 | 1.225.000 | 1.256.000 | 1.287.000 Gemeente Uitgeest | 924.620 | 948.000 | 972.000 | 996.000 Gemeente Velsen | 2.191.441 | 2.246.000 | 2.302.000 | 2.360.000 Gemeente Waterland | 570.724 | 585.000 | 600.000 | 615.000 Gemeente Wormerland | 887.453 | 910.000 | 933.000 | 956.000 Gemeente Zandvoort | 1.680.947 | 1.723.000 | 1.766.000 | 1.810.000 Provincie Noord-Holland bodemtoezichttaken | 571.000 | 585.000 | 600.000 | 615.000 Provincie Noord-Holland VTH plustaken | 10.000 | 10.000 | 10.000 | 10.000
GR-bijdragen deelnemers | 17.451.191 | 17.887.000 | 18.334.000 | 18.793.000 SALDO BATEN - LASTEN | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting 2027 | 2028 | 2029 | 2030 € | € | € | € Baten - Totaal | 17.589.791 | 17.977.000 | 18.404.000 | 18.863.000 Lasten - Totaal (direct) | 11.624.331 | 11.863.000 | 12.137.000 | 12.441.000 Overhead | 5.965.460 | 6.114.000 | 6.267.000 | 6.422.000 Saldo van baten en lasten | - | - | - | - Dotatie aan reserves | - | - | - | - Onttrekking aan reserves | - Resultaat na reservemutaties | - | - | - | - Begroting 2027 | 39 Scenario 2 - de taakharmonisatie en daarmee ontvlechting vindt plaats per 1-1-2028 De volgende tabel schetst de toename van de jaarlijkse bijdrage van de deelnemers bij de ontvlechting en de afname in de bijdrage van de gemeente Zandvoort, waarbij jaarlijkse een indexatie van 2,5% is toegepast. De toename is gebaseerd op de | staffel, zoals deze is voorgesteld door het adviesbureau Seinstra & Partners, zie toegelicht pagina 37.
BATEN - GR-bijdragen | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting 2027 | 2028 | 2029 | 2030 € | € | € | € Gemeente Beverwijk | 1.962.918 | 2.052.241 | 2.149.549 | 2.227.748 Gemeente Bloemendaal | 562.304 | 587.892 | 615.767 | 638.168 Gemeente Edam-Volendam | 658.906 | 688.890 | 721.554 | 747.803 Gemeente Haarlem | 2.179.629 | 2.278.814 | 2.386.865 | 2.473.698 Gemeente Heemskerk | 1.657.440 | 1.732.862 | 1.815.027 | 1.881.056 Gemeente Heemstede | 563.824 | 589.481 | 617.432 | 639.894 Gemeente Landsmeer | 1.129.052 | 1.180.430 | 1.236.400 | 1.281.380 Gemeente Oostzaan | 706.154 | 738.288 | 773.295 | 801.427 Gemeente Purmerend | 1.194.779 | 1.249.148 | 1.308.377 | 1.355.974 Gemeente Uitgeest | 924.620 | 966.696 | 1.012.532 | 1.049.367 Gemeente Velsen | 2.191.441 | 2.291.164 | 2.399.801 | 2.487.103 Gemeente Waterland | 570.724 | 596.696 | 624.988 | 647.725 Gemeente Wormerland | 887.453 | 927.837 | 971.831 | 1.007.185 Gemeente Zandvoort | 1.680.947 | 1.388.371 | 1.053.555 | 884.271 Provincie Noord-Holland bodemtoezichttaken | 571.000 | 608.189 | 637.027 | 660.201 Provincie Noord-Holland VTH plustaken | 10.000 | 10.000 | 10.000 | 10.000 GR-bijdragen deelnemers | 17.451.191 | 17.886.999 | 18.334.000 | 18.793.000 SALDO BATEN - LASTEN | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting 2027 | 2028 | 2029 | 2030 € | € | € | € Baten - Totaal | 17.589.791 | 17.977.000 | 18.404.000 |
18.863.000 Lasten - Totaal (direct) | 11.624.331 | 11.863.000 | 12.137.000 | 12.441.000 Overhead | 5.965.460 | 6.114.000 | 6.267.000 | 6.422.000 Saldo van baten en lasten | - | - | - | - Dotatie aan reserves | - | - | - | - Onttrekking aan reserves | - Resultaat na reservemutaties | - | - | - | - Begroting 2027 | 40 10 Bijlage I - Financiële bijlage 10.1 Formatie overzicht Formatie | Gewijzigde | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting begroting | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 2025 GR-formatie | 63 | 63 | 95 | 103 | 103 | 103 Formatie overeenkomsten | 44 | 49 | 10 | 10 | 10 | 10 en (subsidie-)projecten Overheadformatie | 30 | 31 | 33 | 33 | 33 | 33 Formatie Regeling | 2 | 3 | - | - | - Generatiepact | 8 Totaal formatie | 140 | 146 | 146 | 146 | 146 | 146 Wij sturen op kostendekkende projecten. Binnen onze formatie investeren wij in de huidige, kleine groep vaste projectleiders zodat zij inhoudelijk op zowel de VTH-projecten als duurzaamheidsprojecten zijn in te zetten. We dekken de loonkosten uit de vaste vergoeding vanuit de financieringsstructuur. Gedurende het jaar verrekenen wij de daadwerkelijke inzet met de deelnemers waarvoor wij de projecten uitvoeren.
