CConstaterende datHeemskerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6. MW00 Toelichting aanvraag omgevingsvergunning milieu en water

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente HeemskerkBij agendapunt: Raadsvoorstel Advies eerste cluster vergunningaanvragen project Heracless Groen Staal Tata Steel17.414 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit afval wordt op de voor Tata Steel gebruikelijke wijze ingezameld, gescheiden en afgevoerd naar erkende verwerkers. Verder zijn er op de locaties enkele tientallen 20ft containers aanwezig voor opslag van diverse materialen. Tenslotte is elke locatie voorzien van een kantoorunit en parkeerruimte. In bijlage 2 zijn tekeningen van de lay down area’s en het contractorpark opgenomen.

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

3.3

Wijzigingen bij bestaande werkeenheden als gevolg van Heracless

3.3.1 Waste Management Area (werkeenheid ENB-WMA) Op een terreingedeelte ten zuiden van de Desiweg en ten oosten van het spoor en de Westweg ligt de Waste Management Area (WMA). Op deze locatie worden afval- en reststoffen die vrijkomen in de procesvoering van Tata Steel tijdelijk opgeslagen, in afwachting van afvoer naar een erkend verwerker. Ook is hier een afvalwaterzuiveringsinstallatie aanwezig. De verschillende afvalstromen worden van elkaar gescheiden door opslagvakken die zijn gemaakt met legioblokken. De indeling van deze opslagvakken is afhankelijk van het aanbod van verschillende afval- en reststoffen en kan zodoende variëren. Het gehele terein is voorzien van een vloeistofdichte vloer. Om Heracless mogelijk te maken, wordt de Desiweg geherstructureerd. Om dit te kunnen doen, moet het terrein van de WMA kleiner worden gemaakt in de noordwestelijke hoek. Deze verkleining van het terrein brengt ook een herindeling met zich mee. De volgende activiteiten zullen hier plaatsvinden: -

Verwijdering van een aantal opslagvakken van legioblokken, putten, een silo en een aantal kleine gebouwen; Realiseren van een aantal nieuwe opslagvakken van legioblokken op een andere locatie op het terrein; Aanpassen van de ligging van het ringriool naar de biologische afvalwaterzuivering; Omleggen van een aantal elektriciteitsleidingen.

Om deze wijzigingen mogelijk te maken, zal op een aantal locaties de vloeistofdichte vloer moeten worden verwijderd. Voordat de activiteiten met afval- en reststoffen op een andere locatie binnen dit terrein in gebruik worden genomen, zal deze vloer opnieuw aangelegd/gerepareerd zijn, waardoor de vloeistofdichte functie op het gehele terrein behouden blijft zoals in de huidige situatie.Het debiet, de samenstelling en afvoerroute van het hemelwater wijzigen daarmee niet ten opzichte van de vergunde situatie;

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

In de figuur 3.11 hieronder zijn de huidige situatie en de aangevraagde situatie bij de WMA weergegeven.

Figuur 3.11 In het rood worden legio blokken, putten, silo en gebouwen verwijderd. Van de vloeistofdichte vloer wordt ook het grijs gemarkeerde deel (en het deel erboven) verwijderd. Een nieuwe vloeistofdichte vloer wordt gestort (donker grijs gemarkeerd) en nieuwe vakken worden gemaakt (blauwe randen). Ook dient het ringriool naar de biologische reiniging te worden aangepast.

3.3.2 Oxystaalfabriek (werkeenheid OSF2) Binnen de Oxystaalfabriek zullen als gevolg van de voorbereidende werkzaamheden die moeten plaatsvinden om project Heracless te realiseren, diverse wijzigingen moeten worden doorgevoerd. Deze wijzigingen worden in deze paragraaf uitgewerkt. Het betreft een verplaatsing van het kiepstoelpuinschap, een (tijdelijke) verplaatsing van het milieu-eiland en het verleggen van een spoorgedeelte. Op de tekening in bijlage 2 zijn deze verplaatsingen weergegeven. Deze wijzigingen worden uitgewerkt in de paragrafen 3.3.3.1 tot en met 3.3.3.3. 3.3.2.1

Verplaatsing kiepstoelpuinschap

Ter voorbereiding op de bouw van de nieuwe Pannenhal aan OSF2 (deel van project Heracless), zal het kiepstoelpuinschap dat zich op de locatie van de geplande pannenhal bevindt, verplaatst moeten worden. De bouw van de Pannenhal en de milieubelastende activiteiten die daar plaatsvinden, zullen onderdeel zijn van de vergunningaanvragen in respectievelijk mandje 2 en mandje 3. Omdat de verplaatsing van het kiepstoelpuinschap al moet plaatsvinden voordat de bouw van de Pannenhal start, is die verplaatsing onderdeel van onderhavige vergunningaanvraag. In OSF2 wordt vloeibaar staal in staalpannen getransporteerd. Nadat een staalpan is afgegoten op de gietwalsinstallatie van DSP (de direct sheet plant) of een van de continugietmachines van OSF2, wordt het slak uit de staalpan in een slakkenpan gekiept. Daarna wordt de Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

staalpan schoongemaakt en geprepareerd voor een volgende cyclus. Dit gebeurt op een zogenoemde kiepstoel. Het bij het schoonmaken van de staalpan vrijgekomen materiaal, wordt op de kiepstoel uit de staalpan gekiept. Hierbij vallen de laatste resten slak en/of staal uit de pan op de grond onder de kiepstoel. Na circa 3-4 staalpannen die zijn geprepareerd op de kiepstoel, wordt het materiaal door een shovel onder de kiepstoel vandaan geschept. De shovel stort dit materiaal in een kiepstoelpuinschap buiten Giethal 2. Het kiepstoelpuin wordt dagelijks vanuit het puinschap door middel van een shovel verladen in een vrachtwagen, die het materiaal afvoert voor verwerking bij Harsco. Om stofverspreiding zo veel mogelijk te voorkomen, wordt het puin natgemaakt voordat het wordt vervoerd. Ter vervanging van het huidige kiepstoelpuinschap, zal op een andere locatie een nieuwe voorziening worden geplaatst voor de tussenopslag van het kiepstoelpuin. Deze voorziening zal bestaan uit een lage bak, geplaatst in een schap bestaande uit drie wanden en een dak. Het schap zal voorzien worden van afzuiging met een filterinstallatie. Het kiepstoelpuin zal, zoals hierboven beschreven, met een shovel gestort worden in de bak. De hoogte van deze bak wordt zo veel mogelijk beperkt (circa 90 cm), om de valhoogte van het materiaal zo veel mogelijk te minimaliseren.

Daarmee wordt stofemissie zo veel mogelijk voorkomen. Het schap zal worden afgezogen om zo verspreiding van stof van deze activiteit zo veel mogelijk tegen te gaan. Zodra de bak vol is, zal deze afgevoerd worden en zal een lege bak teruggeplaatst worden. Door deze werkwijze vervalt de overslag van het materiaal vanuit het schap in een vrachtwagen en is natte stofbestrijding niet nodig. 3.3.2.2

(Tijdelijke) verplaatsing milieueiland

Aan de noordzijde van de koeltoren van de vacuümpanbehandelingsinstallatie (VPBI) van OSF2, bevindt zich op dit moment een milieueiland voor de gescheiden inzameling van diverse afvalstromen. Dit milieueiland zal tijdelijk verplaatst moeten worden in verband met de bouwactiviteiten die zijn voorzien voor de EAF. Tijdens de bouwfase van het EAF-gebouw zal namelijk sprake zijn van beperkingen in de aan- en afvoer van containers op de huidige locatie van het milieueiland. Voor de periode van de bouwfase van het EAF-gebouw zal het milieueiland daarom verplaatst worden naar het Panovenplein, waar de containers geplaatst zullen worden op de huidige verharde ondergrond. Het milieueiland bevat de volgende elementen: 1. container (20 m³) voor bedrijfsafval; 2. container (20 m³) voor hout; 3. container (6 m3) voor koolstofelektroden met hierin de elektrische installaties; 4. wisselcontainer (6 m3) die wordt omgewisseld met containers voor schrot of karton in de fabriek, zodra deze vol zijn en kunnen worden afgevoerd; 5. 6 rolcontainers voor restafval. 3.3.2.3

Verleggen gedeelte spoor bij OSF2

Om project Heracless te kunnen realiseren is het noodzakelijk dat een gedeelte van het spoor op het terrein van de Oxystaalfabriek wordt verlegd. Hierdoor ontstaat er meer ruimte tussen het nieuw te plaatsen gebouw (pannenhal) aan de zuidzijde van het spoor en het huidige tracé. Het betreft een zeer geringe wijziging in een bocht. De nieuwe ligging van dit spoor kan worden afgeleid uit de tekening in bijlage 2.

