CConstaterende datHeemskerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Etfal onderbouwing met bijlagen

Raadsvergadering 25 juni 2026, gemeente HeemskerkBij agendapunt: Raadsvoorstel Verzwaard advies bouw flexwoningen Huibert Pootstraat16.038 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

T 085 401 05 67 E info@lodewijckgroep.nl W www.lodewijckgroep.nl

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL-motivering)

Huibert Pootstraat, Heemskerk

HDO Groep Versie: Definitief 7 mei 2026

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

Inhoudsopgave 1

Inleiding ........................................................................................................................... 3 1.1

Aanleiding .................................................................................................................... 3

1.2

Ligging en begrenzing plangebied .................................................................................... 3

1.3

Geldend Omgevingsplan................................................................................................. 4

1.4

Planproces.................................................................................................................... 8

1.5

Leeswijzer .................................................................................................................... 9

2

Bestaande en toekomstige situatie ................................................................................. 10 2.1

Bestaande situatie ........................................................................................................ 10

2.2

Toekomstige situatie..................................................................................................... 11

3

Beleid en regelgeving ..................................................................................................... 16 3.1

Inleiding ..................................................................................................................... 16

3.2

Rijksbeleid................................................................................................................... 16

3.3

Provinciaal en regionaal beleid ....................................................................................... 21

3.4

Gemeentelijk beleid ...................................................................................................... 24

4

Milieu- en omgevingsaspecten ........................................................................................ 27 4.1

Milieueffectrapportage .................................................................................................. 27

4.2

Bodem ........................................................................................................................ 28

4.3

Archeologie en Cultuurhistorie ....................................................................................... 29

4.4

Ecologie ...................................................................................................................... 31

4.5

Geluid van wegen, spoorwegen en industrieterreinen ........................................................ 35

4.6

Luchtkwaliteit .............................................................................................................. 37

4.7

Geluid door activiteiten, geur en trillingen ....................................................................... 39

4.8

Omgevingsveiligheid ..................................................................................................... 41

4.9

Kabels, leidingen en telecommunicatie installaties ............................................................ 43

4.10

Water en klimaatadaptatie ............................................................................................ 44

4.11

Windhinder .................................................................................................................. 47

4.12

Lichthinder .................................................................................................................. 48

4.13

Beschermen van de gezondheid ..................................................................................... 49

4.14

Verkeer en parkeren ..................................................................................................... 50

5

Wijziging Omgevingsplan ............................................................................................... 53

6

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid ........................................................ 54 6.2

7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................... 54 Conclusie ........................................................................................................................ 56

Pagina 2 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

1

Inleiding

1.1 Aanleiding HDO Groep (hierna initiatiefnemer) is voornemens 65 flexwoningen te realiseren aan de Huibert Pootstraat te Heemskerk. De woningen zullen als een appartementencomplex worden opgesteld waarbij een deel vier etages zal bedragen en een deel drie etages. Hierin zullen verschillende formaten van appartementen worden gerealiseerd. Momenteel is er binnen het plangebied een speeltuin aanwezig en staan er een aantal garageboxen, de garageboxen zullen worden gesloopt en de speeltuin zal worden verplaatst ten behoeve van de ontwikkeling. Het initiatief past niet binnen de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het vigerende omgevingsplan, daarmee is sprake van strijdigheid met dit omgevingsplan. Om af te wijken van het omgevingsplan dient er een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) worden verleend. In voorliggende ETFAL-motivering wordt aangetoond dat er met de plannen sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL), daarmee wordt voldaan aan de wettelijke eisen zoals gesteld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). 1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt ten Noordoosten van Heemskerk aan de Huibert Pootstraat. De wijdere omgeving van het plangebied kenmerkt zich als woonwijk met zowel rijtjes huizen als appartementencomplexen.

Om de wijk Oosterzij, waarin het plangebied zich bevindt, ligt een parkgebied met daardoorheen een watergang. Ook zijn er in de nabijheid van het plangebied een aantal voorzieningen zoals bushaltes, winkels en eetgelegenheden. Het plangebied staat kadastraal bekend als Gemeente Heemskerk, sectie D, perceelnummers: ▪ 3357 ▪ 4351 ▪ 4809 ▪ 4808 ▪ 11019 Hiervan valt perceelnummer 11019 enkel voor een klein deel binnen het plangebied.

Pagina 3 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

Afbeelding 1.1: ligging plangebied

1.3 Geldend Omgevingsplan Het plangebied is gelegen binnen het omgevingsplan ‘Omgevingsplan gemeente Heemskerk’ (hierna: omgevingsplan). Het omgevingsplan bestaat uit een nieuw en tijdelijk deel. Het nieuwe deel van het omgevingsplan is momenteel nog leeg. In het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de bruidsschatregels en de regels uit de bestaande ruimtelijke plannen zoals bestemmingsplannen. 1.3.1 Tijdelijk deel: De Bruidsschat Van rechtswege opgenomen in het tijdelijk deel is de bruidsschat (hoofdstuk 22 van het omgevingsplan). Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verhuist een aantal regels van het rijk naar de gemeente door middel van de bruidsschat. De regels uit de bruidsschat zijn automatisch in het tijdelijk deel van het omgevingsplan geland. Hierdoor worden de bruidsschatregels niet meer op rijksniveau geregeld, maar lokaal. De gemeenten dienen vervolgens zelf een afweging te maken hoe zij de onderwerpen uit de bruidsschat willen regelen en wat zij wel en niet over willen nemen in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Van belang is dat regels moeten voldoen aan artikel 4.2 lid 1 van de Omgevingswet: de regels moeten nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Bovendien moeten de regels voldoen aan de instructieregels voor omgevingsplannen die zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De regels uit de bruidsschat zijn beleidsneutraal overgenomen, hierdoor voldoen niet alle bruidsschat regels aan het Bkl. Dat betekent dat de gemeenten in ieder geval die artikelen moeten gaan omzetten of schrappen. Dit geldt onder meer voor de instructieregels voor trillingen van geluid (paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl).

