CConstaterende datHeemskerk
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Bijlage Etfal- onderbouwing - Ruitersportcentrum (verbeteringen 7-1-2026)

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente HeemskerkBij agendapunt: Raadsvoorstel Verzwaard adviesrecht Oosterweg 8a13.230 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Omgevingsvergunning Buitenplanse Omgevingsplan Activiteit Goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving

Colofon Goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving Projectnummer: E.00006475 Versie: 1 Datum: 7 januari 2026

Opdrachtgever C. Nelis – Bouw & Ontwikkeling De Trompet 2850 1967 DD Heemskerk Locatie Oosterweg 8a, Heemskerk

Opdrachtnemer: Agrifirm NWE B.V. Noordeinde 31 7941 AS Meppel

Postbus 1033 7940 KA Meppel

Projectleider AP

Uitvoering LV

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN AGRIFIRM NWE B.V.

2

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

Inhoudsopgave Colofon ........................................................................................................ 2 Inhoudsopgave ........................................................................................... 3 Hoofdstuk 1. Inleiding ................................................................................ 4 1.1

Aanleiding en doel ................................................................. 4

1.2

Projectgebied ........................................................................ 5

1.3

Leeswijzer.............................................................................. 5

Hoofdstuk 2. Beschrijving van het project .............................................. 6 2.1

Bestaande situatie projectgebied .......................................... 6

2.2

Voorgenomen ontwikkeling ................................................... 6

Hoofdstuk 3. Beleid en regelgeving ....................................................... 13 3.1

Rijksbeleid ........................................................................... 13

3.2

Provinciaal beleid ................................................................ 14

3.3

Gemeentelijk beleid ............................................................. 18

Hoofdstuk 4. Planologische en milieukundige aspecten ..................... 25 4.1

M.E.R.-beoordeling ............................................................. 25

4.2

Ladder voor duurzame verstedelijking ................................ 25

4.3

Duurzaamheid ..................................................................... 26

4.4

Gezondheid ......................................................................... 27

4.5

Water ................................................................................... 27

4.6

Soortenbescherming en gebiedsbescherming .................... 28

4.7

Wegen, verkeren en parkeren ............................................. 29

4.8

Luchtkwaliteit ....................................................................... 31

4.9

Geluid .................................................................................. 32

4.10

Geur ..................................................................................... 34

4.11

Omgevingsveiligheid ........................................................... 37

4.12

Archeologie en cultuurhistorie ............................................. 38

4.13

Bodem ................................................................................. 39

4.14

Trilling .................................................................................. 39

Hoofdstuk 5. Uitvoerbaarheid ................................................................. 41 5.1

Economische uitvoerbaarheid ............................................. 41

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................... 41

Bijlagen ...................................................................................................... 42

3

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

Hoofdstuk 1. Inleiding 1.1

Aanleiding en doel Het voorliggend project gaat over het toestaan van de activiteiten behorende bij ruitersportcentrum RSC De Schimmelkroft aan de Oosterweg 8a te Heemskerk (hierna: projectgebied). C. Nelis Bouw & Ontwikkeling is eigenaar van de gronden en bijbehorende opstallen aan de Oosterweg 8a en is de initiatiefnemer. RSC De Schimmelkroft (hierna: exploitant) is de beoogde exploitant en is momenteel gevestigd aan de Kerkweg 221 B-D, te Heemskerk. De activiteiten van exploitant omvatten: allerlei soorten paardrijles; pensionstalling; kinderfeesten en fokkerij en veulenzorg. Daarnaast biedt initiatiefnemer ook onderdak aan Rijvereniging Marquette en Stichting in ’t Zadel. Op de locatie aan de Oosterweg is reeds een gebruiksgerichte paardenhouderij, hierna te noemen manege, met bijbehorende faciliteiten aanwezig. Om de activiteiten van de exploitant op een efficiënte en toekomstbestendige manier voort te zetten, worden de volgende activiteiten uitgevoerd: • Realiseren van een bedrijfswoning in het bestaande bedrijfsgebouw; • Toevoeging van de functie manege met activiteiten zoals lesgeven, educatie, het organiseren van wedstrijden en ondergeschikte horeca. o Met daarbij het verhogen van de reeds vergunde lichtmasten van 6 meter naar 10 meter. De exploitant is al meerdere jaren voornemens om naar een andere locatie te verhuizen, voornamelijk vanwege ruimtegebrek.

Op de huidige locatie aan de Kerkweg 221 B-D in Heemskerk, gelegen binnen stedelijk gebied en een woonwijk, is onvoldoende ruimte voor weilanden en paddocks. Hierdoor kan niet worden voldaan aan de eisen van het dierwelzijn, in het bijzonder de behoefte van paarden om vrij te kunnen bewegen, zoals voorgeschreven door de Federatie van Nederlandse Ruitersportcentra (FNRS). Een verplaatsing is noodzakelijk om het bedrijf toekomstbestendig te maken en te kunnen voldoen aan de richtlijnen uit de ‘Gids voor Goede Praktijken’ van de Sectorraad Paarden, waarnaar de Wet ‘Houden van dieren’ verwijst. Door de verplaatsing blijft het mogelijk om de ruitersport op een verantwoorde manier, passend bij de behoeften van het paard, binnen de gemeente te behouden. Bij verplaatsing worden de paarden aan de Oosterweg 8a natuurinclusief gehouden, wat leidt tot een gunstige vermindering van de NH3-emissie. Omdat de huidige locatie aan de Kerkweg 221 B-D zich op slechts circa 20 meter afstand bevindt van de VVGB-zone van het Molenbos, resulteert de verplaatsing bovendien in een substantiële afname van de ammoniakbelasting op dit natuurgebied. De verplaatsing draagt daarmee bij aan een verbetering van de omgevingskwaliteit en het naleven van milieunormen. De AERIUS-berekening is opgenomen in bijlage 6. Op de huidige locatie van de exploitant is reeds een bedrijfswoning aanwezig.

Deze zal in de nieuwe situatie worden meeverplaatst naar de nieuwe locatie. De exploitant wenst dat deze bedrijfswoning eveneens worden overgedragen naar de nieuwe locatie.

4

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

De realisatie van een bedrijfswoning in het bedrijfsgebouw en het toevoegen van manegeactiviteiten zijn niet rechtstreeks toegestaan op basis van het omgevingsplan van rechtswege. Daarom wordt een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aangevraagd om van de geldende regels af te wijken en de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Een BOPA kan slechts worden verleend indien sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit wordt aangetoond door middel van een goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving, waarin de ruimtelijke, milieukundige en maatschappelijke aspecten van de voorgenomen ontwikkeling worden beoordeeld.

1.2

Projectgebied Het projectgebied ligt in het buitengebied van de gemeente Heemskerk, aan de Oosterweg 8a, ter noordoosten van de kern Heemskerk. Het perceel staat kadastraal bekend als kadastrale gemeente Heemskerk, sectie E, perceelnummers 2843, 934, 933 en 1365. In onderstaande figuur is het projectgebied weergegeven ten opzichte van de directe omgeving en de kern Heemskerk. Het projectgebied is hierop met rode stippellijn indicatief aangegeven.

