Bijlage 2. Concept Jaarrekening 2025
Tekst van het document
ValidSigned door R. Korhorn op 17-04-2026
Publieke Sector Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden Behorende bij de controleverklaring d.d. 17 april 2026 met kenmerk 312021001.26.256
Jaarstukken 2025 Jaarrekening | Jaarverslag
Inhoud Voorwoord ........................................................................................................................ 4 Inleiding ........................................................................................................................... 6 Jaarverslag ..................................................................................................................... 10 1
Programmaverantwoording ....................................................................................... 10 1.1 Doelstellingen programma Milieu en leefomgeving ..................................................... 10 1.2 Samenvatting baten en lasten ................................................................................. 10
2
Verplichte paragrafen ................................................................................................ 13 2.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing................................................................. 13 2.1.1 Uitgangspunten en aanpak benodigde weerstandscapaciteit .............................. 13 2.1.2 Algemene reserve ........................................................................................ 13 2.1.3 Bestemmingsreserves ................................................................................... 14 2.1.4 Begrotingsruimte en stille reserves................................................................. 14 2.1.5 Voorzieningen .............................................................................................. 14 2.1.6 Benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit .............................................. 14 2.1.7 Beoordeling weerstandsvermogen .................................................................. 17 2.1.8 Conclusie weerstandsvermogen ..................................................................... 17 2.1.9 Financiële kengetallen .................................................................................. 18 2.2 Onderhoud kapitaalgoederen...................................................................................
19 2.3 Treasury/financiering ............................................................................................. 20 2.4 Bedrijfsvoering ...................................................................................................... 21 2.4.1 Opleiding en ontwikkeling ............................................................................. 23 2.4.2 Ziekteverzuim ............................................................................................. 24 2.4.3 Eigenrisicodrager WGA en ZW ....................................................................... 25 2.4.4 Arbeidsomstandigheden ................................................................................ 25 2.4.5 Klachtbehandeling ........................................................................................ 26 2.4.6 Rechtmatigheidsverantwoording .................................................................... 26 2.5 Verbonden partijen ................................................................................................ 27 2.5.1 VvE Stationsplein ......................................................................................... 27 2.6 Wet Open Overheid ................................................................................................ 28
3
Jaarrekening .............................................................................................................. 30 3.1 Overzicht van baten en lasten programma Milieu en leefomgeving ............................... 30 3.2 Begrotingsrechtmatigheid ....................................................................................... 32 3.3 Toelichting overzicht van baten en lasten.................................................................. 32 3.3.1 Overzicht incidentele baten en lasten.............................................................. 34 3.3.2 Baten en lasten naar taakveld ....................................................................... 35 3.3.3 Overheadkosten 2025................................................................................... 35 3.4 Informatie bezoldiging topfunctionarissen ................................................................. 35 3.4.1 Bezoldiging topfunctionarissen ....................................................................... 36
3.5 Belastingen ........................................................................................................... 37 3.5.1 Omzetbelasting ............................................................................................ 37 3.5.2 Vennootschapsbelasting ................................................................................ 37 3.6 Resultaatbestemming ............................................................................................. 38 3.7 Balans per 31 december 2025 ................................................................................. 39 3.8 Toelichting op de balans ......................................................................................... 41 3.8.1 Waarderingsgrondslagen ............................................................................... 41 3.8.2 Grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording ....................................... 41 3.8.3 Materiële vaste activa ................................................................................... 42 3.8.4 Onderhandenwerk projecten en ontvangen voorschotten voor specifieke uitkeringen .................................................................................................. 42 3.8.5 Vorderingen en overlopende activa .................................................................
42 3.8.6 Overige activa en passiva.............................................................................. 43 3.9 Niet uit de balans blijkende verplichtingen ................................................................ 49 3.9.1 Contract mobiele telefonie en vaste datalijnen ................................................. 49 3.9.2 Leasecontract autolease................................................................................ 49 3.9.3 Restverlof ................................................................................................... 49 3.9.4 Personele verplichtingen ............................................................................... 49 3.10 Investeringen ........................................................................................................ 49 3.11 EMU-saldo ............................................................................................................ 50 3.12 Rechtmatigheidsverantwoording .............................................................................. 50 3.13 SiSa-bijlage specifieke uitkeringen ........................................................................... 52 4
“Overige gegevens waaronder de accountantsverklaring’’ ........................................ 53
Voorwoord 2025 was voor Omgevingsdienst IJmond (ODIJmond) een richtinggevend jaar. Samen met het bestuur en de deelnemers werkten we gericht aan het toekomstbestendig maken van onze organisatie. De veranderende opgaven die op omgevingsdiensten, provincie en gemeenten afkomen, stonden hierbij centraal, naast de in 2024 uitgevoerde analyse ‘twee zijden van de medaille’. Grip op de leefomgeving In 2024 actualiseerden we ons bedrijvenbestand en brachten we in kaart welke stappen we moesten zetten om grip op de uitvoering van onze VTH-taken te verbeteren. We verbeterden de planning- en controlcyclus (P&C-cyclus) waardoor programmering, uitvoering en verantwoording op elkaar aansluiten. Ook stelden we een prioritaire aanpak op voor milieutoezicht op vergunningplichtige bedrijven en bedrijven met een hoger risico op omgevingsveiligheid die we gedurende 2024-2026 uitvoeren. Versterking VTH-stelsel Het ODIJmond-bestuur koos er in 2024 voor om de organisatie te versterken. De organisatie moest in staat zijn om de opgaven in de leefomgeving met borging van kwaliteit- en continuïteit uit te voeren. Het voldoen aan de landelijk geldende kwaliteits- en robuustheidscriteria is hierbij een belangrijk speerpunt waarmee we in 2025 grote stappen hebben gezet.