Pagina 4 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

Doorwerking planinitiatief Indien noodzakelijk wordt in hoofdstuk 3 per omgevingsaspect getoetst aan de bruidsschatregels. Voorts worden de instructieregels van het Bkl aangehouden, zodat later het verwerken van de BOPA in het omgevingsplan probleemloos kan worden uitgevoerd. 1.3.2 Tijdelijk deel: Ruimtelijke plannen Op grond van artikel 22.1 onder a van de Omgevingswet gelden de regels uit voormalige ruimtelijke plannen van rechtswege voor het tijdelijke omgevingsplan na het in werking treden van de Omgevingswet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de terminologie veranderd. Onder de Omgevingswet spreekt men niet meer van ‘bestemmingen’ maar ‘functies’. Om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de huidige wetgeving wordt in voorliggende goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving waar mogelijk niet meer gesproken over ‘bestemmingen’ maar ‘functies’. Voor een goede leesbaarheid worden de geldende bestemmingen nog wel ‘bestemming’ genoemd. Binnen het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Woongebied I’ (vastgesteld 18 juli 2012).

Hierin zijn de volgende bestemmingen opgenomen ter plaatse van het plangebied: ▪ Bestemming ‘Groen’ (artikel 10) ▪ Bestemming ‘Wonen - 1’ (artikel 21) ▪ Bestemming ‘Bedrijf’ (artikel 4) ▪ Bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ (artikel 19) ▪ Bestemming ‘Waarde – Archeologie – 4’ (artikel 26) Daarnaast gelden er ook nog enkele functieaanduidingen: ▪ Nutsvoorziening ▪ Garage Bij de bestemming ‘Bedrijf’ is een bouwvlak aangegeven.

Afbeelding 1.2: afbeelding bestemmingen geldend binnen het plangebied (Bron: regels op de kaart) Pagina 5 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

Bestemmingsplan ‘Woongebied I’ Bestemming ‘Groen’ (artikel 10) 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen, water, speelvoorzieningen, parkeren, in- en uitritten en voet- en fietspaden; b. extensieve dagrecreatie; c. kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; d. geluidswerende voorzieningen; e. bergbezinkbassins ten behoeve van regenwateropvang; f. verhardingen; g. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen en kunstobjecten. 10.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 10.2.1 Gebouwen a. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste 3 m; Strijdigheden Onderhavig planinitiatief zal voorzien in de realisatie van 65 woningen. Dit past niet binnen de gebruiksregels van de bestemming ‘Groen’ en is derhalve strijdig met artikel 10.1. Daarnaast staat in de bouwregels dat de maximale bouwhoogte van gebouwen drie meter bedraagt. De woningen zullen worden gerealiseerd tot een hoogte van 13 meter. Hiermee is het planinitiatief ook strijdig met de bouwregels in artikel 10.2.1. Bestemming ‘Wonen - 1’ (artikel 21) 21.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'garage': uitsluitend garages en bergplaatsen ten behoeve van de woningen; b.

bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals tuinen, erven, parkeervoorzieningen en water. 21.2.3 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen a. de afstand tussen de bestemming 'Water' en aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten minste 1 m; b. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m; c. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 4,5 m; d. in afwijking van het bepaalde in artikel 21.2.3 onder d van het geldende bestemmingsplan, bedraagt de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'garage' en 'maatschappelijk' niet meer dan 3 m; e. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 50% van het zij- en achtererf met een maximum van 60 m², met dien verstande dat voor bouwpercelen met een oppervlakte van meer dan 600 m² de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ten hoogste 10% mag bedragen van de oppervlakte van het zij- en achtererf, maar niet meer dan 90 m²;

Pagina 6 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

Strijdigheden Binnen het plangebied geldt ter plaatse van de bestemming ‘Wonen – 1’ ook de dubbelbestemming ‘garage’. In artikel 21.1 lid c staat beschreven dat ter plaatse van deze dubbelbestemming uitsluitend garages en bergplaatsen ten behoeve van de woningen mag worden gebouwd. Onderhavig planinitiatief is voornemens 65 flexwoningen te realiseren en is daarmee strijdig met de gebruiksregels in artikel 21.1. Daarnaast staat in artikel 21.2.3 lid d dat de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding ‘garage’ maximaal 3 meter mag bedragen. De woningen zullen worden gerealiseerd tot een hoogte van 13 meter. Hiermee is het planinitiatief ook strijdig met de bouwregels in artikel 21.2.3. Bestemming ‘Bedrijf’ (artikel 4) Binnen het plangebied geldt ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijf’ ook de dubbelbestemming ‘nutsvoorziening’. Deze nutsvoorziening is reeds gerealiseerd en zal niet worden veranderd door het planinitiatief. Derhalve zal deze ook niet strijdig zijn met de regels zoals beschreven in artikel 4. Bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ (artikel 19) 19.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen; b. bergbezinkbassins ten behoeve van regenwater opvang; c.

bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals geluidswerende voorzieningen, groen, parkeervoorzieningen, kunstobjecten, nutsvoorzieningen, ondergrondse vuilcontainers, voet- en fietspaden, in- en uitritten, verharding en water. 19.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 19.2.1 Gebouwen a. de oppervlakte van een gebouw en een nutsvoorziening bedraagt ten hoogste 15 m²; b. de bouwhoogte van overige gebouwen bedraagt ten hoogste 4 m. Strijdigheden De realisatie van flexwoningen is niet toegestaan binnen de gebruiksregels van artikel 19.1. Derhalve is onderhavig planinitiatief strijdig met dit artikel. Daarnaast geldt volgens artikel 19.2.1 lid c dat de bouwhoogte van overige gebouwen ten hoogste 4 meter bedraagt en volgens 19.2.1 lid a dat de oppervlakte van een gebouw maximaal 15m² mag zijn. Het gebouw overschrijdt de maximale oppervlakte en de woningen zullen worden gerealiseerd tot een hoogte van 13 meter. Hiermee is het planinitiatief ook strijdig met de bouwregels in artikel 19.2.1. Bestemming ‘Waarde – Archeologie – 4’ (artikel 26) 26.1 bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde – Archeologie – 4’ aangewezen gronden zijn – naast de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 26.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a.

op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 26.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; Pagina 7 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

b.

c.

ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; het bepaalde in dit lid onder b1 en b2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m²; 3. een bouwwerk dat zonder boor- en graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.

