CConstaterende datHeemskerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Tussenevaluatie Wet inburgering 2021 IJmond

Raadsvergadering 28 mei 2026, gemeente HeemskerkBij agendapunt: Vaststellen lijst van ingekomen documenten25.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Tussenevaluatie Wet inburgering 2021 IJmond Rapport jan 2026

T U S S E N E VA L U AT I E W I 2 0 2 1 I J M O N D

Inhoudsopgave Samenvatting.................................................................................................................................................. 5 1

Inleiding.......................................................................................................................................................... 8

1.1

Aanleiding........................................................................................................................................................ 8

1.2

Doelstelling....................................................................................................................................................... 8

1.3

Onderzoeksvraag en deelvragen.....................................................................................................................8

2

Deskresearch en kwantitatief onderzoek.....................................................................................................9

2.1

Beleidsregels Wi2021 IJmond.......................................................................................................................... 9

2.2

Subdoelen en beleid...................................................................................................................................... 11

2.3

Verschillen werkelijke aanpak........................................................................................................................ 12

2.4

Resultaten inburgeringsbeleid asielstatushouders en gezinsmigranten........................................................13

2.5

Conclusie....................................................................................................................................................... 19

3

Resultaten kwalitatief onderzoek...............................................................................................................21

3.1

Verschillen werkelijke aanpak........................................................................................................................ 21

3.2

Vergelijking asielstatushouders en gezinsmigranten.....................................................................................23

3.3

Beoordeling subdoelen Wi2021.....................................................................................................................24

3.4

Effectiviteit onderdelen inburgeringsbeleid....................................................................................................25

3.5

Conclusie....................................................................................................................................................... 26

4

Conclusie...................................................................................................................................................... 27

4.1

Deelvraag 1.................................................................................................................................................... 27

4.2

Deelvraag 2.................................................................................................................................................... 27

4.3

Deelvraag 3.................................................................................................................................................... 28

4.4

Onderzoeksvraag........................................................................................................................................... 29

5

Discussie...................................................................................................................................................... 30

5.1

Beleidsintentie en uitvoering.......................................................................................................................... 30

5.2

Knelpunten in de uitvoering............................................................................................................................ 30

5.3

Dualiteit en doelgroepen................................................................................................................................ 30

5.4

Betrouwbaarheid en beperkingen..................................................................................................................30

5.5

Betekenis voor vervolg................................................................................................................................... 30

6

Aanbevelingen.............................................................................................................................................. 31

6.1

Korte termijn................................................................................................................................................... 31 Aanbeveling 1: Gebruik een enquête als monitor..........................................................................................31

6.2

Middellange termijn........................................................................................................................................ 32 Aanbeveling 2: Versnel de doorlooptijd van brede intake, PIP tot taalonderwijs...........................................32 Aanbeveling 3: Eenduidige en consistente monitoring van interne data........................................................32 Aanbeveling 4: Versterk begeleiding via het sociaal wijkteam.......................................................................33 Aanbeveling 5: Borg dualiteit......................................................................................................................... 34 Aanbeveling 6: Online taallessen bereiken B1-taalniveau / B1-leerroute......................................................34 Literatuurlijst................................................................................................................................................ 36 Bijlagen.........................................................................................................................................................

37 Bijlage I: Opzet met onderzoeksvragen en plan van aanpak.........................................................................37 Bijlage II: Analyse subdoelen en beleid.........................................................................................................38 Bijlage III: Divosa Benchmark Statushouders en Inburgering 2022-2024......................................................40 Bijlage IV: Ervaring onderdelen Wi2021........................................................................................................41 Bijlage V: Enquêtes (monitors)....................................................................................................................... 52

Geregistreerd onder nummer D/2026/783629

3

T U S S E N E VA L U AT I E W I 2 0 2 1 I J M O N D

4

T U S S E N E VA L U AT I E W I 2 0 2 1 I J M O N D

Samenvatting Inleiding en aanleiding Per 1 januari 2022 is de Wet inburgering 2021 (Wi2021) ingevoerd, waarmee gemeenten verantwoordelijk zijn geworden voor de begeleiding en ondersteuning van inburgeringsplichtigen, met als doel snellere en effectievere participatie in de samenleving via taal, participatie en waar mogelijk werk. De Wi2021 is opgezet als een lerend stelsel, waardoor bijstelling op basis van praktijkervaringen mogelijk is. Doel tussenevaluatie Het doel van dit onderzoek (tussenevaluatie) is om inzicht te krijgen in de uitvoering en effectiviteit van de Wi2021 in de IJmond-regio. Daarbij is gekeken naar het plan, het proces en de resultaten, en in hoeverre deze bijdragen aan betere integratie en participatie van asielstatushouders en gezinsmigranten. Daarnaast vormde het rapport de basis voor het opzetten van een duurzame monitor (enquête) voor toekomstige evaluaties. Op basis van de aanbevelingen worden mogelijkheden verkend om te komen tot procesversnelling binnen de uitvoering van de Wi2021. Dit gebeurt vanuit de gedeelde wens en urgentie om te werken aan een spoedige en effectieve integratie van inburgeraars. De aanbevelingen bieden hiervoor concrete aangrijpingspunten en worden gebruikt om gerichte keuzes te maken in de verdere doorontwikkeling van beleid en uitvoering.

Onderzoeksvraag De onderzoeksvraag van dit onderzoek luidt: ’In hoeverre draagt het inburgeringsbeleid op basis van de Wet inburgering 2021 bij aan een betere integratie en participatie van asielstatushouders en gezinsmigranten in de IJmond-regio?‘. Om antwoord te geven op de onderzoeksvraag, zijn de volgende deelvragen opgesteld: I. Deelvraag 1: ‘Hoe is de werkwijze vastgelegd in de Beleidsregels inburgering 2022 van de gemeenten in de IJmond, en in hoeverre sluit dit aan bij de subdoelen van de Wi2021?’ II.

Deelvraag 2: ‘Hoe wordt de werkwijze van het inburgeringsbeleid ervaren door gemeenten, ketenpartners en inburgeraars in de IJmond-regio?’

III.

Deelvraag 3: ‘Wat zijn de resultaten van de Wi2021 sinds invoering ervan in de IJmond-regio, waarbij het gaat om asielstatushouders en gezinsmigranten?’

Conclusie deelvraag 1 De gemeenten in de IJmond-regio hanteren grotendeels uniforme Beleidsregels Inburgering 2022, die inhoudelijk goed aansluiten bij de uitgangspunten van de Wi2021. De brede intake en het Persoonlijk Inburgeringsplan (PIP) vormen de kern van het beleid en bieden een solide basis voor maatwerk en kwaliteit. Onderdelen zoals de brugklas versterken dit door afstemming in de startfase mogelijk te maken. Tegelijkertijd staat deze zorgvuldige aanpak onder druk door knelpunten in tijdigheid en snelheid. Wettelijke termijnen worden niet structureel gehaald, onder andere door capaciteitsdruk en organisatorische complexiteit. De uitwerking van dualiteit (taal en participatie) is beleidsmatig nog beperkt geconcretiseerd. De leerbaarheidstoets blijkt een sterke voorspeller te zijn voor hoe inburgeraars functioneren in de leerroute. Observaties in de brugklas voegen slechts beperkt extra inzicht toe, al blijven ze wel waardevol om aspecten te signaleren die de toets niet meet, zoals motivatie, werkhouding en sociaalemotionele ontwikkeling. Tegelijkertijd is de leerbaarheidstoets een momentopname en vereist deze digitale vaardigheden, wat mogelijke kanttekeningen zijn bij het uitsluitend vertrouwen op de uitslag van de leerbaarheidstoets.

Conclusie deelvraag 2 De werkwijze wordt door gemeenten, ketenpartners en inburgeraars overwegend positief beoordeeld, vooral vanwege de focus op maatwerk en regie. In de praktijk blijkt echter dat intakegegevens en observaties niet altijd consequent wordt gebruikt bij keuzes voor de leerroute en vervolgonderdelen, waardoor het beoogde maatwerk niet altijd volledig wordt gerealiseerd volgens de tussenevaluatie.

