CConstaterende datHeemskerk
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Bijlage Etfal- onderbouwing - Ruitersportcentrum (verbeteringen 7-1-2026)

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente HeemskerkBij agendapunt: Raadsvoorstel Verzwaard adviesrecht Oosterweg 8a13.230 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.7

Wegen, verkeren en parkeren Onder de Omgevingswet moet bij de ontwikkeling van nieuwe projecten gekeken worden naar de wegen, het verkeer en parkeren. Dit mag niet significant verslechteren ten opzichte van de huidige situatie. Verkeer en Vervoerplan Heemskerk 2017 (VVH) Het Verkeer en vervoerplan kent zijn basis in de Planwet Verkeer en Vervoer. Op strategisch niveau is het plan in eerste instantie een uiting van de wettelijke eis om een zichtbaar samenhangend, eenduidig en uitvoeringsgericht verkeervervoerbeleid te voeren, dat de richting aangeeft van de door het gemeentebestuur te nemen beslissingen inzake verkeer en vervoer. Het is dus in wezen een weergave van de gemeentelijke visie op verkeer en vervoer. Er is rekening gehouden met het geldende beleid, de lopende projecten en huidige wensen. Het plan komt voort uit een actualiseringslag van het Verkeerstructuurplan 20092015 (VSP) en het Fietsbeleidsplan 2004. Betekenis voor het project De betekenis voor het project zal worden opgedeeld in de verwachtingen en maatregelen voor de woning en voor de toevoeging van de manege activiteiten. Parkeren Bedrijfswoning Voor de beoogde ontwikkeling wordt in het bestaande pand één bedrijfswoning in de vorm van een appartement gerealiseerd.

Conform de Technische Richtlijnen Parkeren Heemskerk geldt voor een huurappartement met een midden/goedkope waardering in het buitengebied een parkeernorm van minimaal 1,4 parkeerplaatsen per appartement, inclusief bezoekers. Dit betekent dat voor de nieuwe bedrijfswoning afgerond twee parkeerplaatsen

29

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

dienen te worden gerealiseerd. Deze parkeerplaatsen kunnen volledig op eigen terrein worden voorzien, waarmee wordt voldaan aan de geldende parkeernormen en ongewenste parkeerdruk in de omgeving wordt voorkomen. Manage Voor de uitbreiding van de paardenhouderij tot een manege met maximaal 75 paardenboxen moet voldoende parkeergelegenheid aanwezig zijn voor bezoekers en personeel. Conform de Technische Richtlijnen Parkeren Heemskerk is minimaal 0,4 parkeerplaatsen per paardenbox vereist, wat neerkomt op circa 30 parkeerplaatsen op eigen terrein. Het parkeerprogramma wordt afgestemd op de functie van het terrein en het verwachte gebruik, zodat parkeren volledig op eigen terrein kan plaatsvinden en ongewenste parkeerdruk op de Oosterweg en omliggende straten wordt voorkomen. De situatietekening in bijlage 1 geeft bovendien inzicht in de maatvoering van parkeerplaatsen, stallingsplekken voor trailers en rijrichtingen, waardoor een veilige en overzichtelijke verkeersafwikkeling op het terrein is gewaarborgd. Het uitgangspunt is dat niet op de openbare weg wordt geparkeerd, dit geldt voor reguliere auto’s, paardentrailers en andere voertuigen. Voor paardentrailers zijn stallingsmogelijkheden aanwezig op verharde terreinen binnen het projectgebied. Voor fietsen is een stallingsplek voorzien, zodat er voldoende ruimte en een vaste locatie is om fietsen veilig te stallen.

