06. Herenboeren Heemstede - Inbreng participatie 't Groot Clooster ANONIEM
Tekst van het document
De haag op perceel F wordt maximaal een meter hoog, deze valt weg tegen de achtergrond van de weides en groentepercelen. Beeld na 30 jaar voor na 26
27 Met de realisatie van de maatregelen uit dit landschapsplan willen we een volgende stap maken in de agrarische natuurontwikkeling van onze boerderij. Met de omgevingsvergunning uit 2021 is de eerste stap gezet met de oprichting van een duurzaam gemengd landbouwbedrijf. Er zijn onder andere ruim 3.000 fruitbomen aangeplant, er zijn een koude tunnelkas, een oesterzwammerij en waterberging gerealiseerd. Er is een kruiden- en bloementuin opgezet. Een potstal is gebouwd in de schuur, de akkers en weiden zijn ingericht en er zijn structurele investeringen in bodemverbetering en biodiversiteit herstel gedaan. In de weides graast de kudde blaarkop runderen en wroet de toom Tamworth varkens met hun biggen. Deze investeringen zijn gedaan op basis van het uitgesproken vertrouwen van de gemeente en de toezegging dat de coöperatie minimaal 30 jaar zou kunnen functioneren binnen de bestaande begrenzing. Na vier jaar zijn duidelijke resultaten zichtbaar: meer bodemleven, vogels, zoogdieren en insecten. Het duurt gemiddeld zeven jaar voordat zo’n regeneratief systeem volledig in balans is. Tijd om een volgende stap te nemen op weg naar het meer circulair en duurzaam worden van de boerderij.
De realisatie van dit landschapsplan draagt bij aan verdere stappen voor: - Nog betere agrarische productie op basis van natuur en circulariteit, - Een gezondere bodem en meer biodiversiteit in een gebied van ruim 18 ha, - Een ecologische meerwaarde van de boerderij voor twee belangrijke, aangrenzende natuurkernen in Heemstede, Hageveld en Meermond. Een uniek gebied met koelte en nachtelijke duisternis. Met het realiseren van het landschapsplan wordt de boerderij nog meer een gebied om aangenaam te verblijven en te werken voor de boeren, leden en bezoekers. De bestaande wandelroute tussen Hageveld en Meermond wordt afwisselender en krijgt vertakkingen met het kavelpad tussen de landerijen, en zicht op de rond springende hazen daar. Het realiseren van het landschapsplan draagt ook bij aan onze natuureducatie. In rondleidingen voor geïnteresseerden kunnen we nog beter laten zien wat circulair en duurzame landbouw inhoudt. Mogelijkheden voor basisschool en middelbare school leerlingen om kennis te maken of mee te werken met natuurvriendelijke landbouw kunnen we voortzetten en uitbreiden. Een unieke boerderij in een gebied met rust, open ruimte vlakbij het centrum van Heemstede. Herenboeren Heemstede: een verbindend landschap! TOT SLOT 28
29 BIJLAGEN In de bijlagen hebben we enkele relevante delen uit de studie en het onderzoek van de studenten te weten Kim Schipperheijn, Siska Diddens, Leon Mimiek, Adriaan Moerman en Stefan Jonkers, opgenomen. Het hele rapport met het onderzoek en alle bijlagen zijn te vinden op www.herenboerenheemstede.nl 30 INLEIDING In deze cultuurhistorische analyse tonen wij de rijke cultuurhistorie en de meerdere gedaantes die het plangebied in deze tijd heeft aangenomen. Dit doen wij middels onderstaande tijdlijn. CULTUURHISTORISCHE ANALYSE 31 Engelse Stijl (deze afbeelding moeten we verbeteren tov wat er nu staat uit Topotijdreis) Belangrijk is dat we Meermond meenemen en zoveel mogelijk bos laten zien) Kaart van Buitenplaats het Klooster uit 1866 met het plangebied erin getekend. We zien hier de Buitenplaats in Engelse Landschapsstijl opgezet door Dhr. Zocher. In een begeleidende tekst bij de ook weergegeven tekening stond: ‘voords bestaat heur aanleg in ruime Wandelwegen, aanzienelijke Bosschen, groote Vijvers en uitgestrekte uitzichten, en wordt door den tegenwoordigen bezitter nog geduurig verfraaid door nieuwe aanlegginge, na den hedendaagschen of Engelschen trant, waar door dit Klooster, met recht, onder de aanzienlijkste Lustplaatsen kan gerekend worden, en is voor den bezitter en wandelaars een zeer aangenaam verblijf.
1643 18661744 Huis en hofstede de Willigenhorn (Eerste bewijs van bestaan op deze plek) (bron:Noord-Hollands Archief). Uitsnede van de kaart van de Heerlijkheid Heemstede uit 1643 met in het blauwe rondje het boerderijcomplex dat uit de Willigenhorn (1455) is voortgekomen. Aangegeven met de blauwe lijn is het plangebied van de Herenboeren. Rond deze tijd was dit open, niet verkaveld, moerassig gebied grenzend aan het Spaarne. De naam Willigenhorn (“de kromming in de weg of het water bij het wilgenbos”) zou kunnen duiden op dat de woeste moerassige gronden bedekt was met wilgenbos. Het Klooster de Hemelpoort (1458-1572) van de cisterzienster monniken grensde aan het plangebied. Schilderij geschilderd tussen 1640 en 1653 door Johan Lagoor. Kaart van het Klooster van landmeter Klinkenberg uit 1744. Op de kaart is Buitenplaats het Klooster te zien in Franse stijl. Er is een nieuw herenhuis te zien midden in een geometrische tuin met lange rechte zichtassen, en stelsels van rechte lanen, tuinelementen met meetkundige vormen, vijvers, fonteinen en omringd door een gracht. De tuin staat direct in verbinding met het Spaarne middels meerdere waterlopen. Een oprijlaan met bomenrijenavanaf de kruising Molenwerfselaan en de Cloostweg. Het terrein was afgesloten voor publiek.
