Bijlage 6. MW00 Toelichting aanvraag omgevingsvergunning milieu en water
Tekst van het document
Toelichting aanvraag Omgevingsvergunning Tata Steel
Dit document vormt de toelichting bij: Aanvraag omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten en Aanvraag omgevingsvergunning wateractiviteiten
Finale Versie 07-08-2025 Documentnummer: BI3580-108-119-IBRP001D01
Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
Inhoud Niet technische samenvatting.................................................................................................... 3 1 Inleiding ........................................................................................................................... 6 1.1 Aanleiding .............................................................................................................................. 6 1.2 Benodigde besluiten ............................................................................................................. 6 1.3 Scope van de aanvraag ....................................................................................................... 7 1.4 Participatie ............................................................................................................................. 8 1.5 Leeswijzer .............................................................................................................................. 8 2 Aanvrager en locatie ..................................................................................................... 9 2.1 Algemene gegevens aanvrager.......................................................................................... 9 2.2 Ligging en lay-out van het bedrijfsterrein ..........................................................................
9 2.3 Locaties veranderingen........................................................................................................ 9 2.4 Locatie Tata Steel in het Omgevingsplan ......................................................................... 9 2.5 Locatie Tata Steel ten opzichte van de omgeving ........................................................... 9 2.6 Bevoegd gezag ..................................................................................................................... 9 3 Beschrijving van de veranderingen ......................................................................... 11 3.1 Inleiding ................................................................................................................................ 11 3.2 Nieuwe of verplaatste activiteiten ..................................................................................... 11 3.3 Wijzigingen bij bestaande werkeenheden als gevolg van Heracless ......................... 27 3.4 Wateractiviteiten (lozing op oppervlaktewater) en infiltratie in de bodem .................. 31 4 Scope van de aanvraag .............................................................................................. 32 4.1 Inleiding ................................................................................................................................
32 4.2 Milieubelastende activiteiten Besluit activiteiten leefomgeving ................................... 32 4.3 Wateractiviteiten.................................................................................................................. 33 5 Milieueffecten milieubelastende activiteiten en wateractiviteiten ...................... 34 5.1 Milieueffecten van milieubelastende activiteiten ............................................................ 34 5.2 Effecten van wateractiviteiten ........................................................................................... 45 6 Termen en afkortingen................................................................................................ 46
Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10: Bijlage 11: Bijlage 12:
Datum 06-08-2025
Overzichtstekening terrein Tata Steel Overzichtstekeningen met locaties voorziene wijzigingen Overzichtstabel lozingen niet-verontreinigd hemelwater Tekening aan te leggen verhardingen BBT toets – BBT-conclusies ijzer- en staalproductie Bodemrisicoanalyse (BB-CVM) Luchtkwaliteitsonderzoek Akoestisch onderzoek Aangepast veiligheidsrapport (VR*) en kennisgeving Notitie kwantitatieve risicoanalyse Notitie milieurisicoanalyse Ondergrondse Media
versie
Sensitivity:
F
General
Niet technische samenvatting Aanvraag Tata Steel vraagt voor haar locatie omgevingsvergunningen aan in het kader van de Omgevingswet. Deze aanvraag betreft een aantal voorbereidende werkzaamheden die nodig zijn om in een later stadium het ‘Groen Staal’ project Heracless te kunnen uitvoeren. In deze vergunningaanvraag zijn de omgevings- c.q. milieueffecten bepaald na het treffen van BBT- maatregelen (beste beschikbare technieken). Deze voorbereidende fase is tevens onderzocht in de milieueffectrapportage (MER) die is opgesteld voor het project Heracless en onderdeel uitmaakt van de projectbesluitprocedure.
Aard van het bedrijf Tata Steel is een geïntegreerd staalbedrijf gericht op het produceren en verwerken van ijzererts tot staal. Met project Heracless wil Tata Steel een verduurzaming van de bedrijfsvoering realiseren, die leidt tot een afname van de CO2-uitstoot met circa 5 megaton per jaar. Dat levert een significante bijdrage aan de Nederlandse klimaatdoelen. Om de realisatie van de installaties behorend bij het project Heracless mogelijk te maken, zal in de voorbereidende fase een aantal bestaande productie- of ondersteunende onderdelen, gebouwen en infrastructuur van Tata Steel eerst verplaatst worden. Dat wil zeggen dat een deel van de installaties opnieuw wordt gerealiseerd, waarna de oude installaties uit gebruik kunnen worden genomen en verwijderd. Daarnaast wordt ook ruimte gemaakt voor de nieuwe installaties door bestaande installatie en gebouwen te verwijderen. Verder vinden er voorbereidingen plaats om de constructiefase van het project Heracless te kunnen starten, zoals de realisatie van een betoncentrale. Meer informatie uit de uitvoeringen van het project Heracless is opgenomen in Deel B – Technische Beschrijving van het eerder genoemde MER.
Milieuaspecten Bij Tata Steel zijn voor de veranderingen de hieronder beschreven milieuaspecten van toepassing. De milieuaspecten die samenhangen met het gehele project Heracless en ook de samenhang tussen de milieueffecten van de voorbereidende fase en de opvolgende fasen van Heracless zijn uitvoering beschreven in Deel C – Beoordeling Milieueffecten van het MER. Beste beschikbare technieken De Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving schrijven voor dat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning moet baseren op de Beste Beschikbare Technieken (BBT). De meeste BBT zijn vastgesteld door de Europese Commissie en vertaald in BBT-conclusies. Voor Tata Steel is getoetst aan de relevante BBT-conclusies. Bodembescherming Tata Steel heeft een bodemrisicoanalyse (BRA) uitgevoerd voor de aan te vragen voorbereidende werkzaamheden. Samengevat kan worden dat geconcludeerd dat Tata Steel in de aangevraagde situatie ter plaatse van bodembedreigende activiteiten een combinatie van voorzieningen en maatregelen treft conform het BBT-document ‘Bodembescherming - combinaties van voorzieningen en maatregelen’ (BB-CVM). Hiermee is sprake van een verwaarloosbaar bodemrisico.
Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
Water en afvalwater Voor de watervergunning wordt een wijziging aangevraagd. Deze wijziging betreft uitsluitend de lozing van een grotere hoeveelheid niet-verontreinigd hemelwater op oppervlaktewater. Deze grotere hoeveelheid te lozen niet-verontreinigd hemelwater, ontstaat omdat er voor de voorbereidende werkzaamheden verhardingen worden aangelegd, waar dit hemelwater op terecht komt (zie paragraaf 3.4 en de bijlagen 3 en 4). Gebruik van leidingwater neemt (tijdelijk) toe doordat de tijdelijk te plaatsen mobiele betoncentrale leidingwater verbruikt (zie paragraaf 5.1.3.1). Afvalstoffen Afvalstoffen die ontstaan worden gescheiden ingezameld en door een erkende afvaltransporteur afgevoerd naar een erkende inzamelaar met als doen het afval zo veel als mogelijk te hergebruiken dan wel te recyclen voor nuttig gebruik elders (zie paragraaf 5.1.7.1). Lucht Voor het onderwerp lucht is gekeken naar de emissie ten gevolge van de verandering. Deze emissies vormen de basis voor de onderzoeken naar geur en luchtkwaliteit. Uit deze inventarisatie blijkt dat de stoffen die vrijkomen niet geurend zijn. Daarnaast blijkt dat de luchtkwaliteit voor wat betreft stikstofoxiden en fijnstof niet in betekende mate wordt beïnvloed. Voor de overige stoffen die uitgestoten worden, blijkt dat na de verandering sprake is van een afname van emissies.
