Bijlage 1. Transitieplan Re-integratie dienstverlening IJmond Werkt! en gemeenten
Tekst van het document
Vertraging in de besluitvorming verkleint de tijd voor een zorgvuldige implementatie. Dat vergroot direct de druk op de dienstverlening, de overdracht, de gemeentelijke opbouw en de bestuurlijke afstemming.
53
Daarnaast maken de personele ontwikkelingen de noodzaak van vlotte besluitvorming extra zichtbaar: medewerkers van IJmond Werkt! willen duidelijkheid over hun positie en de komende veranderingen. De implementatiefase geeft daarmee niet alleen vorm aan het beoogde herontwerp, het zorgt ook voor een nieuwe uitgangspunten voor alle betrokkenen. Vervolg naar de lange termijn Als vervolg hierop starten IJmond Werkt! en gemeenten vanaf 2027 met een brede verkenning voor de lange termijn. Er wordt dan onder meer onderzoek gedaan naar een optimale governance, haar positie in de regionale sociale infrastructuur én kostenstructuur, waaronder een objectiveerbare en passende overhead. In de tussentijd loopt de reguliere dienstverlening door en zal IJmond Werkt! doen wat nodig is om de toevertrouwde opdrachten op het verwachte kwaliteitsniveau te blijven uitvoeren, te voldoen aan wet- en regelgeving, en (doelgroep) medewerkers passende begeleiding en ontwikkelingsmogelijkheden te blijven bieden. Het is daarmee essentieel dat de gemeenten en IJmond Werkt! na besluitvorming met elkaar in gesprek blijven, zodat ook voor de langere termijn een passende en houdbare inrichting van de organisatie ontstaat. Samengevat is dit transitieplan geen afronding van het proces, maar een besluitmoment dat het begin markeert voor de volgende fase.
54
9. Bijlagen Opgenomen in transitieplan: 1. (Tijdelijke) extra financiering vanuit het rijk. Overige bijlagen, afzonderlijk bijgevoegd: 2. Eindrapportage Berenschot IJmond Werkt! 3. Rapport Regionale probleemanalyse (februari 2024) 4. Rapport herontwerp dienstverlening Participatiewet (februari 2025)
55
Bijlage 1. Landelijke extra financiering voor sociaal ontwikkelbedrijven en Beschut Werk Deze bijlage beschrijft welke extra middelen het Rijk beschikbaar heeft gesteld of aangekondigd voor de transitie en versterking van sociaal ontwikkelbedrijven en Beschut Werk. Deze middelen staan los van de directe financiële gevolgen van het transitieplan, maar zijn wel relevant voor de bredere toekomstbestendigheid van de sociale infrastructuur waarbinnen IJmond Werkt! opereert. Het gaat om aanvullende middelen naast de al bestaande rijksmiddelen voor Wsw en Beschut Werk. De toelichting hieronder is gebaseerd op informatie van Divosa en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De extra middelen hebben betrekking op vier onderdelen: 1. Ophoging van de rijksbijdrage voor Beschut Werk; 2. Rijksbijdrage sociale infrastructuur; 3. Impulsbudget sociale infrastructuur; 4. Voorgenomen forfaitaire loonkostensubsidie voor Beschut Werk. 1. Ophoging rijksbijdrage Beschut Werk De ophoging van de rijksbijdrage voor Beschut Werk is per meicirculaire 2024 toegekend. Deze verhoging is bedoeld als aanvulling op de bestaande bijdrage voor Beschut Werk. Waar de bijdrage eerder vooral zag op begeleidingskosten, is nu ook een component toegevoegd voor bedrijfs- en overheadkosten van sociaal ontwikkelbedrijven. De extra bijdrage bedraagt € 2.157 per plek.
Deze loopt op tot een landelijk structureel bedrag van € 65,4 miljoen in 2048, uitgaande van 30.300 gerealiseerde plekken. De middelen maken deel uit van de Integratie-uitkering Participatie binnen het gemeentefonds. Zij zijn formeel vrij besteedbaar, maar worden wel afzonderlijk zichtbaar gemaakt. De rijksbijdrage voor Beschut Werk wordt uitgekeerd per gerealiseerde werkplek. 2. Rijksbijdrage sociale infrastructuur De rijksbijdrage sociale infrastructuur is bedoeld voor werkplekken van mensen uit de banenafspraak die tijdelijk nog niet in staat zijn om bij een reguliere werkgever aan de slag te gaan. Het betreft de groep die vaak wordt aangeduid als de groep die tussen wal en schip dreigt te vallen.