Strijdigheden Onderhavig planinitiatief is niet strijdig met de gebruiksregels zoals beschreven in artikel 26.1 gezien de archeologische waarde naast de andere op deze locatie geldende functies geldt. Daarnaast is onderhavig planinitiatief ook niet strijdig met de bouwregels als beschreven in artikel 26.2 gezien de bebouwde oppervlakte van het beoogde bouwwerk 900 m² zal bedragen. Dit blijft derhalve ruim onder de oppervlakte van 2500 m² zoals beschreven in artikel 26.2 lid c van het bestemmingsplan. Het aspect archeologie zal derhalve geen belemmering vormen voor onderhavig planinitiatief. 1.4 Planproces Op grond van artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet is het verboden om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten, tenzij het gaat om een geval dat bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen. Een reguliere procedure is namelijk het uitgangspunt onder de Omgevingswet, tenzij: ▪ Een MER moet worden gemaakt (artikel 16.50 Omgevingswet); ▪ Sprake is van een bij Algemene Maatregel van Bestuur aangewezen geval (artikel 1.65 Omgevingswet); ▪ Op verzoek of met instemming van de aanvrager (artikel 16.65 Omgevingswet); ▪ Het bevoegd gezag beslist dat er eventuele aanzienlijke gevolgen en mogelijke bedenkingen van belanghebbenden zullen plaatsvinden (artikel 16.65 Omgevingswet).

Ingevolge artikel 5.21, eerste lid, van de Omgevingswet is bepaald dat de beoordelingsregels worden gesteld met het oog op de wet. Voor een BOPA geldt dat er een omgevingsvergunning kan worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 5.21, lid 2 onder b). Ingevolge artikel 5.21, onder 2 lid c van de Omgevingswet geldt dat de instructieregels van provincie en rijk over omgevingsplannen ook van toepassing zijn op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Een BOPA moet voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het bevoegd gezag mag een omgevingsvergunning voor een BOPA alleen verlenen met het oog op een evenwichtige Pagina 8 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

toedeling van functies aan locaties dit is geregeld in artikel 8.0a, lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Met de voorliggende ETFAL wordt onderbouwd dat de beoogde activiteit in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat de activiteit uitvoerbaar is. Verder geldt dat er bij onderhavig initiatief sprake zal zijn van het adviesrecht en verplichte participatie van de gemeenteraad. Namelijk, de gemeenteraad maakt gebruik van haar adviesrecht, als bedoeld in artikel 16.15a, onder b van de Omgevingswet, bij aanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op ‘Lijst met gevallen verzwaard adviesrecht Heemskerk 2023’ van de gemeente Heemskerk: ▪ Het bouwen van meer dan 12 woningen binnen bestaand stedelijk gebied zoals is vastgelegd en vastgesteld in de Omgevingsverordening Noord-Holland, tenzij de aanvraag in overeenstemming is met een door de gemeenteraad vastgestelde omgevingsvisie of vastgestelde beleidskaders; Conclusie: Het onderhavig project ziet op de realisatie van meer dan 12 woningen, er worden namelijk 65 appartementen gerealiseerd. Verder betreft dit initiatief geen aanvraag die betrekking heeft op overige activiteiten zoals genoemd in de ‘Lijst met gevallen verzwaard adviesrecht Heemskerk 2023’ van de gemeente Heemskerk.

1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de huidige en nieuwe situatie beschreven. In hoofdstuk 3 wordt getoetst of het plan voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het planinitiatief wordt getoetst aan de beleidskaders en gestelde instructieregels van het Rijk, de provincie en het gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse milieu- en omgevingsaspecten en onderbouwd op welke manier de ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In hoofdstuk 5 wordt een opsomming gegeven van de omvang van het planinitiatief en de strijdigheden om probleemloos de BOPA te kunnen verwerken in het omgevingsplan. Hoofdstuk 6 gaat in op de uitvoerbaarheid van het planinitiatief. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 een conclusie gegeven.

Pagina 9 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

2

Bestaande en toekomstige situatie

2.1 Bestaande situatie In de bestaande situatie is het plangebied in gebruik als speeltuin. Daarnaast staat in het noorden van het plangebied een nutsvoorziening en zijn in het oosten van het plangebied garageboxen gelegen. Verder wordt de speeltuin omheind door een hekwerk en wordt het plangebied verder omringd door bomen en bosschages. In de grotere omgeving van het plangebied staan huizen en een parkomgeving.

Afbeelding 2.1: Aanzicht vanaf Huibert Pootstraat (Bron: Google Streetview)

Afbeelding 2.2: Aanzicht vanaf Potgieterstraat (Bron: Google Streetview)

Pagina 10 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

2.2 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie zullen zowel de garageboxen als de speeltuin worden gesloopt, waarbij de speeltuin naar een nieuwe locatie wordt verplaatst tegenover het plangebied. Hier zullen 65 flexwoningen worden gerealiseerd die voor de duur van twintig jaar zullen blijven staan. De flexwoningen worden gerealiseerd als appartementen, welke drie verschillende formaten zullen hebben. Hiervan zijn er 48 woningen van 25,07 m², 14 van 49,7 m² en 3 van 75,05 m². De appartementen zullen worden verdeeld over vier verdiepingen waarvoor ook vier trappenhuizen worden gerealiseerd. De trappenhuizen zijn door middel van een galerij verbonden met de appartementen (zoals te zien op afbeeldingen 2.3, 2.4, 2.5 en 2.6). Ook zullen een deel van de appartementen worden voorzien van balkons. Door het gebruik van meerdere voordeuren aan de openbare ruimte en het beperken van blinde gevels zal de sociale controle binnen de buurt worden bevorderd. Hierdoor ontstaat een actief plintniveau dat bijdraagt aan de sociale veiligheid en levendigheid van de straat. Op de daken van het gebouw zullen zonnepanelen worden gerealiseerd. Op de eerste verdieping wordt een gezamenlijke ruimte gerealiseerd waar alle bewoners gebruik van kunnen maken. Deze zal een belangrijke rol spelen in het versterken van sociale cohesie binnen het wooncomplex en de wijk.

Daarnaast zullen er ook twee bergingen worden gerealiseerd aan de oostzijde van de begane grond. De berging die tegen de hoofdingang wordt gerealiseerd zal fungeren als fietsenstalling voor de bewoners. Ten behoeve van deze flexwoningen zullen op het plangebied ook 30 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De nutsvoorziening op het plangebied zal niet worden veranderd en zal in de toekomstige situatie zijn functie behouden. De reeds bestaande bomen en bosschages om het plangebied heen zullen voor een deel moeten worden gesnoeid om te zorgen dat de takken niet conflicteren met de galerijen en trappen.