Vanaf 1793 zijn zowel Hofstede Sparenburg als Meermond onderdeel van Buitenplaats het Klooster 1458 Vanaf 1852 mondt het Spaarne niet meer uit in het Haarlemmermeer maar in de Ringvaart. De Haarlemmermeer is veranderd in bruikbare akkergrond met weids zicht. Schilderij geschilderd tussen 1640 en 1653 door Johan Lagoor. 32 19251880 Landgoed ‘t Groot Clooster In 1854 noteerde schrijver H.G.G. Binnenwiertz over de eigenaren dat zij ‘reeds lang bezig zijn om dit schoone en lustige landgoed in weiland te herscheppen’. Het omzetten van bos naar weiland zorgde ervoor dat er nog maar een klein deel van het originele grote landgoed bleef bestaan. Zoals in bijgaande tekening zijn nog enkele bosplantsoenen met vijvers over maar het overgrote deel van het bos is veranderd in weiland en verkaveld. Het gebied grenzend aan het Spaarne is nog vernat. De functie veranderd van landgoed naar weideland, dit brengt ook veel meer openheid met zich mee. 2024 In 1925 werd de bouw van het klein seminarie Hageveld voltooid. Het markante hoofdgebouw heeft dienstgedaan als kleinseminarie en is nu een onderwijsinstelling. Het landgoed ligt op één van de meest oostelijk gelegen strandwallen van Zuid-Kennemerland. Hageveld maakt deel uit van de ecologische hoofdstructuur van Nederland, een netwerk van grote en kleine natuurgebieden. Het vormt een rustpunt voor met name vogels en vleermuizen.
In het bos van het landgoed bloeien in het voorjaar vogelmelk, helmbloem, maagdenpalm en dagkoekoeksbloem.” Sinds de toevoeging van Hageveld is het plangebied redelijk stabiel gebleven. Afgelopen jaren graasden er koeien, was het niet openbaar toegankelijk, was er een sprake van een lage biodiversiteit en was er open zicht. Rondom het plangebied waren er wel de nodige ontwikkelingen. Bron: alle afbeeldingen historische tijdlijn uit het boek Landgoed Hageveld Heemstede, 2011, F .R. Hazenberg Stelling van Amsterdam De Stelling van Amsterdam is een 149 km lange verdedigingskring op 15-20 km rond de hoofdstad Amsterdam welke grotendeels tussen 1881 en 1914 door het Departement van Oorlog is aangelegd. De stelling bestaat uit inundatiegebieden, forten, vestingen en batterijen. Het zicht vanaf de watertoren op landgoed ‘t Groot Klooster 1915
33 OPENHEID IN HET PLANGEBIED Het gebied van Herenboeren ligt in het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Spaarnwoude en omgeving. Het oude centrum van Heemstede, met de Wilhelmina kerk en Hageveld liggen op de uitlopers van de oudste, meest oostelijke strandwal. Op de plek van de boerderij gaat dit over in de strandvlakte. De aardkundige waarden en openheid en ruimtebeleving zijn belangrijke karakteristieken. Dit wordt als volgt beschreven: open ruimte met vergezichten in de veenpolders, afwisselend besloten en meer open, habitat voor weidevogels. In de visie van de studenten wordt onderzoek gedaan naar mogelijkheden wanneer de openheid minder strak gehanteerd wordt. In de uitwerking van de visie blijft de openheid gehandhaaft, maar worden wel enkele bosjes toegevoegd. Deze kunnen de beleving van openheid versterken door het coulissen effect. De ruimte beleving wordt versterkt door het plaatsen van bosjes, zichtlijnen op de wijde omgeving blijven in stand maar er ontstaat meer dieptebeleving door het plaatsen van enkele herkenbare elementen. Nieuwe hagen blijven laag, zodat de openheid ervaarbaar blijft. Daarnaast is er in het plangebied sprake van een rijke cultuurhistorie. Ons plangebied is ontwikkeld van moerasland, naar verschillende losse hofstedes tot 1 groot bebost landgoed van +/- 78 hectare.
Vanaf 1850 wordt het landgoed stap voor stap ontmanteld tot het in 1920 tot een halt komt. Het huidige plangebied verwordt tot weiland. Hofstede Meermond verwordt van vuilnisbelt tot Park Meermond en het oude klooster verwordt tot landgoed Hageveld. Schilderij met uitzicht op landgoed het Clooster geschilderd tussen 1640 en 1653 door Johan Lagoor. 34 Bij deze deelvraag wordt het onderzoek wat betreft de fauna specifiek op vlinders gericht. Achteruitgang van insecten heeft negatieve gevolgen voor de diversiteit van o.a. planten, vogels, zoogdieren, vissen en hun vijanden. Wanneer een landschap aantrekkelijker wordt voor vlinders en andere insecten, profiteren vele andere soorten hiervan. Insecten staan aan de basis van de voedselketen van ruim 80% van de vogels, en van vele andere diersoorten. Ingrepen die bevorderlijk zijn voor deze doelsoort, hebben daarom een positief effect op de algehele biodiversiteit (Factsheet Biodiversiteit, WUR, z.d.). Uit onderzoek in Duitsland blijkt dat de biomassa van insecten in 30 jaar met 75% is afgenomen (Hallmann, C.A., Sorg, M., et al., 2017). En in Nederland is een vergelijkbare trend gaande (Hallmann, C. A., Zeegers, et al., 2019). Dagvlinders behoren tot een van de meest bedreigde soortgroepen. Deze afname aan insecten heeft grote gevolgen voor de natuur, bijv.
