CConstaterende datHeemskerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Etfal onderbouwing GoFlo V4 met bijlagen

Raadsvergadering 28 mei 2026, gemeente HeemskerkBij agendapunt: Raadsvoorstel verzwaard adviesrecht realisatie bouw 19 appartementen Burgemeester Nielenplein15.545 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hoewel de basisprincipes van milieuzonering hetzelfde blijven is de systematiek in de nieuwe handreiking wezenlijk anders dan de systematiek in de uitgave uit 2009. Bedrijven in de omgeving kunnen hinder opleveren voor (hinder)gevoelige functies, zoals woningen. Bedrijven en functies kunnen geluidhinder, geurhinder, stofhinder of veiligheidsrisico's (externe veiligheid) veroorzaken. Om mogelijke hinder van bedrijven goed in beeld te kunnen brengen heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de Handreiking "Activiteiten en milieuzonering" opgesteld. In de nieuwe handreiking blijven de basisprincipes van functiescheiding (waar nodig) en inwaartse zonering in stand. Hiervoor wordt echter niet meer gebruikgemaakt van zones met oplopende milieucategorieën en een Lijst van activiteiten. De nieuwe handreiking gaat uit van zones met oplopende beschikbare milieugebruiksruimte per activiteit, zónder een Lijst van activiteiten bij de regels.

Pagina 22 van 43

P251233

Burgemeester Nielenplein 6, Heemskerk Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

4.6.2 Toetsing De projectlocatie bevindt zich in het centrum van Heemskerk. Woningen worden in artikel 3.21 van het Bkl aangewezen als geluidgevoelige objecten, omdat er langdurig mensen verblijven. Daarnaast worden woningen ook beschouwd als geurgevoelige gebouwen in artikel 5.91 van het Bkl. In de omgeving van de projectlocatie zijn geluidgevoelige gebouwen aanwezig. Betreft het geuraspect zijn geen geurgevoelige objecten, zoals een veehouderij, in de omgeving aanwezig. Tabel 1 | Uitsnede richtafstanden (Bron: VNG-publicatie ‘Activiteiten en milieuzonering’ Richtafstandenlijst)

Het projectvoornemen betreft het realiseren van 19 sociale- en middenhuur appartementen en het definitief vestigen van een tandartspraktijk. Ten westen van de projectlocatie is een HEMA gevestigd en ten zuidwesten ligt de hervormde Kerk. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden opgenomen voor deze functies. Voor het kerkgebouw geldt een richtafstand van 30 meter voor het aspect geluid. Vanaf de perceelgrens van de kerk tot de projectlocatie is een afstand van circa 18 meter. Omdat de afstand niet voldoet aan de richtafstand is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De HEMA valt binnen de categorie warenhuizen, hiervoor geldt een afstand van 0-10 meter met betrekking tot geluid en geur. Het aspect geluid en de onderzoeksresultaten worden nader toegelicht in paragraaf 4.8. 4.6.3 Conclusie Het aspect ‘bedrijfsmatige activiteiten’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.7 Gezondheid 4.7.1 Wettelijk kader De fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, zowel positief als negatief. Zo draagt een groene en beweegvriendelijke omgeving bij aan goede gezondheid, maar een matige luchtkwaliteit of luide omgeving kan ongezond zijn. In artikel 1.3 van de Omgevingswet staan de maatschappelijke doelen van de wet. Een van die doelen is een gezonde fysieke leefomgeving, die door bewoners als prettig wordt ervaren en uitnodigt tot gezond gedrag, maar ook bescherming biedt tegen negatieve omgevingsinvloeden. Het bevoegd gezag moet motiveren hoe het de verschillende belangen afweegt en wat dit betekent in het omgevingsplan. 4.7.2 Toetsing Gemeente Heemskerk heeft hun visie op gezondheid opgenomen in de regionale nota gezondheidsbeleid 2021-2028 ‘Samen gezond in Kennemerland’. Binnen het onderdeel gezond streeft de regio naar het volgende: • Is schoon, aantrekkelijk en uitnodigend; • Is sociaal en fysiek veilig; • Nodigt uit tot bewegen, spelen en sporten; • Stimuleert fietsen, wandelen en gebruik van openbaar vervoer en zorgt voor een goede bereikbaarheid; • Zorgt dat mensen elkaar kunnen ontmoeten;

Pagina 23 van 43

P251233

Burgemeester Nielenplein 6, Heemskerk Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

• • • • • •

Houdt rekening met de behoeften van (toekomstige) bewoners en specifieke bevolkingsgroepen (kinderen, ouderen, chronisch zieken, gehandicapten en lagere inkomensgroepen); Heeft een goede milieukwaliteit (geluid, lucht, bodem en externe veiligheid); Heeft voldoende groen, natuur en water, en aandacht voor klimaatadaptatie; Heeft duurzame woningen met een gezond binnenklimaat; Heeft een aantrekkelijke en gevarieerde openbare ruimte; Heeft een gevarieerd aanbod aan voorzieningen, zoals scholen, winkels, cultuur, bedrijven, openbaar vervoersvoorzieningen en sport.

Het projectvoornemen houdt rekening met de behoeften van de specifieke bevolkingsgroep ouderen. Voor ouderen is het vaak lastig een geschikte woning te vinden. Door 19 sociale- en middenhuur appartementen te realiseren, wordt voorzien in de behoeften van deze groep. Ook draagt het bij aan een sociaal en fysiek veilige omgeving. Het toevoegen van een extra woonlaag leidt tot extra sociale controle. Daarnaast krijgt het plein meer allure, waardoor de veiligheid van het centrum wordt gewaarborgd. Ook worden er duurzame woningen (energielabel A+++) met een gezond binnenklimaat gerealiseerd. Indien de tandartspraktijk zich definitief binnen het pand vestigt, draagt dit bij aan de gezondheidsbehoeften van bewoners en wordt tevens een bijdrage geleverd aan het versterken van de maatschappelijke voorzieningen. In de in dit hoofdstuk behandelde paragrafen is onderzocht welke effecten het projectvoornemen heeft op aspecten met betrekking tot een gezonde leefomgeving, zoals geluid, geur en luchtkwaliteit. Uit de afweging voor deze aspecten blijkt dat er een verbetering ten opzichte van de huidige situatie plaatsvindt. 4.7.3 Conclusie Het aspect ‘gezondheid’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.8 Geluid 4.8.1 Wettelijk kader Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelig gebouw moet het bevoegd gezag het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. Ieder bevoegd gezag heeft de algemene taak ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (artikel 4.2, Omgevingswet) bij de belangenafweging over beschermen en benutten. Instructieregels die deze algemene taak invullen staan in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor het beoordelen van geluid zijn deze regels bedoeld voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. 4.8.2 Toetsing wegverkeerslawaai Door de realisatie van 19 appartementen aan het Burgemeester Nielenplein ontstaat een geluidgevoelig gebouw. Het Bkl bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid door een geluidsbron op een geluidsgevoelig gebouw. Deze waarden zijn van toepassing op geluid door alle geluidbronnen van een geluidbronsoort. De projectlocatie ligt in het aandachtsgebied van de gemeentelijke wegen Burgemeester Nielenplein, Maerelaan, Kerkweg, Deutzstraat, Kerkplein en Gerrit Assendelftstraat. De maximale snelheid die gehanteerd wordt op de genoemde wegen bedraagt 30 km/u. In januari 2026 is door Sound Force One akoestisch onderzoek naar wegverkeerlawaai uitgevoerd. Het geluidonderzoek is opgenomen als bijlage I bij de GoFlo.

Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de gevel ten hoogste 59 dB op de zuidwestgevel en 57 dB op de zuidoostgevel (Figuur 12). Hiermee wordt de standaardwaarde van 53 dB overschreden, maar de maximale grenswaarde van 70 dB blijft wel binnen de norm. Deze overschrijding wordt voornamelijk veroorzaakt door het verkeer op het Burgemeester Nielenplein.

Pagina 24 van 43

P251233

Burgemeester Nielenplein 6, Heemskerk Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

Figuur 12 | Overzicht gezamenlijke gevelbelasting Lden (dB) gemeentelijke wegen per verdieping (1e en 2e) (Bron: Sound Force One)

Ter plaatse van twee woningen op de 1e verdieping is geen sprake van een geluidluwe buitenruimte maar grenzen de woningen wel aan een geluidluwe binnengevel. Op de 2e verdieping geldt dat voor één woning. Voor alle andere woningen geldt dat er sprake is van een geluidluwe zijde/buitenruimte. Geadviseerd wordt om voor de woning een hogere waarde dan de standaardwaarde vast te stellen, aangezien de grenswaarde voor wegverkeerslawaai wordt overschreden en bron- of overdrachtsmaatregelen onvoldoende effect hebben. Voor het binnenniveau geldt de nieuwbouweis van 33 dB. Voor de gevelbelasting betekent dit dat een gevelwering van maximaal 26 dB behaald moet worden. Met een bouwakoestisch onderzoek kan worden onderbouwd op welke wijze deze gevelwering gerealiseerd kan worden. Op het Burgemeester Nielenplein vinden enkele evenementen plaats. Door de beperkte aard en duur van deze evenementen zal de hinder voor toekomstige bewoners incidenteel zijn. Daarnaast worden bewoners tijdig geïnformeerd over de geplande activiteiten, zodat zij hier rekening mee kunnen houden. 4.8.3 Conclusie De standaardwaarde van 53 dB wordt overschreden, maar blijft wel binnen de maximale grenswaarde van 70 dB. Het aspect verkeerslawaai dient nader onderzocht te worden middels een bouwakoestisch onderzoek.

4.9 Verkeer en parkeren 4.9.1 Wettelijk kader Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet ook aangetoond worden dat het plan niet leidt tot ongewenste situaties ten aanzien van verkeer en parkeren. Ten aanzien van verkeer is het van belang dat de nieuwe functie aantoonbaar geen onevenredige verkeersaantrekkende werking heeft en dat er sprake is van een acceptabele verkeerssituatie. Daarnaast dienen er voldoende parkeerplaatsen voor de functies van de beoogde ontwikkeling aanwezig te zijn. 4.9.2 Verkeer Het CROW geeft kentallen voor de verkeersgeneratie. Op basis van het huidige beleid is de verkeersgeneratie voor een huur appartement kleiner dan 75 m2 1,8 ritten. Dit is voor zowel sociale huur als vrije sector huur. De te realiseren 19 appartementen resulteren in 34,2 ritten op een weekdag. De omrekenfactor naar een werkdag is 1,11, totaal afgerond is dit 38 ritten op een werkdag. Een kantoor zonder baliefunctie genereert (3,2+4,9)/2 = 4,05 ritten per 100 m2bvo. De ritten van de kantoorruimte op de 1e verdieping kunnen in mindering worden gebracht. Dit betreft 725/100 x 4,05

Pagina 25 van 43

P251233

Burgemeester Nielenplein 6, Heemskerk Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

= 29,4 ritten op een weekdag. De omrekenfactor naar een werkdag is 1,33, totaal 39,1 = 39 ritten op een werkdag. De verkeersgeneratie door de realisatie van de appartementen is geen probleem en behoeft geen nadere maatregelen en/of advies. 4.9.3 Parkeren Ten behoeve van de herontwikkeling van het pand aan de Burgermeester Nielenplein 6 te Heemskerk is door Bureau Schoorstra Verkeerskundig Advies een parkeeronderzoek uitgevoerd in december 2025. De 10 parkeerplaatsen op eigen terrein zijn toegewezen aan de functies op de begane grond. Dit betekent dat de parkeerbehoefte voor de te realiseren appartementen dient te worden opgevangen met parkeerplaatsen die op korte afstand van de entree zijn gelegen (circa 100 meter). Om te beoordelen of hieraan kan worden voldaan, is een parkeertelling uitgevoerd. De parkeerdruk is gemeten op drie reguliere zaterdagmiddagen tussen 14.00 en 15.00 uur, binnen een loopafstand van circa 100 meter rondom het plangebied (met doorkijk tot 150 meter). De hoogste bezetting trad op zaterdag 25 januari 2025 op, met een parkeerdruk van 92% binnen 100 meter en 91% binnen 150 meter. Voor de parkeerberekening voor de voorgenomen ontwikkeling is uitgegaan van 12 sociale huur appartementen van circa 49 – 53 m2 en 7 vrije sector appartementen van circa 58 – 71 m2.