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

3.3.3 Wijzigingen aan bestaande spoorwegen Om de realisatie van de installaties behorend bij het project Heracless mogelijk te maken, zal een gedeelte van de spoorweg gewijzigd worden. Het betreft hierbij de wijziging van één bocht en een aantal wissels. De wijziging van de locatie is te zien op de tekening in bijlage 2.

3.3.4 Wijzingen aan bestaande ondergrondse leidingen en kabels Om de veranderingen zoals aangevraagd mogelijk te maken dienen enkele bestaande leidingen en kabels verplaatst te worden. De veranderingen die Tata Steel voornemens is door te voeren zijn weergegeven in de plattegronden van bijlage 12. Omdat het bestaande leidingen en kabels betreft is voor deze aanvraag alleen het milieueffect afgewogen dat samenhangt met de nieuwe locatie van het verlegde deel van deze leidingen en kabels. Deze afweging is als volgt: Voor het onderwerp geluid en lucht zijn er geen effecten te verwachten van ondergrondse media. In de QRA van Tata Steel zijn de relevante hoofdtransportleidingen meegenomen en de voorgenomen veranderingen betreffen aftakkingen met kleine diameter en lage druk en hebben geen significante bijdrage aan het risicoprofiel. Voor de MRA is gekeken naar de afvalwaterafvoerleidingen (riolen). Het betreft hier het beperkt verleggen van bestaande tracés, waarbij geen nieuwe aansluitingen of veranderingen in het rioolafvoersysteem worden doorgevoerd en ook de samenstelling en debiet van het af te voeren rioolwater niet verandert, waarmee deze verandering dus niet relevant is voor de MRA. Gezien het voorgaande is de verandering dus ook niet relevant voor het beperkt VR.

Ter voorkoming van bodemverontreiniging door gebruik van bodembedreigende stoffen in ondergrondse leidingen worden de verplichtingen zoals aangegeven in de Bal, afdeling 2.4: BBT-CVM; tabel 2.2.1 en specifieke zorgplicht 2.11 in acht genomen. De voorzieningen en maatregelen ter voorkoming van bodemverontreiniging zijn lekdetectie, leidinginspectie, en een onderhoudsprogramma afgestemd op de resultaten van de leidinginspecties en visueel toezicht. In de bestaande systemen binnen Tata Steel worden de periodieke reinigingen, lekdichtheidsverklaringen en zes jaarlijkse lekdichtheidsinspecties geregistreerd. Er worden geen nieuwe bodembedreigende activiteiten gerealiseerd. Ten aanzien van de operationele- en ontwerpdrukken verandert er niets ten opzichte van de bestaande situatie.

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

3.4 Wateractiviteiten (lozing op oppervlaktewater) en infiltratie in de bodem Om de aangevraagde voorbereidende werkzaamheden mogelijk te maken, wordt op het terrein van Tata Steel een aantal verhardingen aangelegd. Het betreft verhardingen op een aantal verschillende locaties. Hemelwater dat op deze verhardingen terechtkomt, zal zo veel mogelijk worden afgevoerd naar bermen en/of via wadi’s, maar een deel hiervan zal ook worden geloosd. Ook hemelwater dat op daken van gebouwen terecht komt, wordt deels geinfiltreerd en deels geloosd op oppervlaktewater (hetzij rechtstreeks, hetzij via de riolering). In de tabel hieronder is een samenvatting gegeven van de hoeveelheden hemelwater die langs de verschillende afvoerroutes worden afgevoerd. In bijlage 3 is een tabel opgenomen waarin de onderstaande hoeveelheden hemelwater zijn opgesplitst per locatie waar deze van afkomstig zijn. Hierin zijn ook de oppervlaktes van de verschillende verhardingen aangegeven. In bijlage 4 bij deze aanvraag zijn twee tekeningen van de diverse verhardingen toegevoegd. Tabel 3.1

Lozingsroutes niet verontreinigd hemelwater

Lozingsroute hemelwater (niet veront-

Oppervlakte

reinigd)

(m2)

Debiet (m3)

Infiltratie in de bodem

63.650

50.920

Staalhaven (riool 500)

73.850

59.080

Staalhaven (riool 700)

38.000

30.400

Hoogovenkanaal (riool 100)

59.050

47.240

Hoogovenkanaal (rechtstreeks)

15.000

12.000

Totaal

249.550

199.640

De riolen waar op wordt geloosd (riool 100, 500 en 700) zijn alle drie hoofdriolen. Dit wil zeggen dat het afvoeren zijn van alle type lozingen. Voor deze lozingen beschikt Tata Steel al over een drietal Watervergunningen (ANW 97/10030 d.d. 21 november 1997, ANW 97 / 10031 d.d. 1 november 1997, ANW 2005/7769 d.d. 8 november 2005). Met de toevoeging van het niet verontreinigde hemelwater afkomstig van daken en verhardingen wordt het debiet vanuit deze riolen groter dan in de huidige situatie. Daarom wordt een wijziging van de bestaande vergunning aangevraagd. Voor de bouwwerkzaamheden die moeten worden uitgevoerd, is het nodig om tijdelijk grondwater te onttrekken. Het onttrokken grondwater wordt nabij de onttrekkingslocatie weer geïnfiltreerd in de bodem. Het grondwater is op de betreffende locaties niet verontreinigd. Daarnaast betreft het een onttrekking van een bronbemaling met een hoeveelheid te onttrekken grondwater minder dan 100 m3/u, en in totaal minder dan 100.000 m3. Daarom kan deze wateractiviteit zonder vergunningplicht worden uitgevoerd. Deze activiteit zal t.z.t. separaat worden gemeld bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

4

Scope van de aanvraag

4.1

Inleiding

In hoofdstuk 3 zijn de activiteiten samengevat waarop de aanvraag betrekking heeft. Tata Steel verzoekt voor de activiteiten vermeld in deze toelichting om een vergunning op grond van de Omgevingswet. In dit hoofdstuk wordt overzichtelijk gemaakt welke mba’s het betreft.

4.2

Milieubelastende activiteiten Besluit activiteiten leefomgeving

Deze aanvraag heeft uitsluitend betrekking op de ingebruikname van milieubelastende activiteiten (mba’s) die horen bij de voorbereidende werkzaamheden voor de realisatie van project Heracless en die de fysieke leefomgeving (kunnen) beïnvloeden. Uitgangspunt voor deze aanvraag is dat de bij Tata Steel uitgevoerde kern mba basismetaal (3.3.6 Bal) wordt gewijzigd, als gevolg van wijzigingen bij functioneel ondersteunende mba’s die deel uitmaken van deze kern mba en technisch en milieuhygiënisch met deze kern mba (een IPPC installatie) zijn verbonden. De functioneel ondersteunende mba’s waarvoor met deze aanvraag een wijziging van de kern mba basismetaal wordt aangevraagd, zijn de volgende: Aangewezen in hoofdstuk 3 Bal: - 3.2.9 Bal opslag gevaarlijke stoffen (op lay down area’s 10B en 10F en bij contractorpark); - 3.4.3 Bal buisleiding met gevaarlijke stoffen (transportleidingen oxygas bij gashouder en bovengrondse zuurstofleidingen); - 3.4.5 Minerale productenindustrie (betoncentrale).

Niet aangewezen in hoofdstuk 3 Bal: - Persluchtstation en toebehoren (leidingwerk); - Zuurstofbuffertanks en zuurstofstations 3 en 5; - Oxygashouder en toebehoren (leidingen, condensaatsysteem, boosterfans en EIC room); - SA-filter + toebehoren (leidingen, EIC room); - Marine offloading facility (MOF, een aanvoer - en overslagkade); - E-ruimtes (diversen); - Stoomleiding (2x); - Weegbrug; - Kiepstoelpuinschap; - Milieueiland; - Spoor OSF2 en ander spoorgedeelte op Tata Steel terrein; - Transformator (T431); - Opslag eigen afval- en reststoffenverwerking alvorens afvoer (Waste Management Area); - Parkeerterreinen. Voor al deze functioneel ondersteunende mba’s geldt dat deze onder de vergunningplicht van de kern mba basismetaal vallen, vanwege de technische en milieuhygiёnische samenhang hiervan met de kern mba. Dit is waarom een wijziging van de kern mba basismetaal wordt aangevraagd.