Pagina 11 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

Afbeelding 2.3: Nieuwe situatie plattegrond begane grond (Bron: initiatiefnemer)

Pagina 12 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

Afbeelding 2.4: Nieuwe situatie plattegrond eerste verdieping (Bron: initiatiefnemer)

Afbeelding 2.5: Nieuwe situatie plattegrond tweede verdieping (Bron: initiatiefnemer) Pagina 13 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

Afbeelding 2.6: Nieuwe situatie plattegrond derde verdieping (Bron: initiatiefnemer)

Afbeelding 2.7: Impressie vogelvlucht richting het noordwesten (Bron: initiatiefnemer) Pagina 14 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

Afbeelding 2.8: Impressie vanaf binnenplaats (Bron: initiatiefnemer)

Afbeelding 2.9: Impressie fietsenstalling en huiskamer vanaf Huibert Pootstraat (Bron: initiatiefnemer) Pagina 15 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

3

Beleid en regelgeving

3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het voor onderhavig planinitiatief relevante ruimtelijke beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleidskader vormt de formele basis voor ontwikkelingen in het plangebied is en daarnaast een onderbouwing voor de beleidskeuze die in het plan zijn gemaakt. 3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. De NOVI moet Nederland voorbereiden op de grote uitdagingen die de komende jaren opgepakt moeten worden. Internationale tot lokale ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering zijn voorbeelden van deze opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Ruimte, zowel boven- als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij de provincies, gemeenten en waterschappen. Inhoudelijke keuzes kunnen in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. De NOVI moet Nederland houvast bieden om keuzes voor de leefomgeving sneller en beter te kunnen maken. Ingrepen in de leefomgeving kunnen niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang.

In de NOVI zijn vier landelijke prioriteiten vastgesteld, aan de hand van deze prioriteiten is een toekomstperspectief voor 2050 vastgesteld en brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. De vier prioriteiten zijn: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling betreft geen ontwikkeling op rijksniveau. De ontwikkeling valt derhalve buiten de werking en doelstelling van het rijksbeleid. Het rijksbeleid vormt geen belemmering voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling. Gelijktijdig zal de ontwikkeling ook geen rijksbelangen in de weg staan.

Pagina 16 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

3.2.2 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving is één van de vier Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die invulling geven aan de Omgevingswet en bieden het juridisch kader voor maatschappelijke opgaven en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Besluiten die geheel over zijn gegaan naar het Besluit kwaliteit leefomgeving is bijvoorbeeld het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat ook de regels die het bevoegd gezag hanteert bij het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning, het opnemen van voorschriften in een omgevingsvergunning en het wijzigen van voorschriften of intrekken van een omgevingsvergunning. Waar voorheen dergelijke regels in een groot aantal wetten, AMvB’s en ministeriële regelingen verspreid stonden, zijn ze samengebracht in één hoofdstuk. Voor de BOPA gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Er mag alleen een vergunning worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Daarnaast gelden de beoordelingsregels uit artikel 8.0b en 8.0e van het Bkl.

In afdeling 5.1 van het Bkl zijn instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties opgenomen zoals: ▪ Waarborgen van de veiligheid; ▪ Beschermen van de waterbelangen; ▪ Beschermen van de gezondheid en van het milieu; ▪ Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed; ▪ Behoud van ruimte voor toekomstige functies; ▪ Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten; ▪ Gebruik van bouwwerken; ▪ Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In afdeling 5.2 van het Bkl zijn de instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving opgenomen zoals: ▪ Voorkomen van belemmeringen gebruik en beheer hoofdspoorwegeninfrastructuur en rijkswegen; ▪ Lokale spoorwegen binnen vervoerregio’s; ▪ Lozen industrieel afvalwater in openbaar vuilwaterriool. Doorwerking plangebied In hoofdstuk 4 van voorliggende onderbouwing wordt getoetst aan de instructieregels die in afdeling van 5.1 van het Bkl worden genoemd. Hierbij zal worden gemotiveerd dat met de ontwikkeling van het beoogde planinitiatief sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Pagina 17 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

3.2.2.1

Ladder voor duurzame verstedelijking

Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er behoefte aan stedelijke ontwikkeling is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. Hiervoor is de instructieregel Ladder voor duurzame verstedelijking opgesteld (paragraaf 5.1.5.4 van Bkl). Artikel 5.129g bevat regels over zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Voor de volledigheid is artikel 5.129g hieronder opgenomen. Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 3.

Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid.4. Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

In artikel 5.129g is niet aangegeven bij hoeveel woningen er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' is nader gespecificeerd in de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 april 2014. De Afdeling noemt in de uitspraak de uitgangspunten, die zij hanteert voor de beoordeling of een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel is om als stedelijke ontwikkeling te kunnen gelden. Op 28 juni 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzichtsuitspraak gedaan over de Ladder voor duurzame verstedelijking. Bij de realisatie van 11 woningen of minder is er geen sprake van stedelijke ontwikkeling (ECLI:NL:RVS:2015:2921). Indien de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is dient er wel aan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties te worden getoetst. Alhoewel deze jurisprudentie tot stand is gekomen onder de voorgaande wetgeving is er geen reden om aan te nemen dat deze niet toepasbaar is onder de Omgevingswet.

Pagina 18 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

Doorwerking planinitiatief Onderhavig planinitiatief is voornemens 65 flexwoningen te realiseren aan de Huibert Pootstraat te Heemskerk. Op basis van bestendige jurisprudentie kan vastgesteld worden dat de ontwikkeling wel aangemerkt wordt als stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 5.129 van het Bkl. Het is dan ook noodzakelijk om een laddermotivering op te stellen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling Gezien het planinitiatief de realisatie van 65 flexwoningen betreft wordt dit als een nieuwe stedelijke ontwikkeling gezien in de zin van artikel 5.129 van het Bkl. Het is hierdoor noodzakelijk een laddermotivering op te stellen voor het planinitiatief. Behoefte aan nieuwe woningen De gemeente Heemskerk laat in het document ‘Samen bouwen aan prettig wonen’ (opgesteld in samenwerking met gemeente Beverwijk) weten dat er binnen de gemeente tot het jaar 2030, 950 nieuwe woningen gerealiseerd dienen te worden. De gemeente laat hierbij weten de realisatie van flexwoningen te ondersteunen. Derhalve past het planinitiatief goed binnen deze visie van de gemeente. Bestaand stedelijk gebied Zoals te zien is in de visiekaart woongebied valt het plangebied binnen het gebied ‘zoeken naar mogelijke herstructurering en verbeteren kwaliteit in jaren 50/60 stempelwijken.

