CConstaterende datHeemskerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Eindrapport Berenschot

Raadsvergadering 25 juni 2026, gemeente HeemskerkBij agendapunt: Raadsvoorstel Transitieplan Re-integratiedienstverlening14.943 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toetsing financiële doorrekening IJmond Werkt!

1/36

EINDRAPPORT

Toetsing financiële doorrekening IJmond Werkt! - Intern vertrouwelijk - 17 april 2026 Lars Bos en Rutger Knibbe

GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG

Toetsing financiële doorrekening IJmond Werkt!

2/36

Managementsamenvatting De gemeenten Beverwijk, Heemskerk en Velsen hebben gekozen voor een herontwerp van de dienstverlening rond de Participatiewet. Daarbij is besloten dat het grootste deel van de reintegratietaken niet langer regionaal via de gemeenschappelijke regeling IJmond Werkt! worden uitgevoerd, maar door de gemeenten zelf. Een deel van de re-integratietaken blijft bij IJmond Werkt! (onder andere Young Heroes, Telstar@Work en jobcoaches). Deze keuze heeft directe gevolgen voor de organisatie, de kosten en de financiële risico’s van IJmond Werkt! en van de gemeenten. In dit rapport toetst Berenschot of de financiële doorrekening van IJmond Werkt! daarvoor volledig, realistisch, consistent en bestuurlijk uitlegbaar is. De financiële toetsing is voornamelijk gebaseerd op de door IJmond Werkt! aangeleverde documenten voor het herontwerp. Daarbij is gebruikgemaakt van het overzicht van de frictiekosten, de documenten met uitgangspunten voor de meerjarige doorrekening en het begrotingsmodel. Daarnaast zijn enkele werksessies met IJmond Werkt! georganiseerd om zaken te verduidelijken en te valideren. Uit deze toetsing komen de volgende conclusies: Frictiekosten •

IJmond Werkt! heeft voor de periode 2025–2027 circa € 1,1 miljoen aan frictiekosten geraamd. De kosten zijn op zichzelf navolgbaar, maar het overzicht is nog niet volledig, aangezien het alleen de frictiekosten van IJmond Werkt! betreft. De frictiekosten worden momenteel door de gemeenten inzichtelijk gemaakt. De toetsing van de gemeentelijke (frictie)kosten maken geen onderdeel uit van deze toetsing. De huidige raming van de frictiekosten van IJmond Werkt! vormen een deel van de totale frictiekosten van het herontwerp.

•

De onderliggende aannames van enkele frictiekostenposten zijn kwetsbaar. Zo is verondersteld dat na 2027 geen frictiekosten meer optreden voor IJmond Werkt!, terwijl de ervaring leert dat frictiekosten vaak langer doorlopen. Daarnaast zijn er geen desintegratiekosten opgenomen, terwijl dergelijke kosten bij vergelijkbare transities vaak voorkomen. Het gaat hierbij om de kosten die samenhangen met de afbouw van de overhead ondersteuning, waarvoor IJmond Werkt! een redelijke termijn voor zou moeten krijgen.

Meerjarige financiële doorrekening •

De toetsing van de meerjarige financiële doorrekening laat zien dat de doorrekening rekenkundig correct is en dat de meeste uitgangspunten consistent zijn verwerkt.

•

De aannames die ten grondslag liggen aan de doorrekening zijn grotendeels te volgen en te verdedigen. Voor een aantal aannames geldt dat deze, ook gezien de recente ontwikkelingen, mogelijk te voorzichtig zijn. Hierdoor kunnen de financiële effecten in de praktijk hoger uitvallen.

•

Door het overdragen van een groot deel van de re-integratietaken door IJmond Werkt! valt een deel van de overheadtoerrekening weg. Uit de toetsing van Berenschot komt naar voren dat de verwachte daling van de overheadskosten voor IJmond Werkt! als gevolg van het herontwerp met een daling van € 0,5 miljoen hoger uitvalt dan de, door IJmond Werkt!, ingeschatte daling van € 0,3 miljoen.

Financiële consequenties •

Het herontwerp zorgt voor een totale verschuiving van € 5,0 miljoen aan baten en lasten van IJmond Werkt! naar de gemeenten. De gemeenten kunnen deze budgetten voor een groot deel

Toetsing financiële doorrekening IJmond Werkt!

3/36

naar eigen inzicht inzetten voor de uitvoering van re-integratietaken. Daarnaast is er een structureel effect op de overheadskosten van IJmond Werkt! (een daling van ongeveer € 0,5 miljoen). Als gevolg van het herontwerp vervalt de toerekening van € 1,7 miljoen aan overheadkosten aan de re-integratieonderdelen die naar de gemeenten overgaan. De besparing op de overheadskosten (€ 0,5 miljoen) is kleiner dan de oorspronkelijke overheadtoerrekening die vervalt (€ 1,7 miljoen), waardoor een verschil ontstaat van € 1,2 miljoen. Dit zorgt ervoor dat er meer overhead kosten moeten worden toegerekend aan de overblijvende onderdelen van IJmond Werkt!, die hierdoor ‘duurder’ worden. •

De analyse van Berenschot toont verder aan dat IJmond Werkt! op termijn kwetsbaarder wordt als organisatie. Op de langere termijn (12-15 jaar) valt IJmond Werkt!, zonder voldoende instroom van nieuwe doelgroepen, qua aantallen doelgroepen onder een schaalgrootte (300 fte) die doorgaans als robuust wordt gezien. Dit brengt mogelijk financiële kwetsbaarheden met zich mee die verder toenemen als de afname in het personeelsbestand sneller gaat dan verwacht.

Toetsing financiële doorrekening IJmond Werkt!

4/36

Inhoudsopgave Managementsamenvatting ............................................................................................... 2 Hoofdstuk 1 ...................................................................................................................... 5 Inleiding........................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding en achtergrond .............................................................................. 5

1.2

Onderzoeksvraag ............................................................................................ 6

1.3

Leeswijzer ...................................................................................................... 6

Hoofdstuk 2 ...................................................................................................................... 7 Onderzoeksaanpak ........................................................................................................... 7 Hoofdstuk 3 ...................................................................................................................... 9 Frictiekosten .................................................................................................................... 9 3.1

Inleiding ......................................................................................................... 9

3.2

De volledigheid van de opgenomen frictiekosten ............................................ 9

3.3

De onderliggende aannames en onderbouwing ............................................ 11

3.4

Incidentele en structurele kosten ................................................................. 12

3.5

De toerekening van de kosten aan gemeenten ............................................. 12

Hoofdstuk 4 .................................................................................................................... 14 Meerjarige financiële doorrekening ................................................................................ 14 4.1

Inleiding ....................................................................................................... 14

4.2

De consistentie van de doorrekening met de gekozen scenariouitgangspunten ............................................................................................. 14

4.3

De aannames ................................................................................................ 18

4.4

De opbouw en samenstelling van de financiële posten ................................. 20

4.5

De scheiding tussen incidentele en structurele effecten ............................... 30

4.6

Structurele effecten nu niet in beeld voor gemeenten .................................. 30

4.7

De meerjarige financiële risico’s voor gemeenten ........................................ 31

Hoofdstuk 5 .................................................................................................................... 32 Financiële consequenties ............................................................................................... 32 5.1

De structurele kosten ................................................................................... 32

5.2

De minimale schaalgrootte en financiële omvang voor een goed functionerend IJmond Werkt! ....................................................................... 32

5.3

Financiële kwetsbaarheden .......................................................................... 34

HOOFDSTUK 1

Inleiding 1.1

Aanleiding en achtergrond

De drie gemeenten Velsen, Heemskerk en Beverwijk werken sinds 2013 samen in de Gemeenschappelijke Regeling (GR) IJmond Werkt! rondom de uitvoering van de Participatiewet. IJmond Werkt! organiseert hierbij onder andere de re-integratiedienstverlening voor de doelgroep in trede 3 tot en met 6 van de participatieladder voor de drie gemeenten. Tevens is IJmond Werkt! als sociaal ontwikkelbedrijf en re-integratiebedrijf verantwoordelijk voor de participatie van de doelgroep die valt onder Wsw en de nieuw beschut doelgroep. Door veranderingen in behoeften van inwoners en de wijze waarop re-integratietaken waren ingericht, is er in 2023 een gezamenlijk onderzoek uitgevoerd naar de dienstverlening rondom de Participatiewet. Dit onderzoek resulteerde in 2023 in de probleemanalyse en het eindrapport “Herontwerp dienstverlening Participatiewet”. Hierin wordt beschreven de huidige vorm en aanpak van de dienstverlening door zowel inhoudelijke als financiële knelpunten niet houdbaar en toekomstbestendig is voor de drie gemeenten. Deze knelpunten passen ook in het landelijk beeld waarbij gemeenten en sociaalontwikkelbedrijven uiteenlopende uitdagingen ervaren bij de uitvoering van de Participatiewet.