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

4.3 Wateractiviteiten In deze aanvraag is sprake van het aanbrengen van verhardingen en lozing van een gedeelte van het hierop terechtkomende (niet verontreinigde) hemelwater op het oppervlaktewater. Deze wateractiviteit wordt toegelicht in paragraaf 3.4.

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

5

Milieueffecten milieubelastende activiteiten en wateractiviteiten

5.1

Milieueffecten van milieubelastende activiteiten

5.1.1

Beste beschikbare technieken

In hoofdstuk 8, afdeling 8.5, van het Bkl wordt aangegeven dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend als wordt voldaan aan het criterium dat de voor de activiteit in aanmerking komende beste beschikbare technieken (BBT) worden toegepast. Bij het bepalen van de beste beschikbare technieken wordt rekening gehouden met de BBT-conclusies en informatiedocumenten, bedoeld in bijlage XVIII, onder A van het Bkl. Met deze aanvraag wordt een wijziging aangevraagd van de mba basismetaal. Deze mba omvat een aantal IPPC installaties die allen te maken hebben met de productie van ijzer en staal. Het betreft de categorieën 2.1 t/m 2.4 in bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies (RIE). Voor deze IPPC-installaties geldt dat zij moeten voldoen aan de BBT-eisen in de Europese BBT-conclusies. Voor deze mba zijn de BBT-conclusies ijzer- en staalproductie relevant. In bijlage 5 is een BBT toets toegevoegd, waarin wordt nagegaan in hoeverre de aangevraagde wijzigingen van invloed zijn op de IPPC-installaties en de manier waarop deze conform BBT in werking zijn. In het Bkl zijn ook Nederlandse BBT-documenten aangewezen. Het betreft het document ‘Bodembescherming: combinaties van voorzieningen en maatregelen’ (BB-CVM) en de Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 15 (PGS15), Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen, versie 1.0, augustus 2021.

De opslag van verpakte gevaarlijke stoffen en gasflessen vindt plaats conform de PGS15-richtlijn. De toetsing aan BB-CVM is hieronder opgenomen in paragraaf 5.1.2.

5.1.2

Bodem 5.1.2.1

Toetsing BB-CVM (bodemrisicoanalyse, BRA)

De voorgenomen (nieuwe en/of te verplaatsen) activiteiten zijn getoetst aan het BBT-informatie document ‘Bodembescherming: combinaties van voorzieningen en maatregelen’ (BB-CVM4, de opvolger van de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming 2012). In een bodemrisicoanalyse is beoordeeld of de te gebruiken stoffen bodembedreigend zijn en met welke combinatie van voorzieningen en maatregelen een verwaarloosbaar bodemrisico wordt gerealiseerd. De bodemrisicoanalyse is opgenomen in bijlage 6. Hieruit blijkt dat de voorgenomen activiteiten bij Tata Steel zodanig worden uitgevoerd, dat sprake is van een verwaarloosbaar bodemrisico.

4

Bodembescherming: combinaties van voorzieningen en maatregelen (BB-CVM) | Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl)

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

5.1.2.2

Bodemonderzoek

Voor het exploiteren van een IPPC-installatie geldt binnen de kaders van de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving een verplichting om voorafgaand aan een specifieke activiteit die kan leiden tot een bodembelasting de kwaliteit van de bodem voor de specifieke bodembedreigende stoffen te bepalen. Op het moment dat het bevoegd gezag oordeelt dat de beschikbare bodeminformatie niet toereikend of niet voldoende actueel of onvoldoende representatief is, kan het bevoegd gezag in een vergunningsvoorschrift een bodemonderzoek voor specifieke activiteiten voorschrijven. Het bevoegd gezag kan in het vergunningsvoorschrift aangeven op welke stoffen en op welke wijze de locatie moet worden onderzocht. De bodemkwaliteit bij aanvang van de activiteit wordt als referentiekader gebruikt in geval van incidenten of het vaststellen van de bodemkwaliteit bij beëindiging van de activiteit.

5.1.3

Waterverbruik en afvalwater 5.1.3.1

Verbruik leidingwater

Op de lay down area’s / contractorparken 10B, 10F en Chamotteweg wordt leidingwater verbruikt door de mensen die hier verblijven (sanitaire voorzieningen). In totaal gaat dit naar schatting om 33.000 m3/jaar. Daarnaast zal de (tijdelijk aanwezige) betoncentrale naar schatting 15.000 m3/jaar aan leidingwater gebruiken. De overige activiteiten in deze aanvraag brengen geen wijzigingen in verbruik van leidingwater met zich mee, omdat deze geen wijzigingen in processen betreffen. 5.1.3.1

Lozen van afvalwater op de riolering.

Het kantoor op lay down area 10F wordt aangesloten op een vuilwatertank, gezien de zeer geringe hoeveelheid en de tijdelijkheid van deze situatie. Deze wordt maximaal twaalf keer per jaar geleegd met behulp van een tankauto. Het kantoor op lay down area 10B en het contractorpark aan de Chamotteweg worden op het Sanitair Afvalwatersysteem (SAW-riool) aangesloten dat vuilwater afvoert richting de WMA. In totaal wordt er vanaf deze twee locaties jaarlijks naar verwachting 33.000 m3/jaar huishoudelijk afvalwater geloosd. Deze capaciteit en samenstelling van afvalwater is passend binnen de vigerende watervergunning. NB. Zie paragraaf 3.4 voor meer informatie over lozing van hemelwater op oppervlaktewater (wateractiviteit) en infiltratie van hemelwater in de bodem.

5.1.4

Emissies naar de lucht en luchtkwaliteit 5.1.4.1

Emissies

Voor de emissies naar de lucht en de berekening van de luchtkwaliteit in de omgeving zijn het SA-filter, de oxygashouder, het kiepstoelpuinschap en de betoncentrale betrokken. Hierbij zijn de emissies van stikstofoxiden (NOx) en fijnstof (PM10 en PM2,5) in beschouwing genomen. Daarnaast is voor het SA-filter rekening gehouden met de stofklasse MVP1 (arseen, cadmium, kobalt, nikkel en lood), sA.1 (thallium en vanadium) en sA.3 (chroom, koper, mangaan en tin). Ook wordt rekening gehouden met de emissies van gewijzigde of nieuwe verkeersroutes. Bijlage 7 geeft een uitgebreide beschouwing over deze emissies en de gevolgen hiervan voor de luchtkwaliteit (zie hiervoor ook navolgende paragraaf 5.1.4.3). 5.1.4.2

Geur

De emissies naar de lucht zijn (nagenoeg) geurloos, daardoor kan geurhinder ten gevolge van de voorgenomen activiteiten worden uitgesloten.

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

5.1.4.3

Luchtkwaliteit

Ten behoeve van de aanvraag voor een omgevingsvergunning is in een luchtkwaliteitsonderzoek inzichtelijk gemaakt wat de invloed van de voorgenomen activiteiten is op de luchtkwaliteit in de omgeving. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 7. De conclusie uit het onderzoek is hieronder weergegeven. Voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) zijn verschilberekeningen uitgevoerd tussen de vergunde en toekomstige situatie. Uit deze verschilberekeningen blijkt dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit (NIBM). Hiermee vormen deze stoffen met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen bij het verlenen van een omgevingsvergunning. Er zijn ook emissies van stoffen uit de stofklassen MVP1, sA.1 en sA.3 doorgerekend. Hieruit blijkt dat overal sprake is van een afname van de immissieconcentraties in de leefomgeving. Ook dit zal betekenen dat tot het aspect luchtkwaliteit geen belemmering is ten aanzien van het verlenen van een omgevingsvergunning. 5.1.4.4

Maatregelen om emissies te voorkomen dan wel te beperken

De volgende maatregelen worden getroffen om emissies in de lucht te voorkomen of, voor zover dat niet mogelijk is, te beperken: - Doekfilterinstalallatie in de Secundaire afzuiging, deze wordt verplaatst; - Kiepstoelpuinschap wordt voorzien van afzuiging met een filterinstallatie; - Tijdens de werkzaamheden binnen workshops op de lay down area’s wordt een luchtafzuigsysteem gebruikt; - Er wordt voldaan aan de betreffende eisen in de algemene regels in hoofdstuk 4 van het Besluit activiteiten leefomgeving bij het uitvoeren van activiteiten op de lay down area’s en het contractorpark.