omdat insecten het voedsel zijn van bepaalde soorten, en ook voor de landbouw, bijv. vanwege de rol van insecten als bestuivers en plaagbestrijders van onze voedselgewassen. De factoren die leiden tot achteruitgang van insectenpopulaties zijn met name het verdwijnen van voedsel, geschikte habitat en het gebruik van pesticiden (van de Nadort, T.,2020). INLEIDING Dat het bevorderen van de biologische diversiteit prioriteit heeft bij de inrichting van het landschap, is iets waar alle belangrijke stakeholders het over eens zijn (Herenboeren Heemstede, Provincie en Gemeente). Op het moment is het daarmee niet goed gesteld in het plangebied. Dit blijkt bijv. uit de lage waarden op het gebied van bestuiving en biodiversiteit (zie afbeelding 4 en 5). I J A C D E F G H I J H BIODIVERSITEIT - Bestuiving H I J A B C D E F G H I J BIODIVERSITEIT - Bijendiversiteit Afbeelding 4 bestuivingswaarde, wit is lage waarde en groen is hoge waarde, het plangebied is omkaderd, bron: Atlas Leefomgeving Afbeelding 5 bijendiversiteit, wit is lage waarde en groen is hoge waarde, het plangebied is omkaderd, bron: Atlas Leefomgeving Afbeelding 6 Percentage bedreigde soorten per soortgroep. Bron: compendium voor de leefomgeving (www.clo.nl) BIODIVERSITEIT wat is de potentieel natuurlijke flora en fauna in het plangebied?
35 METHODE Om deze deelvraag te kunnen beantwoorden is op basis van informatie over de van toepassing zijnde geomorfologie, bodem en water vastgesteld met welke fysiotoop dit landschap correspondeert in het systeem SybBioSys. Dit is een computerprogramma van de WUR dat tot doel heeft biologische informatie over de vegetatie in Nederland toegankelijk te maken. Op basis van de fysiotoop kan worden bepaald welke plantengemeenschappen van nature in het plangebied zouden kunnen voorkomen, op basis van de factoren zoals klimaat, bodem en water. Voor de selectie van de vlinders is het uitgangspunt om het landschap te verbeteren voor soorten die al in het plangebied zijn waargenomen. Startpunt is daarom een lijst van vlindersoorten die in het afgelopen jaar (2023) zijn waargenomen op het terrein van HBH, zoals geregistreerd op waarnemingen.nl. Op basis van o.a. een vergelijking van de waardplanten van de vlinders met de potentieel natuurlijke vegetatie is een aantal vlinders geselecteerd. Deze paragraaf eindigt met een beschrijving van deze vlinders, de planten waarvan zij afhankelijk zijn en de landschapselementen die bijdragen aan het creëren van een geschikte habitat voor deze soorten.
DOEL Doel van deze deelvraag is om een aantal doelsoorten te selecteren voor het plangebied, en om vervolgens een ‘palet’ van plantensoorten en landschapselementen te bepalen die bijdragen aan het creëren van een habitat voor de doelsoorten. Dit palet, dat is gebaseerd op de plantengemeenschappen die van nature voorkomen in dit landschap, dient als input voor het inrichtingsplan. Een doelsoort is een soort waarvoor het behoud, uitbreiding of de terugkeer als doelstelling wordt genomen voor de inrichting en het beheer van een landschap. Dit kan worden gezien als een methode om concrete ‘handvatten’ te bepalen bij het inrichten van een landschap. Omdat alle dieren en planten deel uitmaken van een groter ecosysteem, is het resultaat van de ingrepen altijd groter dan enkel het effect op enkel de doelsoort.
36 De Rompgemeenschap van Beemdgras en Engels raaigras en de Zevenblad-associatie zijn buiten beschouwing gelaten in de planvorming (deel B van dit rapport) omdat deze gemeenschappen ecologisch gezien niet nastrevenswaardig zijn. Het vegetatiecomplex van deze fysiotoop bestaat uit de volgende associaties: 12RG Rompgemeenschap van Beemdgras en Engels raaigras 12Ba02 Associatie van Moeraszoutgras en Fio ringras 16Ab04 Associatie van Boterbloemen en Wa terkruiskruid 16Ba01 Kievitsbloem-associatie 33Aa05 Zevenblad-associatie 36Aa02 Associatie van Grauwe wilg 43Aa02 Essen- Iepenbos POTENTIEEL NATUURLIJKE VEGETATIE EN VEGETATIECOMPLEX Op basis van de beschikbare informatie over geomorfologie, bodem en water zijn in SynBioSys twee fysiotopen [bron 5] bepaald die van toepassing zouden kunnen zijn: de vochtige strandvlakte (du2b) en zoete veenweide (lv1b). Een fysiotoop is een ruimtelijke eenheid met een specifiek complex van abiotische factoren, die bepalend is voor het ter plekke voorkomen van een zeker vegetatietype (Synbiosys, z.d.). Deze fysiotopen lijken relevant op basis van de bodemsoort en de locatie. Echter , in de beschrijving van de bodem van de zoete veenweide wordt duidelijk dat bij deze fysiotoop helemaal geen sprake is van zand of leem in de bodem. Dit is in het plangebied wel het geval, dit wordt o.a.
duidelijk uit het veldonderzoek wat landbouwkundig adviseur Coen ter Berg in oktober 2023 heeft gedaan (Ter Berg, C., 2023). Op basis hiervan, en op basis van de ligging van het plangebied, is op te maken dat de relevante fysiotoop de vochtige strandvlakte is. De term Potentieel Natuurlijke Vegetatie (PNV) wordt vaak gebruikt in samenhang met het streven naar meer biodiversiteit, en het behouden of creëren van habitat voor inheemse diersoorten. De PNV is de vegetatie die zou ontstaan in een bepaald gebied, wanneer 50-150 jaar niet wordt ingegrepen door de mens, en bij gelijkblijvend klimaat en waterstand. Het is het eindstadium van een successiereeks. Bijna overal in Nederland zou zonder menselijk ingrijpen een bosgemeenschap ontstaan, in het geval van het plangebied het Essen-Iepenbos. Een vegetatiecomplex is het geheel aan verschillende plantengemeenschappen wat op een bepaalde locatie kan ontstaan bij gelijkblijvend klimaat en waterstand maar mét invloed van externe factoren zoals ontbossing, begrazing of maaien. Voor het bevorderen van biologische diversiteit in een bepaald gebied, is het niet perse bevorderlijk om de potentieel natuurlijke vegetatie na te streven, want in dat geval zou overal bos zijn. Biologische diversiteit is juist gebaat bij een diverse vegetatie.