5

T U S S E N E VA L U AT I E W I 2 0 2 1 I J M O N D

De combinatie van taal en participatie functioneert vooral binnen de B1-leerroute goed. In de Oleerroute speelt dualiteit een beperkte rol, omdat de focus vooral ligt op uitstroom richting vervolgonderwijs. In de Z-leerroute en bij gezinsmigranten ontstaan vaker knelpunten, bijvoorbeeld door beperkte flexibiliteit van het aanbod en de combinatie met werk- en zorgtaken. De maatschappelijke begeleiding biedt zinvolle ondersteuning, maar sluit qua start, duur en overdracht niet altijd goed aan op het vervolg van het inburgeringstraject. Dit leidt ertoe dat vragen blijven bestaan en de samenhang tussen begeleiding en inburgering vermindert. Ondanks de sterke opzet is verbetering nodig in de tijdigheid en continuïteit van de uitvoering. Conclusie deelvraag 3 Hoewel de beleidsopzet samenhangend is, sluiten de zichtbare resultaten op dit moment nog niet volledig aan bij de gestelde ambitie. De meeste inburgeraars stromen in de B1-leerroute, maar dit leidt vooralsnog beperkt tot examensucces en duurzame uitstroom naar werk of vervolgonderwijs. Veel inburgertrajecten in de IJmond zijn nog in uitvoering, waardoor de fase waarin deze resultaten zichtbaar worden nog niet is bereikt. Asielstatushouders zijn goed in beeld en ontvangen intensieve begeleiding, maar de tussentijdse uitstroom uit de Participatiewet is beperkt. De daadwerkelijke uitstroom heeft nog maar beperkt plaatsgevonden.

Dat betekent dat deze informatie onvoldoende basis biedt voor het uitspreken van een constatering over de duurzame participatie. Gezinsmigranten blijven vaak buiten het zicht van gemeenten, omdat zij hun traject grotendeels zelfstandig organiseren. Dit leidt tot minder regie, beperkte voortgangsinformatie en extra knelpunten, zoals beperkte flexibiliteit in het aanbod en ontevredenheid bij gezinsmigranten over kosten. Conclusie onderzoeksvraag Het inburgeringsbeleid op basis van de Wi2021 draagt in de IJmond-regio op dit moment nog niet volledig bij aan de beoogde integratie en participatie van asielstatushouders en gezinsmigranten. Het beleid biedt goede voorwaarden voor maatwerk en kwaliteit, maar deze vertalen zich nog onvoldoende naar tijdige en duurzame integratie en participatie. De daadwerkelijke uitstroom heeft nog maar beperkt plaatsgevonden. Veel inburgertrajecten in de IJmond zijn nog in uitvoering, waardoor de fase waarin deze resultaten zichtbaar worden nog niet is bereikt. Dat betekent dat deze informatie onvoldoende basis biedt voor het uitspreken van een constatering over de duurzame participatie.

Versterking is nodig op het gebied van tijdigheid, benutting van (persoonlijke en/of achtergrond)informatie uit de brede intake en de brugklas, verdere concretisering van dualiteit en extra aandacht voor kwetsbare doelgroepen zoals gezinsmigranten en inburgeraars in de Z-leerroute. De bevindingen van de tussenevaluatie zijn de basis voor de aanbevelingen, zoals verdere doorontwikkeling van het beleid en het advies voor inzet van een duurzame monitor (enquête). Aanbevelingen Op basis van de tussenevaluatie in dit rapport, zijn 6 aanbevelingen geformuleerd die te maken hebben met de effectiviteit, aanbod, begeleiding en kwaliteit van de inburgering. De aanbevelingen zijn ingedeeld in de categorieën korte en middellange termijn, wat te maken heeft met de complexiteit en hoe snel het haalbaar is om deze te implementeren.  

Korte termijn: o Aanbeveling 1: Gebruik een enquête als monitor Middellange termijn: o Aanbeveling 2: Versnel de doorlooptijd van brede intake, PIP tot taalonderwijs o Aanbeveling 3: Eenduidige en consistente monitoring van interne data o Aanbeveling 4: Versterk begeleiding via het sociaal wijkteam o Aanbeveling 5: Borg dualiteit o Aanbeveling 6: Online taallessen bereiken B1-taalniveau / B1-leerroute

Discussiepunten tussenevaluatie De tussenevaluatie laat zien dat de drie IJmond-gemeenten beschikken over een zorgvuldig en grotendeels uniform beleidskader voor de uitvoering van de Wi2021. Instrumenten zoals de brede

6

T U S S E N E VA L U AT I E W I 2 0 2 1 I J M O N D

intake, het PIP en de brugklas sluiten goed aan bij de intenties van de wet en worden positief ervaren, zij het vooral op basis van kwalitatieve ervaringen. In de uitvoering komen echter knelpunten naar voren. Wettelijke termijnen worden niet altijd gehaald en beschikbare informatie uit intake en brugklas wordt nog niet consequent benut, wat mogelijkheden voor maatwerk beïnvloed. De leerbaarheidstoets blijkt een sterke voorspeller te zijn voor hoe inburgeraars functioneren in de leerroute. Observaties in de brugklas voegen slechts beperkt extra inzicht toe, al blijven ze wel waardevol om aspecten te signaleren die de toets niet meet, zoals motivatie, werkhouding en sociaal-emotionele ontwikkeling. Tegelijkertijd is de leerbaarheidstoets een momentopname en vereist deze digitale vaardigheden. Dat maakt dat er mogelijke kanttekeningen zijn bij het uitsluitend vertrouwen op de uitslag van de leerbaarheidstoets. De effectiviteit van dualiteit verschilt per leerroute en doelgroep. In de B1-leerroute sluit de combinatie van taal en participatie goed aan. In de O-leerroute speelt dualiteit een beperkte rol vanwege de focus op doorstroom naar vervolgonderwijs. In de Z-leerroute en bij gezinsmigranten komt dualiteit minder tot stand door praktische belemmeringen, zoals beperkte flexibiliteit van het aanbod en werk- of zorgtaken.

Voor gezinsmigranten is gemeentelijke regie bovendien beperkt, omdat zij veel zelfstandig dienen te organiseren. Dit verkleint het zicht op voortgang en resultaten. Hierdoor zijn de uitkomsten niet zomaar te vergelijken of te generaliseren. De beschikbare cijfers zijn beperkt. Cijfers vanuit de Divosa Benchmark zijn tot en met 2024 beschikbaar. De Benchmark loopt structureel een jaar achter. Verder zijn enkele cijfers aanwezig vanuit de IJmond-gemeenten tot en met 2025. Daarnaast is er sprake van verschillen van gemeentelijke data en geven deze nog geen inzicht in duurzame participatie. De daadwerkelijke uitstroom heeft nog maar beperkt plaatsgevonden. De IJmond bevind zich nog niet in die fase. Dat betekent dat deze informatie onvoldoende basis biedt voor het uitspreken van een constatering over de duurzame participatie. Ook kon de geplande test-enquête niet worden uitgevoerd vanwege knelpunten in de planning, waardoor het perspectief van inburgeraars minder consequent is onderbouwd. Ondanks deze beperkingen ontstaat een samenhangend beeld: het beleidskader staat, maar verbetering is nodig in uitvoering, regionale afstemming en het benutten van beschikbare informatie. De inzichten vormen een belangrijke basis voor de aanbevelingen en de vervolgstappen, passend bij het lerende karakter van de Wi2021.