Voor de 12 sociale huur appartementen kleiner dan 75 m2 geldt een totale parkeerbehoeften van 12 x ((0,2+0,6)/2) = 4,8. De totale parkeerbehoefte voor de 7 vrije sector huur appartementen bedraagt 7 x ((0,2+0,8)/2) = 3,5. Daarnaast zijn er 1,9 parkeerplaatsen benodigd voor bezoekers (0,1 x 19). De totale parkeerbehoefte is 10,2 parkeerplaatsen. Op de begane grond blijven een tandartspraktijk (4 behandelkamers) en een makelaarskantoor (398 m² bvo) gehandhaafd. Voor deze functies geldt gezamenlijk een behoefte van circa 14,2 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte kan op de zaterdagmiddag geheel op eigen terrein worden opgevangen. Binnen een loopafstand van 100 meter zijn 38 openbare parkeerplaatsen aanwezig, bij een maximale bezetting van 90% zijn dan 34 parkeerplaatsen bezet. In de huidige situatie zijn op het drukste moment 35 van de 38 openbare parkeerplaatsen bezet. De benodigde parkeerplaatsen voor bewoners kunnen niet binnen 100 meter worden opgevangen. Met bezoekers bestaat er een tekort van 6 parkeerplaatsen, zonder bezoeker is het tekort 4 parkeerplaatsen. Dit is enkel van toepassing op enkele piekmomenten in de week, zoals de markt op vrijdag en zaterdagmiddag en geldt niet voor alle 9 parkeerplaatsen. Op andere dagen van de week is er voldoende parkeercapaciteit en kan er worden voldaan aan het vigerend beleid.

Binnen een loopafstand van 150 meter bedraagt de bezetting op het maatgevende moment ten hoogste 97%. Binnen deze afstand zijn 142 openbare parkeerplaatsen aanwezig, bij een maximale bezetting van 90% zijn dan 128 parkeerplaatsen bezet. In de huidige situatie zijn op het drukste moment 129 van de 142 openbare parkeerplaatsen bezet en zijn 13 parkeerplaatsen beschikbaar. De benodigde parkeerplaatsen kunnen binnen 150 meter worden opgevangen bij een bezettingsgraad van 95%. Er zijn nog 4 parkeerplaatsen beschikbaar inclusief bezoekers, zonder bezoekers zijn er nog 6 parkeerplaatsen beschikbaar. Gezien het belang van de overige beleidsdoelen van de gemeente is een iets langere loopafstand voor enkele bewoners en de daarmee gepaard gaande hogere parkeerdruk in het centrum aanvaardbaar. Conform de CROW-richtlijn kan de loopafstand voor bezoekers worden opgerekt tot 250 meter. Op basis van deze nieuwe CROW-richtlijn gaat de gemeente akkoord met het oprekken van de acceptabele loopafstand voor bezoekers in het centrumgebied tot 200 meter. De parkeerbehoefte van bezoekers bedraagt afgerond 2 parkeerplaatsen, die daarmee ook op grotere afstand mogen worden gerealiseerd. Binnen 150 meter kan een groot deel van de parkeerbehoefte worden opgevangen, zij het bij een bezettingsgraad boven de richtwaarde van 90%.

Tussen 150 en 200 meter zijn echter voldoende parkeermogelijkheden aanwezig, met zeker 2 beschikbare parkeerplaatsen. Het parkeerterrein Lauraplein is slechts gedeeltelijk meegenomen in de tellingen, omdat een deel buiten de 150 metergrens valt. Van de 50 beschikbare openbare parkeerplaatsen zijn er 7 in het onderzoek meegenomen. Het is dus reëel te veronderstellen dat de parkeerbehoefte op grotere afstand kan worden opgevangen gezien de aanwezigheid van parkeerplekken op iets meer dan 150 meter afstand.

Pagina 26 van 43

P251233

Burgemeester Nielenplein 6, Heemskerk Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

Er bestaan enkele piekmomenten in de week, zoals de markt op vrijdag en zaterdagmiddag. Op deze piekmomenten bestaat de mogelijkheid dat er onvoldoende parkeerplekken in de omgeving beschikbaar zijn. De gemeente hecht veel waarde aan de weekmarkt, waardoor een parkeerdruk van 100% op vrijdagmiddag aanvaardbaar wordt geacht. Naast het oprekken van de loopafstand, kan ook overwogen worden om de 10 gereserveerde parkeerplaatsen ten behoeve van de plint beschikbaar te stellen voor dubbelgebruik. Hiermee wordt voldaan aan de beleidsregels, maar vereist wel duidelijke afspraken tussen bewoners en de voorzieningen in de plint. Op andere dagen in de week zal er voldoende parkeercapaciteit zijn en kan worden voldaan aan vigerend beleid. 4.9.4 Fietsparkeren Het fietsparkeren voor bewoners wordt inpandig opgelost. De fietsparkeerbehoefte voor bezoekers bedraagt 0,3 per appartement. De totale fietsparkeerbehoefte bedraagt dus 0,3 x 19 = 5,7 = 6 fietsparkeerplekken. Deze fietsparkeerplekken zijn aanwezig binnen een aanvaardbare loopafstand van het appartementengebouw. 4.9.5 Conclusie Uit het onderzoek kan worden geconcludeerd dat het aspect ‘verkeer en parkeren’ geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.10 Luchtkwaliteit 4.10.1 Wettelijk kader Om schade aan de volksgezondheid te beperken, moet de kwaliteit van de lucht voldoen aan Europese normen. Om de luchtkwaliteit in Nederland te beschermen geeft het Besluit kwaliteit leefomgeving in hoofdstuk 5 instructieregels om de luchtkwaliteit te beschermen. De gemeente moet voor een aantal activiteiten de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10) in acht nemen, behalve als een activiteit ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan luchtverontreiniging. Een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Deze grenswaarde volgt uit artikel 5.53 en 5.54 van het Bkl. Aantonen dat een project of activiteit valt onder NIBM kan op twee manieren: 1. Het project valt binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie (standaardgevallen NIBM, artikel 5.54 Bkl). Dit betreffen onder andere projecten voor kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. 2. Middels kwalitatieve beschrijving of berekening (NIBM-tool) aannemelijk maken dat een project niet in betekenende mate bijdraagt.

In artikel 5.54 Bkl is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; • woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; • kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in artikel 5.54 Bkl kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.10.2 Toetsing De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 19 sociale- en middenhuur appartementen binnen de bestaande bebouwing. Deze ontwikkeling past niet binnen de lijst met categorieën die vallen onder NIBM zoals in artikel 5.54 Bkl. Daarom is de NIBM-tool ingevuld. De NIBM-tool is ingevuld voor een gemiddelde verkeersgeneratie van een worstcase schatting van 39 extra voertuigbewegingen (Figuur 13). Voor het jaar van realisatie is 2026 genomen en voor het aandeel van vrachtverkeer is een percentage van 10% meegenomen, voor het bouwverkeer.