Geluid Uit de geluidstudie blijkt dat de voorbereidende fase inpasbaar is binnen de geluidruimte zoals vastgelegd in de vergunning van Tata Steel. Onderzocht is wat de geluidbelasting is voor de periode waarbij de voorbereidende fase is uitgevoerd, maar het overige deel van het project Heracless nog niet is gerealiseerd en in bedrijf. Uit hoofdstuk 9 van Deel C – Beoordeling Milieueffecten van het MER blijkt dat wanneer de overige delen van het project in bedrijf zijn, er sprak is van een lichte afname van geluid ten gevolge van Tata Steel. Energie Het verplaatsen en vervangen van de installaties zoals beschreven in deze aanvraag zal naar verwachting geen wijzigingen meebrengen in de hoeveelheid energie die wordt verbruikt, omdat de processen die plaatsvinden hetzelfde blijven. Wel vindt tijdelijk een toename van het energieverbruik plaats ten gevolge van de ingebruikname van de betoncentrale. Deze is 625 uur per jaar in werking, met een vermogen van 200 kW. Dit levert een energieverbuik op van 125.000 kWh per jaar. Veiligheid De ligging van de maatgevende veiligheidscontour (PR = 10-6 per jaar) verandert als gevolg van de verplaatsing van de gashouder. Deze wijziging zorgt echter niet voor een knelpunt. Daarnaast reikt de maatgevende veiligheidscontour niet tot gebouwen of locaties waar ‘omwonenden’ aanwezig kunnen zijn.
Ook de gewijzigde ligging van het gifwolkaandachtsgebied levert geen knelpunt op. De explosie- en brandaandachtsgebieden wijzigen niet (zie paragraaf 1.5.8.2).
Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
Verkeer, vervoer en mobiliteit Voor het uitvoeren van de aangevraagde voorbereidende werkzaamheden is (zwaar) transport nodig voor de aanvoer van materiaal, materieel en tijdelijk personeel. Het transport is zo veel mogelijk elektrisch aangedreven. Grote, elders gefabriceerde installatieonderdelen, worden per schip aangevoerd en gelost aan de nieuwe coasterkade (de MOF). Deze tijdelijke toename van verkeer is noodzakelijk om de gewenste verduurzaming van de bedrijfsvoering te kunnen realiseren.
Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Tata Steel is een geïntegreerd staalbedrijf gericht op het produceren en verwerken van ijzererts tot staal. Tata Steel is van plan veranderingen aan te brengen aan haar bedrijfsvoering, ter voorbereiding op het ‘Groen Staal’ project Heracless. Deze aanvraag ziet toe op het verkrijgen van Omgevingsvergunningen voor diverse voorbereidende werkzaamheden. Verderop in dit hoofdstuk wordt toegelicht om welke werkzaamheden het gaat.
1.2
Benodigde besluiten
Voor de voorgenomen veranderingen zijn vergunningen voor diverse activiteiten nodig. Via het provinciale projectbesluit wordt de besluitvorming gecoördineerd. De verschillende omgevingsvergunningen zijn nodig voor onder andere bouw-, milieubelastende- en wateractiviteiten. Als onderdeel van dit besluitvormingsproces is een Milieueffectrapportage (MER) opgesteld die onderdeel uitmaakt van de voorbereiding van het projectbesluit en daarmee ook de noodzakelijke informatie biedt voor vergunningaanvragen.
1.2.1 Projectbesluit Het projectbesluit wordt gebruikt als coördinerend besluit voor de vergunningaanvragen. Vanwege het maatschappelijk belang en de urgentie is het belangrijk dat Heracless, inclusief de voorbereiding hiervoor, zo snel mogelijk, maar wel zorgvuldig, wordt gerealiseerd. Een projectbesluit draagt daar in belangrijke mate aan bij. Dit komt omdat de besluitvorming zoveel mogelijk plaatsvindt bij één overheidsloket en onderwerp is van één voorbereidings- en rechtsbeschermingsprocedure. Het projectbesluit en de daarmee samenhangende coördinatie van de procedures zorgt zo voor een doelmatige en efficiënte vergunningverlening. Met dit projectbesluit1 wordt afgeweken van het omgevingsplan om de geplande voorbereidende werkzaamheden mogelijk te maken.
1.2.2 Vergunningen Voor zowel de voorbereidende fase als de realisatie van Heracless zijn vergunningen nodig op grond van de Omgevingswet. De omgevingsvergunningen worden als uitvoeringsbesluiten van het projectbesluit genomen. Het projectbesluit maakt de uitvoeringsbesluiten mogelijk. Clustering van vergunningaanvragen
De vergunningaanvragen voor het gehele Heracless project worden in verschillende clusters ingediend en in procedure gebracht2. Deze clusters worden mandjes genoemd. De indeling van de mandjes is op dit moment als volgt voorzien: 1. Mandje 1A 2. Mandje 1B
3. Mandje 2
Projectbesluit en milieueffectrapport (MER); Bouwactiviteiten, omgevingsplanactiviteiten bouwwerken, milieubelastende activiteiten, wateractiviteiten, aanlegactiviteiten voor voorbereidende werkzaamheden (deze aanvraag); Bouwactiviteiten voor installaties Heracless (DRP en EAF) + toebehoren;
1 Het projectbesluit wordt aangemerkt als een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) 2 Verder zal Tata Steel een omgevingsvergunning voor een natura2000-activiteit aanvragen. Dit doorloopt een separaat
spoor.
Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
4. Mandje 3
Milieubelastende activiteiten, wateractiviteiten, overige bouwac tiviteiten, aanlegactiviteiten voor installaties Heracless (DRP en EAF) + toebehoren.
Mandje 1B
Dit document betreft een toelichting op de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de milieubelastende en wateractiviteiten van de voorbereidende fase. Deze wijzigingen zijn nodig om het plaatsen en in gebruik nemen van een EAF (Electric Arc Furnace) en DRP (Direct Reduction Plant) mogelijk te maken en bestaan hoofdzakelijk uit optimalisatie van het terrein dat is voorzien voor Heracless. Dit houdt in: ◼ Het plaatsen en in gebruik nemen van een nieuwe oxygashouder inclusief toebehoren zoals boosterventilatoren (booster fans), oxygasleidingen, een condensaatsysteem en een EIC-room); ◼ Het plaatsen en in gebruik nemen van een nieuw SA-Filter (Secundaire Afzuiging Filter) van de Oxystaalfabriek (OSF) inclusief toebehoren (leidingwerk en een EICroom); ◼ Plaatsen en ingebruikname van een marine offloading facility (MOF, een aanvoer- en overslagkade) en een betoncentrale; ◼ Wijzigingen binnen de Oxystaalfabriek ten behoeve van de voorbereidende werkzaamheden, te weten het verplaatsen van het kiepstoelpuinschap, het (tijdelijk) verplaatsen van een milieu-eiland en het verleggen van een spoorgedeelte; ◼ Wijzigingen in de indeling op de Waste Management Area (WMA); ◼ Verplaatsen van transformator T431; ◼ Verplaatsen van een persluchtstation inclusief toebehoren (leidingwerk); ◼ Omleggen van stoomleidingen, een nieuwe weegbrug, nieuwe E-ruimtes en verplaatsen van zuurstofbuffers en
zuurstofstations; ◼ Werkzaamheden die op de lay down area’s 10B, 10F en contractorpark Chamotteweg gaan plaatsvinden ter ondersteuning aan de bouwactiviteiten; ◼ Het over beperkte afstand verleggen van enkele bestaande ondergrondse leidingen en kabels; ◼ Wijzigingen aan bestaande spoorweg op het terrein van Tata Steel; en ◼ Wateractiviteiten (aanbrengen verhardingen en lozing niet-verontreinigd hemelwater).
1.3
Scope van de aanvraag
Scope van de aanvraag
Dit document betreft een toelichting op de vergunningaanvraag voor de voorgenomen milieubelastende activiteiten (mba’s) en wateractiviteiten, zoals gedefinieerd in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In hoofdstuk 4 van deze aanvraag is een beschrijving opgenomen van de verschillende aan te vragen (wijzigingen van) mba’s en wateractiviteiten. Andere toestemmingen worden separaat maar gelijktijdig ingediend. Deze toelichting gaat niet in op alle activiteiten waarvoor een vergunning nodig is in het kader van de Omgevingswet. Onderstaande activiteiten worden wel gelijktijdig met de aanvraag voor milieubelastende activiteiten en wateractiviteiten ingediend, maar hiervoor zijn aparte toelichtingen geschreven. ◼ Bouwactiviteiten ◼ Omgevingsplanactiviteiten bouwwerken ◼ Aanlegactiviteiten voor voorbereidende activiteiten
Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
◼ ◼
Beperkingengebiedactiviteit Flora- en fauna-activiteiten.