•

1.3

Figuur 1: Luchtfoto locatie Oosterweg 8a, Heemskerk (bron: PDOK)

Leeswijzer Deze onderbouwing is opgebouwd uit een vijftal hoofdstukken en enkele bijlagen. Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 ‘Beschrijving van het project’, dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het projectgebied en de voorgenomen ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het van toepassing op dit plan zijnde beleid weergegeven en het plan wordt hieraan getoetst. In hoofdstuk 4 worden aspecten van de fysieke leefomgeving welke betrekking hebben op dit plan uitgewerkt. In het laatste hoofdstuk van dit plan wordt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit plan behandeld.

5

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

Hoofdstuk 2. Beschrijving van het project 2.1

Bestaande situatie projectgebied Het projectgebied is gelegen aan de Oosterweg in het buitengebied van de gemeente Heemskerk. Kenmerkende ruimtelijke structuurdragers in de omgeving zijn de voetbalvelden aan de oostzijde, de omliggende kwekerijen en tuindersbedrijven, en verspreid liggende woonpercelen. In de huidige situatie omvat het projectgebied een paardenhouderij met bijbehorende weilanden. De bebouwing bestaat uit paardenboxen, een binnen- en buitenbak, een kantine en diverse ondersteunende voorzieningen, zoals een mestbak, stapmolen en parkeerplaatsen. De ontsluiting van het terrein vindt plaats via een inrit aan de Oosterweg. Het erf beschikt daarnaast over manoeuvreerruimte en meerdere rijbakken. Figuur 1 geeft een weergave van de huidige situatie.

•

2.2

Figuur 1: Situatietekening bestaande situatie Oosterweg 8a te Heemskerk (Bron: C. Nelis - bouw & ontwikkeling)

Voorgenomen ontwikkeling 2.2.1 Beschrijving aanvraag Het voorliggend project gaat over het toestaan van de activiteiten behorende bij ruitersportcentrum van de exploitant binnen het projectgebied. Op de locatie bevindt zich reeds een paardenhouderij met faciliteiten. Deze faciliteiten zijn echter niet volledig toereikend voor de manege. Voor de manegeactiviteiten zijn er nog enkele aanpassingen noodzakelijk. Om de activiteiten van de exploitant op een efficiënte en toekomstbestendige manier voort te zetten, worden de volgende activiteiten uitgevoerd: • Realiseren van een bedrijfswoning in het bestaande bedrijfsgebouw;

6

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

•

Toevoeging van de functie manege met activiteiten zoals lesgeven, educatie, het organiseren van wedstrijden en ondergeschikte horeca. o Met daarbij het verhogen van de reeds vergunde lichtmasten van 6 meter naar 10 meter.

In figuur 2 is een situatietekening opgenomen van de nieuwe situatie aan de Oosterweg 8a. Deze afbeelding is tevens toegevoegd als bijlage 1 bij deze onderbouwing. De uitbreidingen van de kantine en de toevoeging van de ruimte voor Stichting In ’t Zadel vinden plaats binnen de huidige planologische mogelijkheden en binnen de bestaande bebouwing. De realisatie van de bedrijfswoning in het bedrijfsgebouw betreft een buitenplanse ontwikkeling. Ter verduidelijking is ook figuur 4 bijgevoegd, waarin duidelijk wordt weergegeven om welke bebouwing het gaat en welke invloed dit heeft op de zichtlijnen.

•

7

Figuur 2: Situatietekening nieuwe situatie Oosterweg 8a te Heemskerk (Bron: C. Nelis - bouw & ontwikkeling)

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

•

Figuur 3: Situatietekening bestaande situatie Oosterweg 8a te Heemskerk (Bron: C. Nelis - bouw & ontwikkeling)

2.2.2 Beschrijving noodzaak De huidige locatie van de exploitant, aan de Kerkweg 221 B-D, gelegen binnen stedelijk gebied in een woonwijk, biedt onvoldoende mogelijkheden voor een toekomstbestendige bedrijfsvoering. Dit heeft ook betrekking tot het creëren van genoeg ruimte voor de paarden in het kader van dierenwelzijn. Daarnaast is op de huidige locatie een lidmaatschap van de bracheorganisatie niet meer mogelijk, wat een belangrijk aspect is voor de bedrijfsvoering. Hierom is een verplaatsing van het bedrijf (naar de Oosterweg 8a) noodzakelijk geworden. Op de huidige locatie zijn onvoldoende weiden en paddocks aanwezig om te voldoen aan de richtlijnen van de FNRS. Dankzij de verplaatsing naar de Oosterweg 8a wordt het mogelijk om de stal- en weidervoorzieningen in te richten conform de Gids van Goede Praktijken van de Sectorraad Paarden, zoals voorgeschreven in de Wet Houden van Dieren. Hierdoor kan de ruitersport op een verantwoorde manier worden voortgezet, in overeenstemming met de behoeften van het paard en het gemeentelijk beleid om deze sport te behouden. De locatie aan de Oosterweg 8a is geschikt bevonden voor de vestiging van de exploitant, aangezien hier reeds de mogelijkheid bestaat een gebruiksgerichte paardenhouderij te exploiteren.

Om de bedrijfsvoering van het ruitersportcentrum mogelijk te maken, zijn de noodzakelijke aanpassingen aan de kantine en de realisatie van een bedrijfswoning in het bestaande bedrijfsgebouw voorzien. Daarnaast wordt de functie van de manege uitgebreid met activiteiten zoals het geven van lessen, educatie, het organiseren van wedstrijden en

8

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

het aanbieden van ondergeschikte horeca. In de volgende paragrafen wordt de noodzaak van deze maatregelen nader toegelicht. Uitbreiding kantine De kantine wordt uitgebreid met toiletten, kantoorruimte en een keuken, zodat het ruitersportcentrum bezoekers tijdens lessen, wedstrijden en evenementen op een passende manier kan ontvangen. Deze uitbreiding past binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan. De tekening van de nieuwe situatie van de kantine is opgenomen in bijlage 3. Toevoegen ruimte in Stichting in ‘t Zadel Daarnaast wordt een ruimte ingericht voor Stichting In ’t Zadel, die paardrijden voor mensen met een beperking mogelijk maakt. In deze ruimte worden extra voorzieningen en materialen ondergebracht om deze activiteiten goed te faciliteren. Door het structureel opnemen van deze functie in de bedrijfsvoering wordt niet alleen tegemoetgekomen aan maatschappelijke behoeften, maar wordt ook bijgedragen aan de toekomstbestendigheid van het ruitersportcentrum. De uitbreiding past binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan. De tekening van de nieuwe situatie van de ruimte voor Stichting in ’t Zadel is opgenomen in bijlage4. Bedrijfswoning Aan de zuidwestelijke kant van de loods wordt een bedrijfswoning gerealiseerd binnen het bestaande bedrijfsgebouw, de tekening van de nieuwe situatie is opgenomen in bijlage 2.