Dit wordt onder andere veroorzaakt door een grote verschuiving in doelgroepen, de toename in complexe en meervoudige problematiek in de doelgroep, en de manier waarop rijksmiddelen toegekend worden. Sinds begin 2023 zijn de colleges van Beverwijk, Heemskerk en Velsen gestart met een verkenning voor een toekomstig herontwerp van de dienstverlening voor de Participatiewet in de IJmond. Hierin zijn drie scenario’s voor herontwerp gedefinieerd, waarna samen met Berenschot in 2025 een eerste financiële doorrekening uitgevoerd is voor de drie scenario’s. Mede op basis van deze rapporten is er in juli 2025 door de gemeenteraden van Velsen, Heemskerk en Beverwijk voor gekozen om een transitieplan uit te laten werken op basis van scenario 2. In het rapport ‘Herontwerp dienstverlening Participatiewet’ uit 2023 worden onder scenario 2 de volgende ontwikkelingen beschreven: •

De drie gemeenten beëindigen wat betreft re-integratiedienstverlening de regionale samenwerking in IJmond Werkt!.

•

De samenwerking met betrekking tot de doelgroepen Wsw en Nieuw Beschut blijft bestaan.

•

De gemeentelijke teams verzorgen in scenario 2 zelf alle dienstverlening op het gebied van inkomen, werk en re-integratie vanuit eigen teams en alleen voor eigen inwoners.

•

Elke gemeente breidt haar teams uit met de kennis en capaciteit die nodig zijn voor de reintegratiedienstverlening en heeft de keuze om dit geheel of deels in te kopen bij derden.

•

De gemeenten hebben de mogelijkheid om dienstverlening en/of budgetten in het brede sociale domein naar eigen inzicht lokaal te intensiveren of samen te voegen.

•

De noodzaak tot regionale harmonisatie neemt af, waardoor de politieke en bestuurlijke autonomie over de inzet van de middelen voor eigen inwoners toeneemt. De regio’s blijven met elkaar in verbinding op de gebieden waar samenwerking van meerwaarde is.

•

De keuze voor scenario 2 heeft directe gevolgen voor de frictiekosten en de overhead per gemeente.

Hierbij is door de gemeenteraden ook gevraagd een gezamenlijk transitieplan op te stellen. Onderdeel van het transitieplan is een doorrekening van de frictiekosten en het meerjarig financieel perspectief. Deze financiële doorrekeningen zijn van belang omdat een verschuiving in taken en werkzaamheden van IJmond Werkt! naar de drie gemeenten van invloed is op de organisatie, het personeel en de financiën van zowel de drie gemeenten als IJmond Werkt!. In een periode van transitie brengt dit mogelijk ook frictiekosten met zich mee. Eerder is dit ook al gedeeltelijk uitgewerkt in de financiële doorrekening van Berenschot voor de drie scenario’s. De lead voor de financiële doorrekeningen is belegd bij IJmond Werkt!. IJmond Werkt! heeft zodoende zowel een doorrekening van de frictiekosten als een meerjarig financieel perspectief opgesteld. Om in het tweede kwartaal van 2026 op basis hiervan een gedegen besluit te nemen over het transitieplan en de financiële consequenties door de colleges en gemeenteraden van de drie gemeenten, is besloten om een onafhankelijke toetsing te laten uitvoeren van de financiële doorrekening.

1.2

Onderzoeksvraag

De gemeente Velsen heeft, mede namens de gemeente Beverwijk en de gemeente Heemskerk, Berenschot gevraagd om een onafhankelijke toetsing uit te voeren van de financiële doorrekeningen die zijn opgesteld door IJmond Werkt!, in het kader van het transitieplan reintegratiedienstverlening. Hierbij staat de volgende onderzoeksvraag centraal: zijn de door IJmond Werkt! gepresenteerde frictiekosten en meerjarige financiële doorrekening volledig, realistisch, consistent en bestuurlijk uitlegbaar voor de drie gemeenten?

1.3

Leeswijzer

In dit rapport presenteren we de bevindingen van onze toetsing en beantwoorden we de onderzoeksvraag. In het volgende hoofdstuk lichten wij onze onderzoeksaanpak toe. In Hoofdstuk 3 gaan we in op de frictiekosten. Hoofdstuk 4 focust zich op de toetsing van de meerjarige doorrekening. In Hoofdstuk 5 lichten we de financiële consequenties toe.

6

HOOFDSTUK 2

Onderzoeksaanpak Berenschot heeft in de onafhankelijke toetsing alleen de doorrekening van IJmond Werkt! beoordeeld. Dat betekent niet dat de financiële gevolgen voor de gemeenten buiten beschouwing zijn gebleven. Sinds de zomer van 2025 hebben de financiële adviseurs en beleidsmedewerkers van de drie gemeenten met IJmond Werkt! hierover met elkaar afgestemd. Daarbij is bewust gewerkt in een vaste volgorde. Eerst moet duidelijk worden welke kosten bij IJmond Werkt! vervallen, achterblijven of veranderen als gevolg van het herontwerp. Pas daarna kunnen de gemeenten bepalen hoe zij hun eigen dienstverlening willen inrichten en welke middelen daarvoor nodig zijn. De gemeenten sturen bewust op de middelen die door het herontwerp beschikbaar komen. De nadere financiële uitwerking per gemeente wordt daarom opgenomen in de eigen voorstellen en niet in het Berenschotrapport. Om de onafhankelijke toetsing van Berenschot op een succesvolle manier uit te voeren, hebben wij drie fasen gehanteerd: 1. Het volledig begrijpen en doorgronden van de opgestelde financiële doorrekeningen. 2. Een toetsing van de aannames die ten grondslag liggen aan de financiële doorrekeningen. 3. Een toetsing van de (uitkomsten van de) doorrekeningen onder andere door een vergelijking met eerdere transities bij andere gemeenten en/of sociaal-ontwikkelbedrijven.

De nadruk ligt hierbij op lering trekken uit andere transities, rekening houdend met de specifieke situatie van IJmond Werkt!. Alleen bij onderdelen waarbij deze vergelijking onderbouwd relevant is voor het transitieplan, wordt deze vermeld. Deze fasen hebben wij door middel van de volgende vijf stappen doorlopen: 1. Onafhankelijke documentstudie. Gedurende deze fase hebben wij een onafhankelijke documentstudie uitgevoerd van de aangeleverde documenten van IJmond Werkt!. Deze documenten zijn in een eerder stadium door IJmond Werkt! ambtelijk besproken met de gemeenten. In de analyse lag de focus op het begrijpen en doorgronden van de financiële doorrekeningen, met als doel de documenten te toetsen op consistentie, volledigheid, onderliggende aannames, onderbouwing en mogelijke risico’s voor de drie gemeenten. De toetsing kende de volgende onderdelen: •

Frictiekosten. De toetsing van de frictiekosten is uitgevoerd op basis van het bestand ‘Frictiekosten annex incidentele lasten herontwerp 2025-2027’.

•

Meerjarige financiële doorrekening. De toetsing van de meerjarige financiële doorrekening en bijbehorende onderdelen is op basis van de volgende documenten: –

De consistentie van de doorrekening met de gekozen scenariouitgangspunten zijn getoetst op basis van het Berenschot rapport ‘Financiële doorrekening scenario's’.

–

De aannames zijn getoetst op basis van de documenten ‘MJB Uitgangspunten meerjarige doorrekening 2027–2031’ en ‘Herontwerp MJB IJmond Werkt! 2027–2031, versie 2026-01-21’.

7

–

De opbouw en de samenstelling van de financiële posten zijn getoetst op basis van het bestand ‘Begrotingsmodel IJmond Werkt! - 2027 Primair Business Case beschut werk v6.1 berenschot’.

