CConstaterende datHeemskerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Water Acker 2 met bijlagen

Commissie Ruimte, wonen en duurzaamheid 20 mei 2021, gemeente HeemskerkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Water acker 228.670 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Toelichting

Water Acker 2 Gemeente Heemskerk

Datum: 16 maart 2021

INHOUD 1

Inleiding

3

2

Planbeschrijving

Huidige situatie Het plan Motivatie geschiktheid locatie en functioneel programma

6

6 9 11

3

Toets aan beleid

13

4

Toets aan milieu- en omgevingsaspecten

30

5

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

53

6

Juridische plantoelichting

55

1.1 1.2 1.3 1.4

2.1 2.2 2.3

3.1 3.2 3.3 3.4

4.1 4.2 4.3

5.1 5.2

6.1 6.2

Aanleiding Het plangebied Te vervangen bestemmingsplan en doelstelling Leeswijzer

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

Inleiding Milieuaspecten Omgevingsaspecten

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Wat is een bestemmingsplan? Over bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden Bijlage 1. Verkennend bodemonderzoek op een perceel aan de Water Acker te Heemskerk, HB Adviesbureau, 7 juni 2010 Bijlage 2. Akoestisch onderzoek wegverkeer Water Ackers,de Milieuadviseur, 27 september 2019 Bijlage 3. Stikstofberekening Water Acker 2, VdZ Ruimtelijk Advies, 8 november 2019 Bijlage 4. Vormvrije m.e.r beoordeling, VdZ Ruimtelijk Advies, 10 december 2019 Bijlage 5. Akoestisch onderzoek industrielawaai Water Ackers, de Milieu adviseur, 14 februari 2020 Bijlage 6. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, Heemskerk Water Acker 2, Transect, 24 januari 2020 Bijlage 7. Verslag inloopavond 18 april 2019 Bijlage 8. Schaduwstudie Water Acker, 2020

3 4 4 5

13 13 21 22

30 30 42

53 53

55 55

Bijlage 9. Verdeling woningen in vrije sector en sociale huur/ betaalbare koop Bijlage 10. Nota beantwoording zienswijzen en wijzigingen bestemmingsplan Water Acker 2, gemeente Heemskerk

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Op de hoek van de Starweg - Water Acker ligt een thans onbebouwd terrein. Het terrein maakt onderdeel uit van de plangebied Waterwegen en ligt nabij de woonwijk Waterakkers-Lunetten, een voormalig tuindersgebied van ca. 56 ha. in het westen van Heemskerk. Dit gebied is vanaf de jaren ’90 van de vorige eeuw geleidelijk ontwikkeld tot woonwijk. De hoek Starweg -Water Acker is één van de laatste percelen die nog niet ontwikkeld is. De reden hiervoor is gelegen in de lastig te realiseren bestemming die aan het terrein is toegekend. Er was een maatschappelijke functie voorzien, in een geconcentreerd bouwvolume van aanzienlijke oppervlakte en hoogte. Oorspronkelijk was het kavel bestemd voor Uit te werken kantoren en bedrijven. De gedachte bij deze uitwerking was dat er een “organische” overgang van het bedrijventerrein De Houtwegen – via een meer gematigde vorm van bedrijvigheid aan de Rijkstraatweg (waaronder de waterwegen)- met een bufferstrook aan de oostzijde van de expeditieweg met Horeca/ Kantoren en Woon-werk-woningen – en een groen- en waterpartijnaar uiteindelijk het woongebied De Waterakkers. Er zijn echter sinds de oorspronkelijke planvorming geen (reële) initiatieven geweest ter realisatie van de bestemming.

Het gedachte programma -een omvangrijk gebouw met een maatschappelijke bestemming- is gegeven de maatschappelijke invulling van locaties elders in de gemeente een lastig te realiseren bestemming gebleken. Het perceel ligt al enige tijd braak en geeft een ietwat verwaarloosde indruk. De Maatschap KHS heeft daarom het initiatief opgevat om het gebied te herontwikkelen in de lijn van de rest van de woonwijk. Omdat tegen woningbouw op de locatie stedenbouwkundig en ruimtelijk geen bezwaren bestaan, is opnieuw een plan ontwikkeld. De gedachte achter het plan nu is een stedenbouwkundige afronding van de woonwijk maar tegelijk een herkenbaar punt te realiseren in de vorm van een accent, ter markering van de entree van de wijk. Er wordt nu een gelaagd appartementengebouw gerealiseerd met in totaal 48 appartementen. Het perceel ligt zoals aangegeven nu braak en heeft nu een onverzorgd en kaal uiterlijk. Deze negatieve aanblik straalt uit naar de omgeving. Door een appartementengebouw te realiseren, vindt een ruimtelijke verbetering plaats en wordt een bijdrage geleverd aan het benodigde woningaanbod in de gemeente. De bufferwerking tussen bedrijvigheid aan de Rijksstraatweg en de woonwijk blijft in zoverre in stand, door de aanwezigheid van een aarde (geluid) wal.

Mede om deze redenen is het gerechtvaardigd het oorspronkelijk idee achter de strook te verlaten, en op bescheiden schaal woningbouw toe te staan.

3

1.2

Het plangebied Het plangebied bevindt zich in het westen van Heemskerk op de hoek van de Starweg en Water Acker, nabij de Rijksstraatweg. Zie navolgende luchtfoto’s. Het perceel heeft een oppervlakte van ca. 4.440 m2 en wordt aan de westzijde begrensd door de Water Acker, aan de zuidzijde door de Ruyn Acker en aan de noord- en oostzijde door water.

Globale ligging plangebied (ster, links) / omkaderd (rechts) Bron: Google Earth

Waterakkers –in ontwikkeling

1.3

Te vervangen bestemmingsplan en doelstelling Voorafgaand aan dit bestemmingsplan gold het bestemmingsplan Woongebied II zoals vastgesteld op 4 juli 2012. Ter plaatse zijn de bestemmingen Maatschappelijk en Verkeer-Verblijfsgebied opgenomen. Tevens geldt een archeologische dubbelbestemming. Binnen de bestemming Maatschappelijk is het binnen het aangeduide bouwvlak mogelijk een gebouw te realiseren ten behoeve van de bestemming, met een maximale bouwhoogte van 12 meter. Het gebruik van de gronden voor wonen is op basis van beide bestemmingen niet toegestaan.

4

Om op deze locatie de gewenste woningbouw mogelijk te maken, dient een nieuw bestemmingsplan met een nieuw planologisch regime te worden opgesteld. Dit voorliggend bestemmingsplan heeft tot doelstelling daarin te voorzien. Het voorliggend bestemmingsplan vervangt, nadat het van kracht is geworden, de vigerende regeling voor deze locatie.

Uitsnede bestemmingsplan Woongebied II

1.4

Leeswijzer Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, de planregels en een verbeelding. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan waaruit het plan bestaat, hoe en wat met het plan juridisch-planologisch wordt geregeld en geeft de resultaten van het onderzoek naar de uitvoerbaarheid weer. De toelichting zoals bedoeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is in navolging hiervan als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 is de inleiding. Na de beschrijving van het plan, het plangebied en de onderbouwing staat in hoofdstuk 2 de onderbouwing van het plan beschreven. In de navolgende hoofdstukken wordt getoetst of het initiatief uitvoerbaar is. Onderscheiden worden achtereenvolgens een toets aan het relevante ruimtelijke beleid van diverse overheden, milieu- en omgevingsaspecten, financieel-economische en tot slot maatschappelijke uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 6 is een toelichting gegeven op de wijze van bestemmen (wat wordt er geregeld en hoe wordt het geregeld).

