CConstaterende datHeemskerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Programma van Eisen

Raadsvergadering 28 mei 2026, gemeente HeemskerkBij agendapunt: Vaststellen lijst van ingekomen documenten50.515 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

13.2.5

In het Ontwikkelplan, niet zijnde het eerste Ontwikkelplan, beschrijft de Concessiehouder de wijze waarop die de ervaringen en effecten uit de evaluatie meeneemt bij de doorontwikkeling van het Openbaar Vervoer in de aankomende periode.

13.3 Concessiehouder als regisseur Ketenmobiliteit De Concessieverlener verwacht van de Concessiehouder dat die bij de uitvoering van de ontwikkelrol oog heeft voor de gehele Ketenreis en zich niet alleen richt op diens Openbaar Vervoer. Waar de Concessieverlener optreedt als regisseur van het systeem van Publieke Mobiliteit, vervult de Concessiehouder de rol van regisseur Ketenmobiliteit. Concreet betekent dit dat de Concessiehouder ketenreizen faciliteert door samen te werken met andere aanbieders van Openbaar Vervoer, deelmobiliteit en Vraagafhankelijk Vervoer. De Concessiehouder zorgt ervoor dat andere vervoersvormen in de Ketenreis geïntegreerd zijn. Het aanbieden van andere vormen van Publieke Mobiliteit zelf maakt geen deel uit van de Concessie. De Concessiehouder wordt geacht andere vormen van Publieke Mobiliteit te ontsluiten door een eigen Platform te ontwikkelen of zich aan te sluiten bij een landelijk of Europees opererend Platform. Reizigers kunnen op het Platform in ieder geval hun gehele Ketenreis plannen. Als randvoorwaarde geldt dat de Concessiehouder een constructieve en proactieve houding inneemt en non-discriminerend handelt als het gaat om het delen van informatie, ook wat betreft Tarieven, het beschikbaar stellen van Vervoerbewijzen en Reisproducten en het boeken en betalen van andere vormen

PVE OV-concessie NoordWest Noord-Holland - Zaaknummer: 2458035

62

Provincie Noord-Holland

van Publieke Mobiliteit. Bij dit alles neemt de Concessiehouder de landelijk vastgestelde MaaS-waardige bestekseisen in acht neemt.

Concessiehouder als regisseur Ketenmobiliteit 13.3.1

De Concessiehouder vervult in eerste instantie gedurende de Dienstregelingjaren 2028 tot en met 2033 de rol van Regisseur Ketenmobiliteit. Hiertoe beschikt de Concessiehouder over een eigen Platform of sluit die zich aan bij een landelijk of Europees opererend Platform.

13.3.2

a. De Concessiehouder draagt in diens rol van regisseur Ketenmobiliteit in ieder geval zorg voor: b. het bieden van (Gegarandeerde) Aansluitingen tussen Lijnen op Knooppunten, tussen Lijnen en het Vraag­ afhankelijke Vervoer op betreffende overstappunten, tussen Lijnen en Treinen, tussen Lijnen en veerdiensten, tussen Lijnen en openbaar vervoer van concessiehouders van aangrenzende concessiegebieden en tussen Lijnen en andere vormen van Publieke Mobiliteit die onderdeel zijn van de Ketenreis waar het Openbaar Vervoer onderdeel van is; c. het beperken van de wachttijd en loopafstand bij Aansluitingen; d. de afstemming van het Openbaar Vervoer met het openbaar vervoer van concessiehouders van aangrenzende concessiegebieden; e. het bieden van actuele informatie aan Reizigers, ook op het Platform, over de beschikbaarheid (in de vorm van een reisplanner) en Tarieven, Vervoerbewijzen en Reisproducten van alle vormen van Publieke Mobiliteit die onderdeel zijn van de Ketenreis waar het Openbaar Vervoer onderdeel van is; f. het beschikbaar stellen van informatie over beschikbaarheid, Tarieven en voertuigcapaciteit van het Openbaar Vervoer via de NDOV-loketten, DOVA OV-data en als open data aan Derden; g.

het doorverwijzen van Reizigers, ook op het Platform, naar het reserveringssysteem van door Derden aangeboden vormen van Publieke Mobiliteit, waaronder het zoveel mogelijk bieden van mogelijkheden aan Reizigers om ook andere vormen van Publieke Mobiliteit te boeken en te betalen; h. het bieden van informatie over actuele vertrektijden van en Aansluitingen op ander openbaar vervoer in het Voertuig; i. het in staat stellen van het Personeel tot het verschaffen van de informatie; j. het introduceren en accepteren van Vervoerbewijzen en Reisproducten van concessiehouders van aangrenzende concessiegebieden; k. het introduceren en accepteren van concessiegrensoverschrijdende Vervoerbewijzen en Reisproducten en van Vervoerbewijzen en Reisproducten voor combinaties van Openbaar Vervoer en andere vormen van Publieke Mobiliteit; l. werkt actief mee aan de (landelijke) introductie van nieuwe koppelvlakken in het kader van Publieke Mobiliteit; m. het initiëren en uitvoeren van (gezamenlijke) marketingactiviteiten gericht op het stimuleren van Ketenreizen, en n. het doen van voorstellen aan Wegbeheerders voor verbetering van de inrichting, de bereikbaarheid en het comfort van Haltes.

13.3.3

De Concessiehouder zet zich proactief in en werkt mee aan de ontwikkeling van eventuele Reisproducten voor de gehele Ketenreis, gebruikmakend van de mogelijkheden van het Platform.

13.3.4

De Concessiehouder zet zich proactief in en werkt mee aan de ontwikkeling van hubs, bijvoorbeeld door mee te denken over mogelijke hublocaties en over de uitwerking van een Business Case voor hubs.

13.3.5

De Concessiehouder werkt mee aan de ontwikkeling en uitvoering van eventuele nieuwe Betaalwijzen voor de gehele Ketenreis.

13.3.6

De Concessiehouder dient voor 1 december 2032 een voorstel in bij de Concessieverlener voor de Invulling van de rol van regisseur Ketenmobiliteit vanaf het Dienstregelingjaar 2034.

13.3.7

De Concessieverlener besluit over het voorstel van de Concessiehouder voor de Invulling van de rol van regisseur Ketenmobiliteit, waarbij de Concessieverlener al dan niet naar aanleiding van het voorstel van de Concessieverlener kan besluiten de rol van regisseur Ketenmobiliteit vanaf Dienstregelingjaar 2034 anders of nader in te vullen.

13.3.8

De Concessiehouder werkt proactief mee aan initiatieven van de Concessieverlener en/of Gemeenten over de integratie van Openbaar Vervoer en doelgroepenvervoer

13.3.9

Indien de Concessieverlener besluit om gedurende de Concessie extra budget ter beschikking te stellen (bijvoor­ beeld in de vorm van een ontwikkelbudget) dan mag ook de Concessiehouder voorstellen doen voor eventuele besteding van dit budget en werkt de Concessiehouder proactief mee om hier invulling aan te geven.

MaaS-waardige bestekseisen 13.3.10 De Concessiehouder voldoet bij aanvang van de Concessie aan de eisen zoals opgenomen in het document ‘Concessiebijlage MaaS-waardige bestekseisen’ en blijft gedurende de Concessie aan de gestelde eisen voldoen. 13.3.11 De Concessiehouder implementeert wijzigingen binnen één jaar na publicatie van een gewijzigde of vervangende versie van het document ‘Concessiebijlage MaaS-waardige bestekseisen’.

PVE OV-concessie NoordWest Noord-Holland - Zaaknummer: 2458035

63

Provincie Noord-Holland

13.4 Overleg Concessieverlener en Concessiehouder Goed en regelmatig overleg tussen de Concessieverlener en de Concessiehouder draagt bij aan een goede uitvoering van de Concessie binnen de door de Concessieverlener gestelde kaders. Daarnaast kan de kennis en ervaring van de Concessiehouder bijdragen aan de implementatie van de andere onderdelen van de Visie Publieke Mobiliteit. De Concessieverlener zet zich daarom in om te komen tot een constructieve samenwerking met de Concessiehouder, gericht op realisatie van de doelen die de Concessieverlener met de Concessie nastreeft en de implementatie van de Visie Publieke Mobiliteit, waaronder de ov-ontwikkelperspectieven Noord-Holland Noord en Zuid-Kennemerland IJmond. De Concessiehouder neemt daarom deel aan alle overleggen die de Concessieverlener organiseert in het kader van de ontwikkeling en het beheer van de Concessie. De Concessieverlener en de Concessiehouder bespreken aan de hand van het online dashboard en/of de maandrapportages (zie hoofdstuk 14) in het beheeroverleg onder andere de uitvoering van het lopende Vervoerplan en de ontwikkelingen ten aanzien van de uitvoeringskwaliteit.