De kritische prestatie indicatoren (KPI) waar wij zelfstandig aan kunnen voldoen hebben we aangepakt en behaald, of we zullen dat in de eerste helft van 2026 alsnog doen. Ook leveren we op landelijk niveau een bijdrage aan het versterken van het stelsel en gaan we steeds meer gebruik maken van de kennis en expertise van andere diensten via Omgevingsdienst NL. Toekomstbestendig ODIJmond In 2024 startten we het meerjarige programma Toekomstbestendig ODIJmond. Belangrijke ontwikkellijnen in dit programma waren het herijken van de financieringsstructuur, actualiseren van de GR1- en DVO2-structuur en het versterken van de centrale sturing. Gedurende 2025 is in samenwerking met de deelnemers een nieuwe financieringsstructuur opgesteld. Hierbij is waar mogelijk aangesloten bij de landelijke format voor uniforme financiering. In werkgroepen met daarin ook leden vanuit onze deelnemers hebben we de Gemeenschappelijke Regeling (GR) geactualiseerd in de vorm van de negende herijking van de GR-ODIJmond. Ook hebben we in 2025 de transitie van zelforganisatie naar een meer hiërarchisch organisatievorm gebaseerd op eigenaarschap afgerond3. Op 17 december 2025 heeft het Algemeen Bestuur (AB) de nieuwe financieringsstructuur en wijziging van de GR unaniem vastgesteld. Deze worden gedurende 2026 aangeboden voor
1 Gemeenschappelijke Regeling (GR)
2 Dienstverleningsovereenkomst (DVO)
3 Zie ook: https://www.odijmond.nl/toekomstbestendig/
Jaarstukken 2025
4
zienswijze en instemming aan raden en staten. Gedurende 2026 wordt de bestaande structuur van Dienstverleningsovereenkomsten (DVO) hierop aangesloten. Toekomstscenario’s lange termijn Als onderdeel van het programma Toekomstbestendig ODIJmond kijkt ons bestuur ook nadrukkelijk naar toekomstscenario’s voor de lange termijn. Enerzijds omdat niet zeker is dat wij op zelfstandige basis aan alle robuustheidscriteria voldoen, anderzijds omdat de veranderende opgaven aanleiding geven om te herijken of de huidige vorm ook het best passend is voor de komende jaren. In de loop van 2025 werden scenario’s teruggebracht tot een tweetal scenario’s die gedurende 2026 verder worden uitgewerkt. Trots op ODIJmond Als we terugkijken op de stappen die we gedurende 2024-2025 hebben gezet, doen we dit met trots. Samen met het bestuur, de deelnemers en medewerkers legde we het fundament voor de komende jaren. Daarnaast hebben we een forse eerste stap gezet om grip op de leefomgeving te verstevigen en de veranderende opgaven aan te pakken. Met de expertise, lokale kennis en inzet van onze medewerkers hebben we aan de opgave gewerkt maar gelijktijdig ook nieuwe collega’s de eerste stappen binnen ons werkveld laten zetten. Ik kijk er naar uit om in 2026 verder te bouwen. Just Zandhuis MBA Directeur
Jaarstukken 2025
5
Inleiding Dit zijn de jaarstukken van Omgevingsdienst IJmond (ODIJmond) over het boekjaar 2025. De begroting en jaarstukken van een Gemeenschappelijke Regeling (GR) moeten voldoen aan het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). In dit besluit zijn de richtlijnen opgenomen waaraan ODIJmond zich moet houden in het kader van de informatieverstrekking aan het Algemeen Bestuur (AB) en de informatieverstrekking aan derden. De jaarstukken zijn tweeledig en bestaan uit een jaarrekening en een jaarverslag. De jaarrekening bestaat uit een aantal verplichte paragrafen, waaronder uit een overzicht van baten en lasten en de financiële positie, waaronder de balans. De jaarrekening bevat ook de rechtmatigheidsverantwoording. Dit is een vereiste paragraaf waarbij het Dagelijks Bestuur (DB) zelfstandig verantwoording aflegt over het feit dat zij rechtmatig heeft gehandeld. Het jaarverslag bestaat uit de programmaverantwoording en wordt als bijlage in dit document aangeleverd. Algemene toelichting -
Onze vijftien deelnemers vormen samen de GR ODIJmond.
-
Deze GR bepaalt in artikel 30 dat het AB de jaarstukken, voorzien van een controleverklaring, uiterlijk op 15 juli 2026 vaststelt.
-
De datum van vaststelling van de jaarstukken 2025 is gepland op 13 mei 2026.
-
Met ingang van 29 november 2010 is de GR ODIJmond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer: 51365901 met als rechtsvorm: Publiekrechtelijke rechtspersoon; Openbaar Lichaam op basis van GR.
-
Alle bedragen in de jaarrekening zijn exclusief BTW.
-
ODIJmond is door de Belastingdienst aangemerkt als ondernemer in de zin van de Wet op de Omzetbelasting. Hierdoor worden alle facturen die wij voor onze dienstverlening verzenden, verzwaard met het geldende tarief voor de omzetbelasting. Zelf kunnen wij geen beroep doen op het BTW-compensatiefonds.
-
Verder is het officiële standpunt van de Belastingdienst (ontvangen in 2016) dat ODIJmond géén activiteiten verricht die vennootschapsbelastingplichtig zijn.
-
Al onze activiteiten in 2020 waren vrijgesteld van vennootschapsbelasting (Vpb). In 2021 is dit gewijzigd. Een deel van de overige opbrengsten is aangemerkt als belastingplichtig. Dit is verhouding tot de totale begroting klein van omvang.
Rechtmatigheid In overeenstemming met het controleprotocol dat het AB op 1 november 2023 heeft vastgesteld, heeft de accountant de jaarrekening gecontroleerd op getrouwheid in overeenstemming met de
Jaarstukken 2025
6
richtlijnen van de verslagleggingsregels BBV4. In november 2025 vond de interim-controle plaats door de accountant. De uitkomsten zijn uitgewerkt in de managementletter.
Financieel resultaat Het financieel resultaat van 2025 is negatief in vergelijking tot de begroting, voornamelijk door hogere accountantskosten en advieskosten. Daarnaast zijn de IT-kosten gestegen doordat wij in 2025 gegroeid zijn in FTE. Dit zorgt voor extra kosten voor licenties. Doordat het aantal medewerkers in dienst aan het begin van 2025 lager was dan begroot, is er meer aan inhuur uitgegeven dan op voorhand begroot. Doorontwikkeling ODIJmond Begin 2024 is via een bestuursopdracht een externe analyse uitgevoerd over de positie van de dienst ten opzichte van haar opdracht. De uitkomsten en aanbevelingen zijn verwerkt in de rapportage "Twee zijden van de medaille"5. Uit deze analyse bleek onder andere dat de opdracht en middelen niet meer in balans waren, dat de organisatie te veel steunt op incidentele middelen en dat er meerjarige achterstanden zijn ontstaan in de uitvoering. Deze analyse is voor het ODIJmond-bestuur aanleiding geweest om de directeur te vragen met een verbeterplan te komen. Enerzijds is ingezet op het inlopen van achterstanden bij vergunning plichtige bedrijven en bedrijven met een hoger risicoprofiel op omgevingsveiligheid. Anderzijds is een plan van aanpak opgesteld om te komen tot een toekomstbestendige organisatie.
In dit plan van aanpak is beschreven hoe via een ontwikkelagenda van vijf punten een fundament wordt neergezet om de organisatie toekomstbestendig te maken. Enerzijds betekent dat de basis op orde brengen en het ophalen van inzicht in de uitvoering van de opdracht. Anderzijds is gekeken wat nodig is om als organisatie te kunnen gaan voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria waaraan omgevingsdiensten op 1 april 2026 moeten voldoen. Eind 2024 zijn de eerste verbeterstappen gezet. Onder begeleiding van een extern bureau is eind november van dat jaar met organisatiebrede steun besloten om de principes van zelforganisatie los te laten en terug te gaan naar meer centrale sturing via een hiërarchische organisatiestructuur. Er is een managementteam gevormd en in 2025 startten de procedures voor managementfuncties. Door te kiezen voor een organisatie met een lichte managementstructuur en het eigenaarschap voor de uitvoering laag in de organisatie te leggen, zijn de eerste stappen gezet om de centrale sturing te herstellen zonder afbreuk te doen aan de autonomie van medewerkers en teams in de uitvoering van hun werk. Door de bedrijfsvoeringstaken terug te halen uit de inhoudelijke teams en centraal onder te brengen binnen een afdeling Bedrijfsvoering, kunnen zij de focus ook op de uitvoering leggen.
4 Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten
5 https://www.odijmond.nl/algemene_onderdelen/zoeken/@13724/doorontwikkeling-odijmond-noodzakelijk/
Jaarstukken 2025
7
In de bestuursopdracht is ook nadrukkelijk gekeken naar de noodzaak om de financieringsstructuur en governance te herijken. Tijdens dit proces zijn belangrijke constateringen gedaan ten aanzien van het meerjarig financieel resultaat van de dienst. De hoofdlijnen: -
De organisatie is in een te grote mate afhankelijk geworden van incidentele middelen (diverse kortlopende overeenkomsten & subsidiestromen), terwijl de organisatiekosten structureel van aard zijn.
-
Het financiële volume is niet meer in balans met de omvang van de opdracht. Hierdoor is de dienst al meerjarig niet in staat de volledige opdracht van de deelnemers te realiseren.
-
Er is geen gezamenlijk beeld welk gedeelte van de opdracht wel en niet is gerealiseerd over de afgelopen jaren.