In totaal zijn 32 parkeerplaatsen nodig: twee voor de bedrijfswoning en dertig voor de manege. Hiermee wordt voldaan aan de geldende parkeernormen (zie figuur 2). Conform de Nota Parkeren Heemskerk en de Technische Richtlijnen Parkeren Heemskerk (2017) dient parkeren in het buitengebied in beginsel op eigen terrein plaats te vinden, zodat de verkeersveiligheid en het gebruiksgemak in de omgeving behouden blijven. Verkeersgeneratie Manege Goudappel heeft een verkeersonderzoek uitgevoerd om te beoordelen of de uitbreiding van de paardenhouderij tot een manege met maximaal 75 boxen en de realisatie van één bedrijfswoning leidt tot een significante verandering van de verkeerssituatie op de Oosterweg. De verkeersgeneratie is berekend volgens CROW-publicatie 744, waarbij zowel het bestaande verkeer als de extra verkeersbewegingen door de voorgenomen ontwikkeling zijn meegenomen. Gezien de smalle eenrichtingsweg van de Oosterweg is de impact van extra verkeer zorgvuldig beoordeeld. Het verkeer van bezoekers en personeel van de manege vormt het grootste deel van de extra verkeersbewegingen. De toename van het verkeer door de manege en de bedrijfswoning bedraagt circa 154 voertuigen per etmaal (weekdagen van 400 naar 554 voertuigen; zaterdagen van 800 naar 954 voertuigen).

Deze toename blijft ruim onder de kritische grens van 2.000 voertuigen per etmaal en veroorzaakt ook tijdens piekmomenten geen noemenswaardige verkeersdruk op de Oosterweg. Paardentrailers zijn meegenomen in de verkeersberekeningen als onderdeel van de motorvoertuigbewegingen. De intensiteit van trailerbewegingen is beperkt, waarbij met name de zaterdag maatgevend is. Voor piekmomenten, zoals wedstrijden of evenementen waarbij meerdere paardentrailers aanwezig zijn, wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Er zal worden gezorgd dat er geen parkeeroverlast ontstaat. In voorkomende gevallen zullen enkele paardentrailers uitwijken naar nabijgelegen parkeerlocaties

30

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

van omliggende partijen. Voor een overzicht van de verkeersintensiteit en de aantallen voertuigbewegingen wordt verwezen naar het verkeersonderzoek aan de Oosterweg te Heemskerk, opgenomen in bijlage 8 van deze onderbouwing. Paarden worden hoofdzakelijk op de percelen van de initiatiefnemer geweid, waardoor er geen structureel gebruik van de openbare weg nodig is. Incidentele ritten van ruiters richting het duingebied zijn beperkt en maken geen wezenlijk onderdeel uit van de bedrijfsactiviteiten. Deze bewegingen waren bovendien al mogelijk in de huidige situatie en worden daarom niet als relevante extra verkeersgeneratie beschouwd. Het gecombineerde effect van de manege en de bedrijfswoning leidt tot een beperkte toename van verkeersbewegingen op de Oosterweg, die ruim binnen aanvaardbare grenzen blijft. De uitbreiding heeft nauwelijks invloed op het verkeersbeeld en de verkeersveiligheid. Het volledige verkeersonderzoek is opgenomen in bijlage 8.

4.8

Luchtkwaliteit De overheid toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in de zogenoemde aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10). Soms wordt hier een rijksomgevingswaarde overschreden. Of de achtergrondconcentratie is zo hoog, dat bij toevoeging van een nieuw project alsnog een rijksomgevingswaarde overschreden kan worden. De vergunningverlener beoordeelt een aanvraag op het effect op de luchtkwaliteit in de leefomgeving. In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht nemen. Dit geldt voor de besluiten, als deze zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen een aandachtsgebied. Als de gemeente activiteiten toelaat, die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moet worden voldaan aan de omgevingswaarden. Dit volgt uit artikel 5.51 van het Bkl. De vergunningverlener toetst aan de omgevingswaarden, tenzij de activiteit niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de stikstofdioxide- (NO2) of fijnstof- (PM10) concentraties. De specifieke beoordelingsregels voor luchtkwaliteit staan in artikel 8.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Voor vergunningplichtige milieubelastende activiteiten heeft het rijk beoordelingsregels over emissies naar de lucht en de beoordeling van de luchtkwaliteit opgenomen in het Bkl. De specifieke beoordelingsregels voor lucht staan in artikel 8.17, 8.21 en 8.24 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Deze gaan over: • beoordeling luchtkwaliteit en toetsing aan de rijksomgevingswaarden; • ammoniakemissies van veehouderijen; • geologische opslag van CO2. Betekenis voor het project Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, kan op basis van de standaardgevallen NIBM zoals omschreven in artikel 5.54 van het Bkl worden gesteld dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Voor de nieuwe gebruiksfase is daarnaast een conceptaanvraag ingediend bij Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (ODNHN). Uit de daarin opgenomen stikstofberekeningen blijkt dat de