Ook neemt de Concessiehouder actief deel aan andere overleggen die de Concessieverlener organiseert, zoals overleggen in het kader van Sociale Veiligheid, infrastructuur en marketing en overleggen over het bredere verkeers- en vervoers­ beleid van de Provincie, waaronder overleggen in het kader van de Uitvoeringsagenda Publieke Mobiliteit.

Overleg Concessieverlener en Concessiehouder 13.4.1

De Concessiehouder neemt actief deel aan alle door de Concessieverlener georganiseerde overleggen in het kader van de ontwikkeling en het beheer van de Concessie.

13.4.2

De Concessiehouder neemt actief deel aan het implementatieoverleg, waarin die de Concessieverlener ten minste maandelijks aan de hand van voortgangsrapportages informeert over de uitvoering van de plannen uit diens Inschrijving, waaronder het Implementatieplan. Het eerste implementatieoverleg vindt binnen twee weken plaats na gunning van de Concessie. De Concessiehouder overlegt vanaf de start van de Implementatie ook met Gemeenten en andere Wegbeheerders onder andere over de te realiseren (Laad)Infrastructuur zodat deze op tijd beschikbaar is voor een probleemloze start van de Concessie.

13.4.3

De Concessiehouder neemt actief deel aan het beheeroverleg, waarin de Concessiehouder de Concessieverlener maandelijks informeert over de uitvoering van de Concessie. Tijdens het beheeroverleg komen in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde: a. de uitvoering van het lopende Exploitatieplan, andere plannen en eventuele Verbeterplannen; b. ontwikkelingen in KPI’s ten aanzien van onder meer uitvoeringskwaliteit, gebruik en aanbod, Reizigersopbrengsten en klachten, aan de hand van het online dashboard van de Concessieverlener en/of de Concessiehouder en maandrapportages van de Concessiehouder; c. eventuele bijzonderheden tijdens de uitvoering van de Concessie, en d. afstemming en samenwerking met Stakeholders. Het eerste beheeroverleg vindt binnen één maand na aanvang van de Concessie plaats. De Concessieverlener houdt de mogelijkheid open om de frequentie van het beheeroverleg aan te passen of overleggen over andere onderwerpen te organiseren.

13.4.4

De Concessiehouder neemt actief deel aan het kwartaaloverleg met de Concessieverlener, de Vervoerregio Amsterdam en de concessiehouders van de concessies Amsterdam en Amstelland-Meerlanden over de doorontwikkeling van het lijnennet tussen Haarlem, Haarlemmermeer en Amsterdam.

13.4.5

De Concessiehouder neemt actief deel aan gesprekken in het kader van de Concessieverlenerstevredenheid.

13.4.6

De Concessieverlener kan in samenspraak met de Concessiehouder tijdens de looptijd van de Concessie de overleggen waaraan de Concessiehouder geacht wordt deel te nemen, wijzigen, uitbreiden of verminderen.

PVE OV-concessie NoordWest Noord-Holland - Zaaknummer: 2458035

64

Provincie Noord-Holland

14. DATA EN MONITORING Monitoring en sturing op de uitvoeringskwaliteit van de Concessie dragen bij aan de tevredenheid van Reizigers en andere Stakeholders. Door het benoemen van KPI’s kan de Concessieverlener de prestaties van de Concessiehouder objectief meten en beoordelen. Waar nodig kan de Concessieverlener op basis van de KPI’s bijsturen om de uitvoeringskwaliteit te waarborgen. Open Data speelt hierbij een belangrijke rol. De Concessieverlener hecht veel waarde aan de openbaar­ heid van gegevens en verwacht van de Concessiehouder dat deze data real-time aanlevert, zowel aan de Concessieverlener als aan landelijke servers. Daarnaast heeft het Openbaar Vervoer een centrale positie binnen het bredere systeem van Publieke Mobiliteit. Om een geïntegreerd en gebruiksvriendelijk vervoers­ aanbod te ondersteunen, verwacht de Concessieverlener van de Concessiehouder dat deze relevante reis­ informatie – zoals dienstregelingen en actuele reisinformatie – actief deelt. Op deze manier is het mogelijk voor derden om op basis hiervan informatie of mobiliteitsdiensten aan te bieden.

14.1 Datalevering Beschikbaar stellen en verstrekken gegevens 14.1.1

De Concessiehouder verstrekt om niet de gegevens als bedoeld in het MIPOV 2025 (of een latere versie of een opvolger hiervan) en bijbehorende addenda, in de frequentie en vorm zoals beschreven in het MIPOV.

14.1.2

De verplichting tot het verstrekken van gegevens over de Concessie geldt tot één kalenderjaar na afloop van de Concessie.

14.1.3

De Concessiehouder conformeert zich en werkt onvoorwaardelijk mee aan het, binnen de kaders van wet- en regelgeving, in de vorm van open data om niet beschikbaar stellen van gegevens voor onderzoek en aan aanbieders van andere vormen van Publieke Mobiliteit en MaaS-aanbieders.

14.1.4

De Concessiehouder beroept zich niet op diens eigendomsrecht ten aanzien van door hem verstrekte en ontvangen gegevens.

14.1.5

De Concessieverlener mag alle gegevensbestanden binnen de kaders van wet- en regelgeving als open data bewerken, delen, opvragen en publiceren.

14.1.6

De Concessiehouder levert tijdig volledige en juiste gegevens rechtstreeks aan de NDOV-loketten en DOVA OV-data conform het bepaalde in het document ‘Concessiebijlage datasets OV’39 of diens opvolger(s).

14.1.7

De Concessiehouder levert, binnen één jaar nadat hierover door de Concessieverlener, dan wel landelijk afspraken zijn gemaakt, gewijzigde en/of aanvullende gegevens over de uitvoering van de Concessie aan de NDOV-loketten en DOVA OV-data conform de betreffende (gewijzigde) standaarden.

14.1.8

De Concessiehouder zorgt ervoor dat uitwisseling en levering van gegevens, data en rapportages conform de meest actuele standaard van BISON of NeTEx gebeurt.

14.1.9

Als de Concessiehouder in aanvulling op de conform de gevraagde BISON-koppelvlakken te verstrekken gegevens, (andere) gegevens beschikbaar stelt aan enig afnemer van reisinformatiediensten of ten behoeve van eigen reisinformatie publiceert, dan stelt die deze gegevens om niet gelijktijdig en volledig gedocumenteerd aan de NDOV-loketten en DOVA OV-data ter beschikking.

39

https://dova.nu/document/concessiebijlagen

PVE OV-concessie NoordWest Noord-Holland - Zaaknummer: 2458035

65

Provincie Noord-Holland

Leveren gegevens aan Concessieverlener 14.1.10

De Concessiehouder verstrekt aan de Concessieverlener alle gegevens met betrekking tot de Concessie, waaronder gegevens over via hem geraadpleegde en/of geboekte Aanvullende Mobiliteitsoplossingen, die naar het oordeel van de Concessieverlener nodig dan wel wenselijk zijn voor: a. het monitoren van en sturen op de uitvoering en ontwikkeling van de Concessie en/of het systeem van Publieke Mobiliteit; b. het informeren van Stakeholders (zoals Wegbeheerders, concessiehouders en concessieverleners van aangrenzende concessies, het ROCOV en marktpartijen bij de opvolgende aanbesteding) en inwoners; c. het vormgeven van verkeers- en vervoersbeleid van de Provincie; d. de aanbesteding van de opvolgende concessie(s) of van een aangrenzende concessies, en e. het toepassen van landelijke wet- en regelgeving, zoals rond stikstofuitstoot.

14.1.11

De Concessiehouder verstrekt aan de Concessieverlener alle gegevens over de uitvoering van de Concessie zoals benoemd en conform de voorschriften ‘Concessiebijlage datasets OV’, op verzoek van de Concessieverlener met een accountantsverklaring.

14.1.12

De Concessiehouder levert op verzoek van de Concessieverlener binnen de gevraagde termijn onbewerkte gegevens verkregen via het gebruik van OVpay en/of andere mogelijke toekomstige Betaalwijzen in het uitgevraagde format aan de Concessieverlener. De Concessiehouder stelt deze gegevens ook na de wettelijke bewaartermijn van 18 maanden in (minimaal) geaggregeerde en toegankelijke vorm beschikbaar aan de Concessieverlener.