5

2 2.1

Planbeschrijving Huidige situatie De woonwijk Waterakkers-Lunetten (in de volksmond Waterakkers) is een voormalig tuindersgebied in het westen van Heemskerk. De gemeente Heemskerk heeft begin jaren ’90 een uitbreidingsplan vastgesteld om tot (gefaseerde) transformatie van het gebied te komen. Het tuindersgebied lag tussen Rijksstraatweg en het centrum van Heemskerk en werd grotendeels omringd door bebouwing; deze plek was daarom geschikt voor een meer stedelijke functie. In 1995 kwam er een plan van Architectenbureau Alberts en Van Huut voor de nieuwe woonwijk. De voor dit architectenbureau typische ontwerperstaal, waarbij wordt gewerkt met organische vormen waarbij de mens en zijn leefomgeving uitgangspunt zijn, lag ook aan Waterakkers-Lunetten ten grondslag. De kozijnkleuren van de woonwijk stammen af van de elementen vuur, lucht en water. Helaas zijn deze kleuren voor een deel door bewoners in andere kleuren geverfd. Volgens de architecten is het element aarde terug te vinden in de vele natuur in Waterakkers-Lunetten. Er kwamen ook speciale 'klimaathuizen' aan de Pad Acker, met dank aan het WNF. Waterakkers is een organische wijk geworden met een grillig verloop van zowel gevels als stratenpatroon.

De bebouwing bestaat uit laagbouwwoningen zowel in de vorm van rijwoningen, tweeonder-één-kapwoningen als geschakelde patiowoningen en vrijstaande woningen; er zijn ook appartementencomplexen. Omdat er veel overeenkomsten zijn gerealiseerd in zowel vormgeving, materialisatie, kleur en techniek, ademt Waterakkers een stedenbouwkundige en architectonische eenheid uit. Met name door de verbindende waterelementen is er ook ruimtelijke samenhang. Tegenwoordig is er één huis overgebleven van de oorspronkelijke bebouwing. Dit huis aan de Pieter Acker is dus het enige niet-organische gebouw in de wijk. Daarnaast verwijzen ook de straatnamen naar het tuinbouwverleden. Ontstaansgeschiedenis landschap Het plangebied ligt op de oostelijke rand van het Hollandse duingebied. Dit duingebied omvat het huidige strand, alle strandwallen en -vlakten en de duinen die aan de oostzijde van het strand in Noord- en Zuid-Holland voorkomen (Berendsen 2005). Een strandwal is een hoger gelegen zandbank en daardoor van oudsher geschikt voor nederzettingen. Het ontstaan van het duingebied is sterk gerelateerd aan de zeespiegelstijging gedurende het Holoceen (vanaf circa 9.500 voor Chr.). Tijdens een periode van relatief snelle zeespiegelstijging die tot circa 4.500-4.000 voor Chr.

duurde, bestond de kust van Nederland uit een uitgebreid waddengebied met zandbanken en -platen die gescheiden werden door grote getijdegeulen. Dit waddengebied werd gedeeltelijk afgeschermd van de open zee door een reeks eilanden. Deze eilanden en het waddengebied werden als gevolg van de alsmaar stijgende zeespiegel geleidelijk omgewerkt en steeds verder naar het oosten verplaatst. Vanaf 4.500-4.000 voor Chr. nam de stijging van de zeespiegelstand sterk af en kwam de oostwaartse verplaatsing van de eilanden tot stilstand. Vanuit de Noordzee en de 6

grote rivieren werden grote hoeveelheden zand aangevoerd, waardoor de getijdengeulen geleidelijk verzandden en de reeks eilanden aan elkaar groeide tot een strandwal. Achter de strandwallen vond grootschalige veenvorming plaats, waarbij het Hollandveen Laagpakket werd gevormd (de Mulder et al. 2003). Tot ongeveer 0-100 na Chr. bleef de grote aanvoer van zand in stand waardoor de kustlijn steeds verder westwaarts uitbreidde. Bij die uitbreiding werden afwisselend strandvlaktes en strandwallen gevormd. Strandvlakten werden gevormd gedurende perioden (van tientallen tot honderden jaren) met gemiddeld een kleiner aantal of minder hevige stormen. Het strand werd langzaam breder en op de hogere delen die alleen tijdens springvloed en zware storm onder water stonden kon zich vegetatie (gras en struiken) vestigen en vormden zich kleine solitaire duinen. In perioden met meer en/of hevigere stormen werd het door de zee aangevoerde zand boven de vloedlijn op het strand hoog opgeworpen in een rug, een strandwal. De gebieden tussen de strandwallen waren natter en minder geschikt voor nederzettingen. Het dorp Heemskerk is gelegen in de regio Midden Kennemerland en vermoedelijk ontstaan in de 10e eeuw (mogelijk eerder) op de zuidzijde van zo’n strandwal. De eerste vermelding van Heemskerk stamt uit 1063, toen het ‘Hemezenkyricha’ heette.

Het gaat om een ovaal gebied dat geflankeerd wordt door twee wegen, die in het zuiden uiteen gaan en noordelijker weer tezamen komen. De wegen die het oorspronkelijke gebied ontsloten zijn respectievelijk de Kerkweg (zuidwest) en de Oosterweg (noordoost). Heemskerk was oorspronkelijk in feite een kerkbuurt waaromheen diverse buurtschappen lagen, zoals Molenbuurt, Hoogdorp, Oosterzijde, etcetera. Deze zijn in de loop der tijd aan elkaar gegroeid tot het huidige Heemskerk. Van oorsprong is Heemskerk (lees de verschillende buurtschappen en kerkbuurt) een agrarische nederzetting, waar later (begin 20e eeuw) de bloembollen - en aardbeienteelt tot ontwikkeling zijn gekomen. De veldvruchten werden veelal verhandeld op de veiling in Beverwijk, van waar de goederen werden getransporteerd naar steden als Amsterdam en Haarlem. De ontwikkeling van Heemskerk en omgeving is sterk beïnvloed door de aanleg van het Noordzeekanaal, tussen 1865 en 1872. Doel van het kanaal was Amsterdam een betere verbinding te geven met de Noordzee. Ook werd een spoorwegverbinding tussen Amsterdam en Alkmaar aangelegd waardoor de wijde omgeving beter wordt ontsloten. Van ‘tuindersdorp’ is Heemskerk in de 2e helft van de twintigste eeuw gegroeid tot een woongemeente met veel forenzen. Het dorp is dan aan Beverwijk vastgegroeid en is met name functioneel een eenheid met Beverwijk gaan vormen.

7

De “Waterakkers” is een voorbeeld van zo’n tuinderijgebied dat nog vrij recent als zodanig in gebruik was. Dit is af te lezen aan navolgende (historische) kaartbeelden.

Ruimtelijke beschrijving Het plangebied ligt thans geheel braak. Ten noorden ligt een kleinschalig winkelcomplex in een half ronde open vorm, met een supermarkt , een fitnesscentrum en enige kleinere detailhandel en horeca. Deze functies bevinden zich allen op de plint; daarboven wordt in drie lagen gewoond (appartementen). Ten westen ligt de Rijksstraatweg met diverse bedrijfsbebouwing, alsmede in de zuidhoek een supermarkt. Het gaat o.a. om autoshowrooms en een dierenspeciaalzaak. Ten oosten ligt het reeds ontwikkelde deel van de Waterakkers. De bedrijven zijn uit het zicht onttrokken door een aarden wal die hier is opgeworpen. Alleen de in- en uitgang van de bedrijven is zichtbaar. De Starweg is aan de westzijde van Heemskerk de belangrijkste toegang tot het centrum. De woonwijk wordt van de Rijksstraatweg gescheiden door een strook bedrijven, welke onder andere bestaan uit autoshowrooms, dierenspeciaalzaak en een AH. Deze strook bebouwing behoort qua lay-out tot de wijk de Waterakkers, maar is expliciet ruimtelijk gescheiden door een groen talud (groene buffer). Ook de karakteristieke Alberts & Van Huut bouwstijl is - behoudens AH - niet doorgezet in deze bedrijvenstrook. De zichtbaarheid en toegang van de bedrijfspercelen is hoofdzakelijk aan de Rijksstraatweg gelegen.