5.1.5

Geluid en trillingen

5.1.5.1 Geluid Voor deze vergunningaanvraag is een akoestisch onderzoek uitgevoerd dat als bijlage 8 bij deze aanvraag is gevoegd. In het onderzoek is aangegeven dat de verplaatsing van de gashouder, het SA-filter en de tijdelijk betoncentrale geluidrelevante activiteiten zijn. Daarnaast is rekening gehouden met het geluid van de afzuiging van het kiepstoelpuinschap, welke ook verplaatst wordt. Voor het overige is in het geluidrapport aangetoond dat de aangevraagde activiteiten niet relevant zijn voor geluid of van tijdelijke aard en geen deel uitmaken van de aangevraagde representatieve bedrijfssituatie. Voor de genoemde verplaatsingen geldt feitelijk dat de oude installaties worden afgebroken en op een andere locatie nieuw gebouwd. Dit betekent dat de installatieonderdelen die toegepast gaan worden voldoen aan de laatste stand der techniek voor wat betreft geluidarm ontwerp. Daarnaast worden akoestisch maatregelen genomen zoals het toepassen van dempers in kanalen, het toepassen van geluidisolatie voor leidingen en het binnen omkastingen plaatsen van ventilatoren alsmede het plaatsen van dempers in toe- en afvoerkanalen van ventilatoren. De nieuw te realiseren installaties voldoen daarmee voor het onderwerp geluid aan BBT.

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

Daarnaast zijn ook de maximale geluidniveaus onderzocht en getoetst aan de normen uit de vigerende vergunning. In onderstaande tabel zijn de normen uit de vigerende vergunning weergegeven. Tabel 5-1: Geluidnormen volgens de vigerende omgevingsvergunning met kenmerk 2007-00001 Vergund LAr,LT Identificatie

Vergund LAmax

Omschrijving Dag

Avond

Nacht

Dag

Avond

Nacht

IP02_A

IP2: Dorpsweide Wijk aan Zee

52

50

47,0

62

60

57

IP06_A

IP6: Voorweg Heemskerkerduin

46

43

41

56

53

51

IP08_A

IP8: Creutzberglaan

49

47

44

59

57

54

IP09_A

IP9: Zeestraat / Creutzberglaan

50

48

45

60

58

55

IP11_A

IP11: Wenckebachstraat / Koningsweg

46

44

41

56

54

51

IP14_A

IP14: Kanaaldijk (Zuidersluis) IJmuiden

52

50

48,0

62

60

58

IP15a_A

IP15a: IJmuiderstraatweg (PNH)

49

47

44

59

57

54

Tata Steel is gelegen op een gezoneerd industrieterrein. Dat wil zeggen dat de aangevraagde geluidruimte inpasbaar moet zijn binnen de grenswaarden van deze zone (onder de Omgevingswet aangeduid als Aandachtsgebied). Het vergunde langtijdgemiddelde geluidniveau zoals hierboven gegeven is destijds getoetst aan de geluidzone en geconstateerd is dat deze geluidruimte inpasbaar is binnen de zone. Dus wanneer de berekende geluidbelasting ten gevolge van de hier aangevraagde veranderingen inpasbaar is binnen de normen uit de vigerende vergunning, mag ervan uit worden gegaan dat deze ook inpasbaar is binnen de beschikbare geluidruime in de zone. Maximale geluidniveaus worden niet getoetst aan de geluidzone, maar getoetst ter plaatse van geluidgevoelige locaties. Voor de berekening van de verwachte geluidbelasting is uitgegaan van de activiteiten bij Tata Steel die op grond van de verleende vergunningen toelaatbaar zijn. Het gehanteerde rekenmodel beschrijft deze situatie. De hiervoor gebruikte modelsoftware (IJmond-versie van Geonoise) is voorgeschreven in de vigerende vergunning. In onderstaande tabel worden de rekenresultaten gegeven van de aangevraagde situatie en vergeleken met de geluidbelasting (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau per etmaalperiode) die optreedt op grond van de nu vergunde situatie.

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

Tabel 5-2: Overzicht rekenresultaten langtijdgemiddeld beoordelingsniveau. Langtijdgemiddeld Beoordelingsniveau LAr,LT Identificatie

Omschrijving

Vergunde situatie

Voorbereidende fase

Dag

Avond

Nacht

Dag

Avond

Nacht

IP02_A

IP2: Dorpsweide Wijk aan Zee

47

47

46,6

47

47

46,7

IP06_A

IP6: Voorweg Heemskerkerduin

38

38

38

38

38

38

IP08_A

IP8: Creutzberglaan

42

42

42

42

42

41

IP09_A

IP9: Zeestraat

45

45

44

45

45

44

IP11_A

IP11: Wenckebachstraat / Koningsweg

43

43

41

43

43

41

IP14_A

IP14: Kanaaldijk (Zuidersluis) IJmuiden

48

48

47,6

48

48

47,9

IP15a_A

IP15a: IJmuiderstraatweg (PNH)

44

44

43

44

44

43

Uit bovenstaande tabel is op te maken dat de verandering zoals aangevraagd niet leidt tot een overschrijding van de normen uit de vigerende vergunning van Tata Steel. De toename in geluidbelasting bedraagt ten hoogste 0,3 dB op vergunningpunt IP14, maar is inpasbaar binnen de vergunde geluidruimte. Uit het akoestisch onderzoek dat als bijlage 7 deel uitmaakt van het MER voor de projectbesluitprocedure is op te maken dat deze situatie tijdelijk is. Wanneer de overige installaties van het project Heracless gerealiseerd en in bedrijf zijn en wanneer HO7 en KGF2 uit bedrijf zijn, zal sprake zijn van een lichte afname van geluid in de omgeving (zie hoofdstuk 6 van het eerder genoemde akoestisch onderzoek; bijlage 7 van het MER). 5.1.5.2 Trillingen Geen van de aangevraagde activiteiten is een bron die relevante trillingen bij trilling gevoelige bestemmingen kan veroorzaken.

5.1.6

Grond- en hulpstoffen

In de onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de voor deze vergunningaanvraag relevante (gevaarlijke) stoffen die worden op-/overgeslagen en/of gebruikt. Deze stoffen zijn aanwezig in gasflessenopslagen op de drie lay down area’s/ contractorparken. Tabel 5.3

Overzicht (gevaarlijke) hulpstoffen per opslaglocatie

Stof of stofgroep

Wijze van opslag

Volume per eenheid

Aantal eenheden

ADR klasse

Propaan

Gasflessen

Max. 22 liter

Max. 20

2

PGS 15:2021

Zuurstof

Gasflessen

Max. 50 liter

Max. 15

2

PGS 15:2021

Stikstof

Gasflessen

Max. 50 liter

Max. 15

2

PGS 15:2021

Richtlijnen

NB. Deze hoeveelheden zijn dus aanwezig per locatie, in totaal is er zodoende sprake van driemaal deze hoeveelheden.

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

5.1.7

Afvalstoffen die op de locatie ontstaan

5.1.7.1 Overzicht afvalstoffen Tijdens de voorgenomen activiteiten ontstaan afval-/reststoffen. Indien nuttige toepassing intern niet mogelijk is, worden deze apart gehouden en afgevoerd om, waar mogelijk, elders nuttig te worden toegepast of op verantwoorde manier te worden verwerkt. De aangevraagde wijzigingen oxygashouder (inclusief condensaatsysteem) en SA-filter hebben geen invloed op de hoeveelheid en aard van de ontstane, reeds vergunde hoeveelheden, afvalstoffen en soorten, omdat dit alleen een verplaatsing van een activiteit betreft. Wel ontstaan er afvalstoffen bij de nieuwe lay down area’s, het contractorpark en de betoncentrale. Het betreft naar verwachting ca. 2.500 ton per jaar. Dit afval wordt gescheiden in de volgende stromen: • Papier/karton; • Glas; • GFT; • Standaard huishoudelijk afval; • Kantoorafval; • Metaal/Koper; • Puin; • Kunststof; • A/B/C hout; • Klein chemisch afval / klein gevaarlijke afval; • Restafval; • Bezinksel van het betonproces. Per werkgebied wordt er een "milieueiland" ingericht waar het projectgerelateerde afval goed gescheiden kan worden gedeponeerd. Deze afvalstoffen worden daar tijdelijk opgeslagen en regelmatig afgevoerd in 20 m3 of 40 m3 containers. Dit wordt geregeld door de werkeenheid WMA (waste management area). Het afval wordt zonder verdere bewerking direct afgevoerd naar een erkend verwerker.

De activiteiten bij de werkeenheid WMA wijzigen dus niet.