Dus voor de planvorming en beheer van het plangebied zal worden gekeken naar een combinatie van verschillende plantengemeenschappen van het van toepassing zijnde vegetatiecomplex. Waarbij wel moet worden opgemerkt dat niet alle associaties ecologisch gezien even waardevol zijn (daarop wordt hieronder verder ingegaan). Afbeelding 6 Vegetatiecomplex behorende bij de fysiotoop van de Natte strandvlakte, bron: Synbiosys 37 binnenduinrand. De plantengemeenschappen 1 t/m 3 zijn typisch voor omstandigheden waarin gegraasd en/of nabeweid wordt. De mate waarin gemaaid en/of beweid wordt heeft grote invloed op de ontwikkeling en instandhouding van deze associaties. Veldzuring, Scherpe en Kruipende boterbloem, Smalle weegbree, Vertakte leeuwentand, en Rode en Witte klaver zijn goed vertegenwoordigd. In natte vormen van de associatie treden soorten als Scherpe zegge, Gewone dotterbloem en Echte koekoeksbloem op de voorgrond. 4. Zevenblad-associatie Dominerende kensoort is Zevenblad, daarnaast vaak Grote brandnetel, Kropaar, Ruw beemdgras en kweek. Met stikstofminnende kruiden als Kleefkruid, Fluitenkruid, Hondsdraf en Ridderzuring. Dit is een soortenarme gemeenschap die o.a. veel in bermen voorkomt. Gezien de lage variatie aan soorten is deze gemeenschap niet nestrevenswaardig in het landschap. 5.
Associatie van Grauwe wilg Kenmerkend is de dominantie van Grauwe wilg, met in de kruidlaag moerasplanten zoals Bitterzoet, Riet, Hennegras, Grote wederik, Moeraswalstro, Wolfspoot en Gele lis. 6. Essen- Iepenbos De boomlaag bestaat grotendeels uit Es, Gewone esdoorn en Zomereik. Kenmerkend voor de struiklaag zijn Eenstijlige meidoorn, Gewone vlier, Gladde iep en Vogelkers. De ondergroei bevat met name stikstofminnende soorten zoals Grote Brandnetel, Geel nagelkruid, Kleefkruid, Hondsdraf. Het essenhakhoutbos is een cultuurlijke variant op deze bosgemeenschap die vaker voorkomt aan de 1. Associatie van Moeraszoutgras en Fioringras Deze plantengemeenschap bevat vaak Zomprus, Pinksterbloem en Moeraswalstro. Daarnaast komen Regelmatige begeleiders zijn Geknikte vossenstaart, Zilverschoon, Witte klaver, Ruw beemdgras, Kruipende boterbloem en Grote weegbree, evenals de moerasplanten Mannagras, Watermunt, Gewone waternavel en Kleine watereppe vaak voor. Het is een plantengemeenschap die voorkomt op de oeverstrook tussen weilanden en sloten, en kwam van nature voor onder spontane begrazing van dieren. 2. Associatie van Boterbloemen en Waterkruiskruid Hoge presentie in deze associatie hebben Van de verbondssoorten hebben Echte koekoeksbloem, Gewone dotterbloem, Moerasrolklaver, Tweerijige zegge en Grote ratelaar.
Daarnaast overige graslandsoorten zoals Pinksterbloem, Kruipende en Scherpe boterbloem, Veldzuring, Witte klaver en de grassen Gestreepte witbol, Gewoon reukgras, Ruw beemdgras en Beemdlangbloem. Soorten als Moeraswalstro, Pitrus, Kale jonker, Moerasspirea en Moerasvergeet-mij-nietje zijn indicatief voor de natte omstandigheden waaronder de gemeenschap voorkomt. 3. Kievitsbloem-associatie Soorten die veelvuldig voorkomen van Speenkruid en Gulden boterbloem, samen met Wilde kievitsbloem. Grote vossenstaart komt veel voor, in combinatie met andere grassen zoals Ruw beemdgras, Fioringras, Gewoon reukgras, Gestreepte witbol, Rood zwenkgras en Veldbeemdgras. Paardenbloem, Pinksterbloem, Figuur 8 Associatie van Grauwe wilg, bron: floravannederland.nl Figuur 10 Hooiland met de Associatie van Boterbloemen en Waterkruiskruid, bron: wikimedia.org Figuur 9 Essen-Iepenbos, bron: floravannederland.nl Figuur 11 Kievitsbloem-associatie, bron wikimedia.org 38 VLINDERS waardplanten, voedselplanten, nectarplanten Waardplanten zijn de specifieke planten waarop een vlindersoort zijn eitjes legt. Voedselplanten zijn de planten die de rupsen van de vlinder eten. Nectarplanten zijn de planten waarmee de vlinders zich voeden.