Door middel van de poortconstructies in het groene talud zijn de bedrijven ook bereikbaar via de ontsluitingsweg Water Acker. De Rijksstraatweg heeft zowel in de structuurvisie als in het bestemmingsplan (dit is een separaat plan) de typering Bedrijvengebied. Het plangebied is in de structuurvisie als buurtgroen gemarkeerd.

8

Foto’s plangebied en omgeving Ruimtelijke analyse Het plangebied bestaat uit gras, lage struiken en zand en geeft door het niet onderhouden karakter een verwaarloosde indruk. Het gebied vormt echter wel de entree van dit deel van Heemskerk en kent door de aanwezige bedrijvigheid en detailhandel in de directe omgeving de nodige levendigheid. De waterpartij ten oosten van het gebied vorm een sterk ruimtelijk verbindend element in de woonwijk. De ontsluiting is ronduit gunstig te noemen: de Starweg sluit direct aan op de Rijksstraatweg, van waaruit (grote delen van) Heemskerk ontsloten worden.

2.2

Het plan Zoals aangegeven, bestaat het initiatief het plangebied toe te voegen aan de woonwijk Waterakkers door woningbouw te ontwikkelen. Er komt een appartementengebouw, bestaande uit 48 appartementen, waarvan 15 in de sociale categorie conform gemeentelijk beleid. Het gebouw is naar ontwerp van Alberts en Van Huut die ook verantwoordelijk waren voor het ontwerp van een groot deel van de woningen in de woonwijk Waterakkers-Lunetten. Het gebouw bestaat uit meerdere hoogtes en loopt in hoogte af van noord naar zuid. Het deel op de kop met de Starweg bestaat uit 6 bouwlagen, vervolgens komt er een deel bestaande uit 5 bouwlagen en tenslotte een langwerpiger deel bestaande uit vier bouwlagen. Ten zuiden en oosten daarvan is er ruimte gereserveerd voor parkeerplaatsen dat aan de zuidkant wordt afgeschermd met

9

een beuken haag. Langs de Water Acker komt een strook openbaar gebied bestaande uit een voetpad en parkeerplaatsen. Zie navolgende situatieschets en impressies.

Situatieschets, Alberts en Van Huut

Water Acker

Starweg

Water Acker

Starweg Impressies nieuwe situatie in zuidoostelijke richting (boven) en westelijke richting (onder)

10

Impressie nieuwe situatie in noordwestelijke richting

2.3

Motivatie geschiktheid locatie en functioneel programma Gelet op het functionele beeld, is een woonfunctie ter plaatse goed denkbaar. Het begin van de woonwijk krijgt nu een duidelijke markering. Er wordt zodoende een fraaie, herkenbare entree van de woonwijk gerealiseerd die aansluit op de gehanteerde architectuur in de woonwijk Waterakkers-Lunetten. De bebouwing op deze locatie sluit aan op het hiervoor omschreven cultuurhistorisch gegroeide occupatiepatroon van het strandwallenlandschap. Het plangebied ligt namelijk op de strandwal, waar altijd een hogere bebouwingsdichtheid is geweest dan het duingebied of de veenweidegebieden. De Rijksstraatweg (verder naar het noorden Herenweg of Heereweg geheten) is van oudsher de belangrijkste doorgaande route naar Castricum en markeert grofweg de grens strandwal – duingebied. Alle kernen liggen dan ook voornamelijk ten oosten van deze route (Heemskerk, Castricum, Egmond Binnen, Egmond aan de Hoef, Bergen). De locatie kan goed ontsloten worden en de woningen krijgen aan de achterzijde een fraai zicht op de aanwezige waterpartij. Bovendien zijn in de onmiddellijke nabijheid dagelijkse voorzieningen aanwezig (Vomar en Albert Heijn) en liggen ook duin en zee vlakbij.

Zowel functioneel als ruimtelijk sluit de ontwikkeling goed aan bij de omgeving en in stedenbouwkundige zin wordt een herkenbare entree gerealiseerd in de vorm van een hoogte-accent. Met een schaduwstudie, als bijlage toegevoegd, is inzichtelijk gemaakt wat de effecten zijn op de omgeving. Het woningbouwprogramma voorziet in de leniging van een (lokale) behoefte. Met name zijn de grote appartementen geschikt voor de doelgroep 55+ers (de zogenaamde empty nesters); maar door de gekozen omvang van de kleinere appartementen kunnen jonge gezinnen en starters er ook terecht. Speerpunten woonvisie 2025 Heemskerk In deze woonvisie zijn 2 specifieke aandachtsgebieden benoemd, te weten starters en ouderen. De ligging is iets te decentraal ten opzichte van zaken als uitgaansgelegenheden en centrum van Heemskerk. Een invulling voor ouderen is ook een mogelijkheid. Het voorzieningenniveau is hoog genoeg en bijkomend voordeel is dat er mogelijk een samenwerking met het nabij gelegen verzorgingshuis Heemswijk realiseerbaar is.

11

Doelgroepen voor deze woningen Vanuit de woonvisie zou een invulling voor starters en of ouderen voor de hand liggen. Een invulling voor ouderen zou passen op deze locatie. Ouderen zijn beperkt in de markt voor een verhuizing. Geheel inzetten op deze groep is niet wenselijk, te meer omdat de concurrentie groot is van vergelijkbare ontwikkelingen. Voor starters is momenteel weinig nieuwbouw beschikbaar in Heemskerk. Bijkomend voordeel is dat de locatie erg goed ontsloten door de ligging nabij de westelijke randweg van Heemskerk. Tot slot biedt de te realiseren parkeervoorziening voldoende capaciteit om de extra parkeervraag die gepaard gaat met de woningen op te vangen. De conclusie luidt dat de ontwikkeling van met het benoemde programma gewenst is. In navolgende hoofdstukken wordt getoetst of het plan ook haalbaar is vanwege milieu- en omgevingsaspecten en relevant ruimtelijk beleid van diverse overheden.

12

3 3.1

Toets aan beleid Inleiding Aan iedere ruimtelijke onderbouwing ligt een aantal uitgangspunten ten grondslag ten aanzien van de inrichting van de omgeving. Deze uitgangspunten vinden hun grondslag in algemeen gemeentelijk beleid. Ook is er beleid op deelaspecten ten aanzien van bijv. wonen, detailhandel, groen, welzijn etc. dat voor een ruimtelijke onderbouwing van belang is. Dit gemeentelijk beleid ten aanzien van de inrichting van het gemeentelijk gebied, heeft mede gestalte gekregen mede op grond van ruimtelijk beleid van hogere overheden, zoals het rijk en de provincie. Provinciaal en gemeentelijk beleid zijn ieder op hun beurt weer een vertaling van de meer abstracte regie op nationaal niveau, c.q. het rijksbeleid. Rijks, provinciaal en regionaal ruimtelijk beleid worden hierna kort uiteengezet. Het gemeentelijk beleid, dat de achterliggende gedachte van de ruimtelijke onderbouwing vormt, komt daarna aan de orde.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie 2021 De kaders van het rijksbeleid op het gebied van de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld en per 1 januari 2021 in werking getreden. De NOVI vervangt vanaf dat moment de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012). Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat immers voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het zijn grote en complexe opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. De toenemende druk op de fysieke leefomgeving vraagt daarbij om een actiever Rijksoverheid. De NOVI stelt een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisatie, en met meer regie vanuit het Rijk. Regie vanuit het Rijk betekent echter niet het centraliseren van taken en verantwoordelijkheden; wel het geven van richting op grote opgaven en regie op goed samenspel, zowel publiek als publiek/privaat. In de NOVI zijn de genoemde opgaven samengevat in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. een duurzaam en economisch groeipotentieel; 3.

sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om dit te bereiken worden 21 nationale belangen benoemt in de NOVI waarop de nationale overheid zich richt. Deze hebben onder andere betrekking op het zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften, het waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem, het

13

beperken van klimaatverandering, het waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen, het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang en het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. Deze 21 nationale belangen hebben ook een relatie met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), zie ook paragraaf hierna. Beoordeling en conclusie Er zijn geen Rijksbelangen in het geding. 3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening (Barro/Bro, 2012) Het kabinet heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkhe-den op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) beves-tigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Het 1e deel van het Barro is in december 2011 van kracht geworden. Per 1 oktober 2012 is een aantal onderwerpen toegevoegd en is de Ladder van duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Met de uitbreiding van het Barro is de juridische verankering van de SVIR compleet geworden. Het laatste belang, zorgvuldige afweging, is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening. De regeling komt er op neer dat van bepaalde ontwikkelingen nut en noodzaak dient te worden aangetoond.