-
Door het financiële volume niet tussentijds te herijken, maar nieuwe taken uit te voeren met de al beschikbare middelen is een verdringingseffect ontstaan.
-
Het operationeel resultaat van de organisatie stond onder druk. Aan subsidiestromen, die de afgelopen jaren in belangrijke mate zorgden voor een positief operationeel resultaat, zitten verplichtingen. Deze verplichtingen werden grotendeels uitgevoerd met eigen medewerkers. Door de uitvoering van deze verplichtingen door eigen medewerkers zijn andere taken, die door onze organisatie hadden moeten worden uitgevoerd, niet uitgevoerd. Hierdoor zijn achterstanden ontstaan, maar is er ook rendement gerealiseerd.
-
Het verlofsaldo is de afgelopen jaren opgelopen naar een te hoog niveau. Dit is veroorzaakt door onvoldoende sturing op verlofopname maar ook door structureel te veel werkzaamheden met een te kleine organisatie uit te voeren.
Deze constateringen vroegen om een aantal interventies om te borgen dat de organisatie operationeel en financieel in controle zou komen en er op volledige wijze kon worden verantwoord richting de deelnemers. Hiervoor is het eerdergenoemde programma Toekomstbestendig ODIJmond gestart waarin de herijking GR, DVO en financieringsstructuur zijn ondergebracht. Dit programma doorlopen we in nadrukkelijke afstemming met onze deelnemers. We pasten de organisatiestructuur aan, maakten een start om de P&C-cyclus te verbeteren en hebben ingezet om achterstanden in te lopen. Om dit te kunnen realiseren verzochten wij onze deelnemers via een begrotingswijziging 2025 om aanvullende incidentele middelen. Het bestuur besloot dit te ondersteunen, maar realiseerde zich dat een groot deel van de onderliggende vraagstukken structureel van aard zijn. Bij het vaststellen van die begrotingswijziging stond al vast dat er nogmaals incidentele middelen voor 2026 en een aanpassing van de structurele financiering in 2027 nodig was. De jaren 2025 en 2026 zijn aangemerkt als transitieperiode waarin we inzichten verder uitwerken en samen met onze deelnemers de toekomstrichting bepalen. Het voornemen is om de inzichten, die in onze transitieperiode zijn uitgewerkt, vanaf 2027 te implementeren en te verankeren in een nieuwe GR en financieringsstructuur.
Jaarstukken 2025
8
Voor een toelichting op onze uitvoering en aantallen verwijzen wij ook naar ons jaarverslag 2025 waarin onze volledige programmaverantwoording staat. Deze wordt als bijlage in dit document aangeleverd.
Jaarstukken 2025
9
Jaarverslag 1 Programmaverantwoording 1.1 Doelstellingen programma Milieu en leefomgeving De beleidslijnen van onze deelnemers6 vertalen wij naar een meerjarig Beleidskader Uitvoering & Handhaving en de Uitvoering & Handhavingsstrategie (U&H-strategie). Deze strategie, de lokale beleidsplannen en de afspraken in GR, DVO’s en contractenvormen vormen de input voor ons jaarlijkse Uitvoeringsprogramma ODIJmond. Dit uitvoeringsprogramma bepaalde in 2025 grotendeels onze werkzaamheden. ODIJmond is een uitvoerende dienst en ons doel is de wettelijke- en primaire taken zo adequaat mogelijk uitvoeren. Daarnaast zijn wij erop gericht bedrijven en inwoners in ons werkgebied te stimuleren en te ondersteunen om een duurzame ontwikkeling in de IJmond in beweging te brengen. De activiteiten van ODIJmond beperken zich al jaren niet meer tot alleen ‘klassieke’ of basis milieutaken. In een aantal gemeenten wordt het toezicht ook integraal uitgevoerd op brandveiligheid, bouw- en woningtoezicht, de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo), Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV) en Drank- en Horecawetgeving. Het inhoudelijk werkveld van omgevingsdiensten is sterk in beweging. 2025 was het tweede jaar waarin wij werken onder de Omgevingswet.
Daarnaast verandert de inhoudelijke opgaven omdat er steeds meer inzicht en kennis komt van de daadwerkelijke impact van bedrijfsprossen en menselijk handelen op de leefomgeving. We zien dat door deze veranderende opgaven verschillende thema’s in onze dienstverlening steeds specialistischer worden. Dit vraagt om steeds meer expertise. Omdat hier naar de toekomst toe het juiste antwoord op te kunnen geven gaan wij ons richten op het extra opleiden van onze medewerkers en het versterken van de samenwerking met de andere omgevingsdiensten op landelijk- en provinciaal niveau. De doorontwikkeling van ODNL naar een landelijk kennis- en opleidingscentrum is hierin een belangrijk.
1.2 Samenvatting baten en lasten Wij hebben in 2025 negatief resultaat van €7.305 gerealiseerd na de mutaties in de reserves. Dit is inclusief een onttrekking uit de reserves. Het resultaat is lager dan begroot. Niet begrote baten In 2025 heeft er een correctie plaatsgevonden op verantwoorde rentebaten schatkistbankieren over boekjaren 2023 en 2024 op projecten. Deze rentebaten, ontvangen rente op schatkistbankieren, is ten onrechte als rentebaten geboekt. Deze baten zijn in 2025 weer toegevoegd aan het reguliere exploitatieresultaat. Daarnaast is er over boekjaar 2025 ook rente op schatkistbankieren ontvangen. Deze bedragen (€183.000 over 2023-2024 en €210.000 over 2025) zijn als overige baten verantwoord in de jaarrekening. 6 gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Edam-Volendam, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan,
Purmerend, Uitgeest, Velsen, Waterland, Wormerland, Zandvoort en de provincie Noord-Holland
Jaarstukken 2025
10
De overige baten bestaan verder uit de vergoeding voor het opvragen van bodeminformatie, deze zijn lager dan begroot als gevolg van de stabilisatie van de woningmarkt. Daarnaast zijn hier de rentebaten verantwoord. De rentebaten waren niet begroot. Vrijval projectgelden Naast het reguliere werk worden er ook diverse projecten uitgevoerd binnen ODIJmond. Na afloop van een project moeten worden bepaald of het project binnen de daarvoor beschikbare middelen is uitgevoerd. Over de afgelopen jaren zijn veel projecten nadat de uitvoering was afgerond niet afgesloten, dit zorgde voor een grote onderhandenwerkpositie. In de inleiding, in de paragraaf “doorontwikkeling ODIJmond” staat vermeld dat veel projecten zijn uitgevoerd door eigen medewerkers, terwijl zij daarbij de eigen werkzaamheden niet uitvoerden. Hierdoor is er resultaat ontstaan op de projecten, te weten €1.036.000, dat bij besluit van het ODIJmond-bestuur in 2025 als resultaat is geboekt. Het ODIJmond-bestuur heeft besloten om deze gelden in een bestemmingsreserve te storten om gerichte risico’s en mogelijke tegenvallers in de toekomst op projecten te kunnen financieren. Personeel, recruitment en inhuur In 2025 is het aantal medewerkers gestegen naar 156 (2024: 149). Ondanks de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt zijn we erin geslaagd nog openstaande vacatures in te vullen.