31

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

voorgenomen plannen geen belemmeringen vormen en doorgang kunnen vinden op het gebied van stikstof. Deze stikstofberekeningen zijn opgenomen in bijlage 6.

4.9

Geluid Paragraaf 5.1.4.2.1 Bkl bevat specifieke instructieregels voor regels in het omgevingsplan over geluid door activiteiten. Deze instructieregels zijn van toepassing op het moment dat een BOPA op een locatie een geluidbelastende activiteit of een geluidgevoelig gebouw planologisch mogelijk maakt. Daarmee gelden de instructieregels zowel bij het toestaan van de activiteit, als bij het toestaan van geluidgevoelige gebouwen in de nabijheid van de activiteit. Het toepassingsbereik van deze instructieregels bestaat uit activiteiten die geluid veroorzaken op legale geluidgevoelige gebouwen. De planologische status is bepalend. In artikel 5.59 Bkl is bepaald dat rekening moet worden gehouden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen. Dit geluid moet aanvaardbaar zijn. De gemeenteraad moet, met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (art. 4.2 lid 1 Ow), de ter plaatse van geluidgevoelige gebouwen optredende geluidbelasting als gevolg van activiteiten, beoordelen en betrekken in de belangenafweging. Paragraaf 5.1.4.2.2 Bkl is van toepassing op het geluid op een geluid gevoelig gebouw door activiteiten, met uitzondering van de specifieke activiteiten uit paragraaf 5.1.4.2.3 (windturbines, windparken, schietbanen). In deze paragraaf zijn standaardwaarden (artikel 5.65 Bkl) en grenswaarden (artikel 5.66 Bkl) voor geluid opgenomen.

De activiteit die als BOPA wordt aangevraagd, moet hieraan worden getoetst. Er is flexibiliteit om af te wijken tot aan de grenswaarden. De beleidsruimte om af te wijken tot de grenswaarde wordt ingevuld met het Gebiedsgerichte geluidbeleid, waarin de wenselijk geachte gebiedsgerichte waarden zijn opgenomen. Betekenis voor het project Met voorgenomen ontwikkeling wordt een geluidsgevoelig object toegevoegd, namelijk de bedrijfswoning. Het bevoegd gezag beoordeelt het geluid bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied. Wegen, spoorwegen en industrieterreinen hebben een geluidsaandachtsgebied. Verder kan geluidhinder worden ondervonden als gevolg van omliggende bedrijvigheid. Hierna worden deze aspecten behandeld voor de beoogde ontwikkeling. Oosterweg 8 Aan de zuidwestzijde van het terrein bevindt zich de dichtstbijzijnde woning van derden, Oosterweg 8, op circa 18 meter afstand van de gevel van de stallen. De effecten van geluid worden echter als aanvaardbaar beschouwd, omdat de meeste manegeactiviteiten binnen plaatsvinden, waardoor de geluidsemissie aanzienlijk wordt beperkt. Buitenactiviteiten, zoals gebruik van de buitenrijbak, bevinden zich op een grotere afstand; de dichtstbijzijnde hoek van de buitenrijbak ligt circa 60 meter van de gevel van Oosterweg 8.

Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de VNG-richtafstand voor manegeactiviteiten, waardoor er geen geluidshinder is voor de omgeving. In de huidige situatie is op deze locatie al een paardenhouderij gevestigd. De uitbreiding naar een manege brengt geen wezenlijke verandering in het karakter van de activiteiten

32

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

met zich mee en leidt daarom niet tot een significante verslechtering op het gebied van geluid. Doordat de meeste activiteiten binnen plaatsvinden en de buitenvoorzieningen ruim van de omgeving zijn gesitueerd, blijft het geluidsniveau in de toekomstige situatie vergelijkbaar met het huidige en daarmee aanvaardbaar. Weg- en railverkeerslawaai De te realiseren bedrijfswoning wordt binnen de bestaande bebouwing gesitueerd en ligt op meer dan 50 meter afstand van de dichtstbijzijnde weg. Het betreft de Oosterweg ter hoogte van nummer 8a, een erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/uur en één rijstrook. Gezien de afstand en de verkeersintensiteit is wegverkeerslawaai niet van invloed op de beoogde ontwikkeling. Daarnaast bevindt de bedrijfswoning zich niet in de nabijheid van een spoorweg. Een nadere beoordeling ten aanzien van railverkeerslawaai is daarom niet noodzakelijk. Industrielawaai In de omgeving van het projectgebied is geen gezoneerd bedrijventerrein aanwezig. Wat betreft de invloed van de in de omgeving aanwezige individuele bedrijvigheid/voorzieningen voor de voorgenomen ontwikkeling wordt verwezen naar onderstaande alinea’s. Loods De bedrijfswoning wordt gerealiseerd in de bestaande loods. de activiteiten binnen de loods zullen voornamelijk overdag plaats en zijn deze niet van een zodanige aard dat sprake is van structurele geluidshinder.

Er worden geen activiteiten uitgevoerd die leiden tot piekgeluiden of een continue geluidsbelasting. De geluidsbelasting blijft binnen aanvaardbare normen, en er is sprake van een goed woon- en leefklimaat voor de toekomstige bewoner. Solitaire bedrijvigheid Hieronder zal de geluidshinder van bestaande functies in de omgeving worden beschreven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden geluid uit de VNG-handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’. In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. In dit geval wordt er uitgegaan van het gebiedstype ‘rustige woonwijk’. In de omgeving van de bedrijfswoning bevinden zich verschillende functies namelijk de sportvelden van voetbalvereniging ADO ’20 (ca. 85 meter) en caravanstalling Sap (ca. 100 meter). Er is gemeten vanaf de gevel van de bedrijfswoning tot aan het bestemmingsvlak van de milieubelastende functie. Voor de verhuur van opslagruime en tuincentra en kwekerijen geldt volgens de VNG-uitgave categorie 2. Hiervoor geldt een grootste richtafstand van 30 meter voor geluid. Voor veldsportcomplexen (met verlichting) geldt milieucategorie 3.1, met een richtafstand van 50 meter voor geluid. Aan voorgaande afstanden wordt voldaan. Ter plaatse van de bedrijfswoning is sprake van een goed woon- en leefklimaat.

Met voorgenomen ontwikkeling wordt ook een geluidsbron aangepast. Op basis van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient rekening te worden gehouden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen. Het geluidsniveau op geluidsgevoelige gebouwen dient aanvaardbaar te zijn. Conform de VNG-uitgave geldt voor de functie ‘Manege’ (categorie 3.1) een richtafstand van 30 meter voor het aspect geluid. Hierbij wordt doorgaans gemeten van de bebouwingsmogelijkheden tot aan de gevel van de

33

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

dichtstbijzijnde geluidsgevoelige functie. Gezien er na de realisatie van voorgenomen ontwikkeling geen verdere mogelijkheden zijn voor het uitbreiden van de manege wordt gemeten van de dichtstbijzijnde gevel van de manege tot aan de gevel van de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige functie. Aan de richtafstand voor het aspect geluid wordt voldaan. Ter plaatse van de omliggende geluidgevoelige functies kan er een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd.