7

T U S S E N E VA L U AT I E W I 2 0 2 1 I J M O N D

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Per 1 januari 2022 is de Wet inburgering 2021 (Wi2021) in werking getreden. Met deze wet ligt de verantwoordelijkheid voor de begeleiding en ondersteuning van inburgeringsplichtigen bij de gemeenten, met als doel dat nieuwkomers sneller en effectiever participeren in de Nederlandse samenleving. Dit gebeurt door een combinatie van taalverwerving, participatie en waar mogelijk betaald werk. Onder de oude Wet inburgering 2013 (Wi2013) waren mensen zelf verantwoordelijk voor het vormgeven van hun inburgeringstraject. Met inburgeringsplichtigen worden asielstatushouders en gezins- en overige migranten bedoeld. De Wi2021 is ingericht als een lerend stelsel, dat betekent dat het flexibel is en aangepast kan worden op basis van feedback uit de praktijk. De Wi2021 wordt nu een aantal jaren ingezet en daarom is het nu het juiste moment om de wet tussentijds te evalueren. Hiervoor is van tevoren een plan van aanpak opgesteld. Zie bijlage I ‘Opzet met onderzoeksvragen en plan van aanpak’. Hier zijn twee versies te zien: mei 2025 en januari 2026. Tijdens het proces zijn enkele aanpassingen doorgevoerd. Deze zijn opgenomen in de versie van januari 2026 en betreffen de hoofdstukken ‘Onderzoeksvragen’ en ‘Plan van aanpak’. Ook de bijlagen ‘Interviewvragen’ en ‘Enquêtes (monitors)’ zijn hierin opgenomen.

Bijlage ‘Enquêtes (monitors)’ is tevens terug te vinden in bijlage IV van het rapport ‘Tussenevaluatie Wet inburgering 2021 IJmond’. 1.2 Doelstelling Het doel van deze tussenevaluatie, en daarmee dit rapport, is om inzicht te krijgen in de uitvoering en effectiviteit van de Wi2021 in de gemeenten van de IJmond-regio. Hierbij is gekeken naar het plan, het proces en de resultaten van de nieuwe aanpak en in hoeverre deze bijdraagt aan een betere integratie en participatie van asielstatushouders en gezinsmigranten. Daarnaast vormt deze tussenevaluatie de basis voor het opzetten van een duurzame enquête dat als monitor gaat fungeren voor toekomstige evaluaties. Plus, als er behoefte is kan er over een aantal jaren opnieuw geëvalueerd worden in de IJmond. Dit rapport fungeert enkel als tussenevaluatie. Op basis van de aanbevelingen worden mogelijkheden verkend om te komen tot procesversnelling binnen de uitvoering van de Wi2021. Dit gebeurt vanuit de gedeelde wens en urgentie om te werken aan een spoedige en effectieve integratie van inburgeraars. De aanbevelingen bieden hiervoor concrete aangrijpingspunten en worden gebruikt om gerichte keuzes te maken in de verdere doorontwikkeling van beleid en uitvoering.

1.3 Onderzoeksvraag en deelvragen Onderzoeksvraag: ‘In hoeverre draagt het inburgeringsbeleid op basis van de Wet inburgering 2021 bij aan een betere integratie en participatie van asielstatushouders en gezinsmigranten in de IJmondregio?’ De volgende deelvragen zijn opgesteld om de onderzoeksvraag te beantwoorden: I. Deelvraag 1: ‘Hoe is de werkwijze vastgelegd in de Beleidsregels inburgering 2022 van de gemeenten in de IJmond, en in hoeverre sluit dit aan bij de subdoelen van de Wi2021?’

8

II.

Deelvraag 2: ‘Hoe wordt de werkwijze van het inburgeringsbeleid ervaren door gemeenten, ketenpartners en inburgeraars in de IJmond-regio?’

III.

Deelvraag 3: ‘Wat zijn de resultaten van de Wi2021 sinds invoering ervan in de IJmondregio, waarbij het gaat om asielstatushouders en gezinsmigranten?’

T U S S E N E VA L U AT I E W I 2 0 2 1 I J M O N D

2

Deskresearch en kwantitatief onderzoek

In dit hoofdstuk komt informatie over de inburgering in de IJmond aan bod dat afkomstig is van deskresearch. Deskresearch is het verzamelen en analyseren van informatie die al bestaat en beschikbaar is. Verder is kwantitatief onderzoek gedaan, waarbij cijfers en andere data aan bod komen. Deze zijn voornamelijk afkomstig van de Divosa Benchmark Statushouders en Inburgering 2022–2024. De volgende paragrafen zijn aanwezig: 2.1 ‘Beleidsregels Wi2021 IJmond’, 2.2 ‘Subdoelen en beleid’, 2.3 ‘Verschillen werkelijke aanpak’ en 2.4 ‘Resultaten inburgeringsbeleid asielstatushouders en gezinsmigranten’. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een conclusie. 2.1 Beleidsregels Wi2021 IJmond De werkwijze van diverse onderdelen zijn voortgekomen uit de Wet inburgering 2021 en vastgelegd in de beleidsregels inburgering van de gemeenten Velsen, Beverwijk en Heemskerk in de IJmond. Het gaat om de volgende onderdelen: Brede intake & Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP), Brugklas, Maatschappelijke begeleiding, Taal & participatie van de 3-leerroutes (dualiteit), Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) en Participatieverklaringstraject (PVT). De werkwijze van de onderdelen worden verder in deze paragraaf behandeld.

Brede intake & Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP) Brede intake De brede intake is een onderzoek naar de mogelijkheden die de inburgeringsplichtige heeft om aan de inburgeringsplicht te voldoen (Artikel 14 lid 3, Wet inburgering 2021). De volgende punten zijn van toepassing en afkomstig van de beleidsregels van de gemeenten in de IJmond:  Het college neemt bij de inburgeringsplichtige een brede intake af. Met de informatie uit deze brede intake verkrijgt het college een beeld van de startpositie en de ontwikkelingsmogelijkheden van de inburgeringsplichtige. Het college geeft in samenspraak met de inburgeringsplichtige en op basis van de uitkomsten van de brede intake invulling aan het inburgeringstraject.  De brede intake voor de asielstatushouder en voor de gezinsmigrant en overige migrant wordt gestart vanaf het moment van inschrijving in de gemeente.  Aanvullend op de brede intake volgt de asielstatushouder een brugklasprogramma dat uitmondt in een schriftelijk advies voor de leerroute.  Het college nodigt de inburgeringsplichtige schriftelijk uit voor de brede intake. In de uitnodiging vermeldt het college behalve informatie over dag, plaats en tijdstip van de intake ook: a. Het doel, de werkwijze en het belang van de brede intake in het inburgeringstraject; b.

Het recht om de gesprekken in het kader van de brede intake met de gemeente alleen te voeren of met aanwezigheid van een begeleider; c. De gevolgen als de inburgeringsplichtige niet bij de brede intake verschijnt of hieraan onvoldoende meewerkt.  Tussen het verzenden van de uitnodiging voor de brede intake en de intake zelf zit maximaal twee weken.  Het college neemt als onderdeel van de brede intake de leerbaarheidstoets af.  Als het college op grond van artikel 14, tweede lid, van de Wet de brede intake in afwezigheid van de inburgeringsplichtige voltooit, onderzoekt het college de omstandigheden van de inburgeringsplichtige aan de hand van de gegevens waarover het college wel kan beschikken, zoals: a. De uitkomsten van de leerbaarheidstoets; b. Informatie uit het uitkeringsdossier; c. Voor asielstatushouders: de gegevens uit het TVS. Persoonlijk plan Inburgering en Participatie Voor zover van toepassing voegt het college bij de beschikking, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, beschikkingen op grond van de Participatiewet rechten zijn toegekend of plichten zijn opgelegd met het oog op de bevordering van participatie en waarin de verplichting, bedoeld in artikel 56a van die wet, is vastgesteld, wat tezamen het persoonlijk plan inburgering en participatie vormt (Artikel 15, Wet inburgering 2021).