Een belangrijke stap hierin was te investeren in eigen recruitmentcapaciteit die met zijn expertise een waardevolle bijdrage leverde aan het genereren van sollicitaties en het invullen van vacatures. Er zijn daarnaast negen zij-instromers gestart die intern worden opgeleid om in de toekomst volledig te kunnen worden ingezet als vergunningverlener of toezichthouder. Verlofbalans De verlofrechten in 2025 zijn zowel in uren als in financiële waarde gestegen. Dit komt met name door de stijging van het totaal aangekocht spaarverlof in 2025 (3.908 uur) ten opzichte van 2024 (2.820 uur). Het totaal aantal verlofuren is gestegen van 16.527 uur naar 17.096 uur. Het uurtarief is wel gedaald van €65,98 in 2024 naar €64,72 in 2025. Overige bedrijfslasten De overige personeelslasten zijn hoger dan begroot omdat de organisatie in de afgelopen jaren sterk is gegroeid. Deze groei werkt ook door in de kosten voor het afnemen van onze licenties en de huisvestingskosten. Waar ODIJmond als kleine organisatie gebruik konden maken van pilot systemen of ingroeiregelingen voor het gebruik van systemen, sluit dit niet meer aan bij de huidige omvang en behoeft van de organisatie.
Daarnaast wordt er met oog op het uitbouwen van data gedreven werken en het kunnen deelbaar maken van brongegevens met andere omgevingsdiensten en ketenpartners interessanter om aan te sluiten bij oplossingen en initiatieven waarbij meer gelijksoortige organisaties zijn aangesloten Dit betekent dat er nieuwe contracten gesloten moeten worden met hogere tarieven en/of meer gebruikers. De accountants- en advieskosten waren ook hoger. Dit komt enerzijds doordat er meer vraag is geweest naar advieskosten in verband met de herstructurering van financiën en anderzijds doordat de kosten
Jaarstukken 2025
11
van de accountantscontrole gestegen zijn omdat er meer is uitgevraagd dan vooraf afgesproken. Hiermee zal rekening gehouden worden met het aanbesteden van de accountant voor 2026 en de daaropvolgende jaren. De kosten voor organisatieontwikkeling zijn lager dan begroot doordat de meeste kosten die hier betrekking op hebben zijn gedekt door de beschikbaar gestelde incidentele middelen. De algemene kosten zijn lager dan begroot. De hiervoor genoemde effecten hebben als resultaat dat de totale overige bedrijfslasten lager zijn dan begroot. Externe projectkosten In 2025 is voor de uitvoering van projecten externe capaciteit ingehuurd, aangezien deze niet konden worden uitgevoerd met de bestaande personele capaciteit. In de loop van 2024 zijn we overgegaan naar een werkwijze waarbij extra opdrachten en projecten niet meer ten kosten gaan. van de andere werkzaamheden. Voor het inlopen van de achterstanden is ook extra capaciteit ingezet, met uitzondering van de formatiedekking worden de overschrijdingen op externe projectlasten direct gedekt door de projectbijdragen. Nog te besteden subsidies worden verantwoord in de jaren van daadwerkelijke uitvoering. TOTALEN
Realisatie
2025
Oorspronkelijke begroting
Gewijzigde begroting
2025
2025
Totaal baten
18.424.281
16.282.846
18.287.845
Totaal directe lasten
12.532.684
12.611.811
13.136.811
Overhead
5.029.159
3.685.643
5.165.644
Saldo van baten en lasten
862.438
14.609-
14.609-
Toevoeging aan reserves
1.004.067
-
-
Onttrekking aan reserves
134.325
14.609
14.609
Resultaat
-7.305
0
0
Jaarstukken 2025
12
2 Verplichte paragrafen 2.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De term ‘weerstandsvermogen’ verwijst niet naar euro’s, maar is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De omvang van reserves bepalen mede de mogelijkheden om tegenvallers op te vangen. Uitgangspunt van het beleid voor de omvang van het weerstandsvermogen is dat de omvang van de beschikbare weerstandscapaciteit tenminste voldoende moet zijn om de gekwantificeerde risico’s op te vangen. Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de risico’s en in de weerstandscapaciteit. Anders gezegd: het weerstandsvermogen geeft inzicht in de weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) definieert dit als volgt: De weerstandscapaciteit bestaat uit vrij aanwendbare middelen en mogelijkheden waarover ODIJmond beschikt om financiële tegenvallers te dekken. De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn risico’s die niet op een andere manier zijn te ondervangen. 2.1.1 Uitgangspunten en aanpak benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is de financiële waardering van alle voor het weerstandvermogen relevante risico’s. Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen wordt een risico-inventarisatie uitgevoerd.
Risico’s betreffen mogelijke gebeurtenissen die kunnen leiden tot financiële tegenvallers, die niet goed zijn te voorzien of waarvoor geen andere maatregelen zijn getroffen. Of risico’s waarvan na het treffen van beheersmaatregelen nog restrisico’s overblijven van materiële betekenis in relatie tot de financiële positie. Van reguliere risico’s (risico’s die zich regelmatig voordoen, die veelal vrij goed meetbaar zijn en die beperkte financiële gevolgen hebben) wordt verondersteld dat deze met continuering van bestaand beleid ondervangen kunnen worden in de vastgestelde begroting. Deze maken daarom geen onderdeel uit van de inventarisatie. In de eerste plaats wordt van alle niet-reguliere risico’s afzonderlijk een inschatting gemaakt, wat de kans van optreden is en welke financiële gevolgen het risico met zich meebrengt bij optreden. Vervolgens zijn door middel van een statische analyse (Monte Carlo-simulatie) alle risico’s doorgerekend en is op basis van de P90-waarde de benodigde weerstandscapaciteit bepaald. ODIJmond heeft de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit in 2020 laten uitvoeren. Deze is opgenomen in het rapport weerstandsvermogen die op 16 december 2020 is vastgesteld door het Algemeen bestuur. 2.1.2 Algemene reserve Het vrij besteedbare deel van de algemene reserve kan voor de berekening van de incidentele weerstandscapaciteit worden ingezet.
De huidige omvang van de algemene reserve voor resultaat bestemming bedraagt €467.359.
Jaarstukken 2025
13
2.1.3 Bestemmingsreserves Dit zijn reserves met een bestedingsfunctie waarbij geld is weggezet voor toekomstige uitgaven of investeringen. Ondanks deze bestedingsfunctie kan besloten worden, indien noodzakelijk, de bestemmingsreserve bestedingsvrij te maken om risico’s financieel op te vangen. Omdat dit ten koste zou gaan van bestaand beleid, is ervoor gekozen om de bestemmingsreserves niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit te rekenen. 2.1.4 Begrotingsruimte en stille reserves De begroting van ODIJmond is sluitend, daarnaast worden mogelijk aanwezige stille reserves door ODIJ, de eventuele begrotingsruimte, niet als bestanddeel van de weerstandscapaciteit gerekend. 2.1.5 Voorzieningen In 2025 bestaan de voorzieningen uit een voorziening voor de onderhoudskosten van het kantoorpand, verlofvoorziening voor opgebouwde verlofrechten van ons personeel en een voorziening voor financiële verplichtingen van specifieke medewerkers. Laatstgenoemde is zeer gering. De voorziening voor het onderhoud van ons pand is ontstaan voor 2021. De personele voorziening is gevormd in 2021. Omdat naast deze specifieke medewerkers, dit risico aanwezig blijft ten aanzien van andere medewerkers, wordt het risico en de weging in de benodigde weerstandscapaciteit gehandhaafd.
De verlofvoorziening is gevormd om kosten, voor medewerkers die door het hoge saldo aan verlofuren eerder stoppen met werken dan de daadwerkelijke uitdiensttreding, op te kunnen vangen. De voorzieningen worden niet meegerekend in de beschikbare weerstandscapaciteit. Het uitgangspunt is dat alleen de Algemene Reserve en eventueel gerealiseerd resultaat in een boekjaar van ODIJmond tot de beschikbare weerstandscapaciteit wordt gerekend.
2.1.6 Benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Indicatie beschikbare weerstandscapaciteit
€
Algemene reserve
467.359
Totaal
467.359
Beschikbare weerstandscapaciteit per 31 december 2025, vóór resultaatbestemming 2025. Benodigde weerstandscapaciteit Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is een risico-inventarisatie uitgevoerd. Deze heeft tot de onderstaande lijst geleid.