In de huidige situatie van de exploitant is reeds een bedrijfswoning aanwezig ten behoeve van toezicht en dierverzorging op de manege. Deze bedrijfswoning vervult een essentiële functie binnen de bedrijfsvoering, aangezien permanent toezicht noodzakelijk is voor het welzijn en de veiligheid van de paarden. Om deze functie te behouden bij de verplaatsing van het bedrijf, zal de bedrijfswoning mee verhuizen naar de nieuwe locatie aan de Oosterweg 8a. In de nieuwe situatie wordt dit gerealiseerd door het creëren van een appartement binnen de bestaande bebouwing, waarmee de continuïteit van toezicht en dierverzorging gewaarborgd blijft. Door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is in samenwerking met de Sectorraad Paarden (SRP) de handreiking ‘De paardenhouderij in het omgevingsrecht: handreiking voor de praktijk’ opgesteld. Hierin wordt expliciet gesteld dat voor het goed functioneren van een paardenhouderij een bedrijfswoning noodzakelijk is. Dit is ook van toepassing op initiatiefnemer, een manege en paardenhouderij waar hoogwaardige zorg voor paarden en pony’s centraal staat. De aanwezigheid van een bedrijfswoning op het erf is van cruciaal belang om de kwaliteit van dierverzorging, bedrijfsvoering en veiligheid te kunnen waarborgen.

Permanente zorg en toezicht Voor het runnen van een ruitersportcentrum, het coördineren van lessen en sturen van aanwezigen, het onderhoud en de inkoop en het toezicht op de naleving van de veiligheidsregels is het noodzakelijk dat er een exploitant is die op het bedrijf aanwezig is. Deze exploitant in dit geval in de rol van bedrijfsleider is de vaste waarde op een bedrijf waar veel vrijwilligers lopen, met het nodige verloop. Omdat er gewerkt wordt met paarden, die kunnen schrikken, los kunnen raken en vluchten en er sprake is van het komen en gaan van vrijwilligers en leden, auto’s en vrachtwagens is er dagelijks en direct toezicht noodzakelijk.

9

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

De dagelijkse verzorging van paarden en pony’s vereist continue aanwezigheid en direct handelen bij calamiteiten. Bij medische noodgevallen, zoals koliek, is snelle actie van levensbelang. Koliek kan altijd optreden en kan binnen korte tijd fatale gevolgen hebben als er niet direct wordt ingegrepen. Dankzij aanwezigheid kunnen exploitanten direct medische hulp inschakelen, zelf eerste zorg verlenen en paarden vervoeren. Ook bij infectieziekten zoals droes, influenza of rhinopneumonie is dag- en nachtelijke controle noodzakelijk om besmetting te beperken en hygiëneprotocollen strikt na te leven. Tevens is het noodzakelijk om onmiddellijk actie te ondernemen als een paard is uitgebroken of los is geraakt tijdens het brengen en halen van het weiland of paddock of ernstig verwond is geraakt. Daarnaast is het ook noodzakelijk dat de exploitant fysiek aanwezig is, ook buiten kantoortijden en ’s avonds en ’s nachts. Fokkerij en veulenzorg Bij de fokkerij van paarden en pony’s is constante aanwezigheid onmisbaar. Drachtige merries moeten dag en nacht geobserveerd worden, omdat complicaties bij geboortes bij paarden (zoals verkeerde liggingen) acuut zijn en zonder onmiddellijk ingrijpen een fatale afloop hebben. Daarnaast is in de eerste 24 uur na de geboorte toezicht noodzakelijk op het postpartum verloop bij het moederdier en op de begeleiding van het pasgeboren veulen.

Veiligheid en risicobeheersing Brandgevaar is een reëel risico op een paardenhouderij, met stro en hooi als brandbare materialen in de stallen. Op de voormalige locatie van de exploitant zijn in het verleden twee branden uitgebroken, waarbij snelle actie van de ondernemers grote materiële schade heeft voorkomen. De aanwezigheid van de ondernemers op het erf is cruciaal om direct in te grijpen bij brand of andere calamiteiten. Emotionele betrokkenheid en vertrouwen De ondernemers dragen grote verantwoordelijkheid voor de dieren en zijn emotioneel nauw betrokken bij hun welzijn. Direct contact en observatie dragen bij aan een goede signalering van problemen en het tijdig bieden van zorg. Klanten die hun paarden stallen, hechten grote waarde aan de aanwezigheid van de ondernemers op het erf, omdat dit het vertrouwen in de kwaliteit van de verzorging versterkt. De aanwezigheid van een bedrijfswoning op het terrein van exploitant is onmisbaar om het welzijn van de dieren, de veiligheid van het bedrijf en de kwaliteit van de dienstverlening te waarborgen. Zonder de aanwezigheid van een bedrijfswoning kunnen essentiële taken zoals medische zorg, fokkerijtoezicht, brandpreventie en begeleiding van jeugd en leerlingen niet op het benodigde niveau worden uitgevoerd.

De bedrijfswoning maakt een praktische verbinding tussen werk en privéleven mogelijk, wat inherent is aan het vak van paardenhouder. De ervaring van de vorige eigenaren op de huidige locatie aan de Kerkweg bevestigt dat permanente bewoning van cruciaal belang is voor het functioneren van het bedrijf. Lichtmasten Er is reeds een omgevingsvergunning verleend voor de verbetering van de bestaande buitenrijbak. Deze vergunning voorziet echter niet volledig in de behoeften van de exploitant. Het betreft met name de hoogte van de lichtmasten rondom de rijbak, zoals weergegeven in figuur 5. De momenteel vergunde lichtmasten hebben een hoogte van 6 meter. In de praktijk blijkt dat deze hoogte onvoldoende is om een gelijkmatige en gerichte verlichting van de rijbak te realiseren. Hierdoor ontstaan schaduwwerking en verblinding van paarden en ruiters, wat het veiligheidsrisico tijdens het rijden verhoogt en het welzijn van de paarden negatief beïnvloedt. Verblinding door te lage lichtmasten kan leiden tot stress bij

10

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

paarden en vermindering van de concentratie van ruiters, waardoor het gebruik van de rijbak minder veilig en effectief wordt. Door de lichtmasten te verhogen, wordt het licht gelijkmatiger verdeeld over de rijbak en worden verblinding en schaduwwerking aanzienlijk verminderd. Dit draagt bij aan de veiligheid van ruiters en paarden, verbetert het rijcomfort, en maakt het mogelijk om de buitenrijbak ook bij avonduren op een verantwoorde manier te gebruiken. Hoewel de dichtstbijzijnde lichtmast op circa 300 meter van een planologisch als ‘Natuur’ bestemd gebied ligt, betreft de locatie in werkelijkheid agrarische cultuurgrond en geen daadwerkelijke natuur. De lichtmast bevindt zich bovendien op ongeveer 500 meter van de dichtstbijzijnde bebossing, een gebied met werkelijke natuurwaarden. Hierdoor ondervindt de lokale natuur op de locatie zelf geen directe negatieve effecten. Agrarische cultuurgronden hebben over het algemeen een lagere natuurwaarde dan bos- of natuurgebieden, waardoor het plaatsen van lichtmasten hier minder problematisch is. Kunstmatige verlichting kan effecten hebben op dieren en planten, zoals verstoring van het bioritme, voortplanting en voedselzoekgedrag, met name bij nachtactieve soorten zoals vleermuizen, uilen en nachtvlinders.