2. Werksessies IJmond Werkt!. Gedurende deze fase hebben we een drietal gezamenlijke werksessies gehad met IJmond Werkt!. Tijdens de eerste werksessie zijn we door IJmond Werkt! door de relevante documenten geleid. Deze documenten vormden de basis voor onze toetsing. Tijdens de tweede werksessie zijn er verduidelijkingsvragen vanuit Berenschot beantwoord die rezen tijdens de documentstudie. Verder had IJmond Werkt! tijdens deze werksessie de ruimte om bepaalde aannames, keuzes en berekeningen verder toe te lichten of te onderbouwen. Tijdens de derde werksessie is er specifiek aandacht besteed aan de overhead en welke mutaties daarin het gevolg zijn van het herontwerp. 3. Vervolg van de onafhankelijke documentstudie. Op basis van de aangeleverde documenten en de opbrengsten van de werksessies, heeft Berenschot de onafhankelijke toetsing afgerond en de uitkomsten verwerkt in een concept-rapportage. 4. Bespreking concept-rapportage. Tijdens een gezamenlijke sessie met afgevaardigden van IJmond Werkt! en de gemeenten (financials en beleidsadviseurs) is de conceptversie van het rapport toegelicht en besproken. De betrokkenen hebben tijdens (en na) deze sessie input kunnen leveren voor de definitieve versie van het rapport. 5. Eindrapportage. Het project is afgerond met een eindrapportage.

In deze rapportage is de feedback vanuit IJmond Werkt! en de gemeenten op de concept-rapportage meegenomen. De eindrapportage toont de uitkomsten van de onafhankelijke toetsing van de financiële doorrekening en zal, indien gewenst, worden toegelicht in een presentatie aan de opdrachtgever.

8

HOOFDSTUK 3

Frictiekosten 3.1

Inleiding

In dit hoofdstuk analyseren wij de frictiekosten zoals deze door IJmond Werkt! in kaart zijn gebracht in het kader van het herontwerp. Voor de frictiekosten hanteren wij de volgende definitie: •

Frictiekosten zijn alle incidentele kosten, waaronder projectkosten en aanloopkosten, die het directe gevolg zijn de beslissing om de re-integratietaken over te dragen van IJmond Werkt! naar de drie gemeenten. Het gaat hierbij zowel om kosten die al gemaakt zijn, of kosten die naar verwachting worden gemaakt.

Naast frictiekosten zien wij in vergelijkbare trajecten van transities en het terughalen van taken naar gemeenten dat er ook sprake is van desintegratiekosten: •

Desintegratiekosten zijn de kosten die betrekking hebben op de afbouw van overcapaciteit en die optreedt bij het verminderen van taken. In het geval van IJmond Werkt! gaat dit bijvoorbeeld om de afbouw van de overcapaciteit van de overhead formatie.

NB: het woord ‘overcapaciteit’ heeft betrekking op het verschil in formatie tussen de oude en nieuwe situatie. In het geval van IJmond Werkt! gaat formatie over met betrekking tot reintegratietaken naar gemeenten. Op het moment van de overgang is de omvang van de overhead van IJmond Werkt! ondersteunend aan de omvang (qua fte’s) van IJmond Werkt! in de oude situatie. Deze omvang is hoger dan de benodigde capaciteit in de nieuwe situatie, waarbij het verschil wordt aangeduid als ‘overcapaciteit’. Voor de analyse van de frictiekosten en desintegratiekosten heeft Berenschot gebruik gemaakt van het document ‘Frictiekosten annex incidentele lasten herontwerp 2025-2027’ van IJmond Werkt!.

3.2

De volledigheid van de opgenomen frictiekosten

In de volgende tabel zijn de frictiekosten gepresenteerd, zoals deze door IJmond Werkt! ingeschat zijn. Het is goed om hierbij te realiseren dat het alleen gaat om de frictiekosten die betrekking hebben op IJmond Werkt! en dat de frictiekosten voor de gemeenten als gevolg van de transitie van re-integratie taken nog niet in de tabel zijn opgenomen (zie nadere toelichting in Hoofdstuk 2). Voor de periode 2025-2027 komt de totale inschatting van de frictiekosten voor IJmond Werkt! uit op een bedrag van ongeveer € 1,1 miljoen. Frictiekosten

2025

2026

2027

€ 213.817

€ 581.817

€0

Kosten bijeenkomsten personeel, locatiehuur kerk en inzet begeleiding

€0

€ 3.060

€0

Kosten verbindingsbijeenkomsten personeel (continuering dienstverl.)

€0

€ 4.600

€0

Extra inhuur inzet werkcoaches overdracht 600 kandidatendossiers

€0

€ 48.000

€0

Meerkosten inhuur i.v.m. vertrokken formatie

9

Frictiekosten

2025

2026

2027

Extra kosten OR (training)

€0

€ 11.995

€0

Inzet bedrijfsbureau overdracht 600 dossiers

€0

€ 12.000

€0

(juridische) Bijstand WOO verzoek journalist herontwerp

€ 7.210

€0

€0

Adviestraject opstelling Business Case toekomstbestendigheid

€ 6.545

€0

€0

Advies herontwerp Ondernemingsraad (OR) + personeelsbijeenkomst

€ 2.810

€ 5.789

€0

Strategisch communicatieadvies

€ 31.400

€ 32.342

€0

Juridisch advies met name gericht op WOVO

€ 10.076

€ 10.378

€0

Opzegging m2 huidige kantoorlocatie (contract 31-12-27)

€0

€0

€ 56.387

Consultancy + ondersteuning herinrichting en programmamanagement

n.v.t.

p.m.

p.m.

Onvoorzien

€-

€-

€ 50.000

€ 271.858

€ 709.980

€ 106.387

Totaal

Hieronder wordt per onderdeel uit de tabel een toelichting gegeven op de opbouw en samenstelling. De toelichtingen zijn grotendeels overgenomen uit de documenten van IJmond Werkt!: •

Meerkosten inhuur i.v.m. vertrokken formatie. Meerkosten ontstaan door de inhuur ter vervanging van voortijdig vertrokken ambtenaren die het herontwerp en de transitie niet af wilden wachten. Dit betreft 5 collega's in 2025 voor gemiddeld een half jaar en 7 collega's in 2026 voor nagenoeg het hele jaar via bureaus ingezet met hogere kosten tot gevolg dan het geval is bij ambtenaren in dienst. De kosten zijn berekend op basis van de daadwerkelijke kosten van de betreffende inhuurkrachten, waarbij deze zijn afgezet tegen de verwachte kosten van reguliere formatie (fte’s).

•

Kosten bijeenkomsten personeel, locatiehuur kerk en inzet begeleiding.

•

Kosten verbindingsbijeenkomsten personeel (continuering dienstverl.).

•

Extra inhuur inzet werkcoaches overdracht 600 kandidatendossiers. Dit betreft de overdracht van 600 dossiers van lopende trajecten re-integratie die lokaal op gemeentelijk niveau worden voortgezet. Hier wordt voorzien in een uur per klantdossier waar inhuur wordt ingezet naast de reguliere voortzetting van de dienstverlening. Hierbij is gerekend met een uurtarief van € 80.

•

Extra kosten OR (training).

•

Inzet bedrijfsbureau overdracht 600 dossiers. Dit betreft de hiervoor beschreven overdracht van lopende trajecten, waarbij extra inzet gepleegd moet worden om de dossiers in het cliëntvolgsysteem (Compas) qua gegevens over te zetten of af te sluiten en archiveren. Hierbij is het de verwachting dat in totaal 150 uur extra inzet moet worden gepleegd en is wederom gerekend met een uurtarief van € 80.

•

(juridische) Bijstand WOO verzoek journalist herontwerp. Betreft daadwerkelijk gerealiseerde kosten in 2025.

•

Adviestraject opstelling Business Case toekomstbestendigheid. Betreft daadwerkelijk gerealiseerde kosten in 2025.

•

Advies herontwerp Ondernemingsraad (OR) + personeelsbijeenkomst. Betreft daadwerkelijk gerealiseerde kosten in 2025.

10

•

Strategisch communicatieadvies. Ten tijde van de (voor)aankondiging door het bestuur in maart 2025 dat scenario 2 aan de orde is, zorgde voor de nodige communicatie intern gericht op de werknemers van IJmond Werkt! en extern gericht op stakeholders, met name opdrachtgevers en werkgevers in de regio die bovenop de meer standaard communicatie komt. Ook voor het jaar 2026 is in het verdere transitieproces in de behoefte voor meer strategische communicatie voorzien. Kosten voor 2025 betreffen daadwerkelijk gerealiseerde kosten, voor 2026 gaat het om een inschatting van de kosten.