Jaarstukken 2025
14
Risicoanalyse 1 Op basis van gekwantificeerde risico’s is een Monte Carlo-simulatie uitgevoerd. Het resultaat daarvan is weergegeven in figuur 1 tot en met 3.
Figuur 1 Kansverdeling
Jaarstukken 2025
15
Figuur 2 Berekening benodigde weerstandscapaciteit
Figuur 3 Tabel weerstandscapaciteit
Uit figuur 1 Kansberekening, valt af te lezen dat bij een zekerheidspercentage van 90% het risicoprofiel van ODIJmond €467.359 bedraagt. Met andere woorden in 90% van alle uitgevoerde simulaties is het bedrag dat uitgegeven dient te worden aan optredende risico’s niet hoger dan €467.359. Risico’s die ontstaan zijn na de laatst uitgevoerde risico-inventarisatie In 2024 is geen specifieke risicoanalyse uitgevoerd om het weerstandsvermogen te herijken. Wel is in de rapportage "Twee zijden van de medaille" een integrale analyse van de organisatie opgenomen. Naar aanleiding van deze rapportage is het programma GR, DVO en
Jaarstukken 2025
16
financieringsstructuur gestart. Nadat de uitkomsten van dit project bekend zijn, zal een herijking van ons weerstandsvermogen worden uitgevoerd. Deze gefaseerde aanpak zorgt ervoor dat de beoordeling van risico's en benodigde buffers gebaseerd zal zijn op de meest actuele inzichten in onze financiële structuur en verplichtingen.
Tabel: Risicoanalyse uitbreiding
2.1.7 Beoordeling weerstandsvermogen Op basis van het in de vorige paragrafen geformuleerd beschikbare en benodigd weerstandsvermogen, kan voor ODIJmond de ratio van het weerstandsvermogen worden berekend. 2.1.8 Conclusie weerstandsvermogen De laatste herijking van het weerstandsvermogen vond plaats in 2020, en het huidige weerstandsvermogen is gebaseerd op dit rapport met een ratio van 1.0. In 2025 is geen specifieke risicoanalyse uitgevoerd voor een herijking, maar wel is in 2024, een integrale analyse opgenomen in de rapportage "Twee zijden van de medaille". Naar aanleiding hiervan is het programma GR, DVO en financieringsstructuur gestart. Sommige risico's zijn in kans of omvang toegenomen en er zijn ook nieuwe risico's geïdentificeerd. De impact van deze ontwikkelingen op het benodigde weerstandsvermogen is echter nog niet berekend en daarom niet opgenomen in deze jaarrekening. Een volledige herijking van het weerstandsvermogen wordt uitgevoerd in 2026. Onderstaande tabel geeft inzicht in de betekenis van het de weerstandsratio.
Jaarstukken 2025
17
Waarderingscijfer Ratio A > 2,0 B 1,4 -2,0 C 1.0-1.4 D 0.8-1.0 E 0.6-0.8 F <0.6
Betekenis Uistekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Tabel: Weerstandsratio
2.1.9 Financiële kengetallen Kengetallen geven de verhouding weer tussen onderdelen van resultatenrekening en/of balans en helpen bij de beoordeling van onze financiële positie. Deze kengetallen geven inzicht in hoeveel (financiële) ruimte onze organisatie heeft om structurele en incidentele lasten te dekken. De verplicht op te nemen kengetallen in de jaarrekening staan in Artikel 113 van het BBV en worden in onderstaande tabel berekend en toegelicht. Ratio's
Oorspronkelijke Begroting
Gewijzigde begroting
Realisatie
2025
2025
2025
Netto schuldquote
-18,32%
-16,31%
39,83%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio
-18,39%
-16,37%
39,77%
4,49%
4,49 %
10,66%
Structurele exploitatieruimte
-17,88%
-15,97%
-2,97%
Netto schuldquote, al dan niet gecorrigeerd voor alle leningen Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto-schuldquote. De quote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van rentelasten en aflossingen op de exploitatie. De langlopende lening van ODIJmond is aflossingsvrij. Er is geen sprake van rentelasten bij onze kortlopende schulden, grotendeels nog aan te wenden voor vooruit ontvangen specifieke uitkeringen. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de dienst in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Gezien ODIJmond een GR is waarbij het aanhouden van een groot eigen vermogen onwenselijk is, is solvabiliteit geen ratio voor ons om op te sturen. Het eigen vermogen betreft gelden van de deelnemende gemeenten. Structurele exploitatieruimte Om te zien hoe groot de structurele exploitatieruimte is, kijkt ODIJmond naar de structurele baten en lasten en vergelijken deze met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
Jaarstukken 2025
18
Grondexploitatie ODIJmond exploiteert geen grond, waardoor dit kengetal niet van toepassing is. Belastingcapaciteit Omdat ODIJmond geen belastingen int, is dit kengetal niet van toepassing.
2.2 Onderhoud kapitaalgoederen Voor het groot onderhoud van ons gebouw is een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) opgesteld door de afdeling Bouwkunde van gemeente Beverwijk. Het MJOP is opgesteld voor het grote onderhoud van het gehele gebouw en verdeeld in twee onderdelen: -
Gemeente Beverwijk, het Stadhuis
-
Gemeente Beverwijk, het Verhuurkantoor (of marktkantoor)
Voor elk onderdeel is een apart MJOP opgesteld. Het huidige MJOP dateert van oktober 2020 en is door een extern bureau in opdracht van gemeente Beverwijk opgesteld. Alle partijen zijn zelf verantwoordelijk voor de inrichting van het door hen gebruikte gebouwdeel. Er is besloten om de gebouwonderdelen die gezamenlijk worden gebruikt en/of bij alle partijen voorkomen, gelijktijdig uit te voeren. Eind 2024 is een eerste analyse uitgevoerd ter voorbereiding op een nieuw MJOP. Uit deze analyse is gebleken dat het eerdere MJOP onvolledig is opgesteld doordat onder andere de elektronische installatie en ook de WKO-installatie niet volledig zijn meegenomen. Deze installaties blijken aan vervanging toe te zijn omdat de economische levensduur is verstreken. Bovendien is het MJOP niet aangepast aan de huidige inflatie. Voor de eigen onderdelen vanuit het MJOP heeft ODIJmond vanaf boekjaar 2015 een voorziening groot onderhoud gevormd. Per 31 december 2025 bedraagt deze voorziening rond de €228.000. In 2025 is ODIJmond samen met de gemeente Beverwijk een onderzoek gestart naar het aanstellen van een nieuwe VVE-beheerder. De wijze waarop dit georganiseerd is wordt ook aangepast: gemeente Beverwijk voert nu nog een gedeelte van het VVE-beheer uit voor ODIJmond. Vanaf het nieuwe contract participeren beide partijen als eigenaar.
Het contracteren van een nieuwe VVE-beheerder duurt langer dan verwacht. De verwachting is dat in 2026 een nieuwe VVE-beheerder wordt aangesteld en dat dan ook het meerjarenonderhoudsplan wordt bijgesteld. Aannemelijk is dat de door wijze waarop het VVE-beheer georganiseerd gaat worden én het actualiseren van het meerjarenonderhoudsplan voor een pand, dat inmiddels vijftien jaar in gebruik is, dit gaat zorgen voor een kostenstijging. Op basis van het nieuwe MJOP wordt bepaald of de huidige voorziening voldoende is. Wanneer blijkt dat de huidige voorziening de verwachte kosten kan dekken, wordt de voorziening in 2026 aangepast naar het gewenste niveau.