4.10

Geur Paragraaf 5.1.4.6.1 Bkl bevat instructieregels die zorgen voor de toedeling van functies die geurbelastende activiteiten en/of geurgevoelige gebouwen in elkaars nabijheid mogelijk maken. Er zijn voor drie bronnen regels gesteld: zuiveringtechnische werken (subparagraaf 5.1.4.6.2), het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf (subparagraaf 5.1.4.6.3) en enkele andere agrarische activiteiten (subparagraaf 5.1.4.6.4). Volgens artikel 5.92 Bkl wordt rekening gehouden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen en dat deze aanvaardbaar is. Met deze bepaling is geregeld dat bij de vaststelling van een omgevingsplan/BOPA in ieder geval rekening wordt gehouden met de geur van activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Daarbij moet rekening houden met de lokale specifieke omstandigheden en de (cumulatieve) gevolgen van activiteiten. Wat aanvaardbaar is, kan afhankelijk zijn van de specifieke plaatselijke situatie en vergt een zorgvuldige belangenafweging van de gemeenteraad. Bij het toelaten van een nieuwe geurgevoelige functie moet ook worden getoetst of bedrijven in de omgeving worden beperkt in hun bedrijfsvoering. Om dat te beoordelen moet er worden getoetst aan de normen in de BS en Bal waar het bedrijf aan moet voldoen.

Een nieuwe geurgevoelige functie is alleen aanvaardbaar als deze er niet toe leidt dat het geur emitterende bedrijf daardoor niet meer kan voldoen aan de voor hem geldende normen (BS en Bal) dan is er sprake van een beperking in de bedrijfsvoering. Betekenis voor het project Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een geurgevoelig object toegevoegd, namelijk de bedrijfswoning. Het bevoegd gezag dient bij het toelaten van een geurgevoelig gebouw in de nabijheid van geurproducerende activiteiten te beoordelen of de geurbelasting aanvaardbaar is en of omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Daarbij wordt getoetst aan de normen uit de BS en het Bal, waaraan geurproducerende bedrijven moeten kunnen blijven voldoen. Daarnaast moet rekening worden gehouden met lokale omstandigheden en met de gevolgen van activiteiten voor de omgeving. In de navolgende alinea’s wordt ingegaan op de relevante bronnen van geurhinder en de betekenis daarvan voor de voorgenomen ontwikkeling. Invloed van omliggende functies In de omgeving van de beoogde bedrijfswoning bevinden zich de sportvelden van voetbalvereniging ADO ’20 op circa 85 meter en caravanstalling Sap op circa 100 meter afstand, gemeten vanaf de gevel van de bedrijfswoning tot aan het bestemmingsvlak van de betreffende functies.

Conform de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering behoort deze omgeving tot het gebiedstype ‘rustige woonwijk’. Voor de functies ‘verhuur van opslagruimte’, ‘tuincentra’ en

34

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

‘kwekerijen’ (categorie 2) geldt een richtafstand van 0 meter voor geur; voor een veldsportcomplex met verlichting (categorie 3.1) geldt eveneens een richtafstand van 0 meter. Aan deze afstanden wordt ruimschoots voldaan, waardoor deze functies geen belemmering vormen en ter plaatse van de bedrijfswoning sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Invloed op omliggende functies Voor manegeactiviteiten zijn in de VNG-publicatie Milieuzonering nieuwe stijl richtafstanden opgenomen voor onder andere het aspect geur ten opzichte van geurgevoelige objecten. In deze publicatie worden twee typen omgevingen onderscheiden voor de beoordeling van de omgevingskwaliteit: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. Een rustige woonwijk is een woongebied dat is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Andere functies dan wonen komen hier nauwelijks voor en langs de randen is sprake van weinig tot geen verstoring door verkeer. Een gemengd gebied kenmerkt zich daarentegen door een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en (kleinschalige) bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden aangemerkt. Het plangebied bevindt zich in het buitengebied van Heemskerk en kan worden gekwalificeerd als een gemengd gebied.