Pagina 27 van 43

P251233

Burgemeester Nielenplein 6, Heemskerk Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

Figuur 13 | Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit (Bron: GCN2023 NIBM-tool)

Vanwege de herontwikkeling van het pand en omdat er in de directe omgeving van de projectlocatie sprake is van een historische bodemverontreiniging met vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen, is door Adviesbureau Milieumetingen IJmond (AMIJ) in de periode van 31 juli tot 7 augustus 2025 een luchtonderzoek uitgevoerd in en rondom het pand. Dit onderzoek is als bijlage III opgenomen bij deze GoFlo. Er zijn drie metingen uitgevoerd: 1. Binnenlucht (kantoorruimte); 2. Kruipruimte (via aangrenzende fietsenstalling); 3. Buitenlucht (referentiemeting, balkon aan de achterzijde). Er is geen sprake van een verhoogd gezondheidsrisico door uitdamping van vluchtige stoffen vanuit de bodem. Het gebruik van het pand als woonfunctie wordt niet belemmerd door de luchtkwaliteit. Bij gelijkblijvende omstandigheden zijn geen aanvullende maatregelen of vervolgonderzoeken noodzakelijk. 4.10.3 Conclusie Het project draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor de realisatie van dit project.

4.11 Geur 4.11.1 Wettelijk kader De gemeente moet in het omgevingsplan rekening houden met de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Dit volgt uit artikel 5.92 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Rekening houden met geur werkt 2 kanten op: • Bij het mogelijk maken van het verrichten van activiteiten in de buurt van gevoelige gebouwen; • Bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande geur veroorzakende bedrijven. Conform artikel 5.92 lid 2 van het Bkl moet de geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar zijn. Dit betekent dat het bevoegd gezag moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels in het omgevingsplan leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. Het bevoegd gezag bepaalt zelf welke mate van geurhinder zij aanvaardbaar vindt. 4.11.2 Toetsing De omzetting van kantoren naar een woningen brengt geen nieuwe activiteit met zich mee. Ook het definitief vestigen van de tandartspraktijk brengt eveneens geen nieuwe activiteit met zich mee.

Pagina 28 van 43

P251233

Burgemeester Nielenplein 6, Heemskerk Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

Echter staan er wel een kerk en een warenhuis in de omgeving van de toekomstige woning. Volgens de VNG-publicatie geldt er voor het aspect geur voor deze functies geen richtafstand. Op het Burgemeester Nielenplein vinden enkele evenementen plaats, waardoor de geur van deze activiteiten moet worden getoetst aan de toekomstige geurgevoelige gebouwen. Evenementen zijn niet afzonderlijk opgenomen als functie in de VNG-publicatie. Daarom is aangesloten bij de meest vergelijkbare functie, namelijk een vaste kermis. Voor een vaste kermis geldt voor het aspect geur een richtafstand van 10 meter. Aangenomen dat de evenementen voornamelijk aan de zuidwestzijde van de bomenrij plaatsvinden, wordt voldaan aan de richtafstand van 10 meter voor geur. Daarnaast vinden de evenementen enkele keren per jaar plaats. Door de beperkte aard en duur van de evenementen zullen de toekomstige bewoners geen belemmering ervaren. Verder zijn er in de omgeving van de projectlocatie geen geurgevoelige functies aanwezig, zoals veebedrijven. 4.11.3 Conclusie Het aspect ‘geur’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.12 Bodem 4.12.1 Wettelijk kader Op basis van paragraaf 5.1.4.5 uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en artikel 22.2 uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) dient in de planvorming rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. Onder bepaalde omstandigheden kan het oprichten van gebouwen en bouwwerken pas plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het doel. Om die reden dient bij veel (nieuw)bouwactiviteiten de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Het beleidsdocument ‘Bodemkwaliteitskaart regio IJmond’ is vastgesteld op 22 april 2022. Gemeente Heemskerk beschikt over een bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart. De bodemkwaliteitskaart is een belangrijk instrument voor hergebruik van grond en bagger. In een bodemkwaliteitskaart wordt een bodembeheergebied ingedeeld in een of meer zones met vergelijkbare milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het gaat hierbij om de ‘gemiddelde’ kwaliteit van deze gebieden, afgezien van lokale verontreinigingen. In de Nota Bodembeheer is beleidsmatig vastgesteld wat de regels en procedures zijn omtrent het hergebruik van grond en baggerspecie binnen de gemeente. Dit geldt ook voor licht verontreinigde grond. 4.12.2 Toetsing Op basis van de bodemfunctieklassenkaart is de aangewezen functieklasse op de projectlocatie ‘wonen’.

Dit houdt in dat de bodem licht verontreinigde grond betreft. De ontgravingsklasse bovengrond (tot 0,5 m-mv) betreft industrie. Er vinden geen grondroerende werkzaamheden plaats. Bodemonderzoek is daarom niet nodig.

Figuur 14 | Uitsnede bodemkwaliteitskaart met de projectlocatie binnen de rode contour (Bron: Omgevingsdienst IJmond)

Pagina 29 van 43

P251233

Burgemeester Nielenplein 6, Heemskerk Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

4.12.3 Conclusie Er is geen sprake van grondroerende werkzaamheden. Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.13 Omgevingsveiligheid 4.13.1 Wettelijk kader Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Paragrafen 5.1.2.2 t/m 5.1.2.6 Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Binnen de externe veiligheid worden twee normstellingen gehanteerd; het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Het plaatsgebonden risico (PR) risico gaat over de persoonlijke veiligheid van de individuele burger. Dit is de overlijdenskans voor een persoon die op een bepaalde afstand van een inrichting of een transportroute permanent (onbeschermd) aanwezig is. Het groepsrisico (GR) geeft de kans dat een groep, met een bepaalde grootte, het slachtoffer kan worden van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Er wordt hierbij getoetst aan de risicokaart, die gevaarlijke inrichtingen, transportroutes en leidingen weergeeft. 4.13.2 Toetsing De projectlocatie zal in de toekomst een gevoelige functie zijn, omdat er woningen worden gerealiseerd.