14.1.13

De Concessiehouder geeft de Concessieverlener, of een door de Concessieverlener aangewezen Derde, ongelimi­ teerd toegang tot alle onbewerkte brondata, ontdaan van eventuele persoonsgegevens, die gebruikt is voor het aanleveren van de in eis 14.1.10 gevraagde gegevens. De Concessieverlener of aangewezen Derde mag alle bron­ data zelf bewerken.

14.1.14

De Concessiehouder verleent op verzoek van de Concessieverlener volledige medewerking aan controles (door de Concessieverlener of door Derden) van geleverde gegevens, door inzicht te geven in diens interne processen, systemen en keuzes met betrekking tot het verzamelen, opslaan, bewerken en delen van gegevens. De Concessiehouder zorgt in dat kader voor volledige en toegankelijke archivering van gegevens en rapportages over de uitvoering van de Concessie.

14.1.15

De Concessieverlener is bevoegd de juistheid en authenticiteit van door de Concessiehouder geleverde gegevens te (laten) controleren. Deze bepaling is onverminderd van kracht na het verstrijken van wettelijke bewaartermijnen.

14.1.16

De Concessiehouder werkt actief mee aan de organisatie en uitvoering van de Klantenbarometer of diens opvolger(s) en eventuele aanvullende landelijk of regionaal overeengekomen onderzoeken op het gebied van Openbaar Vervoer, waaronder de Staat van het OV en de Personeelsmonitor.

14.1.17

De Concessiehouder informeert de Concessieverlener wanneer Derden (bijvoorbeeld onderzoekers, stagiaires, andere overheden) gegevens over de Concessie opvragen.

14.1.18

De Concessiehouder verstrekt jaarlijks een opgave van de werking van KAR (en haar opvolger(s)) bij de VRI’s die aangedaan worden, met de volgende onderwerpen: a. inventarisatie van de technische werking van bestaande KAR installaties in VRI’s waarbij inzichtelijk wordt bij welke VRI’s de KAR module technisch niet naar behoren functioneert; b. inventarisatie per VRI of de KAR GEO instellingen nog correct zijn (zoals de aanwezigheid van Bussen, correcte richting, locatie in- en uitmeldpunt en aanwezigheid van verstorende factoren na het inmeldpunt (bijvoorbeeld bushaltes of oversteekplaatsen); c. een plan van aanpak t.b.v. het verbeteren van de technische werking en het aanpassen van instellingen, eventueel in samenwerking met betreffende wegbeheerder(s). Daarnaast werkt de Concessiehouder mee aan het inrichten van een dashboard voor dit onderwerp.

14.2 Openbaarheid en bescherming van (persoons)gegevens Openbaarheid en bescherming van (persoons)gegevens 14.2.1

De Concessiehouder voldoet bij het verwerken van persoonsgegevens aan de verplichtingen die de (Uitvoerings­ wet) Algemene Verordening Gegevensbescherming ((U)AVG) of diens opvolger(s) en daaraan gerelateerde regel­ geving stelt.

14.2.2

De Concessiehouder garandeert, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van de uitvoering, een passend beveiligingsniveau, waarbij de risico’s en de aard van de te beschermen persoonsgegevens in acht worden genomen. De maatregelen zijn er mede op gericht onnodige verzameling en verdere verwerking van persoons­ gegevens te voorkomen. De Concessiehouder handelt conform de BIO2 (Baseline Informatiebeveiliging Overheid).

14.2.3

De Concessiehouder en het Personeel houden de persoonsgegevens waar zij kennis van nemen en mee werken geheim, tenzij er een wettelijke uitzondering is. De Concessiehouder verleent de Concessieverlener bijstand bij het (doen) nakomen van de verplichtingen uit hoofde van de artikelen 32 tot en met 36 van de AVG.

14.2.4

De Concessiehouder verwerkt persoonsgegevens niet buiten de Europese Economische Ruimte, tenzij daarvoor uitdrukkelijk schriftelijk toestemming is gegeven door de Concessieverlener en behoudens afwijkende wettelijke verplichtingen.

14.2.5

Indien de Concessiehouder op grond van een wettelijke verplichting persoonsgegevens dient te verstrekken, informeert die de Concessieverlener onmiddellijk en zo mogelijk voorafgaand aan de verstrekking.

PVE OV-concessie NoordWest Noord-Holland - Zaaknummer: 2458035

66

Provincie Noord-Holland

Openbaarheid en bescherming van (persoons)gegevens 14.2.6

De Concessiehouder informeert de Concessieverlener zodra die kennis heeft genomen van onrechtmatige verwerkingen van persoonsgegevens of inbreuken op beveiligingsmaatregelen.

14.2.7

De Concessiehouder is aansprakelijk voor alle schade of nadeel, voortvloeiende uit het niet-nakomen van of in strijd handelen met de bij of krachtens de AVG gegeven voorschriften, onverminderd de aanspraken op grond van wettelijke regels. De Concessiehouder is aansprakelijk voor schade of nadeel voor zover ontstaan bij de verwerking van de persoonsgegevens, waaronder alle schade of nadeel voortvloeiende uit de ontstane inbreuken op de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen.

14.2.8

De Concessieverlener mag gegevens die de Concessiehouder op grond van het Concessiebesluit dan wel bij of krachtens de Wp2000 aan de Concessieverlener moet verstrekken, openbaar maken, tenzij het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van onevenredige benadeling van de Concessiehouder. Gelet op het publieke karakter van het Openbaar Vervoer zal van een dergelijke onevenredige benadeling niet snel sprake zijn. De openbaar te maken gegevens zullen noch direct noch indirect herleidbaar zijn tot natuurlijke personen.

14.2.9

Indien en voor zover gegevensbestanden die de Concessiehouder aan de Concessieverlener en eventuele Derden beschikbaar stelt persoonsgegevens bevatten, voldoet de Concessiehouder aan de verplichtingen die de AVG en daaraan gerelateerde regelgeving stelt. Het is de verantwoordelijkheid van de Concessiehouder om ervoor te zorgen dat tijdig alle maatregelen worden genomen die nodig zijn om deze gegevens te kunnen verstrekken. De Concessiehouder legt de afspraken rondom AVG-thema’s vast in een verwerkersovereenkomst. Ook bij het leveren van gegevens is eis 14.2.7 van toepassing.

14.3 Monitoring Monitoring 14.3.1

De Concessiehouder stelt na afloop van iedere maand een maandrapportage en na afloop van ieder kwartaal een kwartaalrapportage op en rapporteert in ieder geval de ontwikkelingen in de volgende KPI’s en maakt daarbij onder­ scheid naar Lijnen (het detailniveau van de rapportage wordt in de Implementatieperiode van de Concessie afgestemd): a. Rituitval: de mate waarin de Lijnen behorend tot de Concessie voldoen aan de gestelde norm in paragraaf 4.2; b. ZE-transitie: aantal en aandeel Dienstregelinguren die gereden worden met Zero-Emissievoertuigen; c. punctualiteit: de mate waarin de Lijnen behorend tot de Concessie voldoen aan de gestelde normen in paragraaf 4.3; d. OV-gebruik in termen van reizigersaantallen en reizigerskilometers; e. Reizigersopbrengsten per Lijn, waarbij het detailniveau van de rapportage in de Implementatieperiode van de Concessie wordt afgestemd; f. aantallen klachten en aantallen Incidenten, en g. eventuele aanvullende KPI’s ter monitoring van de doelen van de Concessie die de Concessiehouder en de Concessieverlener gezamenlijk overeenkomen. Op verzoek van de Concessieverlener stelt de Concessiehouder de maand- en kwartaalrapportages beschikbaar aan het ROCOV.

14.3.2

De Concessiehouder stelt na afloop van ieder Dienstregelingjaar een jaarrapportage op waarin die ten minste: a. de voortgang van de uitvoering van de aangekondigde plannen en marketingactiviteiten verantwoordt; b. de ontwikkelingen in het aanbod, de uitvoeringskwaliteit, het gebruik, de Reizigersopbrengsten van het Openbaar Vervoer analyseert; c. de ontwikkelingen in de KPI’s als genoemd in eis 14.3.1 beschrijft en duidt, en d. de reizigerstevredenheid aan de hand van de uitkomsten van de Klantenbarometer of diens opvolger(s) analy­ seert en ingaat op de manier waarop die zich inspant om het reizigerstevredenheid oordeel te verbeteren.