Aanwezigheid van de waard- en nectarplant van de doelsoort in het plangebied zijn essentieel, omdat de eitjes en de rups niet/nauwelijks mobiel zijn, en dus zijn aangewezen op de planten in hun directe omgeving. Aanwezigheid van de nectarplanten in het plangebied is iets minder belangrijk omdat vlinders mobieler zijn en dus in een ruimer gebied hun voedsel kunnen zoeken dan de rupsen. selectie van vlinders In 2023 zijn, volgens registratie op waarnemingen.nl, de volgende soorten vlinders in het plangebied waargenomen (tussen haakjes staat het aantal waarnemingen in 2023): Bruin zandoogje (11), Atalanta (4), Klein koolwitje (4), Hooibeestje (2), Kleine vuurvlinder (2), Groot dikkopje (2), Bont zandoogje (1), Kleine vos (1), Dagpauwoog (1), Bruin blauwtje (1), Klein geaderd witje (1). Voor bijna alle vlinders die zijn waargenomen in het plangebied geldt dat het zeer algemeen voorkomende vlinders zijn. Enige uitzondering hier op is het Bruin blauwtje. Voor het Bruin blauwtje geldt echter dat de habitat (droge graslanden) en waard-, voedsel- en nectarplanten niet of nauwelijks overeenkomen met het landschap en het van toepassing zijnde vegetatiecomplex. Deze soort valt om deze reden af als doelsoort.
Bij de overgebleven vlindersoorten is gekeken naar de mate van overeenstemming tussen waard-, voedsel- en nectarplanten met de planten uit het vegetatiecomplex, en de mate waarin de habitat van de vlindersoort in het plangebied te realiseren is. Dit heeft geresulteerd in de volgende selectie van doelsoorten: Klein geaderd witje, Bruin zandoogje, Groot dikkopje, Bont zandoogje, Klein koolwitje, Hooibeestje. Dit zijn algemeen voorkomende vlinders die al in het plangebied zijn waargenomen. Doel is om de populaties van deze soorten te laten groeien, door toepassing van de juiste landschapselementen en beplanting in het plangebied. Figuur 10: Het belang van insecten voor biodiversiteit en het voedselsysteem, bron: buglife.org.uk/news/we-are-losing-9-of-insects-per-decade/
39 klein geaderd witje Op plaatsen waar het in duurzame populaties leeft kan de aanwezigheid gehanteerd worden als een indicator voor ruimtelijke verscheidenheid. Het is een soort die tenminste aanwezig moet zijn voordat men soorten als de oranjetip kan verwachten. Habitat vooral vochtige terreinen zoals moerassen, hooilanden en langs bosranden graslanden typen van vochtige milieus planten Waardplant: vooral Look-zonder-look en Pinksterbloem, maar ook andere kruisbloemigen. Vooral in halfbeschaduwde en vochtige milieus. Ook op Herik, Scheefkelk en Oost-Indische kers. Voedselplant rupsen: Groot deel van kruisbloemenfamilie, o.a, Look- zonder-look, Pinksterbloem, Waterkers en Raket Nectarplant: eerste generatie oa. waardplanten, later ook andere kruiden zoals Akkerdistel en Kale jonker bruin zandoogje Kan als een indicator van landschapskwaliteit gehanteerd worden. Habitat ruigere graslanden ruige tot grazige vegetaties ruigten met structuren in het landschap zoals houtwallen, hagen, bermen of slootkanten planten Waardplant: diverse grassen, waaronder Grote vossenstaart, Gewoon reukgras, Kropaar, Ruwe smele en Rood zwenkgras Voedselplant rupsen: grassen Nectarplant: vele soorten o.a.
kale jonker en akkerdistel groot dikkopje Habitat : beschutte vrij vochtige graslanden ruigten grazige ruigten in graslanden open plekken in bossen bosranden ruigte die beweid is of laat in het seizoen gemaaid worden planten Waardplant: diverse grassen zoals Breedbladige zwenkgrassen en beemdgrassen, Duinriet, Kweek, Witbol, Kropaar en Pijpenstrootje Voedselplant rups: grassen met vrij brede bladeren zoals Kropaar, Smele en Pijpestrootje mits dit op vruchtbare grond groeit. Nectarplant: vooral Akkerdistel, Braam en Dophei bont zandoogje Habitat: bosranden open bossen grazige vegetatie randen van opgaande struwelen verscheidenheid planten Waardplant: diverse grassen waaronder Kropaar, Witbol, Boskortsteel en Reuzenzwenkgras Voedselplanten voor rups: grassen Nectarplant: o.a. Braam; verder vooral Honingdauw, sap van vruchten en sap van bloeden de bomen VOEDSEL EN HABITAT VAN DE DOELSOORTEN Hieronder volgt een beknopte opsomming van de belangrijkste randvoorwaarden er vlinder, op het gebied van habitat/ biotoop en waard-, voedsel- en nectarplanten.
40 hooibeestje Het is een algemeen voorkomende soort en de afwezigheid van deze soort kan daarom als een indicatie van ongunstige omstandigheden voor graslandvlinders opgevat worden. Habitat: open, droge tot vrij vochtige en vrij voedselarme graslanden mozaïekvormige pioniersvegetaties grazige vegetaties schrale graslanden met een open vegetatie natuurlijke graslanden graslanden die normaal beweid of in de zomer gehooid worden planten Waardplant: diverse grassen, waaronder Reukgras, zwenk- en beemdgrassen Voedselplant rupsen: grassen Nectarplant: o.a. Akkerdistel, Gewoon duizendblad en Struikhei klein koolwitje Habitat: ruigten houtwallen bloemrijke graslanden bos- en akkerranden lage tot vrij ruige begroeiingen met kruisbloemige plantensoorten planten Waardplant: wilde en gecultiveerde kruisbloemigen en reseda; in het voorjaar worden de eitjes vooral op wilde plantensoorten gelegd, in de zomer veel vaker op cultivars in (moes)tuinen Voedselplant rupsen: kruisbloemenfamilie, waaronder Pinksterbloem, Radijs, Kool, Koolzaad, Herik en Judaspenning Nectarplant: vele soorten o.a.