10.2 Specificatie overhead Specificatie overhead | Gewijzigde | Begroting 2026 | Begroting 2027 begroting 2025 € | € | € Personele lasten | 2.451.742 | 2.986.000 | 3.516.000 Overige personele lasten | 671.300 | 305.000 | 190.000 Afschrijvingen | 163.988 | 197.000 | 286.000 Rentelasten | 14.430 | 15.000 | 15.000 ICT | 148.446 | 303.000 | 650.000 Externe projectkosten | 874.000 | - | - Overige bedrijfslasten | 841.738 | 927.000 | 910.151 Totaal | 5.165.644 | 4.733.000 | 5.567.151 10.3 Stemverhoudingen In overeenstemming met artikel 8 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Stemrecht is de stemverhouding, wanneer opgeroepen wordt tot gewogen stemmen, als volgt bepaald: Vaststelling door het Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur stelt de verhouding van de stemmen vast aan de hand van de vastgestelde begroting voor het volgende jaar. Dit betekent dat de begroting niet alleen een financieel document is, maar ook direct invloed heeft op de stemverhoudingen binnen het bestuur. Begroting 2027 | 41 Aanpassing bij wijziging van de begroting Als de begroting gedurende een jaar wordt gewijzigd, stelt het Algemeen Bestuur de stemverhouding opnieuw vast. Deze aanpassing gebeurt direct met het besluit tot vaststelling van deze gewijzigde begroting. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de stemverhouding op basis van financiële inbreng van de GR.
Deelnemer | Bijdrage GR 2027 | Stemrecht 2027 € | % Gemeente Beverwijk | 1.962.918 | 11,25% Gemeente Bloemendaal | 562.304 | 3,22% Gemeente Edam-Volendam | 658.906 | 3,78% Gemeente Haarlem | 2.179.629 | 12,49% Gemeente Heemskerk | 1.657.440 | 9,50% Gemeente Heemstede | 563.824 | 3,23% Gemeente Landsmeer | 1.129.052 | 6,47% Gemeente Oostzaan | 706.154 | 4,05% Gemeente Purmerend | 1.194.779 | 6,85% Gemeente Uitgeest | 924.620 | 5,30% Gemeente Velsen | 2.191.441 | 12,56% Gemeente Waterland | 570.724 | 3,27% Gemeente Wormerland | 887.453 | 5,09% Gemeente Zandvoort | 1.680.947 | 9,63% Provincie Noord-Holland bodemtoezichttaken | 571.000 | 3,27% Provincie Noord-Holland VTH plustaken | 10.000 | 0,06% Totaal Bijdrage GR | 17.451.191 | 100,00% 10.4 Verbonden partijen Gegevens vanaf 2025 van de VvE: a. | Naam en vestigingsplaats | VVE Stationsplein 48 te Beverwijk b. | Openbaar belang dat wordt behartigd | Gezamenlijk onderhoud en beheer van het pand c. | Belang in de verbonden partij | 1-1-2025 en 31-12-2025: 3/16 deel. Voor het overige deel is de gemeente Beverwijk eigenaar. De stemverhouding is 50/50. d. | Verwachte omvang van het EV | 1-1-2025: € 60.671,- 31-12-2025: €28.907,- Verwachte omvang van het VV | 1-1-2025: €760.244 31-12-2025: €932.734 Het VV bestaat per 31-12-2025 nagenoeg geheel uit het reservefonds voor groot onderhoud. e.
| Verwachte omvang van het financiële | € 65.064 positief resultaat verwacht (op basis van resultaat | concept jaarrekening)2 2 Dit op basis van de concept jaarrekening over 2025. Nog geen definitieve jaarrekening ontvangen. Begroting 2027 | 42 10.5 Overzicht verplichte en facultatieve taken per deelnemer 10.5.1 Verplichte taken per deelnemer Verplichte | Advies | Juridische | Overige | Toezicht | Vergunning- | Eindtotaal taken | advisering | (collectieve) | Milieu | verlening en Milieu | taken | meldingen € | € | € | € | € | € Beverwijk | 349.041 | 26.314 | 88.765 | 506.043 | 139.872 | 1.110.034 Bloemendaal | 108.007 | 26.314 | 88.765 | 199.651 | 53.727 | 476.463 Edam-Volendam | 108.140 | 26.314 | 88.765 | 286.716 | 119.967 | 629.902 Haarlem | 202.853 | 26.314 | 88.882 | 1.312.588 | 466.776 | 2.097.413 Heemskerk | 261.328 | 26.314 | 88.765 | 316.327 | 102.027 | 794.761 Heemstede | 108.007 | 26.314 | 88.765 | 225.110 | 52.826 | 501.022 Landsmeer | 108.007 | 26.314 | 88.765 | 151.216 | 43.576 | 417.877 Oostzaan | 108.007 | 26.314 | 88.765 | 140.873 | 73.468 | 437.427 Purmerend | 202.853 | 26.314 | 88.765 | 575.771 | 266.927 | 1.160.629 Uitgeest | 108.007 | 26.314 | 88.765 | 179.109 | 52.731 | 454.926 Velsen | 349.041 | 26.314 | 88.765 | 853.639 | 250.144 | 1.567.902 Waterland | 108.007 | 26.314 | 88.765 | 224.654 | 100.062 | 547.802 Wormerland | 108.007 | 26.314 | 88.765 |