14.3.3

In alle gevallen zorgt de Concessiehouder ervoor dat de cijfers die in de in eisen 14.3.1 en 14.3.2 genoemde rapportage worden opgenomen aansluiten op en herleidbaar zijn uit de gegevens die de Concessiehouder aan de Concessieverlener en Derden verstrekt

14.3.4

De Concessieverlener monitort ook zelf de uitvoeringskwaliteit, onder andere via mystery guests. De Concessie­ houder ontvangt een rapportage van de monitoring.

14.3.5

Concessiehouder dient Ritten via het IVS en het exploitatiebeheerssysteem te volgen en loggen, onder meer voor het controleren van de punctualiteitsnormen en aansturing van realtime Reisinformatie. Het aantal niet-gevolgde/ niet-gelogde Ritten van het Regulier OV bedraagt maximaal 2%.

14.3.6

De Concessiehouder stelt jaarlijks een Jaarrapportage Assets op waarin de staat van de Assets worden beschreven die onder de Overnameregeling vallen. De Jaarrapportage Assets voldoet aan de eisen zoals geformuleerd in Bijlage 4 Jaarrapportage Assets. De Concessiehouder bespreekt een concept van de Jaarrapportage Assets uiterlijk in het eerste kwartaal van het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarop de Jaarrapportage Assets betrekking heeft met de Concessieverlener.

14.3.7

De Concessiehouder streeft continu naar een verbetering van de uitvoeringskwaliteit.

14.3.8

Ingeval de prestaties van de Concessiehouder ten aanzien van een KPI achterblijven bij de overeengekomen norm volgt de Concessieverlener de stappen zoals beschreven in Bijlage 5 Protocol Sturing.

67

PVE OV-concessie NoordWest Noord-Holland - Zaaknummer: 2458035

Provincie Noord-Holland

BIJLAGE 1: VERVOERKUNDIG KADER CONCESSIEVERLENING NOORDWEST NOORD-HOLLAND Vervoerkundig kader aanbesteding Concessie NoordWest Noord-Holland In dit document lichten wij toe hoe de Visie Publieke Mobiliteit en de Nota van Uitgangspunten voor de Concessie NoordWest Noord-Holland 2028-2041/2043 vertaald is naar vervoerkundige kaders ten behoeve van het Programma van Eisen en de overige aanbestedingsdocumenten voor de aanbesteding van de Concessie.

Van beleid naar Bussen op straat In de Nota van Uitgangspunten zijn de uitgangspunten voor de aanbesteding op basis van de vastgestelde Visie Publieke Mobiliteit van de Provincie Noord-Holland vastgelegd. In de aanbesteding zelf worden deze uitgangspunten geoperationaliseerd in criteria voor het verlenen van de Concessie. Hierbij zijn twee documenten relevant: 1. In het Programma van Eisen worden de verplichtingen opgenomen waar de vervoerder tijdens de hele concessieperiode aan moet voldoen. Het Programma van Eisen beschrijft zo het minimum­ niveau aan openbaar vervoer dat elke vervoerder moet bieden. 2. In het Bestek worden de Gunningscriteria geformuleerd op basis waarvan de Inschrijvingen van vervoerders worden beoordeeld. De Gunningscriteria stimuleren vervoerders om extra aanbod ten opzichte van het minimumniveau aan te bieden en dit aanbod zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de doelen voor het Openbaar Vervoer zoals opgenomen in de Nota van Uitgangspunten. Beide documenten hebben dus complementaire functies om de vervoerders te sturen in het aanbieden van Openbaar Vervoer, passend bij de wensen en verwachtingen van de Provincie en overige belang­ hebbenden zoals Gemeenten en reizigersorganisaties. In dit document beschrijven wij hoe vanuit de Nota van Uitgangspunten vervoerkundige keuzes zijn vertaald naar het Programma van Eisen en de Gunningscriteria.

Tabel 1: Hiërarchie van de uitwerking van het vervoerkundige aanbod van de nieuwe concessie. Beleidsmatig niveau

Visie Publieke Mobiliteit

Strategisch niveau

Nota van Uitgangspunten Concessie NWNH

Aanbestedingsniveau

Programma van Eisen

Bestek met gunningscriteria

Operationeel niveau

Minimum aanbod aan vervoer

Extra aanbod aan vervoer

Voor beide huidige concessiegebieden zijn in samenspraak met stakeholders ov-ontwikkelperspectieven opgesteld – het Ontwikkelperspectief Noord-Holland-Noord40 en het Ontwikkelperspectief Zuid-Kennemerland IJmond41. De ov-ontwikkelperspectieven beschrijven de ontwikkelrichtingen voor de komende jaren. De vervoer­ kundige kaders voor de aanbesteding worden zo opgesteld dat ze compatibel zijn met de ov-ontwikkel­ perspectieven. De focus in dit proces ligt voor de aanbesteding op het formuleren van de eisen aan 40 41

https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/Ruimtelijke_inrichting/Projecten/Regie_op_de_Ruimte/ Ontwikkelperspectief_Noord_Holland_Noord https://www.noord-holland.nl/bestanden/pdf/Verkeer_Vervoer/2025%20Ontwikkelperspectief%20OV%20ZuidKennemerland%20IJmond.pdf

PVE OV-concessie NoordWest Noord-Holland - Zaaknummer: 2458035

68

Provincie Noord-Holland

vervoerders. De wensen worden verwerkt in de criteria voor de beoordeling. Anders dan in de ov-ontwikkelperspec­ tieven wordt in de vervoerkundige kaders daarom niet op het concrete lijnennetwerk ingegaan. Daarbij wil de Provincie vervoerders de ruimte te bieden om de ov-ontwikkelperspectieven op termijn door te kunnen voeren.

Van doelstellingen naar uitgangspunten Vervoerkundige doelstellingen In de Nota van Uitgangspunten heeft de Provincie drie kerndoelen voor de Concessie gedefinieerd. 1. Bereikbaarheid Het Openbaar Vervoer dient de bereikbaarheid van en binnen het Concessiegebied te verbeteren. Daarmee is een net­ werk aan Openbaar Vervoer bedoeld dat voor zoveel mogelijk mensen voor zo veel mogelijk relevante bestemmingen op alle relevante tijdstippen een aantrekkelijke reisoptie is. Hiervoor dient het Openbaar Vervoer gebundeld te worden op Verbindingen waarop tijdens een zo lang mogelijke bedieningsperiode veel reismogelijkheden naar een groot aantal bestemmingen geboden worden. De focus ligt op een eenvoudig te begrijpen en te gebruiken netwerk. Dit netwerk bestaat uit (hoog)frequente, snelle, zeer betrouwbare en directe Verbindingen binnen en tussen gebieden met een hoge dichtheid aan relevante bestemmingen. De Bus richt zich daarbij op Verbindingen in aanvulling op het netwerk aan treinen. Met deze utilitaristisch begrepen focus op bereikbaarheid 42 kan het Openbaar Vervoer bijdragen aan de klimaatopgave, de verdichtingsopgave, de verbetering van het vestigingsklimaat voor bedrijven en de reductie van de auto-afhankelijkheid. 2. Inclusiviteit Het Openbaar Vervoer dient als onderdeel van het netwerk aan Publieke Mobiliteit inclusief te zijn.

Voor het gehele netwerk van Publieke Mobiliteit geldt hiervoor als uitgangspunt de beschikbaarheid voor iedereen in de regio en dat op zoveel mogelijk tijdstippen. Het Openbaar Vervoer dient in dit netwerk een belangrijke rol te vervullen. Daarbij heeft het Openbaar Vervoer de primaire opgave om tijdens een zo lang mogelijk zo veel mogelijk Kernen aan te sluiten op het netwerk en korte loopafstanden tot Haltes te bieden. Het Openbaar Vervoer wordt daarbij aangevuld met deelvervoersystemen die geen onderdeel van de Concessie zijn. Een vorm van Flex-vervoer kan wel onderdeel van de Concessie voor Openbaar Vervoer worden. Als alternatief zou de Provincie erop inzetten dat ritten bij het regionale doelgroepenvervoer bijgekocht worden. 3. Duurzaamheid Het Openbaar Vervoer dient bij te dragen aan het duurzame vervoer van (grote) reizigersstromen. Dit doel heeft dezelfde vervoerkundige implicaties als het doel Bereikbaarheid.