Jaarstukken 2025
19
Financiële verantwoording in 2025 De jaarlijkse kosten voortkomend uit het MJOP maken onderdeel uit van de begroting van de VvE. In overeenstemming met deze begroting heeft ODIJmond over 2025 hiervoor een bedrag van ongeveer €20.000 als last verantwoord. Deze kosten komen in deze jaarrekening tot uitdrukking onder de huisvestingskosten.
2.3 Treasury/financiering In 2014 is het treasury statuut met daarin het treasury beleid opgesteld. Het treasury statuut heeft tot doel een kader te scheppen waarbinnen de financiële continuïteit van ODIJmond kan worden gewaarborgd. Hiervoor zijn enkele doelstellingen opgesteld, namelijk: 1.
Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities.
2.
Het beschermen van vermogen en resultaten van ODIJmond tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s.
3.
Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
4.
Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO), de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (RUDDO), het besluit Leningsvoorwaarden Decentrale Overheden en de limieten en richtlijnen van het treasury statuut.
5.
Het realiseren van informatiestromen ter ondersteuning van de opstelling van het treasury beleid, de uitvoering van het beleid en de verantwoording daarover.
Over de saldi die op onze schatkistbankieren bankrekeningen staan ontvangen wij rente. In 2025 is over het geld in de schatkist een positief renteresultaat behaald van €210.000. Lening Ten behoeve van de nieuwbouw heeft ODIJmond in 2019 een lening van €3.700.000 bij BNG Bank afgesloten met de looptijd van tien jaar. In 2025 bedragen de rentelasten voor deze lening €14.430. Bij het aantrekken van vreemd vermogen zijn in de Wet FIDO grenzen gesteld in hoeverre dit mag plaatsvinden met kort vreemd vermogen en de mate waarin renterisico mag worden gelopen over de vaste schulden. De kasgeldlimiet ligt voor GR-en op 8,2% en de renterisiconorm op 20% van de jaarbegroting met een minimumbedrag van €2.500.000. De kasgeldlimiet is voor ons niet van belang omdat er geen kasgeldleningen zijn aangetrokken. Per 2 januari 2021 is de lening van de BNG voor tien jaar geherfinancierd, waardoor per heden de minimum risiconorm volgens de Wet FIDO niet wordt overschreden.
Jaarstukken 2025
20
2.4 Bedrijfsvoering ODIJmond ontwikkelt zich steeds meer naar een organisatie met professionals waarin een optimale dienstverlening centraal staat. Met het loslaten van zelforganisatie zijn de bedrijfsvoeringstaken bij de centrale afdeling bedrijfsvoering ondergebracht. Afgelopen jaar zijn met name veel stappen gezet op het gebied van P&O, financiën en IT. De komende jaren zullen we dit verder door ontwikkelen waarbij er nadrukkelijk gekeken wordt wat in eigen beheer moet of in samenwerking met andere partijen kan. Medewerkers Ondanks de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt is de formatie in 2025 gegroeid. Op 31 december 2025 bestond onze formatie uit 146,4 FTE. Dit cijfer is exclusief externe inhuur en vacatures en is niet gecorrigeerd voor de generatiepactregeling. Onderdeel van de groei is het versterken van het management met twee managers in het MT en twee leidinggevenden (teamleiders) binnen VTH. Gedurende 2025 zijn er 37 nieuwe medewerkers in dienst getreden. Daarnaast hebben 25 medewerkers de organisatie verlaten, waarvan twee medewerkers met (vervroegd) pensioen. Deze ontwikkelingen weerspiegelen zowel de dynamiek binnen onze organisatie als de inspanningen om, ondanks de uitdagingen op de arbeidsmarkt, een stabiele en groeiende formatie te behouden.
Verdeling tussen vrouwelijke en mannelijke medewerkers.
Jaarstukken 2025
21
Tabel aantal medewerkers 2025: 156 medewerkers, waarvan ruim een kwart (41) met een contract voor bepaalde tijd.
Grafiek: De leeftijdsopbouw in 2025 laat aan het einde van het jaar zien dat 40% van de medewerkers ouder is dan 50 jaar.
Grafiek: De opbouw van dienstjaren laat zien dat bijna de helft van de medewerkers maximaal vijf jaar in dienst is. Dit is (bijna 10%) hoger dan vorig jaar en veroorzaakt door de hoge instroom van nieuwe medewerkers gedurende 2025.
Jaarstukken 2025
22
Formatie
Oorspronkelijke Begroting 2025
Gewijzigde Begroting 2025
Realisatie 2025
GR-formatie
63,4
63,4
81,5
Formatie overeenkomsten en (subsidie)projecten Overheadformatie
43,8
43,8
30,0
30,3
30,3
32,9
Formatie Regeling Generatiepact Totaal formatie
2,0
2,0
2,0
139,5
139,5
146,4
2.4.1 Opleiding en ontwikkeling -
In 2025 is gestart met het opstellen van een strategische personeelsplanning (SPP). Samen met de nieuwe leidinggevenden zal de SPP verder worden uitgewerkt. Ook met de nieuwe gesprekkencyclus “het Goede Gesprek”, wordt in 2026 extra aandacht gegeven aan groei en ontwikkeling van onze medewerkers.
-
Al meer dan twintig jaar leidt onze organisatie eigen medewerkers op tot medewerker omgevingsrecht. Ook in 2025 is een groep van dertien zogenaamde ‘zij-instromers’. Onze nieuwe collega’s komen daarmee uit verschillende functies en branches en kijken ernaar uit om een nieuwe stap te zetten in hun carrière. De opleiding duurt ongeveer zeven maanden. Via theorielessen en het meelopen met controles (training on the job) worden nieuwe collega’s klaargestoomd tot medewerker omgevingsrecht. Onze eigen medewerkers verzorgen de theorielessen, wat eraan bijdraagt dat ook zij hun eigen vakkennis up-to-date houden.
-
In 2025 hebben vijf stagiaires een stageplaats aangeboden gekregen, zowel binnen bedrijfsvoering als in onze VTH-uitvoering.
Groeispurt Na het succes van de afgelopen jaren, organiseerde ODIJmond ook in 2025 de Groeispurt. Dit zijn ontwikkelweken voor alle medewerkers, met jaar Vitaliteit en Veiligheid als overkoepelend thema. We startten met een gezamenlijk ontbijt en gedurende de maand oktober kregen alle medewerkers de mogelijkheid om deel te nemen aan diverse inhoudelijke workshops, presentaties en (ontspannende) activiteiten. Voorbeelden daarvan zijn workshops over vitaliteit, pensioen, mantelzorg en de overgang. Deze activiteiten werden afgewisseld met activiteiten zoals salsadansen, een padeltoernooi, fietstocht naar de Duintuin of stoelmassage. De Groeispurt werd afgesloten met een vitale pubquiz. De Groeispurt is door medewerkers zeer gewaardeerd en in 2026 wordt een aantal onderdelen geïntegreerd in het nieuwe vitaliteitsbeleid. Onboarding programma 'Welkom bij ODIJMOND’ Gedurende het hele jaar is het Onboarding programma ‘Welkom bij ODIJmond!’ geboden aan alle nieuwe medewerkers. In 2026 wordt dit programma geëvalueerd en doorontwikkeld. Externe ontwikkelingen In 2025 is een nieuwe cao SGO bekrachtigd met een looptijd van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027. Deze nieuwe cao omvatte een salarisverhoging per 1 april en 1 oktober 2025. In de nieuwe
Jaarstukken 2025
23
cao is een aantal inclusiviteitsregelingen toegevoegd. De RVU (Regeling Vervroegde Uittreding) is afgeschaft per einde 2025. 2.4.2 Ziekteverzuim Het verzuimpercentage over 2025 is 6,47%. Het aantal meldingen is 150 met een ziekmeldfrequentie van 0,82. We zien een stijging in het verzuim (vorig jaar was het percentage 5,38%), met name het lange verzuim nam toe. NB in 2025 is onze arbodienst overgestapt naar een nieuw verzuimsysteem (van Verzuimsignaal naar Planningsagenda). Het blijkt moeilijk de cijfers uit beide systemen een op een te vergelijken. Wél wordt de stijging in het totale percentage herkend. Dit wordt met name veroorzaakt door ‘lang verzuim’ (43-365 dagen).