De volgende punten zijn van toepassing en afkomstig van de beleidsregels van de gemeenten in de IJmond:

9

T U S S E N E VA L U AT I E W I 2 0 2 1 I J M O N D

  

   

Het college stelt na afronding van de brede intake en op basis van de hieruit verkregen informatie het PIP op. Dit gebeurt zoveel mogelijk in samenspraak met de inburgeringsplichtige. Het college nodigt de inburgeringsplichtige uiterlijk een week voor afronding van de wettelijke PIP-termijn uit voor een gesprek hierover zodat het PIP binnen de wettelijke tien weken kan worden opgesteld. In ieder geval worden in dat gesprek besproken: a. De uitkomsten van de brede intake; b. De persoonlijke leerdoelen van de inburgeringsplichtige in het inburgeringstraject; c. Welke leerroute als passend wordt gezien en waarom; d. De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige tijdens het inburgeringstraject; e. De verwachtingen van de inburgeringsplichtige over het inburgeringstraject; f. De rol van de gemeente bij dit inburgeringstraject; g. Voor asielstatushouders: het advies voor de leerroute op basis van het brugklasprogramma; h. Voor gezinsmigranten en overige migranten: het aanbod aan passend en kwalitatief goed inburgeringsonderwijs waarmee de migrant de leerroute kan volgen en voltooien. In het PIP staat wat de inburgeringsplichtige moet doen om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Het PIP geeft een compleet beeld van de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige gedurende het inburgeringstraject.

Het college stemt het PIP af op de persoonlijke situatie, ontwikkelbehoeften en capaciteiten van de inburgeringsplichtige. Het college stelt het PIP vast uiterlijk binnen tien weken na inschrijving van de inburgeringsplichtige in de BRP van de gemeente waar hij of zij is gehuisvest of wordt gehuisvest na verblijf in het AZC. Wanneer de inburgeringsplichtige voor wie de leerroute al is vastgesteld verhuist naar de gemeente stelt het college het PIP opnieuw vast binnen tien weken na de inschrijving van de inburgeringsplichtige in het BRP. De leerroute die daarbij wordt vastgesteld, is gelijk aan de leerroute zoals die door de gemeente van vertrek is vastgesteld.

Brugklas Volgens de beleidsregels van de gemeente in de IJmond, is het brugklasprogramma een introductieprogramma van 6 weken waarin informatie over de leefgebieden verstrekt en opgehaald wordt over de asielstatushouder. Dit draagt bij aan een advies voor de leerroute inburgering. Dit aanbod is bovenwettelijk. Met de regio IJmond en Zuid-Kennemerland is het brugklasprogramma als aanvullend aanbod ingekocht. Dit is geen wettelijke verplichting. Maatschappelijke begeleiding De maatschappelijke begeleiding bevat praktische hulp bij het regelen van basisvoorzieningen en voorlichting over basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving (Artikel 13 lid 2, Wet inburgering 2021). Gemeente Velsen heeft de beleidsregels rondom maatschappelijke begeleiding uitgebreider en specifieker geformuleerd dan Beverwijk en Heemskerk. In de praktijk voeren de gemeenten de maatschappelijke begeleiding op gelijke wijze uit: een aanbod van 6 maanden maatschappelijke begeleiding met eventuele verlengingen. Er is dus enkel een minimaal verschil in formulering van de beleidsregels. De beleidsregels van Velsen en van Beverwijk en Heemskerk zijn te zien in tabel 1. Tabel 1. Beleidsregels maatschappelijke begeleiding Beverwijk, Heemskerk en Velsen (Overheid.nl, 2022b; Overheid.nl, 2022a; e.a).

Beverwijk en Heemskerk Velsen Het college zorgt dat de asielstatushouder Het college zorgt dat de asielstatushouder 6 maximaal 12 maanden maatschappelijke maanden maatschappelijke begeleiding krijgt begeleiding krijgt aangeboden. De aangeboden, en in ieder geval start op de dag dat asielstatushouder start in ieder geval op de dag de asielstatushouder in de BRP in de gemeente dat de asielstatushouder in de BRP in de staat ingeschreven en in de gemeente woont. gemeente staat ingeschreven en in de gemeente Indien nodig kan de maatschappelijke begeleiding woont. Na 12 maanden wordt de met 3 of 6 maanden verlengd worden. Na uiterlijk maatschappelijke begeleiding afgerond en geldt 12 maanden wordt de maatschappelijke dat elke asielstatushouder wordt overgedragen begeleiding afgerond en vindt er een warme aan het sociaalwijkteam in de gemeente; overdracht plaats tijdens een driegesprek met de 10

T U S S E N E VA L U AT I E W I 2 0 2 1 I J M O N D

Het college stemt de inhoud en de intensiteit van de begeleiding af op het startniveau, de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de asielstatushouder.

asielstatushouder, de maatschappelijk begeleider en de klantmanager. Indien nodig wordt de asielstatushouder overgedragen aan het sociaalwijkteam in de gemeente; Het college stemt de inhoud en de intensiteit van de begeleiding af op het startniveau, de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de asielstatushouder.

Taal & participatie van de 3-leerroutes (dualiteit)  Het college bepaalt in samenspraak met de inburgeringsplichtige welke leerroute de inburgeringsplichtige moet volgen om aan de inburgeringsplicht te voldoen, namelijk a. De B1-route (Artikel 7, Wet inburgering 2021); b. De onderwijsroute (Artikel 8, Wet inburgering 2021); of c. De zelfredzaamheidsroute - Z-route (Artikel 9, Wet inburgering 2021).  Het college biedt de asielstatushouder een inburgeringstraject aan. Dit een duaal traject dat is gericht op het afronden van een leerroute, het PVT, MAP en toeleiding naar participatie en/of werk;  Het college biedt gezinsmigranten en overige migranten ook toegang tot het duale inburgeringstraject als bedoeld in lid 2. Deelname aan dit inburgeringstraject dienen zij zelf te bekostigen. Met uitzondering van de MAP en PVT, deze onderdelen worden wel door het college bekostigd. Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) De module Arbeidsmarkt en Participatie behelst in ieder geval een kennismaking met en voorbereiding op de Nederlandse arbeidsmarkt (Artikel 6 lid 6, Wet inburgering 2021).

De volgende punten zijn van toepassing en afkomstig van de beleidsregels van de gemeenten in de IJmond:  Het college houdt bij het vaststellen van de inhoud en het aantal uren van de MAP rekening met de vermogenscapaciteiten en ontwikkelbehoeften van de inburgeringsplichtige en de situatie op de lokale arbeidsmarkt;  Het college legt de afspraken over de invulling van de MAP schriftelijk vast in het PIP van de inburgeringsplichtige;  De inburgeringsplichtige ontvangt binnen twee weken na het eindgesprek een schriftelijke bevestiging over het voltooien van de MAP. Participatieverklaringstraject (PVT) Volgens Artikel 6, lid 4 van de Wet inburgering 2021 behelst het participatieverklaringstraject een inleiding in de kernwaarden van de Nederlandse samenleving en wordt afgesloten met het ondertekenen van de participatieverklaring.

Bovendien zijn de volgende punten van toepassing en afkomstig van de beleidsregels van de gemeenten in de IJmond:  Het college stemt het PVT naast de wettelijke onderdelen af op de lokale situatie en op de specifieke behoeften van de inburgeringsplichtige;  De asielstatushouder voltooit het PVT tijdens het brugklasprogramma en sluit het af met de ondertekening van de participatieverklaring;  De gezinsmigrant en/of overige migrant voltooit het PVT binnen 12 maanden na inschrijving in de BRP in de gemeente en sluit het af met de ondertekening van de participatieverklaring;  Het college legt de afspraken over de invulling van het PVT schriftelijk vast in het PIP van de inburgeringsplichtige. 2.2 Subdoelen en beleid Het doel van de Wet inburgering 2021 is dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk meedoen in Nederland. En dat ze daarnaast zo snel mogelijk werk vinden (Rijksoverheid, z.d). Om dit doel te bereiken, kent de wet vijf subdoelen die als uitgangspunt dienen voor gemeenten en andere partijen in het stelsel (Divosa, 2025). De vijf subdoelen zijn ‘tijdigheid’, ‘snelheid’, ‘maatwerk’, ‘dualiteit’ en ‘kwaliteit’. Zie bijlage I ‘Opzet met onderzoeksvragen en plan van aanpak’ voor meer informatie over de subdoelen. Voor meer informatie over het huidige beleid inburgering, zie paragraaf 2.1 ‘Beleidsregels Wet inburgering 2021 IJmond’.