56
De bijdrage wordt via het gemeentefonds aan gemeenten uitgekeerd. Gemeenten maken vervolgens afspraken met hun sociaal ontwikkelbedrijf over de inzet van deze middelen. De bijdrage is structureel en maakt onderdeel uit van de Integratie-uitkering Participatie, maar wordt apart inzichtelijk gemaakt. Deze bijdrage is niet bedoeld voor Beschut Werk, maar voor mensen met een ontwikkelperspectief richting regulier werk. Het normbedrag bedraagt € 3.634 per plek. In 2025 wordt gestart met 5.000 plekken, goed voor € 19,8 miljoen. Dit loopt op naar structureel 10.000 plekken en € 34,7 miljoen vanaf 2035. De rijksbijdrage sociale infrastructuur is bedoeld voor bedrijfs- en overheadkosten en niet voor loonkosten of begeleiding. Voor loonkosten en begeleiding zijn andere budgetten beschikbaar. De verdeling vindt plaats op basis van de maatstaf: aantal personen in het doelgroepenregister; gemeentelijke doelgroep. 3. Impulsbudget sociale infrastructuur Naast de structurele middelen stelt het Rijk tijdelijk impulsbudget beschikbaar voor de sociale infrastructuur. Dit impulsbudget is bedoeld als stimulans voor de transitie en transformatie van sociaal ontwikkelbedrijven en bredere sociale infrastructuur. Het impulsbudget is beschikbaar van 2025 tot en met 2034 en wordt uitgekeerd via een decentralisatie-uitkering aan gemeenten. De middelen zijn formeel vrij besteedbaar.
Tegelijkertijd is de inzet ervan niet vrijblijvend. Tussen het Rijk, de VNG, Cedris en Divosa zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over het doel van deze middelen. Van gemeenten wordt verwacht dat zij samen met hun sociaal ontwikkelbedrijf een plan opstellen voor de transitie van het sociaal ontwikkelbedrijf of de bredere sociale infrastructuur. Deze verwachting wordt ondersteund met concrete hulp, zoals een landelijk adviesteam, handreikingen en een lerend netwerk. De bijdrage start met € 35 miljoen in 2025 en loopt af naar € 19,8 miljoen in 2034. De middelen worden toegekend aan de grootste gemeente binnen een samenwerkingsverband rond een sociaal ontwikkelbedrijf. Voor de GR IJmond Werkt! is dat de gemeente Velsen. Het impulsbudget onderstreept het belang van een toekomstbestendig vangnet en een springplank voor inwoners die ondersteuning nodig hebben om zich te ontwikkelen en aan het werk te komen of te blijven.
57
Voor 2025 was de verdeling binnen de IJmond als volgt: Gemeente Beverwijk Heemskerk
Bedrag € 88.550 € 62.591
Velsen Totaal toegekend aan Velsen
€ 133.370 € 276.511
4. Forfaitaire loonkostensubsidie Beschut Werk De forfaitaire loonkostensubsidie voor Beschut Werk is aangekondigd in de Voorjaarsnota 2025 en wordt naar verwachting structureel ingevoerd per 1 januari 2028. Aanleiding hiervoor is dat het huidige systeem van loonwaardemeting voor Beschut Werk in de praktijk niet goed werkt. Het leidt vaak tot een te lage vaststelling van de loonkostensubsidie, veroorzaakt administratieve lasten en levert in veel gevallen extra spanning op voor medewerkers. De forfaitaire loonkostensubsidie wordt naar verwachting vastgesteld op 68% van het wettelijk minimumloon. Tot de wetswijziging in 2028 ontvangen gemeenten tijdelijk extra middelen via de rijksbijdrage Beschut Werk. Daarbij wordt als tijdelijke ophoging circa € 2.971 per plek toegevoegd voor de jaren 2025, 2026 en 2027. Vanaf 2028 wordt de financiering naar verwachting ondergebracht in de BUIG en geldt realisatiebekostiging. Het budget is dan niet gelabeld. Het wordt wel zichtbaar binnen de rijksbijdrage Beschut Werk, maar valt formeel onder het gemeentefonds en is daarmee vrij besteedbaar. De rijksbijdrage Beschut Werk per plek is in de meicirculaire 2025 gestegen van € 11.300 naar € 12.485 per plek. Deze stijging komt voort uit loon- en prijsbijstelling en uit compensatie voor het vervallen van het lage-inkomensvoordeel.
Vanaf de septembercirculaire 2025 komt daar nog circa € 3.000 per plek bij als tijdelijke overbrugging richting de forfaitaire loonkostensubsidie. Daarmee komt het totaalbedrag per plek in 2025 uit op circa € 15.500. Deze extra € 3.000 wordt zichtbaar binnen de rijksbijdrage Beschut Werk, maar is niet geoormerkt. De VNG adviseert gemeenten om in de financiële afspraken met sociaal ontwikkelbedrijven nu al uit te gaan van 68%, zodat meer rust en voorspelbaarheid ontstaat en een aparte uitbetalingsstroom van de tijdelijke extra middelen kan worden voorkomen.
58
Betekenis voor dit transitieplan De hierboven beschreven middelen zijn van belang voor de bredere doorontwikkeling van de sociale infrastructuur en voor de toekomstbestendigheid van sociaal ontwikkelbedrijven. Zij maken echter geen onderdeel uit van de directe financiële besluitvorming over dit transitieplan. Dat transitieplan richt zich op de personele, organisatorische en financiële gevolgen van het herontwerp van de reintegratiedienstverlening. Deze landelijke middelen kunnen wel relevant zijn voor de vervolgfase, waarin gemeenten en IJmond Werkt! verder werken aan de toekomstige inrichting van het overblijvende sociaal ontwikkelbedrijf en de regionale sociale infrastructuur.
59