Op 1 oktober 2012 is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op 1 juli 2017 is een wijziging van het Bro in werking getreden, waarbij de Ladder voor duurzame verstedelijking is aangepast. De (gewijzigde) Ladder is in artikel 3.1.6 lid 2 Bro vastgelegd en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Er is gelet op het aantal woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling. De behoefte wordt hierna onderbouwd. Regionaal actieprogramma Zuid-Kennemerland / IJmond Geeft Thuis! Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 t/m 2020 De gemeente Heemskerk is gelegen in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond. In 2016 heeft de regio Zuid-Kennemerland/IJmond het regionale actieprogramma wonen (RAP) vastgesteld. Onder het motto ‘Geeft thuis’ zijn ambities geformuleerd en plan14

nen gemaakt voor het wonen in de regio voor de periode 2016 t/m 2020. In 2019 is een notitie vastgesteld met een actueel beeld van de woningbouwplannen per 1 februari 2019. De notitie laat zien hoe de woningbehoefte zich ontwikkelt en welke ontwikkelingen de woningvoorraad doormaakt. Daarnaast geeft de notitie inzicht in hoeverre de regio over voldoende plancapaciteit beschikt om de regionale woningbouwopgave te realiseren Op 28 februari 2019 zijn Regionale afspraken over een regionaal woningbouwprogramma 2019 t/m 2024 en groei van de sociale huurvoorraad gemaakt. De nieuwe afspraken over het regionaal woningbouwprogramma 2019 t/m 2024 vervangen de afspraken over het programma 2016 t/m 2020 in het RAP. De nieuwe afspraak over uitbreiding van de sociale huurvoorraad vervangt eveneens de huidige afspraak in het RAP. Afspraak: In lijn met de missie in het RAP is de ambitie van de regio minimaal aan de additionele woningbehoefte, zoals geraamd door de Provincie, te voldoen. De additionele woningbehoefte 2017 t/m 2024 is 9.650 woningen. Minus de productie in 2017 (868 woningen) en 2018 (1362 woningen) resteert dan voor 2019 t/m 2024 een netto productie van 7.420 woningen. Dit is gemiddeld ruim 1.200 woningen netto per jaar. Afspraak: We streven naar een grotere netto woningproductie, zodat het huidige woningtekort afneemt.

Een netto productie t/m 2024 van 7.420 woningen is het minimum. We stellen geen bovengrens aan de productie. woningresterende plancap t/m plancap t/m 2024 behoefte behoefte 2024 realisatie (feb 2019) (feb 2019) 2017 t/m 2017 en 2019 t/m 2024 (netto) 2018 (netto) 2024 (netto) (bruto) (netto) Beverwijk

1280

1107

173

1879

1370

Woningvoorraad 1-1-2019 19279

Bloemendaal

580

265

315

744

719

9992

Haarlem

5480

1596

3884

8156

6950

75663

Heemskerk

440

-13

453

1056

860

17500

Heemstede

220

76

144

262

257

12587

Velsen

1090

93

997

4230

1868

30913

Zandvoort

560

40

520

521

521

9557

12545

175491

Totaal bruto

16848

Totaal netto

9650

2230

7420

IJmond

2810

253

2557

7165

4098

67695

ov. Zuid-Kennemerland

1360

381

979

1527

1497

32136

Haarlem

5480

1596

6950 3884 8156 1e kolom Monitor Monitor minus 2e PlanPlankolom capaciteit capaciteit

75663

Bron:

Provincie NH 2017

CBS

CBS

Afspraak: De gemeenten Heemstede en Heemskerk doen een extra inspanning om een grotere woningbouwopgave op zich te nemen.

15

Onderbouwing voor de resterende behoefte kan worden gevonden door te planmonitor van de provincie Noord-Holland 1.

In totaal zijn er in Heemskerk tot 2029 plannen voor 1434 woningen. Het merendeel daarvan heeft echter niet de status van hard plan, zie navolgende afbeelding. De harde plancapaciteit wordt met name gevormd door de plannen Assumerhof (18 woningen), het paviljoen (24), Slotheeren (69) en de Splinter (22), in totaal 134. Er is ook gelet hierop in kwalitatieve zin ruimschoots behoefte aan extra woningen.

Uitsnede planmonitor Kwalitatief In tegenstelling tot de raming in 2015, laat de actuele raming van de woningbehoefte zien dat er meer sociale huurwoningen nodig zijn in de regio. Dit geldt voor elk van de deelgebieden. Het gaat in totaal om 2.800 à 3.000 woningen (bijna 30% van de extra woningbehoefte in de periode 2017 t/m 2024). Deze behoefte komt bovenop het huidige tekort aan sociale huurwoningen. Met name in Haarlem en overig ZuidKennemerland zijn de wachttijden lang en worden steeds langer. Uit het WiMRA-onderzoek blijkt dat de omvang van de totale sociale huurwoningvoorraad in Zuid-Kennemerland/IJmond (en ook in de andere MRA-regio’s) is afgenomen. Dit verklaart mede het tekort. Ook de situatie dat kwetsbare groepen steeds minder in instellingen terecht kunnen (extramuralisering van de zorg) zorgt voor extra vraag. Het minimaal op peil houden van de regionale voorraad sociale huurwoningen, zoals afgesproken in het RAP, is dus niet meer voldoende. Dit betekent niet alleen het realiseren van nieuwe sociale huurwoningen, maar ook dat dit moet ook leiden tot een uitbreiding van de totale sociale huurvoorraad (sociale huurwoningen zijn in overgrote mate in bezit van corporaties, maar er zijn ook particuliere verhuurders die woningen verhuren met een huur < € 711). Er verdwijnen immers 1

https://www.plancapaciteit.nl/map.do

16

ook sociale huurwoningen uit de voorraad door sloop (dit betreft nagenoeg alleen sociale huurwoningen van corporaties), liberalisatie (m.n. particuliere sociale huurwoningen) en verkoop. In alle gemeenten is een uitbreiding van de sociale voorraad nodig, om de toekomstige groei van de behoefte op te vangen en zo mogelijk ook het bestaande tekort te verkleinen. Elke gemeente in de regio dient een eerlijke bijdrage te leveren aan de groei van de sociale voorraad. In de IJmondgemeenten is uitbreiding moelijker te realiseren, vanwege de herstructureringsopgave. Het behoud van de omvang van de sociale huurvoorraad is dan al een grote opgave. Ook is, vanwege de kortere wachttijden voor een sociale huurwoning, die uitbreiding op gemeenteniveau minder urgent dan in Zuid-Kennemerland. . Afspraak: Elke gemeente zet zich in om in de nieuwbouwproductie 30% sociale huur te realiseren (bruto). Afspraak: Elke gemeente zet zich in voor een per saldo uitbreiding van de sociale huurvoorraad. Beverwijk vormt hierop een uitzondering: zij streeft naar behoud van de sociale huurvoorraad. Beverwijk en Heemskerk zullen gezamenlijk inzetten op een groei van de sociale voorraad in Beverwijk/Heemskerk.