Aan de hand van deze stukken is geanalyseerd in hoeverre de gemeenten in de IJmond (Velsen, Beverwijk en Heemskerk) rekening houden met de

11

T U S S E N E VA L U AT I E W I 2 0 2 1 I J M O N D

subdoelen binnen het huidige beleid van de Wet inburgering 2021. Zie bijlage II ‘Analyse subdoelen en beleid’. De uitkomst van de analyse en de kansen worden binnen deze paragraaf besproken. Uitkomst analyse Het beleid inburgering van gemeenten Velsen, Beverwijk en Heemskerk houdt in ruime mate rekening met alle vijf subdoelen van de beleidstheorie. Vooral tijdigheid, maatwerk en kwaliteit zijn sterk uitgewerkt. Snelheid is indirect gewaarborgd, maar wordt wel ondersteund door de processtructuur. Dualiteit is expliciet genoemd, maar bij een aantal instrumenten kan dit nog duidelijker vermeld worden. Kansen Om de subdoelen en het beleid nog beter af te stemmen op elkaar, zijn de volgende kansen aanwezig:  Snelheid: overweeg om het subdoel ‘snelheid’ explicieter te verankeren, bijvoorbeeld via KPI’s of doorlooptijdmetingen;  Dualiteit: de dualiteit binnen de PIP, de Participatieverklaring en de maatschappelijke begeleiding, kan duidelijker vermeld worden. Hierbij kan ook concreet genoemd worden op welke manier de dualiteit binnen deze onderdelen geborgd wordt;  Kwaliteit: het keurmerk Blik op Werk (BoW) kan explicieter genoemd worden bij de leerroutes. 2.3 Verschillen werkelijke aanpak In het kader van de Wet inburgering 2021 hebben de gemeenten Velsen, Beverwijk en Heemskerk beleidsregels vastgesteld. Zie paragraaf 2.1 ‘Beleidsregels Wet inburgering 2021 IJmond’.

Ondanks de gelijke beleidsregels, zijn er enkele verschillen in de werkelijke aanpak van de inburgering in de IJmond. Deze worden hieronder behandeld. Aanvullingen hierop zijn te zien in het hoofdstuk ‘Resultaten kwalitatief onderzoek’. Verschillen werkelijke aanpak Er zijn kleine verschillen in de werkelijke aanpak van inburgering in de IJmond. De leerbaarheidstoets laat gemeente Beverwijk afnemen bij Danner en Danner. De andere twee gemeenten laten dit afnemen door hun klantmanagers/consulenten bij het gemeentehuis. Met betrekking tot de maatschappelijke begeleiding wordt de asielstatushouder indien nodig, overgedragen aan het sociaalwijkteam in de gemeente. De gemeente Heemskerk heeft dit anders ingericht, namelijk met het Serviceplein Heemskerk. Het Serviceplein Heemskerk heeft dezelfde rol als het sociaalwijkteam bij de andere gemeenten in de IJmond. Dit is dus geen verschil in aanpak, maar wel minimaal in de inrichting. Sinds 1 januari 2022 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het financieel ontzorgen van inburgeringsplichtige statushouders en voor de begeleiding naar financiële zelfredzaamheid. Financieel ontzorgen betekent dat de gemeente tijdelijk helpt bij het regelen van belangrijke betalingen, zoals huur, zorgverzekering en energie, zodat schulden worden voorkomen. Het doel is rust, stabiliteit en ruimte om te focussen op inburgering.

Dit gebeurt vaak samen met budgetcoaching om iemand stap voor stap weer zelfredzaam te maken. Het financieel ontzorgen en de budgetcoaching binnen de Wet inburgering 2021 worden in de IJmond op verschillende manieren uitgevoerd. Zie tabel 2 voor een overzicht. In Heemskerk wordt het financieel ontzorgen uitgevoerd door Humanitas inkomensbeheer. In Velsen ligt deze taak bij de Kredietbank. In Beverwijk voert de gemeente het financieel ontzorgen uit specifiek voor de huurbetalingen. De gemeente betaalt de huur rechtstreeks aan de woningcorporatie. Voor de overige financiële verplichtingen biedt Inova ondersteuning, maar deze ondersteuning valt niet onder het formele ‘financieel ontzorgen’. Wat betreft budgetcoaching wordt dit in zowel Heemskerk als Beverwijk uitgevoerd door Inova, en in Velsen door de Kredietbank. In alle drie de gemeenten vindt budgetcoaching individueel plaats. In Heemskerk en Beverwijk wordt daarnaast ook groepsgewijze budgetcoaching aangeboden.

12

T U S S E N E VA L U AT I E W I 2 0 2 1 I J M O N D

Tabel 2. Financieel ontzorgen en budgetcoaching Wi2021 IJmond (Smits, 2025). Heemskerk Beverwijk Velsen Financieel Humanitas Gemeente (huur) Kredietban ontzorgen inkomensbehe k er Budgetcoachin g

Inova

Inova

Kredietban k

2.4 Resultaten inburgeringsbeleid asielstatushouders en gezinsmigranten De Wet inburgering 2021 (Wi2021) is sinds 1 januari 2022 van kracht. Deze paragraaf bespreekt de kwantitatieve resultaten van het inburgeringsbeleid voor asielstatushouders en gezinsmigranten sinds de invoering van de Wi2021. In deze paragraaf is er zo veel mogelijk vergeleken op lokaal, regionaal (arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond) en landelijk (benchmark) gebied. Naast de resultaten van het inburgeringsbeleid voor statushouders en gezinsmigranten (Wi2021), wordt er in deze paragraaf antwoord gegeven op de volgende vragen:  Hoe effectief worden de verschillende onderdelen van het inburgeringsbeleid ervaren (brugklas, brede intake, duale leerroutes)?;  Zijn er verschillen te ontdekken in de ervaring van statushouders en gezinsmigranten voor de verschillende onderdelen?;  Wordt er aan de subdoelen van WI2021 voldaan? (Tijdig, Snelheid, Maatwerk, Dualiteit, Kwaliteit). Allereerst wordt de kwantitatieve data benoemd die afkomstig zijn van de Divosa Benchmark Statushouders en Inburgering. Verder worden cijfers rondom de geslaagden benoemd, deze informatie is niet afkomstig van de Divosa Benchmark Statushouders en Inburgering, maar vanuit de beleidsmedewerkers en klantmanagers/consulenten van de gemeenten.

Kwantitatieve data De gegevens komen uit de Divosa Benchmark Statushouders en Inburgering 2022–2024. De cijfers van de benchmark lopen structureel een jaar achter. Hierdoor zijn nieuwe ontwikkelingen niet meegenomen die hebben plaatsgevonden tussen 2024 en 2025. De informatie is afkomstig van CBS, COA en DUO. Zie bijlage III ‘Divosa Benchmark Statushouders en Inburgering 2022–2024’. Algemene cijfers van inburgeraars, cijfers van asielstatushouders en van gezins- en overige migranten worden behandeld. Veel gegevens van gezins- en overige migranten zijn onbekend. Zij volgen hun taallessen bij een taalaanbieder naar eigen keuze en de gegevens hiervan zijn niet zichtbaar. 1 Algemene cijfers inburgeraars Op 31 december 2024 telden de regio’s Zuid-Kennemerland en IJmond samen 1.190 asielstatushouders en 740 gezins- en overige migranten. Ongeveer 38% van de doelgroep in de arbeidsmarktregio (AMR) Zuid-Kennemerland en IJmond bestond uit gezins- en overige migranten, vergelijkbaar met andere arbeidsmarktregio’s. Gemeente Velsen had 215 asielstatushouders en 120 gezins- en overige migranten, Beverwijk had 155 asielstatushouders en 90 gezins- en overige migranten. Heemskerk had 130 asielstatushouders en 55 gezins- en overige migranten. Dit zijn afwijkende cijfers ten opzichte van de interne data van de gemeenten.