Hieruit kan worden opgemaakt dat het plangebied in reeds bestaand stedelijk gebied ligt en dat er binnen dit gebied wordt gezocht naar mogelijkheden om te herstructureren. Hierdoor kan worden beoordeeld dat het plangebied geschikt is voor herstructurering.

Afbeelding 3.1: visiekaart woongebied (Bron: omgevingsvisie gemeente Heemskerk)

Conclusie Er wordt voldaan aan de ladder duurzame verstedelijking.

Pagina 19 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

3.2.3 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) In het Besluit activiteiten leefomgeving staan regels van het rijk voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Tevens staat vermeld voor welke activiteiten een meld- of vergunningplicht geldt. Met het inwerking treden van de Omgevingswet wordt het begrip ‘inrichting’ vervangen door milieubelastende activiteit. Ingevolge de Begripsbepalingen (artikel 1.1 van de Omgevingswet) wordt met een milieubelastende activiteit het volgende bedoeld: “activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit.” In hoofdstuk 3 van de Bal is per bedrijfstak aangegeven welke activiteiten als milieubelastend moet worden aangemerkt. Op grond van artikel 5.1 lid 2 is het verboden om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, voor zover het gaat om een bij AMvB aangewezen geval. In hoofdstuk 4 en 5 van het Bal staan de inhoudelijke regels die gelden voor de milieubelastende activiteit. Naast de rijksregels kunnen er ook decentrale regels gelden voor milieubelastende activiteiten. Deze kunnen in het omgevingsplan, de omgevingsverordening of de waterschapverordening zijn opgenomen.

In de Bal worden verder nog regels opgesteld voor de volgende activiteiten: ▪ Activiteiten in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk (hoofdstuk 6); ▪ Activiteiten in de Noordzee (hoofdstuk 7); ▪ Activiteiten rond rijkswegen (hoofdstuk 8); ▪ Activiteiten rond spoorwegen (hoofdstuk 9); ▪ Activiteiten rond luchthavens (hoofdstuk 10); ▪ Activiteiten die de natuur betreffen (hoofdstuk 11); ▪ Landinrichtingsactiviteiten (hoofdstuk 12); ▪ Activiteiten die cultureel erfgoed betreffen (hoofdstuk 13); ▪ Activiteiten die werelderfgoed betreffen (hoofdstuk 14); ▪ Gelegenheid bieden tot zwemmen en baden (hoofdstuk 15); ▪ Grondwateronttrekkingen en ontgrondingen op land en in regionale wateren (hoofdstuk 16); ▪ Afval van schepen in binnenwateren (hoofdstuk 17). Doorwerking plangebied Het planinitiatief betreft geen activiteit zoals genoemd in hoofdstuk 3 van de Bal, derhalve is geen omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit vereist en geldt er ook geen informatie- of meldingsplicht op grond van het Bal.

Pagina 20 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

3.3

Provinciaal en regionaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie NH2050 De Omgevingsvisie NH2050 (vastgesteld 19 november 2018) geeft richting aan de ontwikkeling van Noord-Holland tot 2050. De centrale vraag is hoe de provincie economisch sterk kan blijven én tegelijk leefbaar, gezond en veilig. De kern van de visie is balans tussen economische groei en leefbaarheid. Economische ontwikkeling is nodig voor werkgelegenheid en investeringskracht. Tegelijk is een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving essentieel voor welzijn én voor een goed vestigingsklimaat. De visie biedt geen vast eindbeeld voor 2050, maar geeft ontwikkelprincipes en bewegingen mee om flexibel te kunnen inspelen op veranderingen zoals klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en economische transitie. In de omgevingsvisie staan een aantal hoofdthema’s beschreven waarbij de provincie haar ambities heeft opgesteld:

▪

Klimaatverandering: De ambitie van de provincie is een klimaatbestendig en waterrobuust NoordHolland. De provincie ontwikkelt en richt stad, land en infrastructuur klimaatbestendig en waterrobuust in. Daarnaast zet ze zich in om gebiedsgericht en in gezamenlijkheid de bodemdaling in veenweidegebieden af te remmen, te stoppen en zo mogelijk te herstellen.

▪

Gezondheid en veiligheid: De ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Dit betreft bodem, water, lucht, omgevingsveiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond.

▪

Biodiversiteit en natuur: De ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Zoals een gezonde leefomgeving, economisch duurzame landbouw, bodem- en waterkwaliteit, aantrekkelijke verstedelijking en klimaatadaptatie.

▪

Economische transitie: De ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. De Provincie biedt daarom ruimte aan de ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten.

▪

Wonen en Werken: De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt.

▪

Mobiliteit: De ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. De provincie stuurt op een optimale afstemming tussen ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur. Daarnaast streeft ze naar een vorm van basisbereikbaarheid voor kleine kernen.

▪

Landschap: De ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie.

Doorwerking plangebied Het planinitiatief zal 65 flexwoningen realiseren in bestaand stedelijk gebied. Deze woningen zullen worden gerealiseerd voor de duur van twintig jaar. Volgens de het thema ‘wonen en werken’ uit de omgevingsvisie is er op korte termijn een grote woningbehoefte, maar zal deze in de loop der jaren weer afnemen. Hierdoor zijn flexwoningen een gepaste oplossing. Door de modulaire bouw van de woningen kunnen deze na de loop van twintig jaar eenvoudig worden verplaatst en hergebruikt. Dit is in lijn met de visie van de provincie om duurzaam en circulair te bouwen. De realisatie van 65 flexwoningen past hierdoor binnen de ambities van de omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland. Pagina 21 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