Door de nieuwe positionering van de lichtmasten zal het licht uitsluitend op de buitenrijbak vallen, waardoor lichthinder voor de omgeving wordt beperkt. In combinatie met het geringe aantal extra masten en de bestaande lichtsituatie van nabijgelegen sportvelden ontstaat er geen significante extra lichtbelasting.

•

Figuur 4: Situatietekening vergunde situatie lichtmasten Oosterweg 8a te Heemskerk (Bron: C. Nelis – Bouw & Ontwikkeling)

2.2.2 Voorbereiding Voorafgaand aan de indiening van de aanvraag via het DSO heeft reeds een voorbereidende fase plaatsgevonden. In deze fase is het initiatief besproken met de gemeente, de provincie en de directe omgeving om de haalbaarheid en aandachtspunten vroegtijdig in beeld te brengen. De resultaten van dit overleg zijn verwerkt in deze conceptaanvraag, die dient als onderbouwing en voorbereiding op de definitieve aanvraag. In de vervolgfase zullen de gemaakte afspraken en eventuele aanvullende inzichten verder worden uitgewerkt.

11

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

Adviesrecht gemeenteraad De voorgenomen ontwikkeling valt onder de categorie waarvoor het adviesrecht van de gemeenteraad van toepassing is, zoals opgenomen in de ‘Lijst met gevallen verzwaard adviesrecht Heemskerk 2023’. Conform deze regeling zal de gemeenteraad om advies worden gevraagd bij de verdere planuitwerking. De uitwerking van dit onderdeel, inclusief de wijze waarop het adviesrecht wordt betrokken in de procedure, zal worden toegevoegd aan de definitieve aanvraag. Participatie omgeving Omwonenden zijn geïnformeerd over de voorgenomen ontwikkeling. Daarbij heeft informeel telefonisch contact plaatsgevonden met de bewoners aan nummer 8. Zij hebben aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de vestiging van exploitant en de uitbreiding van de bijbehorende activiteiten. Daarnaast zal op een later moment een bijeenkomst voor de omgeving worden georganiseerd, zodat omwonenden hun mening kunnen geven en eventuele aandachtspunten kunnen worden besproken. De uitkomsten hiervan worden meegenomen in de definitieve aanvraag.

12

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

Hoofdstuk 3. Beleid en regelgeving Bij elke ruimtelijk ontwikkeling dient getoetst te worden aan het vigerende beleid ter plaatse. Hieronder wordt uitsluitend ingegaan op het beleid dat relevant is voor dit plan.

3.1

Rijksbeleid 3.1.1 Omgevingswet De Omgevingswet is sinds 1 januari 2024 in werking. De wet regelt alles voor de fysieke leefomgeving (artikel 1.2 Omgevingswet). In de nieuwe wet worden (delen van) 26 wetten met betrekking tot ruimtelijke ordening, bouwen en milieu samengevoegd. Meer dan 100 Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) die het omgevingsrecht nu kent worden samengebracht tot de volgende vier AMvB’s: 1. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden. 2. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Daarnaast heeft het Bbl regels over de staat en het gebruik van een bouwwerk. En over het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. 3. Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) stelt het Rijk algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Het Bal geldt voor alle partijen die actief zijn in de fysieke leefomgeving – burgers, bedrijven en overheid. 4.

Omgevingsbesluit In het Omgevingsbesluit staan regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering, en over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het Omgevingsbesluit geldt voor alle partijen die actief zijn in de fysieke leefomgeving – burgers, bedrijven en overheid. Daarnaast wijst de Omgevingswet in artikel 5.1 aan wanneer een activiteit omgevingsvergunningplichtig is. Op grond van het eerste lid onder a is een omgevingsplanactiviteit een vergunningsplichtige activiteit. Betekenis voor het project Het onderhavige project is op grond van artikel 5.1 van de Omgevingswet vergunningsplichting. De uitwerking en beoordeling van het project ligt bij decentrale overheden. 3.1.2. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Sinds de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking is getreden, geldt ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met de NOVI geeft het rijk een

13

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI gaat uit van vier prioritaire opgaven: • Duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland; • Ruimte voor de klimaatverandering en energietransitie; • Sterke, leefbare en klimaatbestendige steden en regio’s met voldoende ruimte om te wonen, werken en bewegen; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI is zelfbindend voor het Rijk. De rijksoverheid zet er wel op in dat provincies en gemeenten bij het vaststellen van hun eigen omgevingsvisies rekening houden met wat er in de NOVI staat. Betekenis voor het project Voorliggende kwestie betreft een plan waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling.

3.2

Provinciaal beleid 3.2.1. Omgevingsverordening NH2022 In de Omgevingsverordening NH2022 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Hierdoor is het makkelijker om te zien welke regels waar gelden. De Omgevingsverordening NH2022 geldt vanaf 1 januari 2024. Onderhavige locatie ligt in het landelijk gebied en in beschermd landschap. Daarom zijn in dit geval de artikel 6.14a (Kleinschalige nieuwe stedelijke functies, niet zijnde wonen, in Landelijk gebied) en artikel 6.70 (Ruimtelijke kwaliteitseis in geval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied) van toepassing. Tot slot zijn artikel 6.59 (Bescherming Beschermd landschap) en artikel 6.59a (Activiteiten in Beschermd landschap) relevant. Artikel 6.14a (Kleinschalige nieuwe stedelijke functies, niet zijnde wonen, in Landelijk gebied) 1. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op het werkingsgebied Landelijk gebied kan het uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke functie, niet zijnde wonen, met een bebouwd oppervlak van minder dan 500 m2, als: a. de ontwikkeling plaatsvindt op een locatie waar al stedelijke activiteiten zijn toegestaan; en b. het toegestane bebouwd oppervlak niet wordt vergroot; 2.

In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, kan een omgevingsplan voorzien in bijbehorende bouwwerken tot een oppervlakte per bouwperceel van niet meer dan 150 m2 en een bouwhoogte van niet meer dan 5 m. 3. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, kan een omgevingsplan eenmalig voorzien in een toename van het bebouwd oppervlak met 15% tot een maximum van 500 m2, indien dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van de omgevingskwaliteit.