Wanneer een andere gemeente in de regio, ondanks de inspanning om de voorraad uit te breiden, toch een daling van de voorraad sociale huurwoningen voorziet, gaat zij in gesprek met de buurgemeenten in het deelgebied om na te gaan of dit gecompenseerd kan worden. Middensegment Er is ook een flinke behoefte aan goedkope koopwoningen. Voor middeninkomens zijn koopwoningen tussen € 180.000 en € 250.000 betaalbaar. De behoefte aan middeldure huurwoningen is beperkt. Niettemin blijkt in de praktijk dat dit segment voor diegenen die niet terecht kunnen in de sociale huur en/of niet in staat zijn te kopen het enige alternatief is. Dit geldt met name in gebieden met hoge koopprijzen, zoals in ZuidKennemerland. Middeldure huurwoningen zijn ook nodig voor mensen die met spoed een woning zoeken vanwege bijv. scheiding, nieuwe baan. Vrije sector huurwoningen, waaronder middeldure huurwoningen, vormen de smeerolie op de woningmarkt. Goedkope koop en middeldure huur bedienen dezelfde inkomensgroepen, namelijk de middeninkomens (< € 54.000, dat is 1,5 x modaal). Voor een deel van de woningzoekenden zijn deze segmenten uitwisselbaar. Middeldure huur is dus een alternatief indien het niet mogelijk is goedkope koopwoningen te realiseren. Per gebied zal de noodzakelijke inspanning verschillen.

Voor de gemeenten Bloemendaal en Heemstede is het realiseren van substantiële aantallen middensegment in zowel de koopsector als in de huursector moeilijk haalbaar vanwege de hoge grondprijzen. Ook in Haarlem zijn ontwikkelaars geneigd prijzen te verhogen. In de IJmond zorgt marktwerking uit zichzelf al voor een groot aandeel middenklasse woningen in de nieuwbouwproductie. De extra behoefte aan middensegment woningen bedraagt, los van het huidige tekort, in totaal 2.000 à 3.000 woningen (22 à 34 procent van de woningbehoefte in de periode 2017 t/m 2024).

17

Afspraak: Elke gemeente spant zich in om middensegment toe te voegen (middeldure huur € 711 - € 972 en/of goedkope koop < € 250.000) Ontwikkelingsrichtingen segmenten Op basis van de geraamde kwalitatieve woningbehoefte (trendmatig en met verrekening van woonwensen uit het RIGO-onderzoek) en het voorgaande ontwikkelt het regionale woningbouwprogramma zich in de volgende richting. 1. Afspraak: onderstaand schema te hanteren als ontwikkelingsrichting voor de woningbouw per deelgebied en voor elk van de gemeenten in het betreffende deelgebied. Gewenste ontwikkelingsrichting woningproductie per deelgebied 2019 t/m 2024

++ + +/-

groot aandeel in productie matig aandeel in productie geen aandeel in productie Haarlem Overig ZKLIJmond

Regio

sh €711-€971 > €971

++ + +/-

++ + +/-

++ + +/-

++ + +/-

< €250.000 €250-363.000 > €363.000

++ ++ ++

++ ++ ++

++ ++ +

++ ++ ++

Eengezins/meergezins Uit de raming komt naar voren dat de behoefte aan grondgebonden woningen en aan appartementen ongeveer even groot is. Dit komt o.a. doordat veel eengezinswoningen voorlopig bewoond blijven door senioren. Voorlopig zijn er dus ook nog eengezinswoningen nodig voor jonge gezinnen. In de plannen van de gemeenten zijn meer appartementen dan eengezinswoningen opgenomen. Door de wens naar een hogere plancapaciteit, binnenstedelijk bouwen, vraag naar stedelijk woonmilieu en de vergrijzing is veel van de plancapaciteit in appartementen opgenomen. Bovendien dient een deel als vervanging van sloop van verouderde appartementen in de sociale huur. Uitstroom Amsterdam Het CBS meldde begin 2016 dat er steeds meer mensen vertrekken uit de vier grote steden 2. Voor Amsterdam geldt dat zij per saldo te maken heeft met een toenemende bevolking vanwege buitenlandse migratie en een geboorteoverschot, maar geldt dat het saldo van binnenlandse verhuizingen een negatieve ontwikkeling laat zien de afgelopen jaren. Het is legitiem de Amsterdamse markt te betrekken bij de behoefte in Heemskerk. In een aanpassing van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking verdwijnt het begrip regionaal. Het gaat slechts om het aantonen van de behoefte. Die behoefte laat zich niet altijd op regionaal niveau beschrijven. Over het algemeen profiteren de randgemeenten van de uitloop van Amsterdam.

De gemeente Heemskerk profiteert dan ook zeker van de uitstroom van Amsterdam. 2 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/08/meer-mensen-vertrekken-uit-grote-stad

18

Bron: Regionaal Actie Programma Wonen Stadsregio Amsterdam.

Uit cijfers die het CBS in juni 2016 publiceerde bleek dat in de jaren 2014 en 2015 voornamelijk meer jonge gezinnen de grote steden verlieten 3. In 2015 verhuisde ruim 10 procent van de Amsterdamse gezinnen met kinderen tot vier jaar naar een andere gemeente, in 2012 was dat nog geen 6 procent. De jonge gezinnen die uit de grote stad vertrekken hebben vaak een hoog inkomen. Uit de verhuisbewegingen blijkt dat naarmate het inkomen van een jong gezin daalt, het aantal gezinnen dat de stad verlaat ook afneemt. Ook bij deze jonge gezinnen geldt dat zij zich voornamelijk in de randgemeenten van de Amsterdam vestigen, zoals navolgende afbeelding ook weergeeft.

Bestemming van gezinnen met kinderen verhuisd uit Amsterdam in 2015 (Bron: CBS) Tevens zijn er vanuit de markt steeds meer indrukken dat de overloop van Amsterdam naar Heemskerk groter is dan de woningmarktgegevens momenteel laten zien 4. De druk op de Heemskerkse woningmarkt zou steeds groter worden omdat voor de gemiddelde Amsterdammer de beschikbare woningen in de Amsterdamse regio (financi-

3

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/23/meer-jonge-gezinnen-verlaten-de-stad

4 http://www.bouwenwonen.net/immo/read.asp?id=40997&content=Regio-Alkmaar-

stevent-af-op-structureel-woningtekort&utm_source=dlvr.it&utm_medium=twitter

19

eel) niet passend zijn waardoor zij steeds meer uitwijken naar de provincie. Makelaars melden dan ook dat de verhuisbewegingen vanuit gemeenten als Amsterdam naar Zuid Kennemerland/Ijmond toenemen. Gelet op het voorgaande kan worden gesteld dat het marktgebied zich primair richt op de regio met een uitloop richting de buurgemeenten. Ook de gemeente Amsterdam behoort tot het secundaire marktgebied. Regionaal Actie Programma Stadsregio Amsterdam In het RAP van de stadsregio Amsterdam is de woningbehoefte afgezet tegen de harde plancapaciteit voor de periode 2015-2025. Daaruit volgt dat voor alle segmenten geldt dat de harde plancapaciteit niet kan voorzien in de kwalitatieve behoefte. Ten aanzien van het woonmilieu geldt dit het meest voor meergezinswoningen in een stedelijk woonmilieu en voor eengezinswoningen in een suburbaan woonmilieu. Wanneer de woningbehoefte in de regio Amsterdam wordt vergeleken met de plancapaciteit voor wat betreft koop- en huurwoningen valt op dat voornamelijk de behoefte in vrijwel alle segmenten onvoldoende is.

Bron: Regionaal Actie Programma Wonen Stadsregio Amsterdam. Beoordeling en conclusie Het plan springt in op dit tekort en de geformuleerde kwantitatieve en kwalitatieve opgave in de. Er is een grote vraag naar dure koopwoningen; de plancapaciteit blijft hierbij achter. Ook wordt voldaan aan de sociale opgave en betaalbare sector, en wordt ook voorzien in plannen in het middensegment. Oplegger Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 t/m 2020 De oplegger is toegevoegd aan het RAP. Herhaald wordt in de regio Amsterdam de woningbehoefte zo groot is, dat in vrijwel alle marktsegmenten tekorten zijn. Het plan is van dien aard dat nationale belangen zoals gedefinieerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Barro niet worden geschaad. Ook maakt het plangebied geen deel uit van een “MIRT-gebied” waarvoor het realiseren van nationale opgaven is beoogd. Voorts is er behoefte aan het plan en wordt zodoende voldaan aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking.