In de nabije omgeving van de projectlocatie zijn geen risicovolle activiteiten en/of functies aanwezig. Ongeveer 1 kilometer ten oosten van de projectlocatie is een brandaandachtsgebied gelegen ten behoeve van een buisleiding van de GasUnie. Verder ligt er op ongeveer 1,1 kilometer ten westen van de projectlocatie een explosieaandachtsgebied ten behoeve van een tankstation. De projectlocatie ligt ruim buiten de aandachtsgebieden. Daarnaast zijn er geen knelpunten bekend met betrekking tot de werkzaamheden en vervoer/transport van grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen.

Figuur 15 | Uitsnede risicokaart met projectlocatie binnen de rode contour (Bron: Atlasleefomgeving)

4.13.3 Conclusie In de nabije omgeving van de projectlocatie zijn geen risicovolle inrichtingen, transportroutes of buisleidingen aanwezig, alleen op een grotere afstand. Het aspect ‘omgevingsveiligheid’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Pagina 30 van 43

P251233

Burgemeester Nielenplein 6, Heemskerk Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

4.14 Natuur 4.14.1 Wettelijk kader De Omgevingswet regelt het belang van natuur als onderdeel van de fysieke leefomgeving. De wet borgt het welzijn van de mens, verbetert de bescherming van natuurkwaliteiten en breidt deze zo nodig uit. In de Omgevingswet worden zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming geregeld. Flora- en Fauna-activiteiten Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dat zijn flora- en fauna-activiteiten. De Omgevingswet definieert een flora- en fauna-activiteit als ‘activiteiten met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’. Door deze brede formulering van een flora- en fauna-activiteit is het bij activiteiten in de fysieke leefomgeving nodig om te controleren of er soorten aanwezig zijn en welke soorten dat zijn. Indien een projectlocatie in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000 De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wijst de Natura 2000-gebieden aan. Ook worden de instandhoudingsdoelstellingen vastgelegd in artikel 2.44 van de Omgevingswet.

Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit: in Nederland voor ruim 160 gebieden. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de desbetreffende provincie. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee. Het projectgebied ligt op een afstand van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) de Nollen Kooibosch Luttickduin.

Dit Natuurnetwerk Nederland ligt op ca. 270 meter afstand ten noordoosten van de projectlocatie. 4.14.2 Toetsing flora & fauna De gemeente Heemskerk heeft een soortenmanagementplan (hierna SMP) opgesteld om te borgen dat er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van relevante soorten vogels en vleermuizen in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Het SMP-gebied betreft de bebouwde kern van Heemskerk en is verdeeld in deelgebieden. De projectlocatie is gelegen binnen deelgebied 5, waar op basis van het SMP een gebiedsgerichte ontheffing op de wet natuurbescherming verleend kan worden. Bij de werkuitvoer wordt nauwgezet het SMP Heemskerk en de bijbehorende vergunning gevolgd. Dit betekent dat natuurinclusief wordt gewerkt en te allen tijde wordt gekeken welke werkuitvoer de minste last en schade toebrengt aan beschermde natuurwaarden in het stad-ecosysteem. Een Soortenmanagementplan (SMP) is een door gemeenten opgesteld beleids- en uitvoeringskader, om beschermde dier- en plantensoorten in een bepaald gebied te beschermen en hun leefgebied te behouden en te verbeteren. Bij de SMP-methodiek wordt uitgegaan van een minimaal aantal

Pagina 31 van 43

P251233

Burgemeester Nielenplein 6, Heemskerk Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

verblijvende dieren per woning. Daarnaast is het belangrijk dat in de toekomst hetzelfde aantal verblijfmogelijkheden wordt teruggebracht. Om te beoordelen of er beschermde soorten aanwezig zijn binnen het plangebied is in november 2025 een omgevingsscan flora & fauna uitgevoerd door Van der Goes en Groot. Het onderzoek bestaat uit een bronnenstudie (NDFF) en een veldbezoek. Dit onderzoek is als bijlage IV toegevoegd aan deze GoFlo. Tijdens de SMP-nulmeting zijn geen bijzondere vleermuisverblijven of hotspots van de Huismus en de Gierzwaluw in en aan het pand vastgesteld. Ondanks deze constatering, moet er alsnog rekening worden gehouden met mogelijk voorkomen van gebouwbewonende soorten. Daarom worden mitigerende maatregelen verplicht gesteld. Voor het projectvoornemen komt de totale mitigatie op 4 voorzieningen voor de Huismus, 5 voorzieningen voor de Gierzwaluw, 4 kleine verblijven en 1 groot verblijf voor vleermuizen. Tijdens de werkzaamheden moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan: • In het broedseizoen (verwacht tussen 1 maart en 1 september) moeten alle geschikte gebouwdelen ontmoedigd worden voor vogels. Wanneer onverwachts actieve vogelnesten worden aangetroffen, worden de werkzaamheden tijdelijk stilgelegd.

• Het verplicht ongeschikt maken van de bebouwing voor vleermuizen mag uitsluitend plaatsvinden tussen april en eind oktober, conform de “landelijke leidraad natuurvrij maken”. • De werkzaamheden worden uitgevoerd onder ecologische begeleiding, voor startbespreking, ongeschikt maken en ontmoediging en eventuele aanvullende werkvoorschriften, te nemen maatregelen, registratie van het logboek of werkrestricties. Het EUP en logboek moeten altijd op de werklocatie aanwezig zijn. Bij de werkuitvoer wordt nauwgezet het SMP Heemskerk en de bijbehorende vergunning gevolgd. Dit betekent dat natuur-inclusief wordt gewerkt en wordt gekeken welke werkuitvoer de minste last en schade toebrengt aan beschermde natuurwaarden. Daarbij wordt steeds gekeken naar alle gebouwbewonende soorten. Wanneer bebouwing in de huidige situatie ongeschikt is, maar wel geschikt kan worden gemaakt, wordt vanuit de natuurinclusieve benadering alsnog een passende mitigatieopgave opgenomen in dit uitvoeringsplan. Vanwege het mogelijk voorkomen van beschermde soorten dient het bouwproces onder het SMP ecologisch begeleid te worden door het bevoegd gezag erkend en gekwalificeerde ecoloog. In bijlage IV is opgenomen welke vervolgbezoeken en begeleidingsmomenten door de ecoloog worden uitgevoerd, evenals op welke wijze de ecologische begeleiding wordt vormgegeven.