14

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

Toetsing van het initiatief aan Artikel 6.14a (Kleinschalige nieuwe stedelijke functies, niet zijnde wonen, in Landelijk gebied) Het initiatief voorziet in een geringe uitbreiding. Deze uitbreiding vindt plaats binnen de bestemming 'Bedrijf' met de functieaanduiding 'paardenhouderij'. Hierdoor worden er per saldo geen extra bebouwingsmogelijkheden gecreëerd die leiden tot een overschrijding van de grens van 500 m² aan nieuwe bebouwingsmogelijkheden. De bedrijfswoning wordt binnen de huidige bebouwing gerealiseerd. Het initiatief is daarmee in overeenstemming met artikel 6.14a (Kleinschalige nieuwe stedelijke functies, niet zijnde wonen, in Landelijk gebied). Artikel 6.42 (Agrarische bedrijven) 2. Niet-agrarische bedrijfsactiviteiten zijn als onderdeel van een agrarisch bedrijf toegestaan, waarbij geldt dat: a. uitsluitend kleinschalige vormen van bijzondere huisvesting, werken, recreatie, gebruiksgerichte paardenhouderij, detailhandel en zorgactiviteiten zijn toegestaan; en b. de omvang past binnen de op basis van het eerste lid bepaalde omvang van het bouwperceel. Toetsing van het initiatief aan Artikel 6.42 (Agrarische bedrijven) De ontwikkeling is getoetst aan artikel 6.42, tweede lid, onder a van de Omgevingsverordening. Dit artikel staat enkel kleinschalige vormen van gebruiksgerichte paardenhouderij toe als onderdeel van een agrarisch bedrijf.

Omdat binnen het plan naast de gebruiksgerichte paardenhouderij ook ondergeschikte manegeactiviteiten worden voorzien, zijn deze activiteiten strijdig met dit artikel van de Omgevingsverordening NH2022. De manegeactiviteiten zijn immers niet aan te merken als gebruiksgericht in de zin van de verordening. Om deze reden is sprake van een strijdigheid met het geldende planologisch regime, waarvoor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) wordt aangevraagd om gemotiveerd af te wijken. Het bouwperceel zal voor dit project geen aanpassing of vergroting vereisen. Het huidige bouwperceel dat aanwezig is op het projectgebied is circa 0,6 hectare. Hierbij wordt dus ruimschoots voldaan aan de voorwaarde waarbij de omvang van het bouwperceel maximale 2 hectare mag bedragen. Artikel 6.70 (Ruimtelijke kwaliteitseis in geval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied) 1. Bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse van het werkingsgebied Landelijk gebied, wordt in het omgevingsplan, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a. rekening gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren; b. bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; en c.

bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. Toetsing van het initiatief aan Artikel 6.70 (Ruimtelijke kwaliteitseis in geval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied)

15

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

De ontwikkeling vindt plaats in het werkingsgebied van het beschermd landschap. Met de kernkwaliteiten uit dit beschermd landschap wordt rekening gehouden in de verdere uitwerking van het project. Hieraan wordt in navolgende alinea’s aan getoetst. Op deze plek wordt geconcludeerd dat voorgenomen ontwikkeling in voldoende mate rekening houdt met de regelgeving uit Artikel 6.70 (Ruimtelijke kwaliteitseis in het geval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied). Artikel 6.59 (Bescherming Beschermd landschap) 1. Een omgevingsplan ter plaatse van het werkingsgebied Beschermd landschap bevat regels ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten. Artikel 6.59a (Activiteiten in Beschermd landschap) 1. Een omgevingsplan ter plaatse van het werkingsgebied Beschermd landschap maakt niet mogelijk: a. een ontwikkeling van meer dan 25 woningen; b. een ontwikkeling van overige stedelijke functies met een bebouwd oppervlak van meer dan 500 m2. Toetsing van het initiatief aan Artikel 6.59 (Bescherming Beschermd landschap) en Artikel 6.59a (Activiteiten in Beschermd landschap) Er is geen sprake van een toename van bebouwingsmogelijkheden van meer dan 500 m2. Zoals reeds vermeld bevindt het projectgebied zich in een door de provincie aangewezen beschermd landschap, ofwel Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL). Het betreft het BPL Noord-Kennemerland.

Het BPL heeft verscheidende kernkwaliteiten: aardkundige en landschappelijke karakteristiek, openheid en ruimte beleving en ruimtelijke dragers. Aardkundige en landschappelijke karakteristiek Het projectgebied valt qua aardkundige en landschappelijke karakteristiek in categorie B: grillige verkaveling strandvlakten. Het karakteristieke landschap van Noord-Kennemerland met afwisseling van strandvlakten en strandwallen is onder invloed van de zee en het OerIJ in duizenden jaren ontstaan. In de strandvlakten is sinds de late middeleeuwen de aanwezigheid van duinrellen, kreken (of dieën), dijken en het verkavelingspatroon veelal onveranderd gebleven. Dat maakt deze polders van hoge tot zeer hoge cultuurhistorische en landschappelijke waarde. Ruimtelijke ontwikkelingen die de waterlopen, dijken of het kavelpatroon significant wijzigen, zijn in ieder geval een aantasting van de kernkwaliteit.

16

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

•

Figuur 5: Aardkundige en landschappelijke karakteristiek BPL Noord-Kennemerland (Bron: Provincie Noord-Holland)

Openheid en ruimte beleving Het BPL Noord-Kennemerland kenmerkt zich door het contrast tussen de openheid in de strandvlakten en beslotenheid op de strandwallen. In enkele gebieden is de stilte een belangrijk kenmerk. Dit maakt grote delen tot een geschikt habitat voor weidevogels. De openheid in combinatie met het nabijgelegen duingebied maken het gebied aantrekkelijk voor wandel- en fietsrecreatie. Het projectgebied is echter niet gekenmerkt als habitat voor weidevogels. Bovendien bevindt het projectgebied zich ook niet in een open strandvlakte. Ruimtelijke dragers In dit geval valt het projectgebied qua ruimtelijke dragers in categorie B, namelijk: oost-west georiënteerde wegen in strandvlakten. Het Noordhollandsch Kanaal benadrukt in het noordoosten de ruimtelijke grens van de strandvlakten. Het contrast tussen beide oevers (open aan de westzijde, besloten aan de oostzijde) draagt hieraan bij. Ruimtelijke ontwikkelingen aan de westzijde van het kanaal en N9 (voor het deel grenzend aan dit BPL) nivelleren het verschil in karakter aan weerszijden van het kanaal en zijn daarom een aantasting van de kernkwaliteit. Een uitzondering hierop zijn bijv. fietspaden, omdat deze niet van invloed zijn op de openheid.

17

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

•

Figuur 6: Ruimtelijke dragers BPL Noord-Kennemerland (Bron: Provincie Noord-Holland)

Toetsing van het initiatief aan de kernkwaliteiten van BPL Noord-Kennemerland Het project betreft het toestaan van een ruitersportcentrum met bijbehorende voorzieningen aan de Oosterweg. Het betreft een ruimtelijk ontwikkeling waarbij geen waterlopen, dijken of het kavelpatroon significant wijzigen. Hiermee doet het geen afbreuk aan de aardkundige en landschappelijke karakteristiek. Bovendien wordt de openheid en beleving van het landschap ook niet geschaad. Het project ziet immers niet toe op uitbreidingen van de bestaande bebouwing in het projectgebied.