3.3.2 Omgevingsverordening NH2022 De omgevingsverordening ‘NH2022’ (in werking sinds 12 februari 2026) (hierna: omgevingsverordening) is een provinciale regeling die, in lijn met de Omgevingswet, regels stelt voor de fysieke leefomgeving in Noord-Holland. Deze verordening bevat algemene regels voor activiteiten die invloed hebben op de omgeving, zoals voorwaarden voor het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden en voorschriften voor meldingen of vergunningsvragen. Daarnaast geeft de verordening instructies aan gemeenten en waterschappen over periodiek aangepast om te voldoen aan nieuwe wet- en regelgeving, beleidsontwikkelingen en praktijkervaringen. Doorwerking plangebied Ter plaatse van het plangebied gelden vier aanduidingen, zoals zichtbaar is op de interactieve kaart van het omgevingsloket: ▪ Datacenters uitgesloten ▪ Ontgrondingen ▪ Peilbesluit ▪ Provincie ▪ Regionale verdringingsreeks regio IJsselmeergebied

Afbeelding 3.2: uitsnede Noord-Hollandse omgevingsverordening. Plangebied ter plaatse van het paarse gebied (Bron: regels op de kaart)

Datacenters uitgesloten Binnen deze gronden is het niet toegestaan om datacenters te realiseren. Onderhavig planinitiatief is niet voornemens een datacenter te realiseren. Derhalve is deze aanduiding niet relevant. Ontgrondingen Binnen deze gebiedsaanduiding geldt dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een ontgrondingsactiviteit te verrichten die groter is dan 10.000 vierkante meter. Onderhavig planinitiatief zal geen ontgrondingen doen groter dan 10.000 vierkante meter, derhalve is deze aanduiding niet relevant voor onderhavig planinitiatief.

Pagina 22 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

Peilbesluit Binnen deze aanduiding geldt regelgeving omtrent het peilbesluit. Onderhavig planinitiatief is niet voornemens veranderingen aan te brengen die betrekking hebben op het peilbesluit. Derhalve is deze aanduiding niet relevant voor het planinitiatief. Provincie Deze gebiedsaanduiding geeft aan binnen welke provincie het gebied is gelegen en welke verordening er derhalve van kracht is. Voor onderhavig planinitiatief betreft dit provincie Noord-Holland waardoor de verordening NH2022 van kracht is. Regionale verdringingsreeks regio IJsselmeergebied Binnen deze aanduiding gelden aanvullende regels in het geval van een onmiddellijk of dreigend watertekort. Deze regelgeving heeft verder geen invloed op onderhavig planinitiatief. Derhalve is deze aanduiding voor het planinitiatief niet relevant. 3.3.3 Woondeal Noord-Holland Noord De woondeal voor Noord-Holland Noord beschrijft hoe de regio inspeelt op de grote druk op de woningmarkt, veroorzaakt door bevolkingsgroei, kleinere huishoudens en toenemende vraag vanuit de Metropoolregio Amsterdam. Hierdoor zijn er woningtekorten ontstaan en stokt de doorstroming. De regio wil tot 2030 tienduizenden woningen realiseren, vooral op goed bereikbare locaties nabij openbaar vervoer. Daarbij ligt de nadruk op binnenstedelijk bouwen rond OV-knooppunten, aangevuld met uitbreiding langs infrastructuurcorridors.

Tegelijk wil men de eigen identiteit en leefbaarheid van steden en dorpen behouden en versterken, met aandacht voor mobiliteit, duurzaamheid en economische ontwikkeling. Om deze opgave te realiseren werkt de regio met een intensieve publiek-private samenwerking, de zogeheten “woningmakers-aanpak”. Hierbij wordt ingezet op realistische planning, betere afstemming en flexibiliteit in regelgeving om woningbouw te versnellen. De focus ligt op betaalbare woningen voor starters, doorstromers en alleenstaanden, zodat de woningmarkt beter gaat functioneren. Ook wordt gewerkt aan betere bereikbaarheid en tijdelijke oplossingen zoals flexwoningen. De regio vraagt daarbij steun van het Rijk voor investeringen, aanpassing van regels en verbetering van infrastructuur, en wijst daarnaast op aanvullende uitdagingen zoals huisvesting van arbeidsmigranten en het gebruik van recreatieparken voor wonen. Doorwerking plangebied Het initiatief om 65 flexwoningen te realiseren binnen bestaand stedelijk gebied sluit aan bij de uitgangspunten van de woondeal voor Noord-Holland Noord. In de woondeal staat namelijk dat de regio prioriteit geeft aan binnenstedelijk bouwen, met name op goed bereikbare locaties en bij voorkeur nabij OV-knooppunten. Daarnaast wordt expliciet benoemd dat flexwoningen een belangrijk instrument zijn om op korte termijn de woningbouwproductie te verhogen.

Het initiatief draagt daarmee direct bij aan het verlichten van de druk op de woningmarkt en past binnen de ambitie om sneller woningen toe te voegen. Ook inhoudelijk sluit het plan goed aan bij de doelen van de woondeal. De focus op betaalbare en snel realiseerbare woningen ondersteunt de beoogde doorstroming op de woningmarkt, met name voor starters en alleenstaanden. Bovendien past het binnen de bredere strategie van samenwerking tussen publieke en private partijen en het flexibel inspelen op marktomstandigheden. Gezien deze aansluiting kan worden geconcludeerd dat de realisatie van 65 flexwoningen binnen bestaand stedelijk gebied in lijn is met de woondeal en hier nadrukkelijk binnen past.

Pagina 23 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Heemskerk In Heemskerk is sprake van een woningtekort. Er zijn geen nieuwe grote uitbreidingsgebieden meer beschikbaar. Verder is het aantal eengezinswoningen verhoudingsgewijs hoog en is in Heemskerk sprake van een groot aandeel ouderen. Verder hebben starters en jongeren moeite om betaalbare woningen in Heemskerk te vinden. Er is dus behoefte aan woningbouw voor jongeren, starters en ouderen in één- en tweepersoonshuishoudens. Ook is sprake van grote druk vanuit de Metropoolregio Amsterdam, die leidt tot extra vraag naar woningen. Om die reden is het accent binnen de gemeente verschoven van bouwen voor gezinnen, naar andere en kleinere wooneenheden zodat de doorstroming wordt bevorderd en de bestaande gezinswoningen beschikbaar komen. De gemeente heeft hier ook regionale afspraken over gemaakt. In het kader van deze afspraken en om te voldoen in de woningbehoefte en zo het tekort in te lopen dienen er op korte termijn nieuwe woningen te worden gerealiseerd. De omgevingsvisie van de gemeente Heemskerk (vastgesteld 1 februari 2021) beschrijft hoe de leefomgeving zich tot 2040 moet ontwikkelen. Het doel is een duurzame, groene en dorpse gemeente te blijven binnen de dynamische regio rondom Amsterdam. De visie kijkt integraal naar onderwerpen zoals wonen, economie, mobiliteit, natuur, gezondheid en recreatie.