20

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Noord-Holland NH2050 De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 door Provinciale Staten (PS) vastgesteld. In de Omgevingsvisie NH2050 staat een duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving centraal. De leefomgeving is de basis is, met een samenleving die wensen en behoeften heeft en de leefomgeving gebruikt voor ruimtelijk- economische ontwikkelingen. De hoofdambitie is gericht op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste onderwerpen zijn: 1. Klimaatverandering bedreigt onze leefomgeving; de ambitie is een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland 2. Verbetering van bodem, water- en luchtkwaliteit; de ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving 3. Biodiversiteit; de ambitie luidt deze te vergroten; 4. Economische transitie; ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. 5. Energietransitie; de ambitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. 6. Mobiliteit: de ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden 7.

Wonen en Werken: de ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn; 8. Landschap: de ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Het wegnemen van de grote druk op de woningmarkt is één van de opgaven. In Noord-Holland Noord moeten er 20.000 woningen bijkomen tot 2040. Het op peil houden van het voorzieningenniveau in de gehele provincie een andere. Beoordeling en conclusie: er wordt een bijdrage geleverd aan de woningopgave. Het plan past binnen de Omgevingsvisie.

3.3.2

Omgevingsverordening NH2020 (2020) Op 11 november 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. In de verordening staan de regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. In de verordening zijn regels opgenomen over onderwerpen in zowel het landelijke als het stedelijke gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Een deel van de regels is alleen van toepassing voor het landelijk gebied. Beoordeling en conclusie Het plan is zoals aangegeven als stedelijke ontwikkeling aan te merken. De provincie hanteert voor het begrip stedelijke ontwikkeling namelijk hetzelfde begrip als het Besluit ruimtelijke ordening (zie paragraaf 3.1). Van toepassing is artikel 6.3 Nieuwe ste-

21

delijke ontwikkelingen: Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. Zie hiervoor voorgaande paragraaf; het initiatief is regionaal afgestemd en daarmee in overeenstemming met de afspraken. Het initiatief past binnen de Omgevingsverordening.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Heemskerk 2020, Kiezen voor Kwaliteit (2012) Conform de Wet ruimtelijke ordening dient de structuurvisie digitaal raadpleegbaar te zijn. Om deze reden en de gewijzigde ruimtelijke inzichten binnen de gemeente is de structuurvisie uit 2003 geactualiseerd. De structuurvisie is op 26 januari 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. Ten opzichte van de huidige structuurvisie zijn geen wijzigingen voorzien binnen het plangebied. Het plangebied is aangeduid als bebouwde kom. Het maakt onderdeel uit van zowel 'van Acker tot Burcht' als 'Duin tot Dorp'. De uitbreidingswijken zijn vrijwel voltooid. Woningbouw en de realisatie van voorzieningen zullen in de toekomst vooral binnenstedelijk en op herstructureringslocaties moeten plaatsvinden. Daarnaast zet de gemeente op het realiseren van voldoende voorzieningen. Dit wordt afgeleid uit de trends in bevolkingssamenstelling en –ontwikkeling. In de Toekomstvisie 2040 wordt de ambitie uitgesproken om het inwonertal ook op langere termijn rond de 40.000 te houden en qua voorzieningen en woonbeleid in te spelen op de vergrijzing.

22

Structuurvisiekaart Op voornoemde kaart ligt het plan binnen Van Acker tot Burcht. Hier moet de nuance opgemaakt worden dat oorspronkelijk het plangebied binnen bedrijventerrein lag. De achterliggende reden zijn reeds eerder geschetst. Het terrein zou als overgangsgebied fungeren van de Rijksstraatweg naar het woongebied. De gedachte bij deze uitwerking was dat er een “organische” overgang van het zware bedrijventerrein De Houtwegen – via een meer gematigde vorm van bedrijvigheid aan de Rijkstraatweg (waaronder de waterwegen)- met een bufferstrook aan de oostzijde van de expeditieweg met Horeca/ Kantoren en Woon-werk-woningen – en een groen- en waterpartijnaar uiteindelijk het woongebied De Waterakkers-Lunetten. Dit idee wordt thans verlaten; de redenen hiervoor zijn uiteengezet. Niet alleen woningbouw, maar ook voorzieningen en infrastructuur zijn de laatste decennia ingericht op een diverse bevolking. Voorzieningen zijn gericht op alle leeftijdscategorieën, al ligt het accent op de ‘oudere, maar vitale Heemskerker’ (60-plussers). De infrastructuur van Heemskerk is ‘ouderenproof’, en zeer geschikt voor toerisme en recreatie. Qua voorzieningen staan gezondheid, wellness en sport centraal. Dit biedt aantrekkelijke mogelijkheden voor het bedrijfsleven en houdt bovendien de bevolking fit.

Vanuit de hele regio IJmond komen mensen naar Heemskerk om gebruik te maken van de wellness- en sportfaciliteiten. Ook op dit punt is het initiatief dus in overeenstemming met de structuurvisie.

23

Beoordeling plan en conclusie Het plan draagt bij aan de woningvoorraad in Heemskerk waarmee de autonome bevolkingsgroei opgevangen kan worden. Het gaat bovendien om een binnenstedelijke locatie. Ook wordt de ruimtelijke kwaliteit verbeterd. Het initiatief past daarmee binnen de structuurvisie. 3.4.2

Welstandsnota Heemskerk (2010) De Welstandsnota Heemskerk is door de gemeenteraad vastgesteld in 2010. Een belangrijke pijler van de welstandnota is het gebiedsgerichte welstandsbeleid. Het gemeentelijk grondgebied is daartoe onderverdeeld in gebieden met een grote samenhang en gelijkenis in bebouwing, functie en openbaarheid. Waterakkers-Lunetten is een onderscheidenlijke eenheid in Heemskerk. Door de jonge leeftijd van de bebouwing zijn voornamelijk ontwikkelingen te verwachten in de categorie kleine bouwwerken. Grootschalige ingrepen zijn op korte termijn niet te verwachten. Het welstandstoezicht is gericht op het handhaven van de basiskwaliteit van deze buurten. Als basiskwaliteit voor de wijk Waterakkers geldt aanvullend het behoud van de kleurstelling. Beeldkwaliteitsplan Waterakkers Door architectenbureau Alberts & Van Huut zijn richtlijnen ten aanzien van beeldkwaliteit opgesteld. De gemeente heeft deze bij de ontwikkeling gehanteerd als toetsingskader. Het plangebied ligt in dit plan binnen de bedrijvenzone “waterwegen”. Deze zone maakt onderdeel uit van Waterakkers-Lunetten, maar onderscheidt zich door het programma, dat meer gericht is op bedrijven, kantoren en hoogwaardige restauratieve functies. Het is een zone die is gelegen langs der westelijke rand langs de Rijksstraatweg en is een voortzetting van ideeën van het reeds ontwikkelde plandeel.