•

Juridisch advies met name gericht op WOVO. Met betrekking tot de overdracht en dus overgang van dienstverlening re-integratie naar de gemeenten is de juridische vraag aan de orde gesteld wat dit betekent in het kader van de Wet Overgang van Onderneming (WOVO) en wordt in 2026 met de (her)plaatsing van de medewerkers bij de gemeenten voorzien dat er nog de nodige juridische bijstand nodig zal zijn. Kosten voor 2025 betreffen daadwerkelijk gerealiseerde kosten, voor 2026 gaat het om een inschatting van de kosten.

•

Opzegging m2 huidige kantoorlocatie (contract 31-12-27). Met het vertrek van circa 25 formatieplekken gegeven de overdracht van de re-integratie is er één verdieping op de locatie Stationsplein 48 in Beverwijk niet meer nodig met ingang van het jaar 2027, terwijl het huurcontract nog doorloopt tot en met 31 december 2027.

•

Consultancy + ondersteuning herinrichting en programmamanagement. Deze post is nog niet financieel doorvertaald door IJmond Werkt!.

•

Onvoorzien. Voor onvoorzien is in totaal een bedrag van € 50.000 opgenomen.

3.3

De onderliggende aannames en onderbouwing

In het overzicht met de frictiekosten dat door IJmond Werkt! is opgesteld zijn verschillende aannames gedaan. In de analyse hebben wij expliciet gekeken naar ervaringen bij andere transities en voorbeeldsituaties waarin taken worden teruggehaald of overgedragen aan gemeenten. De volgende aannames zijn onderzocht: •

Meerkosten voor de inzet van externe inhuur. De grootste component in de frictiekosten wordt gevormd door de meerkosten voor externe inhuur ten opzichte van vaste formatie. IJmond Werkt! heeft, op basis van de realisatie in 2025 en de verwachting voor 2026, een nauwkeurige onderbouwing gemaakt van de daadwerkelijke meerkosten die gerealiseerd zijn. Hierbij gaat het voor 2025 om 5 medewerkers (gemiddeld een half jaar) en voor 2026 om 7 medewerkers voor het hele jaar. IJmond Werkt! geeft aan dat het gaat om vaste medewerkers die als gevolg van de voorgenomen transitie bij IJmond Werkt! weg zijn gegaan en moeten worden vervangen door inhuurkrachten die duurder zijn dan vaste krachten. Op zich kan Berenschot de redenatie volgen dat het extra verloop, en de bijbehorende meerkosten voor externe inhuur, resulteren in frictiekosten als gevolg van het herontwerp. Hierbij is de aanname gedaan dat de genoemde medewerkers allemaal vanwege de voorgenomen transitie bij IJmond Werkt! zijn weggegaan. De vraag is of dit terecht is. Ook in een situatie waarin geen sprake is van een transitie vindt er natuurlijk verloop plaats. Gemiddeld genomen betreft het natuurlijk verloop bij gemeenten in 2024 9% (bron: A&O Fonds, Personeelsmonitor 2024, uitstroom).

Als we ervan uitgaan dat dit een goede indicatie geeft voor het natuurlijk verloop van IJmond Werkt!, zou dit bij de medewerkers re-integratie dienstverlening voor 2025 en 2026 een natuurlijk verloop betekenen van respectievelijk 2,2 fte en 1,7 fte.

•

Overzetten van cliëntdossiers. Voor het overzetten van cliëntdossiers (inclusief digitale dossiers) is de aanname gedaan dat er per dossier 1,25 uur aan externe inzet nodig is, tegen een tarief van € 80 per uur. De vraag is hierbij hoe realistisch het is om slechts iets meer dan een uur te rekenen voor het overzetten van een dossier. Dit veronderstelt dat de dossiers goed

11

op orde zijn en relatief eenvoudig kunnen worden overgedragen aan de gemeenten. Daarnaast bestaat de kans dat de gemeenten met verschillende applicaties voor de re-integratie taken gaan werken, die mogelijk onderling en met de applicatie van IJmond Werkt! verschillen. De vraag is hoe eenvoudig het dan lukt om dossiers over te dragen. Daarnaast is het de vraag of het tarief van € 80 per uur realistisch is. In de huidige arbeidsmarkt stijgen de tarieven van externen snel, onder andere door krapte. Berenschot zou hier voorzichtigheidshalve uitgaan van een richttarief van € 100 per uur (zie ook rapport ‘Financiële doorrekening scenario’s’ van Berenschot uit 2025). •

Geen frictiekosten na 2027. Er zijn door IJmond Werkt! na 2027 geen frictiekosten opgenomen. Dit heeft deels te maken met het uitgangspunt dat de frictiekosten vanuit het perspectief van IJmond Werkt! zijn opgesteld. De vraag is echter of het realistisch om te veronderstellen dat er na 2027 geen sprake meer zal zijn van frictiekosten, niet alleen bij de gemeenten maar ook bij IJmond Werkt! zelf. Onze ervaring bij dergelijke trajecten leert dat er altijd zaken zijn die doorlopen in het jaar na de overdracht van taken.

•

Inschatting van onvoorziene kosten. Onze ervaring leert dat er in dergelijke transities altijd kosten ontstaan die vooraf niet voorzien zijn. Voor onvoorziene kosten is een bedrag van € 50.000 opgenomen. Dit is ongeveer 5% van de totale frictiekosten van IJmond Werkt!. Berenschot hanteert daarbij vaak een hoger percentage van 10% (zie ook het rapport ‘Financiële doorrekening scenario’s’ van Berenschot uit 2025).

3.4

Incidentele en structurele kosten

Tijdens het onderzoek heeft Berenschot expliciet gekeken of er bij het overzicht van incidentele kosten ook structurele posten zijn opgevoerd. Uit de analyse is naar voren gekomen dat IJmond Werkt! geen structurele posten heeft meegenomen in het document ‘Frictiekosten annex incidentele lasten herontwerp 2025-2027’. Conclusie Berenschot: omdat er geen structurele posten zijn opgenomen, zijn er geen aandachtspunten voor dit onderdeel.

3.5

De toerekening van de kosten aan gemeenten

In het document van IJmond Werkt! heeft geen specifieke toerekening van de incidentele kosten aan gemeenten plaatsgevonden. Hierbij moet het volgende opgemerkt worden: •

Een deel van de kosten is reeds binnen de begroting (en jaarrekening) van IJmond Werkt! opgevangen Het gaat hier bijvoorbeeld om de in 2025 gerealiseerde kosten en een deel van de kosten die voor 2026 zijn opgevoerd.

•

IJmond Werkt! heeft geen desintegratiekosten voor overcapaciteit (zie uitgebreide toelichting bij de term ‘overcapaciteit’ in paragraaf 3.1) overhead opgenomen. Door de overgang van formatie van IJmond Werkt! naar de gemeenten is er sprake van overcapaciteit op het gebied van overhead binnen IJmond Werkt! (zie ook de analyse van de overhead in het paragraaf 4.4.8 over de structurele kosten). In dergelijke trajecten zien wij vaak dat er sprake is van een afbouwtermijn, waarbij de overcapaciteit in een aantal jaren wordt afgebouwd. Hierna geven we een voorbeeld weer van zo’n afbouwschema. Voor deze afbouwschema’s zijn overigens geen officiële richtlijnen vastgesteld.

12

Afbouwschema

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

3 jaar; 33% per jaar

100%

67%

33%

4 jaar; 25% per jaar

100%

75%

5 jaar; 20% per jaar

100%

80%

•

Jaar 4

Jaar 5

Totaal 200% 250%

60%

40%

20%

300%

Het overzicht richt zich alleen op de frictiekosten voor IJmond Werkt! (zie ook toelichting in H2). De frictiekosten voor gemeenten zijn hier niet in meegenomen. Het gaat onder andere om de volgende:

13

–

Kosten voor het inrichten van processen en applicaties.

–

Kosten voor projectleiding implementatie (algemeen).

–

Kosten voor deelprojectleiding (hr).

–

Kosten voor deelprojectleiding (ICT).

–

Kosten voor vrijspelen van sleutelfiguren binnen de eigen organisatie.

–

Meerkosten als gevolg van verlies van kennis en expertise.

–

Meerkosten voor externe inhuur ter vervanging van vertrokken vaste formatie.