Daarbij wil de gemeente een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving creëren waarin inwoners prettig kunnen wonen, werken en verblijven. Tegelijkertijd wil Heemskerk zich aanpassen aan ontwikkelingen zoals vergrijzing, woningtekorten, klimaatverandering en economische veranderingen. Hiervoor heeft de gemeente de volgende vijf pijlers van de visie opgesteld: Aantrekkelijk Heemskerk Gezond Heemskerk Mobiel Heemskerk Levendig Heemskerk Karakteristiek Heemskerk In de omgevingsvisie is de ambitie neergelegd om nieuwe woningen te realiseren, met een focus op woningbouw voor jongeren, starters en ouderen in één- en tweepersoonshuishoudens. Ook in de woonwijken wil de gemeente meer woningen realiseren. In dit verband voorziet de omgevingsvisie erin dat vrijkomende ruimte in woongebieden worden benut voor onder meer woondoeleinden. Ook heeft de gemeente specifiek voor het deelgebied woongebied een ontwikkelingsbeeld opgesteld: Het grootste deel van de woningbouwopgave komt in dit deelgebied terecht. Een zorgvuldige afstemming op het huidige dorpse en groene karakter en de stedenbouwkundige opbouw van de woonwijken is daarbij van belang. Op locaties waar dit stedenbouwkundig passend is ruimte voor iets stedelijkere woonmilieus met hoogbouw. Geschikte locaties hiervoor zijn het stationsgebied en gebieden langs de hoofdontsluitingswegen.

Delen van de ‘stempelwijken’ worden geherstructureerd met een impuls aan de vitaliteit door variatie, verbetering van het sociale leefklimaat, woonvormen voor kwetsbare doelgroepen en verduurzaming. Door slim te verdichten dragen deze herstructureringsgebieden bij aan de woonopgave. Doorwerking plangebied Onderhavig planinitiatief voorziet in de realisatie van circa 65 flexwoningen in bestaand stedelijk gebied. De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit appartementen die primair gericht zijn op kleine huishoudens, zoals starters, alleenstaanden en jong volwassenen. Hiermee wordt ingespeeld op de actuele woningbehoefte binnen de gemeente Heemskerk. Pagina 24 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

De ontwikkeling sluit aan bij de ambities uit de omgevingsvisie van de gemeente Heemskerk, waarin wordt ingezet op het toevoegen van betaalbare en passende woningen voor diverse doelgroepen, met specifieke aandacht voor kleinere huishoudens. Daarnaast stimuleert de gemeente het efficiënt benutten van bestaand stedelijk gebied, waarbij verdichting en transformatie worden gezien als belangrijke instrumenten om de woningbouwopgave te realiseren zonder extra druk op het buitengebied. Het plan draagt bij aan een zorgvuldig ruimtegebruik door inbreiding binnen de bestaande stedelijke structuur. Hiermee wordt aangesloten bij het principe van ‘bouwen binnen bestaand stedelijk gebied’, zoals benoemd in de omgevingsvisie. Tevens wordt met het flexibele karakter van de woningen ingespeeld op de veranderende woningvraag en wordt voorzien in een tijdelijke woonoplossing. Daarnaast draagt het initiatief bij aan de sociale opgave van de gemeente door het vergroten van de toegankelijkheid van de woningmarkt voor doelgroepen die momenteel moeilijk passende woonruimte kunnen vinden. De toevoeging van deze woningen versterkt daarmee de doorstroming op de woningmarkt. Gelet op het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het planinitiatief in lijn is met de beleidsdoelstellingen en ambities zoals opgenomen in de omgevingsvisie van de gemeente Heemskerk.

3.4.2 Woonvisie ‘samen bouwen aan prettig wonen’ (Beverwijk en Heemskerk) De woonvisie ‘samen bouwen aan prettig wonen’ is een samenwerking tussen gemeente Heemskerk en gemeente Beverwijk. De gemeentes beschrijven hierin de noodzaak van nieuwbouw op korte termijn, waarbij het gebruik van flexwoningen een grote rol kan gaan spelen. De gemeente Heemskerk heeft naar verwachting 950 nieuwe woningen nodig tot 2030. Doorwerking plangebied De realisatie van 65 flexwoningen in bestaand stedelijk gebied past goed binnen de woonvisie van gemeente Heemskerk en gemeente Beverwijk. Hiermee kan op korte termijn een deel van de woningvraag worden voldaan. 3.4.3 Nota parkeren Heemskerk De Nota Parkeren Heemskerk (2017) beschrijft het parkeerbeleid van de gemeente. Het doel is niet alleen het oplossen van parkeerproblemen, maar vooral het ondersteunen van bredere doelen zoals bereikbaarheid, leefbaarheid, economie en duurzaamheid. Uit de analyse blijkt dat Heemskerk relatief weinig structurele parkeerproblemen heeft; knelpunten zijn meestal lokaal en ontstaan door factoren zoals toenemend autobezit, overloop van bezoekers, of inefficiënt gebruik van bestaande parkeerplekken. Het beleid zet daarom in op maatwerk per locatie en doelgroep (bewoners, bezoekers, werknemers), waarbij gratis parkeren grotendeels behouden blijft en fietsgebruik wordt gestimuleerd.

De kern van de aanpak is het zogeheten B-B-B-B-principe: eerst beïnvloeden van gedrag (bijv. minder autogebruik), daarna beter benutten van bestaande capaciteit, vervolgens reguleren (zoals blauwe zones), en pas als laatste optie het bijbouwen van parkeerplaatsen. Nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen aan actuele parkeernormen en waar mogelijk parkeren op eigen terrein realiseren. Tegelijk blijft de gemeente inzetten op duurzaamheid, zoals meer fietsvoorzieningen en ruimte voor elektrisch vervoer, zonder dat dit leidt tot minder beschikbare parkeerplekken. Monitoring en evaluatie zorgen ervoor dat het beleid kan worden bijgestuurd waar nodig. Doorwerking plangebied

Pagina 25 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

De realisatie van 65 woningen neemt een bepaalde parkeerdruk met zich mee. Initiatiefnemer is voornemens om de parkeervraag binnen het plangebied op te lossen. Hoofdstuk 4.14 zal verder ingaan op de parkeergelegenheid rondom het plangebied en de berekening voor de parkeerplaatsen.

