CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Vast te stellen bestemmingsplan 't Oog Wonen, fase 1 dd 21 september 2022.pdf

Gemeenteraad GHG 22 september 2022, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 14: Vaststellen bestemmingsplan 't Oog Wonen, fase 1 - Raadsvoorstel31.060 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Hardinxveld-Giessendam

Bestemmingsplan ‘‘ ‘t Oog Wonen, fase 1’’ Vaststelling

21 september 2022

Gemeente Hardinxveld-Giessendam

Bestemmingsplan ‘‘ ‘t Oog Wonen, fase 1’’ Vaststelling

Inhoud: - Toelichting - Regels - Verbeelding

werknummer: 617.130.10 datum: 21 september 2022 bestand: J:\617\167\90\3.Projectresultaat\ Procedureoverzicht Fase

Datum

Voorontwerp

17 april 2020

Ontwerp

15 februari 2022

Vaststelling Onherroepelijk

KuiperCompagnons BV Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap Rotterdam

Toelichting

INHOUDSOPGAVE ALGEMENE ASPECTEN ............................................................................................ 6 1.1 Bij het plan behorende stukken ........................................................................... 6 1.2 Ligging van het plangebied ................................................................................. 6 1.3 Vigerende plannen .............................................................................................. 6 1.4 Leeswijzer............................................................................................................ 7 2 DOEL VAN HET PLAN ............................................................................................... 8 3. INVENTARISATIE EN ANALYSE ............................................................................... 9 3.1 Rijksbeleid ........................................................................................................... 9 3.2 Provinciaal beleid ................................................................................................ 9 3.3 Regionaal beleid ................................................................................................ 15 3.4 Gemeentelijk beleid ...........................................................................................

16 3.5 Ruimtelijke structuur .......................................................................................... 20 3.6 Archeologische en cultuurhistorische waarden ................................................. 21 3.7 Groen- en waterstructuur .................................................................................. 22 3.8 Verkeersstructuur .............................................................................................. 23 3.9 Functionele structuur ......................................................................................... 24 4 GEWENSTE RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE STRUCTUUR ............................. 25 4.1 Inleiding ............................................................................................................. 25 4.2 Ruimtelijke uitgangspunten ............................................................................... 25 4.3 Planbeschrijving op uitgangspunten SPvE ....................................................... 27 5 WATER ...................................................................................................................... 32 5.1 Inleiding ............................................................................................................. 32 5.2 Kader .................................................................................................................

32 6 ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE ............................................................... 39 6.1 Archeologie ....................................................................................................... 39 6.2 Cultuurhistorie ................................................................................................... 40 7. MILIEUASPECTEN ................................................................................................... 41 7.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling ............................................................................. 41 7.2 Akoestisch onderzoek ....................................................................................... 42 7.3 Luchtkwaliteit ..................................................................................................... 46 7.4 Stikstofdepositie ................................................................................................ 47 7.5 Externe veiligheid .............................................................................................. 48 7.6 Milieuhinder bedrijven ....................................................................................... 53 7.7 Flora en Fauna ..................................................................................................

55 7.8 Bodem ............................................................................................................... 57 7.9 Verkeer .............................................................................................................. 61 7.10 Duurzaamheid ................................................................................................... 63 7.11 Overige belemmeringen .................................................................................... 64 8 JURIDISCHE OPZET ................................................................................................ 66 8.1 Inleiding ............................................................................................................. 66 8.2 Toelichting op de regels .................................................................................... 66 9 OVERLEG EN INSPRAAK ........................................................................................ 69 9.1 Overleg en inspraak .......................................................................................... 69 9.2 Ontwerpfase ...................................................................................................... 69 9.3 Vaststellingsfase ...............................................................................................

69 10 UITVOERBAARHEID ................................................................................................ 70 10.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................... 70 1

10.2 Financiële uitvoerbaarheid ................................................................................ 70 10.3 Handhavingsaspecten ....................................................................................... 70

BIJLAGEN 1. ’t Oog, Ruimtelijke uitgangspunten, SpaceValue, 16 oktober 2019 2. Stedenbouwkundig Programma van Eisen Woningbouwlocatie ’t Oog, NieuwBlauw, 16 december 2019 (inclusief Memo input voor oplegnotitie SPvE, NieuwBlauw, 3 februari 2021) 3. Archeologisch vooronderzoek , Vestigia, 10 december 2020 4. Akoestisch onderzoek, KuiperCompagnons, 12 februari 2021 5. Onderzoek Luchtkwaliteit, KuiperCompagnons, 13 februari 2021 6. Stikstofdepositie onderzoek, fase 1, KuiperCompagnons, 22 april 2020 7. Onderzoek aspect externe veiligheid, KuiperCompagnons, 21 december 2020 8. Natuurwaarden ’t Oog, Natuurwetenschappelijk Centrum, december 2019 9. Verkennend bodemonderzoek, Dordrecht Research, 11 september 2018 10. A. Variantenstudie Ontsluiting ’t Oog, RoyalHaskoningDHV, 21 oktober 2019 B. Risicoanalyse overwegveiligheid, Ontsluiting ’t Oog, RoyalHaskoningDHV, 7 januari 2020 11. Vooronderzoek conventionele explosieven, BEOBOM, 15 juli 2019 12. Activiteitenplan Wnb, Ecoresult, 7 december 2020 13. Nota overleg en inspraak voorontwerpbestemmingsplan, 8 maart 2021 14. Nader bodemonderzoek, Dordrecht Research, 5 augustus 2019 15. Waterhuishoudkundig plan, Waardzone fase 1, Gebiedsmanagers, 30-08-2022 16. Definitieve beschikking Wet natuurbescherming, Omgevingsdienst Haaglanden, 1 oktober 2020 17. Zienswijzennota, 5 juli 2022 18. Bijlage zienswijzennota Notitie op zienswijze waterschap

Afbeelding 1.1: globale ligging van het bestemmingsplangebied

Afbeelding 1.2: globale begrenzing van het bestemmingsplangebied

6

1

ALGEMENE ASPECTEN

1.1

Bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan “Woongebied ’t Oog, fase 1” is vervat in:  de geometrische plaatsbepaling (verbeelding) waarop onder meer de bestemmingen van de in het plan gelegen gronden zijn aangegeven;  de regels, waarin bepalingen zijn opgenomen over de inhoud van de bestemmingen en bepalingen omtrent het gebruik van de gronden en de toelaatbaarheid van bebouwing. Het bestemmingsplan “Woongebied ’t Oog, fase 1” (hierna Woongebied ’t Oog) gaat verder vergezeld van voorliggende toelichting. Hierin wordt de opzet van het plan beschreven en zijn de aan het plan ten grondslag liggende gedachten weergegeven alsmede de resultaten van de (milieu)onderzoeken.