Aanvraag geen onderdeel van de vergunning
Delen van de aanvraag dienen met name ter onderbouwing van de aan te vragen milieuruimte c.q. als achtergrondinformatie. Tata Steel verzoekt daarom het bevoegd gezag de aanvraag niet integraal te verbinden aan de te verlenen vergunning, maar zoveel mogelijk relevante milieucontouren en -doelen vast te leggen in eenduidige (doel-)voorschriften.
1.4
Participatie
Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. Als een vergunning wordt aangevraagd, moet de aanvrager aangeven of burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag betrokken zijn geweest en zo ja, hoe dat is gedaan en wat de resultaten daarvan zijn. Er heeft uitgebreide participatie plaatsgevonden voor het project Heracless als geheel, waarbij het ook over fasering van vergunningverlening is gegaan. Over dit proces is een participatieverslag geschreven en gepubliceerd (Participatieverslag Heracless-Groen Staal, 20 december 2024). De participatie die heeft plaatsgevonden voor Heracless omvat onder meer diverse participatiebijeenkomsten in omliggende woonkernen, focusgesprekken over specifieke thema’s, podcasts en informatiebijeenkomsten. Het participatieproces heeft waardevolle inzichten opgeleverd en heeft geleid tot concrete aanpassingen in het project. Gezien de aard van het project en de impact op de omgeving is datgene gedaan wat ‘in redelijkheid’ van Tata Steel verwacht kan worden. Het gehele participatieproces is opgenomen in onder andere hoofdstuk 4 van Deel A – Inleiding en Aanleiding van het MER. Tata Steel blijft zich inzetten voor een open en transparant participatieproces en zal belanghebbenden blijven betrekken bij de verdere ontwikkeling en uitvoering van het project.
1.5
Leeswijzer
In het volgende hoofdstuk is de locatie beschreven en is toegelicht waar de aangevraagde wijzigingen plaatsvinden. In hoofdstuk 3 is een technische beschrijving van de veranderingen opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat de scope van de aanvraag ten aanzien van de aan te vragen mba’s en wateractiviteiten. In hoofdstuk 5 zijn ten slotte de verwachte milieueffecten van de wijzigingen toegelicht. Dit rapport is een toelichting op de digitaal aangeleverde informatie via het DSO. Het aanvraagformulier dat digitaal via het Omgevingsloket beschikbaar is, heeft beperkte mogelijkheden voor het invullen van relevante informatie en nuances zijn moeilijk of niet mogelijk. Ook kan de informatie in dit formulier (na definitief indienen) niet meer worden aangepast. Wij verzoeken het bevoegd gezag daarom de tekst in de deze toelichting en de andere bijlagen behorend bij de vergunningaanvraag in voorkomende gevallen te laten prevaleren boven de gegevens/tekst in het aanvraagformulier.
Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
2
Aanvrager en locatie
2.1
Algemene gegevens aanvrager
Voor de algemene gegevens van de aanvrager wordt verwezen naar het aanvraagformulier.
2.2
Ligging en lay-out van het bedrijfsterrein
Het terrein van Tata Steel ligt in de gemeenten Heemskerk, Beverwijk en Velsen. Op het terrein staan twee kooks- en gasfabrieken, een pellet- en sinterfabriek, twee hoogovens, een staalfabriek, een warm- en twee koudbandwalserijen, een direct sheet plant, drie dompelverzinklijnen en twee verflijnen. Daarnaast zijn er zes havens, waarvan twee een directe verbinding met de Noordzee hebben. Tevens zijn op het terrein diverse hulpinstallaties, opslagvoorzieningen en (kantoor)gebouwen aanwezig. Een overzicht van het terrein zoals dit eruit ziet in de huidige situatie is te vinden op de overzichtstekening in bijlage 1 bij deze aanvraag. Een meer uitgebreide beschrijving van de huidige situatie bij Tata Steel is opgenomen in hoofdstuk 3 van Deel B – Technische Beschrijving van het MER.
2.3
Locaties veranderingen
De voorgenomen wijzigingen zijn gepland op diverse locaties op het terrein van Tata Steel. Deze zijn ingetekend op de tekeningen in bijlage 2 bij deze aanvraag.
2.4
Locatie Tata Steel in het Omgevingsplan
Het Tata Steel-terrein ligt op het grondgebied van de gemeenten Velsen, Beverwijk en Heemskerk. De omgevingsplannen van deze gemeenten zijn voor wat betreft de opzet en inhoud van het Tata Steel-terrein op elkaar afgestemd. De gronden ter plaatse van de voorgenomen activiteiten hebben de functie ‘Specifieke vorm van bedrijf – staalproducerend bedrijf’. Er is een analyse uitgevoerd om te beoordelen of de veranderingen passend zijn binnen het omgevingsplan van de gemeente Velsen. Hieruit blijkt dat de verplaatsing van de Oxygashouder (en toebehoren) niet passend is binnen de specifieke gebruiksregels ten aanzien van risicovolle activiteiten, aangezien verplaatsing van risicovolle activiteiten benoemd is als strijdig gebruik. Verder is ook de ontwikkeling van een betoncentrale niet passend binnen de gebruiksregels, aangezien deze activiteiten niet benoemd zijn op de Staat van Bedrijfsactiviteiten die onderdeel uitmaakt van de planregels van het bestemmingsplan ‘Industrieterrein Tata Steel’ van de gemeente Velsen, dat onderdeel uitmaakt van het omgevingsplan van de gemeente Velsen. Tata Steel heeft met een verzoek tot het nemen van het projectbesluit aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland verzocht om medewerking te verlenen aan deze afwijkingen ten opzichte van het omgevingsplan, zodat het project hiermee ruimtelijk mogelijk wordt gemaakt.
2.5
Locatie Tata Steel ten opzichte van de omgeving
De omliggende woonkernen zijn Wijk aan Zee, Heemskerk, Beverwijk, Velsen en IJmuiden. De woonkern die het dichtst bij de locatie van de voorgenomen veranderingen ligt betreft de woonbebouwing aan de zuidrand van Wijk aan Zee.
2.6
Bevoegd gezag
In afdeling 3.3 van het Bal zijn de activiteiten opgenomen die vallen onder de categorie ‘complexe bedrijven’. Omdat er bij Tata Steel sprake is van een ‘complex bedrijf’ zoals bedoeld in paragraaf 3.3.6 van het Bal (mba basismetaal) zijn Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland het bevoegd gezag voor het behandelen van de vergunningaanvraag. Dit geldt vanwege de ‘magneetwerking‘ van complexe bedrijven niet alleen voor de Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
milieubelastende activiteiten, maar ook voor alle andere activiteiten die worden aangevraagd, met uitzondering van de wateractiviteiten. De aanvraag wordt namens de provincie behandeld door de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG). De lozing van hemelwater dat op de verhardingen terechtkomt en niet in de bodem kan infiltreren, vindt plaats op het oppervlaktewater. Voor deze activiteit is de minister van Infrastructuur en Waterstaat het bevoegd gezag omdat het oppervlaktewater in beheer is bij het Rijk (Hoogovenkanaal, gelegen voor Zeesluis IJmuiden). De aanvraag wordt namens de minister behandeld door Rijkswaterstaat (RWS).
Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
3
Beschrijving van de veranderingen
3.1
Inleiding
Om de realisatie van de installaties behorend bij het project Heracless mogelijk te maken, zal in de voorbereidende fase een aantal bestaande productie- of ondersteunende onderdelen, gebouwen en infrastructuur van Tata Steel eerst verplaatst worden. Dat wil zeggen dat een deel van de installaties opnieuw wordt gerealiseerd, waarna de oude installaties uit gebruik kunnen worden genomen en verwijderd. Daarnaast wordt ook ruimte gemaakt voor de nieuwe installaties door bestaande installatie en gebouwen te verwijderen. Verder vinden er voorbereidingen plaats om de constructiefase van het project Heracless te kunnen starten, zoals de realisatie van een betoncentrale. De veranderingen in relatie tot het gehele project Heracless zijn beschrijven in Deel B – Technische Beschrijving van het MER. Op de tekening in bijlage 2 is aangegeven welke gebouwen en installaties in de voorbereidende fase worden gesloopt, verplaatst en nieuw gebouwd. In dit hoofdstuk zijn de voor deze aanvraag relevante activiteiten toegelicht.
3.2
Nieuwe of verplaatste activiteiten
In deze paragraaf worden de nieuw te realiseren en/of te verplaatsen activiteiten beschreven waar deze aanvraag op toeziet.
3.2.1 Oxygashouder en toebehoren (leidingen, boosterfans, condensaatsysteem, EIC room) Een van de voorbereidingen die moeten worden getroffen om project Heracless te kunnen realiseren, is de sloop van de gashouder waarin oxygas wordt gebufferd en de bouw van een nieuwe gashouder op de nieuwe locatie. Deze verplaatsing is nodig omdat de huidige gashouder op een locatie staat die vrijgemaakt moet worden om in een later stadium van project Heracless (met name) de EAF te kunnen realiseren. Oxygas komt vrij in de Oxystaalfabriek bij het converterproces. Dit gas wordt ingezet in diverse andere installaties op het terrein van Tata Steel. Tata Steel heeft ervoor gekozen op de nieuwe locatie een geheel nieuwe gashouder te plaatsen en de huidige gashouder af te breken. Tijdens de bouw van de nieuwe gashouder blijft de huidige gashouder in bedrijf. Zodra de nieuwe gashouder gereed is, worden de leidingen, afkomstig van de Oxystaalfabriek, omgelegd van de oude naar de nieuwe gashouder. Dit duurt enkele weken. Conform de voorschriften 1.4.14 en 1.4.15 in de revisievergunning met kenmerk 2007-00001 worden de bouw- en omlegwerkzaamheden zo veel mogelijk uitgevoerd tijdens geplande fabrieksstilstanden, waardoor het affakkelen van oxygas zo veel mogelijk wordt beperkt.
Daarnaast wordt ook bij het plannen van de productie in de Oxystaalfabriek rekening gehouden met de overstap van de oude naar de nieuwe gashouder, om de hoeveelheid afgefakkeld oxygas zoveel mogelijk te reduceren. Als gevolg van de bouw van de nieuwe gashouder worden ook de toe- en afvoerleidingen van oxygas naar en vanaf de gashouder verlegd. De locatie van de gashouder en de bijbehorende leidingen wijzigt, het proces blijft ongewijzigd. Tevens worden twee boosterfans gerealiseerd, die het gas uit de gashouder zuigen en op voldoende druk
Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
brengen om het via een gasleiding naar de eindgebruikers te transporteren. Daarnaast wordt er een nieuwe controlekamer, de zogenaamde EIC room, geplaatst. Onderstaande figuur toont de aangevraagde locatie van het oxygassysteem.
Figuur 3.1
Bestaande en aangevraagde locatie van de gashouder
Deze wijzigingen worden nader uitgewerkt in paragraaf 3.2.1.2. Naast bovenstaande wijzigingen zal er ook een condensaatsysteem worden gerealiseerd. Dit systeem dient ertoe om condensaat dat in de gashouder en de oxygasleidigen ontstaat, af te scheiden van de gasstroom. Het condensaatsysteem wordt eveneens beschreven in paragraaf 3.2.1.2. 3.2.1.1
Procesbeschrijving oxygassysteem
In deze paragraaf is een procesbeschrijving opgenomen van het oxygassysteem, van ontstaan tot weer inzetten van het oxygas. Dit is gedaan om een kader te schetsen waarbinnen de aangevraagde wijzigingen kunnen worden geplaatst. NB. Het is niet zo dat het gehele onderstaande proces wordt gewijzigd. Alleen de onderdelen oxygashouder en toebehoren (oxygasleidingen, boosterfans en condensaatsysteem) worden gewijzigd. Het proces van verwerking van het gas, inclusief de gasvolumes, is gelijk aan de bestaande vergunde situatie.
Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
Beschrijving ontstaan van oxygas Het oxygas dat naar de gashouder gaat, ontstaat bij het converterproces in de Oxystaalfabriek. De Oxystaalfabriek beschikt over drie converters (nr. 21, 22 en 23). Het converterproces is een batchproces. De converter is een vat waarin het ruwijzer wordt omgezet in staal. Om van ijzer staal te maken, dient het koolstofgehalte verlaagd te worden. Dit gebeurt met behulp van zuurstof in de converter. Het converterproces verloopt als volgt: In de converter wordt allereerst schrot ingezet, waarna het (ontzwavelde) ruwijzer wordt ingezet. Als het ijzer eenmaal in de converter is, wordt via een lans zuurstof in het vat geblazen. De zuurstof reageert met de diverse stoffen die in het ruwijzer aanwezig zijn. De reactieproducten zijn diverse oxiden en gas (het oxygas). De oxiden komen boven op het staal te drijven en zijn onderdeel van de slak die gevormd wordt en die later van het staal wordt gescheiden. Het oxygas bestaat met name uit koolmonoxide en in mindere mate kooldioxide, gevormd uit de koolstof die in het ruwijzer aanwezig was. Het proces wordt zo geregeld dat de vorming van kooldioxide minimaal en koolmonoxide maximaal is (onderdrukte verbranding) zodat het oxygas hergebruikt kan worden elders op het terrein. Het oxygas wordt aan de bovenkant van de converter afgezogen door de primaire afzuiging.
Beschrijving van primaire afzuiging en gasreiniging (hoofdlijnen) In de gasreiniging worden de rookgassen in twee stappen ontdaan van stof. In de eerste stap wordt het grove stof uit de rookgassen gewassen en tevens worden de rookgassen door het waswater verder gekoeld. Daarna wordt in de tweede stap het fijne stof uitgewassen. Het gebruikte waswater gaat naar de waterreiniging om na reiniging te worden hergebruikt in het systeem. De rookgassen worden in principe teruggewonnen en gaan via het gassysteem naar de gashouder. Voldoen de rookgassen niet aan de voorwaarde voor gasterugwinning dan worden ze afgefakkeld en via de schoorsteen van de primaire afzuiging geëmitteerd. De rookgassen worden via een driewegklep ofwel naar de schoorsteen ofwel naar de gashouder geleid. De gashouder functioneert als een opslagbuffer, om het gas, dat batchgewijs wordt geproduceerd, tijdelijk te kunnen bufferen om dit vervolgens als constante gastroom te kunnen overbrengen naar de locaties waar dit gas wordt ingezet. Zonder de gashouder zou het niet mogelijk zijn om uit het batchproces van de converters een constante gasflow naar de afnemers te genereren. Daarnaast zorgt de gashouder ervoor dat het systeem op overdruk blijft, zodat er geen ‘lucht inlek’ kan ontstaan, waarbij een brandbaar mengsel in de gasleidingen zou kunnen ontstaan. 3.2.1.2
Beschrijving wijzigingen oxygassysteem (gashouder en gasleidingen, boosterfans, condensaatsysteem, EIC-room)
In deze paragraaf zijn de wijzigingen in het oxygassysteem beschreven. Oxygashouder De locatie van de nieuwe gashouder is weergegeven in bijlage 2 en in figuur 3.1 in de voorgaande paragraaf. De functie van de gashouder wijzigt niet ten opzichte van de huidige situatie. De nieuwe gashouder heeft een maximale bruto capaciteit van 83.400 m3. Deze is identiek aan de capaciteit van de huidige gashouder. NB. Het in gebruik hebben van de oxygashouder en toebehoren op de oude (huidige) locatie wordt gestaakt nadat de nieuwe installatie in bedrijf is genomen. De huidige oxygashouder Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
en toebehoren maken daarmee niet langer deel uit van de vergunde activiteiten van Tata Steel. Gasleidingen Bij de nieuwe gashouder hoort een aantal nieuwe gasaan- en afvoerleidingen. Deze worden aangelegd om het oxygas vanuit de Oxystaalfabriek te kunnen transporteren naar de nieuwe locatie van de oxygashouder. Omdat de nieuwe locatie van de oxygashouder verder verwijderd is van de Oxystaalfabriek, worden de gasafvoerleidingen langer. Een gedeelte hiervan loopt over de Bentz vd Bergweg. Dit gedeelte wordt hoger uitgevoerd dan gebruikelijk (op ca. 30 meter hoogte). Dit wordt gedaan zodat in een later stadium, tijdens de realisatie van project Heracless, de DRP- en EAF-modules (onderdelen van deze nieuwe installaties) hier tijdens de constructiefase onderdoor passen. De locatie van deze verhoging is in onderstaande figuur met een groene cirkel weergegeven.