Figuur 16 | Gevels met SMP maatregelen (Bron: Zijlstra Schipper Architecten)

Aan het pand worden SMP-maatregelen getroffen ter verbetering van de leefomgeving van vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen (Figuur 16). Aan de voorgevel wordt de spouw toegankelijk gemaakt voor vleermuizen. Aan de achtergevel wordt een sedumdak gerealiseerd met een zandbad voor de huismus van circa 1 m². Tevens wordt hier een spouw beschikbaar gesteld en een groot verblijf gecreëerd voor vleermuizen. De rechter zijgevel wordt voorzien van houten gevelbekleding en twee

Pagina 32 van 43

P251233

Burgemeester Nielenplein 6, Heemskerk Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

gevelnestkasten voor de gierzwaluw. Daarnaast wordt ook hier een spouw toegankelijk gemaakt voor vleermuizen. Aan de linker zijgevel wordt een spouw toegankelijk gemaakt en een groot vleermuisverblijf gerealiseerd. Het metselwerk wordt gesloten ten behoeve van drie inbouwnestkasten voor de gierzwaluw en vier inbouw-nestkasten voor de huismus. 4.14.3 Toetsing stikstofdepositie De Natura 2000-gebieden zijn aangewezen voor de bescherming van enkele stikstofgevoelige habitats. Ontwikkelingen dragen mogelijk bij aan een toename van stikstofemissie en daarmee van extra stikstofdepositie op de stikstofgevoelige habitats. Het projectgebied ligt op afstand van het Natura 2000-gebied ‘Noordhollands Duinreservaat’ (Figuur 17). Dit Natura 2000-gebied ligt op ca. 2,4 kilometer ten westen van de projectlocatie. Vanuit de Omgevingswet (OW) is het noodzakelijk om uit te sluiten dat er door het projectvoornemen sprake is van significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. AERIUS is het voorgeschreven rekeninstrument dat wordt gebruikt om stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats te berekenen.

Figuur 17 | Uitsnede Natura 2000-gebieden met projectlocatie (Bron: Atlasleefomgeving)

Ten behoeve van het projectvoornemen is in oktober 2025 een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd door SPA WNP Ingenieurs. Dit onderzoek is als bijlage V opgenomen bij deze GoFlo. Uit de AERIUSberekeningen volgt dat er voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen natuurgebieden zijn met rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Aanlegfase De in te voeren parameters voor de aanlegfase zijn bepaald aan de hand van het ingeschatte aantal benodigde vrachtwagens en overig verkeer voor de aan- en afvoer van materiaal en een schatting van het soort mobiele werktuig en haar geschatte draaiuren (Figuur 18). Voor de aan- en afvoerroute van materiaal en personeel moet rekening gehouden worden met de plaats waar de transportstromen in het heersende verkeersbeeld. Hiervoor is de Tolweg ten zuiden van de projectlocatie aangehouden.

Pagina 33 van 43

P251233

Burgemeester Nielenplein 6, Heemskerk Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

Figuur 18 | Uitsnede projectberekening aanlegfase (Bron: AERIUS calculator)

Gebruiksfase In de gebruiksfase is er sprake van emissie door verkeersstromen en door koude start van voertuigen. Voor rijdend verkeer is uitgegaan van wegverkeer stagnerend en wegverkeer doorstromend ten behoeve van de woningen. Voor het rijdend verkeer is de Tolweg ten zuiden van de projectlocatie aangehouden. De verkeersgeneratie en verkeersverdeling zijn conform de kengetallen uit het CROW. Uit de AERIUS-berekeningen volgt dat er voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen natuurgebieden zijn met rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. In de gebruiksfase is in de berekening niet uitgegaan van het optreden van gebouwgebonden stikstofemissies. De woningen worden niet aangesloten op het aardgasnetwerk. De woningen worden hierdoor elektrisch verwarm en er wordt elektrisch gekookt, waardoor er geen brandstoffen gebruikt zullen worden. De ontwikkeling betreft daarnaast het verduurzamen van het gehele pand. Als gevolg hiervan ontstaan er bij de bedrijfsruimten geen gebouwgebonden emissies. 4.14.4 Conclusie Bij de werkuitvoer wordt nauwgezet het SMP Heemskerk en de bijbehorende vergunning gevolgd. Aan het pand worden SMP-maatregelen getroffen ter verbetering van de leefomgeving van vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen, derhalve worden geen negatieve gevolgen voor flora en fauna verwacht.

Uit het stikstofdepositieonderzoek blijkt dat de beoogde situatie niet kan leiden tot significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden door stikstofdepositie. Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.15 Weging van het waterbelang 4.15.1 Wettelijk kader In de waterparagraaf komen de relevante wateraspecten aan bod die van belang zijn in de projectlocatie. De projectlocatie ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer in de projectlocatie. Tevens is het hoogheemraadschap in het kader van het vooroverleg betrokken bij het tot stand komen van ruimtelijke plannen. 4.15.2 Toetsing Ten behoeve van de voorgenomen buitenplanse omgevingsplanactiviteit is de Digitale Watertoets (www.hetwateradvies.nl) doorlopen. Op basis van de ingevoerde gegevens wordt geconcludeerd dat bepaalde aspecten van het plan een zodanige invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap dat de korte procedure gevolgd moet worden. Verder overleg met het

Pagina 34 van 43

P251233

Burgemeester Nielenplein 6, Heemskerk Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) is niet nodig. De watertoets is opgenomen als bijlage VI bij de GoFlo. Het projectvoornemen leidt niet tot een wezenlijke vergroting van het verharde oppervlak ten behoeve van de bestaande situatie. De ontwikkeling bestaat voornamelijk uit het optoppen en herinrichten van het bestaande perceel. De bestaande afvoeropgave blijft daarmee in de basis vergelijkbaar, maar wordt in de nieuwe situatie zorgvuldiger en meer vertraagd verwerkt op eigen terrein. Het regenwater wordt zoveel mogelijk lokaal verwerkt, wordt afstroming naar openbaar gebied beperkt en wordt aandacht besteed aan hitte bestendigheid. Hiermee sluit het projectvoornemen aan bij het gemeentelijk uitgangspunt dat de perceeleigenaar primair verantwoordelijk is voor de verwerking van regenwater op het eigen perceel. De berekening voor de waterbuffering is opgenomen in bijlage VII van de GoFlo. In het ‘Programma Water en Riolering 2023’ is opgenomen dat het regenwater zo in mogelijk afgevoerd dient te worden in combinatie met gebruikt water. Hierdoor is het van belang dat een vuilwaterriool en bijvoorbeeld een hemelwaterberging worden aangelegd. Binnen het planvoornemen wordt vuilwater gescheiden van hemelwater. Het hemelwater wordt op eigen terrein opgevangen, gebufferd en vertraagd verwerkt. Het plan sluit aan bij het gemeentelijk beleid.