In de directe omgeving van de manege komen diverse bestemmingen voor, waaronder Wonen, Bedrijf, Natuur, Agrarisch, Sport en Horeca, waarmee sprake is van een duidelijke functiemenging. Voor manegeactiviteiten geldt op basis van de VNG-richtlijnen een richtafstand van 50 meter tot geurgevoelige objecten (categorie 2). Binnen deze afstand, gemeten vanaf de perceelsgrenzen van de manege, bevinden zich de woningen aan de Oosterweg 27, 27a, 6a en 8. Omdat het plangebied in een gemengd gebied ligt, kan conform de VNG-systematiek de richtafstand met één afstandsstap worden verkleind, naar 30 meter (categorie 1). Bij toepassing van deze verkleinde afstand vallen de woningen aan de Oosterweg 27 en 6a buiten de zone. De woning aan 27a ligt deels binnen de zone door de ligging van de oprit, maar bevindt zich op ruime afstand van het emissiepunt en op vergelijkbare afstand tot de manege als de woning op nummer 27. De woning aan Oosterweg 8, grenzend aan het perceel van de manege, is het meest nabij gelegen en wordt daarom als maatgevend beschouwd. In de huidige situatie is hier reeds een paardenhouderij aanwezig. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een significante toename van geurbelasting ten opzichte van de bestaande situatie. De invloed van geur op de woning aan de Oosterweg 8, als meest nabij gelegen en maatgevende woning, wordt hierna nader toegelicht.

Manege De voorgenomen ontwikkeling betreft de transformatie van de bestaande paardenhouderij naar een manege. Voor dierenverblijven buiten de bebouwde kom geldt in het tijdelijke omgevingsplan een minimale afstand van 25 meter tot geurgevoelige objecten (tabel 22.3.13). Bij de inrichting van het terrein is hiermee rekening gehouden. Binnen de eerste 25 meter vanaf de gevel van woning Oosterweg 8 worden geen stallen of andere dierenverblijven gerealiseerd, zoals zichtbaar is in Figuur 10. De paardenboxen zijn op grotere afstand gesitueerd, waardoor wordt voldaan aan de voorgeschreven minimale afstand. Daarnaast bevinden zich binnen 50 meter van de woning geen emissiepunten. De mestopslag is op circa

35

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

95 meter van de woning gelegen, waarmee ook wordt voldaan aan artikel 22.114 van het tijdelijke omgevingsplan. •

Figuur 10: Kaart geurcirkels dierenverblijven 25 m en 50 m Oosterweg 8 te Heemskerk (Bron: Nelis bouw en ontwikkeling)

Om de geurbelasting verder te beperken, worden verschillende maatregelen toegepast. De vaste mestopslag wordt regelmatig geleegd, waardoor de geurproductie in de stal wordt verminderd. Bovendien worden de paarden regelmatig beweid, waardoor minder mest in de stallen wordt geproduceerd en de hoeveelheid mest die naar de opslag wordt gebracht afneemt. Een groter deel van de mest wordt op omliggende gronden afgezet, op ruime afstand van geurgevoelige objecten, wat bijdraagt aan het behoud van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de omliggende woningen. In de huidige situatie is op het perceel reeds een paardenhouderij gevestigd, waardoor geurinvloeden op de omgeving al langere tijd aanwezig zijn. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een significante verslechtering van de geurbelasting. Ten opzichte van de huidige situatie zullen er geen extra paarden gehouden worden. Op basis van de melding AIM d.d. 3-12-2015 mogen er 50 paarden op de planlocatie worden gehouden. Voorliggende aanvraag zorgt niet voor een toename van deze dieraantallen. Wel vindt er een verschuiving in het hoeveelheid paarden en pony's. Er zullen naar verwachting 13 paarden en 27 pony’s worden gehouden. De mestopslag zal frequent worden geleegd al maatregel om de emissie te beperken. Ook zullen de paarden regelmatig worden beweid.