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

5.1.8

Externe veiligheid

5.1.8.1 Aangepast veiligheidsrapport (VR*) en kennisgeving Binnen de Europese Unie is de Seveso-richtlijn vastgesteld (richtlijn 2012/18/EU, betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken). Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in het Bal. Op grond van het Bal is de locatie van Tata Steel aangewezen als een zogenoemde hogedrempel-inrichting. Dit betekent dat een aangepast veiligheidsrapport (VR*) moet worden ingediend. In bijlage B van dit VR* is tevens de kennisgeving opgenomen. Het VR* inclusief kennisgeving is opgenomen in bijlage 9 bij deze aanvraag. 5.1.8.2 Notitie kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Voor de aangevraagde activiteiten is een notitie kwantitatieve risicoanalyse (QRA) opgesteld. Deze notitie QRA is bijgevoegd in bijlage 10. Het doel van de notitie QRA is om het risicoprofiel van de voor de QRA relevante activiteiten te kwantificeren door numerieke waarden toe te kennen aan waarschijnlijkheid en impact van ongewone voorvallen, wat resulteert in een toetsbaar risicoprofiel. Toetsing heeft plaatsgevonden aan het landelijk beleidskader voor externe veiligheid, te weten paragraaf 8.5.1.2, in samenhang met bijlage VII, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Hierin zijn wettelijke grens- en standaardwaarden opgenomen voor het plaatsgevonden risico (PR) in relatie tot omliggende gebouwen en locaties, en is de begrenzing van de aandachtsgebieden gedefinieerd. Deze grens- en standaardwaarden en begrenzing moeten worden toegepast bij besluitvorming in het kader van (verlening van) de omgevingsvergunning en in het kader van de inrichting van de fysieke leefomgeving. Van de aangevraagde activiteiten is de nieuwe oxygashouder met toebehoren de enige activiteit die relevant is voor de QRA. In de figuren 5.1 en 5.2 zijn de plaatsgebonden risicocontouren weergegeven voor de oxygashouder op de huidige locatie en op de nieuwe locatie.

Figuur 5.1

Datum 06-08-2025

Plaatsgebonden risicocontouren huidige locatie oxygashouder

versie

Sensitivity:

F

General

Figuur 5.2

Plaatsgebonden risicocontouren nieuwe locatie oxygashouder

Uit de bovenstaande figuren blijkt dat de ligging van de maatgevende PR = 10-6 per jaar contour verandert. In de aangevraagde situatie ligt deze contour over de Zufa 2/3/5 (zuurstoffabriek) van Linde Gas terwijl dit in huidige situatie niet het geval is. Zufa 2/3/5 is een Sevesoinrichting en is een risicovolle milieubelastende activiteit zoals bedoeld in bijlage VII van het Bkl. Er is geen juridische verplichting voor een onderlinge toetsing aangaande de ligging van de PR = 10-6 per jaar contour tussen Seveso-inrichtingen. De ligging van de PR = 10-6 per jaar contour over de Zufa 2/3/5 van Linde Gas zorgt daarmee niet voor een knelpunt. Daarnaast reikt de maatgevende PR = 10-6 per jaar contour niet tot gebouwen of locaties waar ‘omwonenden’ aanwezig kunnen zijn. In de figuren 5.3 en 5.4 zijn de gifwolkaandachtsgebieden weergegeven voor de oxygashouder op de huidige locatie en op de nieuwe locatie.

Figuur 5.3

Datum 06-08-2025

Gifwolkaandachtsgebied huidige locatie oxygashouder

versie

Sensitivity:

F

General

Figuur 5.4

Gifwolkaandachtsgebied nieuwe locatie oxygashouder

Uit de bovenstaande figuren blijkt dat de ligging van het gifwolkaandachtsgebied verandert. In de aangevraagde situatie ligt dit aandachtsgebied over de Zufa 2/3/5 (zuurstoffabriek) van Linde Gas terwijl dit in huidige situatie niet het geval is. Omdat deze fabriek zelf een Sevesoinrichting is, is onderlinge toetsing op het gifwolkaandachtsgebied niet verplicht. De ligging van het gifwolkaandachtsgebied over de Zufa 2/3/5 van Linde Gas zorgt daarmee niet voor een knelpunt. Gezien het feit dat deze locatie van Linde Gas zelf een Seveso-inrichting is, is het personeel overigens goed getraind in hoe te handelen bij calamiteiten. Daarnaast reikt het gifwolkaandachtsgebied niet tot gebouwen of locaties waar ‘omwonenden’ aanwezig kunnen zijn. De ligging van de explosie- en brandaandachtsgebieden verandert niet met de voorgenomen bedrijfssituatie, omdat oxygas enkel als toxisch is geclassificeerd. Op basis van bovenstaande wordt in de notitie QRA geconcludeerd dat de voorgenomen wijziging niet leidt tot significante gevolgen voor de QRA ten opzichte van de reeds vergunde situatie, en dat daarom geen volledige QRA opgesteld hoeft te worden voor de voorbereidende fase. Voor de volledigheid merken wij nog het volgende op. Onderdeel van deze aanvraag is tevens het verplaatsen van zuurstofbuffers en zuurstofstations.

Zuurstof is een inerte stof die volgens de QRA rekensoftware (Safeti-NL) niet kan leiden tot slachtoffers. In het rekenvoorschrift omgevingsveiligheid5 is wel aangegeven dat bij een zuurstofconcentratie van meer dan 30 volumeprocent mogelijk sterfte kan optreden. Volgens een berekening met Safeti-NL waarbij de gehele inhoud van de bolbuffer bij de gegeven procescondities in 10 minuten vrijkomt, is de afstand waarbinnen de concentratie zuurstof 30 volumeprocent of meer bedraagt ca. 10 meter. Gezien het feit dat de afstand tot de terreingrens meer dan 10 meter is, zijn de zuurstofbuffers niet relevant voor externe veiligheid.

5 Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid - toelichting, versie januari 2025, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

5.1.8.3 Notitie milieurisicoanalyse (MRA) Onderdeel van externe veiligheid is het onderzoeken van de risico’s van onvoorziene lozingen van de aanwezige/opgeslagen stoffen voor de afvalwaterzuivering/ kwaliteit van het oppervlaktewater. Op basis van beschikbare informatie is voor de voorgenomen activiteit, een notitie milieurisicoanalyse (MRA) opgesteld om deze risico’s te kwantificeren. Deze notitie is bijgevoegd in bijlage 11. De volgende aangevraagde activiteiten zijn mogelijk relevant voor de MRA: - Wijzigingen condensaatsysteem bij de oxygashouder; - Verplaatsen van transformator T431; - De PGS 15 opslagvoorzieningen op de lay down area’s/contractorparken; - Het aanbrengen van verhardingen en de hiermee gepaard gaande wijzigingen aan het rioleringssysteem. Condensaat is geclassificeerd als een milieugevaarlijke stof (H412). Om te toetsen of het condensaatsysteem relevant is voor de MRA, moet bekeken worden of dit systeem meer dan 10 ton condensaat kan bevatten. Uit de gegevens van het systeem blijkt dat dit het geval is. Daarnaast moet voor de toetsing worden vastgesteld of er een fysieke afstroomroute naar oppervlaktewater is vanuit het condensaatsysteem. Dit is niet het geval. Alle onderdelen van het condensaatsysteem bevinden zich onder het maaiveld of op een locatie waar geen hemelwaterafvoeren aanwezig zijn op het terrein.

Dit betekent dat in geval van een lekkage de vloeistof niet weg kan stromen naar het oppervlaktewater. Door het ontbreken van relevante afstroomroutes heeft de voorgenomen wijziging met betrekking tot het condensaatsysteem bij de oxygashouder geen verandering van de MRA tot gevolg. Transformator T431 kan een beperkte hoeveelheid olie bevatten. Deze olie is onderdeel van een gesloten systeem en wordt bij reguliere operaties niet aangevuld/verwijderd. Door het ontbreken van straatkolken en afvoerputten in de directe omgeving van de installatie zijn er geen afstroomroutes aanwezig waarbij (bij een lekkage) vloeistof kan afstromen naar het oppervlaktewater. De verplaatsing van transformator T431 heeft daarom geen verandering van de MRA tot gevolg. Voor de PGS 15 opslagvoorzieningen op de lay down area’s/contractorparken geldt dat de hoeveelheid gevaarlijke stoffen relatief beperkt en tijdelijk van aard is. Door het ontbreken van straatkolken en afvoerputten in de directe omgeving van de activiteiten zijn er geen afstroomroutes aanwezig waarbij (bij een lekkage) vloeistof kan afstromen naar het oppervlaktewater. De realisatie van deze activiteiten heeft daarom geen verandering van de MRA tot gevolg.