Regiogerichte aanpak bij de afweging van doelen De Provincie realiseert zich dat de doelen (1) en (3) (samen in het vervolg: Bereikbaarheid) en (2) Inclusiviteit een vervoer­ kundig spanningsveld vormen. Het doel Inclusiviteit vraagt om maximale spreiding van het aanbod in tijd en ruimte om een (zo ver mogelijk) dekkende ontsluiting tijdens een zo lang mogelijke periode van het concessiegebied te borgen. Het doel Bereikbaarheid vraagt daarentegen door de utilitaristische interpretatie juist om het bundelen van het aanbod op corridors waar en wanneer mensen het meeste er van profiteren en daarom op termijn veel reizigers te verwachten zijn. Beschikbare middelen moeten verdeeld worden tussen beide doelstellingen. Dit vergt een heldere afweging tussen beide doelstellingen die als leidraad voor de Provincie en de vervoerder moet dienen voor de ontwik­ keling van het vervoeraanbod. De nieuwe Concessie NoordWest Noord-Holland kent diverse regio’s met verschillende vormen van stedelijkheid en doelgroepen. Deze regionale kenmerken beïnvloeden de rol van het Openbaar Vervoer in het betreffende gebied. Terwijl beide doelen in het hele Concessiegebied van belang zijn, ligt het accent per regio telkens anders. In landelijke gebieden ligt de kracht van het Openbaar Vervoer voornamelijk in het bieden van toegang tot voorzieningen.

Op Verbindingen tussen grotere Kernen en in stedelijke gebieden speelt het Openbaar Vervoer een grotere rol voor het doel bereikbaarheid.

42

De Provincie baseert zich op het ”utilitaristische” bereikbaarheidsperspectief, zoals bijvoorbeeld toegelicht in www.kimnet.nl/ documenten/2022/08/08/rechtvaardig-mobiliteitsbeleid. Ontwikkelingen ten aanzien van het sufficiëntaristische en/of egalitaristische bereikbaarheidsperspectief worden daarentegen hoofdzakelijk begrepen als onderdeel van het doel ”inclusiviteit”.

PVE OV-concessie NoordWest Noord-Holland - Zaaknummer: 2458035

69

Provincie Noord-Holland

Regiospecifieke uitgangspunten De Provincie heeft voor vier gebieds- en corridortypen de onderstaande uitgangspunten over de afweging tussen de doelen geformuleerd. Daarnaast zijn uitgangspunten voor de bediening van Texel en de algemene evenredige verdeling van het vervoeraanbod tussen regio’s opgesteld. De uitgangspunten zijn de basis voor het Programma van Eisen en

de Gunningscriteria. De ambities ten aanzien van het doel Inclusiviteit impliceren een vast basisaanbod voor alle Kernen. Dit is voor een groot deel in het Programma van Eisen vastgelegd. Voor het doel Bereikbaarheid biedt de Provincie de

vervoerder meer vrijheid om op basis van de potentie van Verbindingen het aanbod voor zo veel mogelijk Reizigers te verbeteren. Dit doel wordt daarom vooral via de Gunningscriteria vormgegeven. De Gunningscriteria sturen zo op verbeteringen ten opzichte van het in het Programma van Eisen vastgelegde basisaanbod. Deze verbeteringen dienen in lijn te zijn met de opgaven voor het Openbaar Vervoer per regio. Inschrijvers worden via de Gunningscriteria gevraagd om voor (nader te bepalen) deelgebieden van het Concessiegebied een passend vervoer­a anbod uit te werken dat per deelgebied rekening houdt met de afweging tussen de doelen voor alle onderstaande gebieds- en corridortypen.

Uitgangspunt 1: Garantie inclusief bedieningsniveau landelijk gebied Voorbeelden voor regio’s: Gemeente Hollands Kroon, gemeente Koggenland

Kenmerken van het Openbaar Vervoer: Op Verbindingen van en naar kleine Kernen (0-5.000 inwoners) ligt de focus van het Openbaar Vervoer op de doelstelling Inclusiviteit. Buurtbuslijnen en een aantal vaste Lijnen met Haltes in (of dichtbij) de dorpskernen houden het Openbaar Vervoer ook in zeer kleine Kernen zichtbaar en toegankelijk voor iedereen. Bewoners en bestaande Reizigers zijn gehecht aan hun vaste Verbindingen met grotere Kernen en regionale voorzieningen. Ze hebben vaak als primaire behoefte langjarige zekerheid over het voortbestaan van hun Lijn. Opgaven voor het Openbaar Vervoer:

Inclusiviteit: Gezien het relatieve belang van de doelstelling Inclusiviteit is het wenselijk om ook kleine Kernen vaste reismogelijkheden te blijven bieden. De focus ligt daarom op het behoud van het huidige aanbod aan vaste Lijnen in termen van frequenties, reistijden, bedieningsperiodes en ontsluitingsniveau (loopafstanden tot Haltes). Prioritaire verbeteringen zijn een hoge(re) beschikbaarheid van reismogelijkheden tijdens de gehele bedieningsperiode en recht­ streekse verbindingen met relevante regionale voorzieningen, bestemmingsgebieden en Knooppunten. In zeer kleine Kernen zonder bedieningseis (<1.250 inwoners) die geen bediening per Buurtbus kennen, zijn aanvullende reismogelijkheden met kleinschalige mobiliteitsvormen (zoals Flex-vervoer) denkbaar, al dan niet als onderdeel van het Openbaar Vervoer.

Bereikbaarheid: Door het lage aantal bewoners en de grote afstanden tussen Kernen is de potentie voor uitbreidingen van het aanbod door bijvoorbeeld hogere frequenties beperkt. Voor Reizigers zijn een goed begrijpelijk aanbod met waar mogelijke dezelfde vertrektijden en goede Aansluitingen op Knooppunten wenselijk.

Uitgangspunten: De Provincie heeft als eerste doel voor de aanbesteding dat het huidige niveau van Openbaar Vervoer zo veel mogelijk voortgezet wordt. In het Programma van Eisen wordt via verplichte verbindingen naar Kernen het overgrote deel van het huidige bedieningsniveau (ca. 90%) vastgelegd.

Uitgangspunt 2: Versterking van de bereikbaarheid tussen (middel)grote kernen Voorbeelden voor regio’s: Verbindingen tussen middelgrote Kernen (zoals Julianadorp, Zandvoort aan Zee en Medemblik) en grote Kernen (zoals Alkmaar, Hoorn, Den Helder en Heerhugowaard).

Kenmerken van het Openbaar Vervoer: Op Verbindingen van middelgrote Kernen (5.000-25.000 inwoners) naar

grote Kernen (>25.000 inwoners) ligt de focus van het Openbaar Vervoer per Trein of Bus op het doel Bereikbaarheid. In de huidige situatie bieden Lijnen in een aantal gevallen hoge kwaliteitsstandaarden met hoge snelheden en frequenties van twee keer per uur overdag en vier keer per uur in de spits. Opgaven voor het Openbaar Vervoer:

Bereikbaarheid: Vanwege het hogere aantal bewoners bestaat op een aantal corridors de potentie om de bereikbaarheid verder te verbeteren. Dit kan door een voor Reizigers goed begrijpelijk aanbod, met waar mogelijk uniforme vertrek­ tijdstippen, snellere routes door grote Kernen, hogere frequenties, lange bedieningstijden, goede Aansluitingen op Knooppunten en waar zinvol doorkoppelingen over Knooppunten heen naar relevante bestemmingen te realiseren. Tussen Alkmaar en Heerhugowaard bestaat de kans om - met een sterkere bundeling van het aanbod op één hoog­ frequente Lijn - bij te dragen aan een kwaliteitsimpuls voor de bereikbaarheid.

Uitgangspunten: In het Programma van Eisen wordt voor de kansrijke regionale Verbindingen een verhoogd basis­ niveau geëist (Streeksprinter). Voor de Verbinding tussen Alkmaar en Heerhugowaard wordt voor één Lijn een hoger bedieningsniveau voorgeschreven (Stadsprinter).

PVE OV-concessie NoordWest Noord-Holland - Zaaknummer: 2458035

70

Provincie Noord-Holland

Uitgangspunt 3: Behoud van nabijheid in (middel-)grote Kernen Voorbeelden voor regio’s: Wijken van (middel)grote en grote Kernen

Kenmerken van het Openbaar Vervoer: In Wijken van (middel-)grote Kernen is het huidige Openbaar Vervoer

hoofdzakelijk gericht op de doelstelling Inclusiviteit. Het Openbaar Vervoer biedt een hoge dekking van het gebied met korte loopafstanden naar Haltes en voldoet daarmee aan de ambities voor dit doel. Verbindingen zijn meestal beperkt tot centrale bestemmingen zoals het treinstation en de binnenstad. Bewoners vinden het belangrijk dat deze Verbindingen blijven bestaan.