Kool, Vlinderstruik, Akkerdistel en Grote kattenstaart CONCLUSIE DEELVRAAG 2 De deelvraag die in deze paragraaf is onderzocht luidt: Wat is de potentieel natuurlijke flora en fauna in het plangebied? Doel van deze deelvraag is om een aantal doelsoorten te selecteren voor het plangebied, en om vervolgens een ‘palet’ van plantensoorten en landschapselementen te bepalen die bijdragen aan het creëren van een habitat voor de doelsoorten. Het vegetatiecomplex voor het plangebied bestaat uit de volgende plantengemeenschappen: associatie van Moeraszoutgras en Fioringras, associatie van Boterbloemen en Waterkruiskruid, Kievitsbloem- associatie, Zevenblad-associatie, associatie van Grauwe wilg en Essen- Iepenbos. De rompgemeenschap is de gemeenschap van Beemdgras en Engels raaigras. Als doelsoort zijn de volgende vlinders geselecteerd: Klein geaderd witje, Bruin zandoogje, Groot dikkopje, Bont zandoogje, Klein koolwitje en Hooibeestje. Dit zijn algemeen voorkomende vlinders die al in het plangebied zijn waargenomen. Doel is om de populaties van deze soorten te laten groeien, door toepassing van de juiste landschapselementen en beplanting in het plangebied. Wat betreft de landschapselementen die bijdragen aan een geschikte habitat voor de doelsoorten kan in het algemeen worden gezegd dat afwisseling van groot belang is.
Een ideaal landschap voor deze vlinders bevat de volgende elementen: bloemrijke en ruige graslanden, ruigten, struweel, bos en akkerranden, heggen en/of houtwallen en slootkanten. Voor het creëren van een habitat voor de doelsoorten, en voor bevorderen van de biologische diversiteit in het algemeen, is het advies om een variatie van verschillende vegetaties na te streven waarbij het vegetatiecomplex leidraad is voor de gewenste plantensoorten. 41 INLEIDING Beplanting is zeer bepalend voor een landschap. Het bekleed de huid van het landschap en bepaalt vaak ook voor en groot deel de structuur door een afwisseling van opgaande en laagblijvende beplanting. Ook speelt beplanting een grote rol in het bieden van voedsel en veiligheid aan dieren, en daarmee is de juiste beplanting dus ook essentieel voor het bevorderen van de biodiversiteit. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de beplanting in het plangebied, te beginnen bij de keuze van landschapselementen. Vervolgens wordt een beplantingsindicatie gegeven, die is gebaseerd op de plantengemeenschappen die in dit landschap voor kunnen komen. Tot slot wordt op basis van deze beplantingsindicatie, een concrete soortkeuze voor de verschillende landschapselementen gegeven.
VISIE OP BEPLANTING 42 VISIE OP BEPLANTING Landschapselementen, zijn beplanting of waterpartijen gelegen op of aangrenzend aan landbouwgrond (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Een struweelhaag, rietkraag of bosje zijn voorbeelden van landschapselementen. Deze elementen bepalen de structuur van een landschap. Voor het plangebied wordt gestreefd naar landschapselementen die de biodiversiteit bevorderen en landschappelijk goed zijn ingepast. Op basis van het onderzoek in deel A van deze rapportage, en van een analyse van het plangebied, zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd voor de landschapselementen: Benut de aanwezigheid van water in het plangebied voor het bevorderen via biodiversiteit door het inzetten van landschapselementen zoals poelen en flauwe oevers. Hier ontstaat door de geleidelijke overgang van land naar water een waardevol gebied met potentieel grote soortenrijkheid. Gebruik de reeds toegestane locatie voor hoge beplanting, namelijk de boomgaarden aan de oostzijde, voor het aanbrengen van een zoom van dichte en diverse beplanting in de vorm van struweelheggen. Deze bieden mogelijkheid voor het toevoegen van veel verschillende soorten op relatief weinig oppervlakte, en sluiten aan bij de reeds aanwezige hoge begroeiing. Verijk het landschap met goedgekozen bomen op een wijze die goed in is gepast.
Een bomenrij in het verlengde van de toegangsweg en sluit aan bij de reeds aanwezige lijnen in het landschap. Enkele solitairen kunnen focus punten toevoegen. Het erf rondom de schuur leent zich voor een rijkere erfbeplanting met meer bomen. Het grasland heeft veel potentie om biodiverser en aantrekkelijker te worden. Dit kan worden bereikt met het juiste beheer, bijv. met extensieve begrazing of een goed maaibeleid.