3.3

Gemeentelijk beleid 3.3.1. Omgevingsplan Voor de realisatie van de ontwikkeling moet worden getoetst aan het geldende gemeentelijke beleid. De gemeente Heemskerk heeft, net als alle andere gemeentes in Nederland, vanaf 1 januari 2024 een omgevingsplan van rechtswege. Dit omgevingsplan bestaat uit een tijdelijk en een nieuw deel. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit: • Voormalige bestemmingsplan buitengebied; • Rijksregels over activiteiten (bruidsschat); Het nieuwe deel van het omgevingsplan is eerst nog leeg. De toetsing aan het omgevingsplan zal daarom betrekking hebben op het tijdelijk deel.

18

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

Bruidsschat Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een aantal regels op rijksniveau vervallen en opgenomen in de bruidsschat van het omgevingsplan. De bruidsschat staat in artikel 22 van het omgevingsplan en ziet op circa 600 regels uit het voormalige Activiteitenbesluit, Bouwbesluit en het Besluit Omgevingsrecht. In hoofdstuk 4 worden de aspecten van de fysieke leefomgeving behandeld waarbij ook wordt ingegaan op de aspecten die in de bruidsschat worden behandeld. Voormalig bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Heemskerk Buitengebied 2015’ Activiteiten Op grond van de bouw- en gebruiksregels van het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Heemskerk Buitengebied 2015’ is de ontwikkeling niet rechtstreeks toegestaan. De gebruiksregels uit de bestemming ‘Bedrijf’ met functieaanduiding ‘paardenhouderij’ zijn immers niet toereikend voor de activiteiten van de exploitant. Deze activiteiten omvatten onder andere zoals lesgeven, educatie, het organiseren van wedstrijden en ondergeschikte horeca. Ook omvat dit het realiseren van een woning binnen de bestaande bebouwing aanwezig op het projectgebied. Wel is er de mogelijkheid om middels een BOPA een vergunning te verlenen. Met voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt gemotiveerd waarom de voorliggende ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Lichtmasten De gronden waarop de buitenrijbak is gepositioneerd zijn voorzien van de enkelbestemming ‘Agrarisch’ met functieaanduiding ‘grondgebonden veehouderij’ en dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ op basis van het omgevingsplan van rechtswege. Op gronden voorzien van de enkelbestemming ‘Agrarisch’ mogen buitenrijbakken worden opgericht onder de voorwaarden (artikel 3.4.2) dat de lichtmasten een maximale hoogte hebben van 6 meter. Hier zal in dit project van worden afgeweken door deze lichtmasten te verhogen tot 10 meter. In het oude bestemmingsplan is geen beleid opgenomen met betrekking tot het verhogen van de maximaal toegestane hoogte van de lichtmasten. Wel is er de mogelijkheid om middels een BOPA een vergunning te verlenen. Met voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt gemotiveerd waarom de voorliggende ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De dichtstbijzijnde lichtmast ligt circa 300 meter van een planologisch ‘Natuur’- gebied, maar de locatie zelf bestaat uit agrarische cultuurgrond zonder directe natuurwaarden. De masten zijn zo gepositioneerd dat het licht uitsluitend op de buitenrijbak valt, waardoor effecten op flora en fauna beperkt blijven en geen significante extra lichtbelasting ontstaat. 3.3.2.

Omgevingsvisie Heemskerk 2040 In de Omgevingsvisie Heemskerk 2040 worden de volgende zaken over de Kerkweg, paardensport en Oosterweg genoemd. Deze worden hieronder uiteengezet. Kerkweg De Kerkweg wordt benoemd als een van de herkenbare historische structuren van Heemskerk, samen met onder andere de Maerten van Heemskerckstraat en Oosterweg. Deze

19

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

structuren zijn belangrijk voor het karakteristieke dorpsbeeld. Uit figuur 8, een uitsnede van de visiekaart woongebied blijkt dat de huidige locatie van initiatiefnemer in woongebied, nabij andere sportvoorzieningen en nabij ontwikkelgebieden voor stedelijke functies gelegen is.

•

Figuur 7: Uitsnede visiekaart woongebied (Bron: gemeente Heemskerk)

Oosterweg De Oosterweg is een van de historische radialen die kenmerkende structuren binnen het dorp vormen. Het omliggende gebied bestaat uit een kleinschalige, overhoekse verkaveling, waar een afwisseling van kassen, lintbebouwing en open tuinbouwlandschap het karakter bepaalt. Het projectgebied bevindt zich in het onbebouwde polderlandschap. Bovendien heeft de gemeente, in lijn met het provinciale beleid, als doel het buitengebied vrij te houden van nieuwe stedelijke ontwikkelingen om de openheid van het landschap te behouden.

20

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

•

Figuur 8: Uitsnede visiekaart buitengebied (Bron: gemeente Heemskerk)

Paardensport De paardensport is onderdeel van de zogenaamde sportboulevard aan de Kerkweg, waar zich onder andere een manege, zwembad en indoor sportcentrum bevinden. Deze sportboulevard is ook weergegeven in figuur 8. Dit gebied is één van de twee clusters van meerdere sportvoorzieningen in de gemeente. Sociaal-maatschappelijk domein De Omgevingsvisie Heemskerk 2040 legt de nadruk op een leefomgeving die welzijn, gezondheid en sociale samenhang bevordert. Beweging en recreatie staan centraal, met groene speel- en sportvoorzieningen voor kinderen en jongeren, wandel- en fietspaden, en openbare ruimtes die ontmoeting en sociale interactie stimuleren. Maatschappelijke voorzieningen, zoals educatieve en culturele activiteiten, vrijwilligerswerk en dagbesteding, versterken sociale cohesie en zelfontplooiing. Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Heemskerk 2040 De exploitant heeft al enkele jaren de intentie om het bedrijf te verplaatsen naar een andere locatie, voornamelijk vanwege ruimtegebrek. Hoewel de huidige locatie, gelegen aan een zogenaamde sportboulevard, binnen een stedelijk gebied in een woonwijk ligt, biedt deze onvoldoende mogelijkheden voor een toekomstbestendige bedrijfsvoering. Een verplaatsing is essentieel om het dierenwelzijn te verbeteren en de toekomstbestendigheid van het ruitersportcentrum te waarborgen.