1.2

Ligging van het plangebied Het plangebied is ten noorden van de kern Hardinxveld-Giessendam gelegen en ligt ingeklemd tussen Merwede-Lingelijn en Betuweroute. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de Polderweg en aan de oostzijde ligt het agrarische gebied van ’t Oog.

1.3

Vigerende plannen Voor de in het bestemmingsplan begrepen gronden vigeert momenteel het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, door de gemeenteraad vastgesteld op 28 april 2016. Daarin is het plangebied voorzien van de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Tevens is het plangebied voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologische verwachting 6, ‘Waarde – Archeologische verwachting 7’ ‘Waarde – Archeologische verwachting 8’ en Waarde – Archeologische verwachting 9’. Ook is er een ‘functieaanduiding specifieke vorm van agrarisch met waarden – ruwvoederteelt’ opgenomen in het plangebied. Naast bestemmingsplan ‘Buitengebied’ geldt het paraplubestemmingsplan ‘Wonen en Huishouden’, vastgesteld op 16 december 2021. Dit paraplubestemmingsplan zorgt voor uniforme begrippen ten aanzien van huishoudens en wonen. De begrippen zijn in de regels van dit bestemmingsplan overgenomen

Afbeelding 1.3: uitsnede vigerend bestemmingsplan

Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

7

1.4

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 worden de doelstellingen van het bestemmingsplan beschreven. Vervolgens wordt een inventarisatie en analyse gegeven van de huidige situatie (hoofdstuk 3) en gewenste ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied op hoofdlijnen (hoofdstuk 4). Hierbij wordt ook in gegaan op het vigerende beleidskader. In hoofdstuk 5, 6 en 7 wordt een verantwoording gegeven hoe omgegaan is met verschillende deelaspecten; achtereenvolgens gaat het om water, archeologie en verschillende milieuthema’s. Hoofdstuk 8 geeft een juridische toelichting op de regels en de geometrische plaatsbepaling. Hoofdstuk 9 en 10 gaan achtereenvolgens in op de aspecten overleg en inspraak en op de uitvoerbaarheid van het plan. Let op: het bestemmingsplan is een globaal plan omdat de precieze uitwerking van het plangebied op dit moment nog niet volledig vaststaat.

Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

8

2

DOEL VAN HET PLAN Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van een nieuw woongebied mogelijk. De ontwikkeling van woningen in ’t Oog – het gebied tussen de Merwede-Lingelijn en Betuweroute – volgt uit de gemeentelijke Structuurvisie waarin het gebied is aangewezen als woon-werklandschap. Naast de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein in de westpunt, is de ontwikkeling van ca 170 woningen ten oosten van de Polderweg een tweede ontwikkeling in het gebied. De gemeente oriënteert zich op de doorontwikkeling van het gebied 't Oog om daarmee bij te dragen aan het versnellen van de woningbouwopgave, een belangrijke landelijke en provinciale en regionale doelstelling. Vooralsnog zijn andere ontwikkelingen in ’t Oog nog niet aan de orde. Wél heeft de gemeente Hardinxveld-Giessendam de ruimtelijke uitgangspunten voor het gehele gebied geformuleerd en in een structuurkaart weergegeven. Daarmee is een integrale ontwikkeling van het gebied op termijn verzekerd. Voor de concrete ontwikkeling die in het voorliggende bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is een Stedenbouwkundig Programma van Eisen opgesteld. Dit SPvE geeft enerzijds aan op welke wijze deze ontwikkeling als zelfstandig en afgerond geheel past binnen de grotere kaders, maar geeft bovenal stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de verdere uitwerking van het plan.

Het vastgestelde Stedenbouwkundig Programma van Eisen Woningbouwlocatie ’t Oog dateert van 16 december 2019. Op een aantal punten wijkt de ontwikkeling af van het gestelde in het SPvE. Om de verschillen inzichtelijk te maken is op 3 februari 2021 een memo opgesteld. Zowel het SPvE als deze memo zijn als bijlage toegevoegd aan deze toelichting. Het bestemmingsplan sluit aan op de flexibele wijze van deze hoofdopzet uit de structuurschets en het SPvE. Voor de ontwikkeling van het gehele plangebied is gekozen voor een uit te werken woonbestemming, waarbinnen verschuivingen in de hoofdopzet mogelijk zijn. Door te kiezen voor een uit te werken bestemming is het mogelijk om woningbouw toe te staan, zonder de exacte invulling nu al vast te leggen. Hiermee is het plan flexibel richting de toekomst en kan door middel van uitwerkingsplannen worden ingespeeld op veranderende omstandigheden in de toekomst. Dit bestemmingsplan maakt de voorgenomen ontwikkeling van het nieuwe woongebied in juridischplanologische zin mogelijk.

Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

9

3.

INVENTARISATIE EN ANALYSE

3.1

Rijksbeleid Het Rijk heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Mobiliteit (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De leidende gedachte van het rijksbeleid is ruimte maken voor groei en beweging, waarbij het Rijk zich vooral concentreert op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. In het rijksbeleid (SVIR en Barro) worden dan ook geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende projectgebied.

3.2

Provinciaal beleid Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en -plannen, zoals het Programma Ruimte en het Programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet.

De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; 2. De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing; 3. Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; 4. De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving.

Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

10

Ad. 1

Ruimtelijke hoofdstructuur

Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

11

Ad. 2 Omgevingsbeleid: ambities en sturing De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De Provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd:      

Naar een klimaatbestendige delta; Naar een nieuwe economie: the next level; Naar een levendige meerkernige metropool; Energievernieuwing; Best bereikbare provincie; Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.

Ad. 3 Omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De Omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’; ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit.

Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Het plangebied is opgenomen in vier kwaliteitskaarten. In de laag van de ondergrond is het plangebied aangeduid als ‘Rivierdeltacomplex – rivierklei / veen. Richtpunt is dat ontwikkelingen in het rivierengebied het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar wordt gehouden. Voorgenomen ontwikkeling heeft hier geen invloed op. Een gedeelte van het plangebied is aangeduid als ‘Bijzonder reliëf – oude stroomgordels en geulafzettingen’. Richtpunten zijn het behouden van onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap, en waar mogelijk het meer herkenbaar maken van de archeologische waarden van deze structuren. Het plan is gebaseerd op de oorspronkelijke landschapsstructuren van de Alblasserwaard en sluit dus aan bij deze richtpunten. Het voorgenomen raamwerk bouwt voort op het noord-zuid patroon van percelen en sloten, die door oost-westlijnen met elkaar verbonden zijn.

In de laag van de cultuur- en natuurlandschappen is het plangebied aangeduid als ‘Veen(weide)landschap’. Richtpunten in veenlandschappen zijn:  Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden.  Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

12   

Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar.