Figuur 3.2
Locatie verhoogde oxygasleiding
Op de tekening in bijlage 2 en in figuur 3.1 in voorgaande paragraaf is het totaalplaatje van de te verwijderen en nieuw aan te leggen oxygasleidingen weergegeven. NB. Het in gebruik hebben van de oxygasleidingen op de oude (huidige) locatie wordt gestaakt zodra de nieuwe gasleidingen in gebruik zijn genomen. Het gebruik van de huidige gasleidingen maakt op dat moment dan ook geen deel meer uit van de vergunde activiteiten van Tata Steel. Boosterfans Om oxygas te kunnen transporteren vanaf de gashouder naar de afnemers, oftewel naar de installaties binnen Tata Steel die dit oygas inzetten in hun bedrijfsproces, zijn twee
Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
boosterfans nodig. Dit zijn in feite twee grote ventilatoren die het gas onder druk vanaf de gashouder de leiding in blazen. In het bestaande systeem zijn al twee boosterfans geïnstalleerd met elk een capaciteit van 50% van het benodigde volume, in de nieuwe situatie worden twee boosterfans geplaatst met een capaciteit van ieder 60% van het benodigde volume, waarmee voor het huidige productieproces een lichte overcapaciteit ontstaat. In de toekomst, nadat de EAF en DRP3 in gebruik zijn genomen, zal de hoeveelheid geproduceerd oxygas afnemen (vanwege het veranderen van het productieproces) en volstaat de inzet van één boosterfan om het gas te verwerken. De tweede boosterfan is in dat geval redundant en kan worden gebruikt in geval van onderhoud of storing aan de andere boosterfan. NB. Het in gebruik hebben van de boosterfans op de oude (huidige) locatie wordt gestaakt nadat de nieuwe boosterfans in gebruik zijn genomen. Het gebruik van de huidige boosterfans maakt op dat moment dan ook geen deel meer uit van de vergunde activiteiten van Tata Steel. EIC room Bij de gashouder hoort tevens een controlekamer, de zogenaamde EIC-room (elektrische apparatuur, instrumentatie en controle). In deze ruimte zijn diverse elektronische instrumenten aanwezig, waarmee de gashouder en bijbehorende installaties worden gecontroleerd en aangestuurd.
Bij de gashouder op de nieuwe locatie wordt eveneens een nieuwe EIC-room gerealiseerd. In de EIC-room bevindt zich tevens diverse elektrische installaties, waaronder transformatoren, schakelapparatuur en een airconditioningsysteem (HVAC). In het airconditioningssysteem worden HFK’s als koelmiddel toegepast. Hierbij wordt voldaan aan de eisen in de Europese verordening betreffende gefluoreerde broeikasgassen. Condensaatsysteem Het oxygas dat in de Oxystaalfabriek onstaat, wordt gekoeld en gereinigd met water, waardoor het gas verzadigd raakt met water. Na de gasreiniging wordt het oxygas (dat verzadigd is met waterdamp) via pijpleidingen naar de gashouder geleid. In de leidingen koelt het gas verder af, waardoor het water condenseert. De mate van afkoeling is mede afhankelijk van de weersomstandigheden, waardoor er afhankelijk van die omstandigheden meer of minder water condenseert. Condensaatwater onstaat op diverse plekken binnen dit systeem: - in de leiding die van de Oxystaalfabriek naar de gashouder loopt (feed leiding); - in de leiding die vanaf de gashouder via de boosterfans het oxygas naar andere bedrijfsonderdelen transporteert (discharge leiding); - in de boosterfans; en - in de gashouder. Gemiddeld ontstaat er in het gehele systeem 26 m3/h aan condenswater. Gedurende korte periodes kunnen er pieken ontstaan tot 60 m3/h.
3 EAF en DRP zijn geen onderdeel van deze aanvraag, maar zijn wel de kern van project Heracless als geheel
Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
Om te voorkomen dat de pijpleidingen vol met water komen te staan, zijn zowel in de voedings- als in de afvoerleiding op diverse posities in het systeem aftappunten geplaatst, waarmee het condensaatwater uit de leidingen wordt verwijderd. Het condensaatwater komt vervolgens terecht in: een dubbelwandige condensaatbuffertank (feed leiding); één van vijf condensaatbuffertanks van 12,8 m3(discharge leiding); een diepsifon van 23,5 m3 (boosterfans en gashouder). De condensaatbuffertanks en het diepsifon fungeren als een soort zwanenhals: het condensaatwater kan er wel in terecht komen, maar kan niet meer terugstromen naar de pijpleidingen. Hierdoor treedt gas-waterscheiding op. Elk van de vijf condensaatbuffertanks bij de discharge leiding is aangesloten op twee persleidingen. Deze verpompen het condensaat naar een gecompartimenteerd verzamelbassin. Ook het condensaat vanuit het diepsifon wordt verpompt naar dit verzamelbassin van 108 m3. Het eerste compartiment van het verzamelbassin heeft een bezinkfunctie, waarin residu uit het condensaat bezinkt. Het residu dat hier ontstaat, wordt zo vaak als nodig is uit het compartiment verwijderd en afgevoerd naar een erkend verwerker. Naar verwachting zal dit een vergelijkbare hoeveelheid zijn als in de huidige situatie. Het tweede compartiment is de overloopbak, van waaruit het condensaatwater verder wordt verpompt.
Condensaatwater afkomstig uit de feed leiding wordt vanuit de daarop aangesloten condensaatbuffertank direct verpompt en gaat dus niet eerst langs het gecompartimendeerde verzamelbassin. Het condensaatwater komt terecht in het waterreinigingsbassin bij de hoogovens. Vanuit dat bassin wordt het condensaatwater teruggevoerd om te worden ingezet in de hoogovens. Deze verwerkingsroute wijzigt niet ten opzichte van de huidige situatie. Het gecompartimenteerde verzamelbassin fungeert als een bufferopvang. Omdat er batchgewijs gewerkt wordt en de hoeveelheden condensaatwater die ontstaan niet op elk moment even groot zijn, komt het voor dat condensaatwater dat ontstaat niet direct kan worden teruggevoerd naar het waterreinigingsbassin bij de hoogovens. Daarom is deze bufferopvang nodig. Het eerste compartiment heeft een diameter van 2 meter, bij 5-6 meter diep), het tweede compartiment is ondieper (3 bij 12 meter, bij 3 meter diep). Het verzamelbassin is van beton en voorzien van een seal aan de onderzijde. In de bestaande situatie komt het condensaatwater dat vrijkomt uit het oxygas terecht in het waterreinigingsbassin bij de hoogovens. Vanuit dat bassin wordt het condensaatwater teruggevoerd om te worden ingezet in de hoogovens.