43 v BEPLANTINGSINDICATIE Op basis van de soorten die in het vegetatiecomplex van het plangebied voorkomen is de volgende beplantingsindicatie bepaald: Bomen Voor een bomenrij, solitaire bomen en erfbeplanting zijn met name de volgende soorten geschikt: Es, Gewone esdoorn, Grauwe wilg, Zoete kers, Zomereik, Zomerlinde, Populier, Zwarte els Bron: https://www. http://hsl.eykel.nl/infobladen %20en%20houtsingel.nl Bron: https://www.natuurmonumenten.nl/nieuws/de-knotwilg-bedreigd-icoon-van- cultuurlandschap Bron: https //www.ecopedia.be/boom/winterlinde Heesters De volgende heesters kunnen gebruikt worden in struweelhagen: Aalbes, Eenstijlige meidoorn, Framboos, Gelderse roos, Gewone vlier, Gladde iep, Haagbeuk, Hazelaar, Hondsroos, Hop, Kruisbes, Sporkehout, Rode kornoelje, Spaanse aak, Sleedoorn, Vogelkers, Wilde kamperfoelie, Wilde lijsterbes, Zwarte bes Grassen en kruidachtigen Afhankelijk van de locatie binnen het gebied (nat of droog, zon of schaduw) kan voor de grassen en kruidachtigen worden gedacht aan de volgende soorten: Akkerdistel, Bitterzoet, Echte koekoeksbloem, Geel nagelkruid, Gele lis, Gele waterkers, Gewone dotterbloem, Gewone veldbies, Grote brandnetel, Grote kattenstaart, Grote wederik, Harig wilgenroosje, Hennegras, Hondsdraf, Kale jonker, Kleefkruid, Moerasspirea, Moeraswalstro, Pinksterbloem, Reuzenzwenkgras, Riet, Riet, Rood zwenkgras, Ruwe smele, Scherpe
boterbloem, Wolfspoot. BEPLANTING: SOORTKEUZE In het ontwerp van het inrichtingsplan zijn de landschapselementen toegepast. Op basis van de beplantingsindicatie wordt hieronder voor de verschillende elementen een soortkeuze aangegeven. In een definitief ontwerp moet dit verder worden uitgewerkt met aantallen, groepsgrootte, plantafstanden etc. Bomenrij Hier is gekozen voor een rij van knotwilgen, met de soort Grauwe wilg. Het knotten van de wilgen zorgt ervoor dat het volume van deze bomenrij in toom kan worden gehouden. Daarnaast is een bomenrij met knotwilgen een cultuurhistorisch element wat veel bijdraagt aan de beleving van het cultuurlandschap. Solitaire bomen en boomgroepen Voor de solitaire bomen in het grasland is gekozen voor de Es, Zwarte els en Zomereik. Om deze bomen extra in de groei te stimuleren, en om wat sneller substantiële schaduwplaatsen voor het vee te creëren, kunnen deze in kleine groepjes worden aangeplant, in combinatie met bijv. Zoete kers. Na enkele jaren kan dit groepje worden gedund, om uiteindelijk een enkele boom, of een kleine groep, over te houden. Voor de exacte keuze per locatie moet goed gekeken worden naar de waterstand en bodem op de desbetreffende plek. Bomen erfbeplanting Rondom het erf is de sierwaarde belangrijker dan op de landbouwpercelen, en kan worden gekozen voor een meer cultuurlijke beplanting.
Voor de bomen valt de keuze op Zomerlinde, Es en Zoete kers. Struweelhaag In de struweelhaag worden veel verschillende soorten gecombineerd, om een zo rijk mogelijke diversiteit te bereiken. Daarom worden alle in de beplantingsindicatie genoemde soorten toegepast: Aalbes, Eenstijlige meidoorn, Framboos, Gelderse roos, Gewone vlier, Gladde iep, Haagbeuk, Harig wilgenroosje, Hazelaar, Hondsroos, Hop, Kruisbes, Sporkehout, Rode kornoelje, Spaanse aak, Sleedoorn, Vogelkers, Wilde kamperfoelie, Wilde lijsterbes, Zwarte bes. Bij de struweelheg is de groepsgrootte per soort en plantafstand van belang voor het verkrijgen van een geslaagde en afwisselende heg. In het beplantingsplan moet dit goed worden uitgewerkt. Oevervegetatie Om op de oevers de soortenrijkheid te stimuleren en een bloemrijker beeld te creëren, kan hier worden ingezaaid met bijv. het zaadmengsel G3 Bloemrijk grasland - natte grond van De Cruydthoeck. Ook is het mogelijk om contact op te nemen met De Cruydthoeck om een op maat gemaakt mengsel samen te stellen. Grasland De vegetatie van het grasland zal niet door aanplant of zaaien worden veranderd, maar door beheer. Het hooien en of begrazen, de intensiteit en timing hiervan, zijn bepalend voor de vegetatie die zal ontstaan. Het Technisch Vademecum Grasland, zie bronnenlijst, kan veel informatie bieden over dit onderwerp.
BRONNEN Karakterschets van het landschap | versie-Groenbeleidsplan-gemeente-Heemste- | Hallmann, C. A., Zeegers, T., van Klink, R., Ver- | heer Noord-Holland 2016, subsidie - Provincie Archeologisch bureauonderzoek Cruquiusweg | de-80.pdf | meulen, R., van Wielink, P., Spijkers, H., van | Noord-Holland 45A te Heemstede, gemeente, door Archeo- | https://geoapps.noord-holland.nl/GeoWeb/ | Deijk, J., van Steenis, W. & Jongejans, E. (2019). | Takkenwallen of houtrillen, een boost voor de logenbureau Argo, op basis van Archis III | Viewer/?app=9153de3eabf94690ae4f- | Declining abundance of beetles, moths and | biodiversiteit - Onze Natuur www.legendageomorfologie.wur.nl | 892de3870d06 | caddisflies in the Netherlands. Insect Conserva- | https://www.safeguard.biozentrum.uniwuerz- https://geoapps.noord-holland.nl/GeoWeb/ | tion and Diversity. | burg.de/ www.pdok.nl | Viewer/?app=9153de3eabf94690ae4f- | van de Nadort, T. (2020). Aan de slag voor Vlin- https://steunpuntcultureelerfgoednh.nl/kaart- | 892de3870d06 | ders en insecten. De Vlinderstichting. | Factsheet Biodiversiteit, WUR, z.d.).