Opgaven voor het Openbaar Vervoer:

Inclusiviteit: Vanwege het relatieve belang van de doelstelling Inclusiviteit is het wenselijk om de huidige fijnmazige bediening van Wijken te behouden. Daarbij dienen directe Verbindingen naar relevante voorzieningen (zoals de binnenstad, kenniscentra en zorgvoorzieningen) in stand worden gehouden. Lange bedieningstijden en het behoud van de huidige frequenties zijn wenselijk om de inclusiviteit van het aanbod in de tijd te borgen.

Bereikbaarheid: De potentie voor uitbreidingen van het aanbod is beperkt tot Wijken met een hoge dichtheid aan woningen en bestemmingen. Verbeteringen door kortere reistijden en hogere frequenties zijn dan ook kansrijk waar potentie voor veel Reizigers bestaat. Ze moeten echter niet ten koste gaan van het huidige ontsluitingsniveau met korte loopafstanden. Voor overige Wijken zijn voornamelijk vergelijkbare maatregelen als in het landelijke gebied wenselijk. Waar kansrijk kunnen ook nieuwe doorkoppelingen van Lijnen over het centrale Knooppunt heen bijdragen aan kortere reistijden.

Uitgangspunten: Het Programma van Eisen voorziet, door eisen aan maximale afstanden naar Haltes per Wijk, in een fijnmazige ontsluiting. Het basisaanbod in het Programma van Eisen is opgesteld op basis van het huidige bedieningsniveau.

Uitgangspunt 4: Focus op betere bereikbaarheid in stedelijk gebied Voorbeelden voor regio’s: Haarlem & IJmond

Kenmerken: Het Openbaar Vervoer binnen het stedelijke gebied (Haarlem en IJmond) is in de huidige situatie gericht op een hoge ontsluiting en zeer korte loopafstanden naar Haltes. Daarmee voldoet het aan de ambities ten aanzien van het doel Inclusiviteit. Door lage frequenties en indirecte Routes op een aantal verbindingen hebben Reizigers echter ook lange reistijden. Daarom is het netwerk niet overal aantrekkelijk voor een brede groep mensen. Opgaven voor het Openbaar Vervoer:

Bereikbaarheid: In de huidige situatie wordt de potentie van het Openbaar Vervoer voor de bereikbaarheid niet volledig benut. Wenselijk is de ontwikkeling van een eenvoudig te begrijpen netwerk met (hoog-)frequente Lijnen dat sterker gericht is op verbindingen met een (potentieel) groot aantal reizigers. In sommige gebieden, zoals in Beverwijk en Heemskerk, kan hiervoor het aanbod sterker gebundeld worden op een centrale corridor.

Inclusiviteit: Net zoals in andere Kernen dient bij de inrichting van het netwerk rekening te worden gehouden met de behoeften van Reizigers voor wie langere loopafstanden een uitdaging zijn. Korte halteafstanden kunnen daarom wenselijk blijven in Wijken die in de huidige situatie fijnmazig ontsloten worden of waar aanpassingen tot zeer lange loopafstanden leiden (zoals bijvoorbeeld in Haarlem-Noord, binnen Schalkwijk en tussen Velserbroek en IJmuiden).

Uitgangspunten: In het Programma van Eisen worden hoogfrequente Lijnen (Stadsprinter/R-netlijnen) op specifieke trajecten in zeer dichtbebouwde gebieden voorgeschreven. De vervoerder heeft de ruimte om het aanbod sterker te bundelen op deze verbindingen. De inclusiviteit van het netwerk wordt gegarandeerd door de eisen aan maximale afstanden tot Haltes per Wijk.

Uitgangspunt 5: Een betrouwbaar aanbod op Texel Op Texel bestaan er door de verschillen tussen de seizoenen en het centrale belang van de verbinding naar de Veerhaven andere behoeften aan vervoer dan elders in de provincie. Tegelijkertijd heeft de provincie de ambitie om ervoor te zorgen dat het vervoeraanbod op Texel vergelijkbaar blijft met het aanbod in de rest van de provincie. De provincie hanteert daarom voor de bediening van Texel als uitgangspunt dat alle plaatsen op Texel bediend worden met een vorm van Openbaar Vervoer. Daarbij dienen ze over reismogelijkheden beschikken die Aansluiting bieden op alle afvaarten van de veerdienst van en naar Den Helder. De huidige bediening met de Texelhopper sluit volgens de Provincie vanwege het zeer hoge aantal Haltes minder goed aan bij deze uitgangspunten. Daarom worden hogere eisen aan de bediening met vaste Lijnen gesteld en wordt het Vraagafhankelijke Vervoer dusdanig opgezet dat per Kern en belangrijke bestemming op Texel minimaal een Halte bediend wordt. Vanaf deze haltes dienen vaste ritten geboden te worden naar centrale haltes in Den Burg en bij de Veerhaven die Aansluiting bieden van en naar de veerdienst en de vaste Lijnen.

Uitgangspunt 6: Evenredige verdeling tussen regio’s Naast de regiospecifieke uitdagingen ontstaat door de samenvoeging van de huidige 2 concessiegebieden een technische opgave voor de aanbesteding om te voorkomen dat er een onevenwichtigheid in het aanbod tussen regio’s ontstaat.

PVE OV-concessie NoordWest Noord-Holland - Zaaknummer: 2458035

71

Provincie Noord-Holland

De provincie hanteert daarbij als uitgangspunt dat in beide huidige concessiegebieden Noord-Holland Noord en Haarlem-IJmond een basisniveau via het Programma van Eisen wordt vastgelegd. Dit basisniveau borgt een groot deel van het huidige aanbod. Daarbovenop worden inschrijvers uitgedaagd om een aanbod passend bij de doelen en de kenmerken per regio uit te werken. Dit wordt vervolgens 1van de kerncriteria bij de beoordeling van de Inschrijvingen.

Nadere uitwerking binnen de aanbesteding De uitgangspunten per gebied worden ten behoeve van de aanbesteding nader uitgewerkt als eisen aan de vervoerder (Programma van Eisen) en wensen die het kader voor de beoordeling vormen (gunningscriteria). De provincie heeft daarbij per thema de volgende keuzes gemaakt:

1.1

Ontsluiting van het Concessiegebied

Te bedienen kernen In de huidige situatie biedt het Openbaar Vervoer Verbindingen naar een groot aantal Kernen. Bijna elke kern met meer dan 1.250 inwoners wordt bediend met een buslijn. Passend bij het uitgangspunt voor het landelijke gebied zet de provincie erop in dat dit bedieningsniveau grotendeels behouden blijft. Daarom wordt het overgrote deel van het huidige bedieningsniveau voor kleine Kernen opgenomen als eis in het Programma van Eisen. De vervoerder heeft op die manier nog een beperkte ontwikkelruimte om het aanbod tijdens de Concessie beter aan te laten sluiten bij Verbindingen passend bij de ov-ontwikkelperspectieven en veranderde reisbehoeften van bewoners. Een groot aantal van kleine Kernen worden in de huidige situatie bediend door Buurtbuslijnen. De provincie gaat ervan uit dat deze Lijnen voortgezet worden. Voor zeer kleine Kernen (< 1.250 inwoners) is geen bedieningseis opgenomen. Voor overige kleine Kernen wordt bovenop het aanbod van de Buurtbuslijn het huidige niveau van buslijnen uitgevraagd om te voorkomen dat er minder vervoer aangeboden wordt. Daarnaast geldt voor deze Kernen dat als een buurtbus opgeheven wordt, de vervoerder een vergelijkbaar alternatief moet bieden.