3.2.2 Zuurstofbuffertanks en zuurstofstations en bijbehorend leidingwerk In de Oxystaalfabriek wordt zuurstof toegevoerd aan een mengsel van vloeibaar ruwijzer en schrot. Door reactie met koolstof in het ruwijzer wordt deze grondstof omgezet in staal. Dit gebeurt in drie converters. Ook andere bedrijfsprocessen bij Tata Steel vragen zuurstof. Daarom is op het gehele terein van Tata Steel een groot zuurstofnetwerk aanwezig, bestaande uit voornamelijk ondergronds gelegen leidingen. Het schakelen in dit systeem vindt bovengronds plaats, in een aantal over het gehele terrein verspreide zuurstofstations. Deze zuurstofstations bestaan uit leidingwerk, een aantal afsluiters, omlopen, afblazers en Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
manometers. Tevens is op een aantal plekken op het terrein een buffercapaciteit voor zuurstof gerealiseerd, bestaande uit zuurstofbuffertanks met bijbehorend leidingwerk. Deze buffertanks zijn bedoeld om het verschil tussen de continue productie van zuurstof en de discontinue vraag van zuurstof in het batchproces van de converters op te vangen. Een van de voorbereidingen die moeten worden getroffen om project Heracless te kunnen realiseren, is de verplaatsing van een aantal zuurstofbuffertanks en de zuurstofstations 3 en 5, die op dit moment aanwezig zijn op de locatie waar de DRP en de EAF moeten worden gerealiseerd. De zuurstofbuffertanks die worden verplaatst hebben een inhoud van 20 * 50 m3 (de zogenaamde ‘sigaren’), respectievelijk 670 m3 (de bolbuffer). In deze opslagvoorzieningen wordt de zuurstof niet cryogeen opgeslagen, maar alleen onder druk gehouden. Onderstaande figuur toont de aangevraagde locatie van de zuurstofbuffertanks en de zuurstofstations. NB. Het in gebruik hebben van deze zuurstofbuffertanks en zuurstofstations en het bijbehorende leidingwerk op de oude (huidige) locatie wordt gestaakt zodra de nieuwe installaties in gebruik zijn genomen. Het gebruik van deze installatieonderdelen op de huidige locatie maakt op dat moment dan ook geen deel meer uit van de vergunde activiteiten van Tata Steel.
Figuur 3.5a
Datum 06-08-2025
Aangevraagde locatie zuurstofstation 3
versie
Sensitivity:
F
General
Figuur 3.5b
Aangevraagde locatie zuurstofbuffertanks en zuurstofstation 5
3.2.3 Filter secundair afzuiging en toebehoren (SA-filter) Het converterproces in de Oxystaalfabriek kan worden onderverdeeld in drie stappen: inzetten, blazen en tappen. Inzetten De ruimte rond de converters aan de inzet- en tapzijde is voorzien van deuren. Voor het inzetten van ruwijzer en schrot worden de deuren aan de inzetzijde geopend. De converter wordt geladen met schrot en vloeibaar ruwijzer. Tijdens dit inzetten van schrot en ruwijzer komt stof vrij, dat voor het grootste deel door de secundaire afzuiging wordt afgezogen. Blazen Het ruwijzer afkomstig van de hoogovens bevat koolstof en andere elementen. Tijdens het oxystaalproces in de converter worden deze elementen geoxideerd door het inblazen van zuivere zuurstof. Het ontstane gas (oxygas) zoals hiervoor beschreven wordt elders weer ingezet. Gedurende de procesvoering worden toeslagstoffen toegevoegd om de gewenste staalkwaliteit te verkrijgen. Tappen Als de gewenste staalsamenstelling en temperatuur zijn bereikt, wordt het blaasproces beeindigd en kan de lading getapt worden voor verdere verwerking. De secundaire afzuiging zorgt ervoor dat tijdens het tappen vrijkomend stof grotendeels wordt afgezogen. Het converterproces is voorzien van diverse afzuigsystemen, de primaire, secundaire en tertiaire afzuiging.
De primaire afzuiging verwijdert, zoals eerder beschreven, het mengsel van rookgassen en stof dat ontstaat tijdens het blaasproces uit de converters. Het door de primaire afzuiging afgezogen rookgas wordt gereinigd door middel van een natte reiniging. De
Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
secundaire afzuiging (SA) zuigt het stof af dat vrijkomt tijdens het inzetten van schrot en ruwijzer en tijdens het tappen van het staal. Daarnaast zuigt de SA-stof af dat buiten de converter komt en niet door de primaire afzuiging wordt afgezogen. De secundaire afzuiging is voorzien van een doekfilterinstallatie. Ten slotte is er nog een tertiaire afzuiging aanwezig, die zorgt voor de afzuiging van diffuse restemissies van stof, met name tijdens het inzetten van schrot en ruwijzer in de converter. De tertiaire afzuiging is ook voorzien van een doekfilterinstallatie. Om project Heracless mogelijk te maken, moet de huidige filterinstallatie van de secundaire afzuiging, het SA-filter, inclusief toebehorende installaties zoals leidingwerk voor het transport van stof, worden verwijderd. Op de locatie zoals weergegeven in bijlage 2 zal een nieuw SA-filter worden geplaatst en in gebruik genomen. De functie en werking van het nieuwe SA-filter wijzigen niet ten opzichte van de huidige situatie. Wel zal het maximale debiet van de filterinstallatie iets toenemen ten opzichte van de huidige filterinstallatie en zal het doekfilter, in tegenstelling tot de huidige situatie, uit verschillende compartimenten bestaan. De filterinstallatie zal worden voorzien van een silo met een volume van circa 60 m3, waarin het door de doekfilterinstallatie afgevangen stof zal worden opgevangen.
Dit betreft een gesloten systeem. Het stof uit de silo zal door middel van vrachtwagens afgevoerd worden naar een erkende verwerker. Deze werkwijze is gelijk aan de huidige situatie. Bij het SA-filter hoort tevens een controlekamer, de zogenaamde EIC room (elektrische apparatuur, instrumentatie en controle). In deze ruimte zijn diverse elektrische instrumenten aanwezig, waarmee het SA-filter en bijbehorende installaties worden gecontroleerd en aangestuurd. Bij het SA-filter op de nieuwe locatie wordt eveneens een nieuwe EIC room gerealiseerd. In de EIC-room bevinden zich tevens diverse elektrische installaties, waaronder transformatoren, schakelapparatuur en een airconditioningsysteem (HVAC). In het airconditioningssysteem worden HFK’s als koelmiddel toegepast. Hierbij wordt voldaan aan de eisen in de Europese verordening betreffede gefluoreerde broeikasgassen. Gedurende enige tijd zal er sprake zijn van een parallelle operatie. Dit houdt in dat het huidige filter op de huidige locatie nog in werking is, terwijl het nieuwe filter op de nieuwe locatie stapsgewijs in werking wordt gesteld. Het doel hiervan is om het productieproces tijdens de overgangsfase zo min mogelijk te verstoren. Door middel van twee nieuwe kleppen kan er in deze periode gewisseld worden tussen het huidige en het nieuwe filter.
Zodra het nieuwe SA-filter volledig in bedrijf is, wordt het huidige filter buiten werking gesteld en wordt overgegaan naar het nieuwe filter.
Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
Onderstaande figuur toont de aangevraagde locatie van het SA-filter.
Figuur 3.6
Aangevraagde locatie SA-filter (indicatie)
NB. Het in gebruik hebben van het SA-filter en toebehoren op de oude (huidige) locatie wordt uit bedrijf gesteld wanneer de nieuwe installatie in gebruik is genomen. Het gebruik van het huidige SA-filter en toebehoren op de huidige locatie maakt op dat moment dan ook geen deel meer uit van de vergunde activiteiten van Tata Steel.