Het stedenbouwkundig plan sluit voor zover mogelijk aan bij de kenmerkende landschapselementen uit het veenlandschap. In de laag van de stedelijk occupatie is het plangebied aangeduid als ‘Bouwwerken voor energieopwekking’. Richtpunt is dat bij de plaatsing van nieuwe bouwwerken voor energie-opwekking een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht zal moeten geven in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van deze bouwwerken op de (wijde) omgeving. Voorgenomen ontwikkeling heeft hier geen invloed op. Daarnaast is het zuidelijke deel van het plangebied aangeduid als ‘Stads- en dorpsrand’. Relevante richtpunten voor voorgenomen ontwikkeling zijn:   

   

Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand. De hoogte van de bebouwing is gezien de ligging van de locatie en bestaande hoogte in de omgeving legitiem. Het pand wordt ingepast in de bestaande stedenbouwkundige structuur. Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap).

Voor de voorgenomen ontwikkeling is een beeldkwaliteitsparagraaf opgesteld welke inzicht geeft in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid. Deze paragraaf is onderdeel van het SPvE. Er wordt op verschillende aspecten aanhechting gezocht met het bestaande dorp waardoor de ontwikkeling bijdraagt bij aan de overgangskwaliteit van de stadsrand. In de laag van de beleving kent het plangebied geen specifieke aanduiding. Ad. 4 Beleidskeuzes De provincie heeft twaalf provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening. De relevante beleidskeuzes worden hieronder beknopt toegelicht. Uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd, met als doel een zorgvuldig gebruik van de ruimte. Nieuwe verstedelijking moet daarom passen in regionale visies, de kwaliteitskaart van de Visie ruimte en mobiliteit en andere in de visie en verordening aangegeven ruimtelijke kaders. Opgave: Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied

Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

13

Beleidskeuze: Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Gedeputeerde Staten zien toe op toepassing door gemeenten van de Ladder voor duurzame verstedelijking en het beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Het eindoordeel over stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten bestaand stads- en dorpsgebied ligt bij Provinciale Staten. Deze worden door Provinciale Staten afgewogen en opgenomen op de 3 hectare kaart. De 3 ha kaart en de bijbehorende tabellen zijn opgenomen in het Programma ruimte. Programma ruimte Het Programma Ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma Ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het is enerzijds een beleidsdocument, namelijk een uitwerking van de beleidsbeslissingen, en anderzijds gericht op uitvoering. Het document is toegespitst op de thema’s Bebouwde ruimte en mobiliteit, Landschap, groen en erfgoed en Water, bodem en energie.

Afbeelding 3.1: uitsnede Programma Ruimte (Kaart 1).

Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

14

Afbeelding 3.2: uitsnede Programma Ruimte (3-ha kaart)

De locatie Woongebied ’t Oog is als ontwikkeling van 15 ha opgenomen in de tabel en 3-ha kaart van het Programma Ruimte. De beoogde ontwikkeling van maximaal 170 woningen in plangebied ’t Oog, waarvoor de uit te werkenbestemming "Wonen" is toegekend, voorziet in nieuwbouw buiten het bestaand stedelijk gebied. De behoefte is tevens regionaal afgestemd. De ontwikkeling vindt plaats binnen het invloedsgebied van het station Hardinxveld-Giessendam (halte van de Merwede-Lingelijn) en is daarmee in lijn met het Programma Ruimte. Op grond van de verordening is de ontwikkeling getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Ladder voor Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking gewijzigd in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een woongebied of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’.

Toetsing aan de Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien een bestemmingsplan wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten bevat, kan bij het moederplan worden bepaald dat de Laddertoets zich niet richt op de toelichting bij het moederplan, maar op de toelichting bij het wijzigings- of uitwerkingsplan. In dit geval is echter sprake van een

Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

15

woningbouwprogramma dat reeds in categorie 1 is opgenomen en regionaal is afgestemd. Doorschuiven is daarmee niet aan de orde. Behoefte De beoogde ontwikkeling maakt de realisatie van maximaal 170 woningen mogelijk, waarvan 20 tot 30 bereikbare woningen op kleinere kavels worden gerealiseerd waarvan 50% sociale woningen. Hierdoor is sprake van een stedelijke ontwikkeling, en dient er te worden getoetst aan de behoefte aan deze ontwikkeling. Het woningbouwaantal is qua programma regionaal afgestemd. Kwantitatief is hiervan de behoefte aangetoond in de Regionale Woonvisie Drechtsteden en door middel van regionale afstemming. Bestaand stedelijk gebied De beoogde ontwikkeling is niet gelegen in bestaand stedelijk gebied (bebouwde ruimte). Vanwege de flinke ontwikkelingsopgave waar de regio Drechtsteden voor staat en de opgave die daarmee ook in Hardinxveld-Giessendam moet worden opgelost is het noodzakelijk om groei te realiseren buiten het bestaand stedelijk gebied. In Hardinxveld-Giessendam zijn geen ‘binnenstedelijke’ ontwikkellocaties gelegen voor de bouw van 170 woningen. Een kwalitatieve woonwijk met typologieën zoals ‘rustig en groen’-wonen kan niet in deze omvang worden gerealiseerd binnen het bestaand stedelijk gebied. 3.3

Regionaal beleid Groeiagenda Drechtsteden Voor krachtige, economische groei in de Drechtsteden blijft de regio stevig inzetten op een goede bereikbaarheid, goed wonen en werken. Daarom is door de colleges en het Drechtstedenbestuur de ‘Groeiagenda 2030’: Goed leven in de Drechtsteden opgesteld. In totaal willen de Drechtsteden doorgroeien naar een gebied van meer dan 300.000 inwoners, met 30.000 nieuwe banen en 25.000 nieuwe woningen. Hiermee wil de regio zorgen voor een goed leven in de Drechtsteden en een bijdrage leveren aan een sterker Nederland. In de groeiagenda zijn een aantal concrete thema’s benoemd waar de komende jaren kansen en mogelijkheden voor economische groei. Een daarvan is het creëren van ‘goed wonen’: de regio wil doorgroeien naar meer dan 300.000 inwoners met een evenwichtige verdeling in woonsegmenten, duurzame, gezonde woongebieden, benutting van unieke gebiedskwaliteiten, de transformatie van kwetsbare wijken, interactiemilieus in de binnenstad en een compleet voorzieningenaanbod. In de Drechtsteden is behoefte aan woningen in het hogere segment. Het plangebied van 't Oog Wonen, fase 1 leent zich uitstekend voor deze ambitie. Elders in de Drechtsteden zijn deze locaties niet op deze schaal te vinden. Hiermee voldoet dit plan aan de ambities van de Drechtsteden en aan de behoefte naar duurdere woningen (rustig groen).