Cijfers asielstatushouders Aantal asielstatushouders per leerroute Op 31 december 2024 telden de AMR Zuid-Kennemerland en IJmond samen 1.190 asielstatushouders. Van de 940 statushouders met een PIP-beschikking volgde 76% de B1-leerroute, 15% de Z-leerroute en 10% de onderwijsroute, terwijl bij 20 statushouders de leerroute onbekend was. Vergeleken met andere Arbeidsmarktregio’s zijn er in Zuid-Kennemerland en IJmond relatief meer statushouders in de B1-leerroute en minder in de Z-route en onderwijsroute. Zie tabel 3.

1

De cijfers van de benchmark (bijlage III) wijken af van de cijfers die de drie gemeenten in de IJmond zelf bezitten. Er zijn er geen cijfers bekend over participatie en meedoen, waarbij deelname aan de samenleving wordt bedoeld. Dit alles maakt dat de cijfers in onderstaande koppen waarschijnlijk onvoldoende representatief en betrouwbaar zijn. 13

T U S S E N E VA L U AT I E W I 2 0 2 1 I J M O N D

Tabel 3. Verdeling leerroutes statushouders (Divosa Benchmark, 2024). B1-leerroute Z-leerroute Velsen 75% 11% Beverwijk 65% 27% Heemskerk 84% 11% AMR Zuid-Kennemerland en IJmond Gemiddelde benchmark

76%

15%

Onderwijsroute 11% 8% Laag percentage, waardoor niet zichtbaar 10%

57%%

30%

13%

Verdeling werk, onderwijs en bijstandsuitkering In de gemeente Heemskerk lijken volgens de benchmark de meeste gehuisveste statushouders een bijstandsuitkering te ontvangen, vergeleken gemeente Velsen en Beverwijk. Het regionaal gemiddelde is vergelijkbaar met de cijfers van andere arbeidsmarktregio’s. Zie tabel 4 en figuur 1.

Figuur 1 Verdeling naar economische positie gehuisveste statushouders Wi2021 (Divosa Benchmark, 2024). Tabel 4. Verdeling economische positie statushouders (Divosa Benchmark, 2024). Bijstandsuitkering Werk Velsen 74% 19% Beverwijk 74% 16% Heemskerk 81% 15% AMR Zuid-Kennemerland 75% 19% en IJmond Gemiddelde benchmark 77% 19%

Onderwijs 7% 13% 12% 11% 14%

Asielstatushouders met beschikking PIP Binnen de AMR Zuid-Kennemerland en IJmond hebben 940 statushouders, oftewel 80%, een PIPbeschikking, wat lager is dan de gemiddelde benchmark van 85%. Het aandeel statushouders met een PIP-beschikking verschilt per gemeente. Het hoogste aandeel statushouders met een PIPbeschikking ligt bij gemeente Beverwijk volgens deze cijfers. Zie tabel 5 en figuur 2.

14

T U S S E N E VA L U AT I E W I 2 0 2 1 I J M O N D

Figuur 2 Percentage statushouders Wi2021 met beschikking PIP (Divosa Benchmark, 2024). Tabel 5. Beschikking PIP statushouders (Divosa Benchmark, 2024). Aantal statushouders met PIP beschikking Velsen 65% Beverwijk 85% Heemskerk 75% AMR Zuid-Kennemerland 80% en IJmond Gemiddelde benchmark 85% Doorlooptijd start brede intake tot beschikking PIP De doorlooptijd van brede intake tot PIP-beschikking varieerde volgens de cijfers van de benchmark (bijlage III van 10 weken in Beverwijk, 11 weken in Velsen en 18 weken in Heemskerk, met een regionaal gemiddelde van 8 weken. 75% van de statushouders had een doorlooptijd van meer dan 10 weken, hoger dan de landelijke benchmark van 50%. Echter is onbekend hoe en vanaf waar de doorlooptijd is gemeten. De vraag is of dit bijvoorbeeld is gemeten vanaf de start van huisvesting of vanaf de start van de brede intake. Zie tabel 6 en figuur 3.

Figuur 3 Gemiddelde doorlooptijd statushouders Wi2021 van start brede intake tot datum PIP (Divosa Benchmark, 2024). 15

T U S S E N E VA L U AT I E W I 2 0 2 1 I J M O N D

Tabel 6. Doorlooptijd start brede intake tot beschikking PIP (Divosa Benchmark, 2024). Aantal weken Velsen 11 Beverwijk 10 Heemskerk 18 AMR Zuid-Kennemerland 8 en IJmond Gemiddelde benchmark 9 Leerbaarheidstoets en haalbaarheid Van de 980 statushouders die de leerbaarheidstoets deden binnen de AMR Zuid-Kennemerland en IJmond, was voor 67% de B1-leerroute haalbaar, iets boven de gemiddelde benchmark van 65%. Per gemeente wisselt dit aandeel. In de AMR Zuid-Kennemerland en IJmond is bij 20% van de statushouders de leerroute gewijzigd, lager dan de gemiddelde benchmark van 30%. 6% van de B1leerroutes werd afgeschaald naar A2, dat gelijk is aan het percentage van de gemiddelde benchmark (6%). Zie tabel 7. Tabel 7. Leerbaarheidstoets een haalbaarheid statushouders (Divosa Benchmark, 2024). Leerroute B1 Leerroute Afgeschaald (B1 haalbaar gewijzigd naar A2) Velsen 65% Onbekend Onbekend Beverwijk 60% Onbekend Onbekend Heemskerk 55% Onbekend Onbekend AMR Zuid-Kennemerland 67% 20% 6% en IJmond Gemiddelde benchmark 65% 30% 6% Cijfers gezins- en overige migranten Aantal gezins- en overige migranten per leerroute Op 31 december 2024 telden de AMR Zuid-Kennemerland en IJmond samen 740 gezins- en overige migranten. In de AMR Zuid-Kennemerland en IJmond hadden 290 gezins- en overige migranten een PIP-beschikking.

Het grootste deel (275) volgt leerroute B1, terwijl 15 personen in leerroute Z zitten. Er zijn geen gezinsmigranten geregistreerd in de onderwijsroute, want gezinsmigranten volgen deze route niet. Zie tabel 8. Voor de afzonderlijke gemeenten zijn de gegevens deels onvolledig. In Velsen volgt 100% van de geregistreerde gezins- en overige migranten leerroute B1, maar ontbreken cijfers over andere leerroutes en PIP-beschikkingen. In Beverwijk volgt 89% leerroute B1 en 11% leerroute Z; dit is de enige gemeente in de regio waar leerroute Z zichtbaar is. Heemskerk wijkt af doordat 12% van de migranten niet is ingedeeld in een categorie en er verder geen specifieke cijfers beschikbaar zijn. Vergeleken met de gemiddelde benchmark (77% leerroute B1 en 2% leerroute Z) heeft de AMR ZuidKennemerland en IJmond relatief meer migranten in leerroute B1 en Z. Tegelijkertijd is de vergelijkbaarheid beperkt doordat niet alle cijfers beschikbaar zijn. Het totaalbeeld is daarom onvolledig. Tabel 8. Verdeling leerroutes gezins- en overige migranten (Divosa Benchmark, 2024). B1-leerroute Z-leerroute Niet ingedeeld in categorie Velsen 100% Beverwijk 89% 11% Heemskerk 12% AMR Zuid-Kennemerland 95% 5% en IJmond Gemiddelde benchmark 77%% 2% 7%

16

T U S S E N E VA L U AT I E W I 2 0 2 1 I J M O N D

Verdeling werk, onderwijs en bijstandsuitkering De verdeling van werk, onderwijs en bijstandsuitkering van het aantal gezins- en overige migranten is onbekend. Deze groep regelt de taallessen zelfstandig en elders. Gegevens zijn daardoor niet inzichtelijk. Gezins- en overige migranten met beschikking PIP Op 31 december 2024 telden de regio’s Zuid-Kennemerland en IJmond samen 740 gezins- en overige migranten. In de AMR Zuid-Kennemerland en IJmond hadden 290 gezins- en overige migranten een PIP-beschikking. Verdere gegevens met betrekking tot de beschikking van de PIP voor gezins- en overige migranten is onbekend. Doorlooptijd start brede intake tot beschikking PIP Gegevens met betrekking tot de doorlooptijd van de start van de brede intake tot de beschikking van de PIP voor gezins- en overige migranten is onbekend. Leerbaarheidstoets en haalbaarheid Bij de 290 gezins- en overige migranten in de AMR Zuid-Kennemerland en IJmond is voor 235 (85%) gezins- en overige migranten de B1-leerroute haalbaar. Dat is hoger dan de gemiddelde benchmark van 60%. In de gemeenten Velsen, Beverwijk en Heemskerk haalt 90%, 80% en 80% van de gezinsen overige migranten een positieve leerbaarheidstoets voor leerroute B1. Zie tabel 9 en figuur 4.