Direct ten oosten van het plangebied ligt een ecologische zone die een grens vormt tussen Waterwegen en de rest van Waterakkers (het “woongebied”). Voor wat betreft het plangebied zelf is gedacht aan een horecafunctie (restaurant) op de hoek Starweg – Water Acker; het gebied ten zuiden daarvan biedt gelegenheid tot parkeren. Deze concrete invulling is thans niet meer actueel. Wel voldoet het initiatief aan de idee van het beeldkwaliteitsplan. Met de invulling van het perceel met woningbouw wordt een duidelijk begin van de woonwijk gemarkeerd. Op de hoek Starweg – Water Acker wordt bovendien indien mogelijk een stedenbouwkundig accent aangebracht. Hier komt bij dat zowel de ecologische zone als de bedrijven aan de Rijksstraatweg al zijn gerealiseerd. Ook is direct ten oosten van de bedrijven een aarden wal opgeworpen waardoor er een fysieke scheiding is tussen de bedrijven en de wijk. De stedenbouwkundige gedachte achter het plan is derhalve ontwikkeld en blijft als gevolg van dit plan in stand. Verder is het gebouw ontworpen door Albert & van Huut waardoor ook in architectonische zin aangesloten wordt bij de bestaande woonwijk. Een deel van de erfscheidingen worden gerealiseerd als beukenhaag, bij wijze van een cultuurhistorische referentie.

3.4.3

Woonvisie 2025 De toekomstvisie op het wonen in Beverwijk en Heemskerk bestaat uit enkele doelen: − Een goed woonklimaat voor Beverwijk en Heemskerk − Woningaanbod groeit fors, doorstroming verbetert flink

24

− − − − −

Goede mix Plezierig wonen én leven Nog steeds betaalbaar, nog steeds gewild Stapje voor stapje duurzamer Klinkt goed: wonen in balans!

Voor specifiek Heemskerk is de volgende ambitie geformuleerd: Meer variatie in het woningaanbod en in de wijken, dat is waar we ons vizier de komende jaren op richten. We willen woningen toevoegen die nu nog niet of onvoldoende in Heemskerk beschikbaar zijn, en we streven naar een betere doorstroming binnen de eigen wijk. We zetten in op betaalbare woningen voor onze starters op de koopwoningmarkt. We willen dat jongeren in Heemskerk kunnen blijven wonen en hier ook een betaalbare woning vinden; in de sociale huursector, de particuliere huursector en de koopsector. Door het woningaanbod voor starters en jongeren te vergroten, vanzelfsprekend aansluitend bij hun behoeften, behouden we de jonge generatie voor Heemskerk. Tegelijk moet ons woonbeleid goed inspelen op de sterke vergrijzing van Heemskerk. Het aantal ouderen in onze gemeente is nu al relatief hoog en neemt de komende jaren alleen maar toe. We hechten daarom aan nieuwbouw voor senioren, met meer comfort en minder onderhoud. Bestaande woningen komen via doorstroming beschikbaar voor gezinnen. Daarnaast investeren we in de fysieke en sociale woonomgeving voor ouderen en anderen met een zorgvraag. Dat houdt in dat de woonomgeving toegankelijker en veiliger moet worden en dat er goede zorg en ondersteuning is voor degenen die dat nodig hebben.

Kwantitatieve behoefte De woningbehoefte voor de komende jaren wordt vooral bepaald aan de hand van de huishoudensgroei. In de periode 2017-2025 zijn er 1.720 woningen nodig om te voldoen aan de verwachte toegenomen vraag. In de periode 2025-2030 is er behoefte aan nogmaals 710 extra woningen. Op basis van deze geraamde behoefte maakten gemeenten in regionaal verband afspraken over de woningbouwopgave. Voor de periode 2019-2025 resteert voor beide gemeenten samen een opgave van 1.560 netto toe te voegen woningen (Beverwijk: 1.107; Heemskerk: 453).

Zelfs al worden deze bouwambities waargemaakt, dan zal de druk op onze woningmarkt nog niet afnemen, omdat nu sprake is van een bestaand woningtekort. Om dit tekort in te lopen, moet meer worden gebouwd dan de voornoemde opgave. Streven per gemeente De Woonvisie is vertaald in een zogeheten streefopgave voor de woningbouw. Ons doel is tegemoet komen aan de woningbehoefte, de doorstroming en variatie in

25

woningaanbod vergroten en het onderscheidende woonmilieu van Beverwijk en Heemskerk behouden. We geven richting aan de toekomstige woningbouwplannen en geven tegelijk ruimte aan de markt om met passende plannen te komen. Uit onderstaande streefopgave blijkt dat de nadruk ligt op appartementenbouw. Een logisch gevolg van de toename van kleine (een- en tweepersoons) huishoudens en de beperkte ruimte in onze gemeenten. Alleen door te verdichten, compacter te bouwen en meer de hoogte in te gaan blijft er voldoende ruimte in onze gemeenten over voor groen en openbare ruimten Woonwensen en kwaliteit In 2017 is de kwalitatieve woningbehoefte in de regio geïnventariseerd. We vroegen woningzoekenden in beide gemeenten welk woningtype zij verlangen (woningtype, eigendom en prijsklasse). Hieruit kwam nadrukkelijk de vraag naar sociale huur naar voren. Er is een bescheiden vraag naar middeldure huurwoningen, net boven de €7113. In de koopsector is er vooral behoefte aan goedkope en middeldure koopwoningen. De vraag naar dure koopwoningen (> €363.000) ligt op ongeveer 10 tot 15% van de totale woningbehoefte. We hebben met betrokken partijen- zoals makelaars, ontwikkelaars, wooncorporaties en bewonersorganisaties- de woningbehoefte die bleek uit het onderzoek gedeeld en besproken. Zij herkenden de behoefte aan betaalbare woningen (zowel in de koop als huur).

Maar daarnaast benadrukten zij ook het belang van voldoende doorstroommogelijkheden voor midden- en hogere inkomensgroepen. Daarbij gaat het met name om het toevoegen van ruimere koopwoningen in het middeldure segment, die aantrekkelijk zijn voor gezinnen met kinderen en middeldure huur- en koopappartementen voor senioren. Beoordeling plan en conclusie Onderhavig bouwplan levert een bijdrage aan de woningbehoefte (autonome bevolkingsgroei) en is in overeenstemming met de noodzakelijke verdichting in (binnen)stedelijk gebied. De woningen worden geschikt voor zowel gezinnen als ouderen. Het plan sluit ook aan op het streefwoningbouwprogramma: er worden appartementen gerealiseerd en er is sprake van een passend plan voor de marktvraag. Door het bouwplan komen naar verwachting elders woningen vrij, hetgeen de doorstroming bevordert. Voorts worden er woningen in verschillende prijsklassen aangeboden (zowel starters, ouderen voor zowel één- en tweepersoonshuishoudens). In de Woonvisie is aangegeven dat in nieuwe woningbouwplannen sociale en betaalbare woningbouw moet worden opgenomen. In het voorliggende plan van 48 appartementen zijn 25 appartementen (ca. 52%) als sociaal/betaalbaar opgenomen. De exacte verdeling tussen sociale huur en betaalbare koop is nader vast te stellen. Zie voor de verdeling volgens de huidige plannen bijlage 9.

Vast staat dat de verkoopprijs van 25 appartementen niet duurder is dan € 250.000,- von (prijspeil 1-1-20). De 48 appartementen zijn in verschillende groottes en prijssegmenten, een gevarieerd aanbod voor alle doelgroepen. Het plan draagt bij aan het verminderen van het huidige woningtekort. Door het groot aantal betaalbare woningen krijgen jongeren en starters de mogelijkheid een woning te vinden, door appartementen met comfort en minder onderhoud te realiseren. Het plan geeft daarmee invulling/uitvoering aan de Woonvisie.