HOOFDSTUK 4

Meerjarige financiële doorrekening 4.1

Inleiding

In dit hoofdstuk toetsen we de meerjarige financiële doorrekening die door IJmond Werkt! is opgesteld in het kader van transitieplan scenario 2. In dit hoofdstuk wordt de robuustheid van de doorrekening geanalyseerd. De toetsing van de meerjarige financiële doorrekening is specifiek gericht op IJmond Werkt!. De effecten van het herontwerp die binnen de begroting van de gemeenten ontstaan zijn niet meegenomen en vallen daarmee buiten de analyse van Berenschot (zie ook toelichting in Hoofdstuk 2). Waar mogelijk is wel in kaart gebracht voor welke onderwerpen dit speelt, zodat de gemeenten in het vervolgstadium zelf deze informatie kunnen aanvullen. De analyse van de structurele doorrekening door Berenschot bestaat uit vijf onderdelen: •

De consistentie van de doorrekening met de gekozen scenario-uitgangspunten. Om te toetsen of de doorrekening consistent is met de gekozen scenario-uitgangspunten, zijn deze uitgangspunten voor zes onderwerpen in beeld gebracht en getoetst op consistentie.

•

De aannames. De gehanteerde aannames in de meerjarige financiële doorrekening worden in dit onderdeel in kaart gebracht en kritisch beoordeeld op robuustheid.

•

De opbouw en samenstelling van de financiële posten. In dit onderdeel worden de financiële posten in de meerjarige doorrekening van IJmond Werkt! geanalyseerd op hun opbouw en samenstelling. Binnen dit onderdeel is er een specifieke analyse uitgevoerd van de overhead.

•

De scheiding tussen incidentele transitie-effecten en structurele financiële effecten. In dit onderdeel worden de incidentele en structurele effecten van het herontwerp inzichtelijk gemaakt.

•

De meerjarige risico’s voor gemeenten. De meerjarige risico’s voor gemeenten ten gevolge van het herontwerp worden in dit onderdeel uitgebreid toegelicht.

4.2

De consistentie van de doorrekening met de gekozen scenario-uitgangspunten

In het rapport ‘Financiële doorrekening scenario's: doorrekening van drie scenario’s binnen een herontwerp op re-integratiedienstverlening in Beverwijk, Heemskerk en Velsen’ van Berenschot uit 2025 zijn verschillende uitgangspunten voor scenario 2 geformuleerd. In dit onderdeel toetsen wij of de gekozen scenario-uitgangspunten consistent zijn meegenomen in de doorrekening van IJmond Werkt!. In de volgende tabellen zijn de scenario-uitgangspunten voor de volgende onderdelen weergegeven: •

Inkomsten.

•

Personele kosten.

•

Programmakosten.

•

Huisvestingskosten.

•

ICT-kosten.

14

•

Overige kosten.

In de volgende tabellen is aangegeven of het betreffende uitgangspunt consistent in de doorrekening van IJmond Werkt! is doorgevoerd. Onder de tabellen is per onderdeel een korte toelichting opgenomen waarom het uitgangspunt wel (‘ja’) of, niet (‘nee’) consistent is doorgevoerd. In een aantal gevallen blijkt het uitgangspunt niet (meer) van toepassing te zijn voor de second opinion van Berenschot. In die gevallen is dit aangegeven met ‘niet van toepassing’ en in de tekst toegelicht.

Uitgangspunten – inkomsten

Consistentie in de doorrekening

De gemeentelijke bijdrage aan re-integratie aan IJmond Werkt! vervalt.

Ja

De gemeentelijke bijdrage WSW/BW aan IJmond Werkt! blijft bestaan.

Ja

In de vereffening wordt rekening gehouden met een hogere of lagere extra bijdrage WSW/BW om eventuele winsten of verliezen van IJmond Werkt! op te vangen vanuit de drie gemeenten.

Ja

•

De gemeentelijke bijdrage aan re-integratie vervalt. In de berekeningen van IJmond Werkt! zijn de vervallen gemeentelijke bijdragen aan IJmond Werkt! voor re-integratiedienstverlening opgenomen. De gemeentelijke bijdragen voor P-wet-trajecten inwoners gemeenten zijn namelijk vervallen in de begrotingsaanvraag van 2027 en staan daarmee gelijk aan nul.

•

De gemeentelijke bijdrage WSW/BW aan IJmond Werkt! blijft bestaan. De doorrekeningen tonen aan dat de gemeentelijke bijdrage WSW/BW aan IJmond Werkt! blijft bestaan. In de begrotingsaanvraag van 2027 is voor zowel WSW als BW een gemeentelijke bijdrage opgenomen (op basis van de begroting).

•

In de vereffening wordt rekening gehouden met een hogere of lagere extra bijdrage WSW/BW om eventuele winsten of verliezen van IJmond Werkt! op te vangen vanuit de drie gemeenten. In scenario 2 wordt de vereffening als een verhoging/verlaging van de bijdrage WSW/BW toegerekend. In de berekeningen van IJmond Werkt! zijn de gemeentelijke bijdragen aan WSW en BW toegenomen in de begrotingsaanvraag van 2027 ten opzichte van de meerjarenbegroting 2026. Uitgangspunten – personele kosten

Consistentie in de doorrekening

Er vindt een gedeeltelijke verschuiving plaats van personeel van IJmond Werkt! naar de drie gemeenten. Hierin is een uitbreiding voor het aantal fte voor de uitvoering van re-integratie opgenomen van 5%.

Niet van toepassing

De beleids- en overheadkosten gaan deels mee naar de drie gemeenten, maar blijven in totale omvang gelijk.

Nee

De kosten voor het beleid worden gelijk verdeeld, dus elke gemeente krijgt 1/3 deel van het personeel en de kosten.

Ja

Voor de uitvoeringskosten van re-integratie wordt een verdeelsleutel gehanteerd op basis van het aantal inwoners per gemeente. Hier wordt een onderscheid gemaakt tussen:

Niet van toepassing

a) De personele kosten voor uitvoering van re-integratie worden geheel overgenomen door de drie gemeenten als nieuwe personele kosten.

15

Uitgangspunten – personele kosten

Consistentie in de doorrekening

b) De personele kosten voor uitvoering van re-integratie worden geheel overgenomen door de drie gemeenten maar verschuiven naar inkoop derden, onder programmakosten. De personele kosten voor de passage worden geheel overgenomen als personele kosten bij de drie gemeenten.

•

Niet van toepassing

Er vindt een gedeeltelijke verschuiving plaats van personeel van IJmond Werkt! naar de drie gemeenten. Hierin is een uitbreiding voor het aantal fte voor de uitvoering van re-integratie opgenomen van 5%. Dit uitgangspunt is niet van toepassing voor deze analyse, aangezien het hier een effect betreft dat aan de kant van de gemeenten ontstaat door schaalnadelen die optreden als gevolg van de overgang van formatie voor re-integratiedienstverlening van IJmond Werkt! naar de gemeenten.

•

De beleids- en overheadkosten gaan deels mee naar de drie gemeenten, maar blijven in totale omvang gelijk. Zie voor het kostenbeleid de toelichting bij het volgende punt. Voor de overheadkosten is de aanname gedaan dat deze deels overgaan naar de gemeenten, maar in omvang gelijk blijven. Deze aanname lijkt niet te kloppen. Zie hiervoor de uitgebreide analyse in paragraaf 4.4.8.

•

De kosten voor het beleid worden gelijk verdeeld, dus elke gemeente krijgt 1/3 deel van het personeel en de kosten. In de uitgangssituatie heeft IJmond Werkt! 1,0 fte beleidsmedewerker in de formatie. Een klein deel van het werkpakket van deze beleidsmedewerker (circa 0,1 fte) heeft specifiek betrekking op re-integratiebeleid. Dit deel van de formatie wordt overgedragen aan de gemeenten, en evenredig verdeeld.

•

Voor de uitvoeringskosten van re-integratie wordt een verdeelsleutel gehanteerd op basis van het aantal inwoners per gemeente. Hier wordt het onderscheid gemaakt tussen: A) De personele kosten voor uitvoering van re-integratie worden geheel overgenomen door de drie gemeenten als nieuwe personele kosten. B) De personele kosten voor uitvoering van reintegratie worden geheel overgenomen door de drie gemeenten maar verschuiven naar inkoop derden, zonder programmakosten. Dit uitgangspunt is niet van toepassing voor deze analyse.

•

De personele kosten voor De Passage worden geheel overgenomen als personele kosten bij de drie gemeenten. Dit uitgangspunt is niet van toepassing voor de second opinion van Berenschot.

Uitgangspunten – programmakosten

Consistentie in de doorrekening

De gemeentelijke bijdrage voor re-integratie aan IJmond Werkt! vervalt.

Ja

De gemeentelijke bijdrage WSW/BW aan IJmond Werkt! blijft bestaan.