Samengevat is de conclusie van de notitie milieurisicoanalyse (MRA) dat de aangevraagde wijzigingen geen activiteiten, stoffen of afstroomroutes met zich meebrengen die relevant zijn voor de MRA. Een wijzing van de MRA is daarom niet nodig. 5.1.8.4 Calamiteitenvoorzieningen Op de locatie van Tata Steel kan een ongewoon voorval plaatsvinden met oxygas, dat een risico vormt op het gebied van externe veiligheid. Het betreft het ongecontroleerd vrijkomen van oxygas uit de gashouder en/of uit de toe- en afvoerleidingen hierbij. De gashouder en bijbehorende leidingen en instrumenten zijn daarom voorzien van diverse veiligheidsmaatregelen, die het vrijkomen van oxygas voorkomen, of in dien dit toch gebeurt, zoveel mogelijk minimaliseren. Het betreft de volgende veiligheidsmaatregelen: Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

-

5.1.9

Diverse veiligheidsventielen, die de toevoer van oxygas kunnen stoppen; Analyseapparatuur, die de samenstelling, temperatuur en druk van het gas controleren; CO-meters in de ruimte boven het membraan en bij de boosterfans; Druk- en temperatuurindicatoren; ATEX zone in de gashouder.

Energie

5.1.9.1 Gebruikte en/of gegenereerde energie Het verplaatsen en vervangen van de installaties zoals beschreven in deze aanvraag zal naar verwachting geen wijzigingen meebrengen in de hoeveelheid energie die wordt verbruikt, omdat de processen die plaatsvinden hetzelfde blijven. Wel vindt tijdelijk een toename van het energieverbruik plaats ten gevolge van de ingebruikname van de betoncentrale. Deze is 625 uur per jaar in werking, met een vermogen van 200 kW. Dit levert een energieverbuik op van 125.000 kWh per jaar. 5.1.9.2 Maatregelen voor het realiseren van een doelmatig energieverbruik Voor locaties met een jaarlijks energiegebruik vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas(equivalent) geldt een energiebesparingsplicht. Dit is bij Tata Steel van toepassing. Tata Steel heeft de volgende rapportageverplichtingen: - Informatieplicht; - Onderzoeksplicht; - EED auditplicht. Indien uit deze onderzoeken kosteneffectieve maatregelen voortkomen die een besparing van het energieverbruik kunnen opleveren, dan neemt Tata Steel deze maatregelen. Het hergebruik van restwarmte uit de installaties is niet mogelijk. Het SA-filter is geen installatie die zelf warmte genereert. De zakken van het doekfilter warmen wel op doordat er warme lucht langs deze zakken stroomt. Maar deze opwarming is gering en niet zodanig dat hergebruik mogelijk is.

Ook bij de gashouder is het niet mogelijk om restwarmte terug te winnen. Het gas dat vanuit de OSF wordt aangevoerd heeft weliswaar een temperatuur van 70 graden Celsius, maar dit gas koelt af tijdens het transport door de leidingen en in de gashouder (zie ook de beschrijving van het condensaatsysteem in paragraaf 3.2.1.2). De restwarme is daarmee niet zodanig dat hergebruik mogelijk is

5.1.10 Ongewone voorvallen Onderdeel A van de Bijlage bij de Omgevingswet definieert een ongewoon voorval. Een ongewoon voorval is een gebeurtenis, ongeacht de oorzaak daarvan, die afwijkt van het normale verloop van een activiteit, zoals een storing, ongeluk, calamiteit, waardoor significante nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan, waaronder: a. een geval van een inbreuk op vergunningsvoorwaarden als bedoeld in artikel 8 van de richtlijn industriële emissies, of b. een zwaar ongeval als bedoeld in artikel 3, onder 13, van de Seveso-richtlijn; Vervolgens geeft afdeling 19.1 Omgevingswet primair maatregelen aan om de nadelige gevolgen van een dergelijk ongewoon voorval zoveel mogelijk te beperken, ongedaan te maken, tegen te gaan dat het voorval verergert, voortduurt of herhaalt, en tenslotte om de oorzaak van het voorval weg te nemen.

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

Tevens regelt de Omgevingswet dat het bevoegd gezag geïnformeerd wordt over dat voorval, waarna het bevoegd gezag de veroorzaker van het ongewone voorval verplicht tot het treffen van de maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen. Afdeling 2.7 van het Besluit activiteiten leefomgeving stelt rechtstreeks werkende regels ten aanzien van ongewone voorvallen. Hieraan zal worden voldaan. Ongewone voorvallen die zouden kunnen plaatsvinden, zijn de volgende: 1. Brandgevaar als gevolg van laswerkzaamheden op de lay down area’s Lassen is alleen in toegestaan op de locaties waar de juiste brandbestrijdingsmiddelen zijn voorzien. 2. Ongecontroleerd vrijkomen van cement uit de silo bij de betoncentrale Vooraf opstellen van schoonmaakplan en direct het vrijgekomen product nat maken om verwaaien te voorkomen en laten opvegen of zuigen door een daarvoor geaccrediteerd bedrijf. 3. Lekkage van olie Bij een lekkage van olie of andere bodembedreigende stoffen worden door het personeel absorptiematerialen toegepast om verontreiniging van de bodem te voorkomen.

5.1.11 Mobiliteit Voor het uitvoeren van de aangevraagde voorbereidende werkzaamheden is (zwaar) transport nodig voor de aanvoer van materiaal, materieel en tijdelijk personeel. Het transport is zo veel mogelijk elektrisch aangedreven. Modules worden per schip aangevoerd en gelost aan de nieuwe coasterkade (de MOF). Dit verkeer is noodzakelijk om de gewenste verduurzaming van de bedrijfsvoering te kunnen realiseren.

5.2

Effecten van wateractiviteiten

De enige wateractiviteit die wordt aangevraagd, is de lozing van niet verontreinigd hemelwater op oppervlaktewater, deels rechtsreeks, deels via de bestaande (en reeds vergunde) riolering, zie paragraaf 3.4. Het betreft hier uitsluitend schoon, niet gecontamineerd hemelwater. Hemelwater dat neervalt op plaatsen waar het verontreinigd kan geraken, wordt afgevoerd naar een waterzuivering of via een gesloten systeem afgevoerd per tankauto.

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

6

Termen en afkortingen

AWZI Bal BB-CVM BBT Bkl BRA EAF ENB-WMA DRP DSO GS HVAC mba MER en mer MRA Natura 2000 NOx ODNZKG OSF2 PAC PGS QRA RWS Wabo Wm WMA Wnb ZZS

Datum 06-08-2025

Biologische afvalwaterzuiveringsinstallatie Besluit activiteiten leefomgeving Bodembescherming, combinatie van voorzieningen en maatregelen Beste Beschikbare Technieken Beluit kwaliteit leefomgeving Bodemrisicoanalyse Electric Arc Furnace Energie bedrijf Waste Management Area, terrein waar nu een van de twee biologische afvalwaterzuiveringsinstallaties staan Direct Reduction Plant Digitaal Stelsel Omgevingswet Gedeputeerde Staten Heating, Ventilation, and Air Conditioning Milieubelastende activiteit Milieueffectrapport het document en de milieueffectprocedure Milieurisicoanalyse In Europees verband beschermde natuurgebieden Stikstofoxiden Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Oxystaalfabriek2 Tata Steel Packaging Publicatiereeks gevaarlijke stoffen met richtlijnen over specifieke activiteiten met gevaarlijke stoffen Kwantitatieve Risico Analyse Rijkswaterstaat Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet milieubeheer Waste Management Area Wet natuurbescherming Zeer zorgwekkende stof

versie

Sensitivity:

F

General

Bijlage 1

Datum 06-08-2025

Overzichtstekening terrein Tata Steel

versie

Sensitivity:

F

General

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

Bijlage 2

Overzichtstekeningen locaties wijzigingen op terrein Tata Steel

Bijlage 2 is als los document toegevoegd aan de aanvraag met de documentnaam: •

MW 02 Wijzigingen

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

Bijlage 3

Datum 06-08-2025

Overzichtstabel lozingen niet-verontreinigd hemelwater

versie

Sensitivity:

F

General

Nr.