viewer/ | https://www.provincie-utrecht.nl/sites/default/ | www.vlinderstichting.nl | Sustainable development goals https://www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl/ | files/2021 | Wageningen University & Research, Factsheet | https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ont- https://www.atlasleefomgeving.nl/kaar- | https://themasites.pbl.nl/atlas-regio/kaarten/?g | biodiversiteit). | wikkelingssamenwerking/internationale-afspra- ten?config=3ef897de-127f-471a-959b- | m-b=1630329445142,true,1;1595921285002,t | ken-ontwikkelingssamenwerking 93b7597de188&gm-x=150000&gm- | rue,1 | Leon Miciek | https://www.sdgnederland.nl/de-17-sdgs/ y=455000&gm-z=3&gm-b=1544180834512,t | https://www.unesco.nl/nl/unesco-biosfeerge- | Herenboeren Heemstede | Cultuurhistorie rue,1;1553765981928,true,0.8;&activateOnSt- | bieden-veelgestelde-vragen | www.cruydthoeck.nl art=info&deactivateOnStart=layercollection | Desk research: https://www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl/ | -07/Uitvoeringsprogramma%20Hollandse%20 | https://www.biogroei.nl/kenniscentrum/ha- | https://www.afvalzorg.nl/projecten/park-meer- kaarten?config=58bf95bc-67bf-402d- | Waterlinies%202021-%202024.pdf | gen-heggen-en-houtkanten-planten | mond/#:~:text=Park%20Meermond%20 a355-af211ad33949&gm-x=150000&gm- | https://edepot.wur.nl/163659 | Inspiratiegids-biodiviersiteit / samenvoorbiodi- | is%20aangelegd%20op,het%20park%20geo- y=460000&gm-z=3&gm- |
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb- | versiteit.nl | pend%20voor%20publiek. https://www.bnnvara.nl/vroegevogels/artikelen/ | 2021-52838.pdf | https://landschapoverijssel.nl/erfgoed/elzensin- | https://collectie.huisvanhilde.nl/pdf/A05- natuur-bij-forten-houdt-vijand-buiten-de-deur- | Ter Berg, C. (2023). Verslag van bezoek en | gel | 209-R%20Heemstede%20Hageveld_totaal.pdf podcast | veldonderzoek d.d. 30 oktober 2023. | https://www.leestekensvanhetlandschap.nl/el- | https://ilibrariana.wordpress.com/2012/01/03/ www.bodemplus.nl | Bink, F.A. (1992). Ecologische atlas van de Dag- | zensingel | de-heemsteedse-hofstede-meermond/ https://gemeentebestuur.heemstede.nl/Ver- | vlinders van Noordwest-Europa. Fontaine Uitge- | Natuurbeheerplan 2024 | https://ilibrariana.wordpress.com/2012/02/21/ gaderingen/Commissie-Ruimte/2023/05-ok- | vers. | https://www.onzenatuur.be/artikel/takkenwal- | schilderij-van-jan-lagoor-gezicht-op-t-klooster- tober/20:00/Groenbeleidsplan-80-versie/ | Hallmann, C.A., Sorg, M., Jongejans, E., Siepel, | len-of-houtrillen-een-boost-voor-de-biodiver- | hageveld-en-het-oude-slot/ bijlage-1a-leesversie-Groenbeleidsplan-ge- | H., Hofland, N., Schwan, H., et al. (2017).
More | siteit#:~:text=De%20takken%20liggen%20 | https://ilibrariana.wordpress.com/2012/01/09/ meente-Heemstede-80.pdfhttps://gemeen- | than 75 percent decline over 27 years in | horizontaal%20tussen,zoals%20amfi- | historie-van-landgoed-hageveld-in-boek- tebestuur.heemstede.nl/Vergaderingen/ | bie%C3%ABn%2C%20egels%20of%20vogels. | vorm-samengevat/ Commissie-Ruimte/2023/05-oktober/20:00/ | total flying insect biomass in protected areas. Groenbeleidsplan-80-versie/bijlage-1a-lees- | PLoS ONE 12(10): e0185809. | SVNL-A: Agrarisch natuur- en landschapsbe- | www.landschappen.nl 44 45 https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/ Ruimtelijke_inrichting/Bijzonder_Provinciaal_ Landschap https://rijnland.maps.arcgis.com/apps/webap- pviewer/index.html?id=25694eb316fc45e08a- 47413f80ae8f9f www.Topotijdreis.nl www.samenvooronzeleefomgeving.nl https://stichtingmeergroen.nl/projects/speel- bos-meermond-heemstede/ Titel: Landgoed Hageveld Heemstede 5000 jaar bewoningsgeschiedenis, F.R. Hazenberg 4d. 02 - beplantings- en beheerplan Witrijt Beheerpakkettenboekje ANLb23 Ecologisch slootschonen, zo doe je dat versie 3 elzensingel-beheer-instructie. factsheet-elzenbroekbossen-def.ad900b Groenbeleidsplan_Deventer_vastgesteld L01.03_Elzensingel https://www.safeguard.biozentrum.uniwuerz- burg.de/ toetssteen-openbare-ruimte-2022pdf Waterbuffels in de Noordwaard - Gebr.
Van Kes- sel Microsoft Word - ecologisch slootschonen, zo doe je dat_versie algemeen(waterlandendijken. nl) https://www.louisbolk.nl/sites/default/files/ publication/pdf/begrazing-met-waterbuffels-le- vert-bijdrage-aan-graslandbeheer.pdf Beplantingsindicatie https //www.ecopedia.be/boom/winterlinde https://www. http://hsl.eykel.nl/infobladen %20 en%20houtsingel.nl Flora van Nederland: Gewone vlier - Sambucus nigra Flora van Nederland: Eenstijlige meidoorn - Crataegus monogyna Flora van Nederland: Gewone dotterbloem - Caltha palustris s. palustris Grote kattenstaart - Lythrum salicaria - Waarne- ming.nl https://www.natuurmonumenten.nl/nieuws/ de-knotwilg-bedreigd-icoon-van-cultuurland- schap Rood zwenkgras - Festuca rubra - Waarneming. nl Wilde kamperfoelie - Wikipedia COLOFON De visie is uitgewerkt naar een concreet plan door leden van de coöperatie, te weten: ir. P . Vervuren (landschapsarchitect) ir. A.M. Lodder (landschapsarchitect), Msc. H. Lankveld, dr. M. Tankink (medisch antropoloog), Drs. S. Francken, drs. J. Westerman, drs. M. Los (ecoloog), ir. J. Smits (veehouderij deskundige), H. Lutz, drs. H. Hendrikx. Met dank aan: Saskia Diddens Stefan Jonkers Leon Mimiek Adriaan Moerman Kim Schipperheijn studenten aan de Hogeschool van Hall Larenstein in 2024 en auteurs van het afstudeerrapport ‘Herenboeren Heemstede, een verbindend landschap’.