Ja

In de vereffening wordt rekening gehouden met een hogere of lagere extra bijdrage WSW/BW om eventuele winsten of verliezen van IJmond Werkt! op te vangen vanuit de drie gemeenten.

Ja

Variant a en b verschillen voor de hoogte van de programmakosten, in b worden de huidige personele kosten voor uitvoering re-integratie omgezet naar programmakosten voor inkoop derden.

Niet van toepassing

•

De gemeentelijke bijdrage aan re-integratie vervalt. In de berekeningen van IJmond Werkt! zijn de vervallen gemeentelijke bijdragen aan IJmond Werkt! voor re-integratiedienstverlening

16

opgenomen. De gemeentelijke bijdragen voor P-wet-trajecten inwoners gemeenten zijn namelijk vervallen in de begrotingsaanvraag van 2027 en staan daarmee gelijk aan nul. •

De gemeentelijke bijdrage WSW/BW aan IJmond Werkt! blijft bestaan. De doorrekeningen tonen aan dat de gemeentelijke bijdragen aan WSW/BW aan IJmond Werkt! blijft bestaan. In de begrotingsaanvraag van 2027 is voor zowel WSW als BW op basis van de begroting een gemeentelijke bijdrage opgenomen.

•

In de vereffening wordt rekening gehouden met een hogere of lagere extra bijdrage WSW/BW om eventuele winsten of verliezen van IJmond Werkt! op te vangen vanuit de drie gemeenten. In scenario 2 wordt de vereffening als een verhoging/verlaging van de bijdrage WSW/BW toegerekend. In de berekeningen van IJmond Werkt! zijn de gemeentelijke bijdragen aan WSW en BW toegenomen in de begrotingsaanvraag van 2027 ten opzichte van de meerjarenbegroting 2026.

•

Variant a en b verschillen voor de hoogte van de programmakosten, in b worden de huidige personele kosten voor uitvoering re-integratie omgezet naar programmakosten voor inkoop derden. Dit uitgangspunt is niet van toepassing voor deze analyse.

Uitgangspunten – huisvestingskosten

Consistentie in de doorrekening

De huisvestingskosten voor re-integratie vanuit IJmond Werkt! vallen weg en de medewerkers gaan zonder extra kosten op in de gemeentelijke huisvesting.

Ja

De huisvestingskosten voor WSW/BW dienstverlening vanuit IJmond Werkt! blijven behouden.

Ja

•

De huisvestingskosten voor re-integratie vanuit IJmond Werkt! vallen weg en de medewerkers gaan zonder extra kosten op in de gemeentelijke huisvesting. De doorrekening van IJmond Werkt! toont aan dat de huisvestigingskosten voor re-integratiedienstverlening wegvallen. De samensmelting tussen de medewerkers en de gemeentelijke huisvesting is niet van toepassing op deze analyse.

•

De huisvestingskosten voor WSW/BW dienstverlening vanuit IJmond Werkt! blijven behouden. De doorrekening van IJmond Werkt! toont aan dat de huisvestingskosten van WSW/BW behouden blijven. In de meerjarenbegroting zijn voor zowel WSW als de BW huisvestingskosten opgenomen.

Uitgangspunten – ICT-kosten

Consistentie in de doorrekening

De omvang van de ICT-kosten, voor zowel de P-wet als voor de schuldhulpverlening, blijft gelijk aan het huidige scenario.

Nee

De verdeling tussen de gemeenten blijft gelijk aan het huidige scenario.

Ja

De ICT-kosten van IJmond Werkt! blijven behouden bij IJmond Werkt!

Ja

•

De omvang van de ICT-kosten, voor zowel de P-wet als voor de schuldhulpverlening, blijft gelijk aan het huidige scenario. De omvang van de ICT-kosten voor de P-wet neemt af, waardoor de totale omvang van de ICT-kosten wijzigt ten opzichte van het huidige scenario. De totale ICT-kosten van IJmond Werkt! dalen maar beperkt. Maar aan de kant van de gemeenten worden juist hogere ICT-kosten verwacht.

17

•

De verdeling tussen de gemeenten blijft gelijk aan het huidige scenario. De gemeenten blijven hun eigen ICT-pakket behouden. Met dit gegeven blijft de verdeling van de ICT tussen de gemeenten gelijk aan de verdeling in het huidige scenario.

•

De ICT-kosten van IJmond Werkt! blijven behouden bij IJmond Werkt!. De ICT-kosten van IJmond Werkt! zullen niet overgedragen worden naar de drie gemeenten en blijven dus behouden bij IJmond Werkt!.

Uitgangspunten – overige kosten

Consistentie in de doorrekening

De overige kosten (overheadkosten en afschrijvingen) blijven in totale omvang gelijk.

Nee

De overige kosten verschuiven voor het stuk re-integratie deels naar de drie gemeenten, dit gebeurt in gelijke delen.

Ja

•

De overige kosten (overheadskosten en afschrijving) blijven in totale omvang gelijk. De doorrekening van IJmond Werkt! toont aan dat de overige kosten veranderen in totale omvang. In de meerjarenbegroting zijn zowel de overheadkosten als de afschrijvingskosten veranderd in omvang.

•

De overige kosten verschuiven voor het stuk re-integratie deels naar de drie gemeenten, dit gebeurt in gelijke delen. De doorrekening van IJmond Werkt! toont aan dat een deel van de overige kosten wegvalt.

Uit de voorgaande analyse is naar voren gekomen op welke manier er met de oorspronkelijke scenario-uitgangspunten is omgegaan in de meerjarige doorrekening. De consistentie is als volgt: •

•

•

Voor een aantal onderdelen zijn de uitgangspunten consistent toegepast: –

Inkomsten.

–

Programmakosten.

–

Huisvestigingskosten.

Voor een aantal onderdelen zijn de uitgangspunten wisselend consistent toegepast: –

Personele kosten.

–

ICT-kosten.

–

Overige kosten.

Een aantal uitgangspunten zijn niet van toepassing voor de doorrekening van IJmond Werkt!, deze vallen onder de onderdelen: –

Personele kosten.

–

Programmakosten.

Conclusie Berenschot: van de vijftien geanalyseerde uitgangspunten zijn er twaalf consistent meegenomen in de doorrekeningen. Daarmee is onze totale conclusie dat de uitgangspunten over het algemeen consistent zijn meegenomen in de financiële doorrekening.

4.3

De aannames

In dit onderdeel zijn de in de doorrekening gehanteerde aannames geïnventariseerd en kritisch beoordeeld. Deze aannames zijn afkomstig uit de door IJmond Werkt! aangeleverde documenten ‘MJB Uitgangspunten meerjarige doorrekening 2027–2031’ en ‘Herontwerp MJB IJmond Werkt! 2027–2031, versie 2026-01-21’. Hierna volgende aannames met een toelichting:

18

•

De cao-lonen van ambtenaren stijgen jaarlijks gemiddeld met 3%. De aanname dat de caolonen van ambtenaren jaarlijks met gemiddeld 3% stijgen, sluit onvoldoende aan bij de feitelijke loonontwikkeling binnen de overheidssector. CBS-cijfers laten zien dat de cao-lonen bij de overheid in 2023 met 7,2%, in 2024 met 6,3% en in 2025 met 3,9% zijn gestegen. Deze stijgingen zijn door IJmond Werkt! in de meerjarige doorrekening verwerkt. Daarmee ligt de feitelijke loonontwikkeling in de afgelopen drie jaar jaarlijks boven dit uitgangspunt van 3% per jaar. In de meerjarige doorrekening is voor de toekomstige jaren gerekend met 3. De vraag is of dat, gezien de recente ontwikkelingen, reëel is.

•

Voor vacatures is de aanname gedaan op basis van (vergelijkbare) functieschalen uit het functiegebouw IJmond Werkt!, waarbij eveneens de gemiddelde jaarlijkse stijging met 3% van toepassing is. De aanname met betrekking tot vacatures is te volgen. Uit de gesprekken met IJmond Werkt! blijkt dat deze werkwijze in lijn is met de afspraken die IJmond Werkt! en de gemeenten hebben gemaakt. Het is hierbij de insteek dat IJmond Werkt! zoveel mogelijk inzet op personeel in vaste dienst. Aandachtspunt hierbij is wel dat een aantal vacatures in de praktijk lastig kunnen worden ingevuld. Hierdoor ontstaat het risico dat de daadwerkelijke kosten hoger uitvallen dan aanvankelijk geraamd. Ten aanzien van de gehanteerde stijging wordt aangesloten bij de uitwerking van de eerste aanname.