Type verharding

Locatie

1

Gebouw (dak)

m2

m3

Bestemming

Schrootopslag 4 (SOP 4)

15.200

12.160

Infiltratie in bodem via groenstrook en wadi*

4

Briketteerfabriek

2.000

1.600

Infiltratie in bodem

7

EAF waterzuivering

4.800

3.840

Staalhaven (riool 500)

11

EAF waterzuivering

450

360

Staalhaven (riool 500)

13

EAF schrootverwerking

9.000

7.200

Hoogovenkanaal (riool 100)

17

EAF

500

400

Hoogovenkanaal (riool 100)

21

EAF

1.200

960

Hoogovenkanaal (riool 100)

22

EAF

3.500

2.800

Hoogovenkanaal (riool 100)

24

EAF

3.000

2.400

Hoogovenkanaal (riool 100)

25

Pannenhal

3.700

2.960

Hoogovenkanaal (riool 100)

29

EAF

3.000

2.400

Hoogovenkanaal (riool 100)

30

SA-filter

1.600

1.280

Infiltratie in bodem

32

EAF

15.000

12.000

Hoogovenkanaal (riool 100)

35

EIC gebouw gashouder

100

80

Oxygashouder

5.200

4.160

Hoogovenkanaal (riool 100)

26

Gebouw (dak) + klinker-

Infiltratie in bodem via groenstrook rond gebouw

verharding rond gebouw 2

Tijdelijke laydown area

38.000

30.400

Staalhaven (riool 700)

3

Betonplaten

Tijdelijke laydown area

18.000

14.400

Infiltratie in bodem via groenstrook en wadi**

6

EAF waterzuivering

1.100

880

Staalhaven (riool 500)

9

EAF waterzuivering

800

640

Staalhaven (riool 500)

12

EAF schrootverwerking

1.200

960

Hoogovenkanaal (riool 100)

14

EAF schrootverwerking

2.400

1.920

Hoogovenkanaal (riool 100)

Marine Offloading Facility

15.000

12.000

Hoogovenkanaal (rechtstreeks)

Verharding voor boosterfans

800

640

28 34

Betonplaten + klinkers

5

Combinatie van beton-

Kantoren Heracless aan-

platen + gebouwen (da-

nemers

ken)

bij gashouder

(2x400)

Infiltratie in bodem via onverhard gebied rond verharding

5.000

4.000

Hoogovenkanaal (riool 100)

EAF

1.400

1.120

Hoogovenkanaal (riool 100)

18

EAF

1.800

1.440

Hoogovenkanaal (riool 100)

20

EAF

400

320

Hoogovenkanaal (riool 100)

23

EAF

1.850

1.480

Hoogovenkanaal (riool 100)

36

Gebouw kiepstoelpuinschap

300

240

Infiltratie in bodem via groenstrook rond gebouw

18.000

14.400

Infiltratie in bodem via groenstroken langs wegen

16

8

Asfalt

Wegen (exclusief DRP)

Infiltratie in bodem via groenstrook rond asfalt 37

Verharding bij kiepstoelpuin-

900

720

2.000

1.600

Staalhaven (riool 500)

schap 10

Klinkers

EAF waterzuivering

15

Grasbetontegels/gras

EAF schrootverwerking

600

480

Infiltratie in bodem

19

EAF

1.000

800

Infiltratie in bodem

31

Direct reduction plant

4.250

3.400

Infiltratie in bodem

33

Parkeerplaats aannemerspark

1.800

1.440

Infiltratie in bodem

69.750

55.800

Staalhaven (riool 500)

Chamotteweg 31

Wegen, betonplaten, in-

Direct reduction plant

dustriële installaties en gebouwen (daken)

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

Bijlage 4

Tekening aan te leggen verhardingen

Bijlage 4 is als los document toegevoegd aan de aanvraag met de documentnaam: •

MW 04 Verhardingen

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

Bijlage 5

BBT toets - BBT conclusies ijzer- en staalproductie

Datum 06-08-2025

versie F

Sensitivity: General

De aangevraagde voorbereidende werkzaamheden voor project Heracles brengen enkele wijzigingen in de Oxystaalfabriek (OSF2) met zich mee. In onderstaande tabel is voor de relevante BBT-eisen in de BBT-conclusies ijzer- en staalproductie getoetst of ook met de aangevraagde wijzigingen aan BBT wordt voldaan. BBT

Inhoud BBT eis

Uitwerking inhoud BBT eis

Invloed aangevraagde activiteiten op BBT?

1.1 Algemene BBT-conclusies voor de ijzer- en staalproductie 1.1.2 Energiebeheer BBT 3

De BBT is het primaire energieverbruik verminderen door de

Geen invloed. De manier waarop wordt omge-

energiestromen te optimaliseren en optimaal gebruik te ma-

gaan met oxygas en hoe dit wordt ingezet in

ken van afgezogen procesgassen, zoals cokesovengas, hoog-

andere processen wijzigt niet met de verplaat-

ovengas en oxystaalovengas.

sing van de oxygashouder en de nieuwe boosterfans.

BBT 4

De BBT is ontzwaveld en ontstoft overtollig cokesovengas en

Geen invloed. De manier waarop wordt omge-

ontstoft hoogovengas en oxystaalovengas (gemengd of

gaan met oxygas en hoe dit wordt ingezet in

apart) in ketels of in warmtekrachtkoppelings-centrales ge-

andere processen wijzigt niet met de verplaat-

bruiken om stoom, elektriciteit en/of warmte te produceren,

sing van de oxygashouder en de nieuwe boos-

met gebruik van de overtollige afvalwarmte voor interne of

terfans.

externe warmteverdeelnetten, mits er vraag is van een derde partij. 1.1.5 Diffuse stofemissies van opslag, hantering en transport van grondstoffen en (tussen)producten BBT 11

De BBT is diffuse stofemissies van de opslag, de hantering en

Onder BBT 11 worden vijftig technieken benoemd die gebruikt zou-

Het te verplaatsen kiepstoelpuinschap zal wor-

het transport van materiaal voorkomen of verminderen door

den kunnen worden.

den voorzien van een afzuiging met een filter-

toepassing van een of meer van de onderstaande tech-

installatie. Hiermee wordt voldaan aan BBT.

nieken. 1.1.6 Water- en afvalwaterbeheer BBT 12

De BBT voor afvalwaterbeheer is afvalwater voorkomen,

-

Gebruik van drinkwater voor productielijnen vermijden

Het water dat condenseert uit het oxygassys-

verzamelen en de verschillende afvalwaterstromen scheiden

-

Toename van het aantal en/of de capaciteit van waterre-

teem, zal worden opgevangen in het conden-

en daarbij het afvalwater zo veel mogelijk intern recycleren

circulatiesystemen bij de bouw van nieuwe installaties of

saatsysteem en worden hergebruikt.

en elke eindstroom ervan adequaat behandelen. Dit omvat

de modernisering/vernieuwing van bestaande installaties

technieken waarbij gebruik wordt gemaakt van bv. olieafscheiders, filtratie of bezinking. In deze context kunnen de

Datum 06-08-2025

-

Centralisatie van de distributie van binnenkomend zoet water

versie F

Sensitivity: General

volgende technieken gebruikt worden wanneer aan de ver-

-

melde voorwaarden wordt voldaan:

Gebruik van water in cascade totdat de afzonderlijke parameters hun wettelijke of technische limieten bereiken

-

Gebruik van het water in andere installaties indien slechts bepaalde parameters van het water aangetast zijn en verder gebruik mogelijk is

-

Behandeld en onbehandeld afvalwater gescheiden houden

-

Waar mogelijk gebruik maken van regenwater

1.1.7 Monitoring BBT 14

De BBT is schoorsteenemissies van verontreinigende stoffen

De stofemissies van de secundaire afzuiging

afkomstig van de belangrijkste emissiebronnen meten voor

van OSF2 (GL19) worden continu gemeten. De

alle processen waarvoor in de paragrafen 1.2 tot 1.7 BBT-

overige componenten worden periodiek geme-

GEN's vermeld worden, alsook in procesgasgestookte ener-

ten.

giecentrales in ijzer- en staalfabrieken. De BBT is continumetingen uitvoeren voor ten minste: —primaire emissies van stof, stikstofoxiden (NOX) en zwaveldioxide (SO2) van sinterbanden; —emissies van stikstofoxiden (NOX) en zwaveldioxide (SO2) van verhardingslijnen in pelletiseerinstallaties; — stofemissies van hoogoven-ovenhuizen; — secundaire stofemissies van oxystaalovens; — emissies van stikstofoxiden (NOX) van energiecentrales; — stofemissies van grote vlamboogovens. De BBT voor andere emissies is overwegen deze emissies continu te monitoren, rekening houdend met de massastroom- en emissiekenmerken. 1.1.8 Ontmanteling BBT 17

De BBT is verontreiniging bij ontmanteling voorkomen door

-

Bij het ontwerp van een nieuwe installatie rekening hou-

Geen invloed. De aangevraagde nieuwe instal-

gebruik te maken van onderstaande noodzakelijke tech-

den met het milieueffect van een eventuele ontmanteling

laties zullen worden ontworpen rekening hou-

nieken.

van de installatie, waardoor de ontmanteling uiteindelijk

dend met toekomstige ontmanteling en op het

gemakkelijker, schoner en goedkoper verloopt

ontwerp van andere installaties hebben deze wijzigingen geen invloed.