De Provincie heeft als wens om de inclusiviteit van het netwerk te vergroten door ook kleinere kernen 1 reismogelijk­ heid per uur met ofwel Vraagafhankelijk Vervoer of Flex-vervoer te bieden. Het aanbod van de Inschrijvers wordt daarom onder andere erop beoordeeld in hoeverre ook kleine Kernen bereikbaar blijven met het Openbaar Vervoer. De eisen en wensen worden als volgt opgenomen:

Te bedienen kleine kernen Programma van Eisen

Wens (gunningscriteria)

500-1.250 inwoners

Ontsluiting door bestaande Buurtbussen, geen aanvullende bedieningseis

1x per uur een reismogelijkheid met Flex-vervoer van/naar een dichtbijgelegen Knooppunt (trein-/ busstation)

1.250-2.500 inwoners

90% van het huidige bedienings­ niveau (aantal Ritten per dag) wordt gecontinueerd

100% van het huidige bedieningsniveau wordt gecontinueerd; daarbuiten 1x per uur een reismogelijkheid met Flex-vervoer

2.500-5.000 inwoners

Minimaal een vaste OV-lijn met een frequentie van 1x per uur op alle dagen van de week tot 23 uur (tenzij de Kern ook in de huidige situatie door alleen een Buurtbus bediend wordt)

100% van het huidige bedieningsniveau wordt gecontinueerd

Afstanden tot Haltes In de huidige concessie Noord-Holland-Noord zijn de lijnvoering en de te bedienen Haltes voor een groot deel vastgelegd. In de concessie Haarlem-IJmond daarentegen zijn functionele eisen gesteld aan de ontsluiting door middel van maximale afstanden tot Haltes. Daarbij gelden voor verschillende Lijntypes afwijkende eisen op basis van het principe: hoe beter het aanbod van een Lijn (frequenties en bedieningstijden), hoe langer de afstanden. Op basis van deze systematiek wordt de vervoerder de ruimte geboden om het netwerk passend bij de beoogde functie van het Openbaar Vervoer in te richten. In een op bereikbaarheid gericht aanbod zijn langere loopafstanden acceptabel, mits korte wacht­ tijden op de Halte gegarandeerd zijn. In een op inclusiviteit gericht aanbod zijn daarentegen kortere loopafstanden wenselijk met lagere frequenties. Het aantal te ontsluiten inwoners verschilt daarnaast per gebiedstype. In dichtbebouwd, stedelijk gebied is vaak een groter aantal Haltes nodig om inwoners te ontsluiten. Daarom moeten loopafstanden tot Haltes hier korter zijn dan in meer landelijke gebieden. De provincie kiest daarom ervoor om voor loopafstanden tot Haltes verschillende eisen te stellen passen bij het betreffende gebied.

PVE OV-concessie NoordWest Noord-Holland - Zaaknummer: 2458035

72

Provincie Noord-Holland

In de Visie Publieke Mobiliteit is daarnaast aangegeven dat voor het Basisnet (Lijnen met een primaire functie voor de inclusiviteit van het netwerk) afstanden van tussen de 400 en 600 meter dienen te zijn. De Provincie kiest ervoor om de systematiek van de huidige concessie Haarlem-IJmond in het Programma van Eisen over te nemen en aan te sluiten bij de Visie Publieke Mobiliteit met de volgende criteria: • In elke Kern met >1.250 inwoners en in elke wijk met >2.000 inwoners en een bevolkingsdichtheid van minimaal 1.200 inwoners per km/2 binnen een grotere kern (>25.000 inwoners) heeft minimaal 90% van de woonadressen een bushalte of een treinstation binnen een acceptabele loopafstand. Hierbij zijn uitzonderingen nodig voor situaties waar door bijvoorbeeld infrastructurele beperkingen niet aan deze normen kan worden voldaan. Daarom geldt generiek dat als alternatief de bediening van de bestaande Haltes in de huidige situatie volstaat. • Als acceptabele afstand tot een Halte geldt een Hemelsbrede afstand van:

Afstanden

Van een adres naar

400 meter

Een bushalte van een laagfrequente Lijn (zie hieronder bij netwerk) of een NS-station met een (laag­ frequente) Sprinterbediening.

600 meter

Een bushalte van een hoogfrequentie Lijn (zie hieronder bij netwerk).

800 meter

Een NS-station met een (hoogfrequente) Sprinterbediening of Intercity-bediening.

Met deze criteria wordt grotendeels aangesloten bij de huidige afstanden tot Haltes. In landelijke gebieden zijn wijzigingen in de bediening niet aannemelijk. In stedelijke gebieden (met name Haarlem en IJmond) wordt de ver­ voerder gestimuleerd om een netwerk van Lijnen met hogere frequenties aan te bieden passend bij de uitgangspunten.

1.2

Opbouw van het netwerk aan Lijnen

Uitgangspunten netwerk aan Lijnen In de Visie Publieke Mobiliteit staan heldere ambities voor de verbetering van de bereikbaarheid op basis van de volgende uitgangspunten: • Van 6.00 tot 1.00 uur dient altijd een vorm van Publieke Mobiliteit beschikbaar te zijn;

• Het lijnennet is ingedeeld in hoogfrequente R-net-Lijnen (6x per uur in de spits), Plusnet-lijnen op Verbindingen met een grote Vervoervraag (minimaal 2x per uur overdag en 4x per uur in de spits) en Basisnet-lijnen op overige vaste Verbindingen (minimaal 1x per uur overdag). In het Ontwikkelperspectief Zuid-Kennemerland IJmond is daarnaast het uitgangspunt gedefinieerd dat alle Lijnen een frequentie van minimaal 2x per uur kennen. Om deze ambities te realiseren is een transitie van het Lijnennet nodig: van een netwerk met een grotendeels ontsluitend karakter en lage frequentie op de meeste Lijnen (passend bij de doelstelling van een inclusief en toegankelijk netwerk), naar een lijnennetwerk met herkenbare hiërarchieën gebaseerd op een in principe evenredige, maar per regio passend bij diens kenmerken, verschillende uitwerking van de doelstellingen bereikbaarheid en inclusiviteit. In het landelijke gebied, waar de focus op de doelstelling Inclusiviteit ligt, wil de Provincie ervoor zorgen dat de Bestaande lijnen voortgezet worden. Dit geldt ook voor de Verbindingen met Wijken binnen grotere Kernen zoals in Hoorn, Alkmaar en Den Helder. Op de Verbindingen naar middelgrote Kernen en directe Routes binnen het stedelijke gebied ziet de Provincie daarentegen grote kansen om het netwerk passend bij de bereikbaarheidsopgave anders in te richten.

Daarom streeft de provincie op deze Verbindingen naar een hogere beschikbaarheid van het Openbaar Vervoer (hogere frequenties en langere bedieningstijden). Dit houdt ook in dat het netwerk eenvoudiger en vanzelfsprekender wordt voor de Reiziger. De voorkeur van de Provincie is een netwerk met frequente en betrouwbare Lijnen die zich op alle potentiële Reizigers richten ongeacht specifieke reismotieven en –tijdstippen. Deze Lijnen rijden voor zover mogelijk tijdens de hele bedieningsperiode, kennen geen routeafwijkingen en hebben een eenduidige functie in het netwerk (die ook via productformules, reis­ informatie en marketing helder gecommuniceerd worden). De Provincie ziet graag een voor Reizigers eenvoudig te begrijpen dienstregeling met een beperkt aantal van elkaar qua frequenties en vertrektijdstippen afwijkende periodes. Hierdoor kunnen het netwerk en de dienstregeling ook een centrale plek in communicatie en marketing richting potentiële Reizigers krijgen. Lijnen die gericht zijn op een specifieke doelgroep of een specifiek tijdstip van de dag, ziet de Provincie voor zover mogelijk graag geïntegreerd worden in Lijnen die de hele dag rijden. Daarnaast verwacht de Provincie dat de vervoerder het aanbod goed afstemt op het overige Openbaar Vervoer.

Dit doet de vervoerder door diens eigen concessiegrensoverschrijdende Lijnen voort te zetten en goed aan te sluiten bij het aanbod aan te gedogen Lijnen van andere concessiehouders in de regio. Dit maakt het netwerk eenvoudiger te begrijpen en versterkt het aanbod in het hele netwerk.