Bovendien worden er geen extra bebouwingsmogelijkheden gecreëerd die leiden tot een overschrijding van de grens van 500 m² aan nieuwe stedelijke functies. De openheid en

21

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

beleving van het landschap blijven eveneens intact. Het project richt zich namelijk niet op een uitbreiding van bebouwingsmogelijkheden in het gebied. Daarnaast sluit het initiatief aan bij de sociaal-maatschappelijke doelen uit de Omgevingsvisie. De manegeactiviteiten bieden inwoners van jong tot oud mogelijkheden om te bewegen en recreëren in een groene en veilige omgeving. Tegelijkertijd dragen ze bij aan educatie en zelfontplooiing, bijvoorbeeld door het leren verzorgen van paarden en deelnemen aan georganiseerde activiteiten. Het project biedt ook ruimte voor vrijwilligerswerk en ontmoeting, waardoor sociale cohesie en betrokkenheid binnen de gemeenschap worden versterkt. Hiermee ondersteunt de ontwikkeling zowel vitaliteit, gezondheid en participatie als een verbonden en levendig dorpsleven Het is dan ook duidelijk dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met de beleidsdoelen zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie Heemskerk 2040. 3.3.3. Beeldkwaliteitsplan de Oosterweg De Oosterweg is een belangrijk lint in het landelijk gebied van Heemskerk. De gemeente Heemskerk vond het daarom van belang dat er zorgvuldig wordt gekeken naar de ruimtelijke inpassing van nieuwe ontwikkelingen. De welstandsnota biedt onvoldoende handvatten om actuele ontwikkelingen te kunnen beoordelen en te begeleiden met behoud van het gewenste beeld van de Oosterweg.

Het beeldkwaliteitsplan is een vastgesteld beleidsdocument dat de gemeente toetsingskaders biedt voor de beeldkwaliteit van nieuwe initiatieven. Vooruitlopend op de nieuwe omgevingswet zijn de gebruikelijke criteria vervangen door gebiedsgerichte kwaliteitsambities.

22

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

•

Figuur 9: Uitsnede beeldkwaliteitsplan Oosterweg (Bron: gemeente Heemskerk)

De leidraad voor nieuwe ontwikkelingen is als volgt: • Behoud het zicht op Marquette vanaf de Oosterweg. En behoud de openheid en het karakter van dit historische weidelandschap. • Houdt rekening met doorzichten naar het achterliggende landschap. • Zorg voor continuïteit in de inrichting van de Oosterweg met een eenvoudig profiel bestaande uit een smalle rijbaan met aan weerszijden een grasberm. Zonder ruimte voor parkeren langs de weg. • Behoud duinrellen en andere waterlopen. • Inpassing van nieuwe bebouwing binnen de huidige verkavelingsstructuur. Dat betekent dat bebouwing haaks op of evenwijdig aan de verkavelingsrichting wordt gesitueerd. • Maak onderscheid in voorerf en achtererf. Plaats het representatieve woongedeelte op het voorerf en eventuele overige bebouwing op het achtererf. • Situeer de woning vrij op het kavel en op enige afstand van de weg vergelijkbaar met omliggende woningen. Oriënteer de voorgevel op de Oosterweg. • Houdt bij nieuwbouw rekening met de schaal en verhoudingen van bestaande bebouwing aan de Oosterweg. • Gebruik eenvoudige rechthoekige hoofdvormen passend in de landelijke uitstraling van de Oosterweg. Geen platte daken, maar bijvoorbeeld een zadel-, mansarde- of piramidekap.

23

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

•

• • • •

•

Stem materiaal- en kleurgebruik af op de landelijke en agrarische uitstraling. Voor woningbouw overwegend gemetselde gevels en daken met gebakken pannen. Pas voor bedrijfsbebouwing donkere, gedekte kleuren toe. Geen felle, glanzende of contrasterende kleuren. Beperk de hoeveelheid bijgebouwen (schuurtjes, tuinhuisjes e.d.) en houdt de omvang zo beperkt mogelijk. Creëer eenheid in erf-/terreinafscheidingen per perceel. Dus geen verschillende afscheidingen rond hetzelfde perceel. Beperk verharding bij (her)inrichting van het erf en zorg voor een groene, landelijke uitstraling. Voorkom dat grootschalige bebouwing dominant zichtbaar is vanaf de Oosterweg of het aangrenzende landschap, bijvoorbeeld door het toepassen van opgaande beplanting en/of bomen. Parkeren op eigen erf.

Toetsing van het initiatief aan Beeldkwaliteitsplan de Oosterweg De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de richtlijnen voor nieuwe ontwikkelingen zoals vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan. Hierbij wordt uitgegaan van de bestaande verkavelingsstructuur. Bovendien worden er geen extra bebouwingsmogelijkheden gecreëerd die de grens van 500 m² aan nieuwe stedelijke functies overschrijden, zodat de openheid en beleving van het landschap behouden blijven. De zichtlijnen naar het achterliggende landschap blijven eveneens intact, zoals geïllustreerd in figuur 7. Parkeren vindt plaats op eigen terrein, zoals ook wordt opgenomen in hoofdstuk 4.

24

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

Hoofdstuk 4. Planologische en milieukundige aspecten Bij vergunningverlening van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geldt dat een vergunning voor de activiteiten alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 lid 1 Ow). Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen.

4.1

M.E.R.-beoordeling De M.E.R.-regelgeving is uitgewerkt in verschillende onderdelen van de Omgevingswet. Afdeling 16.4 van de omgevingswet bevat regelgeving over milieueffectrapportages. De uitwerking van deze regelgeving is te vinden in hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. In bijlage V behorende bij dit besluit staan de projecten en de besluiten waarvoor een M.E.R.plicht of M.E.R.-beoordelingsplicht geldt. Betekenis voor het project De ontwikkelingen in het projectgebied worden niet genoemd in een kolom genoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Daarmee is voor het voorliggende project geen M.E.R.beoordeling noodzakelijk.

4.2

Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b.

als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 3. Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. 4. Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die

25

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Betekenis voor het project Het project betreft het toestaan van een ruitersportcentrum met bijbehorende voorzieningen aan de Oosterweg. Deze ontwikkeling valt niet onder een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening. Naast deze definitie geeft artikel 5.129g lid 1 Bkl nog de toevoeging dat iets een stedelijke ontwikkeling is als ‘een andere stedelijke voorziening voldoende substantieel is.’ Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. In de uitspraak van 23 april 20141 geeft de Afdeling aan dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m 2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling aangemerkt kan worden. Op basis van deze jurisprudentie kan daarom worden gesteld dat de ontwikkeling in beginsel niet als stedelijke ontwikkeling is aan te merken op grond van artikel 5.129g lid 1 Bkl. Het initiatief voorziet in een geringe uitbreiding.

De uitbreiding van de kantine vindt plaats binnen de bestemming 'Bedrijf' met de functieaanduiding 'paardenhouderij' en binnen het daarvoor bestemde bouwvlak. Hierdoor worden er per saldo geen extra bebouwingsmogelijkheden gecreëerd die leiden tot een overschrijding van de grens van 500 m² aan nieuwe bebouwingsmogelijkheden. Bovendien is het projectgebied gelegen in het buitgebied van de gemeente Heemskerk. Hierdoor voldoet het project aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

4.3

Duurzaamheid Het aspect duurzaamheid is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. Het speelt een rol bij de beoordeling van activiteiten en het draagt op een positieve manier bij aan de fysieke leefomgeving. Betekenis voor het project De exploitant zal het bedrijf verplaatsen naar een andere locatie, voornamelijk vanwege ruimtegebrek. De huidige locatie, gelegen binnen stedelijk gebied in een woonwijk, biedt onvoldoende mogelijkheden voor een toekomstbestendige bedrijfsvoering en het waarborgen van dierenwelzijn, met name de behoefte van paarden aan voldoende bewegingsvrijheid zoals voorgeschreven door de FNRS. Verplaatsing is daarom noodzakelijk om te voldoen aan de richtlijnen uit de Gids voor Goede Praktijken van de Sectorraad Paarden en om de ruitersport op een verantwoorde manier voort te zetten, passend bij de behoeften van het paard. Bij de ontwikkeling wordt optimaal gebruik gemaakt van bestaande faciliteiten. Het plan biedt voldoende ruimte voor groenvoorzieningen, versterkt de biodiversiteit en behoudt de landschappelijke kwaliteit en ruimtelijke openheid van het terrein. Op deze wijze draagt de

1 2014-04-23 ABRvS ECLI:NL:RVS:2014:1442

26

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

ontwikkeling bij aan een toekomstbestendige en duurzame bedrijfsvoering, ondersteunt het dierenwelzijn en sluit het aan bij de bredere duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente en de paardensector.