Pagina 26 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

4

Milieu- en omgevingsaspecten

4.1

Milieueffectrapportage

Wet- en regelgeving In het milieueffectrapport (MER) worden de effecten van een project op het milieu beschreven. De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In bijlage V bij het Omgevingsbesluit kan worden afgeleid of een project mer-plichtig is. In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG (Strategische milieubeoordeling), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Er zal niet meer getoetst worden aan de limitatieve lijst van MER-plichtige plannen en programma's uit de Bijlage bij het Besluit MER. Het bevoegd gezag zal per specifiek geval na moeten gaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de SMB-richtlijn. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije MERbeoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één MER beoordelingsprocedure. Doorwerking plangebied Voor onderhavig project is sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject als genoemd in bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarom wordt voor onderhavig planinitiatief een m.e.r.

aanmeldnotitie opgesteld, deze zal worden toegevoegd aan het vergunningsdossier als bijlage 7.

Pagina 27 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

4.2

Bodem

Wet- en regelgeving Paragraaf 5.1.4.5.1 van het Bkl bevat instructieregels over het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. Een bodemgevoelige locatie is in ieder geval een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. Tevens is een woonschip of een woonwagen ook aangemerkt als een bodemgevoelig gebouw. Een uitzondering is een uitbreiding of wijziging van een bestaand gebouw of een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m² dit wordt niet beschouwd als bodemgevoelig gebouw. Artikel 5.89i van het Bkl bepaalt de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Artikel 5.89ka bepaalt dat er een omgevingsvergunning nodig is voor de bouw van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie bij overschrijding van een toelaatbare waarde. Tevens bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem).

Doorwerking plangebied In opdracht van HDO Groep is door Vlam Bodem Advies B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Huibert Pootstraat 65 te Heemskerk (toegevoegd als bijlage 7). Doel van het onderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de hypothese onverdachte locatie op het voorkomen van een bodemverontreiniging met gehalten boven de interventiewaarden formeel te worden aangenomen. In de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten aan de geanalyseerde parameters aangetoond. In de ondergrond ter plaatse van de slootdemping is een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. In zowel de boven- als de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan de geanalyseerde parameters boven de interventiewaarden aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan barium aangetoond. Indien getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de bovengrond indicatief aan kwaliteitsklasse landbouw/ natuur. De ondergrond voldoet indicatief aan kwaliteitsklasse landbouw/ natuur. Conform de CROW400 zijn bij eventuele graafwerkzaamheden geen aanvullende veiligheidsmaatregelen van toepassing. Onderzoek naar PFAS in de bodem is niet meegenomen in dit onderzoek.

Indien bij eventuele graafwerkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt wordt geadviseerd om aanvullend een partijkeuring inclusief PFAS uit te voeren. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek is geen aanvullend of nader onderzoek noodzakelijk. Met dit onderzoek zijn milieuhygiënische gezien geen belemmeringen aangetroffen voor de voorgenomen bouwwerkzaamheden met betrekking tot het aspect bodem.

Pagina 28 van 56

ETFAL-motivering Huibert Pootstraat, Heemskerk

4.3

Archeologie en Cultuurhistorie

Wet- en regelgeving Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. De Erfgoedwet is de opvolger van de vervallen Monumentenwet 1988 en andere regelingen op het gebied van cultureel erfgoed. De huidige juridische basis in de Nederlandse wetgeving wordt gevormd door de Erfgoedwet (hoofdstuk 5) en de Omgevingswet. De Omgevingswet en de Erfgoedwet zorgen samen voor een integrale bescherming van het cultureel erfgoed. De Erfgoedwet en Omgevingswet worden daarmee complementair aan elkaar. De onderdelen van de vervallen Monumentenwet 1988 die van toepassing zijn op de fysieke leefomgeving zijn naar de Omgevingswet overgeheveld. De Omgevingswet is van groot belang voor het cultureel erfgoed, omdat daarin een zorgvuldige omgang met het cultureel erfgoed en de fysieke leefomgeving is geborgd. De grondslag van de Omgevingswet is opgenomen in hoofdstuk 2 van de Omgevingswet. Voorts heeft de bescherming van (archeologische) monumenten, stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen een belangrijke plek gekregen in de Omgevingswet. De aanwijzing en bescherming van stads- en dorpsgezichten is naar de Omgevingswet overgeheveld (artikel 2.34, lid 4 van de Ow). Het belang van de bescherming van stads- en dorpsgezichten is en blijft hiermee geborgd. Paragraaf 5.1.5.5 van het Bkl bevat instructieregels over cultureel erfgoed en werelderfgoed.

Artikel 5.130 Bkl ziet op het behoud van cultureel erfgoed en 5.131 Bkl ziet op het behoud van werelderfgoed. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels opgesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Daarnaast zijn in het Bal instructieregels opgenomen aangaande rijksmonumenten (hoofdstuk 13). Doorwerking plangebied Archeologie In het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie - 4’. Hiervoor geldt dat er enkel mag worden gebouwd indien er is aangetoond dat er geen archeologische waarden zullen worden geschaad met de bouw, er niet meer dan 2.500 m² zal worden afgegraven of er niet dieper dan 40 cm zal worden gegraven ten behoeve van een bouwwerk. Voor onderhavig planinitiatief geldt dat het bouwwerk een oppervlakte van 900 m² zal bedragen, in totaal blijft circa 2.332 m² onbebouwd. De oppervlakte die afgegraven wordt voor het beoogde bouwwerk blijft daarmee ruim onder de 2.500 m². Verder valt het plangebied binnen de regio ‘Oer IJ’ volgens de ‘informatiekaart landschap en cultuurhistorie’ van de provincie Noord-Holland. Deze regio wordt door de provincie gezien als een regio met archeologisch belang. Er gelden voor deze regio geen aanvullende regels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16966381/1