Datum 06-08-2025

versie F

Sensitivity: General

-

Ontmanteling houdt milieurisico’s in voor de verontreiniging van de bodem (en het grondwater) en brengt grote hoeveelheden vast afval mee. Preventieve technieken zijn processpecifiek, maar algemene overwegingen omvatten in voorkomend geval: •

Vermijding van ondergrondse constructies

•

Integratie van voorzieningen die ontmanteling vergemakkelijken

•

Gebruik van vloerbedekkingen die gemakkelijk gedesinfecteerd kunnen worden

•

Gebruik van materieel dat zo samengesteld is dat zo min mogelijk chemicaliën achterblijven en dat het laten leeglopen en de reiniging vergemakkelijkt

•

Ontwerp van flexibele, zelfstandige eenheden die een stapsgewijze sluiting mogelijk maken

•

Waar mogelijk gebruik maken van biologisch afbreekbare en recycleerbare materialen

1.1.9 Geluidshinder BBT 18

De BBT is geluidsemissies van relevante bronnen in de ijzer-

-

Een geluidreductiestrategie implementeren

en staalproductieprocessen verminderen door toepassing

-

Lawaaierige activiteiten/apparatuur inkapselen

doen aan de laatste stand der tech-

van een of meer van de volgende technieken, afhankelijk

-

Zorgen voor trillingsdemping van activiteiten/apparatuur

niek voor wat betreft geluidsarm ont-

van en in overeenstemming met lokale omstandigheden

-

Binnen- en buitenbekleding van impactabsorberend mate-

werp. -

riaal aanbrengen -

Gebouwen waar lawaaierige activiteiten met materiaalverwerkingsapparatuur plaatsvinden geluiddicht maken

-

-

Nieuwe installatieonderdelen vol-

Ventilatoren zijn opgesteld binnen geluidwerende omkastingen.

-

Geluiddempende barrières bouwen, bijv. gebouwen of na-

Toe- en afvoerleidingen naar ventilatoren zijn voor zien van dempers

tuurlijke barrières zoals bomen en struiken tussen het be-

-

Leidingen zijn voorzien van isolatie.

schermde gebied en de lawaaierige activiteit

-

Afvoerkanalen zijn voorzien van dem-

-

Knaldempers op uitlaatpijpen aanbrengen

-

leidingen en eindventilatoren in geluiddichte gebouwen

pers.

isoleren -

Datum 06-08-2025

deuren en ramen van overdekte zones gesloten houden

versie F

Sensitivity: General

1.6 BBT conclusies voor oxystaalproductie en -gieten BBT 78

De BBT voor secundaire ontstoffing is stofemissies tot een

Het nieuwe SA-filter is een doekfilterinstallatie,

minimum beperken, inclusief de emissies van de volgende

met een stofemissieconcentratie van maximaal

processen

3 mg/Nm3 als daggemiddelde waarde. Daar-

—overschenken van ruwijzer vanuit de rijdende menger (of

mee wordt voldaan aan BBT 78.

ruwijzermenger) naar de staalpan; —voorbehandeling van ruwijzer (d.w.z. voorverwarming van vaten, ontzwaveling, ontfosforisering, ontslakking, overbrenging van ruwijzer en weging); —processen met betrekking tot de oxystaalproductie, zoals voorverwarmen van vaten, morsen (slobben) tijdens het zuurstofblazen, laden van ruwijzer en schrot, tappen van vloeibaar staal en oxystaalovenslak; en — secundaire metallurgie en continugieten; door toepassing van procesgeïntegreerde technieken, zoals algemene technieken om diffuse of vluchtige emissies te voorkomen of te beperken, en door gebruik van geschikte inkapselingen en overkappingen met een efficiënte afzuiging, gevolgd door een afgasreiniging met behulp van een doekfilter of elektrostatische stofvanger. BBT 80

BBT 83

De BBT is het waterverbruik en de afvalwateremissies van de

-

Droge ontstoffing van oxystaalovengas

De aangevraagde wijzigingen hebben geen in-

primaire ontstoffing van oxystaalovengas voorkomen of ver-

-

Beperking tot een minimum en hergebruik van het waswa-

vloed op het waterverbruik en de afvalwater-

minderen door toepassing van een van de volgende tech-

ter (bijv. voor granulatie van slak) in geval van natte ont-

emissies van de primaire ontstoffing.

nieken als bepaald in BBT 75 en BBT 76

stoffing

De BBT is oxystaalovengas verzamelen, reinigen en bufferen

De realisatie van de nieuwe oxygashouder

voor verder gebruik als brandstof.

heeft geen invloed op de wijze van verzamelen, reinigen en bufferen van het gas voor verder gebruik als brandstof en leidt niet tot een toename van condensaat of verandering van de wijze waarop dit wordt verwerkt.

Datum 06-08-2025

versie F

Sensitivity: General

Bijlage 6

Bodemrisicoanalyse (BB-CVM)

Bijlage 6 is als los document toegevoegd aan de aanvraag met de documentnaam: •

MW 06 BRA

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

Bijlage 7

Luchtkwaliteitsonderzoek

Bijlage 7 is als los document toegevoegd aan de aanvraag met de documentnaam: •

MW 07 Lucht

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

Bijlage 8

Akoestisch onderzoek

Bijlage 8 is als los document toegevoegd aan de aanvraag met de documentnaam: •

MW 08 Geluid

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

Bijlage 9

Aangepast veiligheidsrapport (VR*) en kennisgeving

Bijlage 9 is als los document toegevoegd aan de aanvraag met de documentnaam: •

MW 09 aangepast VR

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

Bijlage 10

Notitie kwantitatieve risicoanalyse (QRA)

Bijlage 10 is als los document toegevoegd aan de aanvraag met de documentnaam: •

MW 10 QRA

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

Bijlage 11

Milieurisicoanalyse (MRA)

Bijlage 11 is als los document toegevoegd aan de aanvraag met de documentnaam: •

MW 11 MRA

Datum 06-08-2025

versie

Sensitivity:

F

General

Bijlage 12

Ondergrondse Media

Bijlage 12 is als een serie losse documenten toegevoegd aan de aanvraag met de volgende documentennamen: •

MW 12 400 Overzicht (Overzichtstekening ondergrondse leidingen)

•

MW 12 Leidinglijst (Overzicht technische specificaties verschillende leidingen)

•

MW 12 Kabeltracés (Overzichtstekening en tracétekeningen kabeltracés)

Deeloverzichten per medium Medium

Documentnaam

Aardgas

MW 12 414 Aardgas MW 12 415 Aardgas

Argon

MW 12 416 Argon MW 12 417 Argon MW 12 434 Argon

A-Water

MW 12 401 A-Water MW 12 402 A-Water MW 12 430 A-Water

Brakwater

MW 12 4403 Brakwater

Oxygas Condensaat

MW 12 438 Oxygas Con MW 12 440 Oxygas Con

Drinkwater

MW 12 404 Drinkwater MW 12 405 Drinkwater MW 12 431 Drinkwater

Lekwater

MW 12 408 Lekwater MW 12 409 Lekwater MW 12 432 Lekwater

Perslucht

MW 12 418 Perslucht MW 12 419 Perslucht MW 12 435 Perslucht

Riolering

MW 12 443 Riool MW 12 444 Riool MW 12 445 Riool

SAW Leiding

MW 12 412 SAW Leiding MW 12 413 SAW Leiding MW 12 433 SAW Leiding

Stikstof

MW 12 420 Stikstof MW 12 421 Stikstof MW 12 436 Stikstof MW 12 423 Stikstof

Zoutwaterbron

MW 12 411 Zoutwater

Zuurstof

MW 12 428 Zuurstof MW 12 429 Zuurstof MW 12 437 Zuurstof

Datum 06-08-2025

Opmerking

18 barg 18 barg 18 barg 2 barg

versie

Sensitivity:

F

General

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16181261/1