PVE OV-concessie NoordWest Noord-Holland - Zaaknummer: 2458035

73

Provincie Noord-Holland

Lijntypes en hun kenmerken Op basis van de uitgangspunten heeft de Provincie gekozen voor een gedetailleerdere uitsplitsing van de in de Visie Publieke Mobiliteit genoemde Lijntypes. De in het Programma van Eisen op te nemen Lijntypes sluiten zo beter aan bij de verschillende gebiedstypen: Kenmerken Lijntype

Lijntype in Visie Publieke Mobiliteit

(Indicatief) lijntype Programma van Eisen

Rol en kenmerken

R-net

R-net

Volledig binnen productformule R-net uitgevoerde Lijn: snel, hoogfrequent, herkenbare uitstraling

Plusnet (stad)

Stadsprinter

Snel en hoogfrequent op directe Verbindingen binnen stedelijk gebied en tussen zeer grote Kernen

Basisnet (stad)

Wijkverbinder

Betrouwbaar tussen Wijken en centrum of Knooppunten binnen grote Kernen

Plusnet (streek)

Streeksprinter

Snel tussen middelgrote en grote Kernen

Basisnet (streek)

Basisverbinder

Altijd beschikbaar tussen kleine en grote Kernen

Met deze categorisering van Lijntypes met bijhorende eisen wordt invulling gegeven aan de wens van de Provincie voor een netwerk met Lijnen met een heldere functie. Voor zover mogelijk is dit netwerk van Lijnen de hele bedienings­ periode beschikbaar en is de Dienstregeling voor Reizigers makkelijk te onthouden. Binnen stedelijk gebied gaat de voorkeur uit naar een netwerkstructuur met hoogfrequente hoofdlijnen en goede overstapmogelijkheden in plaats van een netwerk met parallel lopende laagfrequente Lijnen. Dit draagt bij aan een lijnennet dat voor Reizigers herkenbaar, eenvoudig te begrijpen en betrouwbaar is. Richting Reizigers dient dit netwerk gecommuniceerd te worden met behulp van maximaal 3 productformules. Voor Texel mag voor het Vraagafhankelijke Vervoer een eigen productformule gehanteerd worden.

Bedieningstijden en frequenties De eisen aan minimale frequenties en bedieningstijden per lijntype zijn in het Programma van Eisen grotendeels bepaald op basis van het huidige niveau. De provincie legt in de eisen bewust de focus op een betrouwbaar hoog aanbod tijdens de hele bedieningsperiode. De vervoerder wordt primair gevraagd om een aanbod met zo hoog mogelijke frequenties en bedieningstijden uit te werken. Dit aanbod dient tegelijkertijd bij te dragen aan een herkenbaar, eenvoudig en betrouwbaar netwerk. Voor de Lijnen met de hoogste frequenties (in ieder geval de Stadsprinters) is

daarom gekozen om buiten de Spits en de vroege avonduren beperkt hogere eisen te stellen. De wens van de Provincie

is dat Stadsprinters op alle dagen van de week tot in ieder geval 21 uur ’s avonds een frequentie van minimaal 4x per uur hebben. Dit maakt het Openbaar Vervoer op lange termijn aantrekkelijker voor een brede groep mensen met uiteenlopende reismotieven. Daarnaast faciliteert het trends zoals de flexibilisering van werktijden en de combinatie van werk met andere dagelijkse en niet-dagelijkse activiteiten. Daarnaast dient de vervoerder het concrete aanbod in termen van frequenties uit te werken met oog voor de voor (potentiële) Reizigers relevante tijdstippen. Op Verbin­ dingen met een hoog bedieningsniveau in de Spits biedt de Provincie de vervoerder bewust de ruimte om het aanbod aan te laten sluiten bij de Vervoervraag per Verbinding. De Provincie verwacht daarbij dat de vervoerder een aanbod uitwerkt dat minimaal vergelijkbaar is met het huidige niveau. De concrete eisen aan bedieningstijden en frequenties per lijntype zijn opgenomen het Programma van Eisen.

1.3

Verplichte Verbindingen in het netwerk

In de huidige concessies is het netwerk grotendeels gericht op bieden van rechtstreekse Verbindingen met Trein­ stations en stadscentra. In het landelijke gebied is het netwerk uitgewerkt volgens het visgraatprincipe door aan te takken op het treinnetwerk. Hierdoor heeft bijna elke Kern een Verbinding met Amsterdam en met andere grote Kernen binnen Noord-Holland met 1 overstap. De Provincie wil deze Verbindingen behouden en kiest daarom als uitgangspunt dat elke Kern in ieder geval een Verbinding zonder overstap met een Treinstation heeft. Waar dat kansrijk is, wordt een rechtstreekse Verbinding met het centrum van een stad geboden. Ter illustratie: voor een grote Kern als Wervershoof is het voortzetten van een snelle rechtstreekse Verbinding met het centrum en station van Hoorn in ieder geval wenselijk, omdat dit voor Reizigers altijd de snelste Verbinding is. Voor een Kern als Andijk mag de vervoerder kiezen: of een bediening die Reizigers met een overstap in Bovenkarspel-Grootebroek een snellere verbinding met Enkhuizen, Hoorn en andere bestemmingen biedt óf een comfortabele rechtstreekse busverbinding met Hoorn.

PVE OV-concessie NoordWest Noord-Holland - Zaaknummer: 2458035

74

Provincie Noord-Holland

De provincie hanteert daarom de volgende uitgangspunten: • Elke te bedienen Kern heeft een rechtstreekse Verbinding met minimaal 1 Treinstation (uitgezonderd Texel). Dit kan dus ook een NS-station met een (laagfrequente) Sprinterbediening zijn. • En elke Kern met minimaal 2.500 inwoners heeft een rechtstreekse Verbinding met een Knooppunt. Dit zijn de Treinstations Den Helder, Schagen, Hoorn, Bovenkarspel, Alkmaar, Beverwijk, Haarlem, Heemstede-Aerdenhout en binnen Haarlem het knooppunt Delftplein en vanaf oplevering knooppunt Haarlem Spaarnepoort.

Structurerende Verbindingen in het landelijke gebied Met deze eisen aan verbindingen eist de Provincie een groot deel van het huidige netwerk. Er bestaan in het landelijke gebied echter een aantal structurerende Verbindingen van het netwerk die niet op 1, maar op meerdere belangrijke Knooppunten gericht zijn. Zo biedt de huidige lijn 135 bijvoorbeeld een doorgaande Verbinding tussen Den Helder via Den Oever met Hoorn. Hierdoor is voor Reizigers op tussengelegen Kernen een rechtstreekse Verbinding naar beide plaatsen gegarandeerd. Daarnaast wordt door de overstap op de regionale lijn 350 een verbinding met 1 overstap naar Alkmaar en Friesland gegarandeerd. Om deze structurerende Verbindingen te behouden, neemt de Provincie in het Programma van Eisen een lijst met verplichte rechtstreekse Verbindingen op. Daarnaast beoordeelt de Provincie de Inschrijvingen ook op de connectiviteit en integraliteit van het aanbod (rechtstreekse reismogelijkheden en reis­ mogelijkheden met 1 overstap).

Streeksprinter (Plusnet streek) naar middelgrote kernen Van en naar middelgrote Kernen (>5.000 inwoners) bestaan in de huidige situatie een aantal snelle Verbindingen naar grotere Kernen, zoals de Verbinding tussen Medemblik en Hoorn via de A7. De Provincie streeft ernaar dat deze Verbindingen voortgezet en waar mogelijk verbeterd worden. In het Programma van Eisen wordt daarom geëist dat

een middelgrote Kern minimaal met een Streeksprinter (Plusnet streek) bediend moet worden. Volgens het Programma van Eisen kunnen vervoerders Kernen die nu een snelle Verbinding hebben (zoals Medemblik), niet via een langzame Route met elkaar verbinden (zoals bijvoorbeeld Medemblik – Wervershoof – Hoorn) om het aantal Lijnen (in NoordHolland-Noord) te reduceren.

Wijkverbinder (Basisnet stad) in grote kernen en steden Grotere Kernen (>25.000 inwoners) en steden beschikken in de huidige situatie over eigen stadsnetlijnen die recht­ streekse Verbindingen vanuit de Wijken naar stations of grote Knooppunten bieden. De Provincie zet erop in om deze Verbindingen vanuit alle Wijken voort te zetten. Als uitgangspunt geldt daarom dat elke Wijk een rechtstreekse Lijn naar een van de stations of Knooppunten heeft zoals Kernen met >2.500 inwoners. De eisen voor deze Lijnen zijn voor steden (>50.000 inwoners) bewust hoog (minimale frequenties van 2x per uur overdag) om het bedieningsniveau van Wijken in het hele Concessiegebied te borgen. Met name de grotere Kernen als Hoorn en IJmond (Beverwijk, Heemskerk en Velsen) hebben zo de garantie dat het bedieningsniveau minimaal gelijk blijft. In steden zoals Haarlem en Alkmaar wordt tegelijkertijd de dichte ontsluiting van de Wijken geborgd. Dit heeft daarnaast als gevolg dat vweinig aantrekkelijke Verbindingen met een uurdienst op stadslijnen worden voorkomen. In andere grotere Kernen (25.000-50.000 inwoners) zoals Den Helder geldt daarentegen een lagere eis (1keer per uur) om de dichte ontsluiting van alle Wijken te garanderen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16787432/1