Figuur 4 Percentage gezins- en overige migranten Wi2021 waarvan leerroute B1 haalbaar is (Divosa Benchmark, 2024). Tabel 9. Leerbaarheidstoets en haalbaarheid gezins- en overige migranten (Divosa Benchmark, 2024). Leerroute B1 haalbaar Velsen 90% Beverwijk 80% Heemskerk 80% AMR Zuid-Kennemerland 85% en IJmond Gemiddelde benchmark 60% Cijfers geslaagde inburgeraars (bron IJmond-gemeenten) Deze informatie is niet afkomstig van de Divosa Benchmark Statushouders en Inburgering, maar vanuit de beleidsmedewerkers en klantmanagers/consulenten van de gemeenten. Sinds de invoering van de Wi2021 zijn inmiddels drie jaar verstreken. De landelijke invoering van het nieuwe inburgeringsstelsel kwam langzaam op gang, waardoor de eerste nieuwe inburgeraars in de IJmond-gemeenten pas na de zomer van 2022 zijn ingestroomd. Op het moment heeft de fase van de grotere uitstroom van de inburgeraars in de IJmond nog niet plaatsgevonden. De cijfers in tabel 10 en 17

T U S S E N E VA L U AT I E W I 2 0 2 1 I J M O N D

11 hebben betrekking tot de cijfers tussen 2022 en december 2025. De tussenevaluatie betreft een tussentijdse observatie. Tabel 10. Aantal geslaagde asielstatushouders (persoonlijke communicatie beleidsadviseurs IJmond, 2026). Gemeenten Aantal geslaagde asielstatushouders Gemeente Velsen 20  4 Z-leerroute  6 B1-leerroute: A2 niveau  2 B1-leerroute: B1 niveau  2 B1-leerroute: B2 niveau  6 O-leerroute Gemeente Beverwijk 15  1 Z-leerroute  8 B1-leerroute  6 O-leerroute Gemeente Heemskerk 3  Allen (3) B1-leerroute Tabel 11. Aantal geslaagde gezins- en overige migranten (persoonlijke communicatie beleidsadviseurs IJmond, 2026). Gemeenten Aantal geslaagde gezins- en overige migranten Gemeente Velsen 15  Allen (15) B1-leerroute: B1 niveau Gemeente Beverwijk 2  Allen (2) B1-leerroute Gemeente Heemskerk 3  1 Z-leerroute  2 B1-leerroute Vergelijking statushouders en gezins- en overige migranten Uit de beschikbare cijfers blijkt dat er duidelijke verschillen zijn tussen de cijfers van asielstatushouders en gezins- en overige migranten binnen de onderdelen van de Wi2021, vooral in de mate waarin beide groepen zichtbaar en meetbaar zijn. Statushouders vallen grotendeels onder gemeentelijke regie, waardoor er relatief veel informatie beschikbaar is over leerroutekeuze, PIPbeschikkingen, doorlooptijden en maatschappelijke positie.

Zij volgen vaker verschillende leerroutes en zijn in meerderheid afhankelijk van een bijstandsuitkering, met beperkte uitstroom naar werk en onderwijs. Dit beeld komt overeen met landelijke cijfers. Voor gezins- en overige migranten is het gegevensbeeld aanzienlijk beperkter. Deze groep organiseert de inburgering grotendeels zelfstandig, waardoor gemeenten weinig zicht hebben op voortgang, doorlooptijden en participatie. De beschikbare cijfers laten zien dat gezins- en overige migranten vrijwel uitsluitend de B1-leerroute volgen en dat de haalbaarheid van deze leerroute relatief hoog is. Dit wijst op een gemiddeld sterkere startpositie, maar dit beeld is onvolledig en mogelijk vertekend door het ontbreken van registratie. Samenvattend laten de verschillen tussen beide groepen niet alleen kenmerken van de doelgroepen zelf zien, maar vooral verschillen in gemeentelijke regie en dataverzameling. Statushouders zijn beter in beeld maar maatschappelijk kwetsbaarder, terwijl gezins- en overige migranten kansrijker lijken, maar grotendeels buiten beeld blijven. Hierdoor is het op basis van de huidige cijfers slechts beperkt mogelijk om de effectiviteit van het inburgeringsbeleid voor beide groepen te beoordelen.

Effectiviteit onderdelen inburgeringsbeleid Op basis van de beschikbare cijfers in deze paragraaf kan de effectiviteit van de onderdelen van het inburgeringsbeleid slechts beperkt worden vastgesteld. Voor asielstatushouders is redelijk inzicht beschikbaar, maar voor gezins- en overige migranten ontbreekt grotendeels data, wat beoordeling belemmert. De brede intake leidt bij het merendeel van de statushouders tot een PIP-beschikking, maar de doorlooptijden zijn relatief lang en liggen boven het landelijke gemiddelde. Dit wijst erop dat het instrument inhoudelijk wordt toegepast, maar minder effectief is op het gebied van tijdigheid en

18

T U S S E N E VA L U AT I E W I 2 0 2 1 I J M O N D

snelheid. Voor gezins- en overige migranten ontbreken vrijwel alle gegevens in de benchmark van Divosa, waardoor de effectiviteit voor deze groep niet beoordeeld kan worden. De effectiviteit van de brugklas is alleen indirect zichtbaar. De hoge instroom in de B1-leerroute en het beperkte aantal afschalingen suggereren dat de initiële plaatsing doorgaans passend is, al wordt bij een deel van de statushouders de leerroute alsnog aangepast. Concrete resultaatgegevens ontbreken in de benchmark van Divosa, waardoor harde conclusies niet mogelijk zijn. De duale leerroutes laten in de cijfers een beperkt effect zien. De uitstroom naar werk en onderwijs blijft laag en het merendeel van de statushouders blijft aangewezen op bijstand. Dit suggereert dat de combinatie van taal en participatie nog onvoldoende leidt tot duurzame arbeidsmarktdeelname. Samenvattend zijn de onderdelen van het inburgeringsbeleid ingericht en in gebruik, maar laten de cijfers in deze paragraaf zien dat de beoogde versnelling en participatie nog beperkt worden gerealiseerd (volgens deze cijfers) en dat het ontbreken van gegevens, met name voor gezins- en overige migranten, de beoordeling van de effectiviteit bemoeilijkt.

Resultaten en beoordeling subdoelen Wi2021 De mate waarin de subdoelen van de Wet inburgering 2021 worden behaald, kan slechts gedeeltelijk worden vastgesteld aan de hand van de resultaten vanuit de Benchmark van Divosa en cijfers vanuit de IJmond-gemeenten. Voor statushouders is redelijk inzicht beschikbaar, maar voor gezins- en overige migranten ontbreekt grotendeels data, wat beoordeling belemmert. Bij statushouders start het merendeel met inburgering, maar lange doorlooptijden zorgen ervoor dat trajecten vaak niet tijdig en traag verlopen. Hoewel er sprake is van maatwerk en een gedifferentieerd aanbod, leidt dit niet altijd tot snelle of duurzame uitstroom naar werk of onderwijs. De combinatie van taal en participatie (dualiteit) blijft beperkt zichtbaar in de resultaten. Over de kwaliteit van het aanbod zijn onvoldoende concrete gegevens beschikbaar. Sinds de invoering van de Wi2021 zijn inmiddels drie jaar verstreken. De landelijke invoering van het nieuwe inburgeringsstelsel kwam langzaam op gang, waardoor de eerste nieuwe inburgeraars in de IJmond-gemeenten pas na de zomer van 2022 zijn ingestroomd. Op het moment heeft de fase van de grotere uitstroom van de inburgeraars in de IJmond nog niet plaatsgevonden. Al met al wordt vooral aan de organisatorische aspecten voldaan, terwijl tijdigheid, snelheid, dualiteit en datavolledigheid onder druk staan.