In 2026 zetten we ook in op preventie en duurzame inzetbaarheid en via ons nieuwe vitaliteitsbeleid dragen we ook bij aan gezondheid en de duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers. Het verzuimcijfer over 2025 voor openbaar bestuur en overheidsdiensten is 6,4% (bron: CBS; geëxtrapoleerd cijfer op basis van de eerste 3 kwartalen).
Jaarstukken 2025
24
Grafieken hierboven: Verzuimpercentage ODIJmond afgezet tegen de cijfers van het CBS
Uitleg verzuimduur -
Kort verzuim betreft verzuimmeldingen korter dan acht dagen.
-
Middellang verzuim betreft verzuimmeldingen tussen de acht en 43 dagen.
-
Lang verzuim betreft verzuimmeldingen met een duur tussen de 43 en 366 dagen.
-
Extra lang verzuim betreft verzuimmeldingen met een duur van 366 dagen en langer.
2.4.3 Eigenrisicodrager WGA en ZW Er is over 2025 geen instroom te rapporteren in zowel Wet Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) en Ziekte Wet (ZW). 2.4.4 Arbeidsomstandigheden
In 2025 is een start gemaakt met de uitvoering van de aandachtspunten uit de RI&E7 door deze te vertalen naar een concreet plan van aanpak. Gezien de omvang en de verschillen in urgentie is gekozen voor een gefaseerde aanpak. Hiervoor is een veiligheidsprojectgroep ingericht die ieder kwartaal bijeenkomt. De ondernemingsraad is daarbij ook aangesloten. Twee weken na elk projectgroepoverleg vindt er een veiligheidsoverleg plaats met de toezichthouders en vergunningverleners. Op die manier blijft voortgang en naleving onder andere goed geborgd. Tijdens de Groeispurt is voor alle medewerkers een workshop verzorgd door de Arbeidsinspectie. Dit thema sloot goed aan bij veiligheid en gezondheid en versterkte de bewustwording rondom de RI&E-aandachtspunten binnen de organisatie. Daarnaast heeft in 2025 een ontruimingsoefening plaatsgevonden, waarmee medewerkers in de praktijk konden oefenen met procedures rondom veiligheid en noodsituaties. In 2026 wordt de ingezette lijn voortgezet en werkt ODIJmond verder aan de nadere uitwerking en uitvoering van het plan van aanpak van de RI&E.
7 RI&E staat voor Risico-Inventarisatie en -Evaluatie en is een verplicht instrument om arbeidsrisico’s in kaart te
brengen en te beheersen.
Jaarstukken 2025
25
Aan het einde van 2025 is ook een inventarisatie uitgevoerd naar asbest- en bodemkeuringen voor medewerkers. De verdere uitwerking hiervan en de interne communicatie worden in 2026 opgepakt. 2.4.5 Klachtbehandeling In 2025 zijn twee klachten afgehandeld, Dit zijn klachten in de zin van Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) over een beweerdelijk klachtwaardige gedraging van een medewerker van Omgevingsdienst IJmond. Eén klacht was gedeeltelijk gegrond, maar leidde niet tot personele consequenties. Eén klacht werd ingetrokken, omdat het informeel kon worden afgedaan. Beide klachten in 2025 zijn opgepakt door een algemeen jurist van het team Bedrijfsvoering in plaats door het team juridische zaken om de onafhankelijkheid in deze procedures te waarborgen.
Afgehandelde klachten (Hoofdstuk 9 van de Awb) Jaar
Aantal afgehandeld
Afkomstig van hoeveel personen
Oordeel met personele consequentie
Aantal door naar de Nationale Ombudsman
2021
4
3
0
0
2022
3
3
0
0
2023
2
2
0
0
2024
1
1
0
0
2025
2
2
0
0
2.4.6 Rechtmatigheidsverantwoording De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op drie criteria: begrotingscriterium, Voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. In de volgende paragrafen zullen deze nader worden toegelicht. •
Begrotingscriterium
De begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. In paragraaf 3.1 is een uiteenzetting gemaakt van de overschrijding op baten en lastenniveau. Gezien er sprake is van één programma binnen de Omgevingsdienst IJmond bekijken wij de begrotingsrechtmatigheid op dat niveau. Daaruit blijkt dat de totale lasten van €17.561.843 de lasten conform de gewijzigde begroting van €18.302.455 onderschrijden met €740.612. Hiermee zijn deze lasten dus rechtmatig. In 2025 heeft de omgevingsdienst voor €19.105 geïnvesteerd. In totaal was er voor 2025 op basis van de begroting 2025 een investeringskrediet beschikbaar gesteld van €225.000. Gezien de investering veel lager is dan het genoemde bedrag in de begroting is deze daarmee binnen de kredieten gebleven en daarmee rechtmatig.
Jaarstukken 2025
26
•
Voorwaardencriterium
Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheers handelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. Zoals in het gecommuniceerde en vastgestelde normenkader 2025 en controleplan 2025 is opgenomen, zijn hierop werkzaamheden uitgevoerd op de Europese aanbestedingen en naleving van de subsidievoorwaarden. Er is een integrale check uitgevoerd op crediteuren met een uitgaaf van meer dan €200.000 in de afgelopen 4 jaar en een uitgaaf van meer dan €50.000 in 2025. Hierin zijn geen crediteuren aangetroffen die onterecht niet Europees aanbesteed zijn. Uit de uitgevoerde analyses op de naleving van de subsidievoorwaarden is vastgesteld dat er geen subsidiebaten zijn verantwoord waarbij is gebleken dat niet aan de subsidievoorwaarden is voldaan. •
Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium
In de gemeenschappelijke regeling zijn er geen regelingen waarvan misbruik te maken is door de gebruikers. Een risico wat wij zien is dat toezichthouders worden omgekocht door bedrijven of personen om een ander oordeel te vellen. Gezien hier sprake is van beïnvloeding van eigen personeel betreft dit fraude en behoort dit niet tot het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. In 2025 zijn de directie en het dagelijks bestuur geen gevallen van fraude bekend.
2.5 Verbonden partijen ODIJmond is per 31 december 2025 verbonden aan de volgende deelnemers: gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Edam-Volendam, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Uitgeest, Velsen, Waterland, Wormerland en Zandvoort en de provincie Noord-Holland. 2.5.1 VvE Stationsplein ODIJmond en gemeente Beverwijk zijn gezamenlijk eigenaar van het pand aan het Stationsplein 48, 48a en 48b. In overeenstemming met de akte van splitsing is een VvE geformeerd. Het bestuur is tweeledig en bestaat uit een bestuurslid van ODIJmond en een bestuurslid vanuit gemeente Beverwijk. Voor beide partijen is sprake van financiële aansprakelijkheid. Als de VvE haar verplichtingen niet nakomt, wordt dit verhaald op de eigenaren.
Jaarstukken 2025
27
Gegevens over 2025 van de VvE a.
Naam en vestigingsplaats
b.
Openbaar belang dat wordt behartigd
c.
Belang in de verbonden partij
d.