26

3.4.4

Nota parkeren, technische uitwerking en parkeernormen De kern van het gemeentelijk parkeerbeleid is het behouden van de bereikbaarheid voor alle vervoersmiddelen (lopen, fiets, openbaar vervoer en auto), stimulering van duurzame mobiliteit door het faciliteren van goede fietsvoorzieningen, voorzieningen voor deelauto’s en elektrische vervoer en het behouden van de ruimtelijke kwaliteit (leefbaarheid). Het parkeerbeleid zet nadrukkelijk niet in op sturing van autobezit en van bewoners, werknemers en sociaal & economisch bezoek. Wel wordt de verkeersdeelnemer gestimuleerd het fietsgebruik en openbaar vervoer te (gaan) gebruiken. Het parkeerbeleid van Heemskerk is verwoord worden in de volgende speerpunten: 1. De gemeente staat de komende jaren voor de uitdaging om een antwoord te vinden op de alsmaar groter wordende druk op de beperkte ruimte. Inbreiding, kwaliteit, dubbelgebruik, het faciliteren van de economie en mobiliteit en het opwaarderen van de openbare ruimte zijn hierbij de kernbegrippen, waarbij behoud van de kwaliteit van het landschap een voorwaarde is. 2. De gemeente zet in op verduurzaming van mobiliteit. De ambitie is om meer mensen op de fiets te krijgen. Inwoners, bezoekers en bedrijven moeten zich bewust zijn van de beschikbare alternatieven voor de auto en ook echt keuzes kunnen maken (minder afhankelijk van de auto).

Vooral bij korte ritten binnen de eigen kern. Het bieden van voldoende stallingsmogelijkheden voor fietsers hoort hier logischerwijs bij. 3. Klimaatverandering is een mondiaal probleem dat ook op lokaal niveau steeds meer zorg vraagt. Er worden regelmatig warmterecords verbroken en de intensiteit van regenbuien neemt toe. Dat zorgt voor overlast in stedelijke gebieden. We moeten ons dus aanpassen aan een warmer klimaat. Dit kan door aanpassingen in de openbare buitenruimte, aangeduid met de term ’klimaatadaptatie’. Voor parkeren betekent dit dat bijvoorbeeld gekeken moet worden naar mogelijkheden die het infiltreren van regenwater in de bodem vergemakkelijken (waterdoorlatende bestrating) of het omzetten van ongebruikte parkeerplaatsen in groenstroken. 4. Het concept verkeers- en vervoersplan en de detailhandelsvisie stellen dat gratis parkeren het uitgangspunt blijft binnen de gemeente Heemskerk. Hiermee vervalt direct een beleidsinstrument waarmee het autobezit en het autogebruik door middel van onder andere prijsstelling en vergunninguitgifte actief kan worden gestuurd.

Het parkeerbeleid van Heemskerk heeft als belangrijkste doel het voorkomen en oplossen van knelpunten op het gebied van parkeren ten gunste van de bereikbaarheid, leefbaarheid en vitaliteit van de gemeente - niet op actieve sturing van autobezit en autogebruik door bijvoorbeeld stringente vormen van parkeerregulering of vermindering van het aantal openbare parkeerplaatsen. Voldoende gratis parkeergelegenheid op straat is één van de ‘Unique Selling Points’ van de gemeente. Dit heeft een positief effect op de concurrentiepositie van Heemskerk in de regio. De blauwe zone in het centrum en op het Europaplein functioneert goed. De parkeercapaciteit in het centrum is met uitzondering van piekmomenten doorgaans voldoende. Dit moet zo blijven. Betaald parkeren en uitbreiding van de blauwe zones is niet aan de orde. Voor woonwijken is invoering van parkeerregulering eveneens ongewenst. Als er parkeerproblemen zijn, dan doen die zich immers vooral `s avonds en in het weekend 27

voor. Om dit aan te pakken moet een parkeerregime buiten kantoortijden gelden, er een stringent vergunningsbeleid worden toegepast (sturing autobezit door beperking van aantal ontheffingen of vergunningen) en er ’s avonds worden gehandhaafd. Aangezien dit parkeerbeleidsplan niet inzet op sturing van het autobezit en autogebruik van bewoners, wordt hier niet op ingezet. De gemeente Heemskerk ambieert in woongebieden een maximale parkeerdruk van 95% (’s avonds na 22:00 uur) om de leefbaarheid te behouden en plaats te bieden aan bewoners, wijkgebonden ondernemers en hun bezoek. Bij de afbakening van het te onderzoeken gebied wordt uitgegaan van de leidraad voor acceptabele loopafstanden zoals opgenomen in de nota Technische Richtlijnen Parkeren Heemskerk. Bij nieuw te realiseren woningen zal in beginsel op eigen terrein geparkeerd dienen te worden. Andere gebruiksfuncties mogen niet leiden tot een hogere parkeerdruk in het woongebied. Voor de functie wonen gelden de volgende normen (uit de Technische Richtlijnen Parkeren Heemskerk):

Beoordeling plan en conclusie Voor de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van voornoemde normen (zie paragraaf 4.3.6).Ieder appartement heeft een berging waar een fiets(en) in kunnen. Zodoende wordt ook aan het beleid voor fietsparkeren voldaan. 3.4.5

Economisch perspectief Heemskerk 2020 In het Economisch perspectief worden onder meer de volgende doelen/ambities beboemd: • De autonome uitbreidingsvraag voor bedrijfsruimte in Heemskerk is beperkt tot 2040 en in die periode is er een verwachte krimp van de kantorenmarkt. • Beter benutten van de bestaande werklocaties (intensivering). • Groeiende behoefte aan kleinschalig vastgoed dicht bij (of zelfs in) woongebieden. • De opvang vanuit de Metropoolregio Amsterdam.

28

Beoordeling en conclusie De planlocatie zou zich logistiek en voor wat betreft milieuhinder goed lenen voor invulling met een bedrijfsmatige activiteit. Hier is en blijft behoefte aan, blijkt uit het Economisch perspectief. De huidige bestemming voor het perceel luidt echter Maatschappelijk en niet Bedrijf. Het perceel maakt dus geen onderdeel uit van de planologisch beschikbare voorraad bedrijventerrein. Er is niet voor een maatschappelijke invulling gekozen omdat het huidig aantal maatschappelijke voorzieningen die gesitueerd zijn in Heemskerk, hoog is. Een maatschappelijke invulling op deze locatie zou een verplaatsing van een maatschappelijke partij vanuit de oude locatie betekenen. Op de bestaande bedrijventerreinen in Heemskerk is voorts voldoende ruimte voor bedrijven om zich te vestigen. Er is een verwachte krimp van de kantorenmarkt tot 2040 (o.a. door thuiswerken). In het Economisch Perspectief ligt het bedoelde perceel buiten de aangegeven grenslijn van het bedrijventerrein Rijksstraatweg/De Waterwegen (zie kaarten in rapport) en maakt daarmee geen onderdeel uit van een bedrijventerrein. Gezien de ligging zou een bedrijfsmatige activiteit mogelijk zijn, vandaar dat deze mogelijkheid nader is onderzocht. Een invulling op en van de concrete bedrijventerreinen heeft de voorkeur boven het realiseren van nieuw bedrijventerrein.

Het perceel is ten opzichte van het bedrijventerrein gescheiden door een groenwal. De bedrijventerreinen rondom de Rijksstraatweg hebben een leegstand (ca. 10%) volgens het rapport EZ welke hoger is dan gezond (ca. 5%). Mede om bovengenoemde redenen wordt een bedrijfsmatige invulling van het perceel niet reëel geacht. Stedenbouwkundig is een aansluiting bij de woonwijk passender door ligging aan het water en liggend aan één van de entreewegen van de woonwijk. De woningbouwbehoefte in Heemskerk is voorts groot. Een bestemmingswijziging naar wonen heeft daarnaast geen nadelige invloed op de inrichting en het gebruik van de in de buurt liggende bedrijventerreinen. Tot slot ligt de locatie zoals aangegeven in de nabijheid van woonfuncties. Dat houdt in dat een bedrijfsmatige invulling in milieukundig opzicht minder voor de hand ligt. Er liggen diverse woningen binnen 50 meter van de planlocatie, en deze zouden daarmee binnen de milieucirkel van een nieuw bedrijf met categorie 2 of 3 komen te liggen. Dit zou tot potentiële overlast bij de woningen kunnen leiden en stelt tegelijk beperkingen aan de bedrijvigheid die hier uitgeoefend kan worden. Eindconclusie Uit vorenstaande blijkt, een en ander voor zover niet reeds aangegeven, dat het initiatief in overeenstemming is met Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15822857/1