2.5 Conclusie Dit hoofdstuk beschrijft de beleidsmatige werkwijze van de inburgering in de IJmond op basis van deskresearch en kwantitatief onderzoek, dat voornamelijk bestaat uit cijfers van de Benchmark van Divosa, sinds de invoering van de Wi2021. De IJmondgemeenten hanteren grotendeels een uniforme beleidsmatige werkwijze, waarbij de brede intake en het PIP de basis vormen voor maatwerk. Onderdelen zoals brugklas, maatschappelijke begeleiding, leerroutes, MAP en PVT worden zoveel mogelijk afgestemd op individuele behoeften, wat zorgt voor een samenhangende regionale aanpak. Het inburgeringsbeleid van Velsen, Beverwijk en Heemskerk sluit in ruime mate aan bij de vijf subdoelen van de Wi2021. Met name tijdigheid, maatwerk en kwaliteit zijn goed verankerd. Snelheid en dualiteit zijn onderdeel van de uitvoering, maar kunnen beleidsmatig explicieter worden vastgelegd. Bijvoorbeeld door het formuleren van KPI’s, het vastleggen van doorlooptijdmetingen en meer uitleg hoe dualiteit wordt geborgd. In de praktijk bestaan er kleine verschillen tussen gemeenten in de organisatorische inrichting en uitvoerende ketenpartners. Dit is onder andere bij de leerbaarheidstoets, maatschappelijke begeleiding en het financieel ontzorgen. Deze verschillen leiden niet tot grote inhoudelijke ongelijkheid, maar laten wel ruimte voor verdere standaardisering in de IJmond.

De beschikbare resultaten van de Divosa Benchmark over 2022–2024 en van de IJmond-gemeenten van de Wi2021 in de IJmond, laten een gemengd beeld zien. Hoewel veel inburgeraars instromen in de B1-route, blijven het aantal geslaagden en de tussentijdse uitstroom naar werk of onderwijs achter. Dat komt doordat deze fase in de IJmond nog niet is bereikt. Doorlooptijden zijn langer dan gewenst en onvolledige en inconsistente data bemoeilijken een goede beoordeling van de effectiviteit van de Wi2021. De brugklas lijkt bij te dragen aan betere plaatsing, maar meetbare en concrete cijfers ontbreken. Duale leerroutes lijken vooralsnog weinig duurzame participatie op te leveren, maar de daadwerkelijke uitstroom heeft nog maar beperkt plaatsgevonden. De IJmond bevind zich nog niet in 19

T U S S E N E VA L U AT I E W I 2 0 2 1 I J M O N D

die fase. Dit biedt onvoldoende basis om een constatering uit te spreken over de duurzame participatie. Asielstatushouders zijn beter in beeld dan gezins- en overige migranten, maar zijn waarschijnlijk maatschappelijk kwetsbaarder door een grotere afhankelijkheid van bijstand en kennen langere doorlooptijden (brede intake tot PIP-beschikking). Gezins- en overige migranten blijven grotendeels buiten beeld doordat gemeenten weinig inzicht hebben in hun leertrajecten. De gemeente heeft regie in de begeleiding, maar de gezins- en overige migranten moeten zelf hun taallessen bekostigen en regelen. Dat maakt het traject anders. Asielstatushouders volgen hun taallessen via de aanbieders waarmee de gemeenten samenwerken. Toegang tot data over het taalonderwijs is daarom wel beschikbaar voor gemeenten van de asielstatushouders en nauwelijks van de gezins- en overige migranten. Met de verplichte voortgangsgesprekken lukt het de gemeenten beperkt om meer informatie op te halen van de gezins- en overige migranten en hun taallessen. Hoewel het beleidsmatige fundament van de Wi2021 staat, worden de subdoelen slechts gedeeltelijk gehaald. Met name tijdigheid, snelheid en dualiteit staan onder druk. Dat lijkt te komen door vertraagde processen, beperkte zichtbare impact op participatie en incomplete en inconsistente data. De meest recente ontwikkelingen na 2024 zijn nog niet inzichtelijk.

Dit heeft allemaal invloed op het evalueren van de effectiviteit van de Wi2021.

20

T U S S E N E VA L U AT I E W I 2 0 2 1 I J M O N D

3

Resultaten kwalitatief onderzoek

Dit hoofdstuk beschrijft de resultaten van het kwalitatief onderzoek, ofwel onderzoek via interviews, waarbij de Wi2021 in de IJmond-regio is geëvalueerd. Het hoofdstuk laat zien waar verschillen bestaan tussen gemeenten en doelgroepen en in hoeverre de uitvoering aansluit bij de beleidsmatige uitgangspunten van de Wi2021. Zowel de sterke punten als knelpunten binnen de brede intake en het PIP, de brugklas, maatschappelijke begeleiding, taal en participatie, de MAP en het PVT komen naar voren. Zie bijlage IV ‘Ervaring onderdelen Wi2021’ voor uitgebreide informatie van de ervaringen over de onderdelen van de Wi2021. De bevindingen zijn gebaseerd op interviews met gemeenten, ketenpartners en inburgeraars en geven inzicht in hoe de verschillende onderdelen van de wet in de praktijk worden uitgevoerd en ervaren. In totaal zijn 33 diepte-interviews afgenomen. Zie tabel 12. Plus, 2 groepsinterviews met inburgeraars zijn afgenomen. Dit was met een groep van de Z-leerroute en een groep van de B1-leerroute. Zie bijlage I ‘Opzet met onderzoeksvragen en plan van aanpak‘ voor meer informatie en methoden voor het kwalitatief onderzoek. De test-enquête (monitor) is niet afgenomen tijdens de groepsinterviews, zoals eerder wel het plan was. Tabel 12. Verdeling interviews Tussenevaluatie Wi2021 (Van Zalinge, 2025). Velsen

Beverwijk

Heemskerk

B1-route

4

2

2

Z-route

2

1

1

O-route

1

1

1

Inburgeraar - gezinsmigrant

2

1

1

Klantmanagers

2

2

2

Beleidsmedewerkers

1

1

1

Brugklas - Danner & Danner (trajectbegeleiders)

1

O-route -Danner & Danner (trajectbegeleiders)

1

Edinova (trajectbegeleiders)

1

Inova (trajectbegeleiders)

1

Vluchtelingenwerk (trajectbegeleiders)

1

3.1 Verschillen werkelijke aanpak Deze paragraaf is opgesteld vanuit de bijlage IV ‘Ervaring onderdelen Wi2021’. Binnen de IJmond-regio geven de gemeenten Heemskerk, Velsen en Beverwijk uitvoering aan de Wi2021. Hoewel de beleidsregels gelijk zijn voor alle gemeenten, op minimale verschillen in formulering na, ontstaat in de praktijk ruimte voor lokale keuzes in organisatie en uitvoering. Op basis van ervaringen van respondenten vanuit gemeenten, ketenpartners en inburgeraars komen verschillen naar voren. De verschillen in aanpak zijn het gevolg van lokale context, organisatorische keuzes en specifieke aandachtspunten per gemeente. Deze variatie biedt inzicht in de werkelijke aanpak en kan dienen als basis voor verdere regionale afstemming, kennisdeling en doorontwikkeling van de inburgering binnen de IJmond-regio. Brede intake en Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) In alle drie de gemeenten wordt de brede intake steeds meer ingericht vanuit het uitgangspunt van maatwerk. De gesprekken zijn gericht op het in beeld brengen van achtergrond, vaardigheden, motivatie en persoonlijke omstandigheden van inburgeraars. Daarbij is er aandacht voor het bieden van een veilige setting en duidelijke uitleg over het inburgeringstraject en de bijbehorende verplichtingen. 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16845009/3