Verwachte omvang van het EV
VVE Stationsplein 48 te Beverwijk Gezamenlijk onderhoud en beheer van het pand 1-1-2025 en 31-12-2025: 3/16 deel. Voor het overige deel is de gemeente Beverwijk eigenaar. De stemverhouding is 50/50. 1-1-2025: €60.671 31-12-2025: €28.907
Verwachte omvang van het VV
1-1-2025: €760.244 31-12-2025: €932.734 Het VV bestaat per 31-12-2025 nagenoeg geheel uit het reservefonds voor groot onderhoud.
Verwachte omvang van het financiële resultaat
e.
€65.064 positief resultaat verwacht (op basis van concept jaarrekening)8
Gedurende het boekjaar 2025 hebben wij geen bestuurlijke en financiële belangen in andere partijen gehad.
2.6 Wet Open Overheid De Wet open overheid (Woo) legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. De wet eist dat in de begroting en jaarrekening wordt aangegeven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. In de jaarstukken 2022 en de begroting 2023 is daarom voor het eerst een openbaarheidsparagraaf opgenomen. De Wet open overheid kent vier belangrijke aspecten 1.
De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo contactfunctionaris aan te wijzen.
2.
Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking.
3.
Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking.
4.
Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding.
Ad 1) ODIJmond heeft sinds 2024 een Woo-coördinator in dienst, die ook contactfunctionaris is voor de Woo- en daarmee eerste aanspreekpunt voor vragen over de Woo en -verzoeken. Ad 2) De Woo kent strakke termijnen voor het beantwoorden van Woo-verzoeken. In totaal zijn 25 Woo verzoeken ontvangen in 2025, waarvan 22 in dat jaar zijn afgehandeld en van drie verzoeken is de beslistermijn in januari 2026. Alle Woo-verzoeken zijn binnen de wettelijke termijnen afgehandeld. Tegen de besluiten zijn geen bezwaren ingediend. Daarnaast zijn ook nog twaalf Woo-verzoeken ontvangen die achteraf geen Woo-verzoeken bleken en informeel zijn afgehandeld. 8 Dit op basis van de concept jaarrekening over 2025. Nog geen definitieve jaarrekening ontvangen.
Jaarstukken 2025
28
Van andere bestuursorganen ontvingen we tien verzoeken om een zienswijze te geven over documenten die zij (gedeeltelijk) willen openbaren, waarop we tijdig reageerden. Ad 3) De Woo verplicht overheidsorganen om zeventien informatiecategorieën actief te publiceren, waarvan tien voor ons gelden. Per 1 november 2024 is het verplicht om informatie over de organisatie en werkwijze en de bereikbaarheidsgegevens openbaar te maken. De verplichting voor de eerstvolgende informatiecategorieën werd eind 2025 verwacht, maar werd door het Rijk uitgesteld. Deze zal bestaan uit het openbaar maken van de vergaderstukken van het AB, de agenda’s en besluitenlijsten van het DB en de jaarplannen en jaarverslagen. Wij voldoen hier nu al bijna aan. Alleen de agenda’s en besluitenlijsten van het DB zijn nog niet openbaar, maar dit proces is wel in voorbereiding. Vooruitlopend op de verplichtingen publiceert ODIJmond al jaarverslagen, jaarplannen, onderzoeksrapporten en Woo-besluiten met documenten op onze website (tot juli 2025) en het platform open.odijmond.nl (vanaf juli 2025) voor actieve openbaarmakingen en de Woo-besluiten. Ad 4) De projectgroep open overheid is verantwoordelijk voor de actieve openbaarmaking. De projectgroep bestaat uit vertegenwoordigers van archief/Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), communicatie, IT, management en de Woo-coördinator, die ook projectleider is.
De projectgroep is verantwoordelijk voor het bijstellen en uitvoeren van het Wooplan van aanpak. Een goede informatiehuishouding draagt bij aan het kunnen voldoen aan de verplichtingen uit de Wet open overheid. Daarom krijgen onze medewerkers interactieve trainingen over de Wet open overheid, waarin ook aandacht is voor bewustwording, schrijven en het opslaan van documenten.
Jaarstukken 2025
29
3 Jaarrekening 3.1 Overzicht van baten en lasten programma Milieu en leefomgeving
Financiële begroting (incl. overhead) BATEN
Realisatie
Oorspronkelijke begroting
Gewijzigde begroting
2025
2025
2025
GR-bijdragen Gemeente Beverwijk
1.294.397
1.289.824
1.289.824
Gemeente Bloemendaal
160.979
160.979
160.979
Gemeente Edam-Volendam
293.493
293.493
293.493
1.881.296
1.881.296
1.881.296
Gemeente Heemskerk
717.502
727.454
727.454
Gemeente Heemstede
158.571
158.571
158.571
Gemeente Landsmeer
164.728
164.728
164.728
Provincie Noord-Holland bodemtoezichttaken
140.029
140.029
140.029
Provincie Noord-Holland VTH plustaken
333.875
333.875
333.875
Gemeente Oostzaan
142.353
142.353
142.353
Gemeente Purmerend
435.838
435.838
435.838
Gemeente Uitgeest
312.643
312.643
312.643
Gemeente Velsen
2.210.662
2.339.299
2.339.299
Gemeente Waterland
190.250
190.250
190.250
Gemeente Wormerland
205.239
205.239
205.239
Gemeente Zandvoort
183.606
183.606
183.606
GR-bijdragen deelnemers
8.825.451
8.959.476
8.959.479
Overeenkomsten en (subsidie)projecten
9.142.601
7.296.370
9.301.366
456.229
27.000
27.000
18.424.281
16.282.844
18.287.845
Gemeente Haarlem
Overige baten Nagekomen baten TOTAAL BATEN
Jaarstukken 2025
30
Financiële begroting (incl. overhead) LASTEN
Realisatie
Oorspronkelijke begroting
Gewijzigde begroting
2025
2025
2025
12.177.100
12.830.760
12.830.760
Personele lasten Salarissen en sociale lasten Werving & personeelsbeleid
71.570
74.000
74.000
Inhuur derden
668.368
200.000
200.000
Scholing & employability
194.734
335.255
335.255
Overige personeelslasten
352.186
214.620
214.620
13.463.958
13.654.635
13.654.635
Subtotaal personele lasten Kapitaalslasten Afschrijvingslast Gebouw
65.260
65.300
65.300
Afschrijvingslast Verbouwing & inventaris Afschrijvingslast Vervoermiddelen Afschrijvingslast IT
103.476
102.200
102.200
0
5.146
5.146
41.555
155.831
155.831
Rentelast vaste schuld (aanschaf pand) Subtotaal kapitaalslasten
44.986
14.430
14.430
255.277
342.907
342.907
PZ-zaken/ salarisadministratie Organisatieontwikkeling
55.772
48.474
48.474
9.474
26.189
632.189
Accountants- en advieskosten Huisvestingskosten
150.303
40.880
40.880
310.854
273.896
273.896
Facilitaire kosten
37.264
26.572
26.572
IT-kosten
550.631
424.130
424.130
Handhavingskosten
79.225
39.858
39.858
Algemene kosten
363.346
384.642
384.642
1.473
1.226
1.226
1.558.342
1.265.868
1.871.868
2.285.909
1.034.045
2.433.045
Overige bedrijfslasten
Bankkosten Subtotaal overige bedrijfslasten Externe projectkosten Nagekomen baten en lasten Vennootschapsbelasting TOTAAL LASTEN
Jaarstukken 2025
-1.642
-
17.561.843
16.297.455
18.302.455
31
TOTALEN
Realisatie
Oorspronkelijke begroting
Gewijzigde begroting
2025
2025
2025
Totaal baten
18.424.281
16.282.846
18.287.845
Totaal directe lasten
12.532.684
12.611.811
13.136.811