•

De indexatie van inkopen, energie en huur is meerjarig gesteld op 3% voor elk begrotingsjaar. Op basis van onze recente ervaring bij andere GR’en is deze aanname te volgen. Bij andere GR’en zien wij dat er voor deze kostencategorieën in de meest recente begrotingen is gewerkt met een indexatie tussen 2,5% en 3,0%. De 3% waar vanuit IJmond Werkt! mee wordt gerekend ligt hiermee in lijn. Een belangrijk aandachtspunt blijft de prijsdynamiek van de drie onderdelen. Met name energieprijzen zijn gevoelig voor externe en geopolitieke ontwikkelingen, waardoor 3% mogelijk een te lage indexering is.

•

De wsw-lonen stijgen jaarlijks gemiddeld met 3%. Zie de uitwerking van de eerste aanname.

•

De uitstroomcijfers Wsw zijn meerjarig gebaseerd op de verwachte data uitdiensttreding per individuele werknemer gegeven de pensioengerechtigde leeftijd: Het uitgangspunt omtrent de uitstroomcijfers Wsw is een begrijpelijke aanname, omdat de pensioengerechtigde leeftijd een belangrijk uitstroommotief is. Anderzijds is dit uitgangspunt wellicht wat te smal geformuleerd, omdat er in de praktijk ook andere uitstroomredenen zijn, denk aan overlijden, arbeidsongeschiktheid, organisatorische wijzigingen of vervroegd pensioen. De uitstroomcijfers kunnen wellicht scherper ingeschat worden door breder te kijken dan de pensioengerechtigde leeftijd en deze bijvoorbeeld te baseren op daadwerkelijke uitstroomcijfers in recente jaren.

•

Lonen voor Beschut werk-medewerkers stijgen jaarlijks gemiddeld met 3%: De aanname dat de lonen voor Beschut Werk jaarlijks gemiddeld met 3% stijgen, lijkt aan de lage kant. Voor Beschut Werk, dat valt onder de cao ‘Aan de slag’, is de loonontwikkeling verbonden met het wettelijk minimumloon (WML). In 2025 is het WML per 1 januari verhoogd met 2,75% en per 1 juli met 2,42%. Daarmee kwam de totale stijging in 2025 uit boven 5%. Ook in 2024 lag de ontwikkeling hoger dan 3%: het WML steeg alleen al per 1 januari met 3,75%. Deze stijgingen zijn door IJmond Werkt! verwerkt in de meerjarige doorrekening. De verwachting van IJmond Werkt! is dat de ontwikkeling de komende jaren niet boven de 3% zal uitkomen. Wij vragen ons af, op basis van de recente ontwikkelingen, of dit realistisch is.

•

Instroom en uitstroom voor BSW is gebaseerd op een verwachting die binnen de taakstelling van het Rijk blijft voor BSW, waarbij een volume technische inschatting is gemaakt om de totale doelgroep op peil te houden om de dienstverlening te continueren. Deze aanname leunt op een volume technische inschatting en achten we daarom een robuuste aanname.

•

Indexering van de omzet voor de dienstverlening Wsw en BSW is meerjarig gesteld op 3% en als zodanig meegenomen in de omzet, waarbij uitgegaan is van de

19

gerealiseerde/geprognotiseerde omzet per ultimo 2025. De gehanteerde indexering van de omzet met 3% is een risicovolle aanname, omdat deze is gebaseerd op de gerealiseerde/geprognotiseerde omzet ultimo 2025. Indien 2025 een incidenteel sterk of zwak jaar betreft, kan dit leiden tot een verkeerd beeld voor de omzetontwikkeling vanaf 2026. Daarnaast speelt binnen dit uitgangspunt de vraag naar de dienstverlening Wsw en BSW een belangrijke rol, als deze vraag afneemt zal dit gevolgen hebben voor de omzet. Dit is niet meegenomen in deze aanname. •

De overheadkosten stijgen jaarlijks met 3%. Deze aanname sluit aan bij de eerder gehanteerde aannames. Omdat de overheadkosten voor een groot deel uit personeelskosten bestaan, werkt een mogelijk voorzichtige inschatting van de personeelskosten waarschijnlijk ook door in deze aanname. Zie hiervoor ook de uitwerking van de eerste aanname. Wanneer voor de uitvoering van overhead-taken externe inhuur wordt ingezet, is het prijseffect mogelijk nog groter.

In dit onderdeel zijn de gehanteerde aannames kritisch beoordeeld. Hieruit blijkt dat de aannames wisselend robuust zijn. Een aantal uitgangspunten is (deels) goed verdedigbaar, terwijl andere aannames kwetsbaar zijn doordat zij onvoldoende aansluiten op onder andere recente ontwikkelingen of een te generiek karakter hebben.

4.4

De opbouw en samenstelling van de financiële posten

In de volgende paragraaf worden de opbouw en de samenstelling van de financiële posten in de meerjarige doorrekening van IJmond Werkt! geanalyseerd. In de volgende tabel zijn de structurele mutaties in de begroting van IJmond Werkt! gepresenteerd, zowel voor de baten als de lasten. Het overzicht is gebaseerd op het document ‘Herontwerp en meerjarenbegroting IJmond Werkt!’ en het bijbehorende Excelbestand ‘Begrotingsmodel IJmond Werkt! - 2027 Primair Business Case beschut werk v6.1 berenschot’. In totaal gaat het om een bedrag van € 5,0 miljoen structureel. Het effect op de totale overheadkosten van de IJmond Werkt! als gevolg van de transitie van reintegratietaken wordt ingeschat op een bedrag van -€ 0,3 miljoen structureel; dit betreft voornamelijk lagere personeelskosten (-2,6 fte). Bedragen (x € 1,0 mln.)

Begroting 2027

Baten P-wet trajecten voor inwoners

€ 4,7

Opbrengst dienstverlening (2e schil)

€ 0,3

Subtotaal baten

€ 5,0

Lasten Formatie re-integratie (23,9 fte)

€ 2,6

Dienstverlening derden

€ 0,3

Overige lasten (inclusief huisvestingskosten)

€ 0,4

Toerekening overhead IJmond Werkt!

€ 1,7

Subtotaal lasten

€ 5,0

20

Bedragen (x € 1,0 mln.)

Overhead (incl. 2,6 fte)

Begroting 2027

-€ 0,3

In de volgende paragrafen wordt per onderdeel uit de tabel een toelichting gegeven op de opbouw en samenstelling.

4.4.1

Algemeen - rekenkundig

In de bovenstaande tabel zijn de structurele effecten van het herontwerp opgenomen als gevolg van de overgang van re-integratie taken van IJmond Werkt! naar de gemeenten, zowel voor de baten als de lasten. In een validatiegesprek met IJmond Werkt! is het overzicht getoetst. Voor het structurele effect van het herontwerp vormt dit de basis van de uitgevoerde analyse. Let op! In het overzicht zijn alleen de structurele effecten op de begroting van IJmond Werkt! meegenomen. Een aantal (mogelijke) structurele effecten zijn onderdeel van de gemeentelijke begrotingen en vallen daarmee buiten de scope van dit onderzoek (zie ook paragraaf 4.2 over de gehanteerde aannames). De effecten op de begroting van IJmond Werkt! zijn vervolgens geanalyseerd. Dit leverde de volgende bevindingen op: •

Berekeningen. Om de effecten te controleren, zijn de stappen die hebben geleid tot de in het overzicht opgenomen effecten nagelopen, gecontroleerd en kritisch beoordeeld. Op basis daarvan hebben wij vastgesteld dat de berekeningen rekenkundig correct zijn uitgevoerd.

•

Harde waarden. Tijdens de analyse zijn er op een aantal plekken in het Excel-bestand ‘harde waarden’ voor een aantal bedragen ontdekt. Dit zijn bedragen zonder verwijzing, onderbouwing of toelichting. Deze ‘harde waarden’ bevonden zich op de volgende vijf tabbladen: ‘2.2.1. etc. PROGRAMMA’S BN&LN’, ‘BC Kerncijfers en Kengetallen’, ‘2.2.1. etc. PROGRAMMA’S BN&LN BC’, ‘2.2. Overhead’ en ‘KN HV obv Fac. Overzicht 2027’. Deze onderdelen hebben we voorgelegd aan IJmond Werkt!. Hieruit is gebleken dat deze waarden afkomstig zijn uit het Excel-bestand ‘Begrotingsmodel IJmond Werkt! - 2026 Primair CONCEPT v3.0’. Dit bestand heeft betrekking op de begroting van 2026. Technisch was het complex om deze bedragen in het Excel-bestand ‘Begrotingsmodel IJmond Werkt! - 2027 Primair Business Case beschut werk v6.1 berenschot’ op te nemen aan de hand van een verwijzing. Wij hebben vastgesteld dat dit het geval is en dat de bedragen correct zijn ingevuld als ‘harde bedragen’ in het Excel-bestand ‘Begrotingsmodel IJmond Werkt! - 2027 Primair Business Case beschut werk v6.1 berenschot’.