3.2.4 E-ruimtes Op het terein van Tata Steel zijn diverse e-ruimtes aanwezig. Deze worden gebuikt om de aanwezige energie over het terrein te verdelen. In deze ruimtes zijn diverse elektrische instrumenten en installaties aanwezig, onder meer, maar niet beperkt tot, schakel- en besturingsapparatuur, transformatoren en brandmeldsystemen. In deze ruimten zijn normaal gesproken geen mensen aanwezig, de apparatuur kan vanuit controlekamers elders op het terrein worden aangestuurd. Een aantal van deze e-ruimtes op het terrein, voor zover die zich bevinden op een locatie waar project Heracless wordt gerealiseerd, wordt verplaatst (in feite: gesloopt en daarna elders nieuw gebouwd). Ook wordt aanvullend een aantal nieuwe e-ruimtes gerealiseerd. Op de tekening in bijlage 2 zijn deze e-ruimtes ingetekend. In deze e-ruimtes is verwarming aanwezig met elk een vermogen van minder dan 100 kW. Ook zijn er koelinstallaties (airconditioning) aanwezig in de e-ruimtes, waarbij drie e-ruimtes een maximaal koelvermogen hebben van 4 kW, één e-ruimte een maximaal koelvermogen heeft van 16 kW en één e-ruimte een maximaal koelvermogen heeft van 50 kW. Enkele eruimtes worden gekoeld middels natuurlijke ventilatie in plaats van airconditioning. NB.
Het in gebruik hebben van de verplaatste e-ruimtes op de oude (huidige) locatie wordt gestaakt zodra de vervangende e-ruimtes zijn gerealiseerd en wordt zodoende niet meer aangevraagd.
Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
3.2.5 Locatie persluchtstation en bijbehorend leidingwerk Op het terrein van Tata Steel staan verschillende persluchtcompressoren die een centraal persluchtnet voeden. Perslucht wordt gebruikt voor het aandrijven van bijvoorbeeld actuatoren of voor het koelen van instrumentatie. In uitzonderlijke gevallen kan er sprake zijn van een tekort aan persluchtcapaciteit, bijvoorbeeld als gevolg van onderhoud aan een persluchtcompressor en (ongeplande) uitval van een andere compressor. Om dit tekort tijdelijk op te vangen is er een persluchtstation aanwezig waar tijdelijke capaciteit op kan worden aangesloten. Als deze tijdelijke capaciteit nodig is, wordt hiervoor een persluchtinstallatie extern gehuurd. Deze installatie is dus niet altijd aanwezig, maar dat geldt wel voor het leidingwerk op de locatie waar de installatie op moet worden aangesloten. Op de tekening in bijlage 2 is de locatie van het persluchtstation ingetekend. Dit persluchtstation en het bijbehorende bovengrondse leidingwerk voor het transporteren van perslucht moeten ter voorbereiding op de realisatie van project Heracless worden verplaatst. De verplaatsing van de locatie van dit persluchtstation heeft geen invloed op de werking van dit systeem. NB. Het in gebruik hebben van dit persluchtstation op de oude (huidige) locatie wordt na verplaatsing gestaakt.
Het gebruik van het persluchtstation op de huidige locatie maakt op dat moment dan ook geen deel meer uit van de vergunde activiteiten van Tata Steel.
3.2.6 Bovengrondse stoomleidingen Deel van de voorbereidende werkzaamheden voor project Heracless is het omleggen van twee bovengrondse stoomleidingen. De ene leiding (17 barg) loopt van werkeenheid PAC (Tata Steel packaging) naar een stoomknooppunt nabij een vestiging van Linde Gas en Oxystaalfabriek 2. De andere stoomleiding (50 barg) verbindt Energiebedrijf Centrale 2 met de Oxystaalfabriek (werkeenheid OSF2). Deze stoomleiding levert stoom aan OSF2 op momenten dat de stoomvraag groter is dan met de warmte van de rookgassen van de op dat moment in bedrijf zijnde converters kan worden opgewekt. In de bovengrondse stoomleidingen ontstaat condensaat. Dit condensaat is in feite schoon water. In de stoomleiding zijn ongeveer om de 60-65 meter (op sommige plekken om technische redenen iets dichter bij elkaar) aftappunten opgenomen waardoor het condensaat uit de stoomleidingen wordt afgevoerd. Zodra het condensaat via deze aftappunten uit de leidingen is gelopen, komt het terecht in een van de onder deze aftappunten gelegen condensaatputten. Vanuit de putten infiltreert het condensaatwater in de bodem. De condensaatputten zijn stalen pijpen van ongeveer 1 meter diep, gevuld met grind. Op het grind wordt een stenen stoeptegel geplaatst. Door de relatief open structuur van het grind zal het condensaat makkelijker in de grond kunnen wegzakken.
Door de lengte van de pijp kan het water rustig afkoelen alvorens het in de bodem wegvloeit. Hierdoor heeft de infiltratie van dit condensaatwater de minst mogelijke invloed op bijv. omliggende struiken en ander groen. Het gemiddelde debiet van de condensaatstroom afkomstig uit de bovengrondse stoomleidingen bedraagt ca. 26,5 liter/uur per aftappunt. De bovengrondse leidingen krijgen gezamenlijk een lengte van ongeveer 620 m en worden in totaal voorzien van ca. 10-12 aftappunten met bijbehorende condensaatputten. Hiermee wordt er vanuit deze stoomleidingen in totaal gemiddeld ca. 265-318 liter/uur condensaat in de bodem geïnfiltreerd.
Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
Infiltratie in de bodem van condensaat uit deze leidingen is in combinatie met de zorgplicht reeds vergund. Met het omleggen van deze leidingen wordt ook de infiltratie in de bodem verplaatst. Voor de nieuwe locatie geldt, net als voor de huidige locatie, dat er een te grote afstand is tot de riolering (deze afstand kan varieren tussen de circa 100 tot 500 meter) om dit condensaat op de riolering te kunnen lozen. Daarom is infiltratie in de bodem noodzakelijk. NB. Het in gebruik hebben van deze stoomleidingen op de oude (huidige) locatie wordt na verplaatsing gestaakt. Het gebruik van het deel van de stoomleidingen dat uit gebruik wordt genomen maakt op dat moment dan ook geen deel meer uit van de vergunde activiteiten van Tata Steel.
3.2.7 Weegbrug Nabij de Oxystaalfabriek wordt een nieuwe weegbrug gerealiseerd. Deze wordt ingezet voor het wegen van schrot dat wordt aangevoerd. De nieuwe weegbrug vervangt een bestaande weegbrug, die moet worden verwijderd om ruimte te maken voor de installaties van project Heracless. De nieuwe locatie van de weegbrug is weergegeven op de tekening in bijlage 2. NB. Het in gebruik hebben van de huidige weegbrug wordt na realisatie van de nieuwe weegbrug gestaakt. Op dat moment maakt het gebruik van de huidige weegbrug geen deel meer uit van de vergunde activiteiten van Tata Steel.
3.2.8 Verplaatsen transformator T431 Ter voorbereiding op de realisatie van project Heracless moet transformator T431 worden verplaatst. Deze transformator bevindt zich op dit moment op de hoek van de Desiweg en de Westweg, en wordt verplaatst naar een locatie iets ten zuidoosten van de huidige locatie, tussen de Westweg en Bentz van de Bergweg. De transformator zal worden geplaatst tussen drie betonnen muren en worden voorzien van een dak dat wordt bekleed met akoestisch dempende en brandwerende platen. T431 heeft als functie om 50 kVA vermogen om te zetten naar 33 kVA vermogen. De nieuwe locatie van de transformator is weergegeven op de tekening in bijlage 2.
3.2.9 Plaatsen en in gebruik nemen betoncentrale en marine offloading facility (MOF, een aanvoer- en overslagkade) In het kader van project Heracless wordt op het terrein achter de Oude Averijhaven een aanvoer- en overslagkade gerealiseerd. Hier wordt tijdelijk een mobiele betoncentrale gerealiseerd. Deze betoncentrale zal beton produceren voor de bouwprojecten van Heracless. Nadat al het voor de voorbereidende werkzaamheden geproduceerde beton is geleverd, zijn geen grote hoeveelheden beton meer benodigd. De betoncentrale wordt daarom weer verwijderd en eventuele benodigd beton wordt hierna door externe partijen geleverd. Daarna wordt de locatie gebruikt voor de verlading van grote installatieonderdelen, door Tata Steel ook wel marine offloading facility (MOF) genoemd. Er is dus sprake van een fasering: eerst is er een mobiele betoncentrale, daarna is er een MOF. Voor de betoncentrale zullen gedurende een periode van 1,5 jaar de volgende grondstoffen via de kade worden aangevoerd en overgeslagen: - zand (70.000 ton); - grind (130.000 ton); Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
-
cement (40.000 ton).