4.4

Gezondheid De fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, in positieve of negatieve zin. Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is daarom een gezonde fysieke leefomgeving, artikel 1.3 Omgevingswet. In artikel 2.1 lid 4 van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag bij de evenwichtige toedeling van functies (in het omgevingsplan) in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid. Betekenis voor het project In de navolgende aspecten die betrekking hebben op de gezondheid, zoals geluid, geur en luchtkwaliteit, onderbouwd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Uit de afweging van deze aspecten blijkt dat geen van deze thema’s zorgt voor een verslechtering van de fysieke leefomgeving.

4.5

Water Bij een project moet rekening gehouden worden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Dit staat in artikel 5.37 Bkl. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvormig worden betrokken bij de weging van het waterbelang. Het wateradvies is hiervoor een mogelijkheid, maar is niet verplicht. Bij het wateradviesproces gaat het om het hele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier kijkt wat de invloed van het plan op de waterhuishouding is en geeft een wateradvies. Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterplan) opgesteld. Recent (15 december 2021) is een nieuwe versie van het Waterplan vastgesteld voor de periode 2022-2027. Binnen dit Waterplan zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing.

Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterplan is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Programma Water en Riolering 2023 Heemskerk: Samen wijs met water Het Programma Water en Riolering geeft aan hoe de gemeente Heemskerk invulling wil geven aan de visie op water in al haar facetten: gebruikt water, regenwater, grondwater en open water in sloten en vijvers. In de Omgevingsvisie van de gemeente Heemskerk is de waarde van de water- en groenstructuur nadrukkelijk aangegeven. Ook wil de gemeente klimaatrobuust zijn in 2050 en problemen met droogte en waterkwaliteit aanpakken.

27

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

Het Programma is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de gemeente Beverwijk en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Hierbij is ook gebruik gemaakt van het huidige Water- en Rioleringsplan en het Klimaatadaptatieplan, die beide eveneens in samenwerking zijn opgesteld. In het Programma Water en Riolering zijn ambities geformuleerd met betrekking tot het omgaan met water binnen de gemeente Heemskerk. Dit zijn de vijf speerpunten: • Gezond en milieu: we willen de lozing op de riolering van risicovolle stoffen voor mens en milieu zo snel mogelijk minimaliseren en voorkomen dat stoffen geloosd worden die het functioneren van de riolering en zuivering belemmeren; • Afvalwaterketen: om de afvalwaterketen effectief te laten functioneren willen we regenwater afkoppelen van de riolering en het aandeel rioolvreemd water terugdringen; • Klimaatbestendigheid: we willen het regenwater bij voorkeur vasthouden waar het valt of bergen op plaatsen waar het zo min mogelijk wateroverlast oplevert. Door water vast te houden, beperken we de gevolgen van langdurige droogte; • Schoon en mooi water: we streven ernaar dat we allemaal genieten van het open water.

Dat we het beleven als waardevol onderdeel van onze leefomgeving en kunnen gebruiken voor recreatieve activiteiten; • Functioneel grondwaterbeheer: we willen door actief grondwaterbeheer, samen met gebruikers van grondwater, te lage en te hoge grondwaterstanden in stedelijk en landelijk gebied voorkomen. Betekenis voor het project Eerder is er gebruik gemaakt van het digitale wateradvies (hetwateradvies.nl), inmiddels is het plan gewijzigd en wordt er geen extra oppervlakteverharding toegevoegd ten opzichte van de huidige situatie. Het doorlopen van een watertoets is hierdoor niet noodzakelijk. Omdat het plan geen uitbreiding van de bestaande bebouwing en/of verharding bevat, wordt aangesloten bij de bestaande voorzieningen voor hemelwater- en afvalwaterafvoer. Het via de daken opgevangen hemelwater wordt afgevoerd via het riool. Het hemelwater dat op de verharding valt, wordt binnen het projectgebied in de bodem geïnfiltreerd. Binnen het projectgebied is hiervoor ruimschoots voldoende ruimte beschikbaar.

4.6

Soortenbescherming en gebiedsbescherming Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de Wet natuurbescherming, het Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming vervallen. Deze regels zijn opgegaan in de Omgevingswet via het aanvullingsspoor natuur. Dit aanvullingspoort ziet op zowel de gebiedsbescherming als de soortenbescherming. 4.6.1. Gebiedsbescherming Onder de Omgevingswet moet getoetst worden of nieuwe of uitbreidingen van bestaande economische activiteiten effecten hebben op Natura-2000 gebieden. Betekenis voor het project Onder de Omgevingswet geldt geen aanhaakplicht voor de natuurtoestemming. Uitgebreide toetsing op stikstof komt uitgebreider aan de orde bij de separaat aangevraagde

28

Goede onderbouwing ‘Oosterweg 8a, Heemskerk’

omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit. Deze omgevingsvergunning is reeds een conceptaanvraag voor ingediend bij het bevoegd gezag (ODNHN), waarna de definitieve aanvraag ingediend zal worden. De functietoevoeging van de manege en bijbehorende activiteiten vormt geen belemmering op het gebied van stikstof. Voor de nieuwe gebruiksfase is reeds een conceptaanvraag ingediend bij het bevoegd gezag, Omgevingsdienst Noord-Holland Noord. Een berekening en toelichting van de verwachte stikstofeffecten zijn opgenomen in bijlage 6 bij de aanvraag. 4.6.2. Soortenbescherming Door een groot aantal activiteiten en invloeden staat het voortbestaan van veel soorten onder druk. Daarom is soortenbescherming een onderdeel van de Omgevingswet. Met verschillende wetsinstrumenten is het mogelijk om te zorgen voor de bescherming van flora en fauna. Dit voorkomt achteruitgang van de biodiversiteit. Betekenis voor het project Deze ontwikkeling ziet met name toe op inpandige ingrepen en het planologisch toestaan van activiteiten. Ter plaatse van de uitbreiding van de kantine is sprake van verharding. Hier wordt veelvuldig over gelopen en gereden. Daarnaast wordt het grasland regelmatig gemaaid. Hierdoor is de kans op de aanwezigheid van beschermde flora en fauna nihil. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16505106/1