De groeiagenda spreekt de ambitie uit om meer woningen toe te voegen dan voor de eigen migratiesaldo. Met dit plan worden deze woningen toegevoegd, waardoor andere typen woningen vrijkomen in de aangrenzende gemeenten. Met de ontwikkeling van woongebied t’ Oog wordt dus ruimte geboden aan de regionale groeiopgave, met aandacht voor de bestaande gebiedskwaliteit en duurzaamheid. Hiermee wordt bijgedragen aan het vergroten van het kwalitatief woningaanbod in de Drechtsteden. Regionale woonvisie Met de Drechtstedelijke Groeiagenda 2030 wil de regio naar een integrale aanpak van wonen, werken, recreëren, onderwijs en bereikbaarheid. De ‘Woonvisie 2017 – 2031’ beoogt hieraan een inspirerende en uitnodigende bijdrage te leveren. Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

16

De woonvisie beschrijft dat de de gunstige ligging, goede bereikbaarheid, de hoge concentratie MKB en de aanwezigheid van een aantal internationale spelers in de maritieme sector, de Drechtsteden tot een interessant werkgebied makenmet een goede uitgangspositie voor toekomstige economische ontwikkeling. Ondanks deze hoge potentie worden deze kwaliteiten nog niet altijd voldoende benut. De WOZ-waarde van bestaande woningen is laag. Kwalitatief hoogwaardige woningbouwlocaties langs het water of nabij stedelijke voorzieningen komen nog onvoldoende tot ontwikkeling. Huishoudens met een hoger inkomen, die wel in de Drechtsteden zouden willen wonen, kiezen hierdoor eerder voor andere regio’s. Sociaaleconomisch blijven de Drechtsteden achter. De agglomeratiekracht wordt onvoldoende benut. De eerder genoemde goede bereikbaarheid staat onder druk als gevolg van de toename van het verkeer met name op de A15, de A16 en de N3. In de woonvisie zijn 20 kernpunten opgenomen. Hiermee willen de Drechtsteden zich positioneren als 'de Drechtsteden voor Rotterdam', en een kwalitatief hoog woningaanbod realiseren voor een doelgroep die in een duurder segment, goed bereikbaar, met meer ruimte en met moderne stedelijke voorzieningen in of direct bij Dordrecht, een traditioneel Hollandse stad, wil wonen.

De kernpunten richten zich onder andere op een groei van het aantal huishoudens en woningen en het zoeken naar locaties/mogelijkheden om de plancapaciteit te verhogen. Uit de woningbehoeftetabel blijkt dat er met name behoefte is aan koopwoningen in het duurdere segment, om zo een meer evenwicht samengestelde bevolking te realiseren. Daarnaast is er behoefte aan meer groen- en blauw- stedelijk, dorps en landelijk wonen. Met de ontwikkeling van woongebied ’t Oog wordt ingespeeld op de regionale groeiopgave. Er worden naast 30 betaalbare koopwoningen met name woningen in het duurdere segment gerealiseerd in een groen stedelijk woonklimaat. 3.4

Gemeentelijk beleid Structuurvisie Hardinxveld-Giessendam 2030 De gemeentelijke structuurvisie, die op 19 februari 2015 is vastgesteld, is een ruimtelijke ontwikkelingsvisie met een richtinggevend en programmatisch karakter die integrale keuzes bevat voor de hoofdlijnen van beleid voor de komende periode. De structuurvisie bouwt voort op de Visie Hardinxveld-Giessendam, die op 22 maart 2012 na een zeer interactief traject met de bevolking is vastgesteld. De structuurvisie vertaalt deze visie naar de ruimtelijke ontwikkeling van HardinxveldGiessendam. De structuurvisie, die vooruitkijkt tot 2030, is eveneens een integraal document en heeft als doel om de verschillende belangen, bijvoorbeeld tussen landschap, woningbouw, maatschappelijke voorzieningen en werkgelegenheid zorgvuldig af te wegen. De structuurvisie biedt een kader waarin aanspraken op de ruimte kunnen worden afgestemd en gecombineerd. Deze structuurvisie is vooral gericht op behoud en verbetering van de bestaande ruimtelijke en sociale kwaliteiten. Daarnaast is de structuurvisie gericht op het versterken en behouden van de leefbaarheid.

In de structuurvisie wordt gestuurd op ruimtelijke structuren: waar gebeurt wat, op welke manier, op welk moment en waarom? De structuurvisie is bedoeld om voor de langere termijn ruimtelijke samenhang tot stand te brengen en bezit daarom een zekere mate van globaliteit en abstractie. Het vormt de basis voor het toekomstig beleid; ter uitwerking van de structuurvisie kunnen gebiedsvisies, masterplannen en bestemmingsplannen worden opgesteld en concrete (plan)ontwikkelingen in gang worden gezet. De door de gemeenteraad vastgestelde structuurkaart, het SPvE en dit bestemmingsplan vallen onder deze uitwerking.

Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

17

Op de woningmarkt van Hardinxveld-Giessendam is sprake van een beperkte doorstroming. Op 27 juni 2019 heeft de raad de Lokale paragraaf Wonen vastgesteld. Eén van de belangrijke speerpunten hierin is het behouden van jongeren. Dit is van belang voor de leefbaarheid in de kernen, voor de kenmerkende sociale cohesie van Hardinxveld-Giessendam en voor het behoud van werkgelegenheid. Het programma voor het voorliggende plangebied bevat 30 sociale koopwoningen. ’t Oog kan daarnaast bijdragen aan de doorstroming vanuit bestaande wijken, waardoor er binnen de kern meer ruimte ontstaat voor het behouden van jongeren. Om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen, zet de gemeente verder waar mogelijk en gewenst in op herstructurering van bestaande wijken. De gemeente heeft twee grote uitbreidingslocaties voor woningbouw voor de komende 10-20 jaar gepland: De Blauwe Zoom en 't Oog, tussen de Merwede-Lingelijn en de Betuweroute in. Naast de grote uitbreidingslocaties komen er met regelmaat (inbreidings)locaties vrij, bijvoorbeeld door het uitplaatsen van hinderlijke bedrijvigheid. In en rond het centrum van Hardinxveld-Giessendam liggen een aantal locaties die aantrekkelijk zijn om te wonen, maar nu nog worden bezet door milieuhinderlijke bedrijven. Deze bedrijven passen niet meer in een woongebied.

Ze veroorzaken overlast door de bedrijfsactiviteiten of het vrachtverkeer of ze ondervinden zelf hinder doordat uitbreidingsmogelijkheden ontbreken. Waar mogelijk werkt de gemeente mee aan deze verplaatsingen waarbij op de vrijgekomen locaties woningbouw kan worden mogelijk gemaakt. De gemeente houdt een deel van haar plancapaciteit beschikbaar voor deze kwalitatieve verbeteringen. Deze locaties bieden echter geen ruimte voor 170 woningen in een groene, rustige omgeving. In onderstaande afbeelding is de uitbreiding aan de noordzijde van Hardinxveld-Giesendam aangeduid. Volgens de Visie 2030 is het gebied aangewezen als zoekgebied voor een woon-werklandschap. Hiermee sorteert de gemeente voor op de ontwikkeling van het voorliggende gebied.

Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

18

Afbeelding 3.3: uitsnede deelkaart ‘Werken’ uit de Structuurvisie Hardinxveld-Giessendam 2030 (het globale plangebied is rood omcirkeld).

Verkeersbeleid In 2012 is het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan (GVVP) vastgesteld. Het doel van dit plan is het vastleggen van het beleid op het gebied van verkeer en vervoer in de gemeente Hardinxveld-Giessendam voor de periode 2012 tot 2022, dat aansluit bij de ambities en speerpunten die de gemeente heeft, maar tevens past binnen de kaders die hogere overheden in hun beleid stellen. Deelaspecten van het beleidsterrein verkeer en vervoer en raakvlakken met andere beleidsterreinen worden in dit plan bij elkaar gebracht, wat resulteert in een integrale visie op verkeer- en vervoerbeleid in de gemeente HardinxveldGiessendam. Om uitvoering te geven aan het opgestelde gemeentelijke beleid wordt het plan vergezeld van een uitvoeringsprogramma met daarin maatregelen en projecten. De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via de Polderweg en/of Spoorweg. Vanaf de Polderweg kan het verkeer in noordelijke richting naar de Broekseweg. In zuidelijke richting gaat men verder op de Spoorweg. Beide wegen zijn in het GVVP aangemerkt als erftoegangsweg (ETW) buiten de bebouwde kom. De maximumsnelheid op deze wegen is 60 km/h. De Spoorweg wordt aan de westzijde ontsloten op de Zwijnskade, die het verkeer naar de A15 leidt. De oostzijde leidt het verkeer richting de kern van Hardinxveld-Giessendam.

Voor een veilige en herkenbare weginrichting is het belangrijk dat alle wegen zoveel mogelijk worden ingericht conform de Essentiële HerkenbaarheidsKenmerken (EHK). Volgens de principes van Duurzaam Veilig moet een weggebruiker bijna als vanzelf het gewenste gedrag op een bepaald type weg vertonen. De EHK maken de wegcategorieën voor de weggebruiker beter herkenbaar. De toekomstige wegen binnen het plangebied vormen een heldere structuur. Daarbij worden de wegen ingericht conform de Essentiële HerkenbaarheidsKenmerken. Met de ontwikkeling van het woongebied en ook de komst van bedrijventerrein t’ Oog, wordt het profiel van de ontsluitingsweg, de Spoorweg gewijzigd. De Spoorweg wordt op termijn omgevormd tot een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom, waar een maximumsnelheid geldt van 50 km/u. Hiermee wordt voldaan aan de uitgangspunten zoals vastgelegd in het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan (GVVP). Daarnaast is door RoyalHaskoningDHV een onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van deze ontwikkeling voor de capaciteit van de spoorwegovergang. Dit onderzoek wordt in hoofdstuk 7.7 nader toegelicht. Groenbeleidsplan Het groenbeleidsplan vormt de basis voor het gemeentelijk groenbeleid op de langere termijn.

In het plan zijn randvoorwaarden en uitgangspunten geformuleerd die dienst kunnen doen als toetsingskader waar het gaat om belangenafwegingen tussen het groen enerzijds en andere aspecten anderzijds. Het plan is richtinggevend en heeft een vergelijkbare status als andere gemeentelijke beleidsplannen. Ten aanzien van het voorliggende plangebied worden geen specifieke uitspraken gedaan. Voor het plangebied zijn in het Groenbeleidsplan geen concrete uitgangspunten opgenomen. Wel wordt er door een landschapsarchitect een visie ontwikkeld voor voor 't Oog, waarin uitgangspunten worden opgenomen die van belang zijn bij de toekomstige uitwerking voor het voorliggende plangebied. Het plangebied zal hierin doorlopen. Deze visie zal bruikbaar zijn voor zowel het bedrijventerrein als het woongebied (en eventuele latere ontwikkelingen in het gebied). Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

19

Bomenbeleidsplan en Groene Kaart Het bomenbeleidsplan (en de daarbij behorende Groene Kaart) vormt een uitwerking van het Groenbeleidsplan en geeft invulling aan de wens om de bomenverordening te vereenvoudigen. Op de Groene Kaart zijn de bomen die zich binnen de belangrijkste boomstructuren van de gemeente bevinden en bomen met een bijzondere status opgenomen. De laatste genoemde bomen staan op de lijst waardevolle bomen. Een van de elementen uit de Groene Kaart vormen de hoofdstructuren en spoorweg die langs het plangebied lopen. Voor het plangebied zijn in het Bomenbeleidsplan en op de Groene Kaart geen concrete uitgangspunten opgenomen.

Afbeelding 3.4: uitsnede Groene Kaart

In het plangebied zijn geen waardevolle bomen of houtopstanden aanwezig. Het bomenbeleidsplan vormt geen belemmering voor het voorliggende plan. Stedelijk Waterplan In 2003 hebben gemeente en waterschap een stedelijk waterplan voor Hardinxveld- Giessendam opgesteld. In het waterplan staan maatregelen beschreven om in de komende tien jaar het oppervlaktewater te verbeteren. Het zijn oplossingen voor de waterproblemen die binnen de gemeente voorkomen. Na vaststelling van het waterplan in 2003 zijn diverse projecten gestart. Deze projecten zijn inmiddels allemaal afgerond. In 2010 en 2011 hebben de gemeente en het waterschap het waterplan geëvalueerd, en zijn tot de conclusie gekomen dat de doelen uit het plan zijn behaald. Echter blijven maatregelen van kracht. Voor dit plan betreft dit met name het isoleren (waterhuishoudkundig) van de bestaande wijk Over 't Spoor van de rest van het poldergebied. Vanwege het ontstane peilverschil o.a. moet dit in tact blijven. Het voorliggende bestemmingsplan biedt voldoende ruimte om beherende maatregelen uit te voeren. Bovendien wordt voorzien in voldoende mogelijkheden voor waterberging (zie waterparagraaf).

Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

20

3.5

Ruimtelijke structuur Ontstaansgeschiedenis De gemeente Hardinxveld-Giessendam maakt deel uit van de Alblasserwaard. De authentieke structuur van het landschap is vaak rechtstreeks te herleiden tot de periode van de Middeleeuwse veenontginningen. Het slagenlandschap van de Alblasserwaard, dat zich manifesteert als een open en weidse polder, werd en wordt nog steeds voornamelijk gebruikt als agrarisch productiegebied in de vorm van veenweiden. Het gebied heeft daarom in cultuurhistorisch opzicht een grote waarde. Hardinxveld en Giessendam behoren tot de oudste ontginningscentra van de Alblasserwaard. Vanuit de oeverwal aan de benedenloop van het veenriviertje de Buiten-Giessen zijn in noordwestelijke richting de afwateringssloten gegraven. Aangenomen wordt dat het gebied rond Hardinxveld-Giessendam al in 1270 geheel is ontgonnen. Archeologische vondsten op de oevers van de Buiten-Giessen geven aan dat de eerste intensieve bewoning al plaatsvond in de 11e eeuw. Deze bewoning heeft zich ontwikkeld langs de (Buiten-)Giessen en heeft geleid tot de karakteristieke lintbebouwing op de oeverwallen: een reeks boerderijen die het ontgonnen land aan de achterzijde gebruikten voor agrarische productie. In de loop de eeuwen is de ruimte tussen de boerderijen en de Buiten-Giessen ingevuld met bebouwing.

Door inklinking van de polders en verzanding van de rivier ontstond de noodzaak om het ontgonnen land te beschermen tegen overstromingen bij hoogtij. De rivier de Merwede werd bedijkt en in de Giessen werd een dam aangelegd om Giessendam buiten de getijden van de rivier te houden: Giessendam was een feit. Hardinxveld-Giessendam maakt deel uit van een langs de rivier gelegen ‘verstedelijkingsreeks’ vanaf Gorinchem tot aan Rotterdam. De ontwikkeling van deze ‘bandstad’ kan gerelateerd worden aan de aanleg van de infrastructuur aan het eind van de 19e en in de loop van de 20e eeuw. De belangrijke economische aders zijn de spoorlijn, de auto(snel)wegen en de Merwede. De kernen hebben zich vanaf hun ontstaan in de 13e eeuw tot de 20e eeuw nauwelijks ontwikkeld. Er heeft voornamelijk verdichting plaatsgevonden in de lintbebouwing. De industrialisatie en de mobiliteitstoename hebben Hardinxveld en Giessendam in de 20e eeuw explosief doen groeien. De kernen van Giessendam en Neder-Hardinxveld zijn aan elkaar gegroeid, terwijl Boven-Hardinxveld een kleine afzonderlijke kern is gebleven. In 1957 zijn de gemeenten samengevoegd tot de gemeente Hardinxveld-Giessendam. De historische ontwikkeling is nog steeds goed waarneembaar en bepaalt in grote mate het karakter van de gemeente.

Hardinxveld-Giessendam heeft zich in de laatste decennia van de 20-ste eeuw voornamelijk in westelijke richting uitgebreid met de woonwijken West I en II en De Blauwe Zoom. Het gebied ten noorden van de ten noorden van de spoorlijn (Merwede-Lingelijn) is altijd agrarisch gebleven, met uitzondering van de wijk Over ’t Spoor. Door de aanleg van de Betuweroute is een deel van het agrarische gebied afgesneden van het grotere gebied. Dit deelgebied wordt aangeduid als Het Oog, genoemd naar zijn vorm. Al in de Transformatievisie Merwedezone (2009) werd door de provincie, de hierbij betrokken regio’s en gemeenten voorzien in woningbouwontwikkeling in ’t Oog. Het gebied is sinds de structuurvisie uit 2005 reeds aangewezen als zoekgebied voor een woon-werklandschap. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een eerste invulling aan het woongebied gegeven. Daarnaast is onlangs het bestemmingsplan voor een bedrijventerrein in het westen van ’t Oog onherroepelijk geworden en zal de komende periode worden gestart met de ontwikkeling van dat terrein. Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

21

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland heeft kaarten vervaardigd waarin de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) van Zuid-Holland is vastgelegd. Dit project is opgezet om het beleid en alle verantwoordelijkheden die de provincie heeft op het gebied van cultureel erfgoed - archeologie, nederzettingsgeschiedenis en landschapsbehoud - te onderbouwen en te integreren. Zo kan de waardering, de toetsing en de actieve bescherming van historische kwaliteiten worden verbeterd. De kaarten vestigen de aandacht op onder meer de landschapsvorming in het poldersysteem.

Afbeelding 3.5: uitsnede uit de CHS Zuid-Holland – landschap (plangebied in zwart)

Afbeelding 3.6: uitsnede uit de CHS Zuid-Holland – Archeologie (plangebied in zwart)

Uit de kaart van de CHS Zuid-Holland blijkt in het plangebied geen belangrijke cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten aanwezig zijn. Wel is het gebied ten noorden van de spoorlijn, aangeduid als historisch redelijk waardevol. Daarbij loopt hier ook een lijn van zeer hoge waarde. Het betreft het pad de Giessendamse Tiendweg, dat geen directe relatie met het plangebied kent. Uit de kaart van de CHS Zuid-Holland valt ten slotte nog af te leiden dat er voor grote delen van het plangebied een zeer grote kans op het aantreffen van archeologische sporen geldt. Gemeentelijke Beleidsnotitie Archeologie Op de Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de gemeente HardinxveldGiessendam (BAAC 2009) is een verfijning gegeven van de archeologische (verwachtings)waarden. Uitgangspunt is het zoveel mogelijk behouden van archeologische waarden ‘in situ’ door deze in te passen in de ontwikkeling. Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

22

Afbeelding 3.7: Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam, BAAC 2009

Het plangebied herbergt verschillende archeologische zones. Het is in het uiterste noorden en zuiden aangeduid als een zone met een hoge archeologische verwachting dieper dan 1,5 meter beneden maaiveld voor de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Dat betekent dat bij ingrepen die groter zijn dan 250 m2 en dieper reiken dan 150 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Daarnaast ligt een gedeelte een hoge verwachting dieper dan 5 meter beneden het maaiveld. In overige gedeelten van het plangebied ligt een lage verwachting. Waarbij onderzoek nodig is bij ingrepen groter of gelijk aan 10.000m2 en dieper dan 30 centimeter. 3.7

Groen- en waterstructuur Het plangebied bestaat uit een (restant van een) agrarisch slagenlandschap, een overblijfsel van de veenontginningen, dat haaks is gelegen op de Spoorweg. Het agrarische gebied is met de komst van Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

23

de Betuweroute afgesneden van het buitengebied, meer heeft tot op heden nog wel een agrarische functie. Het gebied bestaat uitsluitend uit grasland en sloten. Aan de hand van het gebiedsprofiel Alblasserwaard-Vijfheerenlanden kan het gebied verder worden getypeerd. Het veenweidegebied kenmerkt zich door de langgerekte percelen van cope-verkaveling met smalle perceelsloten. Het wateroppervlak in het gebied is ten opzichte van andere veenweidegebieden daardoor relatief beperkt. Meer beeldbepalend dan de kavelstructuur zijn de weteringen en de structuur van kamers. Ter bescherming van de landerijen tegen het water uit de omgeving werden rondom elke ontginning lage kades aangelegd waardoor als het ware kamers ontstonden. De grenzen van de kamers zijn herkenbaar aan deze kades maar ook aan de wegen, beplantingen en linten die in de loop der jaren op de uiteenlopende kades zijn aangelegd. Door richtingveranderingen in de verkavelingen springt de grens tussen de kamers op verschillende plekken in het oog. De Tiendweg ten noorden van het plangebied is een historische structuur in het landschap. Deze werden vaak aangelegd over de kaden van de polderkamers en dienden in het verleden om de pacht naar de pachtheren te brengen. Deze tiendwegen moeten zoveel mogelijk behouden blijven. Echter de voorliggende ontwikkeling heeft geen invloed op de Tiendweg.