Conclusie Berenschot: op basis van de uitgevoerde analyse concluderen wij dat de structurele effecten op een juiste wijze in beeld zijn gebracht. Uit de analyse blijkt dat de berekeningen die ten grondslag liggen aan de opgenomen effecten correct zijn uitgevoerd. Daarnaast blijkt dat in het gebruikte Excel-bestand op enkele tabbladen ‘harde bedragen’ opgenomen zijn. Op basis van de toelichting van IJmond Werkt! en een extra Excel-bestand is de oorsprong van deze ‘harde bedragen’ vastgesteld, waardoor we hebben kunnen vaststellen dat de structurele effecten rekenkundig correct zijn gepresenteerd.

21

4.4.2

Baten: P-wet trajecten voor inwoners

Door het herontwerp, met de overdracht van de re-integratietrajecten voor inwoners van de drie gemeenten in het kader van de P-wet, vervalt het bedrag van € 4,7 miljoen. Deze baten gaan éénop-één over van IJmond Werkt! naar de gemeenten. Conclusie Berenschot: geen aandachtspunten voor dit onderdeel.

4.4.3

Baten: opbrengsten dienstverlening 2e schil

In de uitgangssituatie was er binnen de begroting van IJmond Werkt! sprake van onderlinge samenhang tussen de re—integratie dienstverlening die wordt overgedragen aan de drie gemeenten en de achterblijvende 2e schil met werkzaamheden die achterblijven bij IJmond Werkt! (zoals Young Heroes, Telstar@Work en jobcoaches). In het herontwerp zijn deze geldstromen uit elkaar gehaald, omdat de dienstverlening voor de 2e schil bij IJmond Werkt! blijft. Hierdoor komen de opbrengsten voor IJmond Werkt! voor de overblijvende re-integratiedienstverlening die uitgevoerd wordt voor de 2e schil ongeveer € 0,3 miljoen lager uit. Deze opbrengsten worden éénop-één overgedragen aan de gemeenten. Conclusie Berenschot: geen aandachtspunten voor dit onderdeel.

4.4.4

Lasten: Formatie re-integratie (23,9 fte)

In de structurele doorrekening is door IJmond Werkt! uitgegaan van de totale personeelsbudgetten van IJmond Werkt! die horen bij de re-integratie dienstverlening die wordt overgedragen aan de gemeenten. In totaal gaat het om 23,9 fte (en een bedrag van € 2,6 miljoen) die van IJmond Werkt!. De gemeenten kunnen dit budget na het herontwerp zelf naar eigen inzicht inzetten voor het uitvoeren van de taken. In het werkpakket dat wordt overgedragen zitten de taken van werkcoaches, het vacaturecentrum, ad&a en trainers. In de formatie zit ook 1,89 fte voor management en managementondersteuning (PMO’er) voor de re-integratie dienstverlening. Deze overhead functies werden conform de regels van het besluit begroting en verantwoording (BBV) direct toegerekend aan het primair proces en gaan volledig over naar de drie gemeenten. Bij sommige organisaties wordt deze formatie (deels) toegerekend aan de centrale overhead (zie voor een uitgebreide analyse van de overhead van IJmond Werkt! paragraaf 4.4.8). Overigens ligt de bezetting op dit moment lager dan de genoemde 23,9 fte. Een deel van de vaste medewerkers, in totaal ongeveer 7 fte, is in de afgelopen periode vertrokken. Deze formatieplekken worden op dit moment ingevuld door externe medewerkers. NB: in het document ‘herontwerp en meerjarenbegroting IJmond Werkt!’ wordt onder andere op pagina 12 een aantal van 24,9 fte genoemd.

Navraag bij IJmond Werkt! leert dat 23,9 fte het juiste aantal is voor de formatie met betrekking tot re-integratiedienstverlening die wordt overgedragen door IJmond Werkt! aan de drie gemeenten. Conclusie Berenschot: het formatiebudget ten aanzien van de re-integratiedienstverlening (het werkpakket van in totaal 23,9 fte), exclusief de 2e schil, wordt volledig overgedragen aan de drie gemeenten.

22

4.4.5

Lasten: dienstverlening derden

De kosten voor dienstverlening door derden dalen met circa € 0,3 miljoen, met name door het ‘wegvallen’ van de re-integratie dienstverlening, met de daarbij behorende ‘medische kosten’, loonwaarde metingen, psychologische onderzoeken, ABC-metingen, etc. voor de P-wet-trajecten. Conclusie Berenschot: het betreft bij dit onderdeel kosten die gerelateerd zijn aan de reintegratiedienstverlening. Deze kosten gaan één-op-één over naar de drie gemeenten. Er zijn verder geen aandachtspunten bij dit onderdeel.

4.4.6

Lasten: overige lasten (inclusief huisvestingslasten)

De overige lasten dalen met € 0,4 miljoen als gevolg van het wegvallen van de re-integratietaken. Deze daling bestaat onder meer uit lagere huisvestingskosten bij de locatie Stationsplein in Beverwijk, doordat door het herontwerp minder kantoorruimte nodig is. Daarnaast dalen de kosten op de posten Ambtelijk personeel en Payrollpersoneel. Conclusie Berenschot: de kosten binnen dit onderdeel hangen samen met de re-integratie dienstverlening. Er zijn verder geen aandachtspunten bij dit onderdeel.

4.4.7

Lasten: toerekening overhead IJmond Werkt!

In de begroting van IJmond Werkt! worden de kosten van de overhead (bijvoorbeeld voor ICT en huisvesting) op basis van het aantal fte verdeeld over de verschillende onderdelen van het primair proces: WSW, BSW en re-integratiedienstverlening. Deze verdeelsleutel is in het verleden met de gemeenten afgesproken. Door de overdracht van de P-wet dienstverlening voor inwoners naar gemeenten wijzigt de verdeelsleutel voor de achterblijvende onderdelen (WSW, BSW en reintegratie 2e schil); het totaal aantal fte van het primaire proces van IJmond Werkt! neemt immers met 23,9 fte af. Voor de re-integratie dienstverlening bedroeg de totale doorbelasting van de overhead kosten in de uitgangssituatie (vóór het herontwerp) ongeveer € 1,7 miljoen per jaar (exclusief 2e schil: Young Heroes, Telstar@Work en jobcoaches), zie ook de tabel. Met de overgang van de re-integratiemedewerkers van IJmond Werkt! naar de gemeenten komt deze structurele doorbelasting te vervallen. Wanneer de totale overheadkosten van IJmond Werkt! met een zelfde bedrag (€ 1,7 miljoen) zouden dalen, zou er geen effect zijn voor de overige onderdelen van het primair proces. De daling van de overheadkosten wordt door IJmond Werkt! ingeschat op –€ 0,3 miljoen (zie voor een nadere analyse van dit bedrag paragraaf 4.4.8).

Dit betekent dat er meer overheadkosten aan de achterblijvende onderdelen van het primair proces van IJmond Werkt! moeten worden toegerekend. Met andere woorden, door de hogere toerekening van overheadkosten worden de achterblijvende onderdelen van het primair proces van IJmond Werkt! duurder voor de gemeenten. Conclusie Berenschot: door de overdracht van re-integratiedienstverlening (exclusief de 2e schil) van IJmond Werkt! naar de gemeenten komt de toerekening van overheadkosten aan reintegratiedienstverlening van € 1,7 miljoen te vervallen. De totale overhead kosten van IJmond Werkt! nemen met ongeveer € 0,3 miljoen af. Hierdoor moet een groter deel van de overheadkosten (+€ 1,4 miljoen) van IJmond Werkt! worden toegerekend aan de achterblijvende onderdelen van het primair proces (WSW, BSW en re-integratie 2e schil). Deze onderdelen worden hierdoor duurder voor de gemeenten. Zie voor een uitgebreide analyse van de overhead van IJmond Werkt!, en het effect van het herontwerp hierop, in paragraaf 4.4.8.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16939697/1