Met deze hoeveelheden grondstoffen kan in totaal 100.000 m3 beton worden geproduceerd in de aangegeven periode. De productiecapaciteit van de betoncentrale zal rond de 160 m3/uur liggen, maar deze installatie zal niet volcontinue in bedrijf zijn. Op basis van de productiecapaciteit en de hoeveelheid te produceren beton betekent dat de betoncentrale gedurende 1,5 jaar 625 uur in werking is. Met een vermogen van 200 kW levert dit een energieverbuik op van 125.000 kWh per 1,5 jaar, oftewel 83.333 kWh per jaar. De onderstaande figuur toont de opzet van de betoncentrale met de bijbehorende opslagvakken.
Figuur 3.8
Aangevraagde locatie betoncentrale+ opslagvakken
De volgende figuur toont een impressie van een vergelijkbare mobiele betoncentrale, op een andere locatie:
Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
Figuur 3.9
Impressie mobiele betoncentrale
De schepen worden gelost met behulp van een dieselkraan, die maximaal vier uur per dag wordt ingezet. Daarnaast is er acht uur per dag een diesel aangestuurde shovel actief voor het verladen richting de betoncentrale. De betoncentrale wordt per dag dat deze in werking is door 127 vrachtwagens aangedaan, wat leidt tot 10.000 vrachtwagens in anderhalf jaar. Bij de betoncentrale worden een kantoorunit en een opslagcontainer voor toeslagstoffen gerealiseerd. Tevens worden er drie silo’s geplaatst met elk een inhoud van maximaal 100 m3 voor de opslag van cement (bindmiddel). Dit cement is ENCI grijs hoogovencement CEM III/B of gelijkwaardig. De silo’s zullen voldoen aan de veiligheidseisen die nodig zijn voor de opslag van dit materiaal. De silo’s betreffen drukloze bulkopslag. Daarnaast zal opslag van zand (max. 5.000 m3) en grind (max. 5.000 m3) in de open lucht plaatsvinden. Er worden geen gevaarlijke stoffen opgeslagen op het terrein van de MOF en de betoncentrale. Afvalwater dat bij deze betoncentrale ontstaat, zal worden hergebruikt. Het proces afvalwater wordt eerst gereinigd middels een bezinkbak systeem, waarna het geschikt is voor hergebruik. Het residu uit de bezinkbak wordt regelmatig afgevoerd naar de ‘Waste Management Area’ (WMA).
Het doel van de aanvoer- en overslagkade is tweeledig: - aanvoer van grote, vooraf elders gebouwde onderdelen (ook wel modules genoemd) voor de bouw van diverse installaties voor Heracless. Het gaat dan bijvoorbeeld om stukken pijpleiding en installatie-onderdelen; - aanvoer van grondstoffen voor de betoncentrale. De modules bestaan primair uit staal. Deze onderdelen worden over een periode van twee jaar geleverd. Naar verwachting zullen er gedurende deze periode ca. 375-400 van dergelijke onderdelen via de MOF worden aangevoerd, waarbij een schip vaak meerdere onderdelen bevat. Overslag van deze onderdelen van het schip naar de kade gebeurt met
Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
een mobiele kraan. De modules worden zo snel mogelijk ingezet in de bouw, maar kunnen in sommige gevallen enkele weken tot maanden opgeslagen liggen op de laydown area bij de MOF. Deze modules worden opgeslagen in de open lucht. De onderstaande figuur toont een schematische weergave van de MOF.
Figuur 3.10
Schematische weergave MOF met schip (indicatie)
Bij de betoncentrale en MOF hoort tevens een controlekamer, de zogenaamde EIC-room (elektrische apparatuur, instrumentatie en controle). In deze ruimte zijn diverse elektrische apparaten aanwezig, waarmee de betoncentrale en MOF worden gecontroleerd en aangestuurd. In de EIC room bevindt zich diverse elektrische apparatuur, waaronder transformatoren, schakelapparatuur en een airconditioningsysteem (HVAC). In het airconditioningssysteem worden HFK’s als koelmiddel toegepast. Hierbij wordt voldaan aan de eisen in de Europese verordening betreffede gefluoreerde broeikasgassen. Bijlage 2 bevat een tekening met de locatie van de te realiseren betoncentrale en MOF.
3.2.10 Activiteiten bij lay down area’s / contractorpark 10B (van Deldenweg), 10F (Terp) en Chamotteweg Als onderdeel van de voorbereidende werkzaamheden wordt op een drietal locaties tijdelijk een lay down area / contractorpark ingericht. De activiteiten die hier plaatsvinden, zijn uitsluitend gericht op de bouwwerkzaamheden en niet op de bedrijfsvoering van Tata Steel. Op deze drie locaties worden ‘workshops’ opgericht (in romneyloodsen en kleine werkplaatsen). Deze workshops hebben tot doel om (de)montagewerkzaamheden van constructie- en installatiedelen, las- en slijpwerkzaamheden en schilderwerk (niet spuiten) uit te voeren. De werkzaamheden die binnen de workshops zullen worden uitgevoerd zijn: • Slijpen, snijden, lassen en gutsen van stalen constructies en leidingwerk; • (de-)Monteren van staalconstructies, leidingwerk en afsluiters;
Datum 06-08-2025
versie
Sensitivity:
F
General
• • • • • • • • • • • • • •
Bekabelen en plaatsen van appendages; Montagewerkzaamheden van bouwkundige constructies en installatiedelen; Opslag van verpakte gevaarlijke en ongevaarlijke stoffen; Maken van producen uit metaal, hout en kunststof; Gebruik van elektrisch gereedschap (snijden, slijpen, boren); Vlam snijden; Gebruik van handgereedschap; Positioneren, aandraaien, monteren; Hijswerkzaamheden met een kraan; Transport en levering van materialen: laden en lossen van materialen met een elektrische vorkheftruck van en naar vrachtwagens; Handmatig hanteren van materiaal en elementen; Uitvoeren van schilderwerk; Opslaan en gebruiken van gereedschap in voorraadcontainers; en Opslag van installatieonderdelen.
Tijdens de werkzaamheden binnen de workshop zal een luchtafzuigsysteem worden gebruikt. Tevens zal worden voldaan aan eisen die in de algemene regels in hoofdstuk 4 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden gesteld aan activiteiten die op deze terreinen plaatsvinden, ook al zijn deze regels op basis van artikel 3.49 Bal niet direct van toepassing. Gasflessen worden opgeslagen op een aparte, met hekwerk afgeschermde, locatie op de laydown area’s en op het contractorpark. Deze opslag bevindt zich op alle drie de locaties. De gasflessenopslagen worden gerealiseerd met moderne, prefab opslagvoorzieningen die voldoen aan de PGS 15:2021. Ter plaatse van de gasflessenopslagen op de twee lay down area’s en het contractorpark worden de volgende hoeveelheden en soorten gassen per locatie opgeslagen: - 20 gasflessen met waterinhoud max. 22 liter propaan; - 15 gasflessen met waterinhoud max. 50 liter zuurstof; en - 15 gasflessen met waterinhoud max. 50 liter stikstof. Op de drie locaties worden tevens gevaarlijke stoffen in verpakking opgeslagen. Deze verpakte stoffen worden opgeslagen in kasten of ruimten die voldoen aan de richtlijn PGS 15:2021. In elk van deze PGS 15 opslaglocaties wordt maximaal 250 kg gevaarlijke stoffen in verpakking opgeslagen. Ook zijn op de drie locaties milieu-eilanden aanwezig met een gescheiden afvalinzameling, waar vrijkomend restafval wordt verzameld.