Het plangebied ligt ingeklemd tussen twee spoorlijnen. De Betuweroute vormt een landschapsstructurerend element door het gebied. De Polderweg en de Zwijnskade verbinden ’t Oog met het noordelijke gebied. Aan de zuidzijde ligt de spoorlijn Dordrecht-Geldermalsen op de overgang tussen het stedelijk en landelijk gebied. 3.8

Verkeersstructuur De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via de Polderweg en een aansluiting op de Spoorweg. Het verkeer zal daarna afwikkelen op de Spoorweg. De Spoorweg is de doorgaande route langs de MerwedeLingelijn die de bebouwing ten noorden van de spoorlijn via de Zwijnskade met de A15 verbindt. Openbaar vervoer Op circa 500 meter afstand van het plangebied bevindt zich station Hardinxveld-Giessendam, aan de spoorlijn tussen Dordrecht en Geldermalsen. Hiermee is de locatie goed met het openbaar vervoer te bereiken. De treinen rijden in kwartierdienst. Begin 2018 is de concessie Drechtsteden, Alblasserwaard, Vijfheerenlanden (DAV) gegund aan Qbuzz. Het gaat hierbij om het stads- en steekbusvervoer in de regio en de MerwedeLingelijn. Hiermee wordt het openbaar vervoer in de regio verder verbeterd en zullen op de MerwedeLingelijn de treinen onderdeel worden van R-net. Regioprofielen Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland heeft de regio ingedeeld in gebiedsprofielen. Een gebiedsprofiel beschrijft en visualiseert kenmerkende ruimtelijke elementen die van bovenregionaal belang zijn. Gemeente Hardinxveld-Giessendam valt onder het gebiedsprofiel Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. Woongebied ’t Oog valt met name op in de kaart ‘Gevarieerd en verbindend vrijetijdslandschap’.

De kaart laat zien dat het gebied ingesloten ligt tussen een belangrijke fietsroute, wandelroute en grenst aan een stadland relatie Stedenband. Daarnaast zijn de Betuweroute en de spoorlijn belangrijke dragers.

Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

24

Afbeelding 3.8: Gevarieerd en verbindend vrijetijdslandschap, Regioprofiel Alblasserwaard-Vijfheerenlanden

Afbeelding 3.9: Doorsnijdend spoor, verdichte stationsomgeving Regioprofiel Alblasserwaard-Vijfheerenlanden

3.9

Functionele structuur Het plangebied is momenteel aangewezen als agrarisch gebied. Er is ter plaatse geen bebouwing aanwezig.

Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

25

4

GEWENSTE RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE STRUCTUUR

4.1

Inleiding Voorliggend plan maakt de ontwikkeling van ‘Woongebied ’t Oog 1e fase’ juridisch-planologisch mogelijk. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de wijze waarop het plangebied ontwikkeld zal worden. Hiervoor zijn door SpaceValue de ruimtelijke uitgangspunten in de onderstaande structuurkaarten uitgewerkt. Door NieuwBlauw is in combinatie met Waardzone een Stedenbouwkundig Programma van Eisen opgesteld. Op een aantal punten wijkt de ontwikkeling af van het gestelde in het SPvE. Om de verschillen inzichtelijk te maken is op 6 januari 2021 een memo opgesteld. Zowel het SPvE als deze memo zijn als bijlage toegevoegd aan deze toelichting.

4.2

Ruimtelijke uitgangspunten

Afbeelding 4.1 Ruimtelijke uitgangspunten structuurkaart (SPACEVALUE, 2018)

Structuur Het plan is gebaseerd op de landschapsstructuren van de Alblasserwaard. Het voorgenomen raamwerk bouwt voort op het noord-zuid patroon van percelen en sloten, die door oost-westlijnen met elkaar verbonden zijn. De Spoorweg vormt de zuidelijke structuurlijn en op 2/3 van het gebied wordt een nieuwe structuurlijn toegevoegd. De vormgeving en positie van deze structuurlijn kan variëren als gevolg van de wisselwerking tussen verschillende thema’s zoals mobiliteit, water, recreatie, bouwprogramma en ecologie. Op deze manier wordt de Betuweroute een ondergeschikte landschappelijke lijn in een landschapszone (Tiendpark) tussen de bestaande Giessendamse Tiendweg en de nieuwe structuurlijn. Het Tiendpark heeft diverse functies zoals het afschermen van geluid of zicht en biedt ruimte aan recreatie, werken, wonen en voorzieningen. Om aanhechting met het bestaande dorp te creëren wordt de Spoorweg de centrale as in het noordelijk deel van Hardinxveld-Giessendam en vormt deze de hoofdontsluiting van het gebied met een vrij liggend fiets/wandelpad.

Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

26

Ook vindt er een studie plaats naar verbetering van de spoorwegovergang en de mogelijke aanleg van een tunnel onder de Merwede-Lingelijn door. Dit laatste vraagt om een forse ruimtelijke ingreep en is afhankelijk van de beschikbare financiële middelen. Voor de ontwikkeling van de 170 woningen in ’t Oog Wonen Fase 1 voldoet de huidige situatie, maar indien in de toekomst meer ontwikkelingen in ’t Oog plaatsvinden is een aangepaste ontsluiting noodzakelijk. De beschikbare ruimte die nodig is om een eventuele nieuwe (tunnel)verbinding te realiseren ligt buiten de plangrenzen van dit bestemmingsplan. Percelen aan de Spoorweg worden ingebed en vormen een afwisselende rand. Overgangspunten voor langzaam verkeer worden in de toekomst wellicht gevormd via de stations van de Merwede-Lingelijn. Dit is afhankelijk van eventuele volgende bouwfases. Voor het station De Blauwe Zoom in het westelijke deel van 't Oog is een verbinding gepland maar nog niet gevormd. Ook wordt het bestaande wijkje ‘over het spoor’ gehecht aan de ontwikkelingen.