Hierdoor blijft de hoeveelheid mest die in de stallen en op de mestopslag terechtkomt beperkt, terwijl het grootste deel van de mest op omliggende gronden wordt afgezet, op veilige afstand van geurgevoelige objecten. De afstand van de mestopslag tot de woning aan de Oosterweg 8 bedraagt circa 95 meter tot de gevel en circa 92 meter tot de perceelsgrens. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand van 50 meter voor het aspect geur. Gezien de bestaande situatie, de beperkte toename van het aantal paarden en de getroffen emissiebeperkende maatregelen, kan worden geconcludeerd dat de geurbelasting op omliggende geurgevoelige objecten aanvaardbaar blijft.

36

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

•

Figuur 11: Kaart afstand tot mestopslag Oosterweg 8a te Heemskerk (Bron: omgevingswet.overheid.nl)

Op basis van de uitgevoerde toetsing wordt geconcludeerd dat de geurbelasting van de voorgenomen ontwikkeling aanvaardbaar is, zowel voor de nieuwe bedrijfswoning als voor omliggende geurgevoelige objecten, en dat de bedrijfsvoering van omliggende activiteiten niet wordt beperkt.

4.11

Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl van het Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl).

De waarden voor het plaatsgebonden risico worden ruimtelijk vertaald in afstanden tot gebouwen en locaties. (Zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties mogen niet binnen de PR-10-6-contour van een activiteit komen. Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van ‘aandachtsgebieden’. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met

37

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico’s (REV).

•

Figuur 12: Kaart omgevingsveiligheid Oosterweg 8a te Heemskerk (Bron: Atlasleefomgeving)

Betekenis voor het project Op basis van de Risicokaart van Atlas Leefomgeving is een inventarisatie uitgevoerd van risicobronnen in en rondom het projectgebied. De bovenstaande figuur 11 toont een uitsnede van deze kaart, waarbij het projectgebied met een rode ster is aangegeven. Het projectgebied wordt doorkruist door een aardgasleiding van Gasunie. Binnen het tracé van deze buisleiding en het omliggende belemmeringengebied vinden echter geen ontwikkelingen plaats. Daarnaast ligt het gebied niet binnen een brand-, explosie- of gifwolkaandachtsgebied. Verdere verantwoording is daarom niet noodzakelijk. In de directe omgeving van het projectgebied zijn geen overige risicobronnen aanwezig. Ook voegt de voorgenomen ontwikkeling geen nieuwe risicobron toe. Daarmee kan worden vastgesteld dat de omgevingsveiligheid niet in het geding komt door het onderhavige plan.

4.12

Archeologie en cultuurhistorie De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze

38

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. Zo zijn er in het Bkl ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Betekenis voor het project Het gemeentelijke archeologiebeleid is door vertaald in het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Heemskerk Buitengebied 2015’. Het volledige projectgebied is voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Voor deze gronden geldt geen onderzoeksplicht bij bodemingrepen kleiner dan 2.500 m2 en minder diep dan 40 cm zonder heiwerkzaamheden. Deze grenzen worden met voorgenomen ontwikkeling niet overschreden. Een archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Op het gebied van cultuurhistorie geldt dat zich binnen het projectgebied geen rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten bevinden. Het projectgebied maakt echter wel deel uit van de Oosterweg, die van cultuurhistorische waarde is.

Zo bevindt zich een gemeentelijk monument (stolpboerderij) aan de Oosterweg 6. De te behouden waarden zijn vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan, waarop in hoofdstuk 3 wordt getoetst. Hieruit blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling geen belemmering vormt voor de aanwezige cultuurhistorische waarden.