De bestaande situatie wordt daarnaast verbeterd door het treffen van de volgende maatregelen: • Er wordt een combinatie van een groen-blauw dak en aanvullende waterberging onder de parkeervakken in de vorm van infiltratiekratten gerealiseerd. Hierbij draagt het dak bij aan buffering, verkoeling en vertraagde afvoer en de ondergrondse kratten onder de parkeerplaatsen de aanvullende bergingscapaciteit leveren; • Alleen aan de achterzijde van het perceel is onverhard oppervlak aanwezig. Hierom is gekozen voor lokale buffering en infiltratie onder de parkeervoorziening. De piekbelasting op het gemeentelijk stelsel blijft hierdoor beperkt en regenwater kan vertraagd in de bodem worden gebracht; • Het ondergrondse infiltratievoorziening wordt bij verdere technische uitwerking afgestemd op het bodemtype, de grondwaterstand en de uitvoerbaarheid. Er is geen aanleiding om uit te gaan van een belemmerende bodemverontreiniging. Indien een aanvullende infiltratie- of grondwatertoets nodig blijkt, wordt deze alsnog uitgevoerd; • Voor extreme buien geldt dat een bui van minimaal 70 millimeter wordt gebufferd op het dag- en verhardingsoppervlak; • Ook worden klimaatadaptieve maatregelen tegen hittestress. Het groene dak werkt verkoelend en draagt bij aan waterbuffering. Daarnaast worden de dak- en gevelvlakken uitgevoerd met goed geïsoleerde en zoveel mogelijk warmtewerende materialen.

Door de aanwezige luifels en overdekte buitenruimtes ontstaat aanvullend schaduwwerking ter plaatse van de gevels en entrees.

Pagina 35 van 43

P251233

Burgemeester Nielenplein 6, Heemskerk Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

Figuur 19 | Toepassing sedumdak (Bron: Zijlstra Schipper Architecten)

4.15.3 Conclusie Het aspect ‘water’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.16 Trillingen 4.16.1 Wettelijk kader Het onderdeel trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trilling gevoelige ruimte van een trilling gevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 van de Bruidsschat en artikel 5.87 Bkl. 4.16.2 Toetsing Er zijn in de omgeving van de projectlocatie geen bronnen aanwezig die mogelijk trillinghinder kunnen veroorzaken, zoals spoorlijnen. De ontwikkeling betreft voor een groot deel slechts een functiewijziging en inpandige werkzaamheden. Er wordt een woonlaag op het pand gebouwd, hierbij zullen werkzaamheden nodig zijn die lichte trillingen voor de omgeving kunnen veroorzaken. Er wordt verondersteld dat trillingen op deze locatie geen problemen opleveren. 4.16.3 Conclusie Het aspect 'trillingen' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.17 Schaduwwerking

Ten behoeve van het projectvoornemen is door Zijlstra Schipper Architecten een bezonningsstudie verricht op de naastgelegen gebouwen en het gebouw zelf. Het schaduwverloop is gevisualiseerd en tonen de aanwezige schaduw in de ochtenden, middagen en avonden in de maanden maart, juni, september en december (Figuur 21). Op basis van de uitgevoerde beoordeling kan worden geconcludeerd dan de bezonning enkel voor de woningen aan Sint Agnes Plantsoen 13 en 15 minder

Pagina 36 van 43

P251233

Burgemeester Nielenplein 6, Heemskerk Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

dan 2 uur bedraagt. Daarbij geldt in lijn met de Haagse Bezonningsnorm dat de bezonning in de nieuwe situatie niet minder mag worden. De bezonning in de nieuwe situatie blijft hetzelfde, waardoor er geen gegrond bezwaar tegen de nieuwbouw zal zijn op basis van de toetsing aan de TNO norm. Op basis van de uitgevoerde beoordeling wordt geen hinder verwacht als gevolg van schaduwen op het gebouw, als van de schaduwen die door het gebouw worden veroorzaakt op omliggende gebouwen.

Figuur 20 | Bestaande situatie schaduwhinder (Bron: Zijlstra Schipper Architecten)

Figuur 21 | Nieuwe situatie schaduwhinder (Bron: Zijlstra Schipper Architecten)

Pagina 37 van 43

P251233

Burgemeester Nielenplein 6, Heemskerk Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

Conform artikel 4.147 van het Bbl geldt dat minimaal 10% daglicht toetreding nodig is ten opzichte van het bruto vloeroppervlak. Het kritische appartement heeft een bruto vloeroppervlak van 43,5 m 2 (Figuur 22). Het equivalente daglicht oppervlakte is 4,9 m2. Daarmee voldoet het kritische appartement aan de eis van 10% daglicht toetreding.

Figuur 22 | Daglicht berekening kritisch appartement (Bron: Zijlstra Schipper Architecten)

Pagina 38 van 43

P251233

Burgemeester Nielenplein 6, Heemskerk Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

5

Uitvoerbaarheid 5.1

Economische uitvoerbaarheid

5.1.1 Financieel economische haalbaarheid In deze GoFlo is onderbouwd dat met het voorliggende besluit tot een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en dat de toegekende functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Op basis hiervan kan aangenomen worden dat de realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegekende functies om financiële redenen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. 5.1.2 Nadeelcompensatieovereenkomst Op grond van artikel 13.11 van de Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal bij aangewezen bouwactiviteiten, zoals nader uitgewerkt in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Dit betekent dat de gemeente de kosten die zij maakt in beginsel verhaalt via het omgevingsplan, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door middel van een anterieure overeenkomst. In de gemeente Heemskerk wordt schade als gevolg van rechtmatig overheidshandelen afgehandeld via de Verordening nadeelcompensatie, gebaseerd op titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet. Eventuele schadeclaims worden door de gemeente beoordeeld in het kader van deze regeling. De plankosten worden gedragen door de initiatiefnemer.

Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van nadeelcompensatie. Hiervoor zal een overeenkomst opgesteld worden tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Het kostenverhaal is hiermee gedekt.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De procedure voor vaststelling van omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is geregeld in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) geldt meestal de reguliere procedure. De beslistermijn voor de reguliere procedure is maximaal 8 weken met een mogelijkheid van verlenging met 6 weken. Daarna is er bezwaar en beroep mogelijk. In sommige gevallen geldt voor de BOPA de uitgebreide procedure: • als dit is aangewezen in de Omgevingswet en/of het Omgevingsbesluit; • op verzoek van de aanvrager; • als het bevoegd gezag deze van toepassing verklaart. Het bevoegd gezag kan de uitgebreide procedure van toepassing verklaren op de BOPA (artikel 16.65, lid 4, Omgevingswet). In de uitgebreide procedure beslist het bevoegd gezag binnen 6 maanden na een aanvraag. In dit geval zal de reguliere procedure aangehouden worden. De Omgevingswet geeft de mogelijkheid om een raadsbesluit te nemen over het bindend adviesrecht bij een aanvraag voor een BOPA. Wanneer de gemeenteraad gebruik maakt van deze bevoegdheid, worden aangewezen aanvragen voor BOPA’s door het college van Burgemeester & wethouders ter advisering aan de gemeenteraad voorgelegd. De raad geeft in dat geval een gemotiveerd advies over het wel of niet verlenen van die omgevingsvergunningaanvraag.

Dit advies moet het college van B&W dan opvolgen. Onderhavig voornemen staat niet op de lijst van adviesrecht.

Pagina 39 van 43

P251233

Burgemeester Nielenplein 6, Heemskerk Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

5.2.1 Participatie Gemeente Heemskerk heeft in oktober 2022 de ‘Lijst met gevallen verzwaard adviesrecht Heemskerk 2023’ gepubliceerd. Bij een BOPA gaat het vaak om grotere plannen of ontwikkelingen, daarom kan er in sommige gevallen sprake zijn van een adviesrecht van de gemeenteraad en verplichte participatie. In deze handleiding is een lijst opgenomen met gevallen van verplichte participatie. In dit geval is er sprake van verplichte participatie De participatie avond vond plaats op 25 augustus 2025. Tijdens deze bijeenkomst zijn het plan, de plattegrond en visualisaties van het project toegelicht. De winkeliers zijn via het digitale platform van de winkeliersvereniging op de hoogte gebracht van de participatieavond. Omwonenden en winkeliers uit de vijf omliggende straten hebben een schriftelijke uitnodiging ontvangen voor de participatie avond. De opkomst op de participatie avond was niet heel groot, er zijn zeven omwonenden langs gekomen. Omwonenden en winkeliers die vooraf aangegeven hebben niet aanwezig te kunnen zijn hebben de informatie van de avond per email ontvangen. Op deze email hebben een aantal een reactie gegeven. De meeste omwonenden, zowel de nieuwe bewoners als de (horeca) bedrijven, zijn enthousiast over het projectvoornemen. De meesten omwonenden hebben aangegeven positief tegenover het plan te staan.

Tijdens de participatie avond werd enkele aandachtspunten genoemd. Zo werd aangegeven dat de afvoer van afval en parkeren een zorgpunt zijn. Het afval wordt ingezameld en verwerkt door de door de gemeente aangewezen inzameldienst, HVC. Hiermee sluit de afvalverwerking aan bij de reguliere gemeentelijke systematiek. Ten aanzien van parkeren blijkt uit de GoFlo dat de parkeerbehoefte niet volledig binnen de gewenste loopafstand kan worden opgelost. Er bestaat echter aanleiding om van het parkeerbeleid af te wijken (zie 4.9). De toename van het aantal woningen leidt in de praktijk slechts tot een zeer beperkte extra parkeerdruk, die voor omliggende woningen en bedrijven nauwelijks merkbaar is. Daarnaast wordt de hoge parkeerdruk momenteel veroorzaakt door het tijdelijke kantoor gevestigd in het pand aan Burgemeester Nielenplein 6. In het eerste kwartaal van 2026 verhuist het bedrijf naar een andere locatie, waardoor de parkeerdruk zal verminderen. De eigenaar van het naastgelegen pand heeft aangegeven dat er in de toekomst mogelijk appartementen worden gerealiseerd als extra woonlaag op het bestaande pand. Hierdoor heeft hij verzocht de raampartij aan de zijkant te voorzien van ondoorzichtig glas. Ook worden de kopers op de hoogte gesteld van de mogelijke woningbouw in de toekomst op het naastgelegen pand.

De achterbuurman heeft daarnaast verzocht om het realiseren van een balkonmuurtje ter beperking van de inkijk in zijn tuin. Tevens komt de raampartij aan de zijkant te vervallen, waardoor het zicht op de tuin verder wordt beperkt. Uit de participatie is gebleken dat omwonenden overwegend positief staan tegenover de voorgenomen ontwikkeling. De belangrijkste aandachtspunten hebben betrekking tot afval, parkeren en privacy. Deze punten zijn besproken en worden waar mogelijk meegenomen in de verdere uitwerking van het plan. 5.2.2 Bezwaar De omgevingsvergunning wordt aangevraagd en gepubliceerd in een zelf uitgegeven elektronische publicatie zoals het gemeenteblad, waarna binnen maximaal 8 weken met een mogelijkheid van verlenging met 6 weken een besluit genomen moet worden. Na deze beslistermijn is bezwaar en beroep mogelijk.

Pagina 40 van 43

P251233

Burgemeester Nielenplein 6, Heemskerk Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

6

Belangenafweging en conclusie 6.1

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

6.2

Conclusie

Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet moet het omgevingsplan voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Verder gelden de beleidskaders en instructieregels. In hoofdstukken 3 en 4 is aangegeven dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).

De voorgenomen ontwikkeling betreft het realiseren van 19 sociale- en middenhuur appartementen, waarvan 12 appartementen binnen bestaande bebouwing worden gerealiseerd en 7 appartementen/studio’s worden in de nieuw te bouwen woonlaag gesitueerd. Ten behoeve van de realisatie van de appartementen dient de bestemming die op het pand rust deels gewijzigd te worden. De impact van de beoogde ontwikkeling op omgevingsaspecten is beperkt van aard en er treden geen nadelige gevolgen voor het milieu op. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Pagina 41 van 43

Bijlagen Bijlage I

– Akoestisch onderzoek

Bijlage II

– Parkeerbalans

Bijlage III

– Luchtonderzoek

Bijlage IV

– Ecologisch uitvoeringsplan (SMP)

Bijlage V

– Stikstofdepositieonderzoekparkeer

Bijlage VI

– Watertoets

P251233

Burgemeester Nielenplein 6, Heemskerk Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)

Harmenkaag 11 1741 LA SCHAGEN 0224 – 299346 info@prommenz.nl www.prommenz.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16858325/1