Afbeelding 4.2 Aanhechting bestaand dorp

Afbeelding 4.3 Water- en groenstructuur

In de oost-westlijnen zijn water en groen beeldbepalend, en de beleving van het water in de openbare ruimte draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit op ooghoogte. De groenstructuur bestaat uit een driedeling, in de wijk zelf, in de parkzones en in de ecologische zone. Het ‘westpark’ is een ruimtelijk rustpunt en kan zorgen voor een ecologische verbinding. In de toekomstige landschapsvisie komen mogelijk meer parkzones. De noord-zuidlijnen worden ook groen-blauw maar zijn in schaal en maat ondergeschikt aan de oost-westlijnen. Het raamwerk biedt op deze manier ruimte voor het maken van (informele) dorpsommetjes. De entrees van het gebied worden gemarkeerd als ‘stadspoorten’, waarbij de westelijke entree een beeldbepalende kop van bedrijvengebied heeft en de overgang van de Polderweg naar het buitengebied biedt ruimte voor een publieksgericht bestemmingspunt. Bebouwing Er is differentiatie in bebouwingsdichtheden en uitgeefbaarheid. Zo heeft het Tiendpark een zeer lage dichtheid, zowel voor woningen (maximaal 5 won/Ha) als voor bebouwing voor publieksgerichte bestemmingen. Het gebied tussen de Spoorweg en de nieuwe structuurlijn in lage dichtheid van 10-20 won/Ha. Nabij de aanhechting aan het dorp kan incidenteel naar een middelhoge dichtheid van maximaal 35 won/Ha gegaan worden. Dit zorgt ervoor dat de gemiddelde uitgeefbaarheid minder dan 50% is.

Deze dichtheden zijn genoemd zijn in de structuurkaart, maar de uiteindelijke dichtheden en invulling van de bouwvelden kunnen wijzigen naar aanleiding van toekomstige nadere afwegingen door de gemeenteraad. Bij uitwerking van het bestemmingsplan zal dit nader worden beschreven en onderbouwd.

Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

27

Afbeelding 4.4 Bebouwingsdichtheden

Afbeelding 4.5 Voorzieningen

Voorzieningen Het programma verschilt in de zones van west naar oost. Het westelijke deel van ‘t Oog biedt ruimte voor werken, het midden biedt ruimte voor rustig, groen wonen en daartussen bevindt zich een overgangszone met ruimte voor woonwerken en wellicht andere functies. Aan de oostzijde, oostelijk van de wijk Over ’t Spoor, kan incidenteel gewoond worden, maar zijn natuur en agrarisch gebruik dominant. Onderwijs/ (semi-)maatschappelijke voorzieningen zijn gesitueerd nabij de Spoorweg en de recreatieve/ sportvoorzieningen ten noorden van de Nieuwe Tiendweg. Dit gebied biedt ook ruimte voor ecologische compensatie. Recreatie De gewenste ruimtelijke structuur in ’t Oog voorziet in een zone met een lage dichtheid bebouwing en veel groen en water. Samen met de noord-zuid gerichte lijnen op een lager schaalniveau biedt dit veel mogelijkheden voor een recreatieve dooradering van het gebied. Hierdoor kunnen de recreatieve mogelijkheden in het buitengebied, zoals de wandelroute over de Tiendweg en in de Giessenzoom, goed worden doorgetrokken tot aan de Spoorweg. Een ‘rondje Hardinxveld-Giessendam’ is hierdoor goed te maken. 4.3

Planbeschrijving op uitgangspunten SPvE Algemeen Voor de ruimtelijke ontwikkeling van ’t Oog is door de gemeente een Stedenbouwkundig Programma van Eisen Woningbouwlocatie ’t Oog vastgesteld (16 december 2019). Op een aantal punten wijkt dit SPvE af van de huidige kijk op de ontwikkeling van ’t Oog. Dit komt met name voort uit onderzoek dat gedaan is naar de mogelijkheden voor de realisatie van een tunneltracé onder de MerwedeLingelijn en de ruimtelijke visie die is opgesteld voor het Tiendpark. Deze memo (bijlage 2b bij deze toelichting) maakt de verschillen inzichtelijk en geldt aanvullend op onderstaande beschrijving. Ruimtelijke structuur Voor het beoogde programma wordt vooralsnog uitgegaan van maximaal 170 woningen. Deze woningen zijn verdeeld over een aantal ontwikkelvelden, die van elkaar worden gescheiden door een robuuste groen- en waterstructuur. De ontwikkelvelden worden met elkaar verbonden door middel van infrastructuur. De verkaveling is zeer ruim opgezet en bevat een gemixt woonprogramma. Dit woonprogramma zal zich veelal op het duurdere segment, er worden echter ook 30 sociale woningen gebouwd.

Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

28

De Spoorweg is de gebiedsontsluitingsweg voor ’t Oog. Zowel nu als in de toekomst. De mogelijke inpassing van een tunnelverbinding voor auto’s, fietsers en voetgangers onder het spoor maakt dat de Spoorweg (deel ten oosten van de Polderweg) mogelijk meer noordelijk door het gebied komt te liggen om aan te sluiten op de tunnelbak die het gebied in snijdt. De ontsluitingsstructuren, stedenbouwkundige structuren en de groene en blauwe structuren die hieraan raken maken een eventuele inpassing van een tunneltracé en de daarmee samenhangende verlegging van de Spoorweg niet onmogelijk. Aan de oost- en westzijde van het plangebied lopen watergangen en worden ‘groene’ oevers gerealiseerd. De watergangen lopen door richting het noorden van het gebied, en monden uit in een groene bufferzone. Tevens zal een nieuwe, organisch ingepaste watervoorziening worden aangelegd. Het totale plangebied omvat circa 160.000 m2, waarvan circa 64.000 m2 zal worden ingericht als woongebied met bijbehorende openbare ruimte en woonerven.

Afbeelding 4.6: Hoofdstructuur Fase 1

Functionele structuur Het plangebied zal in de toekomstige situatie als woongebied in gebruik zijn. Wellicht zullen op specifieke locaties andere functies zoals voorzieningen mogelijk gemaakt worden ten behoeve van de woonfunctie. Ook wordt er aan de noordrand van het plangebied een recreatieve groenvoorziening, genaamd het Tiendpark, aangelegd. Er wordt gekozen het Tiendpark naar het zuiden door te trekken tot aan de Spoorweg met een noordzuid gerichte parkzone. De verschillende robuuste zones met water en groen die benoemd worden samengevoegd tot één zone die onderdeel wordt van het Tiendpark. De woonvelden in het gebied worden wat compacter en oriënteren zich met duidelijke randen naar het Tiendpark. Ontsluitingsstructuur Bij een verlegging van de Spoorweg in noordelijke richting wordt fase 1 opgedeeld in twee delen. Een groter plandeel ten noorden van de nieuwe Spoorweg en een kleiner plandeel aan de zuidzijde. De contour van het wegprofiel wordt voorlopig vrijgelaten van ontwikkelingen. Aansluitingen op de Bestemmingsplan “’t Oog Wonen, fase 1” Toelichting Vaststelling

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/713/documents/23028