4.13

Bodem De bodem moet geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie moet worden getoetst aan paragraaf 5.1.4.5.1 van het Bkl. Deze paragraaf bevat regels voor het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem. Betekenis voor het project In dit geval wordt er geen nieuwe gevoelige functie toegevoegd. De bedrijfswoning betreft wel een gevoelige functie, maar het beoogde appartement wordt volledig binnen de bestaande bebouwing gerealiseerd. Hierdoor is er geen direct contact met de bodem en vinden er nauwelijks bodemingrepen plaats. Desondanks is er een bodemonderzoek uitgevoerd. Ter voorbereiding van de realisatie van de loods in 2017/2018 is reeds een bodemonderzoek uitgevoerd. Het beoogde appartement zal in deze loods worden gerealiseerd. Uit het eerdere onderzoek zijn geen belemmeringen gebleken. Het gebruik heeft in de tussentijd geen verdere verontreiniging van de bodem veroorzaakt. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in bijlage 5. Voor het huidige initiatief wordt de bodem volledig afgedekt door het storten van een nieuwe betonnen vloer. Hiermee wordt gegarandeerd dat eventuele restverontreiniging niet in contact komt met het gebouw of de gebruikers.

4.14

Trilling

39

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

Paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl bevat instructieregels die zien op activiteiten, anders dan het wonen, die op een locatie worden uitgevoerd en die trillingen veroorzaken in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw. Uit artikel 5.79 Bkl volgt dat deze paragraaf van toepassing is op trillingen door alle denkbare activiteiten. Uit artikel 5.83 Bkl volgt dat bij de vaststelling van het omgevingsplan/verlenen BOPA de aanvaardbaarheid van optredende trillingen die kunnen optreden in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen moet worden beoordeeld. De regels in het omgevingsplan/voorwaarden BOPA moeten vervolgens bewerkstelligen dat de trillingen die een activiteit ter plaatse van trillinggevoelige ruimten die zijn gelegen in trillinggevoelige gebouwen, aanvaardbaar zijn. Betekenis voor het project Onderhavig plan heeft geen betrekking op trillinggevoelige gebouwen zoals omschreven in artikel 5.80 of trillinggevoelige ruimten zoals omschreven in artikel 5.81. Daarnaast betreft het beoogde gebruik op de locatie geen activiteit die trillingen veroorzaakt.

40

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

Hoofdstuk 5. Uitvoerbaarheid 5.1

Economische uitvoerbaarheid Het plan betreft een particulier initiatief, waarvan alle kosten en risico’s voor rekening van de initiatiefnemer komen. De initiatiefnemer, die eigenaar van de betreffende woning en de gronden is, fungeert als financiële drager. Eventuele planschade komt eveneens voor rekening van de initiatiefnemer. Voor het overige zijn er geen gemeentelijke financiën met het plan gemoeid. Op grond van het omgevingsplan wordt kostenverhaal geregeld via leges.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Voorliggende aanvraag wordt beoordeeld via een reguliere procedure. Dit houdt in dat de termijn voor beoordeling van de aanvraag maximaal acht weken bedraagt, waarbij de termijn eenmalig met zes weken kan worden verlengd. Wanneer er een besluit is genomen, ligt deze eenmalig voor zes weken ter inzage voor bezwaar. Op 10 december 2025 is op locatie Oosterweg 8a een participatiemoment georganiseerd voor omwonenden. Tijdens deze bijeenkomst kregen omwonenden de gelegenheid om kennis te nemen van het initiatief en de voorgenomen ontwikkelingen op het projectgebied. Er is uitleg gegeven over de plannen, de geplande activiteiten en de mogelijke effecten op de directe omgeving. Omwonenden hebben hun vragen stellen en hun mening kenbaar gemaakt over de voorgenomen ontwikkeling. De inbreng van omwonenden is geregistreerd en meegenomen in de verdere besluitvorming over het project, zodat hun zorgen en suggesties op een transparante manier kunnen worden meegenomen bij de beoordeling van de aanvraag voor de omgevingsvergunning.

41

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8

42

Tekening uitbreiding Schimmelkroft – Situatie Tekening uitbreiding Schimmelkroft – Bedrijfswoning Tekening uitbreiding Schimmelkroft – Kantine Tekening uitbreiding Schimmelkroft – In ’t Zadel Bodemonderzoek AERIUS-berekening Participatie Verkeersonderzoek Oosterweg

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

43

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16505106/1